CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

22-4-2021 Reactie MAR op informatieplan Berenschot versie 20-4

Forum Fysieke Leefomgeving 22 april 2021, gemeente BrummenBij agendapunt: Informatie- en communicatieplan Implementatie rapport Berenschot2.114 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

INSPREEKNOTITIE MAR OP RAADSFORUM 22 APRIL 2021 De MAR heeft het informatie- en communicatieplan voor de implementatie van het Rapport Berenschot ontvangen, waarvoor dank! Ondanks de korte reactietermijn hebben de leden van de MAR het plan aandachtig bestudeerd. Het is een gedegen en gedetailleerd uitgewerkt plan geworden, dat volgens de MAR goede handvaten biedt voor een structurele verbeteraanpak van de geconstateerde problemen in het sociaal domein. De opzet in verschillende bouwstenen per domein met heldere doelstellingen en vaste termijnen van oplevering maakt dat de realisatie goed te volgen zal zijn. De MAR is ook positief over de treden van de participatieladder waarin is geborgd dat participanten zoals cliënten, aanbieders en de MAR stelselmatig worden geïnformeerd en betrokken. Het gehele implementatieplan legt wel een grote druk op het ambtelijk apparaat en het management dat verantwoordelijk is voor de uitvoering van het plan. De MAR maakt zich zorgen over de uitvoerbaarheid van het plan binnen de gestelde termijnen. Er is bij de start een cultuurverandering noodzakelijk zo blijkt uit Bouwsteen 15. Daarbij is sprake van een opleidings- en scholingstraject, start- en voortgangsgesprekken, groepsgesprekken en Obeya's, ontleend aan het uit Japan afkomstige principe van lean management.

Dit neemt, denken wij, veel tijd in beslag die niet beschikbaar is voor de opvang en begeleiding van cliënten. Cultuurverandering vraagt bij de meeste organisaties, zo leert ons de ervaring, tenminste enkele jaren. De vraag is hoe effectief die cultuurverandering binnen de korte termijn van het implementatieplan kan zijn. Bouwsteen 14 rept over een verbetering van de bedrijfsvoering. Daarvoor moeten voldoende medewerkers met ook de juiste deskundigheid beschikbaar zijn. Voorts moet de interne controle op orde zijn. We verwachten immers volgens het plan maandelijks goede informatievoorziening naar het College en de Raad. In de aanbiedingsbrief van het College mist de MAR informatie of liever nog een garantie dat aan de bovengenoemde personele voorwaarden kan worden voldaan om het implementatieplan volgens de uitgestippelde lijnen uit te voeren. Of moeten we vrezen dat na verloop van tijd zal blijken dat de doelen niet binnen de gestelde termijnen worden gehaald, omdat de ambities te hoog zijn geformuleerd en het ambtelijk apparaat er nog niet voldoende voor was toegerust? Voor de uitvoering van de wetten in het sociaal domein zijn beleidsregels opgesteld. Deze beleidsregels vormen belangrijke richtlijnen voor de uitvoeringspraktijk van TvE. De MAR heeft in 2020 advies uitgebracht over de beleidsregels voor de Participatiewet.

Beleidsregels voor de uitvoering van de Wmo zijn in concept gereed en zullen naar wordt verwacht in juni worden aangeboden aan de Raad, nadat de MAR daarover advies heeft uitgebracht in mei. De MAR vraagt zich af of ook voor de uitvoering van de Jeugdwet beleidsregels zullen worden opgesteld door het gemeentebestuur. De MAR hecht grote waarde aan de wijze waarop door TvE de beleidsregels zullen worden toegepast. Het is belangrijk dat daarbij de menselijke maat wordt gehanteerd 1

