(133) Concept rapport IHP
Tekst van het document
416545
Integraal Huisvestingsplan onderwijs po en (v)so Gemeente Brummen 2024-2039
Opdrachtgever Gemeente Brummen, Stichting Veluwse Onderwijsgroep, Vereniging
voor Protestants-Christelijk Onderwijs te Eerbeek, Stichting Archipel Onderwijs, Stichting voor Katholiek Basisonderwijs Gelderland en Stichting Vrijescholen Athena Opgesteld door Angela Bekedam, Anneriek Wiegmans en Bert Kampman Kenmerk U23301 Status Definitief Datum 22 augustus 2023
Inhoudsopgave Samenvatting Inleiding 1.1 Proces 1.2 Visie op een IHP 1.3 Leeswijzer
4 8 8 9 9
Visie 2.1 Inleiding 2.2 Doorgaande leer- en ontwikkelingslijn 2.3 Inclusiever onderwijs 2.3.1 Zorg en jeugdhulp in school 2.3.2 VVE-aanbod en spreiding 2.4 Vraagstukken rondom huisvesting 2.4.1 Toekomstbestendigheid van scholen 2.4.2 Duurzaamheid 2.4.3 Medegebruik onderwijs 2.4.4 Renovatie versus vervangende nieuwbouw
10 10 10 11 13 14 15 16 16 18 18
Algemene situatiebeschrijving kindontwikkeling 3.1 Inleiding 3.2 Ligging scholen 3.3 Leerlingenontwikkeling afgelopen jaren 3.3.1 Basisonderwijs 3.3.2 Voortgezet speciaal onderwijs 3.4 Leerlingenprognoses 3.4.1 Basisonderwijs 3.4.2 Voortgezet speciaal onderwijs 3.4.3 Kinderopvang
20 20 21 22 22 22 22 22 23 23
Situatiebeschrijving per school 4.1 Basisonderwijs 4.1.1 Kern Brummen 4.1.2 Kern Eerbeek 4.1.3 Kleine kernen 4.2 (Voortgezet) speciaal basisonderwijs 4.3 Kinderopvang
27 27 28 29 32 33 33
Vraagstukken en denkrichtingen 5.1 Basisonderwijs 5.1.1 Kern Brummen 5.1.2 Kern Eerbeek 5.1.3 Kleine kernen
35 35 35 36 37
Verduurzaming bestaand vastgoed
39
Meerjarenuitvoeringsplan (MUP) 7.1 Prioritering projecten 7.1.1 Tijdvak 2024-2027
40 40 40
Ruimte om te zijn.
U23301
Pagina 2 van 56
7.1.2 Tijdvak 2028-2031 7.1.3 Tijdvak 2032-2035 7.1.4 Tijdvak 2036-2039 7.2 Haalbaarheidsonderzoek
41 41 41 42
Meerjareninvesteringsplan (MIP) 8.1 Uitgangspunten 8.2 Meerjareninvesteringsplan
43 43 44
Conclusies en aanbevelingen 9.1 Conclusies 9.2 Aanbevelingen
45 45 45
Bijlagen
46
Bijlage I: Wet- en regelgeving I.1 WPO, WVO 2020 en WEC I.1.1 Samen sterker door vereenvoudiging samenwerkingsschool I.1.2 Meer ruimte voor nieuwe scholen I.1.3 Toekomstbestendig onderwijsaanbod I.2 Status van het IHP op landelijk niveau I.3 Regelgeving passend onderwijs I.4 Kinderopvang en voor- en vroegschoolse educatie I.5 Wmo, Jeugdwet en Participatiewet I.6 Klimaatakkoord I.7 Didam Arrest I.8 Wetsvoorstel Doelmatige aanpak onderwijshuisvesting
46 46 47 47 48 48 49 49 51 51 52 52
Bijlage II: Gebouwenkaart schoolgebouwen
54
Bijlage III: Leerlingenprognoses
55
Ruimte om te zijn.
U23301
Pagina 3 van 56
Samenvatting De gemeente Brummen en de schoolbesturen voor primair en (voortgezet) speciaal onderwijs hebben gezamenlijk dit Integraal Huisvestingsplan Onderwijs (hierna: IHP) opgesteld. Een IHP is een gentlemen‘s agreement waarmee voor meerdere jaren richting en uitvoering gegeven wordt aan onderwijshuisvesting vanuit een beleidsrijke context1. In de gemeente Brummen is sprake van een scholenbestand waarvan het grootste gedeelte van de gebouwen binnen de looptijd van het IHP geen renovatie of vervangende nieuwbouw nodig heeft. De gebouwen voldoen technisch en functioneel aan de huidige eisen (met uitzondering van de warmtepompen op twee scholenclusters, zo blijkt uit recent onderzoek). Gezamenlijk is een visie en ambitie bepaald om de komende jaren op een integrale manier invulling te geven aan onderwijshuisvesting. Vanuit deze visie en ambitie worden adviezen gegeven voor plannen met betrekking tot onderwijshuisvesting in de gemeente. Deze plannen vormen het IHP, dat zicht geeft op de periode 2024-2039.
In het bepalen van de prioritering van projecten die zijn opgenomen in het IHP, is gekeken naar de volgende thema’s: Doorgaande leer- en ontwikkelingslijn waarin inclusiever onderwijs, zorg en jeugdhulp in de school en aanbod en spreiding van voor- en vroegschoolse educatie (hierna: VVE) centraal staan; Rijke Schooldag; Vraagstukken rondom huisvesting waarin de toekomstbestendigheid van scholen, medegebruik onderwijs, duurzaamheid en renovatie, uitbreiding en nieuwbouw centraal staan. Doorgaande leer- en ontwikkelingslijn Samenwerking tussen onderwijs en verschillende kindpartijen, zoals kinderopvang, jeugdhulp et cetera, om de doorgaande leer- en ontwikkelingslijn te versterken. Integraal aanbod waarbij onderwijs en kinderopvang mogelijk gehuisvest zijn in dezelfde gebouwen. Als kinderopvang gekoppeld aan een school uitbreiding nodig heeft wordt dit tegen kostendekkende huur gefinancierd door de gemeente, mits er een langdurig huurcontract getekend wordt. Bestaande gebouwcapaciteit efficiënt benutten, leegstand voorkomen. Verantwoordelijkheid voor realisatie en financiering ligt voornamelijk bij de kernpartners, de gemeente speelt een stimulerende en verbindende rol. Inclusiever onderwijs Streven naar thuisnabij en inclusiever onderwijs voor alle leerlingen in de gemeente Brummen. De ambitie is: geen kind Brummen uit, tenzij dit niet anders kan.
De scholen trekken hierbij samen op. Flexibele gebouwen met aanpassingsmogelijkheden worden nagestreefd. Kijken naar ruimtelijke benadering en inrichting om inclusiever onderwijs te faciliteren. De schoolbesturen stellen een gezamenlijk plan op voor gebouwelijke aanpassingen die betrekking hebben op het geven van inclusiever onderwijs. De toekenning van het benodigde budget gaat via de LEA2. De gemeente stelt € 1,1 miljoen beschikbaar voor de realisatie en blijft betrokken in de besluitvorming.
1 Het IHP vervangt niet de formele aanvraagprocedure in de verordening onderwijshuisvesting. 2 Lokaal Educatieve Agenda
Ruimte om te zijn.
U23301
Pagina 4 van 56
Zorg en jeugdhulp in school Zorg en jeugdhulp meer complementair laten werken, zodat jeugdhulp meer thuisnabij gerealiseerd kan worden. Inhoudelijke verbinding van onderwijs met de wijk en maatschappelijke partners, gezamenlijke huisvesting is geen doel. Flexibiliteit in gebouwen, zodat medegebruik van ruimten te realiseren is. Gemeente faciliteert op alle scholen de inzet van een jeugdconsulent vanaf 1 januari 2024. Schoolbesturen faciliteren een IB’er voor samenwerking met kinderopvang. VVE-aanbod en spreiding Streven om in de kern Brummen en Eerbeek in elk kindcentrum een voor- en vroegschools educatieaanbod te realiseren, zodat elk kind thuisnabij het aanbod kan krijgen en segregatie wordt tegengegaan. Uitgangspunt kinderopvangorganisaties: maximaal 50% van de kinderen in de groep is VVE-leerling. Onderbouwleerkrachten en pedagogisch medewerkers beschikken over specialistische kennis, voor een doorgaande leer- en ontwikkelingslijn. In 2024 komt er een nieuw uitvoeringsplan voor het onderwijsachterstandenbeleid. Rijke Schooldag Intensieve samenwerking tussen partijen op het gebied van onderwijs, opvang, muziek, cultuur, sport, jeugdhulp, et cetera, voor versterking van het aanbod en de doorgaande leer- en ontwikkelingslijn voor kinderen. Rijke Schooldag als middel om kansengelijkheid te stimuleren.
