CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

A10 - Natuurlijke personen - Besluitvorming bouwplan Limburg Stirumplein (geanonimiseerd) D479775

Besluitvormende raadsvergadering 28 mei 2026, gemeente BrummenBij agendapunt: Lijst met ingekomen en verzonden stukken3.407 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan

de raadsfracties

Geachte

de

van

gemeente

Brummen.

raadsleden,

Het kan dus wel!

Raadsfracties

PvdA, U

en

hoe

en

CDA, D’66, Groen

de gemeente Brummen,

van

de VVD,

gefeliciteerd

met

installatie.

uw

wij weten nog niet hoe de formatie dan ook is het

taak

uw

van

het beleid

om

Links, Lokaal Belang,

nieuw

een

het

van

college

vorm

gaat krijgen,

huidige en toekomstige college

maar

te

controleren.

Wij vragen

daarom

u

de

raad op 22 mei 2025

besluitvorming

het

van

Limburg Stirumplein, die de “oude”

gewijzigd heeft vastgesteld,

te

heroverwegen.

De reden hiervoor is dat wij aantal

Hierdoor

kan

de

realisatie

vertraging voortgezet De

van

de

in 4

woonlagen

bouwplannen

bezwaarmakers, appellanten

op het

in

plaats

van

5.

Limburg Stirumplein zonder

van

voor wat

Brummenaren, verderte noemen

betrokken

en

betreft één onderdeel

het

van

bouwplan op de plek van

voormalige Julianaschool, gebouw A, bezwaar gemaakt.

Het bezwaar van

kan worden

bouwplan hebben gemaakt waarbij hetzelfde

worden.

bezwaarden, hebben, de

alternatief

een

woningen gerealiseerd

over

mening

de bezwaarden betreft de hoogte

van

dat met

gebouw

name

A in

strijd

gebouwA van 17,5

van

is met de

meter.

Zij zijn

beleidsmatige uitgangspunten uit

de Beleidsnota

Ruimtelijke Kwaliteit. In het hoofdstuk “Historische dorpsgebieden en inten is ondubbelzinnig vastgelegd dat binnen de historische kerngebieden, individuele panden

Ingrepen

en

aanwezige

die tot

een

monumenten

verstoring

en

bijzondere objecten

het beeld

van

en

scherpe

zeer

waardevol

contrasten

zijn.

leiden, dienen

te

worden vermeden.

(zie het beroepschrift als bijlage bijgevoegd) Bezwaarden

hebben

besluit d.d.

24

na de

vaststelling van de raad

juni 2025, ingediend bij de Raad

dat bezwaarden niet tegen

woningbouw

in z’n

van

een

beroepschrift tegen voornoemd Belangrijk om te vermelden is

State.

algemeenheid zijn maar wat

gebouw A de hoogte niet passend vinden in de historische Het

college,

in de personen

appellanten uitgenodigd ons

expliciet gevraagd

Wij

hebben

rekening van

een

A.

om

om

wethouder

over

over

ons

met

de

Ingberg

bezwaar

alternatieven

architect benaderd

houdend

gebouw

van

belangen

van

na te

kern van

betreft

Brummen.

wethouder de Graaf,

en

gedachten

te wisselen

en

hebben hebben

denken.

om

te onderzoeken

van

de

gemeente

of er

met

een

alternatief mogelijk is

betrekking tot de

realisatie

Een

hoogtestudie waarbij dezelfde aantallen appartementen c.q. vierkante

gerealiseerd kunnen worden, inclusief de realisatie

van

een

half

meters

verdiepte

parkeergarage. Deze

studie heeft

de gemeente

aangetoond dat

mogelijkheden zijn om enerzijds de belangen van en anderzijds tegemoet te komen aan de bezwaren van de

te realiseren

er

omwonenden, zoals die in het beroepschrift verwoord zijn. De studie toont gebouw A met 4 bouwlagen in plaats van 5, waarbij er 1 appartement minder gerealiseerd wordt.

