CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

(134) Achtergrondrapport Programma Mobiliteit D433795

Besluitvormende raadsvergadering 27 juni 2024, gemeente BrummenBij agendapunt: Programma Mobiliteit 2050, Ruimte voor beweging16.321 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

54

LOKAAL – Structuurvisie Centrum Brummen STRUCTUURVISIE CENTRUM BRUMMEN (2011) Met de vastgestelde structuurvisie legt de gemeente het ruimtelijke speelveld neer op basis waarvan zij samen met de gemeenschap en andere partijen een invulling wil geven aan de ruimtelijke ontwikkeling van het centrum van Brummen. Met betrekking tot de invulling voor verkeer is het volgende opgenomen: •

Ten aanzien van de bereikbaarheid zet het Centrumplan in op een betere en heldere (parkeer-)bereikbaarheid. Dit wordt bereikt door de entrees naar de Ambachtsstraat aan te passen en een soepele routing te maken naar het Dekkerplein.

•

De gemeente wenst graag te sturen in het aantal langparkeerders. Daartoe zullen afspraken gemaakt worden tussen gemeente en OVB. Op dit moment wordt geen actieve sturing door bijvoorbeeld een blauwe zone voorgesteld.

PILOT TERUGGEDRAAID De pilot is uiteindelijk teruggedraaid omdat het veranderen van de eenrichtingswegen niet het gewenste effect had.

Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

55

LOKAAL - Parkeerbeleid PARKEERNOTA (2007) De Parkeernota Gemeente Brummen betreft vooral een voorwaardenscheppend beleid (vraagvolgend) en richt zich dus niet op het ontmoedigen van het autogebruik. Actuele parkeerproblemen geven geen aanleiding tot het beschikbaar stellen van extra budget, maar worden zoveel als mogelijk opgelost als onderdeel van reguliere onderhouds- en herstructureringswerkzaamheden. Uitgangspunt bij ruimtelijke ontwikkelingen is om geen betaald parkeren in te voeren en ook geen blauwe zones te realiseren. Dit om de gemeente concurrerend te laten zijn met de winkelcentra in de omliggende gemeenten. PARAPLUBESTEMMINGSPLAN PARKEREN (2018) De juridische borging van het gemeentelijke parkeerbeleid dient te gebeuren via het bestemmingsplan. Hiervoor is het Paraplubestemmingsplan Parkeren opgesteld. In dit plan is de parkeerregeling opgenomen met het hierna geciteerde doel: “Parkeernormen worden gehanteerd om bij bouwplannen of wijzigingen in het gebruik de behoefte van het benodigde aantal parkeerplaatsen te bepalen. Het uitgangspunt is dat bij de ontwikkeling van een plan het aantal benodigde parkeerplaatsen op eigen terrein wordt gerealiseerd.

Hiermee wordt ervoor gezorgd dat de parkeerdruk niet op het openbaar gebied wordt afgewenteld en daar vervolgens tot problemen leidt.” Voor de te hanteren parkeernormen wordt aangesloten bij de parkeerkencijfers van het Nationaal kenniscentrum voor infrastructuur, verkeer en openbare ruimte (CROW: Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie, publicatie 317, oktober 2012). VERGROENEN VAN PARKEERPLAATSEN De gemeente streeft ernaar parkeerplaatsen meer te vergroenen, bijvoorbeeld door het ontwikkelen van zonnedaken.

Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

56

LOKAAL – GVVP 2011 GEMEENTELIJK VERKEER EN VERVOER PLAN BRUMMEN In het GVVP uit 2011 stond de ruimtelijke ontwikkelingsvisie ‘Ligt op Groen!’ centraal. Op basis van deze visie is destijds de kern van de mobiliteitsvisie als volgt vastgesteld:

•

•

•

Inhoudelijk gaat het GVVP in op de volgende aspecten, met een zeer bondige beschrijving van de inhoud: •

Mobiliteitsvisie. De punten hieruit zijn op deze pagina in het linker tekstblok beschreven.

Bereikbaarheid: het verkeer dient afgewikkeld te worden via de randen van de gemeente, via de zogenaamde 'regionale verkeersdragers'. Dit zijn in hoofdzaak de provinciale wegen die ruwweg aan de randen van de gemeente zijn gelegen.

•

Duurzame mobiliteit. Betreft informatie over mobiliteitsmanagement en het nieuwe werken.

•

Wegencategorisering. Inclusief informatie over speciale weggebruikers, zoals ongewenst doorgaand verkeer, landbouwverkeer en hulpdiensten.

Leefbaarheid en veiligheid: om de leefbaarheid in de dorpskeren en het buitengebied te verbeteren worden ook in de kernen 'lokale verkeersdragers’ aangewezen, bedoeld om verkeer van en naar de woonwijken en bedrijventerreinen op af te wikkelen. De overige wegen (niet verkeersdragers) zijn wegen waar verblijven voorop staat en waar het afwikkelen van verkeer secundair is.

•

Bereikbaarheid. Beschrijft de gewenste bereikbaarheid van diverse belangrijke voorzieningen, zoals dorpskernen en bedrijventerreinen.

•

Verkeersveiligheid. Aanpak ongevallenconcentraties, infrastructuur, educatie en handhaving.

•

Recreatief fietsen. Kwaliteitseisen en fietsvoorzieningen voor het fietsknooppuntennetwerk.

•

Parkeren. Speciaal aandacht voor het parkeren in de centrumgebieden van Brummen en Eerbeek.

•

Leefbaarheid en natuur. Over de leefbaarheid, geluidsniveaus en natuurwaarden in de omgeving.

Groen: om het groene, aantrekkelijke en waardevolle middengebied van de gemeente te behouden, en waar mogelijk te versterken, dient het doorgaand autoverkeer zoveel als mogelijk te worden voorkomen waarbij het principe wordt gehanteerd van 'géén doorgang, wél toegang’. Het groenstructuurplan wordt in september 2024 verwacht.

Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

57

LOKAAL - Toerisme KWALITEITSTOERISME IN GEMEENTE BRUMMEN In de gemeente wordt toerisme als middel gezien om een bijdrage te leveren aan de lokale opgaven van de toekomst. De gemeente ligt op een strategische positie van de meest toeristische vakantiebestemming van Nederland; de Veluwe. Toch is het toeristisch aanbod, naast het fietsen en wandelen in de mooie natuur, zeer beperkt. Dit resulteert in een lage gemiddelde besteding van dagrecreanten. Het ideaalbeeld van de gemeente bestaat uit de volgende punten: •

De vrijetijdsbeleving voor bezoekers en inwoners is precies zoals men verwacht had na het zien van het drukwerk en de toeristische website; waardevolle landgoederen en industrieel erfgoed verbonden door de natuur van het Veluwemassief en de IJsselvallei.

•

De bezoekers die in de gemeente verblijven maar ook dagrecreanten besteden gemiddeld goed omdat er activiteiten ondernomen kunnen worden.

Het winkel en horeca aanbod is bovengemiddeld goed en zorgt voor werkgelegenheid, een prettige leefomgeving en een goed vestigingsklimaat. Algemeen aandachtspunt is dat in het Nationaal Park Veluwezoom de bezoekersdruk op sommige plekken niet in balans is. Mobiliteit en infrastructuur lijken primair voor een deel van de oplossing.

Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

58

REGIONAAL – Regiosamenwerking Veluwe op 1 REGIOSAMENWERKING VELUWE OP 1 Dit samenwerkingsverband richt zich op drie hoofdpijlers gericht op de ontwikkeling van de Veluwe: 1.

Behoud en herstel van ecologische diversiteit en robuustheid in het centrale natuurgebied van de Veluwe en de omliggende gebieden IJsselvallei, Randmeren en Gelderse Vallei.

2.

Een bredere kijk op recreatie en toerisme, waarbij het niet meer in de eerste plaats gaat om het trekken van meer bezoekers, maar om meer kwaliteit. Wij zien toerisme vooral als een middel om de Veluwse natuur, economie en samenleving te versterken.

3.

Meer aandacht voor de wensen, belangen en betrokkenheid van bewoners bij nieuwe ontwikkelingen op de Veluwe.

Binnen dit samenwerkingsverband staan samenhang, samenwerking en focus centraal. De visie voor de komende jaren is vastgesteld in de Veluwe Agenda 2030. VELUWE AGENDA 2030 Gewerkt wordt aan een ambitieus plan in het centrum van Eerbeek om een toeristisch opstappunt (TOP) te realiseren. Dit brengt extra verkeersdruk met zich mee. Hierbij wordt gezocht naar de fysieke verbinding voor fietsers/wandelaars tussen de Veluwezoon, recreatiepark Landal en het centrum van Eerbeek. In de ambities voor de centrumontwikkeling van Eerbeek is deze wens opgenomen. Bij deze TOP zijn nieuwe ontwikkelingen mogelijk, zoals een museum, bibliotheek en (zorg)instanties.

Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

Toenemende vraag naar recreatie en dus recreatief verkeer: 1.

Met de schaalsprong groeit het aantal inwoners sterk. Deze mensen willen in hun vrije tijd allemaal recreëren in hun omgeving. Naast de eigen inwonersgroei van Brummen ligt onze gemeente ingeklemd tussen Apeldoorn, Deventer, Zutphen en Arnhem. Deze steden hebben een grote verstedelijkingsopgave. Brummen ligt in hun stedelijk uitloopgebied. De vraag naar recreatieruimte in Brummen zal dus behoorlijk toenemen.

2.

Ook groeit het binnenlands (Nederlanders in eigen land) en inkomend toerisme (met name Duitsers en Belgen). Een deel van deze groei zal landen op één van de meest populaire vakantiebestemmingen van Nederland; de Veluwe waar Brummen onderdeel van is.

3.

Het centraal Veluwemassief moet vanwege natuurdoelen ontlast worden. Er wordt gestuurd op spreiding in tijd (recreëren buiten het hoogseizoen) en spreiding in ruimte (de flanken van de Veluwe). Brummen ligt in de flank de IJsselvallei welke wordt gezien als een van de flanken waar ontwikkelruimte is voor bezoekers

59

REGIONAAL – Stedendriehoek MOBILITEITSAGENDA 2023–2027 De Stedendriehoek (voorheen Cleantech Regio) ligt centraal in Oost-Nederland. Op het kruispunt van de A1 en de A50, de IJssel, de spoorverbinding oost-west (Randstad-Berlijn) en de spoorverbinding noord-zuid (Zwolle-Arnhem). Als regio in twee provincies, midden tussen de Randstad, Twente, Zwolle en Arnhem-Nijmegen. Met de Mobiliteitsagenda gaat de regio de komende jaren belangrijke stappen zetten. BASISNETWERK OP ORDE De Stedendriehoek ligt centraal in het landsdeel Oost en is daarmee een belangrijke economische regio voor het landsdeel. De regio ligt centraal op de kruispunten van de A1 en A50, de IJssel en diverse spoorverbindingen. Het versterken van de verbinding met de rest van Nederland is belangrijk en creëert kansen voor de hele regio. De komende jaren wordt daarom gewerkt aan het verbeteren van de bereikbaarheid en doorstroming van het (boven)regionale netwerk. Doel is om de ‘basis op orde’ te krijgen. Dit wordt gedaan door het weg-, water en spoornetwerk te verbeteren: •

Betere bereikbaarheid A1 corridor.

•

Betere bereikbaarheid A50 corridor.

•

Robuuste oplossing goederentreinen.

•

Versterken North Sea-Baltic corridor.

•

Verbeteren regionale bereikbaarheid.

Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

OVERIGE STRATEGISCHE OPGAVEN De Strategische Agenda wordt uitgevoerd op basis van vijf opgaven, één daarvan is de basis op orde krijgen, de anderen opgaven zijn:

•

Stimuleren fietsgebruik Opgave: Verhogen fietsgebruik door aanbieden van een aantrekkelijk netwerk en stimuleren gebruik van de fiets.

•

Ontwikkeling mobiliteitshubs Opgave: Ontwikkeling van een gevarieerd stelsel van mobiliteitshubs.

•

Transitie naar slimme en schone mobiliteit Opgave: Het realiseren van een transitie naar slimme en schone mobiliteit, samen met gemeenten en werkgevers.

•

Nieuwe mobiliteitsoplossingen in planvorming Opgave: Extra investeringen in planvorming met nieuwe mobiliteitsoplossingen.

60

REGIONAAL – Kanaalroute Apeldoorn VERKEERSVEILIGE KANAALROUTE Eind februari 2022 is de eindrapportage van onderzoeksbureau Antea over de verkeersveiligheid van de Kanaalroute aangeboden aan de gemeenteraden van Brummen en Apeldoorn. In het onderzoek concludeert Antea dat de huidige functie, vorm en gebruik van het traject langs het Apeldoorns Kanaal niet goed op elkaar zijn afgestemd. De kanaalroute tussen Apeldoorn en het kruispunt N787 Dierenseweg kent dus een nadrukkelijke opgave om de verkeersveiligheid sterk te verbeteren. De ruimtelijke en landschappelijke beperkingen op en langs deze route maken dat het duurzaam verlagen van de snelheid, met behoud van de ontsluitingsfunctie als enige haalbare oplossingsrichting wordt gezien. Een nadeel daarbij is de impact van een snelheidsverlaging op de routekeuze van het gemotoriseerd verkeer. De opgave is een Kanaalroute waarbij de snelheid van het gemotoriseerd verkeer significant is gedaald, zonder dat daarbij een ongewenste verplaatsing van verkeer naar ongeschikte routes plaatsvindt.

Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

In het rapport van Antea is zowel het geheel of gedeeltelijk verlagen van de snelheid naar 60 km/h onderzocht als het in stand houden van de huidige maximumsnelheden. Rekening houdend met de forse ruimteclaim in de variant GOW-80, wordt de variant GOW-60 het meest haalbaar geacht. Met een GOW60 kan de verkeersveiligheid op de Kanaalroute het beste gewaarborgd worden, gelet op de menging van (doorgaand) verkeer met lokaal verkeer, de aanwezigheid van erfaansluitingen, de bomen die soms dicht op de weg staan, het vrachtverkeer, het landbouwverkeer en de overstekende fietsers. Een belangrijk aandachtspunt hierbij is de lengte van het traject met soms lange rechte wegdelen en het open landschap. Voor voertuigbestuurders vraagt het om discipline om de lagere maximumsnelheid daadwerkelijk te blijven rijden. Het maakt extra snelheidsremmende maatregelen noodzakelijk. Een tweede aandachtspunt is dat de snelheidsverlaging mogelijk leidt tot een gedeeltelijke verschuiving van het verkeer naar de alternatieve route via de N786 door Loenen. Deze ongewenste verschuiving kan tegengegaan worden door ook maatregelen te nemen op de N786 Loenen - A50 (Voortgangsnotitie Koersnota Wegennetvisie Eerbeek-Loenen, 2022).

