(134) Ontwerpbegroting 2027 Regio Stedendriehoek
Tekst van het document
481959
Inhoudsopgave INHOUDSOPGAVE ............................................................................................................................................ 1 VOORWOORD .................................................................................................................................................. 4 1.
ALGEMENE ONTWIKKELINGEN .............................................................................................................. 5 1.1.
AUTONOME ONTWIKKELINGEN ..................................................................................................................... 5
1.2.
LANDELIJKE ONTWIKKELINGEN ...................................................................................................................... 5
1.3.
GEMEENTELIJKE EN REGIONALE OPGAVEN ....................................................................................................... 5
1.4.
UITGANGSPUNTEN BEGROTING ..................................................................................................................... 5
1.5.
WAT BETEKENT DIT VOOR DE BEGROTING? ..................................................................................................... 6
2.
UITGANGSPUNTEN EN KADERSTELLING ................................................................................................ 8 BEGROTING 2027: TOELICHTING PER PROGRAMMA ............................................................................ 9
3.
PROGRAMMA 001 UITVOERINGSAGENDA 2023-2030 ........................................................................... 9
4.
PROGRAMMA 002 LOBBY, COMMUNICATIE EN BUSINESS DEVOLPMENT………………………….14
5.
PROGRAMMA 003 BUREAU EN ORGANISATIE………………………………………………………………16
6.
RESULTAAT 2025-2030 ......................................................................................................................... 18
7.
RECAPITULATIE OP PROGRAMMANIVEAU EN MEERJARENPERSPECTIEF ............................................. 18 7.1.
8.
MEERJARENPERSPECTIEF 2027-2030 ......................................................................................................... 18 PARAGRAFEN ....................................................................................................................................... 19
8.1.
WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING ............................................................................................ 19
8.1.1.
Weerstandscapaciteit .................................................................................................................. 19
8.1.2.
Risico ............................................................................................................................................ 19
8.1.3.
Kengetallen .................................................................................................................................. 19
8.2.
FINANCIERING ......................................................................................................................................... 20
8.2.1.
Kasgeldlimiet ............................................................................................................................... 20
8.2.2.
Renterisiconorm ........................................................................................................................... 20
8.2.3.
Kredietrisicobeheer ...................................................................................................................... 20
8.2.4.
Relatiebeheer ............................................................................................................................... 20
8.3.
BEDRIJFSVOERING .................................................................................................................................... 20
8.4.
OPENBAARHEID ....................................................................................................................................... 21
8.5.
VERBONDEN PARTIJEN .............................................................................................................................. 21
8.6.
RECHTMATIGHEID .................................................................................................................................... 21 2
BIJLAGEN ....................................................................................................................................................... 22 BIJLAGE 1: TAAKVELDENOVERZICHT 2027 .................................................................................................................. 23 BIJLAGE 2: STAAT MET PERSONELE LASTEN.................................................................................................................. 24 BIJLAGE 3: OVERZICHT RESERVES EN VAN OVERHEIDSWEGE ONTVANGEN GELDEN .............................................................. 24 BIJLAGE 4: BIJDRAGEN GEMEENTEN AAN BEGROTING 2027 ........................................................................................... 24 BIJLAGE 5: BALANS JAARSTUKKEN 2025 .................................................................................................................... 25 BIJLAGE 6: OVERZICHT OVERHEAD, VENNOOTSCHAPSBELASTING, ONVOORZIEN ................................................................. 26 EN ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN ............................................................................................................................ 26
BIJLAGE 7: OVERZICHT TOTALE BEGROTE INCIDENTELE BATEN EN LASTEN IN 2027 ............................................................. 26 BIJLAGE 8: REACTIES/ZIENSWIJZE VANUIT DE GEMEENTERADEN ...................................................................................... 27
3
Voorwoord Beste lezer, “Centraal in Nederland, waar stad en natuur elkaar ontmoeten, ligt een regio die de kracht van verscheidenheid omarmt. Waar je letterlijk en figuurlijk ruimte vindt om te groeien, terwijl de groene omgeving je ademruimte geeft. Samen werken we hier aan oplossingen voor de grote uitdagingen van vandaag en morgen, met een focus op veiligheid en digitalisering. Hier wachten we niet af, maar pakken we door.” We beginnen dit voorwoord opnieuw met dit verhaal. Dat doen we bewust. Het raakt de kern van wie we zijn als regio. En omdat we merken dat dit verhaal steeds vaker wordt herkend. Binnen onze gemeenten, bij ondernemers en onderwijsinstellingen en ook bij onze partners in provincies, waterschappen en het Rijk groeit het besef dat regionale samenwerking nodig is om de grote opgaven van deze tijd aan te pakken. De Regio Stedendriehoek laat zien dat samenwerking loont. Samen werken we aan vraagstukken rond wonen, bereikbaarheid, economie en energie. Via projecten uit de Regio Deal en via gezamenlijke lobby richting Den Haag en Brussel. Tegelijk werken we aan twee belangrijke ambities voor de toekomst van onze regio: het Ontwikkelperspectief 2050 voor de ruimtelijke ontwikkeling van de regio en de Kennis- en Innovatie Agenda (KIA).
Deze vormen belangrijke stippen aan de horizon en geven richting aan hoe onze regio zich verder kan ontwikkelen en groeien, in balans met de natuur en met elkaar. Voor u ligt de Begroting 2027. In een periode waarin de financiële positie van gemeenten onder druk staat, zijn we er trots op dat het is gelukt de inwonersbijdrage van de deelnemende gemeenten gelijk te houden. Tegelijkertijd blijven we investeren in de kracht van regionale samenwerking en in onze gezamenlijke lobbykracht. Juist in financieel uitdagende tijden helpt samenwerking om kansen te benutten en middelen slimmer in te zetten. Dit is de eerste begroting in de nieuwe raadsperiode. Met deze begroting geven we (nieuwe) raadsleden en bestuurders inzicht in waar we gezamenlijk aan werken en hoe we investeren in de toekomst van onze regio. Deze begroting geeft daar inzicht in en vormt daarmee ook een uitnodiging om samen verder te bouwen aan sterke regionale samenwerking. Want uiteindelijk geldt: hoe sterker de regio, hoe krachtiger onze steden, dorpen en het landelijk gebied. Samen sterk dus. Namens het Dagelijks Bestuur van de Regio Stedendriehoek, Ron König voorzitter Ineke Lijnema secretaris / directeur
4
1. Algemene ontwikkelingen Regio Stedendriehoek is een samenwerkingsverband van 8 gemeenten dat, samen met een breed netwerk aan partners, werkt aan een veerkrachtig dagelijks leefsysteem waarin de inwoners wonen, werken en ontspannen in balans met de natuur en met elkaar. Onze kracht ligt in verbinding: stad en natuur, innovatie en traditie, inwoner en ondernemer. Bij ons is alles dichtbij.
1.1.
Autonome ontwikkelingen
Als regio hebben we ons te verhouden tot invloeden van buitenaf. De geopolitieke situatie in de wereld maakt de noodzaak van weerbaarheid alleen maar groter. Initiatieven als de Whole of Society (hoe reageren we als maatschappij als geheel op een crisis), geïnitieerd door een grote groep bedrijven en instellingen in onze regio, nemen aan belang toe. De North Sea Baltic Corridor, die door onze regio loopt, is van wezenlijk belang voor defensie waarbij de ontwikkeling van de corridor naast ruimte voor militair transport ook kansen biedt voor een aantal andere opgaven van onze regio. De toenemende dreiging van cyberaanvallen laat het belang zien van het Centrum voor Veiligheid en Digitalisering en de ontwikkeling van de Veiligheidscampus in Apeldoorn. Klimatologische veranderingen beïnvloeden de regio in sterke mate. De IJssel is een graadmeter van dat effect. De hoge of juist lage waterstanden hebben direct effect op onze woningbouwopgave, op hoe we met het landschap omgaan, op de binnenvaart en daarmee de economische ontwikkeling van de regio. De opmars van technologische ontwikkelingen is niet te stuiten en vraagt om toepassing bij maatschappelijke vraagstukken. We zullen mee moeten in de vaart der volkeren in het toepassen van slimme informatietechnologie voor maatschappelijke vraagstukken, toepassingen waar Stadscampus de Kien voorloper in is.
