(136) Bijlagen bij toelichting D429946
Tekst van het document
429946
Coldenhovenseweg 95 - Eerbeek Landschappelijk Inrichtingsplan
21 november 2023 230190
Inleiding De Coldenhovenseweg 95 ligt ten zuiden van Apeldoorn en Eerbeek in de bosrijke Veluwezoom. Vlakbij gelegen is het dorp Eerbeek (nog geen kilometer afstand) en de entree van het nationale park de Veluwezoom. Dit perceel is omsloten door een rijke bos omgeving. Het perceel, kadastraal bekend onder HAL00-D-735, heeft een oppervlak van circa 9.520 m². Bestaand uit een paardenweide met extensief onderhoud en enkele grote solitaire bomen. Ook is er een karakteristieke schaapskooi met een rieten dak. Op het erf zijn enkele afscheidingen bestaande uit houten hekwerken.
Aanleiding
Dit landschappelijk inrichtingsplan betreft het initiatief om op het perceel Coldenhovenseweg 95 naast de bestaande stal een woning te realiseren. De locatie is gelegen in de hoek van de kruising ColdenhovensewegDoonweg-Karel van Gelreweg.
Bestemmingsplan
De projectlocatie maakt onderdeel uit van het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2008’ van de gemeente Brummen, vastgesteld op 17 december 2009. In de huidige situatie kennen de gronden de bestemming ‘Agrarisch met landschapswaarden’ en is er een aanduiding ‘paardenstal’ opgenomen. Het voornemen bestaat om de bestemming deels te wijzigen naar wonen ten behoeve van één reguliere burgerwoning. Hierbij blijft de paardenstal behouden. Het realiseren van een reguliere burgerwoning is niet toegestaan binnen de huidige agrarische bestemming. Het voorgenomen plan past niet in het huidige bestemmingsplan. Om die reden wordt een nieuw bestemmingsplan voorbereid waarbij het van belang is dat de ontwikkeling op een zorgvuldige manier landschappelijk wordt ingepast.
Doel
Ten behoeve van de bouw van een nieuwe woning en de verdere inrichting van (een gedeelte van) het perceel dient een landschappelijk inrichtingsplan opgesteld te worden. Omdat het perceel zich bevindt in de Groene Ontwikkelingszone zal het inrichtingsplan moeten voldoen aan de regels vanuit de provincie Gelderland (versterkingsplan). Dit betekent dat de kernkwaliteiten van het gebied versterkt moeten worden door het aanleggen van natuur- en landschapselementen. Daarbij is het noodzakelijk om de bestaande kernkwaliteiten op de projectlocatie in beeld te brengen. Voorliggend plan beschrijft de ontstaansgeschiedenis, de bestaande situatie en de voorgestelde inrichtingsmaatregelen met als doel de kernkwaliteiten en de natuurwaarde van dit perceel te versterken en de nieuwe woning landschappelijk in te passen.
Bestemmingplan uitsnede van de locatie (ruimtelijkeplannen.nl)
2
SAB – COLDENHOVENSEWEG 95 EERBEEK
Leeswijzer
Dit landschappelijk inrichtingsplan bevat een analyse van de landschappelijke elementen van en rondom de projectlocatie. Eerst zal de landschappelijke ligging worden bekeken in de wijdere context van het gebied. Hierna volgt een hoofdstuk waarin de bestaande situatie wordt gepresenteerd aan de hand van foto's en een kaart. Daarna zal er een analyse van het landschap volgen waarin elementen zoals geologie, hydrologie, historie, ecologie en kernkwaliteiten zullen worden gepresenteerd. Ten slotte zal de nieuwe inpassing worden gepresenteerd aan de hand van een ontwerp en toelichting.
De projectlocatie bevindt zich aan de uitlopers van de Veluwe, vlak bij Eerbeek. Dit gebied is aangeduid als Gelders Natuur Netwerk (donker groen). Deze gebieden vormen de verbinding tussen de natuurgebieden (Gelders Natuurnetwerk). SAB – COLDENHOVENSEWEG 95 EERBEEK
3
Landschappelijke ligging De projectlocatie bevindt zich ten zuiden van Apeldoorn en is genesteld in de noordelijke uitlopers van Nationaal park de Veluwezoom. Ten noorden van de projectlocatie zijn een bedrijventerrein en zwembad Coldenhove gevestigd. Ten noordoosten ligt Eerbeek, de grootste kern binnen gemeente Brummen met 9.920 inwoners in 2022. Verder naar het oosten bevindt zich het Apeldoorns Kanaal met omliggende agrarische gronden. Ten zuiden van de locatie begint het Nationaal Park de Veluwezoom. Ten westen van de locatie ligt een papierfabriek en vakantiepark Landal Coldenhove.
Ruimtelijke context locatie
De locatie is gelegen aan de kruising Coldenhovenseweg – Doonweg - Karel van Gelreweg. Deze wegen maken onderdeel uit van de lokale ontsluiting voor het buitengebied van Eerbeek en zorgen voor een verbinding tussen het dorp en het bosgebied. Ter plaatse van de locatie bestaat de Doonweg uit een zandpad. Aan de Karel van Gelreweg zijn enkele bedrijven gevestigd en op enige afstand is het zwembad Coldenhove gesitueerd. De Coldenhovenseweg is de enige doorgaande weg. De locatie wordt zodoende aan drie zijden begrensd met wegen/paden. De noordoostelijke rand van het perceel wordt begrensd door een bospartij. Daarnaast bevinden zich aan de Coldenhovenseweg tegenover de locatie drie woningen. Ten zuiden van de locatie bevinden zich nog enkele in het 4
SAB – COLDENHOVENSEWEG 95 EERBEEK
bos gelegen woningen. Het perceel werd gebruikt als paardenweide. Daardoor is het perceel opgedeeld in een aantal kleinere weides, onderling afgescheiden door een houten hekwerk. Redelijk gecentreerd op het terrein bevindt zich een schaapskooi met gepotdekselde planken en een rieten kap. Deze stal is gebouwd circa 1950. Daarnaast zijn er enkele kleinere bouwwerken aanwezig voor de opslag van materiaal en hooi/voer. De toegang tot het perceel vindt plaats middels een onverharde weg vanaf de Coldenhovenseweg. Deze toegang eindigt in een klein erf voor de stal waar tevens de mogelijkheid is voor het stallen van een paardentrailer en indien noodzakelijk een of meerdere auto’s. Verspreid over het terrein zijn enkele bomen aanwezig. De laatste aanplant van bomen heeft plaatsgevonden langs de Doonweg ter hoogte van de stal. De aanwezige bomen variëren in soort. Kenmerkende soorten zijn berken, een grote rode beuk en een grote linde. De rode beuk en de linde staan als solitairen die vrij uit kunnen groeien op het perceel. Een kleine houtwal achter de stal zal deels worden gerooid om ruimte te maken voor de woning. De locatie heeft door de gebruikte materialen voor de schuur en erfscheiding tezamen met het bos op de achtergrond een karakteristieke identiteit die kenmerkend is voor de Veluwe.
Bestaande situatie
Het landschap heeft een besloten kwaliteit door de bosrijke omgeving, waarbij de locatie een open enclave vormt in het bos. De locatie is een voormalige heidegrond, hierdoor bestaat de bodem uit een arme zandgrond met een dunne organische laag. Er is op de locatie geen sprake van kwel en het grondwater zit dermate diep dat het weinig invloed heeft op de bovengrond. De Streekgids Veluwe (deelgebied van Kroon domein tot Loenermark) van provincie Gelderland geeft aan dat de projectlocatie in het deelgebied 'Zuidelijke Flank' ligt. Het landschapstype is een mix tussen bos, droge heide en bosontginning. Het deelgebied bestaat uit een overwegend halfopen landschap met een grote diversiteit aan opgaande landschapselementen, als lanen, erven en bosjes. Tussen Eerbeek en Brummen is het gebied erg besloten door de bossen van de vele landgoederen die hier liggen. Het gebied staat sterk in contrast met het open landschap van de overstromingsvlakte van de IJssel.