61

PROVINCIAAL - Omgevingsvisie OMGEVINGSVISIE GAAF GELDERLAND De gemeente ligt in de provincie Gelderland en moet daarom rekening houden met het Gelderse provinciaal beleid. Voor dit mobiliteitsplan zijn de Gelderse omgevingsvisie en de provinciale verkeersnetwerken van belang. Door de provincie Gelderland is de omgevingsvisie ‘Gaaf Gelderland’ opgesteld. Daarin zijn 7 ambities opgenomen voor een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Door deze ambities na te streven wil de provincie het verschil maken voor een schoon, gezond, veilig en welvarend Gelderland.

Specifieke ambities met betrekking tot mobiliteit zijn: •

In 2030 is het busvervoer zonder uitstoot en is 35% van het totaal aantal verplaatsingen met de fiets.

•

In 2050 is de groei van de mobiliteit op een slimmere manier opgevangen. Snel en veilig internet (thuis/online werken) fungeert daarbij als alternatief voor fysieke verplaatsingen.

In de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland is het volgende over het verkeers- en vervoersbeleid opgenomen: ‘De provincie streeft naar een veilige, betrouwbare en duurzame mobiliteit, als hoofdzaak van het verkeers- en vervoersbeleid. Dit wordt benaderd als een systeem, waarin verschillende mobiliteitsnetwerken op elkaar inwerken, ook over de provinciegrenzen heen, ter ondersteuning van een sterke economie, welvaart en welzijn. Hierbij houden wij rekening met de kwaliteit van de leefomgeving, de doorstroming binnen elk netwerk en de verkeersveiligheid. De provincie heeft specifiek aandacht voor de wisselwerking en knooppunten in het systeem en gaat uit van drie principes: voorkomen, benutten en bouwen. Dit gebeurt op basis van een meerjaren-investeringsagenda en met een regionale aanpak’.

Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

62

PROVINCIAAL – Bereikbaar Gelderland VISIE VOOR EEN BEREIKBAAR GELDERLAND De provincie Gelderland wil dat mensen zich in Gelderland veilig, snel, betaalbaar en klimaatneutraal kunnen verplaatsen. De mobiliteit groeit, verkeersveiligheid vraagt om aandacht, het goederenvervoer neemt toe en de provincie wil de mobiliteit verder verduurzamen. Daarom heeft de provincie een visie opgesteld waarin wordt aangegeven welke route wordt gekozen om Gelderland bereikbaar te houden en welke afwegingen worden gemaakt tussen investeren in infrastructuur en slim gebruiken van het bestaande netwerk.

Doel is om de reiziger te verleiden de slimste en schoonste keuzes te maken door te verbinden, te veranderen en te vergroenen. Om de grootste impact te bereiken, ligt de focus op de volgende bouwstenen:

1.

Realiseren kwalitatief hoogwaardige hubs op de juiste locaties.

2.

Inzetten op fietsen op korte afstanden.

3.

Optimaliseren capaciteit op de langere afstanden.

4.

Verder versterken van het goederenvervoer.

5.

Het bevorderen van de verkeersveiligheid.

Er wordt meer dan voorheen gekeken naar het functioneren en ontlasten van de stedelijke netwerken. Waarbij ook bewust wordt gewerkt aan een balans tussen investeren in de infrastructuur en inzet op slim gebruik van het bestaande netwerk. Centraal in deze visie is de realisatie van hubs op de strategische locaties waarmee verschillende vormen van mobiliteit met elkaar verbonden worden. Zo maken hubs de overstap mogelijk naar fietsen op korte afstanden, maar vormen hubs tegelijkertijd ook de overstap naar het reizen op de langere afstanden. Hubs worden gezien als de cruciale schakels om snel en comfortabel over te kunnen stappen en de reiziger te verleiden om echt de slimste en schoonste manier van reizen te kiezen.

Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

63

PROVINCIAAL – Regionaal hoofdwegennet FUNCTIONEEL KADER WEGENNET GELDERLAND Op het ‘Regionaal Hoofdwegennet – Functiekaart’ zijn de N348 en N345 ten oosten van Brummen aangeduid als regionale verbindingsweg. Ook de N786 is op het grondgebied van de provincie Gelderland gemarkeerd als regionale verbindingsweg. Dit zijn de wegen die de omgeving verbinden met de doorgaande snelwegen. De N787 die van Brummen naar Eerbeek gaat is aangeduid als provinciale weg en ter hoogte van Eerbeek als lokale functie. Overige wegen zijn niet opgenomen in het provinciaal beleid.

Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

64

PROVINCIAAL - Fietsnetwerk HOOFDFIETSNET GELDERLAND De provincie Gelderland heeft voor haar programma ‘Fiets’ een kader voor de uitwerking van het regionale hoofdfietsnet opgesteld. Dit kader geldt voor de regio als uitgangspunt bij de uitwerking van haar uitvoeringsprogramma ‘Fiets’. Er wordt onderscheid gemaakt in: •

Hoogwaardige fietsroutes: verzorgen van een hoogwaardige fietsverbinding voor veel dagelijkse gebruikers; qua reistijd concurrerend met de auto.

•

Doorfietsroutes: verzorgen van een vlotte fietsverbinding voor dagelijkse gebruikers, zonder per se te concurreren met de auto.

•

Schoolfietsroutes: verzorgen van een veilige fietsverbinding voor (groepen) scholieren, niet per definitie de snelste en kortste route.

•

Overige hoofdfietsroutes: verzorgen fietsverbindingen tussen kernen en bestemmingsgebieden, die regio’s ontsluiten waar het gebruik beperkt is.

De Cortenoeverseweg van Brummen richting het zuiden van Zutphen is aangeduid als doorfietsroute, evenals de route richting De Hoven langs de Zutphensestraat en de N345. Vanaf Brummen gaan deze routes gezamenlijk richting Dieren langs de N348. Ook vanaf Eerbeek kan over een doorfietsroute Dieren worden bereikt, echter is er op dit tracé nog een deel zoekgebied voor de doorfietsroute. Tussen Eerbeek en de noordzijde van Brummen is een schoolfietsroute gemarkeerd op het Hoofdfietsnet van de provincie Gelderland. Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

65

PROVINCIAAL - Project PROJECT: N345 - SPIRAALROTONDE De provincie is druk bezig met de werkzaamheden aan de N345 tussen Apeldoorn en Zutphen. Als onderdeel van de werkzaamheden is eind december 2022 de nieuwe rondweg De Hoven/Zutphen geopend. Aansluitend op dit project is er een nieuw project gestart naar de rotonde tussen de N345 en de N348. De huidige rotonde wordt vervangen door een spiraalrotonde om ook de toekomstige verkeersstroom goed te kunnen afwikkelen.

Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

66

LANDELIJK – Verkeersveiligheid STRATEGISCH PLAN VERKEERSVEILIGHEID (SPV) Het SPV 2030 kent een nulambitie: elk verkeersslachtoffer is er één te veel. Overheden willen samen met maatschappelijke partners een maximale inspanning leveren om de risico’s in kaart te brengen en vervolgens inzetten op maatregelen om die risico’s te verkleinen. Dit vraagt om een impuls voor het verkeersveiligheidsbeleid waar het gaat om structurele aandacht, een proactief beleid en een brede samenwerking met de partijen. Het SPV 2030 beschrijft negen beleidsthema’s met de belangrijkste risico’s voor verkeerveiligheid.

