CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

(121) Rapport verkennend bodemonderzoek - De Lei - D445325C

Forum Fysieke Leefomgeving 14 november 2024, gemeente BrummenBij agendapunt: Tussenrapportage haalbaarheidsstudies Wvg locaties (besluitvormend)10.515 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

445325c

De Klinker Milieu Adviesbureau HISTORISCH VOORONDERZOEK volgens NEN 5725

Plangebied L.R. Beijnenlaan Brummen

Datum:

13 november 2023

Adviesbureau:

De Klinker B.V. Holtmede 1 7207 BX Zutphen 0575-517298

Rapportnummer:

K2320247

Opdrachtgever:

Gemeente Brummen Engelenburgerlaan 31 6971 BV Brummen

Auteur: J.F. Eggink

Paraaf

Gecontroleerd door W. Wilbrink

Paraaf

INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING .........................................................................................................................................3 2 SYSTEMATIEK HISTORISCH VOORONDERZOEK .................................................................................4 2.1 Stappen milieuhygiënisch vooronderzoek ................................................................................4 2.2 Uitvoeren vooronderzoek .........................................................................................................4 2.2.1 Locatiegegevens ............................................................................................................... 4 2.2.2 Bodemopbouw en geohydrologie .................................................................................... 5 2.2.3 Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit. ............................................................................ 5 2.2.4 Gebruik en beïnvloeding van de locatie - verdachte situatie ........................................... 5 2.2.5 Verwachting aanwezigheid asbest in de bodem .............................................................. 5 2.2.6 Terreinverkenning ............................................................................................................

6 3 AFBAKENING .....................................................................................................................................7 3.1 Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie .......................................................................7 4 TERREINVERKENNING .......................................................................................................................8 4.1 Terreininspectie.........................................................................................................................8 5 BUREAUONDERZOEK ..................................................................................................................... 10 5.1 Voorgeschiedenis ................................................................................................................... 10 5.2 Historische kaarten................................................................................................................. 10 5.3 Informatie Omgevingsrapportage .......................................................................................... 11 5.4 Informatie Omgevingsdienst .................................................................................................. 12 5.5 Bodemkwaliteitskaart ............................................................................................................

12 5.6 PFAS ........................................................................................................................................ 13 5.7 Bouwarchief............................................................................................................................ 13 5.8 Asbestdakenkaart ................................................................................................................... 13 5.9 Bodemopbouw en geohydrologie .......................................................................................... 14 5.10 Uitgevoerde bodemonderzoeken .......................................................................................... 15 5.11 Graafmelding KLIC .................................................................................................................. 18 5.12 NGE (Niet Gesprongen Explosieven) ...................................................................................... 19 6 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ................................................................................................. 20 6.1 Beïnvloeding vanuit de omgeving .......................................................................................... 20 6.2 Bodemonderzoek noodzakelijk? ............................................................................................

20 6.3 Algemeen................................................................................................................................ 20

BIJLAGEN Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4: Bijlage 5:

Ligging onderzoekslocatie Situering onderzoeks-/plangebied Checklist vooronderzoek Historische informatie Foto’s onderzoek

Rapportnummer: K2320247

2

1

INLEIDING

In opdracht van gemeente Brummen is door De Klinker Milieu Adviesbureau een historisch vooronderzoek conform NEN 5725 uitgevoerd voor het plangebied ‘L.R. Beijnenlaan’ te Brummen. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van circa 19 ha. In bijlage 1 is de regionale ligging opgenomen en bijlage 2 een overzicht van het plangebied weergegeven. De aanleiding tot het historisch vooronderzoek wordt gevormd door de voorgenomen (her)ontwikkeling van het plangebied. In dit rapport wordt de informatie gepresenteerd die tijdens uitvoering van het vooronderzoek is verzameld. Het vooronderzoek is uitgevoerd conform NEN 5725 (Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, 2017). Hierbij wordt getracht uit diverse bronnen de voorgeschreven onderzoeksvragen te beantwoorden. In de hoofdstukken 3, 4 en 5 worden de te beantwoorden onderzoeksvragen weergegeven en beantwoord. Hierbij is (indien van toepassing) tevens de bron van de informatie weergegeven. Het door De Klinker Milieu Adviesbureau gehanteerde kwaliteitssysteem en de toepassing daarvan voldoet aan NEN-EN-ISO 9001:2015. Tussen De Klinker Milieu Adviesbureau en de opdrachtgever is geen sprake van een relatie die de onafhankelijkheid en integriteit zou kunnen beïnvloeden en/of haar werkzaamheden zou kunnen belemmeren.

In voorliggende rapportage wordt een overzicht gegeven van de resultaten van het uitgevoerde vooronderzoek. In hoofdstuk 3 is een afbakening van het onderzoeksgebied weergegeven. In hoofdstuk 4 zijn de resultaten van het veldonderzoek (terreininspectie) beschreven. In hoofdstuk 5 worden de tijdens het vooronderzoek verzamelde informatie, de globale bodemopbouw, de geohydrologische gegevens vanuit het bureauonderzoek weergegeven. Tot slot worden de conclusies en aanbevelingen gepresenteerd in hoofdstuk 6.

Rapportnummer: K2320247

3

2

SYSTEMATIEK HISTORISCH VOORONDERZOEK

Afhankelijk van de aanleiding voor het verrichten van vooronderzoek moet antwoord worden verkregen op een aantal onderzoeksvragen. Ter beantwoording van deze onderzoeksvragen moet informatie worden verzameld over relevante aspecten. Zolang de verzamelde informatie niet leidt tot voldoende beantwoording van alle onderzoeksvragen, kan het raadplegen van aanvullende beschikbare informatiebronnen noodzakelijk zijn. Zodra de onderzoeksvragen volledig kunnen worden beantwoord aan de hand van de verzamelde informatie, wordt het milieuhygiënisch vooronderzoek afgerond met een rapportage. In bijlage 3 is de tabel uit de NEN 5725 met de diverse aanleidingen voor bodemonderzoek weergegeven, alsmede een checklist van de verplichte vooronderzoeksaspecten. De aanleiding van het onderhavig vooronderzoek is ‘Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek’ (optie A uit de NEN 5725). 2.1 Stappen milieuhygiënisch vooronderzoek Er wordt een vooronderzoek uitgevoerd om de relevante informatie te verzamelen om onderbouwde antwoorden te formulieren op de onderzoeksvragen. In onderstaande schema

Figuur 1: Stappenplan bij het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek

2.2 Uitvoeren vooronderzoek De van het eenduidig afgebakende geografische gebied (zie stap 1) te onderzoeken aspecten zijn afhankelijk van de aanleiding van het milieuhygiënisch vooronderzoek. Hieronder zijn alle mogelijke onderzoeksaspecten toegelicht. 2.2.1 Locatiegegevens In aanvulling op de afbakening van het vooronderzoeksterrein (stap 1) moet de onderzoeker voldoende informatie hebben over de fysieke omstandigheden en terreininrichting van de onderzoekslocatie, bijvoorbeeld verhardingen, aanwezigheid bebouwing, enz. Een terreinverkenning is onderdeel van het milieuhygiënisch vooronderzoek. Rapportnummer: K2320247

4

2.2.2 Bodemopbouw en geohydrologie Ten behoeve van het vooronderzoek kan het verplicht zijn informatie te verzamelen over de bodemopbouw en/of geohydrologie van de locatie waar het onderzoek betrekking op heeft. Op welke wijze is het bodemsysteem door menselijk handelen beïnvloed (antropogene lagen in de bodem als: ophogingen, dempingen, bodemvreemde lagen). Ten aanzien van de geohydrologie moet de onderzoeker ook vaststellen op welke wijze het grondwatersysteem is beïnvloed door menselijk handelen (drainage, bemalingen, onttrekkingen, infiltratie)? 2.2.3 Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit. Uit het vooronderzoek moet blijken: - welke informatie al beschikbaar is over de kwaliteit van de bodem (eerder uitgevoerde bodemonderzoeken en bodemkwaliteitskaart) op de locatie; - of er sprake is van een gebiedsgerichte kwaliteit en/of gebiedsgericht beleid (voor zowel grond als grondwater); - of bronnen bekend zijn die hebben geleid tot een diffuse dan wel plaatselijke bodembelasting; - of er sprake is van restverontreinigingen van eerder uitgevoerde saneringen; - of er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. 2.2.4 Gebruik en beïnvloeding van de locatie - verdachte situatie In het kader van de uitvoeringsaspecten is vooronderzoek naar objecten en obstakels (ondergrondse infrastructuur, infrastructurele werken, puinlagen, ophooglagen en verhardingen) optioneel.

