24 - B&W - Consultatie documenten Beschermd Thuis
Tekst van het document
de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) alle gemeenten opdraagt om zorg te dragen voor maatschappelijke ondersteuning en voor de kwaliteit en de continuïteit van de voorzieningen, waaronder voorzieningen voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen;
-
de gemeenten in de regio Oost-Veluwe deze verantwoordelijkheid onderschrijven en gezamenlijk willen dragen;
-
de gemeenten in de regio Oost-Veluwe zich wensen uit te spreken voor financiële solidariteit voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen;
-
het tevens wenselijk is nadere afspraken te maken over de beheersing van de financiële middelen en over verevening van eventuele voor- en nadelen;
-
de gemeente Apeldoorn momenteel als regionaal budgethouder de rijksvergoedingen voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen ontvangt en daarmee een bijzondere verantwoordelijkheid heeft in de uitvoering van bovengenoemde opdracht;
-
de gemeente Apeldoorn namens de regio overleg voert met de VNG en de rijksoverheid;
-
het nieuwe objectieve verdeelmodel op termijn leidt tot grote financiële verschuivingen, waarbij de individuele gemeenten de rijksvergoedingen rechtstreeks zullen ontvangen;
-
de gemeenten in de regio Oost-Veluwe zich uitspreken om gezamenlijk tekorten te dragen en overschotten te delen;
-
het wenselijk is nadere afspraken te maken over inspanningen en verplichtingen van de budgethouder en de regiogemeenten voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen en over een toekomstig gezamenlijk regionaal budget voor de financiering van regionale voorzieningen.
Artikel 1. Begripsbepalingen a. Budgethouder: gemeente Apeldoorn. b. Convenant: Convenant regionale samenwerking Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen Oost-Veluwe. c. Beschermd Wonen: wonen in een accommodatie van een instelling waar toezicht en begeleiding zich richten op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie, het psychisch en psychosociaal functioneren, stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld, het voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast of het afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen. Deze accommodaties zijn bestemd voor personen met psychische of psychosociale problemen, die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. d. Maatschappelijke Opvang: onderdak en begeleiding voor personen die de thuissituatie hebben verlaten en niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. e. OGGZ: bemoeizorg aan zorgwekkende zorgmijders en zorgmissers. f. Regiogemeenten: Brummen, Epe, Hattem, Heerde en Voorst g. Regionale gemeenten: Apeldoorn, Brummen, Epe, Hattem, Heerde en Voorst. h. Verdeelmodel: in de circulaire voor het gemeentefonds gepubliceerde verdeling van de rijksvergoeding per regio en/of per gemeente volgens een vastgesteld rekenmodel. i. Wmo 2015: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Artikel 2.
Doel Dit convenant beschrijft de regionale samenwerking tussen de regionale gemeenten en in het bijzonder tussen de budgethouder en de regiogemeenten en legt deze vast. Dit om de continuïteit te waarborgen van bovenlokale voorzieningen voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen in de regio OostVeluwe. Ook bevat het convenant afspraken over financiële solidariteit voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen. Artikel 3. Taken en bevoegdheden budgethouder 1. De budgethouder spant zich maximaal in voor de continuïteit en kwaliteit van Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen. 2. Dat doet de budgethouder in overleg met de regiogemeenten als volgt. a. De budgethouder draagt zorg voor subsidierelaties met zorgaanbieders voor regionale algemene voorzieningen voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen. Deze zorgaanbieders wijst de budgethouder aan. Met hen worden prestatieafspraken gemaakt. b. De budgethouder stelt persoonsgebonden budgetten voor cliënten Beschermd Wonen in de regio Oost-Veluwe administratief beschikbaar. De budgethouder is verder verantwoordelijk voor de uitvoering door de Sociale Verzekeringsbank (SVB) van trekkingsrechten voor het persoonsgebonden budget. Dat geldt ook voor de inning van de eigen bijdrage en het doorvoeren van mutaties (ZIN en PGB) in cliëntgegevens door het Centraal Administratie Kantoor (CAK). c.
De budgethouder initieert regionaal beleid en spant zich in voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen. 3. De budgethouder voert op ordentelijke wijze de boekhouding. Door deze boekhouding maakt de budgethouder periodiek regionale inkomsten en uitgaven voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen inzichtelijk. 4. De budgethouder neemt het initiatief in het ontwerpen van regionaal beleid voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen en van eventuele criteria en beleidsregels voor de toegang tot Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen. 5. Voor een adequate uitvoering van zijn taken overlegt de budgethouder namens de regio OostVeluwe desgewenst met andere regio’s, cliëntenorganisaties, het Zorgkantoor, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), het CAK, de SVB en met het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en andere relevante regionale en landelijke partijen. 6. Waar nodig maken de regionale gemeenten nadere concrete afspraken over de hierboven genoemde taken en inspanningen van de budgethouder. 7. Periodiek vindt monitoring plaats van de taken en inspanningen van de budgethouder en de resultaten daarvan. Desgewenst maken de regionale gemeenten hierover nadere afspraken.