Kortom, er liggen kansen waar we als gemeenten gezamenlijk op in kunnen springen. Om de innovatiekracht van onze regio op al deze terreinen te vergroten, hebben we jonge mensen, innovatieve start- en scale ups, relevante opleidingen nodig. Demografische gegevens laten echter zien dat onze regio ontgroent en vergrijst. Hoe zorgen we dat de nieuwe generatie (zowel jonge gezinnen als jongeren zelf) onze regio vindt en er ook blijft om hun steentje bij te dragen?
1.2.
Landelijke ontwikkelingen
Op 23 februari 2026 is het kabinet Jetten aangetreden. Het Rijk onderstreept in het Coalitieakkoord 2026–2030 het belang van regionale samenwerking en benoemt expliciet een aantal opgaven dat voor onze regio van essentieel belang is. Eén daarvan is het gezamenlijk oppakken van gebiedsgerichte uitdagingen en het investeren in de ruimtelijk-economische ontwikkeling van de regio’s. Apeldoorn is in de Nota Ruimte al aangewezen als Grootschalige Woningbouw Locatie en Deventer en Zutphen als Regionale Grootschalige Woningbouwlocaties. Er wordt kabinet-breed gewerkt aan een taskforce Wonen, waar onder andere gesproken wordt over gebiedsbudgetten. Dit biedt kansen voor onze regio. Samen met het Rijk, de provincies en waterschappen werken we aan het Ontwikkelperspectief 2050, dat naar verwachting eind 2026/begin 2027 wordt uitgewerkt in een gebiedsgerichte Uitvoeringsagenda en Regionale Investeringsagenda. Dit wordt afgestemd op landelijke ontwikkelingen en de kansen die daar liggen, ook wat betreft het vinden van oplossingen voor de netcongestie, de transitie van het landelijk gebied, investeringen in infrastructuur en oplossingen voor de stikstofproblematiek.
1.3.
Gemeentelijke en regionale opgaven
Op het moment van schrijven (maart 2026) is nog niet bekend wat er in de nieuwe gemeentelijke coalitieakkoorden staat en of dit gevolgen heeft voor de regionale koers. Duidelijk is dat de opgaven waar de gemeenten voor staan niet minder zijn geworden. En dat de regionale focus op een veerkrachtig en weerbaar dagelijks leefsysteem, waar we in alles de balans zoeken, alleen maar aan belang is toegenomen. De gemeenten hebben elkaar daarin hard nodig. Om gezamenlijk koers te bepalen, op basis van die regionale koers een stevige lobby te voeren bij Rijk en Europa voor de benodigde subsidies en investeringen en gelijktijdig elkaar te helpen om de uitvoeringskracht te versterken. In gezamenlijkheid kan immers meer gerealiseerd worden, dan wanneer iedere gemeente dat afzonderlijk doet.
1.4.
Uitgangspunten begroting
Het uitgangspunt van deze begroting is de inzet op een versterking van de ondersteuning van de gemeentelijke samenwerking, zonder een verhoging van de inwonersbijdrage ten opzichte van 2026. Voor 2027 richt de regionale samenwerking zich op: Het vaststellen van het ontwikkelperspectief 2050 als gezamenlijke set van afspraken tussen de 8 gemeenten (regio), beide provincies, 3 waterschappen en het Rijk en de vertaling ervan in een uitvoeringsprogramma en regionale investeringsagenda. 5
-
-
Het versterken van de innovatiekracht binnen onze regio door het opleveren van een gedragen kennisen innovatieagenda safe society | smart development, terwijl gelijktijdig wordt gewerkt aan het (op)bouwen van kansrijke ecosystemen. De Economic Board speelt hierbij een belangrijke rol. De uitvoering van afspraken uit de Uitvoeringsagenda 2023 – 2030, inclusief het opleveren van de herijkte uitvoeringsagenda. Het uitvoeren van de Regio Deal Sterker in 3D waarbij de toegekende projecten ‘versnellers’ voor de opgaven in de uitvoeringsagenda zijn. Inzet lobby, communicatie en bovenregionale samenwerking gericht op externe profilering, stimuleren van samenwerking binnen en buiten de regio met als doel de samenwerking met het Rijk, provincies en Brussel te versterken en het vinden van additionele financiële middelen. Ondersteuning algemeen bestuur, raadsadviescommissie en Economic Board.
1.5.
Wat betekent dit voor de begroting ?
-
We gaan uit van de begroting 2026 (exclusief indexering), die ongeveer € 600.000 lager was dan eerdere begrotingen. Nieuwe ambities financieren we zoveel als mogelijk vanuit externe middelen (subsidies) of door het principe ‘nieuw voor oud’ toe te passen. Dit betekent geen verhoging van de inwonersbijdrage in 2027. Toelichting op een aantal nieuwe ambities: De investeringen die nodig zijn voor realisatie van het Ontwikkelperspectief worden opgenomen in een Regionale Investeringsagenda (RIA), waarin ook de financieringsbronnen worden opgenomen. In de Kennis- en Innovatieagenda wordt een financiële paragraaf opgenomen voor de investeringen die nodig zijn. Ook deze paragraaf wordt onderdeel van de RIA. Beide zullen geen effect hebben op inwonersbijdrage. Eventuele consequenties op het gebied van extra benodigde capaciteit wordt opgenomen in de begroting 2028. Er is in 2027 sprake van een aparte begroting voor het Ontwikkelperspectief 2050, waar de 8 gemeenten, de beide provincies, het Rijk en de waterschappen separaat aan bijdragen. Lobby is een speerpunt van de regionale samenwerking. In 2026 is een kwartiermaker gestart in Brussel. In samenwerking met de regio’s Achterhoek, Twente en Zwolle wordt onderzocht hoe de aanwezigheid van deze 4 regio’s in Brussel structureel gemaakt kan worden. Dit advies wordt eind 2026 opgeleverd.
In deze begroting zijn de kosten voor bureau Brussel dan ook niet opgenomen. Eventuele voortzetting in 2027 zal, na besluitvorming, op incidentele basis zijn en structureel worden gemaakt in de begroting van 2028. In meerdere programma’s komt het thema circulaire economie naar voren. In 2026 is een coördinator circulaire economie aangesteld om een advies te geven hoe dit programma-overstijgende onderwerp vorm krijgt in de regio en zich verhoudt tot de structuur van de regio. Eventuele nieuwe activiteiten voortvloeiend uit dit advies zullen vanaf 2027 worden opgepakt. De kosten hiervan vangen we op binnen de bestaande middelen, waarbij eventuele structurele effecten worden opgenomen in de begroting van 2028. Steeds meer geldstromen vanuit het Rijk en de provincies lopen via de regionale begroting. Wij verwachten dat dit de komende jaren alleen maar meer zal worden wanneer de plannen vanuit het Ontwikkelperspectief, de KIA en de lobby tot uitvoering komen. Dit vraagt om een doorontwikkeling van ‘financial control’ naar ‘business control’, waarbij we niet alleen financieel zicht hebben op de uitvoering van de begroting, maar ook financieel inhoudelijk zicht op de begroting. Dit komt ook voort uit het advies van de gezamenlijke rekenkamers om een betere programmatische sturing toe te passen. In 2026 werken we dit uit in een concreet voorstel.
Benodigde middelen vangen we op binnen de bestaande middelen, waarbij eventuele structurele effecten worden opgenomen in de begroting van 2028.