Deze inventarisatie kan extra informatie geven over eventuele randvoorwaarden om de uitvoering van het onderzoek vast te kunnen stellen, zowel qua bereikbaarheid als qua veiligheid. Tot slot omvat dit onderzoeksaspect ook de beoordeling in hoeverre bodemvreemd materiaal aanwezig is of kan zijn. Op basis van het huidige en voormalige gebruik van de bodem, de activiteiten op de locatie en de toepassing van materialen op de locatie moet de onderzoeker: - inventariseren waar potentieel verontreinigende activiteiten hebben plaatsgevonden en tot welke verontreinigingen die mogelijk hebben geleid. Deze kritische stoffen moeten worden benoemd; - ongewone voorvallen uit het verleden identificeren en het effect op de locatie beschrijven. Indien relevant voor het onderzoek worden ook de periodes waarin de potentieel verontreinigde activiteiten hebben plaatsgevonden, vastgesteld (optioneel); - inventariseren wat de toekomstige situatie op de locatie is om vast te kunnen stellen of en waar bodemverontreiniging op de locatie kan ontstaan. Dit is vooral relevant bij nulsituatie‐onderzoek. - Inventariseren op welke wijze de locatie door de omgeving wordt beïnvloed, bijvoorbeeld door verspreiding van grondwaterverontreinigingen binnen de locatie.

2.2.5 Verwachting aanwezigheid asbest in de bodem - Uit vooronderzoek moet blijken of ten gevolge van het (voormalige) gebruik van de bodem, (voormalige) activiteiten op de locatie, (voormalige) aanwezigheid van asbestverdacht materiaal op de locatie, de bodem of grond als asbestverdacht moet worden beschouwd; - Als er sporadisch asbestverdacht materiaal op de locatie wordt aangetroffen, zonder een duidelijke kern of bron van bodemverontreiniging, is er geen sprake van een asbestverdachte situatie; De onderzoeker motiveert de afstand tot de onderzoekslocatie met het oog op asbestverontreiniging als gevolg van verwaaiing van verweerd asbest.

Rapportnummer: K2320247

5

2.2.6 Terreinverkenning Een terreinverkenning is onderdeel van het milieuhygiënisch vooronderzoek en heeft tot doel om te controleren of de gedocumenteerde informatie overeenkomt met de daadwerkelijke situatie ter plaatse en deze aan te vullen met relevante waarnemingen. Als de terreinverkenning voorafgaand aan het veldwerk wordt uitgevoerd, moeten de resultaten van de terreinverkenning als onderdeel van het vooronderzoek worden gerapporteerd. Een terreinverkenning moet bij asbestverdachte locaties altijd plaatsvinden, maar kan eventueel meteen voorafgaand aan het vervolgonderzoek (visuele inspectie) bij het veldwerk worden uitgevoerd. Indien bij een terreinverkenning een andere situatie wordt aangetroffen dan op basis van het vooronderzoek werd verwacht, dan moet de hypothese worden bijgesteld.

Rapportnummer: K2320247

6

3

AFBAKENING

Voor het onderzoek heeft een veld- en bureauonderzoek plaatsgevonden. Voor het veldonderzoek is een locatiebezoek uitgevoerd waarbij een indruk is verkregen van het plangebied en de ‘verdachte’ deellocaties. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van het veldonderzoek weergegeven. 3.1 Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie Het plangebied is gelegen in het buitengebied ten westen van de bebouwde kom van Brummen. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 18,8 ha. In tabel 3.1 zijn de kadastrale percelen weergegeven. Tabel 3.1: Overzicht kadastrale percelen Gemeente Sectie Perceelnummer Brummen (BMN01) E 3133, 3134, 3296 1382, 1383, 1386, 1387, 2549, 2550, 2551, 2552, Brummen (BMN01) G 2553, 3487, 4283, 4284, 4302 Brummen (BMN01) G 4974, 5736 Brummen (BMN01) G 4975, 4976, 4977 Brummen (BMN01) G 5229, 5435, 5436 Brummen (BMN01) G 5737

Omschrijving Wegvak, berm Landbouwgrond Perceel Hazenberg 3 t/m 5 Hallsepad (fietspad + houtsingel) Landbouwgrond, houtsingel Wegvak, berm

(bron: Kadaster)

Het plangebied bestaat voor een groot deel uit agrarische percelen. In het plangebied is de openbare weg, L.R. Beijnenlaan, gelegen met aangrenzend een agrarische bedrijfslocatie bekend als “de Leie” gevestigd aan de Hazenberg 3-5 te Brummen. Ten oosten van het plangebied is het bedrijventerrein “Hazenberg, ”de bebouwde kom en de spoorlijn Zutphen-Arnhem gelegen. In zuidwestelijke richting ligt kasteel “Engelenburg”, een landhuis met buitenplaats en landgoed. Het kasteel is een rijksmonument. Het landgoed begrenst onderhavig plangebied.

Figuur 1: Weergave begrenzing van het plangebied (blauwe stippellijn)

Rapportnummer: K2320247

7

4

TERREINVERKENNING

Een onderdeel van het historisch vooronderzoek is de uitvoer van een terreinverkenning. De terreinverkenning of terreininspectie levert vooral gegevens op met betrekking tot het huidige gebruik. Daarnaast kan dit ook kennis over vroeger gebruik of over bodemopbouw en geohydrologie opleveren. 4.1 Terreininspectie Voor het historisch onderzoek heeft op 31 oktober 2023 een terreininspectie plaatsgevonden. De onderzoekslocatie is bekend als plangebied ‘L.R. Beijnenlaan’. De omgeving van de locatie wordt gekarakteriseerd door landbouw en natuur. De locatie is voor zover bekend niet opgehoogd. In het plangebied is de openbare weg, L.R. Beijnenlaan, gelegen. Het wegvak bestaat uit een geasfalteerde weg inclusief rode fietssuggestiestroken. De weg is aan de zijkanten versterkt met grasbetonstroken. Aan weerszijden van de weg is een groene berm met sloot gesitueerd. Vanaf de L.R. Beijnenlaan is een betonnen fietspad, bekend als Hallsepad, in westelijke richting gesitueerd. Het fietspad is gelegen in een houtsingel/bosschage met veelal inheemse bomen/struiken. Binnen het plangebied is één bedrijfslocatie gesitueerd, het betreft een agrarisch bedrijf bekend gevestigd aan de Hazenberg 3-5. Op het perceel is een woonboerderij met agrarische bedrijfsgebouwen gevestigd. Rondom de woonboerderij zijn paardenweiden gelegen.

Aan de west- en noordzijde wordt het perceel begrenst door de openbare wegen L.R. Beijnenlaan en Hazenberg. Onderstaande foto’s geven een indruk van de onderzoekslocatie. In bijlage 5 worden meer foto’s van het plangebied weergegeven.

foto 1

foto 2

foto 3

foto 4

foto 5

foto 6

foto 7

foto 8

foto 9

Rapportnummer: K2320247

8

foto 10

foto 11

foto 12

Aan de westzijde wordt het plangebied begrenst door een oud laantje met een gevleid gebakken klinkerpad. Uit het archiefonderzoek blijkt dat het laantje al vanaf 1850 op kaarten zichtbaar is. Het laantje is nu in trek bij wandelaars. Tijdens de terreininspectie zijn binnen het plangebied op het perceel Hazenberg 3-5 bebouwingen waargenomen welke verdacht zijn op de aanwezigheid van een asbest dakbedekking. Het is niet bekend of de bebouwingen (altijd) zijn voorzien van deugdelijke dakgoten en/of het terrein ter plaatse verhard is. Het perceel is in eigendom van derden er heeft derhalve geen inspectie op de locatie plaatsgevonden. Binnen het plangebied zijn rondom en plaatselijk tussen de weilanden lijnvormige watergangen in de vorm van greppel en/of sloten herkenbaar. De watergangen hebben tot doel het afvoeren van overtollig (regen)water. Tijdens de terreininspectie zijn geen interviews van direct betrokkenen of aanwonenden gevoerd. Wel is telefonisch contact geweest met de heer J. Bloemendaal (projectleider realisatie, gemeente Brummen) over de status van de wegen binnen het plangebied. Uit de verkregen informatie blijkt dat het wegvak, bekend als L.R. Beijnenlaan, omstreeks 2008 is verbeterd (overlagen en aanbrengen grasbetonblokken). Het fietspad, bekend als Hallsepad, is omstreeks 2016 uitgevoerd in beton. Voorheen was het fietspad geasfalteerd.

