CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

(172) Bestemmingsplan en bijlagen

Besluitvormende raadsvergadering 18 december 2025, gemeente BrummenBij agendapunt: Bestemmingsplan Waterrotonde28.422 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

4 alinea's met “sluiting”: 197 202 206 344

471513

IWE Kanaalweg 8a te Eerbeek Gemeente Brummen Definitief

colofon

projectnaam IWE Kanaalweg 8a te Eerbeek datum 7 november 2025 projectnummer P06783 IMRO-identificatienummer NL.IMRO.0213.BPBG700101-va01 opdrachtgever ECD Milieumanagement / IWE Concept 27 oktober 2023 Ontwerp 1 december 2023 Vaststelling Movares | BRO Adviseurs B.V. projectleider JvdA projectteam KTj bron kaft Movares | BRO Adviseurs B.V. review JvdA

Willemsplein 2 5211 AK ‘s-Hertogenbosch +31 (0)73 208 91 55 info.bro@movares.nl www.movares.com

Toelichting

IWE Kanaalweg 8a te Eerbeek

57

Inhoudsopgave 1

2

3

Inleiding

5

1.1 1.2 1.3 1.4

5 6 8 9

Aanleiding Plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer

Planbeschrijving

10

2.1 2.2 2.3

10 11 14

Huidige situatie Toekomstige situatie Landschappelijk inpassingsplan

Beleidskader

17

3.1

Rijksbeleid

17

3.1.1 3.1.2 3.1.3

17 18 19

3.2 3.3

Provinciaal beleid

20

3.2.1 3.2.2

20 20

4

Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Omgevingsverordening Gelderland

Regionaal beleid 3.3.1

3.4

Nationale Omgevingsvisie Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Ladder voor duurzame verstedelijking

Regionale Structuurvisie De Voorlanden Stedendriehoek 2030

24 24

Gemeentelijk beleid

25

3.4.1 3.4.2

25 26

Toekomstvisie 2030 ‘Innoveren met oude waarden’ Ruimtelijke ontwikkelingsvisie Ligt op groen!

Milieuaspecten

28

4.1

M.e.r-beoordeling

28

4.1.1 4.1.2 4.1.3

28 28 30

4.2

4.3

4.4

4.5

4.6

Toetsingskader Toetsing Conclusie

Archeologie

30

4.2.1 4.2.2 4.2.3

30 31 32

Toetsingskader Toetsing Conclusie

Cultuurhistorie

32

4.3.1 4.3.2 4.3.3

32 33 33

Toetsingskader Toetsing Conclusie

Flora en fauna

33

4.4.1 4.4.2 4.4.3 4.4.4 4.4.5 4.4.6

33 34 35 35 36 38

Toetsingskader Toetsing Gebiedsbescherming Toetsing Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid Toetsing Houtopstanden Toetsing Soortenbescherming Conclusie

Waterparagraaf

38

4.5.1 4.5.2 4.5.3

38 39 41

Toetsingskader Toetsing Conclusie

Bodem

41

4.6.1 4.6.2

41 41

Toetsingskader Toetsing

IWE Kanaalweg 8a te Eerbeek

3

4.6.3

4.7

4.8

4.9

4.7.1 4.7.2 4.7.3

42 43 45

Toetsingskader Toetsing Conclusie

Geur agrarisch

45

4.8.1 4.8.2 4.8.3

45 46 46

Toetsingskader Toetsing Conclusie

Akoestiek wegverkeerslawaai

46

4.9.1 4.9.2 4.9.3

Toetsingskader Toetsing Conclusie

46 46 47

4.10 Verkeer en parkeren

47

Toetsingskader Verkeersgeneratie Parkeren

47 47 48

4.11 Luchtkwaliteit

49

4.11.1 4.11.2 4.11.3

Toetsingskader Toetsing Conclusie

49 50 50

Juridische planopzet

51

5.1 5.2

Algemeen Systematiek

51 51

5.2.1 5.2.2 5.2.3 5.2.4

Inleidende regels Bestemmingsregels Algemene regels Overgangs- en slotregels

51 51 52 52

Toelichting per bestemming

52

5.3

6

42

42

4.10.1 4.10.2 4.10.3

5

Conclusie

Bedrijven en milieuzonering

Uitvoerbaarheid

54

6.1

Economische uitvoerbaarheid

54

6.1.1 6.1.2

54 54

6.2

Financieel economische haalbaarheid Kostenverhaal

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

54

6.2.1 6.2.2 6.2.3

54 55 55

Omgevingsdialoog Vooroverleg Procedure

SEPARATE BIJLAGEN Bijlage 1: Landschappelijke inpassing Bijlage 2: Bureau- en verkennend booronderzoek Archeologie Bijlage 3: Selectiebesluit Archeologie Bijlage 4: QuickScan flora en fauna Bijlage 5: Aanvullend onderzoek ecologie Bijlage 6: Stikstofberekening Bijlage 7: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 8: Akoestisch onderzoek Bijlage 9: Participatieverslag Bijlage 10: Digitale watertoets Bijlage 11: Nota beantwoording zienswijzen

IWE Kanaalweg 8a te Eerbeek

4

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

Initiatiefnemer Industriewater Eerbeek (IWE) is voornemens eigen agrarische terrein, dat gelegen is naast de bestaande industriële afvalwaterzuivering gevestigd aan de Kanaalweg 8a te Eerbeek, gemeente Brummen, in gebruik te nemen voor een industriële toepassing. Dit terrein moet ruimte bieden aan nieuw te realiseren installaties ten behoeve van de aanvullende behandeling van het effluent van IWE of van het zuiveren van oppervlaktewater of andere bronnen tot een grondstof voor drinkwater of tot proceswater. Deze uitbreiding geeft ruimte voor een innovatief watersysteem ‘De Waterrotonde’. De Waterrotonde betreft een project van Industriewater Eerbeek (IWE). Het zuiveringsbedrijf zuivert sinds de jaren ‘60 al het proceswater van de papier- en kartonfabrieken in Eerbeek en Loenen tot een effluent, dat geloosd mag worden op de IJssel. In Nederland – net als in andere delen van de wereld – is de impact van de klimaatverandering al duidelijk waarneembaar. Nederland wordt in toenemende mate geconfronteerd met droge periodes. In Nederland is er een substantiële groei van de vraag naar drinkwater, terwijl de reserves aan goede kwaliteit grondwater snel slinken. Vanuit overheden wordt dan ook gestreefd naar vermindering van de grondwateronttrekking. Deze trend maakt dat alternatieven noodzakelijk zijn om een goede drinkwatervoorziening te kunnen blijven waarborgen voor de toekomst.

De Europese kaderrichtlijn Water (KRW) stelt de normen voor de waterkwaliteit van oppervlaktewater. De meeste waterlichamen voldoen niet aan de gewenste waterkwaliteit volgens de KRW beoordeling1 (2022). De chemische kwaliteit voldoet meestal niet en de ecologische kwaliteit is matig, ontoereikend of slecht. Dit is een beeld dat recent is bevestigd door de Unie van Waterschappen 2 en met een recent verslag van de Europese commissie over de voortgang van de KRW (d.d. februari 2025) 3. Aan de hand van het verslag is naar voren gekomen dat de waterkwaliteit in Nederland verbetert, maar veel waterlichamen voldoen in 2027 naar verwachting nog niet aan de gestelde doelen. Dit onderstreept de noodzaak tot het nemen van maatregelen om de kwaliteit van oppervlaktewater te verbeteren. Anders kampt Nederland in de toekomst mogelijk met een tekort aan schoon water, wat ook een effect kan hebben op de maatschappelijke drinkwatervoorziening. In het verlengde van het watertekort kan men een beperking of een verbod op de onttrekking van grondwater verwachten in de toekomst. De papierfabrieken in Eerbeek en omgeving hebben deze trends opgemerkt en zijn zich aan het voorbereiden om hun waterhuishouding zo veel als mogelijk circulair en toekomstgericht in te richten. Het hieruit voortvloeiende technische concept wordt de Waterrotonde genoemd.

