A10 - Natuurlijke personen - Besluitvorming bouwplan Limburg Stirumplein (geanonimiseerd) D479775
Tekst van het document
Aan
de raadsfracties
Geachte
de
van
gemeente
Brummen.
raadsleden,
Het kan dus wel!
Raadsfracties
PvdA, U
en
hoe
en
CDA, D’66, Groen
de gemeente Brummen,
van
de VVD,
gefeliciteerd
met
installatie.
uw
wij weten nog niet hoe de formatie dan ook is het
taak
uw
van
het beleid
om
Links, Lokaal Belang,
nieuw
een
het
van
college
vorm
gaat krijgen,
huidige en toekomstige college
maar
te
controleren.
Wij vragen
daarom
u
de
raad op 22 mei 2025
besluitvorming
het
van
Limburg Stirumplein, die de “oude”
gewijzigd heeft vastgesteld,
te
heroverwegen.
De reden hiervoor is dat wij aantal
Hierdoor
kan
de
realisatie
vertraging voortgezet De
van
de
in 4
woonlagen
bouwplannen
bezwaarmakers, appellanten
op het
in
plaats
van
5.
Limburg Stirumplein zonder
van
voor wat
Brummenaren, verderte noemen
betrokken
en
betreft één onderdeel
het
van
bouwplan op de plek van
voormalige Julianaschool, gebouw A, bezwaar gemaakt.
Het bezwaar van
kan worden
bouwplan hebben gemaakt waarbij hetzelfde
worden.
bezwaarden, hebben, de
alternatief
een
woningen gerealiseerd
over
mening
de bezwaarden betreft de hoogte
van
dat met
gebouw
name
A in
strijd
gebouwA van 17,5
van
is met de
meter.
Zij zijn
beleidsmatige uitgangspunten uit
de Beleidsnota
Ruimtelijke Kwaliteit. In het hoofdstuk “Historische dorpsgebieden en inten is ondubbelzinnig vastgelegd dat binnen de historische kerngebieden, individuele panden
Ingrepen
en
aanwezige
die tot
een
monumenten
verstoring
en
bijzondere objecten
het beeld
van
en
scherpe
zeer
waardevol
contrasten
zijn.
leiden, dienen
te
worden vermeden.
(zie het beroepschrift als bijlage bijgevoegd) Bezwaarden
hebben
besluit d.d.
24
na de
vaststelling van de raad
juni 2025, ingediend bij de Raad
dat bezwaarden niet tegen
woningbouw
in z’n
van
een
beroepschrift tegen voornoemd Belangrijk om te vermelden is
State.
algemeenheid zijn maar wat
gebouw A de hoogte niet passend vinden in de historische Het
college,
in de personen
appellanten uitgenodigd ons
expliciet gevraagd
Wij
hebben
rekening van
een
A.
om
om
wethouder
over
over
ons
met
de
Ingberg
bezwaar
alternatieven
architect benaderd
houdend
gebouw
van
belangen
van
na te
kern van
betreft
Brummen.
wethouder de Graaf,
en
gedachten
te wisselen
en
hebben hebben
denken.
om
te onderzoeken
van
de
gemeente
of er
met
een
alternatief mogelijk is
betrekking tot de
realisatie
Een
hoogtestudie waarbij dezelfde aantallen appartementen c.q. vierkante
gerealiseerd kunnen worden, inclusief de realisatie
van
een
half
meters
verdiepte
parkeergarage. Deze
studie heeft
de gemeente
aangetoond dat
mogelijkheden zijn om enerzijds de belangen van en anderzijds tegemoet te komen aan de bezwaren van de
te realiseren
er
omwonenden, zoals die in het beroepschrift verwoord zijn. De studie toont gebouw A met 4 bouwlagen in plaats van 5, waarbij er 1 appartement minder gerealiseerd wordt.