en maatwerk op individueel niveau mogelijk blijft. Het landelijke drama van de toeslagenaffaire heeft ons geleerd welke schade kan worden toegebracht aan cliënten door toepassing van strakke regels zonder goed te kijken naar de individuele omstandigheden van de hulpvrager. De overheid is er voor de burger, niet andersom en dat geldt ook voor de gemeentelijke overheid. De argumenten om de uitvoering van de wetgeving in het sociaal domein over te hevelen naar gemeentelijke overheid waren immers dat deze dichter bij de burger staat en dus beter kan oordelen over de legitimiteit van de hulpvraag. Dat zal dan ook bij de implementatie van het plan Berenschot moeten worden waargemaakt. De term bouwstenen in het implementatieplan doet veronderstellen, dat er een nieuw gebouw voor de uitvoering wordt opgericht met als belangrijkste doel de kosten verminderen. De MAR bepleit dat wordt geborgd dat de sociale en menselijke maat in het sociaal domein door deze verbouwing niet wordt aangetast. Tot zover de algemene opmerkingen van de MAR. De werkgroepen Jeugd, Wmo en Participatiewet hebben verder gekeken naar de verschillende bouwstenen voor deze gebieden en daaruit zijn de volgende opmerkingen naar voren gekomen. JEUGDWET De werkgroep vindt het een plan met veel ambities, beoogde doelen, stappenplannen en maatschappelijke effecten.

De vraag blijft of dit alles binnen het genoemde tijdsbestek haalbaar is. Bouwsteen J1 pilot Praktijk Ondersteuner Huisartsen (POH) Jeugd bij alle huisartsen Projectresultaten: betekent het dat de genoemde jaarlijkse stijging van trajecten die naar Team voor Elkaar gaan groter wordt? Wat wordt hiermee bedoeld? Zoals het nu is geformuleerd stijgen jaarlijks de totaal afgeronde en verwezen trajecten naar TvE. Op basis daarvan zouden de beschikkingen voor 2e lijnszorg door huisartsen verminderd worden. Worden hiervoor criteria ontwikkeld om tot afname te komen? Wordt de POH inzet tussentijds gemonitord om te zien of deze inzet een besparing oplevert; immers, doorverwijzing betekent over het algemeen kostenverhoging omdat er een extra schakel bij komt. Bouwsteen J2 Budgetplafonds Jeugd Wat als door onvoorziene omstandigheden het budgetplafond van aanbieders eerder in het jaar bereikt wordt en afschalen naar kortere en minder intensieve hulp geen goed alternatief blijkt te zijn? De wachtlijsten zijn nu al een ongewenst effect. Kan hierin de bouwsteen Cliëntondersteuning hulp bieden? Voor ouders en jongeren is het belangrijk dat zij op korte termijn een luisterend oor vinden en gehoord worden. Wordt ook gemonitord welke zorg niet wordt geleverd? Dit kan een goede indicatie geven voor aanpassingen in het beleid.

De transformatie kan worden gezien als een businessmodel: we willen dat dezelfde kwaliteit efficiënter wordt geleverd tegen een mindere prijs. 2

Het is alsof we tegen de bakker zeggen dat hij kwalitatief goed brood moet bakken maar goedkoper én volgens een nieuw door ons en de bakker gezamenlijk bedacht recept. Hoe verhoudt zich dat met de beroepsopvatting van de bakker? Bouwsteen J3 Samenwerking met het onderwijs Hoe wordt voorkomen dat een vroegtijdige signalering tot een grotere vraag naar dure professionele hulpverlening leidt? Vraag schept aanbod. Goede communicatie met ouders is essentieel. In deze bouwsteen wordt de signalerende rol van de JGZ van de GGD gemist. De JGZ is op de scholen actief en werkt ook samen met TvE. Gezien de AVG worden er ook afspraken gemaakt over de informatie-uitwisseling in het belang van het kind? Er wordt nadruk gelegd op de interventiemogelijkheden van het onderwijs; dit is een verzwaring van de taak van de leerkrachten, dat zijn echter geen maatschappelijk werkers! Bouwsteen J4 Inzet kortdurende cliëntondersteuning Jeugd verbeteren/vergroten Is de huidige capaciteit voldoende bij Team Informatie en advies om de grotere claim cliëntenondersteuning op te vangen.