Op

4 december

2025

hebben wij dit plan voorgelegd

en

besproken

met wethouder

Ingberg. Op 12 februari 2026 hebben wij een uitnodiging ontvangen om het plan ambtelijk te bespreken, waarbij de stedenbouwkundige aanwezig was. Op 25 februari 2026 hebben wij telefonisch van wethouder Ingberg een terugkoppeling gekregen van dit gesprek. De wethouders houden zich aan het raadsbesluit. Dit betekent

dat appellanten de

handhaven.

De Raad

verwacht

van

ingediende voorlopige voorziening en het beroepschrift

State geeft

dat niet eerder dan 2028

aan

finale

een

beslissing

kan worden.

Gevolg hiervan is dat tot die tijd er op

het van

Limburg Stirumplein geen bouwactiviteiten

mogen plaatsvinden.

Wij informeren

raadsfracties

u nu,

van

de

gemeente Brummen, hoe

onze

constructieve

houding vorm heeft gekregen in de afgelopen maanden. We

hebben

Na

17

meegedacht

om

de

vertraging in de ontwikkeling

het plan te voorkomen.

van

jaar kunnen de plannen op dit plein uiteindelijk afgerond worden op een wijze die

past in de historische kern van Brummen. De starre,

onbuigzame houding van het college ter zake heeft ons

Wij vragen

ons

appellanten

en

af of het

de uitkomst

Zo niet, dan heeft Waarom

college

u

u

geïnformeerd heeft

meer

dan verbaasd.

de gesprekken

over

met

ervan.

op dit moment

de

mogelijkheid

om

het

college hierover te bevragen.

houdt het

college vast aan de uitvoering van voornoemd raadsbesluit, waardoor de realisering pas in (op z’n vroegst) 2028 gaat plaatsvinden, terwijl er een alternatief plan voorligt,

waarbij

kan woorden

voldaan.

Wij verwijzen

ook naar een

plan

college. Dus college

aan

alle

uitgangspunten

van

de

bouwopgave

per direct

bouwproject in de gemeente Zutphen. Hier heeft het college van Zutphen de mening van de buurt zwaarder laten wegen dan haar eigen plan. De inbreng van de buurt stak kwalitatief uit boven het oorspronkelijke van

het

en

gemeenteraad

van

Brummen,

zo

kan

het dus ook.

Tijdens de

recente

uitgesproken

verkiezingsbijeenkomst in Concordia hebben alle partijen zich

voor

een

betere

participatie van inwoners

over

gemeentelijk beleid.

Raadfracties, dit is uw kans. Raadsfracties

van

de gemeente Brummen,

u

controleert het

college, wend

uw

invloed

het

college op te dragen het bouwplan ”van Limburg Stirumplein” aan te passen conform het ingediende plan van appellanten, waardoor per direct de procedure tot aan

om

aanbesteding in gang gezet kan worden

en

er

geen sprake

is van

vertraging tot medio

2028.

Wij zijn uiteraard bereid, het proces

Hartelijke.

met de

op uw

gemeente

verzoek, nadere toelichting

in de

afgelopen

gras

(geanonimiseerd)

(geanonimiseerd) Namens

de appellanten,

(geanonimiseerd) Betrokken inwoners:

(geanonimise rd) In afschrift

aan:

Het

College van B & W Bijlage: Beroepschrift Raad

van

State

maanden

te geven

is verlopen.

op de

wijze waarop

Beroepschrift

en

verzoek

voorlopige voorziening

Aan:

Afdeling bestuursrechtspraak

van

de Raad

van

State

Postbus 20019 2500 EA Den Haag

Betreft: tot

Beroepschrift tegen het besluit van de gemeenteraad van Brummen vaststelling van het bestemmingsplan “Graaf van Limburg Stirumplein”.

Datum:

25

juni 2025.

(geanonimise rd) 1.