Op
4 december
2025
hebben wij dit plan voorgelegd
en
besproken
met wethouder
Ingberg. Op 12 februari 2026 hebben wij een uitnodiging ontvangen om het plan ambtelijk te bespreken, waarbij de stedenbouwkundige aanwezig was. Op 25 februari 2026 hebben wij telefonisch van wethouder Ingberg een terugkoppeling gekregen van dit gesprek. De wethouders houden zich aan het raadsbesluit. Dit betekent
dat appellanten de
handhaven.
De Raad
verwacht
van
ingediende voorlopige voorziening en het beroepschrift
State geeft
dat niet eerder dan 2028
aan
finale
een
beslissing
kan worden.
Gevolg hiervan is dat tot die tijd er op
het van
Limburg Stirumplein geen bouwactiviteiten
mogen plaatsvinden.
Wij informeren
raadsfracties
u nu,
van
de
gemeente Brummen, hoe
onze
constructieve
houding vorm heeft gekregen in de afgelopen maanden. We
hebben
Na
17
meegedacht
om
de
vertraging in de ontwikkeling
het plan te voorkomen.
van
jaar kunnen de plannen op dit plein uiteindelijk afgerond worden op een wijze die
past in de historische kern van Brummen. De starre,
onbuigzame houding van het college ter zake heeft ons
Wij vragen
ons
appellanten
en
af of het
de uitkomst
Zo niet, dan heeft Waarom
college
u
u
geïnformeerd heeft
meer
dan verbaasd.
de gesprekken
over
met
ervan.
op dit moment
de
mogelijkheid
om
het
college hierover te bevragen.
houdt het
college vast aan de uitvoering van voornoemd raadsbesluit, waardoor de realisering pas in (op z’n vroegst) 2028 gaat plaatsvinden, terwijl er een alternatief plan voorligt,
waarbij
kan woorden
voldaan.
Wij verwijzen
ook naar een
plan
college. Dus college
aan
alle
uitgangspunten
van
de
bouwopgave
per direct
bouwproject in de gemeente Zutphen. Hier heeft het college van Zutphen de mening van de buurt zwaarder laten wegen dan haar eigen plan. De inbreng van de buurt stak kwalitatief uit boven het oorspronkelijke van
het
en
gemeenteraad
van
Brummen,
zo
kan
het dus ook.
Tijdens de
recente
uitgesproken
verkiezingsbijeenkomst in Concordia hebben alle partijen zich
voor
een
betere
participatie van inwoners
over
gemeentelijk beleid.
Raadfracties, dit is uw kans. Raadsfracties
van
de gemeente Brummen,
u
controleert het
college, wend
uw
invloed
het
college op te dragen het bouwplan ”van Limburg Stirumplein” aan te passen conform het ingediende plan van appellanten, waardoor per direct de procedure tot aan
om
aanbesteding in gang gezet kan worden
en
er
geen sprake
is van
vertraging tot medio
2028.
Wij zijn uiteraard bereid, het proces
Hartelijke.
met de
op uw
gemeente
verzoek, nadere toelichting
in de
afgelopen
gras
(geanonimiseerd)
(geanonimiseerd) Namens
de appellanten,
(geanonimiseerd) Betrokken inwoners:
(geanonimise rd) In afschrift
aan:
Het
College van B & W Bijlage: Beroepschrift Raad
van
State
maanden
te geven
is verlopen.
op de
wijze waarop
Beroepschrift
en
verzoek
voorlopige voorziening
Aan:
Afdeling bestuursrechtspraak
van
de Raad
van
State
Postbus 20019 2500 EA Den Haag
Betreft: tot
Beroepschrift tegen het besluit van de gemeenteraad van Brummen vaststelling van het bestemmingsplan “Graaf van Limburg Stirumplein”.
Datum:
25
juni 2025.
(geanonimise rd) 1.
Ontvankelijkheid
en
belanghebbendheid
Ondergetekende treedt op als gemachtigde namens de mede-appellanten, zoals vermeld in de aanhef van dit beroepschrift. Voor de ondertekende machtigingen wordt verwezen naar bijlage 9.
