(143) Toelichting en regels, kenmerk D429813
Tekst van het document
Als gevolg van de ontwikkelingen in het plangebied waarvoor de berekeningen zijn uitgevoerd neemt de stikstofdepositie op (bijna) overbelaste hexagonen van de Natura 2000-gebieden ten opzichte van de referentiesituatie in zowel de gebruiksfase als de aanlegfase niet toe. Er is dus geen sprake van mogelijke negatieve effecten op beschermde Natura 2000-gebieden. Het aanvragen van een Wnb-vergunning is daarom niet nodig voor dit project. Het plangebied maakt geen deel uit van provinciaal beschermd gebied, zoals het Gelders Natuurnetwerk, Groene Ontwikkelingszone, weidevogelgebied, ganzenrustgebied of beschermingszone natte landnatuur. De afstand tot deze beschermde gebieden bedraagt minimaal 650 meter of meer. Er is geen sprake van significante effecten op de beschermde natuurgebieden als gevolg van het plan.
30
Brummen, Zutphensestraat 89, locatie 't Zwientje
Soortenbescherming Op basis van veldbezoek en bureaustudie kan de potentiële aanwezigheid van beschermde soorten worden uitgesloten, met uitzondering van de huismus. Tijdens het veldbezoek zijn er huismussen waargenomen bij woningen rond de planlocatie. Op de planlocatie zelf waren zij niet aanwezig. Omdat onder de dakpannen van het te slopen gedeelte van het gebouw voldoende ruimte is om toegang te bieden voor huismussen, is in september 2022 een technische inspectie uitgevoerd naar nestlocaties van de huismus (zie bijlage 8). Uit de technische inspectie is de conclusie getrokken dat er geen huismussen nestelen in het pand. Dit is nog eens geverifieerd met een aanvullend onderzoek (bijlage 9). Er zijn in het plangebied geen nesten van huismussen aangetroffen. De uitvoerbaarheid van het initiatief voor ecologie is hiermee aangetoond.
4.4
Verkeer
Onderdeel van een goede ruimtelijke ordening is het effect van een beoogd nieuw project op de verkeersstructuur. Het initiatief omvat de bouw van 10 woningen op de locatie van een voormalige horecagelegenheid. Het gebruik van de woningen leidt tot verkeersbewegingen. Volgens kencijfers van het CROW (publicatie 381) bedraagt de verkeersgeneratie van een woning in de categorie 'huur, etage, midden/goedkoop' gemiddeld 3,6 mvt/etmaal. Voor het plankomt dit neer op circa 36 verkeersbewegingen per etmaal. De aanliggende wegen hebben voldoende capaciteit om dit verkeer te kunnen verwerken. Parkeren Voor het bepalen van de parkeerbehoefte is gebruik gemaakt van de parkeernomen uit het 'Paraplubestemmingsplan Parkeren' (2018). Voor de woningen geldt een parkeernorm van 1,4 pp/woning, dus 14 parkeerplaatsen in totaal. Aan de kant van de Voorsterweg is er op eigen terrein ruimte om 6 parkeerplaatsen aan te leggen. Verder ligt er ter hoogte van het perceel een bestaande parkeerstrook aan de Zutphensestraat waar minimaal 6 auto's geparkeerd kunnen worden. Omdat er ter hoogte van het plangebied verder geen woningen zijn kunnen deze worden gebruikt door de toekomstige bewoners. Elk appartement heeft derhalve de beschikking over een parkeerplaats in de directe omgeving. Voor het overige bezoekersparkeren kan gebruik worden gemaakt van overige parkeergelegenheid in het openbaar gebied.
Op de tekening in paragraaf 2.2 is de ligging van de parkeerplaatsen aangegeven. Het initiatief is uitvoerbaar vanuit het aspect verkeer.
4.5
Cultuurhistorie en archeologie
In elk bestemmingsplan moet een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden wordt omgegaan. Denk aan aanwezige monumenten, historische gebieden, kenmerkende (straat)beelden en landschapselementen. Bij het maken van plannen kan ook (weer) rekening gehouden worden met al deze elementen die er vroeger wel waren maar nu niet meer. Een bijzonder onderdeel van cultuurhistorie is archeologie. Cultuurhistorie Het belang van cultuurhistorie is wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening. Het Besluit geeft aan dat “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” in het bestemmingsplan opgenomen moet worden. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken.
