CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

24 - B&W - Consultatie documenten Beschermd Thuis

Gemeenteraad 15 april 2021, gemeente BrummenBij agendapunt: Lijst ingekomen stukken22.604 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Bij de zorg voor cliënten wordt het netwerk van de cliënt betrokken; hiervoor wordt door de zorgaanbieders in samenspraak met cliëntvertegenwoordigers een werkproces ingericht. Vanaf 2024 voldoet de regio aan de individuele begeleidingsbehoefte binnen de Maatschappelijke Opvang en doorstroom van de Maatschappelijke Opvang naar zelfstandige(re) woonvormen wordt verbeterd door het inzetten van extra begeleiding binnen/ door de Maatschappelijke Opvang. Bij de uitstroom van Maatschappelijke Opvang naar een zelfstandige(re) woonvorm wordt vanaf 2023 de vertrouwensband tussen hulpverlener en cliënt intact gehouden en worden

20

administratieve handelingen verminderd door de ambulante begeleiding op cliëntniveau vanuit de Maatschappelijke Opvang te continueren, gedurende het eerste jaar na uitstroom. De gemeenten continueren een laagdrempelige toegang tot zorgfuncties voor inwoners via een lokale toegang per gemeente waar zij terecht kunnen met hun vragen en van waaruit zij verwezen kunnen worden naar passende ondersteuning binnen een gevarieerd zorglandschap. De financiers (gemeenten, zorgverzekeraar, zorgkantoor) bestendigen een duurzame samenwerking middels de samenwerking in de EPA Taskforce en een gezamenlijke Samenwerkingsagenda. Gemeenten nemen in hun lokale uitvoeringsplannen op hoe zij cliënten gaan faciliteren in het versterken van zelfmanagement, ervaringsdeskundigheid en informele zorg en zorgen dat deze ondersteuning vanaf 2026 geborgd is. Wat is het resultaat dat in 2030 behaald moet zijn? De infrastructuur is lokaal en regionaal zodanig opgezet dat er sprake is van geïntegreerde GGZ in de wijk voor alle inwoners met een psychische kwetsbaarheid in de regio Oost-Veluwe. Inwoners kunnen gebruik maken van de voorzieningen waar zij behoefte aan hebben in kader van hun herstel. “Als mensen een terugvalmoment hebben moeten zij meteen geholpen kunnen worden” (wethouder Brummen)

Thema Welkom in de woonomgeving Destigmatiserend klimaat Het is belangrijk voor cliënten en wijkbewoners dat er in de wijken een verwelkomend klimaat aanwezig is om cliënten goed in de wijk te laten integreren. Deze integratie gaat niet vanzelf. Het vergt een actieve inzet van gemeenten, wijkraden, wijkorganisaties, instellingen en cliënten(organisaties) om veranderingen in de wijken te realiseren zodat cliënten zich thuis voelen in de wijk evenals dat er oog is voor de andere wijkbewoners. Doelen: Vanaf 2022 wordt in elke gemeente structureel geïnvesteerd in bewustwording en vermindering van stigma’s op een manier die passend is voor die gemeente. In de lokale uitvoeringsplannen wordt beschreven waar inwoners en cliënten in de gemeente behoefte aan hebben, welke mogelijkheden er zijn en op welke wijze aan bewustwording gewerkt gaat worden. Alle cliënten die zelfstandig gaan wonen, krijgen ondersteuning geboden in de opbouw van een eigen sociaal netwerk passend bij de behoefte van de cliënten. In de lokale uitvoeringsplannen wordt beschreven welke lokale ondersteuning/methodiek hiervoor ingezet wordt en hoe zorgaanbieders met uitstromende cliënten, cliënten en de lokale ondersteuning hierin samenwerken en wanneer deze werkwijze/methodiek operationeel wordt. Gemeenten zorgen voor ondersteuning in de woonomgeving voor de cliënt en zijn/haar omgeving die proactief ingezet wordt.

In de gemeentelijke lokale uitvoeringsplannen worden de ondersteuningsvormen, betrokkenen en tijdspad hiertoe beschreven. Gemeenten investeren in leefbare wijken voor alle wijkbewoners. 21

Wat is het resultaat dat in 2030 behaald moet zijn? Een jaar na de verhuizing voelt 80% van de cliënten zich thuis in- en verbonden met zijn/haar woonomgeving.

Thema Wonen Vraag: Wat is er nodig om de stap naar zelfstandig wonen te maken? Het antwoord: “Begeleide woonvormen en kleinschalige betaalbare huisvesting.” Echter, de woningmarkt is overvol voor de Beschermd Thuis doelgroep en ook voor andere doelgroepen. Daarbij komt nog dat veel Beschermd Wonen instellingen zich in de stad Apeldoorn bevinden. Voor een evenredige uitstroom van cliënten moeten er meer plekken beschikbaar komen in de regiogemeenten. Meer tussenvormen van wonen zouden ook een oplossing kunnen vormen. De tussenvormen zijn alternatieve vormen van zelfstandig wonen: alles wat ligt tussen Beschermd Wonen en de Opstapwoning. Tussenvormen kunnen nieuw gerealiseerd worden, maar zijn ook goed vorm te geven in huidige (vrijgekomen) woonzorglocaties die over kleine zelfstandige wooneenheden beschikken. Doelen: In 2030 is het aantal beschikbare woningen in balans met de vraag naar woonvoorzieningen passend bij de woonsituatie van de cliënt, blijkend uit het rapport van Companen uit 2020 naar de regionale woonopgave voor de doelgroep. Daarnaast zijn er in de verschillende gemeenten voldoende beschikbare en betaalbare wooneenheden voor cliënten die uitstromen uit Beschermd Wonen, zodat men kan uitstromen naar zelfstandig wonen in de gemeente van herkomst.

Gemeenten nemen in hun lokale uitvoeringsplannen de raming op over hoeveel cliënten de komende jaren die stap naar hun herkomstgemeente zetten, hoeveel passende woningen beschikbaar zijn en hoe het verschil tussen de vraag en het aanbod aangepakt gaat worden. Vanaf 2023 kunnen wij inwoners die de draai in hun huidige omgeving niet kunnen vinden en die niet zelfstandig kunnen wonen, een vervangende woonplek aanbieden, in overleg met cliënt, zorgaanbieders en woningcorporaties. Per 2022 maken we individuele begeleiding in de Maatschappelijke Opvang meer mogelijk en stimuleren daarmee een snellere doorstroom naar zelfstandig wonen; deze snellere doorstroom gaan we monitoren vanuit het plan voor vernieuwing van de maatschappelijke opvang. Regionaal en lokaal gaan we passende woonvoorzieningen creëren voor jongeren (18–24 jaar) zodat per 2030 jongeren die uit de jeugdzorg komen of vanwege psychische of psychosociale problematiek niet langer thuis kunnen wonen, binnen 1 jaar een woning kunnen krijgen passend bij hun situatie en inkomen. We creëren in de regiogemeenten tijdelijke huisvesting voor economisch dak- en thuislozen, zodat zij vanaf 2023 niet in de Maatschappelijke Opvang opgevangen hoeven te worden. De acties hiervoor worden gemonitord via het regionale plan voor vernieuwing van de maatschappelijke opvang.

In 2030 is er een arsenaal aan woonvarianten beschikbaar zodat inwoners kunnen wonen in een woonvariant passend bij hun mate aan zelfredzaamheid en in hun herkomstgemeente. Daarnaast blijft er regionaal een aanbod aan intramuraal Beschermd Wonen beschikbaar voor 22

die inwoners die dat tijdelijk nodig hebben. In het regionale uitvoeringsplan en bij de nieuwe inkoop Beschermd Wonen worden kwantitatieve en kwalitatieve ramingen gemaakt om dit gevarieerde zorglandschap te borgen. Wat is het resultaat dat in 2030 behaald moet zijn? Kwetsbare inwoners kunnen zo lang als mogelijk zo zelfstandig als mogelijk thuis blijven wonen en daar de steun krijgen die zij nodig hebben, maar kunnen wel tijdelijk opgevangen worden en ondersteund worden in intramurale voorzieningen. Er is een continuüm in het woningaanbod in ondersteuning aan huis, tussenvormen en intramurale voorzieningen.

