CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

(186) Bijlages van de motivering

Besluitvormende raadsvergadering 9 juli 2026, gemeente BrummenBij agendapunt: Vaststellen TAM-IMRO Wilhelminaschool locatie Graaf van Limburg Stirumplein 115.533 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

482207

LOS · ruimte maak je samen

Graaf van Limburg Stirumplein 1 Beeldkwaliteitsplan In opdracht van de Gemeente Brummen

2

LOS · ruimte maak je samen Laatst gewijzigd: 21/04/2026 LOS · ruimte maak je samen Nieuwe Linie 1-3, 5264 PJ Vught Tel: 073 - 7113770 info@losruimte.nl www.losruimte.nl

Inhoudsopgave 1 2

Inleiding Beeldkwaliteit omgeving

5 7

2.1

Ligging Brummen

7

2.2

Beeldkwaliteit omgeving

10

2.3

Architectuur Wilhelminaschool

12

3

Beeldkwaliteitsplan

14

3.1

Nota ruimtelijke kwaliteit Brummen

14

3.2

Bebouwing

15

3.3

Duurzaam gebiedsontwikkeling

25

3.4

Buitenruimte

26

3.5

Relatie met de omgeving

32

Afbeelding 1. Huidige situatie

4

1 Inleiding Het voornemen bestaat om de locatie van de voormalige Wilhelminaschool te herontwikkelen. Het schoolgebouw wordt gesloopt en maakt ruimte voor een appartementencomplex. Op dinsdagavond 27 mei 2025 vond er een inloopavond plaats waarbij de eerste denkrichting voor woningbouw is gepresenteerd aan omwonenden. Er was gelegenheid voor gesprek en het uitwisselen van ideeën en meningen. Tot 15 juni 2025 was er gelegenheid om reacties in te dienen. De inbreng wordt meegenomen in de verdere uitwerking van de plannen. Om tot verdere ontwikkeling te komen is er in december 2025 een TAM-omgevingsplan opgesteld. Als separaat onderdeel van het omgevingsplan is een beeldkwaliteitsplan nodig waarin nader ingegaan wordt op de gewenste beeldkwaliteit, uitstraling en architectuur van het appartementencomplex en directe omgeving. Dit beeldkwaliteitsplan wordt als bijlage toegevoegd aan het omgevingsplan en wordt gebruikt als kader voor de welstandstoetsing. Het beeldkwaliteitsplan bestaat uit de volgende onderdelen: • Hoofdstuk 2: Beeldkwaliteit omgeving • Hoofdstuk 3: Beeldkwaliteitsplan

5

at tra ses en

tph

Zu

Schoolstraat

plein

rum

Lim

Zutphensestraat

Am

bac

hts

tra

at

jst r

er

De

kke

ge ri

est

rst

Ze

me

raa

t

in

rge

rkt ple

Leliestraat

Bu

aat

6

Ma

f van

Graa

Sti burg

2 Beeldkwaliteit omgeving 2.1 Ligging Brummen Het plangebied ligt in het centrum van Brummen achter de Zutphensestraat aan het Graaf van Limburg Stirumplein. Het perceel is in de huidige situatie enkel toegankelijk voor langzaam verkeer via een voet-/fietspad. De ligging in het centrum en de voorzieningen maakt het gebied uitermate geschikt voor ouderen en starters. 7

Het perceel en de voormalige Wilhelminaschool is met de voorzijde gericht op het Graaf van Limburg Stirumplein en kijkt uit op 3 appartementencomplexen. Het perceel is verder volledig omsloten door tuinen en achterkanten van de woningen aan de Zutphensestraat. De locatie ligt hierdoor meer verscholen en voelt als een toevalligheid in het stedelijk weefsel. Het gebied ligt tussen twee verschillende sferen. De historische dorpse sfeer van de Zutphensestraat en de modernere sfeer van de 3 appartementen complexen in het groen, de ambachtstraat en de rest van de omgeving van het Graaf van Limburg Stirumplein.

Afbeelding 2. Bouwjaar panden

2.2 Bouwhoogten De woningen aan de Zutphensestraat bestaan voornamelijk uit woningen van één of twee bouwlagen met een kap. Opvallend is dat de klassieke historische bouw van de woningen geen standaard bouwhoogte van 3 meter per verdieping hebben, maar vaak juist hoger zijn. Zo is een woning met twee bouwlagen met kap al ruim 12 meter hoog. De drie appartementencomplexen aan het Graaf van Limburg Stirumplein hebben 3 bouwlagen met een plat dak en het appartementencomplex aan de Dekkerstraat heeft een bewoonbare kap in de 4e bouwlaag.

De meeste bebouwing heeft een kap alleen de modernere gebouwen hebben een plat dak, zoals ook de voormalige Wilhelminaschool. Het terrein van de vroegere Julianaschool en de gronden rondom het gebouw van de SWB worden herontwikkeld. Hier komen twee appartementencomplexen waarvan één appartementecomplex deels 4,5 en 5,5e bouwlaag hoog is en het andere complex 3 bouwlagen hoog is. De voormalige Wilhelminaschool is 2 bouwlagen met een plat dak. maar heeft een hogere verdiepingshoogte dan 3 meter. Waardoor het pand ongeveer net zo hoog is als de 3 appartementencomplexen aan het Graaf van Limburg Stirumplein

8

Afbeelding 3. Bouwhoogtes van de bestaande omgeving en het nieuwe ontwerp voor het Graaf van Limburg Stirumplein

+22.8

+9.5

+18.0 +18.0

+10.2 +19.7

+18.9 9

+9.5 +18.0

+10.1 +20.9 +17.5

+21.4 +22.4 +10.1 +19.6 +13.7

Afbeelding 4. AHN Hoogtekaart met op de kaart de verschillende hoogtes in NAP

2.3 Beeldkwaliteit omgeving De Zutphensestraat bestaat voornamelijk uit vrijstaande woningen en twee-onder-een-kapwoningen. Aan deze straat staan verschillende gemeentelijke- en rijksmonumenten. Het Graaf van Limburg Stirumplein bestaat vooral uit maatschappelijke functies zoals de SWB en bibliotheek met daarnaast appartementencomplexen of zoals in de Ambachtstraat winkels met daarbovenop appartementen.

5 3 2 4

Beide gebieden verschillen qua beeldkwaliteit, waarin de Zutphensestraat een traditionele, klassieke en dorpse sfeer heeft. De bebouwing aan het Graaf van Limburg Stirumplein heeft een meer moderne uitstraling. Het perceel ligt tussen deze twee sferen in.

10

Het bestaande gebouw van de voormalige Wilhelminaschool sluit qua beeld aan bij de meer moderne uitstraling van het Graaf van Limburg Stirumplein.

Afbeelding 5. Gemeentelijke en Rijksmonumenten

1

1

6

2

3

4

5

11

6

2.4 Architectuur Wilhelminaschool De voormalige Wilhelminaschool is ondanks zijn verscholen ligging een markant gebouw. Het gebouw heeft een rustige uitstraling door de eenvoud in architectuur met enkele bewust gekozen details. Het gebouw heeft een markante donkerblauwe dakrand, witte gevel en verfijnd, ritmiek in de gevelopeningen. Aan de voorzijde van het gebouw is het glas in lood juist aangezet in een donker kader, met daarnaast een klok met blauwe elementen aan de gevel. De entree van het gebouw is gemarkeerd met een blauwe luifel met een bijna volledig glazen gevel erboven.

12

Door de sobere architectuur, wit plijsterwerk en subtiele details heeft het gebouw een moderne en rustige uitstraling.

13

3 Beeldkwaliteitsplan In dit hoofdstuk wordt de gewenste beeldkwaliteit, uitstraling en architectuur van de bebouwing en bijbehorende gronden beschreven, Onderstaande thema’s worden toegelicht: • Bebouwing • Buitenruimte • Relatie met de omgeving

14

Kwaliteiten

3.1 Nota ruimtelijke kwaliteit Brummen De Dorpskwaliteitsgids Deel A Algemeen Gemeente Brummen (2025) en Deel B Dorpskwaliteitsgids Brummen (2015) bevat criteria voor bebouwing. In de dorpskwaliteitsgids is Brummen verdeeld in verschillende gebieden, waarvoor nadere gebiedscriteria gelden. Op de kwaliteitenkaart Brummen staat het perceel als geel aangeduid, onderdeel van het dorpscentrum. Hier zijn echter geen nadere gebiedscriteria voor opgenomen. Omdat het om een nieuwe ontwikkeling gaat willen we meer kunnen sturen op de kwaliteit van de bebouwing en aansluiting op de omgeving. Het beeldkwaliteitsplan is een gebiedsuitwerking voor deze locatie en is een aanvulling op de dorpskwaliteitsgids Brummen.