6
Begroting 2027 Programma 001 Uitvoeringsagenda 2023-2030
Inzet Capaciteit 1
rekening 2025
begroting 2026
begroting 2027
1.585.847
1.423.159
1.381.274
Agendabudget: Slimme, groene verstedelijking Vitaal Landelijk Gebied Regionale economie van de toekomst Mobiliteit Ruimtelijke ontwikkeling Energiesystemen van de toekomst Regiodeal CTR (in 2025 afgerond) Regiodeal Sterker in 3D
371.549 38.592 116.646 71.385 71.848 5.234 1.247 28.515 38.082
Subsidie en activiteiten Slimme, Groene Verstedelijking Verstedelijking in Balans Vitaal landelijk gebied Regionale Economie van de Toekomst Mobiliteit Energiesystemen van de Toekomst Totaal
1.773.671 676.136 352.216 11.199 105.255 628.865 3.731.067
364.351 41.640 104.100 91.087 104.100 13.014 10.410 1.787.510
493.554 34.748 139.878 76.011 232.058 10.859 1.874.828
543.132
535.788
608.236
37.575 80.565 110.932 772.204
43.000 93.690 46.845 719.323
35.883 96.969 48.485 789.573
665.364 59.052 29.871 152.137 75.349 67.096
735.973 24.081 26.025 14.574 130.966 66.149 43.269
730.495 25.116 26.519 14.851 132.800 68.993 44.770
41.436 1.090.305
41.640 1.082.677
43.097 1.086.641
Totaal saldo lasten
5.593.576
3.589.510
3.751.042
Bijdrage gemeenten inwonersbijdrage Bijdrage gemeenten overig Bijdrage derden Rente Subsidie en activiteiten
4.132.105 143.026 374.667 64.999 1.732.162
3.589.510 -
3.751.042 -
Totaal saldo baten
6.446.959
3.589.510
Programma 002 Lobby, Communicatie en Business Development Inzet Capaciteit 1, 2 Business development 1 Regionale Samenwerkingen Communicatie Totaal Programma 003 Bestuur en Organisatie Inzet Capaciteit 2 Inhuur Opleiding Personeelsgerelateerde kosten Werkplek Control Bestuur Monitoring Totaal
3
-
3.751.042
Saldo baten en lasten
853.383
-
-
Reserve overlopende posten
65.000
-
-
Resultaat na mutaties reserves
918.383
-
-
7
2. Uitgangspunten en kaderstelling De begroting van de Regio Stedendriehoek moet voldoen aan het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). De bijdragen van de gemeenten worden op basis van het aantal inwoners verdeeld. In haar bestuursvergadering van 17 december 2025 heeft het dagelijks bestuur de kaderbrief voor de programmabegroting 2027 vastgesteld en verzonden aan de gemeenteraden. Voor de indexeringscijfers is aangesloten bij de indexeringsrichtlijnen van de gemeente Apeldoorn. De volgende indexcijfers zijn gehanteerd in de begroting 2027-2030:
2027 1,019 1,043 1,035 1,014
materiële index loonkostenindex gewogen index huurindex
2028 1,021 1,048 1,039 1,021
2029 1,021 1,048 1,039 1,021
2030 1,021 1,048 1,039 1,021
Dit leidt voor de Regio in 227 tot een gewogen index van 1.040 De jaarlijkse inwonersbijdrage 2027 komt uit op de volgende bedragen per gemeente: Apeldoorn Brummen inwoners 2025 begroting 2027 lasten
168.551
21.394
Deventer
Epe
104.301
33.469
Heerde 19.305
Lochem 34.316
Voorst 25.567
Zutphen 49.028
Totaal 455.931
Uitvoeringsagenda 2023-2030 Lobby, Communicatie en Business Development
1.874.828 789.573
1.874.828 789.573
Bestuur en Organisatie Totale Lasten
1.086.641 3.751.042
1.086.641 3.751.042
Totaal inwonerbijdrage 2027
3.751.042
1.386.705
176.013
858.107
275.357
158.826
282.325
210.345
403.364
3.751.042
Totaal inwonerbijdrage 2026
3.589.510
1.330.543
168.316
818.009
262.358
152.702
271.225
200.731
385.627
3.589.510
Totaal inwonerbijdrage 2025
4.132.104
1.529.740
193.104
940.411
304.528
175.802
313.961
230.709
443.850
4.132.104
De bijdrage op basis van de voorliggende begroting 2027 ziet er dan als volgt uit. Bijdrage per gemeente (o.b.v. inwoners 2025 CBS) 2027
2028
2029
2030
Apeldoorn
1.386.705
1.448.987
1.514.126
1.582.254
Brummen
176.013
183.918
192.186
200.834
Deventer
858.107
896.648
936.956
979.114
Epe
275.357
287.724
300.658
314.187
Heerde
158.826
165.960
173.421
181.224
Lochem
282.325
295.005
308.267
322.138
Voorst
210.345
219.793
229.673
240.007
Zutphen
403.364
421.480
440.428
460.245
Totaal
3.751.042
3.919.516
4.095.716
4.280.002
8,23
8,60
8,98
9,39
per inwoner
De bijdrage per inwoner bedraagt in 2027 € 8,23, in 2026 was dit € 7.91
8
Begroting 2027: Toelichting per programma 3. Programma 001 Uitvoeringsagenda 2023-2030 3.1 Toelichting In dit programma treft u een overzicht aan van de uitgaven die in 2027 nodig zijn om de doelen van de Uitvoeringsagenda 2023-2030 te kunnen realiseren. Er wordt in 2027 gewerkt vanuit de 3 centrale programma’s uit de agenda (Slimme, groene verstedelijking; Vitaal landelijk gebied en Regionale Economie van de toekomst) en 3 voorwaardenscheppende programma’s (Mobiliteit, Ruimtelijke ontwikkeling en het Regionaal Programma Energiesysteem). Bij een aantal programma’s vindt u naast uitgaven ook inkomsten terug uit subsidies die ontvangen worden van de Rijksoverheid. Dit geldt met name voor de programma’s Slimme, groene verstedelijking en Mobiliteit. Naast de programma’s werken we in regionaal verband samen aan het Ontwikkelperspectief 2050, de Kennisen Innovatieagenda, het Regionaal Programma Energievoorziening, de Regio Deal en zijn we betrokken bij de Whole of Society. Belangrijke en omvangrijke trajecten die buiten de inwonersbijdrage vallen, waarvan een aantal een eigen financieel spoor kennen en niet rechtstreeks onder het algemeen bestuur vallen. Ontwikkelperspectief 2050 Het proces van het Ontwikkelperspectief 2050 is een samenwerking tussen regio, provincies, waterschappen en rijk.
Naar verwachting besluiten de nieuwe raden begin 2027 over dit perspectief, waarna we aan de slag gaan met de uitvoeringsagenda en regionale investeringsagenda. Alle partijen dragen bij aan dit proces, zowel financieel als in capaciteit. De financiële stromen (procesmanagement en inzet externe bureaus) gaan daarom buiten de regiobegroting om, waarbij de regio wel de administratie voert. De financiële bijdrage van gemeenten aan dit proces is niet opgenomen in deze begroting (2027), maar is separaat gefinancierd. De input voor dit proces vanuit de programma’s gebeurt uiteraard wel vanuit inwonersbijdrage. Opdrachtgever: Bestuurlijk Overleg Rijk-regio (vertegenwoordiging vanuit Rijk, provincies, waterschappen en het algemeen bestuur) Economische propositie / KIA De economische propositie Safe society | smart development, die is opgesteld in samenwerking met de Economic Board en in 2026 wordt uitgewerkt in een kennis- en innovatieagenda (KIA) wordt naar verwachting in april 2027 vastgesteld door betrokken onderwijs-, overheid- en ondernemerspartijen uit de regio. In de KIA worden afspraken vastgelegd hoe de innovatieclusters verder ontwikkeld kunnen worden en impact kunnen hebben ten behoeve van de innovatiekracht van de regio. Alle betrokken partijen dragen bij aan de totstandkoming van de KIA, zowel financieel als in capaciteit.
In de KIA wordt een financiële paragraaf opgenomen voor de investeringen die nodig zijn. Dit wordt integraal onderdeel van de regionale Investeringsagenda, met dekking vanuit alle betrokken partijen. Opdrachtgever: algemeen bestuur (in nauwe samenwerking met de Economic Board) Energiesysteem van de Toekomst / RPE Het programma Energiesysteem van de Toekomst / RPE valt bestuurlijk en financieel niet onder verantwoordelijkheid van de Regio Stedendriehoek. Het programma heeft een eigen begroting en stuurgroep aan wie het programma verantwoording aflegt. De gemeente Brummen is kassier. De activiteiten van het programma worden gestuurd door wat er al gebeurt in de regio, wat we kunnen opschalen en door in te zetten op onderwerpen die achterlopen in de ontwikkeling maar onmisbaar zijn voor het energiesysteem van de toekomst. Dit alles in samenhang met het Ontwikkelperspectief, de Kennis- en Innovatie Agenda en de ontwikkelingen in de andere regionale programma’s. Binnen het programma voeren we in 2027 de afspraken uit, die we in het RPE hebben gemaakt.
