A19 - VNOG - Kennisname Voorlopige jaarstukken 2022 en indien gewenst, een formele zienswijze te geven op concept begroting 2024 - 2027 D405243
Tekst van het document
Van: Verzonden: Onderwerp: Bijlagen:
VNOG_bestuurssecretariaat <bestuurssecretariaat@vnog.nl> donderdag 6 april 2023 14:34 brief colleges gemeenten over documenten VNOG ter behandeling 20230604 brief colleges documenten VNOG ter behandeling.pdf; Bijlage 1 voorlopige jaarstukken 2022.pdf; Bijlage 2 Programmabegroting 2024-2027 v 30mrt23.pdf; Bijlage 3 Infographic Begroting VNOG 2024-2027 in één oogopslag.pdf
Dit bericht is verzonden naar de algemene mailadressen van de gemeenten aangesloten bij de VNOG
Goedemiddag, Bijgaand ontvangt u een brief over documenten VNOG ter behandeling. Wilt u deze doorgeleiden naar het college van burgemeester en wethouders van uw gemeente. Met vriendelijke groet, Bestuurssecretariaat - Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland Postbus 234, 7300 AE Apeldoorn | Bezoekadres: Europaweg 79, 7336 AK Apeldoorn
1
Postbus 234 7300 AE Apeldoorn 088 310 4000 info@vnog.nl www.vnog.nl
Aan de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten in de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland
Datum Ons kenmerk Behandeld door Onderwerp
: 6 april 2023 : 22-62751/23-089415/AM : P.G. Jalink : Documenten VNOG ter behandeling
Uw brief van Uw kenmerk Bijlage(n)
: : : 3
Geacht college, Hierbij bieden wij u twee documenten aan met het verzoek deze door te geleiden naar uw gemeenteraad. Het verzoek aan de raden is om kennis te nemen van: − de voorlopige jaarstukken 2022; en indien gewenst, een formele zienswijze te geven op: − de concept programmabegroting 2024-2027; VNOG ontvangt de zienswijze graag uiterlijk 29 juni 2023 zodat het dagelijks bestuur op 6 juli op de zienswijzen kan reageren. Voorlopige jaarstukken 2022 Conform de Wet gemeenschappelijke regelingen biedt het dagelijks bestuur de raden van de deelnemende gemeenten voor 30 april de voorlopige jaarstukken ter kennisname aan. Het zijn nog voorlopige stukken, omdat naar aanleiding van bijvoorbeeld de accountantscontrole nog wijzigingen in de jaarstukken kunnen worden aangebracht. Er wordt een resultaat verwacht van ca. € 2,36 miljoen minder uitgaven dan begroot. VNOG heeft nog niet alle voornemens kunnen uitvoeren en uitgaven kunnen doen zoals die in de begroting 2022 waren opgenomen. Gedurende de eerste maanden van 2022 speelde namelijk nog steeds COVID-19; dit drukte een stempel op de activiteiten van VNOG. VNOG moest veel energie stoppen in de bestrijding van de crisis (wat ten koste ging van reguliere taken), alsook had de crisis effect op de mogelijkheid om reguliere taken uit te kunnen voeren.
Vanaf april ging de samenleving weer open en konden activiteiten weer ‘normaal’ worden opgepakt. Toen was echter de Oekraïne crisis al in volle gang. Ook in deze crisis kregen de veiligheidsregio’s een rol. Er werd intensief en goed met de gemeenten en andere partners samengewerkt.
Daar waar door COVID-19 al de nodige druk was ontstaan op de levering van onder andere grondstoffen, chips en energie (en daarmee op leveranciers en aanbestedingstrajecten), versterkte de Oekraïne crisis deze onstabiele situatie. De hele wereld merkt dit: prijzen stijgen, de rente stijgt en vertragingen treden op door schaarste. Er doet zich voor VNOG een dubbel beeld voor: enerzijds zijn er op dit moment incidentele voordelen, anderzijds zijn er voorzienbare oplopende structurele kosten. Ondanks de uitdagingen heeft VNOG in 2022 resultaten geboekt op haar Opgaven en is ook weer verder gewerkt aan de Opdrachten uit de Toekomstvisie; er wordt hier uitgebreid bij stilgestaan in de jaarstukken. Op 1 juni a.s. zullen de definitieve jaarstukken worden behandeld door het DB. Het AB behandelt de definitieve jaarstukken, inclusief accountantsverklaring, op 22 juni a.s. Inmiddels is er een principeakkoord gesloten over de CAO veiligheidsregio’s (1 januari 2023 tot 1 mei 2024). Voor 2023 zijn onvoldoende middelen aanwezig; het tekort bedraagt ruim 2 miljoen euro. Voor de dekking hiervan wordt gedacht aan het verwachte voordelig saldo uit de jaarrekening 2022. Het AB stelt op 22 juni de stukken vast. Het AB neemt dan ook een besluit over de bestemming van het resultaat.
Concept programmabegroting 2024-2027 In de programmabegroting zijn de inhoudelijke en financieel-technische uitgangspunten uit de op 15 december 2022 door het algemeen bestuur vastgestelde Kadernota 2024-2027 verwerkt, alsook de toen vastgestelde begrotingswijziging ‘demarcatie huisvesting’. De eerder afgesproken meerjarige investeringen in het materieel dekkings- en spreidingsplan zijn in deze begroting technisch verwerkt conform Kadernota. De programmabegroting is opgebouwd via de Opgaven van VNOG, zoals vastgelegd in de Toekomstvisie (vastgesteld AB 15 januari 2020) en het regionaal Beleidsplan (vastgesteld AB 10 december 2020). Bij de totstandkoming van deze beide documenten zijn de raden nauw betrokken geweest. De afgelopen jaren hebben grote uitdagingen met zich meegebracht voor de hele wereld en dus ook voor VNOG. Na de coronajaren volgden nieuwe crises, zoals de oorlog in Oekraïne, de asielcrises, etc. De veiligheidsregio’s hebben hierbij een steeds grotere rol gekregen en zijn op allerlei fronten ingezet, in nauwe samenwerking met de partners zoals de gemeenten. De onrust in de wereld houdt aan. Er zijn vele onzekerheden, snelle ontwikkelingen en uitdagingen op allerlei vlakken, zoals klimaat, energie, prijzen, polarisatie en (wereldwijde) instabiliteit. Niemand kan overzien of voorspellen waar deze ontwikkelingen toe zullen leiden.
Het Rijk voorziet dat komende crises langduriger zullen zijn, met een grote maatschappelijke impact en dat de veiligheidsregio’s hierbij een belangrijke rol gaan spelen. Het Rijk wil daarom de crisisbeheersing en informatiepositie van de veiligheidsregio’s versterken en hun flexibiliteit om in te spelen op actuele crises. In de periode 2023 tot en met 2026 verhoogt het Rijk daarom stapsgewijs structureel haar bijdrage aan de veiligheidsregio’s. In 2024 zal VNOG hier verder aan bouwen om zo aan de verwachtingen van het Rijk te kunnen voldoen. Overige belangrijke thema’s voor 2024 vormen: − Het regionaal beleidsplan 2021-2024 loopt af. Per 2025 moet er een nieuw vierjarig regionaal beleidsplan zijn. In 2024 zal VNOG met de gemeenten het traject voor het nieuwe beleidsplan doorlopen, waaronder ook de wettelijke consultatie van de raden; − VNOG moet voldoen aan overige veranderende wetgeving en goede aansluiting daarop regelen (bijvoorbeeld Omgevingswet, inrichting vrijwillig brandweerbestel, etc.); − De samenwerking en verbinding met partners en stakeholders worden versterkt, dichtbij (zoals met de deelnemende gemeenten als dragers van de organisatie), maar ook verder weg (regionaal, interregionaal, landelijk, internationaal); − VNOG gaat verdere stappen zetten op het gebied van duurzaamheid en energietransitie;
2
− −
−
Innovatie staat op de agenda: verder onderzoeken, uittesten en invoeren van nieuwe innovatieve mogelijkheden, ter ondersteuning van de uitvoering van de Opgaven; In voorgaande kadernota’s en begrotingen is reeds aangegeven dat de kapitaallasten dusdanig zullen stijgen dat deze op enig moment niet meer gedekt kunnen worden door een onttrekking aan de beschikbare egalisatiereserve. Hierdoor wordt een verhoging van de gemeentelijke bijdrage op termijn noodzakelijk. Bovendien krijgt VNOG te maken met wereldwijd stijgende prijzen en een stijgende rente. Dit heeft een groot effect en werkt door in hogere kapitaallasten, een snellere uitputting van de egalisatiereserve en een hogere stijging van de gemeentelijke bijdrage. Deze stijging wordt nu voorzien in 2026 en 2027. Voor 2026 en 2027 wordt een reële stijging van de gemeentelijke bijdrage met 3 respectievelijk 2 miljoen (cumulatief 5 miljoen structureel) voorzien. De programmabegroting 2024-2027 bevat naar schatting voldoende ruimte om het recent bereikte principeakkoord over de CAO, dat een looptijd heeft tot 1 mei 2024, te kunnen betalen. Er is nog geen rekening gehouden met eventuele loonontwikkelingen na die datum. Voor de dekking van de loonstijging in het jaar 2023 zal bij de bestemming van het resultaat van de jaarrekening 2022 een voorstel worden gedaan.
