A10 - GGD NOG - Brief aan college van B&W over wijziging gemeenschappelijke regeling GGD NOG D417625
Tekst van het document
Gearchiveerd: vrijdag 22 september 2023 10:58:27 Van: Nijland, Thijs Verzonden: vrijdag 22 september 2023 09:15:36 Aan: griffie@aalten.nl; otgriffie@apeldoorn.nl; griffie@gemeenteberkelland.nl; griffie@bronckhorst.nl; Griffie; griffie@doetinchem.nl; griffie@elburg.nl; griffie@epe.nl; raadsgriffie@ermelo.nl; griffie@harderwijk.nl; griffie@hattem.nl; griffie@heerde.nl; griffie@lochem.nl; griffie@montferland.info; griffie@nunspeet.nl; griffie@oldebroek.nl; griffie@oostgelre.nl; griffie@oude-ijsselstreek.nl; griffie@putten.nl; raad@voorst.nl; griffie@winterswijk.nl; griffie@zutphen.nl Onderwerp: brief aan raden over wijziging gemeenschappelijke regeling GGD NOG Precisie: Normaal Bijlagen: 040 - brief aan gemeenteraden over zienswijzen 7e wijziging GR GGD NOG.pdf ;040-bijlage 1 Stappen wijziging GR GGD NOG versie 20230414.pdf ;040bijlage 2 Bespreking 7e wijziging GR GGD NOG adviesnota AB 11 sept 2023.pdf ;040-bijlage 3 verslag AB GGD NOG 20230911 CONCEPT.pdf ;040bijlage 4 Overzicht zienswijzen 7e wijz en aanv voorstel GR GGD NOG per artikel AB 20230911.pdf ;040-bijlage 5 Zienswijzen raden 7e wijziging GR GGD NOG bundel 20230821.pdf ;
Geachte griffiers, Hierbij ontvangt u een brief van het dagelijks bestuur GGD Noord- en Oost-Gelderland, met 5 bijlagen, gericht aan de gemeenteraden. Met deze brief informeert het DB de raden over de stand van zaken van de wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling GGD Noord- en Oost-Gelderland (GR GGD NOG) en over de vervolgprocedure. Met vriendelijke groet, Thijs Nijland directiesecretaris Werkdagen: ma-di-wo-do
Rijksstraatweg 65 7231 AC Warnsveld Postbus 3 7200 AA Zutphen
T. 088 443 3270 (direct) T. 088 443 30 00 (algemeen) E. t.nijland@ggdnog.nl W. www.ggdnog.nl
øøø Noord- en Oost-Getdertand
Aan: de raden van de gemeenten die deelnemen in GGD Noord- en Oost-Gelderland verzonden per e-moil
Kenmerk: Datum: Behandeld door: E-mail:
Telefoonnummer: Onderwerp:
J9/thn/23-dir 040 15 september 2023
T. Nijland t.nijla nd@ggdnog.nl 088 443 3270 wijziging gemeenschappelijke regeling GGD NOG
Geachte raden,
Hierbij informeren wij u over de stand van zaken van de wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling GGD Noord- en Oost-Gelderland (GR GGD NOG) en over de vervolgprocedure.
1
Aanleiding
De Gemeenschappelijke Regeling GGD NOG moet worden aangepast aan de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen (WCr). Na bespreking in het algemeen bestuur hebben wij op 18 april 2023 een
eerste ontwerp voor de 7e wijziging van de GR aan de 22 colleges van B&W gestuurd. De volgende stap was dat de colleges dit ontwerpbesluit voorleggen aan hun raad voor een zienswijze. lnmiddels hebben wij van de meeste gemeenteraden een zienwijze ontvangen.
2
Zienswijzen, reactie dagelijks bestuur en bespreking in algemeen bestuur
Op 1L september 2023 hebben wij de wijziging van de GR GGD NOG weer besproken in het algemeen bestuur van GGD NOG (met de wethouders publieke gezondheid van de 22 deelnemende gemeenten). Het algemeen bestuur heeft gesproken over de ontvangen zienswijzen en de voorlopige reacties die wij bij een aantalonderdelen van de GR-wijziging hebben bepaald. Belangrijke onderwerpen zijn het instellen van een gemeenschappelijke adviescommissie met raadsleden, de mogelijkheid voor raden om zienswijzen te geven en de informatieplicht naar de raden. Een overzicht van de stappen in de gehele wijzigingsprocedure treft u aan in bijlage 1 bij deze brief.
Bijgevoegd als bijlage 2 is de adviesnota voor het algemeen bestuur, waarin wijop hoofdlijnen ingaan op de zienswijzen die de raden hebben gegeven aan hun colleges. Bijlage 3 is het concept-verslag van de ABvergadering van lL september over de GR-wijziging. Het doel van de bespreking was zo mogelijk te komen tot gezamenlijke richtinggevende uitspraken voor het vervolg. ln bijlage 4 beschrijven wij de ontvangen zienswijzen en onze reactie hierop als dagelijks bestuur. ln bijlage 5 hebben wij de ontvangen zienswijzen van de raden gebundeld.
3
Vervolg
Wij stellen nu een gewijzigd ontwerpbesluit op, op basis van de uitkomsten van de bespreking in het algemeen bestuur op 1-1 september 2023. Dit ontwerpbesluit leggen wij op 30 november 2023 voor aan
Postbus 3,7200 AA Zutphen 088 - 443 30
00 ggd@ggdnog.nl www.ggdnog.nl
GGD Noord- en Oost-Gelderland is partner in het Centrum voor Jeugd en Gezin
het algemeen bestuur, dat het gewijzigde ontwerpbesluit vaststelt. Begin december 2023 versturen wij het vastgestelde ontwerpbesluit aan de colleges van B&W. De procedure ziet er dan als volgt uit
o de colleges leggen de wijziging voor aan de gemeenteraden met het verzoek toestemming te geven o de raden besluiten binnen 13 weken over goedkeuring van de wijziging (art. 10:32 en L0,3L Algemene o
wet bestuursrecht - Awb) de raden kunnen het besluit over goedkeuring eenmaal met max. 13 weken verdagen.
Het streven is dat de colleges - met toestemming van de raden - voor l- mei 2024 hebben ingestemd met de wijziging van de GR GGD NOG. De totstandkoming van de wijziging kan dan medio juli 2024 formeel worden vastgesteld in de vergadering van het algemeen bestuur.
4
Tot slot
Wij vertrouwen erop dat wij u hiermee voor dit moment voldoende hebben geïnformeerd over de wijziging van de gemeenschappelijke regeling GGD NOG. Een afschrift van deze brief sturen wij aan de colleges van B&W.
Met vriendelijke groet, het dagelijks bestuur,
drs. J.J. Baardman,
A.J. Prins,
directeur publieke gezondheid
voorzitter
Bijlagen:
7. overzichtwijzigingsprocedure GR 2. adviesnota algemeen bestuur 11 sept 2023 3. concept-verslag AB-vergadering van 11 september over de GR-wijziging 4. ontvangen zienswijzen en de reactie dagelijks bestuur 5. ontvangen zienswijzen van de raden.
