A19 - Commissie bezwaarschriften gemeente Brummen - Jaarverslag 2024 D457365
Tekst van het document
Commissie bezwaarschriften gemeente Brummen
Jaarverslag 2024
Inhoudsopgave Inleiding
3
1. Instelling, samenstelling, taken en werkwijze van de commissie 1.1 Instelling commissie
4
1.2 Samenstelling
4
1.3 Secretariaat
4
1.4 Hoorzittingen en vergaderfrequentie
4
1.5 Taken
5
1.6 Werkwijze
5
2. De resultaten van 2024 2.1 Totaal aantal bezwaarschriften
7
2.2 De bezwaren per onderwerp
8
2.3 Adviezen 2.3.1
Algemeen
10
2.3.2
Werkproces commissie 2024
10
2.3.3
Doorlooptijden
2.3.3.1 Beslis- en adviestermijn algemeen
12
2.3.3.2 Overzicht doorlooptijden 2024
12
2.3.4
Beslissing op bezwaar en beroep
3. Conclusies en aanbevelingen
14 15
Jaarverslag 2024 Commissie bezwaarschriften Brummen 2
Inleiding Aan de raad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van de gemeente Brummen,
Voor u ligt het jaarverslag 2024 van de commissie voor de bezwaarschriften van de gemeente Brummen (hierna: de commissie). In dit jaarverslag vindt u informatie over het aantal ontvangen bezwaarschriften, de onderwerpen, de verdeling over de diverse rechtsgebieden en de uitgebrachte adviezen. Daarmee wordt inzichtelijk gemaakt hoeveel besluiten van de bestuursorganen - gemeenteraad, college van burgemeester en wethouders en de burgemeester - ter discussie zijn gesteld door er bezwaar tegen te maken en hoeveel van die besluiten al dan niet stand hielden in bezwaar. Daarnaast trekt de commissie aan de hand van de beschikbare gegevens in dit verslag enkele conclusies en geeft zij een aantal aanbevelingen. Dit jaarverslag biedt de commissie daarom enerzijds de gelegenheid verantwoording af te leggen over de manier waarop zij haar taak heeft uitgevoerd en kan anderzijds een hulpmiddel zijn voor de verbetering van de gemeentelijke besluitvorming door de signaal- en leerfunctie die van de bezwaarschriftenprocedure uitgaat. Brummen, 19 maart 2025 Namens de commissie voor de bezwaarschriften, de heer mr. R. Oosterhof voorzitter
Jaarverslag 2024 Commissie bezwaarschriften Brummen 3
1. Instelling, samenstelling, taken en werkwijze van de commissie 1.1 Instelling commissie De commissie is ingesteld op grond van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb), de Verordening commissie bezwaarschriften (hierna: de Verordening) en het besluit tot instelling van de commissie. De samenstelling en de werkwijze van de commissie is uitgewerkt in de Verordening. Met uitzondering van bezwaarschriften tegen personele besluiten en besluiten inzake belastingen of de Wet waardering onroerende zaken is de commissie bevoegd te adviseren over ieder bezwaarschrift dat aan de gemeentelijke bestuursorganen en de leerplichtambtenaar is gericht. 1.2 Samenstelling De commissie is een onafhankelijke externe adviescommissie, als bedoeld in artikel 7:13 van de Awb. Zij bestaat uit onafhankelijke en deskundige leden met een juridische, bestuurlijke en/of ambtelijke achtergrond, die niet werkzaam en/of woonachtig zijn binnen de gemeente Brummen. In 2024 was de commissie als volgt samengesteld: voorzitter: de heer mr. R. Oosterhof leden: mevrouw mr. A. Bijlsma mevrouw mr. M.D. Moeke mevrouw mr. G. Paling de heer mr. D. Pool De commissie vergadert in een wisselende samenstelling met een voorzitter en twee leden, bijgestaan door een ambtelijk secretaris.
De inzet van de commissieleden is mede afhankelijk van de geagendeerde bezwaarschriften en de aard van de besluiten waartegen de bezwaren zijn gericht. In 2024 zijn de heer Oosterhof, mevrouw Bijlsma en mevrouw Moeke met ingang van 1 januari 2025 herbenoemd voor een periode van twee jaar, zodat de samenstelling van de huidige commissie is gecontinueerd tot 31 december 2026. 1.3 Secretariaat De commissie wordt ambtelijk ondersteund door een secretariaat, bestaande uit: secretarissen: mevrouw S. Lampe mevrouw mr. J. Vovk administratieve ondersteuning: mevrouw A. Peters-Hoekman 1.4 Hoorzittingen en vergaderfrequentie De hoorzitting vormt een essentieel onderdeel van de bezwaarschriftenprocedure. Er wordt slechts bij uitzondering afgezien van het horen van een bezwaarmaker. Er moet dan bijvoorbeeld uit het bezwaarschrift zelf duidelijk blijken dat het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond is en dat er redelijkerwijs geen twijfel mogelijk is over deze conclusie. Verder kan het horen ook achterwege blijven indien een bezwaarmaker heeft verklaard geen gebruik te willen maken van het recht te worden gehoord. Zonder aanwezigheid van de bezwaarmaker kan de commissie in dat geval nog wel de vertegenwoordiger van het bestuursorgaan horen en bevragen. De commissie houdt in principe om de drie weken op een dinsdagavond haar hoorzitting.