De gemeenten worden via het Gemeentefonds gecompenseerd voor de CAO-ontwikkelingen.
VNOG moet, met alle ontwikkelingen om haar heen, de gezondheid van haar bedrijfsvoering bewaken en ervoor zorgen dat zij haar Opgaven kan blijven uitvoeren. Hiervoor heeft VNOG ook de gemeenten nodig. Gemeenten staan echter ook voor grote, deels dezelfde, (financiële) uitdagingen die naar verwachting ook komende jaren verdere invloed gaan krijgen. Daarbij kijken gemeenten begrijpelijkerwijs ook naar gemeenschappelijke regelingen. VNOG heeft hier oog voor. In onderling overleg en met begrip voor elkaars positie wil VNOG hierin samen met de gemeenten optrekken. In deze begroting heeft VNOG, zoals aangekondigd in de Kadernota 2024-2027, enkele begrotingsposten verlaagd met in totaal een kleine 6 ton structureel. Uiteraard blijft VNOG de eigen uitgaven en de budgetten kritisch bezien, hetgeen in de volgende Kadernota tot voorstellen kan leiden. Proces De concept begroting ligt nu ter zienswijze voor. Bij wet hebben de raden het recht om een zienswijze in te dienen op de concept begroting. Hiervoor staat in de wet een termijn van twaalf weken. We hebben de zienswijzentermijn zo ingepland, dat deze voor de start van het zomerreces wordt afgerond. Zo kunnen de raden van de volle twaalf weken gebruik maken. In de wet staat dat het DB schriftelijk en gemotiveerd reageert op de ingediende zienswijzen, alvorens het AB een definitief besluit neemt over de begroting.
Het DB is voornemens om in haar laatste vergadering voor de zomer, op 6 juli, op de ingediende zienswijzen te reageren. Tijdens het zomerreces ligt de procedure stil. Het AB stelt de definitieve begroting vast in de eerste vergadering na de zomer, op 7 september. Bij wet moet de begroting vóór 15 september zijn vastgesteld.
3
Tenslotte VNOG ontvangt de zienswijze graag uiterlijk 29 juni 2023. Wij zien uw zienswijze op de concept programmabegroting 2024-2027 met belangstelling tegemoet.
Met vriendelijke groet, Namens het dagelijks bestuur van de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland,
drs. D.G.L. Kransen secretaris
A.J.M. Heerts voorzitter
Bijlagen: 1. Voorlopige jaarstukken 2022 2. Concept programmabegroting 2024-2027 3. Infographic begroting
4
voorlopige
Jaarstukken 2022
6 april 2023
Inhoudsopgave Voorwoord 1. Inleiding 2. Het resultaat 2022
3 4 7
I. Jaarverslag 3. Programmaverantwoording Programma 1. Risico- en Crisisbeheersing Programma 2. Brandweerzorg Programma 3. GHOR Programma 4. Meldkamer Oost Nederland Programma 5. Bedrijfsvoering Programma 6. Directie, Control en Staf Programma 7. Algemene Dekkingsmiddelen Programma 8. Brandweerkazernes in eigendom, etc.
10
4. Paragrafen 4.1. Weerstandsvermogen en risicomanagement 4.2. Onderhoud kapitaalgoederen 4.3. Financiering 4.4. Crisesparagraaf 4.5. Bedrijfsvoering 4.6. Verbonden partijen 4.7. Openbaarheidsparagraaf 4.8. Toekomstparagraaf
29
II. Jaarrekening 5. Balans per 31 december 2022 6. Overzicht van baten en lasten 6.1. Verklaring resultaat 2021 op hoofdlijnen 6.2. Specificatie per programma 7. Waarderingsgrondslagen 8. Toelichting op de balans 9. Incidentele baten en lasten 10. Single Information Single Audit (SISA) 2022 11. Wet Normering Topinkomens (WNT) 12. Overzicht taakvelden en beleidsindicatoren 13. Overzicht af te sluiten en over te hevelen kredieten
55 57
Bijlagen – niet behorende tot de gecontroleerde jaarrekening Bijlage 1. Kerngegevens Bijlage 2. Stand Toekomstvisie-Opdrachten Bijlage 3. Prestatiekaart 2022
93
Pagina 2 van 101
74 76 85 86 87 89 90
Voorwoord Voor u liggen de Jaarstukken 2022 van Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (VNOG). Ook het jaar 2022 stond in het teken van meerdere onzekerheden, crises en grote uitdagingen voor de hele wereld. Ook VNOG werd hierdoor getroffen en heeft flinke inspanningen verricht om samen met haar partners deze crises te bestrijden. Voorbeelden hiervan zijn de opvang van vluchtelingen uit Oekraïne en de opvang van de grotere algemene vluchtelingenstroom. Dit vroeg om wendbaarheid, snel schakelen en het pragmatisch aanpakken van zaken. Het reguliere werk moest hierbij soms opzijgezet worden; dit gold ook voor ketenpartners, terwijl leveranciers de VNOG confronteren met oplopende levertijden. VNOG heeft hierdoor in 2022 niet alle voornemens kunnen uitvoeren (en kosten gemaakt) die in de begroting waren opgenomen. Desondanks zijn veel reguliere taken wel uitgevoerd en zijn er goede resultaten bereikt met de activiteiten op de Opgaven van VNOG, zoals die in de begroting 2022 waren beschreven. In deze jaarstukken wordt daar uitgebreid over gerapporteerd. Zo zijn vanuit de programma’s Zelfredzaam en Risicobewust en Sterke informatiepositie weer stappen gezet. Innovatieve projecten zijn uitgevoerd waarbij intensief wordt samengewerkt met partners uit de publieke- en private sector. De organische organisatieontwikkeling, inclusief een cultuurveranderingstraject, is formeel afgerond.
Belangrijke aanbestedingen zijn doorlopen, er zijn stappen gezet op het gebied van duurzaamheid en goede afspraken gemaakt met de gemeenten over de huisvesting. Daarnaast is het hele jaar door de hulpverlening en alle daarvoor ondersteunende werkzaamheden altijd doorgegaan. Het bestuur heeft veel waardering voor alle medewerkers die veel werk hebben verzet. VNOG heeft goed zicht op haar financiële huishouding en beleidsuitvoering. VNOG opereert echter wel in een onrustige wereld. Naast prijsstijgingen, rentestijgingen, en vertragingen bij leveranciers is er krapte op de arbeidsmarkt. VNOG moet de gezondheid van haar bedrijfsvoering bewaken en ervoor zorgen dat zij haar Opgaven kan blijven uitvoeren. Daarvoor wordt ook naar de gemeenten gekeken. Gemeenten staan echter ook voor grote, deels dezelfde, (financiële) uitdagingen die naar verwachting ook komende jaren verdere invloed gaan krijgen. VNOG heeft hier oog voor. In onderling overleg en met begrip voor elkaars positie wil VNOG hierin samen met de gemeenten optrekken. Namens het dagelijks bestuur VNOG, H.J. van Schaik portefeuillehouder Middelen
Medewerkers van VNOG staan dag en nacht klaar om te kunnen optreden bij noodsituaties. Bij heftige incidenten, ongevallen, branden en protestacties. Daarbij laten de collega’s van de brandweer, de crisisorganisatie en GHOR zich van hun professionele kant zien. Ook leveren we een stevige bijdrage aan langdurige crises. Daarbij vervullen we steeds vaker een centrale en verbindende rol. In het online magazine Voorop in Veiligheid lees je hoe we samen werken aan veiligheid! Scan de QR code om het magazine te lezen.
