CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

(166) Zienswijzennota

Besluitvormende raadsvergadering 21 december 2023, gemeente BrummenBij agendapunt: Bestemmingsplan Buitengebied, landschaps- en natuurversterkingPongeweg 4a3.190 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

416816

Zaaknummer Onderwerp

: Z059161 : Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan “Buitengebied Brummen, landschaps- en natuurversterking Pongeweg 4a”

Algemeen Overeenkomstig het bepaalde in de Wet ruimtelijke ordening heeft het ontwerpbestemmingsplan “Buitengebied Brummen, landschaps- en natuurversterking Pongeweg 4a” met de daarop betrekking hebbende stukken, met ingang van 23 november 2022 voor de duur van zes weken voor een ieder ter inzage gelegen, met de mogelijkheid zienswijzen in te dienen. Voor de volledigheid wordt hier vermeld, dat de volledige zienswijzen, zoals deze zijn ingediend, zijn betrokken bij het opstellen van de reactienota. Op de zienswijzen die betrekking hebben op het bestemmingsplan zal hieronder inhoudelijk worden ingegaan. De zienswijzen zijn in samengevatte vorm weergegeven.

Blz. 2

Behandeling zienswijzen Formele aspecten: Van de volgende indieners zijn met betrekking tot het bestemmingsplan zienswijzen ontvangen: 1. Indiener 1: Documentnummer D397818 (geanonimiseerd D416555), ontvangen op 16 december 2022; De door indiener ingediende zienswijze is binnen de gestelde termijn binnengekomen, zodat zij tijdig is ingediend. Overeenkomstig artikel 3.30, tweede lid jo. artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening is op de voorbereiding van het bestemmingsplan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, met dien verstande dat zienswijzen omtrent het ontwerp door een ieder naar voren kunnen worden gebracht. Een beoordeling van belanghebbendheid is om die reden niet aan de orde. Hierna wordt per indiener de zienswijze samengevat weergegeven en van een reactie voorzien.

Blz. 3

Inhoudelijke behandeling

Nr. 1 A.

B.

C.

Samenvatting zienswijze D397818 De aanleg van het voorgenomen bosperceel gedeeltelijk een perceel waarover een handhavingsprocedure loopt. Deze handhavingsprocedure komt voort uit fouten tijdens bouw en aanleg van perceel Pongeweg 4A. De gekozen begrenzing van het perceel is niet mogelijk, omdat hiermee een deel van de illegale situatie sluipenderwijs kan worden gelegaliseerd. De potentiecheck flora- en fauna mist dat de locatie kan dienen als stepping stone tussen het bos aan de Zwarteweg en het bosje aan de Voorstondensestraat. Bijvoorbeeld voor reeën.

Er is sprake van een sterk toegenomen verkeersdruk op de Pongeweg, met name tussen de Slatweg en perceel 4A (de korte periode van kerstbomenverkoop buiten beschouwing latend). Het gaat met name om grote aantallen pakketdiensten waarvan zeker meer dan de helft alleen naar 4A rijdt en terug naar de Slatweg, precies langs de gekozen locatie. En hebben initiatiefnemers 2 sportwagens met sportuitlaten waarmee ze bij voorkeur vol gas langs het beoogde perceel rijden. Voor de veiligheid van het wild en voor de verkeersveiligheid lijkt het dan ook zinvol om de eerste strook langs de weg geen bos te planten maar daar in een strook van een meter of de huidige bestemming te handhaven zodat overstekend wild het verkeer ziet en het verkeer overstekend wild tijdig ziet. Of dit in te zaaien met bloemrijk grasland. Daarbij valt hiermee ook de Pinus (als exoot) niet binnen het natuurbos. Het oppervlakteverlies kan dan richting de Oekense Beek worden gecompenseerd. De indiener heeft een schets ter illustratie

Reactie De handhavingsprocedure voor het woonperceel Pongeweg 4a en dit plan voor het realiseren van een geriefhout/vogelbos op het kadastrale perceel gemeente Brummen, sectie M, nummer 232 betreft verschillende gronden. Deze procedures staan dan ook los van elkaar.