Al naar gelang het aanbod van bezwaarschriften kan een extra vergadering worden ingepland of een hoorzitting komen te vervallen. De hoorzittingen zijn openbaar, tenzij het de behandeling van zaken in het kader van de Participatiewet, de Wet maatschappelijke ondersteuning, de Jeugdwet/Verordening Jeugdhulp en aanverwante onderwerpen betreft of anderszins privacygevoelige informatie ter sprake komt. In 2024 vergaderde de commissie dertien keer. Hierbij is één bezwaarschrift digitaal behandeld via Microsoft Teams, waarbij de vertegenwoordiger van het college en de commissie aansloten. De gemachtigde van bezwaarmaker had eerder laten weten geen gebruik te maken van de mogelijkheid gehoord te worden. Drie bezwaarschriften zijn gedeeltelijk digitaal behandeld. Dit wil zeggen dat iemand, zoals de gemachtigde van bezwaarmaker, een adviseur van het college of een vertegenwoordiger van het college, vanwege omstandigheden niet fysiek bij de hoorzitting aanwezig kon zijn en daarom online aansloot via Microsoft Teams. De overige aanwezigen waren fysiek aanwezig in de vergaderzaal. De overige hoorzittingen vonden fysiek plaats. Hoewel een digitale hoorzitting onder omstandigheden efficiënt kan zijn, hecht de commissie waarde aan het fysiek horen van partijen. Dit bevordert de communicatie.
Jaarverslag 2024 Commissie bezwaarschriften Brummen 4
1.5 Taken Artikel 7:11 van de Awb verplicht het bestuursorgaan het besluit waartegen het bezwaar is gemaakt, op grondslag van het bezwaar volledig te heroverwegen. De beoordeling in bezwaar mag dus niet beperkt blijven tot toetsing van de rechtmatigheid van het bestreden besluit, maar dient binnen de grenzen van de wet een volledig nieuwe afweging van feiten, omstandigheden en belangen te omvatten. De commissie dient bij haar beoordeling het besluit ook op de grondslag van het bezwaar volledig te beoordelen. Die verplichting tot volledige heroverweging is bedoeld om gebreken in het bestreden besluit te kunnen herstellen. Als de commissie gebreken constateert – bij de totstandkoming van dat besluit of in bijvoorbeeld de motivering – die volgens de commissie met instandhouding van het besluit nog te herstellen zijn, zal zij daartoe adviseren. In andere gevallen zal de aard van gebreken in het bestreden besluit zodanig kunnen zijn dat de commissie zal adviseren het besluit te herroepen en (zo nodig) een nieuw besluit te nemen.
De commissie ziet het daarnaast mede als haar taak om: - een bijdrage te leveren aan een goede verhouding tussen burger en bestuursorgaan; - naar de burger te luisteren, zodat hij zich gehoord voelt; - waar nodig, uitleg te geven over de relevante wet- en regelgeving; - waar mogelijk, partijen te stimuleren tot een gezamenlijke oplossing te komen; - (ongevraagd) aanbevelingen aan het bestuursorgaan te doen om de kwaliteit van besluiten te verbeteren. 1.6 Werkwijze Fase voor de hoorzitting Nadat bezwaarschriften bij de postregistratie worden geregistreerd, komen zij direct terecht bij het secretariaat van de commissie. Hierdoor houdt het secretariaat regie over de afhandeling van de ingediende bezwaarschriften. Het secretariaat toetst de ontvankelijkheid van het bezwaarschrift. Als er sprake is van formele gebreken wordt de bezwaarmaker in de gelegenheid gesteld deze te herstellen. Kleven er op het eerste gezicht geen formele gebreken aan, dan wordt het bezwaarschrift in behandeling genomen. Het secretariaat brengt de betrokken vakafdeling en eventuele derde-belanghebbenden (bijvoorbeeld een vergunninghouder) van de ontvangst van het bezwaarschrift op de hoogte. Regelmatig leidt een bezwaarschrift ertoe dat bezwaarmaker en de vakafdeling, voorafgaand aan een eventueel te plannen hoorzitting, (opnieuw) met elkaar in gesprek gaan.
Als het mogelijk is een probleem op te lossen door nadere toelichting of uitleg te geven over het besluit, het herstellen van een fout of het bieden van maatwerk, dan wordt de commissie niet om advies gevraagd over het bezwaarschrift. Kan het probleem niet worden opgelost, dan wordt het bezwaarschrift voorgelegd aan de commissie. In dat geval stelt het secretariaat namens de voorzitter van de commissie een vergaderdatum van de hoorzitting vast en verzoekt het de vakafdeling de op de zaak betrekking hebbende stukken aan te leveren. Nadat de vakafdeling de relevante stukken en het verweerschrift digitaal naar de commissie heeft gestuurd, nodigt de secretaris - behoudens in uitzonderingsgevallen – bezwaarmaker, eventuele derde-belanghebbenden en de vertegenwoordiger van het bestuursorgaan uit voor een hoorzitting bij de commissie. De hoorzitting Aan het begin van de hoorzitting geeft de voorzitter informatie over de taken en de werkwijze van de commissie. Hij legt de procedure uit en informeert dat het verslag van de hoorzitting niet meer schriftelijk wordt uitgebracht, maar dat er een audioverslag wordt gemaakt dat op verzoek kan worden toegestuurd. Alleen indien daartoe aanleiding is, wordt het audioverslag alsnog schriftelijk uitgewerkt.