Ondergetekenden stellen hierbij beroep in tegen het besluit van de gemeenteraad van Brummen van 22 mei 2025 , kenmerk: NL.IMRO.0213.BPCENTBR1200003-va01 , strekkende tot de vaststelling van het bestemmingsplan 'Graaf van Limburg Stirumplein’. Het besluit is op 2 juni 2025 bekendgemaakt. Appellanten zijn belanghebbenden in de zin van artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht , aangezien zij woonachtig zijn in de directe nabijheid van het plangebied en rechtstreeks ruimtelijke gevolgen ondervinden van het vastgestelde plan , met name van de voorziene realisatie van een appartementengebouw van 55, bouwlagen ('gebouw A') op het Van Limburg Stirumplein. Onder “rechtstreeks ruimtelijke gevolgen” wordt in dit geval verstaan: de aantasting van het directe woon- en leefklimaat van appellanten als gevolg van de voorziene bouwmassa van gebouw A , waaronder verlies aan privacy en zonlicht , een toename van inkijk , en een verstoring van het beschermde dorpsbeeld. Deze hinder betreft concrete , fysieke en zichtbare effecten op het perceel van appellanten en is daarmee aan te merken als rechtstreeks en ruimtelijk van aard in de zin van artikel 1:2 Awb en vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak.
Appellanten hebben in de zienswijzeprocedure en tijdens het raadsproces ook gesproken namens andere betrokken inwoners van Brummen , met wie zij gedeelde zorgen hebben geuit over de aantasting van het dorpse karakter. In deze beroepsprocedure is er echter bewust voor gekozen het beroep formeel te voeren door direct belanghebbende omwonenden. ” 2. Beroepsgronden 2. 1. Strijd met gemeentelijk beleid inzake ruimtelijke kwaliteit en cultureel erfgoed De voorgenomen hoogbouw van gebouw A (55, bouwlagen; 5 bouwlagen en een half verdiepte parkeergarage) is in strijd met de beleidsmatige uitgangspunten uit de Beleidsnota Ruimtelijke Kwaliteit van de gemeente Brummen. In het hoofdstuk “Historische dorpsgebieden en linten” (p. 26–27) wordt ondubbelzinnig vastgelegd dat binnen de historische kerngebieden: “de individuele panden en de samenhang in het beeld met de daarin aanwezige monumenten en bijzondere objecten zeer waardevol zijn. Ingrepen die tot een verstoring van dit beeld leiden , dienen te worden vermeden. Scherpe contrasten dienen te worden vermeden. ” Gebouw A wordt gerealiseerd ongeveer op de erfgrens van een van de meest iconisch Rijks monumentale panden van het dorp (Burgemeester de Wijslaan 8) , gelegen aan een cultuurhistorisch waardevolle zone van Brummen. De 2
bouwmassa van 55, bouwlagen (inclusief half verdiepte parkeergarage) vormt een evident scherp contrast met de historische panden in de directe omgeving. Het hoogteverschil ten opzichte van de naastgelegen historische bebouwing bedraagt naar schatting circa 15, bouwlaag , oftewel ongeveer 45, meter. Daarmee wordt van de beleidsmatige opdracht om scherpe contrasten te vermijden , zoals opgenomen in de gemeentelijke Beleidsnota Ruimtelijke
Kwaliteit , feitelijk afgeweken. Daarnaast worden op pagina 27 onder het kopje 'criteria' bij het onderdeel 'Massa en Vorm' de volgende eisen gesteld aan nieuwbouw: - Nieuwbouw in harmonie met bestaande bebouwing ontwerpen; - Het toepassen van een kapvorm is uitgangspunt voor het bouwplan; - De bestaande mate van variatie in kapvorm in de omgeving is
richtinggevend; - De bouwhoogte is afgestemd op die van de naaste omgeving. Deze criteria zijn helder , richtinggevend en toetsbaar. Het bouwplan voor gebouw A voldoet aan geen van deze criteria. Er is: •
•
Geen sprake van bouwhoogte die aansluit bij de naaste omgeving (het pand is substantieel hoger dan de aangrenzende historische bebouwing). Geen harmonie in massa of volume ten opzichte van de omliggende structuur.
