CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

4.1 Convenant regionale samenwerking MO-BW

Overige evenementen 11 maart 2021, gemeente BrummenBij agendapunt: Beschermd Wonen (informatie en consultatie)3.276 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

d349554

Convenant regionale samenwerking Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen (MO/BW) Oost-Veluwe Ondergetekenden, de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Apeldoorn, Brummen, Epe, Hattem, Heerde en Voorst, hierna gezamenlijk te noemen regionale gemeenten, verklaren en besluiten een convenant te sluiten voor regionale samenwerking op het gebied van Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen op grond van de Wmo 2015. In dit convenant staan onder meer de afspraken over inspanningen en verplichtingen van de budgethouder (voorheen centrumgemeente) en de regiogemeenten voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen, de beheersing van financiële middelen, eventuele besparingen of aanvullende kosten en de verevening van risico’s. Daarbij nemen ondergetekenden in overweging dat: -

de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) alle gemeenten opdraagt om zorg te dragen voor maatschappelijke ondersteuning en voor de kwaliteit en de continuïteit van de voorzieningen, waaronder voorzieningen voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen;

-

de gemeenten in de regio Oost-Veluwe deze verantwoordelijkheid onderschrijven en gezamenlijk willen dragen;

-

de gemeenten in de regio Oost-Veluwe zich wensen uit te spreken voor financiële solidariteit voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen;

-

het tevens wenselijk is nadere afspraken te maken over de beheersing van de financiële middelen en over verevening van eventuele voor- en nadelen;

-

de gemeente Apeldoorn momenteel als regionaal budgethouder de rijksvergoedingen voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen ontvangt en daarmee een bijzondere verantwoordelijkheid heeft in de uitvoering van bovengenoemde opdracht;

-

de gemeente Apeldoorn namens de regio overleg voert met de VNG en de rijksoverheid;

-

het nieuwe objectieve verdeelmodel op termijn leidt tot grote financiële verschuivingen, waarbij de individuele gemeenten de rijksvergoedingen rechtstreeks zullen ontvangen;

-

de gemeenten in de regio Oost-Veluwe zich uitspreken om gezamenlijk tekorten te dragen en overschotten te delen;

-

het wenselijk is nadere afspraken te maken over inspanningen en verplichtingen van de budgethouder en de regiogemeenten voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen en over een toekomstig gezamenlijk regionaal budget voor de financiering van regionale voorzieningen.

Artikel 1. Begripsbepalingen a. Budgethouder: gemeente Apeldoorn. b. Convenant: Convenant regionale samenwerking Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen Oost-Veluwe. c. Beschermd Wonen: wonen in een accommodatie van een instelling waar toezicht en begeleiding zich richten op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie, het psychisch en psychosociaal functioneren, stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld, het voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast of het afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen. Deze accommodaties zijn bestemd voor personen met psychische of psychosociale problemen, die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. d. Maatschappelijke Opvang: onderdak en begeleiding voor personen die de thuissituatie hebben verlaten en niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. e. OGGZ: bemoeizorg aan zorgwekkende zorgmijders en zorgmissers. f. Regiogemeenten: Brummen, Epe, Hattem, Heerde en Voorst g. Regionale gemeenten: Apeldoorn, Brummen, Epe, Hattem, Heerde en Voorst. h. Verdeelmodel: in de circulaire voor het gemeentefonds gepubliceerde verdeling van de rijksvergoeding per regio en/of per gemeente volgens een vastgesteld rekenmodel. i. Wmo 2015: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Artikel 2.

Doel Dit convenant beschrijft de regionale samenwerking tussen de regionale gemeenten en in het bijzonder tussen de budgethouder en de regiogemeenten en legt deze vast. Dit om de continuïteit te waarborgen van bovenlokale voorzieningen voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen in de regio OostVeluwe. Ook bevat het convenant afspraken over financiële solidariteit voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen. Artikel 3. Taken en bevoegdheden budgethouder 1. De budgethouder spant zich maximaal in voor de continuïteit en kwaliteit van Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen. 2. Dat doet de budgethouder in overleg met de regiogemeenten als volgt. a. De budgethouder draagt zorg voor subsidierelaties met zorgaanbieders voor regionale algemene voorzieningen voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen. Deze zorgaanbieders wijst de budgethouder aan. Met hen worden prestatieafspraken gemaakt. b. De budgethouder stelt persoonsgebonden budgetten voor cliënten Beschermd Wonen in de regio Oost-Veluwe administratief beschikbaar. De budgethouder is verder verantwoordelijk voor de uitvoering door de Sociale Verzekeringsbank (SVB) van trekkingsrechten voor het persoonsgebonden budget. Dat geldt ook voor de inning van de eigen bijdrage en het doorvoeren van mutaties (ZIN en PGB) in cliëntgegevens door het Centraal Administratie Kantoor (CAK). c.

