(174) Landschappelijke inpassing
Tekst van het document
471331
LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSPLAN INDUSTRIEWATER EERBEEK B.V.
LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSPLAN INDUSTRIEWATER EERBEEK B.V.
Opdrachtgever: Industriewater Eerbeek B.V. Datum: oktober 2025 Status: definitief Ontwerpburo Bert Huls Zwarte Wegje 1 5062 AN Oisterwijk T: 013 5282884 E: info@ berthuls.com W: www.berthuls.com
Inleiding Aanleiding Industriewater Eerbeek (IWE) zuivert het overtollige proceswater van de drie Eerbeekse papierfabrieken, goed voor zo’n 4 miljoen m3 afvalwater per jaar (vergelijkbaar met de hoeveelheid afvalwater die een stad zo groot als Utrecht produceert). Duurzaamheid en respect voor de planeet staan daarbij voorop. Om ook in de toekomst verzekerd te zijn van voldoende kwalitatief water is er samen met de papier- en kartonfabrieken in Eerbeek en Loenen de afgelopen tijd gewerkt aan een innovatief circulair watersysteem ‘De Waterrotonde’. Met de Waterrotonde willen de fabrieken zorgen dat de grondstof grondwater voor 100% wordt gereduceerd. Met een gesloten watersysteem is onttrekking van grondwater namelijk niet meer nodig voor het dagelijkse productieproces. Om deze waterrotonde te kunnen realiseren is een uitbreiding van het bestaande waterzuiveringsterrein noodzakelijk. Hiervoor is een ontwerpbestemmingsplan opgesteld, welke inmiddels ook ter inzage heeft gelegen. De gronden waar de uitbreiding moet plaatsvinden zijn in de omgevingsverordenig is aangewezen als Nationaal Landschap. De verordening schrijft voor dat een omgevingsplan van toepassing hierop een beschrijving bevat van de wijze waarop rekening is gehouden met de in het plangebied aanwezige kernkwaliteiten.
1 6
23
4
Voorliggend landschappelijk inpassingsplan voorziet hierin. 5
Luchtfoto met uitbreidingslocatie rood omlijnd.
3
Een indruk van het terrein en omgeving
1 terrein met waterzuiveringsinstallatie
2 overgang richting Professor Weberlaan
3 overgang richting Professor Weberlaan
4 terrein met waterzuiveringsinstallatie
5 overgang richting Professor Weberlaan
6 terrein met open en gesloten randen
4
Beleidskaders Omgevingsverordening Gelderland Volgens de bij de omgevingsverordening Gelderland bijbehorende kaarten is het plangebied gelegen binnen het Nationaal Landschap en maakt het onderdeel uit van de Gelderse streek IJsselvallei. Bij nieuwe activiteiten of ontwikkelingen dient rekening gehouden te worden met de voor deze streek vastgestelde kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen. Onder kernkwaliteiten wordt verstaan de essenties van het landschap; de te behouden kenmerken waarmee de deelgebieden zich van elkaar onderscheiden. Deze kernkwaliteiten vormen de basis van de ruimtelijke kwaliteit en bepalen de identiteit van Gelderland. Ze zijn gebaseerd op de ruimtelijke opbouw van het historisch gegroeide landschap met de karakteristieken van de bodem en het watersysteem, de ecologie, ontginningsgeschiedenis, cultuurhistorie en verstedelijking. De ontwikkeldoelen geven aan wat wordt beoogd met versterking van de kernkwaliteiten. De provincie stelt dat een beschrijving moet worden gegeven van de wijze waarop rekening is gehouden met de in het plangebied aanwezige kernkwaliteiten. Uitgangspunt is dat alle ruimtelijke ontwikkelingen bijdragen aan de versterking van de kernkwaliteiten van de Gelderse streken. Zowel de kernkwaliteiten als bijbehorende ontwikkeldoelen zijn geformuleerd op het schaalniveau van de provincie.
Vanuit deze provinciale abstractie zijn kwaliteitsgidsen per streek opgesteld waarin concreter en meer gelokaliseerd wordt ingegaan op de kernkwaliteiten, aangevuld met preciezere ontwikkeldoelen en ontwerprichtlijnen.
Aanduiding Nationaal landschap in groen uit de omgevingsverordening provincie Gelderland.
5
Beleidskaders
LANDSCHAPPELIJKE KARAKTERISTIEK
OPENHEID, BESLOTENHEID & RUIMTEBELEVING
K E R N K WA L I T E I T E N
K E R N K WA L I T E I T E N
Streekgids IJsselvallei
Flauwe gradiënt tussen stuwwal en IJssel
het Apeldoorns Kanaal ontwikkelde. Papierfabriek de
Overwegend halfopenmaar landschap De lijn is nog aanwezig, wordt enkel in de zomer-
Landschappelijke bakens
Het gebied kent een geleidelijk verval van 5-15m tussen
Middelste Molen is één van de overgebleven fabrieken.