Projectlocatie
Op de volgende pagina's is een overzicht van de indeling van de projectlocatie weergegeven. Verder zijn er foto's van de bestaande situatie te zien, die zijn gemaakt tijdens het veldbezoek. De nummers die bij de foto's staan relateren aan de locatie waar de foto vanuit is genomen.
Bestaande situatie
Berk
13
10 11 12
7
Linde
14
1
Legenda
15
Bos Bestaande bomen Weide
16
Berk Rode Beuk
2 17
Tuin Hekwerk Bestaande gebouwen
Container
18
4
Schaapskooi
9
5 3
8 6 0
5
10
15
20
30
40
SAB – COLDENHOVENSEWEG 95 EERBEEK
50m
5
1
2
Zicht op de schaapskooi en de rode beuk
4
5
Zicht op bosschage en container + trailer die weg gaan
7
Zicht op terrein vanaf de bosrand
8
Rode beuk
6
Zicht op achterzijde terrein
SAB – COLDENHOVENSEWEG 95 EERBEEK
Bospad Doonweg
3
Zicht op achterzijde terrein en bosrand
6
Zicht op terrein vanaf de bosrand
9
Zicht vanuit de wei
10
Zicht op inrit en schaapskooi
13
Een groep van drie bomen in de wei
16
Zicht op de aanbouw
11
Zicht vanaf de inrit
14
Grote linde in de wei
17
Container en trailer achter de schaapskooi
12
Zicht op de weides en linde
15
Zicht op de schaapskooi
18
Zicht op de aanbouw SAB – COLDENHOVENSEWEG 95 EERBEEK
7
Landschapsanalyse Geologie en bodem
De projectlocatie bevindt zich zoals aangegeven op de rand van nationaal park de Veluwezoom. Grofweg is het landschap hier door drie landschapsvormende processen ontstaan (Holoceen, laat pleistoceen en antropoceen). Tijdens de voorlaatste ijstijd verplaatste landijs zich door het IJsseldal waarbij materiaal naar de zijkanten werd opgestuwd, zo ontstond de Veluwe. Als voormalige heidegrond is bodem een droge en arme zandbodem met een dunne organische laag.
Historie landgebruik
De historische kaarten laten de ontwikkeling van de locatie en directe omgeving vanaf 1850 zien. De Gravinnebeek is de hoofd spreng die rond 1717 is gegraven en voerde water aan uit het Gravenveentje, nabij de Gravinneheuvel. Opvallend is dat gedurende 1900 tot het heden het perceel altijd vrij is geweest van het bos. Rondom het perceel zien we stukken bos aangeplant worden of verwijderd, dit terwijl het perceel altijd open is gebleven. Sinds 1850 zien we de twee bedrijventerreinen die tot vandaag nog altijd bestaan, dicht bij de projectlocatie. Deze papierfabrieken waren 173 jaar geleden al in gebruik. Ook te zien op deze kaart is het gehucht Veldkant 8
SAB – COLDENHOVENSEWEG 95 EERBEEK
waar ook de herberg ‘De Bonte Koe’ is te zien. Veldkant grensde aan de Noorder Enk en Molen Enk die landbouwgebied vormde tussen Veldkant en Eerbeek. Ten noorden bij ‘De Nieuwe Molen’ is een spreng die cruciaal is voor de papierindustrie in dit gebied. Deze spreng ligt op het landgoed ‘De Molenbeek’. Dit landgoed werd in 1855 gekocht door de Rotterdammer Herman Kruijff. Kruijff breidt vervolgens deze voormalige markegronden uit door deze voormalige heidegronden flink te beplanten met voornamelijk grove den en lariks. Een marke was een stuk grond, vaak een heideterrein, hakhout of zandverstuiving in gemeenschappelijk gebruik door een groep mensen van een nederzetting. Circa in de tweede helft van de 19e eeuw raakt de molen en de papierindustrie in verval en worden veel van de molens omgezet in fabrieken of wasserijen. In 1900 is de kaart in kleur te zien en kan er beter onderscheid worden gemaakt in de verschillende bosgebieden en agrarisch gebied. De papierfabrieken zijn beide enigszins uitgebreid en ten zuiden van Veldkant is een door de mens aangelegde verhoging in het landschap ontstaan. Dit is een vuilstort. In 1920 worden verschillende agrarische percelen veranderd in bosgebied, deze verdichting zorgt voor een uitbreiding van het Veluwe bos.
In 1940, is ter hoogte van Koldenhoven en de papierfabriek, een zwembad aangelegd. Veldkant begint ook gestaag uit te breiden in deze periode. Op het landgoed Molenbeek is ook een duidelijke verkaveling ontstaan. In 1960 zijn beide fabrieken flink uitgebreid en zijn er woningen gebouwd ter hoogte van de projectlocatie. Veldkant blijft nog altijd groeien. In 1965 ontstaat een grote vuilstortplaats ten noord oosten van de projectlocatie. Hier wordt industrieel afval van de fabrieken gedumpt in de bodem. Deze afvalheuvel is dermate gegroeid dat deze nu tegen de erfgrens van de projectlocatie aanligt. In 1990 is Veldkant onderdeel geworden van Eerbeek en zien we dat de papierfabrieken nog altijd aan het uitbreiden zijn. In het westen zien we ook Coldenhove vakantiepark zich vestigen in het bos. In de periode van 2000 tot 2022 verdicht Eerbeek, waaronder ook het Wilhelminapark. Ten oosten van de projectlocatie wordt ook nog een stuk bos aangeplant.
Uitgangspunten
Versterk de kleinschaligheid van het landschap met beplanting, houtsingels en bomen, zodat het van oorsprong aanwezige landschap hersteld wordt.
Laat-Pleistoceen Genese: Hoofdzakelijk ontstaan tijdens een geologisch tijdperk met periglaciale omstandigheden Antropoceen Genese: Landvorm met antropogene Laat-Pleistoceen
oorsprong
Genese: Hoofdzakelijk ontstaan tijdens een geologisch tijdperk met periglaciale omstandigheden
Holoceen Genese: Hoofdzakelijk door eolische processen
Geomorfologische kaart (Pdok)
Duinvaaggronden; leemarm en zwak lemig fijn zand
Hoge zwarte enkeerdgronden; grof zand
Haarpodzolgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand
Bodemkaart (Pdok) SAB – COLDENHOVENSEWEG 95 EERBEEK
9
1850
1900
1920
1940
1960
1990
2000
2010
2022
Historische kaarten van de omgeving rondom het plangebied. Locatie aangeduid met ster (Topotijdreis.nl)
10
SAB – COLDENHOVENSEWEG 95 EERBEEK
Hoogteligging
De weide van de projectlocatie bevindt zich op een gemiddelde hoogte van 25m +NAP. De Coldenhovenseweg en aangelegen woningen zijn ietwat hoger gelegen op ongeveer 26m +NAP.
26m
33,5m 25,57m
Hydrologie
Op de projectlocatie zit het grondwater op circa 10 meter diep. Dit betekent dat het een zeer droge bodem is. Bij het landgoed de Molenbeek is er een spreng, deze heeft weinig tot geen invloed op de grondwaterstand op locatie. Door de dichtstbijzijnde vuilstort (op de erfgrens) mag er geen grondwater worden opgepompt vanwege zware vervuiling. Dit betekent dat mogelijke water toevoer alleen zal bestaan uit hemelwater.
Groene Ontwikkelingszone
De projectlocatie bevindt zich in de GO (Groene Ontwikkelingszone). In de GO staat de bescherming van de kernkwaliteiten centraal. De kernkwaliteiten worden gevormd door bestaande natuurwaarden, nog te ontwikkelen potentiële waarden en omgevingscondities. In de GO is het mogelijk om iets te bouwen of te ontwikkelen mits daarbij de kernkwaliteiten versterkt worden.
25,88m
25,22m
25,8m
AHN hoogte kaart locatie (ahn.nl)
De projectlocatie ligt in gebied 76, Rhederheide. Het gebied valt onder het aaneengesloten gebied van droge, voedselarme bossen, zandverstuivingen en heide. De focus in dit gebied ligt op het omvormen van naaldbos naar gemengd en loofbos. Dit gebied is ook onderdeel van het Nationaal Landschap Veluwe. Vanuit ecologisch opzicht is het samenhangende geheel van landgoederen, bossen en beken waarin soorten als: de das, edelherten en wilde zwijnen voorkomen. Uit de resultaten van een ecologische toetsing blijkt dat voor groot wild het plangebied niet toegankelijk is door afrastering. Verder is er voor dassen maar een beperkte functie als foerageergebied.