Thema Werk en dagbesteding “Arbeid is het beste medicijn” 15 Dat beaamt Lex Burdorf, hoogleraar van het Erasmus Medisch Centrum Rotterdam. Het hebben van werk geeft zin, zelfvertrouwen, structuur en dagritme: “Mensen voelen dat ze erbij horen, dat ze positief bezig zijn. Dat gevoel is bij een professor niet anders dan bij een stratenmaker”. Dit leidt tot het feit dat de domeinen zorg en arbeid veel meer met elkaar moeten samenwerken. Het belang van arbeid voor de gezondheid is vanuit drie invalshoeken te verklaren: • Medisch perspectief: werk houdt lichaam en geest fit • Psychologisch perspectief: werk zorgt voor een doel en dagritme • Sociologisch perspectief: werk geeft zin en maatschappelijke status 19

Doelen: Door de lokale toegang wordt voor iedere cliënt met een psychische kwetsbaarheid en behoefte aan begeleiding in het ondersteuningsplan het perspectief op de best passende plek binnen de Participatieladder bepaald. Na afloop van het begeleidingstraject zit 80% van de cliënten op de best passende plek binnen de Participatieladder zoals is bepaald in het ondersteuningsplan. Door zorgaanbieders wordt samen met het domein onderwijs toegewerkt naar een optimaal bereik van startkwalificaties voor cliënten met een psychische kwetsbaarheid en behoefte aan begeleiding door gezamenlijk optrekken op cliëntniveau als onderdeel van de hersteltrajecten. In het regionale en de lokale uitvoeringsplannen wordt beschreven hoe dit opgepakt gaat worden. Vanaf 2025 wordt door zorgaanbieders, zorgverzekeraars, gemeenten, werkgevers een koppeling gelegd tussen de domeinen zorg en arbeid, zodat cliënten toegeleid kunnen worden naar duurzame werk- of dagbestedingsplekken. In het regionale en de lokale uitvoeringsplannen wordt beschreven hoe dit opgepakt gaat worden. Per 2030 is er een ondersteuningscontinuüm gerealiseerd voor herstel en participatie van cliënten door alle partijen betrokken bij Beschermd Thuis in de regio Oost-Veluwe. In het regionale uitvoeringsplan wordt dit verder beschreven en gemonitord.

19

Overheid van nu, via https://www.overheidvannu.nl/actueel/artikelen/2020/04/07/‘artsen-en-beleidsmakers-moeten-weten-arbeid-ishet-beste-medicijn’

23

Wat is het resultaat dat in 2030 behaald moet zijn? Er is een goede samenwerking tussen en over domeinen zorg, onderwijs en arbeid heen om cliënten toe te leiden naar onderwijs en werk. Er zijn voldoende dagbestedingsplekken en/of passende werkplekken om ook zorg te dragen voor de continuïteit van werk en dagbesteding.

Thema Financiële mogelijkheden cliënten Financiële kwetsbaarheid De doelgroep waarover we het hebben in dit kaderdocument is financieel kwetsbaar. Daarom zetten we in op de financiële weerbaarheid. Het doel is om cliënten zelfredzaam te laten zijn. Inkomen is hierbij een van de basisvoorwaarden. We willen ervoor zorgen dat de cliënt zelf de mogelijkheden en kennis heeft om financieel zelfredzaam te worden. Doelen: Er wordt tijdig ondersteuning aangeboden in het opheffen, verminderen of stabiliseren van schulden aan inwoners, waaronder cliënten beschermd thuis, door de lokale partijen die de gemeenten daarvoor aanwijzen in hun schuldhulpverleningsbeleid. Er wordt lokaal samenwerking gezocht door de gemeente, toegang en zorgaanbieders met algemene voorzieningen om vroegtijdig schuldenproblematiek te signaleren en bespreekbaar te maken met cliënten beschermd thuis en Beschermd Wonen. Hoe deze samenwerking tot stand komt, met welke partijen en wanneer de uitvoering start, wordt per gemeente beschreven in de lokale uitvoeringsplannen. Gemeenten nemen in de lokale uitvoeringsplannen financiële ondersteuningsactiviteiten op. Onderdeel hiervan wordt ondersteuning in het vergroten van digitale vaardigheden van cliënten. Hulp wordt bijvoorbeeld vaker online gegeven: cliënten ontvangen een e-mail in plaats van een brief.

Per 2030 wordt 100% van de huisuitzettingen ten gevolge van huurschulden voorkomen door hier preventief op in te zetten en lokale en regionale afspraken te maken met de woningcorporaties en signaleerders zoals nutsvoorzieningen, lokaal schuldhulploket ed. Dit wordt per gemeente in de lokale uitvoeringsplannen beschreven. Wat is het resultaat dat in 2030 behaald moet zijn? In elke gemeente is tenminste één ondersteuningsmogelijkheid voor inwoners om zelf regie te kunnen voeren over hun financiën waar mogelijk. Inwoners maken gebruik van alle mogelijkheden die er zijn om financiële ondersteuning te krijgen. Inwoners kunnen en durven hulp te vragen.

24

5. Regionale samenwerking en randvoorwaarden Regionale samenwerking De regio Oost-Veluwe kent een regionale inkoop en lokale toegang. De inkoop wordt altijd gezamenlijk gedaan en is altijd verbonden met de lokale toegang. De lokale toegang kan cliënten plaatsen in regionale voorzieningen. Er is één raamovereenkomst; geldig van 2019 tot en met 2021. Bij heroverweging van het inkoopmodel zullen wij ons blijven committeren aan de uitgangspunten conform onze visie op de regionale samenwerking en in aansluiting op de Norm voor Opdrachtgeverschap. Bij het opstellen van de Transformatie-agenda is over diverse governance-modellen gediscussieerd. Er is toen gekozen voor het model van gelijkwaardig partnerschap en financiële solidariteit op basis van een convenant. Het voorstel is om op dezelfde weg door te gaan. Tevens wordt voorgesteld jaarlijks één wethouder te laten optreden als aanspreekpunt, die daartoe door de gehele regio wordt gemandateerd om namens de regio gesprekken te voeren met regionale contractpartners en het Rijk. Het regionaal bestuurlijk overleg wordt gecontinueerd en is ook het gremium waar wordt bepaald welke wethouder aanspreekpunt is. Inhoudelijk omarmt de regio Oost-Veluwe de adviezen van de commissie Dannenberg, Over de brug en de Juiste zorg op de juiste plek. Deze adviezen vormen de basis van het Regionaal Kaderdocument.

De regio Oost-Veluwe onderschrijft het belang van de lokale ondersteuning van kwetsbare inwoners. De beschikbaarheid en continuïteit van zorgfuncties worden in regioverband geborgd. Dit betekent dat de ondersteuning van cliënten in de Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen door alle gemeenten uitgevoerd moet worden. En in dat laatste zit nou net de crux. De verschillende regiogemeenten om Apeldoorn heen zijn namelijk kleiner en hebben veelal geen hoog aantal Beschermd Wonen cliënten en nog minder cliënten voor de Maatschappelijke Opvang. Zij hebben minder capaciteit en leunen voor veel onderwerpen op Apeldoorn qua uitvoering. De regionale projecten en de algemene voorzieningen zoals het herstelplein en de nachtopvang worden volledig door Apeldoorn getrokken en veel regiogemeenten hebben hier dan ook minder zicht op. Echter, met de financiële herverdeling is er een grote kans dat Apeldoorn niet meer de financiële middelen krijgt om hier net zo veel energie in te steken als dat nu gebeurt. Het is daarom niet alleen belangrijk dat prioritering plaatsvindt in het grote aantal regionale projecten, maar ook dat de lokale gemeenten hier meer verantwoordelijkheid in nemen. De lokale gemeenten vragen op hun beurt om een verduidelijking van de rollen, verantwoordelijkheden en verwachtingen.

Daarnaast geven zij aan dat niet alle onderwerpen of thema’s even belangrijk zijn voor hen gezien de omvang van de cliëntenpopulatie in hun eigen gemeente. Het is belangrijk om dit in het oog te houden bij het uitwerken van de uitvoeringsplannen. Op dit moment is het gesprek tussen de regiogemeenten gaande over de organisatie van de algemene voorzieningen. Het is hierbij de vraag in hoeverre deze regionaal of lokaal worden georganiseerd.

