(155) Notitie rode draden opiniërende raadsbehandeling memo RES 2.0
Tekst van het document
Notitie: rode draden opiniërende raadsbehandeling memo RES 2.0 Op basis van de gesprekken in Epe, Zutphen, Lochem, Apeldoorn, Brummen, Voorst en Heerde Aanpak en doel van deze notitie Deze rode draden-notitie is opgesteld op basis van de opiniërende raadsbehandelingen in de gemeenten Epe, Zutphen, Lochem, Apeldoorn, Brummen, Voorst en Heerde. Daarbij is systematisch gekeken naar: inhoudelijke opmerkingen, zorgen en suggesties die in meerdere gemeenten zijn genoemd; signalen die, hoewel lokaal genoemd, van structurele of strategische betekenis zijn; thema’s die beleidsmatig relevant zijn voor de verdere uitwerking van het Regionaal Programma Energievoorziening (RPE; voorheen RES 2.0). Het doel van deze notitie is: 1. inzicht geven in de belangrijkste terugkerende aandachtspunten van gemeenten; 2. de vertaalslag mogelijk maken naar de 100%-versie van het ontwerp RPE; 3. gemeenten, regio en partners handvatten geven bij de verdere vertaling naar de lokale energievoorziening. Deze notitie wordt ook benut ter voorbereiding op het bestuurlijk gesprek over het RPE, zodat gedeelde zorgen, wensen en kansen op tafel liggen en meegenomen kunnen worden in het vervolgproces. Algemeen Het memo RES 2.0 en de aanpak waarin de gehele energievoorziening wordt beschouwd, is in alle raden positief ontvangen.
Dat geldt ook voor het Bod, met de kanttekening dat het inschatten van het realiteitsgehalte lastig was o.b.v. het memo. Alle input die als rode draad is aangemerkt en in dit document opgenomen, is meegenomen in het Ontwerp RPE. Daar waar (politieke) discussies ontstonden, gingen die over de vertaling van het RPE, naar de lokale inrichting van de toekomstige energievoorziening. En over het uitsluiten van energiebronnen zoals bijvoorbeeld windmolens vs. het behouden van flexibiliteit om opties open te houden bij het toewerken naar een betaalbare, betrouwbare en duurzame energievoorziening in alle seizoenen en in 2050. Kansen voor regionale samenwerking worden breed erkend, mits lokale belangen en zichtbaar blijven, net als ieders bijdrage aan het totaal. In meerdere raden bestaat de behoefte om (op regelmatige basis) bijeenkomsten te hebben om het kennisniveau op peil te brengen/ houden, om op de hoogte te blijven van de ontwikkelingen m.b.t. de energievoorziening en om technische vragen te kunnen behandelen. Het is aan te bevelen om dit te organiseren, in voorbereiding op de vertaling van RPE, naar de inrichting van de lokale energievoorziening.
1
Participatie en lokaal eigenaarschap Brede steun voor versterking van lokale participatie, met nadruk op tijdige en concrete betrokkenheid van inwoners. Wens om 50% lokaal eigendom helder te definiëren en niet alleen te beperken tot zonne- en windprojecten. Samenwerking met lokale energiecoöperaties wordt gezien als essentieel voor draagvlak en uitvoeringskracht. Verder verkennen kansen van energiedelen, energiegemeenschappen en ‘local for local’ constructies. Lokale visiedocumenten zoals de Voorster Energie Strategie kunnen functioneren als brug tussen lokaal draagvlak en regionale besluitvorming. Betaalbaarheid en rechtvaardigheid In vrijwel alle gemeenten leeft zorg over de betaalbaarheid van de energietransitie, vooral voor lage en middeninkomens. Oproepen tot eerlijke verdeling van kosten, vooral in relatie tot netverzwaring en investeringen in infrastructuur. Pleidooien voor extra ondersteuning voor kwetsbare groepen en het voorkomen van scheve verdelingen tussen huurders en woningeigenaren. Zorg dat financiële lasten van verduurzaming niet de maatschappelijke acceptatie ondergraven. Technologische opties en energiemix Steun voor verbreding van de energiemix: naast zon en wind ook aandacht voor biogas, geothermie, aquathermie, opslag en op termijn waterstof en (beperkt) kernenergie.