Brummen, Zutphensestraat 89, locatie 't Zwientje
31
Archeologie De bescherming van archeologische waarden bij ruimtelijke ontwikkelingen is geregeld in de Erfgoedwet. De essentie van de wettelijke bescherming is dat archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem bewaard blijven. Bij ruimtelijke plannen geldt de verplichting om rekening te houden met bekende en te verwachten archeologische waarden. Indien ingrepen gepaard gaan met een verstoring van de bodem, kan het nodig zijn om nader onderzoek te doen, zodat - waar nodig - de archeologische waarden veiliggesteld kunnen worden en/of het plan aangepast kan worden. De verantwoordelijkheid voor archeologische waarden ligt bij de gemeente. Op basis van artikel 5.10 van de Erfgoedwet zijn mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken. Planspecifiek Cultuurhistorie In het plangebied is er geen sprake van aangewezen cultuurhistorische waarden. Wel heeft het bestaande pand een karakteristieke gevel, die met voorliggend plan behouden blijft. Ook in de directe omgeving van het plangebied bevinden zich geen monumenten of anderszins cultuurhistorisch waardevolle objecten waar het initiatief een effect op kan hebben. Archeologie Ter plaatse van het plangebied geldt het 'Paraplubestemmingsplan Archeologie' van de gemeente Brummen.
Het plangebied heeft de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie hoog'. Bij een hoge archeologische verwachting is een onderzoek verplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 250 m2 en dieper dan 30 cm onder het maaiveld. Voor het plan is een archeologisch onderzoek uitgevoerd, waarvan het rapport is opgenomen in bijlage 11. Algemeen is een intacte bodemopbouw aangetroffen. De ingrepen die plaatsvinden zijn het slopen van de fundering van het pand en voor de nieuwbouw zal een nieuwe fundering gemaakt worden. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt nader archeologisch onderzoek geadviseerd, in de vorm van proefsleuven of archeologische begeleiding. Hiervoor dient eerst een Programma van Eisen te worden opgesteld, die moet worden goedgekeurd door de regio-archeoloog en het bevoegd gezag. Het initiatief is uitvoerbaar vanuit de aspecten cultuurhistorie en archeologie.
4.6
Economische uitvoerbaarheid
Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van 'afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien: het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is; het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is; het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is.
32
Brummen, Zutphensestraat 89, locatie 't Zwientje
Planspecifiek De ontwikkelingskosten komen geheel voor rekening van de initiatiefnemer. De kosten van bodemsanering zijn meegenomen in de expolitatiekosten. De gemeente zal voorafgaand aan de planologische procedure met de initiatiefnemer een exploitatieovereenkomst afsluiten. Voor de realisatie van het plan hoeft de gemeente geen investering te doen. De kosten die door de gemeente gemaakt worden voor het voeren van de planologische procedure zijn verrekend in de leges. Eventuele extra gemeentelijke kosten worden gedekt door de exploitatieovereenkomst. Tevens zal een overeenkomst betreffende planschade worden afgesloten. Deze kosten komen eveneens geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Op basis van het bovenstaande kan geconcludeerd kan worden dat het plan economisch uitvoerbaar is.
Brummen, Zutphensestraat 89, locatie 't Zwientje
33
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische planbeschrijving
Algemeen
Het bestemmingsplan is opgezet volgens de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen standaardvorm van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingplannen 2012 (SVBP 2012). Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar is wel een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan dit plan ten grondslag liggen. De toelichting is van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing. Daarnaast maken ook eventuele bijlagen onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan. Verbeelding De verbeelding is een digitale kaart, waarop bestemmingen en aanduidingen zijn weergegeven. Aanduidingen worden gebruikt om bepaalde zaken specifieker te regelen, bijvoorbeeld in de vorm van gebiedsaanduidingen, bouwaanduidingen, bouwvlakken, functieaanduidingen etc. Voor de analoge verbeelding is gebruik gemaakt van een digitale ondergrond (Grootschalige Basiskaart en/of kadastrale kaart).
Daar waar een verschil is tussen de digitale en de analoge verbeelding, is de digitale versie leidend. Regels De planregels zijn standaard onderverdeeld in vier hoofdstukken. Hoofdstuk I : Inleidende regels, deze bevatten de begrippen en wijze van meten; Hoofdstuk II: Bestemmingsregels, dit zijn de verschillende bestemmingen op alfabetische volgorde. De regels bevatten een bestemmingsomschrijving en regels voor het bouwen en het gebruik. Hoofdstuk III: Algemene regels, dit zijn regels die gelden voor alle bestemmingen. Dit zijn onder meer (mogelijke) flexibiliteitsbepalingen in de vorm van wijzigings- en afwijkingsbevoegdheden. Hoofdstuk IV: Overgangs- en slotbepalingen.
5.2
Wijze van bestemmen
Voor voorliggend bestemmingsplan is aangesloten bij de systematiek van het vigerende bestemmingsplan 'Kom Brummen'. Het bevat de volgende bestemmingen: Wonen: met een bouwvlak en een bouwaanduiding voor de bijgebouwen is de situering van de bebouwing vastgelegd. Verder zijn er aanduidingen opgenomen voor het type woningen (gestapeld), de maximale bouwhoogte en het maximum aantal woningen dat gebouwd mag worden. Voorts is in de regels bepaald dat over een beperkt deel van het dak een grotere dakhoogte is toegestaan om een opgang te maken die toegang geeft naar een dakterras, en ook worden eisen gesteld aan de geluidwering van de gevels om een goed binnenklimaat te kunnen garanderen. Ten slotte is voor het voorstel gedeelte van het pand de aanduiding 'karakteristiek' opgenomen. Dit beeldbepalende deel van het pand mag niet zonder vergunning worden gesloopt. De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie Hoog' ter bescherming van de instandhouding en bescherming van mogelijke archeologische waarden. Met dit hoofdstuk is voldaan aan artikel 3.1.3 van het Bro.