In 2023 hebben de papierfabrieken gezamenlijk met de provincie Gelderland geïnvesteerd in een proefinstallatie op het terrein van IWE, om de technische en economische haalbaarheid te bepalen van de Waterrotonde. De technische haalbaarheid is in mei 2024 aangetoond door middel van de eindrapportage over de resultaten van de proefinstallatie. De ingebruikname van de grootschalige Waterrotonde zal de aangesloten papierfabrieken in staat stellen om op termijn de grondwateronttrekking grotendeels stop te zetten. Al het afvalwater uit het papierproces zal – na de reguliere zuivering door IWE - aanvullend worden opgewerkt in de Waterrotonde via filtertechnieken, zodat het opnieuw kan worden ingezet (het gezuiverde afvalwater (effluent)) in het papierproces. Verdampingsverliezen worden aangevuld vanuit de rivier de IJssel op basis van de filtertechnieken van de Waterrotonde. Het concept Waterrotonde van IWE zal een toonaangevende rol gaan spelen binnen de papierindustrie wereldwijd. Voor de papierindustrie in Nederland is het cru-

1 2 3

https://www.clo.nl/indicatoren/nl143809-waterkwaliteit-krw-2022 https://unievanwaterschappen.nl/waterkwaliteit/oppervlaktewater-in-nederland/ https://europadecentraal.nl/praktijkvraag/voortgang-kaderrichtlijn-water/

IWE Kanaalweg 8a te Eerbeek

5

ciaal voor de continuïteit van de bedrijven, dit gaat gepaard met het mogelijk verbieden van grondwateronttrekking en de afnemende kwaliteit van water binnen Nederland. De Waterrotonde draagt bij aan het tegengaan van verdroging en voorkomt dat voor het papierproces onttrekking van grondwater nodig is. De installaties van de Waterrotonde kunnen ook voor andere doeleinden worden ingezet, zoals de opwaardering van oppervlaktewater of andere bronnen tot een grondstof voor drinkwater of proceswater. Drinkwaterbedrijf Vitens zal mogelijk aansluiten bij de Waterrotonde. Hiertoe is een intentieovereenkomst met Vitens gesloten. In samenwerking met en op verzoek van het drinkwaterbedrijf Vitens zal de Waterrotonde zo worden ingericht dat er capaciteit ontstaat voor het zuiveren van oppervlakte water uit de IJssel. Het realiseren van de Waterrotonde is binnen de vigerende bestemmingsplannen niet mogelijk. Om de ontwikkelingen mogelijk te maken dient het bestemmingsplan te worden herzien. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een nieuw juridisch-planologisch kader voor het plangebied.

1.2

Plangebied

Het plangebied betreft grond die eigendom is van Industriewater Eerbeek (IWE) en grenst aan het terrein waarop de bestaande gebouwen en installaties van IWE zijn opgesteld. De planlocatie staat kadastraal bekend als kadastrale gemeente Brummen, sectie B nummers 802, 803, 1461 en 923 en heeft een totale oppervlakte van ca. 31.780 m2. De planlocatie grenst ten noorden en westen aan de gronden van IWE. Ten westen grenst de planlocatie aan de Apeldoornseweg. De zuidzijde van het plangebied grenst aan de Professor Weberlaan. Aan deze laan zijn diverse percelen gelegen met woningen, percelen met agrarische bestemming dan wel bos. De ligging en begrenzing van het plangebied is indicatief weergegeven in figuur 1 en 2. Voor de exacte begrenzing van het plangebied is de verbeelding van het bestemmingsplan leidend.

IWE Kanaalweg 8a te Eerbeek

6

Figuur 1: Globale ligging van het voorgenomen plangebieden (bron: PDOK viewer)

Figuur 2: Plangebied, indicatief aangeduid middels rode omlijning (exacte begrenzing volgt uit de verbeelding)

IWE Kanaalweg 8a te Eerbeek

7

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Ter plaatse van het plangebied geldt een aantal verschillende bestemmingsplannen, te weten: •

Bestemmingsplan ‘Buitengebied 2008’, vastgesteld op 17 december 2009 door de gemeenteraad van de gemeente Brummen. Zie de uitsnede in figuur 3;

•

Bestemmingsplan ‘Beschermingszone bestrijdingsmiddelen’, vastgesteld op 25 oktober 2012 door de gemeenteraad van de gemeente Brummen;

•

Bestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan Parkeren’, vastgesteld op 18 oktober 2018 door de gemeenteraad van de gemeente Brummen;

•

Bestemmingsplan ‘Archeologie’, vastgesteld op 15 oktober 2020 door de gemeenteraad van de gemeente Brummen;

•

Bestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan bos-, natuur- en waterbestemmingen’, vastgesteld op 13 oktober 2022 door de gemeenteraad van de gemeente Brummen;

•

Bestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan landschapselementen buitengebied’, vastgesteld op 23 maart 2023 door de gemeenteraad van de gemeente Brummen.

Met het bestemmingsplan ‘Beschermingszone bestrijdingsmiddelen’ is een regel met betrekking tot het gebruik van bestrijdingsmiddelen opgenomen die geldt voor het gehele buitengebied van de gemeente Brummen. Dit heeft geen toepassing op onderhavig initiatief omdat er geen sprake is van het gebruik van bestrijdingsmiddelen.

Figuur 3: Uitsnede bestemmingsplan ‘Buitengebied 2008’ (bron; ruimtelijkeplannen.nl)

IWE Kanaalweg 8a te Eerbeek

8

Het plangebied heeft op basis van het bestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan Parkeren’ de gebiedsaanduiding ‘overige zone – parkeernormen buitengebied’. Beoogd initiatief zal moeten voldoen aan de gestelde parkeernormeringen binnen het paraplubestemmingsplan. Hier wordt verder op ingegaan in paragraaf 4.10. Het plangebied heeft op basis van het bestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan Archeologie’ de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie laag’. In paragraaf 4.2 wordt verder ingegaan op het aspect archeologie. Het bestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan bos-, natuur- en waterbestemmingen’ ziet toe op alle gronden waarvoor in de bestaande situatie een bos-, natuur- of waterbestemming geldt, dat is voor onderhavig plangebied niet het geval. Het plangebied heeft op basis van het bestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan landschapselementen buitengebied’ de gebiedsaanduiding ‘overige zone – Veluweflank’. Met de indeling van het perceel dient rekening gehouden te worden met deze landschapselementen. Hier wordt verder op ingegaan in paragraaf 2.2. Bestemmingsplan ‘Buitengebied 2008’ Het plangebied heeft op basis van het bestemmingsplan de enkelbestemming ‘Agrarisch met landschapswaarden’, Tevens beschikt het plangebied aan de hand van het bestemmingsplan over de gebiedsaanduidingen ‘Agrarisch gebied – waardevol landschap’ en ‘Beslotenheid/ Houtopstanden’.

De grond aangeduid met ‘Agrarisch met landschapswaarden’ is bestemd voor agrarische doeleinden, agrarische bouwpercelen met bijbehorende erven alsmede het behoud, beheer en/of herstel van landschappelijke, aardwetenschappelijke en ecologische waarden waarvoor op de plankaart aanduidingen zijn opgenomen. Tevens zijn enkel ondergeschikte bedrijfsmatige doeleinden toegestaan. Op gronden met deze bestemming zijn gebouwen en andere bouwwerken ten behoeve van deze bestemming toegestaan. Daarbij moeten de aanduidingen op de plankaarten in acht worden genomen en de opgenomen bouwregels in artikel 3.2. Aan de hand van de vigerende bestemming en de daarbij behorende bouwregels is voorliggend initiatief functioneel en ruimtelijk niet toegestaan. Het initiatief is daarmee in strijd met het vigerend bestemmingsplan. Om de ontwikkelingen mogelijk te maken dient het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2008’ te worden herzien. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een nieuw juridisch-planologisch kader voor het plangebied.