Pagina 3 van 101
1. Inleiding VNOG heeft in 2022 haar Opgaven uitgevoerd, zoals die begin 2020 in de Toekomstvisie zijn vastgesteld. Deze Opgaven vormden de basis van de oorspronkelijke begroting 2022 en zij vormen het antwoord op de vragen die de samenleving aan VNOG stelt: − Opgave 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises (maatschappelijke opdracht) − Opgave 1. Zelfredzaam en risicobewust − Opgave 2. Vakbekwaam en deskundig − Opgave 3. Sterke informatiepositie − Opgave 4. Een gezonde financiële basis en betrokken medewerkers (randvoorwaarde) VNOG heeft nog niet alle voornemens kunnen uitvoeren en kosten gemaakt zoals die in de begroting 2022 waren opgenomen. Gedurende de eerste maanden van 2022 speelde namelijk nog steeds COVID-19; dit drukte een stempel op de activiteiten van VNOG. VNOG moest veel energie stoppen in de bestrijding van de crisis (wat ten koste ging van andere Opgaven), ook had de crisis effect op de mogelijkheid om reguliere taken van de Opgaven uit te kunnen voeren. Zo konden oefeningen niet of maar beperkt doorgaan. Vanaf april ging de samenleving weer open en konden activiteiten weer ‘normaal’ worden opgepakt. Toen was echter de Oekraïne crisis al in volle gang. Ook in deze crisis kregen de veiligheidsregio’s een rol. Er werd intensief en goed met de gemeenten en andere partners samengewerkt.
Deze inspanningen verdrongen deels het reguliere werk, zij het in mindere mate dan bij de COVID-19 crisis het geval was. Daar waar door COVID-19 al de nodige druk was ontstaan op de levering van onder andere grondstoffen, chips en energie (en daarmee op leveranciers en aanbestedingstrajecten), versterkte de Oekraïne crisis deze onstabiele situatie. De hele wereld merkt dit: prijzen stijgen, de rente stijgt en vertragingen treden op door schaarste. Deze schaarste strekt zich ook uit naar de arbeidsmarkt, waar de krapte het lastig maakt om vacatures in te vullen. VNOG wordt hiermee geconfronteerd en moet actie nemen om haar bedrijfsvoering op de langere termijn gezond te houden en haar Opgaven te kunnen blijven uitvoeren. Er doet zich voor VNOG een dubbel beeld voor: enerzijds zijn er op dit moment incidentele voordelen, doordat onder andere vanwege COVID-19 bepaalde activiteiten niet konden plaatsvinden; anderzijds zijn er voorzienbare oplopende structurele kosten. Aan de hand van de Halfjaarrapportage 2022 werd al duidelijk dat er in 2022 minder zou worden uitgegeven dan begroot. De door COVID-19 ontstane vertragingen en uitstel van activiteiten deden zich vooral voor bij de vrijwilligers en de exploitatie. Het financieel-technische resultaat van de jaarrekening 2022 is dat de VNOG voor € 2,36 miljoen lagere lasten had dan begroot.
Dat is in lijn met de prognose uit de Halfjaarrapportage en lager dan in voorgaande jaren, waaruit blijkt dat VNOG op stoom komt. Een deel van het positieve resultaat kan worden toegewezen aan COVID-19/wereldwijde situatie. De rest ontstaat onder andere omdat, gedurende het traject dat de VNOG heeft doorlopen van de organische organisatieontwikkeling (genaamd ‘de Expeditie’), vacatures niet dan wel later werden ingevuld. Zo bleef er flexibiliteit voor interne doorstroming om de juiste persoon op de juiste plek te krijgen. ‘De Expeditie’ is op 30 juni 2022 formeel afgesloten. Ondanks de uitdagingen heeft VNOG in 2022 resultaten geboekt op haar Opgaven en het volgende is onder andere gedaan en bereikt: −
Opgave 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises: VNOG is ingezet in de COVID-19- en Oekraïne-crisis, etc. De brandweer, GHOR en crisisorganisatie stonden verder ook altijd paraat als er bij incidenten een beroep op hen werd gedaan. Op de Pagina 4 van 101
−
−
−
−
prestatiekaart (zie bijlage 3) zijn de geleverde prestaties te zien. Een belangrijke mijlpaal was verder dat het aanbestedingstraject voor de tankautospuiten, de basisvoertuigen van de brandweer, succesvol werd afgerond. Opgave 1. Zelfredzaam & risicobewust: De afdeling Risico- en Crisisbeheersing heeft met vele activiteiten verder gewerkt aan het programma ‘zelfredzaam & risicobewust’ (o.a. innovatieve projecten als brandbarometer en plan R!SQ). In het kader van vergunningverlening zijn adviezen verstrekt aan de gemeenten (zie prestatiekaart). Opgave 2. Vakbekwaam & deskundig: Toen de COVID-19-maatregelen werden afgeschaald is het wekelijks oefenen op de brandweerposten weer opgestart. De crisisteams zijn geoefend. De inspanningen voor opleiden, trainen en oefenen bevinden zich weer op het reguliere niveau. Opgave 3. Sterke informatiepositie: VNOG heeft nieuwe dashboards ontwikkeld (o.a. t.b.v. de Oekraïne-crisis). De dashboards ondersteunen het multidisciplinair informatiemanagement en de crisisorganisatie. Er is verder veel geinvesteerd in informatieveiligheid (sinds de computer hack waar de VNOG in 2020 mee werd geconfronteerd is er extra monitoring op de beveiliging ingevoerd, ‘versterkte dijkbewaking’); VNOG loopt op schema met het landelijke versterkingsprogramma BIO-AVG1 dat door alle veiligheidsregio’s is omarmd.
Er zijn stappen gezet om in enigerlei vorm een Veiligheid Informatie & Coördinatie Centrum (VICC) in te richten. Opgave 4. Een gezonde financiële basis en betrokken medewerkers: De doorontwikkeling van de organisatie die startte in 2020 via ‘de Expeditie’, is op 30 juni 2022 formeel afgesloten; het Organisatieplan is vastgesteld. Er is blijvende aandacht voor leiderschap, duurzame inzetbaarheid, vitaliteit, etc. Er is gestart met een traject om in het inkoopproces verbeteringen door te voeren.
Zowel bestuurlijk als ambtelijk zijn vertegenwoordigers van VNOG zeer actief in landelijke netwerken. Dat past bij een Veiligheidsregio waar innovatie hoog in het vaandel staat. Daarbij kiest VNOG als grote Veiligheidsregio voor die posities, die voor ons gebied en onze organisatie belangrijk zijn, bijvoorbeeld op het gebied van natuurbrand, vrijwilligheid & arbeidsvoorwaarden en informatievoorziening. Er is verder ook weer gewerkt aan de Opdrachten uit de Toekomstvisie. Zeker toen dat vanaf april weer meer mogelijk was, zijn met succes Opdrachten afgerond en zijn er stappen gezet om de achterstanden vanwege COVID-19 verder in te lopen (zie paragraaf 4.8.). Het is op dit moment nog steeds haalbaar om de vertragingen de komende jaren in te lopen, zodat de einddatum van de Opdrachten grosso modo gehaald wordt. De basis dienstverlening komt voor de korte en middellange termijn door de vertragingen niet in gevaar. VNOG is op dit moment en in de nabije toekomst in staat om haar taken uit te voeren en de vertragingen verstoren die dienstverlening op korte termijn niet. Tenslotte is er ook een belangrijke mijlpaal bereikt op het dossier ‘demarcatie kazernes’. De demarcatie legt vast welke partij (gemeente of VNOG) welke facilitaire en onderhoudstaken uitvoert in de kazernes, die in eigendom zijn (en blijven) van de gemeenten. Dit dossier loopt al geruime tijd.