Artikel 4. Taken en bevoegdheden van de regionale gemeenten 1. De regionale gemeenten spannen zich maximaal in om zorg te dragen voor lokale continuïteit en kwaliteit van Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen en voor de lokale toegang daartoe. 2. Lokaal doen de regionale gemeenten dat als volgt. 1 a. Zij dragen zorg voor adequate, afdoende en passende (preventieve) voorzieningen en activiteiten voor onder meer werk/inkomen/schulden, maatschappelijke ondersteuning (met name individuele begeleiding, dagbesteding, vervoer en huishoudelijke hulp) 2, jeugdhulp en wonen. Deze voorzieningen en activiteiten vormen een aanvulling op de regionale voorzieningen voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen. b. Regionaal en/of lokaal contracteren zij doelmatig en rechtmatig voorzieningen voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen bij aanbieders in de regio Oost-Veluwe.3 c. Zij zorgen voor voldoende, goed gespreide, adequate en betaalbare (sociale) woonmogelijkheden in de eigen gemeente. Dat doen ze bijvoorbeeld door hiervoor prestatieafspraken te maken met woningcorporaties, zodat uitstroom uit voorzieningen van Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen geen of minder belemmeringen ondervindt. d.
Zij scheppen een lokale sociale infrastructuur om mogelijke maatschappelijke uitval en multi-problematiek vroegtijdig te signalen en om psychosociale- en psychische problemen te herkennen. Zo kunnen ze proactief handelen. Deze infrastructuur omvat ook de OGGZtaken, indien nodig inclusief specialistische ggz-expertise en/of ervaringsdeskundigheid. e. Zij zorgen voor toegang tot voorzieningen voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen in samenhang met toegang tot Wmo-begeleiding, jeugdhulp, werk/participatie en inkomensondersteuning. f. Overig regionaal en lokaal beleid voeren zij uit. Daarnaast spannen ze zich in om dak- en thuisloosheid en de noodzaak tot Beschermd Wonen zo veel mogelijk te voorkomen. 3. De regionale gemeenten dragen ieder zorg voor alle uit dit convenant voortvloeiende werkzaamheden voor de uitvoering van deze taken, voor de implementatie van de regionale Transformatie-agenda Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen en van de gemeentelijke actiepunten uit het regionale werkprogramma EPA.4 Hiermee sluiten zij aan op de lokaal vastgestelde Sluitende aanpak voor Personen met verward gedrag. 4. Zij dragen zorg voor voldoende personele capaciteit en overige middelen om de taken en bevoegdheden zoals hierboven genoemd adequaat uit te voeren. 5. Waar nodig maken de regionale gemeenten nadere concrete afspraken over de hierboven genoemde taken en inspanningen.
Artikel 5. Vereffening overschot financiële bijdrage in de periode 2015 tot en met 2017 1. Het budget voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen bleef in de periode 2015 t/m 2017 onderbesteed. Het overschot van € 1.250.000,- reserveert de budgethouder voor de regiogemeenten Brummen, Epe, Heerde en Voorst. 2. Na ondertekening van dit convenant door alle regionale gemeenten betaalt de budgethouder deze € 1.250.000,- aan de regiogemeenten Brummen, Epe, Heerde en Voorst naar rato van het aantal inwoners.
1
Er komt een regionale toezichthouder voor calamiteiten en incidenten, die ook toeziet op de kwaliteit van de voorzieningen voor MO en BW. In overleg met de overige regiogemeenten wordt dit buiten dit convenant geregeld. 2 Daaronder vallen voorzieningen zoals genoemd in de artikelen 2.2.1 t/m 2.2.4 en 2.3.1 t/m 2.3.6 Wmo 2015 anders dan opvang en beschermd wonen. 3
Alle gemeenten zijn gelijkwaardige partners bij de inkoop. Voor contractrelaties binnen het maatwerk worden regionale afspraken
gemaakt in het kader van de inkoop 2019. Deze afspraken blijven buiten dit convenant. 4 Beide notities zijn met een collegebesluit vastgesteld.
Artikel 6. Financiering volgens het huidige verdeelmodel 2018 tot en met 2020 1. Als budgethouder ontvangt gemeente Apeldoorn jaarlijks de rijksvergoeding Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen. Hiervan houdt de budgethouder jaarlijks maximaal 3 procent in voor regionale uitvoeringskosten, waaronder de kosten van de budgethouder, tenzij de regionale gemeenten in overleg anders beslissen. De budgethouder legt hierover jaarlijks vooraf en achteraf verantwoording af. 2. De budgethouder zet met ingang van 1 januari 2019 budget apart voor de regionale algemene voorzieningen voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen, zoals vastgesteld in bijlage A. 3. De budgethouder reserveert de rijksvergoeding (na aftrek van uitvoeringskosten en algemene voorzieningen) voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen in zijn geheel en zet deze desgewenst ook in voor regionale maatwerkvoorzieningen voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen. Deze regionale maatwerkvoorzieningen zijn beschreven in bijlage B. 4. Budgettaire voor- en nadelen Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen berekent de budgethouder tijdens en na afloop van het boekjaar. De regionale gemeenten verevenen deze volgens een gezamenlijk vastgestelde systematiek. 5.