Stappen wijziging Gemeenschappelijke regeling GGD NOG
Maken ontwerp
Zienswijze op ontwerp
GR verwerkt zienswijze
Goedkeuring raden
Vaststellen wijziging
• dagelijks bestuur (DB) of college B&W kan voorstel wijziging doen (art. 26,1 Gemeenschappelijke Regeling GGD NOG - GR) • als algemeen bestuur (AB) wijziging wenselijk vindt, stuurt DB voorstel aan colleges (art. 26,2 GR)
• colleges zenden de ontwerp-wijziging aan de raad (art. 1,2 en 1,4 Wet gemeenscheppelijke regelingen - Wgr) • de raad kan binnen 8 weken een zienswijze naar voren brengen, of deelt zo spoedig mogelijk mee dat geen zienswijze wordt ingediend (art. 1,3 en 1,4 Wgr) • colleges informeren DB over uitkomst
• DB verwerkt de ingediende zienswijzen en legt (eventueel aangepaste) ontwerp-wijziging voor aan AB • als AB de wijziging wenselijk vindt, stuurt DB een voorstel aan colleges (art. 26,2 GR
• colleges leggen de wijziging voor aan de gemeenteraden met het verzoek toestemming te geven (kan worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang, art. 1,4 Wgr) • raden besluiten binnen 13 weken over goedkeuring van de wijziging (art. 10:32 en 10,31 Algemene wet bestuursrecht - Awb) • de raden kunnen het besluit over goedkeuring eenmaal met max. 13 weken verdagen • colleges besluiten over de wijziging van de regeling (art. 1 Wgr) • de wijziging is totstandgekomen als het AB heeft vastgesteld dat hiertoe is besloten door 2/3 van de colleges (min. 15 van de 22) met min. 2/3 van de stemmen (62 van de 92) (art. 26,3 GR) • DB informeert colleges over tot stand gekomen wijziging (art. 26,4 GR) • gemeente Apeldoorn maakt wijziging bekend in gemeenteblad en wijziging treedt in werking (art. 26,1 en 26,3 Wgr) • DB voegt wijzing toe aan gegevens in het openbaar elektronisch register GR'en (art. 136 Wgr)
Links: wetten.nl - Regeling - Wet gemeenschappelijke regelingen - BWBR0003740 (overheid.nl) Gemeenschappelijke regeling GGD Noord- en Oost-Gelderland 2016 (GR GGD NOG – 6e wijziging) | Lokale weten regelgeving (overheid.nl)
Algemeen bestuur Agendapunt:
6
Overlegdatum:
11 september 2023
Portefeuillehouder:
E.J. Huizinga
Adviesnota Onderwerp
Bespreking 7e wijziging Gemeenschappelijke Regeling GGD NOG
Voorstel
1. de zienswijzen die de gemeenteraden aan hun colleges hebben uitgebracht op de 7e wijziging van de gemeenschappelijke regeling GGD NOG te bespreken; 2. daarbij zo mogelijk te komen tot gezamenlijke richtinggevende uitspraken over de zienswijzen en de voorlopige reacties van het dagelijks bestuur hierop; 3. in te stemmen met het toevoegen aan de gemeenschappelijke regeling van forensische geneeskunde als een door GGD NOG te behartigen belang; 4. de raden tussentijds te informeren door toezending van deze adviesnota met bijlagen en het concept-verslag van deze AB-vergadering.
Inleiding
De Gemeenschappelijke Regeling GGD NOG (GR) moet worden aangepast aan de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Na bespreking in de AB-vergadering van 6 april 2023 hebben wij het ontwerp voor de 7e wijziging van de GR aan de 22 colleges van B&W gestuurd (brief d.d. 18 april 2023). De volgende stap was dat de colleges het ontwerpbesluit voorleggen aan hun raad voor een zienswijze. Wij willen graag met uw bestuur in gesprek over de ontvangen zienswijzen en de voorlopige reacties die wij bij een aantal onderdelen van de GR-wijziging hebben bepaald. Op basis van de uitkomsten van deze bespreking stellen wij een gewijzigd ontwerpbesluit op. Dit leggen wij u in de AB-vergadering van 30 november 2023 voor. Een overzicht van de stappen in de gehele procedure treft u aan in bijlage 1. Bijlage 2 bevat een overzicht van de zienswijzen van de gemeenteraden en onze voorlopige reacties daarop. De ontvangen zienswijzen zijn gebundeld in bijlage 3. Hieronder bij argument 2.2. zijn de belangrijkste bestuurlijke bespreekpunten samengevat. Als achtergrondinformatie is de toelichting op het oorspronkelijke ontwerpbesluit B&W bijgevoegd als bijlage 4.
Beoogd effect
Richtinggevende uitspraken van het AB voor het gewijzigde ontwerpbesluit voor de wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling GGD NOG.
Argumenten
1.1. Het overgrote deel van de gemeenteraden heeft vóór 1 augustus 2023 een besluit genomen over de zienswijze. Het gewijzigde ontwerpbesluit voor de GR-wijziging moet uiterlijk in de AB-vergadering van 30 november worden vastgesteld om de wettelijke termijn van 1 juli 2024 te halen. Vijf gemeenteraden hebben besloten geen zienswijzen te dienen bij hun college en stemmen in met het toegezonden ontwerpbesluit. Veertien gemeenten hebben een zienswijze ingediend. Drie gemeenten hebben aangegeven dat de raad in september/oktober 2023 de wijziging van de GR GGD NOG bespreekt (zie bijlage 2). 1
De Wgr bepaalt dat de wijziging van de gemeenschappelijke regeling voor 1 juli 2024 tot stand moet komen. Om dit te halen moet uw bestuur op 30 november 2023 het gewijzigde ontwerpbesluit vaststellen, zodat dit eind 2023 bij de gemeenten ligt. Vervolgens beslissen de colleges over de wijziging van de GR, waarvoor zij toestemming van de raad nodig hebben (zie bijlage 1). 2.1. Voor het vervolg van de wijziging van de GR vinden wij het belangrijk dat het algemeen bestuur de zienswijzen bespreekt en richtinggevende uitspraken doet voor het gewijzigde ontwerpbesluit dat wij zullen opstellen. Voor een groot deel stemmen de raden in met de ontwerp-wijziging, maar op onderdelen zijn er kritische reacties en soms uiteenlopende opvattingen. Wij vinden uitwisseling van opvattingen en argumenten binnen het AB GGD belangrijk voor het vervolg van de wijzigingsprocedure. Op deze manier willen wij tot afstemming en draagvlak voor het nieuwe ontwerpbesluit komen. 2.2. Op een aantal onderdelen geven de zienswijzen aanleiding tot aanpassing, een nadere toelichting of nadere bespreking. In het bijgevoegde samenvattende overzicht (bijlage 3) geven wij waar mogelijk onze voorlopige reacties op de zienswijzen. Hier volgt een puntsgewijze samenvatting van de belangrijkste bestuurlijke bespreekpunten: a.
Een aantal gemeenten (Apeldoorn, Brummen, Elburg, Epe, Nunspeet, Putten, Winterswijk) is voorstander van een zienswijzenprocedure bij de uitgangspunten voor de begroting, zoals tot 2023 gebruikelijk was. Enkele andere gemeenten (Aalten, Oude IJsselstreek, Zutphen) geven aan hier geen behoefte aan te hebben, maar ook niet tegen te zijn. Wij stellen voor in de gemeenschappelijke regeling toe te voegen dat de raden een zienswijze kunnen geven op de jaarlijkse uitgangspunten voor de begroting. b. De raden van Aalten, Doetinchem, Winterwijk en Brummen doen voorstellen voor een (open) uitbreiding van de onderwerpen voor de zienswijzenprocedure. Wij willen graag bespreken hoe de zienswijzenprocedure het best kan worden ingezet om de raden meer grip te geven op de GGD. c. De raden van Aalten, Doetinchem en Winterswijk willen jaarlijks overleg over de planning voor de begrotingsprocedure. Gegeven de vastgestelde termijnen zien wij weinig ruimte voor jaarlijkse afspraken. d. De raden van Brummen Elburg, Ermelo, Nunspeet, Hattem en Heerde bepleiten op verschillende manieren voor meer participatie van inwoners en belanghebbenden. Wij stellen voor bij participatie de lijn te blijven volgen dat de verantwoordelijkheid hiervoor in de eerste plaats bij gemeenten ligt en dat de GGD hierin een ondersteunende rol kan vervullen. e.
Aalten, Apeldoorn, Elburg, Epe, Ermelo, Harderwijk, Hattem, Nunspeet, Oude IJsselstreek, Putten staan positief tegenover het instellen gemeenschappelijke adviescommissie met raadsleden. Voorst en Zutphen geven hieraan geen prioriteit, maar zijn niet tegen. Verscheidene raden stellen nadere vragen of geven adviezen mee. Wij stellen voor de voorstellen van de raden en het overleg tussen de raadsgriffiers af te wachten. Waar mogelijk zullen wij de totstandkoming faciliteren. f. De raden van Aalten en Doetinchem stellen een aanvulling voor op de bepaling over de (actieve) informatieplicht van het GGD-bestuur richting raden. Wij onderschrijven de intentie, maar betwijfelen of de voorgestelde toevoeging hieraan verder bijdraagt. Wel zien wij de invulling van de actieve informatieplicht van het GGD-bestuur naar de raden als een speerpunt voor de komende tijd. g. De raden van Aalten, Apeldoorn, Oude IJsselstreek, Elburg, Ermelo, Nunspeet Epe en Zutphen bepleiten aanscherpingen van de vierjaarlijkse evaluatie van de gemeenschappelijke regeling Wij stellen voor om het voorstel over te nemen dat de vierjaarlijkse evaluatie wordt gekoppeld aan het opstellen van de bestuursagenda voor de nieuwe bestuursperiode. h. De raden van Apeldoorn en Epe vragen aandacht voor de mogelijke financiële gevolgen van de van de wijziging GR.