Hoewel het programma buiten de regionale begroting valt, geven we hier kort de activiteiten van het programma in 2027 weer: netbewuste nieuwbouw, ondersteuning van lopende initiatieven en projecten met kennis en middelen (OKE, SEH/Regio Deal, kwaliteitsbudget), verdere concretisering van de rol van en opstarten/uitvoeren van projecten voor biogas, waterstof en groot- en kleinschalige opwekprojecten in de energievoorziening, verdere uitdieping opslag, buffering en flex en op locaties mee aan de slag, blijvend gesprek met Liander over slimme oplossingen en de uitbreidingen van het elektriciteitsnet en het opstellen van gemeentelijke warmteprogramma’s en alle onderzoeken die daarvoor nodig zijn. Voor de verduurzaming van de bestaande woningvoorraad kijken we naar collectieve oplossingen en warmtebronnen. Waar dat kan gaan we ook in het bestaande bebouwde gebied netvriendelijke oplossingen toepassen. Kennis en ervaring die we opdoen in de nieuwbouw, benutten we hierbij. Regio Deal Sterker in 3D 9
De Regio Deal ‘Sterker in 3D’ is in 2027 volop in uitvoering, een samenwerking van onderwijspartijen, ondernemers, maatschappelijke partners en overheden. Momenteel (begin 2026) resteert nog ruim één miljoen euro aan rijksmiddelen binnen de Regio Deal. Medio 2026 is duidelijk welke nieuwe projecten, naast de twaalf al gestarte projecten, gefinancierd worden uit deze middelen. We maken een goede verbinding tussen de verschillende projecten en de inhoudelijke programma’s. De projecten hebben een eigen financi ering buiten de begroting van de regio om, waarbij maximaal 50% is gefinancierd uit rijksmiddelen. De uitvoeringskosten worden voor 50% gefinancierd uit rijksmiddelen, 25% door de beide provincies en 25% uit de regiobegroting. De financiële stromen lopen via de Regio Deal kassier (gemeente Apeldoorn) en niet via de begroting van de Regio Stedendriehoek. Whole of society De Economic Board heeft het algemeen bestuur geadviseerd om het thema ‘Whole of society’ (WoS) als regio actief op te pakken. Daarbij gaat het om de vraag: hoe maken we ons als samenleving weerbaar in tijden van crisis? Op initiatief van een aantal leden van de Board heeft het Centrum voor Veiligheid en Digitalisering (CVD) een plan van aanpak opgesteld. Meer dan 60 organisaties uit onder andere zorg, veiligheid, transport, energie, onderwijs en het bedrijfsleven hebben daarbij hun inzichten gedeeld.
De veiligheidsregio’s willen op dit thema graag samen optrekken met de regio. De financiële stromen lopen buiten de regiobegroting. Een lid van het algemeen bestuur neemt deel aan de stuurgroep WoS. Opdrachtgever: stuurgroep Whole of Society
3.2 De plannen voor 2027 In deze paragraaf vindt u op hoofdlijnen beschreven wat centraal staat in 2027. De concrete activiteiten en resultaten staan in het jaarprogramma 2027, dat eind 2026 / begin 2027 wordt opgeleverd. Slimme, groene verstedelijking (Wonen) In 2027 gaan we verder aan de slag met de uitvoering van de woondeal en actualiseren we deze naar een nieuwe tienjaarsperiode (2037). De focus van deze actualisatie zit minder in de aantallen, typen en doelgroepen per gemeente. Hierover zijn in de voorgaande jaren afspraken over gemaakt, inclusief afspraken over huisvesting voor ouderen en (verplicht) urgente aandachtsgroepen zoals genoemd in de Wet versterking regie volkshuisvesting (Wvrv). Deze afspraken kunnen wel leiden tot aanpassing van de huisvestingsopgave per gemeente. De actualisatie is met name gericht op grip en concretisering van de randvoorwaarden van woningbouw (stikstof, netcongestie, betaalbare woningbouw, capaciteit) en de afspraken daarover met provincie en het rijk. Om een goed beeld te hebben van de voortgang van de woningbouw, houden we een Publiek-Private Planmonitor bij, samen met gemeenten, corporaties en ontwikkelaars.
Deze PPM wordt in 2027 verder uitgebouwd en is een instrument voor de regionale versnellingstafel om te sturen op woningbouw, monitoring van de voortgang van ouderenhuisvesting en de monitoring van huisvesting van aandachtsgroepen in de regio. Onze woningbouwambitie hebben we eerder vastgesteld voor 2050 op toevoeging van 48.000 woningen. Hiervan resteert een opgave van 14.000 woningen, die we in het Ontwikkelperspectief een plek geven. Daarnaast leidt het Ontwikkelperspectief mogelijk tot een aanpassing van de lange termijn ambitie op woningbouw. Bij toevoegingen van woningen gaat het niet alleen om nieuwbouw, maar juist ook gebruik van bestaande bebouwing en ruimte in de bebouwde omgeving met bijvoorbeeld woningsplitsing, optoppen, transformatie van bestaande bebouwing, vernieuwing van vastgoed en herstructurering. Voor wonen en zorg hebben we samen met gemeenten, corporaties en zorgorganisaties een regionale uitvoeringsagenda (2026–2031) geformuleerd. Deze uitvoeringsagenda nemen gemeenten mee in de uitwerking van hun volkshuisvestingsprogramma, prestatieafspraken met corporaties en afspraken met lokale zorg- en welzijnsorganisaties. Op grond van de nieuwe Wvrv en de Omgevingswet worden gemeenten verplicht een regionaal afgestemd volkshuisvestingsprogramma vast te stellen.
Dit programma omvat onder andere de lange termijn opgave volkshuisvestingsbehoefte, de woningbouw voor de komende 10 jaar, de realisatie van woonzorg en huisvesting voor aandachtsgroepen, het toekomstbestendig maken van de bestaande voorraad en hoe de leefbaarheid op orde blijft. Over veel onderwerpen hebben we de afgelopen jaren al regionaal afspraken gemaakt, die hierin worden opgenomen. De voortgang wordt halfjaarlijks gemonitord via een regionaal dashboard. Met de samenwerkende gemeenten maken we afspraken over en trekken we samen op in de ontwikkeling van stationslocaties en het versterken van deze OV-knooppunten, in samenhang met een strategie van het fijnmazige OV-netwerk van de regio. We werken aan toekomstbestendige buurten en wijken. We hebben hiervoor een inspirerende leidraad die we benutten bij de inrichting van de openbare ruimte, bestaande bebouwing en bij nieuwe ontwikkelingen. We zetten in op vergroting van het aandeel biobased en circulaire bouwstoffen. We zetten in op ondersteuning, versnelling en subsidies voor de sleutelprojecten genoemd in de woondeal. We hebben een regionaal Bouwberaad en werken hierin samen met de Bouwsociëteit Stedendriehoek. De in 2026 aangestelde coördinator circulaire economie (zie programma Regionale economie van de Toekomst) zal dit meenemen in zijn advies. 10
We werken samen met en stimuleren de samenwerking tussen gemeenten, corporaties, zorg- en welzijnsorganisaties, ontwikkelaars en bouwbedrijven op het gebied van volkshuisvesting, wonen, de bestaande voorraad en de sociale en fysieke leefbaarheid in wijken. Vitaal landelijk gebied We gaan in 2027 aan de slag met implementatie van de aanbevelingen bij “groen groeit mee” door op kansrijke gebieden te werken aan groen/blauwe hoofdstructuur en groen-blauwe-dooradering als versterking van het landschappelijk netwerk en watersysteem. We zoeken daarbij naar realisatiekansen bijvoorbeeld in de vorm van financiering, voor de aanleg samen met gemeenten, waterschappen, Stichting Landschapsbeheer Gelderland, Boer en Natuur en Vereniging Nederlands Cultuurlandschap. We pakken kansen en brengen het in gebiedsprocessen in. Samen met waterschappen werken we aan de afronding van het laatste inspiratiedocumenten ‘Gezond en robuust bodem- en watersysteem 2120’ (Deventer) en werken we aan een afwegingskader bij planvorming en implementatie in beleid. Het gedachtegoed brengen we richting gebiedsprocessen. Voor het onderdeel ‘Ruimte voor agrarisch ondernemerschap’ gaan we door met ondersteunen, verbinden en netwerken versterken van agrariërs richting een toekomst bestendige landbouw.