Bovenregionale samenwerking Tot op heden heeft de regio Oost-Veluwe door de bovenregionale functie veel instroom gehad vanuit andere regio’s. Met de mogelijke invoering van het woonplaatsbeginsel BW worden herkomstgemeenten verplicht om de verantwoordelijkheid en financiering voor cliënten uit de eigen gemeente te dragen, ook als zij buiten de herkomstgemeente beschermd gaan wonen. In dat geval betalen de herkomstgemeenten de zorgaanbieders die in andere regio’s zijn gevestigd. Het Rijk hoopt gemeenten te stimuleren om ook meer te initiatief nemen in het realiseren van lokale woonlocaties. De regeling biedt echter ook een uitweg voor herkomstgemeenten om juist niet te investeren in een lokale infrastructuur20. De regiogemeenten van Oost-Veluwe hebben de ambitie om cliënten zo veel mogelijk ‘thuis 20

Regionale woonopgave Beschermd Wonen, Companen, november 2020

25

nabij’ zorg aan te willen bieden. Dat betekent ook dat er een (hogere) drempel opgeworpen moet worden wanneer cliënten om oneigenlijke redenen uit hun eigen regio weggaan. Wat betreft de uitstroom naar andere regio’s geldt dat de regio Oost-Veluwe zo veel mogelijk cliënten in de eigen regio wil bedienen. Hierbij zijn twee uitzonderingen: • als er intrinsieke redenen zijn van een cliënt waarom een cliënt zelf graag buiten de regio geplaatst wil worden en dit een redelijk verzoek is dat bijdraagt aan het herstel (bijvoorbeeld willen wonen bij een opleiding of bij familie) • als specialistisch Beschermd Wonen noodzakelijk is en we dat in onze eigen regio niet kunnen bieden. Dit komt zeldzaam voor bij complexe GGZ-behandeling in combinatie met Beschermd Wonen waarbij de cliënt niet klinisch opgenomen wordt, maar de situatie daar wel heel dicht tegen aan ligt (dit gebeurt op dit moment 1 tot 2 keer per jaar) We doen dit altijd in overleg en alleen met instemming van de gemeente waar de cliënt wordt geplaatst. Bij plaatsing worden ook altijd direct afspraken gemaakt over een vervolg in onze eigen regio of in de regio waar de cliënt geplaatst wordt. We sluiten ons in principe aan bij de inkoopvoorwaarden en tarieven die de gemeente hanteert waar de cliënt wordt geplaatst.

Monitoring Met oog op de vele regionale, maar ook lokale, projecten die we al hebben benoemd in dit Kaderdocument is het belangrijk dat gemonitord wordt welke projecten lopen en wat zij aan resultaten opleveren. Daarnaast is het ook van belang dat kennis uit de projecten geborgd wordt en met elkaar in verbinding wordt gebracht. Terugkijkend op de voorgaande periode zijn er veel projecten opgezet en acties uitgevoerd die onvoldoende zijn gemonitord waardoor we nu onvoldoende concreet/meetbaar inzicht hebben hoe de projecten zich tot elkaar verhouden en in welke fase acties zich bevinden of al succesvol zijn afgerond. Er wordt diverse data bijgehouden over aantallen cliënten, zorgaanbieders, uitgaven en dergelijke via het berichtenverkeer, voor de Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein (GMSD) en andere landelijke monitoring. Deze data wordt echter niet systematisch naast elkaar gelegd en geanalyseerd als input voor de beleidsmatige doorontwikkeling. Wanneer we meer naar deze data en cijfers kijken, kunnen we ook de ontwikkelingen bijhouden. Hierbij kan ook gebruik worden gemaakt van de monitor die in 2021 landelijk ontwikkeld wordt rondom GGZ in de wijk en ambulantisering. In 2020 is een kwantitatief regiobeeld GGZ opgesteld in samenwerking met de verzekeraar. Het is de bedoeling om daar nog een kwalitatieve duiding aan te geven.

De regionale monitor dak- en thuislozen zal vanaf 2021 meer informatie opleveren over de doorstroom van cliënten. Er worden tweejaarlijks lokale en regionale uitvoeringsplannen opgesteld en uitgevoerd. Deze projecten worden gedurende de uitvoering gevolgd, geëvalueerd en geactualiseerd. Het is daarnaast van meerwaarde voor de beleidsontwikkeling dat de regio Oost-Veluwe een volgsysteem opzet om de verschillende lokale en regionale projecten, de resultaten en ontwikkelingen systematisch te monitoren en te analyseren. In de regionale samenwerking zal jaarlijks tenminste één ambtelijk/ bestuurlijk overleg worden gereserveerd als ‘meetmoment’ om de gegevens uit de monitoring te analyseren en waar nodig het beleid bij te stellen.

26

Financieel kader Normaliter bevat een kaderdocument een financiële paragraaf. Op dit moment kan deze nog niet gevuld worden, omdat het niet bekend is wanneer de uitkomsten van de drie verdeelmodellen, klassiek, sociaal domein en Beschermd Wonen, gepubliceerd worden. Daarom heeft de regio Oost-Veluwe ervoor gekozen om nieuwe tijdslijnen te ontwikkelen voor de door-decentralisatie Beschermd Thuis. Het nieuwe convenant met financiële afspraken gaat niet per 1 januari 2022, maar per 1 januari 2023 in, tegelijkertijd met de invoering van het nieuwe objectieve verdeelmodel Beschermd Wonen. Er is al wel een inschatting van de gevolgen van de herverdeling voor Oost-Veluwe. Het huidige budget Beschermd Wonen voor Oost-Veluwe bedraagt ongeveer € 52 miljoen op jaarbasis. Uit dit budget worden diverse regionale uitvoeringskosten, algemene voorzieningen en maatwerkvoorzieningen gefinancierd. De uitgave aan maatwerkvoorzieningen is jaarlijks ongeveer € 44 miljoen. Er zijn gemiddeld 800 cliënten op een maatwerkvoorziening geplaatst; op jaarbasis inclusief in-, door- en uitstroom is sprake van ongeveer 1.020 cliënten per jaar. Naar verwachting zal 40% van de cliënten (en het bijbehorend budget) worden overgeheveld naar de Wlz per 1-1-2021. Verwacht wordt een halvering van het resterende regionale maatwerkbudget voor Beschermd Wonen.

Dit leidt tot de volgende rekensom: Tabel 4: Verwacht beeld herverdelingseffect 2033 21

Budgetontwikkeling Omvang zorg 2019 Minimaal 40% naar Wlz Subtotaal Herverdelingseffect 50% Resteert in 2033

Aantallen in euro’s € 44 miljoen - € 18 miljoen € 26 miljoen - € 13 miljoen € 13 miljoen

Aantal Beschermd Wonen plekken 800 - 320 480 - 240 240

Met het Ontwerp Beschermd Thuis 2030 anticiperen we op de gevolgen van de herverdeling voor de regio Oost-Veluwe.

21

Het startpunt van het ingroeipad (10 jaar) is het moment waarop alle gemeenten met een eerste stap middelen ontvangen op basis van de objectieve verdeling. Een verdeelmodel dat ingaat per 1-1-2023 kent daarmee een ingroeipad tot 31-12-2032.

27

6. Verantwoording Inspraak participatie-/ adviesraden Met dit Regionaal Kaderdocument willen de gemeenten in de regio een impuls geven aan de eerder geformuleerde visie en uitgangspunten in de Transformatie-agenda, maar ook richting geven aan de periode tot 2030. De gemeenten hechten veel waarde aan de input van cliënten, aanbieders en overige maatschappelijke organisaties bij de totstandkoming en implementatie van het Regionaal Kaderdocument. Bij de totstandkoming hebben daarom, naast de gesprekken met de regioambtenaren en -wethouders, diverse bijeenkomsten plaatsgevonden met: • Cliëntenraden • Zorgaanbieders • Woningcorporaties • Toegangsmedewerkers • Accountmanager Ook in de vervolgstappen en de besluitvorming worden alle belanghebbenden nauw betrokken. Het concept Regionaal Kaderdocument was vanaf 30 november 2020 tot en met 10 januari 2021 voor inspraak opengesteld. De adviesraden van verschillende regiogemeenten hebben advies uitgebracht. Naar aanleiding daarvan is dit Kaderdocument op enkele punten aangepast.