Enkele onderdelen van de gewijzigde gemeenschappelijke regeling kunnen leiden tot meer 2
i.
j.
werkzaamheden. Wij stellen voor bij de uitwerking van de voorstellen, met name voor de raadsadviescommissie, mee te nemen of hiervoor extra geld nodig is. Elburg, Ermelo, Harderwijk en Nunspeet bepleiten bij verschillende onderdelen dat de GGD zich meer richt op de 3 subregio’s. Dit komt bijvoorbeeld aan de orde bij de uitwerking van de gezondheidsakkoorden IZA en GALA en de regionale preventie-infrastructuur, bij participatie en bij een bepleite subregionale adviescommissie van raadsleden. Wij stellen voor om het gesprek aan te gaan binnen het algemeen bestuur over de wens vanuit de Noord-Veluwe tot versterking van de subregionale samenwerking in GGD-verband, en de borging ervan in de GR. Dit willen wij graag doen in het licht van de in de Koersnotitie die het AB in 2021 heeft vastgesteld. Uitgangspunten daarin zijn dat bestuurlijke aansturing van de GGD plaatsvindt op NOG-niveau en dat de GGD in de dienstverlening aansluit op behoefte van gemeenten. Meer technische opmerkingen in de zienswijzen zijn gemaakt over de bepalingen over de werkwijze DB, uittreding en het archiefbepaling nader onderzoeken.
In het samenvattend overzicht worden de verschillende onderdelen nader toegelicht. 3.1. Voor de duidelijkheid is het wenselijk om forensische geneeskunde in de gemeenschappelijke regeling op te nemen als een door GGD NOG te behartigen belang. De vijf GGD’en in Oost-Nederland werken aan samenwerking bij de uitvoering van forensische geneeskunde. De basis voor de samenwerking komt te liggen in een samenwerkingsovereenkomst. In de voorbereiding hiervan is de vraag opgekomen of forensische geneeskunde juridisch gezien voldoende is geborgd in de gemeenschappelijke regelingen van de GGD’en. Gemeenten richten een gemeenschappelijke regeling op ter behartiging van een aantal belangen die in de regeling worden opgenomen. De beschreven belangen beperken de bevoegdheden van de gemeenschappelijke regeling. Nu is er discussie over forensische geneeskunde wel onder het belang “publieke gezondheid” valt. Juridisch adviesbureau PROOF adviseert daarom in een handreiking voor samenwerkingsmodellen forensische geneeskunde om, wanneer een gemeenschappelijke regeling toch wordt aangepast, duidelijk te maken dat de GGD ook opgericht is in het belang van de forensische geneeskunde inclusief medische arrestantenzorg. In het samenvattend overzicht (bijlage 3) staat een nadere toelichting. 4.1.
Het tussentijds informeren van de raden draagt bij aan de transparantie in de procedure voor de wijziging van de GR. In het oorspronkelijke ontwerpbesluit staat dat het DB de raden informeert over zijn oordeel over de ingediende zienswijzen en daaraan verbonden conclusies. Dit moet gebeuren voordat het algemeen bestuur een besluit neemt. In deze wijzigingsprocedure zou dit inhouden dat wij begin november de raden informeren over het gewijzigde ontwerpbesluit dat u in de AB-vergadering van 30 november 2023 bespreekt. Dit is een half jaar na het indienen van de zienwijzen. Wij stellen voor de raden al eerder een tussenbericht te sturen. Daarin willen wij de raden informeren over de uitkomsten van de bespreking van deze adviesnota in de AB-vergadering van 11 september.
Kanttekeningen 1.1. De raden van drie gemeenten hebben nog geen zienswijze op de wijziging van de GR GGD NOG besproken. Heerde, Bronckhorst en Brummen bepleiten uitstel voor het geven van een zienswijze. Hoewel de gestelde termijn is verlopen, is het is nog mogelijk om aan de hand van inmiddels opgestelde collegevoorstellen nog (nadere) inbreng hebben in de AB-vergadering van 11 september. Ook kunnen gemeenten hun zienswijzen nog aan ons meegeven in de voorbereiding van de ABvergadering van 30 november 2023. Opschorting van de wijzigingsprocedure vinden wij niet wenselijk.
3
2.1. Afstemming met de Veiligheidsregio NOG over verwerking van de zienswijzen heeft nog niet plaatsgevonden. De VNOG en GGD NOG trekken samen op in het wijzigingstraject. Beide organisaties werken samen in de taakuitvoering en het zijn beide gemeenschappelijke regelingen van de 22 colleges in de regio Noord- en Oost-Gelderland. Voorafgaand aan het opstellen van deze adviesnota was er weinig gelegenheid voor afstemming. Dit zal echter alsnog plaatsvinden in de aanloop naar de ABvergadering en bij het opstellen van het gewijzigde ontwerpbesluit. Bovendien hebben beide besturen een eigen verantwoordelijkheid. 3.1. Over de toevoeging van forensische geneeskunde als belang in de GR hebben de raden geen zienswijze kunnen geven. Inderdaad is dit onderdeel pas later ingebracht. Het belang ervan werd duidelijk in de voorbereiding van de samenwerking tussen de vijf GGD’en in Oost-Nederland. Om discussie op dit punt te voorkomen, vinden wij het echter verstandig om forensische geneeskunde op te nemen als belang in de GR GGD NOG.
Financiën
Zie bij argument 2.2. onder h. Vooralsnog n.v.t.
Vervolg
bespreking gewijzigd ontwerpbesluit in AB op 30 november 2023 zie verder stappenschema in bijlage 1
Communicatie -
Warnsveld, 21 augustus 2023 Het dagelijks bestuur,
drs. J.J. Baardman, directeur publieke gezondheid
drs. E.J. Huizinga MBA, plaatsvervangend voorzitter
Bijlagen 1. 2. 3. 4.
Stappen wijziging GR Overzicht zienswijzen gemeenteraden en voorlopige reacties DB Gebundelde zienswijzen Toelichting oorspronkelijk modelbesluit
4
CONCEPT-Verslag vergadering Algemeen Bestuur Datum: 11 september 2023 om 13.30 uur, Locatie: Fletcher Resort-Hotel Zutphen Aanwezig:
Volgende vergadering: 30 november 2023
J.C. Wikkerink (Aalten), A.J. Prins (Apeldoorn, voorzitter vanaf agendapunt 5), W.A. Wormgoor (Berkelland), E. Blaauw (Bronckhorst), G.I. Timmer (Brummen), E.J. Huizinga (Doetinchem, plv. voorzitter t/m agendapunt 4), S.W. Krooneman (Elburg), S. Hamstra (Ermelo), M. Reckman (Harderwijk), T.E. Siderius (Hattem), W. van Ommen (Heerde), I.J.T.M. Wolsing (Montferland), J.M. Elskamp (Nunspeet), H.W. Ankersmit (Oude IJsselstreek), J. van den Hoorn (Putten), P. Wormskamp (Voorst), W.T. Wassink (Winterswijk), J. Bloem (Zutphen) namens GGD Noord- en Oost-Gelderland: J.J. Baardman (directeur publieke gezondheid), R. Schwebke (controller), T. Nijland (directiesecretaris)
Afwezig:
M.B. Heere (Epe, wnd.), W. Goodin (Lochem), E.G. Vos-van de Weg (Oldebroek), E.E.M. Dusseldorp (Oost Gelre), M. Besselink (dagelijks bestuur GGD NOG vanuit Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland / Bronckhorst)
Verzendlijst:
AB-leden, ambtenaren publieke gezondheid, managers/beleidsadviseurs GGD
1. Opening en vaststelling agenda De heer Huizinga opent als plaatsvervangend voorzitter de vergadering. Voorafgaand aan de vergadering heeft mevrouw C.M. de Waard-Oudesluijs afscheid genomen van het AB. Zij is per 15 augustus 2023 vertrokken als wethouder van Epe, en daarmee als GGD-voorzitter. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.