Het gebied kent een en diversiteitals aan opgaanmaanden gebruikt doorveelheid oude locomotieven toeristi-
De bakens in het landschap worden gevormd door de
de bosrand op de stuwwal en de IJssel. De ondergrond
Het Apeldoorns Kanaal was een impuls voor de in-
de landschapselementen, als lanen, erven en bosjes. sche attractie.
kerktorens van de dorpen, enkele molens en de schoor-
wordt gevormd door een afwisseling van dekzandrug-
dustrie in het gebied. Langs het kanaal ligt industrieel
Tussen Eerbeek en Brummen is het gebied erg beslo-
stenen van oude fabrieksterreinen. Het bakeneffect
gen, smeltdalen, laagtes en brede oeverwallen langs de
erfgoed in de vorm van fabrieken en sluiscomplexen.
ten door de bossen van de vele landgoederen die hier
van deze objecten is echter niet zo groot als in andere
IJssel. Het gebied wordt doorsneden door een aantal
Tussen Dieren en Apeldoorn loopt het historisch
liggen.
gebieden door het halfopen landschap.
treinspoor van de Veluwse Stoomtrein Maatschappij.
Het gebied staat sterk in contrast met het open land-
De streek- of kwaliteitsgids maakt geen deel uit van de verordening, maar heeft west-oost stromende sprengbeken die hun brongebied in of streekeigen bij de dorpen of invormgeving het bos op de stuwwal hebben. als doel te sturen en te inspireren op een goede en in-
schap van de overstromingsvlakte van de IJssel.
passing van ruimtelijke ontwikkelingen en initiatieven devan Provincie Gelderland. Herkenbare in reeks landschappen op de overgang
Uiterwaardenlandschap Oeverwallenlandschap Essen Kampenlandschap Natte heide- en broekontginningen Hooiontginningen Droge heide- en bosontginningen Bos Landgoederenlandschap
van stuwwal naar rivier Van Coldenhoven tot Cortenoever (van Veluwemassief
tot uiterwaard): het oostzijde gebied heeft een De streek IJsselvallei ligt tussen de rivier de IJssel aan de engrote de diversibebosteit aan landschappen op een relatief korte afstand
te stuwwal van de Veluwe aan de westzijde. De locatie waarop uitbreiding van elkaar. De dorpen op dede rand van de stuwwal zijn omgeven door grote escomplexen en uitlopers van het voorzien is maakt deel uit van deelgebied de Zuidelijke Flank. bos. In het kwelrijke gebied tussen Veluwe en IJssel
liggen de natte heide- of broekontginningen met een regelmatige verkaveling. In de historische dalen van de
De kwaliteiten van toepassing op het projectgebied worden aan de hand van de Loenensche beek liggen hooiontginningen met lange
A.
B.
haaks op de beek. volgende vier thema’s beschreven, hiernaast kavels op kaart verbeeld.
en IJssel Van oudsher vormen de akkers en bouwvelden van de dorpen op de flank van de stuwwal en op de hogere delen van de oeverwal open ruimtes in het overwegend besloten landschap. Deze open ruimtes zijn nog deels aanwezig, al is het contrast tussen de twee minder sterk geworden.
Papierfabriek de Middelste Molen langs het Apeldoorns Kanaal Het tracé van de Veluwse Stoomtrein Maatschappij
Open hooiontginningen De natte hooilanden in de lage dalen van o.a. de Loenensche beek waren historisch niet geschikt om
Op de overgang naar de overstromingsvlakte van de
1. De landschappelijke karakteristiek
in te wonen en er kon enkel gras verbouwd worden.
IJssel ligt een reeks van dorpen en een hoge dichtheid
A.
2. Openheid, beslotenheid & ruimtebeleving
aan landgoederen.
kleinschalige omgeving. De hooiontginningen zijn nog
3. Ordenende structuren
Industrieel erfgoed
4. Stad-land relatie
STAD-LANDRELATIES lens worden gebouwd. Door de beken op te leiden en
ORDENENDE STRUCTUREN gelegen open overstromingsvlakte van de IJssel
kleine stuwmeertjes te maken, werd er een waterval
Vanuit het gebied zijn de beboste stuwwallen van de
steeds herkenbaar als meer open gebieden. B
B. C. D. E.
I. II. III.
gecreëerd waarmee een molen kon worden aangedre-
Veluwe zichtbaar vanaf hoge plekken in het landschap. K E Rde N Krand WA Lvan I T Ehet I T Egebied N Aan zijn er ook zichten op de
de papierindustrie, die zich bij de molens en langs
lager gelegen overstromingsvlakte van de IJssel.