Deze voor- en nadelen voor het boekjaar 2018 en daarna verevent de budgethouder naar het aantal cliënten Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen per gemeente. Voor het verdelen van de overschotten wordt jaarlijks op peildatum 1 juni van het betreffende jaar het aantal cliënten Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen per gemeente vastgesteld. In 2018 is dit eenmalig op peildatum 1 augustus 2018 gebeurd. Op basis van de prognose in de Turap van de budgethouder krijgen de regionale gemeenten hun deel van het overschot bevoorschot. Achteraf vindt een eindafrekening plaats volgens het werkelijke resultaat voor MO/BW, conform de vastgestelde jaarrekening van de budgethouder. 6. De regionale gemeenten oormerken de uitbetaalde overschotten voor besteding binnen het sociaal domein. Over de besteding van deze middelen leggen zij jaarlijks tijdens een regionaal bestuurlijk overleg verantwoording af. Deze uitbetaalde overschotten kunnen ook worden gereserveerd voor toekomstige risico’s binnen het sociaal domein. 7. In het geval dat de voorgenomen implementatie van het nieuwe verdeelmodel op 1 januari 2021 vertraging oploopt, dan wordt de periode zoals beschreven in artikel 6 evenredig daaraan verlengd. Artikel 7. Financiering volgens het (nieuwe) objectieve verdeelmodel 1. De invoering van het nieuwe objectieve verdeelmodel staat gepland voor 1 januari 2021.
Vanaf dan ontvangt iedere gemeente de rijksvergoeding voor Maatschappelijke opvang en Beschermd wonen en Wmo-begeleiding rechtstreeks in plaats van via de budgethouder. 2. Ook nadien blijven de regionale gemeenten financieel solidair met elkaar en vormen zij één regiobudget voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen. 3. In de circulaire voor het gemeentefonds wordt het budget volgens het nieuwe objectieve verdeelmodel voor de gemeenten gepubliceerd. Zodra dat is gebeurd, maken partijen over de verdeling nadere afspraken. Daarbij kunnen zij een keuze maken uit o.a. de volgende opties: a. bijdragen naar rato van de rijksvergoeding voor Maatschappelijke Opvang, Beschermd Wonen en Wmo-begeleiding volgens het nieuwe objectieve verdeelmodel (bedrag in de circulaire voor gemeentefonds); b. bijdragen naar het aantal cliënten Maatschappelijke Opvang/Beschermd Wonen per gemeente. 4. Na publicatie van het nieuwe objectieve verdeelmodel overleggen de regionale gemeenten hierover met elkaar.
5. Vanuit het volgens dit convenant gevormde regiobudget bekostigt de budgethouder de volgende zaken: a. de regionale algemene voorzieningen voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen, zoals vastgesteld in bijlage A; b. de regionale maatwerkvoorzieningen voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen, zoals vastgesteld in bijlage B; c. regionale uitvoeringskosten, waaronder de kosten voor de budgethouder. De budgethouder legt hiertoe periodiek vooraf en achteraf verantwoording af. Deze informatie kan desgewenst lokaal worden gedeeld. Artikel 8. Overleg 1. Minimaal eens per kwartaal overleggen de regionale gemeenten ambtelijk en bestuurlijk over Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen. 2. Deelnemende gemeenten dragen zorg voor een passende vertegenwoordiging in het ambtelijk en bestuurlijk overleg, met oog voor de continuïteit ervan. 3. De budgethouder draagt zorg voor adequate en tijdige informatie en voor de voorbereiding en verslaglegging van het regionale overleg. 4. Het bestuurlijk overleg is gericht op overeenstemming. Komt overeenstemming niet tot stand dan besluiten de gemeenten bij meerderheid van stemmen, waarbij elke gemeente één stem heeft. Artikel 9. Wijzigingen 1. Deelnemende gemeenten bezien periodiek of wijzigingen of aanvullingen op dit convenant wenselijk zijn. 2.