In de verslagperiode is vijf keer om toezending van het audioverslag gevraagd: vier keer door bezwaarmakers en één keer door een derde-belanghebbende. Eén verslag is op verzoek van een bezwaarmaker schriftelijk uitgewerkt. Tijdens de hoorzitting kan de bezwaarmaker het bezwaar nader toelichten, kunnen de vertegenwoordigers van het bestuursorgaan hun standpunt verdedigen en kunnen er, afhankelijk van de inhoud van de zaak, ook derde-belanghebbenden worden gehoord. De commissieleden stellen daarnaast regelmatig nog nadere vragen aan alle partijen, over de besluitvorming en/of over de stukken in het procesdossier. Bij de beslissing op bezwaar moeten nieuwe informatie en gewijzigde omstandigheden steeds worden meegewogen. Hetzelfde geldt uiteraard voor het advies van de commissie. De commissie is afhankelijk van een volledige en tijdige informatievoorziening door partijen. Daarom dient het bestuursorgaan in het verweerschrift en tijdens de hoorzitting op nieuwe informatie en gewijzigde omstandigheden in te gaan. De tijdige informatie is nodig, zodat bezwaarmaker(s) en eventuele derde-belanghebbenden alle kans krijgen hierop voorafgaand en/of tijdens de hoorzitting adequaat op te reageren.
Jaarverslag 2024 Commissie bezwaarschriften Brummen 5
Indien een zaak zich er voor leent, stimuleert de commissie partijen om gezamenlijk tot een oplossing te komen. In de praktijk maken nagenoeg alle bezwaarmakers gebruik van de mogelijkheid om te worden gehoord. Fase na de hoorzitting Na de hoorzitting beraadslaagt de commissie achter gesloten deuren en neemt zij een standpunt in. Vervolgens werkt de secretaris naar aanleiding hiervan het advies uit. In het advies wordt eerst de ontvankelijkheid van het bezwaarschrift beoordeeld en vervolgens de inhoud van het besluit. Als alle betrokken commissieleden het eens zijn met dit advies wordt dit uitgebracht aan het bestuursorgaan. Nadat de commissie haar advies heeft uitgebracht, is het uiteindelijk het bestuursorgaan dat de beslissing op het bezwaarschrift neemt. Het advies van de commissie is hierbij niet bindend. Het bestuursorgaan kan van dit advies afwijken, maar moet de afwijking in de beslissing op bezwaar dan uitgebreid motiveren. Voor zover bekend, hebben de bestuursorganen in de verslagperiode alle adviezen van de commissie overgenomen. Bij toezending van de beslissing op het bezwaar wordt het advies van de commissie meegezonden aan bezwaarmaker(s) en eventuele derde-belanghebbenden. Tegen het besluit kan beroep worden ingesteld bij de bestuursrechter.
Jaarverslag 2024 Commissie bezwaarschriften Brummen 6
2. De resultaten van 2024 2.1 Totaal aantal bezwaarschriften In dit jaarverslag zijn niet de bezwaarschriften meegenomen die weliswaar als onderwerp ‘bezwaarschrift’ hebben, maar inhoudelijk een zienswijze of een klacht betreffen. Hoewel de commissie hier formeel een advies over kan geven, is in de gemeente Brummen afgesproken dat dit soort bezwaarschriften direct naar de vakafdeling gaan of naar de klachtencoördinator worden doorgestuurd. Vervolgens betrekt de betreffende vakafdeling deze als een zienswijze bij de besluitvorming of handelt de klachtencoördinator de klacht af. Als vooraf niet duidelijk is welke procedure de burger wil volgen, wordt aan hem de keuze voorgelegd. Het aantal ontvangen bezwaarschriften is in 2024 duidelijk lager dan in 2023 en vergelijkbaar met de daaraan voorafgaande jaren 2019 - 2022. Een vergelijking met voorgaande jaren levert de volgende overzichten op. Aantal ingediende bezwaarschriften 2015
85
2016
72
2017
49
2018
64
2019
47
2020
46
2021
51
2022
49
2023
73
2024
45
90 80 70 60 50 40 30 20 10 0 2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
2022
2023
2024
Jaarverslag 2024 Commissie bezwaarschriften Brummen 7
2.2
De bezwaren per onderwerp
In de onderstaande tabel is voor de afgelopen vijf jaar aangegeven, hoeveel van de ingediende bezwaarschriften onder dezelfde regelingen vallen. Hierbij is aansluiting gezocht bij de onderverdeling in de vorige jaarverslagen.