14.

Afbeelding 6. Kwaliteitenkaart Brummen. Bron: Dorpskwaliteitsgids Deel B Brummen (2025)

3.2 Bebouwing 3.2.1 Woningaantal en type woningen Op het perceel is ruimte voor maximaal 14 appartementen. De appartementen vallen in het sociale huursegment en zijn bedoeld voor kleinere huishoudens van 1 a 2 personen per huishouden. De helft van de appartementen is bestemd voor senioren, de andere helft voor overige kleine huishoudens. 3.2.2 Sfeer Het plangebied ligt op de overgang van de historische dorpse sfeer naar het modernere centrum. Het appartementencomplex dient aan te sluiten bij de moderne sfeer maar heeft een dorps karakter. Het nieuwe gebouw legt in zijn architectuur een verwijzing naar de voormalige Wilhelminaschool, zodat een herkenbare relatie met het verleden behouden blijft.

15

3.2.3 Bouwlagen en bouwhoogte Het appartementencomplex is verdeeld in 3 verschillende bouwhoogten. Aan de zijkanten is het complex maximaal 10 meter hoog, dan loopt de bouwhoogten naar het midden op naar maximaal 13 en 14 meter hoog. Het appartementencomplex bestaat aan de buitenkant uit 3 bouwlagen en in het midden uit 4 bouwlagen. De bouwlaag met een hoogte van 14 meter wordt zo compact mogelijk gemaakt. Door deze opbouw sluiten de buitenste zijden van het gebouw aan bij het huidige schoolgebouw en de 3 appartementencomplexen. Bergingen hebben een goothoogte van maximaal 3,5m en een bouwhoogte van maximaal 6 meter.

16

Afbeelding 7. principe bouwhoogte

3.2.4 Kapvorm Het appartementencomplex krijgt een zelfde kapvorm als de huidige Wilhelminaschool; een platte kap. Dit sluit ook aan bij de 3 appartementencomplexen met een plat dak. In de vormgeving van de dakrand kan worden aangesloten bij de kenmerkende afronding van de voormalige Wilhelminaschool. Afbeelding 9. principe kap met accent dakrand

17

Afbeelding 8. Dakrand Wilhelminaschool

Bron: Veluwonen

3.2.5 Bouwvolume en rooilijnen Het nieuwe appartemencomplex wordt langgerekter dan het bestaande complex. Hierdoor sluit het gebouw meer aan bij de 3 bestaande appartementencomplexen. De huidige Wilhelminaschool is als volume, met de vierkante bouwvorm en de ligging, eerder vergelijkbaar met het monument op de Zutphensestraat nr. 23. Het nieuwe gebouw sluit juist aan qua bouwvolume op de woningbouw aan het Graaf van Limburg Stirumplein.

Afbeelding 10. Principes rooilijn en bouwvolume

18

De gevelrooilijn van het complex ligt niet vast. Doordat het bouwvolume langgerekt is moet er een verspringing of insnijding in de gevel zitten. Het complex heeft anders een te strakke, harde wand. De verspringing in de rooilijn is minimaal 1 meter diep en maximaal 2,5 m. Dit maakt het bouwblok speelser, minder hard en optisch kleiner. Andere vormen om meer diversiteit in de gevel aan te brengen, zoals bijvoorbeeld een setback, worden aangemoedigd. Hierdoor wordt de schaal van het appartementencomplex vriendelijker.

19

Afbeelding 12. Bouwvlak en indicatieve bouwvolumes

Afbeelding 11. Voorbeelden van differentiatie in de gevel Insnijding / uitkraging

Setback

Verspringing gevel

3.2.6 Materialisering en kleur De gevel van het appartementencomplex bestaat uit baksteen. Hierbij zijn accenten in de gevel denkbaar in wit (gekeimd) baksteen, glas en/of baksteen. Verbijzonderingen zijn mogelijk als het ondersteunend is aan het concept van het complex.

20

De bestaande bebouwing in de omgeving bestaat voornamelijk uit lichte natuurlijke kleuren, hier moet het nieuwe gebouw op aansluiten. Het appartementencomplex heeft lichte natuurlijke aarde tinten in de gevel. Een deels witte gevel is ook voorstelbaar, als verwijzing naar de Wilhelminaschool. De kleur van de dakrand is (antraciet) donker.

Afbeelding 14. Kleurschema bakstenen

Het pallet straalt een modern maar dorps karakter uit wat aansluit op de bebouwing in de omgeving met als accent een verwijzing naar de Wilhelminaschool. Bergingen De buitenkant van de bergingen wordt uitgevoerd in hout of baksteen. De kleur van de baksteen sluit aan bij de kleur van de gevel van het appartementencomplex. Een houten berging kan licht of donker uitgevoerd worden.

Afbeelding 13. voorbeeld houten berging

Verbijzonderingen Om het karakter van het gebouw te versterken en aan te sluiten bij de dorpse sfeer in het gebied is verfraaiing van de gevel gewenst. Dit kan door verbijzonderingen zoals bakstenen details, het gebruik van verschillende kleuren en materialen, etc. De voormalige Wilhelminaschool dient als inspiratie voor de uitstraling van het nieuwe gebouw, zo wordt er een link gelegd met het verleden. Elementen hergebruiken en/of dezelfde soort materialen gebruiken wordt toegejuicht.

21

Elementen die tijdens de participatie benoemd zijn om te hergebruiken van de Wilhelminaschool: • Glas in lood raam • Klok • Vorm dakrand • Gedenksteen / ornament in de hal, met daarop de namen van de Brummense oprichters van de school

Afbeelding 15. Herkenbare elementen van de Wilhelminaschool: klok, glas in lood, witte gevel, opvallende dakrand

De voet van de gevel en/of de eerste bouwlaag van het gebouw dient subtiel af te wijken van de bovenbouw. Dit kan door een kleurnuance in de bakstenen en/of in het metselwerk. Details en/of moderne toevoegingen zijn subtiel. Het moet aansluiten bij de rustige, verfijnd dorpse uitstraling. Details sluiten aan bij het concept van het gebouw.

22

De locatie van de entree is ook aanleiding voor een verbijzondering in de gevel. Zo is de entree duidelijk herkenbaar. De vierde bouwlaag dient ook af te wijken van de onderste bouwlagen. Deze bouwlaag dient juist subtiel uitgevoerd te worden zodat de nadruk minder op de hoogte komt te liggen. Dit kan bijvoorbeeld door een afwijkende lichte gevelkleur en een sobere architectuur.

Afbeelding 17. Principe verbijzondering entree en eerste bouwlaag met afwjikende vierde bouwlaag Afbeelding 16. Voorbeelden subtiele afwijkende eerste bouwlaag en voet van de gevel

Afbeelding 18. Voorbeelden van verbijzondering entree en eerste bouwlaag 23

3.2.7 Technische installaties De technische installaties die op of aan het appartementencomplex worden geplaatst dienen ofwel uit het zicht van de openbare ruimte gehouden te worden, ofwel onderdeel uit te maken van de architectuur. In het laatste geval zijn ze niet direct herkenbaar als technische installatie. Installaties kunnen uit het zicht worden weggewerkt op het platte deel van het dak of als onderdeel van het gevelontwerp, door materialisatie en detaillering hierop af te stemmen. De installatie is onderdeel van de architectuur.

24

3.2.8 Groene gevels Een klimsysteem met klimplanten aan de gevel is voorstelbaar. Hierbij zijn vooral de gevels gericht op de bestaande achtertuinen het meest geschikt. Hierdoor wordt het eventuele aanzicht vanuit privé terrein op de appartementencomplexen zachter en groener. Een volledig groene gevel is niet passend binnen het dorpse karakter. De bergingen kunnen ook groen ingepast worden. Tussen de parkeerplaatsen en de bergingen is naar verwachting ruimte. Hier is er de mogelijkheid om door middel van klimdraden de bergingen groen in te pakken.

