CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

(153) Toelichting D431804

Forum Fysieke Leefomgeving 16 mei 2024, gemeente BrummenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Knoevenoordstraat 65 (besluitvormend)11.298 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

4.6 Stikstof Stikstofberekeningen en de bijbehorende rapportage zijn opgesteld door de Natuurbank Overijssel. In bijlage 4 is de betreffende rapportage opgenomen inclusief de AERIUS-stikstofberekeningen van zowel de ontwikkel- als de gebruiksfase. Wet natuurbescherming Art. 2.8, lid 1 Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is gelegen op circa 175 meter afstand van het plangebied. Op basis van de AERIUS-berekening wordt geconcludeerd dat: door de ontwikkel- en gebruiksfase er geen toename plaats vindt van depositie in stikstofgevoelig Natura 2000-gebied; er geen rekenresultaten zijn die leiden tot een significant negatief effect op deze natuurgebieden; de voorgenomen activiteiten in de ontwikkel- en gebruiksfase leiden niet tot wettelijke consequenties. Conclusie Wet natuurbescherming Voor wat betreft de stikstofdepositie zijn er geen belemmeringen vanuit de Wet natuurbescherming en is het initiatief en de beoogde ontwikkeling niet vergunningsplichtig. Conclusie Stikstof Als gevolg van de ontwikkel- en gebruiksfase vindt er geen toename van depositie plaats in stikstofgevoelig Natura 2000-gebied. Er zijn geen rekenresultaten die leiden tot een significant negatief effect op deze natuurgebieden. De voorgenomen activiteiten in de ontwikkel- en gebruiksfase leiden niet tot wettelijke consequenties.

Voor wat betreft de stikstofdepositie zijn er dan ook geen belemmeringen vanuit de Wet natuurbescherming. 4.7 Milieuzonering De nieuwe woonfunctie levert geen beperkingen voor andere functies in de omgeving. Verder zijn in de omgeving geen functies aanwezig die het nieuwe woon- en leefklimaat zouden kunnen aantasten. Conclusie milieuzonering Milieuzonering vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan 4.8 Geur De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) geeft geurbelastings- en afstandsnormen in relatie met geurgevoelige objecten, als woningen. In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich op Knoevenoordstraat 65 géén agrarische bedrijven. Aan de richtafstanden uit de Wgv wordt ruimschoots voldaan. Er is dan ook geen noodzaak geuronderzoek uit te voeren. Conclusie geur Uitgaande van de voorgenomen activiteit is er vanuit de Wgv sprake van een aanvaardbaar woon- en leefmilieu. Voorts is het niet aannemelijk dat de nieuwe ontwikkeling een partij onevenredig in haar belangen wordt geschaad.

21

Ontwerpbestemmingsplan Knoevenoordstraat 65 – Brummen 4.9 Externe veiligheid De risicokaart van de provincie Gelderland geeft aan dat in de omgeving van het plangebied géén risicobronnen aanwezig zijn die van invloed kunnen zijn op de beoogde planontwikkeling. Daarom is er ook geen onderzoek verricht. Er is dus geen sprake van risico voor de toekomstige bewoners. Conclusie externe veiligheid De beoogde ontwikkeling is in overeenstemming met wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. 4.10 Cultuurhistorie Op basis van de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Gelderland bevinden zich in of nabij het plangebied geen rijks- en/of gemeentelijke monumenten. In de nabije omgeving van het plangebied en in het plangebied zelf, is geen sprake van bijzondere cultuurhistorische waarden. Gelet op vorenstaande wordt geconcludeerd dat het plan geen negatieve invloed heeft op de cultuurhistorische waarden. Conclusie cultuurhistorie Het plan is uitvoerbaar wat betreft het aspect cultuurhistorie. 4.11 Archeologie Op de archeologische beleidskaart ligt het plangebied in een zone met een lage verwachting (middelmatige verwachting voor watergebonden objecten). In het bestemmingsplan is dit vertaald naar een Dubbelbestemming Waarde – Archeologie Laag.