Ontvankelijkheid

en

belanghebbendheid

Ondergetekende treedt op als gemachtigde namens de mede-appellanten, zoals vermeld in de aanhef van dit beroepschrift. Voor de ondertekende machtigingen wordt verwezen naar bijlage 9.

Ondergetekenden stellen hierbij beroep in tegen het besluit van de gemeenteraad van Brummen van 22 mei 2025 , kenmerk: NL.IMRO.0213.BPCENTBR1200003-va01 , strekkende tot de vaststelling van het bestemmingsplan 'Graaf van Limburg Stirumplein’. Het besluit is op 2 juni 2025 bekendgemaakt. Appellanten zijn belanghebbenden in de zin van artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht , aangezien zij woonachtig zijn in de directe nabijheid van het plangebied en rechtstreeks ruimtelijke gevolgen ondervinden van het vastgestelde plan , met name van de voorziene realisatie van een appartementengebouw van 55, bouwlagen ('gebouw A') op het Van Limburg Stirumplein. Onder “rechtstreeks ruimtelijke gevolgen” wordt in dit geval verstaan: de aantasting van het directe woon- en leefklimaat van appellanten als gevolg van de voorziene bouwmassa van gebouw A , waaronder verlies aan privacy en zonlicht , een toename van inkijk , en een verstoring van het beschermde dorpsbeeld. Deze hinder betreft concrete , fysieke en zichtbare effecten op het perceel van appellanten en is daarmee aan te merken als rechtstreeks en ruimtelijk van aard in de zin van artikel 1:2 Awb en vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak.

Appellanten hebben in de zienswijzeprocedure en tijdens het raadsproces ook gesproken namens andere betrokken inwoners van Brummen , met wie zij gedeelde zorgen hebben geuit over de aantasting van het dorpse karakter. In deze beroepsprocedure is er echter bewust voor gekozen het beroep formeel te voeren door direct belanghebbende omwonenden. ” 2. Beroepsgronden 2. 1. Strijd met gemeentelijk beleid inzake ruimtelijke kwaliteit en cultureel erfgoed De voorgenomen hoogbouw van gebouw A (55, bouwlagen; 5 bouwlagen en een half verdiepte parkeergarage) is in strijd met de beleidsmatige uitgangspunten uit de Beleidsnota Ruimtelijke Kwaliteit van de gemeente Brummen. In het hoofdstuk “Historische dorpsgebieden en linten” (p. 26–27) wordt ondubbelzinnig vastgelegd dat binnen de historische kerngebieden: “de individuele panden en de samenhang in het beeld met de daarin aanwezige monumenten en bijzondere objecten zeer waardevol zijn. Ingrepen die tot een verstoring van dit beeld leiden , dienen te worden vermeden. Scherpe contrasten dienen te worden vermeden. ” Gebouw A wordt gerealiseerd ongeveer op de erfgrens van een van de meest iconisch Rijks monumentale panden van het dorp (Burgemeester de Wijslaan 8) , gelegen aan een cultuurhistorisch waardevolle zone van Brummen. De 2

bouwmassa van 55, bouwlagen (inclusief half verdiepte parkeergarage) vormt een evident scherp contrast met de historische panden in de directe omgeving. Het hoogteverschil ten opzichte van de naastgelegen historische bebouwing bedraagt naar schatting circa 15, bouwlaag , oftewel ongeveer 45, meter. Daarmee wordt van de beleidsmatige opdracht om scherpe contrasten te vermijden , zoals opgenomen in de gemeentelijke Beleidsnota Ruimtelijke

Kwaliteit , feitelijk afgeweken. Daarnaast worden op pagina 27 onder het kopje 'criteria' bij het onderdeel 'Massa en Vorm' de volgende eisen gesteld aan nieuwbouw: - Nieuwbouw in harmonie met bestaande bebouwing ontwerpen; - Het toepassen van een kapvorm is uitgangspunt voor het bouwplan; - De bestaande mate van variatie in kapvorm in de omgeving is

richtinggevend; - De bouwhoogte is afgestemd op die van de naaste omgeving. Deze criteria zijn helder , richtinggevend en toetsbaar. Het bouwplan voor gebouw A voldoet aan geen van deze criteria. Er is: •

•

Geen sprake van bouwhoogte die aansluit bij de naaste omgeving (het pand is substantieel hoger dan de aangrenzende historische bebouwing). Geen harmonie in massa of volume ten opzichte van de omliggende structuur.

