(152) Subsidieaanvraag Domeinoverstijgend samenwerken ZonMW
Tekst van het document
483498
SUBSIDIEAANVRAAG DOMEINOVERSTIJGEND SAMENWERKEN ZON MW WERKGROEP PERSONEN MET ONBEGREPEN GEDRAG (POG) REGIO NOORD- EN OOST GELDERLAND
Inhoud Inleiding ......................................................................................................................................2 1.
Context ...............................................................................................................................3
2.
Doelstelling.........................................................................................................................7
3.
Plan van aanpak ................................................................................................................8
4.
Haalbaarheid ......................................................................................................................9
5.
Leren en verbeteren ...........................................................................................................9
6.
Samenwerkingsverband en projectstructuur .................................................................. 11
7.
Borging ............................................................................................................................ 11
Bijlage 1: Organogram Bestuurlijke Stamtafel Zorg & Veiligheid NOG ................................... 13 Bijlage 2: Plan van aanpak ...................................................................................................... 14 Bijlage 3: Tijdsplanning ............................................................................................................ 16
1
Inleiding Deze subsidieaanvraag, geschreven volgens het format voor domeinoverstijgende subsidieaanvragen, is samengesteld door de leden van de werkgroep Personen met Onbegrepen Gedrag (POG) van de regio Noord- en Oost- Gelderland. De werkgroep POG bestaat uit medewerkers van verschillende organisaties in Noord- en Oost-Gelderland die zich inzetten voor de zorg, ondersteuning en veiligheid van mensen met onbegrepen gedrag en hun omgeving: Josine van der Stelt: Bert van Putten: Alwin Vissink: Odet Mossink: Wim Lievestro: Joost Dijkstra: Deon Doornbos: Bas-Jan Stoute: Quinten Dikschei: Sharon Rauwers:
Beleidsrealisator Sociaal Domein, gemeente Oude Ijsselstreek Beleidsregisseur maatschappelijke zorg & beschermd wonen, gemeente Harderwijk Adviseur openbare orde en veiligheid, gemeente Apeldoorn Beleidsadviseur sociaal domein, gemeente Epe Adviseur sociale veiligheid, gemeente Voorst Operationeel specialist, politie Oost-Nederland Manager acute zorg ambulant, GGNet Hoofdbedrijfsvoering wmo regio Veluwe en Veluwe-Vallei, GGZ Centraal Teamregisseur dienstverlening, openbare orde en veiligheid, gemeente Berkelland Netwerksecretaris Zorg & Veiligheid NOG
Tussen juni en september 2024 is er door de werkgroep gewerkt aan het verkrijgen van commitment bij betrokken bestuurders, gemeenten en netwerkpartners, die samenwerken vanuit de Bestuurlijke Stamtafel Zorg & Veiligheid, binnen de regio Noord Oost Gelderland. Samen met alle partners hebben we hard gewerkt om als regio (nieuwe) mogelijkheden en oplossingsrichtingen te verkennen, om de zorg en opvolging hierop voor personen met onbegrepen gedrag zo goed mogelijk te organiseren. In het najaar van 2024 en het voorjaar van 2025 willen we deze samenwerking in de regio graag verder ontwikkelen en implementeren. We richten ons hierbij op een tweesporenbeleid, die zal worden uitgewerkt in en heeft geleid tot deze subsidieaanvraag. Deze aanvraag is in gezamenlijkheid geschreven en zal daarom ook voornamelijk de wevorm voeren. Voor vragen, opmerkingen en/of suggesties willen we u verwijzen naar de auteurs van deze aanvraag: Quinten Dikschei en Sharon Rauwers. We wensen u veel leesplezier.
2
1. Context De regio Noord- en Oost-Gelderland (NOG) is een gevarieerd gebied in Nederland, bestaande uit 22 gemeenten en kent 811.880 inwoners. Het landschap is divers, met uitgestrekte bossen, landbouwgebieden, en pittoreske dorpen. De regio staat bekend om zijn natuurlijke schoonheid, waaronder de Veluwe, een groot natuurgebied met bossen, heidevelden en zandverstuivingen. Daarnaast heeft de regio een rijke geschiedenis en cultuur, met vele kastelen, historische steden en musea. De gemeenschapszin is sterk, wat zich uit in het zogenaamde “noaberschap,” waarbij buren elkaar helpen en ondersteunen. In Noord- en Oost-Gelderland is de eenzaamheid lager dan het landelijke gemiddelde, wat mogelijk te danken is aan het sterke gemeenschapsgevoel en de onderlinge behulpzaamheid in de regio. Daarnaast draagt het beperkte aantal nieuwe inwoners uit andere delen van het land wellicht bij aan het behoud van het “noaberschap”, waardoor deze verbondenheid in stand blijft. In landelijke gebieden speelt deze vorm van onderlinge steun en verbondenheid een grotere rol in het dagelijkse leven: het 'noaberschap' wordt vooral herkend en beleefd op het platteland en in de kleinere dorpen, terwijl het in de steden minder aanwezig is. In de grotere steden in de regio speelt vaak meer grootstedelijke problematiek, zoals anonimiteit en een groeiende kloof tussen verschillende bevolkingsgroepen.
Daarnaast zorgen factoren zoals woningnood, verkeersdrukte en sociale ongelijkheid voor extra uitdagingen, die het gemeenschapsgevoel onder druk kunnen zetten. Net als in andere delen van het land is er ook in de regio NOG een personeelstekort in de zorg en neemt de druk op mantelzorgers toe1. Uit recente gegevens blijkt ook dat de psychische problematiek onder volwassenen in Noord- en Oost-Gelderland toeneemt en complexer wordt 2. Er is een duidelijke relatie tussen de toename van psychische problematiek en de stijging van incidenten door onbegrepen gedrag. Uit diverse bronnen blijkt dat mensen met psychische klachten of onbegrepen gedrag vaker in aanraking komen met politie en zorgprofessionals. De complexiteit van hun problematiek maakt het moeilijk om adequate zorg en ondersteuning te bieden, wat kan leiden tot escalaties en regelovertredend gedrag. De toename van meldingen van personen met onbegrepen gedrag, vaak via politieinterventies, wordt geassocieerd met de groeiende complexiteit en ernst van psychische stoornissen 3 4.