AHN hoogte kaart omgeving, flanken van de Veluwe zichtbaar (ahn.nl)
SAB – COLDENHOVENSEWEG 95 EERBEEK
11
De abiotische waarden die worden toegekend aan deelgebied 76 zijn ook niet van toepassing op het plangebied. Grondwater staat circa 10m onder het maaiveld. Verder toegekende cultuurhistorische waarden zoals grafheuvels, houtwallen en boerderijen zijn ook niet van toepassing op het plangebied. Omdat het plangebied is omgeven door het GNN kan mogelijk aangesloten worden op de volgende ontwikkelingsdoelen die van toepassing zijn voor het GNN: • Ontwikkeling oude bossen met bijbehorende flora en fauna. • Ontwikkeling heidevelden, heischrale graslanden, zandverstuivingen en jeneverbesstruwelen met bijbehorende flora en vegetatie. • Ontwikkeling bosranden en overgangen naar cultuurgronden, heide, zandverstuivingen en schrale graslanden. • Ontwikkeling biotopen voor reptielen en amfibieën, poelen. • Ontwikkeling cultuurhistorische patronen (bijv. hessenwegen, grafheuvels, ontginningen) en beheersvormen. De eerste drie en laatste ontwikkelingsdoelen zijn niet van toepassing voor het plangebied. Voor het plangebied kan wel aangesloten worden op de ontwikkelingsdoelen voor amfibieën, door het realiseren van een amfibieënpoel. Door het realiseren van takkenrillen kunnen schuilplekken voor reptielen, amfibieën en mogelijk marterachtigen 12
SAB – COLDENHOVENSEWEG 95 EERBEEK
worden gecreëerd.
Ecologie
Ten behoeve van deze ontwikkeling is een quickscan ecologie uitgevoerd. Er moet rekening worden gehouden met zorgplicht. Verder moet er rekening gehouden worden met broedende vogels in het gebied. Tijdens het veldbezoek is door de ecoloog de aanwezigheid van libellen geconstateerd. Om deze soorten te stimuleren zijn er verschillende interventies die kunnen worden toegepast in het project. Het ecologische rapport zal een uitgebreid beeld geven voor de locatie.
Bestaande kernkwaliteiten Overgangszone
De projectlocatie is onderdeel van de overgangszone van de droge Veluwe naar de natte flanken en de IJssel(vallei). Binnen deze zone vindt de uitwisseling van planten en dieren plaats.
Ecologische verbindingszone
Aansluitend op de overgangszone is de projectlocatie ook een belangrijk onderdeel van de ecologische verbindingszone tussen Eerbeek en de IJssel. Omdat deze regio onderdeel uitmaakt van het Nationaal Landschap Veluwe zijn er verschillende soorten die door dit gebied migreren. Deze regio, (vanuit een ecologisch opzicht) vormt een samenhangend geheel van landgoederen en beken. Door de ligging aan de uitlopers van de Veluwe vormt de locatie een goede verbindingszone.
Sprengenbeken
De sprengenbeken van Eerbeek en Laag Soeren zijn een van de laatste kwelrijke sprengen die doorlopen tot in de IJssel. Bijvoorbeeld de Gravinnebeek op het landgoed de Molenbeek. Op de locatie is geen sprake van deze sprengen.
Het projectgebied is direct zichtbaar vanuit het omliggende Natura 2000-gebieden. Verstoring van soorten in Natura 2000-gebied de Veluwe door licht, geluid en optische verstoring is niet uitgesloten tijdens de werkzaamheden. Een substantieel, negatief effect van de voorgenomen ontwikkeling op de stikstofemissie in de toekomstige gebruiksfase en daarmee op Natura 2000-gebied de Veluwe is aannemelijk.
Cultuurhistorische waarden
De verschillende nederzettingen, oude ontginningsgebieden (enken) en boerderijen in dit gebied hebben significante cultuurhistorische waarden. De schaapskooi op locatie heeft een karakteristieke uitstraling en blijft behouden.
Uitgangspunten
Behoud en versterk de kleinschaligheid van het landschap. Versterk de natuurwaarden op en rondom de locatie door nieuwe verbindingen te maken voor flora en fauna. Dit kan door middel van nieuwe landschappelijke interventies zoals een poel, opgaande beplanting en takkenrillen.
Natura 2000 gebied
Het projectgebied maakt deels onderdeel uit van Natura 2000-gebied de Veluwe. Andere Natura 2000-gebieden liggen op grotere afstand (> 4 km) van het projectgebied. SAB – COLDENHOVENSEWEG 95 EERBEEK
13
Natura2000 zones (Pdok)
14
SAB – COLDENHOVENSEWEG 95 EERBEEK
Ontwerp
SAB – COLDENHOVENSEWEG 95 EERBEEK
15
Voorstel nieuwe situatie Op basis van de voorgaande analyse wordt een aantal landschappelijke interventies voorgesteld voor de ontwikkeling van deze locatie. Het ontwerp op de vorige pagina en de nieuwe interventies zullen in dit hoofdstuk worden besproken met voorbeelden.
Nieuwe woning
De nieuwe woning wordt gesitueerd achter de bestaande schaapskooi. Vanaf de Doonweg wordt de nieuwe woning onttrokken aan het zicht door een houtwal met daarop verschillende boomsoorten en een mix van heesters.
Natuurontwikkeling
Om meer structuurrijke bosranden te realiseren kan een zoombeplanting van Viburnum opulus (Gelderse roos), Rosa canina (Hondsroos), Corylus avellana (Gewone hazelaar), Ilex aquifolium (Gewone hulst), Taxus baccata (Venijnboom) en Amelanchier lamarckii (Amerikaanskrentenboompje) worden aangeplant. Op de ontwerp kaart staat deze zoombeplanting indicatief ingetekend langs de bosrand aan de oostkant van het perceel.
Struweelhagen
Daarnaast worden op verschillende plekken struweelhagen geplant. Een struweelhaag is een lijnvormig landschapselement met een aaneengesloten opgaande begroeiing van inheemse, overwegend doornachtige, struiken, die vrij uit mogen groeien. Zo ontstaat een 16
SAB – COLDENHOVENSEWEG 95 EERBEEK
weelderige haag in tegenstelling tot een geknipte haag. De struweelhaag op dit terrein is opgebouwd uit hulst Ilex aquifolium (hulst), Crataegus laevigata (tweestijlige meidoorn), Lonicera periclymenum (wilde kamperfoelie) en Rhamnus frangula (sporkehout). Op de locatie is ruimte voor dit soort hagen om het perceel op een natuurlijke manier (zonder hekken) op te delen.
Waterpoel (optioneel)
In het midden van het perceel kan een waterpoel worden aangelegd. Deze poel kan als een stapsteen dienen voor de wijdere omgeving. Rondom het perceel is veel bos en de relatief open structuur van het perceel biedt een goede corridor voor wild. Vanwege de droge en doorlatende bodem zal de poel een ondoorlatende laag moeten krijgen zodat het water erin blijft staan. Het water biedt ook een positieve bijdrage aan het leefgebied van verschillende insecten zoals libellen.
Houtwal en greppel
Aan de zuid-west kant van het perceel wordt een houtwal aangelegd. Met de aarde die vrijkomt bij het uitgraven van de greppel wordt de wal opgeworpen. Deze houtwal zorgt voor een verhoogd element waardoor het zicht op de nieuwe woning vanaf de Doonweg beperkt wordt. Op de houtwal kunnen bomen worden geplant in combinatie met een onderbeplanting van heesters, om zo verdere beschutting te geven.