De onderlinge afspraken zijn vastgelegd in een Regeling en de bijbehorende begrotingswijziging werd, na een zienswijzenprocedure en diverse overlegrondes met de gemeenten, vastgesteld (zie ook paragraaf 4.5.). Sinds 2018 hebben de jaren voor de VNOG een inhoudelijk en financieel bijzonder verloop. De VNOG heeft sindsdien nog geen gewoon exploitatiejaar gekend, zoals het effect van COVID-19 in 2020, 2021 en tot en met april 2022. Er is bovendien een groeiende onzekerheid in de wereld op allerlei 1 Baseline Informatievoorziening Overheden en de Algemene Verordening Gegevensbescherming (privacywetgeving)
Pagina 5 van 101
vlakken, zoals grondstofprijzen, stijgende energiekosten, klimaatverandering, cybercriminaliteit, (geopolitieke) instabiliteit, rente & inflatiestijging, etc. Dit heeft in potentie grote effecten op de voorbereiding van crisisbeheersing en op de realisatie van de begroting. De VNOG zelf is rustig, maar moet opereren in een onrustige wereld. Een zuivere analyse van begrotings- versus rekeningcijfers, die aanleiding zou kunnen geven tot het overwegen van structurele aanpassingen van de begroting en de gemeentelijke bijdragen, kan nu niet worden opgesteld. Het ligt in de rede om in de komende jaren de begroting de begroting te laten. Dit bevordert de begrotingsstabiliteit, waarbij verder aan de Toekomstvisie gestalte kan worden gegeven. Het Algemeen Bestuur kan bij de bestemming van het resultaat 2022, bij de Halfjaarrapportage 2023 en bij de begroting 2024 e.v. besluiten nemen hoe om te gaan met o.a. deze prijsstijgingen. Voor de eventuele overschotten na het samenstellen van de jaarrekening volgt een afzonderlijke en zuivere afweging bij het bestemmen van het resultaat van de jaarrekening. Leeswijzer Hoofdstuk 2 bevat een samenvattend overzicht van het resultaat 2022. De nadere onderbouwing van het resultaat, alsook de bereikte doelstellingen ten opzichte van de begroting 2022 vindt u terug in hoofdstuk 3.
Daar wordt per programma ingegaan op de bereikte doelstellingen en met welk resultaat het programma is afgesloten. Daarna volgen de verplichte paragrafen in hoofdstuk 4. Het tweede deel van de jaarstukken bevat de jaarrekening 2022. Dit deel is vooral financieel van aard. Eerst volgt de balans. In hoofdstuk 6 staat een totaaloverzicht met daarin het resultaat, gesplitst in ‘resultaat voor inzet reserves’ en ‘resultaat na inzet reserves’, zoals de wetgeving voorschrijft. Ook is hier een detailtoelichting op de resultaten per programma opgenomen. Tot slot volgen de waarderingsgrondslagen, een onderbouwing van de balans, diverse verantwoordingen en enkele bijlagen.
Pagina 6 van 101
2. Het resultaat 2022 Het jaar 2022 heeft voor VNOG een evenwichtiger verloop gekend dan de jaren 2020 en 2021. Ook in 2022 was echter nog sprake van een aantal crises waaronder nog deels COVID-19, Oekraïne en de algemene vluchtelingenproblematiek. In deze crises heeft VNOG voor de regio een coördinerende rol vervuld. Het evenwichtiger verloop toont zich in een financieel technisch resultaat van + € 2.360.000. Dit is 3,5% van de begrote lasten ad 66,1 miljoen euro. In de programmaverantwoording vanaf hoofdstuk 3 worden de resultaten van de diverse programma’s (na mutaties in de reserves) beschreven. Een voorstel tot bestemming van het resultaat wordt, zoals gebruikelijk in een afzonderlijk voorstel, voorgelegd aan het algemeen bestuur. Het resultaat wordt nader toegelicht bij de betreffende programma’s (in hoofdstuk 3 op hoofdlijnen inhoudelijk; hoofdstuk 6 bevat een verschillenanalyse). In navolgende tabel staan de jaarresultaten over 2020, 2021 en 2022 met een verklaring op hoofdlijnen: Verklaring resultaat op hoofdlijnen
2020
2021
2022
Verschil
Verschil
Verschil
Personeel
998.000
627.000
160.000
Vrijwilligers
1.950.000
1.303.000
390.000
Exploitatie (excl. COVID-19 uitgaven)
2.430.000
3.158.000
1.554.000
-617.000
-32.000
0
COVID-19 uitgaven (voor rekening VNOG) Kapitaallasten
-
-
0
Renteresultaat
168.000
200.000
256.000
4.929.000
5.256.000
2.360.000
Totaal
Op de personeelskosten wordt in 2022 een klein overschot van € 160.000 behaald op een budget van circa € 28,0 miljoen. Doordat in december 2022 conform de (toen nog van toepassing zijnde) CAOgemeenten een éénmalig bedrag aan de medewerkers werd uitgekeerd, is dit overschot lager dan bij de Halfjaarrapportage 2022 werd verwacht. Zowel de inhuuruitgaven als de inkomsten door het elders detacheren van VNOG-personeel liggen iets hoger dan destijds ingeschat. In het voorstel over de bestemming van het resultaat van de jaarrekening wordt conform afspraak het resultaat op de salarisbegroting, voor zover veroorzaakt door een verschil tussen de begrote loonindex en de werkelijke CAO-ontwikkeling (waaronder bovengenoemde december-uitkering), in beeld gebracht, vanuit de gedachte dat dit voor VNOG niet te beïnvloeden is. Structureel wordt dit verschil meegenomen bij de bepaling van de gemeentelijke bijdrage in de Kadernota. Op het vrijwilligersbudget van € 8,0 miljoen is een overschot behaald van € 390.000. Binnen dit overschot zat een “nadeel” van € 200.000 op de geraamde uren voor de uitruk (relatief veel uitrukuren). Dit bedrag wordt onttrokken aan de egalisatiereserve die het AB hiervoor heeft ingesteld. In een krappe arbeidsmarkt werkt de VNOG inmiddels toch met een bijna volle personele bezetting; waarbij een beperkt aantal vacatures bewust wordt opengehouden. Dat is goed nieuws.
Het lukt echter nog niet om alle activiteiten en projecten uitgevoerd te krijgen – hetgeen ook blijkt uit minder uitgaven dan begroot. Het grootste deel van het overschot betreft namelijk minder uitgaven op de exploitatiebudgetten, € 1.554.000 op een budget van circa € 20,0 miljoen.
Pagina 7 van 101
Met de uitvoering van de Toekomstvisie bevindt de VNOG zich in een overgangsperiode. Dit stelt de werkorganisatie voor een kwalitatieve en kwantitatieve uitdaging. Dit betreft onder andere vakbekwaamheid en materieel & logistiek. Het uitgevoerd krijgen van projecten op het gebied van bijvoorbeeld kazernes en interne informatievoorziening is evenzeer noodzakelijk. De directeur heeft daarom een voorstel in voorbereiding tot een personele impuls voor een periode van enkele jaren. Werken in een tijd van crises. Een aantal gevolgen… Ondanks de aanwezigheid van een aantal crises is de veiligheid niet in het geding gekomen; VNOG was operationeel en paraat. Wel is het zo dat minder-uitgaven van € 2.360.000 samenhangen met minder activiteiten en/of uitgestelde activiteiten. In de verschillenanalyse wordt dit gedetailleerd toegelicht. De belangrijkste punten: - De uitgaven voor de Opgave Zelfredzaam & Risicobewust inclusief project R!SQ (RCB) liggen lager, doordat afronding van deze werkzaamheden plaats vindt in 2023. - De uitgaven bij Materieel en Logistiek (BWZ) liggen lager voor kleding (vervanging in 2023) en onderhoud ademlucht (gepland in 2023). - De uitgaven bij Vakbekwaam blijven (BWZ) liggen lager als nasleep van COVID-19. - De uitgaven voor personeels- en organisatieontwikkeling, opleidingen en tweede loopbaanbeleid (BV) liggen lager dan geraamd.
- De uitgaven voor informatiebeheer (BV) liggen lager door een heroriëntatie op leveranciers, systemen en het aantal gebruikers. Hiernaast is het aantal projecten dat gelijktijdig uitgevoerd kan worden beperkt. Vergelijking met de Halfjaarrapportage 2022 In de Halfjaarrapportage 2022 (opgemaakt in augustus 2022) is een overschot van € 2.865.000 voorspeld. Het resultaat van deze jaarrekening is € 505.000 lager, namelijk € 2.360.000. Het verschil wordt onder meer veroorzaakt door éénmalige personeelskosten buiten de invloed van VNOG (uitbetaling december 2022 conform CAO) en door gestegen prijzen.
Pagina 8 van 101
I. Jaarverslag
Pagina 9 van 101
3. Programmaverantwoording Dit hoofdstuk bevat een nadere onderbouwing van het resultaat en de bereikte doelstellingen ten opzicht van de programmabegroting 2022. Per programma wordt ingegaan op de bereikte doelstellingen en wordt aangegeven met welk resultaat het programma is afgesloten.