Geclusterde verstedelijking langs Veluwe en IJssel
Van west naar oost stromende sprengenbeken
met hiertussen groene wiggen
Het gebied wordt doorsneden door een aantal beken,
EII EIII
D
B
de aanliggende dorpen. Tussen deze nu middelgrote kernen liggen waardevolle groene wiggen.
die in één keer doorlopen van het Veluwemassief
2. Openheid, beslotenheid & ruimtebeleving, aangeduidStreekgids als kleinschalig, Ruimtelijke Kwaliteit & Landschap | IJsselvallei - 65
verbonden door een dorpenweg. Deze kernen kennen
naar de IJssel. Langs deze beken liggen kleinschalige
halfopen landschap.
een lichte stedelijke ontwikkeling. Tussen de dorpen
ecologische verbindingen. De beken waren ook vaak
liggen groene wiggen met landgoederen, beekdalen en
de drager voor cultuurhistorische structuren, zoals de
kleinere buurtschappen.
landgoederen en de papierindustrie. De meeste wegen
64 - BoschSlabbers Langs de flank van de Veluwe ligt een reeks dorpen,
1. De landschappelijke karakteristiek, aangeduid als kampenlandschap.
A
EI
Zichten op het beboste Veluwemassief en de lager
K ERN WA L I T E I T E N ven. DeK watermolens waren lange tijd belangrijk voor
C
Besloten landgoederenzone tussen Eerbeek en Brummen Open escomplexen op de flank van de Veluwe Open essen en bouwlanden op de oeverwal van de IJssel Open hooiontginngen rond de Loenensche beek Natte (half open) natuurgebieden met opgaande struwelen Beekbergerwoud Empense en Tondense heide Lampenbroek
Hierdoor vormden ze open ruimtes tussen de meer
A
Langs de sprengbeken konden van oudsher watermo-
Besloten landschap (Bos/Bebouwing) Kleinschalig, halfopen landschap Grootschalig, open landschap Panorama, uitzicht Waardevol open gebied Landschappelijk baken Waterlopen Dijken Reliëfvormen
Open escomplexen rondom de dorpen langs Veluwe
volgen ook de richting van de beken. Zachte, groene stads- en dorpsranden De dorpsranden zijn veelal zacht en diffuus in de van bebouwing en oude beplantingsstructuren die zijn opgenomen in de stedenbouwkundige uitbreidingen. Recreatieve voorzieningen en netwerken aan de oostzijde van de dorpen De recreatie in het gebied is vooral georiënteerd op de Veluwe en haar bosrand. Men vindt hier grote recreatieparken en recreatieve voorzieningen. De spoorlijn van de Veluwsche Stoomtrein Maatschappij rijdt in de zomermaanden tussen Apeldoorn en Dieren en vormt
A.
een belangrijke toeristische attractie in het gebied. Richting het oosten en de IJssel neemt de grootschaligheid van de recreatie af, maar vormt het landschap nog steeds een aantrekkelijke omgeving voor fietsers
Beplant Apeldoorns Kanaal als structurerend element
Bebouwing Bedrijventerrein/Industrie Stedelijk dynamische zone Kwalitatieve stadsrandzone Stadsrandzone met kwaliteitsopgave Bos Infrastructuren Waterlopen Dijken als recreatieve as Historisch stadscentrum Toeristische attractie Recreatiehaven Veerpont
oevergang naar het landschap, door de kleine korrel
B. C.
en wandelaars. D.
Geclusterde verstedelijking langs de Veluwe en IJssel met groene wiggen ertussen Zachte groene stadsranden Grootschalige recreatieve voorzieningen vooral georiënteerd op de Veluwe Het tracé van de Veluwsche Stoomtrein Maatschappij
Waterlopen Dijken Reliëfvormen Bos Landgoederen Gelders NatuurNetwerk en Groene Ontwikkelingszone Cultuurhistorische structuren Infrastructuren
Het Apeldoorns Kanaal volgt de hoogtelijn langs de stuwwal van de Veluwe. Het kanaal is stevig aangeplant en vormt eenAsterke lijn in het landschap. Het verbindt divers industrieel erfgoed en cultuurhistorische ensembles van sluizen, bruggen en bebouwing met elkaar en vormt de drager van historische, maar ook hedendaagse ontwikkelingen. De noord-zuid lopende reeks van landgoederen op de rand van de overstromingsvlakte A
Op de overgang van het zandlandschap naar de overstromingsvlakte van de IJssel ligt een reeks landgoederen dieBsamen een sterk beeldbepalend effect D
hebben op het landschap. Met de vele bossen, lanen en
A. I II III IV V B. C.
weilandjes is een landgoederenlandschap ontstaan. D. C
De dorpenweg op de flank van de Veluwe De dorpen Dieren, Laag-Soeren, Eerbeek en Beekbergen vormen een ketting langs de flank van de Veluwe. De historische weg tussen deze dorpen vormde
E. I II III
De west-oost stromende beken met als belangrijkste: Voorsterbeek Oekense beek Rhienderensche beek Leuvenheimse beek Soerense beek Het beplante Apeldoorns Kanaal De noord-zuid lopende reeks van landgoederen De dorpenweg op de flank van de Veluwe Natte natuurgebieden Beekbergerwoud Empense en Tondense heide Lampenbroek
AII C A
III
AI
AIV
AV
EII EIII B
D
EI
een belangrijke verbinding naar het zuiden. De weg heeft een impuls gegeven aan de ontwikkeling van
3. Ordenende structuren, aangeduid als stedelijk dynamische zone. Streekgids 66 - BoschSlabbers Ruimtelijke Kwaliteit & Landschap | IJsselvallei - 67
4. Stad-land relatie, niet direct van invloed. Projectgebied in de nabijheid van (B) het beplante Apeldoorns Kanaal, bos en het Gelders NatuurNetwerk.