De potentiecheck flora- en fauna richt zich op het huidige projectgebied en de hier op dit moment voorkomende en potentiële waarden. Het te realiseren bosgebied wordt uiteraard ook van betekenis voor groter wild als reeën. Het planvoornemen richt zich op het realiseren van een nieuw bos. De Pongeweg is een rustige en verharde weg in het buitengebied die enkele woonen bedrijfspercelen ontsluit. De weg heeft een vrije berm van circa 2 tot 3 meter aan de zijde van het plangebied. Er is dus in de huidige en toekomstige situatie voldoende vrije ruimte langs de weg en geen sprake van een verkeersonveilige situatie. Er wordt daarom geen aanleiding gezien het plangebied aan te passen. Het realiseren van het voorgenomen natuurbos staat daarbij ook los van de huidige aanwezige beplanting.

Aanpassing

Blz. 4

D.

E.

toegevoegd. Zeker als het bosperceel helemaal langs de beek gesitueerd zou worden, kunnen we ons voorstellen dat Waterschap Vallei en Veluwe vanuit het project Waardevol Brummen belangstelling heeft om aan te sluiten bij dit initiatief. Het gehele perceel valt binnen het projectgebied "Waardevol Brummen". Bijvoorbeeld door het slootachtige karakter van de Oekens Beek (de auteur van de Potentiecheck noemt het zelfs een sloot) met steile oevers te vergraven tot een natuurlijker loop met glooiende oevers waardoor een gradiënt in de vochtgraad van de grond ontstaat. Dat geeft ecologische meerwaarde.

In de potentiecheck staat abusievelijk staat dat er sprake is van een poel op het erf van Pongeweg 4A. Dat is een retentievijver met dus totaal andere waarde dan een poel o.a. door de sterk schommelende waterstand door de seizoenen heen. De auteur heeft ook geen contact opgenomen met de indiener, terwijl er de afgelopen periode zeer veel is verbeterd op het eigen perceel qua natuur. De NDFF geeft daarmee een onderschatting. Verder valt op dat de mol ontbreekt, terwijl de mol zeer belangrijk is op arme zandgronden als deze. Voorgesteld wordt in de planregels vast te leggen dat de mol niet langer bejaagd kan worden.

In het inrichtingsplan ontbreken een aantal inheemse soorten, zoals Vogelkers. Daarnaast ontbreken groenblijvers (Taxus Baccata en Ilex aquifolium (hulst), terwijl die in het winterseizoen zeer belangrijk zijn voor de

Het project de Groene Opgave richt zich op het realiseren van gebiedseigen landschapselementen als hagen, singels en bosjes, niet op het realiseren van waterdoelstellingen. We hebben de suggestie met het Waterschap Vallei en Veluwe besproken. Ter plaatse is op basis van de legger van het Waterschap sprake van een C-watergang, waarvan het beheer en onderhoud bij de (aanliggende) eigenaren ligt. Het Waterschap Vallei en Veluwe ziet geen prioriteit voor een andere of natuurlijkere inrichting. Het grootste belang ter plaatse is dat de doorstroming behouden blijft. Zoals aangegeven richt de potentiecheck zich met name op de huidige en potentiële natuurwaarden van het bestaande projectgebied, die bestaat uit grasland. Uiteraard wordt daarbij ook de omgeving beschouwd. In hetgeen de indiener van de zienswijze indient wordt echter geen informatie gezien die relevant is voor de beoordeling van de huidige en potentiële waarden van het projectgebied. De bescherming van inheemse diersoorten is geregeld in landelijke en provinciale regelgeving, waaronder de Wet natuurbescherming. De mol is reeds lange tijd geen beschermde diersoort (sinds 2005). In het kader van deze bestemmingsplanherziening is de mol dan ook geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De kern van de regeling voor de Groene Opgave is de aanplant van streekeigen beplanting.