Aangezien het plangebied de vrijstellingsgrenzen overschrijdt, is archeologisch onderzoek uitgevoerd: een bureauonderzoek en booronderzoek conform de BRL SIKB 4002 en 4003. Archeologisch bureauonderzoek en booronderzoek is uitgevoerd door Hamaland Advies. De rapportage inclusief de boorstaten zijn opgenomen in bijlage 5. Uit bureauonderzoek blijkt dat het plangebied gelegen is op een dekzandrug, ten noorden van een beekdalbodem. De ligging op een hoge dekzandrug met water dicht in de buurt maakt het plangebied zeer geschikt voor landgebruik en bewoning in het verleden. Op de dekzandrug zijn laarpodzolgronden ontstaan, welke een dun plaggendek van gemiddeld maximaal 50 cm dik kunnen bevatten. Dit plaggendek is op 1000 meter ten zuidwesten van het plangebied ook aangetroffen met een dikte tussen de 50 en 70 cm. Mocht dit plaggendek aanwezig zijn kunnen mogelijke archeologische resten beschermd zijn tegen ondiepe bodemverstoringen zoals landbouwwerkzaamheden. Voor de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd geldt ook een hoge verwachting binnen het plangebied. In het hart van het plangebied heeft een historisch erf gelegen met een doorgaande weg erdoor, waarvan resten en hieraan gerelateerde resten aangetroffen kunnen worden. De archeologische gegevens in Archis geven weinig aanwijzingen over de mogelijk aanwezige archeologische resten binnen het plangebied.

De gedane onderzoeken geven vooral een verstoorde bodem weer en er zijn dichtbij het plangebied geen archeologische vondsten gedaan. Verder verwijderd van het plangebied, 1000 meter, is wel een intacte bodem aangetroffen en bevond de C-horizont zich vanaf 50-70 cm-mv. Hier zijn ook meerdere vondsten gedaan uit de Prehistorie en de Middeleeuwen. Echter, aangezien dit onderzoek 1000 meter verwijderd is van het plangebied kan dit erg verschillen met het plangebied zelf. Verwacht wordt, gelet op het aanwezige bodemtype dat de C-horizont zich vanaf ca. 50 cm-mv zal bevinden en dat hier de resten tot de Late Middeleeuwen kunnen voorkomen. Resten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd kunnen in of direct onder de bouwvoor of een eventueel plaggendek voorkomen. Uit het cartografisch onderzoek blijkt dat er meerdere bouw- en sloopwerkzaamheden hebben plaatsgevonden binnen het plangebied. Enkel van de uitbreiding van één gebouw zijn bouwtekeningen beschikbaar en die laten zien dat het gebouw tot 1,20 m-mv is gefundeerd met een strokenfundering. Van de overige gebouwen zijn geen tekeningen bekend, maar de gebouwen uit de tweede helft van de 20ste eeuw zullen waarschijnlijk op vergelijkbare diepte zijn gefundeerd. Oudere gebouwen kunnen ondieper zijn gefundeerd. Door de vele

22

Ontwerpbestemmingsplan Knoevenoordstraat 65 – Brummen werkzaamheden is de verwachting dat de bodem in en rondom het erf verstoord is. Organische resten en bot zullen door de droge en zure bodemomstandigheden slecht zijn geconserveerd in het grootste deel van het plangebied. In het zuiden van het plangebied met de hoge grondwaterstand zullen deze beter zijn geconserveerd. Andere typen indicatoren zoals aardewerk en houtskool zijn waarschijnlijk matig/goed geconserveerd. Uit de resultaten van het booronderzoek blijkt dat onder de graszode sprake is van een subrecente bouwvoor van grijsbruin gevlekt fijn siltig zand waarin soms wat puin, grind of fragmenten van terracotta bloempotten aanwezig zijn. Onder de subrecente bouwvoor is sprake van sterk gevlekte lemige zandlagen waarbij de oorspronkelijke laarpodzolbodem door ontginningswerkzaamheden c.q. graafwerkzaamheden vermengd is met de bouwvoor en de top van het onderliggende dekzand. Intacte podzolbodems zijn niet aangetroffen. Een uitzondering vormt boring 9 in de uiterste noordwesthoek van het plangebied. Hier is onder de subrecente bouwvoor sprake van een beekeerdgrond van donkerbruin slibbig fijn sterk siltig zand op een menglaag (A/Bhorizont) op dekzand. De top van de C-horizont is verspreid over het plangebied aangetroffen op dieptes variërend van 35 cm-mv in boring 7 tot 110 cm-mv in boring 4.