Drie thema’s kijken naar de risico’s vanuit het verkeerssysteem en het voertuig: 1.

Veilige infrastructuur (geloofwaardige limieten, aanpassen infrastructuur en veilige bermen).

2.

Heterogeniteit in het verkeer (snelheidsverschillen, massaverschil en nieuwe vervoersmiddelen).

3.

Technologische ontwikkelingen (rijtaakondersteunende systemen, zelfsturende auto’s en innovatie).

Twee thema’s betreffen specifieke risicogroepen (jongeren, ouderen) en modaliteiten: 4.

Kwetsbare verkeersdeelnemers (voetgangers, scootmobielen en tweewielers).

5.

Onervaren verkeersdeelnemers (kinderen, beginnend bestuurder en nieuwe modaliteiten).

De laatste vier betreffen risico’s vanuit de individuele verkeersdeelnemer en het gedrag:

Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

6.

Rijden onder invloed (alcohol, drugs en combigebruik).

7.

Snelheid in het verkeer (snelheidslimieten, veilige snelheid en geloofwaardige weginrichting).

8.

Afleiding in het verkeer (smart functies, passagiers en muziek).

9.

Verkeersovertreders (cameratoezicht, wet- en regelgeving en correctieve sancties).

67

LANDELIJK – Klimaat en omgeving KLIMAATAKKOORD In het Klimaatakkoord zijn ambitieuze doelen en afspraken vastgelegd om onder andere de mobiliteit te verschonen. Voor dit mobiliteitsplan betekent dit dat duurzaamheid een belangrijk onderwerp is om samen met inwoners, bedrijven en andere overheden invulling aan te geven. In het akkoord wordt onderscheid gemaakt in maatregelen die betrekking hebben op:

NATIONALE OMGEVINGSVISIE (NOVI) Met de Nationale Omgevingsvisie geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De visie gaat uit van vier prioritaire opgaven: •

Ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie.

•

De economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden.

•

duurzame hernieuwbare energiedrager in mobiliteit;

•

elektrisch vervoer;

•

verduurzaming personenmobiliteit;

•

Onze steden en regio’s sterker en leefbaarder maken.

•

verduurzaming in logistiek.

•

Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen.

De bovenstaande thema’s worden ook gedeeltelijk beschreven in de Koersnota Eerbeek – Loenen. Deze informatie wordt meegenomen bij het opstellen van het Programma Mobiliteit.

In de visie worden de nationale belangen genoemd die gewaarborgd moeten worden in het beleid voor de fysieke leefomgeving. NATURA 2000 GEBIEDEN Het natura 2000-netwerk bestaat uit gebieden die zijn aangewezen onder de Vogelrichtlijn en onder de Habitatrichtlijn. Beide Europese richtlijnen zijn belangrijke instrumenten om de Europese biodiversiteit te waarborgen.

Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

68

LANDELIJK – Tour de force TOUR DE FORCE De fiets is een gezond, betaalbaar en schoon vervoersmiddel. Een brede coalitie van overheden, marktpartijen, maatschappelijke organisaties, kennisinstituten en samenwerkingsverbanden die verantwoordelijk en betrokken zijn bij het fietsbeleid in Nederland, heeft zich verenigd in de Tour de Force. Tour de Force ziet vijf maatschappelijk ontwikkelingen, waarin de fiets het verschil kan maken: 1.

Fietsen houdt de stad bereikbaar.

2.

Fietsen voor een vitaal landelijk gebied.

3.

Fietsen voor een beter klimaat.

4.

Fietsen voor een betere gezondheid van mensen.

5.

Fietsen biedt mensen kansen.

Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

Bij de start van Tour de Force is de concrete ambitie geformuleerd: 20% meer fietskilometers in 2027 ten opzichte van 2017. Om het doel te bereiken is een gezamenlijke Agenda Fiets 2017-2020 opgesteld met negen doelen:

1.

Nederland toonaangevend Fietsland.

2.

Meer ruimte voor de fiets in steden.

3.

Kwaliteitsimpuls op drukke en kansrijke regionale fietsroutes.

4.

Optimaliseren overstap fiets-ov-fiets en auto-fiets.

5.

Gerichte stimulering van fietsen.

6.

Minder fietsslachtoffers.

7.

Minder gestolen fietsen.

8.

Versterken kennisinfrastructuur.

9.

Fiets in de omgevingsvisies.

69

LANDELIJK – MIRT MEERJARENPROGRAMME INFRASTRUCTUUR, RUIMTE EN TRANSPORT In het MIRT zijn onder andere rijksprojecten en rijksprogramma’s opgenomen waarmee wordt gewerkt aan de bereikbaarheid, veiligheid en ruimtelijke inrichting van Nederland. In het meest actuele MIRT staan diverse projecten benoemd die invloed zullen hebben op de bereikbaarheid van de gemeente: A1 Apeldoorn-Azelo Het traject A1 Apeldoorn-Azelo wordt verbreed met een rijstrook. Bij Deventer wordt gebruikgemaakt van de bestaande brug. Het oostelijk deel van het traject wordt verbreed in de middenberm. Grofweg ontstaan in de nieuwe situatie 2x4 rijstroken op het westelijke deel en 2x3 rijstroken op het oostelijke deel. De regio stelt aanvullende middelen beschikbaar voor inpassing. Goederenroute Elst-Deventer-Twenst (NaNOV) Het programma NaNOV bevat maatregelen die de hinder voor de omgeving beperken. Overwegen worden aangepast of vervangen door tunnels en de sanering van geluidhinder wordt versneld. De Tweede Kamer is met de brief van 16 maart 2015 (TK 32404, nr. 187) geïnformeerd over de voortgang van het NaNOV-programma. Bij de besluitvorming over PHS-onderdelen in juni 2014 (TK 32404, nr. 74, 17 juni 2014) is besloten dat de Goederenroute OostNederland (Elst-Oldenzaal/grens, inclusief kopmaken in Deventer) in ieder geval tot rond 2030 niet nodig is.

Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

70

WAT NEMEN WE MEE? •

Het coalitieakkoord zet in op 11 hoofdpunten voor de komende jaren. Het Programma Mobiliteit kan een bijdrage leveren aan 8 van de hoofdpunten van de gemeente, te noemen: klimaat/duurzaamheid, EerbeekLoenen 2030, Centrum Brummen, wonen, openbare ruimte, mobiliteit, leefbaarheid en vitaliteit.

•

In de Koersnota wegennetvisie Eerbeek-Loenen is een functionele indeling van het wegennet opgenomen die als basis dient voor de komende jaren. Daarnaast zijn er 6 knelpunten aangeduid waarbij aanpassingen benodigd/ wenselijk zijn.

•

•

De structuurvisie voor het centrum van Eerbeek en de Eerbeekse Beek noemt 6 aandachtspunten die het verkeer in Eerbeek beïnvloeden.

•

In de gemeente wordt toerisme als middel gezien om een bijdrage te leveren aan de lokale opgaven van de toekomst. De gemeente ligt op een strategische positie van de meest toeristische vakantiebestemming van Nederland; de Veluwe. Toch is het toeristisch aanbod, naast het fietsen en wandelen in de mooie natuur, zeer beperkt. Dit resulteert in een lage gemiddelde besteding van dagrecreanten.