De budgethouder initieert regionaal beleid en spant zich in voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen. 3. De budgethouder voert op ordentelijke wijze de boekhouding. Door deze boekhouding maakt de budgethouder periodiek regionale inkomsten en uitgaven voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen inzichtelijk. 4. De budgethouder neemt het initiatief in het ontwerpen van regionaal beleid voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen en van eventuele criteria en beleidsregels voor de toegang tot Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen. 5. Voor een adequate uitvoering van zijn taken overlegt de budgethouder namens de regio OostVeluwe desgewenst met andere regio’s, cliëntenorganisaties, het Zorgkantoor, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), het CAK, de SVB en met het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en andere relevante regionale en landelijke partijen. 6. Waar nodig maken de regionale gemeenten nadere concrete afspraken over de hierboven genoemde taken en inspanningen van de budgethouder. 7. Periodiek vindt monitoring plaats van de taken en inspanningen van de budgethouder en de resultaten daarvan. Desgewenst maken de regionale gemeenten hierover nadere afspraken.

Artikel 4. Taken en bevoegdheden van de regionale gemeenten 1. De regionale gemeenten spannen zich maximaal in om zorg te dragen voor lokale continuïteit en kwaliteit van Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen en voor de lokale toegang daartoe. 2. Lokaal doen de regionale gemeenten dat als volgt. 1 a. Zij dragen zorg voor adequate, afdoende en passende (preventieve) voorzieningen en activiteiten voor onder meer werk/inkomen/schulden, maatschappelijke ondersteuning (met name individuele begeleiding, dagbesteding, vervoer en huishoudelijke hulp) 2, jeugdhulp en wonen. Deze voorzieningen en activiteiten vormen een aanvulling op de regionale voorzieningen voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen. b. Regionaal en/of lokaal contracteren zij doelmatig en rechtmatig voorzieningen voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen bij aanbieders in de regio Oost-Veluwe.3 c. Zij zorgen voor voldoende, goed gespreide, adequate en betaalbare (sociale) woonmogelijkheden in de eigen gemeente. Dat doen ze bijvoorbeeld door hiervoor prestatieafspraken te maken met woningcorporaties, zodat uitstroom uit voorzieningen van Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen geen of minder belemmeringen ondervindt. d.

Zij scheppen een lokale sociale infrastructuur om mogelijke maatschappelijke uitval en multi-problematiek vroegtijdig te signalen en om psychosociale- en psychische problemen te herkennen. Zo kunnen ze proactief handelen. Deze infrastructuur omvat ook de OGGZtaken, indien nodig inclusief specialistische ggz-expertise en/of ervaringsdeskundigheid. e. Zij zorgen voor toegang tot voorzieningen voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen in samenhang met toegang tot Wmo-begeleiding, jeugdhulp, werk/participatie en inkomensondersteuning. f. Overig regionaal en lokaal beleid voeren zij uit. Daarnaast spannen ze zich in om dak- en thuisloosheid en de noodzaak tot Beschermd Wonen zo veel mogelijk te voorkomen. 3. De regionale gemeenten dragen ieder zorg voor alle uit dit convenant voortvloeiende werkzaamheden voor de uitvoering van deze taken, voor de implementatie van de regionale Transformatie-agenda Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen en van de gemeentelijke actiepunten uit het regionale werkprogramma EPA.4 Hiermee sluiten zij aan op de lokaal vastgestelde Sluitende aanpak voor Personen met verward gedrag. 4. Zij dragen zorg voor voldoende personele capaciteit en overige middelen om de taken en bevoegdheden zoals hierboven genoemd adequaat uit te voeren. 5. Waar nodig maken de regionale gemeenten nadere concrete afspraken over de hierboven genoemde taken en inspanningen.

