CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

(143) Nota Grondbeleid 2024-2028

Besluitvormende raadsvergadering 21 december 2023, gemeente BrummenBij agendapunt: Nota Grondbeleid12.196 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Naast de hoofdvormen actief- en faciliterend grondbeleid zijn er verschillende tussenvormen mogelijk met diverse voor- en nadelen. De meest voorkomende vormen zijn:  Bouwclaimmodel;  Joint venture;  Concessiemodel. Hieronder worden deze modellen toegelicht: Ad 1. Bouwclaimmodel Het bouwclaimmodel kan worden toegepast als de gronden volledig of gedeeltelijk in handen zijn van private partijen. Bij een bouwclaim komen de gemeente en de private partij overeen dat de gronden tegen een vooraf vastgestelde prijs (veelal de prijs voor ruwe bouwgrond) overgedragen worden aan de gemeente. In ruil hiervoor ontvangt de private partij in kwestie het recht op de afname van bouwrijpe kavels (een claim op te bebouwen kavels). Doordat de gemeente bouw- en woonrijp maakt en deze uitgaven bekostigt met de opbrengsten uit de uit te geven gronden, ligt het financiële risico van de grondexploitatie in dit geval bij de gemeente. Bij deze samenwerkingsvorm voert de gemeente de grondexploitatie. Ad 2. Joint venture Bij joint venture voeren de gemeente en een (of meerdere) private partner(s) een gezamenlijke grondexploitatie. In een overeenkomst wordt geregeld wie welke werkzaamheden voor zijn/haar rekening neemt en hoe kosten en risico’s worden verdeeld. Hiertoe wordt een aparte rechtspersoon opgericht: een grondexploitatiemaatschappij (GEM), vaak in de vorm van een CV/BV.

De GEM draagt zorg voor het ontwikkelen van de grond, het uitgeven van kavels en het aanleggen van de openbare ruimte. De zeggenschap binnen de GEM wordt doorgaans evenredig verdeeld tussen de betrokken publieke en private partijen. Ad 3. Concessiemodel Als het concessiemodel wordt toegepast, verkoopt de gemeente haar grondpositie in huidige staat (‘as is’) aan de ontwikkelende partij. Hierbij heeft de gemeente de mogelijkheid om in een privaatrechtelijke overeenkomst randvoorwaarden aan de ontwikkeling te stellen. Denk aan voorwaarden ten aanzien van het te realiseren woningbouwprogramma, de inrichting van de openbare ruimte of het moment van oplevering. De marktpartij wordt doorgaans middels een tender geselecteerd. De ontwikkelende partij ontwikkelt het woningbouwprogramma en draagt zorg voor de aanleg van de openbare ruimte. Zodra het project is afgerond wordt de openbare ruimte

Nota Grondbeleid 2024 - 2028

Gemeente Brummen Pagina 25 van 37

overgedragen aan de gemeente. De risico’s van de grondexploitatie en de woningbouwontwikkeling zijn in dit model voor rekening van de private partij.

5.1.1 Instrumenten bij Publiek Private Samenwerking (PPS) Omdat een PPS in feite een samenstelling is van actief en faciliterend grondbeleid kunnen de hiervoor omschreven instrumenten elk, afhankelijk van de wijze van samenwerking, worden ingezet. De voor- en nadelen van PPS worden in Bijlage 1 toegelicht.

Nota Grondbeleid 2024 - 2028

Gemeente Brummen Pagina 26 van 37

6. Financiële aspecten: beheersing & verantwoording Door de keuze voor situationeel grondbeleid neemt de gemeente bij projecten verscheidene rollen in. Overwegingen als financiën, ambtelijke capaciteit en risico’s kunnen leiden tot een meer faciliterende rol, terwijl er bij andere projecten een meer actieve rol ingenomen wordt. Beide vormen hebben financiële gevolgen voor de gemeente. Zo zal er bij de keuze voor een actieve rol een grondexploitatie gevoerd worden door de gemeente waar gronden ingebracht worden. Bij een faciliterende rol is dit niet het geval. Bij de keuze voor actief grondbeleid voert de gemeente een grondexploitatie (Bouwgrond In Exploitatie, oftewel BIE). Deze grondexploitaties dienen beheerd te worden en hierover dient de gemeente conform regelgeving te verantwoorden.