Rapportnummer: K2320247

9

5

BUREAUONDERZOEK

Bij het archief- of bureauonderzoek worden verschillen bronnen (archieven) geraadpleegd om de van de opdrachtgever, gemeente, omgevingsdienst of derden verkregen informatie te verifiëren en aan te vullen. 5.1 Voorgeschiedenis Het dorp Brummen ligt ten westen van het rivierkleigebied van de IJssel, waar vanaf ongeveer de 8e eeuw menselijke bewoning plaatsvond. In de late middeleeuwen kwam Brummen in de invloedssfeer van de steden Arnhem en Apeldoorn te liggen. Brummen lag toen aan de handelsroute Harderwijk – Dieren – Doesburg. Deze hoofdweg splitste zich ten noorden van Brummen richting Zutphen. Brummen lag in een marke-gebied. Markegronden zijn gemeenschappelijke woeste gronden (heide), waarop de schaapskudden 's zomers graasden. In de winter werd het vee op stal gebracht. De mest werd met heideplaggen vermengd en op de es- of enkgronden gebruikt om de akkers vruchtbaar te houden (potstalbemesting). De marken werden vanaf 1827 geleidelijk opgeheven. De woeste gronden werden daarbij verdeeld en ontgonnen. Het grootste deel van de woeste gronden werd pas in het laatste kwart van de 19e eeuw ontgonnen. Brummen is dan nog voornamelijk een agrarisch dorp waar zich van buitenaf een rijke elite in villa's heeft gevestigd. Kort voor 1900 krijgt Brummen zijn eerste eigen industrie: een cementwarenfabriek.

In de omringende dorpen zijn dan al wel papiermolens, een meelfabriek en een aantal steenovens actief (bron: Stichting MIP Gelderland 1993, p.14-16). Op historisch kaarten van het gebied is Brummen vooral naar het zuiden en westen flink gegroeid. De spoorlijn ten oosten van het plangebied is inmiddels aangelegd. “De Deuderik” is op deze kaart de naam van een boerderij, net ten noorden van boerderij “De Lei”. Beide boerderijen komen in de Hottingeratlas voor, maar alleen de naam “De Deuderik” wordt vermeld. Rond deze boerderijen zijn over de westelijke enk verschillende landweggetjes aangelegd. Kasteel “De Engelenburg”, gelegen ten zuidwesten van het plangebied, is destijds geheel verbouwd tot een terrein met Engelse landschapstuin en vier gebouwen rond een cirkelvormig plein (bron: Archeologisch onderzoek, 2010, gemeente Brummen). 5.2 Historische kaarten Op de volgende pagina zijn enkele historische kaarten uit de periode van 1920 tot heden, afkomstig van www.topotijdreis.nl, weergegeven. De kaarten tonen aan dat de boerderij “De Leie” al voor 1900 bekend is. De spoorlijn met station (spoorwegemplacement Brummen) is voor het eerst op kaarten uit 1865 zichtbaar. Op het noordwestelijk deel van het plangebied is in de periode van 1909 tot 1976 een (enkel) bebouwing aanwezig.

Het is uit het kaartmateriaal (zie onderstaande kaart uit 1955) niet duidelijk of sprake is van een woonbebouwing of schuur. Op dezelfde kaart (1955) is te zien dat enkele percelen, gelegen in het noordelijk deel van het plangebied alsmede ten zuiden van het erf Hazenberg 3-5, in gebruik zijn geweest als kwekerij/boomgaard. Gelet op het gebruik zijn deze percelen verdacht op de aanwezigheid van bestrijdingsmiddelen. Vanaf medio jaren zestig van de vorige eeuw is het bedrijventerrein “Hazenberg” ontwikkeld. Op het bedrijventerrein zijn kleinschalige bedrijfslocatie gesitueerd.

Rapportnummer: K2320247

10

Jaartal 2019

Jaartal 2000

Jaartal 1955

Jaartal 1920

5.3 Informatie Omgevingsrapportage In onderstaande tabel 5.1 is een overzicht van de beschikbare informatie uit Omgevingsrapportage Gelderland en/of de webapplicatie https://gisviewer.odachterhoek.nl/ over de onderzoekslocatie en aangrenzende percelen conform het Hbb register weergegeven. Tabel 5.1: Relevante informatie Hbb-register Locatie

Datum

Omschrijving/activiteit

Status/conclusie

Eerbeekseweg (ong.)

1953-1963

Stortplaats huishoudelijk en industrieel afval op land

Ernstig verontreinigd, geen spoed

Hazenberg 1

n.b. 1966-1993

Metaalgieterij Benzine-service-station incl. ondergrondse tanks

Verontreiniging aangetroffen en gesaneerd (restverontr. gebouw)

Hazenberg 5

1975-n.b.

Ondergrondse dieseltank

Potentieel verontreinigd

Hazenberg 14

1991-n.b.

Vruchtensappenfabriek Chemicaliënpopslagplaats

Potentieel verontreinigd

Hazenberg 14

tot 1985

HBO-tank (ondergronds)

Verontreiniging aangetoond

L.R. Beijnenlaan 6

1976-n.b. 1985

Machine- en apparatenindustrie Metaalconstructiebedrijf Autoplaatwerkerij annex spuiterij, diverse opslag

Ernstig verontreinigd, geen spoed

NS emplacement

1865-heden

Spoorwegemplacement, kolenopslagplaats, kopergieterij

Potentieel verontreinigd

Rapportnummer: K2320247

11

Op het perceel Eerbeekseweg (ong.) is sprake geweest van stortplaats van huishoudelijk afval en industrieel- en bedrijfsafval op land (na ontgronding). Het perceel maakt deel uit van onderhavig plangebied en is gesitueerd parallel aan de spoorlijn. Binnen of nabij het plangebied zijn in het verleden meerdere bodemonderzoeken uitgevoerd. De resultaten worden samengevat in paragraaf 5.10.

Figuur 2: Uitsnede webapplicatie kaart (verontreinigingscontouren) (plangebied blauwe stippellijn)

Gelet op de gevoerde activiteiten en de afstand tot het huidig plangebied is het mogelijk dat vanuit de omgeving ter plaatse van het plangebied de bodemkwaliteit (heeft) beïnvloed. 5.4 Informatie Omgevingsdienst Van de Omgevingsdienst Veluwe IJssel (mail van 26 oktober 2023) zijn de volgende relevante gegevens verkregen: - op het perceel Hazenberg 3-5 is een bedrijf voor het fokken en houden van rundvee gevestigd; - op het perceel Hazenberg 3-5 is een bovengrondse tank voor dieselolie aanwezig; - binnen of nabij het plangebied zijn in het verleden diverse bodemonderzoeken uitgevoerd. In paragraaf 5.10 is een overzicht van de bodemonderzoeken en evt. een samenvatting van het onderzoek weergegeven. 5.5 Bodemkwaliteitskaart De locatie is volgens de bodemkwaliteitskaart gelegen in deelgebied ‘buitengebied Brummen’ met de volgende bodemkwaliteitsklassen: - Ontgravingskwaliteit: o bovengrond: landbouw/natuur, o tussenlaag: landbouw/natuur, o ondergrond: landbouw/natuur. - Bodemfunctieklasse: landbouw/natuur - Toepassingsklasse: o bovengrond: landbouw/natuur, o tussenlaag: landbouw/natuur, o ondergrond: landbouw/natuur. (bron: (Lievense, 6 oktober 2020, Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart gemeenten Apeldoorn, Brummen, Epe en Voorst). Rapportnummer: K2320247

12

5.6 PFAS PFAS is een verzamelnaam en staat voor poly- en perfluoroalkylstoffen. Deze groep chemische stoffen is door mensen gemaakt en komt van nature niet in het milieu voor. PFAS hebben handige eigenschappen. Ze zijn onder andere water-, vet- en vuilafstotend. PFAS zitten in verschillende producten. Zoals in smeermiddelen, voedselverpakkingen, blusschuim, antiaanbaklagen van pannen, kleding, textiel en cosmetica. Ook worden ze gebruikt in verschillende industriële toepassingen en processen. Door het gebruik van deze producten, door fabrieksemissies en incidenten zijn PFAS in het milieu terechtgekomen. PFAS breken niet af en zitten nu onder andere in de bodem, in bagger en in het grondwater. PFAS kunnen een negatief effect hebben op het milieu en de gezondheid van mensen. Op 8 juli 2019 is een tijdelijk handelingskader in werking getreden voor hergebruik van PFAS - houdende grond en baggerspecie. De initiatiefnemers van grondverzet moeten de kwaliteit van de grond voor PFAS inzichtelijk maken in te verzetten grond en baggerspecie, die op of in de landbodem of in het oppervlaktewater wordt toegepast. Het tijdelijk handelingskader is op 29 november 2019 en op 2 juli 2020 geactualiseerd. Op 29 november 2019 zijn voorlopige landelijke achtergrondwaarden voor PFASgehalten gedefinieerd, evenals voorlopige toepassingswaarden in verschillende toepassingssituaties.