Het grote diepteverschil waarop het dekzandpakket is aangetroffen is veroorzaakt door de vele bouw- en sloopwerkzaamheden die in het subrecente verleden in het plangebied hebben plaatsgevonden en de ontginningswerkzaamheden die hebben plaatsgevonden. Op basis van het ontbreken van intacte bodems en het ontbreken van archeologische indicatoren en archeologische lagen kan de archeologische verwachting in het gehele onderzoeksgebied bijgesteld worden naar laag met als indicatie ‘verstoord’. Hamaland Advies adviseert om het gehele plangebied vrij te geven (geen vervolgonderzoek). De kans dat met de geplande bodemingrepen behoudenswaardige archeologische vindplaatsen verloren gaan, is nihil. Conclusie archeologie Het plangebied kan worden vrijgegeven voor wat betreft archeologie. Er hoeft geen archeologische dubbelbestemming op te worden genomen op de verbeelding van het nieuwe bestemmingsplan. Er hoeven tevens geen (verdere) eisen te worden gesteld voor wat betreft archeologie in de toekomstige omgevingsvergunning. 4.12 Water Het is wettelijk verplicht om in het kader van bestemmingsplannen en afwijkingen op basis van artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) een watertoets uit te voeren. De watertoets omvat het vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in voormelde plannen en ontheffingen.

Voor het oppervlaktewaterkwantiteit- en kwaliteitsbeheer van het onderhavige plangebied is het Waterschap Vallei en Veluwe verantwoordelijk. Bestaande situatie vuilwater De voormalige bedrijfswoning en de bedrijfsopstallen (dierenpension) is voor wat betreft het vuilwater aangesloten op het bestaande rioleringssysteem (drukriolering). Bestaande situatie hemelwater Het hemelwater van de voormalige bedrijfswoning en de bedrijfsopstallen is afgekoppeld en wordt geïnfiltreerd op eigen terrein. De verharding rondom de bebouwing watert af op eigen terrein (afschot). Er wordt geen water afgevoerd naar het oppervlaktewater. Nieuwe situatie vuilwater De nieuwe woning (‘compensatie woning’) en de schuurwoning ter plaatse van het voormalige bedrijfsgebouw worden aangesloten op het bestaande rioleringssysteem (drukriolering). Nieuwe situatie hemelwater De oppervlakte van de bebouwing neemt af. Er wordt 625 m2 bebouwing gesloopt en de bijbehorende verharding wordt verwijderd. Er wordt één extra woning (‘compensatie woning’) bijgebouwd met een 23

Ontwerpbestemmingsplan Knoevenoordstraat 65 – Brummen maximale oppervlakte van 150 m2. Het schone hemelwater van het dakoppervlak en de verharding wordt afgekoppeld en op eigen terrein geïnfiltreerd. Het beoogde plan voorziet in de aanleg van een laagte in het terrein (‘wadi’). Het afkoppelen en infiltreren van regenwater komt ten goede aan het grondwater en draagt bij aan het beperken van verdroging. Overleg met Waterschap Vallei en Veluwe Op 11 oktober 2023 is de digitale watertoets uitgevoerd (zie bijlage 6A). Op 8 november 2023 heeft het Waterschap per email aangegeven (zie bijlage 6B) dat het initiatief en de beoogde ontwikkeling geen noemenswaardige belangen van het Waterschap schaden. Het Waterschap vraagt de initiatiefnemer wel om het afstromende hemelwater zo lokaal mogelijk te bergen en te infiltreren, bijvoorbeeld in een zaksloot. Het opgestelde erf- en inrichtingsplan (zie bijlage 1) voorziet in een laagte in het terrein (‘wadi’) voor de infiltratie van het hemelwater. Hierdoor wordt het hemelwater niet onnodig afgevoerd en blijft het water in de bodem beschikbaar voor de droge periodes. Conclusie water De waterbelangen van het Waterschap Vallei en Veluwe worden door het initiatief en de beoogde ontwikkeling niet geschaad. 4.13 Verkeer en parkeren De beoogde ontwikkeling mag niet leiden tot problemen bij het afwikkelen van het verkeer of tot parkeeroverlast.

