CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

127 - Rapport Wonen met Zorg

Gemeenteraad 24 juni 2021, gemeente BrummenBij agendapunt: Woonzorgvisie (bespreekpunt)34.257 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Driekwart van de gezonde ouderen woont in een woonomgeving die,

_________________________________________ Rapport Wonen met Zorg gemeente Brummen - 52

wanneer men minder mobiel wordt, niet zonder meer geschikt is. Voor deze groep ouderen is er nog geen acuut probleem. Maar ook ouderen met een gezondheidsrisico of een indicatie wonen in meerderheid in matig tot ongeschikte woonomgevingen. Bijdragen in investering Wanneer ouderen langer thuis willen wonen, vraagt dat dus mogelijk om oplossing van een aantal uitdagingen. Voor zover het de woning betreft, lijkt daar op het eerste oog niet echt een groot probleem te bestaan. Vrijwel alle woningen zijn immers geschikt (te maken). Van zowel eigenaar-bewoners als huurders mag je een bijdrage in de investering verwachten. Wanneer ouderen zelf eigenaar van de woning zijn, is het evident: de oudere kan aanpassingen aan de eigen woning laten uitvoeren. In ieder geval wanneer de oudere over voldoende vermogen beschikt. Daarnaast kunnen ouderen, afhankelijk van het gemeentelijke Wmo-beleid, (soms) ook een beroep doen op de gemeente voor de financiering van woningaanpassingen. Woont de oudere in een huurwoning? Dan is de woning, in overleg met de verhuurder, mogelijk ook naar behoefte aan te passen. De aanpassing wordt dan uit het eigen vermogen gefinancierd (een traplift is bijvoorbeeld na beëindiging van het huurcontract ook weer te verwijderen en verkopen). Of de verhuurder verrekent de aanpassing in de huur. Deze is op die manier afhankelijk van het besteedbaar vermogen van de oudere.

Ook voor de huurder geldt natuurlijk dat er mogelijk ondersteuning uit het gemeentelijk Wmo-beleid beschikbaar is. Vrij besteedbaar inkomen De omvang van het vrij besteedbaar vermogen van ouderen laat zien dat circa de helft tot een derde van de ouderen minder dan € 10.000,- vrij besteedbaar vermogen heeft. Dat zou betekenen dat een groot deel van de ouderen het hele vermogen in zou moeten zetten om de woning geschikt te maken (maximale investering € 10.000,-). Dit lijkt financieel niet heel erg verantwoord. Bovendien is, rationeel bekeken, het investeren in het geschikt maken van een woning weinig zinvol als de woonomgeving ongeschikt is. Bron: (Planbureau voor de Leefomgeving - Krasse knarren kunnen kraken, 08.2018) Door de bank genomen geldt wel dat de meeste ongeschikte woningen in een geschikte woonomgeving liggen: portiekflats zijn vaak ongeschikt, maar liggen vaak wel centrum-stedelijk. Ook in het landelijk gebied, met voorzieningen op grotere afstanden, zijn woningen vaak wel geschikt (te maken). Maar de woonomgeving dus vaker niet. Dat een huurder op hogere leeftijd verhuist van een huur- naar een koopwoning is overigens nagenoeg uitgesloten. Het ontbreekt vaak aan voldoende kapitaal en een hypotheek op hogere leeftijd is ook niet meer aan de orde.

Daarentegen is voor ouderen met een koopwoning het vermogen lang niet altijd toereikend om een nieuwe(re) woning te kopen. Door (recente) prijsontwikkelingen nemen de huizenprijzen naar verwachting in veel gevallen toe - en daarmee de woonlasten. Huidige huiseigenaren zouden naar de huursector kunnen verhuizen. Maar ook daarvoor geldt (net als huurders die naar een andere huurwoning willen verhuizen) dat hun maandlasten na verhuizing waarschijnlijk hoger zijn. Voor koopwoningen zijn vaak financieringsmogelijkheden door gebruik te maken van de overwaarde op een huis. De gemeente Brummen biedt bijvoorbeeld de blijverslening aan via het Stimuleringsfonds 6 Volkshuisvesting . Nuancering beschikbaar budget ouderen Op het vermogen van ouderen wordt vanuit verschillende hoeken een beroep gedaan. Maar ze kunnen het 6

https://www.svn.nl/lening/Brummen/svn-verzilverlening/16824

_________________________________________ Rapport Wonen met Zorg gemeente Brummen - 53

maar één keer inzetten. Als ouderen al het vrij besteedbare vermogen besteden aan woningaanpassing, kunnen ze het geld niet voor andere zaken inzetten. Het idee dat veel ouderen genoeg vermogen hebben om van alles aan de eigen woning aan te passen, verdient dan ook sterke nuancering. Welzijn Verhuizen lijkt wellicht dus een verstandiger alternatief. Maar naast de fysieke woonomgeving van ouderen vormt ook de sociale omgeving een heel belangrijke rol in het langer zelfstandig wonen. Naarmate mensen langer zelfstandig wonen, wordt deze omgeving ook steeds belangrijker. Want, langer zelfstandig wonen heeft niet alleen te maken met uitdagingen in gezondheid, maar ook met uitdagingen in het welzijn. Veel ouderen zijn gehecht aan hun eigen buurt en zijn vaak meer afhankelijk van hun sociale netwerk. Een verhuizing, zeker op hogere leeftijd, kan deze belangrijke voorwaarde van het langer zelfstandig wonen onder druk zetten. Verhuizen als alternatief Uit onderzoek blijkt dat de redenen om te verhuizen veranderen naarmate mensen ouder worden. Juist bij ouderen zie je dat gezondheid of zorg, de financiële situatie of het sociaal netwerk steeds belangrijkere redenen worden om te verhuizen.

Bron: (Anbo/ Actiz - Wonen en zorg voor ouderen , 06.2020)

Doorstroom stagneert Veel ouderen geven aan wel te willen verhuizen naar een passende woning. Maar die woningen zijn er niet of nauwelijks of zij beschikken niet over de middelen. Hierdoor stagneert de doorstroom. Ouderen zitten vast in een woning die vaak te groot is en niet aansluit bij hun wensen en behoeften. Naast het vastlopen van de woningmarkt veroorzaakt dit ook hoge kosten in de zorg door onnodige ongevallen en opnames op de spoedeisende hulp van ziekenhuizen. Het geeft ook problemen voor hun mantelzorgers. En eenzaamheid en sociaal isolement liggen op de loer. Vraag naar meer woonvoorzieningen voor ouderen Uit onderzoek van ANBO onder haar leden blijkt dat ouder wordende mensen meer behoeften hebben aan voorzieningen dichtbij huis en aan sociale contacten in de buurt. Mensen willen wel de sociale contacten, zoals in de oude verzorgingshuizen, maar willen hun zelfstandigheid zo lang mogelijk behouden. Door bijvoorbeeld geclusterd te bouwen, kunnen mensen anderen ontmoeten en elkaar ondersteunen. Als het nodig is, kunnen zorgaanbieders efficiënter te werk gaan en meerdere mensen op één locatie zorg bieden. ActiZ heeft in 2019 onderzoek laten uitvoeren naar woonvoorzieningen die specifiek bedoeld zijn voor ouderen met een zorgbehoefte.

Uit beide onderzoeken blijkt dat dergelijke woonvormen grote meerwaarde hebben voor de bewoners, voor de zorgorganisaties en voor de maatschappij. Woonwensen van ouderen Hetzelfde onderzoek van ANBO en Actiz brengt vier woonwensen van ouderen naar voren: de meerderheid van de ouderen staat open voor meer gemeenschappelijk wonen; ouderen hebben behoefte aan veiligheid, ontmoeting en voorzieningen;

_________________________________________ Rapport Wonen met Zorg gemeente Brummen - 54

behoefte aan woonvormen tussen thuis en het verpleeghuis; er is behoefte aan diversiteit en (cultuur)specifieke woonvormen. Daarbij zijn ouderen bereid om (beperkt) extra geld uit te trekken voor een aangepaste woonvorm. Woonvormen Er zijn door de bank genomen drie hoofd-woonvormen: Beschermd wonen (intramuraal), beschut wonen (tussenvorm) en zelfstandig wonen (zelfstandig of extramuraal). Met name in de tussenvormen zien we een sterke toename van verschillende vormen. We beschrijven hieronder de drie hoofdvormen en de diverse tussenvormen: Intramuraal wonen Bij intramuraal wonen verblijven cliënten permanent in een zorginstelling waar 24-uurs zorg aanwezig is. Het gaat om zorg in een verpleeghuis of instelling voor gehandicapten. Of een instelling voor cliënten met langdurige psychische problemen. Hierbij betalen ze één bedrag voor het wonen en de zorg. De hoogte van de eigen bijdrage kan per cliënt en moment van de opname verschillen. Definitie beschermd wonen Beschermd wonen is wonen in een accommodatie van een instelling met daarbij behorend toezicht en begeleiding. Deze is gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie, het psychisch en psychosociaal functioneren, stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld, het voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast of het afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen.