De houtwal heeft een hoogte tussen de 50 en 100 cm en een breedte van minimaal 3 tot 5 meter. De greppel heeft een diepte van circa 50 cm. De boomsoorten voor de houtwal zijn Alnus cordata (hartbladige els), Taxus baccata (taxus), Betula pendula (ruwe berk) en Sorbus aucuparia (lijsterbes). Tussen de bomen staan de volgende heesters: Ulex europaeus (gaspeldoorn), Lonicera periclymenum (wilde kamperfoelie) en Rhamnus frangula (sporkehout). Voor de houtwal geldt een onderlinge plantafstand van minstens 5-10 meter tussen de bomen. De bomen zullen verschillen in hoogte naarmate deze groeien. Tussen de bomen staan de heesters.
Plantverband
Voor de heesters in de houtwal en de struweelhagen geldt de volgende aanplantinstructie. Planten per strekkende meter: • Ulex europaeus (gaspeldoorn) - 5 st./m • Lonicera periclymenum (wilde kamperfoelie) - 2 - 3 st,/m(voor haag gemiddeld 5 st./m) • Rhamnus frangula (sporkehout) - 6 st./m • Ilex aquifolium (hulst) - 3 st./m • Crataegus laevigata (tweestijlige meidoorn) - 5 st./m
Planten hoogte en breedte • Ulex europaeus (gaspeldoorn) - Volwassen hoogte ca. 1.5 m, volwassen breedte 2-3m. • Lonicera periclymenum (wilde kamperfoelie) - Volwassen hoogte ca. 3 m, volwassen breedte 1m. • Rhamnus frangula (sporkehout) - Volwassen hoogte ca. 3 m, volwassen breedte 3m. • Ilex aquifolium (hulst) - Volwassen hoogte ca. 5-10 m, volwassen breedte 4.5 m. • Crataegus laevigata (tweestijlige meidoorn) - Volwassen hoogte ca. 5-6 m, volwassen breedte 4-6 m.
Takkenril
Op de locatie zijn twee takkenrillen ingetekend in de zuid-oostelijke hoek. Deze takkenrillen zijn indicatief en kunnen in principe vrij worden geplaatst langs de bosrand. Deze plekken zijn gekozen vanwege de nabijheid van de bosrand en de relatieve rustige omgeving (op afstand van bebouwing en de openbare weg). Een takkenril is een plek met opstaande takken/paaltjes in de grond waartussen dood hout kan worden gestapeld of gevlochten. Het is eenvoudig te maken en biedt ruimte voor het schuilen en broeden van insecten, zoogdieren en vogels. Ook paddenstoelen, mossen
en varens groeien graag op dit soort plekken. Het is een schuilplaats voor allerlei insecten. Zo kan snoeihout functioneel verwerkt worden. De flora en fauna helpen met het afbreken van dood hout en maken daarmee de voedselketen rond.
Kruidenrijk grasland
De weide ten zuiden van de nieuwe woning wordt extensief beheer waardoor hier zich een kruidenrijk grasland kan ontwikkelen. Dit betekent dat er 1 tot maximaal 2 keer per jaar wordt gemaaid waarbij het maaisel wordt afgevoerd.
Takkenril
Solitaire bomen
Tenslotte worden in de oostelijke weide twee solitaire bomen geplant. De aangegeven locaties zijn indicatief op de tekening aangegeven en kunnen in het veld nader bepaald worden. Ook de toe te passen soorten zijn bij deze twee bomen indicatief aangegeven. Er kan ook voor een andere soort gekozen worden die genoemd is in dit rapport.
Houtwal: beplanting op een grondwal SAB – COLDENHOVENSEWEG 95 EERBEEK
17
De Klinker Milieu Adviesbureau
VERKENNEND BODEMONDERZOEK en ASBESTONDERZOEK volgens NEN 5740 en NEN 5897 Coldenhovenseweg 95 Eerbeek
Datum:
28 september 2023
Adviesbureau:
De Klinker B.V. Verlengde Ooyerhoekseweg 9 7207 BJ Zutphen 0575-517298
Rapportnummer:
K2320225
Opdrachtgever:
SAB
Auteur: N. Looman A. Waanders
Paraaf
Gecontroleerd door W. Wilbrink
Paraaf
INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING .........................................................................................................................................2 2 VOORONDERZOEK ............................................................................................................................3 2.1 Wat is de afbakening onderzoekslocatie...................................................................................3 2.2 Locatie-inspectie........................................................................................................................3 2.3 Historische kaarten....................................................................................................................4 2.4 Omgevingsrapportage Gelderland ............................................................................................4 2.5 Bodemkwaliteitskaart ...............................................................................................................4 2.6 Asbestdakenkaart ......................................................................................................................5 2.7 Bodemopbouw en geohydrologie .............................................................................................5 2.8 Beïnvloeding vanuit de omgeving .............................................................................................5 2.9
Bodemonderzoek noodzakelijk? ...............................................................................................5 2.10 Hypothese en strategie .............................................................................................................5 3 ONDERZOEKSOPZET EN UITGEVOERDE WERKZAAMHEDEN ............................................................6 3.1 Onderzoeksopzet.......................................................................................................................6 3.2 Veldonderzoek...........................................................................................................................6 3.3 Chemisch onderzoek .................................................................................................................7 4 ONDERZOEKSRESULTATEN ...............................................................................................................8 4.1 Globale bodemopbouw .............................................................................................................8 4.2 Zintuiglijke waarnemingen ........................................................................................................8 4.3 Waarnemingen in het kader van aanwezigheid van asbest ......................................................8 4.4 Toetsingskader
..........................................................................................................................8 4.4.1 Wet bodembescherming .................................................................................................. 8 4.4.2 Besluit bodemkwaliteit..................................................................................................... 9 4.4.3 Asbest ............................................................................................................................. 10 4.5 Analyseresultaten grond ........................................................................................................ 10 4.6 Grond ...................................................................................................................................... 10 4.7 Asbest ..................................................................................................................................... 11 4.8 Toetsing hypothese ................................................................................................................ 11 5 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ................................................................................................. 12 5.1 Conclusies ...............................................................................................................................
12 5.2 Algemeen................................................................................................................................ 12 BIJLAGEN Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4: Bijlage 5: Bijlage 6:
Ligging onderzoekslocatie Boorstaten en zintuiglijke waarnemingen Analyseresultaten Toetsingstabellen Situering monsterpunten Checklist vooronderzoek
Rapportnummer: K2320225
1
1 INLEIDING In opdracht van SAB is door De Klinker Milieu Adviesbureau een bodemonderzoek uitgevoerd conform de NEN 5740 en een asbest in puin onderzoek conform de NEN 5897 op de locatie Coldenhovenseweg 95 te Eerbeek. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van 2845 m2. In bijlage 1 is de regionale ligging opgenomen en bijlage 5 een overzicht van de onderzoekslocatie. De aanleiding tot het bodemonderzoek wordt gevormd door de voorgenomen bestemmingsplanwijziging. Doel van het bodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de locatie en nagaan of er mogelijke gebruiksbeperkingen bestaan in relatie tot het beoogde gebruik. Het door De Klinker Milieu Adviesbureau gehanteerde kwaliteitssysteem en de toepassing daarvan voldoet aan NEN-EN-ISO 9001:2015. Tussen De Klinker Milieu Adviesbureau en de opdrachtgever is geen sprake van een relatie die de onafhankelijkheid en integriteit zou kunnen beïnvloeden en/of haar werkzaamheden zou kunnen belemmeren. In voorliggende rapportage wordt een overzicht gegeven van de resultaten van het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek. In hoofdstuk 2 worden de tijdens het vooronderzoek verzamelde informatie, de globale bodemopbouw, de geohydrologische gegevens en de hypotheses weergegeven. Hoofdstuk 3 presenteert de onderzoeksopzet en de uitgevoerde werkzaamheden.
Vervolgens worden de onderzoeksresultaten weergegeven in hoofdstuk 4. Tot slot worden de conclusies en aanbevelingen gepresenteerd in hoofdstuk 5.