Programma:
1. Risico- en Crisisbeheersing
Programmahouder:
mevr. A.H. Bronsvoort
Welke Opgaven voert Risico- en Crisisbeheersing primair uit? 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises 1. Zelfredzaam en risicobewust 2. Vakbekwaam en deskundig 3. Sterke informatiepositie Wat hebben we bereikt? 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises − De crisisorganisatie heeft flexibel, slagvaardig en outputgericht opgetreden. 1. Zelfredzaam en risicobewust a. Vergroting van de zelfredzaamheid en het zelf organiserend vermogen van de inwoners, bedrijven/instellingen en crisispartners in de regio, zodat zij goed zijn voorbereid op incidenten, rampen en crises. b. De ontvangers van onze risicogerichte adviezen zijn meer genegen om daadwerkelijk maatregelen te treffen, omdat zij risicobewuster zijn en vanuit een integraal risicobeeld handelen, vanuit de eigen verantwoordelijkheid. 2. Vakbekwaam en deskundig a. VNOG is beter toegerust om integrale veiligheidsadvisering conform de Omgevingswet te verlenen aan de gemeenten, zodat zij vroegtijdig ondersteund worden bij ontwikkelingen in het fysieke domein. b. De multidisciplinaire operationele functionarissen zijn adequaat opgeleid, getraind en geoefend, waarbij de risico’s uit het regionaal risicoprofiel leidend zijn. c. De lessen uit de opgedane Corona-ervaring zijn geïmplementeerd in de afdeling. 3. Sterke informatiepositie a.
Inzicht is verkregen in daar waar de meeste veiligheidswinst te behalen is door gegevens te verzamelen, te analyseren en beoordelen. b. VNOG heeft geadviseerd en geacteerd op basis van een actueel informatiebeeld, zowel bij risicoadvisering, voorbereiding op inzetten als gedurende inzetten. Wat hebben we ervoor gedaan? 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises. RCB heeft: − uitvoering gegeven aan het regionaal crisisplan, beleidsplan en risicoprofiel die in 2019/2020 zijn vastgesteld; − de afsprakenlijsten bij de convenanten met de crisispartners beheerd, bovenregionale samenwerking (met name in Oost-5 verband) en landsgrensoverschrijdende samenwerking geïntensiveerd;
Pagina 10 van 101
− −
gemeenten ondersteund in hun activiteiten als Oranje kolom door middel van het bureau Bevolkingszorg; zich ingezet voor de ondersteuning bij en de daadwerkelijk bestrijding van COVID-19 (eerste maanden) en de Oekraïne-/vluchtelingencrisis (en zijdelings ook vogelgriep/boerenprotesten) en flitscrises.
1. Zelfredzaam en risicobewust a. Vergroten van de zelfredzaamheid en het zelf-organiserend vermogen. RCB heeft: − gewerkt volgens een programmaplan Zelfredzaam & Risicobewust samen met andere VNOG-afdelingen, gemeenten, netwerkpartners en binnen andere publiek-private samenwerkingen; − regionale (publieks)campagnes georganiseerd op basis van de gedragsstrategie en geëvalueerd; − gewerkt aan een breed platform waar kennis vanuit de samenleving op specifieke terreinen wordt samengebracht en crisispartners bijeenkomen ter bevordering van het zelf-organiserend vermogen; − innovatieve projecten in het kader van veilig wonen ondersteund en bevorderd. Voorbeelden hiervan zijn de regio brede uitrol van het project Leefsamen, Brandbarometer en Ik-laad-accuraat; − diverse onderzoeken uitgevoerd op het gebied van risicobeleving van inwoners op het gebied van brandveiligheid en crises, mede in samenwerking met de GGD en Saxion Hogescholen; − in samenwerking met de gemeente Harderwijk een pilot uitgevoerd vanuit de samenhangende onderwerpen risicogericht voorlichten, risicogericht adviseren en risicogericht oefenen. b. Risicogericht adviseren.
RCB heeft: − gewerkt vanuit een activiteitenjaarplan; − gevraagd en ongevraagd advies uitgebracht op basis van de risico’s uit de periodiek herijkte risicoprofielen; − de Risico Analyse Monitor (RAM) en scenario’s gebruikt als hulpmiddel bij de advisering en het risicogesprek met burgers, instellingen en bedrijven; − een bijdrage geleverd aan de uitvoering van het programma ‘Gebiedsgerichte aanpak natuurbrandbeheersing’; − verder gebouwd aan goede samenwerkingsrelaties met onze 22 gemeenten, de omgevingsdiensten, GGD en Oost-5 en gewerkt aan nieuwe allianties om daarmee een basis te leggen voor integrale veiligheidsadvisering (o.a. gezondheid-, water-, milieu-, evenementen- en brandveiligheid) aan gemeenten. 2. Vakbekwaam en deskundig a. Voorbereiding Omgevingswet. RCB heeft: − uitvoering gegeven aan het strategisch opleidingsplan ‘vakbekwaam worden en blijven’ in relatie tot de Omgevingswet dat doorloopt in 2023. − Het Project Implementatie Omgevingswet succesvol afgerond en hierdoor randvoorwaarden georganiseerd voor het moment dat de Omgevingswet van kracht wordt. b. Vakbekwaamheid multi.
RCB heeft: − de netcentrische werkwijze in de crisisorganisatie onderhouden door middel van multidisciplinaire opleidingen, trainingen en oefeningen (GBT, ROT, COPI en de systeemtoets); − nieuwe wethouders getraind in hun (mogelijke) rol in de crisisorganisatie; − geleerd van oefeningen en inzetten; − het instellen van de expertteams voor en door Bevolkingszorg ondersteund. De eerste fase is van start gegaan en de tweede en derde fase zijn voorbereid en worden in 2023 operationeel.
Pagina 11 van 101
3. Sterke informatiepositie a. Inzicht in regionaal risicobeeld. RCB heeft: − gegevens verzameld, gekoppeld, geanalyseerd en beoordeeld t.b.v. het brandweer- en regionaal risicoprofiel, gewerkt aan (en met) een dynamisch, periodiek herijkt brandweer- en regionaal risicoprofiel; − gewerkt aan de implementatie van een nieuw procesbeheersysteem (zaaksysteem). In overleg met de leverancier is vastgesteld dat dit voor beide zijden niet het gewenste resultaat oplevert. De samenwerking is in goed overleg stopgezet. Voor de werkprocessen heeft VNOG een tijdelijke oplossing gevonden; een nieuwe aanbesteding voor een zaaksysteem wordt voorbereid. Aansluiting op het DSO wordt, indien nodig (afhankelijk van daadwerkelijke inwerkingtreding Omgevingswet), handmatig vormgegeven tot die tijd; − gewerkt aan en werkervaring opgedaan met een eerste versie van het samenwerkingsplatform VICC (Veiligheid Informatie en Coördinatiecentrum). Het VICC presenteert in één oogopslag de geduide situatie in VNOG ten aanzien van de risico’s uit ons risicoprofiel, zowel in de koude, lauwe en warme fase; − gewerkt aan de ontwikkeling van een informatieplatform R!SQ. In het project zijn de analyse- en ontwikkelfase doorlopen.
In het komende jaar volgt een pilot met een online platform dat reeds in andere veiligheidsregio’s in gebruik is; − een nieuw functioneel ontwerp gerealiseerd voor de Risico Analyse Monitor, passend bij de inhoudelijke update en gericht op klantvriendelijk gebruik; − ervaring opgedaan met het ontwikkelen en beheren van dashboards om de informatiepositie te versterken waaronder het dashboard rondom de opvang Oekraïne/vluchtelingen en een dashboard hitte & droogte. b. Informatiegestuurd werken. RCB heeft: − gerealiseerd dat object- en omgevingsinformatie vanuit verschillende databronnen eenduidig en tijdig bij operationele eenheden gebruikt wordt en gebruikt dit ook in de advisering; − gezorgd dat dienstdoende informatiemanagers de risico’s en dreigingen continu monitoren en dynamisch beschikbaar stellen aan de operationele organisatie (inclusief de netwerkpartners); − regionale pools onderhouden voor operationele informatievoorziening (informatiemanagers, informatie coördinatoren en plotters) en de faciliteiten die hiervoor nodig zijn; − vastgestelde operationele informatie voor alle crisisfunctionarissen digitaal beschikbaar gesteld via de in 2022 ontwikkelde bibliotheek ‘Operationele informatie’; − de contacten met de crisispartners verder versterkt door middel van jaargesprekken.