6
Beleidskaders Landschapsbeleidsplan Brummen 2008 De gemeente Brummen heeft in 2008 een landschapsbeleidsplan opgesteld, bedoeld als hulpmiddel om toekomstige ontwikkelingen in goede banen te leiden. Voor de gemeneente Brummen is de groene kwaliteit het vertrekpunt; het is dé identiteitsdrager van de gemeente. Het beleid is gericht op het behouden van de bestaande groenblauwe kwaliteiten en dat nieuwe ontwikkelingen bijdragen aan de versterking hiervan. Het landschapsbeleidsplan benoemt de ambities en dient als inspiratie- en toetsingskader. Gekeken naar het landschapsbeleidsplan bevindt het projectgebied zich in deelgebied de Veluweflank. Dit deelgebied wordt gekenmerkt doordat het de overgang vormt tussen het beboste Veluwemassief en de lager gelegen open ontginningsvlakten ten oosten van het Apeldoorns Kanaal. In het gebied tussen Eerbeek en Hall wordt het landschap bepaald door grotere aaneengesloten bosdelen en een afwisseling aan groenstructuren, een zogenaamd kampenlandschap. Het oorsponkelijk kleinschalige landschap is in de loop der jaren gedeeltelijk verloren gegaan. In de visie die voor dit gebied is opgesteld staat dat ruimte wordt geboden aan nieuwe ontwikkelingen die samen gaan met een versterking van de natuur. Daarnaast is voorgesteld om het gebied meer als eenheid herkenbaar te maken.
Dit kan bereikt worden door het toevoegen van landschapselementen, waarmee de kleinschaligheid en beslotenheid versterkt wordt. Het plaatselijk toevoegen van lijn- en vlakvormige groenstructuren draagt bij aan een geleidelijke overgang tussen bosgebied en het open agrarisch gebied, wat een positief effect heeft op de migratie van flora en fauna, met name dassen, reeën en edelherten profiteren hiervan. De gemeente stimuleert initiatieven die een bijdrage leveren aan het realiseren van de doelen, in het bijzonder wanneer bijgedragen wordt aan (relevant voor de omgeving van het projectgebied): -
het versterken van de laanstructuren langs wegen;
-
het versterken van de bossen of aan de verhoging van natuur- en belevingswaarden van het bos;
-
bijdragen aan de schaalverkleining d.m.v. kavelbeplantingen, vogelbosjes, struweelhagen, knip- en scheerhagen, houtsingels- en wallen;
-
recreatief medegebruik mogelijk maken. Uitsnede huidige karakteristiek en visie Veluweflank Bron: Landschapsbeleidsplan 2008 Gem. Brummen
7
Landschap door de jaren heen Om te kunnen bepalen op welke passende wijze het toekomstige landschap zich kan gaan ontwikkelen is gekeken naar manier waarop het zich de afgelopen decennia heeft ontwikkeld. Het projectgebied is gelegen op de grens van de oude ontginningen en bossen in het droge zandgebied, de enken van het essenlandschap, en de jonge ontginningen (kampenlandschap) aan de noordkant. Huis te Eerbeek ligt precies op die overgang tussen de voormalige Noorder Enk en Molen Enk aan de zuidkant en het voormalige heidegebied (Halsche Heide) aan de noord kant. Juist die ligging op die overgang, de gradiënt zone, biedt kansen voor de ontwikkeling van het landschap. De eerste lijnen van de heideontginningen die hebben plaatsgevonden worden op oude kaarten zichtbaar vanaf de tweede helft negentiende eeuw. Bij de ontginning van de heide ging men rationeel te werk. Dit is te zien aan de rechte lijnen: zo veel mogelijk rechte wegen en rechte percelen. Beken en sloten vormen vaak de kavelgrens. Grasland en bouwland komen beide veel voor. Er zijn in het heideontginningslandschap vaak nog onverharde wegen te vinden, waar de Professor Weberlaan een mooi voorbeeld van is. Het landschap is in de loop
Situatie anno 1950
Situatie anno 1975
Situatie anno 2000
Situatie anno 2023
der jaren veranderd, maar heeft in de omgeving van het projectgebied aardig zijn karakter weten te behouden.