We hebben daarbij oog voor de leefbaarheid van het platteland en zoeken naar kansen voor bedrijvigheid in het landelijk gebied. We werken aan een duurzaam voedsel- en landbouwsysteem door uitvoering van de regionale voedselagenda, het versterken van netwerken, het organiseren van bijeenkomsten, het versterken van ketens, scholing en inbedding in gebiedsprocessen. Voor het onderdeel leefbaar landelijk gebied blijven we werken aan kansrijke cross-overs die bijdragen aan de leefbaarheid. Regionale economie van de toekomst In 2027 werken we aan de versterking van de ruimtelijke economie vanuit de keuzes die gemaakt worden in het Ontwikkelperspectief. Daarnaast werken we, samen met de provincies, verder aan de uitvoering van het Regionaal Programma Werklocaties (RPW) 2025-2028. We stemmen regionaal de ontwikkeling en benutting van bedrijventerreinen af, zodat vraag en aanbod van werklocaties in de regio in balans blijven. Onze inzet richt zich op zowel bestaande als nieuwe bedrijventerreinen. Het regionaal samenwerken aan het toekomstbestendig maken van onze bedrijventerreinen en werklocaties zetten we voort in 2027. Als regio werken we gezamenlijk met het georganiseerde bedrijfsleven aan een meerjarig toekomstbestendige bedrijventerreinen (TBBT) programma gericht op publiek-private samenwerking (PPS), kennisdelen en het verhogen van de organisatiegraad.
We treden op als aanjager en regisseren investeringen die passen bij een duurzame toekomst. In de uitvoering van de PPS zorgen we voor aansluiting op provinciale programma’s en de Regio Deal projecten Smart Energy Hubs en Groene en Gezonde Bedrijventerreinen. In 2027 werken we samen met de Economic Board aan het opzetten en uitvoeren van een Kennis & Innovatie agenda (KIA) die voortbouwt op onze Economische Propositie. Ook werken we samen met het Werkcentrum Veluwe Stedendriehoek aan een goede aansluiting van de arbeidsmarkt op het MBO en HBO onderwijs. Wij sluiten qua economie aan en dragen bij aan onderwerpen van de Regionale Meerjaren Agenda van Veluwe Stedendriehoek. Voor 2027 ondersteunen we het zelfstandige Logistieke Netwerk dat is opgericht en zich onder andere bezig houdt met verduurzaming van goederenvervoer, Veiligheid & Digitalisering en het versterken van de logistieke arbeidsmarkt. Voor onze regio erkennen we het economisch en maatschappelijk belang van de logistieke keten en de rol van A1/A50/IJssel/Twentekanaal en North Sea Baltic Corridor (NSBC) daarin. Daarom ondersteunen we samenwerking in de logistieke sector en logistieke belangen van onze maakbedrijven. We geven invulling aan de lobbydoelen van onze binnenvaart en het bevaarbaar houden van de IJssel.
Ook in 2027 werken wij, vanuit de structuur van ondernemershuizen, verder aan het regionale programma gericht op de ondersteuning van het MKB naar groene, digitale en impactvolle groei. Dit onder de titel: Krachtig MKB. Het programma is gericht op klein (en micro) MKB-bedrijven. In meerdere programma’s komt het thema circulaire economie naar voren. In 2026 is een coördinator circulaire economie aangesteld om een advies te geven hoe dit programma-overstijgende onderwerp vorm krijgt in de regio en zich verhoudt tot de structuur van de regio. Op het moment van schrijven is nog niet bekend hoe dit zich in 2027 voortzet. Mobiliteit 11
In 2027 stellen we het nieuwe regionale mobiliteitsplan, ter vervanging van de regionale Mobiliteitsagenda 2023 – 2027. Wij stellen dit plan op in het licht van de eisen van een duurzaam mobiliteitsplan van de EU (Sustainable Urban Mobility Plan, SUMP). Wij willen hiermee voorbereid zijn op mogelijke mede financiering van opgaven (Rijk, EU) die dit als eis stellen. Een belangrijk onderdeel in het nieuwe mobiliteitsplan is het doorvertalen van het Ontwikkelperspectief op bereikbaarheid en mobiliteit. Daarnaast zal, mede gelet op het Ontwikkelperspectief, een nog grotere inspanning nodig zijn voor de omschakeling naar duurzame mobiliteit (STOMP principe) binnen de regio. Hier is juist gezamenlijkheid en een regionale aanpak van belang. Denk aan verduurzaming van vervoer, benutten van fiets en wandelen, aanbod aan deelmobiliteit. De samenhang tussen verschillende vormen van vervoer duiden wij aan als publieke mobiliteit. Wij werken verder aan de hand van onze uitvoeringsagenda. Wij zetten onze samenwerking met werkgevers voort. Wij ondersteunen bedrijven met een logistiek makelaar om logistiek te verbeteren. Wij voeren campagnes voor het stimuleren van het fietsgebruik.
Naast de financiering vanuit de regiobegroting financieren we onze activiteiten vanuit bijdragen van het Rijk en beide provincies Ruimtelijke ontwikkeling Begin 2027 wordt naar verwachting het definitieve Ontwikkelingsperspectief 2050 ter besluitvorming voorgelegd aan de gemeenteraden, provincies, waterschappen en het Rijk. Het Ontwikkelperspectief wordt vertaald naar een uitvoeringsprogramma en een Regionale Investeringsagenda. Dit betekent een nieuwe fase. Parallel hieraan worden verschillende gebiedsprocessen verder gebracht, als deelopgaven van de ontwikkeling van onze regio. Vanuit deze investeringsopgaven sturen we op cofinanciering en investeringsmiddelen die met deze “novex light” aanpak in beeld komen, en maken daar afspraken over in bestuurlijke overleggen (zoals het BO Leefomgeving / MIRT). In de loop van 2027 wordt duidelijkheid geboden over de rol van het programma Ruimtelijke Ontwikkeling binnen het totaal van het Ontwikkelperspectief. Daarnaast heeft het programma een actieve rol in lopende ruimtelijke keuzes door samenwerkingspartners.