Doelgroep en cijfers Onbegrepen gedrag kan voortkomen uit psychische problematiek, maar ook uit een verstandelijke beperking, verslaving, gedragsproblematiek of een (complexe) combinatie hiervan. In een groot gedeelte van de regio liggen de gemiddelde wachttijden voor GGZ hoger dan de treeknorm 5, wat mogelijk bijdraagt aan het ontstaan of verergeren van psychische problemen. Onderstaande cijfers geven een globaal beeld van de problematiek die speelt in Noord- en -Oost Gelderland, op basis van het aantal politieregistraties overlast door personen met onbegrepen gedrag: de zogenaamde E-33 meldingen 6. Opvallend is dat er een hogere frequentie lijkt te zijn in de gemeentes waar GGZ-instellingen gevestigd zijn. De stijging van het aantal E33-meldingen is echter waarneembaar in de meeste gemeenten binnen de regio NOG. Het is belangrijk om te beseffen dat de code E33 niet uitsluitend wordt toegepast voor personen met onbegrepen gedrag door (chronische) GGZ-problematiek, maar bijvoorbeeld ook bij andere situaties waarin iemand zich storend of ontregeld gedraagt. E33 kan dan ook worden getypeerd als een “containeraanduiding”. Er valt, met andere woorden, niet direct aan af te leiden welke meldingen er daadwerkelijk vanuit de doelgroep ‘personen met onbegrepen gedrag’ zijn binnengekomen.
De E33-melding geeft dan ook niet alle situaties weer waarin een persoon onbegrepen gedrag vertoont. Daarnaast geldt dat er bij een E33-melding geen sprake is van een strafbaar feit. Als iemand met onbegrepen gedrag een strafbaar feit zou plegen, is deze melding voorliggend aan de E33-melding. Niet alle E33-meldingen leiden daarom tot een interventie van de politie op 1
https://www.menzis.nl/over-menzis/publicaties/zorg-zorgverzekering/2023/06/30/regiobeeld-zorgvraag-en-aanbod-in-2040-in-kaart-gebracht https://ggd-noord-en-oostgelderland.foleon.com/factsheet/gezondheidsmonitor-volwassenen-en-ouderen-2022/psychische-gezondheid) (https://www.tijdschriftvoorpsychiatrie.nl/nl/artikelen/article/50-13174_Gevaarlijk-of-hulpbehoevend-Professionele-oordelen-over-personen-metonbegrepen-gedrag) 4 (https://onbegrepen-gedrag.nl/themas-2/oorzaken-van-psychische-problematiek-onbegrepen-gedrag/) 5 https://www.vzinfo.nl/wachttijden/geestelijke-gezondheidszorg 6 De politie registreert de meldingen die zij krijgen van overlast door personen met onbegrepen gedrag. Dit zijn de zogeheten E33-meldingen. 2 3
3
locatie. Dit betekent dat er voor het onderzoek van deze subsidieaanvraag onderscheid gemaakt moet worden tussen dat wat online/telefonisch wordt afgedaan en de meldingen waar de politie op afgaat. Wel worden alle E33-meldingen die online of telefonisch gedaan zijn en geen inzet vereisen, onder de code E33 vastgelegd. Dit vraagt dus wel inzet van politie, maar uitsluitend eigen triage en administratieve verwerking. Verder geldt dat per situatie één E33-melding wordt gemaakt. Dit betekent dat één persoon met onbegrepen gedrag op jaarbasis meerdere E33-meldingen kan veroorzaken. Deze meldingen laten dus niet zien hoe groot de groep personen met onbegrepen gedrag in totaal is (er worden namelijk vaak meerdere meldingen gedaan over 1 persoon).
Bestuurlijke Stamtafel Zorg & Veiligheid Mensen die problemen hebben en problemen geven doen een beroep op hulp. Soms kortstondig, soms langdurig of zelfs een leven lang. Hun samenhangende hulpvragen houden zich niet aan systemische logica. Vanuit het besef dat we elkaar nodig hebben om tot antwoorden te komen voor de mensen die afhankelijk zijn van wat wij samen kunnen betekenen/bieden en dat met verkokerd aansturen er nimmer een integrale praktijk kan zijn, is in 2022 de ‘Bestuurlijke Stamtafel Zorg & Veiligheid NOG’ opgericht. Voor een visuele weergave van de stamtafel verwijzen we u naar bijlage 1: Organogram Stamtafel Zorg & Veiligheid NOG. De stamtafel brengt domeinoverstijgend de verbinding tot stand tussen de perspectieven van: • Maatschappelijke zorg en begeleiding vanuit het gemeentelijk domein; • Zorg op basis van de Zorgverzekeringswet en de Wet Langdurige Zorg; • Strafrechtelijke en forensische maatregelen; • Openbare orde en veiligheid De netwerkpartners, in bijlage 1 weergegeven in de blauwe cirkel, treffen elkaar aan de stamtafel over alle strategische vraagstukken binnen het werkveld zorg en veiligheid waarop een integrale, regionale oriëntatie nodig is. Dat betreft strategische vraagstukken die volgen uit landelijke ontwikkelingen of op basis van signalen en knelpunten uit de regionale uitvoeringspraktijk.
Met de Stamtafel werken we aan méér synergie en bestuurskracht in de aanpak van (complexe) organisatie overstijgende maatschappelijke opgaven en casuïstiek. Onze gezamenlijke bedoeling – van meerwaarde zijn voor de samenleving en de uitvoeringspraktijk – is daarbij een altijd aanwezig uitgangspunt. De stamtafel bedient de brede agenda zorg en veiligheid. De scope betreft zowel het escalatie niveau als domein overstijgende samenwerking aan de voorkant (preventie, voorkomen escalatie) en aan de achterkant (nazorg ter voorkoming van recidive). Het gezamenlijke perspectief op integrale sturing is de basis voor aansturing van de eigen organisatie en het netwerk als geheel. Daaraan ontlenen we leidende principes voor de uitvoering en opdrachten voor de bestuurlijke tafel. Belangrijke rollen van de stamtafel zijn: Signaleren van en oriënteren op strategische ontwikkelingen (o.a. relevantie en urgentie); Integreren van perspectieven op de opgave en de aanpak; Coördineren van de aansturing op de nieuwe ontwikkelingen en veranderopgaven (o.a.