Rapportnummer: K2320225
2
2
VOORONDERZOEK
Onderstaand wordt de informatie gepresenteerd die tijdens uitvoering van het vooronderzoek is verzameld. Het vooronderzoek is uitgevoerd conform NEN 5725 (2017). Hierbij is getracht uit diverse bronnen de voorgeschreven onderzoeksvragen te beantwoorden. In bijlage 6 is de tabel uit de NEN 5740 met de diverse aanleidingen voor bodemonderzoek weergegeven, alsmede een checklist van de verplichte vooronderzoeksaspecten. De gekozen aanleiding van het vooronderzoek is ‘Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek’ (optie A uit de NEN 5725). In onderstaande alinea’s worden de te beantwoorden onderzoeksvragen weergegeven en beantwoord. Hierbij is (indien van toepassing) tevens de bron van de informatie weergegeven. 2.1 Wat is de afbakening onderzoekslocatie De onderzoekslocatie betreft het perceel, kadastraal bekend als gemeente Brummen (HAL00), perceelnummer 735 (bron: kadaster). Voor het vooronderzoek zijn gegevens van zowel de onderzoekslocatie als de direct aangrenzende percelen bekeken. 2.2 Locatie-inspectie De onderzoekslocatie betreft een terreindeel grenzend aan de Coldenhovenseweg en de Doonweg. De omgeving wordt gekarakteriseerd door natuurgebieden en landbouwgrond. De locatie is voor zover bekend niet opgehoogd. Voorafgaand aan de veldwerkzaamheden op 22 augustus 2023 heeft een locatie-inspectie plaatsgevonden.
Het terrein is bebouwd met een woning en een schuur. Het terrein bestaat voor een deel uit weiland met enkele bomen en bossages. Het terrein is grotendeels onverhard. De toegangsweg betreft een puinverharding (foto 5). Onderstaande foto’s geven een indruk van de onderzoekslocatie.
foto 1
foto 2
foto 3
foto 4
foto 5
foto 6
Rapportnummer: K2320225
3
Tijdens de locatie-inspectie is gebleken dat zich op de locatie geen asbestverdachte dakbedekking bevindt. 2.3 Historische kaarten Historische kaarten, afkomstig van www.topotijdreis.nl, tonen aan dat het terrein altijd gras of bouwland is geweest. De aanwezige bebouwing is vanaf de jaren ’70 zichtbaar op de locatie. Er zijn geen verdachte zaken waar te nemen op de historische kaarten die betrekking hebben op het voorkomen van bodembedreigende activiteiten.
Jaartal 2019
Jaartal 2000
Jaartal 1980
Jaartal 1950
Jaartal 1900
Jaartal 1866
2.4 Omgevingsrapportage Gelderland Uit de omgevingsrapportage blijkt dat er geen gegevens van deze locatie bekend zijn. 2.5 Bodemkwaliteitskaart De locatie is volgens de bodemkwaliteitskaart regio Veluwe-IJssel gelegen in deelgebied ‘buitengebied Brummen’ met de volgende bodemkwaliteitsklassen: - Ontgravingskwaliteit: o bovengrond: Landbouw/natuur, o tussenlaag: landbouw/natuur, o ondergrond: landbouw/natuur. - Bodemfunctieklasse: Landbouw/natuur - Toepassingsklasse: o bovengrond: Landbouw/natuur, o tussenlaag: landbouw/natuur, o ondergrond: landbouw/natuur. (bron: Regionale nota bodembeheer)
Rapportnummer: K2320225
4
2.6 Asbestdakenkaart Volgens de asbestdakenkaart van de Provincie Gelderland zijn op de locatie geen daken met asbestverdachte dakbedekking aanwezig. 2.7 Bodemopbouw en geohydrologie Als uitgangspunt voor de bodemsamenstelling en de geohydrologische situatie is boring B33G0289 van het Dinoloket gekozen. Deze boring is in de nabijheid van de locatie uitgevoerd. De bodemopbouw laat zich globaal als volgt beschrijven:
Afbeelding: Regionale bodemopbouw (bron: Dinoloket)
De regionale grondwaterstroming is noordoostelijk gericht (bron: Grondwatertools). 2.8 Beïnvloeding vanuit de omgeving Vanuit de omgeving zijn geen zaken bekend die van invloed kunnen zijn op de bodemkwaliteit van de huidige onderzoekslocatie. 2.9 Bodemonderzoek noodzakelijk? De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem is niet bekend. Op de locatie is een puinverharding aanwezig. Omdat deze verdacht is op het voorkomen van asbest, zal deze separaat op asbest worden onderzocht. Er zijn verder geen aanwijzingen aangetroffen dat de bodem op de locatie verdacht is op het voorkomen van bodemverontreiniging. 2.10 Hypothese en strategie De hypotheses en onderzoeksstrategieën zijn weergegeven in tabel 2.1. Tabel 2.1: Geselecteerde deellocaties en hypothese Deellocatie Puinverharding
Oppervlakte (m²) 230
Hypothese Verdacht
Overig terrein 2850 Onverdacht * ONV-NL = onverdachte, niet lijnvormige locatie
Verdachte stoffen asbest -
Verdachte bodemlaag verharding
Strategie* paragraaf 6.5.2 NEN 5897 ONV-NL
Indien in de geanalyseerde monsters geen van de onderzochte stoffen aanwezig zijn in een concentratie boven de achtergrondwaarde/streefwaarde uit de “Circulaire bodemsanering 2013” (Staatscourant 16675, 27 juni 2013) en of de achtergrondwaarden uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage 4, Staatscourant 247, 20 december 2007 en de wijzigingen hierop) wordt de hypothese onverdacht aangenomen.
Rapportnummer: K2320225
5
3
ONDERZOEKSOPZET EN UITGEVOERDE WERKZAAMHEDEN
3.1 Onderzoeksopzet De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van 2845 m2. Het aantal boringen, gaten en peilbuizen en het aantal te analyseren grond- en grondwatermonsters is omschreven in NEN 5740 en NEN 5897 en is afhankelijk van de verdachtheid en de oppervlakte van de locatie. In tabel 3.1. worden de uit te voeren veld- en laboratorium werkzaamheden weergegeven. Tabel 3.1: Uit te voeren veld- en laboratoriumwerkzaamheden Locatie
Veldwerk
Analyses
Gehele locatie
10 boringen tot 0,5 m-mv 2 boring tot 2,0 m-mv 1 peilbuis
3x standaardpakket grond (laag 0,0-0,5 m-mv) 1x standaardpakket grond (laag 0,5-2,0 m-mv) 1x standaardpakket grondwater
Verhardingslaag
4 gaten tot onderzijde verharding
1 x asbest in puin
De opgeboorde grond wordt in trajecten van maximaal 50 cm bemonsterd, of anders afhankelijk van de veldwaarnemingen en bodemlagen. 3.2 Veldonderzoek In tabel 3.2 worden de verrichte veldwerkzaamheden weergegeven. Tabel 3.2: Verrichte veldwerkzaamheden Locatie
Aantal boringen (excl. peilbuizen)
Aantal peilbuizen
Gehele locatie
10 boringen tot 0,5 m-mv (3 t/m 13) 2 boring tot 2,0 m-mv (2 en 3) 1 boring tot 5,0 m-mv (PB01)
Geen*
Verhardingslaag
4 asbestgaten tot 0,3 m-mv (G1 t/m G4)
*Omdat er binnen 5,0 m-mv geen grondwater is aangetroffen, zijn er conform de NEN5740 geen peilbuizen geplaatst.
De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 22 augustus 2023 door de heer R. Kinnaer. Zowel De Klinker Milieu Adviesbureau als de heer Kinnaer zijn erkend voor het uitvoeren van deze werkzaamheden (certificaat K25343/16). De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de normen van het Nederlands Normalisatie Instituut. Tevens is gewerkt conform de Beoordelingsrichtlijnen "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek" (BRL-SIKB 2000) en het daarbij behorende protocol 2001. Tijdens het uitvoeren van het veldwerk is de grond zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van verontreinigingen en is het opgeboorde materiaal gekarakteriseerd en vastgelegd in boorbeschrijvingen. Bij het zintuiglijk beoordelen wordt door middel van geur en aanblik van de opgeboorde grond een eerste indruk verkregen. Verder wordt door middel van de "olie-op-water"proef een indicatie verkregen omtrent de aanwezigheid van olie-achtige verontreinigingen. De zintuiglijke waarnemingen en boorprofielen zijn vermeld in bijlage 2.