Artikel 5. Vereffening overschot financiële bijdrage in de periode 2015 tot en met 2017 1. Het budget voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen bleef in de periode 2015 t/m 2017 onderbesteed. Het overschot van € 1.250.000,- reserveert de budgethouder voor de regiogemeenten Brummen, Epe, Heerde en Voorst. 2. Na ondertekening van dit convenant door alle regionale gemeenten betaalt de budgethouder deze € 1.250.000,- aan de regiogemeenten Brummen, Epe, Heerde en Voorst naar rato van het aantal inwoners.

1

Er komt een regionale toezichthouder voor calamiteiten en incidenten, die ook toeziet op de kwaliteit van de voorzieningen voor MO en BW. In overleg met de overige regiogemeenten wordt dit buiten dit convenant geregeld. 2 Daaronder vallen voorzieningen zoals genoemd in de artikelen 2.2.1 t/m 2.2.4 en 2.3.1 t/m 2.3.6 Wmo 2015 anders dan opvang en beschermd wonen. 3

Alle gemeenten zijn gelijkwaardige partners bij de inkoop. Voor contractrelaties binnen het maatwerk worden regionale afspraken

gemaakt in het kader van de inkoop 2019. Deze afspraken blijven buiten dit convenant. 4 Beide notities zijn met een collegebesluit vastgesteld.

Artikel 6. Financiering volgens het huidige verdeelmodel 2018 tot en met 2020 1. Als budgethouder ontvangt gemeente Apeldoorn jaarlijks de rijksvergoeding Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen. Hiervan houdt de budgethouder jaarlijks maximaal 3 procent in voor regionale uitvoeringskosten, waaronder de kosten van de budgethouder, tenzij de regionale gemeenten in overleg anders beslissen. De budgethouder legt hierover jaarlijks vooraf en achteraf verantwoording af. 2. De budgethouder zet met ingang van 1 januari 2019 budget apart voor de regionale algemene voorzieningen voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen, zoals vastgesteld in bijlage A. 3. De budgethouder reserveert de rijksvergoeding (na aftrek van uitvoeringskosten en algemene voorzieningen) voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen in zijn geheel en zet deze desgewenst ook in voor regionale maatwerkvoorzieningen voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen. Deze regionale maatwerkvoorzieningen zijn beschreven in bijlage B. 4. Budgettaire voor- en nadelen Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen berekent de budgethouder tijdens en na afloop van het boekjaar. De regionale gemeenten verevenen deze volgens een gezamenlijk vastgestelde systematiek. 5.

Deze voor- en nadelen voor het boekjaar 2018 en daarna verevent de budgethouder naar het aantal cliënten Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen per gemeente. Voor het verdelen van de overschotten wordt jaarlijks op peildatum 1 juni van het betreffende jaar het aantal cliënten Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen per gemeente vastgesteld. In 2018 is dit eenmalig op peildatum 1 augustus 2018 gebeurd. Op basis van de prognose in de Turap van de budgethouder krijgen de regionale gemeenten hun deel van het overschot bevoorschot. Achteraf vindt een eindafrekening plaats volgens het werkelijke resultaat voor MO/BW, conform de vastgestelde jaarrekening van de budgethouder. 6. De regionale gemeenten oormerken de uitbetaalde overschotten voor besteding binnen het sociaal domein. Over de besteding van deze middelen leggen zij jaarlijks tijdens een regionaal bestuurlijk overleg verantwoording af. Deze uitbetaalde overschotten kunnen ook worden gereserveerd voor toekomstige risico’s binnen het sociaal domein. 7. In het geval dat de voorgenomen implementatie van het nieuwe verdeelmodel op 1 januari 2021 vertraging oploopt, dan wordt de periode zoals beschreven in artikel 6 evenredig daaraan verlengd. Artikel 7. Financiering volgens het (nieuwe) objectieve verdeelmodel 1. De invoering van het nieuwe objectieve verdeelmodel staat gepland voor 1 januari 2021.