28

d349542

Regionaal Ontwerp Beschermd Thuis 2030 Oost Veluwe Richtinggevend document

Versie 3 februari 2021

1

Inhoudsopgave VOORWOORD Vooraf Samenvatting, leeswijzer en proces 1. Inleiding 1.1. De context en aanleiding 1.2. De opdracht 2. De pijlers van het ontwerp 2.1. Ggz in de wijk 2.2. Integrale hersteltrajecten 2.3. Continuïteit aanbod Beschermd Wonen 2.4. Ontwikkelpunten 3. Randvoorwaarden 3.1. Strategisch partnerschap 3.2. Commitment binnen de regio 3.3. Gezamenlijke concrete doelen 3.4. Knoppen: volume, spreiding, instroom 4. Financiën kader beschermd Thuis 2022-2030 Volgt begin 2021 5. Aanbevelingen voor de implementatie 5.1. De organisatie van het ontwerp 5.2. Productontwikkeling 5.3. Gevolgen voor de inkoop 5.4. Communicatie 5.5. Stappen 2021 t/m 2023 Bijlagen 1. Achtergrondinformatie 2. Lijst met veel gebruikte afkortingen

2

Vooraf Samenvatting De komende jaren zijn grote verschuivingen gaande op het gebied van Beschermd Wonen. Die verschuivingen zijn vooral financieel van aard, naast de al gaande beweging ‘Ggz in de wijk’. Mensen met een hulpvraag krijgen zorg steeds meer dichtbij huis en blijven als het kan, met hulp, thuiswonen. We noemen dit ‘beschermd thuis’. De gemeenten in de regio Oost Veluwe (Apeldoorn, Brummen, Epe, Hattem, Heerde, Voorst) willen een gevarieerd en compleet zorglandschap van de (1) GGZ in de wijk aanbieden. Dat betekent ook dat zowel client als omgeving centraal staan in de (2) integrale hersteltrajecten. En dat (3) continuïteit aanbod van Beschermd Wonen vraagt om doorontwikkeling op deze punten. Deze drie thema’s zijn de pijlers van het nieuw ontwerp Beschermd Thuis 2030. Die pijlers krijgen ontwikkelpunten mee en moeten voldoen aan randvoorwaarden. Het ontwerp Beschermd Thuis 2030 geeft als richtinggevend document voor de komende jaren ook aanbevelingen mee over het implementeren van het ontwerp. Proces Dit ontwerp is opgesteld in opdracht van de regiogemeenten Oost Veluwe. De ontwikkeling ervan vond plaats in gesprek met cliënten, zorgaanbieders, corporaties, de zorgverzekeraar en de zes gemeenten. Vanaf november 2019 hebben we in grotere en kleinere bijeenkomsten, interactief en bij reguliere vergaderingen, de vraagstukken verkend, wat leidde tot een plan van aanpak.

Nadat dit plan van aanpak eind februari was vastgesteld door de opdrachtgever, het RBO Oost Veluwe, startte de uitvoering. We zijn, gezien de pandemie die in maart uitbrak, het ontwerp gaan uitwerken met hulp van telefonische interviews, een webinar, digitale werksessies en een enkele fysieke bijeenkomst. We maakten gebruik van een doorsnee van de totale groep van partners in het veld; ongeveer 40 mensen, die met veel inzet hebben meegedacht. Het ontwerp is steeds besproken op regionaal ambtelijk en bestuurlijk niveau en aan tafel met de EPA Taskforce. Leeswijzer Dit document is als volgt opgebouwd. In het 1ste deel starten we met een beschrijving van de context, de regio Oost Veluwe en welke kaders vanuit gewerkt wordt. Vervolgens gaan we in op de aanleiding om een ontwerp te maken voor het zorglandschap van Beschermd Thuis. De opdracht, eind februari gegeven door de bestuurders van de regio Oost Veluwe, wordt toegelicht. In het 2de deel beschrijven we de drie pijlers van het ontwerp Beschermd Thuis 2030, als de basis van het ontwerp. De pijlers moeten helpen focus aan te brengen in de keuzes van de volgende jaren bij het afbouwen van een deel van Beschermd Wonen, gezien vanuit het bredere perspectief van Beschermd Thuis. De pijlers hebben een aantal ontwikkelpunten, erna genoemd.

Het ontwerp heeft randvoorwaarden om het ontwerp te kunnen realiseren, beschreven in het 3de deel. De randvoorwaarden zijn gegroepeerd naar vier niveaus: van strategisch tot praktisch/ uitvoerend. Voor alle randvoorwaarden geldt, net als voor de pijlers, dat ze richtinggevend zijn en in de komende tijd om uitwerking vragen. Voor die uitwerking, de implementatie, doen we het 5de deel aanbevelingen, uiteengezet in stappen. Het 4de deel van dit ontwerp ontbreekt nog. Het financiële kader van Beschermd Thuis 2030 wordt pas in december 2020 definitief bekend, waardoor we deze, niet onbelangrijke randvoorwaarde, nog niet in kunnen vullen. Zodra de voorlopige cijfers bekend zijn, zullen we deze in het ontwerp meenemen.

3

1. Inleiding 1.1.

De context en aanleiding

Beschermd Thuis in Oost Veluwe De regio Oost Veluwe staat voor een inclusieve samenleving. Omdat het voor de meeste mensen, ook met een hulpvraag, plezierig is zelfstandig te wonen in een prettige leefomgeving/ wijk, wil de regio een gevarieerd en compleet zorglandschap van de GGZ in de wijk aanbieden. De gemeenten Apeldoorn, Brummen, Epe, Hattem, Heerde en Voorst, zijn regio Oost Veluwe voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen en hebben hiervoor dit ontwerp gezamenlijk opgesteld. De regio schaarde zich in 2016 achter ‘Beschermd Thuis’, waarin de visie van commissie Dannenberg, de herstelgedachte uit Over de Brug én de Juiste Zorg op de Juiste Plek (JZOJP) samenkomen1. De regio voert samen de regionale Transformatie Agenda MO-BW 2016-2020 uit. De regiogemeenten werken bovendien samen met de partners van de EPA Taskforce en van de Woonagenda2. De Transformatie Agenda geeft ‘GGZ in de wijk’ vorm op vijf thema’s: (1) Zorginfrastructuur in de wijk, (2) Welkom in de woonomgeving, (3) Wonen, (4) Werk en dagbesteding en (5) Financiële situatie van cliënten. Deze thema’s zijn geconcretiseerd in lokale en regionale jaarwerkplannen.

Ook tekenden de zes gemeenten medio 2019 een regionaal convenant met de afspraak om bij de financiële doordecentralisatie van Beschermd Wonen naar alle gemeenten, vanaf 1-1-2022, één regionaal budget te hanteren voor regionale cliënten en regionale voorzieningen. Bewegingen met effect op het zorglandschap Vanaf 2021 zijn er twee bewegingen die een grote verschuiving gaan hebben op het zorglandschap van Beschermd Thuis: (1) de overgang van Wmo naar Wlz en (2) de landelijke herverdeling budget Beschermd Wonen. We lichten deze bewegingen hieronder toe. (1) Overgang Wmo naar Wlz Vanwege veranderde wetgeving gaat meer dan 40% van de cliënten Beschermd Wonen per 1-1-2021 over van de WMO naar de Wlz (Wet Langdurige Zorg). Aanname is dat ook minimaal 40% van het huidige regionale budget maatwerkvoorzieningen voor beschermd wonen wordt overgeheveld vanaf 2021. De regio Oost-Veluwe heeft er voor gekozen om voor de doorstroom van Wmo naar Wlz per 1-1-2021 specifieke onafhankelijke clientondersteuning te contracteren. Uitgangspunt daarbij is dat de client tijdens het Wmo-traject en tijdens het daaropvolgende Wlz-traject ''hetzelfde gezicht'' behoudt. (2) Landelijke herverdeling budget Beschermd Wonen Het huidige budget Beschermd Wonen voor Oost-Veluwe bedraagt ongeveer € 52 miljoen op jaarbasis.

Uit dit budget worden diverse regionale uitvoeringskosten, algemene voorzieningen en maatwerkvoorzieningen gefinancierd. De uitgave aan maatwerkvoorzieningen is jaarlijks ongeveer € 44 miljoen. Er zijn gemiddeld 800 cliënten op een maatwerkvoorziening geplaatst; op jaarbasis inclusief in-, door- en uitstroom is sprake van ongeveer 1.020 cliënten per jaar. Landelijk is besloten om een objectief verdeelmodel voor Beschermd Wonen in te voeren en om tegelijkertijd het budget te herverdelen naar alle gemeenten. De definitieve bedragen zijn volgens recente landelijke ontwikkelingen pas bekend eind 2020 in de decembercirculaire van het gemeentefonds. De start van de herverdeling is gepland vanaf 1-1-2022 en duurt maximaal 10 jaar. 1 Zie voor commissie Dannenberg: https://vng.nl/files/vng/van-beschermd-wonen_20151109.pdf;

De herstelgedachte uit Over de Brug https://www.movisie.nl/publicatie/over-brug; JOZJP: https://www.dejuistezorgopdejuisteplek.nl/ 2

Najaar 2020 wordt de Transformatie-agenda MO-BW Oost Veluwe geëvalueerd en geactualiseerd, in de vorm van een regionaal Kaderdocument Beschermd Thuis 2022-2030 dat in het voorjaar 2021 aan de gemeenteraden wordt voorgelegd.