2. Verslag vergadering d.d. 6 juli 2023 Over het verslag zijn geen inhoudelijke opmerkingen. Naar aanleiding van: agendapunt 4 1e Bestuursrapportage 2023: Mevrouw Wormgoor vraagt of meer bekend is over de vergoeding die van VWS werd verwacht voor de kosten van de door covid opgelopen achterstanden in de ondersteuning. De heer Schwebke zegt dat VWS in principe heeft toegezegd deze kosten te vergoeden. Voor de declaratie eist VWS nog een accountantsverklaring, maar hierbij ziet hij geen problemen. Verder geeft de heer Schwebke aan dat VWS financiering heeft toegezegd voor de covidvaccinatiecampagne in dit najaar. Discussiepunt is nog dat de GGD’en een langere periode voor de vaccinatiecampagne en de bekostiging willen. Ook zijn de GGD’en met VWS in gesprek over de covid-activiteiten in 2024 en de financiering ervan. Accountantsbureau KPMG voert kostprijsprijsonderzoek uit voor de covidvaccinaties in 2024. 3.b. samenwerking forensische geneeskunde Regio Oost: De heer Wormskamp is benieuwd naar de stand van zaken van de bestuurlijke besluitvorming
1
over de samenwerking bij forensische geneeskunde, met GGD NOG als beoogd centrum-GGD. Deze besluitvorming was doorgeschoven tot na de zomer. Mevrouw Baardman doet de al geplande mededeling over dit onderwerp. De GGD’en in OostNederland steken sinds twee maanden alle energie in de operationele samenwerking voor forensische geneeskunde. De vijf GGD’en werken nu samen in vier werkgebieden, in ieder geval tot juli 2024. Belangrijk is vooral dat er meer rust is op operationeel niveau. Er waren slechts enkele gevallen code zwart, in andere regio’s. De betrokken managers van de GGD’en bespreken binnenkort de verdere aanpak. Dit moet resulteren in advies aan de directeuren publieke gezondheid (DPG’en) en een concrete opdracht voor het vervolg van dit traject, inclusief de bestuurlijke besluitvorming.
Het AB stelt het verslag ongewijzigd vast.
3. Ingekomen stukken en mededelingen a. Informatie-uitwisseling IZA/GALA in regio NOG: De heer Huizinga zegt dat de gemeenten in de drie subregio’s volop bezig zijn met IZA/GALA. Hij stelt voor om dit de volgende keer beter voorbereid te bespreken aan de hand van een format dat de GGD met de ambtenaren publieke gezondheid opstellen. b. Update samenwerking forensische geneeskunde Regio Oost: Zie bij agendapunt 2 c. Ontwikkelingen rond de acute zorg Gelre ziekenhuizen locatie Zutphen: Mevrouw Baardman licht toe dat het ROAZ het continuïteitsplan voor Gelre ziekenhuizen met een paar kleine wijzigingen heeft vastgesteld. Het plan wordt nog weer aangepast voor de periode vanaf november. De voorzitter van de Raad van Bestuur van Gelre ziekenhuizen heeft gereageerd op een brief van de voorzitter van de Veiligheidsregio NOG met enkele vragen. Hierover volgt nog een gesprek. Daarnaast zijn er bilaterale overleggen met o.a. gemeente Zutphen om de vinger aan de pols te houden. De heer Bloem voegt hieraan dat de gemeente Zutphen na het besluit van Gelre ziekenhuizen overleg heeft gehad met het ziekenhuis en betrokken gemeenten. Nu het besluit is afgerond is er geen formeel overleg meer. De intentie is wel een nieuwe vorm van overleg te realiseren om de voortgang te kunnen blijven volgen.
Het AB besluit kennis te nemen van de ingekomen stukken en mededelingen a t/m c.
4. Aanwijzing DB-lid en voorzitter De heer Huizinga licht toe dat het dagelijks bestuur zich in goed overleg heeft beraden over de nieuwe samenstelling van het DB, na het vertrek van mevrouw De Waard. Het is goed gebruik dat de drie subregio’s met elk twee leden in het dagelijks bestuur zijn vertegenwoordigd. Ook heeft het DB besproken wie het best het voorzitterschap op zich kan nemen. Het DB heeft er vertrouwen in een goed voorstel te hebben gedaan. Formeel moeten stemmingen over benoemingen e.d. geheim met stemformulieren plaatsvinden. De heer Huizinga vraagt of behoefte is aan een stemming.
2
Hieraan blijkt geen behoefte. Het AB stemt bij acclamatie in met het voorstel. De heer Huizinga feliciteert mevrouw Timmer met haar aanwijzing als DB-lid en mevrouw Prins met haar aanwijzing als voorzitter. Het DB bespreekt nog de portefeuilleverdeling in de nieuwe samenstelling.
Het AB besluit: 1. mevrouw G.I. Timmer aan te wijzen als lid van het dagelijks bestuur uit de subregio MiddenIJssel/Oost-Veluwe; 2. mevrouw A.J. Prins aan te wijzen als voorzitter; 3. de afspraken binnen het DB in de gewijzigde samenstelling over de taakverdeling en onderlinge vervanging af te wachten. De heer Huizinga draagt het voorzitterschap van deze vergadering over aan mevrouw Prins. Zij bedankt de AB-leden voor het in haar gestelde vertrouwen.
5. Programmabegroting 2024 Mevrouw Prins licht de beslispunten kort toe. De heer Bloem vindt dat de reactie van zijn gemeente goed is verwerkt. Verder is er geen behoefte om te reageren.
Het AB besluit: 1. kennis te nemen van de zienswijzen van de gemeenten op de concept-Programmabegroting 2024 en de reactie van het dagelijks bestuur op deze zienswijzen; 2. de Programmabegroting 2024 vast te stellen.
6. Zienswijzen 7e wijziging gemeenschappelijke regeling GGD NOG Mevrouw Prins licht de beslispunten kort toe. De heer Blaauw zegt dat de raad van Bronckhorst zijn zienswijze in september nog bespreekt. Mevrouw Prins geeft aan het dagelijks bestuur het AB in de vergadering van 30 november een voorstel wil voorleggen met een aangepaste concept-wijziging van de gemeenschappelijke regeling. Aanvullende zienswijzen passen dus nog in planning. Mevrouw Timmer benadrukt dat de raad van Brummen zich in een motie heeft uitgesproken voor de instelling van een gemeenschappelijke adviescommissie van raadsleden. Mevrouw Ankersmit stelt vast dat niet alle gemeenteraden zich hebben uitgesproken over de gemeenschappelijke adviescommissie. Zij vraagt wat het algemeen bestuur hiermee nu kan doen. En wat er gebeurt als niet alle raden instemmen met de instelling van een adviescommissie. Gaat het niet door als één gemeente niet instemt?. De heer Wormskamp geeft aan dat voor de raad van Voorst het instellen van een adviescommissie geen prioriteit is, maar de raad wil wel meewerken als de rest van de gemeenten wil en het meerwaarde heeft. 3
De heer Nijland licht toe dat de instelling van de gemeenschappelijke adviescommissie op zich los staat van de wijziging de gemeenschappelijke regeling. De Wet gemeenschappelijke regelingen bepaalt dat voor de instelling van een adviescommissie een voorstel nodig is van “de deelnemende gemeenten gezamenlijk”, dus van alle 22 raden. Mevrouw Timmer geeft aan dat dit bij de Omgevingsdienst Veluwe IJssel (OVIJ) anders wordt uitgelegd. Daar start men met een coalition of willing met gemeenten die wel willen en kunnen andere gemeenten later aansluiten. De heer Nijland kan zich niet goed voorstellen dat een raad niet zou instemmen met de wens van een meerderheid van raden om een adviescommissie in te stellen. Bovendien kan een raad wel instemmen met de instelling van een adviescommissie, maar vervolgens zelf niet actief deelnemen. Het bestuur van de Veiligheidsregio NOG heeft de ambtelijke organisatie de opdracht gegeven om actief de totstandkoming van een adviescommissie te bevorderen, in overleg met de gemeenten en raadsgriffiers. Dit kan het AB van de GGD ook doen. De heer Nijland licht verder toe procedure voor de wijziging van de gemeenschappelijke regeling van de GGD toe. De inbreng vanuit het AB in deze vergadering wordt uitgewerkt in een aangepast ontwerp-wijzigingsbesluit van de GR. Het dagelijks bestuur legt deze in de vergadering van 30 november 2023 voor aan het AB.