Deelnemende gemeenten besluiten tot tussentijdse wijziging of aanvulling van dit convenant indien gemeenten unaniem hiertoe aanleiding zien. 3. Tussentijdse wijzigingen en aanvullingen zijn geldig nadat alle partijen deze hebben ondertekend en worden als addendum toegevoegd aan dit convenant. Artikel 10. Geschillenregeling 1. Een deelnemende gemeente die meent dat er een geschil over de uitvoering van het convenant bestaat overlegt hierover met de andere deelnemende gemeenten. Leidt dit niet tot overeenstemming, dan deelt deze gemeente dat schriftelijk mee aan de andere deelnemende gemeenten. De mededeling bevat een aanduiding van het geschil. 2. Binnen twee weken na dagtekening van de mededeling stuurt elke gemeente haar zienswijze op het geschil en een oplossingsgericht voorstel aan de andere gemeenten. Gemeenten overleggen met elkaar en proberen tot overeenstemming over een oplossing te komen. 3. Bereiken zij geen overeenstemming, dan besluiten zij in een bestuurlijk overleg bij meerderheid van stemmen, waarbij elke gemeente één stem heeft. Artikel 11. Monitoring en evaluatie 1. Periodiek monitoren de regionale gemeenten de taken en inspanningen van de budgethouder en de resultaten daarvan. Desgewenst maken ze hierover nadere afspraken. 2. Dit convenant evalueren de gemeenten na inwerkingtreding minimaal eens per drie jaar.
Ze starten hiermee bij voorkeur in juni 2020, na publicatie van het nieuwe objectieve verdeelmodel in de circulaire voor het gemeentefonds van mei 2020, doch uiterlijk in september van 2020. 3. De budgethouder neemt het initiatief voor de evaluatie. Artikel 12. Inwerkingtreding en looptijd 1. Dit convenant treedt inwerking met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2018 en loopt tot en met 31 december 2020. 2. Na de initiële looptijd van 3 jaar kent het convenant een stilzwijgende verlenging van steeds 3 jaar.
Artikel 13. Tussentijds toetreden 1. Tussentijds kunnen nieuwe gemeenten toetreden tot dit convenant, indien zij instemmen met alle in dit convenant overeengekomen voorwaarden. 2. Een tussentijds verzoek daartoe kan de betrokken gemeente indienen bij de budgethouder. 3. De regionale gemeenten besluiten in meerderheid van stemmen over de toetreding waarbij elke deelnemende gemeente één stem heeft. 4. De deelnemende gemeenten hebben al besloten dat gemeente Hattem vanaf 1 januari 2019 toetreedt tot de regio. Gemeente Hattem neemt vanaf 1 januari 2019 volwaardig deel en stemt in met alle in dit convenant overeengekomen voorwaarden. Artikel 14. Opzegging 1. Deelnemende gemeenten kunnen dit convenant te allen tijde schriftelijk opzeggen bij de budgethouder met inachtneming van een opzegtermijn van twaalf maanden en een opzegdatum van 31 december van het betreffende jaar. . 2. Wanneer een gemeente dit convenant opzegt, zullen de overige deelnemers in gezamenlijk overleg bezien of zij het convenant willen voortzetten of beëindigen. Artikel 15. Bijlagen 1. De volgende bijlagen behoren bij dit convenant: a. overzicht regionale algemene voorzieningen; b. overzicht maatwerkvoorzieningen (zorg- en ondersteuningsproducten); c. overzicht rijksvergoedingen per gemeente voor Wmo-begeleiding, Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen vanaf 1 januari 2021. 2.
De deelnemende gemeenten hebben kennis genomen van de voor hen relevante bijlagen en zullen dienovereenkomstig handelen. Artikel 16. Citeertitel Dit convenant wordt aangehaald als: Convenant regionale samenwerking Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen regio Oost-Veluwe. Aldus overeengekomen en ondertekend Gemeente Apeldoorn op grond van artikel 171 lid 1 Gemeentewet rechtsgeldig vertegenwoordigd door: Naam:_____________________________________ Datum:_____________________________________
Handtekening:
Gemeente Brummen op grond van artikel 171 lid 1 Gemeentewet rechtsgeldig vertegenwoordigd door: Naam:_____________________________________ Datum:_____________________________________
Handtekening:
Gemeente Epe op grond van artikel 171 lid 1 Gemeentewet rechtsgeldig vertegenwoordigd door: Naam:_____________________________________ Datum:_____________________________________
Handtekening:
Gemeente Hattem op grond van artikel 171 lid 1 Gemeentewet rechtsgeldig vertegenwoordigd door: Naam:_____________________________________ Datum:_____________________________________
Handtekening:
Gemeente Heerde op grond van artikel 171 lid 1 Gemeentewet rechtsgeldig vertegenwoordigd door: Naam:_____________________________________ Datum:_____________________________________
Handtekening:
Gemeente Voorst op grond van artikel 171 lid 1 Gemeentewet rechtsgeldig vertegenwoordigd door: Naam:_____________________________________ Datum:_____________________________________
Handtekening:
Bijlage a: overzicht regionale algemene voorzieningen Regionale Algemene Voorzieningen
Huidig subsidiebedrag op jaarbasis
Looptijd subsidie
Tendersubsidies € 14.921 Subsidie wordt voortgezet tot en met 2022 Art Blanche (onderdeel MO) € 35.770 Subsidie wordt voortgezet tot en met 2022 Citypastoraat (onderdeel MO) € 60.688 Subsidie wordt voortgezet tot en met 2022 Menorah (onderdeel MO) GGNet KOPP/KVO (onderdeel mantelzorgondersteuning) GGNet IMH Tactus KOPP/KVO (onderdeel mantelzorgondersteuning) Tactus preventie (onderdeel MO)
€ 99.884 Subsidie wordt voortgezet tot en met 2022* € 47.986 Subsidie wordt voortgezet tot en met 2022 € 41.084 Subsidie wordt voortgezet tot en met 2022* € 185.137 Subsidie wordt voortgezet tot en met 2022
Chris & Voorkom (onderdeel MO) Stichting de Ontmoeting (onderdeel vrijwilligersondersteuning)
€ 37.048 Subsidie wordt voortgezet tot en met 2022 € 58.867 Subsidie is verlengd tot en met 2021, daarna + in 2021 een incidentele subsidie van wordt deze subsidie gestopt en zijn gemeenten €29.640 zelf verantwoordelijk voor de activiteiten die voorheen door Stichting de Ontmoeting werden uitgevoerd.