Op 2 juli 2020 zijn de voorlopige landelijke achtergrondwaarden aangepast en voor een aantal toepassingssituaties in een oppervlaktewaterlichaam de toepassingswaarden gewijzigd. De gezamenlijke gemeenten (Apeldoorn, Brummen, Epe en Voorst) hebben een bodemkwaliteitskaart PFAS-verbindingen opgesteld. De resultaten zijn in de in paragraaf 5.5 genoemde rapportage van bodemkwaliteitskaart verwerkt. Binnen onderhavig plangebied zijn voor zover bekend geen bronnen aanwezig of aanwezig geweest en hebben zich geen calamiteiten voorgedaan welke de locatie verdacht maken op de aanwezigheid van PFAS. Opgemerkt dient te worden dat brandincidenten waarbij mogelijk PFAS-houdend bluswater is gebruikt voor zover bekend niet zijn geregistreerd. 5.7 Bouwarchief Binnen het plangebied is het perceel Hazenberg 3-5 gelegen. Op het perceel is een woonboerderij met agrarische bedrijfsgebouwen en bijgebouwen gesitueerd. In het gemeentelijk bouwarchief zijn de volgende bouwdossiers van de locatie bekend. Tabel 5.2: Relevante informatie bouwarchief Locatie

Datum

Hazenberg 3-5

1925

Vergunning voor het bouwen van een boerderij/schuur

Omschrijving -

Bijzonderheden

Hazenberg 3-5

1949

Vergunning voor het bouwen van een wagenloods

-

Hazenberg 3-5

1961

Vergunning voor het bouwen van een varkensschuur

-

Hazenberg 3-5

1968

Vergunning voor het verbouwen van veestallen tot drijfmestveelstallen

-

Hazenberg 3-5

1970

Vergunning voor het bouwen van een veldschuur

-

Hazenberg 3-5

1970

Vergunning voor het verplaatsen van een schuur(tje)

-

Hazenberg 3-5

1974

Vergunning voor het verbouwen van een tasloods tot loopstal

-

Hazenberg 3-5

1975

Vergunning voor het bouwen van een berging

-

Hazenberg 3-5

1983

Vergunning voor het bouwen van een tasloods

-

Hazenberg 3-5

1983

Vergunning voor het uitbreiden van een ligboxenstal

-

Hazenberg 3-5

1999

Vergunning voor het bouwen van een jongveestal

-

5.8 Asbestdakenkaart Binnen het plangebied of in de directe omgeving van de onderzoekslocatie is volgens de provinciale asbestdakenkaart bebouwing aanwezig welke verdacht is op de aanwezigheid van asbestverdachte dakbedekking. Op het perceel Hazenberg 3-5 zijn enkele bebouwingen aanwezig welke verdacht zijn op de aanwezigheid van asbest. Het is niet bekend of de bebouwingen (altijd) zijn voorzien van deugdelijke dakgoten en/of het terrein ter plaatse is verhard. Rapportnummer: K2320247

13

Door verwering van de golfplaten dakbedekking kunnen asbestvezels met het regenwater uitspoelen en op/in de bodem terecht komen. Als er geen sprake is van een deugdelijke dakgoot en er is geen gesloten verharding, kunnen de vezels in de bodem terechtkomen. De zogenaamde druppelzones zijn in dat geval verdacht op het voorkomen van asbest. Gegevens over eventuele uitgevoerde asbestsaneringen binnen het plangebied zijn niet bekend. In onderstaand figuur 3 is een weergave van het plangebied op de asbestdakenkaart weergegeven.

Figuur 3: Uitsnede Asbestdakenkaart Gelderland (plangebied blauwe stippellijn)

5.9 Bodemopbouw en geohydrologie Als uitgangspunt voor de bodemsamenstelling en de geohydrologische situatie is boring B33G0757 van het Dinoloket gekozen. Deze boring is in de nabijheid van de locatie uitgevoerd. De bodemopbouw laat zich globaal als volgt beschrijven:

Figuur 4: Regionale bodemopbouw (bron: Dinoloket)

De regionale grondwaterstroming is noordoostelijk gericht (bron: Isohypsenkaart Gelderland). Het plangebied is niet gelegen binnen een waterwin- of grondwaterbeschermingsgebied. Rapportnummer: K2320247

14

5.10 Uitgevoerde bodemonderzoeken In tabel 5.3 worden de in de Omgevingsrapportage Gelderland en bij Omgevingsdienst Veluwe IJssel relevante bodemgegevens weergegeven. Binnen of nabij het onderzoeksgebied zijn de volgende bodemonderzoeken uitgevoerd: Tabel 5.3: Relevante bodeminformatie Locatie

Datum

Eerbeekseweg ong.

1980 1987 1989 1993 2001 2004 2006

Indicatief onderzoek (TNO) Historisch onderzoek (Ecolyse Nederland BV) Oriënterend onderzoek (Ecolyse Nederland BV) Nader onderzoek (Witteveen en Bos) Oriënterend onderzoek (Tauw) Oriënterend onderzoek (StraMoNa) Instemmen saneringsplan

Eerbeekseweg 1a

2000 2000 2002

Verkennend bodemonderzoek (De Klinker Milieu) Aanvullend onderzoek (De Klinker Milieu) Nader onderzoek (De Klinker Milieu)

1997 2002 2007 1994 1995 1997 1992 1995 1995 2001 2004

Verkennend bodemonderzoek (De Klinker Milieu) Potentieel verontreinigd Inventariserend bodemonderzoek (De Klinker Milieu) Nader onderzoek (De Klinker Milieu) Verkennend bodemonderzoek (De Klinker Milieu) Inventariserend bodemonderzoek (De Klinker Milieu) Bodemsanering bedrijven (BSB) (De Klinker Milieu) Saneringsevaluatie (De Klinker Milieu) Bodemsanering bedrijven BSB (Grontmij) Verkennend bodemonderzoek (De Klinker Milieu) Indicatief onderzoek (Grontmij) Nader onderzoek (De Klinker Milieu)

Hazenberg 5

1997

Verkennend bodemonderzoek (De Klinker Milieu)

Hazenberg 14

1998 1998 2000 2005

Verkennend bodemonderzoek (Tauw) Nader onderzoek (Tauw) Saneringsevaluatie (Tauw) Verkennend onderzoek (Hunneman Milieu-Advies)

Hazenberg 34

2003 2003 2004 2007 2010 2010 2010

Verkennend bodemonderzoek (De Klinker Milieu) Nader onderzoek (De Klinker Milieu) Nader onderzoek (Bodemstaete BV) BUS saneringsplan (BUS melding sanering) Saneringsplan (APS Milieu BV) Aanvullend bodemonderzoek (APS Milieu BV) Deelsaneringsplan (APS Milieu BV)

De Hazenberg

2021 2022

Verkennend bodemonderzoek (De Klinker Milieu) Verkennend onderzoek PFAS (De Klinker Milieu)

NS Emplacement

2001 2006 2006

Oriënterend bodemonderzoek (Tauw) Nader onderzoek (Tauw) Saneringsplan (Tauw)

Stationsweg

2001 2006 2019 2019 2020 2021

Oriënterend bodemonderzoek (Tauw) Nader onderzoek (Tauw) Actualisatie onderzoek (Aveco de Bondt) Verkennend asbestonderzoek (Aveco de Bondt) Verkennend bodemonderzoek (Aveco de Bondt) Actualisatie en nader onderzoek (De Klinker Milieu)

L.R. Beijenlaan L.R. Beijnenlaan 6 L.R. Beijenlaan 8 L.R. Beijnenlaan 10

Hazenberg 1

Omschrijving/auteur

Status/conclusie

Stortplaats op land

Van de relevante bodemonderzoeken wordt onderstaand een korte samenvatting weergegeven. Eerbeekseweg ong. Op de locatie zijn de volgende bodemonderzoeken uitgevoerd: 1. Oriënterend bodemonderzoek, StraMoNa; 2. Historisch onderzoek t.b.v. oriënterend bodemonderzoek, Ecolyse Nederland, T-192.00, juni 1987; 3. Verkennend Onderzoek Stortplaatsen (VOS), gevalsnummer GE/000/027, 2004.