integrale opdrachtformulering, afspraken over opdrachtgeverschap, routering besluitvorming over en borging van resultaten); Aanjagen van prioritaire ontwikkelingen; Samen reflecteren op de praktijk: werken we zoals afgesproken en realiseren we wat we beogen? Voor een stevige verankering met het gemeentelijk domein wordt de bestuurlijke Stamtafel verbonden aan de twee bestaande regionale gezagslijnen op veiligheid en sociaal domein in de regio NOG (oranje gekleurde tafels in bijlage 1): Het regionaal veiligheidsoverleg van burgemeesters (Districtelijk Veiligheidsoverleg, DVO); Het overleg van de portefeuillehouders jeugd en Wmo van de 22 gemeenten Noord Oost Gelderland over het opdrachtgeverschap en financiering van Veilig Thuis. (Vergadering van Gemeenten Stichting Veilig Thuis Noord- Oost-Gelderland, VvG VT)
4
De bestuurlijke stamtafel heeft het karakter van een platform voor verbinding, integratie, leren en ontwikkelen. Gelijkwaardigheid, laagdrempeligheid, willen reflecteren om van te leren en meedenken met “de ander” zijn belangrijke waarden. Partijen nemen deel vanuit de eigen bevoegdheden en verantwoordelijkheden. Het overleg heeft geen besluitvormende bevoegdheden. Wel kan de stamtafel als gezamenlijk platform signalen, adviezen en voorstellen adresseren bij de verantwoordelijke (landelijke en regionale) gremia. Om de vraagstukken die spelen rond de samenwerking op inhoudelijk-, bestuurlijk- en uitvoeringsniveau, heeft de stamtafel zichzelf de volgende opdrachten meegegeven: 1. We realiseren méér synergie in de strategische aanpak van zorg en veiligheid vraagstukken; 2. We voeren vanaf de bestuurlijke netwerktafel regie op nieuwe ontwikkelingen en op veranderopgaven in de regio en dragen zo bij aan een vereenvoudiging in de bestuurlijke overlegstructuur; 3. We creëren handelingsruimte voor professionals om de inwoner/het (gezins-)systeem centraal te kunnen stellen in de netwerksamenwerking; 4. We maken heldere afspraken over (de-)escalatie en realiseren doorzettingsmacht; 5. We zetten stappen in het ontschotten van de samenwerking en van de financiering; 6. We realiseren warme overdracht van mensen in onze ketens en in het netwerk; 7.
De leefwereld is vertrekpunt bij het definiëren van de opgave, de resultaten en de aanpak. In 2023 is het convenant en de samenwerking in genoemde stamtafel en regiegroep geëvalueerd. Op verzoek van de stamtafel hebben de regioadviseurs Zorg en Veiligheid van het platform Sociaal Domein samen met betrokken organisaties meegekeken en geholpen om verder vorm te geven aan de versterking en doorontwikkeling van de samenwerking. Hieruit is duidelijk geworden dat de Stamtafel inmiddels in een nieuwe fase terecht is gekomen: vanuit het in beeld brengen van de uitdagingen die er zijn in het domein zorg en veiligheid, zijn we terecht gekomen in de wil om daadwerkelijk tot versterking te komen van de operationele domeinoverstijgende samenwerking tussen professionals, ervaringsdeskundigen, naasten en betrokkenen zelf. Op basis daarvan heeft de stamtafel een uitvoeringsagenda gemaakt. Hiertoe zijn er door de stamtafel verschillende thema’s vastgesteld, die knelpunten veroorzaken binnen zowel het bestuurlijke als ambtelijke domein zorg en veiligheid. Deze thema’s zijn inzichtelijk gemaakt in bijlage 1 in het grijze kader. Op basis van deze thema’s zijn vervolgens werkgroepen opgericht, bestaande uit zowel bestuurders als ambtenaren van ketenpartners die raakvlakken hebben met het betreffende thema.
Deze werkgroepen zijn verantwoordelijk voor het verkennen van de gesignaleerde knelpunten, het onderzoeken van mogelijke oplossingsrichtingen en de uitvoering daarvan. De werkgroepen dragen zorg voor terugkoppeling van dit proces aan de stamtafel. Een van deze werkgroepen, is de werkgroep personen met onbegrepen gedrag (werkgroep POG), van waaruit deze subsidieaanvraag tot stand is gekomen.
Knelpunten en uitdagingen in de aanpak problematiek onbegrepen gedrag De regio NOG is een lastige geografische regio voor een uniforme aanpak van de problematiek onbegrepen gedrag omdat de regio uit 22 verschillende gemeentes en verschillende deelregio’s bestaat. Daar waar samenwerking op het veiligheids-domein inmiddels natuurlijk is ontstaan bij de totstandkoming van de politieregio’s in 1993 en de vorming van de veiligheidsregio’s in 2012, is de samenwerking op het sociaal domein vaak gebonden aan kleine regionale samenwerkingsverbanden in bijvoorbeeld de Veluwe, Stedendriehoek en de Achterhoek. Het domein Zorg en Veiligheid staat nog in de kinderschoenen en is in NOG recent in de fase gekomen dat samenwerking op NOG-schaal logischer is. Deze subsidieaanvraag en de bijbehorende projecten dragen daar sterk aan bij en kunnen als katalysator worden gezien. Daarnaast is de regio uitgestrekt: de afstand tussen Harderwijk en Winterswijk is 130 kilometer, waardoor er sprake is van een aanrijtijd ongeveer 1 uur en 45 minuten wanneer er een hulpdienst van de ene naar de andere kant zou moeten rijden. Een andere uitdaging betreft de werkgebieden van de verschillende GGZ-aanbieders in de regio. GGZ Centraal bedient voornamelijk de regio's Veluwe & Veluwevallei en een deel van Flevoland. Daarnaast strekt GGZ Centraal zich uit naar omliggende regio's, zoals Amersfoort en Zeewolde.