Potentieel natuurlijke bosgemeenschap De bodem ter plaatse bestaat uit veldpodzolgronden; grof zand Hn30 met grondwaterrtap 6 (GHG 40-80cm GLG >120cm). Op deze gronden komt van nature de droge variant van het Berken-Zomereikenbos tot ontwikkeling.
8
Opgaven Als gevolg van de ontwikkeling dienen er verspreid over het projectgebied enkele houtopstanden gekapt te worden. Het grootste deel is in het Natuurbeheerplan aangewezen als droog bos met productie (N16.03). Voor het kappen van bomen en struiken in deze omvang geldt een meldings- en herplantplicht. Laatst genoemde schrijft voor dat een oppervlakte gelijk aan de kap (op een bosbouwkundig verantwoorde manier) moet worden terug geplant. Nevenstaande kaart laat op basis van gegevens uit het natuurbeheerplan en de basisregistratie grootschalige topografie zien om welke delen het gaat. Ten aanzien van de bomenrij waar eerder in de QSFF over werd gesproken is besloten deze te verplanten. Om deze reden niet meegenomen in het overzicht. ca. oppervlak te kappen houtopstand o.b.v. BGT*
2.045 m2
ca. oppervlak te kappen houtopstand o.b.v. NBP**
3.261 m2
ca. oppervlak te kappen houtopstand overig
1.061m2
ca. oppervlak te verplanten houtopstand
n.v.t.
ca. oppervlak te kappen/ herplanten
6.367 m2
* Basisregistratie Grootschalige Topografie ** Natuurbeheerplan
Overzicht oppervlakte te kappen houtopstanden.
9
Landschappelijke inpassing Uitgangspunten De landschappelijke inpassing is gemaakt voor het hele gebied tussen de
De ponyclub kan ook in de toekomst nog steeds, indien gewenst, gebruik
waterzuivering en de Professor Weberlaan. Met de Kanaalweg aan de westkant
maken van haar terrein. In dit inrichtingsplan is op de erfgrens gekozen voor
als begrenzing en het Apeldoornseweg aan de oostkant. Vanuit de verschillende
lage veldhagen in combinatie met een afrastering van palen met draad.
visies, waar dit gebied onderdeel van is, zijn duidelijk ambities en richtlijnen
Omwonenden, wandelaars en fietsers behouden over deze veldhagen heen hun
geformuleerd voor de landschappelijke ontwikkeling van dit gebied. De dialoog
uitzicht op het gebied. Maar tussen de veldhaag en de afrastering zijn ondiepe
met de omgeving heeft in ieder geval duidelijk gemaakt dat het merendeel van
greppels voorzien die afstand creëren zodat in geval van beweiding het vee net
de aanwonenden en omwonenden er een groot belang aan hechten dat de
aan de hagen kan vreten. Maar de combinatie van gemengde haag met greppel
waterzuivering niet zichtbaar is. Maar enkelen bewoners willen juist ook vanuit
en een draadafrastering ervoor zorgt dat wild ongehinderd kan passeren én is
hun woning uitzicht en vergezicht behouden.
bovendien ecologisch van betekenis. De veldhaag mag niet te hoog worden; daarom moeten de hagen jaarlijks geschoren worden zodat het zicht op de
Om dat te bereiken is een robuuste landschappelijke inpassing noodzakelijk
weilanden mogelijk blijft.
maar met behoud van zichtlijnen. Daarnaast is ook duidelijk geworden dat herinrichting kansen biedt om met gebruik van de oorspronkelijke
De droge greppels krijgen een flauw talud en zijn interessant voor doelsoorten
landschapselementen, met bijhorende beplanting, de ruimtelijke kwaliteit
zoals das, bijen, vlinders en amfibieën. De hagen en de bosstroken zijn van
te vergroten. En daarmee een bijdrage levert aan de ambities zoals die in
belang voor vogels. Het kruidenrijk grasland met de laagtes en de zandbulten
verschillende plannen en visies benoemd zijn. En dat geldt ook voor de
zijn daarentegen belangrijk voor insecten zoals bijen, vlinders en kevers.
ecologische potenties van dit gebied. Op basis van deze uitgangspunten, en zoveel als mogelijk, rekening houdend met de omgeving is dit inpassingsplan tot
De boomgroepen (clumbs) in de graslanden worden geplant t.b.v. vogels en
stand gekomen.
vleermuizen maar ook voor het microklimaat op de onderliggende grasbodem. Op een aantal plekken worden houten veldhekken aangebracht die toegang geven tot de verschillende graslanden.
