A15 - VNOG - Programmabegroting VNOG 2024 - 2027 D418169
Tekst van het document
Vakbekwaam en deskundig − De GHOR investeert samen met de regionale ambulancevoorziening (RAV) en het Nederlandse Rode Kruis in het opleiden, trainen en oefenen van alle functionarissen in hun rol binnen de GGB (Grootschalige Geneeskundige Bijstand). − Er wordt ingezet op de doorontwikkeling van digitale, innovatieve werkvormen zoals het actief delen van kennis met de operationele functionarissen in b.v. kennissessies. − Door het aanbieden van individuele leertrajecten, inzetevaluatie en registratie van oefeningen en trainingen wordt de vakbekwaamheid van operationele functionarissen en teams bevorderd en geborgd. − Er wordt ingezet op activiteiten gericht op zelfredzaamheid en burgerparticipatie. − Participatie en samenwerking met partners in de witte keten en de veiligheidsregio’s op Oost 5 niveau vinden plaats. − Het volgen van ontwikkelingen voor de crisisorganisatie van de meldkamer MKON. − Het ontwikkelen en implementeren van een nieuw model voor de OVDG functie. 3. Sterke informatiepositie.
De GHOR: − volgt de positionering en inrichting van de witte meldkamer(s) in de Landelijke Meldkamer (LMS) op de voet, vanwege de invloed daarvan op de aansturing, opschaling en informatievoorziening binnen de witte kolom; − draagt bij aan de verdere versterking van de netcentrische werkwijze binnen de witte kolom door middel van opleiden, trainen en oefenen met ketenpartners in het gebruik van LCMS-GZ; Pagina 23 van 78
− − − − −
neemt deel aan het project Witte Informatiebron Oost-5, waarmee permanente monitoring van het geneeskundig beeld en van de actuele beschikbaarheid van acute zorg mogelijk wordt; sluit aan bij andere regionale initiatieven van ketenpartners rondom informatievoorziening ten behoeve van een sterke informatiepositie; werkt samen met GHOR afdelingen en Acute Zorgregio’s aan de doorontwikkeling op schaalgrootte Oost-5; draagt bij aan de doorontwikkeling van het VICC (Veiligheids Informatie en Coördinatiecentrum) binnen VNOG; Implementatie Toekomstvisie: De GHOR faciliteert het op incidentlocatie beschikbaar hebben van informatie uit de witte kolom en zoekt daarbij de samenwerking binnen de VNOG.
Indicatoren: hoe gaan we dat meten? Op de prestatiekaart worden twee keer per jaar een aantal geleverde prestaties van de afdeling via indicatoren toegelicht. De prestatiekaart is een onderdeel van de halfjaarrapportage en de jaarrekening. De kaart is ingedeeld volgens de Opgaven van de VNOG, die ook de grondslag van deze begroting vormen. Middelen: welke middelen hebben wij daarvoor beschikbaar? Product
L/B
Personele kosten
Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo
Overig
Rente en afschrijving
Mutatie(s) reserve(s)
Totaal saldo baten en lasten
Realisatie 2022
Raming 2023
Raming 2024
Raming 2025
Raming 2026
Raming 2027
1.076.745 -1.076.745 30.519 662.298 -631.779
1.221.800 -1.221.800 48.000 731.000 -683.000
1.264.600 -1.264.600 48.000 776.000 -728.000
1.264.600 -1.264.600 48.000 776.000 -728.000
1.264.600 -1.264.600 48.000 776.000 -728.000
1.264.600 -1.264.600 48.000 776.000 -728.000
0 0
19.100 -19.100
26.900 -26.900
26.600 -26.600
26.300 -26.300
-1.904.800
-2.011.700
-2.019.500
-2.019.200
-2.018.900
-1.904.800
-2.011.700
-2.019.500
-2.019.200
-2.018.900
-1.708.525
Mutaties reserves 3.0 GHOR
Saldo reserves Resultaat
Baten Lasten Saldo
21.000 21.000 21.000 -1.687.525
Pagina 24 van 78
Programma:
4. Meldkamer Oost-Nederland (MKON) – Meldkamer Brandweer / Multidisciplinaire samenwerking (MKONMKBM)
Programmahouder:
dhr. J.N. Rozendaal
Welke Opgaven voert de MKON-MKBM primair uit? 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises 2. Vakbekwaam en deskundig 3. Sterke informatiepositie De meldkamer is dé betrouwbare verbinding tussen de hulpverlening en de bevolking en werkt als meld-, regel- en coördinatiecentrum, waar alle meldingen van brandweer, politie en geneeskundige zorg binnen komen. De meldkamer alarmeert de hulpverleningsdiensten, stuurt deze aan en verzorgt de multidisciplinaire opschaling. De Meldkamer Oost-Nederland (MKON) bedient Gelderland en Overijssel en is actief sinds eind maart 2023. De MKON is gevestigd in Apeldoorn. De MKON functioneert binnen de Landelijke Meldkamersamenwerking (LMS), die de meldkamervoorzieningen levert, namelijk het gebouw en de ICTinfrastructuur. De ondersteunende taken op het gebied van Facilitair en IV/ICT zijn ook bij LMS georganiseerd. Een zelfstandig organisatieonderdeel binnen de MKON is de Meldkamer Brandweer/Multidisciplinaire samenwerking (MKBM). Deze MKBM valt onder verantwoordelijkheid van de vijf veiligheidsregio’s in Gelderland en Overijssel. De MKBM verzorgt de meldkamerfunctie van de brandweertaak en ten behoeve van de rampenbestrijding, de crisisbeheersing en de GHOR.
Het centrale werkgeverschap voor de MKBM is door de vijf veiligheidsregio’s belegd bij VNOG; de medewerkers zijn dan ook bij VNOG in dienst en uitgaven verlopen via de VNOG-begroting. Hoewel georganiseerd binnen VNOG als werkgever van het meldkamerpersoneel, bepalen de vijf veiligheidsregio’s wat er door de MKBM geleverd wordt. Het functioneren van de MKBM valt onder hun gezamenlijke verantwoordelijkheid. Naast het werkgeverschap voert VNOG als werkgever bepaalde bedrijfsvoeringtaken voor de MKBM uit, waaronder financiën, HRM, administratie en secretariële ondersteuning (die bij VNOG binnen de afdeling Bedrijfsvoering georganiseerd zijn), opleidingen, bijscholingen, bepaalde oefeningen, personele aangelegenheden, arbo, verzekeringen, persoonlijke ICT-middelen en licenties. De vijf algemeen besturen van de betrokken veiligheidsregio’s hebben een Organisatieplan voor hun MKBM vastgesteld, waarin doelen, taken, activiteiten, structuur, governance, financiën, etc. zijn beschreven. Daarnaast is ook een convenant afgesloten tussen de veiligheidsregio’s, zoals de Wet voorschrijft. De navolgende beleidstekst put uit het vastgestelde Organisatieplan. Beleidsdoelen: wat willen we bereiken per Opgave? 0.
Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises − De wettelijke kerntaak is leidend: het 24/7 aannemen, verwerken en begeleiden van noodmeldingen uiteenlopend van kleine incidenten tot rampen en crises. − De keten van melding, alarmering en begeleiding is snel en betrouwbaar en de continuïteit is gegarandeerd.
Pagina 25 van 78
−
De beschikbaarheid 24/7 van de operationele taak van Calamiteitencoördinator (Caco) is gegarandeerd.
2. Vakbekwaam en deskundig Vergroting van de kennis en vaardigheden van de medewerkers MKBM. 3. Sterke informatiepositie − Hoogwaardige informatievoorziening vanuit de meldkamer om de inzet van de hulpdiensten op straat zo goed mogelijk te laten verlopen. − Een bijdrage leveren aan het actuele veiligheidsbeeld van de veiligheidsregio’s. − Inspelen op de landelijke ontwikkeling van de meldkamers naar informatieknooppunten, door het ontwikkelen en verbeteren van (nieuwe) informatiestromen. Activiteiten: wat gaan we daarvoor doen? 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises − De centralist meldkamer is verantwoordelijk voor het aannemen, verwerken, uitgeven en afhandelen van alle meldingen voor de vijf veiligheidsregio’s. − Er wordt voorzien in een rooster (beheer en bewaking). − De functie van Calamiteitencoördinator wordt ingevuld door vrijgestelde CaCo’s. De taken van de CaCo zijn wettelijk bepaald als functioneel coördinerend op de meldkamer bij (dreigende) grootschalige alarmering/opschaling met twee kerntaken: coördineren van de multidisciplinaire samenwerking en het multidisciplinair afstemmen en delen van informatie. Daarnaast heeft de CaCo een rol in de bewaking van de continuïteit van de meldkamer als geheel. 2.
