A13 - Natuurlijk persoon - Dualisme in de gemeentepolitiek (op verzoek auteur niet geanonimiseerd) D479867
Tekst van het document
DUALISME IN DE GEMEENTEPOLITIEK Geacht raadslid, Graag bied ik u een voorstel aan dat bedoelt het politieke proces in onze gemeente meer democratisch te laten verlopen. Ik hoop dat u het door wilt nemen en in uw fractie bespreken. Natuurlijk is het niet ‘in beton gegoten’, suggesties zijn welkom. Vanzelfsprekend ben ik bereid om uw vragen, zover als mij mogelijk, te beantwoorden.
Brummen, april 2026. Leo M. Verhoef
VERDIEPING VAN DE DEMOCRATIE Inleiding De relatie tussen enerzijds gemeenteraad en burgemeester en anderzijds tussen gemeenteraad en wethouders verhoudt zich moeizaam tot het principe van dualisme in de politiek. Deze notitie beoogt een duidelijker scheiding aan te geven tussen college en gemeenteraad met de intentie zo de lokale democratie inhoudelijk te verbeteren. Gemeenteraad en burgemeester Artikel 9 van de Gemeentewet: De burgemeester is voorzitter van de raad Artikel 34 van de Gemeentewet: De burgemeester is voorzitter van het college. Stelt u zich voor dat de minister-president voorzitter is van het kabinet én tevens voorzitter is van het parlement. Dat hij de ministerraad voorzit én ook de vergaderingen van de Eerste- en de Tweede Kamer. Ik denk niet dat dat in algemene zin als een goed idee zal worden beschouwd. Toch wordt het in de gemeentepolitiek als de normaalste zaak van de wereld gezien. De burgemeester is zowel voorzitter van het college als van de gemeenteraad. Streven we in de gemeente niet, net als in de nationale politiek, naar dualisme? Kun je dat eigenlijk nog serieus nemen als je de leiding van zowel het uitvoerend – als het controlerend lichaam in handen legt van één en dezelfde persoon? De wet is de wet, dus aan die artikelen kunnen we op gemeenteniveau niet tornen.
Maar er is een ontsnappingsmogelijkheid: de burgemeester kán het voorzitterschap van de raadsvergaderingen delegeren. Artikel 77 zegt namelijk: Bij verhindering of ontstentenis van de burgemeester wordt zijn ambt waargenomen door een door het college aan te wijzen wethouder. Het voorzitterschap van de raad wordt in dat geval waargenomen door het langstzittende lid van de raad. Indien meer leden van de raad even lang zitting hebben, vindt de waarneming plaats door het oudste lid in jaren van hen. De raad kan een ander lid met de waarneming belasten.
Dat betekent dat de aangewezen wethouder (de loco-burgemeester) de burgemeester niet vervangt als voorzitter bij de raadsvergaderingen. Het zelfde artikel opent de mogelijkheid dat de raad zèlf een voorzitter kiest. Analoog aan de regeling voor de Raad van State (de Koning is voorzitter, maar delegeert die functie in de praktijk aan de vicevoorzitter) biedt de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van de gemeente Brummen de mogelijkheid om een hoofdstuk op te nemen waarin wordt gesteld dat de burgemeester ingevolge Artikel 9 van de Gemeentewet voorzitter is van de gemeenteraad, maar dat hij het voorzitterschap daarvan tijdens vergaderingen permanent laat waarnemen door een door de raad daarmee te belasten raadslid. Ook zou de raad de griffier kunnen aanwijzen als ‘dagvoorzitter’; de raad blijft dan getalsmatig intact en iedere schijn van partijdigheid van de voorzitter wordt zo voorkomen. Uiteraard kan de burgemeester als lid van het college en portefeuillehouder deelnemen aan de vergadering. Hiermee wordt elke personele band tussen college en raad in praktische zin uitgesloten en wordt het dualisme in de gemeentepolitiek bevorderd. Gemeenteraad en wethouders.
In de afscheidsspeech van waarnemend burgemeester Van Rumund, gehouden op 22 januari 2026, trof mij het advies dat hij gaf om in verband met de mogelijke gemeentelijke herindeling een college te vormen dat wordt gesteund door alle in de raad vertegenwoordigde partijen. Echter, een coalitie die wordt gesteund door álle partijen, dus zonder de corrigerende kracht van oppositie, is niet democratisch en daarom onwenselijk. Wél denkbaar, en in mijn optiek ook wenselijk is het scenario dat ik u hieronder zal schetsen. De gemeentewet bepaalt in Artikel 36 dat Brummen op grond van het aantal inwoners maximaal 4 voltijds wethouders mag aanstellen. Eveneens op grond van het aantal inwoners zegt Artikel 8 van deze wet dat de raad van Brummen uit 19 leden moet bestaan. Het ongemakkelijke is nu dat het aantal wethouders maximaal 20% van het aantal raadsleden mag zijn; dus mag Brummen 3.8 voltijds-, of 4 deeltijd wethouders aanstellen. In de praktijk komt het er op neer dat het aantal wethouders wordt bepaald door het aantal partijen in de coalitie; iedere coalitiepartij wil immers zijn ‘eigen’ wethouder leveren?
Bij door de gemeenteraad te behandelen onderwerpen zal in een aantal gevallen onenigheid tussen coalitie en oppositie ontstaan. Dat kan er licht toe leiden dat het voorstel van de wethouder die verantwoordelijk is voor het onderwerp van geschil, ongeacht de visie van zijn ‘eigen’ partij, door die partij tòch verdedigd zal worden omdat dat nu eenmaal een ‘natuurlijke’ reactie is. Het beginsel van dualisme is dus ver te zoeken. Evenals bij de mogelijke belangenverstrengeling v.w.b. de functie van voorzitter bij raadsvergaderingen is de oplossing ook hier in wezen simpel. Onafhankelijk van het aantal partijen in de te vormen coalitie bepaalt de voltallige raad bij aanvang van de raadsperiode het aantal aan te stellen wethouders en vormt een uit alle in de raad vertegenwoordigde partijen bestaande sollicitatiecommissie volgens het principe één partij, één commissielid. De coalitiepartijen kiezen voor het overeengekomen aantal wethouders ieder minimaal twee kandidaten die voldoen aan de te stellen eisen. De sollicitatiecommissie selecteert na gezamenlijk overleg in een geheime stemming de meest geschikten. Om verkozen te worden moeten de geselecteerden minimaal twee-derde (2/3) van het aantal uitgebrachte stemmen hebben behaald. In wezen is nu de hele raad verantwoordelijk voor de keuze van de wethouders in het college.
Voorstellen van het college zullen puur op hun merites door de gemeenteraad worden beoordeeld. Samenvatting Door de functie van voorzitter bij raadsvergaderingen los te koppelen van het wettelijk bepaalde voorzitterschap van de raad én het aanstellen van door de raad gekozen wethouders wordt het dualisme in de lokale politiek maximaal doorgevoerd. Het accentueert de rol van de gemeenteraad als hoogste-, controlerend orgaan en versterkt de democratie in het gemeentelijke politieke stelsel. Brummen, april 2026 Leo Verhoef