Bron: Nanda Sluijsmans

Afbeelding 19. Klimdraden met klimplanten

3.3 Duurzaam gebiedsontwikkeling In de gemeente Brummen zetten we in op vijf thema’s: • Energie en binnenklimaat • Klimaatadaptatie • Groen en ecologie • Circulariteit • Mobiliteit

Bron: Nanda Sluijsmans

We onderscheiden drie niveaus: • Moeten (wettelijk verplicht) • Kunnen (plusniveau wat realiseerbaar is) • ++ niveau vraagt inspanning Het streven is toepassen van niveau: kunnen voor alle vijf de thema’s. Daarnaast is het streven om voor één thema ++ niveau toe te passen. Voor verdere toelichting en voorbeelden zie beleidskader Duurzaam Ontwikkelen.

25

De gemeente Brummen daagt de bouwer/ontwikkelaar uit om de appartementencomplexen zoveel mogelijk duurzaam en/of natuurinclusief te bouwen. Voor duurzaam en/of natuurinclusief bouwen worden andere materialen gebruikt zoals kurk, myceleum, volledige houtbouw, groene gevels, etc. Wanneer duurzaam en/of natuurinclusief bouwen het uitgangspunt wordt voor de bebouwing, dan mag afgeweken worden van het beeldkwaliteitsplan. Er mag afgeweken worden van materiaalgebruik en kleur, wel blijven de verdere beeldkwaliteitsregels van de bebouwing gelden.

Afbeelding 20. duurzaam en/of natuurinclusief bouwen

3.4 Buitenruimte 3.4.1 Balkons, loggia’s en kleine tuinen De appartementen zullen worden voorzien van een loggia of bescheiden balkon. De balkons zijn onderdeel van het volume of vormen natuurlijke uitkragingen in de gevel. De balkons zijn geen losse op zichzelfstaande elementen aan de gevel. Balkons en loggia’s zijn ondergeschikt aan het bouwvolume. De balkons en eventuele dakterrassen zijn op elkaar afgestemd. De detaillering van de loggia’s en balkons dragen bij aan het moderne maar dorpse karakter van de gebouwen.

26

Balkons en loggia’s zijn enkel mogelijk aan de voorzijde van het complex. Een dakterras is enkel voorstelbaar wanneer inkijk bij de omwonenden wordt beperkt. In ieder geval moet de achterzijde afgeschermd worden met het oog op inkijk in de bestaande tuinen. Dit is voorstelbaar door een pergola, trellis of muur. Het dakterras met afscherming moet in lijn liggen met de balkons aan de voorzijde en mag niet verder uitsteken, zie afbeelding 27. Daarnaast moet het dakterras integraal mee-ontworpen worden met het gebouw.

Afbeelding 21. Balkons / loggia’s binnen bouwvolume of als natuurlijke uitkraging Afbeelding 22. Geen loss aanhangende balkons

Appartementen op de begane grond hebben geen balkon maar een terras dat net zo groot is als de bovengelegen balkons op de eerste en tweede verdieping. De tuin wordt omzoomd door een groene erfafscheiding.

Afbeelding 23. Groene inpassing van kleine tuin op de begane grond

Afbeelding 25. Balkons en loggia’s zijn onderdeel van het bouwvolume

Afbeelding 24. Geen grote losse aanhangende balkons

27

Afbeelding 26. mee-ontwerpen dakterras met een afgeschermde achterkant

3.4.2 Groene inpassing Het appartementencomplex is met de voorzijde gericht naar het park. Rondom het appartementencomplex komt beplanting zodat het gebouw met de voeten in het groen staat en aansluit bij het park. De zone rondom het appartementencomplex wordt ingericht als voortuin/siertuin. Zo wordt een zachte overgang gecreëerd van het gebouw naar de openbare ruimte.

Verharding wordt zoveel mogelijk beperkt.

Inpassing bergingen Waar mogelijk worden de bergingen ook groen ingepast. Afhankelijk van de beschikbare ruimte kan er onderbeplanting komen tussen de parkeerplaatsen en de bergingen. Tevens is het mogelijk om door middel van klimdraden met klimplanten de gevel van de bergingen groen in te pakken.

Aangrenzende private tuinen Verschillende achtertuinen grenzen direct aan het perceel. Er zijn al hogere erfafscheidingen aanwezig in de vorm van groen of een muur. Waar nodig wordt er een

3.4.3 Verwerking hemelwater Het hemelwater van de gebouwen wordt afgekoppeld, opgevangen en geïnfiltreerd op eigen terrein. Bij voorkeur wordt het water bovengronds opgevangen.

Op het perceel zijn enkele bomen aanwezig. Bestaande gezonde bomen worden waar mogelijk behouden en ingepast in het ontwerp. Wanneer dit niet mogelijk blijkt worden er nieuwe bomen aangeplant.

28

extra (groene) buffer gemaakt tussen de bestaande achtertuinen en het parkeerterrein. Zodat bewoners minder last hebben van eventuele inkijk. De groene buffer kan in de vorm van hogere beplanting zoals heesters of een haag. Mocht groen niet mogelijk zijn is een erfafscheiding in een meer gesloten vorm zoals een muur of schutting ook denkbaar.

Afbeelding 27. Voorbeelden van appartementen met een groene voet

Bron: Renson

29

Bron: Nanda Sluijsmans

3.4.4 Parkeren Parkeren wordt volledig op eigen terrein opgelost, ook het parkeren voor bezoekers. Er wordt gemotiveerd afgeweken van de parkeernota, in plaats van 16 parkeerplaatsen worden er 14 parkeerplaatsen gerealiseerd op eigen terrein. Zo is er meer ruimte voor een groene inpassing van het terrein. De parkeerplaatsen worden gebundeld in één grote parkeerkoffer van 14 parkeerplaatsen. Parkeerplaatsen worden bij voorkeur zo groen mogelijk uitgevoerd. Dit is door een open bestrating zoals grasbeton, met een duidelijke uitstapstrook. Wanneer groen parkeren niet mogelijk is worden de parkeerplaatsen uitgevoerd in klinkers. De uitvoering sluit dan aan op het materiaalgebruik in de omgeving.

3.4.5 Materialen De toerit is van (gebakken) klinkers en sluit qua beeld aan op de Burgemeester Dekkerstraat. Het is hierbij wel denkdbaar dat een andere tint steen gebruikt wordt zodat er een duidelijk contrast ontstaat met de rijbaan in de openbare ruimte. De voetpaden naar het complex worden uitgevoerd in tegels, zoals ook de rest van het centrum is uitgevoerd. 3.4.6 Verlichting De paaltoppen zijn dezelfde armaturen zoals in de rest van het centrum worden toegepast. Een verlichtingsplan bepaald uiteindelijk de specifieke aantallen en locaties van de paaltoppen. Gevelverlichting bij de appartementen behoort ook tot de mogelijkheden. 3.4.7 Afvalinzameling Afvalcontainers worden bij voorkeur in de berging opgelost of er kan wellicht gebruik gemaakt worden van de ondergrondse afvalcontainers in de omgeving.

30

Afbeelding 28. Voorbeeld open bestrating

Afbeelding 29. Lichtmast en bestrating rijbaan in centrum Brummen

31

3.5 Relatie met de omgeving 3.5.1 Oriëntatie en locatie ingangen Het appartementencomplex is georiënteerd op het park, de openbare ruimte.

32

De hoofdentree van het complex bevind zich aan de westzijde, voorzijde van het gebouw. Aan de achterzijde, gericht naar de parkeerkoffer is een 2e entree gesitueerd. De ontsluiting van de individuele appartementen gebeurt via een galerij aan de achterzijde van het gebouw. Aan de achterzijde van het complex wordt waar mogelijk rekening gehouden met eventuele inkijk bij bestaande woningen aan de Zutphensestraat. De precieze locatie van de entrees is afhankelijk van het ontwerp van het gebouw. Entree parkeerterrein De parkeerplaatsen zijn via een toerit aan de zuidzijde van het complex bereikbaar. Ook de bergingen worden via deze toerit ontsloten.