Daarbij wordt altijd een selectie gemaakt van toepasbare soorten.

Het landschapsplan zal wordt aangepast: De inheemse vogelkers wordt toegevoegd aan het beplantingsplan: 125 stuks inheemse vogelkers en 125 stuks amelanchier lamarckii

Blz. 5

dekking van het wild en beschutting. Verder ontbreekt de wintereik, welke droogteresistenter is dan zomereik en de Winterlinde.

In dit geval is door de ter zake deskundig adviseur van het Stichting Landschapsbeheer Gelderland een landschapsplan met diverse inheemse beplanting opgesteld welke past binnen het landschapstype en de biodiversiteit versterkt. Op basis van de zienswijze is nader overlegd met SLG. De inheemse vogelkers wordt toegevoegd aan het beplantingsplan: 125 stuks inheemse vogelkers en 125 stuks Amelanchier lamarckii in plaats van 250 amelanchier lamarckii. Ook de wintereik zal worden toegevoegd, waarbij 55 zomereiken en 55 wintereiken worden voorzien.

Het zou goed zijn als in de regels iets wordt opgenomen over niet houden van bijen vanwege de voor de natuur schadelijke neveneffecten. De groeiverwachting van Landschapsbeheer Gelderland is hoger dan op locatie gewoon is. In het rapport staat na 2 jaar de aanplant begint te sluiten, maar dat is veel te kort. Ook de instandhoudingsverplichting van 10 jaar is in dit licht bezien bizar kort.

Er wordt geen aanleiding gezien om taxus of hulst toe te passen. Vanuit de gebiedskwaliteiten (open landschap) is hier geen aanleiding voor, hoewel deze soorten wel spontaan op kunnen komen op omliggende gronden. Daarnaast worden voldoende struikvormers in grote dichtheden aangebracht, zodat ook het wild beschutting kan vinden in het te realiseren bos. Dit aspect is niet ruimtelijk relevant voor het voorliggende bestemmingsplan. Het houden van bijen wordt ruimtelijk niet gereguleerd. Er geldt een instandhoudingsverplichting van 10 jaar en daarnaast wordt de bestemming omgezet naar ‘Bos’. Na realisatie valt het bos onder de Wet Natuurbescherming, omdat de oppervlakte groter is dan 1000 m² (10 are). Het bos krijgt daarmee een wettelijke bescherming. Voor het omhakken of rooien is toestemming van de provincie benodigd en kan een kapverbod worden opgelegd. Naar de mening van de gemeente is op

in plaats van 250 amelanchier lamarckii. Ook de wintereik zal worden toegevoegd, waarbij 55 zomereiken en 55 wintereiken worden voorzien in plaats van 110 zomereiken.

Blz. 6

Wat betreft van aanplanten moet hiervoor het najaar worden gebruikt. Het zal gewoon zijn, maar dit moet wel vastgelegd worden. Er wordt een snoeiadvies gegeven, maar hierbij wordt niets gezegd over het broedseizoen. Het lijkt essentieel om op te nemen in de regels dat er geen onderhoud en ook geen verstorende activiteiten zijn toegestaan in het broedseizoen (15 maart – 15 juli) en daarbuiten in de nabijheid van een broedgeval. Bij de aanplantadviezen ontbreekt dat er rekening moet worden gehouden met het kunnen schonen van de Oekense Beek. Dit om stroomopwaarts wateroverlast te voorkomen. Dat betekent dat er voldoende afstand tot de beek gehouden moet worden.