4

Wel is er al een beeld van de gevolgen van de herverdeling voor Oost-Veluwe. Verwacht wordt een halvering van het resterende regionale budget voor Beschermd Wonen. Dit leidt tot de volgende rekensom: Budgetontwikkeling Omvang zorg 2019 Minimaal 40% naar Wlz Subtotaal Herverdelingseffect 50% Resteert in 2032

X € miljoen € 44 - €18 € 26 - € 13 € 13 miljoen

X BW (beschermd wonen) plekken 800 - 320 480 - 240 240 BW plekken

Huidige situatie Duidelijk is dat de twee bewegingen effect hebben op hoe het toekomstige zorglandschap. Hieronder geven we in twee taartpunten een beeld van de huidige situatie. In Oost-Veluwe is een historie van een brede groep zorgaanbieders die Beschermd Wonen-plekken bieden. Er zijn 6-7 grote aanbieders (25 - 400 cliënten) en 45 middel- en kleine aanbieders actief (1-20 cliënten). Een aantal (middel)grote zorgaanbieders heeft een klein cliëntenbestand in deze regio. Van de 800 Beschermd Wonen plekken is driekwart in Apeldoorn.

NB De clienten van Hattem (circa 1%) zijn nog niet in bovenstaande grafiek meegenomen. Hattem heeft zich later aangesloten bij de regio.

1.2.

De opdracht

Ondanks dat er de afgelopen jaren veel in gang is gezet, zijn er forse integrale keuzes nodig, gezien de terugloop van middelen vanaf 2022. De regio Oost Veluwe koos in februari 2020, vooruitlopend op het bekendmaken van het nieuwe financieel kader, voor een gezamenlijk ontwerp Beschermd Thuis 20303:

3

De opdracht voor dit ontwerp is vastgelegd in het Regionaal Project ontwerp Beschermd Thuis Oost Veluwe 2030 (februari 2020).

5

De opdracht is een nieuw ontwerp op te stellen voor het zorglandschap in de komende 5-10 jaar, uitgaande van de visie Beschermd Thuis, en passend binnen de krappere financiële kaders vanaf 2022. Toelichting: • Het ontwerp is geen blauwdruk, maar een richtinggevend document, om de komende jaren het zorglandschap voor Beschermd Thuis verder in te vullen en keuzes te maken. Het ontwerp gaat uit van de vastgestelde visie in de Transformatie Agenda MO-BW 2016-2020, die najaar 2020 wordt geactualiseerd. In die visie blijven bewoners met een hulpvraag in principe thuis wonen, met zo nodig begeleiding of behandeling. De leefomgeving is daarbij ondersteunend en iedereen mag er zich welkom voelen. Voor de bewoners die dat nodig hebben, blijft wonen mogelijk binnen een 24-uurs beschermde omgeving. • Het ontwerp moet passen binnen de nieuwe financiële kaders van 2032. De rijksbijdrage voor Beschermd Wonen in de regio wordt vanaf 2022 met een ingroeipad van 10 jaar afgebouwd tot naar verwachting de helft. Om binnen die kaders te blijven wordt de bovenregionale instroom vanuit de zorgverzekeringswet of de forensische zorg zoveel mogelijk ontmoedigd. Randvoorwaarden zoals een veilige plek om te wonen en werk of dagbesteding, blijven behouden en worden waar nodig versterkt. • De regio Oost Veluwe ontwikkelt het ontwerp samen met de partners in de keten.

De gemeenten zijn zich er terdege van bewust dat zij de beweging ‘Ggz in de wijk’ niet alleen kunnen maken. Zij zijn niet financier van alle geldstromen, terwijl de keuzes die zij maken de hele keten raken van zorg, ondersteuning, wonen, werken en veiligheid. Samen aan de invulling van het zorglandschap werken is daarom zeer wenselijk.

6

2. De pijlers van het ontwerp Het ontwerp stoelt op drie pijlers, die samen richting geven aan de regionale keuzes vanaf 2021. De drie pijlers zijn: (2.1.) Ggz in de wijk, (2.2.) Integrale hersteltrajecten en (2.3.) Continuïteit aanbod Beschermd Wonen. Om Beschermd Thuis kwalitatief te verbeteren is innovatie van zorg nodig op inhoud, vorm en organisatie4. De pijlers, ieder vanuit een andere focus, staan hier gezamenlijk borg voor. De pijlers staan niet los van het huidige gemeentelijk beleid in de regio, te weten: - De jaarwerkplannen van de gemeenten en het regionale jaarwerkplan voor Beschermd Thuis - Sluitende aanpak verwarde personen (plannen van de zes gemeenten) - Plan aanpak daklozen regio Oost Veluwe 2021 (september 2020) Dat geldt ook voor de missie van regionale aanbieders en verzekeraar Zilveren Kruis die samenwerken in de EPA Taskforce. In het ‘Werkprogramma GGZ in de wijk 2019 t/m 2021’ van de EPA Taskforce is als ambitie vastgesteld ‘het vormgeven van goede zorg- en ondersteuningsstructuren in de wijk’. De focus is gericht op “het herstel van mensen met psychische problematiek die daardoor kampen met een ontwricht dagelijks leven”.

Echter, om vanuit de gedeelde visie en met aanzienlijk kleiner budget voor Beschermd Wonen een veilig Beschermd Thuis te bieden, is de urgentie deze plannen de komende jaren consequent en gecoördineerd door te zetten en te monitoren hoog. De pijlers moeten helpen focus te brengen in wat telt. 2.1. Ggz in de wijk Zorglandschap dichtbij, gevarieerd en compleet De transformatie van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis, met ‘Ggz in de wijk’ loopt al enige jaren. Het is te verwachten dat er meer druk op de wijk komt, met minder bedden van Beschermd Wonen. Wat voorop blijft: het zorglandschap is dichtbij, gevarieerd en compleet. Mensen met een ondersteunings- of hulpvraag kunnen er terecht voor begeleiding en behandeling op wijk- of gemeenteniveau. Zorg die stelseloverschrijdend is, met begeleiden en behandelen als deel van dezelfde aanpak. Kenmerkend is de inclusieve samenleving op wijkniveau: het ‘welkom in de wijk’ waar met een reeks van activiteiten en voorlichting de afgelopen jaren op is ingezet, moet nog een steviger basis krijgen. 2.2. Integrale hersteltrajecten Client én de omgeving centraal; herstelplan op alle leefgebieden Bij integrale hersteltrajecten staat de client én diens omgeving centraal op de weg naar herstel op álle levensgebieden. De cliënt krijgt ondersteuning in zijn eigen leefomgeving, met de handvatten om zelf de regie te krijgen over zijn leven.

De zorg is gericht op herstel, met inzet van ervaringsdeskundigen, vrijwilligers en buddy’s of maatjes. Ieder vanuit een andere, bij de vraag passende rol. Op basis van één client één plan en waar nodig één regisseur of zorgcoördinator5, op alle leefgebieden en met ruimte voor op- en afschaling in frequentie en intensiteit). Het herstelplan is geënt op alle leefgebieden. Wonen, werk, inkomen, dagbesteding, behandeling en begeleiding zijn op elkaar afgestemd en vormen samen het individuele plan. Met toeleiden naar basisbehoeftes werk (re-integratie en schuldenaanpak) en wonen (doelgericht op weg naar zelfstandig wonen).

4

Inspiratie vanuit het land: https://www.nporadio1.nl/spraakmakers/onderwerpen/525827-eelke-blokker-en-hester-van-buren-over-sociaal-hospitaal https://www.movisie.nl/artikel/hoe-denken-clienten-beschermd-wonen-over-weer-gaan-wonenwijk?utm_campaign=MovisieMail&utm_content=020519&utm_source=Nieuwsbrief&utm_medium=email 5

NB De zorgcordinator is beschikbaar in alle gemeenten van de regio.