Indicatoren: hoe hebben we dit gemeten? Tweemaal per jaar zijn de prestaties op de Opgaven / een aantal doelstellingen gemeten via indicatoren op de prestatiekaart. De prestatiekaart staat in bijlage 3 van deze jaarstukken.
Pagina 12 van 101
Wat heeft het gekost?
Bedragen ( x € 1.000 )
Duizenden
Risico- en crisisbeheersing € 8.000
€ 6.000
Overige kosten
€ 4.000
Ingeleende/uitgeleende kosten
€ 2.000
Personeelskosten
€0
€ 2.000Begroting
Realisatie
Pagina 13 van 101
Programma:
2. Brandweerzorg
Programmahouder:
dhr. M. Boumans
Welke Opgaven voert Brandweerzorg primair uit? 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises 2. Vakbekwaam en deskundig 3. Sterke informatiepositie Wat hebben we bereikt? 0. Beperken en bestrijden − Alle 56 posten zijn volgens de paraatheidsregeling paraat. Brandweerzorg heeft: o incidenten bestreden en hulp geboden, altijd als er een beroep op ons werd gedaan; o project Crossfire opgestart (voor internationale samenwerking); o korpsavonden/ middagen gehouden (boeien en (ver)binden); o aanzet gedaan voor een leiderschapstraject (postcommandant van de toekomst); o Grootschalig Watervoorziening (GWV) geïmplementeerd; o planbureau opgestart en planprogramma ingericht waardoor totaaloverzicht van alle activiteiten van Vakbekwaamheid binnen Brandweerzorg beschikbaar is. − Materieel en materiaal is 24/7 beschikbaar geweest voor uitruk en vakbekwaam worden en blijven, dit conform het dekkings- en spreidingsplan. Er kan doeltreffend en veilig mee worden gewerkt. Brandweerzorg heeft: o een leverancier geselecteerd voor de levering van blusvoertuigen; o materieel afgevoerd en verplaatst op basis van het Materieel Spreidingsplan (MSP); o aantal dienstbussen en dienstvoertuigen vervangen; o eerste pas-sessie gehouden voor nieuwe operationele kleding. 2.
Vakbekwaam en deskundig − Het personeel is opgeleid en geoefend middels: o (door)ontwikkeling van de OVD-en en overige Brandweer piketfunctionarissen; o beter borgen van leren van incidenten; o twee brandweerposten opgeleid voor het uitrukken met een TS-FLEX waardoor de post niet structureel buiten dienst moet; o uniforme middelen Vakbekwaamheid ter ondersteuning van de brandweerposten. − Brandweerzorg heeft voorzien in adequate nazorg. − Brandweerzorg heeft de vijf jeugdgroepen van de Jeugdbrandweer VNOG ondersteund. 3. Sterke informatiepositie. − Voor het versterken van de informatiepositie is/zijn: o verschillende dashboards beschikbaar; o actuele KVT (kazerne volgorde tabel) beschikbaar; o aanbesteding gestart voor dynamisch alarmeren; o VNOG landelijk meer op de kaart gezet; o op een juiste en tijdige manier operationele informatie gedeeld; o informatie uit brandonderzoek aangedragen voor risicobewustwording, ter bevordering van het lerend vermogen en verdere data-analyse. − Brandweerzorg is betrokken geweest bij de vorming van de nieuwe meldkamer. Wat hebben we ervoor gedaan? 0. Beperken en bestrijden − Voor de paraatheid heeft Brandweerzorg: Pagina 14 van 101
o o
−
Postcommandanten gemonitord en met hen afgestemd; Voor project Crossfire een werkgroep en stuurgroep ingesteld en uitkomsten gedeeld. Hierbij zijn posten, medewerkers VNOG, leiding en bestuurders betrokken. Met bestuurders is afstemming georganiseerd; o Voor GWV een intern opleidingstraject opgestart en daar waar geïmplementeerd ook afgerond. Voor de beschikbaarheid van materieel en materiaal is: o veel energie gestoken in de planning en voortgang na de aanbestedingen voor het project vervanging blusvoertuigen. Dit moet er toe leiden dat de afname en oplevering aan de posten vloeiend verloopt; o gestart met de gedeeltelijke vervanging van de inventaris van bestaande blusvoertuigen en het in kaart brengen van de effecten voor M&L hiervan en van vervanging voertuigen; o ondersteuning geleverd bij de implementatie van O-bundels in de vorm van verplaatsing en reiniging van instructie materialen.
2. Vakbekwaam en deskundig − Opgeleid en geoefend personeel. De afdeling Brandweerzorg heeft: o de OvD-en bijgeschoold in situationele commandovoering en diverse bijscholingsmomenten georganiseerd voor de overige Brandweer piketfunctionarissen; o diverse webinars en leertafels gehouden met als doel het leren van incidenten waarbij de successen zijn gedeeld en de ontwikkelpunten benoemd; o opleidingsprogramma, filmpjes en ondersteunende materialen gemaakt voor de interne leergang TS-FLEX; o een SharePoint omgeving voor vakbekwaamheid ontwikkeld ter ondersteuning van de brandweerposten; o planprogramma ingericht en gevuld, zodat er een totaaloverzicht is van de vakbekwaamheidsactiviteiten binnen Brandweerzorg; o diverse trainingen (waarnemen, beoordelen, ensceneren, basisinstructeur en oefenleider) ingekocht en uitgerold ter ondersteuning van de brandweerposten. − Voor nazorg diverse 1e lijns bijeenkomsten, partneravonden en postavonden BOT (bedrijfs-opvangteam) georganiseerd. 3. Sterke informatiepositie. − Om de informatiepositie te versterken heeft Brandweerzorg: o dashboards ontwikkeld die inzicht geven in incidenten, uitrukken en vakbekwaamheid en aansluiten bij de diverse indicatoren voor brandweerzorg/bestuur; o update KVT doorgevoerd; o marktverkenning uitgevoerd voor wensen en eisen als het gaat om dynamisch alarmeren en de toekomstige ontwikkelingen.
Vanuit de marktverkenning zijn documenten gemaakt voor de opstart van de aanbesteding in 2023; o diverse processen en protocollen geactualiseerd en aangepast naar aanleiding van nieuwe inzichten en ontwikkelingen; o op diverse onderwerpen samenwerking (op)gezocht met omliggende regio’s; o in diverse landelijke vakraden zitting genomen voor een betere positionering van VNOG; o de briefingapp uitgerold voor operationele functionarissen waarin we belangrijke operationele informatie delen; o gewerkt aan het verdergaand positioneren van TBO (Team Brandonderzoek).
Pagina 15 van 101
Indicatoren: hoe hebben we dit gemeten? Tweemaal per jaar zijn de prestaties op de Opgaven / een aantal doelstellingen gemeten via indicatoren op de prestatiekaart. De prestatiekaart staat in bijlage 3 van deze jaarstukken. Wat heeft het gekost?
Pagina 16 van 101
Programma:
3. Geneeskundige Hulpverlenings-Organisatie in de Regio (GHOR)
Programmahouder:
mevr. M. Besselink
Welke Opgaven voert de GHOR primair uit? 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises 1. Zelfredzaam en risicobewust 2. Vakbekwaam en deskundig 3. Sterke informatiepositie Wat hebben we bereikt? 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises − De GHOR heeft zoveel mogelijk slachtoffers voorkomen en indien er toch slachtoffers waren, hen geneeskundige en psychosociale laten bieden; − De GHOR heeft voorzien in (structurele) advisering over veiligheid en gezondheid. 1. Zelfredzaam en risicobewust − De GHOR heeft in 2022 het regionaal zorgrisicoprofiel voorbereid. De oplevering hiervan vindt plaats in 2023. 2. Vakbekwaam en deskundig − De GHOR heeft een beperkte groep, goed opgeleide en geoefende, operationele functionarissen beschikbaar die samenwerken met de netwerkpartners. 3. Sterke informatiepositie − De GHOR heeft het informatiegestuurd werken in de witte kolom ingevuld; − De GHOR is gestart met de opbouw en inrichting van een voorziening waarmee permanente monitoring van het geneeskundig beeld en van de actuele beschikbaarheid van acute zorg mogelijk wordt. Wat hebben we ervoor gedaan? 0. Voorkomen, beperken en bestrijden − Voorkomen slachtoffers/bieden van zorg.