34
Brummen, Zutphensestraat 89, locatie 't Zwientje
Hoofdstuk 6 6.1
Procedure
Algemeen
Bij de voorbereiding van een (voor)ontwerp bestemmingsplan dient overleg te worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Dit is het vooroverleg, waarin het conceptplan wordt voorgelegd aan het waterschap en aan die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Voor wat kleinere plannen kan, in overleg, afgezien worden van dit overleg. Op basis van artikel 3.1.6 Bro dient verslag te worden gedaan van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken. Dit is de inspraak. Van (formele) inspraak kan, zeker bij wat kleinere plannen, worden afgezien. De gemeentelijke inspraakverordening is daarbij ook van belang. Een ontwerpbestemmingsplan dient conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter inzage gelegd te worden. Hierbij is er de mogelijkheid voor een ieder om zienswijzen in te dienen op het plan. Na vaststelling door de Raad wordt het vaststellingsbesluit bekend gemaakt. Het bestemmingsplan ligt na bekendmaking 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid voor belanghebbenden beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State.
Het bestemmingsplan treedt vervolgens daags na afloop van de tervisielegging in werking als er geen beroep is ingesteld.
6.2
Verslag vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro
In deze paragraaf, of in een separate bijlage, worden te zijner tijd de resultaten van het vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro opgenomen.
6.3
Verslag inspraak ex artikel 3.1.6 Bro
Ten behoeve van voorliggende ontwikkeling is een participatieproces ingericht en uitgevoerd. Het verslag hiervan bijgevoegd als bijlage 13. Aan het begin van het ontwerpproces is al contact gezocht met direct aanwonenden en de ondernemers die uitkijken op de locatie. De initiatiefnemer heeft alle adressen persoonlijk geïnformeerd over het plan. Er zijn geen bezwaren geuit tegen het plan.
6.4
Verslag zienswijzen
Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 8 december 2023 tot en met 18 januari 2024 ter inzage gelegen. Er zijn gedurende deze periode geen zienswijzen ingediend.
Brummen, Zutphensestraat 89, locatie 't Zwientje
35
36
Brummen, Zutphensestraat 89, locatie 't Zwientje
Bijlagen bij de toelichting
Brummen, Zutphensestraat 89, locatie 't Zwientje
37
38
Brummen, Zutphensestraat 89, locatie 't Zwientje
Bijlage 1
Bodemonderzoek
Brummen, Zutphensestraat 89, locatie 't Zwientje
39
40
Brummen, Zutphensestraat 89, locatie 't Zwientje
Bijlage 2
Plan van Aanpak bodemsanering
Brummen, Zutphensestraat 89, locatie 't Zwientje
41
42
Brummen, Zutphensestraat 89, locatie 't Zwientje
Bijlage 3
Akoestisch onderzoek
Brummen, Zutphensestraat 89, locatie 't Zwientje
43
44
Brummen, Zutphensestraat 89, locatie 't Zwientje
Bijlage 4
Groepsrisico LPG-tankstation
Brummen, Zutphensestraat 89, locatie 't Zwientje
45
46
Brummen, Zutphensestraat 89, locatie 't Zwientje
Bijlage 5
Verantwoording groepsrisico
Brummen, Zutphensestraat 89, locatie 't Zwientje
47
48
Brummen, Zutphensestraat 89, locatie 't Zwientje
Bijlage 6
Watertoets
Brummen, Zutphensestraat 89, locatie 't Zwientje
49
50
Brummen, Zutphensestraat 89, locatie 't Zwientje
Bijlage 7
Quickscan flora en fauna
Brummen, Zutphensestraat 89, locatie 't Zwientje
51
52
Brummen, Zutphensestraat 89, locatie 't Zwientje
Bijlage 8
Inspectie huismus
Brummen, Zutphensestraat 89, locatie 't Zwientje
53
54
Brummen, Zutphensestraat 89, locatie 't Zwientje
Bijlage 9
Aanvullend onderzoek huismus
Brummen, Zutphensestraat 89, locatie 't Zwientje
55
56
Brummen, Zutphensestraat 89, locatie 't Zwientje
Bijlage 10
Voortoets stikstofdepositie
Brummen, Zutphensestraat 89, locatie 't Zwientje
57
58
Brummen, Zutphensestraat 89, locatie 't Zwientje
Bijlage 11
Archeologisch onderzoek
Brummen, Zutphensestraat 89, locatie 't Zwientje
59
60
Brummen, Zutphensestraat 89, locatie 't Zwientje
Bijlage 12
Advies veiligheidsregio
Brummen, Zutphensestraat 89, locatie 't Zwientje
61
62
Brummen, Zutphensestraat 89, locatie 't Zwientje
Bijlage 13
Participatieverslag
Brummen, Zutphensestraat 89, locatie 't Zwientje
63
64
Brummen, Zutphensestraat 89, locatie 't Zwientje
Regels
Brummen, Zutphensestraat 89, locatie 't Zwientje
65
66
Brummen, Zutphensestraat 89, locatie 't Zwientje
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels Begrippen