Vakbekwaam en deskundig Er wordt voorzien in ondersteunende functies voor opleiden/oefenen, operationele voorbereiding en kwaliteitszorg; deze worden uitgevoerd als vrijgestelde medewerkers. De volgende activiteiten worden uitgevoerd: − (Mede) ontwikkelen van beleid en voeren van regie op het mono- en multidisciplinair oefenen; − Opstellen en uitvoeren van het oefenplan; − Verbinding hebben met het (inter)regionaal netwerk van vakbekwaamheid; − Bijdragen aan het leren van incidenten en doen van evaluaties voor de meldkamer; − Vertalen/ mede opstellen van planvorming voor gebruik op de meldkamer in geval van evenementen en rampen (implementeren en actualiseren); − Vertalen van de leerpunten uit evaluaties naar procedures en plannen, incl. implementatie; − Implementeren en actualiseren planvorming in GMS; − Zorgen voor goede afstemming en wisselwerking tussen de meldkamer en veiligheidsregio’s ten behoeve van de planvorming; − Evalueren van incidenten; − Afhandelen van klachten. 3. Sterke informatiepositie − De CaCo vervult op de meldkamer de rol van informatiemanager. − De informatievoorziening van de meldkamer komt tot stand in wisselwerking met de vijf veiligheidsregio’s, op basis van hun bekendheid met het verzorgingsgebied en het inzetpotentieel.
− Medewerkers nemen niet louter meldingen aan en alarmeren eenheden, maar voorzien burgers en hulpverleners van handelingsperspectieven en andere relevante informatie. − Interne en externe communicatie over uitrukken en incidenten wordt door de veiligheidsregio’s zelf uitgevoerd.
Pagina 26 van 78
Middelen: welke middelen hebben wij daarvoor beschikbaar? Alle kosten van de primaire meldkamerorganisatie MKON-MKBM en de daarvoor benodigde bedrijfsvoering door VNOG worden gedragen door alle vijf de veiligheidsregio’s op basis van het inwoneraantal als objectieve verdeelmethodiek. De bijdrage van de veiligheidsregio’s en de kosten verlopen via de VNOG-begroting. De financiële risico’s worden op basis van de gehanteerde verdeelsleutel verdeeld over de deelnemende partijen. Met VNOG zijn afspraken gemaakt voor de verwerking in de begroting en daarmee voor de verrekening van de (structurele en incidentele) kosten van ondersteunende taken op het gebied van onder andere HRM en Financiën. Onderstaande tabel laat voor 2022 en 2023 de gegevens van de “oude meldkamer” MON zien. Voor 2024 en verder betreft het de gegevens van de “nieuwe meldkamer” MKON. Product
L/B
Personele kosten
Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo
Overig
Rente en afschrijving
Mutatie(s) reserve(s)
Totaal saldo baten en lasten
Realisatie 2022
Raming 2023
710.677 1.695.961 -985.284
705.000 1.708.650 -1.003.650
50.816 -50.816
89.650 -89.650
Raming 2024
Raming 2025
Raming 2026
Raming 2027
4.276.400 -4.276.400 3.533.000 435.600 3.097.400
4.276.400 -4.276.400 3.533.000 436.200 3.096.800
4.276.400 -4.276.400 3.533.000 436.400 3.096.600
4.276.400 -4.276.400 3.533.000 435.800 3.097.200
27.000 -27.000
26.400 -26.400
26.200 -26.200
26.800 -26.800
-1.036.100
-1.093.300
-1.206.000
-1.206.000
-1.206.000
-1.206.000
-1.036.100
-1.093.300
-1.206.000
-1.206.000
-1.206.000
-1.206.000
Mutaties reserves 4.0 MON
Baten Lasten Saldo
Saldo reserves Resultaat
Pagina 27 van 78
Programma:
5. Directie, Control en Staf
Programmahouder:
dhr. A.J.M. Heerts
Welke Opgaven voeren Directie, Control en Staf primair uit? Directie, Control en Staf zijn verantwoordelijk voor alle Opgaven van de VNOG en dragen zorg voor de ondersteuning van bestuur, directie en management. Dit betreft met name strategisch beleidsadvies, controle op het proces van planning en control, kwaliteit van besluitvorming en advisering over interne en externe communicatie. Beleidsdoelen: wat willen we bereiken per Opgave? Opgaven 0. t/m 4. (alle opgaven) a. Het behalen, behouden en monitoren van het in de Toekomstvisie-Opdrachten vastgestelde dienstverleningsniveau binnen de daarvoor beschikbaar gestelde middelen. b. Het informeren van het bestuur, de directeur en het management over de mate van besturing en beheersing in de organisatie. c. Het versterken van de relatie en samenwerking met de gemeenteraden en de colleges. d. Het verder werken aan een verbeterde (financiële) transparantie. e. In control blijven stimuleren door middel van visitaties, het uitvoeren van audits, het toetsen van voorstellen resp. besluiten op uitvoerbaarheid resp. uitvoering en het adviseren van directie en bestuur.
Activiteiten: wat gaan we daarvoor doen? Directie: − stuurt op de ontwikkeling van de organisatie; − stuurt op de realisatie van de Toekomstvisie-Opdrachten; − stimuleert innovatie; Nieuwe risico’s en de snel veranderende werkelijkheid stellen andere eisen aan VNOG en vragen om flexibiliteit, veerkracht, nieuwe (advies) vaardigheden en innovatieve oplossingen. Er valt hierbij te denken aan de klimaatverandering, energietransitie, digitale veiligheid, nieuwe vereisten uit de Omgevingswet. VNOG bereidt haar medewerkers hierop voor door training en opleiding. En door nieuwe samenwerkingen te zoeken, zoals met het landelijke NIPV, andere veiligheidsregio’s, gemeenten, private partijen. Hierbij worden innovatieve ideeën uitgewerkt, uitgetest en toegepast, zie bij de diverse programma’s in dit hoofdstuk 3 en paragraaf 5.5. − stemt verwachtingen tussen de medewerkers, posten, het MT en het bestuur af, door: o zichtbaarheid van de directeur en het management; o tijdig informeren over ontwikkelingen; o een transparant besluitvormingsproces; o nieuwe overzichten en dashboards die in één oogopslag inzicht geven; o het inrichten van heldere werkprocessen; o ondersteuning van de voorzitter NIPV, dhr. Heerts; o te investeren in relatiebeheer, door o.a.
extra te investeren in het (inhoudelijk) goed informeren van de raden en de samenwerking met de raden verder te bevorderen; ook in afwachting op verdere mogelijkheden hiervoor in het traject van de wijziging van de gemeenschappelijke regeling VNOG. − monitort de beheersing en (bij)sturing hierop: o inhoudelijke beheersing door bewaking van het dienstverleningsniveau; o financiële beheersing door monitoring van de planning en control cyclus; o personele beheersing door het nemen van uitvoeringsbesluiten over de formatie en door monitoring van het personeelsbestand (binnen dit programma worden kosten van
Pagina 28 van 78
− − −
bovenformatieve medewerkers en in sommige specifieke gevallen inhuur verantwoord. Deze worden gecompenseerd binnen het geheel van de personele lasten.). bouwt en behoudt sterke relaties met de multidisciplinaire partners, buurregio’s en internationale samenwerkingsverbanden van de veiligheidsregio. Hierbij is speciale aandacht voor samenwerking op Oost 5-niveau en met Duitse buurregio’s; begeleidt het traject om te komen tot een aangepaste gemeenschappelijke regeling VNOG, nodig vanwege de aangepaste Wet gemeenschappelijke regelingen; begeleidt het traject om te komen tot een nieuw Regionaal Beleidsplan 2025-2028, met daarin het strategisch VNOG-beleid. In dit traject volgt in 2024 o.a. de wettelijk bepaalde consultatie van de raden.