1.4

Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2 waarin een beschrijving van het plan is opgenomen. De daaropvolgende hoofdstukken vormen de verantwoording van de ontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt. In hoofdstuk 3 wordt het Rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid beschreven. In hoofdstuk 4 wordt inzicht gegeven in diverse planologische aspecten die van belang zijn voor het voorliggende bestemmingsplan. In hoofdstuk 5 is de juridische toelichting op de planopzet gegeven. In het laatste hoofdstuk komt de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid aan de orde. Om misverstanden te voorkomen moet worden benadrukt dat de figuren, die in de bijlagen van dit plan worden getoond, verouderd kunnen zijn. De figuren in dit plan worden getoond, de bijbehorende verbeelding en het landschappelijke inpassingsplan zijn leidend.

IWE Kanaalweg 8a te Eerbeek

9

2

Planbeschrijving

2.1

Huidige situatie

Het plangebied is gelegen in Eerbeek, de grootste kern van de gemeente Brummen gelegen in de provincie Gelderland. Het plangebied, nabij het dorp Eerbeek, is gelegen aan de Kanaalweg 8a. Het plangebied betreft gronden gelegen grenzend aan het bestaande Industriewater Eerbeek (IWE) terrein. In de huidige situatie bestaat het plangebied uit agrarisch grasland met daarop enkele bomen. In 1960 is door drie papierfabrieken uit Eerbeek gezamenlijk het bedrijf Industriewater Eerbeek (IWE) opgericht ten behoeve van de voor de zuivering van hun afvalwater. IWE zuivert sinds 1960 het vervuilde proceswater van papierfabrieken. Tot oktober 2023 was de Eerbeekse papierproductie deels circulair, omdat een deel van het effluent van IWE werd terug geleverd aan één papierfabriek om als proceswater te worden ingezet. IWE verwerkte jaarlijks ruim 4 miljoen m3 afvalwater van de bedrijven Folding Boxboard Eerbeek, Stora Enso De Hoop en Coldenhove Paper (papier- en kartonfabrieken). Dat is net zoveel als de hoeveelheid afvalwater die een stad zo groot als Utrecht produceert. Sinds oktober 2023 is het bedrijf Stora Enso De Hoop gesloten. IWE zuivert dan ook sinds de sluiting geen afvalwater meer voor deze fabriek. Wel zuivert IWE ook afvalwater van Stort Doonweg. Dit is echter een zeer beperkte stroom in vergelijking met de andere bedrijven.

In de huidige situatie gebruiken deze (papier)fabrieken grondwater voor het productieproces. Tijdens het productieproces van papier en karton raakt dit water vervuild. Het vervuilde water wordt vervolgens aangeleverd bij IWE. IWE zuivert dit water via diverse processtappen. Allereerst worden zwevende vaste deeltjes afgescheiden in een voorbezinker (primair slib). Via biologische zuiveringsprocessen worden de opgeloste stoffen in het afvalwater afgebroken.

Figuur 4: Uitsnede planlocatie huidige situatie (Bron: PDOK viewer)

IWE Kanaalweg 8a te Eerbeek

10

Micro-organismen, die het verwijderen van afvalstoffen voor hun rekening nemen, hebben behalve de vervuiling in het water ook stikstof en fosfaat nodig. Deze nutriënten ontbreken in het aangevoerde afvalwater en moeten daarom worden toegevoegd tijdens het proces. IWE gebruikt hiervoor specifiek afvalwater van andere bedrijven. Hierdoor kan het gebruik van chemicaliën worden beperkt. Het gezuiverde water (effluent) wordt vervolgens geloosd op de IJssel. Een aantal stoffen, die tijdens het zuiveringsproces worden afgescheiden of daarbij ontstaan, krijgen een nieuwe bestemming. Het afgescheiden primaire slib, dat voornamelijk uit papiervezels bestaat, kan worden hergebruikt in de papierindustrie. Tijdens het zuiveren van het afvalwater wordt een deel van het vuil omgezet in biogas. Het biogas werd voorheen terug geleverd aan Stora Enso De Hoop, dat daarmee stoom kon opwekken. Op deze wijze kon het gebruik van aardgas worden beperkt. Sinds Stora Enso De Hoop gesloten is wordt het biogas afgevuld in cilinders en verkocht aan derden (ca. 150 tot 350 duizend kubieke meter biogas per jaar). IWE heeft naast het biogas nog een aantal andere restproducten. Voor de sluiting van Stora Enso De Hoop ontstond er kalk door het ontharden van het retourwater. De kalk werd geleverd aan agrariërs, die het toevoegden aan het stro voor hun koeien.

De papiervezels en andere stoffen die in een voorbezinktank worden afgescheiden, kunnen na droging bij een verwerker (elders in het land) worden omgezet in een bruikbare grondstof voor de cementindustrie. Als gevolg van het zuiveringsproces groeit de hoeveelheid micro-organismen die het water schoonmaakt. Dit noemt men het zuiveringsslib. Het overtollige zuiveringsslib wordt afgescheiden en gedroogd in een centrifuge en vervolgens afgevoerd. Er werd zwavel afgescheiden uit het biogas, dat kon worden ingezet bij de druiventeelt als gewasbescherming tegen schimmel. In het anaerobe deel van de biologische zuivering ontstaat een overschot aan langzaam groeiende micro-organismen, die in de vorm van korrels aan bestaande of nieuwe anaerobe zuiveringsinstallaties kunnen worden verkocht.

2.2

Toekomstige situatie

Aanleiding en voorgeschiedenis De afgelopen zomers (d.d. 2022 en 2023) kenmerkten zich door lange periodes van droogte en daling van het grondwaterpeil: een groot maatschappelijk probleem. Deze droge zomers wisselen zich echter af met natte zomers (2024). Hierdoor is er sprake van een fluctuerende grondwaterstand. Om in de toekomst verzekerd te zijn van voldoende proceswater, werken verschillende papierfabrieken in Eerbeek samen aan een aangepast watersysteem (de Waterrotonde) dat in de jaren na 2030 operationeel moet zijn op het terrein van Industriewater Eerbeek (IWE). Bij de start van proeven met een pilot installatie in 2023 is men ervan uit gegaan dat de nieuw te realiseren Waterrotonde primair ingezet zou worden voor de omliggende papierfabrieken. Door de sluiting van het bedrijf Stora Enso De Hoop, die de grootste afnemer zou worden van het toekomstige gezuiverde water, is een belangrijke partner weggevallen. De realisatie van de Waterronde zou ervoor zorgen dat de papierfabrieken minder (tot geen) grondwater meer hoefden te onttrekken voor het maken van papier. Het gezuiverde water van de bestaande biologische zuivering van IWE heeft niet de gewenste kwaliteit om direct hergebruikt te kunnen worden voor het maken van papier op basis van schone papiervezels.

Een nieuw te realiseren Waterrotonde zorgt er voor dat het gezuiverde water een dusdanige kwaliteit krijgt dat het als proceswater aan de fabrieken geleverd kan worden. Naar aanleiding van het wegvallen van Stora Enso De Hoop als afnemer van het gezuiverde water zijn er diverse gesprekken gevoerd met Vitens. Dit heeft geresulteerd in een intentieovereenkomst tussen Vitens en IWE. Vitens is een groot drinkwaterbedrijf in Nederland dat drinkwater levert aan ongeveer 6 miljoen mensen

IWE Kanaalweg 8a te Eerbeek

11

en bedrijven in Overijssel, Gelderland, Utrecht, Friesland, Flevoland en enkele gemeenten in Drenthe en Noord-Holland. Het drinkwater dat Vitens maakt, komt grotendeels uit grondwaterbronnen die tientallen tot honderden meters diep liggen. Dit grondwater pompen ze op in één van de 105 winlocaties. Deze gebieden beheren ze zo duurzaam mogelijk. Zo stimuleert Vitens de biodiversiteit en natuurontwikkeling. De afgelopen jaren zien we dat de vraag naar drinkwater, door onder andere de droge zomers en de woningbouw, sterk toenemen. Hierdoor lopen we in Nederland tegen de grenzen aan van het huidige waterecosysteem. Door de toenemende vraag en daling van de kwaliteit van bestaande grondwaterbronnen dient er gekeken te worden naar oplossingen om genoeg drinkwater te kunnen garanderen voor de toekomst. Beschrijving functies van de Waterrotonde De nieuw te realiseren Waterrotonde zal worden gerealiseerd op het terrein van IWE. Voor het gebruik van de Waterrotonde wordt aangesloten op het bestaande leidingenstelsel en de huidig aanwezige installaties van IWE. De Waterrotonde omvat twee typen waterzuiveringssystemen: één voor de drinkwaterproductie en één voor proceswater ten behoeve van de papierindustrie. De Waterrotonde wordt dus multidisciplinair inzetbaar.