Onderwerp Participatiewet (Pw) incl. WerkFit-traject Minimabeleid Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) Jeugdwet (Jw) Subsidie/Algemene Subsidie Verordening Brummen (ASV) Verkeersbesluit/Wegenverkeerswet (WVW) Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) (bouw/strijdig gebruik) Omgevingswet (Ow) (bouw/strijdig gebruik) Wabo (uitweg) Wabo (kap) Ow (kap) Wet ruimtelijke ordening (Wro)/planschade Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg) Handhaving Wabo Handhaving Ow Omgevingsplan Handhaving Wet milieubeheer (Wm) Handhaving Ow Milieu Afvalstoffenverordening (ondergrondse afvalcontainers) Wet openbaarheid van bestuur (Wob) Wet open overheid (Woo) Wet basisregistratie gebouwen (BAG) Basisregistratie Personen (BRP) Leerlingenvervoer Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) Paspoortwet/Paspoortuitvoeringsbesluit (Ppw/PUN) Steunmaatregelen ivm Corona *** Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Algemene wet bestuursrecht (Awb) / Privacy Overige꙳ Totaal
2020 2021 19 19 2 3 2 7 1 1 6
6 3
1 1
4
6
4
1
1
2022 2023 2024 19 24 9 3 4 5 9 1 1 3 2 1 5 17 6 1 1 1 2 5 2 1 1 1 5 5 6 1 4 1 1 6
1 1 1 1 1
1 1 2
1 2
3
1 1
46
51
49
3 73
1 1 1 1 45
2020* in deze: tozo (tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers) / continuiteitsbijdrage zorgaanbieders tijdens corona 2021* in deze: tozo (tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers) / tonk (tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten) 2022* in deze: tozo (tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers) 2023 en 2024꙳ in deze: Routekaart wonen/grondstrategie raad
Jaarverslag 2024 Commissie bezwaarschriften Brummen 8
Opvallend is de diversiteit aan rechtsgebieden waarin in 2024 bezwaarschriften zijn ontvangen. Vergeleken met de voorgaande jaren zijn de ter discussie gestelde onderwerpen verruimd. In deze context merkt de commissie op dat de categorieën Omgevingswet bouw/strijdig gebruik, kap, handhaving omgevingsplan en milieu nieuw zijn opgenomen in de bovenstaande tabel. Dit heeft te maken met de inwerkingtreding van de Ow per 1 januari 2024, waardoor onder andere de Wabo en de Wm zijn vervallen. In 2024 zijn aan de commissie ter advisering zowel besluiten voorgelegd die nog onder de oude regeling, dus vóór de inwerkingtreding van de Ow, zijn genomen, als besluiten op grond van de Ow. Opmerkelijk is de flinke daling van ontvangen bezwaarschriften in het kader van de Pw. De commissie kan de vermindering niet verklaren. Zij heeft van het Activerium in Apeldoorn, dat in opdracht van de gemeente Brummen de Pw uitvoert, begrepen, dat deze tendens ook bij de andere, aangesloten gemeenten in 2024 terug te zien is. De commissie heeft het vermoeden dat bij de beoordeling van individuele situaties het evenredigheidsbeginsel en/of dringende redenen sterker worden toegepast dan in het verleden. Mogelijk dat maatwerk de doorslag geeft voor de daling. In het oog springt daarentegen de stijging van bezwaarschriften tegen besluiten op grond van de Wmo.
De commissie neemt aan dat dit te maken heeft met de toenemende hulpvraag bij inwoners van Brummen, waardoor in zijn algemeenheid een groter beroep wordt gedaan op Wmo-voorzieningen. De vergrijzing van de bevolking neemt toe en daarmee de hulpbehoevendheid. Onder andere moeten of willen cliënten langer thuis blijven wonen. Dit in woningen die regelmatig niet leeftijdsbestendig zijn en zodoende met woonvoorzieningen aangepast moeten worden, omdat doorstroom – vanwege gebrek aan geschikte alternatieve woningen – onvoldoende mogelijk is. Daarbij komt dat het college gehouden is om strenger te indiceren in het kader van bezuinigingen. Ook acht de commissie het aannemelijk dat cliënten mondiger worden en de weg naar een bezwaarschrift(enprocedure) sneller vinden dan in eerdere jaren. Voor het overige zijn er geen noemenswaardige uitschieters qua daling of stijging van ontvangen bezwaarschriften binnen een bepaald rechtsgebied vast te stellen. Over een aantal jaren bekeken is er altijd sprake van enige schommeling in de aantallen. De verdeling van de bezwaarschriften ziet er in 2024 als volgt uit:
2024 1 1
2
1 1 1
9
4 1 1
9 2
6
1
1
2 1
Pw ASV Ow (bouw/strijdig gebruik) Wro/planschade HH Ow milieu APV
1
Wmo WVW Wabo (uitweg) HH Wabo AVG Awb/Privacy
Jw Wabo (bouw/strijdig gebruik) Ow (kap) HH Ow omgevingsplan Wet dwangsom Overige
Jaarverslag 2024 Commissie bezwaarschriften Brummen 9
2.3
Adviezen
2.3.1
Algemeen
De adviezen van de commissie kunnen zijn: (kennelijk) niet-ontvankelijk, (kennelijk) ongegrond of gegrond, of een combinatie daarvan. In voorkomende gevallen kan de commissie het bestuursorgaan adviseren om opnieuw of nader onderzoek te doen en afhankelijk van de uitkomst van dit onderzoek een beslissing op het bezwaarschrift te nemen. Niet-ontvankelijk wil zeggen dat niet wordt voldaan aan de wettelijke vereisten voor het indienen van een bezwaarschrift en dat vervolgens niet wordt ingegaan op de inhoud van het bezwaar. Voorbeelden: er is geen sprake van een voor bezwaar vatbaar besluit, de indiener van een bezwaarschrift is geen rechtstreeks belanghebbende bij het besluit, het bezwaarschrift is (niet verschoonbaar) te laat ingediend of er is geen procesbelang (meer). Tot een ongegrondheid van het bezwaarschrift wordt geadviseerd indien het primaire besluit op de juiste wijze tot stand is gekomen. Kleine motiveringsgebreken kunnen in bezwaar worden hersteld en ontbrekende wettelijke bepalingen kunnen worden aangevuld en leiden dus niet perse tot een gegrondheid van het bezwaarschrift. Wanneer de commissie van oordeel is dat het bezwaarschrift gegrond moet worden verklaard, betekent dit (normaliter) dat het primaire besluit niet in stand kan blijven. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als het besluit in strijd is met wettelijke bepalingen of beleid.