Het AB stelt dan het ontwerp-wijzigingsbesluit vast waar de colleges ja of nee tegen kunnen zeggen. De colleges hebben voor de wijziging toestemming nodig van de raad. De heer Hamstra vraagt zich af of één raad inderdaad de instelling van een raadscommissie kan blokkeren. Mevrouw Prins verwacht niet dat dit zal gebeuren. Mevrouw Timmer wijst op de andere uitleg bij de Omgevingsdienst Veluwe IJssel. De heer Reckman verwacht dat het niet-meedoen van een gemeente weinig uitmaakt, omdat de adviescommissie adviserende en coördinerende rol heeft en geen bindende bevoegdheden. Besluiten worden in het algemeen bestuur genomen. De heer Huizinga zegt dat nu in de regeling de mogelijkheid van de instelling van een adviescommissie van raden wordt opgenomen, zoals geregeld in artikel 24a van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Het proces van de totstandkoming van de adviescommissie staat los van de wijziging van de gemeenschappelijke regeling. Dit is ook aan de raden zelf. Mevrouw Prins vindt het positief dat een aantal raden zich al heeft uitgesproken vóór een adviescommissie en bereid zijn hierin te participeren. Dit is een signaal dat men de betrokkenheid bij de GGD wil vergroten. De heer Van Ommen wijst op de zienswijzen waarin enkele gemeenten pleiten voor meer sturing vanuit de drie subregio’s.
Gaan de gemeenten zich dan op een of andere manier opsplitsen in de subregio’s en kost het dan niet meer inspanning om tot gezamenlijke besluiten te komen? Namens de gemeente Epe vraagt hij wat de achterliggende reden van het voorstel van enkele gemeenten om een jaarlijks overleg te houden over de planning van de begrotingsprocedure. Mevrouw Baardman licht toe dat het AB in de takendiscussie van 2020-2021 heeft gekozen voor besluitvorming over de GGD op NOG-niveau met de 22 gemeenten. Daarnaast is afgesproken dat de GGD in de dienstverlening aansluit bij de inhoudelijke behoefte van de gemeenten in de drie subregio’s. Dit is vastgelegd in de zogenoemde Koersnotitie. Zo zijn er twee grootheden waarop GGD aansluit, ook bij de uitvoering van de akkoorden IZA/GALA. Hierbij is maatwerk op gemeentelijk niveau praktisch moeilijk haalbaar. De Nijland licht toe dat het meer aan de betreffende gemeenten is om de vraag over het voorstel voor jaarlijks overleg over de begrotingsprocedure te beantwoorden. Het dagelijks bestuur zegt in zijn reactie dat de termijnen in begrotingsprocedure vastleggen en een overleg hierover weinig kan toevoegen.
4
Mevrouw Prins zegt er signalen zijn dat raden meer betrokken willen worden bij het GGD-beleid. Daarom organiseert GGD samen met de Veiligheidsregio binnenkort ook bijeenkomsten voor raadsleden. Mevrouw Prins roept op om raadsleden te stimuleren zich aan te melden, ook omdat de opkomst tot nu beperkt is. De heer Krooneman leest als strekking van het argument 2.2. onder i. dat het dagelijks bestuur de gerichtheid van de subregio’s niet wil borgen in de gemeenschappelijke regelging. Noord-Veluwse gemeenten willen graag in gesprek in het thema van subregionale gerichtheid. Kan facultatief in de GR worden opgenomen dat daar waar wenselijk de GGD zich op de subregio ‘s richt? De heer Huizinga geeft aan dat de intentie van het DB niet is om bestuurlijke aansturing vanuit de subregio’s op te nemen in de GR. Hij vindt het niet wenselijk om dit als een juridisch verplichting in de gemeenschappelijke regeling op te nemen, ook omdat de betreffende zienswijze van enkele gemeenten kwam. Wel wil het DB graag het gesprek aangaan over het aansluiten van de dienstverlening op de wensen in de subregio’s. De heer Krooneman ziet hierin vanuit de subregio Noord-Veluwe voldoende basis om in gesprek te gaan. Mevrouw Ankersmit bepleit om de planning van de begrotingsprocedure, met de data en termijnen, tijdig bekend te maken bij de raden.
Dit helpt, als er weinig ruimte is voor overleg over de data, de raden om hun planning hierop af te stemmen. Mevrouw Prins stelt vast dat hieraan tegemoet kan worden gekomen, omdat de procedure tevoren al worden gepland. Dat voorkomt verrassingen. De heer Wikkerink zegt dat de raden hier zelf ook een verantwoordelijkheid hebben, maar een tijdige planning en overleg hiervoor tussen GGD en raadsgriffies kan hierin helpen. De heer Reckman wijst op het voorstel bij argument 2.2. onder a. om de raden weer de mogelijkheid te bieden om een zienswijze in te dienen op de uitgangspunten voor de begroting, naast de zienswijzeprocedure voor de begroting zelf. Hiermee wordt het besluit van een jaar geleden teruggedraaid om herhaling van zetten te voorkomen en zienswijze op de uitgangspunten af te schaffen. De heer Reckman bepleit een vaste lijn voor de toekomst. Mevrouw Timmer zegt dat de raad Brummen sterk hecht aan de mogelijkheid om een zienwijze in te brengen op uitgangspunten voor de begroting. Mevrouw Baardman licht toe dat op dit punt ook is afgestemd met de VNOG, die nu ook de raden de mogelijkheid biedt een zienswijze in te dienen op de kadernota voor de begroting. De heer Nijland zegt dat enkele gemeenten erop aandringen dat de GGD meer aan participatie van burgers en belanghebbenden gaat doen.
Eerder heeft het algemeen bestuur echter gezegd dat participatie bij de gemeenten hoort en dat de GGD zo nodig hierin een rol kan hebben als adviseur of uitvoerder. Mevrouw Timmer ziet het als een mooie opdracht voor de adviescommissie van raadsleden om hierover een advies te geven. Mevrouw Prins wijst op de participatie die dit najaar plaatsvindt bij de uitwerking van IZA/GALA.
5
Het AB besluit: 1. kennis te nemen van de zienswijzen die de gemeenteraden aan hun colleges hebben uitgebracht op de 7e wijziging van de gemeenschappelijke regeling GGD NOG; 2. kennis te nemen de voorlopige reacties van het dagelijks bestuur en het voorstel voor een aangepaste concept-wijziging van de gemeenschappelijke regeling in de vergadering van 30 november 2023 af te wachten; 3. in te stemmen met het toevoegen aan de gemeenschappelijke regeling van forensische geneeskunde als een door GGD NOG te behartigen belang; 4. de raden tussentijds te informeren door toezending van deze adviesnota met bijlagen en het concept-verslag van deze AB-vergadering.
7. Resultaten verdiepend onderzoek sociaaleconomische gezondheidsverschillen Mevrouw Van Doorn licht in een presentatie de resultaten toe van een verdiepend onderzoek naar sociaal-economische gezondheidsverschillen. Zie ook de resultaten in het e-magazine en de hand-out van de presentatie. Besproken punten: Is er verschil tussen de termen sociaal-economische status en sociaal-economische positie? Status en positie worden door elkaar gebruikt. De term positie doet meer recht aan het feit dat mensen van sociaal economische positie kunnen veranderen. Een discussiepunt bij IZA/GALA wordt de keuze tussen generieke maatregelen of doelgroepenbenadering. De insteek kan zijn vanuit inclusie/gelijke kansen of vanuit gezondheidseffecten. Het is zaak hierin een balans te vinden. Ondanks het rijksbeleid vanaf jaren ‘80 zijn de gezondheidsverschillen tussen de sociaal-economische groepen in Nederland niet veranderd. Een reden daarvoor kan zijn beleid te veel heeft gefocust op het individu en de verantwoordelijkheid die het individu heeft om te kiezen voor een gezonde leefstijl. Op veel factoren die leefstijl beïnvloeden hebben individuen geen of minder invloed. De Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid (WRR) heeft verschillende invalshoeken uitgewerkt (zie het e-magazine en Van verschil naar potentieel.