In de adviezen staat over onderhoud dat alles onkruidvrij moet zijn. Dat past natuurlijk niet in een natuurdoelstelling en is ook volstrekt onnodig. Het enige dat nodig is, is het vrijhouden van een beperkte plantspiegel rondom elke plant. Waarbij aandacht nodig is om de stammen en de antiwildvraatvoorzieningen niet te beschadigen, wat vaak het geval is tijdens dat soort werkzaamheden, zelfs door vakmensen. We hopen dat de gemeente een manier kan vinden om initiatiefnemers vooraf een stuk kennis en inzicht voor natuur(ontwikkeling) bij te brengen. In de plantadviezen wordt niet ingegaan op het reliëf in het terrein en de daaruit

basis van de combinatie van maatregelen en regelgeving voldoende waarborgen voor een duurzame aanleg en instandhouding van het voorgenomen bos. Het najaar is inderdaad de beste periode. De initiatiefnemer wil het plan bij voorkeur ook in het najaar ook uitvoeren. Nadere afspraken hierover zijn niet noodzakelijk. Dit is wettelijk gezien al zo geregeld, onder andere in de Wet Natuurbescherming. Initiatiefnemers dienen binnen de wettelijke kaders de werkzaamheden uit te voeren. Naast dat de ruimtelijke planregels zich hier niet voor lenen, is dit aspect dus wettelijk gezien al geborgd. Ter plaatse is sprake van een C-watergang op basis van de legger van het Waterschap Vallei en Veluwe. Het beheer en onderhoud ligt daarmee bij (aanliggende) eigenaren en niet bij het Waterschap Vallei e nVeluwe. Er gelden op grond van de Keur van het Waterschap Vallei en Veluwe dan ook geen vrijwaringszones of verplichte onderhoudsstroken. Er is sprake van een bosplantsoen dat kort op elkaar wordt geplant. Het advies is gegeven met het oog op de het aanslaan van de inplant in de eerste jaren. Uiteraard wordt uiteindelijk een natuurlijke situatie beoogd.

Er wordt geen reden gezien voor een gedetailleerde werktekening. Er is sprake van

Blz. 7

voortkomende gradiënt qua vochthuishouding. Dat is een gemiste kans op ecologische meerwaarde en mogelijk zelfs een factor die tot plaatselijke mislukking kan leiden. We missen in dit licht een gedetailleerde werktekening voor de aanplant, wat waar moet komen en een juridische verankering daarvan in het bestemmingsplan. Misschien is het wenselijk in de regels op te nemen dat afval dat vrijkomt bij onderhoud en beheer, niet in de openbare ruimte gestort mag worden, zoals we de laatste jaren uitgerekend langs dit perceel zien, maar binnen het perceel verwerkt dient te worden voor ecologische doelen. Het lijkt ook logisch dat de gemeente in de regels opneemt dat de eigenaar van het beoogde natuurbos geen roofdieren, waaronder huiskatten, los laat lopen, tenminste in het broedseizoen. En de gemeente daarbij alle zaken die van essentieel belang zijn voor de ontwikkeling van het natuurbosje, in de planregels te borgen en niet alleen in de toelichting of het inrichtingsplan. Ook verzoeken we gemeente en initiatiefnemers nog eens goed te kijken naar wat er wel in de regels staat, want wij zien bijvoorbeeld heel veel regels over bouwen terwijl in het perceel helemaal niet mag worden gebouwd. Ook wordt gesproken over een communicatiemast wat ook strijdig is met dat überhaupt niet mag worden gebouwd.

Ook zien wij dat in 1.21 wordt gesproken over (agrarisch) medegebruik terwijl in dit plan juist wordt voorgesteld de bestemming van agrarisch te wijzigen naar bosbestemming, waarna dus geen sprake meer kan zijn van (agrarisch) medegebruik.

een duidelijke mix aan bosplantsoen welke wordt ingeplant in het projectgebied. Het werkgebied duidelijk, zodat sprake is van een uitvoerbaar en handhaafbaar bestemmingsplan. Verder is de landschappelijke inpassing geborgd in de planregels (voorwaardelijke verplichting). Dit zijn geen ruimtelijke relevante aspecten die betrekking hebben op het (kunnen) aanplanten van het bos. Het bestemmingsplan biedt uitsluitend een kader om dit mogelijk te maken. De planregels gaan dus over het ontwikkelen en behouden van bosplantsoen op het perceel (toelatingsplanologie).