Inrichting
In dit ontwerp is nadrukkelijk rekening gehouden met de zichtwensen
De Professor Weberlaan, een bestaand zandpad met aan beide kanten platanen
van de bewoners aan de Professor Weberlaan. Maar dit plan is nog geen
als laanbeplanting. Deze laan is een belangrijke ruimtelijke drager in dit plan.
uitvoeringsplan. In de uitwerking zal uiteindelijk maatvast het plan zijn vorm
Het is de historische ontsluiting van Huis ter Eerbeek en heeft door zijn bomen
krijgen inclusief een gedetailleerd beplantingsplan. Zeker zo belangrijk is dat bij
een monumentaal karakter. De ruimte tussen dit zandpad en de waterzuivering
dat beplantingsplan ook een beheerplan gemaakt wordt zodat onderhoud en
is door middel van verschillende landschappelijke bouwstenen onderverdeeld in
beheer worden afgestemd op de oorspronkelijke uitgangspunten en het beoogde
kleinere open ruimtes omsloten door groen; een structuur zoals die van oudsher
eindbeeld.
op deze Veluweflank aanwezig was. Ten aanzien van de herplant plicht, waarbij de oppervlakte van de herbeplanting Robuuste groenmassa’s gaan de waterzuivering aan het oog onttrekken. De
ten minste even groot moet zijn als de oppervlakte van de gevelde houtopstand
‘clumbs’ van bomen zorgen voor een extra gelaagdheid waardoor groene ruimtes
kan geconcludeerd worden dat daar ruimschoots aan voldaan wordt. Het totale
ontstaan met een eigen karakter. De beplanting is streekeigen en door het hoge
oppervlakte van de nieuwe groenstructuur bedraagt ca. 14.200 m², waarbij de
percentage wintergroene hulst dat wordt toegepast zal het groen uiteindelijk een
clumbs van bomen, veldpoelen en bomenrij niet zijn meegerekend.
dichte groene buffer tussen weiland en waterzuivering gaan vormen.
10
Landschappelijke bouwstenen
alw
eg
Landschappelijke bouwstenen:
Ka
na
3
Bouwsteen 1:
Bomenrij
Bouwsteen 2
Bomenlaan
Bouwsteen 3 t/m 5:
Boszoom
Bouwsteen 6 & 7:
Clumbs van bomen
Bouwsteen 8 & 9:
Vlinderwei
Bouwsteen 10 & 11:
Solitaire boom
Bouwsteen 12:
Boswal
Bouwsteen 13:
Hakhoutbosje
Bouwsteen 14:
Bos (bestaand)
10
1
6 veldhek (entree)
11
8
2 2
4 5
8 veldhek (entree)
12
11 13
Profes
sor We
9
berlaa
n
7 13
veldhek (entree)
14
4
6
8
11
Bomenrij - Bouwsteen 1 Bomenrij met gemengde veldhaag & greppel Bomenrij van Tilia cordata in een kruidenrijke grasberm. De aanwezige eiken blijven staan. De lindes worden als laanbeplanting toegevoegd. Als erfscheiding een geknipte veldhaag, bestaande uit verschillende soorten. Een ondiepe greppel dient als scheiding tussen de veldhaag en de afrastering van onbewerkte houten veldpalen met draad. Bomenrij Quercus robur – zomereik - geplant in de grasberm (kruidenrijk grasland) Gemengde veldhaag 30%
meidoorn
Crataegus monogyna
30%
veldesdoorn
Acer campestre
30%
sleedoorn
Prunus spinosa
10%
hondsroos
Rosa canina
- dicht aanplanten ( 5 planten m1) - planten in dubbele rij - uiteindelijke hoogte ca. 1.40 meter - bijzonderheden; drachtplanten, haag pas in september scheren
bomenrij
veldhaag afrastering
greppel
Principedoorsnede
Enkele voorstelbare soorten: koolmezen, gaaien, rode eekhoorns, reeën, houtduiven en rosse woelmuizen.