Gebouw A voldoet aan geen van deze criteria. De bouwhoogte en de massa van gebouw A vormen een scherp contrast met omliggende historische panden. Dat in de nota van zienswijzen wordt verwezen naar het beeldkwaliteitsplan voor het van Limburg Stirumplein doet daaraan niet af. Een dergelijk plan mag niet los worden gezien van de bredere beleidskaders en dient juist te worden getoetst aan de beleidsregels voor historische kernen. Deze toets ontbreekt in het besluit , waarmee sprake is van strijdigheid met: • • •

Het zorgvuldigheidsbeginsel (art. 3:2 Awb); Het motiveringsbeginsel (art. 3:46 Awb); En het evenredigheidsbeginsel (art. 3:4 , tweede lid , Awb).

Hoewel het beeldkwaliteitsplan als zodanig niet appellabel is , vormt het een beleidsdocument dat integraal deel uitmaakt van de ruimtelijke onderbouwing van het bestemmingsplan. De daarin opgenomen bepalingen zijn door de gemeenteraad mede als toetsingskader gehanteerd voor de invulling van het plangebied. Voor zover het beeldkwaliteitsplan bepalingen bevat die strijdig zijn met de uitgangspunten van de Nota Ruimtelijke Kwaliteit en/of leiden tot ruimtelijke inpassing die afbreuk doet aan het

3

beschermde dorpskarakter , wordt dit in het kader van dit beroep tegen het bestemmingsplan betrokken. Ook in andere gevallen binnen Brummen is deze beleidslijn wél consequent toegepast. Bijvoorbeeld bij het appartementencomplex aan de Burgemeester Dekkerstraat , waar de bouwhoogte (4 bouwlagen) is afgestemd op de achterliggende historische villa Vitihof , en bij de meest recente bouw van appartementen op het voormalige Aldi-terrein aan de Arnhemsestraat , waar na bezwaar op basis van dezelfde argumentatie , een verdieping is verwijderd. Deze voorbeelden tonen aan dat beleidsconform bouwen in historisch gevoelige zones wel degelijk mogelijk en gebruikelijk is , en dat inconsistentie in toepassing van beleid hier de rechtszekerheid schaadt. Voor de volledigheid is als bijlage 6a een uittreksel opgenomen van de relevante passages uit de Beleidsnota Ruimtelijke Kwaliteit en het Beeldkwaliteitsplan. Deze passages onderbouwen de hierboven genoemde bezwaren en tonen aan dat het bouwplan voor gebouw A niet in overeenstemming is met het geldende gemeentelijke beleid voor historische

dorpskernen. Ter ondersteuning van de in deze paragraaf uiteengezette beroepsgronden is als bijlage 7 een visuele 3-D animatie toegevoegd , aangevuld met foto’s en hoogtes van de verschillende panden , waarin het contrast tussen gebouw A en

de omliggende (monumentale) bebouwing inzichtelijk wordt gemaakt.

Deze animatie is voorzien van een begeleidende toelichting. De bijlage dient ter visualisering van de ruimtelijke effecten zoals bedoeld in deze beroepsgrond , in het bijzonder ten aanzien van de schending van het beleidskader uit de Beleidsnota Ruimtelijke Kwaliteit en het