33

Afbeelding 30. Oriëntatie en locatie ingangen

LOS • ruimte maak je samen Nieuwe Linie 1-3, 5264 PJ Vught Telefoon: 073 - 7113770 info@losruimte.nl www.losruimte.nl

Brummen, Graaf van Limburg Stirumplein 1 Toets Ladder voor duurzame verstedelijking Gemeente Brummen

sab adviseurs in ruimtelijke ontwikkeling

29 augustus 2024, projectnummer 240231

sab adviseurs in ruimtelijke ontwikkeling info@sab.nl - www.sab.nl Disclaimer tekst Bij het samenstellen is de grootst mogelijke zorgvuldigheid nagestreefd. Toch kan de informatie in deze uitgave niet juist of onvolledig zijn. De Opdrachtgever is hiervoor niet aansprakelijk. Als u van mening bent dat er beeldmateriaal is gebruikt waarover u het beeldrecht heeft, neem dan contact op met de opdrachtgever via onze website of bovengenoemde adres. Copyright Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen, in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt worden in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch door fotokopieën of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.

Inhoudsopgave 1

2

3

Inleiding

3

1.1

Aanleiding

3

1.2

Het project

4

1.3

Leeswijzer

4

Toets Ladder voor duurzame verstedelijking

5

2.1

Stedelijke ontwikkeling

5

2.2

Verzorgingsgebied

5

2.3

Behoefte

7

2.4

Bestaand stedelijk gebied

12

Conclusie

14

1 Inleiding 1.1

Aanleiding Sinds 2012 maakt de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ onderdeel uit van het ruimtelijk beleid vanuit de Rijksoverheid. Het doel van de Ladder is het stimuleren van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en het bewerkstelligen van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, onder meer door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden, het bevorderen van vraaggerichte programmering en het voorkomen van overprogrammering. Met de Ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke besluiten nagestreefd. Een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet daarom altijd worden afgewogen en gemotiveerd. Daarbij moet een beschrijving worden gegeven van de behoefte aan de betreffende ontwikkeling. Indien de ontwikkeling buiten stedelijk gebied mogelijk wordt gemaakt, dient te worden gemotiveerd waarom de ontwikkeling niet binnen stedelijk gebied wordt voorzien. De Ladder is in de Omgevingswet terug te vinden in artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Het artikel luidt als volgt: 1 Dit artikel is van toepassing op een stedelijke ontwikkeling die bestaat uit de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is.

2 Voor zover een omgevingsplan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, wordt met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand in het omgevingsplan rekening gehouden met: a. de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling; en b. als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien. 3 Voor de toepassing van het tweede lid, onder b, wordt tot het stedelijk gebied niet gerekend een stedelijke ontwikkeling waarvoor: a. op grond van het omgevingsplan een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist; en b. nog geen toepassing is gegeven aan het tweede lid. 4 Als een omgevingsplan voorziet in de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet en de beoordeling van de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling betrekking heeft op de economische behoefte, de marktvraag of de mogelijke of actuele economische gevolgen van die vestiging, heeft die beoordeling alleen tot doel na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

3

De Ladder is opgenomen als een instructieregel voor het omgevingsplan, specifiek gericht op het beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed.

1.2

Het project Het voornemen bestaat om de Wilhelminaschool op het Graaf van Limburg Stirumplein 1 te herontwikkelen en hier een appartementengebouw met ruimte voor maximaal 14 appartementen bedoeld voor de sociale huursector te realiseren. De ontwikkeling is niet mogelijk binnen de kaders van het (tijdelijk) omgevingsplan, onder meer omdat ter plaatse geen woonactiviteiten kunnen worden uitgeoefend. Om die reden wordt een procedure doorlopen ter wijziging van het omgevingsplan. Bij het wijzigen van het omgevingsplan geldt als voorwaarde dat sprake moet zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Conform artikel 5.129g Bkl maakt een toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking hier onderdeel vanuit. Deze toets vindt in dit rapport plaats.

1.3

Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk volgt de toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Binnen de toets zal allereerst ingegaan worden of en waarom sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Vervolgens wordt het markt- of verzorgingsgebied bepaald. Daarna volgt de toets of de ontwikkeling voorziet in een kwantitatieve en kwalitatieve behoefte en wordt gekeken of de ontwikkeling binnen stedelijk gebied plaatsvindt. Hoofdstuk 3 bevat een eindconclusie als gevolg van de toets aan de Ladder.

4

2 Toets Ladder voor duurzame verstedelijking 2.1

Stedelijke ontwikkeling

2.1.1

Algemeen Allereerst moet de vraag worden beantwoord of sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Wat onder een stedelijke ontwikkeling wordt verstaan is in artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) opgenomen. Een nieuwe stedelijke ontwikkeling is volgens het besluit ‘een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’.

2.1.2

Toetsing Het voornemen bestaat om in totaal maximaal 14 nieuwe wooneenheden te realiseren. Relevant is of deze ontwikkeling is aan te merken als een nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in het Bkl. Bij de beantwoording van deze vraag moet volgens de Afdeling in onderlinge samenhang worden beoordeeld in hoeverre het project, in vergelijking met het voorgaande project, voorziet in een functiewijziging en welk planologische beslag op de ruimte de ontwikkeling maakt in vergelijking met het voorgaande project. Uit jurisprudentie 1 blijkt dat een woningbouwplan dat voorziet in de realisatie van maximaal 11 woningen binnen een dorpskern niet hoeft te worden aangemerkt als woningbouwlocatie of een andere stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro. Een woningbouwproject dat voorziet in de ontwikkeling van 12 woningen wordt daarentegen wel aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling 2. Gelet op het woningbouwprogramma van het project met maximaal 350 nieuwe woningen wordt gesteld dat er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.

2.1.3

Conclusie Gelet op het voorgaande is voorliggende ontwikkeling binnen het besluitgebied aan te merken als een nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 5.129g Bkl. Daarom is een toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen. Deze toets vindt in dit document plaats.

2.2

Verzorgingsgebied

2.2.1

Algemeen Wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling dient de behoefte aan de ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt te worden beschreven. De behoefte 1 Zie hiervoor de uitspraak van de ABRvS d.d. 16 september 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:2921). 2 Zie hiervoor de uitspraak van de ABRvS d.d. 25 maart 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:953).

5

dient te worden bepaald binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de ontwikkeling. De aard en omvang van de ontwikkeling zijn leidend voor het schaalniveau waarop de ruimtebehoefte moet worden afgewogen. Het verzorgingsgebied moet van geval tot geval worden bekeken en kan sterk verschillen per functie. 2.2.2

Toetsing De kwantitatieve en kwalitatieve vraag wordt mede bepaald door de omvang van het marktgebied. Het marktgebied verschilt per ontwikkeling en valt niet per se samen met de bestuurlijke regio. Een belangrijke indicator voor de omvang van de marktregio is het aantal verhuisbewegingen binnen en naar de betreffende regio of gemeente. Wanneer de verhuisbewegingen voor de gemeente Brummen worden geanalyseerd, blijkt uit gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dat bijna 40% van alle gevestigde personen in Brummen uit de gemeente zelf afkomstig is. Tabel: Totaal aantal verhuisbewegingen gemeente Brummen in 2023 Verhuisbewegingen Brummen

Aantal

Aandeel (%)

Binnen gemeente Brummen

737

39,2%

Vanuit andere gemeenten

1.055

56,2%

Vanuit het buitenland Totaal aantal verhuizingen

86

4,6%

1.878

100%

Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek. Tabel: Verhuisbewegingen naar Brummen naar herkomst in 2023 Gemeente

Aantal

Aandeel (%)

Brummen

737

39,2%

Apeldoorn

223

11,9%

Zutphen

137

7,3%

Rheden

84

4,5%

Arnhem

65

3,5%

Voorst

32

1,7%

Deventer

32

1,7%

Lochem

24

1,2%

Amsterdam

22

1,2%

Kampen

17

0,9%

Bronckhorst

16

0,9%

Elders

489

26,0%

Totaal

1.878

100%

Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek.

Daarnaast zijn er in eerste instantie vooral verhuisrelaties met de gemeenten uit de omgeving, zoals de gemeenten Apeldoorn, Zutphen, Rheden en Arnhem. Opvallend is dat Brummen, ondanks de geografische afstand, ook een relatief grote verhuisrelatie met Amsterdam heeft. Navolgende tabel laat de meest relevante verhuisbewegingen naar de gemeente Brummen vanuit andere gemeenten zien.