Control: − stelt het (rechtmatigheids)normen- en toetsingskader op en biedt ondersteuning bij de uitvoering van deze toetsende werkzaamheden door de lijn. Dit kader vloeit voort uit de rechtmatigheidsverklaring die het dagelijks bestuur moet opstellen vanaf 2023; − coördineert visitaties aan VNOG in het kader van de wet op de veiligheidsregio's; − verricht onderzoeken en audits; − adviseert over de uitvoerbaarheid van voorstellen aan het MT en bestuursorganen en ziet toe op de uitvoering van de genomen besluiten. Adviseert hieromtrent de directie en het bestuur gevraagd en ongevraagd; − stimuleert de vastlegging van relevante processen en de beoordeling van de geleverde kwaliteit van de organisatie door het lijnmanagement. Indicatoren: hoe gaan we dat meten? Op de prestatiekaart worden twee keer per jaar een aantal geleverde prestaties via indicatoren toegelicht. De prestatiekaart is een onderdeel van de halfjaarrapportage en de jaarrekening. De kaart is ingedeeld volgens de Opgaven van de VNOG, die ook de grondslag van deze begroting vormen. Middelen: welke middelen hebben wij daarvoor beschikbaar? Product
L/B
Personele kosten
Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo
Bestuur
Directie overig
Control
Mutatie(s) reserve(s)
Totaal saldo baten en lasten
Realisatie 2022
Raming 2023
111.819 685.596 -573.777
Raming 2024
Raming 2025
Raming 2026
Raming 2027
501.100 -501.100
518.500 -518.500
518.500 -518.500
518.500 -518.500
518.500 -518.500
14.719 -14.719 343.959 763.845 -419.886
30.000 -30.000
10.000 -10.000
30.000 -30.000
10.000 -10.000
30.000 -30.000
259.000 -259.000
389.000 -389.000
389.000 -389.000
889.000 -889.000
389.000 -389.000
35.332 -35.332
55.000 -55.000
55.000 -55.000
55.000 -55.000
55.000 -55.000
55.000 -55.000
-1.043.714
-845.100
-972.500
-992.500
-1.472.500
-992.500
Mutaties reserves 5.0 Directie en control
Baten Lasten Saldo
500.000 500.000 500.000
Saldo reserves Resultaat
-1.043.714
-845.100
Pagina 29 van 78
-972.500
-992.500
-972.500
-992.500
Programma:
6. Bedrijfsvoering
Programmahouder:
dhr. H.J. van Schaik
Welke Opgaven voert Bedrijfsvoering primair uit? 3. Sterke informatiepositie 4. Een gezonde financiële basis en betrokken medewerkers De afdeling Bedrijfsvoering (BV) ondersteunt het werk van bestuur, management en medewerkers. Uitgangspunt is: eenvoud en gemak te organiseren voor de afdelingen en de districten en de posten. Dialoog met de te ondersteunen collega’s staat daarom voorop. Informatieveiligheid is randvoorwaarde. Dat geldt ook voor goed geoutilleerde werkplekken en kazernes. Eénheid van werken met een minimum aan kaders. Richting organisatie, bestuur en gemeenten staat VNOG voor transparantie en een rechtmatige bedrijfsvoering. Effectieve communicatie met alle interne en externe doelgroepen wordt ondersteund met moderne hulpmiddelen in een eigentijdse vormgeving. Motivatie van onze medewerkers is alles, daarom wordt geïnvesteerd in training en ontwikkeling van mensen en kunnen collega’s bij VNOG zelf werken aan hun fysieke en mentale fitheid. Taken van de afdeling zijn: beleids- en juridisch advies, communicatie, financiën, inkoop, verzekeringen en praktische ondersteuning, vastgoed, services en projecten, HRM en ARBO, informatisering, archief (DIV) en privacy. De afdeling BV levert een bijdrage aan innovatieve werkwijzen van VNOG, onder andere door het gebruik van hoogwaardige informatietechnologie. Beleidsdoelen: wat willen we bereiken per Opgave? 3.
Sterke informatiepositie Een goede informatiepositie van alle belanghebbenden (intern, bestuur, samenleving). De informatievoorziening is betrouwbaar, weerbaar en ‘bij de tijd’ ingericht. 4. Een gezonde financiële basis en betrokken medewerkers a. Een solide financiële positie en een rechtmatige en transparante financiële huishouding. b. Optimale facilitering van organisatie en medewerkers op gebied van huisvesting, services en projecten. c. Onze medewerkers richting, ruimte en vertrouwen geven om zich te ontwikkelen en resultaten te behalen, die burgers, bestuur en partners van VNOG vragen. Activiteiten: wat gaan we daarvoor doen? 3. Sterke informatiepositie. BV: − zorgt voor een betrouwbare, integrale informatievoorziening en richt deze in conform de VeRA (Veiligheidsregio’s Referentie Architectuur) en voert ICT-beheersprocessen in conform BISL (Business Information Services Library); − zorgt voor informatiebeveiliging en continuïteit conform de landelijke standaard van de BIO (Baseline Informatiebeveiliging Overheid); hiertoe worden de volgende projecten uitgevoerd: o Inrichting van een Twin-Datacenter waar data op twee plaatsen staat, zodat bij uitval bedrijfscontinuïteit gegarandeerd is; o Implementatie van een zgn.
dark-fiber ring, waarmee een provider onafhankelijke verbinding mogelijk is, zodat bij uitval van de provider de ring intact blijft; o Implementatie van IAM (Identity Acces Management) en RBAC (Role-based access control, waarmee individuen uitsluitend rechten krijgen op basis van hun rol).
Pagina 30 van 78
−
− − − − − − − − − −
implementeert en ondersteunt dashboards en breder: informatiegestuurd werken; hiertoe wordt gebruik gemaakt van: o Business Intelligence; o Beheert en gebruikt een goed ingericht datawarehouse; zorgt voor een goede archivering van stukken; draagt bij aan de integraliteit en kwaliteit van beleids- en bestuursvoorstellen; bouwt verder aan de versterking van de raadsbetrokkenheid door initiatieven hieromtrent uit eerder jaren, n.a.v. raadsverzoeken, verder te implementeren, zoals vroegtijdige aanlevering planningen, deling basisgegevens via gemakkelijk leesbare overzichten (‘dashboard’), etc. zorgt voor (juridische) advisering; coördineert en verzorgt 24/7 de in- en externe communicatie (ten aanzien van de reguliere activiteiten van de VNOG en bij incidenten, rampen, crises); ontwikkelt en beheert content en communicatiemiddelen en waakt over uitstraling, huisstijl en relevantie van boodschappen voor de diverse doelgroepen; ontwikkelt nieuwe (digitale) communicatiemiddelen (verder), zoals het digitaal magazine dat voor meerdere doeleinden ingezet kan worden; neemt deel aan regionale en landelijke netwerken en overlegt actief met ketenpartners om te investeren in kennis en contacten; houdt toezicht op-, adviseert over- en verzorgt de privacy- en gegevensbescherming; werkt, naar aanleiding van landelijke afspraken, samen met andere afdelingen aan de versterking van
crisisbeheersing, versterking van informatievoorziening en versterking samenwerking tussen regio en Rijk. Deze versterkingsopgaven worden bekostigd uit een ophoging van de rijksbijdrage BDUR. Zie hiervoor de separate paragraaf hierover.
4. Een gezonde financiële basis en betrokken medewerkers. a. Een solide financiële positie en control. BV: − zorgt voor de financiële-, contracten- en polis-administratie en adviseert over financiën, verzekeringen, inkoop en aanbesteden en coördineert het risicomanagement; − zorgt voor bestuurlijke informatievoorziening hierover die transparant en tijdig is; − organiseert en coördineert de P&C cyclus en de totstandkoming van kadernota, meerjarenbegroting, halfjaarrapportage en jaarstukken (-verslag en -rekening); − stelt een intern beheersingsplan op en versterkt de uitvoering van verbijzonderde interne controle, onder meer in het kader van de rechtmatigheidsverklaring die het DB afgeeft aan het AB; onderhoudt contact met de accountant. b. Optimale facilitering van de organisatie en de medewerkers.
BV: − overlegt periodiek met gebouwbeheerders en gemeentelijke financieel ambtenaren (in het Financieel Ambtenarenoverleg, FAO) over beheer en gebruik brandweerkazernes; − beheert de locaties vanuit de gebruikersrol conform vastgestelde demarcatieregeling; − doet voorstellen voor invoering van een uniform toegangsbeheer posten; − doet voorstellen voor invoering van een uniform inbraakbeveiliging posten; − optimaliseert de werklocaties passend bij het nieuwe werken; − optimaliseert training- en oefenlocaties in afstemming met afdeling Brandweerzorg; − voert de aanbesteding en implementatie uit van een nieuw Facilitair Management Informatie Systeem (FMIS); − adviseert gemeenten over verduurzaming van brandweerkazernes; − stelt de CO2 prestatieladder op en komt met voorstellen voor verduurzaming a.d.h.v. implementatieplan verduurzaming VNOG (Klimaatplan);
Pagina 31 van 78
− − −
bewaakt, begeleidt en adviseert gemeenten over het oplossen RI&E knelpunten in brandweerkazernes; levert input (voor Programma’s van Eisen, etc.) aan de gemeenten, begeleidt en adviseert ten aanzien van nieuw- en verbouwprojecten van brandweerkazernes; adviseert over de veilige energietransitie en de gevolgen voor VNOG als crisisorganisatie (extern) en bevordert een duurzame bedrijfsvoering (intern).
c. Onze mensen richting, ruimte en vertrouwen geven om zich te ontwikkelen. BV: − investeert in de professionele (door)ontwikkeling van VNOG; − helpt medewerkers zelf regie voeren op hun vitaliteit, loopbaan en mobiliteit in het kader van ‘werken aan duurzame inzetbaarheid’ o.a. via het goede gesprek, training en opleiden; − ontwikkelt het instrumentarium voor de verdere inrichting van de HR-werkplaats; − faciliteert programma’s voor vrijwilligers, samen met afdeling Brandweerzorg; − faciliteert het Arbobeleid, mede op basis van de RI&E; − zorgt voor doorontwikkeling van e-HRM dat bijdraagt aan meer efficiency en kwaliteit in de interne werkprocessen, het gebruiksgemak en de registratie en rapportage van/over personele gegevens/data en de formatie; − verzorgt de ondersteunende werkzaamheden voor personeelszorg, en -administratie. Indicatoren: hoe gaan we dat meten? Op de prestatiekaart worden twee keer per jaar een aantal geleverde prestaties van de afdeling via indicatoren toegelicht. De prestatiekaart is een onderdeel van de halfjaarrapportage en de jaarrekening. De kaart is ingedeeld volgens de Opgaven van VNOG, die ook de grondslag van deze begroting vormen.