Beschermd wonen is bestemd voor personen met psychische of psychosociale problemen, die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. Beschermd wonen is er ook voor mensen met licht verstandelijke beperkingen. Tussenvorm (wonen) Het begrip ‘tussenvormen’ is rekbaar en inzetbaar voor veel doelgroepen in wonen en zorg. In algemene zin gaat het om woonvormen waarbij de cliënt een grote mate van zelfstandigheid heeft en de ondersteuning wordt afgeschaald. De cliënt betaalt zelf huur aan de zorgaanbieder of corporatie. Men woont dus zelfstandig, maar met de mogelijkheid tot ondersteuning in het dagelijks leven en ontmoeting in de nabijheid. Het gaat hierbij om mensen die niet intramuraal wonen, maar wel behoefte hebben aan begeleiding en ondersteuning om zelfstandig te kunnen (blijven) wonen.

Een tussen woonvorm voldoet vaak aan de volgende kenmerken: bewoners wonen in een woonvorm die beschutting en een gevoel van collectiviteit biedt; inwoners kennen en ontmoeten elkaar; bewoners huren zelf hun woning; bewoners wonen in kleine woningen met een eigen voordeur en eigen voorzieningen: studio’s of appartementen; bewoners krijgen doorgaans ambulante begeleiding; interactie met de buurt wordt gestimuleerd en/of gefaciliteerd; binnen het complex wonen soms ook andere groepen mensen, zoals jongeren, ouderen of mensen met een beperking (het zogeheten ‘magic-mix’ concept) Tussenvormen kunnen nieuw gerealiseerd worden, maar zijn ook goed vorm te geven in huidige (boventallige) woon(zorg)locaties met kleine zelfstandige wooneenheden. In de tussenvormen onderscheiden we de volgende woonvormen Geclusterd wonen Een zelfstandig appartement dat met andere appartementen is geclusterd tot een gemeenschappelijk woonproject, met een gezamenlijke ruimte voor activiteiten en maaltijden. De geclusterde manier van wonen zet aan tot meer ontmoeting, beschutting en nabijheid. Ondersteund door deze woonsituatie, hebben sommige cliënten minder ambulante begeleiding nodig. Naast appartementen is geclusterd gewoond ook mogelijk in hofjes, met meerdere seniorenwoningen bij elkaar.

Wonen met een Plus Onder Wonen met een Plus vallen alle geclusterde woonvormen voor mensen die een integraal pakket van wonen, services, ontmoeten, welzijn, dienstverlening en eventuele zorg nodig hebben om met behoud van eigen regie zelfstandig te wonen. Het betreft een woonvorm waar zorg op afroep of op afspraak herkenbaar aanwezig is. Niet iedereen met een ondersteuningsvraag heeft behoefte aan geclusterd wonen. Daarnaast zijn

_________________________________________ Rapport Wonen met Zorg gemeente Brummen - 55

er ook mensen zonder zorgvraag die behoefte hebben aan geclusterd wonen (bijv. mensen met eenzaamheidsgevoelens). Alleenstaande ouderen hebben eerder behoefte aan geclusterd wonen dan ouderen met een partner. Gespikkeld wonen: Een woning in een complex waar ook mensen met een andere achtergrond dan een zorgvraag wonen (dragende en vragende bewoners). Er is een nabijgelegen steunpunt waar de cliënt gebruik van kan maken. Opstapwoning Een opstapwoning is een zelfstandige woning van de corporatie met tijdelijk huurcontract en verplichte ambulante begeleiding voor de duur van twee jaar. Doorstromen naar een opstapwoning kan alleen vanuit een (semi-)intramurale voorziening. Groepswonen Bij groepswonen hebben bewoners een onzelfstandige kamer in een woning. Ze maken gebruik van gemeenschappelijke faciliteiten als woonkamer, badkamer en keuken. Extramuraal/zelfstandig wonen Bij extramuraal wonen, woont de cliënt zelfstandig en betaalt dus zelf de huur of hypotheek. Hij of zij krijgt de zorg thuis of bij een zorgaanbieder. Extramuraal of zelfstandig wonen kan in een huis, een appartement of een studio. Wel kennen we specifieke woningen binnen het zelfstandig wonen, veelal toegespitst op ouderen. Nultredenwoning In een nultredenwoning zijn woonkamer, keuken, toilet en badkamer en minimaal één slaapkamer zonder traplopen bereikbaar.

Levensloopbestendige woning Een woning met een woonkamer, keuken, badkamer en slaapkamer die zonder traplopen bereikbaar zijn. Daarnaast kunnen er vertrekken zijn die wel met traplopen bereikbaar zijn. Het gaat om woningen die geschikt (te maken) zijn om er in verschillende levensfasen te wonen, bijvoorbeeld door het plaatsen van een traplift. Dit betekent niet dat mensen hier hun hele levensloop wonen, of dat het een specifieke seniorenwoning is. 5.5.1. Ontwikkeling woonvraag in de ouderenzorg: V&V (PG en SOM) Vanuit de ondersteuningsbehoeften en de bestaande zorgvragen treden er in de toekomst waarschijnlijk inhoudelijk geen grote veranderingen meer op. Maar waarschijnlijk wel in de organisatie van de zorg en ondersteuning. In hoofdlijnen gaat het om de volgende veranderingen: meer ondersteuning van zorg- en dienstverlening in de thuissituatie. Veel ouderen en mensen met een zorgvraag willen het liefst zo lang mogelijk blijven wonen in hun huidige woning en buurt; meer diversiteit in huisvesting (met diensten en zorg) ingegeven door de verschillende zorg- en ondersteuningsbehoeften, de verschillen in culturele en sociale achtergronden en in besteedbaar inkomen en eigen vermogen; ontwikkelen van geïntegreerde arrangementen van wonen, welzijn, ontmoeten, dagbesteding, diensten en zorg.

Dit in samenwerking met partners en de lokale middenstand, samenspraak en afstemming met inwoners /bewoners en de informele zorg. Zij werken hierbij vanuit gezamenlijke taken en gedeelde verantwoordelijkheden samen; het geschikt maken van bestaande woningen voor mensen met een (lichte) zorgvraag. Hierbij is de leefomgeving ook bepalend. Voorzieningen in de buurt, de bereikbaarheid daarvan, veiligheid en (sociaal) welbevinden zijn belangrijke elementen. Een vitale leefomgeving vergroot de zelfstandigheid, maar is ook nodig om vereenzaming te beperken (grootste gezondheidsrisico van de komende jaren). Woonvraag ouderenzorg gemeente Brummen Bureau Fame heeft een gebiedsmonitor en concurrentieanalyse gemaakt voor de woonvraagontwikkeling op het gebied van Verpleging en verzorging in de gemeente Brummen. Dit in opdracht van Veluwonen, Riwis Zorg & Welzijn (Riwis), Zorggroep Apeldoorn e.o. (ZGA) en de gemeente Brummen (Bureau Fame - Gebiedsmonitor V&V, 02.2021).

_________________________________________ Rapport Wonen met Zorg gemeente Brummen - 56

Op basis van de bevolkingsprognose van de gemeente Brummen (onderverdeeld in de kernen Brummen, Eerbeek en de buitengebieden) komt Fame tot een voorspelling voor de vraag naar wonen met zorg. Deze is onderverdeeld in: de behoefte naar beschermd wonen voor mensen met dementie; de behoefte naar beschermd wonen voor mensen met somatische woonvraag; de behoefte naar wonen met een Plus. De woonvraag wordt steeds op vier gebieden beschreven: gemeentelijk, kern Brummen, kern Eerbeek en het buitengebied. Woonvraag dementie De vraag naar woningen voor mensen met dementie loopt de komende jaren flink op. Van 149 in 2020, naar 179 in 2025, 200 in 2030 en 250 in 2040 (en 282 in 2050).