Op de bestemming ‘Bos’ mag inderdaad niet worden gebouwd. In artikel 6 staan de algemene afwijkingsregels uit bestemmingsplan ‘Buitengebied’ opgenomen. Hiermee kan worden afgeweken van de bouwhoogte van bouwwerken (tot 5 meter) of een waarschuwings- of communicatiemast van 40 meter worden opgericht. Aan het vergroten van de bouwhoogte van bouwwerken komt in dit geval geen betekenis toe, omdat geen bouwwerken op grond van de bestemming ‘Bos’ niet zijn toegestaan. Het realiseren van communicatiemasten is al mogelijk via het buitenplans afwijkingsbeleid van de gemeente, maar dan onder nadere voorwaarden.

Ja, artikel 6 met de algemene afwijkingsbevoegdheden komt te vervallen.

Blz. 8

Aan de begripsbepaling voor agrarisch medegebruik komt geen betekenis toe, omdat die niet voorkomt in de bestemming ‘Bos’.

Civielrechtelijk is geregeld dat het bos minstens 10 jaar staat, daarna mag het weg, er is geen herplantplicht geregeld maar zonder bestemmingsplanwijziging om het perceel terug te brengen naar agrarische bestemming heeft het een bosbestemming. Ook zien we in artikel 7 staan dat vellen en rooien van bomen zonder vergunning is toegestaan. In de civielrechtelijke overeenkomst is een instandhoudingsverplichting van 10 jaar. Na 10 jaar mag dus op grond van dit artikel het hele bos worden gerooid. In artikel 4 is echter een verbod opgenomen om diepwortelende beplanting (aan te brengen of) te verwijderen. Weliswaar geldt een grens van 2500 m2 maar als na 10 jaar of langer het bos weggehaald wordt, is dat inclusief inmiddels over grote oppervlakte uitgegroeide en diepgewortelde bomen. Dat beslaat dan dus het grootste deel van het perceel van 1ha en dus zeker meer dan 2500 m2. Artikel 4 en 7 zijn dus onderling strijdig. Ook zien we met de Wet natuurbescherming strijdige bepalingen mb.t. het kappen en herplanten. We missen überhaupt de samenhang met de Wnb (voormalige Boswet).

Indien de initiatiefnemers na 10 jaar de bestemming weer wensen te wijzigen in agrarisch, is het onduidelijk of de waardevermeerdering weer wordt

Voorgesteld wordt artikel 6 te laten vervallen. Beplantingen met bomen van groter dan 10 are buiten de bebouwde kom vallen onder de Wet Natuurbescherming. Het te realiseren bos is dus wettelijk gezien al beschermd. Via de Wet Natuurbescherming geldt dus al een meldingsplicht (bij dunnen/kappen) een herplantplicht danwel kapverbod in voorkomende gevallen. Hier is geen aanvullende regeling voor benodigd. Daarnaast is de bestemming ‘Bos’ opgenomen en is andersoortig gebruik van gronden niet toegestaan (en strijdig met de bestemming). Er is ook geen wijzigingsbevoegdheid opgenomen naar een agrarische bestemming. Op grond van artikel 7 is het aanplanten van bos (wat juist wordt beoogd) en ook het kappen en rooien van bos toegestaan. Dit is ook nodig voor het onderhoud, maar kan nooit zover gaan dat geen sprake meer is van ‘Bos’ conform de bestemming. De gemeente is het bevoegd gezag voor archelogie. Daarom is opgenomen dat indien sprake is van grotere oppervlaktes (>2500 m2), wel sprake van een ‘aanlegvergunningplicht’, maar dan gebaseerd op archeologische waarden. Zoals aangegeven geld een instandhoudingstermijn, blijft de bestemming ‘Bos’ van toepassing en geld de Wet Natuurbescherming. Na de

Blz. 9

teruggevorderd.