De GHOR heeft: o voorzien in een flexibele operationele organisatie (24/7); o samengewerkt met zorgorganisaties en multidisciplinaire partners; o haar netwerkpositie en kennis van de geneeskundige keten- en zorgpartners optimaal benut; o regelmatig deelgenomen aan drie Regionaal Overleggen Acute Zorg (ROAZ) en landelijke overlegvormen van GGD-GHOR-nl en de Corona Project Organisatie; o Taskforce Zorgcontinuïteit VNOG gefaciliteerd en in juni tot een einde gebracht; o Vijf subregionale zorgketen overleggen gestimuleerd en ondersteund; − Advisering. De GHOR heeft geadviseerd: o bij (grote) evenementen over omgevingsveiligheid en zorgcontinuïteit met in achtneming van de geldende COVID richtlijnen; o bij vaccinatielocaties en tijdelijke zorglocaties over veiligheid en continuïteit; o op zeven vormen van disbalans om zorgcontinuïteit te waarborgen voor de individuele zorginstelling. 1. Zelfredzaam en risicobewust − Afgelopen jaar zijn de regionale risico's voor de witte kolom onderzocht. Dit resulteerde in het Zorgrisicoprofiel dat inmiddels is opgeleverd aan de partners. Pagina 17 van 101
−
De GHOR neemt deel aan het programmateam ‘Zelfredzaam & Risicobewust’ van VNOG.
2. Vakbekwaam en deskundig − In verband met Covid-19 kon een gedeelte van het opleidings- en trainingsprogramma niet worden uitgevoerd. Dit is in april weer opgestart. − De GHOR heeft in multi-setting met kolompartners deelgenomen aan opleidings- en trainingsactiviteiten. 3. Sterke informatiepositie − Informatiegestuurd werken witte kolom. o De GHOR volgt de positionering en inrichting van de witte meldkamer(s) in de Landelijke Meldkamer op de voet, vanwege de invloed daarvan op de aansturing, opschaling en informatievoorziening binnen de witte kolom. o De GHOR heeft een voorziening ingericht voor capaciteitsmonitoring in de cure en care. o Daarnaast zijn de bestaande dashboarden doorontwikkeld. o Er heeft bij de ketenpartners een inventarisatie plaatsgevonden van de knelpunten die van invloed zijn op de doorontwikkeling van informatiegestuurd werken. − Starten met inrichting voorziening. o Implementatie Toekomstvisie: de GHOR heeft deelgenomen aan ontwikkeltrajecten binnen drie ROAZ-regio’s op het gebied van capaciteitsmonitoring. Indicatoren: hoe hebben we dit gemeten? Tweemaal per jaar zijn de prestaties op de Opgaven / een aantal doelstellingen gemeten via indicatoren op de prestatiekaart. De prestatiekaart staat in bijlage 3 van deze jaarstukken. Wat heeft het gekost?
Pagina 18 van 101
Programma:
4. Meldkamer Oost-Nederland, kolom brandweer
Programmahouder:
dhr. J.N. Rozendaal
Welke Opgaven voert de MON primair uit? 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises 2. Vakbekwaam en deskundig 3. Sterke informatiepositie Wat hebben we bereikt? 0. Voorkomen en beperken − De Meldkamer Oost-Nederland (MON) heeft in de eerste helft van het jaar een bijdrage geleverd aan de instandhouding van het regionaal brandmeldsysteem (RBS). Deze taken zijn overgedragen aan het bureau RBS. De MON heeft uitvoering gegeven aan het TOOM beleid van de VNOG waardoor er sprake is geweest van terugdringen van het aantal nodeloze automatische alarmeringen. 0. Bestrijden en 3. Sterke informatiepositie − De MON heeft meldingen efficiënt uitgevraagd en heeft zo snel mogelijk voorzien in de opstart van een adequaat optreden. − De MON heeft gezorgd voor alarmering van de juiste personen en eenheden; voor informatievoorziening aan de eenheden; voor juiste opschaling en regie gevoerd over de verbindingen. 2. Vakbekwaam en deskundig − De MON heeft gewerkt aan het vergroten van de kennis en vaardigheden van de centralisten. Overig − De MON heeft een bijdrage geleverd aan de totstandkoming van de nieuwe meldkamer. Wat hebben we ervoor gedaan? 0. Voorkomen en beperken − Bij een automatisch alarm heeft de MON (bij daarvoor van tevoren bepaalde abonnees) eerst de melding geverifieerd door middel van contrabellen.
− De MON heeft tot medio 2022 nevenwerkzaamheden uitgevoerd voor het openbaar brandmeldsysteem (o.a. acteerde MON op storingen en behandelde verzoeken tot testen van installaties). 0. Bestrijden − De MON heeft alle (acute) hulpvragen van burgers aangenomen (brandweerzorg en grootschalige incidenten) en de hulpvragen behandeld en gecoördineerd. − Op basis van uitvraag heeft de MON een hulpvraag effectief geclassificeerd en gezorgd voor een vakkundige, snelle en juiste alarmering van brandweereenheden. 0. Bestrijden en 3. Sterke informatiepositie − De brandweereenheden zijn door de centralist van de MON begeleid bij de inzet. − De centralist heeft gezorgd voor eerste beeldvorming op basis van de beschikbare informatie. − De MON heeft een faciliterende functie uitgevoerd voor de eenheden op straat. − De MON heeft daarbij een lifeline- en vraagbaakfunctie voor de hulpverleners gehad, daarom is de MON altijd bereikbaar geweest en heeft mee- en vooruitgedacht. − De MON heeft gefungeerd als knooppunt van informatiestromen. − De centralist heeft bij opschaling gezorgd voor het alarmeren van grootschalig optreden, de hoofdstructuur en andere instanties.
Pagina 19 van 101
−
Een aantal van de centralisten van de MON heeft een extra taak als calamiteitencoördinator (CaCo) op de meldkamer. Bij grotere (GRIP) incidenten heeft de CaCO gecoördineerd tussen de drie disciplines en gezorgd voor het eerste meldkamerbeeld. Dit is aangeboden aan de sleutelfunctionarissen in de hoofdstructuur van crisisbeheersing en rampenbestrijding.
2. Vakbekwaam en deskundig − De MON heeft haar centralisten geoefend in hun vaardigheden als centralist. − De MON heeft samen met de ketenpartners geoefend, waarbij de samenwerking tussen de meldkamer en het veld is beoefend. Overig: Goede totstandkoming Landelijke Meldkamer − Er is gewerkt aan de vormgeving en inrichting van de nieuw te vormen meldkamer in Oost-Nederland (MKON) voor vijf veiligheidsregio’s, onderdeel van de Landelijke Meldkamer Samenwerking. Als één van de partners neemt de MON deel aan dit proces en brengt arbeidscapaciteit in. In de nieuwe meldkamer worden de huidige meldkamers in de provincies Gelderland en Overijssel samengevoegd tot één. Deze wordt gevestigd in Apeldoorn. De nieuwbouw is in 2022 opgeleverd. In maart 2023 wordt de MKON operationeel. − Het algemeen bestuur van de VNOG had eerder al besloten te voldoen aan het verzoek van de andere vier veiligheidsregio’s om, onder voorwaarden en op basis van de geformuleerde uitgangspunten, het centrale werkgeverschap op zich te nemen voor het meldkamerpersoneel dat bij de MKON de gezamenlijke meldkamerfunctie voor brandweer en multidisciplinaire samenwerking invult en ondersteunt (het onderdeel MKBM (Meldkamer Brandweer-Multi) van de MKON).
De organisatie-inrichting van de MKON-MKBM en de overgang van de medewerkers naar VNOG is vastgesteld en voorbereid, waaronder, na een proces met de BOR en het BGO, het Organisatieplan, het Sociaal Plan, het definitieve plaatsingsplan en de roosterafspraken. Indicatoren: hoe hebben we dit gemeten? Tweemaal per jaar zijn de prestaties op de Opgaven / een aantal doelstellingen gemeten via indicatoren op de prestatiekaart. De MON levert voor een paar indicatoren informatie aan. De prestatiekaart staat in bijlage 3 van deze jaarstukken. Wat heeft het gekost?