12
3.3 Kosten: wat gaat het programma kosten omschrijving lasten Inzet capaciteit
rekening
begroting
begroting
2025 1.585.847
2026 1.423.159
2027 1.381.274
Agenda Slimme, groene verstedelijking Vitaal landelijk gebied Regionale economie van de toekomst Mobiliteit Ruimtelijke ontwikkeling Energiesysteem van de toekomst Regiodeal CTR Regiodeal Sterker in 3D
371.549 38.592 116.646 71.385 71.848 5.234 1.247 28.515 38.082
364.350 41.640 104.100 91.087 104.100 13.013 10.410 -
493.554 34.748 139.878 76.011 232.058 10.859 -
Subsidies & Activiteiten Slimme, Groene Verstedelijking Verstedelijking in Balans Vitaal landelijk gebied Regionale Economie van de Toekomst Mobiliteit Energiesystemen van de Toekomst Totale lasten
1.773.671 676.136 352.216 11.199 105.255 628.865 3.731.067
1.787.509
1.874.828
omschrijving baten Inzet Capaciteit Bijdrage gemeenten Bijdrage Energiesystemen van de Toekomst Bijdrage Regiodeal Sterker in 3D Bijdrage Regiodeal ctr
rekening
begroting
begroting
2025 2.095.642 1.797.078 102.162 139.111 57.291
2026 1.423.159 1.423.159 -
2027 1.381.274 1.381.274 -
-
-
484.576 405.210 23.021 3.263 15.000 38.082
364.350 364.350
493.554 493.554
-
-
Subsidie en activiteiten Bijdrage subsidies Rijk en Provincie Bijdrage Gemeenten Mobiliteitsproject Fietscampagne Bijdrage Woondeal Proces Bijdrage NPLW Bijdrage Ontwille;perspectief Bijdrage Regionale Routekaart
1.851.925 1.178.648 57.888 61.875 132.783 287.216 133.515
-
-
Totale baten
4.432.143
1.787.509
1.874.828
Saldo baten en lasten
701.076
-
-
Onttrekking Bestenmmingsreserve overlopende posten
65.000
-
Agenda Bijdrage gemeenten Bijdrage Vitaal Landelijk Gebied Bijdrage Regionale Economie van de Toekomst Bijdrage Regiodeal CTR Bijdrage Regiodeal Sterker in 3D
Onttrekking Bestenmmingsreserve mobiliteit
-
Bijdrage uit reserves
65.000
Resultaat na mutaties reserves
766.076
Meerjarenperspectief
2027
-
-
2028
-
2029
Lasten Baten
1.960.378 1.960.378
2.049.861 2.049.861
2.143.459 2.143.459
Saldo
-
-
-
Wij verwachten dat de programma’s in 2027 binnen die huidige financiële kaders van de begroting 2026 (excl. indexering) blijven en hun doelen kunnen realiseren. Wij gaan er vooralsnog vanuit dat nieuwe ambities gefinancierd kunnen worden vanuit de bestaande middelen (nieuw voor oud) of vanuit externe middelen (subsidies). Het programma Energiesysteem van de Toekomst heeft haar eigen begroting los van de regio, onder verantwoordelijkheid van de gemeente Brummen. De financiële budgetten voor het proces van het Ontwikkelperspectief lopen via de begroting van de Regio Stedendriehoek. Deze budgetten zijn afkomstig vanuit het Rijk, de beide provincies, de waterschappen en de acht gemeenten. 13
4.
PROGRAMMA 002 – Lobby, Communicatie en Business Development
4.1 Toelichting De positionering en profilering van onze regio door middel van lobby en communicatie en het actief verbinden van regionale en bovenregionale partners aan de regionale opgaven zijn belangrijke taken voor de regionale werkorganisatie. In dit programma vindt u een overzicht van de uitgaven die in 2027 nodig zijn om de lobby en communicatie vorm te geven. Ook de inzet van business development is onderdeel van dit programma.
4.2 De plannen voor 2027 Lobby Lobby loont! Onze regio heeft een plek in de Nota Ruimte, we hebben een Regio Deal gesloten met het rijk voor € 20 miljoen en dankzij gezamenlijke lobby is besloten dat het gebied Binnenstad, Stationsgebied Spoorzone en Kanaalzone (BSK) in Apeldoorn aangewezen is als grootschalige woningbouwlocatie (GWL) en Deventer en Zutphen als regionale grootschalige woningbouwlocaties. Ook hebben de gemeenten Apeldoorn, Epe, Voorst en Zutphen financiële middelen voor woningbouw en mobiliteit ontvangen en onderzoeken we samen met het Rijk wat er nodig is om Deventer te positioneren als bovenregionaal knooppunt (de aanleg van een 4 e perron). Deze ontwikkelingen zijn niet alleen van belang voor de genoemde gemeenten, maar voor de hele regio. Ook in 2027 blijft het van belang de regio op de juiste manier te positioneren en profileren met als doel afspraken met het Rijk te maken die nodig zijn om onze opgaven te kunnen verwezenlijken en we aanspraak kunnen maken op (een deel van de) beschikbare middelen van Rijk, provincies en Europa. De ontwikkelkeuzes die gemaakt worden in het Ontwikkelperspectief en de regionale investeringsagenda geven een enorme boost aan het richten van de lobby. In 2027 wordt de strategische lobby-agenda aangescherpt op basis van de afspraken in het Ontwikkelperspectief en de KIA. De agenda blijft de basis van ons handelen.
Dit doen we in nauwe samenwerking met de gemeenten, onderwijsinstellingen en ondernemers. Dat betekent bestuurlijke en ambtelijke lobby op de prioritaire regionale lobbydossiers. De Economic Board speelt een belangrijke rol in de lobby, zowel richting de provincies, Den Haag als Brussel. Ook in 2027 zetten we de gezamenlijke lobby met de regio’s Achterhoek, Twente en Zwolle voort. Door gezamenlijk vanuit Oost-Nederland op te trekken richting Den Haag en Brussel zetten we onze belangen sterker op de kaart. In 2026 is bureau Brussel in het leven geroepen, een plek op het Huis van de Nederlandse Provincies (HNP) waar een kwartiermaker uit de regio een aantal dagen per week aanwezig is. Het doel is om de regio, samen met de andere regio’s in Oost-Nederland, beter te positioneren in Europa op de thema’s North Sea Baltic Corridor en op de innovatieclusters vanuit de KIA. De kwartiermaker introduceert onder andere de Regio Stedendriehoek als actieve partner in Europese netwerken, sluit coalities met relevante andere Europese regio’s met als doel tot Europese aanvragen te komen en brengt bestuurders en leden van de Economic Board in positie op Europese podia.
Vanuit deze kwartiermakersfase verwachten wij dat vanaf 2027 de Regio Stedendriehoek, Achterhoek, Twente en Zwolle gezamenlijk vertegenwoordigd zijn in Brussel om te zorgen dat de grote investeringen vanuit de RIA mede gefinancierd kunnen worden met Europese middelen. Communicatie Communicatie en lobby versterken elkaar. Met onze communicatie laten we zien waar de Regio Stedendriehoek voor staat, waar we samen aan werken en wat dat concreet oplevert voor inwoners, ondernemers en partners in de regio. We vertellen het verhaal van de regio en nemen anderen hierin mee zodat we dit samen uitdragen om ons beter te positioneren met als doel een gezamenlijke koers. Daarmee laten we zien waarom regionale samenwerking nodig is en welke meerwaarde het heeft. We delen successen en uitdagingen, inspireren elkaar en verbinden mensen en initiatieven; een echte netwerkorganisatie. We zorgen dat al onze stakeholders goed betrokken zijn, waarbij de gemeenteraden van de acht gemeenten een belangrijke positie innemen. Zij bepalen immers de koers van de regionale samenwerking. We communiceren via verschillende overleggen, kanalen en middelen zoals P-beraden, raadsconferenties, onze website, nieuwsbrieven, social media en publicaties zoals het jaarverslag en de uitvoeringsagenda.
Ook organiseren en ondersteunen we evenementen en bijeenkomsten die bijdragen aan samenwerking en kennisdeling in de regio. Het communicatieteam adviseert de organisatie in de volle breedte: van positionering, communicatieadvies tot het ontwikkelen van middelen en perswoordvoering. Business development De regionale werkorganisatie richt zich in 2027 nog actiever dan andere jaren op het ondersteunen van kansrijke initiatieven om ze een extra zetje te geven richting uitvoering. Hiervoor zetten we business development in. Business development richt zich op het ontwikkelen van een sterk projectenportfolio dat bijdraagt aan de economische propositie Safe society | smart development, de kennis- en innovatieagenda en de strategische lobbyagenda. In verbinding met de programma’s en onze partners (ondernemers, onderwijspartijen, RCT 14
Gelderland, het Ondernemershuis Stedendriehoek) wordt gekeken waar verbindingen kunnen worden versterkt en waar kansen liggen. De inzet is gericht op het bouwen van ecosystemen, het verbinden van partners en het ontwikkelen van kansrijke proposities die leiden tot projecten, investeringen en (inter)nationale samenwerking. Via deelname aan netwerken als Think East Netherlands (Oost-Nederland) en TechLand (samenwerking OostNederland en Duitsland) en ons eigen bureau Brussel wordt continu ingezet op het matchen van kansrijke regionale initiatieven met nationale of internationale subsidies en fondsen.