Een realistisch perspectief op de sociaaleconomische gezondheidsverschillen | Policy Brief | WRR). De WRR adviseert het gezondheidspotentieel centraal te stellen en niet meer gezondheidsverschillen. De WRR bepleit om preventief beleid universeel in te zetten voor alle burgers, maar wordt dit aangevuld met ondersteuning van bepaalde groepen waar extra gezondheidspotentieel te bereiken is. Dit wordt omschreven met de term ‘proportioneel universalisme’. De onderzoekers van de GGD kunnen bijdragen aan het monitoren van de effecten van het beleid per gemeente, waarmee je kunt zien wat werkt. Het RIVM bundelt al bewezen interventies. Het monitoren in de NOG-regio is afhankelijk van omvang van de doelgroep (bijvoorbeeld grootte van de wijk). Gemeenten kunnen bij de reguliere gezondheidsmonitors van de GGD wijkophoging aanvragen, wat apart moet worden betaald. De vereiste aantallen kunnen per monitor verschillen. Op Home | Buurtatlas (vzinfo.nl) zijn wijk- en buurtcijfers te zien; hiermee kunnen gemeenten inzicht krijgen in gezondheid op wijk/buurtniveau. Deze cijfers zijn minder geschikt voor effectmonitoring, omdat deze cijfers gebaseerd zijn op een model (‘SMAP’). Beoordelen van gezondheidseffecten is een kwestie van lange adem, over meerdere jaren.
Op de kortere termijn is het mogelijk te monitoren op procesmatige zaken als wijze van uitvoering van de interventie en het bereik van de doelgroep. Maatregelen lijken nu vooral op gedrag gericht, terwijl andere factoren zoals bestaanszekerheid meer bepalend zijn voor de gezondheid. Ook is met wet- en regelgeving is gezondheidswinst te behalen, bijvoorbeeld met de suikertax. Dit komt minder aan bod in het GALA. 6
De AB-leden ontvangen de hand-out van de presentatie, met de links naar genoemde documenten. zie ook hierboven voor enkele links. Gemeenten kunnen vragen en verzoeken aan de onderzoekers sturen via het mailadres onderzoek@ggdnog.nl.
8. Rondvraag en sluiting De heer Krooneman geeft mede namens Oldebroek een signaal af over het soms onvoldoende vraaggericht werken van GGD, zoals bij een offerte bij OKO. Mevrouw Baardman zegt dat haar dit signaal ook heeft bereikt. Inmiddels zijn er al gesprekken over geweest, wat heeft geleid tot een nieuwe offerte. De heer Van Felius, relatiemanager van de GGD, neemt weer contact op met de gemeente Oldebroek. Mevrouw Elskamp verzoekt de GGD om mee te denken over de zorgen van gastouders over het gebruik van speeltoestellen. Deze vallen volgens een uitspraak van de rechter onder het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen. Gastouders stellen nu speeltoestellen soms buiten gebruik. Mevrouw Baardman licht toe dat de GGD als toezichthouder toeziet op kwaliteit en veiligheid van kinderopvang, maar geen meldingen over speeltoestellen doet bij de Nederlandse Voedsel- en Waren Autoriteit (NVWA). Het probleem speelt op beperkte schaal. Zij is bereid om mee te denken en in overleg oplossingen te zoeken. Mevrouw Prins dankt de AB-leden voor hun komst en inbreng en voor het uitgesproken vertrouwen. Zij sluit de vergadering.
Actiepuntenlijst Nr.
Onderwerp
Wie
Gereed
2021-07/03
Grip op samenwerking: voorstel dashboard voor gemeenteraden uitwerken en daarbij de in het AB van 8 juli 2021 gemaakte opmerkingen meenemen: mogelijkheid bekijken van Achterhoekmonitor en het Datalab Go Achterhoekse gemeenten; eenvoudige en heldere communicatie naar gemeenten; wijziging van de Wet gemeenschappelijke regeling. Voorstel voor algemene reserve voorleggen aan AB Terugkoppeling ontwikkeling IZA/GALA vanuit de regio’s op basis van een vast format samenwerking forensische geneeskunde GGD’en Oost-Nederland: opstellen advies aan DPG’en en concrete opdracht voor vervolg, inclusief de bestuurlijke besluitvorming. AB informeren over afspraken taakverdeling en onderlinge vervanging in DB in gewijzigde samenstelling
DB
2023
DB
30 nov. 2023
GGD/gemeenten
30 nov. 2023
GGD
Q4 2023/ Q1 2024
DB
30 nov. 2023
2023-07/05 2023-09/01 2023-09/02
2023-09/03
7
2023-09/04 2023-09/05
7e wijziging gemeenschappelijke regeling GGD DB NOG: aangepaste concept-wijziging voorleggen aan AB Meedenken over zorgen van gastouders over GGD het gebruik van speeltoestellen (n.a.v. uitspraak rechter toepassing Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen)
30 nov. 2023
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van het algemeen bestuur van GGD Noord- en OostGelderland op 30 november 2023,
…………………………………….. namens de directeur, de directiesecretaris,
…………………………………….. de voorzitter.
thn/20230915
8
Overzicht zienswijzen per arfikel en aanvullend voorstel 7e wijziging GR GGD NOG versie voor AB 11 september 2023 (met ontvangen zienswijzen en besluiten in raadsinformafie)
Inhoud A.
Geen zienswijzen of nog geen zienswijzen ...................................................................................... 2
B.
Arfikelsgewijze samenvafting overzicht zienswijzen en voorlopige reacfie DB ............................... 3 Arfikel 7a Zienswijzen ...................................................................................................................... 3 1.
Zienswijzenprocedure (ook) houden voor jaarlijkse uitgangspunten begrofing: ........................ 3
2.
Aanvulling op art. 7a: uitbreiding mogelijkheid zienswijzen ....................................................... 3
3.
Aanvulling op art. 7a: jaarlijks overleg over planning begrofingscyclus ...................................... 4
4.
Verder bij Zienswijzen:................................................................................................................. 4 Arfikel 7b Parficipafie ...................................................................................................................... 4
5.
Parficipafie bij GGD versterken.................................................................................................... 4
6.
Parficipafie: verzoekschrift .......................................................................................................... 5
7.
Parficipafie en aanvulling klanftevredenheidsonderzoeken ....................................................... 5 Arfikel 9 Werkwijze DB .................................................................................................................... 5
8.
Onderbouwing bepalingen werkwijze DB ................................................................................... 5 Arfikel 13a Gemeenschappelijke adviescommissie ......................................................................... 6
9.
Wel of niet instellen adviescommissie raden .............................................................................. 6
10.
Opmerkingen bij raadsadviescommissie: ................................................................................ 7
Arfikel 15 en 16 Inlichfingen en verantwoording ............................................................................ 8 11.
Aanvullingen bepalingen informafieplicht .............................................................................. 8
12.
Verder bij informafieplicht ...................................................................................................... 9
Arfikel 21 Begrofing ......................................................................................................................... 9 Arfikel 25 Uiftreding ...................................................................................................................... 10 13.
Voorstel Brummen uiftredingsbepaling ................................................................................ 10
14.
Verder over uitreding ............................................................................................................ 10
Arfikel 31 Evaluafie ........................................................................................................................ 10 15.
Aanvullingen bepaling over evaluafie.................................................................................... 10
Overig ............................................................................................................................................ 11 16.
Financiële gevolgen wijziging GR ........................................................................................... 11
17.
Termijn zienswijze op GR verlengen ...................................................................................... 11
18.
Richten op subregio ............................................................................................................... 11
19.
Archiefbepaling...................................................................................................................... 12
C.
Aanvullend voorstel GGD: forensische geneeskunde als belang GR ............................................. 13
D.
BIJLAGE 1 ....................................................................................................................................... 14
1
A. Geen zienswijzen of nog geen zienswijzen De volgende gemeenteraden hebben besloten geen zienswijzen te dienen bij hun college en stemmen in met het toegezonden ontwerpbesluit: Berkelland Oost Gelre Oldebroek Lochem Puften (geeft wel enkele opmerkingen mee). De raden van de volgende gemeenten hebben een zienswijze ingediend: Aalten Apeldoorn Brummen Doefinchem Elburg Epe Ermelo Harderwijk Haftem Nunspeet Oude IJsselstreek Voorst Winterswijk Zutphen De volgende gemeenten hebben aangegeven dat de raad in september/oktober 2023 de wijziging van de GR GGD NOG bespreekt: Bronckhorst Heerde (sfipt in reacfie wel aandachtspunten aan) Monfferland.