Maatschappelijke Opvang Jongeren Leger des Heils (onderdeel MO)
€415.811 Subsidie wordt voortgezet tot en met 2022. De + in 2021 een indicentele subsidie van verwachting is dat het Leger des Heils ook voor €52.000 2022 het incidentele subsidiebedrag zal aanvragen.
Begrotingssubsidies Omnizorg toeleiding en klachtafhandeling
€ 21.387 Wordt voortgezet t/m 2024
Omnizorg gebruikersruimte
€ 587.630 Wordt voortgezet t/m 2024
Omnizorg dag en nachtopvang
€ 1.004.368 Wordt voortgezet t/m 2024
Omnizorg Medische heroineverstrekking
Omnizorg Vastgoedsubsidie Herstelplein Korak
Totaal
€ 433.418 Wordt voortgezet t/m 2024 € 339.960 Subsidie wordt voortgezet tot en met 2022 + een jaarlijks bedrag van € 60.000 voor de kosten van de host (Tactus)
€ 3.525.599
*omdat de huidige subsidieregeling komt te vervallen, wordt hier voor het jaar 2022 een begrotingssubsidie van gemaakt.
Bijlage b: overzicht maatwerkvoorzieningen (zorg- en ondersteuningsproducten) Productnaam Begeleiding Crisis* Begeleiding Groep Licht* Begeleiding Groep Basis* Begeleiding Groep Complex* Begeleiding Individueel Licht* Begeleiding Individueel Basis* Begeleiding Individueel Complex* Opslag kindplaats (per kind, per etmaal) Time-Out Voorziening Vervoer* Vervoer Plus* Wonen/verblijf Crisis Basis Wonen/verblijf Crisis Hoog Wonen/verblijf Groep met begeleiding Intensief Wonen/verblijf Groep met begeleiding Intensief - partnerplaats Wonen/verblijf Groep met begeleiding Intensief (scheiden wonen/zorg) Wonen/verblijf Groep met begeleiding Duurzaam Wonen/verblijf Groep met begeleiding Duurzaam - partnerplaats Wonen/verblijf groep met begeleiding Duurzaam (scheiden wonen/zorg) Wonen/verblijf Groep met begeleiding Perspectief Wonen/verblijf Groep met begeleiding Perspectief - partnerplaats Wonen/verblijf groep met begeleiding Perspectief (scheiden wonen/zorg) Wonen/verblijf Individueel met begeleiding Perspectief Wonen/verblijf Individueel met begeleiding Perspectief - partnerplaats Wonen/verblijf individueel met begeleiding perspectief (scheiden wonen/zorg) Werkt mee op trede 3* Werkt mee op trede 4* Werkt mee ontwikkeling naar trede 3* Werkt mee ontwikkeling naar trede 4* Werkt mee ontwikkeling naar trede 5* Zorgcoördinatie (gemiddeld 1 per week, max 52 per jaar)* Huurbetaling* ZZP 5
Verpleging 1,36 ZZP 4 Verpleging 1,45 ZZP 6 Verpleging 4,74 Tijdelijke opvang basis* Respijtopvang Thuis* Respijtopvang Basis* Respijtopvang Hoog* * Situationeel: Wanneer het MO/BW cliënt betreft kan de BW-code gebruikt worden. Wanneer het lokale cliënt betreft gelden de WMO-codes zoals die zijn opgenomen in de productcodetabel van de zorgregio.