6.1

Waardering en verslaglegging

De Commissie BBV (Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten) heeft in 2019 de Notitie Grondbeleid in begroting en jaarstukken opgesteld. In deze notitie zijn regels opgenomen met betrekking tot de gemeentelijke waardering van de gronden en verslaglegging (MPG en jaarrekening). Onderstaand volgt een toelichting op de geformuleerde regels per onderwerp. Grondexploitaties (BIE) Binnen de gemeente Brummen zijn verschillende gebiedsontwikkelingen in uitvoering, uiteenlopend van woningbouwlocaties tot bedrijventerreinen en meer gemengde ontwikkelingen. Voor de gebiedsontwikkelingen op gemeentelijke grond geldt dat door de gemeenteraad een grondexploitatie met een grondexploitatiebegroting is vastgesteld. Op basis van deze grondexploitatie vindt de bewaking en verantwoording van de financiën en fasering plaats. Het raadsbesluit met de vaststelling van de grondexploitatie is het startpunt van de ‘BIE’. In de grondexploitatiebegroting worden de te verwachten kosten en opbrengsten gefaseerd in de tijd, waarna de invloed van rente en inflatie wordt berekend. Vanaf dit besluit kunnen de kosten en opbrengsten met betrekking tot de grondexploitatie worden geactiveerd en bijgeschreven op de voorraadpositie bij onderhanden werk. In de kostensoortenlijst van de Omgevingswet staan de kosten- en opbrengstensoorten benoemd die in de grondexploitatie opgenomen kunnen worden.

Verder voldoen de grondexploitaties in algemene zin aan de stellige uitspraken uit de notitie van de commissie BBV, wat inhoudt dat:  In beginsel de looptijd van grondexploitaties maximaal 10 jaar bedraagt. In het geval van een langere looptijd van een ontwikkeling, dienen extra risicobeperkende maatregelen genomen te worden in de grondexploitatiebegroting;

Nota Grondbeleid 2024 - 2028

Gemeente Brummen Pagina 27 van 37

  

Alle grondexploitaties jaarlijks, ten behoeve van de jaarrekening van dat jaar herzien worden en er een grondige verschillenverklaring wordt opgesteld (dit gebeurt in de Meerjaren Prognose Grondexploitaties (MPG)); Het voorgaande de basis is voor een raadsvoorstel voor aanpassing van de meerjarenbegroting van het volgende jaar; De ambtelijke uren gerelateerd aan de grondexploitaties consequent op de desbetreffende projecten worden geschreven.

Winstneming Op het gebied van tussentijdse winstnemingen wordt gehandeld conform de Notitie Grondbeleid in begroting en jaarstukken (2019) van Commissie BBV. Hierbij wordt de POC-methodiek (Percentage of Completion) toegepast. De POC-methode is een concrete invulling van het voorzichtigheids- en realisatiebeginsel. Volgens het voorzichtigheidsbeginsel worden positieve resultaten, oftewel winsten, pas genomen als met voldoende zekerheid vaststaat dat ze daadwerkelijk gerealiseerd gaan worden. Volgens het realisatiebeginsel dient in de situatie dat voldoende zekerheid is over de winst, de winst ook daadwerkelijk genomen te worden. De winstneming komt ten gunste van het resultaat voor bestemming en wordt direct toegevoegd aan de Algemene Reserve. Voor de locaties behorend bij Centrum Brummen worden de winsten toegevoegd aan de reserve Centrum Brummen. In het Plan van Aanpak kern Brummen worden de volgende locaties genoemd waarvoor deze reserve is bedoeld: Marktplein/ Koppelplein, Ambachtstraat, Van Limburg Stirumplein, Burgemeester Dekkerstraat, Sperwerstraat/ Troelstralaan en de Meidoornlaan. Voor overige locaties wordt een reserve woningbouwontwikkelingen gevormd. Verliesvoorziening In het geval van een verlieslatende grondexploitatie zijn gemeenten verplicht een voorziening voor verlies te vormen. Deze voorziening is een correctie op de post Onderhanden werk.