Pagina 32 van 78
Middelen: welke middelen hebben wij daarvoor beschikbaar? Product
L/B
Realisatie 2022
Raming 2023
Raming 2024
Raming 2025
Raming 2026
Raming 2027
Personele kosten
Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo
63.759 8.109.491 -8.045.732
5.000 7.778.600 -7.773.600
5.000 7.971.600 -7.966.600
5.000 7.896.600 -7.891.600
5.000 7.896.600 -7.891.600
5.000 7.896.600 -7.891.600
246.013 -246.013
266.500 -266.500
266.500 -266.500
266.500 -266.500
266.500 -266.500
266.500 -266.500
1.414.761 -1.414.761
1.902.500 -1.902.500
1.687.500 -1.687.500
1.687.500 -1.687.500
1.687.500 -1.687.500
1.687.500 -1.687.500
55.781 -55.781
59.500 -59.500
59.500 -59.500
59.500 -59.500
59.500 -59.500
59.500 -59.500
100.502 -100.502
80.000 -80.000
80.000 -80.000
80.000 -80.000
80.000 -80.000
80.000 -80.000
714.710 -714.710 5.000 512.926 -507.926
762.000 -762.000
762.000 -762.000
762.000 -762.000
757.800 -757.800
757.800 -757.800
863.168 -863.168
683.000 -683.000
726.000 -726.000
726.000 -726.000
726.000 -726.000
2.185.788 -2.185.788
2.852.270 -2.852.270
2.576.770 -2.576.770
2.576.770 -2.576.770
2.576.770 -2.576.770
2.576.770 -2.576.770
216.582 -216.582 2.500 621.653 -619.153
154.500 -154.500
134.500 -134.500
134.500 -134.500
134.500 -134.500
134.500 -134.500
606.700 -606.700
606.700 -606.700
596.700 -596.700
596.700 -596.700
596.700 -596.700
754.839 -754.839
1.036.210 -1.036.210
1.068.600 -1.068.600
1.076.600 -1.076.600
1.309.500 -1.309.500
1.466.100 -1.466.100
Facilitair
Huisvesting
Communicatie
Middelen
Verzekeringen
Personeelszaken
Informatie
Arbo
Overig
Rente en afschrijving
Mutatie(s) reserve(s)
Totaal saldo baten en lasten
-14.861.787 -16.356.948 -15.891.670 -15.857.670 -16.086.370 -16.242.970
Mutaties reserves 6.0 Bedrijfsvoering
Saldo reserves Resultaat
Baten Lasten Saldo
918.214 648.811 269.404 269.404
1.176.868
130.000
65.000
90.000
100.000
1.176.868 1.176.868
130.000 130.000
65.000 65.000
90.000 90.000
100.000 100.000
-14.592.383 -15.180.080 -15.761.670 -15.792.670 -15.996.370 -16.142.970
Pagina 33 van 78
Programma:
7. Algemene dekkingsmiddelen
Programmahouder:
dhr. H.J. van Schaik
Op het programma 7 ‘Algemene dekkingsmiddelen’ staan de middelen die betrekking hebben op de gemeentelijke bijdragen en de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding vanuit het Rijk. De gemeentelijke bijdrage voor 2024 is conform de Kadernota 2024-2027 en de begrotingswijziging ‘demarcatie’. Voor de hoogte van de bijdrage wordt verwezen naar bijlage 2. De middelen in dit programma worden ingezet om via de andere programma’s de Opgaven van de organisatie uit te voeren. Verder is in dit programma een post opgenomen voor onvoorziene uitgaven en staat hier de nog over de andere programma’s te verdelen post loon- en prijscompensatie. De mutatie in de reserves betreft de toevoegingen en onttrekkingen aan de egalisatiereserve afschrijvingen. Zie voor een toelichting hierop bijlage 4. Middelen: welke middelen hebben wij daarvoor beschikbaar? Product
L/B
Personele kosten
Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo
Treasury
Loon- en prijscompensatie
Bijdragen rijk en gemeenten
Algemeen
Mutatie(s) reserve(s)
Totaal saldo baten en lasten
Realisatie 2022
505.445 248.989 256.456
Raming 2023
Raming 2024
Raming 2025
Raming 2026
Raming 2027
767.400 -767.400 425.965 426.265 -300
444.000 -444.000 1.049.700 1.049.700 0
444.000 -444.000 1.462.300 1.463.300 -1.000
444.000 -444.000 1.929.000 1.929.000 0
444.000 -444.000 2.085.700 2.085.700 0
2.452.458 4.311.758 4.311.758 4.311.758 4.311.758 -2.452.458 -4.311.758 -4.311.758 -4.311.758 -4.311.758 56.185.620 59.499.000 63.143.540 63.726.640 66.962.340 68.962.340 598.940 55.586.680 59.499.000 63.143.540 63.726.640 66.962.340 68.962.340 13.950 225.685 697.152 485.692 628.572 576.632 596.752 -211.734 -697.152 -485.692 -628.572 -576.632 -596.752
55.631.401 55.581.690 57.902.090 58.341.310 61.629.950 63.609.830
Mutaties reserves 7.0 Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien Baten Lasten Saldo Saldo reserves Resultaat
598.940 155.000 443.940 443.940
169.850 -169.850 -169.850
1.202.985
2.485.365
1.202.985 1.202.985
2.485.365 2.485.365
4.584.875 3.000.000 1.584.875 1.584.875
6.249.895 5.000.000 1.249.895 1.249.895
56.075.341 55.411.840 59.105.075 60.826.675 63.214.825 64.859.725
Pagina 34 van 78
Programma:
8. Kazernes en overgangsrecht (individuele gemeenten)
Programmahouder:
dhr. H.J. van Schaik
Het programma 8 betreft onderwerpen die één op één met alleen de betrokken gemeente worden verrekend. De volgende onderwerpen worden individueel verrekend: − Het onderdeel ‘facilitaire kosten’ van de demarcatie kazernes (zie toelichting in hoofdstuk 4 en paragraaf 5.5.) conform de Regeling demarcatie. − De kosten die voortvloeien uit de aanvullende overeenkomst in het verlengde van de Regeling Demarcatie die met gemeente Apeldoorn is afgesloten omtrent het beheer van de kazernes van Apeldoorn. − De kazerne die (nog) in tijdelijk eigendom van VNOG is (Apeldoorn-Saba). Op termijn wordt deze kazerne weer terug aan de gemeente Apeldoorn overgedragen. − De afwikkeling met de gemeenten Apeldoorn en Doetinchem van de financiële gevolgen van het FLO overgangsrecht. Verschillen tussen de in rekening gebrachte voorschotten en de uiteindelijke kosten blijken bij de jaarrekening en worden dan met de desbetreffende gemeente verrekend. Beleidsdoelen: wat willen we bereiken? − Goed uitgeruste en onderhouden kazernes, zodat de uitruk kan plaatsvinden en er werkzaamheden kunnen worden verricht. − Een juiste uitvoering van het FLO overgangsrecht.
Activiteiten: wat gaan we daarvoor doen? Kazernes − De afdeling Bedrijfsvoering (team Vastgoed, Services en Projecten, VSP) zorgt voor / coördineert het onderhoud en de facilitaire diensten, in nauw overleg met de gemeentelijke gebouwbeheerders en conform de afspraken in de Regeling Demarcatie. Tevens zorgt deze afdeling voor de verrekening van de kosten met de desbetreffende gemeenten. Overgangsrecht − VNOG zorgt voor een juiste uitvoering van het FLO / overgangsrecht en voor verrekening van de kosten met de betreffende gemeenten. Middelen: welke middelen hebben wij daarvoor beschikbaar? De facilitaire kosten van de kazernes, etc. en het overgangsrecht worden een op een met de betreffende gemeenten verrekend. Zie voor een specificatie bijlage 3.