6

2.2.3

Conclusie Gelet op het voorgaande kan worden gesteld dat het verzorgingsgebied zich primair richt op de gemeente Brummen. Het voorliggende project voorziet niet in de toevoeging van woningen, waarvan een dusdanige aantrekkingskracht uit gaat, dat dit een significante hoeveelheid bewoners van buiten de gemeente zal trekken. Mede op basis van de kenmerken van het project is daarom met betrekking tot het verzorgingsgebied ook geen noemenswaardig grotere reikwijdte te verwachten dan de gemeente Brummen.

2.3

Behoefte

2.3.1

Algemeen Aangetoond moet worden dat de nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte binnen het markt- of verzorgingsgebied. Bij het bepalen van de behoefte is zowel de kwantitatieve als de kwalitatieve behoefte van belang.

2.3.2

Kwantitatieve behoefte Kwantitatieve huishoudensontwikkeling De vraag naar woningen wordt in belangrijke mate bepaald door de demografische ontwikkelingen. Voor de kwantitatieve woningbehoefte geldt dat het sterk afhankelijk is van de ontwikkeling van het aantal huishoudens. In de ABF Primos prognose wordt een prognose gemaakt van de verwachte huishoudensontwikkeling. Voor de gemeente Brummen geldt dat de komende jaren een groei van het aantal huishoudens wordt verwacht. Het aantal huishoudens neemt van circa 9.310 huishoudens in 2023 toe naar verwachting circa 10.000 in 2030 en 10.850 in 2050. Dit komt neer op een groei van circa 1.540 huishoudens richting 2050.

Huishoudensprognose gemeente Brummen tot 2050 (Bron: ABF Primos prognose 2023).

Woonagenda Cleantech Regio 2018 (en actualisatie bandbreedte) Op 11 september 2018 is de regionale woonagenda vastgesteld. Hierin wordt aangegeven dat er binnen de gemeente Brummen een geringe huishoudensgroei te verwachten is. Als gevolg hiervan zullen er extra woningen gebouwd moeten

7

worden om aan deze groeiende vraag te kunnen voldoen. Voor de gemeente Brummen betekent dat dat er voor de periode 2018-2027 ruimte is voor het toevoegen van extra woningen. Op 6 november 2020 is deze prognose bijgesteld in de ‘Actualisatie bandbreedte woningbouw Woonagenda 2018’. In de nieuwe prognose is er ruimte voor 850 woningen in de periode 2020 t/m 2030. Onderstaande tabel geeft de actualisatie van de bandbreedte per gemeente weer.

Actualisatie bandbreedte woningtekort per gemeente (Bron: ABF Research).

Hittekaart woningmarkt De afgelopen tijd is er in de media steeds meer aandacht voor de toenemende druk op de woningmarkt, voornamelijk in het Randstedelijk gebied. Zo is ook een ‘hittekaart’ van de woningmarkt 2024 verschenen.

Hittekaart van de woningmarkt 2024 met daarop Brummen globaal aangewezen met de blauwe pijl (Bron: BPD).

Een hoge score (rood is hoog, blauw is laag) op de hittekaart kenmerkt zich door hoge prijzen en/of veel huizenverkopen, maar ook een sterke (verwachte) huishoudensgroei. Amsterdam, Utrecht en Rotterdam zijn traditioneel gezien de meest populaire woonlocaties. Aangrenzende gemeenten kleuren rood mee, maar de hittekaart laat ook zien dat de vraag op de woningmarkt zich geleidelijk als een olievlek

8

uitbreidt van de Randstad richting de provincie. Brummen kent ook een groene score op de hittekaart, dus een matige druk op de woningmarkt. Regionale woondeal Regio Stedendriehoek 2022-2030 In de regionale woondeal wordt een doorvertaling naar gemeenten gemaakt van de afspraken tussen Rijk en provincie. De gemeenten zetten zich, in samenwerking met corporaties en marktpartijen, in voor de realisatie van de woningbouwopgave. Het gaat in de regio Stedendriehoek (exclusief gemeente Deventer) om de realisatie van in totaal 17.229 woningen in de periode tot en met 2030 als bijdrage aan de provinciale en nationale opgave, waarvan 73% betaalbaar en inclusief minimaal 36% sociale huurwoningen. De gemeente Brummen draagt hier aan bij met de bouw van circa 1.058 nieuwe woningen. Dit is circa 6,1% van de regionale woningbouwopgave. Daarvan behoren in totaal bijna 815 woningen tot de betaalbare woningen. Een belangrijke ambitie hierbij is dat de regio zich inzet om tot en met 2024 de plancapaciteit zoveel mogelijk om te zetten tot harde plannen. Woonagenda Brummen 2019-2023 In de woonagenda van de gemeente Brummen wordt de koers voor het woonbeleid uitgezet. De Woonagenda geeft de ambitie aan en vormt de wettelijke basis voor de Prestatieafspraken met de corporatie en de gemeentelijke ‘toezichtstaken’. In deze woonagenda ligt de nadruk op kwalitatief programmeren.

Verder is de woonagenda het kader voor de woningbouwprogrammering. Een eerste aanzet hiervoor is gegeven in de Woonagenda Cleantechregio 2018. Ook geeft deze regionale woonagenda richting aan het aantal te bouwen woningen in de periode 2018-2027. Voor Brummen zijn dat, naar de huidige inzichten, 700 nieuw te realiseren woningen. Hier wordt in de woonagenda aan vastgehouden. Conclusie Gelet op de positieve huishoudensontwikkeling binnen de gemeente Brummen, de kwantitatieve woonopgave van de regio en gemeente, de beoogde regionale/gemeentelijke versnellingsopgave en de druk op de woningmarkt in de regio, wordt geconcludeerd dat het plan past binnen de kwantitatieve woningbehoefte van het marktgebied. 2.3.3

Kwalitatieve behoefte Kwalitatieve huishoudensontwikkeling Naast de kwantitatieve behoefte, bepaalt ook de kwalitatieve behoefte de woningvraag. De kwalitatieve behoefte richt zich op doelgroepen, woningtypen, prijsklassen en dergelijke. Deze behoefte is sterk afhankelijk van de huishoudensopbouw qua samenstelling en leeftijd. In de Woonagenda Brummen 2019-2023 is de huishoudensontwikkeling naar samenstelling gegeven. De gemeente telde in 2018 9.030 huishoudens. Dit zijn ruim 3.100 huishoudens met kinderen, een kleine 2.600 alleenstaanden en 3.350 tweepersoonshuishoudens. Doordat het aandeel ouderen groter wordt, verandert de 9

samenstelling van de huishoudens. Zo is het aandeel gezinnen de afgelopen jaren afgenomen van 38% naar 34%. Deze daling wordt gecompenseerd door een toename van het aantal eenpersoonshuishoudens. De verwachting is dat het aantal eenpersoonshuishoudens verder toeneemt. Dit komt met name door de vergrijzing, waardoor mensen meer alleen achterblijven op hoge leeftijd. Daarnaast speelt mee dat men in andere gezinsverbanden leeft. Denk aan co-ouderschap. Er is potentie om nieuwe inwoners aan te trekken en daarmee de daling van het aantal inwoners te ‘dempen’.

Uit: Woonagenda Brummen 2019-2023

Verder wordt verwacht dat de extramuralisering zich voortzet. Ouderen blijven langer thuis wonen, voor kwetsbare doelgroepen wordt gestreefd naar een beschermd thuis in plaats van naar beschermd wonen. Daardoor blijven zij meer in de wijk wonen of stromen uit naar woonvormen en woningen in de wijken. Dit vraagt om extra inspanningen voor levensloopgeschikte woningen, alternatieve woonvormen en flexibele mogelijkheden voor mantelzorgers. Woonagenda Cleantech Regio 2018-2023 + addendum Naast de kwantitatieve afspraken die de gemeente Brummen in de Cleantech Regio heeft gemaakt, zijn er ook kwalitatieve afspraken gemaakt ten aanzien van woningbouwontwikkelingen. Zo maakt het behouden en versterken van de ruimtelijke kwaliteit in de regio een belangrijk onderdeel uit van de regionale woonagenda. Een speerpunt daarbinnen is bijvoorbeeld het vinden van oplossingen van ruimtelijke en maatschappelijke knelpunten door transformatie of sloop van leegstaand vastgoed. Op het gebied van wonen is vraaggericht bouwen met een rol van de consument in de ontwikkeling een van de richtinggevende principes binnen de regionale woonagenda. Meer specifiek wordt in de regionale woonagenda voor de gemeente Brummen benoemd dat ingezet wordt op uitnodigingsplanologie waarbij inbreiding in stedelijk gebied de voorkeur heeft.