Wanneer een besluit op een ondeugdelijke wijze tot stand is gekomen, kan dit ook leiden tot een gegrondverklaring van het bezwaar. Het is dan niet meer mogelijk om de geconstateerde gebreken in de bezwaarfase te herstellen. Ook adviseert de commissie over het toekennen van een proceskostenvergoeding als daarom door de (gemachtigde van) bezwaarmaker is gevraagd. De hoogte van de vergoeding is wettelijk bepaald in het Besluit proceskosten bestuursrecht. 2.3.2
Werkproces commissie 2024 (tot en met uitbrengen advies)
Zoals al eerder aangegeven, heeft de commissie in het verslagjaar dertien hoorzittingen gehouden. Hierbij heeft zij 22 bezwaarschriften behandeld, waarvan er zeven zijn ingekomen in 2023 en vijftien in 2024. Naar aanleiding van de in 2024 gehouden hoorzittingen heeft de commissie in 2024 achttien adviezen uitgebracht, waarbij in twee adviezen meerdere bezwaarschriften werden behandeld, omdat zij gericht waren tegen hetzelfde besluit dan wel betrekking hadden op handhavingszaken op dezelfde locatie. Eén bestreden besluit in het kader van de Wmo werd als gevolg van de hoorzitting herzien. Naar aanleiding van het gehoorde tijdens de hoorzitting heeft het college nader onderzoek gedaan naar de situatie van bezwaarmaker. Dit heeft geleid tot een gegrondverklaring van het bezwaarschrift en de herziening van het bestreden besluit. Hierdoor werd alsnog een woonvoorziening aan bezwaarmaker toegekend. Verder heeft de commissie begin 2024 een advies uitgebracht over een bezwaarschrift, waarvan de hoorzitting in december 2023 heeft plaatsgevonden. Daarnaast heeft de commissie in 2024 drie adviezen uitgebracht met het dictum “kennelijk niet-ontvankelijk”. In deze zaken heeft de commissie geen hoorzittingen gehouden. In deze bezwaarzaken kon horen niet bijdragen aan een ander oordeel over de niet-ontvankelijkheid van de bezwaarschriften.
Gelet hierop heeft de commissie afgezien van horen op grond van artikel 7:3 van de Awb.
Jaarverslag 2024 Commissie bezwaarschriften Brummen 10
De onderstaande tabel geeft inzicht in de uitkomsten van de in 2024 behandelde bezwaarschriften. INSTROOMbezwaren
Onderwerp Pw incl. WerkFit-traject
UITSTROOMbezwaren/ADVISERING
bezwaar primair besluit ingetrokken vooraad herzien n.a.v. bezwaar (bestreden besluit voorraad commissie advies: advies: advies: heroverweging, ingetrokken op verzoek commissie per ingekomen advies: advies: gedeeltelijk kennelijk niet- niet hoorzitting of (bestreden besluit verg.houder per 01-01-2024 in 2024 gegrond ongegrond gegrond ontvankelijk ontvankelijk legalisatie gehandhaafd) ingetrokken) 31-12-2024 9
3
4
Wmo
9
1
3
Jw
1
Woo
1
1 1
Wro/planschade
1
Ow (bouw/strijdig gebruik) Wabo (uitweg)
1
6
1 1 3
1 1
2
2 1
1
1
1
Handhaving Ow omgevingsplan
4
1
Handhaving Ow milieu
1
1
2
1
Handhaving Wabo
2
AVG Wet dwangsom
2 2
1
1
Awb/Privacy Overige (routekaart/grondstrategie raad)
1
Totaal
45
1
1 1
2
1 1 2 1 1
1 12
2
1
1
APV
2
1 2
Ow (kap)
5 1
1 6
1
1
ASV Verkeersbesluit/ Wegenverkeerswet (WVW) Wabo (bouw/strijdig gebruik)
2
1 5
13
2
3
2
12
7
2
11
Bijzonderheden De commissie heeft vastgesteld dat zij in het verslagjaar vaker dan in de voorgaande jaren in haar adviezen heeft aangeraden de wettelijke grondslag van een bestreden besluit aan te vullen of te corrigeren. Ook heeft zij regelmatig geadviseerd om de motivering aan te vullen. Hoewel dit niet meteen tot de gegrondheid van de bezwaren heeft geleid, is dit in strijd met artikel 3:47 dan wel artikel 3:46 van de Awb, en is dit in de beslissing op bezwaar te herstellen. Relatief hoog is het aantal door het college herziene besluiten op grond van de Pw en de Wmo in de fase van de heroverweging in verhouding tot het aantal ontvangen bezwaarschriften binnen deze rechtsgebieden. Uiteraard is het positief dat het college op die manier gemaakte fouten zelf herstelt; feit is echter dat de oorspronkelijke besluiten om welke reden dan ook onjuist zijn genomen en in bezwaar niet langer in stand konden blijven. In deze context merkt de commissie ook op dat zij in het verslagjaar binnen verschillende rechtsgebieden (bijvoorbeeld de Wmo en Ow kap) het college vaker heeft geadviseerd om nader onderzoek te doen en afhankelijk van de uitkomst van dat onderzoek een beslissing op een bezwaar te nemen.