Gemeente en schoolbesturen zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor een goede spreiding van het aanbod over de kernen Eerbeek en Brummen. Het aanbod is aanwezig op de schoollocatie of in de directe nabijheid van de schoollocatie. Zorgvuldig kijken naar welke locaties passend zijn. Multifunctioneel medegebruik van de schoolgebouwen door andere kindpartijen. Geen directe consequenties voor huisvesting. Een kwartiermaker wordt door de gemeente en de schoolbesturen aangewezen om subsidies aan te vragen en te gebruiken ten behoeve van de Rijke(re) Schooldag. De kwartiermaker heeft een overkoepelende functie, overziet de bekostiging, helpt om het aanbod te realiseren en implementeren en de bestemde gelden hiervoor te verdelen. Vraagstukken rondom huisvesting Toekomstbestendigheid van scholen In de kleine kernen staat de toekomstbestendigheid van de scholen onder druk door leerlingenkrimp en het personeelstekort. Mogelijkheden (instandhouding, samenwerking, fusie en sluiting) voor de scholen in de kleine kernen op termijn worden onderzocht door Stichting Archipel. Daarin vormt de kwaliteit van het onderwijs de basis. De scholen in de kleine kernen worden inhoudelijk gekoppeld aan scholen in een grote kern, om elkaar onderwijskundig en organisatorisch te versterken. De eerste vijf jaar worden geen grootschalige maatregelen rondom huisvesting van scholen in de kleine kernen uitgevoerd.
Ruimte om te zijn.
U23301
Pagina 5 van 56
Duurzaamheid Uiterlijk in 2050 zijn alle gebouwen aangesloten op een alternatieve, duurzame warmtebron voor aardgas. In 2030 zijn de eerste wijken CO2 gereduceerd (minimaal 55%) en gasloos. Gezamenlijk ambitiedocument opstellen met duurzaamheidsambities van gemeente en schoolbesturen, waarbij een maatwerkadvies wordt uitgewerkt per locatie. Subsidies worden aangevraagd. Komen tot een kostenverdeling vanuit subsidie, bijdrage van gemeente en bijdrage van het schoolbestuur (routekaart). Medegebruik Gewenst dat kinderopvangruimte in basisschool aanwezig is. Vervolgens kijken of naast het gebruik door de kinderopvang nog sprake is van normatieve leegstand en of ander medegebruik van toepassing is. Indien daar sprake van is, is afgesproken dat dit voor medegebruik door de scholen beschikbaar is. Renovatie, uitbreiding en nieuwbouw Gemeente verantwoordelijk voor bieden van voldoende capaciteit/adequate huisvesting en schoolbesturen verantwoordelijk voor beheren en exploiteren van de schoolgebouwen sinds 2015. Gemeente is in de nieuwe wetgeving verantwoordelijk voor renovatie: verlenging levensduur met ten minste 25 jaar. Afweging voor renovatie dan wel vervangende nieuwbouw op basis van een business case. Onderhoud: schoolbesturen hebben instandhoudingsplicht. Conform NEN 2767 minimaal conditiescore 3.
Nieuwbouw: voor nieuwbouw en/of uitbreiding van onderwijshuisvesting is de gemeente verantwoordelijk.
Ruimte om te zijn.
U23301
Pagina 6 van 56
Dit heeft geleid tot de volgende prioritering van maatregelen en financiering van projecten in het IHP:
Meerjareninvesteringsplan IHP Brummen
Prijspeil 2023
Project/opgave/maatregel Beleidsontwikkeling
Onderdeel 2023 Kw artiermaken Rijke Schooldag-2jaar: deel gemeente Kw artiermaken Rijke Schooldag-2jaar: deel schoolbesturen
Tijdvak 1 2024-2027 € 26.800 € 107.200
Onderzoeken Verduurzamen
Maatw erkadviezen per gebouw (schoolbesturen) Opstellen routekaart Investeringen Verduurzamen
€
pm 25.000
Ruimte kinderopvang kern Brummen Investeringen tgv huisvesting KO Brummen Haalbaarheidsonderzoeken huisvesting scholen kleine kernen Investeringen gebouwen kleine kernen Onderzoeken reno./verv. nieuwbouw
€
7.500
€
45.000
Inclusiever onderwijs
Budget gemeentebreed
€
1.100.000
Cluster Enk/C. van Leeuwen
Integraal onderzoek oplossen ruimte onderw ijs Uitbreiding/aanpassing voor onderwijs Investeringen tgv huisvesting KO
€
612.500
Overige onderzoeken
€
Tijdvak 2 2028-2031
Tijdvak 3 2032-2035
Tijdvak 4 2036-2039
€
30.000
7.500
€ € € € € € € € € € € € € € € € € € €
Totaal 26.800 107.200 25.000 7.500 45.000 30.000 1.100.000 7.500 612.500 -
Subtotaal Beleidsontwikkeling
€
-
€
134.000
€
-
€
-
€
-
€
134.000
Subtotaal Onderzoeken
€
7.500
€
77.500
€
-
€
-
€
30.000
€
115.000
Subtotaal Projecten/maatregelen
€
-
€ 1.712.500
€
-
€
-
€
-
€ 1.712.500
=PM > investeringen nader te bepalen = voor rekening schoolbesturen
Momenteel wordt een wetswijziging3 voorbereid waarin gemeenten verantwoordelijk worden voor levensduur verlengende renovatie als alternatief voor vervangende nieuwbouw. Schoolbesturen zijn en blijven verantwoordelijk voor het exploiteren van de gebouwen. Op casusniveau zijn de schoolbesturen bereid om te investeren in bovenwettelijke zaken (energiebesparingen) die een gunstige invloed hebben op de exploitatie van de scholen.
3
Wetsvoorstel Doelmatige aanpak onderwijshuisvesting
Ruimte om te zijn.
U23301
Pagina 7 van 56
Inleiding De gemeente Brummen en de schoolbesturen in de gemeente Brummen hadden de ambitie om meerjarige afspraken te maken over onderwijshuisvesting binnen een beleidsrijk kader. Het onderhavige Integraal Huisvestingsplan (hierna: IHP) is het resultaat van een proces waarbij vanuit een inhoudelijke visie en ambitie op diverse thema’s is gekeken naar de vraagstukken die er zijn in de kernen. Huisvesting kan een middel zijn om de doelen die gesteld zijn ten aanzien van de inhoud te bereiken. 1.1
Proces Op basis van diverse bilaterale gesprekken met de schoolbesturen (Stichting Veluwse Onderwijsgroep, Vereniging voor Protestants-Christelijk Onderwijs te Eerbeek, Stichting Archipel Onderwijs, Stichting voor Katholiek Basisonderwijs Gelderland en Stichting Vrijescholen Athena) de gemeente en verschillende kindpartijen (bibliotheek, kinderopvang, ggz, Maakplaats The Villa, Het Coachingslab en welzijn Brummen) uit de gemeente Brummen in gezamenlijke bijeenkomsten is het IHP tot stand gekomen. Waarom een IHP Zoals de ‘I’ van IHP aangeeft, gaat het in het huisvestingsplan om een integrale benadering/visie op de huisvesting van het onderwijs. De betrokken partijen zoals gemeente en schoolbesturen focussen zich op het totale ‘vraagstuk’ wat verder gaat dan elke individuele school en het daarbij behorende schoolgebouw. De regelgeving is echter nog voornamelijk ingericht vanuit de individuele school zoals hieronder eerst wordt uitgelegd. De gemeente heeft een wettelijke taak als het gaat om onderwijshuisvesting. Deze is geborgd in de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs. In deze wet is vastgelegd dat de gemeente een wettelijke zorgplicht heeft voor uitbreiding en (vervangende) nieuwbouw van scholen. Voor uitvoering van deze wettelijke taak heeft de gemeente een verordening voorzieningen huisvesting onderwijs opgesteld.