De voornaamste functies zijn enerzijds het onttrekken en vervolgens zuiveren van oppervlaktewater uit de IJssel, of water uit andere alternatieve bronnen, en anderzijds het zuiveren en verwerken van afvalwater (van de papierindustrie). Oppervlaktewater Vitens wil oppervlaktewater uit de IJssel, of water uit andere bronnen, halen om er een grondstof voor drinkwater van te maken. Dit vergt vergaande zuivering van het water. Oppervlaktewater of andere bronnen zijn namelijk niet direct bruikbaar als grondstof voor het drinkwaterproductieproces. Na intensieve gesprekken is Vitens aangesloten bij de voorbereidingen voor de implementatie van de Waterrotonde. Zij streven ernaar om oppervlaktewater uit de IJssel te onttrekken of water aan te leveren vanuit andere bronnen, dat eerst voorgezuiverd wordt en via een pijpleiding naar de installaties van de Waterrotonde wordt gepompt. De installaties van de Waterrotonde zuiveren het water tot hoge kwaliteit. Dit water kan worden gebruikt als grondstof voor het produceren van drinkwater of voor het vullen van ondergrondse waterreservoirs. Op deze wijze kan de nieuw te realiseren Waterrotonde niet alleen worden ingezet voor de papierindustrie maar ook voor het maken van een grondstof voor de productie van drinkwater door Vitens.

Waterzuivering afvalwater De Waterrotonde zal het huidig gezuiverde water (het huidige effluent) verder kunnen zuiveren tot proceswater, dat vergelijkbaar zal zijn met het de huidige kwaliteit van het grondwater dat uit lokale bronnen wordt opgepompt. Deze hoogwaardige kwaliteit is benodigd om papier te kunnen produceren op basis van schone papiervezels. Een deel van dit water wordt voor specifieke toepassingen nog verder opgewaardeerd tot koelwater. Na realisatie en ingebruikname van de Waterronde kan er jaarlijks 2,2 miljoen kubieke meter grondwater bespaard worden (dit staat gelijk aan het verbruik van 22.000 huishoudens). De realisatie van de Waterrotonde voor de papier- en kartonindustrie in Eerbeek en Loenen zal ervoor zorgen dat grondwateronttrekking in de toekomst nagenoeg niet meer nodig zal zijn. Grote onttrekkingen kunnen namelijk leiden tot droogteschade in de landbouw, met als gevolg; minderde gewasopbrengst bij lagere grondwaterstanden, schade aan natuur en afname biodiversiteit door de verdroging van planten, bloemen, bomen, e.d. Daarnaast draagt grondwateronttrekking bij aan een daling van de grondwaterstand, Het gevolg kan zijn dat er minder grondwater beschikbaar is als grondstof voor de drinkwaterproductie. Door het verminderen van grondwateronttrekking blijft er een substantiële hoeveelheid water behouden voor de natuur.

IWE Kanaalweg 8a te Eerbeek

12

Realisatie van het initiatief Het oorspronkelijke doel is om uiterlijk in 2030 operationeel te zijn. Beschikbaarheid van voldoende elektrisch vermogen is een voorwaarde voor investeringen in de Waterrotonde. Hoewel de openbare drinkwatervoorziening als ‘basisbehoefte’ is aangemerkt in de prioriteringsruimte op basis van de Elektriciteitswet 1998 zal de netcongestie een vertragend effect hebben op voorliggend initiatief. IWE heeft momenteel onvoldoende elektrische vermogen gecontracteerd om in de komende jaren met de zuivering van IJsselwater voor de drinkwaterproductie te kunnen starten. Zodra de aangevraagde verzwaring van de netaansluiting van IWE is gerealiseerd zal er voldoende elektrisch vermogen beschikbaar zijn. Om dit vrijwel volledig gesloten watersysteem succesvol te laten zijn, is samenwerking met meerdere kennisen technologiepartners, Rijkswaterstaat, Waterschap Vallei en Veluwe, de Provincie Gelderland, de gemeente Brummen, de aangesloten papierbedrijven en het drinkwaterbedrijf Vitens essentieel. Door de multidisciplinaire inzetbaarheid van de Waterrotonde, is de haalbaarheid van het plan gegarandeerd, ook als één van de beoogde partijen onverhoopt alsnog afvalt. Benodigde voorzieningen Voor de realisatie van de waterrotonde zijn verschillende voorzieningen nodig: er wordt een Waterrotonde gerealiseerd met een oppervlak van ca. 4.225 m2.

Deze wordt gerealiseerd in een gesloten hal, inclusief een containerruimte voor slib en een traforuimte met MCC besturingsruimte.4 Het pand wordt uitgevoerd in een plat dak en zal een hoogte hebben van maximaal 9 meter. Tevens worden er ca. 3 koolstoffilters5 geplaatst en ca. 3 chemietanks6 op het buitenterrein. Deze zijn gesitueerd rondom het gebouw van de nieuw te realiseren Waterrotonde. De hal voor de Waterrotonde, de koolstoffilters en chemietanks zijn gesitueerd binnen het rode kader opgenomen in figuur 5. Het gezuiverde water wordt na de zuivering opgeslagen in waterzakken (bassins), zie voor de plaatsing van deze opslag het blauwe kader opgenomen in figuur 5. De positionering van de waterzakken is in het definitieve plan gewijzigd ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan vanwege een aanpassing van de landschappelijke inpassing. Hierdoor is het ruimtebeslag voor de waterzakken gewijzigd en is aan de oostzijde een stukje toegevoegd aan het plangebied.

4 5 6

Een Motor Control Center, is een kostbare ruimte met elektrische componenten. Deze ruimte is ontworpen ter bescherming tegen stroomuitval en andere factoren die een productieproces en/of fabriek plat kan gooien. Actieve koolfiltratie installatie, uitstekend voor industriële processen zoals afvalwaterbehandeling. Deze filters worden gebruikt voor het verwijderen van; organisch materiaal, pesticiden, koolwaterstoffen, fenolen, chloor, gechloreerde verbindingen, smaak en geur. Chemietanks zijn opslagtanks welk bestand moeten zijn tegen groter temperatuurverschillen, in combinatie met sterk corrosieve inhoud en hoge druk of juist vacuüm.

IWE Kanaalweg 8a te Eerbeek

13

De ontsluiting van de Waterrotonde zal lopen via het bestaande terrein van IWE. De benodigde parkeerbehoefte zal tevens worden opgevangen op het bestaande terrein van IWE, zie hiervoor ook paragraaf 4.10 van deze toelichting.

Figuur 5: Beoogde nieuwe situatie, IWE terrein met de nieuw te realiseren Waterrotonde en benodigde waterzakken/bassins om het gezuiverde water op te slaan.