Jaarverslag 2024 Commissie bezwaarschriften Brummen 11
2.3.3
Doorlooptijden
2.3.3.1 Beslis- en adviestermijn algemeen Doorlooptijden zijn belangrijk, omdat de Awb wettelijke beslistermijnen voorschrijft. Wanneer een bezwarencommissie is ingesteld moet het bestuursorgaan binnen 12 weken een beslissing op bezwaar nemen, gerekend vanaf de dag na het verstrijken van de bezwaartermijn (artikel 7:10, eerste lid, van de Awb). Omdat deze termijn in het algemeen met een externe bezwarencommissie niet haalbaar is, wordt in Brummen in nagenoeg alle gevallen de beslistermijn op grond van artikel 7:10, derde lid, van de Awb verdaagd met zes weken. Dit gebeurt doorgaans bij de bevestiging van de ontvangst van het bezwaarschrift. Dit betekent dat binnen 18 weken op een bezwaarschrift moet worden beslist. Verder uitstel is alleen mogelijk voor zover de bezwaarmaker daarmee instemt en eventuele andere belanghebbenden daardoor niet in hun belangen kunnen worden geschaad. Dit uitstel kan nuttig zijn indien partijen de mogelijkheid onderzoeken om alsnog tot een oplossing te komen. Volgens vaste jurisprudentie zijn de genoemde termijnen, termijnen van orde. Dat betekent dat het bestuursorgaan ook na afloop van de termijn nog rechtsgeldig op een bezwaarschrift beslist.
Naast het recht voor bezwaarmaker op een professionele en tijdige behandeling van het bezwaarschrift, is het werken binnen de wettelijke beslistermijnen echter ook van belang om niet geconfronteerd te worden met door de gemeente te betalen dwangsommen op grond van de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen. Op grond van deze wet verbeurt het bestuursorgaan bij het uitblijven van een tijdige beslissing – na een schriftelijke ingebrekestelling door een belanghebbende – een dwangsom voor elke dag dat het in gebreke is een beslissing te nemen. Deze dwangsom kan oplopen tot maximaal € 1.442. Voor het bestuursorgaan is het dan ook van groot belang om tijdig te beslissen op een bezwaarschrift. Hoewel de zorg voor een tijdige beslissing op een bezwaar primair bij het bestuursorgaan berust, telt de behandeltermijn bij de commissie hierbij wel mee. Het halen van de beslistermijnen is hiermee een gezamenlijke verantwoordelijkheid van het betreffende bestuursorgaan en de commissie. De commissie zet zich – voor zover zij daarop invloed heeft - daarom in om de behandelduur van bezwaarschriften zo kort mogelijk te houden. Dit is een voortdurend punt van aandacht door de jaren heen en dus ook voor 2024. 2.3.3.2 Overzicht doorlooptijden 2024 60
50
40
30
20
10
0 Te behandelen bezwaren 2024 (openstaand 2023 + ontvangen 2024)
Doorlooptijd <12 wk
Doorlooptijd >12 wk < 18 wk
Doorlooptijd > 18 wkn
31-12-2024 nog in behandeling bij commissie
31-12-2024 nog geen b.o.b. college
Uit het vorenstaande diagram is te concluderen dat van de in 2024 te behandelen bezwaarschriften 40% binnen de wettelijke termijnen zijn afgehandeld. Let op: Dit percentage is feitelijk iets hoger. Van de bezwaarschriften die op 31 december 2024 in de werkvoorraad van de commissie dan wel van het college waren, zal een deel in 2025 ook binnen de wettelijke termijnen worden afgehandeld. Jaarverslag 2024 Commissie bezwaarschriften Brummen 12
Hieronder volgt voor de afgelopen vijf jaar een vergelijking van de bezwaarschriften die binnen de wettelijke termijn zijn behandeld.