Gebouw A voldoet aan geen van deze criteria. De bouwhoogte en de massa van gebouw A vormen een scherp contrast met omliggende historische panden. Dat in de nota van zienswijzen wordt verwezen naar het beeldkwaliteitsplan voor het van Limburg Stirumplein doet daaraan niet af. Een dergelijk plan mag niet los worden gezien van de bredere beleidskaders en dient juist te worden getoetst aan de beleidsregels voor historische kernen. Deze toets ontbreekt in het besluit , waarmee sprake is van strijdigheid met: • • •
Het zorgvuldigheidsbeginsel (art. 3:2 Awb); Het motiveringsbeginsel (art. 3:46 Awb); En het evenredigheidsbeginsel (art. 3:4 , tweede lid , Awb).
Hoewel het beeldkwaliteitsplan als zodanig niet appellabel is , vormt het een beleidsdocument dat integraal deel uitmaakt van de ruimtelijke onderbouwing van het bestemmingsplan. De daarin opgenomen bepalingen zijn door de gemeenteraad mede als toetsingskader gehanteerd voor de invulling van het plangebied. Voor zover het beeldkwaliteitsplan bepalingen bevat die strijdig zijn met de uitgangspunten van de Nota Ruimtelijke Kwaliteit en/of leiden tot ruimtelijke inpassing die afbreuk doet aan het
3
beschermde dorpskarakter , wordt dit in het kader van dit beroep tegen het bestemmingsplan betrokken. Ook in andere gevallen binnen Brummen is deze beleidslijn wél consequent toegepast. Bijvoorbeeld bij het appartementencomplex aan de Burgemeester Dekkerstraat , waar de bouwhoogte (4 bouwlagen) is afgestemd op de achterliggende historische villa Vitihof , en bij de meest recente bouw van appartementen op het voormalige Aldi-terrein aan de Arnhemsestraat , waar na bezwaar op basis van dezelfde argumentatie , een verdieping is verwijderd. Deze voorbeelden tonen aan dat beleidsconform bouwen in historisch gevoelige zones wel degelijk mogelijk en gebruikelijk is , en dat inconsistentie in toepassing van beleid hier de rechtszekerheid schaadt. Voor de volledigheid is als bijlage 6a een uittreksel opgenomen van de relevante passages uit de Beleidsnota Ruimtelijke Kwaliteit en het Beeldkwaliteitsplan. Deze passages onderbouwen de hierboven genoemde bezwaren en tonen aan dat het bouwplan voor gebouw A niet in overeenstemming is met het geldende gemeentelijke beleid voor historische
dorpskernen. Ter ondersteuning van de in deze paragraaf uiteengezette beroepsgronden is als bijlage 7 een visuele 3-D animatie toegevoegd , aangevuld met foto’s en hoogtes van de verschillende panden , waarin het contrast tussen gebouw A en
de omliggende (monumentale) bebouwing inzichtelijk wordt gemaakt.