•

Regionaal wordt in de Stedendriehoek gewerkt aan de volgende opgaven: de basis op orde, stimuleren fietsgebruik, ontwikkeling mobiliteitshubs, transitie naar slimme en schone mobiliteit en nieuwe mobiliteitsoplossingen in planvorming.

•

De huidige functie, vorm en gebruik van het traject langs het Apeldoorns Kanaal zijn niet goed op elkaar afgestemd.

De Parkeernota Gemeente Brummen (2007) betreft vooral een voorwaardenscheppend beleid (vraagvolgend) en richt zich dus niet op het ontmoedigen van het autogebruik. Het huidige beleid is verouderd en er is behoefte aan een herziening van het huidige beleid.

Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

71

WAT NEMEN WE MEE? •

De belangrijke thema’s uit het regionaal, provinciaal en landelijk beleid zijn: fiets, verkeersveiligheid en duurzaamheid.

•

De gemeente ligt in de provincie Gelderland en moet daarom rekening houden met het Gelderse provinciaal beleid. In de Gelderse mobiliteitsvisie staat de realisatie van hubs waarmee verschillende vormen van mobiliteit met elkaar verbonden kunnen worden centraal. Andere bouwstenen die lokaal in de gemeente uitgewerkt kunnen worden zijn het inzetten op fietsen op de korte afstanden en het bevorderen van de verkeersveiligheid. Ook in de Gelderse Omgevingsvisie hebben knooppunten in het mobiliteitssysteem en de fiets een belangrijke rol. Ambitie is dat in 2030 35% van het totaal aantal verplaatsingen met de fiets is.

•

Bij de start van Tour de Force is de concrete ambitie geformuleerd: 20% meer fietskilometers in 2027 ten opzichte van 2017. Om te werken aan deze ambitie worden onder andere de volgende maatregelen aangedragen waar de gemeente via het Programma Mobiliteit aan kan bijdragen: optimaliseren overstap fietsOV-fiets en auto-fiets en gerichte stimulering van het fietsen.

Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

72

05 BRUMMENAREN DENKEN MEE

ENQUÊTE 707 Brummenaren vulden de enquête over mobiliteit in

ENQUÊTE MOBILITEIT De mening over mobiliteit van inwoners en andere belanghebbenden in kaart brengen, dat was het doel van de online enquête die uitstond van 10 april tot en met 7 mei 2023. De resultaten van de enquête worden gebruikt als input voor het Programma Mobiliteit en het uitvoeringsprogramma voor de gemeente. Uit de resultaten worden onder andere prioriteiten van bewoners op het gebied van verkeer en vervoer gehaald en actuele kansen en knelpunten.

RESULTATEN In dit hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste resultaten van de enquête. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de verschillende onderdelen van de vragenlijst:

Verspreiding van de enquête heeft plaatsgevonden via onder andere het Gemeentenieuws, sociale media en een speciale pagina op de website van de gemeente. In totaal hebben 707 respondenten de enquête ingevuld.

•

Achtergrondgegevens.

•

Kwaliteit en belang van mobiliteitsonderwerpen.

•

Trends en ontwikkelingen.

•

Waar gaat het goed en waar kan het beter?

Gezien het totaal aantal inwoners van de gemeente (circa 21.000 inwoners), het aantal respondenten en de kenmerken van de respondenten is de representativiteit van de resultaten voor een gemiddelde inwoner onzeker. Wel is met de enquête een goede indruk verkregen van hoe inwoners en belanghebbenden denken over verkeer en vervoer in Brummen. Voor een nadere duiding van de uitkomsten zijn deze bovendien besproken in de dialoogbijeenkomst (zie hoofdstuk 7). Aanvullend op de enquête heeft Veilig Verkeer Nederland (VVN) een rapport opgesteld met een groot aantal verkeersonveilige, onjuiste en minder begrijpelijke situaties in de gemeente, deze input is meegenomen in de resultaten.

Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

74

ACHTERGROND – Leeftijd en relatie Hoewel deze resultaten een goede indicatie geven van de achtergrond van de respondenten, hebben niet alle respondenten deze vraag ingevuld vanwege privacy.

Alle enquêtes zijn ingevuld door respondenten die een relatie hebben tot de gemeente. Uit de resultaten blijkt dat het overgrote deel van de respondenten inwoner is van de gemeente, gevolgd door werknemers en ondernemers van de gemeente. Scholieren en bezoekers hebben de enquête het minste ingevuld. Onder de respondenten waren voornamelijk volwassenen. De groep van 45 tot 64 jarigen was het grootste, gevolgd door de groep 64 jaar en ouder en de groep 25 tot 44 jaar. Onder de respondenten waren de jongeren ondervertegenwoordigd. De leeftijd en relatie tot de gemeente van de respondenten komt overeen met de resultaten die wij in anderen gemeenten zien.

80%

27%

24% 1% 9%

7%

1%

3%

47% Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

75

ACHTERGROND – Gebruik verplaatsingswijzen HUIDIGE EN TOEKOMSTIGE VERPLAATSINGSWIJZEN Respondenten is gevraagd naar de meest gebruikte verplaatsingswijze die zij momenteel hanteren in en vanuit de gemeente. Opvolgend is hen gevraagd naar de verwachting van de gebruikte verplaatsingswijze in de toekomst. Uit de analyse blijkt dat in de huidige situatie het overgrote deel (52%) van de respondenten voornamelijk gebruik maakt van de auto, direct gevolgd door het gebruik van de fiets (39%). De respondenten verwachten in de toekomst dat dan ook deze vervoerwijzen het meest gebruikt worden, maar dat het autogebruik wel licht afneemt tot 43% en het fietsgebruik licht stijgt tot 42%.

Meest gebruikte verplaatsingswijzen op dit moment in de gemeente Brummen 2%

De respondenten verwachten in de toekomst niet alleen een toename van het fietsgebruik, maar ook een toename van het gebruik van het openbaar vervoer.

Het aantal loopverplaatsingen is op dit moment 7% en de verwachting van de respondenten is dat dit in de toekomst stabiel blijft. De categorie ‘overig’ is vaak ingevuld door ouderen of mensen die slecht ter been zijn, zij geven voornamelijk ‘rollator’ en ‘scootmobiel’ als voornaamste verplaatsingswijzen aan.

Verwachting toekomstig gebruik verplaatsingswijzen in de gemeente Brummen 3%

7%

7%

43% 39%

52%

42%

0% Lopen

Fietsen

Openbaar vervoer

Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

Auto

5% Overig (gebruik toelichting)

Lopen

Fietsen

Openbaar vervoer

Auto

Overig (gebruik toelichting)

76

KWALITEIT EN BELANG Respondenten is gevraagd om met een cijfer van 1-10 zowel de kwaliteit (beoordeling) als het belang te beoordelen van diverse mobiliteitsonderwerpen. Op deze wijze is inzichtelijk gemaakt hoe men de onderwerpen beoordeelt en welk belang aan de onderwerpen wordt gehecht. Daarnaast geeft het verschil tussen beide scores inzicht in de prioriteit van de respondenten. Zo is het mogelijk om onderwerpen met een lage beoordeling maar een hoog belang veel prioriteit te geven. Veel respondenten hechten namelijk veel belang aan zo’n onderwerp, terwijl het in de huidige situatie kennelijk niet goed wordt beoordeeld.