Pagina 20 van 101
Pagina 21 van 101
Programma:
5. Bedrijfsvoering
Programmahouder:
dhr. H.J. van Schaik
Welke Opgaven voert Bedrijfsvoering primair uit? 3. Sterke informatiepositie 4. Een gezonde financiële basis en betrokken medewerkers Wat hebben we bereikt? 3. Sterke informatiepositie − Een goede informatiepositie van alle stakeholders (intern, bestuur, samenleving). De informatievoorziening is betrouwbaar, weerbaar en ‘bij de tijd’ ingericht. 4. Een gezonde financiële basis en betrokken medewerkers a. Een solide financiële positie en een rechtmatige en transparante financiële huishouding. b. Optimale facilitering van organisatie en medewerkers op gebied van huisvesting, services en projecten. c. Onze mensen richting, ruimte, vertrouwen geven om zich te ontwikkelen en resultaten te behalen, die burgers, bestuur en partners van de VNOG vragen. Wat hebben we ervoor gedaan? 3. Sterke informatiepositie. De afdeling Bedrijfsvoering (BV): − heeft gewerkt aan verdere versterking van de informatievoorziening. Er is ruim ingezet op Informatiemanagement en de ontwikkeling van dashboards en Business Intelligence. − heeft veel energie gestoken in het versnellingsprogramma voor Informatiebeveiliging en Privacy. We liggen op het door het bestuur vastgestelde schema. − heeft de informatiebeveiliging ingericht volgens de standaarden van de BIO.
o De inrichting van een Twin-Datacenter waarbij data op twee plaatsen staat, zodat bij uitval bedrijfscontinuïteit gegarandeerd is en een onafhankelijke dark-fiber verbinding, loopt nog. Afronding zal in 2023 plaats vinden o De implementatie van IAM tooling (Identity Acces Management) en RBAC tooling (Rolebased access control, waarmee individuen uitsluitend rechten krijgen op basis van hun rol) loopt vertraging op door onder meer internationale leveringsproblemen. Afronding staat voor de 1e helft 2023. o Door vaststelling van de Capstone Methodiek is het voortaan mogelijk om ook e-mails te bewaren binnen de daar aan gestelde eisen vanuit de archiefwet.
− heeft bijgedragen aan de integraliteit en kwaliteit van beleids- en bestuursvoorstellen; − heeft de raadsbetrokkenheid verder versterkt (bijeenkomsten voor (nieuwe) raadsleden (raadsevents) zijn georganiseerd); − zorgde voor (juridische) advisering; − coördineerde en verzorgde 24/7 de in- en externe communicatie (ten aanzien van de reguliere activiteiten van de VNOG en bij incidenten, rampen, crises); − ontwikkelde en beheerde content en communicatiemiddelen en waakte over uitstraling, huisstijl en relevantie van boodschappen voor de diverse stakeholders en doelgroepen; − heeft de nieuwe website en nieuwe (digitale) communicatiemiddelen ontwikkeld en online gebracht, zoals een digitaal magazine dat voor meerdere doeleinden ingezet kan worden; − heeft deelgenomen aan regionale en landelijke netwerken om te investeren in kennis en contacten; − heeft toezicht gehouden op-, geadviseerd over- en verzorgde de privacy en security (gegevensbescherming en informatiebeveiliging). Pagina 22 van 101
4. Een gezonde financiële basis en betrokken medewerkers. a. Een solide financiële positie & control. De afdeling BV: − zorgde voor de financiële-, contracten- en polis-administratie en adviseerde over financiën, verzekeringen, inkoop & aanbesteden en coördineerde het risicomanagement; − droeg zorg voor transparante en tijdige bestuurlijke informatievoorziening; − organiseerde en coördineerde de P&C cyclus en de totstandkoming van kadernota, meerjarenbegroting, halfjaarrapportage en jaarstukken (-verslag en -rekening); − stelde een intern beheersingsplan op en versterkte de uitvoering van verbijzonderde interne controle, onder meer in het kader van de komende rechtmatigheidsverklaring, die het DB vanaf boekjaar 2023 zelf moet afgeven; − onderhield contact met de accountant. b. Optimale facilitering van de organisatie en de medewerkers. De afdeling BV: − beheerde de locaties vanuit de gebruikersrol; − heeft gewerkt aan de invoering van een uniform toegangsbeheer; − optimaliseerde de werklocaties passend bij het nieuwe werken; − begeleidde het traject om te komen tot een demarcatie tussen gemeenten en VNOG (zie paragraaf 4.5.); − optimaliseerde training- en oefenlocaties in afstemming met afdeling Brandweerzorg; − is gestart met het project dat moet leiden tot een nieuw facilitair management systeem; − leverde input (t.b.v.
PvE’s, etc.) aan de gemeenten en adviseerde ten aanzien van nieuw- en verbouwprojecten van brandweerkazernes. c. Onze mensen richting, ruimte en vertrouwen geven om zich te ontwikkelen. De afdeling BV: − verzorgde de ondersteunende werkzaamheden voor personeelszorg, en -administratie. − Implementatie Toekomstvisie. De afdeling BV: o heeft HRM verder professioneel doorontwikkeld; o heeft verder ingezet op e-HRM, dat bijdraagt aan meer efficiency en kwaliteit in de interne werkprocessen HRM, het gebruiksgemak en de registratie en rapportage van/over personele gegevens/data en de formatie; o faciliteerde het eigen regie-schap van medewerkers op vitaliteit, loopbaan en mobiliteit in het kader van ‘werken aan duurzame inzetbaarheid’; o heeft de HR-werkplaats verder vormgegeven; o faciliteerde, adviseerde en ondersteunde het (lijn)management bij het organisch veranderproces ‘de Expeditie’ (organisatieontwikkeling), dat in juni formeel werd afgesloten. − faciliteerde programma’s voor vrijwilligers, samen met Brandweerzorg; − faciliteerde het Arbo beleid, mede op basis van de RI&E. Indicatoren: hoe hebben we dit gemeten? Tweemaal per jaar zijn de prestaties op de Opgaven / een aantal doelstellingen gemeten via indicatoren op de prestatiekaart. De prestatiekaart staat in bijlage 3 van deze jaarstukken.
Pagina 23 van 101
Wat heeft het gekost?
Pagina 24 van 101
Programma:
6. Directie, Control en Staf
Programmahouder:
dhr. A.J.M. Heerts
Welke Opgaven voeren Directie, Control en Staf primair uit? Directie, Control en Staf zijn verantwoordelijk voor alle Opgaven van VNOG en dragen zorg voor de ondersteuning van bestuur, directie en management. Dit betreft met name strategisch beleidsadvies, controle op het proces van planning en control, kwaliteit van besluitvorming en advisering over interne en externe communicatie. Wat hebben we bereikt? Opgaven 0. t/m 4. (alle opgaven) − Het behalen, behouden en monitoren van het in de Toekomstvisie-Opdrachten vastgestelde dienstverleningsniveau binnen de daarvoor beschikbaar gestelde middelen. o Ondanks technologische, economische en demografische veranderingen, is voortgang geboekt in het realiseren van de Opdrachten uit de Toekomstvisie, zie ook paragraaf 4.8. − Het informeren van het bestuur, de directeur en het management over de mate van besturing en beheersing in de organisatie. o Een tweetal voorlichtingsmomenten zijn gegeven voor raadsleden (raadsevents). Hierin zijn actuele thema’s die spelen bij VNOG via inspiratiesessies toegelicht. o Er is continue aandacht voor de kwaliteit van advisering over diverse onderwerpen aan directie en bestuur. − In control blijven stimuleren door middel van visitaties, uitvoeren van audits, toetsen van voorstellen resp. besluiten op uitvoerbaarheid, resp. uitvoering en adviseren van directie en bestuur.
o De Planning & Control cyclus is efficiënter ingericht, waarbij de Eerste en Tweede Financiële Verkenning zijn vervangen door een uitgebreide Halfjaarrapportage. o Een nieuwe prestatiekaart 2023 is uitgewerkt, waarin de door het AB gedane richtinggevende uitspraken alsook de voorzet voor de prestatie-indicatoren zijn meegenomen. o De organisatie is in control en houdt aandacht voor ontwikkelingen op dit vlak. Waar mogelijk worden verbeterslagen geïmplementeerd, onder meer op basis van aanbevelingen van de accountant. o De interne beheersing is verder ingericht. Wat hebben we ervoor gedaan? Directie: − heeft gestuurd op de realisatie van de Toekomstvisie-Opdrachten; o Meer Opdrachten uit de Toekomstvisie zijn afgerond en op lopende Opdrachten is vooruitgang gerealiseerd (zie paragraaf 4.8.). − heeft gestuurd op de ontwikkeling van de organisatie door middel van een organische veranderaanpak, genaamd ‘de Expeditie’; o Het organisch verandertraject is formeel afgerond; het organisch veranderen blijft leidend in de organisatieontwikkeling; o Een derde (en tevens laatste) groep ‘Professionals van de Toekomst’ is gestart.