Productcode iWmo - BW 15C01 15G01 15G02 15G03 15G04 15G05 15G06 15G07 15G08 15511 15512 15C02 15C03 15T01 15T02 15T03 15D01 15D02 15D03 15P01 15P02 15P03 15P04 15P05 15P06 15A63 15A64 15A53 15A54 15A55 15A75 15S04 15527 15528 15529 15T05 15S01 15S02 15S03
Bijlage c: overzicht rijksvergoedingen per gemeente voor Wmo-begeleiding, Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen vanaf 1 januari 2021 Nog niet beschikbaar. Wordt na publicatie toegevoegd.
d349555
Aan: de bestuurders van de gemeenten in Oost-Veluwe Van: Melis Jan van Heerikhuize, projectleider ‘Ontwerp Beschermd Thuis 2030’ Datum: 20 januari 2021 Betreft: notitie ‘Heroverweging inkoopprocedure Beschermd Wonen’ Beste bestuurders, Deze notitie maakt integraal onderdeel uit van het Ontwerp Beschermd Thuis 2030 waarvan u in het RBO dd. 24 september 2020 heeft besloten dit in besluitvorming te brengen. In aanvulling op het Ontwerp Beschermd Thuis 2030 staat in deze notitie de uitkomst van het onderzoek naar de gevolgen van het Ontwerp voor de huidige raamovereenkomst. Deze notitie gaat integraal onderdeel uitmaken van het college- en raadsvoorstel ter besluitvorming over het Ontwerp Beschermd Thuis 2030. Aanleiding Vanaf 1 januari 2015 zijn de Maatschappelijke Opvang en het Beschermd Wonen voor mensen met psychische of psychosociale problemen conform de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015) een verantwoordelijkheid van elke gemeente. Mede op basis van de uitkomsten van het rapport ‘Dannenberg’ hebben de gemeenten in de regio Oost-Veluwe besloten om, vanuit een gedeelde visie, de regionale Transformatie-agenda voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen op te stellen. De Transformatie-agenda wordt begin 2021 geëvalueerd en geactualiseerd in een Kaderdocument Beschermd Thuis 2020-2023.
Het Kaderdocument omvat de beleidsvorming voor mensen met een EPA, verward gedrag, maatschappelijke opvang en Beschermd Wonen. Het Ontwerp is een deeluitwerking van het Kaderdocument en heeft betrekking op Beschermd Wonen. Vanaf 2021 zijn er twee bewegingen die grote invloed gaan hebben op het zorglandschap van Beschermd Wonen: (1) de overgang van Wmo naar Wlz en (2) de landelijke objectieve herverdeling van de rijksvergoeding voor Beschermd Wonen. De opgave voor Beschermd Wonen in de komende jaren is duidelijk en uitdagend: de focus ligt op maatschappelijk herstel in de eigen omgeving, waar mogelijk. Hierbij wonen mensen (al dan niet met behulp van hun eigen sociale netwerk) zo goed mogelijk thuis en krijgen zij daar passende ondersteuning bij. Door het stimuleren van de zelfredzaamheid en de participatie streeft de regio OostVeluwe naar een situatie waarin inwoners zo lang en goed mogelijk zelfstandig wonen. Ondersteuning (vanuit de Wmo) en behandeling (vanuit de Zorgverzekeringswet) worden zo goed mogelijk op elkaar afgestemd, ook in de thuissituatie. Wanneer dit niet meer mogelijk is en cliënten tijdelijk gebruik moeten maken van Maatschappelijke Opvang of Beschermd Wonen, zet de regio Oost-Veluwe zich in om de terugkeer naar zelfstandig wonen te bevorderen.
Om dit te bereiken is de komende jaren een doorontwikkeling nodig van de ondersteuning en (medische) zorg in de wijk, evenals de beschikbaarheid van geschikte huisvesting. Voor cliënten waarvoor zelfstandig wonen geen haalbaar toekomstperspectief is, is er een blijvende waarborg om beschermd te wonen. Om de komende jaren vorm te geven aan de opgave zijn de doelstellingen van het Ontwerp Beschermd Thuis 2030 gericht op het organiseren van herstelgerichte zorg ‘thuis’. Waarbij op- en afschalen mogelijk is om passende zorg te kunnen blijven bieden binnen het beschikbare budget. Tegelijkertijd willen we een verbinding maken met de sociale basis (het sociaal fundament) bestaande uit wonen, werk, inkomen (en/of schuldhulpverlening), het behalen van een startkwalificatie, etc. Alleen door te werken aan persoonlijke doelen op meerdere leefgebieden is duurzaam herstel en een verbetering van de zelfredzaamheid mogelijk. Bij de inkoop in 2019 hadden we twee doelen met het combineren van Jeugd, lokale Wmo en MO/BW: - Versoepeling doorstroom van (residentiele) jeugdwet naar Wmo (met verblijf) voor jongeren; - Versnellen van op- en vooral ook afschalen van intramurale hulp naar ambulante hulp. Twee jaar na de ingangsdatum van de raamovereenkomst hebben we nog dezelfde visie, dezelfde doelen. Maar we zien in de praktijk van alledag op deze twee doelen geen verbetering, geen resultaat.