Pagina 35 van 78
Product Aalten
Apeldoorn
Apeldoorn (overgangsrecht)
Berkelland
Bronckhorst
Brummen
Doetinchem
Doetinchem (overgangsrecht)
Elburg
Epe
Ermelo
Harderwijk
Hattem
Heerde
Lochem
Montferland
Nunspeet
L/B
Realisatie 2022
Raming 2023
Raming 2024
Raming 2025
Raming 2026
Raming 2027
Baten
33.000
33.000
33.000
33.000
33.000
Lasten
33.000
33.000
33.000
33.000
33.000
Saldo
0
0
0
0
0
Baten
372.000
1.200.000
1.200.000
1.200.000
1.200.000
Lasten
372.000
1.200.000
1.200.000
1.200.000
1.200.000
Saldo
0
0
0
0
0
Baten
595.904
590.000
590.000
590.000
590.000
590.000
Lasten
595.904
590.000
590.000
590.000
590.000
590.000
Saldo
0
0
0
0
0
0
Baten
56.000
56.000
56.000
56.000
56.000
Lasten
56.000
56.000
56.000
56.000
56.000
Saldo
0
0
0
0
0
Baten
58.000
58.000
58.000
58.000
58.000
Lasten
58.000
58.000
58.000
58.000
58.000
Saldo
0
0
0
0
0
Baten
25.000
25.000
25.000
25.000
25.000
Lasten
25.000
25.000
25.000
25.000
25.000
Saldo
0
0
0
0
0
Baten
183.000
183.000
183.000
183.000
183.000
Lasten
183.000
183.000
183.000
183.000
183.000
Saldo
0
0
0
0
0
Baten
173.988
159.000
159.000
159.000
159.000
159.000
Lasten
173.988
159.000
159.000
159.000
159.000
159.000
Saldo
0
0
0
0
0
0
Baten
41.000
41.000
41.000
41.000
41.000
Lasten
41.000
41.000
41.000
41.000
41.000
Saldo
0
0
0
0
0
Baten
49.000
49.000
49.000
49.000
49.000
Lasten
49.000
49.000
49.000
49.000
49.000
Saldo
0
0
0
0
0
Baten
20.000
20.000
20.000
20.000
20.000
Lasten
20.000
20.000
20.000
20.000
20.000
Saldo
0
0
0
0
0
Baten
125.000
125.000
125.000
125.000
125.000
Lasten
125.000
125.000
125.000
125.000
125.000
Saldo
0
0
0
0
0
Baten
14.000
14.000
14.000
14.000
14.000
Lasten
14.000
14.000
14.000
14.000
14.000
Saldo
0
0
0
0
0
Baten
27.000
27.000
27.000
27.000
27.000
Lasten
27.000
27.000
27.000
27.000
27.000
Saldo
0
0
0
0
0
Baten
65.000
65.000
65.000
65.000
65.000
Lasten
65.000
65.000
65.000
65.000
65.000
Saldo
0
0
0
0
0
Baten
30.000
30.000
30.000
30.000
30.000
Lasten
30.000
30.000
30.000
30.000
30.000
Saldo
0
0
0
0
0
Baten
34.000
34.000
34.000
34.000
34.000
Lasten
34.000
34.000
34.000
34.000
34.000
Saldo
0
0
0
0
0
Pagina 36 van 78
Oldebroek
Oost Gelre
Oude IJsselstreek
Putten
Voorst
Winterswijk
Zutphen
Mutatie(s) reserve(s)
Baten
33.000
33.000
33.000
33.000
33.000
Lasten
33.000
33.000
33.000
33.000
33.000
Saldo
0
0
0
0
0
Baten
71.000
71.000
71.000
71.000
71.000
Lasten
71.000
71.000
71.000
71.000
71.000
Saldo
0
0
0
0
0
Baten
47.000
47.000
47.000
47.000
47.000
Lasten
47.000
47.000
47.000
47.000
47.000
Saldo
0
0
0
0
0
Baten
19.000
19.000
19.000
19.000
19.000
Lasten
19.000
19.000
19.000
19.000
19.000
Saldo
0
0
0
0
0
Baten
33.000
33.000
33.000
33.000
33.000
Lasten
33.000
33.000
33.000
33.000
33.000
Saldo
0
0
0
0
0
Baten
21.000
21.000
21.000
21.000
21.000
Lasten
21.000
21.000
21.000
21.000
21.000
Saldo
0
0
0
0
0
Baten
125.000
125.000
125.000
125.000
125.000
Lasten
125.000
125.000
125.000
125.000
125.000
Saldo
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Baten Lasten Saldo
Totaal saldo baten en lasten
Mutaties reserves 8.0 Kazernes in eigendom en overgangsrecht Baten Lasten Saldo Saldo reserves
Resultaat
Pagina 37 van 78
4. Overzicht baten & lasten en financieel-technische uitgangspunten 2024 Overzicht baten en lasten 2024
2025
2026
2027
begroting
begroting
begroting
begroting
Programma
lasten struct.
baten incid.
struct.
lasten incid.
struct.
baten incid.
struct.
lasten incid.
struct.
baten incid.
struct.
lasten incid.
struct.
baten incid.
struct.
Risico- en crisisbeheersing
8.609.200
Brandweerzorg
30.458.005
14.000
31.605.105
14.000
33.611.955
14.000
35.090.855
Geneeskundige HulpverleningsOrganisatie in de Regio
2.059.700
48.000
2.067.500
48.000
2.067.200
48.000
2.066.900
48.000
Meldkamer Oost Nederland (brandweer)
4.739.000
3.533.000
4.739.000
3.533.000
4.739.000
3.533.000
4.739.000
3.533.000
5.000
15.832.670
5.000
16.061.370
5.000
16.217.970
Directie en control
225.000
9.124.900
972.500
100.000
9.422.800
992.500
9.422.500
1.472.500
14.000
992.500
Bedrijfsvoering
15.781.670
Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien
6.291.150
64.193.240
6.847.630
65.188.940
7.261.390
68.891.340
7.438.210
71.048.040
Kazernes en overgangsrecht
3.058.000
3.058.000
3.058.000
3.058.000
3.058.000
3.058.000
3.058.000
3.058.000
71.969.225
115.000
340.000
70.851.240
Onttrekking aan reserves
0
74.267.305
30.000
130.000
71.846.940
1.457.985
0
30.000
75.549.340
0
340.000
72.309.225
70.851.240
72.309.225 0
1.457.985
74.267.305
130.000
74.397.305
71.846.940
74.397.305 0
Pagina 38 van 78
2.550.365
79.025.935
30.000
30.000
5.000
77.706.040
5.174.875 3.000.000
71.969.225
Saldo
30.000
2.550.365
Toevoeging aan reserves
Totaal lasten en baten
77.694.215
80.694.215
incid.
0 6.349.895
5.000.000
30.000
80.724.215
75.549.340
80.724.215 0
5.174.875
84.025.935
30.000
84.055.935
77.706.040
84.055.935 0
6.349.895
Financieel-technische uitgangspunten Het algemeen bestuur heeft op 15 december 2023 de Kadernota 2024-2027 vastgesteld. In de Kadernota staan de financieel-technische uitgangspunten voor de begroting 2024. De volgende uitgangspunten zijn toegepast: Kaders systematiek loon- en prijscompensatie De systematiek voor de begroting 2024 verschilt niet van degene die is toegepast voor de begroting 2022 en 2023. Deze is als volgt: 1. Looncompensatie: De looncompensatie voor 2024 wordt berekend op basis van het percentage, dat wordt genoemd in de septembercirculaire 2022 van het Gemeentefonds. Daarnaast wordt gekeken of de ontvangen compensatie over voorgaande jaren voldoende was om de stijging van de lonen als gevolg van de afgesloten CAO en als gevolg van wijzigingen in de belastingen en premies te dekken. Als dit afwijkt, wordt dit in de betreffende jaarrekening gemeld. Zowel afwijkingen naar boven als naar beneden worden voor de nieuwe begroting verrekend met de gemeentelijke bijdragen (correctie). 2. Brede Doel Uitkering Rampenbestrijding (BDUR): Voor de raming van de Brede Doel Uitkering Rampenbestrijding (BDUR) die de VNOG van het Rijk ontvangt, wordt uitgegaan van de laatste beschikking. Voor de begroting voor 2024 is dit de beschikking die de VNOG ontvangt in december 2022 voor 2023. De BDUR bedraagt ongeveer 16% van de inkomsten van de VNOG.
Als de uitkering in 2023 en 2024 (in juni wordt dit bekendgemaakt door het ministerie van Justitie en Veiligheid) wordt verhoogd voor loon- en prijscompensatie, wordt dit onderdeel van het betreffende jaarrekeningresultaat en kan bij bestemming van het jaarrekeningresultaat bijvoorbeeld terugvloeien naar de gemeenten of er wordt een voorstel voorgelegd voor bestemming. 3. Prijscompensatie: Voor de prijscompensatie wordt ook uitgegaan van het percentage in de septembercirculaire 2022 van het Gemeentefonds. Hier vindt geen verrekening met voorgaande jaren plaats. Financiële kaders 1. Voor de formatie wordt uitgegaan van de vastgestelde formatie per 1 januari 2023. Hierin zijn begrepen de mutaties uit de Toekomstvisie. Uitbreiding en inkrimping van de formatie verloopt, voor zover dit niet gedekt kan worden binnen de begroting, via de Kadernota. 2. De loonkosten worden gebaseerd op de onder 1 genoemde formatie, rekening houdend met: a. de daarbij behorende functieschalen op de hoogste anciënniteit; b. incidentele en persoonsgebonden beloningscomponenten (gratificaties, arbeidsmarkt / functioneringstoelagen, extra periodieken e.d.) worden niet begroot, deze moeten worden opgevangen binnen het genormeerde formatiebudget; c. de laatst bekende cao-afspraken 2022; d. het loonindexcijfer uit de septembercirculaire 2022 van het gemeentefonds “loonvoet sector overheid” (4,2%).