De voorziening voor verlies moet volledig worden verantwoord in de jaarrekening en komt ten laste van het resultaat voor bestemming en wordt direct onttrokken uit de Algemene Reserve. Voor de locaties in Brummen geldt de reserve Centrum Brummen. Voor overige locaties wordt een reserve woningbouwontwikkelingen gevormd. De hoogte van de voorziening wordt vastgesteld op basis van de netto contante waarde van de grondexploitatie. Deze verliesvoorziening wordt jaarlijks bij de actualisaties van de grondexploitaties herijkt ten behoeve van de jaarrekening. Indien de netto contante waarde van een grondexploitatie hoger uitvalt bij herziening, dient dit voordeel ten goede te komen van het resultaat voor bestemming. Bij een lagere netto contante waarde moet de voorziening worden verhoogd. Strategisch verworven gronden voor toekomstige ontwikkelingen Het komt voor dat de gemeente gronden verwerft met het oog op toekomstige ontwikkelingen, maar nog geen bouwgrond in exploitatie (BIE) laat vaststellen door de gemeenteraad. In dit geval landt de verworven grondpositie op de balans. Deze gronden worden op de balans gewaardeerd tegen de laagste waarde van:

Nota Grondbeleid 2024 - 2028

Gemeente Brummen Pagina 28 van 37

 

De (historische) verkrijgingsprijs, inclusief bijkomende kosten, of; De marktwaarde op basis van de geldende bestemming.

Het bepalen van de marktwaarde kan door middel van het laten uitvoeren van een taxatie. Indien uit de taxatie blijkt dat er sprake is van duurzame waardevermindering, dient dit direct te leiden tot afwaardering. Strategisch aangekochte gronden worden op de balans opgenomen onder de post Materiële Vaste Activa (MVA). Periodiek (minimaal eens in de 2 jaar) worden de gronden getaxeerd tegen de waarde volgens de toekomstige bestemming, met inachtneming van de inherente onzekerheden van de ontwikkelmogelijkheden. Meerjarenprognose Grondexploitaties Jaarlijks worden de grondexploitaties bij de jaarrekening herzien, inclusief een grondige verschillenverklaring. Hierover wordt uitgebreid verantwoord in de Meerjarenprognose Grondexploitaties (MPG). Onderdeel van de MPG is de analyse van de risico’s op het grondbedrijf en de bepaling van het benodigde weerstandsvermogen van het grondbedrijf (zie ook paragraaf 7.3). De MPG wordt jaarlijks met de raadsstukken voorgelegd aan de gemeenteraad ter vaststelling tegelijkertijd met de jaarrekening. Voorbereidingskosten Het voorbereiden van een grondexploitatie (BIE) vergt tijd en geld. Dit betekent dat er voorafgaand aan het startmoment van de BIE (voorbereidings-)kosten gemaakt worden, die nog niet op het onderhanden werk kunnen worden geactiveerd doordat de betreffende BIE nog niet operationeel is.