12
Bomenlaan - Bouwsteen 2 Bomenlaan met gemengde veldhaag & greppel Bestaande bomenlaan van platanen in een kruidenrijke grasberm. Als erfscheiding een geknipte veldhaag, bestaande uit verschillende planten soorten. Een ondiepe greppel dient als scheiding tussen de veldhaag en de afrastering van onbewerkte houten veldpalen met draad. Op de aangegeven plaatsen worden veldhekken als toegangshek geplaatst m.u.v. de woningen. Bomenlaan Platanus acerifolia – plataan – bestaande bomenlaan - geplant in de grasberm (kruidenrijk grasland) Gemengde veldhaag 30%
meidoorn
Crataegus monogyna
30%
veldesdoorn
Acer campestre
30%
sleedoorn
Prunus spinosa
10%
hondsroos
Rosa canina
- dicht aanplanten ( 5 planten m1) - planten in dubbele rij - uiteindelijke hoogte ca. 1.40 meter
bomenlaan
- bijzonderheden; drachtplanten, haag pas in september scheren
veldhaag afrastering
greppel
Principedoorsnede
13
Detail veldhaag en bestaande tuinen
4
zichtlijn t.b.v. vrij uitzicht richting kanaal
5
8
garage/ berging garage/ berging
veldhaag (code 2) tegen hekwerk doorzetten
11 13
Profes
sor We
berlaa
n
veldhaag westzijde (code 2) laten aansluiten op bestaand hekwerk
huisnr. 11
12
bestaande haag handhaven
9
huisnr. 13
7
Detail veldhekwerken * Engels hekwerk (eikenhout) * poortpalen 20 x 20 cm met diamantkop * dubbel draaiende poortdelen – dikte 7 cm * hoogte: 1.20 m * breedte: 3.60 m * scharnieren en beslag gegalvaniseerd * voorzien van RVS ingebouwde slotkast * via bedrijf de Zomereik info@dezomereik.nl) of vergelijkbaar
entree poort nr.11
entree poort nr.13
bestaande gaashekwerk handhaven
bestaande haag handhaven
veldhek (entree)
veldhaag (code 2) laten aansluiten op bestaande haag rondom tuin
4
14
Gemengde boszoom - Bouwsteen 3 t/m 5 Bos zoom met boomgroepen, struiken laag en kruidenrijke bosvloer Mantelzoom van op basis van een dichte struikenlaag en bosvloer met uiteindelijk soorten zoals bosanemoon, dalkruid, dubbelloof en stengelloze sleutelbloem. Met daarin boomgroepen van Hollande eik, haagbeuk en fladderiep. Een ondiepe greppel dient als scheiding tussen de bos zoom en de afrastering van onbewerkte houten veldpalen met draad.
Bouwsteen 3, 4 en 5 Boomgroepen 10%
zomereik
Quercus robur
10%
haagbeuk
Carpinus betulus
10%
fladderiep
Ulmus laevis
Struikenlaag 15% gewone hulst
Ilex aquifolium
15% meidoorn
Crataegus monogyna
10% vuilboom
Rhamnus frangula
10% sleedoorn
Prunus spinosa
10% lijsterbes
Sorbus aucuparia
5% wilde appel
Malus sylvestris - alleen in de buitenrand
5% egelantier roos
Rosa rubignosa - alleen in de buitenrand
- plantdichtheid: 1 plant per 1,5 m² - met in de buitenrand de toevoeging van wilde appel en egelantier roos - bijzonderheden: drachtplanten, vruchtdragend t.b.v. vogels en kleine zoogdieren waaronder dassen
15
boomgroepen
struikenlaag
afrastering
greppel
bosvloer
Principedoorsnede Enkele voorstelbare soorten: Bruine eikenpage, citroenvlinder, boomblauwtje en groentje.
16
Clumbs van bomen - Bouwsteen 6 & 7 Groep van bomen in grasland
Bouwsteen 6
Bouwsteen 7
Groep van 5 bomen met twee verschillende boomsoorten. Aangeplant in
Groep van 4 bomen met twee verschillende boomsoorten. Aangeplant in
wildverband in het grasland met een maximale afstand tussen de stammen
wildverband in het grasland met een maximale afstand tussen de stammen
van ca. 5.00 meter. Met doel om uiteindelijk samen een dichte kroon te vormen
van ca. 5.00 meter. Met doel om uiteindelijk samen een dichte kroon te vormen
op basis van meerdere stammen. De clumb van bomen zorgt voor verfijning
op basis van meerdere stammen. De clumb van bomen zorgt voor verfijning
van groenstructuur en een schaalverkleining. Door schaduwwerking ontstaat
van groenstructuur en een schaalverkleining. Door schaduwwerking ontstaat
microklimaat in grasland.
microklimaat in grasland.
Boomsoorten:
Boomsoorten:
- 1 Aesculus hippocastanum (wilde kastanje)
- 1 Aesculus hippocastanum (wilde kastanje)
- 4 Tilia tomentosa ‘Brabant’ (zilverlinde)
- 3 Tilia tomentosa ‘Brabant’ (zilverlinde)
- bomen ondergronds verankeren
- bomen ondergronds verankeren
- beschermen tegen vraat
- beschermen tegen vraat
- drachtplanten
- drachtplanten
bomengroep
doorzicht
grasweide
Principedoorsnede
17
Vlinderwei - Bouwsteen 8 & 9 Vlinderwei met laagte in het gras en keverbanken
Bouwsteen 8 en 9 Door hagen en boszoom omsloten kruidenrijk grasland met één centrale laagte van ca. 0,60 m diep t.b.v. microklimaat. Daar omheen drie hogere (0,40 m) zandbulten verschraald met grofzand en ca. 5% oud-hollandse grijze split. Ten behoeve van vlinders en kleine insecten
zandbult
laagte
Principedoorsnede
18
Solitaire boom - Bouwsteen 10 & 11 Solitair staande boom t.b.v. schaduwvorming
Bouwsteen 10 en 11 Vrijstaande boom t.b.v. schaduwvorming en beschutting. Maar ook als uitkijk voor vogels en als nestgelegenheid. Van belang voor vogels, vleermuizen en insecten. Boomsoort: - 1 Ulmus minor (veldiep) - bomen ondergronds verankeren - beschermen tegen vraat - waardboom voor vlinders
19
Boswal- Bouwsteen 12 Boswal met gesloten struikenlaag en kruidenrijke bosvloer Zandwal van 12 meter breed en 1.00 hoog met daarop bos wal van Hollandse eiken, haagbeuk en fladderiep met een dichte struiken laag en bosvloer met uiteindelijk soorten zoals bosanemoon, dalkruid, dubbelloof en stengelloze sleutelbloem. Taluds van de zandwal zijn 1 : 3 en worden beplant met de
- breedte boswal: 12m
randbeplanting Een ondiepe greppel dient als scheiding tussen de bos wal en de
- plantdichtheid: 1 plant per 1,5 m²
afrastering van onbewerkte houten veldpalen met draad.