Vanaf dan ontvangt iedere gemeente de rijksvergoeding voor Maatschappelijke opvang en Beschermd wonen en Wmo-begeleiding rechtstreeks in plaats van via de budgethouder. 2. Ook nadien blijven de regionale gemeenten financieel solidair met elkaar en vormen zij één regiobudget voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen. 3. In de circulaire voor het gemeentefonds wordt het budget volgens het nieuwe objectieve verdeelmodel voor de gemeenten gepubliceerd. Zodra dat is gebeurd, maken partijen over de verdeling nadere afspraken. Daarbij kunnen zij een keuze maken uit o.a. de volgende opties: a. bijdragen naar rato van de rijksvergoeding voor Maatschappelijke Opvang, Beschermd Wonen en Wmo-begeleiding volgens het nieuwe objectieve verdeelmodel (bedrag in de circulaire voor gemeentefonds); b. bijdragen naar het aantal cliënten Maatschappelijke Opvang/Beschermd Wonen per gemeente. 4. Na publicatie van het nieuwe objectieve verdeelmodel overleggen de regionale gemeenten hierover met elkaar.

5. Vanuit het volgens dit convenant gevormde regiobudget bekostigt de budgethouder de volgende zaken: a. de regionale algemene voorzieningen voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen, zoals vastgesteld in bijlage A; b. de regionale maatwerkvoorzieningen voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen, zoals vastgesteld in bijlage B; c. regionale uitvoeringskosten, waaronder de kosten voor de budgethouder. De budgethouder legt hiertoe periodiek vooraf en achteraf verantwoording af. Deze informatie kan desgewenst lokaal worden gedeeld. Artikel 8. Overleg 1. Minimaal eens per kwartaal overleggen de regionale gemeenten ambtelijk en bestuurlijk over Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen. 2. Deelnemende gemeenten dragen zorg voor een passende vertegenwoordiging in het ambtelijk en bestuurlijk overleg, met oog voor de continuïteit ervan. 3. De budgethouder draagt zorg voor adequate en tijdige informatie en voor de voorbereiding en verslaglegging van het regionale overleg. 4. Het bestuurlijk overleg is gericht op overeenstemming. Komt overeenstemming niet tot stand dan besluiten de gemeenten bij meerderheid van stemmen, waarbij elke gemeente één stem heeft. Artikel 9. Wijzigingen 1. Deelnemende gemeenten bezien periodiek of wijzigingen of aanvullingen op dit convenant wenselijk zijn. 2.

Deelnemende gemeenten besluiten tot tussentijdse wijziging of aanvulling van dit convenant indien gemeenten unaniem hiertoe aanleiding zien. 3. Tussentijdse wijzigingen en aanvullingen zijn geldig nadat alle partijen deze hebben ondertekend en worden als addendum toegevoegd aan dit convenant. Artikel 10. Geschillenregeling 1. Een deelnemende gemeente die meent dat er een geschil over de uitvoering van het convenant bestaat overlegt hierover met de andere deelnemende gemeenten. Leidt dit niet tot overeenstemming, dan deelt deze gemeente dat schriftelijk mee aan de andere deelnemende gemeenten. De mededeling bevat een aanduiding van het geschil. 2. Binnen twee weken na dagtekening van de mededeling stuurt elke gemeente haar zienswijze op het geschil en een oplossingsgericht voorstel aan de andere gemeenten. Gemeenten overleggen met elkaar en proberen tot overeenstemming over een oplossing te komen. 3. Bereiken zij geen overeenstemming, dan besluiten zij in een bestuurlijk overleg bij meerderheid van stemmen, waarbij elke gemeente één stem heeft. Artikel 11. Monitoring en evaluatie 1. Periodiek monitoren de regionale gemeenten de taken en inspanningen van de budgethouder en de resultaten daarvan. Desgewenst maken ze hierover nadere afspraken. 2. Dit convenant evalueren de gemeenten na inwerkingtreding minimaal eens per drie jaar.

Ze starten hiermee bij voorkeur in juni 2020, na publicatie van het nieuwe objectieve verdeelmodel in de circulaire voor het gemeentefonds van mei 2020, doch uiterlijk in september van 2020. 3. De budgethouder neemt het initiatief voor de evaluatie. Artikel 12. Inwerkingtreding en looptijd 1. Dit convenant treedt inwerking met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2018 en loopt tot en met 31 december 2020. 2. Na de initiële looptijd van 3 jaar kent het convenant een stilzwijgende verlenging van steeds 3 jaar.