Het beschikbaar stellen van een dergelijk voorbereidingskrediet is een bevoegdheid van de gemeenteraad. Voorbeelden van dergelijke voorbereidingskosten zijn kosten van het ambtelijk apparaat en planschadevergoedingen. Wanneer de gemeente kosten maakt, kunnen deze conform het BBV worden geactiveerd als immateriële vaste activa. De kosten die ten laste van dit krediet komen kunnen geactiveerd worden conform de voorwaarden die genoemd zijn in de Notitie Grondbeleid in begroting en jaarstukken van het BBV. De kosten mogen maximaal 5 jaar als overige nog te ontvangen bedragen blijven staan. Na maximaal 5 jaar moet het kostenverhaal zijn gerealiseerd dan wel dienen de kosten te worden afgeboekt ten laste van het jaarresultaat. Er bestaat een kans dat er voorbereidingskosten worden gemaakt, zonder dat dit leidt tot een vastgestelde grondexploitatie of een kostenverhaalsovereenkomst. Bijvoorbeeld omdat uit het voorbereidende onderzoek is gebleken dat het uitvoeren van een project geen haalbare kaart is gebleken. In dat geval moeten de kosten worden afgeboekt ten laste van de Algemene Reserve. In het geval dat wél een grondexploitatie wordt vastgesteld naar aanleiding van de voorbereidingskosten, kunnen deze kosten worden ingebracht in deze grondexploitatie. Niet aangewend krediet kan vrijvallen.

De verantwoording over voorbereidingskredieten vindt plaats door middel van de jaarrekening. Inhoudelijke verantwoording en verantwoording over de voortgang van een project geschied door middel van de jaarlijks MPG en halfjaarlijks in de tweede Burap.

Nota Grondbeleid 2024 - 2028

Gemeente Brummen Pagina 29 van 37

6.2

Risicomanagement en Algemene Reserve

Ruimtelijke projecten zijn altijd omgeven met de nodige risico’s, maar ook kansen. Het optreden van deze risico’s dan wel kansen heeft invloed op de oorspronkelijk verwachte resultaten van projecten. Door jaarlijks de risico’s en kansen binnen de grondexploitaties te identificeren en te analyseren kunnen de juiste beheersmaatregelen getroffen worden. Hierdoor wordt de kans op onverwachte, aanzienlijke financiële tegenvallers tot een minimum beperkt. Kans- en risicomanagement Kans- en risicomanagement is een hulpmiddel om gestructureerd kansen en risico’s binnen het grondbedrijf in kaart te brengen, te evalueren en, door er proactief mee om te gaan, te beheersen. Bij het vaststellen en jaarlijks herzien van de grondexploitaties worden de risico’s en kansen van de actieve grondexploitaties opnieuw in kaart gebracht. De risico’s van de grondexploitaties worden jaarlijks bepaald aan de hand van de Monte Carlo risicoanalyse. Bij de herziene grondexploitaties zijn bepaalde uitgangspunten vastgesteld en geformuleerd. Bij de uitgangspunten van de grondexploitaties worden vervolgens variabelen geformuleerd met de bandbreedtes waarbinnen afwijkingen kunnen ontstaan. Een voorbeeld is dat de plankosten 5% lager of hoger kunnen uitvallen.

Wanneer alle variabalen en bandbreedtes zijn geformuleerd, simuleert de waarschijnlijkheid dat de uitgangspunten zullen afwijken, hierbij worden in totaal 10.000 trekkingen gedaan. De beschreven procedure wordt voor iedere grondexploitatie verricht. Het resultaat van de simulatie is een grafiek met een standaardnormale verdeling waarin met een 95% waarschijnlijkheid het meest realistische saldo (eindwaarde) van een project en de gehele portefeuille van grondexploitaties wordt weergegeven. Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen van het grondbedrijf is de relatie tussen de weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen, maar die wel van materiële betekenis kunnen zijn voor de financiële positie van het grondbedrijf. Het weerstandsvermogen geeft de mate aan waarin het grondbedrijf in staat is zelf middelen vrij te maken om substantiële tegenvallers op te vangen, zonder dat het beleid aangepast hoeft te worden. Om de risico’s die aan grondexploitaties hangen op te kunnen vangen, wordt jaarlijks bepaald wat de omvang van de weerstandscapaciteit dient te zijn. De benodigde omvang van de weerstandscapaciteit hangt dus af van de geïnventariseerde risico’s in de grondexploitaties en de mate waarin deze risico’s binnen de grondexploitaties opgevangen kunnen worden.