Zo kan aan onderwerpen met geen of een klein verschil minder prioriteit worden gegeven, aangezien ze al op het gewenste niveau worden gescoord door de respondenten.

De onderstaande tabel toont de exacte scores van de respondenten. De onderwerpen zijn gesorteerd op basis van de grootste afwijking tussen de beoordeling en het aangegeven belang (op basis van de gemiddelde score). Het figuur op pagina 79 geeft een weergave van de gegeven gemiddelde scores voor zowel de beoordeling als het belang van het onderwerp.

Onderwerp

Kwaliteit

Belang

Verschil

Leefbaarheid

5,2

8,3

-3,1

Verkeersveiligheid

5,4

8,4

-3,0

Voorzieningen voetgangers

5,8

7,9

-2,1

Voorzieningen fietsers

6,3

8,2

-2,0

Bus

4,3

6,1

-1,8

Nieuwe vormen van verkeer en vervoer

4,1

5,4

-1,3

Bereikbaarheid fiets

7,1

8,4

-1,3

Parkeerplaatsen

6,5

7,6

-1,0

Trein

6,4

7,0

-0,6

Bereikbaarheid auto

7,3

7,7

-0,4

Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

77

SCORE: KWALITEIT Kwaliteit

HUIDIGE KWALITEIT VAN MOBILITEITSONDERWERPEN Voor de beoordeling van de onderwerpen geldt dat de bereikbaarheid met de auto (7,3) en met de fiets (7,1) het beste worden beoordeeld door de respondenten. De respondenten zijn over het algemeen dus tevreden over de bereikbaarheidskwaliteit van de auto en de fiets.

Belang

Leefbaarheid Bereikbaarheid auto

Trein

9,0 8,0 7,0 6,0 5,0 4,0 3,0 2,0 1,0 0,0

Zowel de bereikbaarheid met de bus en de mate waarin nieuwe vormen van mobiliteit gebruikt (bijvoorbeeld deelauto’s en elektrische voertuigen) worden, zijn met een ruime onvoldoende beoordeeld door de respondenten (respectievelijk 4,3 en 4,1).

Verkeersveiligheid

Voorzieningen voetgangers

Parkeerplaatsen

Ook de leefbaarheid en verkeersveiligheid zijn laag beoordeeld met respectievelijk een 5,2 en 5,4. Daarnaast wordt er veel overlast ervaren van verkeer in de leefomgeving, zoals overlast van hardrijders, stank, geluid en trillingen.

Voorzieningen fietsers Voorbeeld van één opmerking:

Bereikbaarheid fiets

Bus Nieuwe vormen van verkeer en vervoer

Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

Voorbeeld van één opmerking:

“Buitengebied is afhankelijk van de auto.”

“Te vaak niet veilig genoeg voor fietsers en lopers.”

78

SCORE: BELANG Kwaliteit

GEWENSTE KWALITEIT VAN MOBILITEITSONDERWERPEN De scores van het belang zijn onder te verdelen in drie categorieën: onderwerpen met een zeer hoog belang, met een hoog belang en onderwerpen met een minimaal belang.

Belang

Onderwerpen met een zeer hoog belang zijn volgens de respondenten: verkeerveiligheid (8,4), bereikbaarheid fiets (8,4), leefbaarheid (8,3), voorzieningen fietsers (8,2) en voorzieningen voetgangers (7,9).

Leefbaarheid Bereikbaarheid auto

Trein

9,0 8,0 7,0 6,0 5,0 4,0 3,0 2,0 1,0 0,0

Verkeersveiligheid

Voorzieningen voetgangers

Onderwerpen met een hoog belang zijn: bereikbaarheid auto (7,7), parkeerplaatsen (7,6) en de bereikbaarheid met de trein (7,0). De onderwerpen waarbij het belang het minst groot wordt bevonden zijn de bereikbaarheid met de bus (6,1) en het inzetten van nieuwe vormen van verkeer en vervoer (5,4).

Parkeerplaatsen

Voorzieningen fietsers Voorbeeld van één opmerking:

Bereikbaarheid fiets

“Brummen is te klein voor alternatieve vervoerwijze.”

Bus Nieuwe vormen van verkeer en vervoer

Voorbeeld van één opmerking:

“Kwetsbaren hebben behoefte aan een goede verkeersveiligheid.” Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

79

SCORE: KWALITEIT & BELANG Kwaliteit

Belang

Leefbaarheid Bereikbaarheid auto

Trein

9,0 8,0 7,0 6,0 5,0 4,0 3,0 2,0 1,0 0,0

Verkeersveiligheid

Voorzieningen voetgangers

Parkeerplaatsen

Voorzieningen fietsers

Bereikbaarheid fiets

VERSCHILLEN TUSSEN KWALITEIT EN BELANG De groottes van de verschillen geven inzicht in de prioriteiten van de onderwerpen, op basis van de reacties van de respondenten. De grootste verschillen zijn waarneembaar bij leefbaarheid en verkeersveiligheid. Deze onderwerpen worden over het algemeen laag beoordeeld, terwijl het belang/ gewenste niveau hoog is. Het inzetten op het verbeteren van deze aspecten is dus een belangrijk aandachtspunt. Ook voor de voorzieningen voor voetgangers en fietsers en de bereikbaarheid van de bus geldt dat de verschillen tussen de beoordeling en het belang relatief groot zijn. Het verbeteren van deze aspecten is daarom een aandachtspunt.

Voor de bereikbaarheid met de trein en auto zijn de kleinste verschillen waarneembaar. Alleen afgaand op de meningen van de respondenten zouden deze onderwerpen minder prioriteit hoeven te hebben.

Bus Nieuwe vormen van verkeer en vervoer

Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

80

UITDAGINGEN VOOR DE TOEKOMST ACHTERGROND Door de verwachte groei van het aantal woningen en bedrijven stijgt de vraag naar mobiliteit in de toekomst. Mede daarom wordt voor de lange termijn een Programma Mobiliteit opgesteld. Voor het opstellen van dit programma zijn respondenten gevraagd naar zowel de grootste uitdagingen voor de toekomst als de belangrijkste trends om in te spelen op het mobiliteitsbeleid. Voor beide vragen kon gekozen worden uit diverse opties en konden maximaal drie reacties gegeven worden per respondent. GROOTSTE UITDAGINGEN VOOR DE TOEKOMST Uit de reacties van de respondenten blijkt dat er voor de toekomst twee grote uitdagingen worden gezien. De eerste is het verbeteren van de verkeersveiligheid en de tweede is de omgang met zwaar verkeer (bijvoorbeeld de routes voor vrachten landbouwverkeer). DE MINSTE UITDAGINGEN VOOR DE TOEKOMST Het creëren van betere overstapvoorzieningen van bijvoorbeeld openbaar-vervoerhaltes wordt als de minst grote uitdaging gezien door de respondenten. Dit heeft naar grote waarschijnlijkheid een directe relatie met het lagere belang dat aan het openbaar vervoer werd gegeven.