2
B. Arfikelsgewijze samenvafting overzicht zienswijzen en voorlopige reacfie DB
Onderwerp / arfikel
Voorlopige reacfie DB
Arfikel 7a Zienswijzen 1. Zienswijzenprocedure (ook) houden voor jaarlijkse uitgangspunten begrofing: GEEN zienswijzenprocedure voor jaarlijkse uitgangspunten begrofing: Aalten, Oude IJsselstreek, Zutphen. WEL zienswijzenprocedure voor jaarlijkse uitgangspunten begrofing Apeldoorn, Brummen, Elburg, Epe, Nunspeet, Puften, Winterswijk.
Een aantal gemeenten is voorstander van een zienswijzenprocedure bij de uitgangspunten voor de begrofing, zoals tot 2023 gebruikelijk was. Enkele andere gemeenten geven aan hier geen behoefte aan te hebben, maar ook niet tegen te zijn. De afweging is hier tussen de wens om de rol van de raden te versterken en de wens van doelmafigheid door beperking van het aantal procedures. Wij stellen het AB voor om zienswijzeprocedure voor uitgangspunten begrofing toe te voegen in de GR. Als raden hechten aan de mogelijkheid van een zienswijze op de uitgangspunten, dan willen wij dit ook mogelijk maken. De raden beslissen zelf of ze hier gebruik van willen maken.
2. Aanvulling op art. 7a: uitbreiding mogelijkheid zienswijzen de raden van Aalten en Doefinchem stellen - aanvullend op het ontwerpbesluit - voor dat de raden een zienwijze naar voren moeten kunnen brengen over te nemen besluiten “over alle zaken met een grote polifieke, financiële en/of maatschappelijke impact”. de raad van Brummen geeft als aandachtspunt mee dat bij alle belangrijke besluiten zienswijzen ingediend moeten kunnen worden, zoals bij de besluiten die van invloed zijn op wijziging van strategie, visie, meerjarenplannen en kaderstellende documenten bij begrofingen. de raad van Winterswijk stelt voor arfikel 7a aan te vullen met een regel dat de raad de gelegenheid wordt gegeven om een zienswijze naar voren te brengen wanneer meer dan 1/3 van de raden daarom verzoekt.
De raden van Aalten, Doefinchem, Winterswijk en Brummen willen ruimere mogelijkheden voor de raden om zienswijzen te geven op besluiten van het GGD-bestuur. Het doel van deze voorstellen sluit aan op het doel van de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr): het versterken van de posifie van de raad. Dit is ook wat wij beoogden met het oorspronkelijke voorstel. Wij willen graag bespreken hoe de zienswijzeprocedure het best kan worden ingezet om de raden meer grip te geven op de GGD. Zoals hierboven aangegeven willen wij de jaarlijkse uitgangspunten voor de begrofing al toevoegen aan deze bepaling. De betrokken raden zeften in op een algemeen geformuleerde uitbreiding van de onderwerpen waarop een zienswijze kan worden ingediend of op een procedurele toevoeging. Dit is een aanvulling op de nu limitafief geformuleerde opsomming van onderwerpen. Wij vragen ons af of die open geformuleerde aanvulling in de prakfijk toegevoegde waarde heeft. Ook zonder deze aanvulling kan het algemeen bestuur een 3
Onderwerp / arfikel
Voorlopige reacfie DB zienswijze vragen van de raden over een te nemen besluit. Wij wachten de uitkomst van de discussie af.
3. Aanvulling op art. 7a: jaarlijks overleg over planning begrofingscyclus de raden van Aalten, Doefinchem en Winterswijk stellen - aanvullend op het ontwerpbesluit - voor dat GGD NOG jaarlijks met de gemeenten overlegt over de planning voor de begrofingsprocedure die gemeenteraden voldoende fijd voor een zienswijze op de ontwerpbegrofing geeft.
De termijnen voor de begrofingsprocedure liggen nu vast in de Wet gemeenschappelijke regelingen en de Financiële verordening GGD NOG. Voor het bepalen van hun zienwijze hebben de raden 12 weken. In de prakfijk houden wij ons ook aan die termijn. De huidige doorloopfijd voor de vaststelling van de begrofing is nu 11 maanden. De GGD start de ambtelijke voorbereiding van de uitgangspunten voor de begrofing half oktober en het algemeen bestuur stelt de Programmabegrofing vlak voor 15 september vast. Dit laat weinig ruimte om jaarlijkse afspraken te maken.
4. Verder bij Zienswijzen: Apeldoorn: jaarlijkse uitgangspuntenbrief zo vroeg mogelijk sturen om consequenfies mee te kunnen nemen in begrofing gemeente Haftem: stukken fijdig aanleveren
Nunspeet: raad eerder betrekken bij bestuursagenda dan via zienswijzenprocedure
Elburg, Ermelo: zienswijze bij tweejaarlijkse evaluafie
N.a.v. Apeldoorn en Haftem: in de Wgr en gewijzigde GR GGD is de 12-wekentermijn voor zienswijzen geborgd. Het AB heeft op 6 juli 2023 de nieuwe Financiële verordening vast gesteld, waarin de momenten van toezending van de uitgangspunten en de concept-begrofing zijn vastgelegd. Wij vinden de (fijdige) toezending van stukken hiermee voldoende geborgd. Een termijn langer dan 12 weken is moeilijk in te passen in de begrofingscyclus. N.a.v. Nunspeet: wanneer een college behoefte heeft de raad vooraf te betrekken bij de bestuursagenda voor de GGD, dan kan dit in de eigen gemeenten worden opgepakt. Wij stellen voor dit bij de gemeente te laten. Op de evaluafie en zienswijzen daarop gaan wij hieronder in bij arfikel 31.
Arfikel 7b Parficipafie 5. Parficipafie bij GGD versterken de raad van Brummen stelt voor dat het DB in ieder AB-voorstel een parficipafieparagraaf opneemt (voor inwoners). Per type besluit afwegen of er gebruik wordt gemaakt van parficipafie, en zo ja, in aansluifing op door gemeente
Wij hebben in de toelichfing op het ontwerp gezegd dat wij beperkte ruimte voor parficipafie bij GGD-beleid zien. Naar onze mening hoort dit bij de gemeenten te blijven. Als het gaat om onderwerpen waarbij de GGD een rol heeft in de uitvoering of advisering, dan kan dit 4
Onderwerp / arfikel
Voorlopige reacfie DB
georganiseerde parficipafie of regionale parficipafie. Elburg, Ermelo, Nunspeet: acfieve parficipafie inwoners meer en beter vorm geven, bij beleidsdocumenten zoals de bestuursagenda. Via evaluafie door (subregionale) adviescommissie kan de inrichfing verder ontwikkeld worden. Ook koppelen aan subregionale samenwerking (regionale prevenfie-infrastructuur IZA – GALA en regionale nota volksgezondheid). Haftem: inventariseren of er geen taken zijn die lokaal door de GGD uitgevoerd worden waarbij een intensievere vorm van parficipafie wel mogelijk is. Heerde bespreekt dit nog, maar noemt als mogelijkheid parficipafie door de adviesraad sociaal domein.
onderwerp zijn van de parficipafie die de gemeenten organiseren. Het inifiafief ligt dan bij de gemeenten en de GGD kan hieraan zijn medewerking verlenen. Wij stellen voor de lijn te blijven volgen dat de verantwoordelijkheid voor parficipafie in de eerste plaats bij gemeenten blijft en dat de GGD hierin ondersteunend is.
6. Parficipafie: verzoekschrift Nunspeet: meer duiding van wat verzoekschrift moet inhouden, welke procedure daarbij geldt en wat er mee gedaan wordt.
Het indienen van verzoekschriften bij het bevoegd gezag is een grondweftelijk recht. De keuze is om dit vormvrij te laten of om dit nader te regelen. Wij verwachten niet dat vaak een verzoekschrift zal worden ingediend bij de GGD. Daarom stellen wij voor naar bevind van zaken te handelen.