Bron: (Bureau Fame - Gebiedsmonitor V&V, 02.2021)

Bron: (Bureau Fame - Gebiedsmonitor V&V, 02.2021)

_________________________________________ Rapport Wonen met Zorg gemeente Brummen - 57

Bron: (Bureau Fame - Gebiedsmonitor V&V, 02.2021)

In de grafiek (oranje kolommen) staat welk gedeelte van de theoretische vraag bestaat uit mensen met een indicatie VV5 en VV7 en mensen met een indicatie VV4. De verwachting is dat voor mensen met een VV4 de zorgvraag in de toekomst blijft bestaan. Daarnaast geeft de grafiek de prognose van Alzheimer Nederland weer (zwart). Alzheimer Nederland geeft een totaalprognose voor het aantal mensen met dementie per gemeente: een gedeelte hiervan heeft een beschermde woonvorm nodig en is meegenomen in de tabel. Woonvraag somatiek Ook zal de vraag naar woonplekken voor mensen met een somatische zorgvraag toenemen. Van 91 in 2020 tot 152 in 2040 (en 170 in 2050)

(Bureau Fame - Gebiedsmonitor V&V, 02.2021)

_________________________________________ Rapport Wonen met Zorg gemeente Brummen - 58

In de grafiek (oranje kolommen) staat welk gedeelte van de theoretische vraag bestaat uit mensen met VV6 en 8 indicatie en mensen met een VV4 indicatie. De verwachting is dat voor mensen met een VV4 de zorgvraag in de toekomst blijft bestaan. In oktober 2020 bedroeg het aantal verzilverde indicaties 67 eenheden. Het aantal afgegeven indicaties ligt hoger, evenals de FAME prevalentie voor 2020. Ook voor mensen met een somatische zorgvraag lijkt het aanbod van geschikte woonvoorzieningen niet voldoende in de gemeente.

(Bureau Fame - Gebiedsmonitor V&V, 02.2021)

(Bureau Fame - Gebiedsmonitor V&V, 02.2021)

Woonvraag wonen met een plus De vraag naar tussenvormen/wonen met een Plus is aanzienlijk. Ten opzichte van de situatie in 2020 bijna een verdubbeling in 2040.

(Bureau Fame - Gebiedsmonitor V&V, 02.2021)

_________________________________________ Rapport Wonen met Zorg gemeente Brummen - 59

In de grafiek (oranje kolommen) staat welk gedeelte van de theoretische vraag bestaat uit mensen met VV6 en 8 indicatie en mensen met een VV4 indicatie. De verwachting is dat voor mensen met een VV4 de zorgvraag in de toekomst blijft bestaan. In oktober 2020 bedroeg het aantal verzilverde indicaties 67 eenheden. Het aantal afgegeven indicaties ligt hoger, evenals de FAME prevalentie voor 2020. Ook voor mensen met een somatische zorgvraag lijkt het aanbod van geschikte woonvoorzieningen niet voldoende in de gemeente.

(Bureau Fame - Gebiedsmonitor V&V, 02.2021)

(Bureau Fame - Gebiedsmonitor V&V, 02.2021)

5.5.2. Ontwikkeling woonvraag in de GGZ: MO/ BW/ EPA Huidig aanbod Companen heeft onder zorgaanbieders in Oost-Veluwe een inventarisatie gedaan naar het huidige aanbod aan Beschermd Wonen en het bredere aanbod voor wonen met GGZ-zorg. Binnen de hele BW-regio Oost Veluwe heeft Companen 952 bedden voor GGZ-zorg in beeld gebracht. Zorgaanbieders geven aan dat 810 bedden daarvan bezet worden door een cliënt met een actuele Wmo-beschikking. 128 bedden zijn voor overig BW bedden. In de gemeente Brummen zijn 85 beschermd wonen-plekken (Wmo) geplaatst bij Riwis Zorg en Welzijn, Zorggroep Achterhoek, RiJoCOBA en Tactus. Prognose ontwikkeling aanbod Een deel van het huidige aanbod zal vanaf 2021 naar de Wlz verschuiven. Naar verwachting blijft in de gemeente Brummen op termijn behoefte aan 40 tot 50 BW plekken (zie cijfers Brummen in 2032).

Bron: (Companen - Woonopgave Beschermd Wonen, 11.2020)

_________________________________________ Rapport Wonen met Zorg gemeente Brummen - 60

Doorstroomkarakter Wmo Daarbij zal het karakter van BW in de Wmo een nog duidelijker ‘doorstroomkarakter’ hebben dan nu. Dit vanwege de doordecentralisatie, extramuralisering en ambulantisering. Dit staat in het ‘advies toekomst Beschermd Wonen’ (Commissie toekomst Beschermd Wonen - Van Beschermd wonen naar Beschermd Thuis, 11.2015) en wordt door de regio Oost Veluwe omarmd door het ’Ontwerp Beschermd Thuis 2030’ (Regio OostVeluwe - Ontwerp Beschermd Thuis, 12.2020) en het ‘Kaderdocument Beschermd Thuis 2030’ (Regio OostVeluwe - Regionaal Kaderdocument Beschermd Thuis , 12.2020). Immers, langdurige zorgbehoevenden verschuiven naar de Wlz. Beschermd wonen zal daarmee een tijdelijke vorm worden van wonen met zorg. Na verloop van tijd zullen de meeste cliënten weer zelfstandig gaan wonen met meer of minder intensieve begeleiding. Uitstroom naar (zelfstandige) woonruimte Hoeveel mensen gedurende de doordecentralisatie op jaarbasis zullen uitstromen, is van veel factoren afhankelijk. De verwachting is dat er de komende jaren extra uitstroom plaatsvindt. Hoeveel in de gemeente Brummen en hoeveel daarbuiten is moeilijk in te schatten.

Bron: (Companen - Woonopgave Beschermd Wonen, 11.2020)

Uitstroom op de lange termijn In de toekomst zullen deze getallen veranderen, vanwege de nieuwe organisatie van het BW zorglandschap. Voorheen verhuisden veel BW-cliënten naar centrumgemeenten voor een woonplek. Na verblijf stroomden veel cliënten ook uit binnen die centrumgemeente. Als cliënten – conform de regionale afspraken in het kaderdocument Beschermd Thuis 2022-2030 – vaker lokaal worden opgevangen, verwachten wij dat zij ook binnen de woongemeente uitstromen. In aanloop naar 2032 wordt het aantal uitstromende cliënten per gemeente daarom geleidelijk toegerekend naar een verdeling conform de lokale vraagontwikkeling van cliënten. Meer of minder lokale cliënten zal leiden tot meer of minder uitstroom. Op de lange termijn verwachten we dat de uitstroom stagneert volgens de regionale vraagontwikkeling van cliënten. Maar het zal even duren voor de uitstroom verandert: huidige cliënten stromen nog in dezelfde omvang uit. De verwachting is dat de uitstroom na het verstrijken van de gemiddelde verblijfsduur meebeweegt met de vraagontwikkeling. Uitstroomrichtingen Uitstromen uit BW betekent in veel gevallen een overgang naar een eigen woning, vaak met ondersteuning en begeleiding. Het passend huisvesten van deze groep inwoners valt of staat met de mogelijkheid om ze op een goede en duurzame manier te ondersteunen in hun dagelijks leven.

Professionals kunnen deze ondersteuning bieden, maar soms ook het eigen netwerk. Ook speelt de woonomgeving een belangrijke rol. Vooral voor de zorgdoelgroepen is een zorgvuldige afweging nodig als het gaat om de woonplek. Alles moet erop gericht zijn op een zo groot mogelijke kans op herstel en een minimale kans op terugval.

Bron: (Woonopgave BW Companen, 11.2020)

_________________________________________ Rapport Wonen met Zorg gemeente Brummen - 61

Het aandeel uitstromers dat gebruik zal maken van een opstapwoning of tussenvorm met lichte of intensieve begeleiding ligt rond de 65%. Dat blijkt uit het inventarisatieaanbod van Companen. Toegepast op de jaarlijkse uitstroom laat onderstaand schema zien wat het te verwachten aantal cliënten is dat behoefte zal hebben aan een opstapwoning of het wonen in een tussenvorm.

Bron: (Woonopgave BW Companen, 11.2020)

Woonopgave: match cliënten en bedden Vraag (cliënten) en aanbod (bedden) zijn momenteel in balans. Maar deze balans verandert geleidelijk de komende jaren. Vanaf 2023 verandert de situatie door de intreding van het objectieve verdeelmodel en de financiële doordecentralisatie. Richting 2032 (eindtermijn doordecentralisatie) gaan financiën, aantal bedden en cliënten geleidelijk naar een nieuw evenwicht. Zoals aangegeven verschuift in 2021 tussen de 41-50% van de huidige groep Wmo BW cliënten naar de Wlz. Als we de huidige balans in het licht van de vraagontwikkeling zetten, zien we dat op termijn een disbalans ontstaat. Onderstaand overzicht geeft deze woonopgave weer: het verschil tussen vraag en aanbod geeft weer hoeveel Wmo-cliënten de regio opvangt van buiten de regio, maar waarvoor de regio geen financiering meer ontvangt op de gekozen peilmomenten.