4.3 Kosten: wat gaat het programma kosten
omschrijving lasten Inzet capaciteit Business devolpment Regionale Samenwerking Communicatiekosten Totale lasten
rekening 2025 543.132 37.575 80.565 110.932 772.204
begroting 2026 535.788 43.000 93.690 46.845 719.323
begroting 2027 608.236 35.883 96.969 48.485 789.573
omschrijving baten Bijdrage gemeenten agenda Totale baten
rekening 2025 1.090.962 1.090.962
begroting 2026 784.327 784.327
begroting 2027 789.573 789.573
Saldo baten en lasten
318.758
-
-
Meerjarenperspectief Lasten Baten
2028 825.841 825.841
2029 863.785 863.785
2030 903.485 903.485
-
-
-
Saldo
In de Regionale Investeringsagenda wordt opgenomen hoe we met de partners structurele invulling geven in investeringskracht. We verwachten de inzet in Brussel in 2027 te financieren binnen de huidige middelen, dit is mede afhankelijk van de mate waarin we kunnen samenwerken met de andere regio’s. Voor de overige bedragen binnen begrotingsprogramma 002 verwachten wij geen aanpassingen (uitgezonderd indexering).
15
5.
PROGRAMMA 003 – BESTUUR EN ORGANISATIE
5.1 Toelichting Dit programma is het ondersteunende programma van de Regio Stedendriehoek. Onder dit programma valt het kernteam van de organisatie dat verantwoordelijk is voor het volledige bestuurlijke proces en bedrijfsvoering. De voorbereiding van de bestuurlijke overleggen, algemeen en dagelijks bestuur, vindt plaats via het (ambtelijke) Strategische Team en de (bestuurlijke) Programmaberaden met bijbehorende werkgroepen. Deze laatste worden gefaciliteerd via de diverse inhoudelijke programma’s (zie programma 001). Vanuit programma 003 wordt ook de ondersteuning verleend aan de Economic Board en aan de raadsadviescommissie . Onder dit programma valt ook de voorbereiding en uitvoering van de financiële cyclus (kaderbrief, begroting, jaarplan en jaarstukken) en de bedrijfsvoering, waaronder HR, huisvesting en ICT.
5.2 De plannen voor 2027 Naast de reguliere taken wordt in 2027 extra aandacht besteed aan de volgende opgaven. Herijking uitvoeringsagenda en doorontwikkeling organisatie In 2027 vindt de herijking van de Uitvoeringsagenda 2023-2030 plaats, op basis van onder andere het vastgestelde Ontwikkelperspectief en de vastgestelde Kennis- en innovatieagenda. Ook wordt gekeken naar welke capaciteit, middelen en organisatie nodig zijn om de uitvoering van het Ontwikkelperspectief en de KIA op een efficiënte en effectieve manier op te pakken. Dit wordt vertaald in de begroting 2028. Vervolgstappen verkenning regionaal projectbureau In het verlengde hiervan: diverse gemeenten hebben moeite om voldoende kwalitatief personeel te vinden. Met de vaststelling van het Ontwikkelperspectief en concrete afspraken met het Rijk wordt dit probleem steeds nijpender. Dit heeft naast de beschikbaarheid ook te maken met het feit dat (met name) kleinere gemeenten voor bepaalde functies te weinig uur beschikbaar hebben. In 2026 wordt een verkenning uitgevoerd of binnen de regionale samenwerking het uitwisselen en/of het gezamenlijk in dienst nemen van medewerkers meerwaarde heeft. Dit kan gaan om specialisten, projectleiders en/of (strategisch) beleidsadviseurs. In 2027 is de verwachting dat er richting bepaald wordt, inclusief duidelijkheid over eventuele consequenties voor het regiobureau.
Die worden zo nodig vertaald in de begroting 2028. Versterken financiële functie Steeds meer geldstromen vanuit het Rijk en de provincies lopen via de regionale begroting. Wij verwachten dat dit de komende jaren alleen maar meer zal worden wanneer de plannen vanuit het Ontwikkelperspectief, de KIA en de lobby tot uitvoering komen. Dit vraagt om een doorontwikkeling van ‘financial control’ naar ‘business control’, waarbij we niet alleen financieel zicht hebben op de uitvoering van de begroting, maar ook financieel inhoudelijk zicht op de begroting. Dit komt ook voort uit het advies van de gezamenlijke rekenkamers om een betere programmatische sturing toe te passen. In 2026 werken we dit uit in een concreet voorstel. Daarin onderzoeken we ook of en in welke vorm subsidieadvies vanuit de regio aan gemeenten meerwaarde heeft. Daarnaast richten we ons in 2027 op het volgende: • Het adviseren en ondersteunen van het algemeen en dagelijks bestuur en andere bestuurlijke overleggen. • Het ondersteunen van de Economic Board en stakeholdermanagement richting het regionale netwerk. • Het ondersteunen van de raadsadviescommissie en stakeholdermanagement richting de raden. • Het verzorgen van de financiële cyclus (jaarstukken 2026, Kaderbrief 2028, jaarplan 2027, begroting 2028).
• Het verzorgen van de 2-jaarlijkse resultaten uit de Stedendriehoek monitor en het versterken van datagericht werken. • Stakeholdermanagement richting provincies, het Rijk en Europa. • Uitvoering reguliere personeels- en bedrijfsvoeringstaken.
16
5.3 Kosten: wat gaat het programma kosten omschrijving
rekening
lasten Inzet capaciteit Inhuur Opleiding Personeelsgerelateerde kosten
begroting
begroting
2025 665.364 59.052 29.871
2026 735.973 24.081 26.025 14.574
2027 730.495 25.116 26.519 14.851
754.287
800.653
796.981
152.137
130.966
132.800
152.137
130.966
132.800
77.631
66.149
68.993
-2.282
-
-
75.349
66.149
68.993
Accountantskosten
29.207
28.269
29.485
Bestuurskosten
37.889 67.096
15.000 43.269
15.285 44.770
41.436
41.640
43.097
41.436
41.640
43.097
1.090.305
1.082.677
1.086.641
Totaal personele lasten Kosten werkplek (dig archief, huur, meubilair, kantoorbenodigdheden) Totaal werkplek Kosten controller/financiële ondersteuning Kosten betalingsverkeer Totaal control
Totaal bestuurskosten Monitoring Totaal monitoring Totale lasten omschrijving baten Bijdragen van gemeenten
rekening
begroting
2025
2026
begroting 2027 1.086.641
838.855
852.419
Bijdragen gemeenten VNG congres en EWRC Rente deposito
20.000 64.999
-
Totale baten
923.854
852.419
1.086.641
Saldo baten en lasten
-166.451
-
-
Meerjarenperspectief
2027
2028
2029
Lasten Baten
1.133.297 1.133.297
1.182.069 1.182.069
1.233.058 1.233.058
Saldo
-
-
-
We verwachten in 2027 geen financiële aanpassingen binnen het programma 003 (uitgezonderd indexering), uitgezonderd de versterking van het bedrijfsbureau. Dit is een structurele versterking, waardoor we geen gebruik kunnen maken van subsidiemogelijkheden. Dit verwachten wij vooralsnog te kunnen opvangen binnen de begroting.