2.3

Landschappelijk inpassingsplan

Het landschapsplan voor Industriewater Eerbeek geeft richting aan de landschappelijke inpassing van het projectgebied. Het projectgebied kenmerkt zich door een afgesloten deel aan de zijde van de Apeldoornseweg en open deel aan de zijde van de Professor Weberlaan. Deze uitgangsposities zijn meegenomen als basis voor verdere inrichting. Het landschappelijk inpassingsplan is opgenomen in bijlage 1. Volgens de bij de omgevingsverordening Gelderland bijbehorende kaarten is het plangebied gelegen binnen het Nationaal Landschap en maakt het onderdeel uit van de Gelderse streek IJsselvallei. Bij nieuwe activiteiten of ontwikkelingen dient rekening gehouden te worden met de voor deze streek vastgestelde kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen. Streekgids IJsselvallei De streek- of kwaliteitsgids maakt geen deel uit van de verordening, maar heeft als doel te sturen en te inspireren op een goede streekeigen vormgeving en inpassing van ruimtelijke ontwikkelingen en initiatieven in de Provincie Gelderland. De streek IJsselvallei ligt opgespannen tussen de rivier de IJssel aan de oostzijde en de beboste stuwwal van de Veluwe aan de westzijde. De locatie waarop de uitbreiding voorzien is maakt deel uit van deelgebied de Zuidelijke Flank. De kwaliteiten van toepassing op het projectgebied worden aan de hand van de volgende vier thema’s beschreven, hiernaast op kaart verbeeld. 1.

De landschappelijke karakteristiek 2. Openheid, beslotenheid & ruimtebeleving 3. Ordenende structuren 4. Stad-land relatie

IWE Kanaalweg 8a te Eerbeek

14

Opgaven Als gevolg van de ontwikkeling dienen er verspreid over het projectgebied enkele houtopstanden gekapt te worden. Het grootste deel is in het Natuurbeheerplan aangewezen als droog bos met productie (N16.03). Voor het kappen van bomen en struiken in deze omvang geldt een meldings- en herplantingsplicht. Laatstgenoemde schrijft voor dat een oppervlakte gelijk aan de kap (op een bosbouwkundig verantwoorde manier) moet worden terug geplant. Figuur 6 laat op basis van gegevens uit het natuurbeheerplan en de basisregistratie de grootschalige topografie zien om welke delen het gaat. Ten aanzien van de bomenrij waar eerder in de QuickScan Flora en Fauna over werd gesproken is besloten deze te verplanten. Om deze reden dan ook niet meegenomen in het overzicht.

Figuur 6: Overzicht oppervlakte te kappen houtopstanden

Het projectgebied heeft momenteel een groen karakter en dit zal versterkt worden door pleksgewijs de structuren te verduidelijken en verfijning te gaan vinden in het toepassen van gebiedseigen beplantingen en te richting op biodiversiteit. Per deelgebied zijn er enkele uitgangspunten aangemerkt om ervoor te zorgen dat een landschappelijke inpassing van Industriewater Eerbeek een versterkend effect heeft op de omgeving en verbetering geeft aan de bestaande structuren en elementen.

IWE Kanaalweg 8a te Eerbeek

15

Landschappelijke inpassing Met de komst van een nieuw fabrieksgebouw en toebehoren ontstaat een nieuw lijnenspel waaruit een percelering is af te leiden (zie figuur 7). De afwisseling van gras- en bouwland kan worden benadrukt door houtwallen, houtsingels, bosjes en solitaire karakterbomen. Op deze manier ontstaat een groen raamwerk wat zorgt voor een besloten kamerlandschap dat refereert naar het oude heide ontginningenlandschap. Concreet bestaat de landschappelijke inpassing uit de volgende maatregelen: 1. herstel van de bomenrij langs de Kanaalweg door aanplant van zomereiken op onderling gelijke afstand; 2. rugdekking geven aan de bestaande en nieuwe waterzuiveringsinstallatie door op enkele plekken bosjes aan te planten, onderling verbonden door één houtwal (3); 3. bijdragen aan de schaalverkleining van het gebied (cf. landschapsbeleidsplan) door aanplant van de nieuwe kavelgrenzen. In het ontwerp is nadrukkelijk rekening gehouden met de zichtwensen van de bewoners 2, 4, 11 en 13 aan de Professor Weberlaan. Ter verduidelijking zie principeprofielen in de bijlage van het landschappelijk inpassingsplan opgenomen als bijlage 1 van deze toelichting. Ten aanzien van de herplantingsplicht, waarbij de oppervlakte van de herbeplanting ten minste even groot moet zijn als de oppervlakte van de gevelde houtopstand, kan geconcludeerd worden dat ruimschoots aan de norm wordt voldaan.

Het oppervlak van de nieuwe groenvoorziening bedraagt ca. 14.200 m². De delen van het landschappelijke inpassingsplan, die buiten de voorgenomen projectlocatie liggen, zijn in eigendom van initiatiefnemer en zijn voorwaardelijk voor het uitvoeren van het project. De realisatie en instandhouding van de volledige landschappelijke inpassing is voorwaardelijk verplichtend opgenomen in dit bestemmingsplan

Figuur 7: Impressie landschappelijk inpassingsplan voorgenomen projectlocatie en bestaande bedrijfspercelen.

IWE Kanaalweg 8a te Eerbeek

16

3

Beleidskader

Voorliggend bestemmingsplan is als ontwerp ter inzage gegaan vóór 1 januari 2024. Hierdoor is op dit bestemmingsplan de oude wetgeving (Wro) van kracht. Dit is op basis van Artikel 4.6 lid 2 van de Invoeringswet Omgevingswet. Dit luidt als volgt: ‘Als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet een ontwerp ter inzage is gelegd van een besluit tot aanwijzing van een gebied op grond van een verordening als bedoeld in artikel 10.32a van de Wet milieubeheer, of een bestemmingsplan, inpassingsplan, wijzigingsplan, uitwerkingsplan of exploitatieplan, of een beheersverordening is vastgesteld, maar nog niet in werking getreden, blijft het oude recht van toepassing tot dit besluit van kracht is.’

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie

In het kader van de invoering van de Omgevingswet, van kracht sinds 1 januari 2024, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. De NOVI is per 11 september 2020 in werking getreden. Hierin zijn de kaders van het nieuwe rijksbeleid opgenomen De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met ambities. Ook worden in de NOVI de 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak. De vier prioriteiten Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak. De Uitvoeringsagenda beschrijft de vier prioriteiten. De opgaven uit de toelichting kunnen veelal niet apart van elkaar worden aangepakt.

Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio's; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Drie afwegingsprincipes Het doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: '(a) het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften'. Beschermen en ontwikkelen sluiten elkaar niet per definitie uit en kunnen elkaar zelfs versterken. Echter, gaan beschermen en ontwikkelen niet altijd en overal zonder meer samen en zijn soms echt onverenigbaar. Een optimale balans tussen deze twee vergt steeds een zorgvuldige afweging en prioritering van ongelijksoortige belangen. Om dit afwegingsproces en de omgeving inclusieve benadering richting te geven, is in de NOVI een drietal afwegingsprincipes geformuleerd: 1. Combineren boven enkelvoudig;

IWE Kanaalweg 8a te Eerbeek

17

2. Kenmerken & identiteit; 3. Afwentelen voorkomen. Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht, welke ‘nationale belangen’ genoemd worden. De NOVI richt zich op 21 nationale belangen. Deze worden geografisch weergegeven via de Nationale hoofdstructuur. De verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid ligt voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen. Hierdoor kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Doorwerking plangebied De verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid ligt voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen. Hierdoor kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Onderhavig initiatief is dan ook op regionaal niveau besproken met betrokken partners. Het onderhavige plan omvat geen ontwikkelingen die in strijd zijn met de nationale belangen. Het initiatief zet namelijk in op ‘Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie’. Nederland dient in 2050 klimaatbestendig en ‘waterrobuust’ te zijn. Klimaatadaptatie vraagt om goede inrichting van de fysieke leefomgeving die bestand is tegen de gevolgen van klimaatverandering, zoals het hebben veel zeer droge dan wel natte periodes.