1.1 plan: het bestemmingsplan Brummen, Zutphensestraat 89, locatie 't Zwientje met identificatienummer NL.IMRO.0213.BPBRKOM100027-va01 van de gemeente Brummen. 1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij horende bijlagen. 1.3 aan huis gebonden bedrijf: bedrijfsmatige activiteit voorkomend in milieucategorie 1 of 2, dan wel een naar aard en invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen bedrijvigheid, die door zijn beperkte omvang in of bij een woonhuis, met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend, zoals een kapsalon, schoonheidssalon of bed and breakfast; evenwel met uitzondering van een seksinrichting; 1.4 aan huis gebonden beroep: een dienstverlenend beroep, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling of uitwerking heeft, die met de woonfunctie in overeenstemming is, zoals arts, notaris of advocaat; evenwel met uitzondering van prostitutie; 1.5 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.6 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.7 afhankelijke woonruimte: een onderdeel van het hoofdgebouw, aan en/of uitbouw of bijgebouw dat qua
ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning en waarin een gedeelte van de huishouding uit een oogpunt van mantelzorg gehuisvest is; 1.8 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.9 bedrijf: een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis gebonden beroepen daaronder niet begrepen; 1.10 bestaand: bij bebouwing: bebouwing zoals aanwezig op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan, dan wel mag worden gebouwd krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde vergunning; bij gebruik: gebruik zoals aanwezig op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan; 1.11 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak; 1.12 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.13 bijgebouw: een met het hoofdgebouw verbonden (wel of niet vanuit het hoofdgebouw te bereiken) of daarvan vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw, en in functioneel opzicht ten dienste staat van het hoofdgebouw;
Brummen, Zutphensestraat 89, locatie 't Zwientje
67
1.14 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.15 bouwgrens: de grens van een bouwvlak; 1.16 bouwlaag: een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke hoogte of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen binnenwerks is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van zolder en kelder; 1.17 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar horende bebouwing is toegelaten; 1.18 bouwperceelsgrens: een grens van een bouwperceel; 1.19 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.20 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.21 dakopgang een bouwkundige voorziening dat op een gebouw wordt geplaatst en dat tot doel heeft om toegang tot het dak te verschaffen vanaf de ondergelegen verdieping; 1.22 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan
personen die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending, anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.23 functie: doeleinden ten behoeve waarvan gebruik van gebouwen en/of gronden of aangewezen delen daarvan, is toegestaan; 1.24 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk (2 of meer) met wanden omsloten ruimte vormt; 1.25 gestapelde woning een woning in een gebouw dat twee of meer geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat al dan niet met daarbij behorende bergingen waarbij per woning een zelfstandige toegankelijkheid, al dan niet direct vanaf het voetgangersniveau, gewaarborgd is; 1.26 hoofdgebouw: een gebouw dat ruimtelijk (door zijn ligging, constructie en afmetingen) en functioneel (gelet op de bestemming) als belangrijkste gebouw op een bouwperceel valt aan te merken; 1.27 huishouden: Een persoon of vaste groep personen die gezamenlijk en bestendig, voor onbepaalde tijd samenwonen; 1.28 kunstwerken: creatieve voortbrengselen van de beeldende kunst zoals beeldhouwwerken, schilderijen en andere kunstzinnige objecten; 1.29 luifel een (horizontaal) dak, dat aan de buitenzijde van een gebouw is bevestigd, terwijl de daar tegenoverliggende zijde vrij dragend is. Wanneer een luifel wordt ondersteund door één of meerdere kolommen is er sprake van een overkapping;
68
Brummen, Zutphensestraat 89, locatie 't Zwientje
1.30 ondergronds bouwwerk: (een gedeelte van) een bouwwerk, waarvan de bovenkant van de vloer is gelegen op ten minste 1,75 m beneden peil; 1.31 overkapping: een bouwwerk, geen gebouw zijnde, omsloten door maximaal één wand en voorzien van een gesloten dak; 1.32 peil: a. voor gebouwen waarvan de toegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang. b. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het bestaande aansluitende afgewerkte maaiveld. c. voor een bouwwerk ten behoeve van spoorwegdoeleinden: de bovenkant van de spoorstaaf. 1.33 perceelsgrens: een grenslijn tussen bouwpercelen onderling; 1.34 seksinrichting de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte, waarin bedrijfsmatig, of op een kennelijk bedrijfsmatige wijze seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden.