Voor 2024 is dit, na correctie, 7,0%; e. het gemiddelde percentage voor de werkgeverslasten (o.a. sociale verzekerings- en pensioenpremies) voor 2022. Over 2023 en 2024 zijn de percentages voor de werkgeverslasten nog niet bekend; f. gedurende het begrotingsjaar 2024 wordt bij de financiële verkenningen en de jaarrekening een begrotings-brede toelichting gegeven op de afwijkingen van bovengenoemde aannames. Tevens worden de verschillen door onder- en/of overbezetting toegelicht; g. het opleidingsbudget beweegt mee met de loonsom (2% minus € 100.000)
Pagina 39 van 78
3.
4.
5.
6.
7. 8.
h. de begroting 2024 wordt niet meer bijgesteld op basis van andere percentages in komende circulaires. Voor de raming van de vrijwilligersvergoedingen: a. wordt het bedrag voor 2023 genomen vermeerderd met de gevolgen van de laatste caoafspraken; b. het loonindexcijfer uit de septembercirculaire 2022 van het gemeentefonds “loonvoet sector overheid” (4,2%). Voor 2024 is dit, na correctie, 7,0%; c. voor het aantal repressieve vrijwilligers wordt uitgegaan van het vertrekpunt van de Toekomstvisie t.w. 1.355. Hierop worden de aanpassingen uit de Toekomstvisie voor de betreffende jaren in mindering gebracht; d. de begroting 2024 wordt niet meer bijgesteld op basis van andere percentages in komende circulaires voor 2024. Voor de exploitatielasten wordt: a. de vastgestelde begroting (2023) gebruikt inclusief de door het AB vastgestelde structurele wijzigingen uit 2022, die nog niet in de primitieve begroting 2023 waren opgenomen; b. autonome ontwikkelingen worden meegenomen voor zover opgenomen in de Kadernota 2024; c. uitgegaan wordt van het prijsindexcijfer uit de septembercirculaire 2022 van het gemeentefonds “prijs overheidsconsumptie, netto materieel”, voor het jaar 2024: 2,4%; d. de begroting 2024 wordt niet meer bijgesteld op basis van andere percentages in komende circulaires.
Voor de kapitaallasten wordt rekening gehouden met investeringen conform de Toekomstvisie, die zijn verwerkt in het jongste Meerjaren Investeringsprogramma (MJIP) plus de reguliere vervangingen die geen onderdeel uitmaken van het vernieuwde dekkings- en spreidingsplan, bijvoorbeeld ICT. Voor investeren en activeren zijn de uitgangspunten: a. disagio wordt niet geactiveerd; b. verkrijgings- of vervaardigingsprijs, waarbij geen rente wordt toegerekend tijdens het vervaardigingsproces; c. lineair afschrijven. Uitzondering: op gebouwen wordt annuïtair afgeschreven; d. componenten worden zo nodig apart geactiveerd; e. afschrijven tot boekwaarde nul. Indien een actief met winst of verlies wordt afgestoten, wordt het saldo hiervan ten gunste of ten laste van de egalisatiereserve kapitaallasten materieel gebracht; f. voor het jaar van investeren wordt alleen een half jaar rente gerekend, voor de jaren daarna rente en afschrijving (100%). Bij de berekening van het rente-omslagpercentage is uitgegaan van 3% voor de nog af te sluiten leningen voor de toekomstige investeringen voor met name de voertuigen in de periode 20242030. Het omslagpercentage zou dan uitkomen op 2,34% gemiddeld over de komende jaren. Voor de berekening van de kapitaallasten voor de overgenomen kazerne(s) wordt uitgegaan van de percentages van de voor de financiering afgesloten geldleningen.
Een aantal kazernes wordt in de komende jaren terug overgedragen aan de gemeenten (Harderwijk / Doetinchem). Voor de producten dienstverlening wordt uitgegaan van kostendekkende tarieven. Bij de verdeling van de gemeentelijke bijdrage over de deelnemende gemeenten wordt het verdeelmodel gebruikt. Dit verdeelmodel is conform de Gemeenschappelijke Regeling VNOG voor 2021 geactualiseerd. Het geldt voor vier jaren.
Effect Kadernota: loon- en prijscompensatie De loon- en prijscompensaties voor het jaar 2024 zijn, na toepassing van de hiervoor beschreven systematiek en kaders als volgt: € 2.400.000 looncompensatie en € 490.000 prijscompensatie. Pagina 40 van 78
Loon- en prijscompensatie 2024 looncompensatie septembercirculaire septembercirculaire verschil 2021 2022 2022 2,50% 4,30% 1,80% 2023 2,30% 3,30% 1,00% 2024 4,20% 4,20% opnemen voor 2024 inclusief bijstelling 2022 en 2023 7,00% Loon- en prijscompensatie 2024 2.400.000
prijscompensatie septembercirculaire 2022
2,40% 490.000
Deze loon- en prijsstijging (totaal samen € 2.890.000) is verwerkt als een verhoging van de gemeentelijke bijdrage. Over de jaren 2022 en 2023 kwam volgens de gemeentefondsbeheerders de nacalculatie van de prijsontwikkeling uit op 4,1% respectievelijk 5,9%, samen 10%. In de begroting was voor beide jaren gerekend met 1,5%, samen 3%. In de vastgestelde systematiek wordt, zoals hierboven aangegeven, niet nagecalculeerd, destijds vanuit de ervaring dat de verschillen tussen voor- en nacalculatie van de prijsindex niet hoog zijn. De huidige werkelijkheid is echter anders. Het verschil over 2022 en 2023 bedraagt 7% van de exploitatie uitgaven van 18 miljoen, dit maakt € 1.260.000. Het AB heeft op 15 december 2022 besloten om voor 2022 en 2023 de gestegen prijzen op dat moment niet na te calculeren; de prijsontwikkeling te monitoren en indien nodig nadere voorstellen te doen bij de jaarrekening 2022 en 2023 (over de jaren 2022 en 2023) en bij de Halfjaarrapportage 2023 respectievelijk de Kadernota 2025-2028 (over de jaren 2024 en verder). Inmiddels is bekend dat er een nieuwe principe CAO is afgesloten voor de periode 1 januari 2023 tot 1 mei 2024. De gevolgen hiervan zijn nog niet in deze programmabegroting verwerkt.
Eindeffect Kadernota op de gemeentelijke bijdrage 2024 In de Kadernota stonden voorts, naast de loon- en prijscompensatie, overige financiële ontwikkelingen, beleidsontwikkelingen, besparingen en autonome ontwikkelingen voor 2024. Deze zijn verwerkt in de voorliggende meerjarenbegroting met als dekking een verhoging van de gemeentelijke bijdrage. Het eindeffect van de Kadernota voor de gemeentelijke bijdrage 2024 is daarmee als volgt: Kadernota 2024-2027 Loon- en prijsindex Overige financiële ontwikkelingen Beleidsontwikkelingen Besparingen Autonome ontwikkelingen Saldo = effect op gemeentelijke bijdrage
2024 2.890.000 -15.000 850.000 -587.000 137.000 3.275.000
*Bedragen t.o.v. begroting 2023
Effect Demarcatie kazernes op de gemeentelijke bijdrage 2024 Op 15 december 2022 heeft het AB, na zienswijzenprocedure bij de gemeenteraden, een begrotingswijziging voor de begroting 2023 vastgesteld omtrent de ‘demarcatie kazernes’. De begrotingswijziging is structureel en werkt daarom ook door op de begroting 2024. Daarom is deze ook in de nu voorliggende begroting verwerkt. Het effect van deze begrotingswijziging stond nog niet in de Kadernota 2024, die immers op diezelfde dag werd behandeld. De demarcatie legt vast welke partij (gemeente of VNOG) welke facilitaire en onderhoudstaken uitvoert (en bekostigt) in de kazernes, die in eigendom zijn (en blijven) van de gemeenten. De exacte demarcatie-afspraken staan in de Regeling demarcatie die door de 22 colleges en het AB is Pagina 41 van 78
bekrachtigd. Bepaalde taken liggen voortaan bij VNOG; gemeenten hoeven ze niet meer uit te voeren en kunnen ze schrappen uit hun begroting. De bijdrage aan VNOG gaat omhoog, zodat VNOG deze overgedragen taken kan bekostigen. Dit wordt via twee verschillende financiële werkwijzen met de gemeenten verrekend: een deel van de kosten (van specifiek gemarkeerde taken) wordt bij de 22 gemeenten gezamenlijk in rekening gebracht via het reguliere verdeelmodel: Demarcatie Kosten te verrekenen via verdeelmodel Effect op gemeentelijke bijdrage
€ €
2024 523.000 523.000
Het andere deel van de kosten (de facilitaire kosten, € 1.482.000) wordt vier jaar (2023 t/m 2026) per individuele gemeente afgerekend, waarbij de eindafrekening plaats vindt op basis van de werkelijke kosten. Dit is opgenomen in programma 8 van de begroting, dat gebruikt wordt voor individuele verrekeningen met gemeenten die geen effect hebben op de andere gemeenten. Overzichten In bijlage 2 staan de gemeentelijke bijdragen 2024. In bijlage 3 staat een overzicht van programma 8.