Deze animatie is voorzien van een begeleidende toelichting. De bijlage dient ter visualisering van de ruimtelijke effecten zoals bedoeld in deze beroepsgrond , in het bijzonder ten aanzien van de schending van het beleidskader uit de Beleidsnota Ruimtelijke Kwaliteit en het
Beeldkwaliteitsplan. " 2. 2. Aantasting van het dorpse karakter De voorziene bouwmassa is ongekend in de dorpskern van Brummen. In raadsdiscussies over de gemeentelijke herindeling is het behoud van het dorpse karakter door alle fracties als essentieel benoemd. Met gebouw A wordt feitelijk het hoogste en grootste gebouw in het centrum (zelfs van de hele gemeente) gerealiseerd , wat volledig in strijd is met het karakteristieke en historisch waardevolle dorpsbeeld. De omschrijving van 4 bouwlagen met kap is misleidend; met de half verdiepte parkeergarage gaat het om een reële hoogte van circa 55, bouwlagen. In het kader van de gemeentelijke herindeling is in het eindrapport 'Bestuurlijke Toekomst Brummen' door zowel inwoners als gemeenteraad breed onderkend dat het landelijke en dorpse karakter van Brummen een essentieel onderdeel vormt van de identiteit en toekomstvisie van de gemeente. De voorgestelde realisatie van een gebouw van 55, bouwlagen binnen het dorpshart staat haaks op deze identiteit en is daarmee niet alleen in strijd met het ruimtelijk beleid , maar ook met het toekomstbeeld dat de raad zelf in dit kader heeft onderschreven.
4
Voor een inhoudelijke onderbouwing van het belang van het behoud van het dorpse karakter van Brummen , zoals dat ook door de gemeente zelf is benadrukt in het Eindrapport ‘Bestuurlijke Toekomst Brummen’ (maart
2025) , wordt verwezen naar Bijlage 6b bij dit beroepschrift. 2. 3. Onevenredige financiële motivering De gemeente stelt dat de bouwhoogte noodzakelijk is om financiële haalbaarheid van het project te waarborgen. Deze motivering is niet toereikend. Financiële belangen kunnen niet de doorslag geven bij het afwijken van vastgesteld ruimtelijk beleid , zeker niet in een cultuurhistorisch gevoelig gebied. In soortgelijke dossiers binnen Brummen is gebleken dat na aanpassing van bouwplannen (waaronder het schrappen van verdiepingen) toch sprake was van financiële haalbaarheid. Het argument van “anders niet rendabel” is daarmee niet controleerbaar , niet onderbouwd en juridisch niet dragend. 2. 4. Ontbrekende woningbouwnoodzaak De woningbouwopgave wordt als motief aangevoerd , maar deze is tot 2030 nagenoeg ingevuld. Voor de periode daarna is geen concreet vastgesteld programma. Een beperkte vermindering van het aantal appartementen maakt in kwantitatief en beleidsmatig opzicht geen relevant verschil en kan de planologische schade niet rechtvaardigen. 2. 5. Strijd met het gelijkheidsbeginsel In eerdere vergelijkbare situaties is door de gemeente wél consequent toepassing gegeven aan haar eigen beleid , zoals bij de projecten aan de Burgemeester Dekkerstraat en meest recent aan de Arnhemsestraat. In deze zaak wordt daarvan afgeweken zonder voldoende motivering.
Dat is in strijd met het gelijkheidsbeginsel en met het rechtszekerheidsbeginsel. 2. 6. Onvoldoende belangenafweging Het besluit ontbeert een zorgvuldige en evenwichtige afweging van belangen. De ruimtelijke impact op het historisch dorpsbeeld , de belangen van direct omwonenden en de cultuurhistorische waarden zijn onvoldoende betrokken. Daarmee is het besluit in strijd met artikel 3:4 , tweede lid , van de Awb. 2. 7. Ondeugdelijk verweer inzake visuele afscherming door ‘groene wal’ De gemeente stelt in haar verweer dat het visuele effect van de hoogbouw wordt gemitigeerd door bomen in de achtertuin van de monumentale villa's – een zogenaamde ‘groene wal’. Deze redenering houdt geen stand: • • •
De bomen zijn bladverliezend en bieden gedurende een aanzienlijk deel van het jaar geen enkele afscherming; De beplanting is niet planologisch geborgd of beschermd , en kan
worden gesnoeid of verwijderd; Visuele afscherming mag alleen als motief worden gebruikt indien deze structureel en juridisch verzekerd is (vgl. ABRvS 4 februari 2015 , ECLI:NL:RVS:2015:267);
5
•
De beleidsnota vereist dat “scherpe contrasten worden vermeden” dat gaat over inpassing en verhouding , niet over zichtbeperking.