Rapportnummer: K2320247

15

Ad 1: Op basis van de uitgevoerde onderzoeken blijkt dat langs het spoor te Brummen zijn dicht bij elkaar twee voormalige stortplaatsen aangetroffen. Te weten, een ca. 0,6 ha groot terrein aan de spoorwegovergang bij de Eerbeekseweg en een siertuin met vergraven afval aan de Hazenberg 2 met een oppervlakte van circa 1.300 m2. De locatie aan de Eerbeekseweg betreft een volgestorte zandafgraving uit de jaren veertig van de vorige eeuw. Het voormalige stort ligt parallel langs het spoor en is in eigendom van gemeente Brummen. Aan de noordzijde grenst de locatie aan een bedrijfsterrein (transport) en aan de westzijde ligt weiland. Van het stortterrein bij de Hazenberg is weinig bekend. De voormalige stortplaats aan de Eerbeekseweg is een circa vijf meter diep, volgestorte zandafgraving. Het stortmateriaal reikt tot op de bodem van de afgraving tot ruim in het grondwater. De locatie is afgewerkt met een dunne afdeklaag en ligt ongeveer twee meter hoger dan de omgeving. Het gestorte materiaal bestaat uit veelal puin, metaal, glas, plastic en veegvuil en vertoont plaatselijk carboleum- en oliegeur. Het stortmateriaal is licht tot sterk verontreinigd met zware metalen, plaatselijk minerale olie en PAK’s. De dunne bovenlaag is matig verontreinigd met lood en PAK (10 VROM) en licht verontreinigd met koper en zink.

In het grondwater is in de onderzoeken een sterke verontreiniging met zink en fenolen aangetroffen evenals een matige verontreiniging met benzeen, minerale olie, koper en nikkel. In het grondwater direct naast de stort worden licht verhoogde gehalten aan vluchtige aromaten, PAK en enkele vluchtige chloorverbindingen gemeten. Ad 3: Op de locatie heeft in het kader van VOS (Verkennend onderzoek stortplaatsen) een onderzoek plaatsgevonden. Een onderdeel van het onderzoek is het monitoringsonderzoek. Dit onderzoek is er op gericht te bezien of er stoffen uit het stortmateriaal uitspoelen naar het grondwater en zo ja of deze verontreinigingen zich naar de omgeving in het grondwater verspreiden. Tijdens het onderzoek zijn maximaal drie meetrondes uitgevoerd. Uit het onderzoek blijkt dat het grondwater ter plaatse matig en/of sterk is verontreinigd met een of meerdere stoffen. Naast het grondwater is ook de kwaliteit en samenstelling van de contactzone, inclusief de deklaag, van de locatie onderzocht. Uit het onderzoek blijkt dat de deklaag ter plaatse matig en/of sterk verontreinigd is met een of meerdere stoffen. In 2006 is instemming op het saneringsplan aangevraagd. Er is sprake van een ernstig geval van bodemverontreiniging, niet spoedeisend. Voor zover bekend heeft er geen bodemsanering op de locatie plaatsgevonden. L.R. Beijnenlaan (t.o.

Hazenberg 5) Op de locatie is het volgende bodemonderzoek uitgevoerd: 4. Verkennend bodemonderzoek, De Klinker Milieu Adviesbureau, rapport 970708HB.512, 28 augustus 1997. Ad 4: Op basis van de resultaten van het uitgevoerde onderzoek kan vastgesteld worden dat in de bodem een lichte verontreiniging met minerale olie is aangetroffen. In het grondwater is voor nikkel een overschrijding van de interventiewaarde en voor chroom en cadmium een overschrijding van de streefwaarde geconstateerd. De oorzaak van de grondwaterverontreiniging is niet bekend, maar gesteld wordt dat deze niet op de locatie is gelegen. Mogelijk is hier sprake van een verhoogde achtergrondwaarde. Hazenberg 6 Op de locatie zijn de volgende bodemonderzoeken uitgevoerd: 6. Basis document Inventariserend onderzoek, Grontmij Gelderland, rapport GLD956/1259341, augustus 1995; 7. Inventariserend bodemonderzoek BSB, De Klinker Milieu Adviesbureau, rapport 011128BB.110, 15 mei 2002; 8. Nader bodemonderzoek, De Klinker Milieu Adviesbureau, rapport 060928BB.310, 15 november 2007. Ad 7: Op basis van het basisdocument Inventariserend bodemonderzoek zijn als gevolg van de gevoerde bedrijfsactiviteiten potentieel verontreinigde locaties vastgesteld. Op basis van de analyseresultaten kan geconcludeerd worden dat ter plaatse van de afdeling verspaning een sterke verontreiniging met minerale olie in de grond is aangetroffen.

In het grondwater is een sterke verontreiniging met minerale olie en naftaleen, matige verontreiniging met benzeen en ethylbenzeen en lichte verontreiniging met chroom aangetoond. Ter plaatse van de voormalige ondergrondse HBO-tank is in de ondergrond een sterke verontreiniging met minerale olie aangetroffen. In de bovengrond ter plaatse van het voormalige oliehok is een matige verontreiniging met minerale olie gemeten. Ter plaatse van het compressorhok/bovengrondse tank is in de ondergrond eveneens een sterke verontreiniging met minerale olie aangetroffen. Het grondwater ter plaatse bevat een matige verontreiniging met minerale olie en een lichte verontreiniging met vluchtige aromaten. Ter plaatse van de overige deellocaties is maximaal een licht verhoogd gehalte in de grond en of het grondwater aangetoond. Ad 8: Naar aanleiding van de resultaten van het inventariserend bodemonderzoek heeft een nader bodemonderzoek plaatsgevonden. Het nader onderzoek is gericht op de aangetroffen verontreiniging ter plaatse van bovengenoemde deellocaties. De verontreinigingen in de grond en/of het grondwater ter plaatse van de afdeling verspaning, voormalige ondergrondse HBO-tank, voormalige oliehok en compressorhok/bovengrondse tank is volledig in kaart gebracht.

Ten behoeve van de gevalsdefinitie wordt uitgegaan van een organisatorische, technische en ruimtelijke samenhang van de bodemverontreinigingen welke (mogelijk) ontstaan zijn vóór 1987, Vanaf 1962 is het bedrijf op de locatie gevestigd. Er is een geval van ernstige bodemverontreiniging vastgesteld, maar de locatie hoeft niet met spoed gesaneerd te worden.

Rapportnummer: K2320247

16

Hazenberg 14 Op de locatie is het volgende bodemonderzoek uitgevoerd: 9. Rapportage grond- en tanksanering, Tauw, projectnummer 3812383, 26 januari 2000. Ad 9: In december 2019 heeft op de locatie Hazenberg 14 een grond- en tanksanering plaatsgevonden. Tijdens voorgaand onderzoek is ter plaatse van de ondergrondse tank een grondverontreiniging met minerale olie vastgesteld. Er is geen grondwaterverontreiniging aangetroffen. De tankverwijdering en saneringswerkzaamheden zijn uitgevoerd in december 1999. In totaal is ruim 31 ton verontreinigde grond ontgraven en afgevoerd naar een erkende verwerker. Op basis van de analyseresultaten van de eindmonsters wordt geconcludeerd dat de met minerale olie verontreinigde grond volledig is verwijderd. De ontgraving is aangevuld met schoon zand/teelaarde. NS emplacement Brummen Op de locatie zijn de volgende bodemonderzoeken uitgevoerd: 9. Oriënterend onderzoek NS-emplacement, Tauw, projectnummer 512.001, 5 april 2001; 10. Nader onderzoek, Tauw, projectnummer 612.003, 6 januari 2006; 11. Melding bodemverontreiniging en voornemen tot saneren, SBGNS, kenmerk 512003, 7 maart 2006. Ad 9: De aanleiding tot het onderzoek wordt gevormd door de verzelfstandiging van de Nederlandse Spoorwegen. Doelstelling van het onderzoek is het toetsen van een vermoeden van een ernstige bodemverontreiniging.