Als een grondexploitatie nog steeds een positief saldo kent in het geval dat alle geïnventariseerde risico’s zich voordoen, is voor die grondexploitatie geen risicoreservering nodig. Pas als een grondexploitatie negatief wordt, is voor dat gedeelte een reservering nodig. Als een grondexploitatie al een negatief saldo kent, dan is daarvoor al een voorziening getroffen. Als uit de risicoanalyse blijkt dat het saldo nog negatiever kan worden, dan wordt een reservering getroffen ter grootte van dit verschil. Omgekeerd valt een risicoreservering die niet nodig blijkt te zijn vrij, ten goede van de Algemene Reserve.

Nota Grondbeleid 2024 - 2028

Gemeente Brummen Pagina 30 van 37

Kosten en opbrengsten t.b.v. maatschappelijke waarde Over de kosten en opbrengsten van de productie van bouwrijpe grond wordt jaarlijks gerapporteerd in de MPG (zie paragraaf 7.3). In het geval van actieve grondpolitiek en een gemeentelijke grondexploitatie, streeft gemeente Brummen naar een zo optimaal mogelijk financieel resultaat binnen de meegegeven kaders. Echter, dit wil niet zeggen dat een grondexploitatie die meervoudig waarde creëert voor onze gemeente niet kan worden vastgesteld, omdat deze een negatief financieel resultaat heeft. Het financiële resultaat van een grondexploitatie is naast de duiding van de meervoudige waarde creatie onderdeel van de beoordelingscriteria. De gemeenteraad kan in het algemeen belang dus een grondexploitatie openen, waarvan het te verwachten resultaat negatief is.

6.3

Planning & Controlcyclus

Met de voorliggende Nota Grondbeleid stelt de gemeenteraad een beleidskader vast, waarin uitgangspunten, instrumenten en systemen zijn beschreven ten behoeve van de ontwikkeling van gronden binnen de gemeente. De Planning & Control cyclus (P&C) biedt instrumenten waarmee de gemeenteraad inhoudelijk geïnformeerd wordt over de individuele projecten. De belangrijkste instrumenten in de gebruikelijke P&C zijn de begroting en jaarrekening, welke conform de gemeentewet tevens verplicht zijn. Het BBV geeft nadere invulling van deze verplichting. Bij de begroting wordt verwoord wat het grondbeleid per ontwikkeling zal zijn tijdens het opvolgende begrotingsjaar en de daaropvolgende 3 jaren. Bij het vaststellen van de gemeentelijke begroting stemt de gemeenteraad in met het beleid dat in de paragraaf Grondbeleid van de gemeentebegroting is verwoord. Bij de jaarrekening wordt door het college verantwoording afgelegd over het gevoerde grondbeleid en wordt inzicht gegeven in hoe de resultaten van het grondbedrijf zich verhouden tot de begroting. Bij de jaarrekening wordt een herijking uitgevoerd van de gemeentelijke grondexploitaties, waarbij bijvoorbeeld de parameters en uitgangspunten worden herzien. Voor de producten die behoren te worden opgesteld binnen de P&C cyclus wordt verwezen naar paragraaf 7.3, waar omschreven staat welk product van de cyclus door wie wanneer wordt gemaakt.

Nota Grondbeleid 2024 - 2028

Gemeente Brummen Pagina 31 van 37

7. Organisatie, samenwerking en verantwoording Dit hoofdstuk behandelt de organisatorische kant van het grondbeleid; de rollen, de verantwoordelijkheden en de onderlinge verhoudingen. Zo komt bij de uitvoering van het grondbeleid onder andere de rolverdeling tussen college en de gemeenteraad aan bod. Daarnaast wordt ingegaan op de wijze waarop over het grondbeleid wordt gerapporteerd en de manier waarop dit in de ambtelijke organisatie is ingebed.