Daarbij horen ruimtelijke keuzes en goed regionaal waterbeheer. We zetten in Nederland in op het behouden en reserveren van voldoende ruimte voor toekomstige waterveiligheidsmaatregelen en het duurzaam en efficiënt beheren en gebruiken van zoetwater. Met onderhavig initiatief wordt ingezet op het beperken van de grondwateronttrekkingen door de papierindustrie. Tevens wordt er ingezet op het zuiveren van oppervlaktewater, of water uit andere bronnen, om tot een waterkwaliteit te komen die kan worden ingezet als grondstof voor de drinkwaterproductie. De betrokken bedrijven hoeven minder grondwater te onttrekken voor hun bedrijfsactiviteiten. Dit draagt bij aan een ‘Waterrobuust’ Nederland. 3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Omgevingsvisies hebben geen bindende werking voor andere overheden dan de overheid die de visie heeft vastgesteld. De nationale belangen uit de NOVI die borging vragen, zijn juridisch geborgd in het Barro. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen en zorgt voor sturing en helderheid van deze belangen vooraf. In de NOVI wordt bepaald welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Barro bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. De normering uit het Barro werkt zoveel mogelijk direct door op het niveau van de lokale besluitvorming. Bij besluitvorming over bestemmingsplannen moeten de regels worden gerespecteerd. Het merendeel van de regels legt beperkingen op, daarin is een gradatie te onderkennen. Deze zijn geformuleerd als een 'ja-mits', een 'ja, voor zover', een 'nee-tenzij', een 'nee-als' of een stringente 'nee' bepaling. Doorwerking plangebied Er worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt in onderhavig bestemmingsplan die in strijd zijn met één van de nationale belangen. Onderhavig bestemmingsplan is dus in overeenstemming met het Barro.

IWE Kanaalweg 8a te Eerbeek

18

3.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat verplicht moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk maakt. Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn. 7 Per 1 juli 2017 is een gewijzigde Ladder in werking getreden.

Hierin is de tekst van de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). Doorwerking plangebied Met het ontwikkelen van de Waterrotonde is er sprake van een nieuw en uniek concept. In Nederland is er nog nooit eerder een soortgelijke installatie gerealiseerd. Nederland wordt in toenemende mate geconfronteerd met droge periodes. In Nederland is er een substantiële groei van de vraag naar drinkwater, terwijl de reserves aan goede kwaliteit grondwater snel slinken. De kwaliteit van het oppervlaktewater in Nederland is bovendien als zeer slecht te kwalificeren. Er dreigt binnen een periode van 10 jaar een watertekort te ontstaan. In het verlengde van het watertekort kan men een beperking of een verbod op de onttrekking van grondwater verwachten in de toekomst.

De ingebruikname van de grootschalige Waterrotonde zal de aangesloten papierfabrieken in staat stellen om op termijn de grondwateronttrekking grotendeels stop te zetten. Grondwateronttrekking zal op termijn dienen als reservecapaciteit en voor het opvangen van calamiteiten. De waterrotonde draagt op dit punt dan ook bij aan een groot maatschappelijk belang. De papierfabrieken uit Eerbeek en Loenen zouden daarmee de eerste papierfabrieken ter wereld zijn waarvan het waterverbruik met de gesloten waterkringloop voor het grootste gedeelte circulair is en daarmee uniek in zijn soort. Het terugbrengen van de grondwateronttrekking is cruciaal voor de continuïteit van de bedrijven binnen de papierindustrie in Nederland. De huidig aanwezige waterzuiveringsinstallatie beschikt over een bestaand ondergronds leidingenstelsel welk in verbinding staan met de omliggende papierfabrieken. Daarbij zijn er bij de huidige zuiveringsinstallaties al veel installaties aangelegd die moeilijk te verplaatsen zijn. Verplaatsing van de waterzuiveringsinstallatie naar een bedrijventerrein is in redelijkheid niet mogelijk. In de toekomst zal er altijd behoefte blijven aan genoeg en schoon (drink)water.

De zuivering van zowel afval- als oppervlaktewater, of water uit andere bronnen, en daarmee ook de aanzienlijke reductie van de grondwateronttrekking die kan worden gerealiseerd, zijn van groot maatschappelijk belang. De realisatie van de Waterrotonde sluit aan op deze maatschappelijke behoefte.

7

O.a. ABRS 1 juni 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1503), ABRS 18 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:428) en ABRS 24 augustus 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2319).

IWE Kanaalweg 8a te Eerbeek

19

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie Gaaf Gelderland

Provinciale Staten hebben op 19 december 2018 de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland (hierna: de Omgevingsvisie) vastgesteld. Deze is in werking getreden op 1 maart 2019. Het doel van de Omgevingsvisie is: een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland, vanuit het verleden én met het oog op de toekomst. De provincie is als middenbestuur een belangrijke schakel bij het bereiken van deze doelstellingen en wil op een aantal manieren waarde toevoegen: • met een brede blik kijken naar de inrichting en kwaliteit van de Gelderse leefomgeving; • stimuleren van ontwikkelingen enerzijds en beschermen van waarden anderzijds; • focussen op duurzaamheid, onderlinge verbondenheid en een economisch krachtig Gelderland; • door middel van 7 ambities verder verdiepen van de focus. De 7 ambities van de provincie richten zich op de volgende thema's: energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, vestigingsklimaat en de woon- en leefomgeving. Per ambitie is de provinciale aanpak beschreven. De Omgevingsvisie is concreet uitgewerkt in de hierna beschreven Omgevingsverordening Gelderland. Deze verordening bevat concrete regels, waaraan het initiatief wordt getoetst. De Omgevingsvisie zelf bevat geen regels, die voor dit bestemmingsplan direct van belang zijn. 3.2.2

Omgevingsverordening Gelderland

Provinciale Staten hebben de Omgevingsverordening Gelderland (hierna: de Omgevingsverordening of verordening) vastgesteld op 24 september 2014. De verordening wordt geregeld geactualiseerd. De meest recente actualisatie van de Omgevingsverordening dateert van april 2025. De regels in de verordening kunnen betrekking hebben op het hele provinciale grondgebied, op delen of op gebiedsgerichte thema's. Gemeenten moeten binnen een bepaalde termijn hun bestemmingsplan afstemmen op de in de verordening opgenomen regels. De regels in de verordening zijn gebaseerd op de hierboven beschreven Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en hebben de status van algemeen verbindende voorschriften. De provincie Gelderland stelt in de Omgevingsverordening dat een aantrekkelijk vestigingsklimaat vraagt om voldoende en geschikte ruimte voor de vestiging van nieuwe bedrijven en voor de ontwikkeling van bestaande bedrijven. Het juiste bedrijf moet zich op de juiste plek kunnen vestigen. Dit vraagt om kwalitatief goede locaties die aansluiten op de marktomstandigheden en de ruimtelijk economische ontwikkeling van de regio.

Doorwerking plangebied Volgens de bij de Omgevingsverordening Gelderland bijbehorende kaarten is het plangebied gelegen binnen; ‘Gelderse streek IJsselvallei’, ‘glastuinbouwbedrijf buiten een glastuinbouwontwikkelingsgebied’, ‘nationaal landschap’, ‘werkgebied van de faunabeheereenheid Gelderland’ en binnen het ‘aandachtsgebied windturbines rondom de Veluwe’. Het planvoornemen betreft geen uitbreiding en/of bouw van een glastuinbouwbedrijf, derhalve heeft de aanduiding ‘glastuinbouwbedrijf buiten een glastuinbouwontwikkelingsgebied’ – artikel 5.78 - geen gevolgen voor voorgenomen ontwikkeling.