Ter plaatse van NSemplacement Brummen bevinden zich zeven potentiële NS-saneringsgevallen. In het vooronderzoek is aangenomen dat er geen afvalopslag heeft plaatsgevonden op het NS-perceel maar dat de twee stortplaatsen grensden aan de locatie. Uit het oriënterend onderzoek is echter gebleken dat op de grens van de locatie wel vuilstort heeft plaatsgevonden. In de zandwal is huisvuil aangetroffen. In één peilbuis (5801) is zink tot boven de T-waarde en onder de interventiewaarde gemeten (eigendom van NS Vastgoed). In een voorgaand onderzoek op de stortplaats aan de Eerbeekseweg is tevens zink aangetroffen. Aangenomen wordt dat deze verontreinigingen één geheel vormen. Regionaal is de grondwaterstromingsrichting oostelijk. Lokaal is uit de peilgegevens echter af te leiden dat deze zuidwestelijk is. Op basis van de (misschien tijdelijke) lokale peilgegevens vindt er geen verspreiding van de zinkverontreiniging via het grondwater richting NS-terrein plaats. Ad 10: Aanleiding tot het nader onderzoek zijn de resultaten van het oriënterend onderzoek. Uit de resultaten van het nader onderzoek, waarbij was uitgegaan van negen NS-saneringsgevallen afkomstig uit het oriënterend onderzoek, blijkt dat er sprak is van vier gevallen van ernstige bodemverontreiniging.

De bodemverontreinigingen bestaan uit verontreinigingen met zware metalen, PAK (10 VROM), minerale olie en plaatselijk pesticiden in de grond en/of het grondwater. Enkele verontreinigingen houden waarschijnlijk verband met het naastgelegen stortterrein. De verontreiniging met zware metalen, PAK en minerale olie ter plaatse van de laad- en losweg is mogelijk in relatie tot de gevoerde activiteiten (laden en lossen van oa. kolen). Uit aanvullende informatie blijkt dat de oude parkeerplaats naast het station in Brummen aan vervanging toe was. Ter plaatse heeft door Enviterra een bodemsanering plaatsgevonden. De verontreiniging betrof zware metalen en PAK (10 VROM) in de grond. De locatie was tevens verdacht op niet gesprongen explosieven (NGE) uit de Tweede Wereldoorlog. De (sterk) verontreinigde grond is afgevoerd naar een erkende verwerker. De Hazenberg Op de locatie zijn de volgende bodemonderzoeken uitgevoerd: 12. Verkennend bodemonderzoek De Hazenberg, Tauw, projectnummer n.b., 09 februari 2010; 13. Verkennend bodemonderzoek Op den Berg, De Klinker Milieu Adviesbureau, rapport K21002341, 08 april 2021; 14. Verkennend bodemonderzoek PFAS, De Klinker Milieu Adviesbureau, rapport K2220022, 10 maart 2022. Ad 12: Voor het project De Hazenberg is in 2010 door Tauw een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd.

Op basis van de resultaten kan geconcludeerd worden dat de bovengrond licht verontreinigd is met kobalt en PAK (10 VROM). In de ondergrond zijn geen van de onderzochte stoffen aangetroffen in een concentratie boven de streefwaarde of de detectiegrens van de desbetreffende stof. Het grondwater bevat licht verhoogde gehalten aan barium, zink, vinylchloride en 1,1,2trichloorethaan. Ad 13-14. Voor de locatie “Op den Berg” te Brummen heeft een verkennend bodemonderzoek plaatsgevonden. Aanleiding tot het onderzoek wordt gevormd door voorgenomen bouwactiviteiten. Op basis van het vooronderzoek is de onverdachte strategie gehanteerd. Op zintuiglijke wijze is in de bovengrond sporen baksteen waargenomen. In zowel de boven als de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten aangetroffen. Het grondwater is licht verontreinigd met barium, koper, zink en xylenen. Plaatselijk is een matige verontreiniging met nikkel in het grondwater aangetoond. Op de locatie zijn geen bronnen bekend die gerelateerd kunnen worden met de nikkelverontreiniging. Het verhoogd gehalte aan nikkel wordt derhalve als van nature aangemerkt. Middels een aanvullend onderzoek (2022) is de grond eveneens onderzocht op PFAS (advieslijst 30 stoffen). In geen van de grondmonsters is PFAS aangetroffen boven de achtergrondwaarde.

Rapportnummer: K2320247

17

Hazenberg 1 Op de locatie zijn de volgende bodemonderzoeken uitgevoerd: 15. Inventariserend bodemonderzoek, De Klinker Milieu Adviesbureau, rapport 950926HB.110, 17 oktober 1995; 16. Indicatief/nulsituatie onderzoek, Grontmij, projectnummer 12.1606.1, 19 juli 2001 17. Nader bodemonderzoek, De Klinker Milieu Adviesbureau, rapport 040326HB.310, 18 juni 2004. Ad 15: Tijdens het Inventariserend onderzoek is een viertal verdachte deellocaties onderzocht, gebaseerd op het basisdocument. Ter plaatse van de voormalige gieterij is in de grond en het grondwater geen verontreiniging aangetoond. In de voormalige trekkerij is eveneens geen verontreiniging aangetoond in de grondmonsters. Het grondwater bevat een licht verhoogd gehalte aan tolueen en trichloormethaan. Ter plaatse van de (vermoedelijke) tanklocatie is op zintuiglijke wijze een zwak tot sterke olieachtige verontreiniging waargenomen. Op analytische wijze wordt dit bevestigd. Zowel in de grond als in het grondwater is een sterke verontreiniging met minerale olie aangetoond. Ter plaatse van de HBO-tank is in de grond een licht verhoogd gehalte aan minerale olie gemeten. In het grondwater zijn geen verhogingen aangetroffen. Ad 16: Aanleiding tot het indicatief onderzoek is het voornemen om de gevestigde bedrijfsruimte uit te breiden. In totaal zijn vier verdachte deellocaties onderzocht.

Ter plaatse van de wasplaats voor vrachtwagen en twee ondergrondse dieseltanks is een matige verontreiniging met minerale olie aangetroffen. Ter plaatse van de afgewerkte olietank (wasbak) is in twee bodemlagen een sterke verontreiniging met minerale olie aangetoond. In de grond ter plaatse van het vulpunt van de dieselolie is een matige verontreiniging met minerale olie aangetroffen. In het mengmonster van de onverdachte deellocatie is een licht verhoogd gehalte aan koper en zink gemeten. Het grondwater bevat een licht verhoogd gehalte aan zink en xylenen. Ad 17. Uit de voorinformatie van het nader onderzoek blijkt dat door De Klinker Milieu Adviesbureau in januari 1992 een eindevaluatie is opgesteld van de bodemsanering. Uitgangspunt van de bodemsanering is het opnemen en verschroten van de dieseltanks en afgewerkte olietank en het saneren van de grond en het grondwater. Plaatselijk is een restverontreiniging onder de bebouwing achtergebleven. Ook in oostelijke richting is nog een verontreiniging achtergebleven. Deze is in een later stadium zintuiglijk afgeperkt en is de verontreiniging alsnog gesaneerd. In één wandmonster is nog een licht verhoogd gehalte aan minerale olie vastgesteld. Ter plekke was eveneens een grondwaterverontreiniging aanwezig. Hiervoor een onttrekkingssysteem aangelegd. De resultaten van de grondwatersanering zijn separaat gerapporteerd.

Tijdens het nader onderzoek is ter plaatse van het vulpunt de aangetroffen verontreiniging (tijdens het indicatief onderzoek) geverifieerd en afgeperkt. Op basis van de onderzoeksresultaten kan geconcludeerd worden dat de sterke verontreiniging zich beperkt tot de bovengrond waarmee een omvang van circa 4 m3 grond verontreinigd is boven de interventiewaarde. Tijdens het afperkend onderzoek is nabij het vulpunt een ondergrondse tank aangetroffen. Ter plaatse heeft een verkennend en aanvullend afperkend onderzoek plaatsgevonden. In de grond is een matige verontreiniging met minerale olie aangetroffen. Op basis van de onderzoeksresultaten is een beperkte hoeveelheid grond verontreinigd boven de geldende tussenwaarde. De interventiewaarde wordt niet overschreden. Daarnaast heeft tijdens het nader onderzoek een verificatie van de verspreiding van de restverontreiniging plaatsgevonden. Middels het plaatsen van twee peilbuizen is vastgesteld of er verspreiding van de restverontreiniging is opgetreden. Op basis van de onderzoeksresultaten kan geconcludeerd worden dat er geen verspreiding heeft opgetreden. L.R. Beijnenlaan 10 Op de locatie zijn de volgende bodemonderzoeken uitgevoerd: 18. Inventariserend bodemonderzoek, De Klinker Milieu Adviesbureau, 12 oktober 1995; 19. Verkennend bodemonderzoek, De Klinker Milieu Adviesbureau, rapport K2220022, 12 augustus 1997.