Scepsis over biogas uit mest en kernenergie leeft in sommige gemeenten, vooral waar natuurimpact of afhankelijkheid van import een rol speelt. Kleinschalige oplossingen (wijkgericht, energiedelen, buurtbatterijen) worden breed omarmd als middel om draagvlak te vergroten. Rol van gedragsverandering en besparing wordt benoemd, maar onvoldoende uitgewerkt in beleid. Gemeenten zoeken actief naar technologische alternatieven voor grootschalige wind, met nadruk op zon op dak, lokale hubs en innovatieve opslagvormen. Nieuwe technologieën worden steeds vaker lokaal besproken, maar vragen om duidelijke kaders en kennisdeling. Ook aandacht geven aan besparing en isolatie in het RPE. Vraag naar scenario's met opslag, met minder wind of met meer besparing. Deze input is meegenomen in het Ontwerp RPE. Hierin worden ook kenmerken en consequenties van verschillende energieoplossingen uitgewerkt. Het RPE maakt echter geen keuzes m.b.t. de energiemix; dat is de vertaalslag die op lokaal niveau gemaakt gaat worden.
2
Infrastructuur, netcongestie en opslag Netcapaciteit is in alle gemeenten een belangrijk zorg; oplossingen worden gezocht in opslag, slimme netten en fasering. Grote zorgen over trage uitbreiding van het elektriciteitsnet, met name vanwege lange doorlooptijden bij netbeheerders. Opslag wordt belangrijk. Wens voor een 'accu-ladder' of vergelijkbaar beleidsinstrument dat inzicht geeft in opslagsystemen op verschillende schaalniveaus. De afschaffing van de salderingsregeling versterkt de urgentie van lokale opslag en flexibel energiemanagement. Gemeenten vragen om handelingsperspectief en stimulering op dit vlak. Ruimtelijke inpassing en draagvlak Zorg over landschappelijke impact van grootschalige opwek, met voorkeur voor spreiding, zon op dak en beperkte aantallen efficiënte windmolens. Afstandsnormen en zichtlijnen spelen in meerdere gemeenten een rol bij de acceptatie van windlocaties. ‘Landschap leidend’ wordt onderschreven, maar moet beleidsmatig beter verankerd en geconcretiseerd worden. Driedubbel ruimtegebruik (energie opwek, natuur, landbouw) wordt gezien als kansrijke benadering. Geef ook aandacht aan natuurwaarden en biodiversiteit in het RPE. Brede wens om regie te houden op ruimtelijke keuzes rond wind, maar met strategisch besef van landelijke druk. ‘Niet uitsluiten, maar wel sturen’ is een terugkerend spanningsveld.
Beleidskaders, regie en bestuurlijke verhoudingen Versnelling gevraagd in opstellen van beleidskaders voor zon en wind, zodat gemeenten slagvaardig kunnen handelen bij nieuwe nationale normen. Vraag naar regie: wie zit ‘aan de knoppen’? Verschillende gemeenten vragen om duidelijkheid over rolverdeling tussen netbeheerder, regio en gemeente. Wens om op lokaal niveau meer regie te voeren en ruimte te hebben voor maatwerk binnen regionale afspraken. En om in te spelen op veranderende omstandigheden op gebied van technologie, draagvlak en regelgeving. Onzekerheid over toekomstige rol van RES-regio’s (nav Motie Erkens) leidt tot vragen over continuïteit en zeggenschap. Verzoek om scenario’s en beleidskaders, die ook de toekomst na 2030 of 2035 inzichtelijk maken. Transparante communicatie en geleerde lessen De energietransitie biedt kansen maar vertel ook het eerlijke verhaal als iets niet/niet anders kan. Wees transparant, vooral richting inwoners: waar staan we, wat zijn de kansen, wat de gevolgen en hoe ziet de toekomst eruit? Neem geleerde lessen mee vanuit de RES 1.0 periode en van de afgelopen jaren.
3