Rapportnummer: K2320225
6
3.3 Chemisch onderzoek De geanalyseerde (meng)monsters en hun samenstelling staan weergegeven in tabel 3.3. Tabel 3.3: Geanalyseerde (meng)monsters en hun samenstelling Deellocatie
Monster
Gehele locatie
MMBG01
Puinverharding
Samenstelling
Traject (m-mv)
Analyse
G
2-1, 3-1, 4-1, 5-1, 6-1, 7-1, PB01-1
0,0-0,4
Standaardpakket grond + arseen1
MMBG02
G
8-1, 9-1, 10-1, 11-1, 12-1, 13-1
0,0-0,4
Standaardpakket grond + arseen
MMOG03
G
2-3, 2-4, 2-5, 3-3, 3-4, 3-5, PB01-3, 0,8-2,3 PB01-4, PB01-5
Standaardpakket grond + arseen
AMM01
A
G1-4, G2-1, G3-3, G4-1
Asbest in puin
0,0-0,3
G=grond A=grondmonsters i.k.v. asbestonderzoek
Het samenstellen van de mengmonsters en de grondanalyses is uitgevoerd door SGS Environmental Analytics B.V. (Raad voor de Accreditatie (RvA)- erkend laboratorium (NEN-EN-ISO/IEC 17025). Tevens is SGS Environmental Analytics B.V ISO 14001 (2004) gecertificeerd en AS 3000 erkend. In de onderstaande tabel worden de samenstelling van de standaard analysepakketten weergegeven Tabel 3.4: Samenstelling standaard analysepakket Grond Zware metalen: Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn
*
Aanvullend zware metalen: As1
*
Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK (10 van VROM))
*
PCB (7)
*
Minerale olie
*
Organische stof en lutum
*
1 In verband met het aantreffen van roest is de grond aanvullend geanalyseerd op arseen.
Rapportnummer: K2320225
7
4
ONDERZOEKSRESULTATEN
4.1 Globale bodemopbouw Een globale beschrijving van de bodemopbouw is opgenomen onderstaande tabel. Het is de beschrijving van de bodemopbouw ter plaatse van boring PB01 van onderhavig onderzoek. Tabel 4.1: Lokale bodemopbouw Diepte [m-mv] 0,0 – 0,3 0,3 – 1,3 1,3 – 3,1 3,1 – 4,1 4,1 – 4,6 4,6 – 5,0
Bodemsamenstelling Zand matig fijn, zwak siltig, matig humeus Zand matig fijn, zwak siltig Zand matig grof, zwak siltig Zand matig grof, zwak siltig, zwak grindig Zand matig grof, zwak siltig, laagjes leem Zand matig grof, zwak siltig
Opmerkingen Matig roesthoudend Sterk roesthoudend
4.2 Zintuiglijke waarnemingen De tijdens de veldwerkzaamheden waargenomen zintuiglijke afwijkingen in de bodem zijn weergegeven in tabel 4.2. Tabel 4.2: Zintuiglijke afwijkingen Boring G1 G2 G3 G4
Traject (m-mv) 0,0 – 0,3 0,0 – 0,3 0,0 – 0,2 0,0 – 0,2
Zintuiglijke afwijking Volledig puin Volledig puin Volledig puin Volledig puin
4.3 Waarnemingen in het kader van aanwezigheid van asbest Ten tijde van het veldonderzoek heeft een visuele beoordeling van asbest op de bodem plaatsgevonden (maaiveld inspectie). Op het maaiveld is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. De puinfundatie uit de gegraven gaten is geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbest. In het fundatiemateriaal uit de gaten is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. 4.4 Toetsingskader De analyseresultaten van de onderzochte monsters worden vergeleken met de waarden van de toetsingstabel uit de circulaire “Circulaire bodemsanering 2013” (Staatscourant 16675, 27 juni 2013) en achtergrondwaarden en maximale waarden uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage 4, Staatscourant 247, 20 december 2007 en de wijzigingen hierop). De toetsing van de analyseresultaten vindt plaats conform de, door het Rijk beschikbaar gestelde Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa). 4.4.1 Wet bodembescherming De in deze tabel genoemde toetsingswaarden hebben de volgende betekenis:
2
achtergrond-/streefwaarde2 tussenwaarde3
= =
interventiewaarde
=
referentiewaarde referentiewaarde voor nader onderzoek grond: 1/2(AW+I-waarde) grondwater: 1/2(S+I-waarde) toetsingswaarde voor sanering of saneringsonderzoek
Voor grond wordt de achtergrondwaarde en voor grondwater wordt de streefwaarde als referentiewaarde gehanteerd.
3 De term tussenwaarde is niet meer in de wet verankerd maar wordt landelijk nog wel op deze wijze gebruikt.
Rapportnummer: K2320225
8
De achtergrond-, tussen- en interventiewaarden voor een aantal stoffen in de bodemmonsters zijn afhankelijk van het gehalte aan organische stof en lutum. Deze gehalten zijn in het laboratorium bepaald en verwerkt in de toetsingstabel (zie bijlage 3 voor de analyseresultaten en bijlage 4 voor de toetsing). Voor de beoordeling van de verontreinigingssituatie wordt behalve met de toetsingstabel, ook rekening gehouden met de zintuiglijke waarnemingen en eventueel met het gebruik van de bodem. Bij de beoordeling worden de volgende termen toegepast: kleiner dan de achtergrond-/streefwaarde tussen achtergrondwaarde en tussenwaarde tussen tussenwaarde en interventiewaarde groter dan de interventiewaarde
= = = =
niet verontreinigd licht verontreinigd matig verontreinigd sterk verontreinigd
De locatie wordt als verontreinigd beschouwd, indien in een (meng)monster stoffen aanwezig zijn in een concentratie hoger dan de achtergrondwaarde. Overschrijding van de tussenwaarde houdt in dat er een vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bestaat en dat een nader onderzoek moet worden uitgevoerd. Als voor tenminste één stof de gemiddelde concentratie van minimaal 25 m3 grond of 100 m3 grondwater hoger is dan de interventiewaarde is het vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bevestigd. Het bovenstaande toetsingskader is alleen van toepassing voor “bestaande” gevallen van bodemverontreiniging (ontstaan voor 1987). Recente gevallen van bodemverontreinigingen vallen onder de “zorgplicht”. De aantasting van de bodem dient dan gesaneerd te worden of de aantasting en de directe gevolgen daarvan dienen beperkt en zoveel mogelijk ongedaan gemaakt te worden. Dit staat los van de ernst en urgentie van de verontreiniging. 4.4.2 Besluit bodemkwaliteit Voor het toetsen van de kwaliteit van grond en baggerspecie aan de verschillende normen van het Besluit en voor het indelen van de (water)bodem in kwaliteitsklassen kent het Besluit als uitgangspunt dat de rekenkundige gemiddelden moeten voldoen aan de gestelde maximale waarden. Deze maximale waarden zijn landelijk (generiek) vastgesteld. Daarnaast mogen gemeenten gebiedsspecifieke maximale waarden hanteren.