Bron: (Companen - Woonopgave Beschermd Wonen, 11.2020)

De regio Oost-Veluwe voorziet momenteel óók in substantiële mate in de woonzorgbehoefte van Wmocliënten die afkomstig zijn van buiten de eigen regio. Hoeveel cliënten dit zijn, verschilt per scenario. Schuiven er meer cliënten naar de Wlz binnen Oost-Veluwe, dan leidt dit tot een kleinere resterende Wmo-groep in Oost-Veluwe. De resterende Wmo-groep ligt dan al dichter bij het landelijk gemiddelde en er is minder afbouw nodig. Wij verwachten dat de regio 80 tot 135 Wmo-cliënten van buiten de regio opvangt. Voor dit aantal cliënten zal de regio naar verwachting geleidelijk geen financiële middelen meer ontvangen. In de bovenstaande cijfers zijn de toekomstige Wlz-cliënten (ca. 320 tot 405 cliënten) buiten beschouwing gelaten. Want de verwachting is dat er geen grote veranderingen optreden voor de woonsituatie van deze cliënten. Zij zullen veelal blijven wonen op hun huidige woonlocaties. In enkele gevallen moeten zij verhuizen als zorgaanbieders niet gecertificeerd zijn voor zorgverlening in de Wlz. De berekening houdt hier geen mee. Woonopgave gemeente Brummen De doorkijk naar de lokale opgave gaat uit van alleen de lokale behoefte aan Beschermd Wonen. In de berekening van de lokale opgave is rekening gehouden met het aandeel Wmo-cliënten dat per gemeente naar de Wlz verschuift.

Onderstaand overzicht geeft de balans weer tussen de resterende Wmo-cliënten en resterende Wmo-bedden in de gemeente Brummen. Hier is duidelijk zichtbaar dat Brummen nadrukkelijk voorziet in een bovenlokale vraag van cliënten, waarvoor wij naar verwachting geen financiële middelen meer zullen ontvangen.

_________________________________________ Rapport Wonen met Zorg gemeente Brummen - 62

Bron: (Companen - Woonopgave Beschermd Wonen, 11.2020)

Aanbevelingen voor regionale woonopgave Zonder interventies zal de bovenregionale functie van BW in Oost Veluwe leiden tot een financieringstekort binnen de regio. Daarbij is het goed te bezien dat de financiële middelen over BW in 10 jaar worden afgeschaald. Anders gezegd: om geen tekorten te krijgen, moet de regio over deze periode minimaal 80 tot 135 minder cliënten weten te financieren of hiervoor vervangende financiering vinden. Companen doet een aantal aanbevelingen:  Beperken van instroom: Jongeren vormen een groot deel van de huidige cliënten en een nog groter deel van de instroom. Een deel van deze jongeren heeft een zwaardere zorgvraag en daarom ook behoefte aan BW. Maar waarschijnlijk heeft ook een deel van de instromende jongeren een lichtere zorgvraag en doet bij een gebrek aan alternatieven een beroep op BW. Zij zouden ook zelfstandig kunnen wonen met bijvoorbeeld ambulante begeleiding, financiële ondersteuning op huurbetaling of de inzet van een huismeester. Dergelijke oplossingen hebben ook (lichtere) financiële gevolgen voor bijvoorbeeld begeleiding vanuit de Wmo. Een goed voorbeeld van een tussenvorm met potentie is ‘wonen met kansen’.  Eenmalige ambulantisering van cliënten: Met intensieve ambulante begeleiding hoeft een deel van de doelgroep misschien niet langer intramuraal te wonen.

We kunnen onderzoeken of bestaand BW-aanbod (tijdelijk) als ‘tussenvorm’ ingezet kan worden, in samenspraak met zorgaanbieders en corporaties. Een afweging hierbij is of ambulantisering ook een financieel voordeel biedt. In deze situatie hoeven cliënten niet te verhuizen, maar huren zij hun huidige woonruimte. De cliënt blijft dan collectief en beschermd wonen, maar de ondersteuning wordt afgeschaald. Zorgaanbieders kunnen dit zorgvastgoed dan nog enige tijd inzetten voor de doelgroep. Dit als onderdeel van een geleidelijke transitie naar meer spreiding van locaties over gemeenten. De zorgaanbieder zou als verhuurder kunnen optreden, maar het kan is ook mogelijk om de locatie te verkopen aan een woningcorporatie. De corporatie neemt de verhuur dan over.  Financieringsafspraken maken met herkomstgemeenten Financiële afspraken maken met de gemeente van herkomst kan ook een oplossing bieden. Met de mogelijke invoering van het woonplaatsbeginsel BW zijn herkomstgemeenten verplicht om de verantwoordelijkheid en financiering voor cliënten uit de eigen gemeente te dragen. Oók als zij buiten de herkomstgemeente beschermd gaan wonen. In dat geval betalen de herkomstgemeenten de zorgaanbieders die in andere regio’s zijn gevestigd. De regeling biedt echter ook een uitweg voor herkomstgemeenten om juist niet te investeren in een lokale infrastructuur.

Er kan ook een keuze worden gemaakt om BW in een andere regio in te kopen. De regeling woonplaatsbeginsel draagt daarmee het risico een averechts effect te hebben. Andere veelgenoemde kritiek op deze regeling: soms is het ondoenlijk om de herkomst te bepalen van cliënten die van buiten de regio komen. In deze gevallen valt de financieringsbron niet goed vast te stellen. Momenteel zijn er diverse landelijke ontwikkelingen gaande om de in- en uitstroom van cliënten beter te monitoren.  Versnelling van de gemiddelde verblijfsduur Met het verschuiven van langdurige zorg richting de Wlz, krijgt het Beschermd Wonen binnen de Wmo een sterk ‘doorstroomkarakter’. Nieuwe cliënten binnen de Wmo zullen op enig moment doorstromen naar de Wlz of andere instellingszorg. Of juist werken aan uitstroom richting een zelfstandige woonsituatie. De gemiddelde verblijfsduur van cliënten binnen de Wmo is daarmee van invloed op het aantal benodigde bedden. Als cliënten sneller uit- of doorstromen, zijn er minder bedden nodig om in de woonbehoefte van de totale cliëntengroep te voorzien. Een gecoördineerde en gezamenlijke inzet van zorgaanbieders, corporaties, zorgkantoor en gemeenten op het versnellen van de gemiddelde verblijfsduur, kan bijdragen aan het afbouwen van de totale cliëntpopulatie. En daarmee het benodigd aantal bedden verminderen.

_________________________________________ Rapport Wonen met Zorg gemeente Brummen - 63

5.5.3. Ontwikkeling woonvraag in de Gehandicaptenzorg: LG/ VG/ LVB Bij de ontwikkeling van de woonvraag van de gehandicaptenzorg gaan we uit van de ontwikkeling volgens in de regioanalyse gehandicaptenzorg van Zilveren Kruis (Zilveren Kruis - Regioanalyse Gehandicaptenzorg, 06.2020). Zorg in eigen woonomgeving Zilveren Kruis gaat uit van het doorzetten van de groei van zorg in de eigen woonomgeving. Voor de regio betekent dit een groei van 189 klanten met ambulante zorg.

Bron: (Zilveren Kruis - Regioanalyse Gehandicaptenzorg, 06.2020)

Als de groei van klanten kan worden opgevangen in de eigen omgeving dan zijn er over vijf jaar 25 minder intramurale plekken nodig.

Bron: (Zilveren Kruis - Regioanalyse Gehandicaptenzorg, 06.2020)

Visie op gehandicaptenzorg 2030 De Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN) geeft in haar visiedocument op gehandicaptenzorg 2030 ‘een betekenisvol leven, gewoon meedoen’ een doorkijk naar hun wensbeeld voor mensen met een beperking, (VGN - visie op gehandicaptenzorg 2030, 11.2020). Hoewel het document niet inhoudelijk ingaat op de ontwikkeling van de woonvraag, onderschrijft VGN de doorontwikkeling naar meer zelfstandigheid van de cliënt, het vergroten van een betekenisvol leven en het betrekken van het sociaal netwerk. Ze willen, meer dan nu, bijdragen aan oplossingen in andere leefdomeinen zoals wonen, werken en onderwijs. De ondersteuning laat zich niet alleen leiden door de indicatie of iemands beperkingen, maar gaat over grenzen voor zorgdomeinen, leefdomeinen en organisaties heen.