GGNet is actief in veel gemeenten binnen Noord- en Oost-Gelderland, met name in de Achterhoek
5
en de regio rondom Apeldoorn. GGNet is hiermee sterk vertegenwoordigd in zowel stedelijke als landelijke gemeenten. Het feit dat deze GGZ-instellingen verschillende gemeenten bedienen, vormt een knelpunt voor een uniforme aanpak van personen met onbegrepen gedrag om verschillende redenen: 1. Versnippering van zorg: beide instellingen hebben eigen protocollen, werkwijzen en zorgstructuren, wat leidt tot verschillen in hoe personen met onbegrepen gedrag worden behandeld. GGZ Centraal en GGNet bedienen elk andere delen van de regio, wat leidt tot verschillen in de beschikbaarheid van zorg. Dit maakt het lastig om een gestroomlijnde aanpak te hanteren over meerdere gemeenten heen. 2. Geografische spreiding en beperkte dekking van zorg in bepaalde regio’s: De regio NOG is groot en divers, met stedelijke gebieden zoals Apeldoorn, maar ook zeer landelijke gebieden zoals de Achterhoek. Vooral landelijke gemeenten kunnen te maken hebben met langere wachttijden en grotere reisafstanden voor zorg. Dit belemmert snelle interventies en leidt mogelijk tot escalatie van onbegrepen gedrag. 3. Samenwerking tussen instellingen: Door de betrokkenheid van verschillende zorgaanbieders is de samenwerking en afstemming vaak moeizaam.
Er zijn verschillen in beleid, prioriteiten en beschikbaarheid van middelen, wat het voor hulpverleners lastig maakt om op dezelfde manier om te gaan met onbegrepen gedrag. 4. Regionale verschillen in problematiek: Het onbegrepen gedrag dat in stedelijke gebieden voorkomt, zoals Apeldoorn en Harderwijk, kan andere oorzaken en uitingsvormen hebben dan in landelijke gebieden zoals Winterswijk of Doetinchem. Dit vereist maatwerk in de aanpak, waardoor het uniformeren van beleid complex is. Bovenstaande factoren maken het lastig om een gelijkwaardige en efficiënte behandeling van personen met onbegrepen gedrag te garanderen in de hele regio.
Andere relevante projecten in de regio Ten aanzien van de problematiek rondom onbegrepen gedrag gebeurt er al een en ander in de regio NOG. - Een van de voorbeelden in de deelregio Achterhoek-West is het project ‘Samen op in Acuut’: dit is één van de verbeteractiviteiten van ‘Veiligheid Voorop’. Deze ontwikkelagenda is opgesteld door het landelijk netwerk Zorg en Straf. Het doel van ‘Samen op in Acuut’ is het eerder, beter en effectiever gaan samenwerken in het eerste uur van de crisis: een acuut onveilige situatie door mogelijk huiselijk geweld, kindermishandeling of ontwikkelings-bedreiging. ‘Samen op in Acuut’ benut deze crisis van de gezinnen/huishoudens als kans voor acceptatie van hulp en een goed vervolgtraject (samenloop straf en zorg) 7. - Een ander voorbeeld is het project 'Niet-Acute Zorgmeldingen'. Dit project richt zich op het ondersteunen van mensen met zorgbehoeften die niet acuut zijn, maar wel dringend of zorgwekkend kunnen zijn. In de regio Noordoost Gelderland zijn er verschillende meldpunten opgezet waar inwoners en professionals meldingen kunnen doen over personen met bijvoorbeeld onbegrepen gedrag. Deze meldpunten zorgen voor een snellere signalering van zorgwekkende situaties, zodat passende zorg eerder ingezet kan worden 8.
- Een derde voorbeeld komt uit de Noord-Veluwe: in deze regio rijdt een organisatieoverstijgende, bereikbare nachtdienst van 19 tot 7u. Zij bieden individuele begeleiding aan buiten de kantoortijden in regio Veluwe en Flevoland. Het voornaamste doel van de avond- en nachtdienst is ondersteunen bij onverwachte situaties en zorgen dat je goed de nacht in kan gaan. Alle inwoners van de deze regio kunnen hiervan gebruik maken zonder dat zij een beschikking hiervoor nodig hebben 9. Deze subsidieaanvraag willen we gebruiken om voort te bouwen op bovenstaande voorbeelden.
7
https://vng.nl/sites/default/files/2021-02/bundel_samen_op_in_acuut.pdf https://vng.nl/artikelen/project-niet-acute-zorgmeldingen-vanuit-de-politie https://www.ambulantehulpverlening.nl/zorgvormen/avond-ennachtdienst/#:~:text=In%20de%20regio%20Noord%2DVeluwe,kan%20je%20onze%20folder%20bekijken. 8 9
6
2. Doelstelling De doelstellingen voor deze subsidieaanvraag zijn gebaseerd op de maatschappelijke effecten waaraan we willen bijdragen: - Er is een beter beeld hoe zogenaamde E33-meldingen ontstaan en welke knelpunten worden ervaren in de afhandeling hiervan, waardoor we op basis van onderzoeksresultaten kunnen inzetten op proactieve- en preventieve maatregelen om de oorzaken daar waar mogelijk aan te pakken; - In crisissituaties wordt snel de juiste zorg ingezet om de crisis het hoofd te bieden, de directe veiligheid te waarborgen en toe te leiden naar passende, structurele zorg, waarbij gefaseerd wordt samengewerkt aan veiligheid. - Het aantal situaties waarin onbegrepen gedrag leidt tot veiligheidsrisico's, overlast en/of uitsluiting neemt af en inwoners met onbegrepen gedrag en complexe problematiek ervaren meer passende (toeleiding naar) zorg en ondersteuning.
IST-SOLL beschrijving Om deze maatschappelijke effecten te kunnen vertalen naar een plan van aanpak, hebben we een IST-SOLL beschrijving gemaakt op basis van de knelpunten die we beschreven in hoofdstuk 1. In de IST-SOLL beschrijving vergelijken we de huidige situatie (IST) met de gewenste situatie (SOLL), en beschrijven we hoe we van de huidige situatie naar de gewenste situatie te komen (stap naar SOLL). IST (Huidige situatie) 1. Versnippering van zorg De regio Noord- en Oost-Gelderland (NOG) bestaat uit 22 gemeenten met verschillende zorgstructuren en protocollen, wat leidt tot een inconsistente aanpak van onbegrepen gedrag.