Deze dienen te worden vastgelegd in een bodembeheernota. Bij de toetsing geldt een rekenregel voor het standaardiseren van de gemeten concentraties met de daadwerkelijk gemeten concentraties lutum en organische stof. Daarnaast zijn er twee bijzondere toetsingsregels: voor de achtergrondwaarde en voor de indeling in de bodemkwaliteitsklasse wonen. Bij de beoordeling worden de volgende termen toegepast: Kleiner dan de achtergrondwaarde(a) Kleiner dan maximale waarde wonen(b) Kleiner dan maximale waarde industrie
(a)
= = =
Bodemkwaliteitsklasse Achtergrondwaarde Wonen Industrie
De kwaliteit van de grond en baggerspecie overschrijdt niet de achtergrondwaarde als bij meting van X stoffen in de grond of baggerspecie het rekenkundige gemiddelde van maximaal Y stoffen verhoogd zijn ten opzichte van de achtergrondwaarde. De verhoging mag per stof maximaal 2x de achtergrondwaarde voor die stof bedragen, waarbij voor alle stoffen geldt dat de verhoogde gehalten kleiner zijn dan of gelijk zijn aan de maximale waarde voor kwaliteitsklasse wonen van de betreffende stof. X
2
7
16
27
37
Y
1
2
3
4
5
Rapportnummer: K2320225
9
(b)
De kwaliteit van de bodem overschrijdt niet de maximale waarde voor de kwaliteitsklasse wonen wanneer bij meting van X stoffen maximaal Y stoffen verhoogd zijn ten opzichte van de maximale waarde voor kwaliteitsklasse wonen. De verhoging mag per stof ten hoogste de maximale waarde voor de kwaliteitsklasse wonen vermeerderd met de achtergrondwaarde voor die stof bedragen, waarbij voor alle stoffen geldt dat de gehalten van de gemeten stoffen kleiner zijn dan of gelijk zijn aan de maximale waarde voor kwaliteitsklasse industrie van de betreffende stof. X
7
16
27
37
Y
2
3
4
5
4.4.3 Asbest In de circulaire Streef/ en interventiewaarden bodemsanering (Staatscourant 2000, 39) is voor asbest een interventiewaarde opgenomen van 100 mg/kg (gewogen: serpentijnasbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie). Bij concentraties asbest beneden de 100 mg/kg gewogen zijn geen risico’s aanwezig en wordt vastgehouden aan de benadering dat beneden deze norm het materiaal als asbestvrij beschouwd mag worden. Echter bij een verkennend asbestonderzoek kan door de lage intensiteit van het onderzoek niet direct worden getoetst aan de interventiewaarde, maar dient deze waarde gecorrigeerd te worden met factor 2. Indien het asbestgehalte groter is dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. In de circulaire bodemsanering is aangegeven dat er sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging, wanneer er asbest wordt aangetroffen in een concentratie boven de interventiewaarde (onafhankelijk van het volume). 4.5 Analyseresultaten grond In tabel 4.5 zijn de toetsingsresultaten van de grond weergegeven en wordt per analysemonster het eindoordeel met betrekking tot de Wet bodembescherming en een indicatieve toetsing ten aanzien van het Besluit Bodemkwaliteit weergegeven. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 3, de toetsingsresultaten in bijlage 4. Tabel 4.5: Resultaten toetsing Monster (traject)
Toetsing Wbb Beoordeling
Kritieke parameter
Toetsing Bbk Beoordeling
Grond MMBG01 (0,0-0,4 m-mv)
+
Kwik, lood
Wonen
MMBG02 (0,0-0,4 m-mv)
+
Kwik, lood
Wonen
MMOG03 (0,8-2,3 m-mv)
-
Achtergrondwaarde Asbest
AMM01 (0,0-0,3 m-mv)
+
Asbest (0,888 mg/kg)
+ ++ +++
< Achtergrond-/streefwaarde > Achtergrond-/streefwaarde > Tussenwaarde > Interventiewaarde
n.v.t.
4.6 Grond Er is een licht verhoogd gehalte kwik en lood aangetroffen in de bovengrond. In de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten aangetroffen
Rapportnummer: K2320225
10
4.7 Asbest Er is een concentratie van 0,888 mg/kg asbest aangetroffen in de puinverharding op de locatie. 4.8 Toetsing hypothese In de onderstaande tabel staan de hypotheses weergegeven. Tevens wordt aangegeven of deze aangenomen of verworpen kan worden. Tabel 4.6: Toetsing hypotheses Deellocatie Puinverharding Overig terrein
Oppervlakte (m²) 230 2850
Hypothese Verdacht Onverdacht
Verdachte stoffen asbest -
Verdachte bodemlaag verharding
Toetsing aangenomen verworpen
Door de aangetroffen lichte verontreinigingen in de grond dient de hypothese ‘onverdachte locatie’ verworpen te worden. Omdat er een kleine hoeveelheid asbest in de puinverharding is waargenomen, wordt de hypothese ‘verdacht’ voor de puinverharding aangenomen. De aangetroffen gehalten zijn van dien aard dat de onderzoeksinspanning niet hoeft te worden herzien.
Rapportnummer: K2320225
11
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
In opdracht van SAB is door De Klinker Milieu Adviesbureau een bodemonderzoek uitgevoerd conform de NEN 5740 en een asbest in puin onderzoek conform de NEN 5897 op de locatie Coldenhovenseweg 95 te Eerbeek. De aanleiding tot het bodemonderzoek wordt gevormd door de voorgenomen bestemmingsplanwijziging. Doel van het bodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de locatie en nagaan of er mogelijke gebruiksbeperkingen bestaan in relatie tot het beoogde gebruik. 5.1 Conclusies Uit de resultaten kan het volgende geconcludeerd worden: de bodem op de locatie bevat naast de puinverharding ter plaatse van de toegangsweg, zintuiglijk geen afwijkende waarnemingen; de bovengrond is licht verontreinigd met kwik en lood; in de ondergrond van het gehele terrein zijn geen verhoogde concentraties aangetroffen; in de verhardingslaag is een concentratie van 0,88 mg/kg asbest aangetroffen, de waarde voor naderonderzoek van 50 mg/kg wordt hiermee niet overschreden; de hypothese dient verworpen te worden, echter de onderzoeksinspanning hoeft niet aangepast te worden. Het terrein is ons inziens op basis van de milieuhygiënische kwaliteit geschikt voor het voorgenomen gebruik.
5.2 Algemeen Ten behoeve van de verwerking van vrijkomende grond op een locatie buiten de onderzoekslocatie wordt verwezen naar de uitgangspunten van het Besluit Bodemkwaliteit (Bbk). De conclusies hebben uitsluitend betrekking op de geselecteerde deellocaties en de geanalyseerde componenten. Gezien het verkennende karakter van dit onderzoek is het, ondanks de zorgvuldigheid waarmee het is uitgevoerd, altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt.