_________________________________________ Rapport Wonen met Zorg gemeente Brummen - 64

Inzet van digitale technologie De VGN zet de komende jaren in op technologie, omdat dit mensen met een beperking kan helpen om hun eigen leven zo betekenisvol en zelfstandig mogelijk te leiden. De inzet van digitale technologie is daarbij gericht op het realiseren van slimme oplossingen voor mensen met een beperking op het gebied van wonen, leven, leren, werken, taal en gezondheid. Maatschappelijke beweging VGN zet in op de realisatie van een handicapvriendelijke samenleving. Een samenleving die gebaseerd is op gelijkwaardigheid en wederkerigheid, vanuit de erkenning dat mensen zonder en met beperking gelijkwaardig zijn. VNG zet in op acties die ertoe moeten leiden dat mensen met een licht verstandelijke beperking op alle levensdomeinen mee kunnen doen.

5.6. Ontwikkeling welzijn: Stichting Welzijn Brummen (SWB) is dé brede instelling in de gemeente Brummen die zich richt op het welzijn van haar inwoners. SWB zet zich actief in voor een prettige sociale omgeving en is er voor alle inwoners. SWB biedt tal van activiteiten aan waarbij jong en oud zich vermaakt, elkaar ontmoet en samen ontwikkelt. Ook verbindt SWB actieve inwoners aan anderen (en onze nieuwkomers) die ondersteuning nodig hebben. Het startpunt is de vraag van het individu, maar vooral ook de kracht van samen. Positieve gezondheid SWB maakt bij haar dienstverlening gebruik van het spinnenwebmodel van positieve gezondheid. Positieve gezondheid gaat over een bredere kijk op gezondheid, die meer oplevert. Mensen zijn niet hun aandoening. Toch focussen we daar in de zorg doorgaans wel op. Alle aandacht gaat uit naar klachten en gezondheidsproblemen, en hoe we die kunnen oplossen. Positieve Gezondheid kiest een andere invalshoek. Het accent ligt niet op ziekte. Maar op mensen zelf, op hun veerkracht en op wat hun leven betekenisvol maakt Bron: (iPH Positieve Gezondheid). Met die bredere benadering draagt SWB bij aan het vermogen van mensen om met de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen in het leven om te gaan. Én om zo veel mogelijk eigen regie te voeren. Een gezondheidsvisie ······ Het denken over gezondheid en ziekte is de laatste jaren sterk aan het veranderen.

Lange tijd zagen we gezondheid vooral als afwezigheid van ziekte. Positieve Gezondheid kijkt juist breder. Daarbij gaat het niet om gezondheid als een statisch gegeven of een te bereiken doel. Maar om de veerkracht van mensen om zich aan te passen aan wat zich in het leven voordoet. Die meer dynamische benadering doet meer recht aan mensen en aan wat voor hen betekenisvol is. De invulling van gezondheid is bij Positieve Gezondheid uitgewerkt in zes dimensies. Die zijn voortgekomen uit onderzoek naar wat mensen zelf verstaan onder gezondheid. Mensen vinden niet alleen lichamelijke gezondheid belangrijk, maar bijvoorbeeld ook zingeving, meedoen en kwaliteit van leven. 5.6.1. Vrijwilligerswerk Overheidsbeleid is meer en meer gericht op eigen verantwoordelijkheid en eigen kracht. Mensen moeten hun zorg en ondersteuning meer zelf regelen of met hulp van hun omgeving. Ook de gemeente Brummen legt daar in haar beleid de focus op. Ze ziet vrijwillige inzet en het ondersteunen van mantelzorgers als een belangrijk instrument voor ‘samenredzaamheid’. Door het versterken van het vrijwilligerswerk wil de gemeente de eigen kracht van de inwoners vergroten en de sociale netwerken versterken, zodat mensen langer zelfstandig kunnen wonen en het gebruik van individuele voorzieningen vermindert. Het ondersteunen van mantelzorgers in hun opgave vormt een belangrijke andere pijler.

_________________________________________ Rapport Wonen met Zorg gemeente Brummen - 65

Vrijwilligerscentrale De vrijwilligerscentrale in Brummen vormt de spin in het web. Hier komt alles bij elkaar: kennis over en voor vrijwilligers en vrijwilligersorganisaties, vraag en aanbod van vrijwilligers, ondersteuning van vrijwilligers en organisaties en cursusaanbod. De vrijwilligerscentrale gaat dit niet allemaal zelf leveren en organiseren, maar maakt ook gebruik van het aanbod en de kennis van andere organisaties. Zoals de sportverenigingen en zorginstellingen. De vrijwilligerscentrale verbindt wat er al is en maakt dit zichtbaar. Daarnaast verzorgt de vrijwilligerscentrale een (aanvullend) aanbod dat aansluit bij de behoefte van vrijwilligers en organisaties. De vrijwilligerscentrale is geen gebouw, zoals een school. Er is wel een fysieke plek waar mensen vragen kunnen stellen, kennis of ervaringen kunnen uitwisselen of een cursus of workshop kunnen volgen. Dat hoeft niet altijd het gebouw van de SWB te zijn, maar kan ook de plek zijn ‘waar het gebeurt’: een sportkantine, een school of een zorginstelling. De vrijwilligerscentrale is ook een digitale omgeving waar informatie makkelijk te vinden is. Een herkenbare site waar mensen beginnen te zoeken als ze bijvoorbeeld willen weten hoe je in contact komt met een maatje.

Of als je zelf iets wilt gaan doen voor een ander, wat het cursusaanbod voor vrijwilligers in Brummen is of waar je rekening mee moet houden als je vrijwilligers ‘in dienst’ neemt. Doel vrijwilligerscentrale Versterken en borgen van de kwaliteit van het vrijwilligerswerk De vrijwilligerscentrale versterkt de kwaliteit van de vrijwillige inzet door kennis te vergroten en competenties te trainen. Enerzijds door het in stand houden van een vast, actueel aanbod van kennis en informatie. Anderzijds door het samenbrengen en inrichten van een cursus- en ondersteuningsaanbod dat aansluit bij de behoefte van vrijwilligers en organisaties. Vergroten en verbreden van de vrijwillige inzet De vrijwilligerscentrale zoekt, samen met andere organisaties, naar creatieve manieren om nieuwe vrijwilligers te werven en te binden. Zij stelt de opgedane kennis hierover beschikbaar aan andere organisaties die gebruik maken van vrijwillige inzet. De vrijwilligerscentrale probeert hierbij ook vooral ‘nieuwe’ groepen aan te boren, zoals jeugd, nieuwkomers en mensen met een beperking. Verbeteren van de match tussen vraag naar en aanbod van vrijwillige inzet Er zijn veel verschillende vormen van vrijwilligerswerk. Welke vorm het best past, ligt aan persoonlijke wensen en competenties.

De vrijwilligerscentrale biedt een kwalitatief goede vacaturebank en talentenbank, maar gaat ook op zoek naar nieuwe, eigentijdse manieren om vraag en aanbod bij elkaar te brengen. Dat kan ook door slimme verbindingen te leggen met bestaande activiteiten. De vrijwilligerscentrale beschikt samen met de netwerkpartners over de juiste kennis en ervaring. Hierdoor kan zij de geschikte vrijwilliger werven, selecteren, opleiden en blijvend ondersteunen en motiveren voor - in dit geval - vrijwilligerswerk ter ondersteuning van mensen die langer thuis blijven wonen. Ook kan zij nieuwe concepten proefdraaien en uitrollen, zoals momenteel gebeurt met respijtzorgvrijwilligers. De vraag is vanuit de inwoners gesignaleerd en gedefinieerd. Er zijn vrijwilligers geworven, opgeleid en zij worden doorlopend ondersteund en gemotiveerd. Vrijwillige inzet bij SWB Als maatschappelijke organisatie die met haar dorpshuizen met vele activiteiten midden in de dorpen staat, is de organisatie zelf ook een warme, laagdrempelige plaats om vrijwilligerswerk te doen. Wij zijn er van overtuigd dat iedere inwoner iets te brengen heeft; jong, oud, dik, dun, handig met groen of met taal. Iedereen kan iets bijdragen en zich nuttig maken. Wij geloven dat het zelf doen van vrijwilligerswerk iedereen iets brengt.