Percentage behandelde bezwaarschriften binnen de wettelijke termijn 70 60 50 40 30 20 10 0 2020
2021
2022
2023
2024
Doorlooptijd tussen ontvangst bezwaarschrift en hoorzitting In 2024 duurde het gemiddeld elf weken voordat een bezwaarschrift op een hoorzitting van de commissie werd behandeld. Dit is twee weken korter dan 2023 (dertien weken) en twee weken langer ten opzichte van 2022 en 2021, waarin de gemiddelde doorlooptijd tussen ontvangst van een bezwaarschrift tot de hoorzitting telkens rond de negen weken lag. De redenen hiervoor zijn divers: zo is er door het college bijvoorbeeld in meerdere zaken uitstel gevraagd van het inplannen van een hoorzitting vanwege inspanningen om er (alsnog) onderling uit te komen met bezwaarmaker(s); meerdere malen is door gemachtigden van bezwaarmakers gevraagd om de termijn voor het aanleveren van bezwaargronden en stukken te verlengen; door de omvang van diverse dossiers en werkdrukte bij vertegenwoordigers van het college kon in sommige zaken het verweerschrift met stukken niet eerder aangeleverd worden, zodat een hoorzitting pas op een later moment kon plaatsvinden; door personele knelpunten bij diverse vakafdelingen was er voor sommige zaken tijdelijk gewoonweg geen vakspecialist beschikbaar om bezwaarschriften inhoudelijk op te pakken, te beoordelen en het verweer te voeren; in enkele gevallen moest na ontvangst van het bezwaarschrift in het kader van de herbeoordeling van het bestreden (Wmo)besluit (opnieuw) een (medisch) onderzoek naar de
situatie van bezwaarmakers plaatsvinden; soms waren persoonlijke omstandigheden bij bezwaarmakers of bij vertegenwoordigers van het college aanleiding tot het uitstellen van een hoorzitting; in een uitzonderlijk geval lag een bezwaarschrift ruim een jaar onopgemerkt in de werkvoorraad van een vakafdeling en is om die reden niet tijdig en adequaat opgepakt. Doorlooptijd tussen hoorzitting en uitbrengen advies commissie De gemiddelde doorlooptijd, waarbinnen de commissie een advies heeft uitgebracht, was in 2024 ongewijzigd ten opzichte van de voorgaande jaren. Gemiddeld brengt de commissie binnen drie weken na de hoorzitting haar advies uit aan het college. Doorlooptijd tussen uitbrengen advies commissie en beslissing op bezwaar Het college/de raad hebben in 2024 gemiddeld binnen tien weken na het uitbrengen van het advies door de commissie een beslissing op bezwaar genomen. Dit is langer vergeleken met de voorgaande jaren: 2023 (negen weken), 2022 (zes weken), 2021 (vijf weken), 2020 (vier weken), 2019 (drie weken) en 2018 (drie weken). Jaarverslag 2024 Commissie bezwaarschriften Brummen 13
2.3.4 Beslissing op bezwaar en beroep De commissie ontvangt graag informatie over de beslissingen op bezwaar en eventuele uitspraken van rechters in (hoger) beroep. Op deze manier houdt zij het overzicht hoe er wordt omgegaan met haar adviezen. Voor zover bekend, heeft het college dan wel de raad in 2024 alle adviezen van de commissie gevolgd. De verantwoordelijkheid van de commissie houdt op na het uitbrengen van het advies. Toch vindt zij het van belang om te kijken naar het aantal gerechtelijke procedures, dat wordt ingesteld tegen de beslissingen op bezwaar en de uitspraken van de rechter met betrekking tot deze zaken. De uitspraken zijn immers een graadmeter voor de juistheid van de adviezen en de commissie vindt het belangrijk om hier zelf van te leren. In 2024 zijn in twee handhavingszaken, waarbij in 2022 dan wel in 2023 beroep is ingesteld bij de rechtbank Gelderland, lopende de beroepsprocedures de lasten onder dwangsom alsnog ingetrokken door het college. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in een hoger beroepzaak in het kader van de Paspoortwet, waarin de commissie de burgemeester in 2020 heeft geadviseerd, in het verslagjaar uitspraak gedaan en het hoger beroep ongegrond verklaard. De overige beroepzaken tegen beslissingen op bezwaren uit voorgaande jaren lopen nog bij de rechtbank Gelderland.
In 2024 is vijf keer beroep ingesteld bij de rechtbank Gelderland tegen beslissingen op bezwaren. Eén van deze zaken is doorgestuurd naar de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State als bevoegde instantie. In één beroepzaak heeft de rechtbank geoordeeld onbevoegd te zijn en dat het beroepschrift door het college als bezwaarschrift moet worden opgepakt. De overige beroepzaken zijn nog in behandeling bij de rechtbank.
Jaarverslag 2024 Commissie bezwaarschriften Brummen 14
3. Conclusies en aanbevelingen Samenvatting van conclusies en aanbevelingen: • De commissie hecht waarde aan een goede ambtelijke vertegenwoordiging. In het verslagjaar was de vertegenwoordiging op één uitzondering na doorgaans goed, zowel in de voorbereidende fase als ter hoorzitting. De ambtelijke vertegenwoordigers zijn nagenoeg altijd goed voorbereid, ter zake kundig en voelen zich betrokken bij de bezwarenprocedure. Voor de situatie waarin de vertegenwoordiging niet van het gewenste niveau was, wil de commissie het college meegeven dat hierdoor bij bezwaarmakers en derde-belanghebbenden het beeld van een ondeskundige, ongeïnteresseerde en niet betrokken gemeente kan ontstaan. Zij beveelt daarom aan nieuwe en/of onervaren medewerkers hierin te scholen en/of te begeleiden. •
De commissie ontvangt voorafgaand aan de hoorzitting van de vakafdeling het procesdossier. Ook maakt een schriftelijke toelichting op het bestreden besluit met een reactie op de naar voren gebrachte bezwaren onderdeel uit van dit dossier, wat de commissie op prijs stelt. Over het algemeen zijn de aan de commissie beschikbaar gestelde procesdossiers tijdig en compleet aangeleverd. De commissie wil echter een uitzondering in het kader van de Ow kap signaleren. In deze zaak zaten niet alle relevante stukken, die voor een inhoudelijke beoordeling nodig en belangrijk waren, in het procesdossier. Met name ontbraken er onderzoeksrapporten van verschillende partijen. Hierdoor wordt een inhoudelijke beoordeling door de commissie moeilijk dan wel onmogelijk gemaakt. Daarnaast kan bij bezwaarmakers en derde-belanghebbenden het beeld ontstaan dat het college een ‘ingekleurd’ procesdossier voor de toets door de commissie overhandigt, waardoor niet alle feiten en omstandigheden ter discussie worden gesteld. Ook in het kader van een betrouwbare overheid is dit niet wenselijk en daarom vraagt de commissie hier aandacht voor.