Hoe verhoudt zich dit tot de kostenbesparing in maatwerkvoorzieningen? Hoe wordt gegarandeerd dat het jaarlijkse cliëntervaringsonderzoek voldoende respons oplevert als het hulpverleningstraject afgesloten is? Levert een eindevaluatiegesprek met cliënt hierover voldoende gegevens op? Feitelijk komt cliëntondersteuning erop neer dat geappelleerd wordt aan de zelfwerkzaamheid, eigen vermogens en ondersteuning van de leefomgeving van de cliënt, oftewel wij helpen u het zelf uit te zoeken. Bouwsteen J6 Aanscherpen en handhaving op beleid omtrent (leerlingen)vervoer In de nieuwe verordening moeten duidelijke richtlijnen komen te staan over wat de dichtstbijzijnde geschikte school inhoudt, welke uitzonderingen er zijn voor taxi of busvervoer, afstanden vervoer etc. Wordt hierin ook de verantwoordelijkheid van ouders benoemd zoals zelf de kinderen naar school brengen etc.? Wordt er onderscheid gemaakt voor kinderen met lichamelijke en/of verstandelijke beperkingen, die niet zelfstandig naar school kunnen? Ouders die vanuit geloofsovertuiging en of levensovertuiging een ander schooltype kiezen zoals reformatorisch, islamitisch of vrije school, zouden zelf hun kind naar school kunnen brengen of een vervoersregeling met andere ouders kunnen treffen.

Het beoogde maatschappelijk effect dat ouders moeten worden aangesproken op hun voorzichtige en te beschermende aanpak van hun kinderen is wel erg bevoogdend. Wmo Voor de Wmo worden beleidsregels opgesteld die in juni aan de Raad worden aangeboden. De invulling van deze beleidsregels zullen van grote invloed zijn op de uitvoeringspraktijk van de Wmo door TvE. Volgens de planning zal de MAR na ontvangst van de beleidsregels eind april, voor 14 mei a.s. advies uitbrengen over de 3

beleidsregels. In dit kader zal de MAR ook de maatschappelijke toepasbaarheid en de impact voor cliënten beoordelen van de regels waarnaar in de bouwstenen van het plan wordt verwezen. Dit betekent dat de MAR voor deze bouwstenen verwijst naar het voorziene adviestraject. Bouwsteen W1 Instroom en intensiteit van huishoudelijke hulp verkleinen Het voornemen bestaat om in september 21 een voorstel te presenteren ter beperking van de effecten van het abonnementstarief. Onduidelijk is welke mogelijkheden de gemeente heeft om een door de landelijke overheid ingestelde regeling te beperken. Wat zijn dan de juridische mogelijkheden van beroep voor cliënten en welke gevolgen hebben evt. juridische procedures voor de gemeente? Cruciaal is hoe de criteria luiden die Team voor Elkaar gaat hanteren om huishoudelijke hulp toe te zeggen, waarbij de onderbouwing van groot belang is. Wij nemen aan dat dit in de Beleidsregels zal worden vastgelegd. Versobering mag niet leiden tot langdurige wachtlijsten. Maatstaf zal moeten zijn: oog voor het individu, niet de opgelegde plicht om binnen de begroting te blijven, zoals vooraf is bepaald. Te voorzien is dat vanwege vergrijzing en het langer zelfstandig wonen de vraag naar huishoudelijke hulp zal toenemen.