Naar aanleiding van onvoldoende resultaat in de afgelopen periode en de verwachtte substantiële daling van de rijksvergoeding Beschermd Wonen is onderzocht in hoeverre we de in het Ontwerp Beschermd Thuis opgenomen doelen / uitgangspunten kunnen bereiken met de huidige raamovereenkomst. Dit onderzoek bestond uit drie delen: 1. Juridisch advies door de zorgregio 2. Inkoop analyse gedifferentieerde inkoop 3. Inventarisatie succesvolle praktijkvoorbeelden
Het onderzoek heeft als doel om inzicht te verschaffen in de (on)mogelijkheden van de huidige raamovereenkomst bij het sturen op het de realisatie van de doelstellingen uit het Ontwerp Beschermd Thuis 2030.Hiervoor is (juridisch) advies gevraagd aan de Zorgregio. Tevens heeft in het kader van het projectplan Inkoop, deelplan 5: Gedifferentieerde inkoop een analyse plaatsgevonden en is gekeken naar de kenmerken van de inkoopprocedure bij succesvolle praktijkvoorbeelden van Beschermd Thuis in het land. De onderliggende stukken van het onderzoek zijn als bijlage bij deze notitie toegevoegd. Ad. 1. (Juridisch) Advies Zorgregio De huidige inkoopprocedure met de raamovereenkomst is een zg. open house aanbesteding. Dat betekent dat als een aanbieder aan de toelatingseisen voldoet, tot gunning wordt overgegaan. Concreet betekent dit dat iedere aanbieder die voldoet aan de toelatingseisen de markt kan betreden. Hiermee is beperkt sturing mogelijk het aantal aanbieders en de kwaliteit die zij leveren. Wijzigen van die systematiek binnen de huidige procedure met raamovereenkomst is niet mogelijk. Daarbij komt dat de huidige raamovereenkomst geen mogelijkheden biedt voor integrale hersteltrajecten. Geadviseerd wordt om, voor het kunnen realiseren van de geformuleerde doelen in het Ontwerp, een nieuwe inkoopprocedure te starten.
Inkoop kan zijn een vorm van aanbesteden of een subsidietraject. Een definitieve keuze voor de verschillende inkoopmogelijkheden kan pas worden gemaakt nadat vanuit de visie de verschillende mogelijkheden voor inkoopprocedures zijn uitgewerkt door de Zorgregio in samenspraak met de regio. Ad. 2. Inkoopanalyse Belangrijke noot vooraf is dat er vanuit de inkoopanalyse een negatief beeld kan ontstaan over de huidige raamovereenkomst. Het feit dat vanuit de inkoop onvoldoende gestuurd kan worden op het realiseren van de doelstellingen uit de visie zorgt voor een lage score van de huidige situatie. Een van de doorslaggevende argumenten uit het verleden om te gaan werken met een raamovereenkomst was het belang van doorlopende zorglijnen voor de client. In de praktijk is hier echter geen sprake van en moeten jeugdigen van 18 jaar en ouder alsnog een jeugdinstelling verlaten en verhuizen naar een Beschermd Wonen aanbieder, vindt er geen uitstroom en afschaling plaats vanuit Beschermd Wonen omdat de ‘reële’ Wmo-tarieven voor begeleiding volgens de GGZ te laag zijn, enz.. Daarentegen heeft de raamovereenkomst een positieve bijdrage geleverd aan de (door-) ontwikkeling van Beschermd Wonen in de regio. Met de huidige raamovereenkomst is partnerschap ontwikkeld met aanbieders, dit partnerschap biedt op dit moment de basis voor het Ontwerp Beschermd Thuis 2030.
Eveneens heeft de raamovereenkomst regionaal bijgedragen aan beperkte administratieve lasten voor zorgaanbieders omdat voor Jeugd. Lokale Wmo en M/BW door acht gemeenten dezelfde criteria, tijdseenheden, tarieven en randvoorwaarden worden gehanteerd. Het doel waarmee in het verleden is ingezet op de huidige raamovereenkomst wordt in de praktijk niet gerealiseerd. Het sterven is er op gericht om door middel van integrale hersteltrajecten concreet aan te sturen op de verbinding tussen Jeugd, Wmo, MO, Beschermd Wonen en lokale voorzieningen. Tevens streven we naar een verbinding van hulpverlening op diverse leefgebieden, zoals Jeugdwet, Wmo, Wonen, Werk en Inkomen en Schuldhulpverlening. In combinatie met plezierig / goed wonen in de wijk. In de beoogde situatie positioneren de producten Wonen/verblijf (BW) zich duidelijk binnen een strategische contractvorm. Binnen een gecompliceerde omgeving is de wens om andere vormen van bekostiging te verkennen. In de beoogde situatie heeft de contract- en bekostigingsvorm een positief effect op de inwoner die zorg nodig heeft doordat de producten binnen Wonen/verblijf (BW) aansluiten met de zorginfrastructuur in de wijk en op- en afschalen binnen integrale hersteltrajecten mogelijk is.