Kwaliteit en het inzetten op woningen voor verschillende doelgroepen vormen daarbij speerpunten. Concreet bevat de regionale agenda een tiental richtinggevende principes:

10

Voorliggend initiatief sluit goed aan bij een aantal van de principes. Zo wordt met het initiatief een duurzame, wenselijke invulling gegeven aan een onbebouwd agrarisch perceel binnen de kern Eerbeek. Hiermee wordt bijgedragen aan het in evenwicht brengen van de woningvoorraad voor verschillende doelgroepen, waarbij oog is voor aspecten als leefbaarheid, duurzaamheid en bereikbaarheid. Tegelijkertijd wordt de verbinding met de omgeving en de groene kwaliteit binnen het projectgebied versterkt door het toevoegen van openbaar groen en het accentueren van de langzaam verkeer doorsteek tussen de Händelstraat en de Ringlaan. Tevens wordt voorzien in een mix aan typen woningen in verschillende prijsklassen, welke onder andere geschikt zijn voor starters en ouderen. Zo draagt dit initiatief bij aan het realiseren van meerdere regionale woonambities uit de regionale woonagenda. Woondeal Regio Stedendriehoek 2022-2030 In de Woondeal Regio Stedendriehoek 2022-2030 zijn afspraken gemaakt over de woningbouwprogrammering binnen de regio. Hiervoor is een aantal sleutelprojecten aangewezen en is per gemeente bepaald hoeveel zij zullen bijdragen aan het woningbouwprogramma. Voor de regio geldt dat er grote behoefte is aan betaalbare woningen.

De gemeenten van de regio zetten zich tot en met 2030 in voor de realisatie van in totaal 12.400 woningen in het betaalbare segment, dat is 72% van de regionale woningbouwopgave. Voorliggend project wordt volledig voor de sociale huursector gerealiseerd. Dit maakt dat invulling is gegeven aan het aspect betaalbaarheid. Woonagenda Brummen 2019-2023 In de Woonagenda wordt aangegeven dat de gemeente Brummen ernaar streeft om een gemeente te zijn met een vertrouwd dorps woonklimaat in een economisch vitale gemeente met een duurzaam en sociaal karakter. Waar het goed wonen is voor jong en oud, dankzij een gedifferentieerd aanbod van kwalitatief hoogwaardige woningen. Hierbij is het van belang dat het leefmilieu passend is bij de omvang van de kern. Verder wordt aangegeven dat in en rondom het centrum van Eerbeek nog verschillende locaties zijn die voor herontwikkeling in aanmerking komen. Door ruimte te geven aan passende nieuwbouw in Eerbeek kan de kern weer groeien en ook nieuwe inwoners aantrekken. Daarbij wordt expliciet aandacht gevraagd voor betaalbaarheid en levensloopbestendig bouwen. Geacht wordt dat

11

voorliggende ontwikkeling aansluit bij deze wensen in de woonagenda en de ambities die daarbij komen kijken. Routekaart Woningbouw & Doelgroepenverordening Brummen 2023 De gemeente Brummen heeft de ambitie om tot 2030 ongeveer 1000 woningen aan de bestaande woningvoorraad toe te voegen. Om de diversiteit en doorstroom te bevorderen geldt voor de nieuwbouw als uitgangspunt dat ten minste 30% van die woningen beschikbaar komt voor sociale huur en 35% voor goedkope en betaalbare koop en middenhuurwoningen. Deze ambitie is vastgelegd in de Routekaart Woningbouw waarbij de programmering is opgenomen in het toetsingskader volgens de spelregels 30-35-35. Met voorliggende ontwikkeling wordt tweederde van het programma uitgevoerd in het betaalbare segment. Ruim 40% van de ontwikkeling is beoogd voor het sociale huursegment. Dit maakt dat voorliggende ontwikkeling aansluit bij de ambities uit de Routekaart Woningbouw en de Doelgroepenverordening Brummen. Conclusie Gelet op de kwalitatieve huishoudensontwikkeling met bijbehorende woonwensen kan gesteld worden dat de ontwikkeling geschikt voor kleinere huishoudens zoals starters en ouderen passend is bij de kwalitatieve vraag binnen de gemeente. Verder ligt de locatie op een gunstige locatie nabij de voorzieningen in het centrum van Brummen. Dit maakt dat de ontwikkeling voorziet in een kwalitatieve behoefte van het marktgebied. 2.3.4

Conclusie De beoogde woningbouwontwikkeling voorziet in een behoefte van het marktgebied. Gelet op de positieve huishoudensontwikkeling en het tekort aan woningen om aan de vraag te voldoen maakt dat sprake is van een kwantitatieve behoefte. Daarnaast wordt geanticipeerd op de demografische ontwikkeling binnen de gemeente Brummen door onder andere in te zetten op woningen voor kleinere huishoudensgroepen. Verder zijn de woningen volledig in het sociale huursegment beoogd. Op deze manier wordt ingespeeld op de kwalitatieve woonvraag van onder meer starters, senioren en andere een- en tweepersoonshuishoudens. Ten slotte is de locatie binnenstedelijk en in de buurt van de voorzieningen in het centrum van Brummen. Dit tezamen maakt dat de ontwikkeling van het projectgebied voorziet in een kwantitatieve en kwalitatieve behoefte van het marktgebied.

2.4

Bestaand stedelijk gebied

2.4.1

Algemeen Nu is gebleken dat de ontwikkeling voorziet in een behoefte, moet worden aangetoond in hoeverre die behoefte binnen het bestaand stedelijk gebied van de betreffende regio kan worden voorzien door benutting van beschikbare gronden door herstructurering, transformatie of anderszins. Het Bkl definieert het bestaand stedelijk gebied als: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van 12

wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. Naast de criteria uit de definitie moeten de geldende planologische mogelijkheden ook betrokken worden bij het beoordelen of sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied. 2.4.2

Toetsing Het projectgebied ligt in de kern Brummen. Momenteel bevindt zich de leegstaande Wilhelminaschool op het perceel. De gronden hebben de enkelbestemming ‘Maatschappelijk’. De omgeving van het projectgebied wordt hoofdzakelijk gevormd door woningen in verschillende typologieën en centrumvoorzieningen zoals horeca en detailhandel. Aan de zuidzijde ligt het centrum van Brummen. Het projectgebied wordt aan alle zijden omsloten door stedelijke functies waardoor gesteld kan worden dat het besluitgebied zich bevindt binnen stedelijk gebied. Bovendien kan gezien de heersende functies in de omgeving van het projectgebied en het karakter van de beoogde ontwikkeling gesteld worden dat de voorgestelde ruimtelijke ontwikkeling op deze locatie past. Het appartementencomplex sluit qua aard en schaal aan bij de bebouwing rondom het projectgebied. Zo wordt een samenhangend geheel gerealiseerd welke past binnen de omgeving.

2.4.3

Conclusie Geconcludeerd wordt dat voorliggende ontwikkeling is voorzien binnen stedelijk gebied. Bovendien is gemotiveerd dat de voorgestelde ontwikkeling op deze locatie past. De geconstateerde kwantitatieve en kwalitatieve behoefte wordt dan ook gerealiseerd in stedelijk gebied.

13

3 Conclusie Op basis van het voorafgaande kan geconcludeerd worden dat de Ladder voor duurzame verstedelijking positief is doorlopen. De ontwikkeling voorziet in een behoefte die binnen stedelijk gebied kan worden voorzien. Dit tezamen maakt dat de ontwikkeling als haalbaar geacht wordt voor wat betreft de Ladder voor duurzame verstedelijking.