Onder een seksinrichting wordt in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf, waaronder tevens begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.35 verbeelding: de verbeelding van het bestemmingsplan "Brummen, Zutphensestraat 89, locatie 't Zwientje", bestaande uit de kaarten; 1.36 vloeroppervlakte: de oppervlakte, gemeten op vloerniveau langs de buitenomtrek van de opgaande scheidingsconstructies, die de desbetreffende ruimte of groep van ruimten omhullen; 1.37 voorgevellijn: de lijn waarin de voorgevel van een hoofdgebouw is gelegen, alsmede het verlengde daarvan; 1.38 voorgevelrooilijn: de naar de openbare weg gekeerde grens van het bouwvlak, of indien het een bouwvlak betreft met meer dan één naar de weg gekeerde grenzen, die grens die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt; 1.39 voorzieningen van algemeen nut: voorzieningen ten behoeve van het op het openbare net aangesloten nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, waterbeheer, afvalinzameling, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer; 1.40 wet/wettelijke regeling: indien en voor zover in deze voorschriften wordt verwezen naar wettelijke regelingen c.q.
verordeningen e.d., dienen deze regelingen te worden gelezen zoals deze luiden op het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerpplan, tenzij anders bepaald; 1.41 woning: een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één huishouden;
Brummen, Zutphensestraat 89, locatie 't Zwientje
69
Artikel 2
Wijze van meten
2.1 afstand tot de zijdelingse perceelsgrens: de kortste afstand van het gebouw tot de zijdelingse perceelsgrens. 2.2 bebouwd oppervlak van een bouwperceel: de oppervlakte van alle op een bouwperceel aanwezige bouwwerken samen. 2.3 bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.4 breedte, diepte c.q. lengte van gebouwen: tussen de buitenwerkse (hoofd)gevelvlakken en/of harten van gemeenschappelijke scheidingsmuren. 2.5 dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.6 goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. Bij toepassing van het meten van de goothoogte van een bouwwerk worden wolfseinden, dakkapellen en andere plaatselijke verhogingen van de goot buiten beschouwing gelaten, behoudens dakkapellen en andere gootverhogingen waarvan de gezamenlijke breedte meer bedraagt dan 50% van de breedte van het betreffende dakvlak.
De goothoogte wordt dan gemeten vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot van de dakkapel of hoogst gelegen goot; 2.7 inhoud van een gebouw: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.8 oppervlakte van gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde: voor gebouwen: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren en/of het overkapte gedeelte, neerwaarts geprojecteerd tot op peil; voor bouwwerken zonder wanden (open overkappingen en daarmee vergelijkbare bouwwerken geen gebouwen zijnde): het overdekte en/of bebouwde grondoppervlak (gemeten loodrecht onder het dakoppervlak en/of bouwwerk). 2.9 uitzonderingen bij wijze van meten Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwonderdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwgrenzen niet meer dan 1,5 meter bedraagt.
70
Brummen, Zutphensestraat 89, locatie 't Zwientje
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Bestemmingsregels Wonen
3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen; b. het uitoefenen van een aan huis gebonden beroep; c. behoud, herstel en bescherming van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek'; met de daarbij behorende: d. tuinen en erven; e. parkeervoorzieningen; f. waterlopen en waterpartijen; g. gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 3.2 Bouwregels 3.2.1 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld' mogen uitsluitend gestapelde woningen worden gebouwd; c. het aantal woningen bedraagt niet meer dan het aantal op de verbeelding; 1. het bouwvlak mag volledig worden bebouwd; d. de maximale goot- en/of bouwhoogte zijn middels een maatvoeringsymbool op de verbeelding aangegeven; e. de vereiste karakteristieke geluidwering van de gevels Ga;k bedraagt: 1. bij de oostelijke gevel van het hoofdgebouw: minimaal 34 dB; 2. bij de zuidelijke gevel van het hoofdgebouw: minimaal 29 dB; 3. bij de noordelijke gevel van het hoofdgebouw: minimaal 26 dB; f. in afwijking van het bepaalde onder f mag ten behoeve van een dakopgang over een oppervlakte van maximaal 15 m² de maximale bouwhoogte met 1,5 meter worden overschreden.
3.2.2 Bijgebouwen Voor het bouwen van bijgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. bijgebouwen mogen worden gebouwd binnen het bouwvlak en de aanduiding 'bijgebouwen'; b. de maximale bouwhoogte van bijgebouwen bedraagt 3 meter; 3.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen: a. bouwwerken geen gebouwen zijnde, mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak gebouwd worden. Overkappingen mogen echter uitsluitend achter de voorgevellijn gebouwd worden; b. de gezamenlijke oppervlakte van de bouwwerken geen gebouwen zijnde bedraagt per bouwperceel maximaal 40 m², met dien verstande, dat het achter de voorgevellijn aanwezige voor de hoofdbestemming bestemde erf voor niet meer dan 60% wordt bebouwd; c. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 3 meter, met uitzondering van erfafscheidingen, waarvan de hoogte maximaal 2 meter mag bedragen, met dien verstande dat de hoogte voor erf- en terreinafscheidingen voor zover gelegen voor de voorgevellijn maximaal 1 meter mag bedragen.