IWE Kanaalweg 8a te Eerbeek

20

Het planvoornemen betreft geen uitbreiding en/of bouw van windturbines, derhalve heeft de aanduiding ‘aandachtsgebied windturbines rondom de Veluwe’ – artikel 7.16a - geen gevolgen voor voorgenomen ontwikkeling. Het plangebied is gelegen binnen de aanduiding ‘Nationaal landschap’. Het volgende artikel is van toepassing: Artikel 5.33 (beschermen landschap algemeen) 1. Als een omgevingsplan een activiteit of ontwikkeling toelaat, bevat de toelichting op het omgevingsplan een beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met de in het plangebied aanwezige kernkwaliteiten, in het bijzonder de nationale landschappen. 2. Als een activiteit of ontwikkeling leidt tot een aantasting van de kernkwaliteiten, laat het omgevingsplan die alleen toe als uit de toelichting op het omgevingsplan blijkt dat: a. per saldo sprake is van versterking van het landschap in lijn met de ontwikkeldoelen, bedoeld in bijlage Kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen landschap die in de betreffende Gelderse streek van toepassing zijn; en b. de versterking en de uitvoering hiervan worden vastgelegd. Het plangebied maakt onderdeel uit van de ‘Gelderse streek IJsselvallei’, behorend tot het nationaal landschap. Het navolgende artikel is van toepassing.

Artikel 5.38 (beschermen landschap Gelderse streken: IJsselvallei) Voor zover een omgevingsplan van toepassing is op locaties binnen de Gelderse streek IJsselvallei wordt bij een nieuwe activiteit of ontwikkeling rekening gehouden met de voor die streek vastgestelde kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen van het landschap als bedoeld in bijlage Kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen landschap Gelderse streek IJsselvallei. De kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen zijn gedestilleerd uit bestaande provinciale en andere documenten waarin deze Gelderse kwaliteiten en ontwikkeldoelen al staan beschreven, zoals de beschrijving van de kernkwaliteiten voor de nationale landschappen (2014), de streekplanuitwerking waardevolle landschappen (2005), het provinciale Landschapsboek (2004) en aangevuld met de kennis omtrent actuele ontwikkelingen (maart 2021). Gelderland is een provincie waar mensen met plezier wonen, werken en verblijven. Mensen waarderen de omgeving en de diversiteit aan landschappen. In Gelderland kunnen we samenleven te midden van natuur, landschap, landbouw en water, met een rijke historie. Deze kwaliteiten van Gelderland zijn niet vanzelfsprekend. Voor het behouden, verder ontwikkelen en versterken van de kwaliteiten heeft de provincie uitspraken gedaan in de Omgevingsvisie. Beschrijvingen van de kernkwaliteiten van het landschap zijn onderdeel van de aanpak.

Voor nationaal landschap geldt de afwegingsformule; ‘ja-mits’ de kernkwaliteiten behouden blijven of versterkt worden. De streek IJsselvallei ligt opgespannen tussen de rivier de IJssel aan de oostzijde en de beboste stuwwal van de Veluwe aan de westzijde. De locatie waarop de uitbreiding voorzien is maakt deel uit van deelgebied de Zuidelijke Flank, volgends de Streekgids IJsselvallei. Er is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld (zie figuur 7, hoofdstuk 2 en bijlage 1 van voorliggende plantoelichting). Hierbij is rekening gehouden met de kernkwaliteiten van het Nationale Landschap.

IWE Kanaalweg 8a te Eerbeek

21

De uitbreiding van de waterzuiveringsinstallatie aan de Kanaalweg 8a betreft de uitbreiding van een solitair bedrijf. Het bedrijf is immers niet gelegen op een bedrijventerrein. Met onderhavige ontwikkeling wordt een bestaand bedrijf in het buitengebied uitgebreid. Artikel 5.72 (solitaire bedrijvigheid) uit de Omgevingsverordening is van toepassing op onderhavig planvoornemen: Artikel 5.72 (solitaire bedrijvigheid) 1. Een omgevingsplan kan in het buitengebied een bedrijfsmatige activiteit toelaten, tenzij die activiteit naar huidige planologische inzichten thuishoort op een bedrijventerrein. 2. In afwijking van het eerste lid kan een omgevingsplan een nieuwe bedrijfsmatige activiteit in het buitengebied toelaten als: a. sprake is van functieverandering; of b. de ontwikkeling past binnen de in het regionaal programma werklocaties gemaakte afspraken over solitaire bedrijvigheid. 3. Een omgevingsplan kan in het buitengebied uitbreiding van solitaire bedrijvigheid die leidt tot bedrijfsbebouwing groter dan 1.000 vierkante meter en waarbij de uitbreiding zelf groter is dan 250 vierkante meter bedrijfsbebouwing toelaten als in de toelichting bij het omgevingsplan wordt: a. gemotiveerd dat de uitbreiding past in regionale functieveranderingsafspraken of het regionaal programma werklocaties; of b. aangetoond dat: 1. de uitbreiding qua aard en schaal past bij de omgeving; 2.

verplaatsing naar een bedrijventerrein niet wenselijk is; en 3. de uitbreiding een maatbestemming krijgt. De beoogde ontwikkeling gaat om een uitbreiding van het bestaande bedrijf IWE. Dit is een ontwikkeling die niet separaat kan worden gerealiseerd op een bedrijventerrein zoals gesteld in Lid 1. De afvalwaterzuiveringsinstallatie is gelegen aan de Kanaalweg 8a en heeft een bestaand ondergronds leidingenstelsel met omliggende papierfabrieken. Daarbij zijn er bij de huidige afvalwaterzuiveringsinstallatie al veel technische installaties aangelegd die moeilijk te verplaatsen zijn. Verplaatsing van de waterzuiveringsinstallatie als geheel naar een bedrijventerrein is in redelijkheid niet mogelijk. In Lid 2 geeft het artikel aan dat in afwijking van het eerste lid een nieuwe bedrijfsmatige activiteit in het buitengebied toegelaten kan worden als er sprake is van een functieverandering. Of de ontwikkeling past binnen het regionaal programma. Onderhavig initiatief is op regionaal niveau afgestemd. Tot slot spreekt men hier niet over een nieuwe bedrijfsmatige activiteit. Voorliggend planvoornemen is een uitbreiding van een al bestaand bedrijf. De beoogde ontwikkeling is een uitbreiding die qua aard en schaal past bij de omgeving. Het gaat hier om een uitbreiding van schappelijke schaal van de waterzuiveringsinstallaties van IWE.

Dit is een ontwikkeling die niet past op een bedrijventerrein dan wel verplaatst kan worden gezien het aangesloten dient te worden op het bestaande systeem van IWE. De uitbreiding krijgt daarnaast een maatbestemming. Er is een landschappelijke inpassing opgenomen in de plantoelichting dan wel de bijlagen. Het gebouw ten behoeve van de Waterrotonde krijgt een plat dak en maximale hoogte van 9 meter. Het voornemen is om dak te voorzien van zonnepanelen. Om het gebouw vanaf de Professor Weberlaan zoveel mogelijk aan het zicht te onttrekken zal het nieuwe gebouw worden omzoomd met een bomenrij en lage groene begroeiing, ofwel omgeven door een houten omheining met klimop. Het plangebied is tevens gelegen in de Zuidelijke IJsselvallei. Binnen dit gebied is sprake van waterschaarste: aanbod en verdeling van water is één van de grote opgaven in het gebied volgens het Water-

IWE Kanaalweg 8a te Eerbeek

22

schap Vallei en Veluwe. Het waterschap zoekt binnen het gebied met gebiedspartners op verschillende manieren om de waterkringloop te herstellen en water langer vast te houden. Ze verkennen welke mogelijkheden er zijn om waterschaarste te verminderen, water beter te verwaarden en de impact op de leefomgeving te verbeteren. Het waterschap heeft daarbij ook aangegeven dat ze gezamenlijk met de lokale papierindustrie wegen verkennen om de waterkringloop te kunnen sluiten, doormiddel van duurzaam hergebruik van water, met als doel waardevol water in het gebied te behouden. Het voorgenomen initiatief draagt bij aan deze ambities. Regionale afstemming Hoewel regionale afstemming volgens de provinciale Omgevingsverordening formeel niet meer hoeft plaats te vinden, is dat in de loop van juni 2024 wel gebeurd. De aldaar vertegenwoordigde overheden hebben ingestemd met de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling, waarbij alleen een vraag is gesteld over eventuele gevolgen van de onttrekking van IJsselwater op de bevaarbaarheid. Dat onderwerp zal echter te zijner tijd in toekomstige vergunningsprocedures worden geadresseerd. Beperkingengebied stikstofemissie De provincie heeft in april 2025 zogenaamde voorbeschermingsregels beperkingengebied stikstofemissie vastgesteld, als aanvulling op de Omgevingsverordening.