Is hier rekening mee gehouden bij het vaststellen van genoemde percentages? De MAR ondersteunt graag het voornemen voor een project ‘een tegen eenzaamheid’ als alternatief voor de afname van de HH bv. via de SWB. Bouwsteen W2 Inzet kortdurende cliëntondersteuning WMO verbeteren/ vergroten? Goed dat dit als algemene en voorliggende voorziening ingezet wordt. Onduidelijk is wat de instructies zijn waaraan de cliëntondersteuners zich moeten houden, waardoor onduidelijkheid kan ontstaan en cliëntondersteuners wisselende besluiten nemen. Goede voorlichting is onontbeerlijk, maatwerk moet mogelijk blijven. Bouwsteen W3 gerichtere inzet hulpmiddelen Het instellen van een hulpmiddelenpool samen met andere regiogemeenten wordt van harte ondersteund. Gebruikers moeten bewust worden gemaakt van welke mogelijkheden er zijn voor de bekostiging van hulpmiddelen en benadrukken dat eigen aanschaf voordelen kan bieden. Het verstrekken van gebruikte hulpmiddelen moet tot de mogelijkheden behoren. Waarom is het nodig om cliënten een mobiliteitsgarantie te verstrekken van 9 jaar? Onduidelijk is wat wordt verwacht van de MAR in participatietrede 3: gezamenlijk handelen in besluitvorming. De taak van de MAR is tenslotte alleen adviserend. Bouwsteen W4 Kritischer toewijzen begeleiding groep en begeleiding individueel Hier spelen criteria hoe Team voor Elkaar moet handelen een duidelijke rol.

Is het aspect van kostenbewust handelen niet een beperking van de gewenste hulpverlening? Niet de ernst/noodzaak van aanvraag wordt gewogen, maar gekeken wordt naar het aantal afgegeven beschikkingen. 4

Er wordt gewezen naar mantelzorgers: bekend is dat deze vaak niet opgewassen zijn tegen de zorgzwaarte en er in beperkte mate een beroep op gedaan kan worden. Bouwsteen W5 Voorliggende voorzieningen strategischer en doelmatiger inzetten In samenspraak met de SWB zal een werkplanning gemaakt moeten worden. Aangegeven moet worden wat de gevolgen zijn als er werkzaamheden wegvallen wat de alternatieven dan zijn. Het gevaar dreigt van ‘goedkoop is duurkoop’ en dat op termijn goedkope oplossingen duurder uit zullen vallen. Van de MAR wordt gevraagd om ideeën en alternatieven aan te dragen. De MAR zal zich daarover beraden in overleg met informanten en burgers. Onduidelijk is wat wordt bedoeld met het begrip ‘Welzijn op recept’. Beschikt de SWB over de benodigde deskundigheid m.b.t. de toe te voegen taken en GGZ in de wijk. Het aantrekken van deskundigen, dan wel het bijscholen van medewerkers brengt de nodige kosten met zich mee en zullen de bezuinigingen niet gehaald worden gelet op de meerkosten voor de SWB, een door de gemeente gesubsidieerde stichting. PARTICIPATIEWET De werkgroep Participatie vindt de te behalen doelen in het plan, de stappenplannen en het tijdspad erg ambitieus. Zij vraagt zich af of deze doelen in verhouding met de periode haalbaar zijn.

Bouwsteen P1 Incidentele kosten voor opstart Werkfit daadwerkelijk omzetten in structurele baten Bij deze is het zaak te zorgen dat er geen kosten gemaakt gaan worden. Dit vereist een zorgvuldige bewaking van de kostenbeheersing. Bouwsteen P2 Structurele tekorten op uitvoering Wsw en Participatiewet afbouwen Deze bouwsteen beoogt de structurele tekorten op uitvoering Wsw en Participatiewet af te bouwen. Vooraf en tijdens het proces zal de werkgroep MAR Participatie geconsulteerd worden. De werkgroep vindt dit een goede zaak. Ook het plan van klankbordgesprekken organiseren is een positieve ontwikkeling om zo het geluid te horen van de werkzoekenden en werknemers van Werkfit. Bouwsteen P3 De marge op detacheringstarieven onderzoeken en op termijn de detacheringstarieven aanpassen De haalbaarheid van de genoemde doelen moeten nog worden onderzocht. Het is goed deze intensief te blijven volgen en te monitoren. Bouwsteen P5 Door procesverbeteringen zonder extra informatie een 10% stijging van de instroom coronacrisis opvangen Dit blijft de werkgroep Participatie volgen. Tot slot vindt de werkgroep Participatie het een goede zaak dat alle mensen die betrokken zijn bij de uitvoering van deze plannen en/of aansturen zich bewust moeten blijven van de geformuleerde doelen.

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10051911/1