SOLL (Gewenste situatie) Geïntegreerde zorgstructuur Een meer uniforme en gestroomlijnde aanpak van onbegrepen gedrag in de regio waarbij zorginstellingen nauwer samenwerken en gezamenlijke protocollen hanteren om versnippering te voorkomen
2. Geografische uitdaging De uitgestrektheid van de regio leidt tot lange aanrijtijden voor hulpdiensten en ongelijke dekking van zorg. Dit maakt het moeilijk om een uniforme aanpak voor onbegrepen gedrag te realiseren.
Gelijke dekking en snelle interventies De zorg is gelijkmatig verdeeld over de regio, met voldoende middelen en personeel, zodat er in zowel stedelijke als landelijke gebieden tijdig kan worden ingegrepen. Dit leidt tot een efficiëntere en snellere aanpak van onbegrepen gedrag. Verbeterde samenwerking Zorginstellingen, veiligheidsdiensten en het sociaal domein werken nauwer samen over deelregio's heen, met duidelijke afspraken en gestandaardiseerde protocollen voor de behandeling van onbegrepen gedrag.
3. Moeizame samenwerking Er is een gebrek aan uniforme samenwerking tussen zorgaanbieders, veiligheidsdiensten en gemeenten. De samenwerking is fragmentarisch en verschilt per deelregio.
4.
Regionale verschillen in problematiek Stedelijke gebieden zoals Apeldoorn kampen met andere vormen van onbegrepen gedrag dan landelijke gebieden zoals de Achterhoek, wat maatwerk vereist.
Stap naar SOLL Het verkennen van een regionale samenwerking waarbij zorginstellingen en gemeenten gemeenschappelijke protocollen ontwikkelen en testen, met als doel een uniforme aanpak van onbegrepen gedrag in de hele regio te realiseren. Onderzoek de inzet van operationele teams en digitale oplossingen om de zorgdekking en reactietijd in de regio te verbeteren.
Onderzoek hoe processen voor triage en doorverwijzing beter geïntegreerd kunnen worden, met het oog op het verbeteren van de snelheid en efficiëntie.
Maatwerk per deelregio De aanpak van onbegrepen gedrag houdt rekening met de specifieke regionale problematiek, met op maat gemaakte oplossingen voor zowel stedelijke als landelijke gebieden.
Ontwikkel maatwerkoplossingen die inspelen op de unieke behoeften van de verschillende deelregio’s.
Op basis van deze IST-SOLL beschrijving hebben we ons plan van aanpak in het volgende hoofdstuk uitgewerkt.
7
3. Plan van aanpak We hebben ervoor gekozen om voor de aanpak onbegrepen gedrag in NOG te werken met een tweesporenbeleid als het gaat om de focus van deze aanvraag: Het eerste spoor richt zich op het onderzoeken van de regionale uitdagingen rondom de doelgroep die meldingen van onbegrepen gedrag veroorzaakt. Dit onderzoek brengt niet alleen de oorzaken van E-33 meldingen in kaart, maar ook de specifieke knelpunten en behoeften die professionals ervaren bij de afhandeling ervan. Daarnaast onderzoeken we welke samenwerkingsvormen het meest effectief zijn voor het snel en efficiënt bieden van zorg tijdens crisismomenten. Dit spoor heeft als doel een compleet beeld te krijgen van de structurele problemen en mogelijke oplossingsrichtingen, inclusief de identificatie van risicofactoren en vroegtijdige signalering. Deze inzichten zullen ook bijdragen aan preventieve maatregelen die gericht zijn op het voorkomen van onbegrepen gedrag en de escalatie ervan, en dienen als input voor spoor 2. Het tweede spoor is meer operationeel gericht en focust specifiek op de operationele inzet van betrokken in acute situaties rondom personen met onbegrepen gedrag. Dit spoor is praktijkgerichter, met directe aandacht voor de verbetering van procedures en werkwijzen om de toeleiding naar zorg in acute fases te optimaliseren.
In bijlage 1 zijn beide sporen visueel gemaakt onder ‘aanpak onbegrepen gedrag’. In bijlage 2 is per spoor de concrete uitwerking van projectactiviteiten en resultaten inzichtelijk gemaakt. We maken hierbij per project de koppeling naar de stappen die we bij de ITS-SOLL beschrijving hebben weergegeven om van de huidige situatie naar de gewenste situatie te komen (stap naar SOLL). Kortom, het eerste spoor legt de basis met inzichten in de bredere context, terwijl het tweede spoor de operationele samenwerking versterkt. Hiermee richten we ons enerzijds op het voorkomen van het gedrag of escalaties en anderzijds op het efficiënter en effectiever afhandelen van meldingen. Zo hebben we oog voor de gehele veiligheidsketen: proactie, preventie, preparatie, repressie en nazorg.
Inzet van ervaringsdeskundigen We willen graag ervaringsdeskundigen inzetten in ons project. In de huidige fase is dit nog niet het geval, maar we zien verschillende mogelijkheden. Om de mogelijke rol en inzet van ervaringsdeskundigen concreet te maken, hebben we de specifieke bijdrage en verwachtingen van ervaringsdeskundigen vastgelegd in concrete acties en verantwoordelijkheden: Deelname aan de stamtafel en de projectgroepen - Specifieke bijdrage: we willen een ervaringsdeskundige zitting laten nemen in de stamtafel vanuit Ixta Noa 10, een van de partners aan de stamtafel. Daarnaast willen we ook een ervaringsdeskundige van GGNet en een van GGZ Centraal laten aansluiten bij het Onderzoeksteam Onbegrepen Gedrag (OOG) en het ontwikkelteam Mobiele Inzet Onbegrepen Gedrag (MIOG). De keuze van de organisatie voor deelname aan de projectgroepen is willekeurig. In de klankbordgroep willen we eveneens een ervaringsdeskundige vanuit Ixta Noa laten plaatsnemen, zodat deze een onafhankelijke rol kan aannemen. De ervaringsdeskundigen kunnen vanuit hun persoonlijke ervaring inzicht geven in knelpunten en barrières in de uitvoering van de projecten. - Concreet: we verwachten proactieve inbreng, zoals het geven van feedback op beleidsvoorstellen, het meedenken over evaluatiecriteria of het aandragen van perspectieven op basis van persoonlijke ervaringen.