Brummen, Zutphensestraat 89, locatie 't Zwientje
71
3.2.4 Uitoefening aan huis gebonden beroep Voor het uitoefenen van een aan huis gebonden beroep gelden de navolgende bepalingen: a. de woonfunctie moet primair blijven, in die zin dat maximaal 40% van het totale vloeroppervlakte van de woning voor dat doel mag worden gebruikt, met een maximum van 50 m² per woning; b. degene die gebruiker is van de woning, moet ook degene zijn die het aan huis gebonden beroep uitoefent; c. vrijstaande bijgebouwen mogen niet worden gebruikt voor de uitoefening van een aan huis gebonden beroep. 3.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen van de bebouwing: a. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken; b. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de parkeermogelijkheden in de naaste omgeving; c. ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving; d. ter waarborging van de verkeersveiligheid; e. ter waarborging van de sociale veiligheid; f. ter waarborging van de brandveiligheid en rampenbestrijding.
3.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk of werkzaamheden 3.4.1 Vergunningplicht Onverminderd het in hoofdstuk 8 van de Bouwverordening (slopen) bepaalde is het ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk of werkzaamheden van het bevoegd gezag cultuurhistorisch waardevolle bebouwing geheel of gedeeltelijk te slopen. 3.4.2 Uitzonderingen vergunningplicht Het in lid 3.4.1 vervatte verbod geldt niet voor sloopwerkzaamheden: a. ingevolge een aanschrijving van het bevoegd gezag; b. waarvoor eerder een vergunning is afgegeven. 3.4.3 Toelaatbaarheid werken en werkzaamheden De in lid 3.4.1 bedoelde sloopwerkzaamheden zijn slechts toelaatbaar indien: a. uit een nadere onderbouwing van de aanvraag blijkt dat handhaving van het pand redelijkerwijs niet kan worden geëist, gezien de huidige bouwkundige en/of gebruikstechnische staat van het gebouw in verhouding tot de kosten van waardedaling en renovatie. De aanvrager dient daartoe bij de aanvraag om de hier bedoelde omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk of werkzaamheden een deskundigenrapport te overleggen dat ingaat op de bouwkundige en/of gebruikstechnische staat van het gebouw in relatie tot de economische waarde(daling) en de kosten van renovatie; b.
de werkzaamheden in redelijkheid kunnen worden aangemerkt als zijnde van ondergeschikte aard en omvang, zodat enige wezenlijke invloed op de in lid 3.1 bedoelde cultuurhistorisch waardevolle bebouwing niet te verwachten is. 3.4.4 Advies Alvorens het bevoegd gezag beslist omtrent de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk of werkzaamheden als bedoeld in lid 3.4.1 wint het bij een ter zake deskundige advies in.
72
Brummen, Zutphensestraat 89, locatie 't Zwientje
Artikel 4
Waarde - Archeologie hoog
4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie hoog' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor instandhouding en bescherming van archeologische waarden. Voorrangsbepaling In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de bepalingen van de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie hoog" voor de bepalingen die op grond van andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn. 4.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels: 4.2.1 Het is verboden om op of in de gronden bedoeld in artikel 4.1 zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van bevoegd gezag bouwactiviteiten en/of heiwerkzaamheden uit te voeren met bodemingrepen op een grotere diepte dan 40 cm. 4.2.2 Het in lid 4.2.1 genoemde verbod is niet van toepassing, indien de bouwactiviteiten betrekking hebben op; a. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; b. een of meer bouwwerken waarvan de totale te bebouwen oppervlakte kleiner is dan 250 m2; of c. een bouwwerk dat uitsluitend voor archeologisch onderzoek is bestemd met een bouwhoogte van ten hoogste 3 m.
4.2.3 De aanvrager van een omgevingsvergunning legt een rapport over waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord is vastgesteld. 4.2.4 Bevoegd gezag verleent de omgevingsvergunning indien naar hun oordeel uit het rapport als bedoeld in artikel 4.2.3 genoegzaam blijkt dat: a. er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad; b. schade door de bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning voor het bouwen verbonden voorschriften. 4.2.5 In de situatie als bedoeld in artikel 4.2.4, onderdeel b, kan bevoegd gezag de volgende voorschriften aan de omgevingsvergunning verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; of c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.