Op basis van deze verordening kunnen schoolbesturen ieder jaar een aanvraag indienen voor bijvoorbeeld vervangende nieuwbouw van hun school met de benodigde financiële middelen. De gemeente beoordeelt deze aanvragen en stelt ieder jaar een Huisvestingsprogramma op waarin de toegewezen huisvestingsvoorzieningen zijn opgenomen en een Overzicht Huisvesting waarin de afgewezen aanvragen zijn opgenomen. In deze jaarlijkse procedure ontbreekt een lange termijnvisie en de procedure is reactief van aard. De aanvragen hebben een individueel karakter terwijl er meer mogelijkheden ontstaan als gelijktijdig gekeken wordt naar meerdere schoolgebouwen in een kern en de verwachte ontwikkelingen op termijn. Veel gemeenten en schoolbesturen kiezen er daarom voor om een IHP op te stellen met een meerjarenperspectief. Op dit moment is een IHP nog een gentlemen’s agreement. Met het opstellen van het IHP anticiperen gemeente en schoolbesturen op de wettelijke verplichting tot het opstellen van een IHP4, die gepland staat voor 2025, door samen verantwoordelijkheid te nemen voor goede huisvesting voor scholen, gekoppeld aan inhoudelijke ambities. Gemeente en schoolbesturen stellen op basis van dit wetsvoorstel een IHP op voor een periode van 16 jaar, waarin de investeringen voor de eerste vier jaar opgenomen moeten worden in het meerjareninvesteringsplan van de gemeente. Met de
4 Wetsvoorstel Doelmatige aanpak onderwijshuisvesting
Ruimte om te zijn.
U23301
Pagina 8 van 56
verplichting tot het opstellen van een IHP komt voor de schoolbesturen de verplichting tot het opstellen van een meerjarenonderhoudsplan. Doordat in de onderwijswetgeving sprake is van een gesplitste verantwoordelijkheid (gemeente voor de investering en schoolbesturen voor de exploitatie) is het van belang om met het meerjarenonderhoudsplan zicht te krijgen op de geplande onderhoudswerkzaamheden en kosten, om zo weloverwogen en gezamenlijk besluiten te nemen over de toekomst van het gebouw. Naar verwachting treedt de wet in 2025 in werking. Met het opstellen van het IHP sorteren de gemeente Brummen en de schoolbesturen voor op deze wet. Naast de onderwijswetten is er diverse wet- en regelgeving die een relatie heeft met onderwijs en onderwijshuisvesting. In bijlage 1 is een uitgebreide samenvatting opgenomen van relevante wet- en regelgeving, een toelichting op het wetsvoorstel Doelmatige aanpak onderwijshuisvesting is daarin opgenomen. 1.2
Visie op een IHP In het IHP gaat het over de plannen die gemeenten en schoolbesturen zien om alle schoolgebouwen geschikt te krijgen voor de langere termijn. Het IHP kan dus heel ‘gebouw technisch’ worden ingestoken door met name te focussen op het gebouw. In dit IHP willen de gemeente en schoolbesturen het IHP niet opstellen vanuit ‘een stapel stenen’, maar vanuit de ‘inhoud’ oftewel de essentie waartoe het (school)gebouw dient te dienen. Deze inhoud wordt bepaald door de van belang zijnde thema’s zoals integratie van onderwijs en opvang, inclusiever onderwijs, jeugdhulp, duurzaamheid, et cetera, nader te beschouwen en vandaaruit de ‘ruimtelijke consequenties’ te bepalen. Naast de inhoud zal in het IHP ook naar de (leerling)ontwikkelingen worden gekeken (groei versus krimp) in relatie tot woningbouw middels leerlingenprognoses5. Met een goed inzicht in de ‘inhoud’ en de verwachte ontwikkelingen is het mogelijk om een lange termijnperspectief te schetsen waaruit bepaald kan worden welke plannen met welke (school)gebouwen aan de orde zijn in een bepaalde periode. Op deze wijze is dit IHP vormgegeven.
1.3
Leeswijzer Het IHP-rapport is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de visie van de gemeente en schoolbesturen op diverse thema’s. De visie en ambitie van de gemeente en de schoolbesturen op de thema’s is opgenomen, waarbij voor ieder thema ook de vertaling is gemaakt naar een ruimtelijke component. In hoofdstuk 3 wordt de leerling/kindontwikkeling beschreven en dus inzicht gegeven in de mogelijke groei of krimp per school. Hierin wordt ook naar de ontwikkeling van het aantal kinderen in de kinderopvang gekeken. In hoofdstuk 4 wordt ingezoomd per kern en school. In hoofdstuk 5 worden de vraagstukken en denkrichtingen in beeld gebracht. In hoofdstuk 6 worden de maatregelen voor de verduurzaming van het bestaande vastgoed beschreven. In hoofdstuk 7 wordt het meerjarenuitvoeringsplan beschreven, waarbij de projecten/maatregelen uit hoofdstuk 5 zijn geprioriteerd en weggezet in tijd. Hoofdstuk 8 bevat het meerjareninvesteringsplan, waarbij voor iedere maatregel de kosten zijn opgenomen in het betreffende tijdvak. In hoofdstuk 9 worden conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan.
5 Bron: Dick Postmus, april 2023
Ruimte om te zijn.
U23301
Pagina 9 van 56
Visie 2.1
Inleiding De schoolbesturen en de gemeente Brummen hebben samengewerkt in het IHP-traject aan het ontwikkelen van een brede visie op de huisvesting van het primair en het (voortgezet) speciaal onderwijs in de gemeente. Deze visie is vertaald richting een beleidsrijk integraal huisvestingsplan waarin ook de verbinding is gelegd met andere kindpartijen6 die essentieel zijn voor het onderwijs, zoals de kinderopvang. In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op die visie en ambitie. Samenwerking is in deze visie het overkoepelende begrip dat onderverdeeld kan worden in een drietal thema’s: Doorgaande leer- en ontwikkelingslijn met subthema’s: inclusiever onderwijs; zorg- en jeugdhulp in school; VVE-aanbod en spreiding; Rijke Schooldag; Vraagstukken rondom huisvesting waaronder: toekomstbestendigheid van scholen; duurzaamheid; medegebruik; leerlingenstop; renovatie versus vervangende nieuwbouw. Per thema wordt in de volgende paragrafen een toelichting gegeven vanuit visie en ambitie, op de ruimtelijke component en ten aanzien van de verantwoordelijkheid voor realisatie/financiering.
2.2
Doorgaande leer- en ontwikkelingslijn Visie en ambitie Samenwerken met kinderopvang Voor de doorgaande leer- en ontwikkelingslijn is samenwerking tussen onderwijs en kinderopvang van groot belang en wordt gezien als uitgangspunt voor de vorming van integrale kindcentra en om verder ontwikkeld te worden. Het spreiden van het VVEaanbod over de grote kernen is hierbij een subthema. Samenwerkingen met kindpartijen Elk kind dient zich in de breedte te kunnen ontwikkelen en te worden ondersteund. Scholen werken daarom samen met partijen zoals Team Voor Elkaar, jeugdhulp, kinderfysiotherapie, logopedie op school, et cetera, om zowel voor leerkrachten als voor kinderen de ondersteuning mogelijk te maken door middel van voorzieningen7 in het gebouw. Door verbinding te maken tussen specialisten binnen en buiten de school, wordt het aanbod en de doorgaande leer- en ontwikkelingslijn voor kinderen versterkt en wordt de druk op kennis van de leerkracht gespreid.
6 Onder kindpartijen worden alle organisaties verstaan die een professionele dienst aanbieden aan kinderen
zoals opvang, zorg, welzijn, et cetera. Te denken valt aan kinderopvang, fysiotherapie, orthopedagogie, schoolmaatschappelijk werk, et cetera. 7 Hieronder worden de benodigde ruimten en faciliteiten verstaan die kindpartijen nodig hebben om hun professionele dienst aan te kunnen bieden.
Ruimte om te zijn.
U23301
Pagina 10 van 56
Ruimtelijke component Om de voornoemde samenwerkingen maximaal mogelijk te maken ten gunste van een integraal aanbod, is het wenselijk om de partijen zoveel als mogelijk ruimtelijk te clusteren op één locatie. Verantwoordelijkheid realisatie/financiën De ‘inhoudelijke’ kernpartners (schoolbestuur, kinderopvangorganisaties en overige maatschappelijke partners) zijn verantwoordelijk voor het creëren van het integrale aanbod c.q. de samenwerkingen tot en met de bedrijfsvoering daarvan. De gemeente stimuleert dit en wil daarin verbinden. Wettelijk is de gemeente verantwoordelijk voor de huisvesting van in ieder geval het basis-, voortgezet- en speciaal onderwijs. Deze verantwoordelijkheid heeft geresulteerd in het aanbod van diverse schoolgebouwen en scholenclusters met kinderopvang. Dit soort scholen zijn, ten aanzien van de voornoemde gewenste ruimtelijke clustering, het meest voor de hand liggend om als basisvoorziening te dienen. De gemeente onderstreept het belang van ontwikkeling van een doorgaande leer- en ontwikkelingslijn en heeft in het verleden, ondanks dat dit geen wettelijke taak van de gemeente is, mee-geïnvesteerd in huisvesting voor kinderopvang. Deze bereidheid voor het mee-investeren in huisvesting voor kinderopvang in de toekomst is nog steeds bij de gemeente aanwezig.