7.1

Rolverdeling gemeenteraad en college

Binnen de door de gemeenteraad vastgestelde kaders voor het grondbeleid geeft het college uitvoering aan de realisatie van de beleidsambities. Voor het functioneren van het grondbeleid is het college eindverantwoordelijk. De daadwerkelijke uitvoering van het grondbeleid vindt plaats door het ambtelijk apparaat. Gemeenteraad De Nota Grondbeleid is voor de gemeenteraad het toetsingskader voor de uitvoering van het gemeentelijk grondbeleid. De gemeenteraad heeft het budgetrecht, wat inhoudt dat de gemeenteraad bevoegd is budget beschikbaar te stellen. In het kader van het grondbeleid geschiedt dit bijvoorbeeld door het vaststellen van een voorbereidingskrediet of bij vaststelling van de grondexploitatie. Met het vaststellen van de eerste grondexploitatie stelt de gemeenteraad impliciet budget beschikbaar die door het college benut kunnen worden voor de uitvoering van het project. College Het college is bevoegd bij de uitvoering van het gemeentelijk grondbeleid privaatrechtelijke overeenkomsten te sluiten en zal binnen het kader van de grondexploitatie dienen te handelen. Afwijkingen dienen te worden verantwoord aan de gemeenteraad. Dit geschiedt door middel van de paragraaf grondbeleid in de jaarrekening, de toelichting bij de kadernota en in de uitgebreide vertrouwelijke toelichting op de herziening van de grondexploitaties.

Binnen deze financiële kaders is het college bevoegd om kosten te maken ten behoeve van de grondexploitatie en om overeenkomsten te sluiten. Jaarlijks vindt terugkoppeling aan de gemeenteraad plaats over de voortgang van de ruimtelijke projecten. In onderstaand schema volgt op hoofdlijnen de rolverdeling tussen gemeenteraad en college ten aanzien van het grondbeleid. Grondbeleid Grondexploitatie

Gemeenteraad  Vaststellen Nota Grondbeleid.  Beschikbaar stellen budget;  Vaststellen nieuwe grondexploitaties;  Vaststellen geactualiseerde grondexploitaties;

Nota Grondbeleid 2024 - 2028

College van B&W  Uitvoering geven aan grondbeleid.  Aanvragen (voorbereidings-) budget;  Rapporteren over de jaarlijkse actualisatie grondexploitaties;  Rapporteren over zwaarwegende

Gemeente Brummen Pagina 32 van 37

 Afsluiten grondexploitaties.

Kostenverhaal

Verwerving

Bouw- en woonrijp maken Uitgifte en verkoop

 Vaststellen kostenverhaalslocaties en regels.  Beschikbaar stellen budget voor verwerving;  Vestigen Wet Voorkeursrecht Gemeenten;  Toepassen Onteigeningswet.  Vaststellen aanbestedingsbeleid  Vaststellen van beleid voor uitgiftes en bepaling grondprijzen (middels de onderhavige Nota Grondbeleid).

 

     

 

Samenwerking Sturing en verantwoording

7.2

 Controleren voortgang projecten;  Vaststellen begroting en jaarrekening.

   

tussentijdse wijzigingen in grondexploitaties; Sluiten overeenkomsten. Sluiten overeenkomsten over kostenverhaal (anterieur en posterieur). Verwervingsplan/ -strategie; Vestigen van voorlopig voorkeursrecht (Wvg); Uitvoering geven aan onteigeningsprocedures; Sluiten van overeenkomsten. Aanbesteding en uitvoering werken en diensten. Vaststellen uitgiftecriteria, grondprijzen en uitgiftevoorwaarden (ter uitwerking van het middels deze Nota Grondbeleid door de gemeenteraad vastgestelde beleid); Verkoop van gronden en gebouwen in eigendom / erfpacht; Het (ver)huren, (ver)pachten, in beheer en of gebruik geven / nemen van onroerende zaken; Publicatie voornemen tot uitgifte. Intentieovereenkomst; Samenwerkingsovereenkomst. Rapporteren over voortgang projecten via begroting, jaarrekening en vertrouwelijke toelichting op de grondexploitaties.