De ontsluiting van het plangebied via de Knoevenoordstraat blijft onveranderd. Door de functiewijziging (functie dierenpension wordt functie wonen) zal het aantal verkeersbewegingen in de omgeving aanzienlijk afnemen. De extra parkeerbehoefte in het plangebied door de toevoeging van één compensatiewoning, kan op eigen terrein worden opgevangen. Op eigen erf is voldoende ruimte aanwezig om te parkeren. Conclusie verkeer en parkeren Verkeer en parkeren vormen geen belemmering voor het initiatief en de beoogde ontwikkeling. 4.14 Besluit milieueffectrapportage Milieueffectrapportage De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu volwaardig en integraal af te wegen. Een bestemmingsplan kan met milieueffectrapportage in aanraking komen op basis van het Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3). Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). Dan wel op basis van het Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4). Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten). In het Besluit m.e.r.

neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd. Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van ‘kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r. is het indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu

24

Ontwerpbestemmingsplan Knoevenoordstraat 65 – Brummen geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.beoordeling gehanteerd. m.e.r.-beoordelingsplicht Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de directe eindbestemming ‘Wonen’. De binnen het plangebied geplande ontwikkeling voldoet daarmee aan de definitie van een ‘besluit’ als bedoeld in het Besluit m.e.r. Dit betekent dat dit bestemmingsplan m.e.r.-(beoordelings)plichtig is, indien activiteiten mogelijk worden gemaakt die genoemd worden in onderdeel C of D van het Besluit m.e.r. en de daarin opgenomen drempelwaarden overschrijden. In dit geval is er sprake van een ontwikkeling die niet wordt genoemd in onderdeel C van het Besluit m.e.r. en is daarom niet direct m.e.r.-plichtig. Op basis van onderdeel D kan de in dit plan besloten ontwikkeling worden aangemerkt als: 'De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. De ontwikkeling in dit bestemmingsplan is m.e.r.-beoordelingsplichtig indien de volgende drempelwaarden worden overschreden: 1. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2. een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.

Gezien de drempelwaarden is er voor dit bestemmingsplan geen sprake van een m.e.r.-beoordelingsplicht wat het initiatief en de beoogde ontwikkeling betreft. Echter, ook wanneer ontwikkelingen onder drempelwaarden blijven, moet het bevoegd gezag zich er van vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben. Wat de aard- en omvang van de voorgenomen ontwikkeling betreft, is het de vraag of er sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' als bedoeld in onderdeel D 11.2 van het Bestluit milieueffectrapportage. Uit jurisprudentie (ABRvS 15 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:694) volgt dat het antwoord op deze vraag afhankelijk is van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene ontwikkeling moet worden beoordeeld of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Niet relevant is of per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen ontstaan. Gelet op de kenmerken van het project (aard en omvang in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r.), de locatie van het initiatief en de beoogde ontwikkeling zullen geen belangrijke nadelige milieugevolgen optreden. Eén en ander is toegelicht in dit hoofdstuk waarbij is ingegaan op de diverse milieuen omgevingsaspecten.

Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat het milieubelang in voldoende mate is afgewogen en dat er geen nadelige effecten zijn te verwachten. Conclusie m.e.r.-beoodelingsplicht Dit bestemmingsplan is niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig. Het milieubelang in het plan is in voldoende mate afgewogen en er zijn geen nadelige effecten van deze ontwikkeling op het milieu te verwachten. Tevens zijn geen nadelige milieugevolgen te verwachten als gevolg van de vaststelling van dit bestemmingsplan.

25

Ontwerpbestemmingsplan Knoevenoordstraat 65 – Brummen

Hoofdstuk 5 Opbouw en werking van het bestemmingsplan 5.1 Juridische opbouw van het plan Het bestemmingsplan bevat een verbeelding, regels en een toelichting. Het juridisch bindend deel van het bestemmingsplan wordt gevormd door de verbeelding (met daarop aangegeven de bestemmingen) en de bijbehorende regels. Beide planonderdelen staan niet los van elkaar en dienen in onderlinge samenhang te worden toegepast. De toelichting heeft geen juridische binding, maar vormt wel een belangrijk onderdeel van het plan. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. Inleidende regels; 2. Bestemmingsregels; 3. Algemene regels; 4. Overgangs- en slotregels. 5.2 Inleidende regels Hoofdstuk 1 van de regels bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: Begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd. Wijze van meten (Artikel 2) Dit artikel geeft onder meer bepalingen waar mag worden gebouwd en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering geïnterpreteerd en toegepast moeten worden.

5.3 Bestemmingsregels Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen, te weten de bestemming Agrarisch met landschapswaarden (Artikel 3), de bestemming Wonen (Artikel 4) en de bestemming Waarde archeologie laag (Artikel 5). Per artikel zijn de regels onderverdeeld in: Bestemmingsomschrijving Hier worden de activiteiten omschreven die zijn toegestaan; Bouwregels Hier worden eisen genoemd waaraan de bebouwing moet voldoen (o.a. goot- en nokhoogte, bebouwingspercentage, etc.); Afwijken van de bouwregels Deze afwijking geeft burgemeester en wethouders de bevoegdheid om met een omgevingsvergunning af te wijken van de bouwregels in het plan. Specifieke gebruiksregels In de specifiek gebruiksregels is bepaald welk gebruik van gronden en opstallen strijdig is met of wordt toegestaan binnen deze bestemming. Daarbij zijn niet alle mogelijke toegestane en strijdige gebruiksvormen genoemd. 5.4 Algemene regels Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit:

26

Ontwerpbestemmingsplan Knoevenoordstraat 65 – Brummen Anti-dubbeltelregel (Artikel 6) Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich met name voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage. Algemene gebruiksregels (Artikel 7) In dit artikel worden de algemene gebruiksregels beschreven. Deze gaat uit van de gedachte dat het gebruik uitsluitend mag plaatsvinden in overeenstemming met de bestemming. Dit brengt met zich mee dat de bestemmingsomschrijving van de te onderscheiding bestemming helder en duidelijk moet zijn. Overige regels (Artikel 8) In dit artikel wordt in gegaan op parkeernormen. 5.5 Overgangs- en slotregels In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels (Artikel 9) is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregel (Artikel 10) wordt aangegeven hoe deze regels worden aangehaald: Regels van het bestemmingsplan ‘Knoevenoordstraat 65, Brummen’.