De voorwaarde hierbij is dat er sprake is van een bouwkundig geïntegreerde oplossing en niet van solitaire oplossingen voor kinderopvang. De gemeente is op basis van de wet Markt en Overheid gehouden aan het hanteren van een minimaal kostprijs dekkend huurtarief. Het voorgaande gaat uit van een maximale benutting van de gebouwen voor zowel de scholen als de kindpartijen ten gunste van het realiseren van voornoemde ambitie, waarbij de mogelijkheid bestaat om gebouwen aan te passen en zo nodig uit te breiden. De mogelijke uitbreiding van kinderopvang binnen de gebouwen wordt verder uitgewerkt via de Lokale Educatieve Agenda (LEA). Gemeente en schoolbesturen hebben afgesproken dat door de gemeente wel geïnvesteerd kan worden in uitbreiding van ruimten voor kinderopvang in de grote kernen, maar niet in uitbreiding van exclusieve ruimten voor andere kindpartijen zoals fysiotherapie, logopedie, orthopedagogie, et cetera. Vanuit haar verantwoordelijkheid voor een goed voorzieningenniveau en het belang van de doorgaande leer- en ontwikkelingslijn, is de gemeente bereid om mee te investeren in huisvesting voor kinderopvang. Ondanks dat dit geen wettelijke taak van de gemeente is en mits aan voorwaarden wordt voldaan, zoals beschreven in de Wet Markt en Overheid.
Schoolbesturen en kinderopvangpartijen zijn verantwoordelijk voor het inhoudelijk vormgeven van de gewenste doorgaande leer- en ontwikkelingslijn.
2.3
Inclusiever onderwijs Visie en ambitie Inclusiever onderwijs is een thema dat aansluit bij het voorgaande over samenwerking met de kindpartijen. De ambitie is “geen leerling Brummen uit, tenzij ...”, dit geeft aan dat alle kinderen voor elke soort behoefte/elke ondersteuningsvraag terecht kunnen in de scholen in Brummen. De scholen hebben met de samenwerkingspartners/kindpartijen passende antwoorden dankzij een brede expertise. De scholen stemmen af en zorgen hiervoor per kern, waarbij geen enkele school er alleen voor staat.
Ruimte om te zijn.
U23301
Pagina 11 van 56
Ruimtelijke component Bij het streven naar inclusiever onderwijs horen flexibele gebouwen, waarin op een eenvoudige wijze aanpassingen doorgevoerd kunnen worden. De flexibiliteit wordt gezocht in: gespreksruimten voor professionals (onderwijs/zorg/ondersteuning) die – zo nodig – afwisselend gebruik maken van de ruimte (medegebruik); (kleinere) lesruimten waarin een leerling in een klein groepje van leerlingen of separaat les of ondersteuning kan krijgen; toegankelijkheid en bereikbaarheid van zowel de locatie als de individuele ruimten voor leerlingen met lichamelijke beperkingen; specialistische voorzieningen, inrichting en inventaris gericht op de zorgvraag. Deze ruimten zijn veelal niet beschikbaar/aanwezig in de schoolgebouwen. Daarbij kan gesteld worden dat inclusiever onderwijs meer ruimte nodig heeft dan regulier onderwijs. De mate waarin deze ruimten benodigd zijn, is te bepalen vanuit de samenwerking tussen school en kindpartijen: de invulling van inclusiever onderwijs. Deze invulling dient nader bepaald te worden door het opstellen van een gezamenlijk plan door de schoolbesturen. Verantwoordelijkheid realisatie/financiering Vanuit de bekostiging is het schoolbestuur verantwoordelijk om ‘interne’ aanpassingen zelf uit te voeren. Algemeen is bekend dat de bekostiging daar onvoldoende in voorziet.
Wanneer er meer kinderen met een extra ondersteuningsbehoefte worden opgenomen in het regulier onderwijs, is extra ruimte nodig aanvullend op de normering van de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs. Omdat er nog geen gezamenlijk plan vanuit de schoolbesturen ligt waaruit de ruimtebehoefte te bepalen is, wordt van het volgende uitgegaan: een aanname is dat 10% van het totaal aantal leerlingen in Brummen (1.627) behoefte heeft aan inclusiever onderwijs, waarbij gebouwelijke aanpassingen nodig zijn. Het verschil tussen regulier en speciaal basisonderwijs is 2,32 m2 per leerling. Dit wordt financieel vertaald middels de normvergoeding zoals beschreven in de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs per m2 à € 2.900,00. Dit betekent dat € 1,1 miljoen eenmalig beschikbaar wordt gesteld om de schoolgebouwen aan te passen c.q. uit te breiden. Schoolbesturen kijken gezamenlijk per kern wat zij nodig hebben aan ruimten om de ambitie tot inclusiever onderwijs te realiseren. De plannen per kern worden voorgelegd in het LEA-overleg8. Dit plan wordt tijdens het LEA-overleg gezamenlijk besproken. Een bijdrage wordt na toekenning door de gemeente verstrekt. De gemeente en schoolbesturen trekken gezamenlijk op om in de kernen Brummen en Eerbeek inclusievere onderwijsgebouwen te creëren.
Hierbij worden daar waar nodig schoolgebouwen geoptimaliseerd waarbij flexibiliteit gewaarborgd wordt. Verder wordt in gezamenlijk overleg gekeken welke (toekomstige) doelgroepen de scholen gaan bedienen en welke aanvullende voorzieningen hiervoor benodigd zijn. Het plan wordt door de schoolbesturen op de LEA geagendeerd en ter nadere uitwerking besproken. De gemeente stelt hiervoor maximaal € 1,1 miljoen beschikbaar.
8 Overleg Lokaal Educatieve Agenda
Ruimte om te zijn.
U23301
Pagina 12 van 56
2.3.1 Zorg en jeugdhulp in school Visie en ambitie Zorg en jeugdhulp in school is een thema dat aansluit bij de in paragraaf 2.2 genoemde samenwerking met de kindpartijen. Sinds 2015 heeft de gemeente de wettelijke taak om de Jeugdwet uit te voeren. De relatie tussen gemeente en onderwijs richt zich met name op het versterken van de verbinding tussen onderwijs en jeugdhulp en op het versterken van het pedagogisch klimaat op school. In 2023 wordt de Hervormingsagenda Jeugd vastgesteld. Het wijkgericht werken is sterk gekoppeld aan de WMO en de Jeugdwet (zie bijlage I). Voor het optimaal ontwikkelen van kinderen en jongeren is het van belang om aandacht te hebben voor de omgeving en de situatie waarin zij opgroeien. Ouders hebben hierin een primaire verantwoordelijkheid. Naast ouders spelen hierin de professionals en vrijwilligers in algemene jeugdvoorzieningen zoals scholen, kinderopvang (met VVEaanbod), buitenschoolse opvang, het jongerenwerk en sportverenigingen een belangrijke rol. Al deze kindpartijen vormen samen de pedagogische infrastructuur in de buurt. Door middel van de pilot “Samenwerken met onderwijs” is de verbinding tussen onderwijs, welzijn en zorg in de gemeente Brummen verbeterd.
De schoolbesturen en de gemeente hebben de ambitie om onderwijs en jeugdhulp meer complementair te laten werken, zodat zij met elkaar het gedrag van kinderen kunnen normaliseren en hanteren (door middel van de inzet van een jeugdconsulent met een intern begeleider (IB’er) op elk (I)KC). Vanaf 2024 wordt op alle scholen een jeugdconsulent ingezet. Vanuit de scholen wordt gevraagd om de IB’er de verbinding te laten zoeken met de kinderopvang voor een nog betere aansluiting. De scholen zijn een belangrijke samenwerkingspartner voor zorgpartijen. De rol die de school in de wijk heeft, is afhankelijk van de (behoeften van de) wijk waarin de school ligt. Dit houdt in dat niet alle scholen binnen de gemeente Brummen dezelfde wijkfunctie vervullen, maar dat de scholen hun functie zo optimaal mogelijk laten aansluiten bij de behoeften van de wijk. Ruimtelijke component De voornoemde aanpak is ruimtelijk te vertalen aan de hand van overleg en afstemming tussen de professionals/partijen, waarbij het zeer gewenst is om dat op schoolniveau te doen: spreek-/overlegruimten. In de vorige paragraaf zijn bij inclusiever onderwijs dergelijke ruimten benoemd en daarmee voorzien.
Verantwoordelijkheid realisatie/financiering Zie paragraaf 2.3, waarin de benodigde overlegruimten zijn meegenomen, waarbij de afspraak is dat niet geïnvesteerd wordt in exclusieve ruimten voor zorg en jeugdhulp in de school. De gemeente en schoolbesturen hebben de ambitie om onderwijs en jeugdhulp meer complementair te laten werken, ieder vanuit hun eigen functie. Zo kan jeugdhulp ook meer thuisnabij gerealiseerd worden. Gemeenten faciliteren hierbij door de inzet van een jeugdconsulent op de scholen vanaf 2024. Schoolbesturen faciliteren een IB’er voor de samenwerking met kinderopvang (kinderen van 2,5 tot 4 jaar). Vanuit inclusiever onderwijs wordt de ruimtelijke behoefte meegenomen in de vorm van overlegruimten op school.