7

Integrale hersteltrajecten zijn al voor een deel terug te zien in de huidige uitvoering, maar we zetten in op een verdieping ervan en willen deze vertalen naar de inkoop. In de aanbevelingen (hoofdstuk 5) komen we hierop terug bij de keus voor (1) trajectfinanciering in plaats losse producten inkopen en (2) het beperken van het aantal zorgaanbieders in kader van strategisch partnerschap. 2.3. Continuïteit aanbod Beschermd Wonen Continuïteit vraagt ook doorontwikkeling De pijler Continuïteit aanbod Beschermd Wonen staat garant voor kwaliteit van 24-uurszorg in Beschermd Wonen voor wie dat nodig heeft. Kwaliteit van zorg en innovatie is ook hier nodig om passende ondersteuning te kunnen blijven bieden in de toekomst. Het aanbod moet steeds geoptimaliseerd en gedifferentieerd worden, afgestemd op de doelgroep en haar behoefte aan ondersteuning. Als de eerste twee pijlers goed uit de verf komen, heeft dit positief effect op de continuïteit van het aanbod binnen Beschermd Wonen. 2.4. Ontwikkelpunten De pijlers vragen om (door)ontwikkeling op een aantal punten, hieronder beschreven. • Actieve rol voor ervaringsdeskundige Ervaringsdeskundigen moeten expliciet deel zijn van de hersteltrajecten, binnen begeleiding en behandeling. Zij dragen bij aan goede kwalitatieve zorg en ondersteuning van mensen met een hulpvraag.

Voorwaarde is dat zij dit werk betaald kunnen doen, in plaats van als vrijwilliger. Ervaringsdeskundigen hebben niet de taak kosten te drukken of te helpen wachtlijsten weg te werken. • Rol voor cliënten in de wijk/leefomgeving Stigma is een factor, ongeacht wijk waar men gevestigd wordt. Bewoners met een hulpvraag willen ook zoals anderen kunnen wonen en meedoen, zonder stigma. Het netwerk dat nodig is om (weer) zelfstandig te wonen, de verbinding client en leefomgeving, is daarbij belangrijk, maar kan soms ook juist onrust geven. Er loopt een aanpak ‘SamenSterkTegenStigma samen met Korak’, als vervolg op het voorlichtingsprogramma programma ‘Welkom in de woonomgeving’. Het is van belang dat die in alle regiogemeenten wordt ingezet. • Wmo en zorgverzekering in integraal hersteltraject Om hulp ambulant en gericht in te kunnen zetten, onder andere met inzet van Factteams en van de consultatiefunctie van de GGZ moet trajectfinanciering in één pakket (integraal Wmo/ zorgverzekering). Dan kan flexibel ingezet worden wat nodig is, met een vast aanspreekpunt binnen de GGZ. Begeleiding en behandeling worden zo beter op elkaar afgestemd. Dit past binnen de visie van de Transformatie agenda, als ‘medisch herstel, maatschappelijk herstel, persoonlijk herstel in evenwicht’. Het spreekt vanzelf dat uitwerking van dit ontwikkelpunt in gesprek gaat met de zorgverzekeraar.

• Maximale inzet van EHealth EHealth wordt steeds meer een middel om de zorg en ondersteuning dichtbij te brengen: kort, frequent en slagvaardig. In een aantal gemeenten van de regio wordt netwerkzorg al digitaal gefaciliteerd met OZOverbindzorg. Onder druk van de Covid-19 pandemie is EHealth veel meer dan voorheen ingezet bij begeleiding en behandeling, al is ook duidelijk dat het niet alles kan vervangen6. De ervaringen van dit jaar willen we in pilots verder uitwerken en meenemen in de toekomstige afspraken. • Werken en dagbesteding Voor werk en dagbesteding, als mede schuldenaanpak, is de afgelopen jaren veel in gang gezet. Voor het Ontwerp Beschermd Thuis gaat om het doorontwikkelen van: o Herstelplein Korak uitbreiden naar alle regiogemeenten; o Ervaring met de activeringsprojecten delen in de regio (IPS en Krachtwerk)

6

Zie ook: https://www.icthealth.nl/nieuws/stroomversnelling-digitale-innovatie-door-coronacrisis/

8

o

Integrale aanpak versterken binnen de gemeentelijke organisaties, met name aandacht voor schuldenaanpak, met specifieke aandacht voor jongeren.

Wonen Bij wonen speelt, net als voor andere bewoners die een huis zoeken, het tekort aan betaalbare woningen om naar door te stromen. Maar er is ook juist behoefte aan andere vormen van wonen of woningen. Er is veel spraakverwarring over de begrippen. We zoeken naar een eenduidig begrippenkader en een manier van ordenen, zodat het wonen een evenwichtig deel wordt van de hersteltrajecten. We sluiten ons aan bij Platform 31 om met het concept ‘woonladder’ in deze regio tot een eenduidig beeld hiervan te komen. Voor wonen noemen we hieronder drie ontwikkelpunten: de opstapregeling continueren, tussenvormen wonen en specifieke aandacht voor jongeren bij wonen. • Opstapregeling Belangrijke randvoorwaarde om zelfstandig te gaan wonen is de regeling voor opstapwoningen. In alle regiogemeenten zijn hier met de corporaties afspraken over gemaakt. De regeling helpt cliënten binnen twee jaar zelfstandig te gaan wonen. In 2019 zijn er in de hele regio 87 woningen via de Opstapregeling toegewezen. Op basis van het regionaal woononderzoek van Companen kunnen we de komende jaren beter bepalen hoeveel woningen met een opstapregeling nodig zijn. • Tussenvormen wonen De tussenvormen zijn alternatieve vormen van zelfstandig wonen: alles wat ligt tussen beschermd wonen en de Opstapwoning, client huurt de woning van aanbieder of zelfstandig.

Tussenvormen kunnen nieuw gerealiseerd worden, maar zijn ook goed vorm te geven in huidige (overbodige) woonzorglocaties die over kleine zelfstandige wooneenheden beschikken. Ook kunnen tussenvormen als deel van het geheel worden ingezet, bijvoorbeeld een afdeling van een voormalig verzorgingstehuis of kantoorpand, of verdiepingen binnen jongerenhuisvesting7. In de komende tijd is het nodig de tussenvormen als deel van de woonladder te concretiseren én ze te toetsen op financiële haarbaarheid. Een voorbeeld is geclusterd wonen: kleinschalige instellingen of een serie woningen bij elkaar in de buurt, waar cliënten een hoge mate van zelfstandigheid hebben. Een vorm van zelfstandig wonen met collectieve aspecten. Door de schaalgrootte is de begeleiding makkelijker op- en af te schalen. • Aandacht voor jongeren rond 18 jaar en ouder Bij de instroom vormen jongeren een grote groep. In het woononderzoek wordt hier ook specifiek aandacht voor gevraagd, wat aandachtspunt is bij de ontwikkeling van het wonen: o Meer betaalbare en passende huisvesting is nodig voor jongeren die uitstromen uit jeugdhulp met verblijf; o Meer gebruik maken van het product ‘huurbetaling’ als jongeren financieel nog niet in staat zijn om zelfstandig te wonen; o En tenslotte: het realiseren van tussenvormen in samenwerking met partijen die actief zijn in jeugdhulp met verblijf.

Te denken valt aan een mix van ‘tussenvormen’ (zoals begeleid wonen, kamertraining centra en fasehuizen) en goedkope zelfstandige woonruimte (kamers en studio’s).

7

Zie ook het rapport Woononderzoek Oost Veluwe (Companen, oktober 2020).

9

3. Randvoorwaarden De randvoorwaarden voor het ontwerp zijn hier gegroepeerd op verschillende niveaus van sturing. De basis is steeds de gezamenlijke visie, bij alle partijen in de regio bekend en doorleefd. Werken vanuit dezelfde doelen, taal, getallen en cijfers. Om zo te werken vraagt investering in tijd en samenwerking, met inzicht in de cliëntstromen van de Zvw, Forensisch, Wlz, Wmo (MO/ BW). Hieronder komen de randvoorwaarden aan bod met de sturing op: 1. Strategisch partnerschap 2. Commitment binnen de regiogemeenten 3. Gezamenlijke concrete doelen 4. Knoppen: volume, spreiding en toegang 3.1. Strategisch partnerschap De gemeenten werken wel al enige jaren vrij nauw samen met een kleine groep grotere regionale partners in de EPA Taskforce. Daarnaast is er een aantal kleinere en meer lokaal gerichte partijen die goed aansluiten op het gemeentebeleid. Vanuit de behoefte aan sturing is de grote groep huidige aanbieders een belemmering om ketenregie goed te organiseren. Er is nauwe samenwerking nodig om succesvol als regio op te kunnen trekken en samen te ontwikkelen. 3.2. Commitment binnen de regio De regio Oost Veluwe legt als regievoerder voor Beschermd Thuis de verbinding tussen een breed spectrum aan partners: zorgaanbieders, vertegenwoordigers van cliënten, zorgverzekeraars, woningcorporaties, justitie op regionaal niveau.