Geven van trainingen aan professionals - Specifieke bijdrage: we ontwikkelen en geven samen met ervaringsdeskundigen trainingen aan zorgprofessionals over hoe om te gaan met onbegrepen gedrag vanuit het perspectief van de doelgroep (zie project 1 van spoor 2 in het plan van aanpak).
10
Ixta Noa is een organisatie voor en door mensen die ervaring hebben met een psychische kwetsbaarheid. Bij Ixta Noa werken mensen die zelf een psychisch ontwrichtende periode in hun leven doorgemaakt hebben
8
-
Concreet: we organiseren een trainingsdag voor betrokkenen, waarin onderwerpen zoals communicatie met patiënten, omgaan met crisissituaties, en signaleren van verborgen problematiek worden besproken. Ondersteuning in de operationele teams - Specifieke bijdrage: ervaringsdeskundigen kunnen fungeren als een brugfunctie binnen het operationeel team MIOG, door inzicht te geven in de ervaringen van mensen met onbegrepen gedrag en zo de communicatie tussen hulpverleners en de patiënt te verbeteren. - Concreet: we moeten duidelijk definiëren hoe en wanneer ervaringsdeskundigen bij crisissituaties worden betrokken. Bijvoorbeeld door op afroep beschikbaar te zijn om als bruggenbouwer op te treden tussen hulpverleners en de patiënt, of door vast onderdeel te zijn van de operationele teams. Daarnaast willen we onderzoeken of we kunnen samenwerken met de Associate Degree Ervaringsdeskundigheid in Zorg en Welzijn bij Saxion, waar mensen met eigen herstelervaring worden opgeleid tot professionals in herstelgerichte zorg. We nemen contact op met de opleidingscoördinator E. Mol en coördinerend docent G. Ripassa om de mogelijkheden te verkennen.
Begroting De totaalbegroting is apart meegezonden in een Excelbestand.
4. Haalbaarheid We hebben voor beide sporen een gedetailleerde (tijds)planning van de projecten uiteengezet, inclusief de concrete projectactiviteiten. Deze is bijgesloten als bijlage 3.
5. Leren en verbeteren Uit ons plan van aanpak wordt duidelijk dat we in onze subsidieaanvraag de focus leggen op samenwerking tussen het zorg-, veiligheids- en sociale domein. We beogen een leer- en verbeterproces dat is gebaseerd op de beschreven projectactiviteiten en -resultaten, gericht op continue verbetering en kennisdeling. Coördinatie, structuur, afstemming en visie De coördinatie van ons leer- en verbeterproces ligt bij de netwerksecretaris Z&V en de projectleiders OOG en MIOG. Zij dragen gezamenlijk zorg voor structurele momenten van overleg over de uitvoering van het plan van aanpak met de twee projectgroepen OOG en MIOG. Om een effectieve uitvoering van ons plan te waarborgen, worden er door de twee projectgroepen structurele momenten ingepland voor overleg en evaluatie van het lopende proces. Dit zorgt voor een goede afstemming van interventies en waarborgt dat alle partijen vanuit dezelfde doelen werken. Daarnaast kijkt een klankbordgroep kritisch mee, die als onafhankelijk orgaan functioneert. Deze groep voorziet de projectgroepen van feedback en toetst of de doelen en aanpak aansluiten bij de behoeften van alle betrokkenen. Zie voor de visuele weergave hiervan ook bijlage 1. Ook betrekken we externe expertise van regio-adviseurs van het platform Sociaal Domein.
Hun kennis helpt ons om processen scherp te houden en knelpunten tijdig te signaleren en op te lossen. Onze visie steunt op interdisciplinaire samenwerking, waarbij professionals uit verschillende domeinen elkaar aanvullen en versterken. Dit sluit aan bij de rol van de stamtafel, zoals beschreven op pagina 4: samen reflecteren op de praktijk. Voldoen we aan onze afspraken en bereiken we de beoogde resultaten? Plan-Do-Check-Act (PDCA) Cyclus We maken voor ons leer- en verbeterproces gebruik van de Plan-Do-Check-Act (PDCA) cyclus. Deze methodiek bestaat uit vier stappen:
9
Plan: Stel duidelijke doelen en plan gerichte verbeteracties. Do: Voer de geplande acties uit in samenwerking met alle betrokken partners. Check: Evalueer de resultaten. Dit gebeurt zowel in reguliere evaluatiemomenten als tijdens tussentijdse evaluaties in de werkgroep POG. Act: Pas het plan aan op basis van de evaluatie en implementeer verbeteringen. Deze methodiek maakt het proces cyclisch en dynamisch, wat vooral nuttig is omdat we gelijktijdig aan twee sporen werken en in verschillende fases resultaten willen meten en bijstellen. Borging van geleerde lessen In aanvulling op de planning en uitvoering van het project worden de geleerde lessen geborgd op zowel bestuurlijk niveau als op de werkvloer. Op bestuurlijk niveau gebeurt dit via de bestuurlijke stamtafel, waar de netwerksecretaris informatie verstrekt over het verloop van de projecten uit spoor 1 en 2 van het plan van aanpak. De inzichten en aanbevelingen die tijdens deze stamtafel worden besproken, worden teruggekoppeld naar de projectleiders OOG en MIOG. Hierdoor kunnen zij deze informatie meenemen in de projectgroepen en -activiteiten, wat ons in staat stelt continu te leren en verbeteren. Hierdoor blijft de bestuurlijke stamtafel goed geïnformeerd, leren we van het proces en kunnen we direct verbeteringen doorvoeren.
Dit zorgt ervoor dat iedere belanghebbende op de hoogte is en dat elke ketenpartner ruimte heeft voor inspraak en reflectie. Het leerproces wordt vastgelegd door middel van notulen de bestuurlijke stamtafel en die van de twee projectgroepen. Op de werkvloer wordt de borging gerealiseerd door het continu bespreken van het verloop van de projectactiviteiten binnen de twee projectgroepen, die daarmee aangemerkt kunnen worden als een Community of Practice (CoP11). Dit is een groep mensen die regelmatig samenkomt om kennis en ervaringen te delen en gezamenlijk te leren. Het is een methode die vaak gebruikt wordt in complexe omgevingen, zoals het sociale, zorg- en veiligheidsdomein, waar interdisciplinaire samenwerking en continue kennisontwikkeling essentieel zijn. De projectgroepen bestaan uit professionals uit het zorg-, veiligheids- en sociale domein (zie bijlage 1) en deze zullen op regelmatige basis samenkomen om kennis en ervaringen uit te wisselen. Dit stimuleert praktijkgericht leren en bevordert de ontwikkeling van gezamenlijke werkwijzen. Monitoringcriteria Het monitoren van de resultaten is belegd bij de twee projectgroepen en de klankbordgroep. Mogelijke criteria kunnen zijn: 1. Snelheid en effectiviteit van de toeleiding naar zorg - Meten: we leggen vast hoe snel cliënten worden doorgeleid vanaf het eerste contact tot de start van zorg.