Om dit mogelijk te maken zal het aantal gecontracteerde aanbieders per product beperkt moeten worden en moeten afspraken worden gemaakt over tussenvormen van ‘wonen/verblijf’ om de aansluiting bij Begeleiding Individueel te maken. Daarbij wordt gebruikt gemaakt van de inzet van en verbinding met de producten vanuit de algemene voorzieningen en het maatwerk Werkt Mee. Doordat integrale hersteltrajecten de doorstroom bevorderen, zal de uitstroom op producten Wonen/verblijf (BW) toenemen. Tevens zal dit resulteren in minder lange vaste trajecten per product. Bovendien zal dit moeten leiden tot een verbeterde kostenbeheersing. De gecontracteerde aanbieders dragen concreet bij aan het ‘herstel’ van de inwoner zoals vastgesteld in het ondersteuningsplan waardoor er sprake zal zijn van een traject- / resultaatfinanciering of populatiegebonden financiering.
Ad. 3. Kenmerken inkoop succesvolle praktijkvoorbeelden In het recent verschenen onderzoeksrapport “Landelijke stand van het land. Doorontwikkeling Beschermd Wonen en maatschappelijke opvang” 1 wordt stilgestaan op welke wijze zowel vanuit stabiliteit als vanuit innovatie door andere regio’s ingezet wordt op (meerjarige) inkoop. Een groot deel van de regio’s zetten daarbij in op meerjarige contracten. Dit brengt stabiliteit voor gemeenten en aanbieders en maakt het mogelijk om te sturen op innovatie. In het onderzoeksrapport worden verschillende praktijkvoorbeelden vanuit diverse regio’s vermeld. Voor de succesvolle praktijkvoorbeelden geldt in het algemeen dat er sprake is van constructief partnerschap en samenwerking met aanbieders en stakeholders, integrale aanpak vanuit perspectief inwoner, meerjarige contracten voor stabiliteit, structurele dialoog tussen gemeenten, aanbieders en stakeholders, verschillende vormen van bekostiging met (financieel) ruimte voor innovatietrajecten. Voorstel Samenvattend zien wij de volgende redenen voor het opstarten van een nieuwe inkoopprocedure: • het bieden van integraal passende zorg; • in een doorlopende lijn voor jongeren; • het organiseren van herstelgerichte zorg ‘thuis’; • voorzien in de mogelijkheid om op- en te afschalen; • binnen het beschikbare, toekomstige budget Beschermd Wonen.
Hierbij wordt onder inkoopprocedure verstaan alle mogelijke vormen van aanbesteden en subsidie binnen de geldende wet- en regelgeving. Een definitieve keuze voor een passende inkoopprocedure wordt gemaakt nadat vanuit de visie de verschillende mogelijkheden voor inkoopprocedures zijn uitgewerkt door de Zorgregio in samenspraak met de regio. Gelet op het feit dat een nieuwe inkoopprocedure verbonden is aan het Ontwerp Beschermd thuis 2030 is het voorstel om de rollen van bestuurlijk opdrachtgever van een nieuwe inkoopprocedure te beleggen bij dezelfde opdrachtgevers als van het Ontwerp Beschermd Thuis 2030, Lia de Waard en Nathan Stukker namens de bestuurders van de regio-gemeenten. Uiteraard is het realiseren van de doelstellingen van het Ontwerp Beschermd Thuis omgeven met onzekerheden. De mate waarin het Ontwerp tot uitvoer gebracht kan worden is afhankelijkheid van een breed scala aan randvoorwaarden. De vorm van inkoop (en daarmee het gekozen sturingsmodel) is slechts één van deze randvoorwaarden. In het plan van aanpak voor de implementatie van het Ontwerp zal hier nadrukkelijk aandacht voor zijn. Periodiek zullen bestuurders geïnformeerd worden over de voortgang, de risico’s, de impact van de risico’s en welke maatregelen worden getroffen om de impact van het risico te minimaliseren. Aan het RBO wordt gevraagd te besluiten: 1.
een nieuwe inkoopprocedure te starten teneinde de doelstellingen van het Ontwerp Beschermd Thuis te kunnen gaan realiseren; 2. de zorgregio te vragen als opdrachtnemer voor de vormgeving en uitvoering van deze inkoop; 3. het bestuurlijk opdrachtgeverschap van een nieuwe inkoopprocedure te beleggen bij dezelfde opdrachtgevers als van het Ontwerp Beschermd Thuis 2030, Lia de Waard en Nathan Stukker namens de bestuurders van de regio-gemeenten. Bijlage: 3 1. Memo advies inkoop MO/BW 2. Productanalyse MO/BW 3. Inkoopkenmerken succesvolle praktijkvoorbeelden Beschermd Thuis
1 onderzoeksrapport “Landelijke stand van het land. Doorontwikkeling Beschermd Wonen en maatschappelijke opvang”, Bureau HHM,
PJ/20/1809/domobw, 29 oktober 2020