Pagina 42 van 78
5. Paragrafen 5.1. Beleidsregels en uitgangspunten reserves Inleiding Deze paragraaf beschrijft de beleidsregels en werkwijzen die worden toegepast voor de risico’s, de reserves, de weerstandscapaciteit en het bepalen van de ratio weerstandscapaciteit, zoals opgenomen in de vastgestelde Kadernota 2024-2027. De beleidsregels zetten eerdere lijnen voort; ze zijn eerder al vastgelegd in de begroting 2023 in de betreffende paragrafen en die volgden op hun beurt de werkwijze uit 2022. Risicomanagement 1. Het wettelijk kader voor risicobeheersing is artikel 9 en 13 van het BBV. Het betreft de in de begroting en rekening vereiste paragraaf ‘Weerstandsvermogen en Risicobeheersing’. 2. De VNOG moet voorbereid zijn op de mogelijke (financiële) gevolgen van risico’s die zich kunnen voordoen binnen de bedrijfsvoering. Het gaat bij risico’s om gebeurtenissen die zich mogelijk kunnen voordoen en die het realiseren van de doelstellingen kunnen verstoren. 3. Het treffen van beheersingsmaatregelen ter vermijding en vermindering van risico’s staat centraal. De te nemen maatregelen op risico’s kunnen zijn: het matigen (door maatregelen); het overdragen (door bijv. verzekeren); het vermijden (door het schrappen van doelstellingen) en het accepteren ervan. 4. Het managen van risico’s is een verantwoordelijkheid van het MT.
De afdelingshoofden betrekken teamleiders en andere medewerkers bij het benoemen van relevante risico’s en bij het treffen en uitvoeren van de maatregelen. De afdelingshoofden rapporteren hierover in de Financiële verkenningen en de Jaarstukken. 5. De geïnventariseerde risico’s worden gekwantificeerd op basis van 5 percentages die de kans weergeven dat het risico zich kan voordoen. De percentages zijn: 10%, 30%, 50%, 70% en 90%. Bij een kans van 90% op het zich voordoen van een risico wordt overwogen hierop de begroting aan te passen, indien kan worden aangegeven (vanaf) wanneer het risico zich waarschijnlijk voordoet. 6. Bij de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit, worden de voor de maatregelen benodigde financiële middelen vermenigvuldigd met de genoemde percentages die de kans op het risico weergeven. 7. Structurele risico’s worden voor maximaal 3 jaar berekend bij de benodigde weerstandscapaciteit. Daarna wordt geacht dat de effecten kunnen worden afgewend, begroot, dan wel anderszins kunnen worden opgevangen. 8. Financiële en niet-financiële risico’s worden geïnventariseerd. Ook de beheersingsmaatregelen zijn zowel financieel als niet-financieel van aard. Reserves 1. De VNOG beschikt over een Algemene Reserve, een Bedrijfsvoeringreserve, (tijdelijke) bestemmingsreserves en egalisatiereserves. 2.
De Algemene reserve vormt het weerstandsvermogen en is voor afdekking van risico’s en heeft geen einddatum. De Algemene Reserve wordt gevoed vanuit het jaarrekeningresultaat bij besluit van het AB over de resultaatsbestemming, of anderszins door AB besluiten. Bij een wijziging (bijv. een onttrekking) van de Algemene Reserve / het weerstandsvermogen dient er een zienswijze te worden gevraagd aan de deelnemende gemeenten, zoals bepaald in de Gemeenschappelijke Regeling VNOG.
Pagina 43 van 78
3. De Algemene Reserve en de Bedrijfsvoeringsreserve (zie hierna) en de post Onvoorzien vormen samen de weerstandscapaciteit (zie hierna). 4. De hoogte van de weerstandscapaciteit is zodanig, dat de weerstandsratio zich in een bandbreedte van 1,0 tot 1,4 bevindt. Indien deze ratio buiten deze bandbreedte is of dreigt te raken, volgt een AB-voorstel (bijv. bij kadernota) over de wijze waarop dit voorkomen of hersteld wordt. 5. De Bedrijfsvoeringreserve heeft een algemene bufferfunctie en is breed inzetbaar voor prioriteiten (bijv. innovatie) of voor het tijdelijk afvlakken van gemeentelijke bijdragen. De Bedrijfsvoeringreserve heeft geen einddatum en behoort tot de beschikbare weerstandscapaciteit (telt mee voor de afdekking van risico’s). De minimale hoogte is 2%, de maximale hoogte is 5% van het begrotingstotaal. 6. De bestemmingsreserves, waaronder egalisatiereserves zijn voor een specifiek doel ingesteld (“beklemd”); zij tellen niet mee voor afdekking van overige risico’s en maken geen deel uit van de beschikbare weerstandscapaciteit. 7. Er zijn bestemmingsreserves van onbepaalde duur en tijdelijke bestemmingsreserves. 8. Resultaatsonafhankelijke stortingen en onttrekkingen (gelijk aan reeds begrote stortingen en onttrekkingen) maken geen deel uit van het bestemmingsvoorstel saldo jaarrekening. 9.
Stortingen en onttrekkingen aan egalisatiereserves maken geen deel uit van het bestemmingsvoorstel saldo jaarrekening. 10. De Financiële verordening VNOG bepaalt dat bij het instellen van bestemmingsreserves (door het AB) het doel, de (maximale) hoogte, de duur en de wijze van voeding en onttrekking worden aangegeven. Een overzicht van de huidige reserves is opgenomen in bijlage 4. Weerstandscapaciteit 1. De beschikbare weerstandscapaciteit wordt, zoals hiervoor reeds aangegeven, gevormd door de Algemene Reserve, de Bedrijfsvoeringreserve en de post Onvoorzien. 2. Tot de beschikbare weerstandscapaciteit behoren niet, zoals hiervoor reeds aangegeven, de (tijdelijke) bestemmingsreserves en egalisatiereserves. Daar is al een bestedingsdoel aan verbonden2. 3. De weerstandsratio =
beschikbare weerstandscapaciteit benodigde weerstandscapaciteit
4. De streefwaarde van de weerstandsratio ligt tussen 1,0 (“matig”) en 1,4 (“voldoende”)3. 5. De beschikbare weerstandscapaciteit, de benodigde weerstandscapaciteit en de weerstandsratio worden in de begroting en in de jaarrekening opgenomen. 6. Indien de weerstandsratio buiten de bandbreedte van de streefwaarde ligt, wordt in de eerstvolgende Kadernota (of ander geëigend moment in de P&C cyclus) afgewogen hoe deze waarde weer te bereiken.
2 BBV technisch behoren alle bestemmingsreserves tot het weerstandsvermogen, vanuit de gedachte dat het AB altijd kán besluiten om de
bestemming (bestedingsdoel) van een reserve te halen. De accountant heeft informeel laten weten geen moeite te hebben met de VNOG werkwijze, mits dit in de jaarstukken transparant wordt toegelicht. Voorts spoort deze handelwijze met het door de provincie Gelderland vastgestelde financieel toezichtkader. 3 Naast een minimum ratio is een maximum ratio toegevoegd. Deze ratio 1,0 tot 1,4 komt overeen met die van diverse deelnemende gemeenten en veel veiligheidsregio’s. Dit onderstreept het eigenaarschap voor het reduceren van risico’s van de VNOG. De bandbreedte is als richtsnoer bedoeld. Maatregelen om het vermogen te versterken of de gemeenten terug te betalen, zullen altijd gewogen worden in de beleidsinhoudelijke en financiële context van VNOG én gemeenten op enig moment.
Pagina 44 van 78
5.2. Weerstandscapaciteit en risicomanagement Inleiding In de paragraaf ‘Weerstandsvermogen en risicomanagement’ worden de risico’s in beeld gebracht en gerelateerd aan de weerstandscapaciteit. Het gaat bij risico’s om gebeurtenissen die zich mogelijk kunnen voordoen en die het realiseren van de doelstelling(en) van de organisatie kunnen verstoren. De te nemen maatregelen op risico’s kunnen zijn: het matigen (door maatregelen); het overdragen (door bijv. verzekeren); het vermijden (door het schrappen van doelstellingen) en het accepteren ervan. Verder is het van belang te beseffen dat het inherent is aan risico’s dat het onzeker is of deze plaats zullen vinden. Bij de inventarisatie van risico’s en de daarbij gemaakte doorrekeningen, vormen de bestuurlijk vastgestelde beleidsdoelen en normen (waaronder die uit de Toekomstvisie 2020-2026) het uitgangspunt. In de vastgestelde Kadernota 2024-2027, opgemaakt eind 2022, is een update van de risicoinventarisatie weergegeven met de berekende daarvoor benodigde weerstandscapaciteit. Eerder is in de kadernota besloten om de nieuwe beleidslijnen omtrent vermogen en risico’s in de betreffende paragrafen van de begroting en jaarrekening op te nemen. De taken die in het kader van het risicomanagement worden uitgevoerd volgen de P&C-cyclus.