Het doel van deze voorbescherming is het voorkomen van nieuwe activiteiten met stikstofdepositie op de stikstofgevoelige natuur binnen de aangegeven Natura 2000-gebieden die op grond van een geldende regeling nog vergund kunnen worden. Het plangebied ligt echter (ver) buiten dat gebied (afstand ca. 700 meter of meer), zie figuur 8.

Figuur 8: plangebied ten opzichte van beperkingengebieden stikstofemissie

IWE Kanaalweg 8a te Eerbeek

23

Conclusie Te concluderen valt dat het planvoornemen past binnen het gestelde in de Omgevingsverordening van de provincie Gelderland.

3.3

Regionaal beleid

3.3.1

Regionale Structuurvisie De Voorlanden Stedendriehoek 2030

De gemeenten Apeldoorn, Brummen, Deventer, Epe, Lochem, Voorst en Zutphen hebben gezamenlijk de Regionale structuurvisie gepubliceerd in november 2009. De structuurvisie is een visie op het niet-bundelingsgebied voor een periode van 20 jaar. De regio heeft, nu deze visie klaar is, een geïntegreerde en samenhangende visie voor het hele grondgebied van de zeven gemeenten. De structuurvisie is voor deze gemeenten een richtinggevend kader voor beleid en uitvoering. De sleutelbegrippen uit de visie zijn: ruimtelijke samenhang, een ontwikkelingsgerichte en integrale benadering en aandacht voor lokale kwaliteiten. De thematiek van de visie voor De Voorlanden is meer geënt op wat er speelt in het landelijk gebied en de middelgrote en kleine kernen. Het openhouden van het landelijk gebied en het behouden en versterken van de variatie van stad en land, het opvangen van de groei in de grote steden met ruimte voor eigen dynamiek in de dorpen vormen enkele voorbeelden van de gestelde principes. De Stedendriehoek is een netwerkregio die een schakel vormt tussen Randstad, Noord-Nederland, de Stadsregio Arnhem Nijmegen en Twente. De regio Stedendriehoek heeft al in het Manifest Stedendriehoek (maart 2002) de vijf strategische keuzen voor de regio benoemd: 1. Duurzaam waterbeheer als basis voor ruimtelijke ontwikkeling; 2. Natuur, landschap en landbouw ontwikkelen in functiecombinaties; 3.

Regionale bereikbaarheid verbeteren door hoogwaardig openbaar vervoer; 4. Stedelijke herstructurering gaat boven nieuwe stadsuitbreidingen; 5. Toevoegen van centrumstedelijke en landelijke woonmilieus. Deze keuzen vormen ook voor deze Regionale Structuurvisie De Voorlanden de leidraad. Voor de ruimtelijke uitwerking hiervan is, net zoals bij het Bundelingsgebied, gebruik gemaakt van de “lagenbenadering” en de “zeefkaart voor verstedelijking”. Met deze keuzen wil de Stedendriehoek de doelstelling “behoud en versterking van de samenhang en variatie in woon-, werk- en recreatiegebieden, met het gelijktijdig ontwikkelen van nieuwe kwaliteiten in water, natuur, landschap en landbouw” realiseren (Regionale Structuurvisie Stedendriehoek 2030, blz. 15). Opvallend in de economische structuur van Brummen is de sterke positie van de industrie (29,5% tegen een landelijk gemiddelde van 13,9%). Dat is grotendeels toe te schrijven aan de papierindustrie in Eerbeek, met daaraan gekoppeld transport en distributie. Eerbeek kenmerkt zich door de aanwezigheid van een grootschalige papierindustrie. Deze industrie heeft zich met name in de tweede helft van de vorige eeuw ontwikkeld. Het heeft een contrastrijk dorp opgeleverd, waar wonen en werken elkaar ‘zeer dicht op de huid zitten’. Waar functies elkaar in ruimtelijk en milieutechnisch opzicht, klem houden.

Met het vrijkomen van gronden in het centrum van Eerbeek ligt er nu een unieke kans voor gebiedsontwikkeling.

IWE Kanaalweg 8a te Eerbeek

24

Doorwerking plangebied Met voorgenomen ontwikkeling wordt een Waterrotonde gerealiseerd op het bestaande waterzuiveringsterrein van IWE. Met de nieuw te realiseren Waterrotonde kunnen de papierfabrieken uit Eerbeek en Loenen middels een circulair watersysteem, of door het zuiveren van oppervlaktewater, het gebruik van grondwater voor de productie van papier en karton beperken. Na de realisatie en ingebruikname kan er jaarlijks door de fabrieken 2,2 miljoen m³ bespaard worden op het gebruik van grondwater. Naast dat de Waterrotonde water zal zuiveren voor de papierfabrieken is ook drinkwaterbedrijf Vitens aangesloten. Door de lange periodes van droogte (de afgelopen zomers) en daling van de grondwaterstanden is ook Vitens gaan nadenken over de toekomst. Op dit moment onttrekt Vitens grondwater als grondstof voor de productie van drinkwater. Om in de toekomst verzekerd te zijn van voldoende beschikbaar drinkwater wil Vitens oppervlaktewater van de IJssel, of water uit andere bronnen, gaan gebruiken als grondstof voor de productie van drinkwater. Oppervlaktewater uit de IJssel (of andere bronnen) zal gezuiverd worden in de Waterrotonde en kan vervolgens ingezet worden als grondstof in het drinkwaterproductieproces van Vitens of opgeslagen worden in een ondergronds reservoir via bodeminfiltratie.

Deze ontwikkeling past dan ook volledig bij de ambitie duurzaam waterbeheer en sluit aan bij de verduurzaming van de papierindustrie, zoals gesteld in de vijf strategische keuzes voor de regio. Het planvoornemen is dan ook in lijn met de Regionale structuurvisie De Voorlanden.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Toekomstvisie 2030 ‘Innoveren met oude waarden’

De gemeente Brummen heeft op 25 juni 2013 de toekomstvisie 2030 gepubliceerd. Deze toekomstvisie zet de stip op de horizon van 2030. De gemeente heeft een uniek landschap, een veerkrachtige economie en kijkt naar elkaar op, dit is hoe de gemeente zichzelf omschrijft. De identiteit is een krachtige basis voor het bouwen aan de toekomst van Brummen. De visie geeft richting aan de strategie, het beleid en de plannen die ze de komende vijftien jaar samen zullen maken. Het is een inspiratiekader, dat laat zien wat en wie Brummen wil zijn in 2030. Natuur, landschap, water, papier en landgoederen zijn belangrijke kernwaarden in de gemeente die verleden en heden met elkaar verbinden. De gemeente heeft diverse speerpunten opgesteld; 1. Uitdagend nieuw, met respect voor oud; Brummen wil zichzelf blijven, maar Brummen wil ook vernieuwen. 2. Aantrekkelijk voor jong en oud; de gemeente vergrijst en ontgroent. Dit biedt uitdagingen en kansen. De gemeente wil jongeren en jonge gezinnen aantrekken die een toekomst willen opbouwen in de gemeente. 3. Duurzaamheid als ruggengraat; de gemeente gaat voor ontwikkelingen en vernieuwingen die passen bij wat ze nu nodig hebben. De gemeente gaat voor een optimale balans tussen de mens, de leefomgeving en een gezonde economie. 4. Lokaal doen wat lokaal kan; de gemeente wil zoveel mogelijke zelfvoorzienend zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16280758/2