7. Parficipafie en aanvulling klanftevredenheidsonderzoeken Zutphen: wij stemmen hiermee in (= met bepaling over parficipafie). Daarbij zouden wij graag zien dat bij de klanftevredenheidsonderzoeken, ook een aantal mondelinge interviews of panelgesprekken worden gevoerd, voor meer diepgaande kwalitafieve informafie en om ook feedback te kunnen krijgen van inwoners die minder (digi)taalvaardig zijn.
Tot nu toe heeft GGD NOG niet of nauwelijks gebruik gemaakt van panelgesprekken of interviews voor feedback op de dienstverlening. De externe auditoren voor de kwaliteitscerfificering HKZ hebben in juni 2023 aandacht gevraagd voor het gebruik van een onafhankelijke klantentoets en een verdiepende kwalitafieve klantraadpleging. De uitkomsten moeten leiden tot een aantoonbaar verbetertraject. Wij bekijken hoe wij deze aansporingen vorm kunnen geven.
Arfikel 9 Werkwijze DB 8. Onderbouwing bepalingen werkwijze DB Aalten, Oude IJsselstreek: de toevoeging arfikelen Gemeentewet in deze GR-bepaling beter onderbouwen in toelichfing.
In de toelichfing is dit als een technische correcfie aangeduid. Het is niet de bedoeling iets te veranderen, maar wel om de formele 5
Onderwerp / arfikel
Voorlopige reacfie DB
Eventueel aanpassingen in reglement van orde DB plek geven.
regels te laten aansluiten op de bestaande prakfijk van het dagelijks bestuur. Arfikel 53 Gemeentewet (voorzifter bepaalt dag, plaats en fijdsfip DB-vergadering) en arfikel 54 (DB-vergaderingen zijn in beginsel besloten) sluiten aan bij bestaande prakfijk. Met het van overeenkomsfige toepassing verklaren wordt dit formeel vastgelegd. Arfikel 60 Gemeentewet betreft het melden van DB-besluiten aan het algemeen bestuur en het openbaar maken van DB-besluiten. Dit sluit aan op de versterking van de acfieve informafieplicht (van DB naar AB) en op de versterking van de acfieve openbaarmaking in de Wet open overheid. Wij stellen voor deze nadere toelichfing toe te voegen aan de toelichfing op het modelbesluit. Aan een huishoudelijk reglement voor het DB hebben wij op dit moment nog geen behoefte.
Arfikel 13a Gemeenschappelijke adviescommissie 9. Wel of niet instellen adviescommissie raden voorstander van of posifieve houding t.a.v. instellen gemeenschappelijke adviescommissie met raadsleden: Aalten, Apeldoorn, Elburg, Epe, Ermelo, Harderwijk, Haftem, Nunspeet, Oude IJsselstreek, Puften Voorst, Zutphen: geen prioriteit / niet noodzakelijk, maar wel begrip voor behoefte / niet op tegen andere raden hier veel belang aan hechten.
Een gemeenschappelijke adviescommissie met raadsleden kan bijdragen aan de versterking van de posifie van de raden. Bij de gemeenteraden leeft dit onderwerp ook sterk, zij het dat de discussie hierover tot verschillende opvaftingen leidt. Het inifiafief voor het instemmen van een commissie ligt weftelijk bij de raden. Als alle raden dit gezamenlijk voorstellen, is het algemeen bestuur van de GGD verplicht een adviescommissie met raadsleden in te stellen. In het algemeen bestuur van de GGD kunnen de gemeenten dit proces via hun AB-lid ondersteunen en afstemmen. De GGD-organisafie kan desgewenst ambtelijke ondersteuning bieden, in afstemming met de raadsgriffiers die ook hiermee bezig zijn. Ons beeld is dat er bij de 22 raden een behoorlijk draagvlak is voor een gemeenschappelijke adviescommissie. Wij verwachten dat raden die geen voorstander zijn, de instelling ook niet willen tegenhouden. Waar mogelijk zullen wij de totstandkoming faciliteren. 6
Onderwerp / arfikel
Voorlopige reacfie DB Wij stellen voor de voorstellen van de raden en het overleg tussen de raadsgriffiers af te wachten.
10. Opmerkingen bij raadsadviescommissie: Aalten, Apeldoorn, Oude IJsselstreek: werkwijze op termijnen zienswijzen begrofing afstemmen, in de werkwijze voldoende fijd borgen, werkwijze uitwerken. Elburg, Nunspeet: raden betrekken bij uitwerking. Ermelo: vraag waar wil raad verder bij betrokken worden koppelen aan evaluafiecyclus en nader vormgeven. Starten met subregionale afvaardiging adviescommissie GR GGD NOG vanuit de beleidsmafige en financiële (meerjarige) kaders. Nunspeet: vragen over democrafische legifimafie, samenstelling, taken, bevoegdheden, werkwijze en kosten. Graag meer onderbouwing vóór besluit tot instellen. Haftem: Vraag aan AB dit voorstel verder uit te werken Epe: raad wil graag samen met GGD en andere gemeenten mogelijkheden verkennen Brummen: aparte regeling opnemen voor de regionale adviescommissie met vanuit iedere gemeenteraad 2 afgevaardigden per gemeente Harderwijk: voorkeur voor raadscommissie met een brede inhoudelijke invulling en hierover uiterlijk 1 november 2023 een voorstel aan de aangesloten raden te doen toekomen, ook als niet alle raden hier nu al om vragen Heerde: geeft als mogelijkheid aan dat een adviescommissie advies geeft over welke zaken we! of niet voor zienswijze naar de raden toegebracht moeten worden. Voorwaarde is dan wei dat alle
Bij de gemeenteraden leeft de mogelijkheid Zoals hierboven aangegeven ligt het inifiafief voor het instellen van een raadsadviescommissie bij de raden. Het algemeen bestuur stelt – gehoord de raden – de werkwijze enz. vast. Eerst willen wij echter de voorstellen van de raden en het overleg tussen de raadsgriffiers afwachten. Bij de uitwerking kunnen de verschillende voorstellen en suggesfies worden betrokken. Elburg en Ermelo uiten de wens de raadsadviescommissie subregionaal te organiseren. Uitgangspunt bij een raadsadviescommissie is echter de gezamenlijkheid van de deelnemende gemeenten, in dit geval de 22 NOG-gemeenten. Het staat raden uiteraard vrij in subregionaal verband af te stemmen, maar dan is er geen sprake van een gemeenschappelijke adviescommissie zoals bedoeld in de Wet gemeenschappelijk regelingen. De koppeling aan IZA/GALA enz. die Elburg en Ermelo noemen, zien wij als een verantwoordelijkheid van de betreffende gemeenten. Hierbij kan de GGD een ondersteunende en adviserende rol vervullen. Zie ook onze reacfie bij arfikel 7b Parficipafie.
7
Onderwerp / arfikel
Voorlopige reacfie DB
gemeenteraden dan vertegenwoordigd zijn in de adviescommissie Voorst: deze adviescommissie niet te groots optuigen: - Zorg voor een compacte commissie van 10 raadsleden (diversiteit groofte en spreiding VNOG en GGD gemeenten) - Laat deze commissie ad hoc adviseren over de manier van communiceren naar raden bij polifiek gevoelige kwesfies - Laat deze commissie structureel adviseren over de manier van communiceren naar raden op ‘going concernzaken’ - Laat de commissie een plafform zijn waar kennis, informafie en mofies gedeeld kunnen worden - Draag er zorg voor dat de commissie alleen adviseert over informafiestromen aan deelnemende gemeenten. Elburg, Ermelo, : wens om raadsadviescommissie (ook) subregionaal (Noord-Veluwe) te organiseren en tevens te koppelen aan regionale prevenfieinfrastructuur IZA-GALA en de regionale nota volksgezondheid.
Arfikel 15 en 16 Inlichfingen en verantwoording 11. Aanvullingen bepalingen informafieplicht Aalten Doefinchem: arfikel 15, lid 1 aanvullen: Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzifter verstrekken de raden alle inlichfingen die de raden voor de uitoefening van hun taak nodig hebben, in het bijzonder over alle zaken met een grote polifieke, financiële en/of maatschappelijke impact;