Artikel 13. Tussentijds toetreden 1. Tussentijds kunnen nieuwe gemeenten toetreden tot dit convenant, indien zij instemmen met alle in dit convenant overeengekomen voorwaarden. 2. Een tussentijds verzoek daartoe kan de betrokken gemeente indienen bij de budgethouder. 3. De regionale gemeenten besluiten in meerderheid van stemmen over de toetreding waarbij elke deelnemende gemeente één stem heeft. 4. De deelnemende gemeenten hebben al besloten dat gemeente Hattem vanaf 1 januari 2019 toetreedt tot de regio. Gemeente Hattem neemt vanaf 1 januari 2019 volwaardig deel en stemt in met alle in dit convenant overeengekomen voorwaarden. Artikel 14. Opzegging 1. Deelnemende gemeenten kunnen dit convenant te allen tijde schriftelijk opzeggen bij de budgethouder met inachtneming van een opzegtermijn van twaalf maanden en een opzegdatum van 31 december van het betreffende jaar. . 2. Wanneer een gemeente dit convenant opzegt, zullen de overige deelnemers in gezamenlijk overleg bezien of zij het convenant willen voortzetten of beëindigen. Artikel 15. Bijlagen 1. De volgende bijlagen behoren bij dit convenant: a. overzicht regionale algemene voorzieningen; b. overzicht maatwerkvoorzieningen (zorg- en ondersteuningsproducten); c. overzicht rijksvergoedingen per gemeente voor Wmo-begeleiding, Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen vanaf 1 januari 2021. 2.

De deelnemende gemeenten hebben kennis genomen van de voor hen relevante bijlagen en zullen dienovereenkomstig handelen. Artikel 16. Citeertitel Dit convenant wordt aangehaald als: Convenant regionale samenwerking Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen regio Oost-Veluwe. Aldus overeengekomen en ondertekend Gemeente Apeldoorn op grond van artikel 171 lid 1 Gemeentewet rechtsgeldig vertegenwoordigd door: Naam:_____________________________________ Datum:_____________________________________

Handtekening:

Gemeente Brummen op grond van artikel 171 lid 1 Gemeentewet rechtsgeldig vertegenwoordigd door: Naam:_____________________________________ Datum:_____________________________________

Handtekening:

Gemeente Epe op grond van artikel 171 lid 1 Gemeentewet rechtsgeldig vertegenwoordigd door: Naam:_____________________________________ Datum:_____________________________________

Handtekening:

Gemeente Hattem op grond van artikel 171 lid 1 Gemeentewet rechtsgeldig vertegenwoordigd door: Naam:_____________________________________ Datum:_____________________________________

Handtekening:

Gemeente Heerde op grond van artikel 171 lid 1 Gemeentewet rechtsgeldig vertegenwoordigd door: Naam:_____________________________________ Datum:_____________________________________

Handtekening:

Gemeente Voorst op grond van artikel 171 lid 1 Gemeentewet rechtsgeldig vertegenwoordigd door: Naam:_____________________________________ Datum:_____________________________________

Handtekening:

Bijlage a: overzicht regionale algemene voorzieningen Regionale Algemene Voorzieningen

Huidig subsidiebedrag op jaarbasis

Looptijd subsidie

Tendersubsidies € 14.921 Subsidie wordt voortgezet tot en met 2022 Art Blanche (onderdeel MO) € 35.770 Subsidie wordt voortgezet tot en met 2022 Citypastoraat (onderdeel MO) € 60.688 Subsidie wordt voortgezet tot en met 2022 Menorah (onderdeel MO) GGNet KOPP/KVO (onderdeel mantelzorgondersteuning) GGNet IMH Tactus KOPP/KVO (onderdeel mantelzorgondersteuning) Tactus preventie (onderdeel MO)

€ 99.884 Subsidie wordt voortgezet tot en met 2022* € 47.986 Subsidie wordt voortgezet tot en met 2022 € 41.084 Subsidie wordt voortgezet tot en met 2022* € 185.137 Subsidie wordt voortgezet tot en met 2022

Chris & Voorkom (onderdeel MO) Stichting de Ontmoeting (onderdeel vrijwilligersondersteuning)

€ 37.048 Subsidie wordt voortgezet tot en met 2022 € 58.867 Subsidie is verlengd tot en met 2021, daarna + in 2021 een incidentele subsidie van wordt deze subsidie gestopt en zijn gemeenten €29.640 zelf verantwoordelijk voor de activiteiten die voorheen door Stichting de Ontmoeting werden uitgevoerd.