Beeldkwaliteitsplan. " 2. 2. Aantasting van het dorpse karakter De voorziene bouwmassa is ongekend in de dorpskern van Brummen. In raadsdiscussies over de gemeentelijke herindeling is het behoud van het dorpse karakter door alle fracties als essentieel benoemd. Met gebouw A wordt feitelijk het hoogste en grootste gebouw in het centrum (zelfs van de hele gemeente) gerealiseerd , wat volledig in strijd is met het karakteristieke en historisch waardevolle dorpsbeeld. De omschrijving van 4 bouwlagen met kap is misleidend; met de half verdiepte parkeergarage gaat het om een reële hoogte van circa 55, bouwlagen. In het kader van de gemeentelijke herindeling is in het eindrapport 'Bestuurlijke Toekomst Brummen' door zowel inwoners als gemeenteraad breed onderkend dat het landelijke en dorpse karakter van Brummen een essentieel onderdeel vormt van de identiteit en toekomstvisie van de gemeente. De voorgestelde realisatie van een gebouw van 55, bouwlagen binnen het dorpshart staat haaks op deze identiteit en is daarmee niet alleen in strijd met het ruimtelijk beleid , maar ook met het toekomstbeeld dat de raad zelf in dit kader heeft onderschreven.

4

Voor een inhoudelijke onderbouwing van het belang van het behoud van het dorpse karakter van Brummen , zoals dat ook door de gemeente zelf is benadrukt in het Eindrapport ‘Bestuurlijke Toekomst Brummen’ (maart

2025) , wordt verwezen naar Bijlage 6b bij dit beroepschrift. 2. 3. Onevenredige financiële motivering De gemeente stelt dat de bouwhoogte noodzakelijk is om financiële haalbaarheid van het project te waarborgen. Deze motivering is niet toereikend. Financiële belangen kunnen niet de doorslag geven bij het afwijken van vastgesteld ruimtelijk beleid , zeker niet in een cultuurhistorisch gevoelig gebied. In soortgelijke dossiers binnen Brummen is gebleken dat na aanpassing van bouwplannen (waaronder het schrappen van verdiepingen) toch sprake was van financiële haalbaarheid. Het argument van “anders niet rendabel” is daarmee niet controleerbaar , niet onderbouwd en juridisch niet dragend. 2. 4. Ontbrekende woningbouwnoodzaak De woningbouwopgave wordt als motief aangevoerd , maar deze is tot 2030 nagenoeg ingevuld. Voor de periode daarna is geen concreet vastgesteld programma. Een beperkte vermindering van het aantal appartementen maakt in kwantitatief en beleidsmatig opzicht geen relevant verschil en kan de planologische schade niet rechtvaardigen. 2. 5. Strijd met het gelijkheidsbeginsel In eerdere vergelijkbare situaties is door de gemeente wél consequent toepassing gegeven aan haar eigen beleid , zoals bij de projecten aan de Burgemeester Dekkerstraat en meest recent aan de Arnhemsestraat. In deze zaak wordt daarvan afgeweken zonder voldoende motivering.

Dat is in strijd met het gelijkheidsbeginsel en met het rechtszekerheidsbeginsel. 2. 6. Onvoldoende belangenafweging Het besluit ontbeert een zorgvuldige en evenwichtige afweging van belangen. De ruimtelijke impact op het historisch dorpsbeeld , de belangen van direct omwonenden en de cultuurhistorische waarden zijn onvoldoende betrokken. Daarmee is het besluit in strijd met artikel 3:4 , tweede lid , van de Awb. 2. 7. Ondeugdelijk verweer inzake visuele afscherming door ‘groene wal’ De gemeente stelt in haar verweer dat het visuele effect van de hoogbouw wordt gemitigeerd door bomen in de achtertuin van de monumentale villa's – een zogenaamde ‘groene wal’. Deze redenering houdt geen stand: • • •

De bomen zijn bladverliezend en bieden gedurende een aanzienlijk deel van het jaar geen enkele afscherming; De beplanting is niet planologisch geborgd of beschermd , en kan

worden gesnoeid of verwijderd; Visuele afscherming mag alleen als motief worden gebruikt indien deze structureel en juridisch verzekerd is (vgl. ABRvS 4 februari 2015 , ECLI:NL:RVS:2015:267);

5

•

De beleidsnota vereist dat “scherpe contrasten worden vermeden” dat gaat over inpassing en verhouding , niet over zichtbeperking.