Daarbij worden de verwachte en beoordeelde risico’s geactualiseerd in de kadernota’s en begrotingen en wordt verantwoording afgelegd over beheersing ervan in tussentijdse rapportages en jaarstukken. Het managen van risico’s is een continu proces waarbij zich steeds weer andere risico’s kunnen voordoen. Dit vereist voortdurende afstemming zowel met collega’s intern als ook met de andere (aangrenzende) veiligheidsregio’s. Dat geldt zowel de aanpak als de uitkomsten van de risico-inventarisatie. Actuele voorbeelden die de noodzaak van het managen van risico’s onderstrepen zijn: • de inflatieontwikkeling met als gevolg stijging van prijzen m.n. van het (brandweer)materieel en materiaal maar ook de ontwikkelingen in het rentepeil; • de vereiste om tijdig en goed te kunnen blijven inspelen op bestrijding van crises welke zich onverwachts (kunnen) voordoen. Naast de afgenomen aandacht voor de Covid-19 pandemie in 2022, manifesteert zich een volgende crisis namelijk de opvang van vluchtelingen; • de genomen besluiten en de uitgevoerde – en gehandhaafde maatregelen ter bestrijding van crises w.o. Covid-19, zouden voor de VNOG kunnen leiden tot claims van betrokkenen. Dat risico laat zich nu niet kwantificeren. In deze paragraaf wordt de actuele risico-inventarisatie voor de begroting 2024-2027 weergegeven met het daarbij benodigde weerstandsvermogen.
Risico-inventarisatie Algemeen Bij de uitvoering van het risicomanagement in 2022 zijn, in het kader van de P&C-cyclus, de risico’s beoordeeld en (op)nieuw opgehaald t.b.v. het opstellen van de Kadernota 2024-2027. Voor deze begroting heeft nog een marginale toetsing plaatsgevonden van de in de kadernota weergegeven risico’s. Inventarisatie In de kadernota 2024-2027 is een toelichting gegeven welke risico’s, met de daarbij gegeven kwantificering, door uitvoering van maatregelen en (externe) ontwikkelingen zijn gewijzigd ten opzichte van
Pagina 45 van 78
de vorige begroting en kadernota, periode 2023-2026. Na de hieronder weergegeven tabel worden enkele belangrijke risico’s kort verder toegelicht. Gekwantificeerde risico's Nr. Risico's en oorzaken
Kans in %
Effect in euro's
Weerstandscapaciteit (euro's)
1 Stoppen Openbaar Brand-/Regionaal meldsysteem (OMS/RBS), risico niet kunnen inpassen medewerkers en (desinvesteringen) materieel i.c.m. het vraagstuk behoud informatiepositie vanuit het brandmeldsysteem. 2 Geen match tussen de gemeenten en de afd. RCB t.a.v. de uitvoering van taken en dienstverlening, bij de invoering van de nieuwe Omgevingswet. Te grote diversiteit in uitvoering/invulling door gemeenten t.o.v. het kwalitatieve en kwantitatieve aanbod van de VNOG.
50%
bedrag 150.000
75.000
50%
640.000
320.000
3 Schaarste capaciteit repressieve inzet van vrijwilligers brandbestrijding. door groter verloop/uitstroom en schaarste vrijwilligers. 4 Teveel (roostering) uren bestaande (repressieve) bezetting brandbestrijding (Arbeidstijden). 5 Hogere prijzen; boven prijsindex, exploitatie.. Wereldwijde ontwikkelingen (v.a. 2021) van een toenemende vraag in samenhang met schaarste van aanbod, doen de grondstof- en materiaalprijzen stijgen. 6 Niet (tijdig) realiseren besparingen Toekomstvisie 2020 t.a.v. materiele kosten door vertraging vervanging - en/of wijzigingen inzichten vervanging materieel. 7 Niet (tijdig) realiseren besparingen Toekomstvisie 2020 t.a.v. personele kosten (vergoedingen/opleidingen/trainingen vrijwilligers) als gevolg van voortschrijdende inzichten benodigd aantal vrijwilligers in samenhang met (beschikbare) materieel (vorig punt).
70%
408.000
286.000
30%
50.000
15.000
70%
500.000
350.000
50%
225.000
113.000
70%
450.000
315.000
8 Uitval materieel repressieve inzet brandbestrijding door defect materieel en/of gebrek onderdelen voertuigen/brandweermiddelen. 9 Extra prijsstijgingen (en vertraging) aanschaf blusmaterieel bij realisatie MSP o.b.v. Toekomstvisie. Extra prijsstijgingen nog aan te schaffen blusmaterieel leiden tot hogere kapitaalslasten c.q. eerdere uitputting van de (gevormde) egalisatiereserve.
30%
90.000
27.000
50%
100.000
50.000
10 Onvoldoende oefenmogelijkheden Vakbekwaam blijven brandweerpersoneel. Oefenmogelijkheden beperkt bij niet voldoen vakbekwaamheidspleinen eisen RI&E. 11 Noodzakelijke (spoedeisende) aanpassingen aan gebouwen/ installaties voortvloeiende uit afspraken en (wettelijke) eisen (w.o. RI&E). Kosten (tijdelijke) huisvesting/ faciliteiten kantoorpersoneel. 12 Onzekerheid kosten overbrugging na vertrek kantoorlocatie Europaweg. 13 Aanpassingen werkplekfaciliteiten en (meer) thuiswerken (corona).
50%
25.000
13.000
50%
84.000
42.000
50% 50%
330.000
75.000
165.000 38.000
14 Hack systemen, verhinderen uitvoering crisis en alle ondersteunende/bedrijfsmatige activiteiten door uitval ICT- systemen. 15 Te hoge personele kosten (beroeps en vrijwilligers) door onjuiste gegevens, - berekeningen en ontoereikende kennis en controles. 16 Inkopen voor te hoge bedragen en/of onjuiste uitvoering/voorwaarden (w.o. aanbestedingen) door onjuist inkoopproces en demarcatie problematiek. 17 Onvoorziene kosten aanspraken van personeel na dienstongevallen door veranderingen in de verzekeringsmarkt en gewijzigde mogelijkheden van dekking. 18 Stijging reële bijdrage aan IFV door bijv. nieuwe taken. 19 Stijging financieringskosten bij aantrekken leningen (vreemd vermogen), door stijging van het rentepercentage. 20 Beboeting en imagoschade door schending van de privacy (overtreding van de algemene verordening gegevensbescherming (AVG)). Processen rond persoonsgerelateerde gegevens worden niet goed uitgevoerd,
30%
500.000
150.000
30%
350.000
105.000
10%
150.000
15.000
10%
600.000
60.000
30% 50%
60.000 2.250.000
18.000 1.125.000
10%
300.000
30.000
Pagina 46 van 78
waardoor privacygevoelige gegvens op onjuiste plaatsen terecht kunnen komen.
21 Hogere kosten (eigen) organisatie OVDG'en (Officieren van dienst geneeskundig). Na opzegging door het Witte Kruis van het (doorlopend) contract voor inhuur van OVDG'en ontstaat het risico dat de uitvoering van deze taak door de VNOG zelf, hogere kosten met zich brengt.
50%
375.000
188.000
3.500.000 Niet kwantificeerde risico's Nr. Risico's en oorzaken
Kans in %
Effect in euro's
Weerstandscapaciteit (euro's)
bedrag 1 Hogere personele kosten (beloning/vergoeding) -w.o.relatieve aandeel VNOG- bij repressieve inzet van parttime brandweermensen (i.p.v. vrijwilligers). Uitkomst project Taakdifferentiatie: afschaffing consignatie en kazernering vrijwilligers; mogelijke alternatieven (parttime aanstellingen) duurder. 2 Toename onderhoudskosten materieel voor repressieve inzet brandbestrijding door langer gebruik bestaand materieel. 3 Onzekerheid toekomstbestendige - en efficiënte uitvoering van repressieve taken bij het niet (tijdig) realiseren samenvoeging/-werking kazernes (Toekomstvisie bouwsteen 31 en 31a). Door onzekerheid uitkomsten onderzoeken samenvoeging/-werking aangegeven regio's, nog geen duidelijkheid over verbeteringen uitvoering repressieve activiteiten. 4 Crises (w.o pandemie) kwantificering c.q. opname in risicoprofiel gevolgen crises, zoals COVID-19. De consequenties voor de VNOG zijn nog niet te kwantificeren. De bestemmingsmogelijkheden van de, recent bekend geworden, extra BDuR middelen dient nog plaats te vinden. 5 Uitwerking (operationele) uitvoering demarcatie. De uitwerking/uitvoering van de demarcatieafspraken kan nog leiden tot onvoorziene (financiële) situaties c.q. tegenvallers. 6 Verontreiniging grond/bodem kazernes en oefenpleinen door PFAS. Bij enkele in gebruik zijnde kazernes en oefenterreinen is mogelijk sprake van PFAS verontreiniging.