14

15

Graaf van Limburg Stirumplein 1, Brummen Akoestisch onderzoek geluid wegverkeer Gemeente Brummen

sab adviseurs in ruimtelijke ontwikkeling

30 juni 2025, projectnummer 240231

sab adviseurs in ruimtelijke ontwikkeling info@sab.nl - www.sab.nl Disclaimer tekst Bij het samenstellen is de grootst mogelijke zorgvuldigheid nagestreefd. Toch kan de informatie in deze uitgave niet juist of onvolledig zijn. De Opdrachtgever is hiervoor niet aansprakelijk. Als u van mening bent dat er beeldmateriaal is gebruikt waarover u het beeldrecht heeft, neem dan contact op met de opdrachtgever via onze website of bovengenoemde adres. Copyright Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen, in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt worden in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch door fotokopieën of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.

Samenvatting Aan het Graaf van Limburg Stirumplein 1 te Brummen wordt woningbouw beoogd ter vervanging van het daar bestaande schoolgebouw van de Wilhelminaschool dat niet langer in gebruik is. In totaal worden er maximaal 14 appartementen beoogd. Het voorgenomen plan is niet mogelijk binnen de huidige juridisch-planologische kaders. Om die reden is het doorlopen van een planologische procedure noodzakelijk om de ontwikkeling mogelijk te maken. In het kader van deze procedure is onderzoek noodzakelijk naar de geluidbelasting vanwege wegverkeer. Dit rapport is een uitwerking van dit onderzoek naar geluid. Onderstaande afbeelding laat de vertaling zien naar het akoestisch rekenmodel.

Op basis van dit onderzoek, waarbij is getoetst op de randen van de bouwvlakken, kunnen de volgende conclusies worden getrokken: Gemeentewegen Als gevolg van de omliggende gemeente- en waterschapswegen tezamen wordt de standaardwaarde van 53 dB Lden niet overschreden. De hoogste geluidbelasting bedraagt 44 dB aan de oostgevel van de beoogde ontwikkeling. Ten gevolge van geluid van wegen wordt voldaan aan het Bkl. Met de minimale gevelwering conform het Bbl wordt ook voldaan aan de binnenwaarde uit het Bbl. Vanuit het aspect geluid van wegen zijn er geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling.

Inhoudsopgave 1

2

3

4

5

Inleiding

4

1.1

Aanleiding

4

1.2

Ligging besluitgebied

4

1.3

Kaartbeeld

5

1.4

Doel van het onderzoek

6

Wet- en regelgeving

7

2.1

Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen

7

2.2

Gecumuleerd geluid

9

2.3

Binnenwaarde (gezamenlijk geluid)

10

2.4

Gemeentelijk beleid

10

2.5

Rekenmethodieken

10

Onderzoeksgegevens

11

3.1

Selectie van geluidsbronnen

11

3.2

Uitgangspunten en verkeersgegevens

11

Onderzoek

15

4.1

Toetsingskader

15

4.2

Geluidbelastingen

16

Conclusie

Bijlagen Bijlage A: Kaartbeeld omgevingsplan Bijlage B: Grafisch overzicht rekenmodel Bijlage C: Rapportage van het rekenmodel Bijlage D: Resultaten in tabelvorm

17

1 Inleiding 1.1

Aanleiding Op het perceel aan Graaf van Limburg Stirumplein 1 te Brummen, welke kadastraal bekend staat als ‘BMN01 G 4460’, is in de huidige situatie het schoolgebouw van de Wilhelminaschool aanwezig. De school is niet meer in gebruik. Het voornemen bestaat om het perceel te herontwikkelen, waarbij sloop-nieuwbouw is beoogd. In de huidige situatie is de school buiten gebruik. Er wordt anti-kraak in gewoond. Het voorgenomen plan is niet mogelijk binnen de kaders van het ter plaatse geldende omgevingsplan. Om die reden is het wijzigen van het omgevingsplan noodzakelijk om de ontwikkeling mogelijk te kunnen maken. In het kader van deze wijziging is onderzoek noodzakelijk naar de geluidbelasting vanwege wegverkeer. Dit rapport is een uitwerking van dit onderzoek naar geluid.

1.2

Ligging besluitgebied Het besluitgebied bevindt zich direct ten noorden van het centrum van Brummen -in de provincie Gelderland en ligt in het geluidaandachtsgebied van de 30 km/uur wegen Zutphensestraat, Graaf van Limburg Stirumplein, Burgemeester Dekkerstraat, Leliestraat, D.A. van Vuurenstraat en de Troelstralaan.

Topografische kaart met globale aanduiding ontwikkellocatie (in rood) (bron: openstreetmap)

4

Luchtfoto van de ontwikkellocatie (in rood)

1.3

Kaartbeeld Navolgende figuur geeft een uitsnede van het kaartbeeld vanuit de omgevingsplanwijziging voor onderhavige ontwikkeling. Het kaartbeeld is tevens opgenomen in bijlage A.

5

Digitaal kaartbeeld woningbouw Graaf van Limburg Stirumplein 1, Brummen (d.d. 20 mei 2025)

1.4

Doel van het onderzoek Om de ontwikkeling mogelijk te maken moet volgens afdeling 3.5 ‘geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen’ uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) akoestisch onderzoek plaatsvinden wanneer geluidgevoelige gebouwen geheel of gedeeltelijk binnen een geluidaandachtsgebied komen te liggen (artikel 3.18). Dit onderzoek heeft tot doel inzicht te geven in het akoestisch klimaat van de nieuwe geluidgevoelige gebouwen ten gevolge van de ter plaatse aanwezige geluidaandachtsgebieden van omliggende wegen. Dit maakt het mogelijk een veilige en gezonde fysieke leefomgeving te bereiken en in stand te houden.

6

2 Wet- en regelgeving 2.1

Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen

2.1.1

Geluidaandachtsgebieden Geluidaandachtsgebieden geven aan binnen welke zone de geluidnormering (de standaardwaarde) overschreden zou kunnen worden. Een nieuw geluidgevoelig gebouw 1 binnen een aandachtsgebied dient daarmee te worden onderzocht op mogelijke overschrijdingen. Ook bij een veranderde akoestische situatie voor bestaande geluidgevoelige gebouwen kan onderzoek nodig zijn. De bepaling van een geluidaandachtsgebied is afhankelijk van de juridische status van de bron. Als een geluidproductieplafond (GPP) is vastgesteld wordt gebruik gemaakt van de gegevens bij vaststelling daarvan. Wanneer er voor een bron geen GPP is vastgesteld wordt voor die bron uitgegaan van de gegevens welke als basis dienen voor vastlegging van de basisgeluidemissie (BGE), het referentieniveau van het geluid door lokale (spoor)wegen. Conform artikel 11.47 van het Bkl dient het verschil tussen de BGE en de geluidemissie gemonitord te worden voor wegen met een verkeersintensiteit van 4.500 of meer motorvoertuigen per etmaal en lokale spoorwegen, maar het is ook mogelijk om voor wegen met een lagere intensiteit het verkeer te schatten. Een GPP geeft aan hoeveel geluid is toegestaan op een geluidreferentiepunt. Met een GPP bewaakt het bevoegd gezag het geluid door een weg, spoorweg of industrieterrein.

Bij toelaten van een geluidgevoelig gebouw in het geluidaandachtsgebied is het geluid gelijk aan het geluid bij volledige benutting van het GPP. De breedte van het aandachtsgebied wordt bepaald op basis van een gridberekening, uitgevoerd zoals beschreven in de Omgevingsregeling. De rekenafstand van de gridberekening bedraagt, per bron: 5.000 meter voor rijkswegen en spoorwegen met geluidproductieplafonds; 3.500 meter voor provinciale wegen met geluidproductieplafonds; en 1.500 meter voor wegen en spoorwegen zonder geluidproductieplafonds. Voor een gezoneerd industrieterrein bestaat er geen maximale rekenafstand. Het geluidaandachtsgebied beslaat vervolgens een contour die gelijk is aan de standaardwaarde van de bron waarvoor de berekening uitgevoerd wordt. De geluidaandachtsgebieden van een locatie worden beschikbaar gesteld in de Centrale voorziening geluid gegevens (CVGG), echter op datum van schrijven zijn de geluidaandachtsgebieden nog niet bekend. Daarom wordt bij het bepalen van de te beoordelen lokale (spoor)wegen gebruik gemaakt van art. 17.5 Omgevingsregeling. Dit artikel betreft het overgangsrecht voor geluidaandachtsgebieden voor gemeentewegen, lokale spoorwegen en waterschapswegen. Hierin is bepaald dat (tot het vaststellen van de gegevens voor de basisgeluidsemissie) de volgende

1

Een (gedeelte van een) gebouw met een woonfunctie, onderwijsfunctie, gezondheidszorgfunctie met bedgebied of kinderopvang met bedgebied en nevengebruiksfuncties hiervan (art. 3.21, Bkl). Door de aanwijzing in het Bbl zijn de volgende gebouwen geen gebouw met woonfunctie: gevangenissen, hotels, asielzoekerscentra en recreatiewoningen.