Ad 19: Tijdens het onderzoek zijn drie deellocaties onderzocht. Op basis van de onderzoeksresultaten kan geconcludeerd worden dat in de boven- en ondergrond van deellocatie A een licht verhoogd gehalte aan minerale olie is aangetoond. In het grondwater ter plaatse van deellocatie B zijn verhoogde gehalte aan chroom, arseen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen. Ter plaatse van deellocatie C is in de bovengrond een verhoogd EOX-gehalte aangetoond. In het grondwater is een verhoogd gehalte aan zink, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen gemeten. De aangetroffen concentraties geven geen belemmering voor het gebruik van de locatie.

5.11 Graafmelding KLIC Voor het historisch vooronderzoek is een oriëntatie graafmelding KLIC (meldnummer 23O0146390) uitgevoerd. Op basis van de graafmelding is geen eis-voorzorgmaatregel van kracht. Binnen het plangebied is ondergronds leidingwerk aanwezig. Voor zover bekend bestaat het leidingwerk niet uit asbestcement leidingen. De oriëntatie graafmelding is expliciet gekoppeld op bovengenoemde graafmelding en overeengekomen werkzaamheden (terreinverkenning).

Rapportnummer: K2320247

18

Figuur 5: Uitsnede oriëntatie graafmelding (Bron: Kadaster KLIC-melding 23O0146390)

5.12 NGE (Niet Gesprongen Explosieven) In de Tweede Wereldoorlog hebben gevechtshandelingen in de gemeente Brummen plaatsgevonden. Een deel van de hierbij gebruikte munitie is niet gedetoneerd en mogelijk in de bodem achtergebleven. In de afgelopen decennia zijn bij grondroerende werkzaamheden met enige regelmaat Niet Gesprongen Explosieven (NGE) aangetroffen. Voorafgaand aan de uitvoering van grondroerende werkzaamheden is het noodzakelijk dat er inzicht is in de aanwezigheid van NGE in de bodem. Vanaf 1944 tot en met april 1945 lanceerde de Duitse bezetter in Nederland 8.000 Vergeltungswaffen af op doelen ver achter de geallieerde linies zoals Londen en Antwerpen. Veel van de gelanceerde V1’s en V2’s bereikten hun doel niet maar kwamen voortijdig neer in Nederland. De website www.vergeltungswaffen.nl toont zo’n 2200 locaties in Nederland waar een V1 of V2 (voortijdig) is neergekomen en in veel gevallen ontploft en biedt verder achtergrondinformatie over deze wapens in de laatste oorlogsjaren (bron: VEO Bommenkaart). Zowel op de Indicatieve Kaart Militair Erfgoed als op de kaart met V1 & V2 inslagen staan geen vermeldingen binnen het plangebied maar wel in de directe omgeving aangegeven (www.ikme.nl en www.vergeltungswaffen.nl). Nabij de Eerbeekseweg is sprake van meerdere inslagen van V1‘s. Maar mogelijk is het station van Brummen eveneens doelwit geweest.

Tijdens de bodemsanering van het parkeerterrein bij het station is bekend dat de locatie verdacht is op NGE.

Rapportnummer: K2320247

19

6

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

In opdracht van gemeente Brummen is door De Klinker Milieu Adviesbureau een historisch vooronderzoek conform NEN 5725 uitgevoerd. Het plangebied is bekend als ‘L.R. Beijnenlaan’ en heeft een oppervlakte van circa 19 ha. De aanleiding tot het historisch vooronderzoek wordt gevormd door de voorgenomen (her)ontwikkeling van het plangebied. 6.1 Beïnvloeding vanuit de omgeving Gezien de resultaten van de uitgevoerde onderzoeken en de afstand tot het huidige plangebied is het mogelijk dat de grondkwaliteit ter plaatse van het plangebied is beïnvloed. 6.2 Bodemonderzoek noodzakelijk? De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem van het plangebied is niet of onvoldoende bekend. Op basis van het historisch vooronderzoek kan geconcludeerd worden dat: -

op het noordelijk deel van het plangebied alsmede ten zuiden van het erf Hazenberg 3-5 is het perceel in het verleden vermoedelijk in gebruik geweest als kwekerij of boomgaard;

-

op het perceel Hazenberg 3-5 is een bovengrondse dieselolietank in gebruik;

-

daarnaast zijn op het perceel bebouwingen aanwezig welke bedekt zijn of zijn geweest met asbesthoudende dakbedekking. Het is niet bekend of deze bebouwingen voorzien zijn van deugdelijke dakgoten en/of het terrein ter plekke verhard is. Derhalve dienen de druppelzones verdacht zijn op de aanwezigheid van asbest als gevolg van verwering van de dakbedekking;

-

op het noordwestelijk deel van het plangebied heeft tot midden jaren zeventig van de vorige eeuw bebouwing(en) gestaan. De bebouwingen zijn nadien afgebroken. De locatie is (mogelijk) verdacht op de aanwezigheid van diverse stoffen (asbest en puin);

-

op het zuidoostelijk deel van het plangebied heeft een stortplaats op land plaatsgevonden. Op het terreindeel heeft een bodemonderzoek plaatsgevonden waarbij de verontreiniging is vastgelegd. Voor zover bekend heeft er geen sanering van het terreindeel plaatsgevonden. Het is niet bekend of de stortlocatie invloed heeft op de bodem van het plangebied;

-

binnen het plangebied is de L.R. Beijnenlaan gelegen. Het wegvak is geasfalteerd. Het is niet bekend of het asfalt teerhoudend is en of het wegvak is gefundeerd met puinachtig materiaal;

-

het fietspad bekend als Hallsepad is sinds 2016 uitgevoerd in beton(platen). Voorheen bestond de verharding uit asfalt. Het is niet bekend of de volledige asfaltverharding is verwijderd en/of het asfalt teerhoudend is. Daarnaast kan de voormalige asfaltverharding gefundeerd zijn (geweest) op een puinachtige fundatie.

Voor de rest van het plangebied zijn vooraf echter geen aanwijzingen aangetroffen dat de bodem op de locatie verdacht is op het voorkomen van bodemverontreiniging. Het plangebied is mogelijk verdacht op de aanwezigheid van niet gesprongen explosieven (NGE) uit de Tweede Wereldoorlog. Geadviseerd wordt een onderzoek naar NGE uit te laten voeren. 6.3 Algemeen Het vooronderzoek is uitgevoerd conform NEN 5725 waarbij verstrekte informatie is ontleend aan bronnen die betrouwbaar mogen worden geacht op volledigheid en juistheid. De verkregen informatie is met zorg samengesteld.

Rapportnummer: K2320247

20

BIJLAGE 1: LIGGING ONDERZOEKSLOCATIE

Globale ligging plangebied

Rapportnummer: K2320247

21

BIJLAGE 2: SITUATIETEKENING PLANGEBIED

Rapportnummer: K2320247

22

SITUATIETEKENING

Voormalig bouwlocatie tot jaren ‘70 (bebouwing reeds gesloopt) Verdacht op diverse stoffen

Voormalig kwekerij/boomgaard Verdacht op bestrijdingsmiddelen

Hallsepad (fietspad) Voorheen asfaltverharding Verdacht op diverse stoffen

L.R. Beijnenlaan (openbare weg) Asfaltverharding op (puin)fundatie Verdacht op diverse stoffen

Onderzoekslocatie:

Datum:

Plangebied “L.R. Beijnenlaan” Brummen

November 2023

Projectcode:

Schaal:

K2320247

Zie tekening (A3)

Legenda: Onderzoekslocatie/plangebied

Erf Hazenberg 3-5 Bebouwingen met asbestverdachte dakbedekking (druppelzones) Bovengrondse dieseltank Verdacht op diverse stoffen

Voormalig kwekerij/boomgaard Verdacht op bestrijdingsmiddelen

Voormalig stort op land (Stort huisvuil en industrieel afval) Verdacht op diverse stoffen

BIJLAGE 3: CHECKLIST VOORONDERZOEK Onderzoeksaspecten bij milieuhygiënisch vooronderzoek Onderzoeksaspecten

1. Locatiegegevens

Eigendomssituatie

Aanleiding tot vooronderzoek A

B

O

O

C

D

Hoogteligging 2. Bodemopbouw en geohydrologie

3. Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit

4. Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situaties, activiteiten, ongewoon voorval

F

G

V

Bodemopbouw

V

V

Antropogene lagen in de bodem

V

V

Geohydrologie

V

V

Geval van Ernstige bodemverontreiniging?