Ruimte om te zijn.
U23301
Pagina 13 van 56
2.3.2 VVE-aanbod en spreiding Visie en ambitie Vanuit de gemeente, de schoolbesturen en de kinderopvang is het streven om in de kernen Brummen en Eerbeek in elk kindcentrum VVE-aanbod te realiseren, zodat elk kind thuisnabij het aanbod kan krijgen en segregatie wordt tegengegaan. Dit betekent een aangepaste spreiding van de VVE-kinderen over de twee kernen, waardoor maximaal 50% van de kinderen in een groep VVE-kinderen kunnen zijn. Om de overgang tussen kinderopvang en basisonderwijs te bevorderen en de doorgaande leerlijn te realiseren, is afgesproken dat in de gemeente Brummen de onderbouwleerkrachten en pedagogisch medewerkers over specialistische kennis beschikken om VVE-kinderen nog beter te kunnen begeleiden. Ruimtelijke component Aan dit thema zijn geen directe consequenties voor huisvesting verbonden. Kinderen die gebruikmaken van het VVE-aanbod zitten al in bestaande groepen van de kinderopvang. Verantwoordelijkheid realisatie/financiering Ten aanzien van huisvesting zijn er geen consequenties aan de orde en daarmee geen nadere afspraken over verantwoordelijkheden en financiën. Ten aanzien van de uitvoering is er gezamenlijke verantwoordelijkheid. De gemeente ontvangt een specifieke uitkering voor de financiering van het voorschoolse gedeelte van de VVE.
Scholen krijgen voor het vroegschoolse gedeelte (groep 1 en 2) middelen van het Rijk als ze voldoen aan een minimaal aantal VVE-kinderen. Met scholen is afgesproken dat zij deze middelen inzetten in de vroegschoolse periode om de verplichte doorgaande leer- en ontwikkelingslijn te waarborgen. Afgesproken is dat het onderwijsachterstandenbeleid waar VVE onderdeel van uitmaakt in 2023 geëvalueerd wordt, zodat vanaf 2024 een nieuw uitvoeringsplan gereed is. Dit wordt opgepakt via de LEA. In het nieuwe beleid wordt in ieder geval opgenomen dat de kinderopvangorganisaties gekoppeld aan de scholen VVE gaan aanbieden om segregatie tegen te gaan en een doorgaande leerlijn te realiseren. Scholen die middelen krijgen voor vroegschoolse educatie zetten deze ook in voor vroegschoolse educatie.
2.3.3 Rijke Schooldag Visie en ambitie Door intensieve samenwerking tussen partijen op het gebied van onderwijs, opvang, muziek, cultuur, sport, jeugdhulp, et cetera, wordt het aanbod – en daarmee ook de doorgaande leer- en ontwikkelingslijn voor kinderen – versterkt en een rijke ontwikkeling mogelijk gemaakt. Dit als middel om armoede te bestrijden en kansengelijkheid te stimuleren. Het resultaat is een divers aanbod. De gemeente, schoolbesturen en de betreffende partners zijn samen verantwoordelijk voor een goede spreiding van het aanbod over de kernen Eerbeek en Brummen. Alle kinderen wordt een kans geboden om mee te doen aan sport, cultuur en muziek of het ontdekken van techniek en natuur. Zo ontwikkelen zij hun talenten. De activiteiten worden verweven in het onderwijs en de opvang, zodat een doorgaande leer- en ontwikkelingslijn voor kinderen ontstaat gedurende de dag. Dit vraagt flexibiliteit in het rooster, zodat scholen en andere partijen op activiteitenniveau gedurende de dag elkaar ontmoeten en tot verbinding komen. Door de verbinding tussen de scholen en andere
Ruimte om te zijn.
U23301
Pagina 14 van 56
partijen wordt het huidige aanbod versterkt en wordt continuïteit voor de toekomst gewaarborgd. Ruimtelijke component De verschillende activiteiten vragen om diverse ruimten, die niet op scholen aanwezig zijn en het is gewenst om dit zoveel mogelijk ‘context’rijk te doen. Dus bijvoorbeeld een sportactiviteit op een sportlocatie plannen. Bijkomend voordeel is dat voorzieningen beter benut worden. Een aandachtspunt is hoe om te gaan met vervoer, verkeersveiligheid en financiering. Aan dit thema zijn geen consequenties voor onderwijshuisvesting verbonden. Verantwoordelijkheid realisatie/financiën De primaire verantwoordelijkheid voor het organiseren van de Rijke Schooldag ligt bij de school. De realisatie van de Rijke(re) Schooldag ligt bij alle kernpartners; schoolbesturen, kinderopvang, buitenschoolse opvang en overige maatschappelijke partners. De gemeente ziet voor zichzelf vooral een regisserende, stimulerende en verbindende rol. Voor de realisatie van het diverse aanbod zal ook een intensievere samenwerking en verbinding met ouders nodig zijn. Wat betreft ruimte voor de activiteiten wordt gezocht naar oplossingen binnen bestaande gebouwen en/of binnen dezelfde wijk. Wanneer dit niet mogelijk blijkt te zijn, wordt gezocht naar oplossingen op fietsveilige afstand voor kinderen.
Voor het realiseren van een Rijke(re) Schooldag wordt gezamenlijk door de gemeente en de schoolbesturen over de financiering nagedacht. Vanuit de gemeente en het onderwijs wordt een kwartiermaker aangewezen om subsidies aan te vragen en fondsen aan te schrijven – of al dan niet huidige subsidies te gebruiken – om vanuit een overkoepelde functie de bekostiging te overzien, het aanbod te helpen realiseren en implementeren en de gelden hiervoor te verdelen. Uitvoering en planvorming Rijke Schooldag De gemeente en schoolbesturen zijn voornemend om gezamenlijk een kwartiermaker aanstellen die verantwoordelijk wordt voor het maken van de uitvoeringsplannen per kern en ook het implementeren/realiseren van deze plannen. De uitwerking van de visie wordt door middel van een uitvoeringsplan vormgegeven door de kwartiermaker, indien deze taak grotendeels uit subsidies kan worden bekostigd. De visie/ambitie, dan wel de uitwerking daarvan, moet niet in strijd zijn met de visie/ambitie van de betrokken scholen, kindpartijen en maatschappelijke partners. Vanuit de gemeente en schoolbesturen is behoefte aan een Rijke(re) Schooldag. Een Rijke Schooldag als een middel om armoede te bestrijden en kansengelijkheid te stimuleren. Vanuit de gemeente en de schoolbesturen is het de wens om gezamenlijk een kwartiermaker aan te wijzen en te bekostigen.
De kwartiermaker verkent de mogelijkheden om gelden en subsidies aan te vragen – al dan niet huidige subsidies te gebruiken – om vanuit een overkoepelende functie de bekostiging te overzien, het aanbod te helpen realiseren en implementeren en de gelden hiervoor te verdelen. De voortgang van de ontwikkeling en het aanbod komen structureel terug op de LEA.
2.4
Vraagstukken rondom huisvesting Huisvesting is een middel om onderwijskundige, pedagogische en maatschappelijke doelen te realiseren. De gezamenlijke visie die de gemeente en het onderwijs verder willen vormgeven in de gemeente Brummen, vanaf het moment van de vaststelling van
Ruimte om te zijn.
U23301
Pagina 15 van 56
het IHP, betreft: toekomstbestendigheid van scholen, duurzaamheid, medegebruik, leerlingenstop, renovatie, uitbreiding en (vervangende) nieuwbouw. 2.4.1 Toekomstbestendigheid van scholen In de kleine kernen Leuvenheim, Hall en Empe staat de toekomstbestendigheid van de scholen onder druk. In elke kleine kern is één school aanwezig onder het bevoegd gezag van Stichting Archipel. De toekomstbestendigheid van deze scholen staat onder druk door leerlingenkrimp en personeelstekort. Stichting Archipel onderzoekt de mogelijkheden (instandhouding, samenwerking, fusie en sluiting) van de scholen in de kleine kernen. In deze keuze staat de kwaliteit van het onderwijs voorop, waarbij organisatorische en financiële componenten worden meegewogen. De scholen in de kleine kernen worden gekoppeld aan een andere school binnen de stichting, om elkaar onderwijskundig en organisatorisch te versterken en de kwaliteit te bevorderen. Tijdens het proces hebben gesprekken plaatsgevonden met de dorpsraden van de kleine kernen. Hierbij waren de gemeente, Stichting Archipel en Penta Rho aanwezig. Voor de dorpsraden is het behoud van de scholen van groot belang voor de leefbaarheid van de kleine kernen. Schoolbesturen en scholen zijn niet verantwoordelijk voor de leefbaarheid (gemeenschapsbelang) in een kern.