Maatschappelijke Opvang Jongeren Leger des Heils (onderdeel MO)

€415.811 Subsidie wordt voortgezet tot en met 2022. De + in 2021 een indicentele subsidie van verwachting is dat het Leger des Heils ook voor €52.000 2022 het incidentele subsidiebedrag zal aanvragen.

Begrotingssubsidies Omnizorg toeleiding en klachtafhandeling

€ 21.387 Wordt voortgezet t/m 2024

Omnizorg gebruikersruimte

€ 587.630 Wordt voortgezet t/m 2024

Omnizorg dag en nachtopvang

€ 1.004.368 Wordt voortgezet t/m 2024

Omnizorg Medische heroineverstrekking

Omnizorg Vastgoedsubsidie Herstelplein Korak

Totaal

€ 433.418 Wordt voortgezet t/m 2024 € 339.960 Subsidie wordt voortgezet tot en met 2022 + een jaarlijks bedrag van € 60.000 voor de kosten van de host (Tactus)

€ 3.525.599

*omdat de huidige subsidieregeling komt te vervallen, wordt hier voor het jaar 2022 een begrotingssubsidie van gemaakt.

Bijlage b: overzicht maatwerkvoorzieningen (zorg- en ondersteuningsproducten) Productnaam Begeleiding Crisis* Begeleiding Groep Licht* Begeleiding Groep Basis* Begeleiding Groep Complex* Begeleiding Individueel Licht* Begeleiding Individueel Basis* Begeleiding Individueel Complex* Opslag kindplaats (per kind, per etmaal) Time-Out Voorziening Vervoer* Vervoer Plus* Wonen/verblijf Crisis Basis Wonen/verblijf Crisis Hoog Wonen/verblijf Groep met begeleiding Intensief Wonen/verblijf Groep met begeleiding Intensief - partnerplaats Wonen/verblijf Groep met begeleiding Intensief (scheiden wonen/zorg) Wonen/verblijf Groep met begeleiding Duurzaam Wonen/verblijf Groep met begeleiding Duurzaam - partnerplaats Wonen/verblijf groep met begeleiding Duurzaam (scheiden wonen/zorg) Wonen/verblijf Groep met begeleiding Perspectief Wonen/verblijf Groep met begeleiding Perspectief - partnerplaats Wonen/verblijf groep met begeleiding Perspectief (scheiden wonen/zorg) Wonen/verblijf Individueel met begeleiding Perspectief Wonen/verblijf Individueel met begeleiding Perspectief - partnerplaats Wonen/verblijf individueel met begeleiding perspectief (scheiden wonen/zorg) Werkt mee op trede 3* Werkt mee op trede 4* Werkt mee ontwikkeling naar trede 3* Werkt mee ontwikkeling naar trede 4* Werkt mee ontwikkeling naar trede 5* Zorgcoördinatie (gemiddeld 1 per week, max 52 per jaar)* Huurbetaling* ZZP 5

Verpleging 1,36 ZZP 4 Verpleging 1,45 ZZP 6 Verpleging 4,74 Tijdelijke opvang basis* Respijtopvang Thuis* Respijtopvang Basis* Respijtopvang Hoog* * Situationeel: Wanneer het MO/BW cliënt betreft kan de BW-code gebruikt worden. Wanneer het lokale cliënt betreft gelden de WMO-codes zoals die zijn opgenomen in de productcodetabel van de zorgregio.

Productcode iWmo - BW 15C01 15G01 15G02 15G03 15G04 15G05 15G06 15G07 15G08 15511 15512 15C02 15C03 15T01 15T02 15T03 15D01 15D02 15D03 15P01 15P02 15P03 15P04 15P05 15P06 15A63 15A64 15A53 15A54 15A55 15A75 15S04 15527 15528 15529 15T05 15S01 15S02 15S03

Bijlage c: overzicht rijksvergoedingen per gemeente voor Wmo-begeleiding, Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen vanaf 1 januari 2021 Nog niet beschikbaar. Wordt na publicatie toegevoegd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9833742/1