Wat zijn volgens de respondenten de grootste uitdagingen voor de toekomst? 400 350 300 250 200 150 100 50 0 De regionale bereikbaarheid op peil houden (verbinding A50, met Zutphen en Oost-Nederland) Verbetering van de verkeersveiligheid Stimuleren van het fietsgebruik Meer inzet op duurzame mobiliteit (denk bijvoorbeeld aan openbaar vervoer, deelmobiliteit, lopen) Bereikbaarheid bus op peil houden Betere overstapvoorzieningen (denk bijvoorbeeld aan haltes openbaar vervoer, P+R) Aanpak parkeren in centrum Aanpak parkeren in woonwijken Zwaar verkeer (denk aan routes voor vrachtverkeer en landbouwverkeer)

Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

Anders (gebruik toelichting)

81

TRENDS & ONTWIKKELINGEN BELANGRIJKSTE TRENDS EN ONTWIKKELINGEN Twee trends worden door de respondenten gezien als belangrijk om op in te spelen in het beleid voor verkeer en vervoer. Dat zijn het toenemend belang voor leefbare en groene wijken en de opkomst van de elektrische fiets in combinatie met meer fietsgebruik in het algemeen. MINST BELANGRIJKE TRENDS EN ONTWIKKELINGEN Als minst belangrijke trend om mee te nemen in het beleid wordt de technologische ontwikkeling aangegeven. Dit is bijvoorbeeld de zelfrijdende auto, maar ook de toename van verschillende vormen van mobiliteit. Dit valt voor een deel samen met de opkomst van deelmobiliteit die ook laag scoort bij de respondenten. Voorbeeld van één opmerking:

Voorbeeld van één opmerking:

“Veilige en duidelijke route voor de toerist van en naar de dorpscentra.”

“Leefbaarheid buitengebied vergroten door weren van vrachtverkeer en sluiproutes auto’s.”

Welke trends zijn volgens de respondenten belangrijk om op in te spelen in ons beleid voor verkeer en vervoer? 400 350 300 250 200 150 100 50

0

Meer thuiswerken Opkomst van elektrische auto's Opkomst van deelmobiliteit (zoals deelfietsen, -scooters en -auto's) Technologische ontwikkelingen (bijvoorbeeld zelfrijdende auto's) Toenemend belang leefbare en groene wijken Meer fietsgebruik en de opkomst van de elektrische fiets

Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

Anders (gebruik toelichting)

82

WAT GAAT GOED? POSITIEVE PUNTEN IN BRUMMEN Met behulp van een digitale kaart hebben respondenten zowel aandachtspunten (‘waar kan het beter’, zie volgende pagina) als positieve punten (‘waar gaat het goed’) doorgegeven. Tevens is bij het plaatsen van deze locaties ook gevraagd naar het onderwerp waarop het betreffende punt betrekking heeft. De figuur links geeft een overzicht van de aangegeven positieve punten. In totaal zijn er 184 locaties aangegeven waar het goed gaat. De meeste positieve punten gaan in op de voorzieningen voor voetgangers en fietsers. Veelal zijn de belevingsaspecten (groen in de omgeving, uitzicht en minder auto’s) punten die als positief worden ervaren. Verder zijn mensen ook tevreden over ingrepen waar de snelheid is verlaagd en worden de natuurgebieden in de omgeving gewaardeerd.

Voorbeeld van één opmerking:

“Voldoende parkeerplaatsen (behouden).” Voorbeeld van één opmerking:

“Ben erg blij dat de Baankstraat autoluwer is gemaakt, nu is het een prettigere fietsverbinding naar Zutphen.” Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

83

WAT KAN BETER? - Aandacht locaties AANDACHTSPUNTEN IN BRUMMEN Met behulp van een digitale kaart hebben respondenten zowel aandachtspunten (‘waar kan het beter’) als positieve punten (‘waar gaat het goed’, zie vorige pagina) doorgegeven. Tevens is bij het plaatsen van deze locaties ook gevraagd naar het onderwerp waarop het betreffende punt betrekking heeft. De figuur links geeft een overzicht van de aangegeven negatieve punten. In totaal zijn er 1.186 locaties aangegeven waar het beter kan. De meeste punten die verbetert moeten worden hebben relatie met de verkeersveiligheid. Bijvoorbeeld oversteeklocaties en combinaties met gemotoriseerd verkeer en voetgangers/ fietsers. Verder wordt er veel aandacht gevraagd voor de fiets, denk aan ontbrekende verbindingen en onveilige routes.

Voorbeeld van één opmerking:

“Onvoldoende fietsverlichting langs het gehele fietspad Papenweerd!”

Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

84

WAT KAN BETER - Concentraties CONCENTRATIE AANDACHTSPUNTEN IN BRUMMEN De figuur links geeft een overzicht van de locaties van concentraties van aandachtspunten voor de gehele gemeente wanneer alle aandachtspunten worden meegenomen die de respondenten hebben vermeld. De voornaamste concentraties zijn waarneembaar in Brummen en Eerbeek. In Brummen liggen de aangegeven knelpunten voornamelijk in de omgeving van de Zutphensestraat. In Eerbeek zijn de voornaamste aandachtspunten gelegen in de omgeving van de Stuijvenburchstraat en de Loenenseweg. Ook de Loubergweg en Coldenhovenseweg vallen op. Voor de kleinere kernen geldt dat de meeste knelpunten zijn aangegeven in Empe (omgeving Emperweg), Hall (omgeving Hallseweg) en Leuvenheim (omgeving Arnhemsestraat, N348).

Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

85

WAT NEMEN WE MEE? •

Voor Brummenaren zijn leefbaarheid en verkeersveiligheid van groot belang, dat komt overeen met het lokale beleid. Echter blijft de huidige situatie nog achter bij het belang en is verbetering wenselijk.

•

In de gemeente zijn heel veel goede punten die Brummenaren als positief beoordelen. Dit zijn voornamelijk locaties met een goede leefbaarheid, bijvoorbeeld door veel groen in de omgeving.

•

Het gemotoriseerd verkeer wordt in Brummen door de respondenten als relatief goed beschouwd, daarentegen moeten de voorzieningen voor voetgangers en fietsers worden verbeterd om te voldoen aan het belang.

•

Als verbeterpunten hebben de respondenten voornamelijk verkeersveiligheidsknelpunten aangegeven. Dit komt overeen met de resultaten uit alle vragen, waaruit blijkt dat de verkeersveiligheid op alle aspecten een belangrijk aandachtspunt is binnen de gemeente.

•

In de toekomst zijn de grootste uitdagingen om de verkeersveiligheid te verbeteren en om een goede omgang met zwaar verkeer (vracht- en landbouwverkeer) te vinden.

•

In de gemeente worden voornamelijk twee trends verwacht. Enerzijds het toenemend belang van leefbare en groene wijken om in te wonen en anderzijds het toenemend gebruik van de (elektrische) fiets.

Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

86

06 Trends & ontwikkelingen 87

TRENDS EN ONTWIKKELINGEN TRENDATELIER Om te komen tot het Programma Mobiliteit voor de komende jaren is het belangrijk om te weten welke trends en ontwikkelingen relevant zijn voor de gemeente. Daarom is de relevantie en strategie voor de 20 landelijke trends en ontwikkelingen bepaald. De relevantie voor de gemeente is gecategoriseerd in de opties: niet relevant, enigszins relevant, redelijke relevant, relevant en zeer relevant. De strategie werd bepaald door de vraag welke strategie er bij de trend of ontwikkeling hoort. Waarbij de golf genereren betekent dat de gemeente zelf de trend aantrekt (bijvoorbeeld door actief laadpalen te plaatsen voordat er vraag naar is), de golf surfen betekent mee gaan met de trend (bijvoorbeeld laadpalen plaatsen als daarom gevraagd wordt), de golf over de gemeente heen laten komen betekent geen actie ondernemen en op het moment kijken hoe de gemeente ermee omgaat (bijvoorbeeld bij een vraag over laadpalen met elkaar in gesprek gaan welke standpunt er op dat moment aangenomen gaat worden) en de laatste strategie is de golf afstoppen (bijvoorbeeld het verbieden van laadpalen).

Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

TRENDS IN RELATIE TOT BRUMMEN Het resultaat van het trendatelier is een grafiek waarin is aangegeven welke relevantie en strategie elke trend heeft voor de gemeente (pagina 89). Op basis van deze informatie kan bepaald worden op welke wijze de trends een plek moet krijgen in het programma. De trends die het meest relevant zijn voor Brummen én een maximale inzet nodig hebben qua strategie (genereren) zijn: •

Inzetten op het gebruik van de elektrische fiets.

•

Inzetten op het feit dat beleving steeds belangrijker wordt.

•

Realiseren van meer toerisme.

Een aantal trends zijn wel relevant voor Brummen, maar zouden bij voorkeur afgestopt worden, dat zijn: •

Trek naar de stad.

•

Ongewenst doorgaand verkeer door de gemeente.

•

Scholieren die minder op de fiets naar school gaan.

Trends die verder buiten het bereik van de gemeente zijn en daarom minder relevant zijn voor het beleid van de gemeente zijn: •

OV volledig elektrisch vanaf 2025.

•

Vervoer wordt steeds slimmer.

88

20 LANDELIJKE TRENDS De trends en ontwikkelingen worden landelijk herkent en erkent door experts op het gebied van mobiliteit en openbare ruimte.

1.

Van bezit naar deelmobiliteit

11. Complexere logistieke stromen

2.

Van unimodaal naar multimodaal personenvervoer

12. Betaalbaarheid van assets wordt een uitdaging

3.

Trek naar de stad

13. Toerisme neemt toe

4.

Steeds meer 1-persoonshuishoudens

14. Thuiswerken en thuiswinkelen neemt toe

5.

Opmars van de elektrische fiets

15. Landbouwvoertuigen worden groter en rijden verder

6.

Steeds meer aandacht voor beleving

16. Ongewenst doorgaand verkeer in oost-west/west-oost richting door de gemeente over verschillende wegen

7.

Elektrisch personenvervoer wordt steeds goedkoper

8.

OV volledig elektrisch vanaf 2025

9.

Vervoer wordt steeds slimmer

10. Steeds meer data beschikbaar

Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

17. Vergrijzing (voetpaden, toegankelijkheid, verlichting) 18. Steeds meer wandelaars/voetgangers 19. Scholieren gaan minder zelf op de fiets (meer e-bike en OV) 20. Strijd om de openbare ruimte: parkeerruimte/klimaatadaptie/wateropvang

89

TRENDS IN RELATIE TOT BRUMMEN 5.

17.

Erg relevant

6.

10.

Relevant

15.

16.

4.

14.

7.

19.

Redelijk relevant

18. 12.

1.

3.

13.

20.

11.

2.

8.

Enigszins relevant

9.

Niet relevant

Afstoppen

Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

Laten komen

Surfen

Genereren

90

WAT NEMEN WE MEE? •

Voor de gemeente is het van belang om het gebruik van de elektrische fiets maximaal te stimuleren.

•

Beleving (van de openbare ruimte) wordt steeds belangrijker, zo ook in de kernen van de gemeente. Dit is een trend waar de gemeente maximaal op wil inzetten en wil motiveren.

•

Het realiseren van toerisme is belangrijk voor de gemeente, zowel voor de beleving als voor de economie. De gemeente streeft ernaar om het toerisme maximaal te stimuleren.

•

De gemeente streeft ernaar om de trek naar de stad te stoppen voor zover dat mogelijk is, zodat er een diverse groep inwoners blijft binnen de gemeentegrenzen.

•

Ongewenst doorgaand verkeer binnen de gemeente dient zoveel mogelijk afgestopt te worden.

•

Om gezonde vervoersbewegingen te stimuleren moet het worden afgestopt dat scholieren niet met de fiets naar school gaan.

•

Trends die voor de gemeente wel belangrijk zijn, maar waar weinig invloed op uitgeoefend kan worden zijn: het volledig elektrisch maken van het openbaar vervoer en het steeds slimmer maken van vervoer.

Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

91

07 Input begeleidingsgroep

CBVV – Centrale Begeleidingsgroep Verkeersveiligheid WAT IS HET CBVV? De Centrale Begeleidingsgroep Verkeersveiligheid (CBVV) van de gemeente is een groep belangenbehartigers bestaande uit onder andere: dorpsraden, inwoners, ondernemers, Veilig Verkeer Nederland, de Fietsersbond en de politie. Het CBVV heeft veel lokale kennis en expertise en zet zich in voor de verkeersveiligheid in de gemeente. IN GESPREK MET HET CBVV Op 6 juni 2023 is de begeleidingsgroep uitgenodigd op het gemeentehuis om mee te denken over het nieuwe Programma Mobiliteit voor de gemeente. Het projectteam vanuit de gemeente heeft eerst een korte toelichting gegeven dat dit een leidraad betreft voor het huidige en toekomstige mobiliteitsbeleid in de gemeente met betrekking op alle vormen van verkeer en vervoer. Daarna zijn er aandachtspunten opgehaald bij de aanwezigen voor het programma, daaruit kwamen de volgende punten:

Daarna is de begeleidingsgroep uiteengegaan in twee groepen en hebben zij met elkaar gebrainstormd welke elementen niet mogen ontbreken in het programma. Uit het gesprek kwamen de volgende belangen:

•

Leefbaarheid in samenhang met verkeersveiligheid is belangrijk. Stimuleren door inzet voetganger en fiets.

•

Gemotoriseerd verkeer verminderen en zo snel mogelijk naar de wegen buiten de kernen.

•

Snelheidsverschillen tussen gemotoriseerd verkeer en langzaam verkeer moeten klein zijn.

•

Toerisme is één van de kernelementen voor een leefbare en veilige gemeente.

•

De kernen en buurtschappen moeten als één samenhangend geheel worden gezien, in de huidige situatie wordt Leuvenheim opgedeeld in twee stukken.

•

Verbindingen tussen de kernen en buurtschappen zijn zeer belangrijk, zeker voor (recreatief) fietsverkeer. Dit is momenteel onvoldoende op orde volgens het CBVV.

•

Op de Kanaalroute Apeldoorn is veiligheid van belang.

•

De pont is belangrijk, voornamelijk voor toerisme.

•

Vracht en landbouwverkeer is een belangrijk knelpunt.

•

•

Verkeersveilige fietsroutes.

Wegen toekomstbestendig maken voor steeds grotere diversiteit aan vervoersmiddelen.

•

Strategisch plan verkeersveiligheid en landelijk plan verkeersveiligheid.

•

Samenwerken met buurtgemeente.

Programma Mobiliteit 2050 Achtergrondrapport

Titel:

Programma Mobiliteit 2050 Ruimte voor beweging

Document:

Achtergrondrapport Bijlage 1

Versie:

Definitief

Datum:

30 april 2024

Projectteam:

Goudappel: Floris Frederix Dennis van Sluijs Gemeente Brummen: Pouwel Inberg Steven van de Graaf Maarten Hulsschreuder Rutger van Aken

IN SAMENWERKING MET

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14175450/1