Brummen, Zutphensestraat 89, locatie 't Zwientje
73
4.2.6 Indien het bepaalde in artikel 4.2.5, onderdeel c van toepassing is, wordt in de voorschriften geregeld wat de gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de bouwwerkzaamheden. 4.2.7 Op een aanvraag die betrekking heeft op een terrein waarvoor reeds eerder een omgevingsvergunning is afgegeven, bedoeld in artikel 4.2.4, waaraan voorschriften zijn verbonden als bedoeld in artikel 4.2.5, is het bepaalde in artikel 4.2.1 aanhef voor wat betreft de diepte van de bodemingrepen en het bepaalde in artikel 4.2.2, aanhef en onderdeel b, niet van toepassing. Bevoegd gezag kan in een zodanig geval bepalen dat de aanvrager een nieuw rapport moet overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord in voldoende mate is vastgesteld. Het bepaalde in de artikelen 4.2.4, 4.2.5 en 4.2.6 is van overeenkomstige toepassing. 4.2.8 a. Het bepaalde in 4.2.3 is niet van toepassing indien de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie, hetgeen is getoetst door de archeologisch deskundige, afdoende is vastgesteld. b. In een situatie als bedoeld onder a kan bevoegd gezag voorschriften aan de omgevingsvergunning verbinden als bedoeld in artikel 4.2.5.
4.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.3.1 Het is verboden om op of in de gronden bedoeld in artikel 4.1, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder b van de Wabo, van het bevoegde gezag (aanlegactiviteit) de volgende werkzaamheden of werken, niet zijnde bouwwerken uit te voeren: a. afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage op een grotere diepte dan 40 cm; b. het ophogen van gronden met meer dan 50 cm; c. heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen; d. verlagen of verhogen van het waterpeil; e. aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; f. aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; g. het aanbrengen of verwijderen van diepwortelende beplantingen. 4.3.2 Het in lid 4.3.1 genoemde verbod is niet van toepassing, indien de werken of werkzaamheden: a. worden uitgevoerd voor het realiseren van een bouwwerk waarop artikel 4.2 van toepassing is; b. een oppervlakte beslaan van ten hoogste 250 m2; c. reeds legaal in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; d. worden uitgevoerd in het kader van het normale beheer en onderhoud; e.
worden uitgevoerd in het kader van het normale agrarische gebruik; f. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning of een ontgrondingvergunning, of g. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. 4.3.3 De aanvrager van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.3.1, legt een rapport over waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord is vastgesteld.
74
Brummen, Zutphensestraat 89, locatie 't Zwientje
4.3.4 Bevoegd gezag verleent de omgevingsvergunning indien naar hun oordeel uit het rapport als bedoeld in artikel 4.3.3 genoegzaam blijkt dat: a. er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad; b. schade door de werkzaamheden of werken kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden verbonden voorschriften. 4.3.5 In de situatie als bedoeld in artikel 4.3.4, onderdeel b, kan bevoegd gezag de volgende voorschriften aan de omgevingsvergunning verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; of c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. 4.3.6 Indien het bepaalde in artikel 4.3.5 , onderdeel c van toepassing is, wordt in de voorschriften geregeld wat de gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de werkzaamheden of werken.
4.3.7 Op een aanvraag die betrekking heeft op een terrein waarvoor reeds eerder een omgevingsvergunning is afgegeven, bedoeld in artikel 4.3.1, waaraan voorschriften zijn verbonden als bedoeld in artikel 4.3.5, is het bepaalde in artikel 4.3.2, aanhef en onderdeel b, niet van toepassing. Bevoegd gezag kan in een zodanig geval bepalen dat de aanvrager een nieuw rapport moet overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord in voldoende mate is vastgesteld. Het bepaalde in de artikelen 4.3.4, 4.3.5 en 4.3.6 is van overeenkomstige toepassing. 4.3.8 a. Het bepaalde in 4.3.3 is niet van toepassing indien de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie, hetgeen is getoetst door de archeologisch deskundige, afdoende is vastgesteld. b. In een situatie als bedoeld onder a kan bevoegd gezag voorschriften aan de omgevingsvergunning verbinden als bedoeld in artikel 4.3.5. 4.4 Wijzigingsbevoegdheid 4.4.1 Bevoegd gezag is bevoegd de voor 'Waarde - Archeologie hoog' aangewezen gronden geheel of gedeeltelijk te verwijderen, indien: a. uit nader archeologisch onderzoek is gebleken dat ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig zijn; b.
het op grond van nader archeologisch onderzoek niet meer noodzakelijk wordt geacht dat het bestemmingsplan ter plaatse in bescherming en veiligstelling van archeologische waarden voorziet. 4.4.2 Bij een besluit als bedoeld in artikel 4.4.1 geeft bevoegd gezag de grenzen aan waarvoor de gehele of gedeeltelijke verwijdering geldt.