De gemeenten werken onderling samen op basis van het regionaal convenant. De regiogemeenten gaan werken volgens de NvO (Norm Voor Opdrachtgeverschap), landelijke afspraak van de gemeenten vanaf juni 2020. De NvO heeft betrekking op jeugd en - met een andere stand van zaken - op beschermd wonen en maatschappelijke opvang8. Met de NvO zeggen gemeenten toe de regionale samenwerking te verbeteren en het opdrachtgeverschap te versterken, met het oog op een goed functionerend zorglandschap. 3.3. Gezamenlijke concrete doelen De overkoepelende doelen van het ontwerp zijn geformuleerd in de Transformatie-agenda MO BW 2016-2020. Deze wordt in 2021 vervangen door een geactualiseerde versie: het Regionaal Kaderdocument Beschermd Thuis 2022-20309. Het nieuwe kaderdocument geeft straks de concrete doelen, prestaties en meetbare effecten op regionaal en lokaal niveau. De regio Oost Veluwe verbindt zich aan die doelen. 3.4. Knoppen: volume, spreiding en instroom Om de aanpak de komende jaren beheersbaar en bestuurbaar te maken, zoeken we een manier om daaraan te werken. Concrete prestaties op volume, spreiding en instroom worden vertaald naar de gemeentelijke MPB’s (Meerjarige Programma Begroting). Verbeterpunt hierbij is de verschillende wijze van monitoring en cijfers die gehanteerd worden bij de partners; van zorgaanbieders tot corporaties, zorgverzekeraars en gemeenten.

Dat knelpunt zien we ook bij de onderzoeken die er lopen: het regionaal woononderzoek (Companen, 2020), de monitoring van de overgang van WMO naar Wlz, het regiobeeld GGZ dat ontwikkeld wordt met zorgverzekeraar Zilveren Kruis. 3.4.1. Volume

8 https://vng.nl/sites/default/files/2020-06/5_resolutie_norm_voor_opdrachtgeverschap.pdf 9 Regioplan is de landelijke term, maar is in feite een samenvoeging van het regionaal kaderdocument, het convenant, het

werkplan EPA etc. Het regioplan moet formeel samen met aanbieders, cliënten en andere stakeholders gemaakt worden maar dat is niet van toepassing op ons onderlinge convenant. Daarom hanteert de regio gescheiden documenten voor verschillende zaken. Bij verantwoording richting Den Haag kan het dan samengevoegd tot 1 regioplan.

10

Het totale volume van Beschermd Wonen wordt vanaf 2022 fors afgebouwd. Om de overgang naar het nieuwe ontwerp Beschermd Thuis succesvol te laten zijn is er nodig dat: • Sturing mogelijk wordt gemaakt door met een kleinere groep aanbieders te werken. Tot nu toe wordt gewerkt met een open raamovereenkomst. Een kleinere groep is ook nodig om met gemeenten en zorgaanbieders samen strategisch partnerschap op te kunnen bouwen. • Bepaald wordt welk minimaal volume nodig is per aanbieder om op een verantwoorde manier beschermd wonen te kunnen bieden. Dit volume hangt samen met de kwaliteitseisen van integrale hersteltrajecten, die nog verder ontwikkeld moeten worden de komende periode. Maatwerk vraagt om een zeker volume en diversiteit is wenselijk (van zwaar/intensief naar ondersteunend/ op de achtergrond). Daarbij rekening houdend dat aanbieders combinaties kunnen maken met verschillende geldstormen: Wlz, ZVW, WMO, forensische middelen 3.4.2. Spreiding Bij spreiding gaat het om twee niveaus waar cliënten wonen: (1) spreiding over wijken binnen de gemeente en (2) spreiding van plekken binnen de regio. De basis van het regionale convenant van de gemeenten is samen verantwoordelijk zijn, ongeacht waar cliënten wonen of willen wonen. In de praktijk wonen en verblijven veel cliënten in Apeldoorn.

Als noodzakelijk voor een evenwichtige spreiding zien we: • Goede afspraken en samenwerking tussen de regionale en de lokale voorzieningen; • Voldoende passende en betaalbare woningen op regionaal en lokaal niveau; • Voorkomen van concentratie van de doelgroep in bepaalde wijken of in de stad Apeldoorn; • Regie en overzicht op aanbieders. Aan de hand van het regionaal woononderzoek Oost Veluwe dat najaar 2020 wordt afgerond kan de regio concreter besluiten in welke mate de regionale spreiding van het woonaanbod mogelijk én wenselijk is. Dit onderzoek geeft o.a. inzicht in de huidige spreiding van voorzieningen Beschermd Wonen. Ook de huidige en gewenste situatie rondom uitstroommogelijkheden naar zelfstandig wonen is dan in kaart gebracht. 3.4.3. Instroom Het beperken van de instroom is rand voorwaardelijk voor het ontwerp, maar dient wel op verantwoord wijze te gebeuren. Verantwoord naar de cliënt toe én naar de omgeving. Als noodzakelijk hiervoor zien we: • Binnen de regio gezamenlijk achter de opgave staan zoals geformuleerd in dit ontwerp. Dus ook gezamenlijk zoeken naar wat een goede woonplek is voor cliënten die bv. uit langdurige behandeling bij ggz of forensische zorg komen en (nog) niet zelfstandig kunnen wonen. Strategisch partnerschap is daarbij helpend. • Voldoende gekwalificeerde bemensing in en goede sturing op de toegang.

• Werkbare afspraken ten aanzien van de landelijke toegang en/of een instemmingsrecht voor de gemeenten bij de implementatie van een wettelijk woonplaatsbeginsel voor Beschermd Wonen. Wat betreft het laatste punt is nog niet duidelijk hoe de afspraken de komende jaren worden ingevuld. De invulling kan grote gevolgen hebben voor de beheersbaarheid van de instroom in de regio.

11

4.Financieel kader beschermd Thuis 2022-2030 Word gecomplementeerd zodra het objectief verdeelmodel bekend is gemaakt.

5. Aanbevelingen voor de implementatie Onderstaande aanbevelingen zijn ingedeeld naar organisatie, product- en inkoop. Daarna doen we aanbevelingen over de communicatie rond het ontwerp. We sluiten af met aanbevolen stappen in de komende drie jaar. De afbouw van het budget gaat over een langere periode, maar de besluiten en koers moet vooral in de eerste jaren worden gezet. 5.1. De organisatie van het ontwerp • Werk aan strategisch partnerschap in de regio, tussen gemeenten en de andere partners in de keten. Een belangrijke randvoorwaarde is hierbij het beperken van het aantal aanbieders. Met een groep die elkaar kent en samenwerkt is commitment op bestuurlijk niveau tussen gemeenten, zorgaanbieders, corporaties en alle andere partijen ook beter te realiseren. Samen ontwikkelen is vanaf de start najaar 2019 in gang gezet en bouwt voort op een langere traditie van samenwerking, zoals binnen de EPA Taskforce. Deze lijn dient de komende jaren te worden doorgezet. • Organiseer regionale programmasturing vanuit de regio Oost Veluwe op het hele transformatieproces, gedurende minimaal drie jaar. In die periode is het aan te bevelen de programmasturing als regiogemeenten in eigen hand te houden, aangezien er keuzes gemaakt moeten worden, die direct effect hebben voor aanbieders. Een projectleider moet het gesprek namens de gemeenten aan kunnen gaan met de partijen die zorg bieden.

• Bouw de regionale monitoring van in-, door- en uitstroom beschermd wonen uit, en leg die zo mogelijk langs een woonladder, of een andere vorm waar regionaal voor wordt gekozen. 5.2. Productontwikkeling • Tussenvormen van wonen: o Vraag partners naar ervaring hiermee en bied ruimte in de financieringsafspraken tussenvormen goed te ontwikkelen. o Gemeenten: houd rekening met tussenvormen van wonen in de bestemmingsplannen. • Stimuleer pilots die integraliteit stimuleren, met inzet van ervaringsdeskundigen bij: o Verschuiving van wonen in een voorziening naar intensieve ambulante producten o Participatie in de vorm van dagbesteding en toeleiden naar betaald werk. o Alle vormen van EHealth • Bouw daarmee een business case op van het ontwerp. Stimuleer daarbij rendement denken, kosten van veiligheid en leefomgeving.