Het schoolbestuur/scholen voel(t)(en) zich uiteraard verantwoordelijk voor het onderwijs in de kern(en) en zullen binnen hun vermogen de maximale bijdrage leveren voor het behouden van de scholen (zorg/verantwoording schoolbestuur). Het onderzoek van Stichting Archipel heeft tijd nodig. Om het proces zorgvuldig te doorlopen worden op de korte termijn (eerste vijf jaar) geen maatregelen getroffen rondom huisvesting in de kleine kernen. 2.4.2 Duurzaamheid Visie en ambitie De gemeente Brummen heeft in haar Programma Transitievisie Warmte de volgende beleidsdoelstelling verwoord: uiterlijk in 2050 zijn alle gebouwen aangesloten op een alternatieve, duurzame warmtebron voor aardgas. De gemeente voldoet hierbij aan het Klimaatakkoord van Parijs. Deze gaat uit van: alle gebouwen zijn CO2-neutraal en gasloos in 2050; eerste wijk(en) is/zijn CO2 gereduceerd (minimaal 55%) en gasloos in 2030. Voor deze ambities zijn vooralsnog geen middelen beschikbaar gesteld. De druk op gemeenten neemt toe vanuit landelijk beleid (warmtevisie, Regionale Energiestrategie, MilieuPrestatie van Gebouwen (MPG)9), zonder direct extra middelen te ontvangen. Zo gaat het bouwbesluit nu nog uit van BENG bij nieuwbouw, dit zal opgeschaald worden naar ENG. Verduurzamen (gebouwgericht) is op te delen in: A. Vanuit het bestaande gebouw besparen op energie/verbruik/onderhoud/et cetera. B.
Lange termijn doelstellingen realiseren: CO2-neutraal en gasloos maken; circulariteit en flexibiliteit: hergebruik van materialen/demontabel en functiewijzigingen/toekomstbestendig; klimaat adaptief: bestand zijn tegen weersextremen als gevolg van klimaatverandering.
9 ‘Zo maakt u werk van een duurzaam IHP’ (november 2020, platform 31 en Ruimte-OK).
Ruimte om te zijn.
U23301
Pagina 16 van 56
Voornoemde onderwerpen kunnen niet los van elkaar gezien worden, omdat deze veel invloed op elkaar hebben. Dit maakt het onderwerp duurzaamheid complex. Naast de gebouwelijke duurzaamheid kan gedacht worden aan samenwerking, gezondheid en toekomstwaarde. Deze onderwerpen vallen buiten het IHP. Verduurzamen vanuit A is redeneren vanuit de mogelijkheden van het bestaande gebouw, die veelal technisch beperkt zijn. Bij het verduurzamen vanuit B is de kans groot dat het bestaande gebouw dermate tekortschiet dat deze op ‘slopershoogte’ komt. In geval van (vervangende) nieuwbouw is het realiseren van B-doelstellingen goed mogelijk. Voor scholen zijn, zowel bij gemeente als bij schoolbesturen, geen uitgewerkte ambities/visies en extra middelen beschikbaar. Het thema is voor beide partijen echter wel actueel genoeg om in plannen om te zetten. Ruimtelijke component Voor de verduurzaming die onder A valt, zijn scholen aan zet, bijvoorbeeld vanuit de Erkende Maatregelenlijst energiebesparing (EML). Vanwege het terugverdienen is het mogelijk energiebesparende maatregelen uit te voeren. Daarin worden de MJOP’s betrokken om de kansen tot verduurzaming in beeld krijgen. Voor de verduurzaming die onder B valt, zal gestart worden met het opstellen van maatwerkadviezen per locatie.
Dit advies maakt duidelijk welke maatregelen nodig zijn om het gebouw tot een bepaald verduurzamingsniveau te kunnen brengen. Dit kunnen meerdere scenario’s zijn (waaronder vervangende nieuwbouw). Vervolgens kan een routekaart verduurzaming worden opgezet met koppeling naar de MJOP’s en kan gebruik worden gemaakt van natuurlijke momenten (vervanging/ renovatie). Verantwoordelijkheid realisatie/financiën In het onderwijs is sprake van gescheiden geldstromen: de gemeente is verantwoordelijk voor investeringen in uitbreiding en vervangende nieuwbouw en de schoolbesturen voor de exploitatie van de gebouwen (onder andere onderhoud). Voor de verduurzaming die onder A valt, ligt de verantwoordelijkheid bij de schoolbesturen. Landelijk zijn daar ook subsidies voor beschikbaar (DUMAVA). Alle schoolbesturen kiezen er op dit moment voor om per gebouw de grootste pijnpunten rondom duurzaamheid pragmatisch op te lossen. Voor de verduurzaming onder B is het veel complexer, om twee redenen: De financiële opgave is groot. Een en ander is ook landelijk erkend en onderzocht (jaarlijks € 700 miljoen extra nodig). Gemeente en schoolbesturen hebben tezamen onvoldoende aan de huidige rijksbekostigingsmiddelen. De roep om aanvullende middelen is groot. Onder andere de betrokken sectorraden en de VNG hebben het manifest ondertekend dat de minister oproept om fors te investeren in schoolgebouwen.
Afwegingen tot verduurzamen worden veelal gedaan vanuit Total Cost of Ownership (TCO), dus integraal vanuit investeren en exploiteren. Door de gescheiden geldstromen lijken de gunstige financiële effecten van verduurzamen vooral bij de schoolbesturen terecht te komen. Met de
Ruimte om te zijn.
U23301
Pagina 17 van 56
wisselende/stijgende energie- en onderhoudslasten zijn de gunstige effecten niet altijd merkbaar. Door dat laatste is het noodzakelijk dat schoolbesturen en gemeente gezamenlijk optrekken om de duurzaamheidsambities te kunnen realiseren: gemeenschappelijke verantwoordelijkheid. Om de ambitie en visie concreet te maken, is een nadere uitwerking nodig. De schoolbesturen dragen er zorg voor dat voor hun schoolgebouwen het maatwerkadvies wordt opgesteld. De gemeente gaat aan de hand van de maatwerkadviezen de zogenaamde routekaart verduurzaming opstellen, waarmee de gebouwen op gelijkwaardig niveau worden verduurzaamd in een nader te bepalen tempo en volgorde. De routekaart maakt duidelijk welke doelstelling qua verduurzaming wordt bereikt en wat de investeringsopgave is. Daarbij wort onderzocht of het mogelijk is door de inzet van subsidie tot een kostenverdeling te komen, bijvoorbeeld 1/3 subsidie, 1/3 bijdrage gemeente en 1/3 bijdrage schoolbestuur. Om dit te realiseren is het volgende nodig: vertrouwen en transparantie; draagvlak bij onderwijs en gemeente; capaciteit bij zowel onderwijs als gemeente; kennis/expertise; (extra) financiële middelen; geduld om dit te realiseren. Gemeente en schoolbesturen beschouwen verduurzamen van vastgoed als een gezamenlijke verantwoordelijkheid.
Bij vervangende nieuwbouw wordt uitgegaan van de door de gemeente geformuleerde ambitie van een ENG-gebouw. Voor het bestaande vastgoed wordt per gebouw een plan gemaakt om tot een ENG-, dan wel BENG-gebouw te komen. Vanuit maatwerkadvies per school wordt de routekaart bepaald die weergeeft hoe bestaande gebouwen verduurzaamd worden.
2.4.3 Medegebruik onderwijs Zoals in de visie op het kindcentrum met doorgaande leer- en ontwikkelingslijn beschreven, is het gewenst dat naast de basisschool ook kinderopvangruimte in de school aanwezig is. Om die reden is uitgezocht hoeveel m2 kinderopvang in de scholen aanwezig is en of voor de gebruikte ruimten door de kinderopvang ook huur wordt betaald. Vervolgens kan blijken of naast de huur door de kinderopvang nog sprake is van normatieve leegstand en of medegebruik door andere scholen van toepassing is. 2.4.4 Renovatie versus vervangende nieuwbouw Bij oudere schoolgebouwen speelt de vraag hoe om te gaan met de voortzetting van de locatie: verlengen (lees: renoveren) of vervangende nieuwbouw? Renovatie is een begrip dat geen plek/status kent in de huidige wet- en regelgeving. In het wetsvoorstel om te komen tot een meer planmatige en doelmatige aanpak van de onderwijshuisvesting in het primair, voortgezet en speciaal onderwijs wordt het begrip renovatie opgenomen. Het wordt omschreven als een vernieuwing of grootschalige verandering van een gebouw of een gedeelte daarvan door een geheel van maatregelen,
Ruimte om te zijn.