Ambtelijk apparaat

Binnen de gemeente Brummen is geen sprake van een aparte entiteit grondbedrijf. De uitvoering van de belangen en verantwoordelijkheden is belegd binnen de verschillende afdelingen. Het ‘grondbedrijf’ van de gemeente Brummen wordt thans gevormd door de medewerker grondzaken, de planeconoom, de programmamanager Fysieke Leefomgeving en de afdeling Ontwikkelen. Laatstgenoemde afdeling is eindverantwoordelijk voor het ‘grondbedrijf’ en zodoende verantwoordelijk voor het opstellen, bewaken en actualiseren van de beleidsstukken die noodzakelijk zijn voor het goed functioneren van het grondbedrijf. Dit betreft onder andere de evaluatie en

Nota Grondbeleid 2024 - 2028

Gemeente Brummen Pagina 33 van 37

actualisatie van de Nota Grondbeleid, het tijdelijk beheer en de verkoop van gronden of vastgoed die geen onderdeel uitmaken van projecten. De projectleiders van de projecten in het ruimtelijk domein zijn verantwoordelijk voor het behalen van de doelstelling van de verschillende projecten. Hieronder vallen onder meer het opstellen en herzien grondexploitaties, tijdelijk beheer van gronden en opstallen, advies omtrent aan- en verkopen van onroerende zaken en haalbaarheidsanalyses

7.3

Rapportages vanuit het grondbedrijf

Een goede informatievoorziening is essentieel om als gemeenteraad de controlerende taak te kunnen uitvoeren. Grondbeleid gaat gepaard met vele geldstromen, waar bij een actievere grondpolitiek de financiële risico’s verder toenemen. Grondbeleid vormt daarom een vast onderdeel van de begrotings- en verantwoordingscyclus van de gemeente. Op grond van de Gemeentewet vormt het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) daarvoor het kader. Hierin is vastgelegd dat zowel in de begroting als in de jaarrekening een afzonderlijke paragraaf grondbeleid moet worden opgenomen. Deze paragraaf grondbeleid is het primaire instrument waarmee de gemeenteraad wordt geïnformeerd over de financiën en risico’s van de ruimtelijk projecten. Daarnaast wordt de gemeenteraad geïnformeerd middels de uitgebreide vertrouwelijke toelichting op de jaarlijkse herziening van de grondexploitaties en de voortgangsrapportages (tweede Burap) op inhoud. Gemeenten kunnen zelf bepalen of er, naast de verplichte rapportages, meerdere producten worden opgesteld. In deze paragraaf worden enkele van deze P&C-producten toegelicht. Meerjarenprognose Grondexploitaties (MPG) Zoals eerder genoemd wordt eenmaal per jaar de MPG opgesteld. Deze wordt opgesteld door de planeconoom.

De MPG gaat nader in op doelstellingen, programma’s, financiën en risico’s en wordt opgesteld naar aanleiding van het herzien van de grondexploitaties bij de jaarrekening. Ook wordt in de MPG ingegaan op de (ontwikkeling van) de voorzieningen per grondexploitatie en de benodigde weerstandscapaciteit. Door de MPG worden de gemeenteraad en het college in staat gesteld keuzes te maken, doordat het inzicht verschaft in de inhoudelijke en financiële ontwikkelingen van het grondbedrijf. Een van die keuzes is bijvoorbeeld het actualiseren van de lopende begroting. Paragraaf Grondbeleid Het BBV schrijft een zevental paragrafen verplicht voor in de begroting en de jaarstukken. Deze paragrafen gaan over onderwerpen die met meerdere programma’s in de begroting of jaarstukken samenhangen, dan wel programma-overstijgend zijn. De belangrijkste paragraaf in het kader van het grondbeleid is de Paragraaf Grondbeleid. Conform de notitie van het BBV bevat de paragraaf grondbeleid ten minste: 1. Een visie op het grondbeleid in relatie tot de realisatie van de doelstellingen van de programma’s die zijn opgenomen in de begroting; 2. Een aanduiding van de wijze waarop de gemeente het grondbeleid uitvoert;