Rapportnummer: K2320225
12
BIJLAGE 1: LIGGING ONDERZOEKSLOCATIE
Rapportnummer: K2320225
BIJLAGE 2: BOORSTATEN EN ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN
Rapportnummer: K2320225
Boring:
Pb01
Boring:
02
Datum:
22-8-2023
Datum:
22-8-2023
0
0
weiland
1
0
0
Zand matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
weiland Zand matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1
30
50
Zand matig fijn, zwak siltig, licht geelbruin, Edelmanboor 2
40
Zand matig fijn, zwak siltig, licht geelbruin, Edelmanboor
50 2
100
100
3
3 120
Zand matig grof, zwak siltig, licht beigebruin, Edelmanboor
130
150
Zand matig grof, zwak siltig, licht beigebruin, Edelmanboor 4
150
4
5 200
250
300
200
200
5
6
7 310
Zand matig grof, zwak siltig, zwak grindig, licht witgrijs, Edelmanboor 8 350
9 400
410
Zand matig grof, zwak siltig, laagjes leem, matig roesthoudend, licht beigebruin, Edelmanboor
10 450 460
Zand matig grof, zwak siltig, sterk roesthoudend, licht geelbruin, Edelmanboor
11 500
500
Boring:
03
Boring:
04
Datum:
22-8-2023
Datum:
22-8-2023
0
0
weiland
1
0
0
Zand matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
40
Zand matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, licht beigebruin, Edelmanboor
2 90
Zand matig fijn, zwak siltig, zwak roesthoudend, licht beigebruin, Edelmanboor
100 3
150 4
200
5
200
Projectcode: K2320225
Zand matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1
40
50
weiland
50
2
50
Zand matig fijn, zwak siltig, licht geelbruin, Edelmanboor
Boring:
05
Boring:
06
Datum:
22-8-2023
Datum:
22-8-2023
0
0
weiland
0
Zand matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1
0
weiland
20
Zand matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1
30
2 50
50
Zand matig fijn, zwak siltig, licht geelbruin, Edelmanboor
2 50
50
Boring:
07
Boring:
08
Datum:
22-8-2023
Datum:
22-8-2023
0
0
weiland
0
Zand matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1 2
50
50
09
Boring:
10
Datum:
22-8-2023
Datum:
22-8-2023
0
weiland
0
Zand matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1 2 50
Projectcode: K2320225
30
Zand matig fijn, zwak siltig, matig humeus, zwak grindig, donkerbruin, Edelmanboor
50
Zand matig fijn, zwak siltig, licht geelbruin, Edelmanboor
0
weiland Zand matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1
30
50
weiland
2 Zand matig fijn, zwak siltig, licht geelbruin, Edelmanboor
Boring:
0
0
1
40
50
Zand matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, licht geelbruin, Edelmanboor
30
Zand matig fijn, zwak siltig, neutraal geelbruin, Edelmanboor
2 50
50
Zand matig fijn, zwak siltig, neutraal geelbruin, Edelmanboor
Boring:
11
Boring:
12
Datum:
22-8-2023
Datum:
22-8-2023
0
0
weiland
0
Zand matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1 2
50
Boring:
G1
Datum:
22-8-2023
Datum:
22-8-2023
weiland
0
0
Zand matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1 2 50
Volledig puin, Puinboor, Oprit
Zand matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, neutraal geelbruin, Edelmanboor
2 50
50
80
Boring:
G2
Boring:
G3
Datum:
22-8-2023
Datum:
22-8-2023
0
verharding
30
3
0
Zand matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, neutraal geelbruin, Edelmanboor
4
30
50
Zand matig fijn, zwak siltig, matig humeus, zwak grindig, donkerbruin, Edelmanboor
50
50
13
0
30
2 Zand matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, licht geelbruin, Edelmanboor
Boring:
0
weiland
1
40
50
0
verharding
0
0
Volledig puin, Puinboor, Oprit
Zand matig fijn, zwak siltig, licht geelbruin, Puinboor
verharding Volledig puin, Puinboor, Oprit
3
1
Zand matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Puinboor
20 30
Zand matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Puinboor 50
2 70
Projectcode: K2320225
Boring:
G4
Datum:
22-8-2023
0
0
verharding Volledig puin, Puinboor, Oprit
1 20
Projectcode: K2320225
Legenda (conform NEN 5104)
grind
klei Grind, siltig
geur Klei, zwak siltig
geen geur zwakke geur
Grind, zwak zandig
matige geur
Klei, matig siltig
sterke geur Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
matige olie-water reactie sterke olie-water reactie
Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10
Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000 Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
Zand, uiterst siltig
>10000
monsters
geroerd monster
overige toevoegingen
ongeroerd monster
zwak humeus volumering
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
overig bijzonder bestanddeel Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
peilbuis
blinde buis
casing
hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand zand afdichting bentoniet/mikoliet/klei afdichting
grind afdichting filter
BIJLAGE 3: ANALYSERESULTATEN
Rapportnummer: K2320225
SGS Environmental Analytics Correspondentieadres Steenhouwerstraat 15 · 3194 AG Rotterdam Tel.: +31 (0)10 231 47 00 · Fax: +31 (0)10 416 30 34 www.sgs.com/analytics-nl
Analyserapport
De Klinker B.V. Nico Looman Verlengde Ooyerhoekseweg 9 7207 BJ ZUTPHEN
Uw projectnaam Uw projectnummer SGS rapportnummer
Blad 1 van 6
: Coldenhovenseweg 95 Eerbeek : K2320225 : 13926287, versienummer: 1.
Rotterdam, 28-08-2023
Geachte heer/mevrouw, Hierbij ontvangt u de analyse resultaten van het laboratoriumonderzoek ten behoeve van uw project K2320225. Het onderzoek werd uitgevoerd conform uw opdracht. De gerapporteerde resultaten hebben uitsluitend betrekking op de door SGS geteste monsters en zoals door SGS ontvangen zijn. De door u aangegeven omschrijvingen voor de monsters, het project en de monsternamedatum (indien aangeleverd) zijn overgenomen in dit analyserapport. SGS is niet verantwoordelijk voor de gegevens verstrekt door de opdrachtgever. Het onderzoek is uitgevoerd door SGS Environmental Analytics, gevestigd aan de Steenhouwerstraat 15 in Rotterdam (NL). Indien het onderzoek is uitgevoerd door derden is dit in het rapport aangegeven. Dit analyserapport bestaat inclusief bijlagen uit 6 pagina's. In geval van een versienummer van '2' of hoger vervallen de voorgaande versies. Alle bijlagen maken onlosmakelijk onderdeel uit van het rapport. Alleen vermenigvuldiging van het hele rapport is toegestaan. Voor meer informatie, omtrent bijvoorbeeld meetonzekerheid of gebruikte analysemethoden, kunt u contact opnemen met de afdeling Customer Support. Per 1 september 2022 is SGS Environmental Analytics B.V. gefuseerd met SGS Nederland B.V. en handelt onder de naam SGS Environmental Analytics. Alle erkenningen van SGS Environmental Analytics B.V.
blijven van kracht en zijn/worden omgezet naar SGS Nederland B.V. Wij vertrouwen er op u met deze informatie van dienst te zijn. Hoogachtend,
René Eugster Business Unit Manager
SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028.
SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Spijkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschrijving handelsregister : 24226722.
Blad 2 van 6
Analyserapport De Klinker B.V. Nico Looman Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Orderdatum 22-08-2023 Startdatum 22-08-2023 Rapportagedatum 28-08-2023
Coldenhovenseweg 95 Eerbeek K2320225 13926287 - 1
Nummer
Monstersoort
Monsterspecificatie
001 002 003
Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000)
MMBG01 MMBG02 MMOG03
Analyse
Eenheid
Q
monster voorbehandeling droge stof gewicht artefacten aard van de artefacten
gew.-% g -
S S S S
Ja 91.9 <1 geen
Ja 90.8 <1 geen
Ja 96.0 <1 geen
organische stof (gloeiverlies)
% vd DS
S
3.0
3.6
<0.2
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem) % vd DS
S
3.9
4.0
<2
METALEN arseen barium cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink
S S S S S S S S S S
7.4 <20 <0.2 <1.5 12 0.16 39 <0.5 <3 <20
<4 <20 <0.2 <1.5 10 0.16 36 <0.5 <3 <20
<4 <20 <0.2 <1.5 <5 <0.05 <10 0.63 5.9 <20
<0.01 0.02 <0.01 0.05 0.02 0.02 0.02 0.03 0.02 0.03 1) 0.224
<0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 1) 0.07
<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1
<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1
mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds
001
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen mg/kgds S <0.01 fenantreen mg/kgds S 0.09 antraceen mg/kgds S 0.03 fluoranteen mg/kgds S 0.12 benzo(a)antraceen mg/kgds S 0.06 chryseen mg/kgds S 0.05 benzo(k)fluoranteen mg/kgds S 0.03 benzo(a)pyreen mg/kgds S 0.06 benzo(ghi)peryleen mg/kgds S 0.04 indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kgds S 0.04 1) pak-totaal (10 van VROM) mg/kgds S 0.527 (0.7 factor) POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28 µg/kgds PCB 52 µg/kgds PCB 101 µg/kgds PCB 118 µg/kgds PCB 138 µg/kgds PCB 153 µg/kgds PCB 180 µg/kgds
S S S S S S S
002
<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1
003
De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning.
Paraaf : SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028.
SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Spijkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschrijving handelsregister : 24226722.
Blad 3 van 6
Analyserapport De Klinker B.V. Nico Looman Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Orderdatum 22-08-2023 Startdatum 22-08-2023 Rapportagedatum 28-08-2023
Coldenhovenseweg 95 Eerbeek K2320225 13926287 - 1
Nummer
Monstersoort
Monsterspecificatie
001 002 003
Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000)
MMBG01 MMBG02 MMOG03
Analyse
Eenheid
Q
001
som PCB (7) (0.7 factor)
µg/kgds
S
4.9
MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40
mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds
S
<5 <5 <5 <5 <20
1)
002 4.9
<5 <5 <5 <5 <20
1)
003 4.9
1)
<5 <5 <5 <5 <20
De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning.
Paraaf : SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028.
SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Spijkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschrijving handelsregister : 24226722.
Blad 4 van 6
Analyserapport De Klinker B.V. Nico Looman Projectnaam Projectnummer Rapportnummer