—

Het argument van een ‘groene wal’ is derhalve juridisch irrelevant en niet

toereikend als onderbouwing voor afwijking van de beleidsregels , zoals bevestigd in ABRvS 4 februari 2015 , ECLI:NL:RVS:2015:267 , waarin is overwogen dat visuele afscherming slechts in de beoordeling mag worden betrokken indien deze structureel en juridisch is geborgd. " 2. 8 Inconsistentie tussen beeldkwaliteitsplan en beleidsnota Ruimtelijke Kwaliteit Hoewel in het vastgestelde Beeldkwaliteitsplan voor het Van Limburg Stirumplein wordt erkend dat het plangebied valt onder de categorie ‘historische dorpsgebieden en linten’ , zoals gedefinieerd in de Beleidsnota Ruimtelijke Kwaliteit van de gemeente Brummen , wordt in de uitwerking van het bouwprogramma juist afgeweken van de beleidscriteria die voor dergelijke gebieden gelden. De westelijke zijde van gebouw A — grenzend aan historische bebouwing aan de Burgemeester de Wijslaan — is voorzien van een bouwmassa van 55, bouwlagen , terwijl de aangrenzende rijksmonumenten een hoogte kennen vergelijkbaar met circa 4 bouwlagen. Dit is in strijd met de beleidsmatige opdracht uit de beleidsnota om ‘scherpe contrasten’ met monumentale bebouwing te vermijden en om nieuwbouw in hoogte af te stemmen op de naaste omgeving. Daarmee ontstaat een

innerlijke tegenstrijdigheid binnen het gemeentelijke beleid: enerzijds wordt het beeldkwaliteitsplan gepositioneerd als gebiedsuitwerking van de beleidsnota , anderzijds wordt afgeweken van de daarin opgenomen criteria zonder deugdelijk gemotiveerde uitzondering. Voor zover de gemeenteraad zich baseert op het beeldkwaliteitsplan , is sprake van strijd met het motiveringsbeginsel (artikel 3:46 Awb) , het

zorgvuldigheidsbeginsel (artikel 3:2 Awb) en het evenredigheidsbeginsel (artikel 3:4 , tweede lid , Awb). Er is onvoldoende onderbouwd waarom van het toetsingskader van de beleidsnota is afgeweken en waarom een bouwmassa van 55, bouwlagen direct naast rijks monumentale bebouwing in deze setting ruimtelijk aanvaardbaar zou zijn. 2. 9 Aantasting dorpse karakter door disproportionele bouwhoogte (beleidsmatige inconsistentie) In het beeldkwaliteitsplan wordt gesteld dat het ‘palet een modern maar dorps karakter uitstraalt dat aansluit op de bebouwing in de omgeving’. Deze beleidsmatige intentie is niet terug te zien in de planuitwerking. Een gebouw van 55, bouwlagen (inclusief half verdiepte parkeergarage) is eerder stedelijk van karakter en vormt het hoogste gebouw in de gehele gemeente Brummen. Daarmee is geen sprake van dorps schaalniveau of aansluiting bij de bestaande bebouwing.

6

Het plan voorziet hiermee in een bouwmassa die in strijd is met het beleidsdoel dat voortkomt uit zowel de Nota Ruimtelijke Kwaliteit als het beeldkwaliteitsplan zelf. Integendeel: het beoogde gebouw vormt een

disproportionele uitschieter , zonder afstemming op het omringende kleinschalige en historisch waardevolle bebouwingsbeeld. Deze beleidsmatige inconsistentie duidt op een gebrek aan zorgvuldige voorbereiding en motivering van het plan , zoals vereist op grond van artikel 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