Wat volledig ontbreekt, is een verankering van de civielrechtelijke afspraken bij verkoop van het perceel. Zoals ten aanzien van de instandhoudingsverplichting. De gemeente, al dan niet in samenwerking met provincie, hetzelfde resultaat van 1ha bos kan bereiken met één briefje naar de eigenaar van een teloorgegaan bosperceel in de directe omgeving, waar sinds 2018 geen herplant plaatsvindt, terwijl dat op grond van de Wnb binnen 3 jaar dient te gebeuren. En zo zijn er wel meer percelen waar de gemeente met veel minder financiële middelen winst voor de natuur kan boeken.

Wat betreft de Toelichting zien we onder 1.3 een kaartje met het vigerend bestemmingsplan voor het beoogde perceel. Echter het gedeelte waar dit bestemmingsplan Pongeweg 4-6 niet meer vigerend is, staat wel met de oude bestemmingen op dit kaartje wat tot verwarring leidt. Dit is het gedeelte dat nu valt onder bestemmingsplan Pongeweg 4 en 6. In de toelichting onder 2.1 staat: "Het naastgelegen erf is enkele jaren geleden herontwikkeld van agrarisch naar wonen ten behoeve van een nieuwe woning

periode van 10 jaar is aan de verplichtingen in het kader van de Groene Opgave voldaan. Bestemmingsplanverzoeken worden na deze periode, hoewel zeer onwaarschijnlijk, op hun eigen merites beoordeeld. Op dat moment zal de waarde als bos, herplant en dergelijke ook allemaal weer aan bod komen bij een planologische beoordeling. Zoals aangegeven geldt er zowel een bestemming ‘Bos’ als een bescherming via de Wet Natuurbescherming.

De gemeente stimuleert op diverse manieren de aanplant van landschapselementen en bos. In dit specifieke geval gaat het om de regeling voor de ‘Groene Opgave’ waarbij we juist laagdrempelig samen met bewoners en agrariërs proberen ons landschap te versterken en meer biodiversiteit toe te voegen. Juist de samenwerking en het eigenaarschap van onze inwoners om samen het landschap te verfraaien en versterken in de eigen leefomgeving is de kern van de regeling. Uiteraard werkt de gemeente ook in diverse andere verbanden met haar partners aan versterking van de natuur. Het klopt dat er recenter een bestemmingsplan is vastgesteld waarin de minicamping ter plaatse is komen te vervallen en de recreatiewoning van een positieve bestemming is voorzien. In dit geval is echter aangegeven wat de vigerende bestemming is van het plangebied met het kaartje. In de tekst van de toelichting zal de wijziging op het naastgelegen perceel worden opgenomen.

Ja, de toelichting wordt aangepast om te verduidelijken dat voor de naastliggende gronden een bestemmingsplanherziening heeft plaatsgevonden.

Blz. 10

en een minicamping." Gedoeld wordt op de bestemmingsplanwijziging waarin de bouw van Pongeweg 4A mogelijk is gemaakt. De inhoud is echter onjuist. Voor de minicamping ligt de bestemming 'Recreatie-Verblijfsrecreatie' sinds die bestemmingsplanwijziging op een deel van het perceel Pongeweg 4A en niet een woonbestemming. En het grootste deel van het perceel Pongeweg 4A heeft ongewijzigd de bestemming 'Agrarisch met waarden — landschapswaarden A' gehouden. Onder 6.1 van de toelichting wordt gesproken over het beoordelen van aanvragen voor omgevingsvergunning als zijnde met voorliggend plan voor gemeente gemoeide kosten. Wij vragen ons af op welke omgevingsvergunning wordt gedoeld, nu er in dit kader geen vergunningsaanvragen zijn gepubliceerd.

Het is correct dat geen aanvraag omgevingsvergunning is ingediend (benodigd is) voor realisatie van plannen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13555558/2