U23301
Pagina 18 van 56
dat erop is gericht de levensduur en geschiktheid van het gebouw, of een gedeelte daarvan, voor het onderwijs met ten minste 25 jaar te verlengen. In het wetsvoorstel wordt elke gemeente verplicht gesteld om met de schoolbesturen een IHP op te stellen voor een periode van vier jaar met een doorkijk naar de volgende twaalf jaar. De schoolbesturen zijn verplicht om voor elk schoolgebouw een meerjarenonderhoudsplan (MJOP) op te stellen. Voor zowel het IHP als voor de MJOP’s gelden de kwaliteitskaders vanuit de WPO, WEC, WVO en het Bouwbesluit. Het wetsvoorstel moet leiden tot een betere besluitvorming binnen het gedecentraliseerde stelsel, doordat met het verplichte IHP en de MJOP’s beslissingen over investeringen beter tussen gemeenten en schoolbesturen worden afgestemd. Door het tevens wettelijk regelen van ‘renovatie’ als huisvestingsvoorziening en het opheffen van het investeringsverbod in het primair onderwijs, wordt ruimte geboden voor een integrale aanpak, waarbij schoolbesturen en gemeente samen optrekken. Situatie gemeente Brummen De meeste schoolgebouwen in de gemeente Brummen zijn jonger dan 25 jaar. De leeftijd van de gebouwen laat zien dat de onderwijshuisvesting in de gemeente Brummen op orde is. Schoolgebouwen worden boekhoudkundig over het algemeen in 40 jaar afgeschreven, maar in de praktijk gaan de gebouwen technisch langer mee.
De schoolgebouwen ondergaan een zogenaamde ‘cyclus’. Na ongeveer 40 jaar wordt bekeken of de schoolgebouwen gerenoveerd moeten worden. In die analyse wordt dan ook de duurzaamheidsopgave (zie paragraaf 2.4.2) betrokken. Deze renovaties zorgen ervoor dat de schoolgebouwen vervolgens nog circa 25 jaar mee kunnen. Na deze 25 jaar wordt in de gemeente Brummen gekeken of de schoolgebouwen toe zijn aan (vervangende) nieuwbouw. Wanneer deze (vervangende) nieuwbouw is toegepast, is het schoolgebouw opnieuw bestendig voor ongeveer 40 jaar. De cyclus begint daarna opnieuw. Bij de vraag of renovatie of nieuwbouw in een bepaalde situatie het beste past, zijn verschillende afwegingen te maken. De keuze in de gemeente Brummen is op dit moment maatwerk per situatie, vooruitlopend op de nieuwe wetgeving. Om tot goede en integrale beslissingen te komen, wordt de afweging tussen nieuwbouw of renovatie gemaakt vanuit een kwaliteitskader (bijvoorbeeld kwaliteitskader huisvesting Ruimte-OK).
Ruimte om te zijn.
U23301
Pagina 19 van 56
Algemene situatiebeschrijving kindontwikkeling 3.1
Inleiding In dit hoofdstuk wordt de ontwikkeling van het aantal leerlingen van de afgelopen jaren en de verwachtingen conform de prognoses beschreven voor de scholen en separaat voor de kinderopvang. Het doel van de prognose is de ruimtebehoefte per schoollocatie te kunnen bepalen en deze voor de lange termijn af te kunnen zetten tegen de beschikbare capaciteit. In de vergelijking tussen behoefte en capaciteit zal ook rekening gehouden worden met de in het vorige hoofdstuk genoemde doelstellingen/thema’s. Bijvoorbeeld de afspraak bij het thema doorgaande leer- en ontwikkelingslijn, dat rekening gehouden wordt met de combinatie van onderwijs en opvang op één locatie. Voor het onderwijs zijn conform de geldende methodieken leerlingenprognoses opgesteld10. In de prognoses is rekening gehouden met de verwachte woningbouwontwikkelingen die recent gemeentelijk bekend zijn gemaakt. Met de prognoses wordt een zo reëel mogelijke voorspelling gedaan van de groei/krimp van de scholen. Prognoses zijn, zoals gezegd, voorspellingen en dienen daarom niet absoluut te worden vertaald (zeker niet op de langere termijn). Daarbij is er sprake van dat er in veel kernen/wijken scholen ‘communicerende’ vaten zijn: als een school meer dan volgens verwachting groeit, zal een andere school krimpen.
De praktijk is dus vaak dat het totaal aantal leerlingen in een kern of dorp veelal redelijk te voorspellen is. Het is overigens gewenst om de prognoses jaarlijks in het OOGO aan de orde te laten komen en daarin te bepalen of actualiseren van de cijfers nodig is en vervolgens zo nodig de huisvestingsplannen bij te stellen. Naast de ontwikkelingen van de leerlingen is in het kader van de doorgaande leer- en ontwikkelingslijn ook een prognose gemaakt voor de kinderopvang. Hierin wordt het aantal kindplaatsen berekend voor de kinderdagopvang (nul tot en met drie jaar) en de buitenschoolse opvang (vier tot en met twaalf à dertien jaar). Voor het opstellen van deze prognose gelden (nog) geen algemene rekenregels. In deze prognose is gekeken naar de huidige aantallen kindplaatsen volgens het Landelijk Register Kinderopvang. Dit aanbod (per kern) is als basis gebruikt. Vervolgens is, afhankelijk van de bevolkingsontwikkeling (hoeveel kinderen per leeftijdscategorie), aangegeven of sprake is van groei of krimp in het aantal kindplaatsen. Een en ander wordt nader toegelicht in paragraaf 3.4.3. Met de prognose van het aantal kindplaatsen is de doelstelling om vervolgens per kern te bepalen of de behoefte toeneemt. Het aanbieden van nieuwe kindplaatsen is de verantwoordelijkheid van de kinderopvangaanbieders zelf en niet die van de gemeente en de schoolbesturen.
Kinderopvangorganisaties bepalen of het (vanuit een business case) interessant is om meer aanbod te creëren. Dus in wezen hoeft bij groei noch de gemeente, noch het schoolbestuur verantwoording te nemen in het faciliteren van huisvesting. Echter is het vanuit de doorgaande leer- en ontwikkelingslijn (zie vorig hoofdstuk) gewenst dat op één locatie beide voorzieningen (onderwijs en opvang) aanwezig zijn. Door het inzicht vanuit de prognose kan ingespeeld worden op deze doelstelling, waarbij het aanpassen van bestaande bouw onderzocht wordt. Daarbij wordt voor de buitenschoolse opvang verondersteld dat deze volgtijdelijk kan plaatsvinden in het schoolgebouw. De buitenschoolse opvang maakt voor/na schooltijd gebruik van
10 Bron: Dick Postmus, april 2023
Ruimte om te zijn.
U23301
Pagina 20 van 56
onderwijsruimte(n). Hiervoor zal de school ook melding/goedkeuring vragen aan de gemeente. In een separate bijlage van het IHP is van alle schoolgebouwen een gebouwenkaart met gebouwgegevens opgenomen. Daarin staat de meest essentiële informatie per gebouw weergegeven, waaronder ook het bouwjaar en de conditie van het gebouw (indien beschikbaar gesteld door schoolbesturen). 3.2
Ligging scholen In de gemeente Brummen zijn twaalf basisscholen gevestigd. In de kleine kernen Empe, Hall en Leuvenheim staat één school. De overige negen scholen zijn gevestigd in de kernen Eerbeek en Brummen. Vier in de kern Brummen en vijf in de kern Eerbeek. In de kern Brummen is een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs gevestigd. In totaal zijn vijf schoolbesturen verantwoordelijk voor alle scholen. Op onderstaande kaart zijn alle scholen weergegeven:
Ruimte om te zijn.
U23301
Pagina 21 van 56
3.3 Leerlingenontwikkeling afgelopen jaren 3.3.1 Basisonderwijs In onderstaande tabel is de leerlingenontwikkeling van de basisscholen in de gemeente Brummen over de jaren 2017 tot en met 2022 weergegeven, op de teldatum 1 oktober. Het leerlingenaantal in de gemeente Brummen is over het algemeen stabiel.