Nota Grondbeleid 2024 - 2028

Gemeente Brummen Pagina 34 van 37

3. Een actuele prognose van de te verwachten resultaten van de totale grondexploitatie; 4. Een onderbouwing van de geraamde winstneming; 5. De beleidsuitgangspunten omtrent de reserves voor grondzaken in relatie tot de risico’s van de grondzaken. Het BBV schrijft voor dat de Paragraaf Grondbeleid in essentie vormvrij is. In de MPG en het voorliggende Nota Grondbeleid wordt op voorgaande punten reeds uitgebreid ingegaan. Hierdoor kan conform het BBV volstaan worden met een meer geconsolideerde, samenvattende vorm van de Paragraaf Grondbeleid van de gemeente Brummen. Burap Naast de MPG wordt ieder jaar een Burap opgesteld waarin wordt gerapporteerd over de voortgang van de grondexploitaties.

Nota Grondbeleid 2024 - 2028

Gemeente Brummen Pagina 35 van 37

Bijlage 1: Voor- en nadelen actief- en faciliterend grondbeleid & samenwerkingsvormen Voordelen actief grondbeleid De gemeente kan sturen op ruimtelijke ontwikkelingen Sturing op het bepalen van de samenwerkingspartners (binnen wettelijke kaders) De onderhandelingspositie van de gemeente is sterker Bestaande grondvoorraad kan aangewend worden om ruimtelijke doelen te verwezenlijken Financiële baten komen ten goede aan de gemeente Voordelen facilitair grondbeleid De financiële risico’s liggen bij marktpartijen en niet bij de gemeente Vereist over het algemeen minder ambtelijke capaciteit Gemeente kan eisen stellen door middel van een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke overeenkomst. Voor sommige zaken kan de gemeente ook eisen stellen in het omgevingsplan (locatieeisen) zodat ze in dat opzicht een goede onderhandelingspositie heeft. Voordelen samenwerkingsvormen De risico’s van ontwikkelingen worden met partners gedeeld De gemeente is een van de initiatiefnemers waardoor het meer sturing kan uitoefenen in vergelijking met facilitair grondbeleid De deelnemende partners kunnen gebruik maken van elkaars expertise

Nota Grondbeleid 2024 - 2028

Nadelen actief grondbeleid Financiële risico’s zijn voor rekening van de gemeente De gemeentelijke financiële huishouding dient op orde te zijn en blijven om zich te (kunnen) committeren aan actief grondbeleid Vergt een behoorlijke ambtelijke capaciteit van veelal schaarse specialisten.

Nadelen facilitair grondbeleid Beperkte invloed op het project. Gemeente is beperkt tot het stellen van kaders via de publiekrechtelijke route. Financiële baten liggen tevens bij de marktpartijen. Beperkte sturing op het tempo waarop ontwikkelingen opgepakt worden, ook als deze urgent zijn. Deze beperking kan wat verminderd worden door faserings- en koppelingsregels in het omgevingsplan op te nemen.

Nadelen samenwerkingsvormen Ook de financiële baten worden gedeeld met partners. Partners kunnen andere belangen hebben dan de gemeente. Doordat er samengewerkt wordt kan besluitvorming complex worden. Het maken van heldere afspraken (over o.a. besluitvorming) kan een tijdsintensief en kostbaar traject zijn.

Gemeente Brummen Pagina 36 van 37

Bijlage 2: Beslisboom keuze grondbeleid

Nota Grondbeleid 2024 - 2028

Gemeente Brummen Pagina 37 van 37

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13549291/2