•
In deze context wijst de commissie in het kader van de AVG er nogmaals op dat de overhandigde dossiers alleen informatie mogen bevatten die de commissie voor de behandeling van de bezwaarschriften ook daadwerkelijk nodig heeft. Telefoonnummers, e-mailadressen etc. van privépersonen dienen te worden geanonimiseerd.
•
De kwaliteit van de primaire besluitvorming is over het algemeen goed (zie aantallen advies ‘ongegrond’). Zoals de commissie eerder al heeft opgemerkt, heeft zij in het verslagjaar vaker dan in de voorgaande jaren geadviseerd om de wettelijke grondslag van een bestreden besluit aan te vullen of te corrigeren. Ook heeft zij regelmatig geadviseerd om een motivering aan te vullen. Een goede, uitgebreide en deugdelijke motivering kan in sommige situaties (mogelijk) een bezwaarschrift voorkomen en voor meer duidelijkheid en begrip zorgen bij belanghebbenden. Vooral in situaties, waarbij belangenafwegingen aan de orde zijn, moet duidelijk worden welke belangen met welk gewicht tegen elkaar afgewogen zijn en waarom. Dit blijft – net als in voorgaande jaren – een blijvend aandachtspunt.
•
Ook wil de commissie de noodzaak benadrukken van een juist, zorgvuldig en volledig onderzoek naar alle feiten en omstandigheden in een concrete situatie voordat een besluit wordt genomen. Dit geldt voor alle rechtsgebieden. In deze samenhang verwijst zij echter expliciet naar Wmo-zaken in 2024, waarbij het verhuisprimaat ter discussie werd gesteld. Volgens jurisprudentie ligt de plicht tot onderzoek primair bij het college en kan deze niet worden ‘afgewimpeld’ op (uitsluitend) de cliënt. De commissie vraagt het college in deze context ook om de geldende “Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Brummen 2022” in het licht van deze jurisprudentie op juistheid te controleren en waar nodig aan te passen.
•
De commissie beveelt aan om blijvend aandacht te houden voor een goede archivering en vindbaarheid van stukken. Zoals uit de besproken Woo-zaken blijkt, kan een zoektocht naar documenten, rapporten, (interne) e-mails etc., die onder een Woo-verzoek vallen, voor de Woo-coördinatoren lastig zijn, zeker bij vertrokken medewerkers.
•
In de gemeente Brummen is het digitaal indienen van bezwaarschriften formeel nog niet mogelijk. Nu de digitale ontwikkelingen steeds sneller vorderen, stelt de commissie nogmaals voor om te overwegen dat bezwaarschriften digitaal met DigiD ingediend kunnen worden. De DigiD vervangt als ware dan de zogenaamde “natte handtekening”, dat als bewijs dient dat het bezwaar werkelijk door of namens de indiener is opgesteld.
•
Ten slotte wil de commissie wederom de beslistermijnen onder de aandacht brengen. Het halen van de beslistermijnen is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van het betreffende bestuursorgaan en de
Jaarverslag 2024 Commissie bezwaarschriften Brummen 15
commissie. De commissie zet zich in om de behandelduur van bezwaarschriften zo kort mogelijk te houden. Zij vraagt ook het bestuursorgaan om aandacht voor de beslistermijnen en indien deze niet gehaald worden om deze tijdig aan te houden/te verdagen. De commissie heeft geconstateerd dat de beslistermijnen ook in 2024 (wederom) zijn opgelopen en vindt het zorgelijk dat maar rond 40% van de bezwaarschriften binnen de wettelijke termijnen worden afgehandeld. Met name duurde het (gemiddeld) langer dan in de voorgaande jaren dat na het uitbrengen van het commissieadvies de uiteindelijke beslissing op het bezwaar werd genomen. Het is bedenkelijk en voor de commissie ook niet geheel verklaarbaar dat en waarom er in het verslagjaar gemiddeld tien weken over werd gedaan. Alhoewel de commissie zich uiteraard kan voorstellen dat door capaciteitsgebrek en personeelstekort, prioritering en extra taken de werkdruk bij de ambtelijke organisatie en de bestuursorganen hoog is, zo moet het toch een gezamenlijk streven zijn om de wettelijke beslistermijnen te halen. Dit omdat bezwaarmakers recht hebben op een professionele en tijdige behandeling van het bezwaarschrift. Ook het risico dat de bestuursorganen bij niet tijdig beslissen lopen om dwangsommen te verbeuren op grond van de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen, zal een prikkel moeten zijn om de afhandeling te versnellen.
Dit om mogelijke financiële consequenties en de extra werkdruk, die inkomende ingebrekestellingen met zich mee brengen, te voorkomen.
Jaarverslag 2024 Commissie bezwaarschriften Brummen 16