—
Het argument van een ‘groene wal’ is derhalve juridisch irrelevant en niet
toereikend als onderbouwing voor afwijking van de beleidsregels , zoals bevestigd in ABRvS 4 februari 2015 , ECLI:NL:RVS:2015:267 , waarin is overwogen dat visuele afscherming slechts in de beoordeling mag worden betrokken indien deze structureel en juridisch is geborgd. " 2. 8 Inconsistentie tussen beeldkwaliteitsplan en beleidsnota Ruimtelijke Kwaliteit Hoewel in het vastgestelde Beeldkwaliteitsplan voor het Van Limburg Stirumplein wordt erkend dat het plangebied valt onder de categorie ‘historische dorpsgebieden en linten’ , zoals gedefinieerd in de Beleidsnota Ruimtelijke Kwaliteit van de gemeente Brummen , wordt in de uitwerking van het bouwprogramma juist afgeweken van de beleidscriteria die voor dergelijke gebieden gelden. De westelijke zijde van gebouw A — grenzend aan historische bebouwing aan de Burgemeester de Wijslaan — is voorzien van een bouwmassa van 55, bouwlagen , terwijl de aangrenzende rijksmonumenten een hoogte kennen vergelijkbaar met circa 4 bouwlagen. Dit is in strijd met de beleidsmatige opdracht uit de beleidsnota om ‘scherpe contrasten’ met monumentale bebouwing te vermijden en om nieuwbouw in hoogte af te stemmen op de naaste omgeving. Daarmee ontstaat een
innerlijke tegenstrijdigheid binnen het gemeentelijke beleid: enerzijds wordt het beeldkwaliteitsplan gepositioneerd als gebiedsuitwerking van de beleidsnota , anderzijds wordt afgeweken van de daarin opgenomen criteria zonder deugdelijk gemotiveerde uitzondering. Voor zover de gemeenteraad zich baseert op het beeldkwaliteitsplan , is sprake van strijd met het motiveringsbeginsel (artikel 3:46 Awb) , het
zorgvuldigheidsbeginsel (artikel 3:2 Awb) en het evenredigheidsbeginsel (artikel 3:4 , tweede lid , Awb). Er is onvoldoende onderbouwd waarom van het toetsingskader van de beleidsnota is afgeweken en waarom een bouwmassa van 55, bouwlagen direct naast rijks monumentale bebouwing in deze setting ruimtelijk aanvaardbaar zou zijn. 2. 9 Aantasting dorpse karakter door disproportionele bouwhoogte (beleidsmatige inconsistentie) In het beeldkwaliteitsplan wordt gesteld dat het ‘palet een modern maar dorps karakter uitstraalt dat aansluit op de bebouwing in de omgeving’. Deze beleidsmatige intentie is niet terug te zien in de planuitwerking. Een gebouw van 55, bouwlagen (inclusief half verdiepte parkeergarage) is eerder stedelijk van karakter en vormt het hoogste gebouw in de gehele gemeente Brummen. Daarmee is geen sprake van dorps schaalniveau of aansluiting bij de bestaande bebouwing.