V

Kwaliteit o.b.v. BKK

V

O

O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken

V

Voormalig Huidig

V

V

V

V

V

V

V

V

V

V

V

V

V

V

V

V

V

V

V

V

V

V

V

V

O

V

V

V

V

V

V

V

V

Toekomst Asbestverdacht

E

V V

V

O V

V

V

V

V

5. Terreinverkenning V: Verplicht onderzoeksaspect O: Optioneel

A) opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek volgens 6.2.1; B) opstellen hypothese over de aanwezigheid van potentieel bodembedreigende (bedrijfs)activiteiten bij nul- en eindsituatieonderzoek (Omgevingsvergunning milieu of Activiteitenbesluit, volgens 6.2.2); C) opstellen hypothese over de bodemkwaliteitsklasse van de ontvangende bodem voorafgaande aan het toepassen van grond of baggerspecie (het Besluit bodemkwaliteit, volgens 6.2.3); D) opstellen hypothese over de milieuhygiënische kwaliteit ten behoeve van partijkeuring, volgens 6.2.4; E) opstellen of actualiseren van een bodemkwaliteitskaart (het Besluit bodemkwaliteit, volgens 6.2.5); F) toetsing gebruik bodemkwaliteitskaarten bij te ontgraven grond en het toepassen van grond (het Besluit bodemkwaliteit, volgens 6.2.6); G) opstellen hypothese over de bodemkwaliteit bij tijdelijke uitplaatsing en bij overig projectmatig grondverzet ten behoeve van het inschatten van arbeidshygiënische risico’s, volgens 6.2.7.

Rapportnummer: K2320247

1

BIJLAGE 4: HISTORISCHE INFORMATIE

Rapportnummer: K2320247

2

AANVRAAGFORMULIER BODEMLOKET GEMEENTE APELDOORN, BRUMMEN EN EPE GEGEVENS AANVRAGER Bedrijf/instelling: Adres (geen postbusnummer): Postcode en plaats: Telefoonnummer: E-mail: LOCATIE-GEGEVENS Naam locatie: Postcode en plaats: Kadastrale gemeente: Sectie: Nummer:

GEVRAAGDE INFORMATIE

De Klinker Milieu Adviesbureau Verlengde Ooyerhoekseweg 9 7207 BJ Zutphen 0575-517 298 heggink@deklinker.com

L.R. Beijnenlaan / Hazenberg 6971 LC Brummen Brummen BMN01 G 1383, 1386, 1387, 2549, 2550, 3487, 4283, 4284, 4974, 5435, 5436 (en tussenliggende kleine percelen)

In het kader van een uit te voeren vooronderzoek conform NEN 5725 zouden wij graag relevante bodeminformatie ontvangen van onderhavig plangebied.

ANTWOORDFORMULIER BODEMLOKET GEMEENTE APELDOORN, BRUMMEN EN EPE

BODEMINFORMATIE In de bijlage staat de ons bekende bodeminformatie op en nabij het perceel. INFORMATIE BEDRIJVENBESTAND Uit het bedrijvenbestand (bedrijven die vallen onder de wet Milieubeheer) blijkt dat op de locatie het volgende bedrijf is gevestigd : – Hazenberg 3 en 5: Het fokken en houden van rundvee (geen melkvee). ONDERGRONDSE TANKS Voor zover bij ons bekend zijn op de locatie geen ondergrondse tanks aanwezig of aanwezig geweest. Wel is er op de Hazenberg 5 een bovengrondse tank met dieselolie aanwezig OVERIG • Op http://kaarten.gelderland.nl/ vindt u onder meer de Asbestdakenkaart. • Het bodemloket verstrekt alleen bodemonderzoeksrapportages digitaal. U kunt uw verzoek voor het aanleveren van het milieudossier/vergunningen sturen naar info@ovij.nl , ter attentie van het team Ontwikkeling, Vergunningen. Het verzoek voor het aanleveren van bouwdossiers/bouwvergunningen kunt u sturen naar gemeente Brummen. De bodeminformatie uit dit bericht betreft informatie die bekend is bij de Omgevingsdienst Veluwe IJssel. Deze informatie kan gebruikt worden als onderdeel van een milieuhygiënisch vooronderzoek conform NEN5725. Dit bericht betreft geen volledig milieuhygiënisch vooronderzoek. Ingevuld door: Omgevingsdienst Veluwe IJssel Datum: 26 oktober 2023

DISCLAIMER Hoewel de gegevens met de meeste zorgvuldigheid tot stand zijn gekomen, zijn de gemeenten en de omgevingsdienst niet aansprakelijk voor afwijkingen en/of onjuistheden in de informatieverstrekking.

Laatst gewijzigd: 14-1-2022

Plangebied L.R. Beijnenlaan Brummen Omgevingsrapportage

Pagina 1 van 16

-

13-09-2023

Inhoudsopgave Voorblad Inhoudsopgave Inleiding Eerbeekseweg ongenummerd L.R. Beijnenlaan Hazenberg 14 L.R. van Beynenlaan 6 NS emplacement NS emplacement HBB: Breukink, J.; Hazenberg 5 Hazenberg ong. Brummen De Hazenberg Kaarten Disclaimer Toelichting

Pagina 2 van 16

-

13-09-2023

De provincie Gelderland en de twee grote Gelderse gemeenten Arnhem en Nijmegen zijn in het kader van de Wet bodembescherming (Wbb) aangewezen als de instanties die toezien op het saneren van verontreinigde bodem en het voorkomen van nieuwe bodemverontreiniging (. Zij sturen de bodemsaneringsoperatie en voeren zelf bodemsaneringen uit en beoordelen plannen en saneringen die door anderen (bedrijven, particulieren en gemeenten) worden uitgevoerd. Hierbij kan de provincie juridische en financiële instrumenten inzetten. In dit kader worden bodemgegevens verzameld in het bodeminformatiesysteem (BIS) van de provincie.

In deze rapportage treft u gegevens aan die afkomstig zijn uit het BIS van de provincie Gelderland. Hiermee krijgt u een indruk van de aan- of afwezigheid van gegevens over mogelijke bodemverontreiniging in het geselecteerde gebied. De twee grote gemeenten hebben hun eigen BIS. Gegevens van die gemeenten worden niet in deze rapportage weergegeven. Het ontbreken van gegevens in het BIS of deze rapportage wil niet zeggen dat er geen bodemverontreiniging op een perceel of in een gebied aanwezig is.

De provincie zal aansturen op sanering van alle historische verontreinigingen (ontstaan voor 1987) die risico’s veroorzaken (dit zijn de spoedlocaties die tot de werkvoorraad van de provincie behoren). In het rapport wordt per locatie aangegeven (Vervolg Wbb-traject) of een locatie nog tot de werkvoorraad behoort en welke vervolg in dat kader wordt verwacht.

Dit rapport bestaat uit vier delen: 1. Deze pagina bevat een tekening van het geselecteerde gebied. 2. Informatie over het geselecteerde gebied, per locatie gegroepeerd De in het bodeminformatiesysteem van de provincie Gelderland aangetroffen informatie over locaties die zich binnen het geselecteerde gebied bevinden. 3. Disclaimer 4. Toelichting op de rapportage. Hier vindt u de uitleg van de gegevens die in dit rapport zijn vermeld.

Als u vragen heeft over de in dit rapport vermelde gegevens dan kunt u contact opnemen met de provincie Gelderland via https://www.gelderland.nl/Contact door het invullen van een vragenformulier. Dit wordt automatisch toegezonden aan het PROVINCIELOKET of te bellen naar 026 – 359 99 99.

Pagina 3 van 16

-

13-09-2023

Locatie: Eerbeekseweg ongenummerd Locatie Adres Locatiecode

AA021300050

Locatienaam

Eerbeekseweg ongenummerd

Plaats

Brummen

Locatiecode bevoegd gezag WBB

GE021300052

Status Vervolg WBB

starten sanering

Beoordeling

Ernstig, urgentie niet bepaald

Status rapporten

Orienterend bodemonderzoek

Beschikking

Ernstig, geen spoed

Status besluiten

Ernstig, geen spoed

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14752136/1