7

geluidaandachtsgebieden gelden, waarbij aan weerszijden vanaf de rand van de weg of buitenste spoorstaaf van de spoorweg wordt gemeten: − voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken en een maximumsnelheid van 30 km/u of minder, geldt 100 m; − voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken waarvoor een onbekende maximumsnelheid van meer dan 30 km/u geldt, en een spoorweg, bestaande uit een of twee sporen, geldt 200 m; en − voor een weg bestaande uit drie of meer rijstroken en een spoorweg bestaande uit drie of meer sporen geldt 350 m. Hierbij geldt tevens dat wanneer een spoorweg is verweven met een gemeenteweg, het totaal aantal sporen of rijstroken wordt beschouwd. Voor provinciale en rijks(spoor)wegen worden de zones uit de voorheen geldende Wgh gehanteerd. 2.1.2

Standaard- en grenswaarde De standaardwaarde heeft als doel geluidhinder te voorkomen en te beperken tot aanvaardbare geluidniveaus. Maar ook voor het aspect geluid geldt dat wordt gekeken naar een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De aanvaardbaarheid van zowel geluidbelasting als geluidhinder is afhankelijk van de planologische context; in een woonwijk worden andere geluidniveaus aangetroffen en verwacht dan in een bruisend stadscentrum. Een overschrijding van de standaardwaarden kan daarmee door het bevoegd gezag acceptabel worden geacht en hoeft geen obstakel te zijn, zolang gemotiveerd kan worden dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Wel geldt dat in het Bkl een grenswaarde is opgenomen waarboven er doorgaans geen aanvaardbaar geluidniveau kan bestaan. Bij een geluidbelasting boven deze grenswaarde is de ontwikkeling niet zonder meer mogelijk. Navolgende tabel toont de standaard- en grenswaarde per geluidbronsoort in dB Lden. Dit is een maat ter bepaling van het gemiddelde geluid op een locatie over alle perioden van de dag (van 07:00 tot 19:00 uur, van 19:00 tot 23:00 en van 23:00 tot 07:00) binnen één jaar zoals omschreven in bijlage I, onder de richtlijn omgevingslawaai (Bkl, bijlage I). Standaard- en grenswaarden op geluidgevoelige gebouwen uit tabel 5.78t&u van het Bkl Standaardwaarde

Grenswaarde

in dB Lden

in dB Lden

Geluidbronsoorten Hoofd- en lokale spoorwegen

55

65

Rijkswegen en provinciale wegen

50

60

53

70

Gemeente- en waterschapswegen Industrieterreinen

50

55

40 Lnight

45 Lnight

Hierbij wordt per geluidbronsoort gelijktijdig getoetst aan alle relevante bronnen die ertoe behoren, de gecumuleerde waarde wordt beoordeeld. Gezien de standaardwaarde en de grenswaarde kunnen zich drie situaties voordoen:

8

Een geluidbelasting lager dan de standaardwaarde In deze situatie zijn volgens het Bkl geen nadere acties nodig om de geluidgevoelige gebouwen te realiseren. Een geluidbelasting tussen de standaardwaarde en de grenswaarde In deze situatie dienen bij voorkeur maatregelen te worden getroffen om de geluidbelasting terug te brengen tot een waarde die lager dan of gelijk aan de standaardwaarde is. Wanneer er overwegende bezwaren zijn van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke, technische of financiële aard, kan voor de geluidgevoelige gebouwen een hogere waarde worden toegestaan. Daarnaast is het bestaan van een geluidluwe gevel van belang om de gezondheid te beschermen indien een hogere waarde dan de standaardwaarde wordt toegestaan (art. 5.78ab, Bkl). Voor het toestaan van hogere waarden kan de gemeente in het omgevingsplan extra voorwaarden stellen. Tevens dient het gezamenlijk geluid op de gevel van het geluidgevoelige gebouw te worden vastgelegd in het omgevingsplan (art. 5.78ad, Bkl) ter bepaling van de karakteristieke geluidwering. Een geluidbelasting hoger dan de grenswaarde In deze situatie is de realisatie van geluidgevoelige gebouwen in principe niet mogelijk, tenzij geluidbeperkende maatregelen worden getroffen waardoor de geluidbelasting daalt tot een waarde lager dan of gelijk aan de grenswaarde.

Hier dient eveneens het gecumuleerde geluid te worden beoordeeld (art. 5.78ab, Bkl) en het gezamenlijk geluid te worden vastgelegd in het omgevingsplan (art. 5.78ad, Bkl).

2.2

Gecumuleerd geluid Bij overschrijding van de standaardwaarde zoals weergegeven in paragraaf 2.1.2 dient de aanvaardbaarheid van het gecumuleerde geluid op het geluidgevoelige gebouw te worden beoordeeld. Dit wordt berekend door het cumuleren van de geluidbronnen van de ter plaatse geldende geluidaandachtsgebieden (weg, spoorweg, industrieterrein). Daarnaast worden de volgende geluidbronnen hier bij opgeteld: − een luchthaven, wanneer het geluidgevoelig gebouw zich binnen de 48 dB Lden geluidcontour bevindt (of anders de 20 Kosteneenheden geluidcontour); − een windturbine of windpark, wanneer deze een geluidbelasting hoger dan 43 dB Lden veroorzaakt op het geluidgevoelige gebouw; − een civiele of militaire buitenschietbaan of militairspringterrein op een industrieterrein, wanneer deze een geluidbelasting hoger dan 50 dB B S,dan veroorzaken op het geluidgevoelig gebouw. De regels voor het komen tot een gecumuleerd geluid staan omschreven in artikel 3.25 van de Omgevingsregeling. Hierbij wordt geluid van elke bronsoort (weg, spoor, industrieterrein, windturbine en schietbaan) aan de hand van de hinderlijkheid van het geluid van desbetreffende bron genormaliseerd naar het geluid vanwege wegen. De totale gecumuleerde geluidbelasting geeft daarmee inzicht in de hinderlijkheid van het ter plaatse aanwezige geluid.

Het bevoegd gezag dient de aanvaardbaarheid van de geconstateerde geluidbelasting en daardoor veroorzaakte hinder te beoordelen. Indien

9

in het Omgevingsplan de hinderlijkheid nader wordt gekwalificeerd dient hieraan te worden getoetst.

2.3

Binnenwaarde (gezamenlijk geluid) Bij een overschrijding van de standaardwaarde dreigt ook een overschrijding van de binnenwaarde uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Bij verlening van een omgevingsvergunning voor bouwen wordt de binnenwaarde getoetst aan het Bbl. Het gezamenlijk geluid wordt gebruikt om de binnenwaarde van geluidgevoelige gebouwen te bepalen. Bij een overschrijding van de standaardwaarde wordt het gezamenlijk geluid bepaald. Het gezamenlijk geluid betreft de optelling van dezelfde geluidsbronnen als waarmee het gecumuleerde geluid wordt bepaald, maar zonder rekening te houden met de hinderlijkheid van het geluid. Bij geluidgevoelige gebouwen waarop hogere waarden gelden dan de standaardwaarde (zoals weergegeven in paragraaf 2.1.1) is aanvullend bouwakoestisch onderzoek noodzakelijk voor de bepaling van eventueel noodzakelijke gevelisolatie, zodat de binnenwaarde uit het Bbl gewaarborgd wordt.

2.4

Gemeentelijk beleid In het lokaal geldende omgevingsplan kan nader worden ingegaan op geluid door wegen, spoorwegen en/of industrieterreinen. Gemeente Brummen heeft geen lokaal beleid waar ze aan toetsen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17022965/2