27

Ontwerpbestemmingsplan Knoevenoordstraat 65 – Brummen

Hoofdstuk 6 Vooroverleg en inspraak 6.1 Overleg met omwonenden Met de omwonenden van de Knoevenoordstraat 65 is twee maal overleg gevoerd over het initiatief. Uit deze overleggen is gebleken dat beëindiging van het dierenpension door de buren als positief wordt ervaren (aanzienlijk minder verkeersbewegingen en beëindiging geluidsoverlast (blaffende honden)). De omwonenden vinden het belangrijk dat de nieuw te bouwen compensatiewoning niet te hoog en te massief wordt: de nieuw te bouwen woning moet aansluiten bij de omgeving en passen in het landschap. De beoogde planontwikkeling (besproken met omwonenden) komt ruimschoots tegemoet aan deze wensen. Verder wordt door omwonenden, versterking van de bestaande groenstructuur in combinatie met de zichtlijnen, belangrijk gevonden. Het erf- en inrichtingsplan (zie bijlage 1), voorziet hierin. 6.2 Vooroverleg Gelijktijdig met de terinzagelegging van het voorontwerpbestemmingsplan is het bestemmingsplan in het kader van het vooroverleg verzonden aan het waterschap Vallei en Veluwe en aan de provincie Gelderland. Op 11 oktober 2023 is de digitale watertoets uitgevoerd (zie bijlage 6A). Op 8 november 2023 heeft het waterschap Vallei en Veluwe per email aangegeven (zie bijlage 6B) dat het initiatief en de beoogde ontwikkeling geen noemenswaardige belangen van het Waterschap schaden. Zie verder onder paragraaf 4.12.

6.3 Ontwerpfase Het ontwerpbestemmingsplan met bijbehorende stukken heeft vanaf 28 december 2023 tot en met 7 februari 2024 ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn van zes weken is een ieder in de gelegenheid gesteld zienswijzen kenbaar te maken aan de gemeenteraad. 6.4 Zienswijzen Gedurende de termijn dat het ontwerpbestemmingsplan met bijbehorende stukken ter inzage heeft gelegen, is één zienswijze ingediend. Deze zienswijze had betrekking op de situering van het planologisch bouwvlak op locatie A (zie afbeelding op pag. 3). De situering van het planologisch bouwvlak op locatie A is daarop aangepast, hetgeen in de verbeelding en in de regels is verwerkt.

28

Ontwerpbestemmingsplan Knoevenoordstraat 65 – Brummen

Hoofdstuk 7 Economische uitvoerbaarheid De gemeente heeft met de initiatiefnemer een (planschade-)overeenkomst afgesloten waarin is geregeld dat eventueel optredende planschade wordt doorberekend aan de initiatiefnemer. Voor de realisatie van dit bestemmingsplan hoeft dan ook geen exploitatieplan opgesteld te worden omdat het kostenverhaal anderszins is verzekerd. Alle kosten worden gedragen door de initiatiefnemer. De realisering van het bestemmingsplan leidt derhalve niet tot kosten die voor de rekening van de gemeente Brummen komen. Al de kosten gemoeid met het initiatief en de uitvoering van de beoogde ontwikkeling worden gedragen door de initiatiefnemer. Zonder volledig te zijn, het betreft bijv. de kosten van de asbestsanering (zie bijlage 2C), de uitvoering van het erf- en inrichtingsplan en de realisatie van de schuurwoning. De economische uitvoerbaarheid van het plan is dan ook niet in het geding.

29

Ontwerpbestemmingsplan Knoevenoordstraat 65 – Brummen

Bijlagen Bijlage 1: Erf- en inrichtingsplan 1A: Erf- en inrichtingsplan 1B: Beplantingsplan en -lijst Bijlage 2: Bodemonderzoek 2A: Verkennend Bodemonderzoek en asbestonderzoek Knoevenoordstraat 65 Brummen 2B: Aanvullend Bodemonderzoek Knoevenoordstraat 65 Brummen 2C: Kostenindicatie asbestsanering druppelzone 8 Bijlage 3: Ecologisch onderzoek 3A: Quick scan natuurwaarden onderzoek 3B: Natuurwaardenonderzoek huismus en vleermuizen Bijlage 4: Stikstofberekeningen 4A: Stikstofberekening gebruik- en ontwikkelfase 4B: AERIUS projectberekening ontwikkelfase 4C: AERIUS projectberekening gebruiksfase Bijlage 5: Archeologisch onderzoek 5A: Bureauonderzoek en Verkennend Booronderzoek Archeologie 5B: Boorstaten archeologisch onderzoek Bijlage 6: Watertoets 6A: Watertoets aanvraag Waterschap Vallei en Veluwe 6B: Watertoets reactie Waterschap Vallei en Veluwe

30

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14078473/1