- Middelen: We gaan op zoek naar een (registratie)systeem om de doorlooptijd per cliënt bij te houden. - Evaluatie: We rapporteren maandelijks de gemiddelden en stellen opvallendheden vast (bijvoorbeeld uitloop boven een vastgestelde tijdslimiet). - Rol klankbordgroep: we laten de klankbordgroep deze cijfers kritisch beoordelen en feedback geven over mogelijke knelpunten of verbeterpunten in het toeleidingsproces. 2. Mate van samenwerking tussen de betrokken domeinen - Onderzoeksfrequentie: we houden een kwartaalenquête onder alle betrokken partijen over de samenwerking en communicatie. - Criteria: we vragen naar ervaringen met de responsiviteit, duidelijkheid van communicatie en onderlinge afstemming. - Evaluatie: we analyseren de resultaten en delen de bevindingen binnen de projectgroepen en de klankbordgroep. - Rol klankbordgroep: we laten de klankbordgroep de feedback van de enquête gebruiken om suggesties te doen over samenwerking en specifieke knelpunten. 3. Aantal en aard van escalaties die zijn voorkomen (bijvoorbeeld door beoordeling achteraf: is de situatie stabiel is gebleven zonder escalatie?).
11
Wenger, E., McDermott, R., & Snyder, W. M. (2002). Cultivating Communities of Practice: A Guide to Managing Knowledge. Harvard Business Review Press.
10
-
Registratie: we maken een document waarin elk voorkomen escalatie wordt vastgelegd, met een korte beschrijving van het incident, de genomen interventies, en de uitkomst. Evaluatie: we bekijken deze registraties elke maand en categoriseren dit op type interventie en het type probleem om patronen te ontdekken. Rol klankbordgroep: we voorzien de klankbordgroep van deze informatie om zo trends of risico’s te bespreken, zodat de projectgroepen vroegtijdig verbeteracties kunnen inzetten.
Overzicht leer- en verbeteractiviteiten In het plan van aanpak is onder het kopje 'resultaten' beschrijven we hoe we van de uitkomsten van beide sporen willen leren en deze willen inzetten voor verbetering van de aanpak personen onbegrepen gedrag.
6. Samenwerkingsverband en projectstructuur De stamtafel is een netwerktafel geworden van gemeenten, met een legio aan samenwerkingspartners, waarbij er wordt gewerkt aan synergie en bestuurskracht in de aanpak van (complexe) organisatie overstijgende maatschappelijke opgaven en casuïstiek, met als doel om van meerwaarde te zijn voor de samenleving en de professionals in de uitvoeringspraktijk. Zoals eerder beschreven is de stamtafel in de regionale governance structuur verbonden met het Districtelijk Veiligheidsoverleg (DVO, de burgemeesters lijn) en de Vergadering van Gemeenten Veilig Thuis (VvG VT, de wethouders lijn). Bij de Stamtafel is een groot aantal organisaties betrokken die niet allemaal direct aan tafel zitten (de samenstelling verhoudt zich tot de gezamenlijke opgaven). Dit alles is visueel weergegeven in bijlage 1. Voor de inhoudelijke advisering en uitwerking van voorstellen is een structuur ingericht. Die bestaat uit een bestuurlijke en ambtelijke voorbereidingsgroep (regulier), de regiegroep Wvggz (regulier) en werkgroepen (tijdelijk). De bestuurlijke Stamtafel stuurt met opdrachten. De netwerksecretaris speelt een proactieve rol in de verbinding van het netwerk; zowel procesmatig als inhoudelijk.
De netwerksecretaris is de schakel tussen de bestuurlijke stamtafel zorg en veiligheid, de bestuurlijke en ambtelijke voorbereidingsgroep en de aanpalende bestuurlijke gremia. Bijlage 1 maakt inzichtelijk wie er deelnemen aan het bestuurlijk en ambtelijk voorbereidingsoverleg, het regieoverleg en de werkgroep. Daarnaast wordt hieruit duidelijk welke personen in de projectgroepen OOG en MIOG welke functies vertegenwoordigen binnen hun organisatie, en in hoeverre deze organisaties onderdeel zijn van de bestuurlijke stamtafel.
7. Borging Om de impact van onze aanpak POG te waarborgen, hebben we een plan ontwikkeld om onze aanpak blijvend onderdeel te maken van de werkwijzen binnen de betrokken organisaties. Door regelmatige evaluaties, het integreren van de ontwikkelde interventies en kennisdeling willen we continuïteit en kwaliteit in de aanpak garanderen. De voorgestelde acties versterken de regionale samenwerking, ondersteunen kennisoverdracht, en zorgen voor een gezamenlijke taal en methodiek onder betrokken partners, wat hopelijk zal bijdragen aan dat de ingezette koers ook in de toekomst behouden blijft. 1. Inbedden in de reguliere structuur - Regelmatige evaluaties aan de stamtafel: zoals te zien is in de tijdsplanning, voeren we elk kwartaal evaluaties uit en rapporteren we aan de bestuurlijke stamtafel over de voortgang van de projecten en de effectiviteit van de interventies. Dit zorgt voor structurele terugkoppeling en continue afstemming. - Integratie in beleidsdocumenten: de projectgroepleden zorgen voor terugkoppeling van de geleerde lessen en integratie van de ontwikkelde interventies in hun eigen organisatie, zoals beschreven in hoofdstuk 5. Hierdoor kunnen geleerde lessen in beleidsdocumenten worden opgenomen en formeel worden verankerd.
11
2.