12

5.3. Gevolgen voor de inkoop • Zorg dat de inkoopafspraken vanaf 2022 voldoen aan de drie pijlers (ggz in de wijk, integrale hersteltrajecten en continuïteit beschermd wonen). Integrale hersteltrajecten zou in principe binnen het huidige raamcontract kunnen. Bij de inkoop is van belang dat een aanbieder zowel intramurale voorzieningen, tussenvormen van wonen én ambulante begeleiding kan bieden en ook het hersteltraject over alle leefgebieden heen kan coördineren. Dit betekent dat we nieuwe kwaliteitseisen stellen aan de toe te laten aanbieders en wellicht met trajectfinanciering gaan werken. Nader onderzocht moet worden of dat ook mogelijk is binnen de huidige raamovereenkomst. Zorg dat het mogelijk wordt een beperkte groep aanbieders te kiezen die aansluiten bij de pijlers. Richtlijn voor het aantal aanbieders: ongeveer 6-8 middelgrote en grotere aanbieders (circa 25-100 cliënten), met aanvullend ongeveer 4-6 kleinere (lokale) aanbieders (circa 10-25 cliënten). De huidige inkoopprocedure met de raamovereenkomst is een open house aanbesteding. Dat betekent dat als een aanbieder aan de toelatingseisen voldoet, tot gunning wordt overgegaan. Concreet betekent dit dat iedere aanbieder die voldoet aan de toelatingseisen de markt kan betreden. Hiermee is beperkt sturing mogelijk op het aantal aanbieders en de kwaliteit die zij leveren.

Wijzigen van die systematiek binnen de huidige procedure met raamovereenkomst is niet mogelijk. Bij kleine(re) gemeenten kunnen lokale aanbieders soms juist goed aansluiten bij de lokale vraag. Daarom, en vanwege de behoefte om met strategische partners te kunnen werken, is de mogelijkheid om bepaalde aanbieders te kunnen kiezen nodig. • Bij de zorgregio MIJ-OV loopt momenteel onderzoek naar de optimalisatie van de huidige raamovereenkomst, onder andere door de introductie van strategisch partnerschap en differentiatie in de vorm van inkoop. Voorgesteld wordt om o Door de regionale projectleider Ontwerp Beschermd Thuis onderzoek te laten doen naar de mate waarin binnen de huidige raamovereenkomst de doelstellingen van het Ontwerp realiseerbaar zijn. De projectleider Ontwerp komt op basis van dat onderzoek met een advies voor optimalisatie binnen de huidige raamovereenkomst en/of een advies voor een nieuwe aanbesteding. De projectleider Ontwerp zal deze keuze ook in besluitvorming brengen bij de regionale MO/BW gemeenten. Dit betekent dat de advisering en besluitvorming hierover niet onder de regionale opdracht van de zorgregio MIJ-OV valt. o De projectleider Ontwerp Beschermd Thuis doet dit onderzoek in nauwe samenwerking met de zorgregio MIJ-OV. Aan de zorgregio MIJ-OV wordt ook juridisch advies gevraagd als onderdeel van het onderzoek.

o Indien besloten wordt tot optimalisering van de raamovereenkomst of een nieuwe aanbesteding zal de regionale projectleider Ontwerp Beschermd Thuis ook verantwoordelijk zijn voor de inhoudelijke beleidsvoorbereiding daarvan. De regionale gemeenten MO/BW kunnen vervolgens een verzoek aan de zorgregio MIJ-OV doen om de optimalisering of nieuwe aanbesteding daadwerkelijk uit te voeren. 5.4. Communicatie • Werk aan een gezamenlijke taal voor termen als: ‘hersteltrajecten’, ‘ggz in de wijk’’ etc. De invulling van een woonladder in samenwerking met Platform 31 is helpend bij het deel over woonvormen. • Spreek een gezamenlijke communicatielijn van gemeenten en partners in het veld af. • Geef zoveel mogelijk duidelijkheid aan cliënten en waar relevant, de leefomgeving/wijk/buurt wat er voor hen verandert.

13

5.5. Stappen in 2021 t/m 2023 De laatste aanbeveling bestaat uit stappen in die de komende drie jaren nodig zijn. 2de helft 2020 FASE VOORBEREIDING IMPLEMENTATIE ONTWERP Besluitvorming bij 6 gemeenten Parallel aan het besluitvormingstraject: o RBO geeft projectleider Ontwerp de onderzoeksopdracht voor toekomstige inkoop MO BW. Deze gaat uit het onderzoekstraject van de Regio MIJ-OV. o Instellen projectgroep + werkgroepen vanuit RAO voor komende jaren (samen met collega’s wonen en werk) Gesprekken met zorgaanbieders e.a. partners: o Uitvoering pilots: -

o o

Verschuiving ‘wonen in voorziening’ naar intensieve ambulante producten Participatie in de vorm van dagbesteding en toeleiden naar betaald werk. Alle vormen van EHealth

Zicht krijgen op risico’s en kansen vastgoed Verkennen strategische partners (samen met opstarten Denktank)

2021 FASE STARTJAAR IMPLEMENTATIE ONTWERP o Voorbereiding en opstarten aanbesteding ism regio MIJ OV o Daarbij de 1ste ervaringen van de pilots meenemen o Op basis van de pilot ervaringen: pijlers meer invullen (zoals de integrale hersteltrajecten) o Samenwerking strategische partners (in samenwerkingsverband) o Voorstel en besluit RBO over 1ste afbouw 2022

2022 FASE IMPLEMENTATIE ONTWERP IN GANG o Aanbesteding i.s.m. regio MIJ OV gerealiseerd o Effectuering 1ste korting BW o Evaluatie pilots: benutten ervaringen voor finetunen inkoop o Voorstel en besluit RBO over 2de afbouw 2023 e.v.

2023 FASE IMPLEMENTATIE ONTWERP IN GANG o Effectueren 2de korting BW o Actualiseren stappen implementatie

14

BIJLAGEN Bijlage 1

Achtergrondinformatie

Transformatie-agenda MO-BW 2016-2020 is te vinden op: https://apeldoorn.notubiz.nl/document/5488444/1/10_Bijlage_Transformatie-agenda_MOBW Met vooraan de publieksversie. http://docplayer.nl/50907302-Transformatie-agenda-maatschappelijke-opvang-en-beschermd-wonen-in-deregio-oost-veluwe-apeldoorn-brummen-epe-heerde-en-voorst-en-vanaf-2020-hattem.html Rapport van commissie Dannenberg: https://vng.nl/publicaties/van-beschermd-wonen-naar-een-beschermd-thuis-rapport-cie-dannenberg De Juiste Zorg op de Juist Plek: https://www.dejuistezorgopdejuisteplek.nl/ Over de Brug: https://www.kenniscentrumphrenos.nl/nieuws/publieksversie-de-brug/ Over de aanpak in regio Oost-Veluwe: https://vng.nl/files/vng/de-voortvarende-aanpak-van-de-regio_20171103.pdf https://vng.nl/artikelen/openstelling-wlz-voor-mensen-met-ggz-per-1-januari-2021 Voorbeeld financiële regeling gooi en vechtstreek: https://vng.nl/sites/default/files/gemeenschappelijke-regeling-is-als_20180911.pdf https://vng.nl/sites/default/files/2020-06/5_resolutie_norm_voor_opdrachtgeverschap.pdf https://vng.nl/files/vng/brieven/2019/attachments/bijlage_1_-_advies_expertiseteam_mobwbg.pdf https://dkvwg750av2j6.cloudfront.net/m/16e458814e279f4a/original/Rapport-Veerkracht-van-hetcorporatiebezit-RIGO-30-januari-2020.pdf

15

Bijlage 2: Lijst met veel gebruikte afkortingen RAO: Regionaal Ambtelijk Overleg RBO: Regionaal Bestuurlijk Overleg MO/BW: Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen EPA: Ernstige Psychiatrische Aandoeningen WMO: Wet Maatschappelijke Ondersteuning WLZ: Wet Langdurige Zorg GGZ: Geestelijke Gezondheidszorg ZVW: Zorgverzekeringswet IPS: Individuele Plaatsing en Steun (Zorgregio) MIJ-OV: Zorgregio Midden-IJssel/Oost-Veluwe

16

d349554

Convenant regionale samenwerking Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen (MO/BW) Oost-Veluwe Ondergetekenden, de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Apeldoorn, Brummen, Epe, Hattem, Heerde en Voorst, hierna gezamenlijk te noemen regionale gemeenten, verklaren en besluiten een convenant te sluiten voor regionale samenwerking op het gebied van Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen op grond van de Wmo 2015. In dit convenant staan onder meer de afspraken over inspanningen en verplichtingen van de budgethouder (voorheen centrumgemeente) en de regiogemeenten voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen, de beheersing van financiële middelen, eventuele besparingen of aanvullende kosten en de verevening van risico’s. Daarbij nemen ondergetekenden in overweging dat: -

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9972109/1