Soms dient het vooral het tegengaan van achteruitgang of juist verbetering van de lichaamsfuncties of het beter dagelijks functioneren. Heel vaak zien we dat het mentaal welbevinden toeneemt, dat men het heel erg fijn vindt om sociaal maatschappelijk mee te doen. Het gevoel dat je er toe, heeft een positieve invloed op de kwaliteit van leven. Informele zorg De bereidheid om voor elkaar te zorgen is groot. In Nederland helpen jaarlijks circa 4,4 miljoen 16-plussers hun partner, familie, vriend of buur die hulp nodig heeft vanwege lichamelijke, psychische, verstandelijke

_________________________________________ Rapport Wonen met Zorg gemeente Brummen - 66

beperkingen of ouderdom. Daarnaast zijn er bijna 800.000 zorgvrijwilligers die geregeld vrijwilligerswerk in zorg en welzijn leveren aan een hulpbehoevenden. Mantelzorg en vrijwilligerszorg vormen samen de informele zorg. Dankzij de informele zorg: verbetert de kwaliteit van leven van (kwetsbare) mensen; kunnen mensen mee (blijven) doen aan de samenleving; wordt minder snel een beroep gedaan op de professionele zorg. De informele zorg is daarom van onschatbare waarde. Zonder de inzet van mantelzorgers en zorgvrijwilligers zou het Nederlandse zorgsysteem niet houdbaar zijn. Zij kunnen de zorg volhouden als zij op eigen wijze voor een ander kunnen zorgen. Alleen dan slaagt de participatiemaatschappij. 5.6.2. Mantelzorg Naast vrijwilligers doen mensen vaak ook een beroep op directe naasten. We noemen dat mantelzorg. Het Sociaal Cultureel Planbureau omschrijft mantelzorg als ‘alle hulp aan een hulpbehoevende door iemand uit diens directe sociale omgeving. Ook minder intensieve hulp, de hulp aan huisgenoten en de hulp aan instellingsbewoners zijn meegenomen. Mantelzorg is hulp die verder gaat dan de zogenoemde ‘gebruikelijke hulp’.’ Enkele kenmerken van mantelzorg zijn: mantelzorg is onbetaalde hulp en kan nooit als een verplichting worden opgelegd.

Hulp aan mensen zonder gezondheidsbeperkingen (zoals oppassen op gezonde kleinkinderen) valt buiten de definitie; mantelzorg is vrijwillig, maar geen vrijwilligerszorg: o Mantelzorg komt op je pad. Iedereen krijgt er vroeg of laat mee te maken; je bent mantelzorger, je wordt mantelzorger of je hebt in de toekomst hulp van een mantelzorger nodig. Mantelzorgers zorgen soms 24 uur per dag, ze kunnen hier niet zomaar mee stoppen en ze verrichten soms verpleegkundige handelingen. o Voor vrijwilligerszorg kies je. Zorgvrijwilligers verlenen hun zorg voor een beperkt aantal uren en kunnen hier op eigen initiatief mee stoppen. Zorgvrijwilligers werken in georganiseerd verband voor een organisatie en verrichten zelden verpleegkundige handelingen. Mantelzorg nu en in de toekomst MantelzorgNL, de landelijke vereniging die opkomt voor iedereen die zorgt voor een naaste, toont in haar factsheet ‘Mantelzorg in cijfers 2020’ een beeld van mantelzorg nu en in de toekomst (MantelzorgNL mantelzorg in cijfers 2020 , 11.2020).

Mantelzorg in cijfers 1 op de 3 Nederlanders (16+) gaven in 201 mantelzorg (circa 4,4 miljoen mantelzorgers) 3.865.000 mantelzorgers geven langer dan 3 maanden hulp (langdurig) 865.000 mantelzorgers geven meer dan 8 uur per week hulp (intensief) 750.000 mantelzorgers geven zowel langdurig als intensief hulp 8,6% van de mantelzorgers voelt zich zwaar belast (380.000 mantelzorgers) Een kwart van de mantelzorgers beschouwt zichzelf als mantelzorger 1 op de 3 mantelzorgers is niet op de hoogte van mantelzorgondersteuning 1 op de 10 mantelzorgers heeft behoefte aan respijtzorg, maar krijgt het niet Ongeveer vijf van de zes mantelzorgers genieten van de leuke momenten van het 5 op de 6 mantelzorgers tussen 18 en 65 jaar heeft betaald werk 1 op de 4 werknemers combineert betaald werk met mantelzorg 1 op de 20 werknemers combineert betaald werk met minstens 8 uur mantelzorg per week (ongeveer 400.000 werknemers) 1 op de 5 jongeren tussen 12-16 jaar groeit op met een chronisch ziek gezinslid. Zij ervaren een lagere kwaliteit van leven o.a. door bezorgdheid en gepieker over hun gezinslid en hebben verhoudingsgewijs vaker last van inslaapproblemen, vermoeidheid en gevoelens van uitputting.

_________________________________________ Rapport Wonen met Zorg gemeente Brummen - 67

Mantelzorg in de gemeente Brummen Mantelzorg heeft ook cijfers beschikbaar over het aantal mantelzorgers in de gemeente Brummen (MantelzorgNL - cijfers mantelzorg 2017). Brummen telde in 2017 ruim 5.300 mantelzorgers van 15 jaar of ouder, waarvan er 4.664 langdurig mantelzorg verlenen. 916 mantelzorgers zorgen langdurig en intensief en 458 (bijna 10%) zijn overbelast

Bron: (MantelzorgNL - cijfers mantelzorg 2017), bewerking gemeente Brummen

Knooppunt Mantelzorg gemeente Brummen Knooppunt Mantelzorg in de gemeente Brummen biedt veel ondersteuning aan mantelzorgers. Het Knooppunt is er voor iedereen, jong of oud, familie of kennis, die korte of langere tijd zorgt voor een naaste met een ziekte of beperking. In 2020 is het aantal mantelzorgers gedurende de coronatijd gestegen met 30%. Momenteel staan er in totaal circa 240 mantelzorgers ingeschreven. Werkplan Mantelzorg Het Knooppunt Mantelzorg werkt continu aan haar dienstverlening met een werkplan. De belangrijkste speerpunten uit het werkplan van het Knooppunt zijn: Behoefte-onderzoek In 2019 is een behoeftepeiling gedaan onder mantelzorgers. In het doorlopende contact kijkt het Knooppunt continu of de vraag nog aansluit bij de behoefte. Deskundigheidsbevordering van professionals, mantelzorgers en zorgvrijwilligers Deskundigheidsbevordering is, zeker met alle ontwikkelingen die zich voordoen, van toegevoegde waarde voor professionals, zorgvrijwilligers, maar ook voor mantelzorgers. Hier wordt continu op ingezet. Versterken door waarderen Erkenning en waardering zijn van groot belang voor mantelzorgers. Om deze reden organiseert het Knooppunt tal van activiteiten en ontvangen (indien financieel mogelijk) de mantelzorgers een presentje.

Bieden van informatie, advies en ondersteuning Afhankelijk van de vraag worden er individuele- of contactgroepen, informatiebijeenkomsten of themabijeenkomsten georganiseerd. Collectief waar kan en maatwerk waar nodig. Structurele samenwerking en afstemming met netwerkpartners vindt structureel plaats. Het doel hiervan is om andere partijen te stimuleren om mantelzorgondersteuning aan te bieden of initiatieven daarvoor te ontplooien. Belangrijke netwerkpartners zijn: Team voor Elkaar, casemanager dementie, geheugensteunpunt, praktijkondersteuner huisarts (POH), huisartsen en dagbestedingsvoorzieningen Toenemend belang van mantelzorg Mantelzorg wordt steeds belangrijker. De laatste jaren zijn de zorgvraag en zorgkosten toegenomen. Mensen worden meer en meer opgeroepen om na te gaan wie in hun eigen netwerk informele hulp kan bieden. De verwachting is dat het aantal beschikbare mantelzorgers voor een kwetsbare oudere met een hulpvraag gestaag afneemt, terwijl het aantal mantelzorgvragers toe zal nemen door de vergrijzing. Toekomstverkenning mantelzorg aan ouderen in 2040 Het Sociaal Cultureel Planbureau heeft samen met het Planbureau voor de Leefomgeving (Pbl) onderzoek gedaan naar de (regionale) ontwikkelingen van mantelzorg voor de komende 20 jaar.