3. Verzoek Appellant(en) verzoeken de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: - Het bestreden besluit te vernietigen , voor zover dit betrekking heeft op gebouw A; - De gemeenteraad op te dragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de in dit beroepschrift genoemde bezwaren; - Subsidiair: het bouwplan te herzien en de maximale bouwhoogte af te stemmen op de hoogte van het appartementengebouw aan de Burgemeester Dekkerstraat dan wel aan de aangrenzende rijks- en gemeentelijke monumenten aan de Burgemeester de Wijslaan , met inachtneming van het beleid inzake ruimtelijke kwaliteit , erfgoed en stedenbouwkundige inpassing , zoals verwoord in dit beroepschrift. " 4. Bijlagen bij beroepschrift

Onderstaand overzicht bevat de bij dit beroepschrift gevoegde bijlagen. De bijlagen zijn genummerd en corresponderen met de verwijzingen in de motivering van het beroep. In enkele gevallen zijn inhoudelijk verwante documenten samengevoegd tot één bijlage ter bevordering van de leesbaarheid en consistentie. Bijlage nummer: Bijlage 1 Bijlage Bijlage Bijlage Bijlage Bijlage

2 3 4 5

6

Bijlage 7 Bijlage 8

U treft in deze bijlage aan:

Raadsbesluit - raadsvoorstel publicatiedatum Nota Ruimtelijke Kwaliteit Beeldkwaliteitsplan

–

document met

Zienswijze

Eindrapport Bestuurlijke Toekomst Brummen Samengevoegd: Uittreksel nota Ruimtelijke Kwaliteit (6a) Citaten uit nota Bestuurlijke Toekomst Brummen (6b) 3D animatie plangebied – (ge)bouwhoogtes en toelichting Reacties appellanten tijdens het besluitvormingsproces; samengevoegd:

7

8a: zienswijze bij 01-2024 8b: inspreektekst 2025 8c: bezwaarbrief

Bijlage

9

Machtigingen

ontwerpbestemmingsplan bij Forum vergadering

d.d.31-

d.d. 08-05-

d.d. 08-05-2025

mede

appellanten

Alle

genoemde bijlagen maken integraal deel uit van het beroepschrift worden geacht mede de motieven van het beroep te onderbouwen.

en

5.

Voorlopige voorziening Appellanten verzoeken de voorzieningenrechter op grond van artikel 8:81 wet bestuursrecht (Awb) om het treffen van een voorlopige van de Algemene voorziening, inhoudende de schorsing van het bestemmingsplan Graaf van Limburg Stirumplein, voor zover het betreft de inpassing van gebouw A. Spoedeisend

belang ligt een spoedeisend belang ten grondslag. De realisatie van gebouw A kan op zeer korte termijn aanvang nemen, hetgeen zal leiden tot onomkeerbare ruimtelijke gevolgen. Daarbij gaat het om ernstige aantasting van het beschermd dorpsgezicht, de stedenbouwkundige samenhang en het directe visuele en fysieke effect op de aangrenzende rijksmonumenten. dit verzoek

Aan

Appellanten verzoeken de voorzieningenrechter e

e

e

om:

bestemmingsplan te schorsen voor zover het betrekking heeft op gebouw A; Een zitting te beleggen op zo kort mogelijke termijn, gelet op het spoedeisende karakter; Dit verzoek om voorlopige voorziening te voegen bij en te behandelen in samenhang met het bijgevoegde beroepschrift. Het

Hoogachtend, Namens appellanten,

(geanonimiseerd) J

Ingediend Digitaal Bijgevoegde machtigingen via

het

Loket van

Raad

ondertekening via DigiD de mede-appellanten in bijlage 9. van

State

—

Toelichting grondslagen In dit document kunt u secties vinden die onleesbaar zijn gemaakt. Deze informatie is achterwege gelaten op basis van de Wet open overheid (Woo). De letter die hierbij is vermeld correspondeert met de bijbehorende grondslag in onderstaand overzicht.

J Art. 5.1 lid 2 sub e Het belang van de openbaarmaking van deze informatie weegt niet op tegen het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van betrokkenen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16879523/1