6
Het plan voorziet hiermee in een bouwmassa die in strijd is met het beleidsdoel dat voortkomt uit zowel de Nota Ruimtelijke Kwaliteit als het beeldkwaliteitsplan zelf. Integendeel: het beoogde gebouw vormt een
disproportionele uitschieter , zonder afstemming op het omringende kleinschalige en historisch waardevolle bebouwingsbeeld. Deze beleidsmatige inconsistentie duidt op een gebrek aan zorgvuldige voorbereiding en motivering van het plan , zoals vereist op grond van artikel 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
3. Verzoek Appellant(en) verzoeken de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: - Het bestreden besluit te vernietigen , voor zover dit betrekking heeft op gebouw A; - De gemeenteraad op te dragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de in dit beroepschrift genoemde bezwaren; - Subsidiair: het bouwplan te herzien en de maximale bouwhoogte af te stemmen op de hoogte van het appartementengebouw aan de Burgemeester Dekkerstraat dan wel aan de aangrenzende rijks- en gemeentelijke monumenten aan de Burgemeester de Wijslaan , met inachtneming van het beleid inzake ruimtelijke kwaliteit , erfgoed en stedenbouwkundige inpassing , zoals verwoord in dit beroepschrift. " 4. Bijlagen bij beroepschrift
Onderstaand overzicht bevat de bij dit beroepschrift gevoegde bijlagen. De bijlagen zijn genummerd en corresponderen met de verwijzingen in de motivering van het beroep. In enkele gevallen zijn inhoudelijk verwante documenten samengevoegd tot één bijlage ter bevordering van de leesbaarheid en consistentie. Bijlage nummer: Bijlage 1 Bijlage Bijlage Bijlage Bijlage Bijlage
2 3 4 5
6
Bijlage 7 Bijlage 8
U treft in deze bijlage aan:
Raadsbesluit - raadsvoorstel publicatiedatum Nota Ruimtelijke Kwaliteit Beeldkwaliteitsplan
–
document met
Zienswijze
Eindrapport Bestuurlijke Toekomst Brummen Samengevoegd: Uittreksel nota Ruimtelijke Kwaliteit (6a) Citaten uit nota Bestuurlijke Toekomst Brummen (6b) 3D animatie plangebied – (ge)bouwhoogtes en toelichting Reacties appellanten tijdens het besluitvormingsproces; samengevoegd:
7
8a: zienswijze bij 01-2024 8b: inspreektekst 2025 8c: bezwaarbrief
Bijlage
9
Machtigingen
ontwerpbestemmingsplan bij Forum vergadering
d.d.31-
d.d. 08-05-
d.d. 08-05-2025
mede
appellanten
Alle
genoemde bijlagen maken integraal deel uit van het beroepschrift worden geacht mede de motieven van het beroep te onderbouwen.
en
5.
Voorlopige voorziening Appellanten verzoeken de voorzieningenrechter op grond van artikel 8:81 wet bestuursrecht (Awb) om het treffen van een voorlopige van de Algemene voorziening, inhoudende de schorsing van het bestemmingsplan Graaf van Limburg Stirumplein, voor zover het betreft de inpassing van gebouw A. Spoedeisend
belang ligt een spoedeisend belang ten grondslag. De realisatie van gebouw A kan op zeer korte termijn aanvang nemen, hetgeen zal leiden tot onomkeerbare ruimtelijke gevolgen. Daarbij gaat het om ernstige aantasting van het beschermd dorpsgezicht, de stedenbouwkundige samenhang en het directe visuele en fysieke effect op de aangrenzende rijksmonumenten. dit verzoek
Aan
Appellanten verzoeken de voorzieningenrechter e
e
e
om:
bestemmingsplan te schorsen voor zover het betrekking heeft op gebouw A; Een zitting te beleggen op zo kort mogelijke termijn, gelet op het spoedeisende karakter; Dit verzoek om voorlopige voorziening te voegen bij en te behandelen in samenhang met het bijgevoegde beroepschrift. Het
Hoogachtend, Namens appellanten,
(geanonimiseerd) J
Ingediend Digitaal Bijgevoegde machtigingen via
het
Loket van
Raad
ondertekening via DigiD de mede-appellanten in bijlage 9. van
State
—
Toelichting grondslagen In dit document kunt u secties vinden die onleesbaar zijn gemaakt. Deze informatie is achterwege gelaten op basis van de Wet open overheid (Woo). De letter die hierbij is vermeld correspondeert met de bijbehorende grondslag in onderstaand overzicht.
J Art. 5.1 lid 2 sub e Het belang van de openbaarmaking van deze informatie weegt niet op tegen het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van betrokkenen