Brummen, Zutphensestraat 89, locatie 't Zwientje
75
Hoofdstuk 3 Artikel 5
Algemene regels Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 6
Algemene bouwregels
6.1 Algemene regels Geen bouwwerk of complex van bouwwerken mag worden opgericht indien daarvoor een bestaand bouwwerk of complex van bouwwerken met daarbij behorende perceel, hetzij niet langer zou blijven voldoen aan het plan, hetzij in grotere mate zou gaan afwijken van het plan. 6.2 Algemene regels met betrekking tot ondergronds bouwen 6.2.1 Ondergrondse werken Voor het uitvoeren van ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden gelden, behoudens in deze planregels opgenomen afwijkingen, geen beperkingen. 6.2.2 Ondergrondse bouwwerken Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens in deze planregels opgenomen afwijkingen, de volgende bepalingen: a. ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak; b. het oppervlak aan ondergrondse bouwwerken mag niet meer bedragen dan het toegestane oppervlak aan bouwwerken boven peil vermeerderd met 15 m²; c. de ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken bedraagt maximaal 4 meter onder peil; d. bij het berekenen van de blijkens de verbeelding of van het in de planregels maximaal te bebouwen oppervlak, wordt de oppervlakte van ondergrondse gebouwen mede in aanmerking genomen voor zover niet gebouwd wordt onder een bovengronds bouwwerk.
6.2.3 Afwijking Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 6.2.2 sub d voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken met een ondergrondse bouwdiepte van maximaal 10 meter onder peil onder de voorwaarden dat: a. de waterhuishouding niet wordt verstoord; b. geen afbreuk wordt gedaan aan archeologische waarden; c. het woongenot of de gebruiksmogelijkheden op de belendende percelen niet onevenredig wordt aangetast. 6.3 Bestaande afstanden en andere maten 6.3.1 Maximaal toelaatbaar Indien afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan meer bedragen dan ingevolge Hoofdstuk 2 voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal toelaatbaar worden aangehouden.
76
Brummen, Zutphensestraat 89, locatie 't Zwientje
6.3.2 Minimaal toelaatbaar In die gevallen dat afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan minder bedragen dan ingevolge Hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als minimaal toelaatbaar worden aangehouden.
Artikel 7
Algemene afwijkingsregels
7.1 Algemeen Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de regels voor: a. het in geringe mate overschrijden van het bouwvlak, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; b. de bouw van een erker aan de voorgevel van een hoofdgebouw, mits: 1. de diepte gemeten vanuit de voorgevel van het hoofdgebouw niet meer dan 1,50 meter bedraagt; 2. de breedte niet meer bedraagt dan 50% van de voorgevel van het hoofdgebouw; 3. de hoogte niet meer bedraagt dan de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw; 4. er geen bezwaren bestaan vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid; 5. de erker stedenbouwkundig aanvaardbaar is; c. het vergroten van de bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde tot maximaal 5 meter, mits: 1. de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden niet onevenredig worden aangetast; 2. de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving gewaarborgd wordt.
Artikel 8
Algemene wijzigingsregels
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming te wijzigen ten behoeve van: a. overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover dit van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijding mag niet meer dan 3 meter bedragen en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot; b. overschrijding van bestemmingsgrenzen en toestaan dat het beloop van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of –intensiteit daartoe aanleiding geeft. De overschrijding mag niet meer dan 3 meter bedragen en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot.
Artikel 9
Overige regels
9.1 Parkeren 9.1.1 Parkeernormen a. Een omgevingsvergunning voor het bouwen en / of een omgevingsvergunning voor een wijziging van het gebruik kan pas worden verleend als is verzekerd dat op eigen terrein wordt voorzien in minimaal 6 parkeerplaatsen; b. de onder a. bedoelde parkeerplaatsen voor motorvoertuigen dienen de volgende maatvoering te hebben: ten minste 2,5 x 5 m in geval van kops parkeren en 2 x 6 m bij langsparkeren.
Brummen, Zutphensestraat 89, locatie 't Zwientje
77
9.1.2 Afwijken Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 9.1.1 indien: a. het voldoen aan die bepalingen gezien het gebruik en/of het bouwplan van het betreffende plangebied, mede gezien de omgeving, niet noodzakelijk is en/of op overwegende bezwaren stuit, en / of; b. op andere wijze in de nodige parkeerruimte wordt voorzien. Dit besluit moet worden voorzien van een motivering waaruit blijkt dat de ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd blijft.
78
Brummen, Zutphensestraat 89, locatie 't Zwientje
Hoofdstuk 4 Artikel 10
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht
10.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk, dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een vergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de bouwvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig ontheffing verlenen van het bepaalde onder a voor het vergroten van de inhoud van het bouwwerk als bedoeld in het bepaalde onder a met maximaal 10%. c. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken, die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 10.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b.
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde in sub a te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Artikel 11
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Brummen, Zutphensestraat 89, locatie 't Zwientje'.
Brummen, Zutphensestraat 89, locatie 't Zwientje
79
80
Brummen, Zutphensestraat 89, locatie 't Zwientje
Brummen, Zutphensestraat 89, locatie 't Zwientje
81
82
Brummen, Zutphensestraat 89, locatie 't Zwientje