Leerlingenontwikkeling basisonderwijs gemeente Brummen naam school
2017
2018
2019
2020
2021
2022
Basisschool C. van Leeuwen
195
176
166
180
167
174
Basisschool De Triangel
207
219
230
232
232
226
Rooms Katholieke Basisschool Pancratius
148
151
173
183
173
180
De Ontdekking
166
169
166
159
170
186
Basisschool de Enk
92
83
78
86
84
84
Kindcentrum de Rietgors
32
43
45
43
58
60
Kindcentrum De Vossestaart
43
52
55
53
51
59
J.H. Isings
76
79
70
68
75
74
Kindcentrum Sterrenbeek
122
102
88
73
81
84
Openbare basisschool Spr@nkel
89
83
77
82
89
84
Kindcentrum het P@rk
211
197
185
171
156
153
1.381
1.354
1.333
1.330
1.336
1.364
Totaal
De opheffingsnorm, de norm waarbij in principe de bekostiging van scholen door het ministerie van onderwijs, cultuur en wetenschap stopt, is voor de gemeente Brummen vanaf 1 augustus 202311 54 leerlingen. Alle basisscholen van de gemeente Brummen hebben in 2022 meer dan 54 leerlingen, wel zitten basisscholen De Rietgors en De Vossestaart dicht bij dit aantal leerlingen. De groei van de Vossestaart werd met name veroorzaakt door de Oekraïense taalschakelklas, die aan het einde van het schooljaar 2022-2023 is gestopt, waardoor de verwachting is dat het leerlingenaantal terug gaat lopen in de toekomst. 3.3.2 Voortgezet speciaal onderwijs In onderstaande tabel is de leerlingenontwikkeling van De Lans (school voor (voortgezet) speciaal onderwijs) over de jaren 2017 tot en met 2022 weergegeven, op teldatum 1 oktober. Het leerlingenaantal is de afgelopen jaren toegenomen ondanks sluiting van de Michaelshoeve.
Leerlingenontwikkeling (voortgezet) speciaal onderwijs gemeente Brummen Naam school
SO/VSO
2017
2018
2019
2020
2021
2022
De Lans
SO
21
18
19
20
28
28
De Lans
VSO
54
58
56
56
69
82
75
76
75
76
97
110
Totaal
3.4 Leerlingenprognoses 3.4.1 Basisonderwijs Volgens de prognoses wordt voor het basisonderwijs een groei van 1.363 leerlingen in 2023 tot en met 1.575 leerlingen in 2033 verwacht. Door woningbouw in de gemeente Brummen groeit het aantal kinderen en daarmee ook het aantal leerlingen op scholen. Naar verwachting zal Kindcentrum De Vossestaart vanaf 2025 onder de opheffingsnorm komen.
11 Tot 1 augustus 2023 is de opheffingsnorm voor de gemeente Brummen 57 leerlingen.
Ruimte om te zijn.
U23301
Pagina 22 van 56
Leerlingenprognoses basisonderwijs gemeente Brummen 2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031
2032
2033
Basisschool C. van Leeuw en
Naam school
174
179
183
186
192
197
201
202
203
201
198
Basisschool de Enk
84
88
92
94
95
98
100
100
100
100
98
Openbare basisschool Spr@nkel
84
90
94
95
99
102
104
104
104
104
102
Basisschool De Triangel
226
241
247
248
252
259
264
264
266
264
260
Rooms Katholieke Basisschool Pancratius
180
192
202
204
205
208
217
220
221
223
227
De Ontdekking
186
197
208
211
212
215
224
228
229
231
235
Kindcentrum de Rietgors
59
61
63
62
60
61
63
64
63
64
64
Kindcentrum De Vossestaart
59
56
51
45
44
44
43
42
44
46
48
J.H. Isings
74
72
73
71
71
69
67
63
60
59
58
Kindcentrum Sterrenbeek
84
89
93
96
99
102
104
104
104
104
102
157
163
165
165
167
174
177
178
180
183
1.422 1.469
1.477
1.494 1.522 1.561 1.568 1.572 1.576
1.575
Kindcentrum het P@rk Totaal
153 1.363
3.4.2 Voortgezet speciaal onderwijs Uit de prognoses van het schoolbestuur blijkt een stijging van het aantal leerlingen. In 2022 ging het om 110 leerlingen, 28 so en 82 vso. In 2023 om 115 leerlingen en verwacht wordt dat het leerlingenaantal groeit tot 125 leerlingen in 2027, waarna het leerlingenaantal stabiliseert. De ontwikkeling van (v)so is minder afhankelijk van de demografische ontwikkeling.
Leerlingenprognoses (voortgezet) speciaal onderwijs gemeente Brummen 2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031
De Lans
Naam school
28
28
28
28
28
28
28
28
28
De Lans
87
92
92
92
97
97
97
97
97
Totaal
115
120
120
120
125
125
125
125
125
3.4.3 Kinderopvang Gezien de ontwikkelingen op het gebied van kinderopvang (onder andere wachtlijsten) en de visie op de samenwerking tussen onderwijs en kinderopvang zijn ook prognoses opgesteld voor de kinderopvang. In de prognoses voor de kindplaatsen van kinderopvang is gewerkt met verschillende bandbreedten voor de aankomende vijftien jaar per kern. Voor de grote kernen is gekozen voor een hoge bandbreedte (meer groei dan gemiddeld). Voor de kleine kernen is een gemiddelde bandbreedte gekozen. De prognose laat zien dat de behoefte aan opvang in de gemeente verhoudingsgewijs wat lager ligt dan het landelijk gemiddelde. Er is echter wel sprake van wachtlijsten op bepaalde dagdelen, daarom wordt uitgegaan van de bandbreedte hoog voor de grote kernen. De verwachte wijziging in de wet kinderopvang rondom ‘gratis opvang’ is uitgesteld tot 2027 (zie wet- en regelgeving, bijlage I). In de prognose is hier dus geen rekening mee gehouden, maar te verwachten valt dat de behoefte zal toenemen als de opvang voor de meeste gezinnen gratis wordt. Per kern wordt kort ingegaan op de ontwikkeling van het aantal kindplaatsen en wordt aangegeven hoeveel kindplaatsen momenteel in schoolgebouwen of in zelfstandige locaties gehuisvest zijn. Hiermee wordt getracht om een beeld te krijgen van mogelijke groei/krimp op termijn.
Ten aanzien van de buitenschoolse opvang wordt verondersteld dat het mogelijk is om volgtijdelijk gebruik te maken van onderwijsruimten, zodat geen extra ruimte nodig is.
Ruimte om te zijn.
U23301
Pagina 23 van 56
Kern Brummen Kinderopvang
Buitenschoolse opvang
300
280 260
250
240 220
200
200 180
150
160 100
140 120
50
100 80
0
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 KDV ki ndplaatsen kern Brummen
Idem gemeente Brummen
BSO kindplaatsen kern Brummen
Idem, landelij k
Idem gemeente Brummen
Idem, landelij k
Het aantal kindplaatsen per 2022 is het huidige aanbod volgens het Landelijk Register Kinderopvang: kinderopvang (nul tot en met drie jaar): 156 waarvan 94 ‘onderdeel’ zijn van de scholen, dus op locatie in een samenwerkingsvorm. De overige kindplaatsen zijn gevestigd in zelfstandige locaties; buitenschoolse opvang: 167 waarvan 100 ‘onderdeel’ zijn van de scholen, dus op locatie in een samenwerkingsvorm. De overige kindplaatsen zijn gevestigd in zelfstandige locaties. Uitgaande van een lineair gelijkblijvende verhouding tussen zelfstandige en ‘nietzelfstandige’ opvanglocaties is volgens de prognose sprake van een groei in de kern Brummen naar circa 250 kindplaatsen kinderopvang in 2031: hiervan is 60% kinderopvang vanuit samenwerking met de scholen, zijnde circa 150 kindplaatsen, te weten een groei van circa 56 kindplaatsen. Kern Eerbeek Buitenschoolse opvang
Kinderopvang 330
260 240
280
220 200
230
180 160
180
140 120
130
100 80
80 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 KDV ki ndplaatsen Eerbeek
Idem gemeente Brummen
Idem , landelijk
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 BSO kindplaatsen Eerbeek
Idem gem eente Brummen
Idem , landelij k
Het aantal kindplaatsen per 2022 is het huidige aanbod volgens het Landelijk Register Kinderopvang: kinderopvang (nul tot en met drie jaar): 134 die allemaal ‘onderdeel’ zijn van de scholen, dus op locatie in een samenwerkingsvorm; buitenschoolse opvang: 166 die allemaal ‘onderdeel’ zijn van de scholen, dus op locatie in een samenwerkingsvorm.
Ruimte om te zijn.
U23301
Pagina 24 van 56
Volgens de prognose is sprake van een groei in de kern Eerbeek naar circa 185 kindplaatsen kinderopvang in 2031, wat een groei is van circa 51 kindplaatsen. Daarna wordt een afname verwacht aangezien het aantal kinderen in de leeftijd van nul tot en met drie jaar daalt ondanks de toename in het aantal woningen (steeds kleiner aandeel kinderen per huishouden/vergrijzing). Kleine kernen Empe Kinderopvang