- aanplant in 11 rijen, met afstand tussen rijen 1.0m - afstand tussen bosplantsoen in de rij 1.50 meter
Bomenlaag
- planten in driehoeksverband
10%
zomereik
Quercus robur
- met in de buitenrand de toevoeging van wilde appel en egelantier roos
10%
haagbeuk
Carpinus betulus
- bijzonderheden: drachtplanten, vruchtdragend t.b.v. vogels en kleine
10%
fladderiep
Ulmus laevis
zoogdieren waaronder dassen
Struikenlaag 15% gewone hulst
Ilex aquifolium
15% meidoorn
Crataegus monogyna
10% vuilboom
Rhamnus frangula
10% sleedoorn
Prunus spinosa
10% lijsterbes
Sorbus aucuparia
5% wilde appel
Malus sylvestris - alleen in de buitenrand
5% egelantier roos
Rosa rubignosa - alleen in de buitenrand
bomenlaag
struikenlaag
afrastering bosvloer greppel
Principedoorsnede
Enkele voorstelbare soorten: Grauwe vliegenvangers, merels, zanglijsters en zwartkoppen.
20
Detail boswal
1.0
Detail plantschema
vrij zicht richting kanaal
1.5
32.0
24.0
Qu
Detail
Ca Qu
Ca
Qu 10.0
Ca
15.0
- in zichtlijn alleen hoogstam bomen planten met onderbegroeiing van gras - vrij uitzicht richting kanaal Qu = Quercus robur
Ca = Carpinus betulus
- stamomvang: 18-22 cm
- stamomvang: 18-22 cm
- hoogstam
- hoogstam
- voorzien van twee boompalen
- voorzien van twee boompalen
= in zichtlijn alléén gras met bomen geen struweel Ca = Carpinus betulus Qu = Quercus robur
21
Hakhoutbosje - Bouwsteen 13 Hakhoutbosje met gesloten struikenlaag en kruidenrijke bosvloer boom- en struikensoorten worden gemengd geplant 20% fladderiep
Ulmus laevis
20% krentenboompje
Amelanchier lamarkii
15% gewone hulst
Ilex aquifolium
15% meidoorn
Crataegus monogyna
10% wegedoorn
Rhamnus cathartica
10% lijsterbes
Sorbus aucuparia
10% wilde appel
Malus sylvestris
- dicht aanplanten ( 1 planten 1,5 m²) - met in de buitenrand dubbele rij met randsoorten - bijzonderheden; drachtplanten, vruchtdragend t.b.v. vogels en kleine zoogdieren waaronder dassen
Enkele voorstelbare soorten: Bosmuizen, eikenbladrolkevers, spechten, boommarters, nachtpauwogen en hagedoornvlinders.
22
Bestaand bos - Bouwsteen 14 Bos zonder struikenlaag met kruidenrijke bosvloer. Dit is een bestaand bosje met een paardenstal.
23
Status Dit plan is een landschappelijk inpassingsplan en dus absoluut geen uitvoeringsplan. In de uitwerking zal dit plan maatvast zijn vorm moeten krijgen met een concrete uitwerking voor de inrichting; zowel qua materiaalgebruik als beplantingsplan. Daarnaast zal er ook een onderhoud- en beheerplan moeten worden opgesteld. Naast de functionele inrichting is in dit plan ook veel aandacht voor de beeldkwaliteit én de ecologische betekenis van het gebied. Marterachtigen spelen daarin een belangrijke rol. Daarom is in dit plan gekozen voor landschappelijke terreinafscheidingen van paaltjes en draad in combinatie met veldhagen. Het toepassen van gaashekwerk is zoveel als mogelijk vermeden. Met dit principe voor terreinafscheiding blijft migratie van kleine marterachtigen nog steeds mogelijk. Mocht een terreinafscheiding van gaashekwerk toch noodzakelijk zijn, zoals bijvoorbeeld direct rondom het waterzuiveringscomplex, dan is het wenselijk om de onderkant van het gaashekwerk ca. 10 cm boven het maaiveld te laten stoppen. Zo blijft de fauna passage voor die marterachtigen open.
24