Het rapport gaat in op de vraag of er in de toekomst nog wel voldoende mantelzorgers beschikbaar zijn voor de groeiende groep ouderen in onze samenleving. Het rapport schetst een beeld van de te verwachten ontwikkelingen op regionaal niveau van zowel het aantal zelfstandig wonende ouderen (75+) dat mantelzorg zal ontvangen in de toekomst (2018-2040) als de beschikbaarheid van mantelzorgers.

_________________________________________ Rapport Wonen met Zorg gemeente Brummen - 68

Mantelzorg: meer gevers dan ontvangers Ongeveer 215.000 zelfstandig wonende 75+ers ontvangen mantelzorg en ruim 2,1 miljoen mensen geven mantelzorg aan 75+ers. Rond tien gevers op één ontvanger dus. Onder mantelzorg wordt verstaan: hulp bij het huishouden, persoonlijke verzorging, verpleegkundige hulp of begeleiding. Emotionele steun is buiten beschouwing gelaten.

Bron: (SCP - toekomstverkenning mantelzorg 2040, 2019)

Het aantal uren mantelzorg dat zelfstandige wonende 75+ers per week ontvangen is aanzienlijk.

Bron: (SCP - toekomstverkenning mantelzorg 2040, 2019)

Van de mantelzorg aan 75-plussers wordt 60% gegeven door 50-74-jarigen, 28% door 18-49-jarigen en 12% door leeftijdsgenoten.

_________________________________________ Rapport Wonen met Zorg gemeente Brummen - 69

Bron: (SCP - toekomstverkenning mantelzorg 2040, 2019)

Uitkomsten van de ramingen van mantelzorg geven en ontvangen tussen 2018 en 2040 Een van de belangrijkste uitkomsten van het onderzoek is de toekomstige verhouding tussen het aantal gevers en ontvangers van mantelzorg. Die verhouding ligt nu op rond de vijf gevers van 4 uur mantelzorg of meer per week op één ontvanger. Om deze verhouding in de toekomst te kunnen ramen, moet de ontwikkeling worden geschat van zowel het aantal mantelzorgers van personen van 75-plussers als het aantal 75-plussers dat mantelzorg krijgt. Dit gebeurt 7 in vier stappen en op basis van de Corop-regio’s : 1. bepalen van de aandelen mensen die mantelzorg ontvangen, onderscheiden naar de achtergrondkenmerken geslacht, leeftijd en huishoudenspositie; 2. bepalen van de aandelen mensen die mantelzorg geven, onderscheiden naar de achtergrondkenmerken geslacht, leeftijd en huishoudenspositie; 3. toepassen van deze aandelen op de huidige en de toekomstige bevolking van 2018 tot en met 2040 in de corop-regio’s van Nederland, uitgesplitst naar de achtergrondkenmerken geslacht, leeftijd en huishoudenspositie; 4. berekenen van het aantal gevers op het aantal ontvangers van mantelzorg in de corop-regio’s van Nederland, nu en in de toekomst. Als kernindicator wordt de ratio tussen beide groepen gebruikt, ofwel het aantal gevers gedeeld door het aantal ontvangers van mantelzorg.

Bij de raming worden drie varianten gebruikt. Een variant met een constante zorgbehoefte onder alle 75plussers: dit geeft een beeld van de ‘bovengrens’ van het aantal ontvangers van mantelzorg. De tweede variant gaat uit van een gezondheidsverbetering voor alle 75-plussers; dit geeft een beeld van de ‘ondergrens’ van het aantal ontvangers van mantelzorg. Een verbetering van de gezondheidstoestand bij met name ouderen tussen de 74-84 jaar is te verwachten. Daarom is het aannemelijk te kijken naar de ontwikkeling van de rode lijn in de grafieken. We zien een flinke toename in het aantal ontvangers van mantelzorg. Van circa 234.000 in 2018 tot circa 385.000 in 2040. Daartegenover staat dat de verhouding tussen het aantal gevers en het aantal ontvanger van mantelzorg zal afnemen, van 4,8 naar 3. In 2040 zijn er nog maar drie mantelzorggevers op één mantelzorgontvanger. Nu is dit nog bijna één op vijf.

7

https://www.regioatlas.nl/indelingen/indelingen_indeling/t/corop_regio_s

_________________________________________ Rapport Wonen met Zorg gemeente Brummen - 70

Bron: (SCP - toekomstverkenning mantelzorg 2040, 2019)

Bron: (SCP - toekomstverkenning mantelzorg 2040, 2019)

Het is dus vrijwel zeker dat er meer krapte zal komen in de mantelzorg. Tenzij de gezondheid van ouderen in de toekomst spectaculaire verbetert of veel meer mensen mantelzorg willen geven. Wat betreft de gevers van mantelzorg is het nuttig te kijken naar de leeftijdsklassen. Hierbij kunnen we grofweg onderscheid maken op basis van familierelatie (waarbij even wordt voorbijgegaan aan het zorg verlenen aan mensen buiten de familiekring): - mantelzorg van ouderen aan hun partner (≥75 jaar); - mantelzorg van kinderen aan hun (schoon)ouders (50-74 jaar); - mantelzorg van kleinkinderen die hun grootouders een handje helpen (18-49 jaar) In 2018 zijn er bijna vijf gevers van mantelzorg voor iedere ontvanger van 75 jaar en ouder. Naar leeftijdsklassen ontstaat het volgende beeld:

_________________________________________ Rapport Wonen met Zorg gemeente Brummen - 71

- voor gevers van mantelzorg van 75 jaar en ouder ligt deze verhouding op 0,5; - voor gevers van 50-74 jaar op bijna 2,5 ; - voor gevers tussen 18 en 49 jaar op bijna 2. Hieruit kan worden afgeleid dat de grootste categorie gevers bestaat uit kinderen die hulp verlenen aan hun (schoon)ouders.

Bron: (SCP - toekomstverkenning mantelzorg 2040, 2019)

In de toekomst treden aanzienlijke verschuivingen op in de bijdrage van de drie groepen. De ratio gaat onder zowel 50-74-jarige gevers als 18-49-jarige gevers aanzienlijk dalen (respectievelijk met 1,1 en 0,8). Terwijl deze onder 75-plussers min of meer gelijk blijft. Dit impliceert dat de bijdrage van kinderen aan hun (schoon)ouders sterk zal dalen, terwijl ouderen even vaak als nu mantelzorg blijven geven aan hun partner. In relatieve zin betekent dit dat ouderen in de toekomst vaker mantelzorg gaan geven. Regionale verschillen ontstaan tussen regio’s met relatief veel jonge volwassenen en regio’s met relatief veel ouderen waar de verhouding gevers versus ontvangers relatief laag is. In krimpregio’s, zoals de gemeente Brummen, zien we veel jongeren wegtrekken naar de grote steden voor studie of werk. Hier blijven de meeste ouderen achter. De verhoudingen zullen hierdoor sterker dalen in krimpregio’s en de belasting op de ouderen zal hier groter zijn. De zorg die ouderen elkaar geven, betreft over het algemeen ook de meest intensieve zorg. Niet alleen zal dus een groter deel van de zorg bij de 75-plussers komen te liggen, maar dit zal ook een hoge urenbelasting met zich meebrengen. Gemeenten als regisseur van de zorg Conclusie: ouderen bieden een steeds groter deel van de zorg voor ouderen, terwijl ze mogelijk zelf ook ondersteuning nodig hebben.

In de regio’s waar de vraag naar zorg het hoogst zal zijn (de zogenoemde krimpgebieden), zullen relatief weinig collectief gefinancierde zorg en weinig informele zorg aanwezig zijn omdat de jongere generaties naar (rand)stedelijke gebieden trekken. In die regio’s zal de informele zorg dus meer dan elders op de schouders van de oudere generaties gaan rusten. Gemeenten moeten zich afvragen of er in deze gebieden wel voldoende ondersteuning beschikbaar is en hoeveel mantelzorg gemeenten in alle redelijkheid van hun burgers kunnen verwachten. Wanneer moet er ‘echt’ professionele hulp beschikbaar zijn? Het SCP en Pbl adviseren om in vervolgonderzoek na te gaan wat mensen van de overheid verwachten op zorggebied. En voor welke zorgtaken zij informele dan wel formele oplossingen als passend beschouwen.