Indicator Formatie Bezetting Apparaatskosten Uitvoeringsagenda Kosten Bestuur Externe inhuur Overhead
Omschrijving FTE per 1000 inwoners FTE per 1000 inwoners Kosten per inwoner Kosten per inwoner Kosten per inwoner Kosten als % van totale loonsom+totale kosten inhuur % van de totale kosten
0,04935 0,04935 6,63 1,08 0,31 3,57% 43,74%
17
6. Resultaat 2025-2030 Omschrijving
Rekening 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
-
-
-
918.383
-
-
Begroot saldo Gerealiseerd saldo Voorstel reservering reserve OP Saldo na bestemming reserves
nnb nnb
Meerjarenperspectief Lasten Baten
2028 -
2029 -
2030 -
-
-
-
Saldo
7. Recapitulatie op programmaniveau en meerjarenperspectief 7.1.
Meerjarenperspectief 2027-2030 begroting 2027
begroting 2028
begroting 2029
begroting 2030
omschrijving
lasten
baten
lasten
baten
lasten
baten
lasten
baten
Uitvoeringsagenda 2023-2030
1.874.828
1.874.828
1.960.378
1.960.378
2.049.861
2.049.861
2.143.459
2.143.459
789.573
789.573
825.841
825.841
863.785
863.785
903.485
903.485
Bestuur en Organisatie
1.086.641
1.086.641
1.133.297
1.133.297
1.182.069
1.182.069
1.233.058
1.233.058
Geraamd totaal saldo baten en lasten
3.751.042
3.751.042
3.919.516
3.919.516
4.095.716
4.095.716
4.280.002
4.280.002
Lobby, Communicatie en Busines Devolpment
De meerjarige bijdrage per gemeente op basis van de inwoneraantallen van deze begroting is als volgt: Bijdrage per gemeente (o.b.v. inwoners 2025 CBS) 2027
2028
2029
2030
Apeldoorn
1.386.705
1.448.987
1.514.126
1.582.254
Brummen
176.013
183.918
192.186
200.834
Deventer
858.107
896.648
936.956
979.114
Epe
275.357
287.724
300.658
314.187
Heerde
158.826
165.960
173.421
181.224
Lochem
282.325
295.005
308.267
322.138
Voorst
210.345
219.793
229.673
240.007
Zutphen
403.364
421.480
440.428
460.245
Totaal
3.751.042
3.919.516
4.095.716
4.280.002
8,23
8,60
8,98
9,39
per inwoner
De bijdrage per inwoner bedraagt in 2027 € 8,23 in 2026 was dit € 7,91
18
8.
Paragrafen
8.1.
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
In deze paragraaf wordt de relatie gelegd tussen weerstandscapaciteit (in hoeverre beschikt de regio over middelen en mogelijkheden om niet-begrote kosten te dekken) en de risico’s waarvoor geen financiële voorzieningen zijn gevormd of die niet tot afwaardering van activa hebben geleid en die van materiele betekenis kunnen zijn in relatie tot het balanstotaal of de financiële positie. Indien onverhoopt zich een situatie voordoet waarbij dusdanige onvoorziene “schades” optreden die niet uit regionale middelen voldaan kunnen worden zal een beroep gedaan moeten worden op de regiogemeenten.
8.1.1.
Weerstandscapaciteit
De regio kent geen algemene reserve. De exploitatielasten worden jaarlijks verrekend met de gemeenten.
8.1.2.
Risico
Medio 2023 zijn door de secretaris, de bestuursadviseur, de controller en de manager bedrijfsvoering de belangrijkste risico’s voor de organisatie in kaart gebracht. Deze risicoanalyse is begin 2025 herhaald en nader verdiept, waarbij de risico’s ongewijzigd zijn gebleven. Het belangrijkste risico blijft de beschikbaarheid van voldoende personeel, terwijl de potentiële impact van de overige risico’s als beperkt wordt ingeschat. Voor het optreden van deze risico’s is het niet nodig om een bedrag te reserveren
8.1.3.
Kengetallen
De volgende kengetallen zijn voorgeschreven: 1. a netto schuldquote: de netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de medeoverheid ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Omdat er bij leningen onzekerheid kan bestaan of ze allemaal worden terugbetaald, wordt bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid gemaakt door het kengetal zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden te berekenen. Op die manier wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is én wat dat betekent voor de schuldenlast. Bij beide berekeningen worden bij de financiële activa de verstrekte leningen opgenomen. De regio heeft geen langlopende leningen meer, deze zijn in 2015 afgelost. Verder staat de Regio in principe niet “rood”. Het kengetal fluctueert met het in “kas” hebben van voorschotten van subsidies. b netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen: zie bij a. De regio verstrekt geen leningen, daardoor wijzigt de ratio niet. 2. solvabiliteitsratio: deze ratio geeft inzicht in de mate waarin de regio in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. 3. grondexploitatie: Grondexploitatie is geen deel van het takenpakket van de Regio Stedendriehoek. 4. structurele exploitatieruimte: deze is niet van toepassing.
De structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een gemeente of provincie heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Bij de regio worden de structurele lasten jaarlijks begroot en vervolgens verrekend met de bijdrage van de gemeenten op basis van inwoneraantallen. 5. belastingcapaciteit: Belasting heffen is geen deel van het takenpakket van de Regio Stedendriehoek. Het opstellen van de begroting t+1 (t is het huidige jaar) valt gelijktijdig met opstellen van de jaarstukken voor jaar t-1. Vanwege deze werkwijze is het voor de regio niet mogelijk om kengetallen te berekenen op begrotingsbasis. Kengetallen
Realisatie 2024
Realisatie 2025
Netto schuldquote
-13,9%
-19,7%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen
-13,9%
-19,7%
Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte
23,8% nvt nvt
34,6% nvt nvt
nvt
nvt
Belastingcapaciteit
Resumé: De weerstandscapaciteit van de Regio Stedendriehoek is niet groot. Indien onverhoopt de regio op enig moment niet meer aan haar verplichtingen kan voldoen, kan teruggevallen worden op de deelnemende gemeenten. De netto schuldquote in de jaren 2026-2029 kan niet worden berekend, omdat deze wordt gebaseerd op de te prognosticeren balans in deze jaren. Deze wordt met name gevormd door de overlopende activa en passiva. Een en ander fluctueert nogal met de subsidies die op dat moment door de administratie lopen. De ontwikkeling van deze posten kan zeer grillig verlopen. Op dit moment prognosticeren wij de balans 19
voor zowel de activa als de passiva kant op € 0. De solvabiliteitsratio over de jaren 2026-2029 kan niet worden berekend omdat er in de begroting geen saldo wordt geraamd.
8.2.
Financiering
In deze paragraaf wordt nader ingegaan op het risicobeheer van de financieringsportefeuille. De Wet financiering decentrale overheden en de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden zijn van toepassing. Aangezien wij geen gelden lenen of uitlenen heeft dit voor ons geen effect. .
8.2.1.
Kasgeldlimiet
De kasgeldlimiet geeft het bedrag aan dat maximaal met korte externe middelen mag worden gefinancierd. Indien boven deze limiet wordt gekomen moet overgegaan worden op een vaste geldlening. De kasgeldlimiet is voor het jaar 2027 bepaald op 8,2% van het begrotingstotaal. Het totaal van deze begroting 2027 bedraagt € 3.751.042 de kasgeldlimiet komt daarbij op € 307.586 De Wet FIDO geeft aan dat voor de kasgeldlimiet een minimumbedrag geldt van € 300.000 (artikel 3, lid 2).
Kasgeldlimiet 8,2% Wettelijke norm kasgeldlimiet
8.2.2.
2027 307.586 300.000
2028 321.400 300.000
2029 335.849 300.000
2030 350.960 300.000
Renterisiconorm
De renterisico’s op de langlopende financieringsmiddelen wordt ingekaderd door de renterisiconorm. De renterisiconorm is gebaseerd op 20% van de totale begroting. Op basis van de huidige begroting (deze is totaal € 3.751.042) bedraagt de renterisiconorm € 750.209. De Regio neemt overigens in principe geen langlopende financieringsmiddelen op.
Renterisiconorm 20% Wettelijke norm renterisiconorm
8.2.3.
2027 750.209 2.500.000
2028 783.903 2.500.000
2029 819.143 2.500.000
2030 856.000 2.500.000
Kredietrisicobeheer
Is niet van toepassing.
8.2.4.
Relatiebeheer
De belangrijkste bankrelatie is de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG). In december 2013 is een zogenaamde “werkrekening” geopend bij de BNG voor het schatkistbankieren, met daaraan gekoppeld een rekening bij de schatkist. Liquiditeitenbeheer De Regio staat in principe niet “rood”. Administratieve organisatie liquiditeitsfunctie De basis hiervoor is gelegd in het Treasurystatuut. Dit statuut is eind 2021 geactualiseerd. Het geactualiseerde statuut past beter bij het beperkte liquiditeitenbeheer. Het proces betalen van een factuur is volledig beschreven. Informatievoorziening De regio informeert via de begroting en jaarrekening de provincie over de stand van de kasgeldlimiet.