Kennisdeling: We willen trainingen en workshops aanbieden over de aanpak van onbegrepen gedrag in de NOG en de door ons ontwikkelde samenwerkingsprotocollen, mogelijk via een kennisplatform dat regionale partners ondersteunt in hun professionalisering. Dit versterkt de operationele samenwerking, die de komende jaren verder zal worden uitgebouwd door het doorontwikkelen van lokale werkwijzen voor het op- en afschalen van casuïstiek, met het AVE-model als leidraad. Zo creëren we een gemeenschappelijke taal en een minimumstandaard voor de werkwijze in de regio.
12
Bijlage 1: Organogram Bestuurlijke Stamtafel Zorg & Veiligheid NOG
13
Bijlage 2: Plan van aanpak Spoor 1: Onderzoek Project 1. Onderzoek naar de oorzaken van E-33 meldingen, en de knelpunten en behoeften bij de afhandeling van E33meldingen
Activiteiten Data-analyse van E33meldingen om trends, patronen en onderliggende oorzaken te identificeren. (kwantitatief onderzoek) Focusgroepen organiseren met stakeholders om knelpunten en barrières te bespreken die zij ervaren bij de afhandeling van meldingen en bij de huidige triage- en doorverwijsprocessen. (kwalitatief onderzoek) Diepte-interviews met zorgprofessionals, zorgverleners, politie en andere betrokkenen om hun ervaringen en inzichten over E33meldingen te verzamelen. (kwalitatief onderzoek) 2. Onderzoek naar Focusgroepen effectieve organiseren met samenwerkingsvormen stakeholders om in de aanpak POG bestaande samenwerkingsvorme n te evalueren (zoals beschreven in hoofdstuk 1 bij ‘andere relevante projecten’). Vergelijking maken met andere regio’s in Nederland waar succesvolle samenwerkingsvorme n zijn geïmplementeerd, om lessen te trekken voor NOG. In kaart brengen van de geografische uitdagingen en identificeren van de gebieden waar operationele samenwerking in de aanpak POG het meest nodig is Ontwikkeling van een samenwerkingshandb oek met richtlijnen voor effectieve samenwerking. Spoor 2: Operationele inzet Project Activiteiten 1. Implementatie van Starten van een (of operationele teams meerdere) pilot(s) voor operationele teams in geselecteerde gebieden in NOG. Training voor teamleden op
Resultaten Onderzoeksrapport met daarin zowel de kwantitatieve als de kwalitatieve data, conclusies en aanbevelingen Factsheet met knelpunten, behoeften en geprioriteerde actiepunten.
Stap naar SOLL 3: Onderzoek hoe processen voor triage en doorverwijzing beter geïntegreerd kunnen worden, met het oog op het verbeteren van de snelheid en efficiëntie.
-
-
1: Het verkennen van een regionale samenwerking waarbij zorginstellingen en gemeenten gemeenschappelijke protocollen ontwikkelen en testen, met als doel een uniforme aanpak van onbegrepen gedrag in de hele regio te realiseren.
-
2: Onderzoek de inzet van operationele teams en digitale oplossingen om de zorgdekking en reactietijd in de regio te verbeteren.
-
-
-
Verslag van de focusgroepen met aanbevelingen voor samenwerking. Identificatie van ten minste drie best practices die in de regio NOG kunnen worden toegepast. Een mobiliteitsplan dat de dekking van operationele teams in de regio optimaliseert. Een handboek dat duidelijke richtlijnen biedt voor samenwerking bij crisismomenten.
Resultaten Evaluatie van de pilot, met inzichten in de werkzame componenten en eventuele verbeterpunten.
Stap naar SOLL 2: Onderzoek de inzet van operationele teams en digitale oplossingen om de zorgdekking en reactietijd in de regio te verbeteren
14
-
crisisinterventie en samenwerking. Toewijzing van benodigde digitale middelen (bijv. tablets) voor toegang tot gegevens en communicatie.
-
-
2.
Integratie van triage- en doorverwijsprocess en
-
-
-
-
-
3.
Kennisuitwisseling en scholing
-
Concrete aanbevelingen voor uitbreiding naar andere gebieden en een plan voor eventuele aanpassingen op basis van evaluatieresultaten Verhoogde snelheid en efficiëntie van interventies bij crisissituaties door snellere inzet en communicatie. Een goed werkend triage- en doorverwijssysteem met snelle toeleiding naar de juiste zorgpartners. Vermindering van wachttijden en verbeterde coördinatie, wat leidt tot snellere, efficiëntere interventies bij crisissituaties.
4: Ontwikkel maatwerkoplossingen die inspelen op de unieke behoeften van verschillende regio's, met aandacht voor het voorkomen van
Ontwikkelen en implementeren van een triageprotocol dat samenwerking en snelle doorgeleiding naar de operationele teams faciliteert. Training van triagemedewerkers in de herkenning van GGZ-problematiek en veiligheidsrisico’s, in samenwerking met betrokken zorgpartners.
-
Ontwikkeling van een vorm van informatievoorziening met als doel de communicatie en samenwerking mogelijk maken tussen zorgverleners, politie en hulpdiensten tijdens acute situaties. Training van gebruikers in het omgaan met casusinformatie, meldingen, en statusupdates bij acute interventies. Documenteren en monitoren van interventies voor evaluatiedoeleinden. Organiseren van gezamenlijke trainingen/workshops voor alle betrokkenen over best practices.
-
Verbeterde informatiedeling en coördinatie tijdens acute situaties, waardoor sneller kan worden ingespeeld op actuele ontwikkelingen.
3: Onderzoek hoe processen voor triage en doorverwijzing beter geïntegreerd kunnen worden, met het oog op het verbeteren van de snelheid en efficiëntie.
-
Verhoogde deskundigheid in crisisinterventie en een uniforme aanpak. Betere samenwerking en coördinatie dankzij gedeeld referentiekader en gedeelde kennis over interventiestrategieën
3: Onderzoek hoe processen voor triage en doorverwijzing beter geïntegreerd kunnen worden, met het oog op het verbeteren van de snelheid en efficiëntie.
-
-
3: Onderzoek hoe processen voor triage en doorverwijzing beter geïntegreerd kunnen worden, met het oog op het verbeteren van de snelheid en efficiëntie.
15
Bijlage 3: Tijdsplanning
16