_________________________________________ Rapport Wonen met Zorg gemeente Brummen - 72

5.6.3. Preventie Preventie is sterk in opkomst. Het doel van preventie is zorgen dat mensen gezond blijven door hun gezondheid te bevorderen en te beschermen. Ook heeft preventie tot doel ziekten en complicaties van ziekten te voorkomen of in een zo vroeg mogelijk stadium op te sporen. Preventieve maatregelen worden op verschillende locaties uitgevoerd; op school, in de wijk en op de werkplek. Bij een integrale benadering richten preventiemaatregelen zich zowel op het gedrag van de personen als op de fysieke en sociale omgeving. (RIVM Wat is preventie?) Inzet op gezondheid en preventie is nodig om meerdere redenen: (1) de leefstijl-gerelateerde problemen nemen toe, (2) mensen met ongezonde leefstijl en onderliggende gezondheidsproblematiek zijn extra kwetsbaar voor infectieziekten en (3) de vergrijzing vraagt om langer zelfstandig wonen. Preventie heeft als doel dat mensen langer gezond blijven en ziektes en complicaties voorkomen of vroeg opgespoord worden. Zodat de kosten voor zowel het sociaal domein als de zorgverzekeraar zo laag mogelijk blijven. Preventie is ook in de regio een belangrijk thema.

Dit blijkt ook wel uit de prominente plek die het heeft gekregen in de nieuwe Samenwerkingsagenda Zorglandschap 2021 t/m 2023 waarin de acht gemeenten van de regio Oost-Veluwe/ Midden-IJssel, zorgverzekeraar Zilveren Kruis en Zilveren Kruis Zorgkantoor ambities en afspraken voor de komende jaren hebben vastgelegd (Regio Oost-Veluwe/ Midden IJsselSamenwerkingsagenda Zorglandschap, 2020)

Vormen van preventie Preventie wordt vaak ingedeeld naar doelgroep aan de hand van het ziektestadium: van gezonde bevolking tot mensen met een ziekte. De primaire verantwoordelijkheid ligt deels bij gemeenten en deels bij de zorgverzekeraar. Samenwerking door beide partijen versterkt de inzet.

(Regio Oost-Veluwe/ Midden IJssel- Samenwerkingsagenda Zorglandschap, 2020)

Wat doen gemeenten in de regio Preventie en gedragsverandering vragen om een lange adem. Om daadwerkelijk effecten op de gezondheid te verkrijgen, is langdurige aandacht voor bepaalde thema’s nodig. En dat bij voorkeur door alle betrokken partners. Voor de betrokken gemeenten betekent dit dat in de vierjaarlijkse lokale nota’s gezondheidsbeleid (waartoe de Wet publieke gezondheid verplicht) waar mogelijk stabiliteit op thema’s aan de orde is. Vitale inwoners is het streven, met als belangrijke aandachtspunten gezond gewicht, verantwoord alcoholgebruik, niet roken en dagelijks bewegen. Dit is in lijn met de landelijke ambities. De gemeentelijke aanpakken hebben een integraal karakter (‘health in all policies’) en haken aan op de specifieke kenmerken en mogelijkheden van de gemeente.

_________________________________________ Rapport Wonen met Zorg gemeente Brummen - 73

De betrokken gemeenten hebben in hun gezondheidsbeleid expliciete aandacht voor ouderen en mensen met een psychische kwetsbaarheid en werken dat op eigen wijze verder uit, passend bij de lokale context. Meer in het algemeen zijn er voor gemeenten vier landelijke thema’s voor het lokaal beleid: 1) Gezondheid in de fysieke en sociale leefomgeving 2) Druk op het dagelijks leven bij jeugd en jongvolwassenen 3) Vitaal ouder worden 4) Gezondheidsachterstanden verkleinen van bijvoorbeeld mensen met een lage Sociaal Economische status (SES) en statushouders Bijdrage Zilveren Kruis op preventie Naast het inkopen van preventie als onderdeel van de zorg, zet Zilveren Kruis ook andere middelen in om gezondheid te bevorderen. Bijvoorbeeld als samenwerkingspartner in regionale samenwerking met gemeenten en door een gezamenlijke inzet op preventie en gezondheidsbevordering. Maar ook door de interventies uit de Zvw/aanvullende verzekering en inzet van professionals te verbinden aan de inzet en interventies van de GGD en het sociaal domein. Ambities 2021 t/m 2023 Het thema preventie is nieuw in de Samenwerkingsagenda. De komende maanden wordt de agenda uitgewerkt met concrete actiepunten. Door samenwerking is een effect mogelijk dat groter is dan de som der samenstellende delen. Dat komt de doeltreffendheid van het beleid in de praktijk ten goede.

Een beweging naar meer zelfredzaamheid en minder gebruik van vangnet/maatwerkvoorzieningen is wat gemeenten beogen. Preventie draagt bij aan die beoogde transformatie. Als leidend uitgangspunt hanteert de regio het concept van ‘positieve gezondheid’. Dit is ook al genoemd bij de inzet van welzijnsactiviteiten. De ambitie van de Samenwerkingsagenda is een vitale regio Oost-Veluwe/Midden-IJssel: geheel rookvrij, waar inwoners verantwoord met alcohol omgaan, een gezond gewicht hebben en dagelijks bewegen. Een samenleving waarin voor iedere inwoner een plekje is. Waar inwoners naar elkaar omkijken zodat depressieve gevoelens minder een kans krijgen of minder zwaar wegen. Belangrijk daarvoor is een schuldenvrij bestaan. Het sociaal en medische domein moeten nóg concreter en eerder met elkaar samenwerken rond deze onderwerpen. 5.6.4. Leefbaarheid wijken en solidariteit inwoners Een inclusieve samenleving is de landelijke ambitie én de ambitie van de regio Oost-Veluwe/Midden-IJssel. Ook in de gemeente Brummen werken we hier voortdurend aan. De gemeente heeft hier specifiek aandacht voor in ‘de sluitende aanpak personen met verward gedrag’ (Gemeente Brummen - sluitende aanpak personen met verward gedrag, 2018). Een inclusieve samenleving betekent dat mensen met een kwetsbaarheid, waaronder psychische, zoveel mogelijk meedoen en wonen in reguliere woningen.

Een risico hiervan is dat mensen die verward gedrag vertonen meer zichtbaar zijn. Daarnaast is de afgelopen jaren de landelijke aandacht voor personen die verward gedrag vertonen ook toegenomen. We onderscheiden globaal vier verschillende categorieën van mensen met verward gedrag.

Bron: (Gemeente Brummen - sluitende aanpak personen met verward gedrag, 2018)

_________________________________________ Rapport Wonen met Zorg gemeente Brummen - 74

Meer kwetsbare mensen in de wijken kan mogelijk overlast betekenen en gevolgen hebben voor de leefbaarheid. Het is daarom van groot belang om aandacht te hebben voor een goede spreiding van bewoners met sociale problematiek. Een goede balans in de woonwijken moet goed bewaakt blijven. Een gevarieerde wijk of kern versterkt de leefbaarheid. Onderlinge betrokkenheid versterkt aanwezige sociale structuren. Zo heeft een gevarieerde bevolkingsopbouw wat betreft leeftijd voordelen. Mensen kunnen elkaar ondersteunen binnen het eigen netwerk. Een gedifferentieerd woningaanbod houdt een gevarieerde opbouw mogelijk. Er is aandacht voor voldoende geschikte woningen voor ouderen en andere kwetsbare bevolkingsgroepen.

5.7. Overige ontwikkelingen: 5.7.1. Rapport Berenschot ‘naar een evenwichtig sociaal domein’ Net als vele andere gemeenten in het land heeft ook de gemeente Brummen de afgelopen jaren diverse inspanningen gepleegd om de kosten binnen het sociaal domein beheersbaar te houden. Deze activiteiten hebben nog niet tot de gewenste besparingen geleid. Daarom heeft de gemeente aan Berenschot gevraagd om enerzijds een analyse uit te voeren naar de huidige inrichting van het sociaal domein en anderzijds op basis daarvan te komen tot concrete besparingsmaatregelen. Berenschot doet deze concrete besparingsmaatregelen in het rapport ‘naar een evenwichtig sociaal domein’ (Berenschot - naar een evenwichtig sociaal domein , 10.2020). Enkele van deze maatregelen kunnen effect hebben voor het (nieuwe) zorglandschap binnen wonen met zorg. Hieronder noemen we de belangrijkste. Op zoek naar evenwicht Uit de analyse van Berenschot blijkt dat de gemeente Brummen voor het sociaal domein afgelopen jaren structureel meer heeft begroot dan de middelen die het Rijk hiervoor beschikbaar stelde. Ook de uitgaven waren jaarlijks hoger dan de rijksbijdrage. Sinds 2019 zijn de jaarlijkse uitgaven (fors) hoger dan de begroting en is de reservepositie van de gemeente Brummen verslechterd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10270335/2