CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

(119) Rapport verkennend bodemonderzoek - Metelerkampweg - 445325a

Forum Fysieke Leefomgeving 14 november 2024, gemeente BrummenBij agendapunt: Tussenrapportage haalbaarheidsstudies Wvg locaties (Niet openbaar)5.076 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

445325a

De Klinker Milieu Adviesbureau HISTORISCH VOORONDERZOEK volgens NEN 5725

Plangebied Metelerkampweg Leuvenheim

Datum:

1 december 2023

Adviesbureau:

De Klinker B.V. Holtmede 1 7207 BX Zutphen 0575-517298

Rapportnummer:

K2320291

Opdrachtgever:

Gemeente Brummen Engelenburgerlaan 31 6971 BV Brummen

Auteur: J.F. Eggink

Paraaf

Gecontroleerd door W. Wilbrink

Paraaf

INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING .........................................................................................................................................3 2 SYSTEMATIEK HISTORISCH VOORONDERZOEK .................................................................................4 2.1 Stappen milieuhygiënisch vooronderzoek ................................................................................4 2.2 Uitvoeren vooronderzoek .........................................................................................................4 2.2.1 Locatiegegevens ............................................................................................................... 4 2.2.2 Bodemopbouw en geohydrologie .................................................................................... 5 2.2.3 Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit. ............................................................................ 5 2.2.4 Gebruik en beïnvloeding van de locatie - verdachte situatie ........................................... 5 2.2.5 Verwachting aanwezigheid asbest in de bodem .............................................................. 5 2.2.6 Terreinverkenning ............................................................................................................

6 3 AFBAKENING .....................................................................................................................................7 3.1 Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie .......................................................................7 4 TERREINVERKENNING .......................................................................................................................8 4.1 Terreininspectie.........................................................................................................................8 5 BUREAUONDERZOEK ........................................................................................................................9 5.1 Voorgeschiedenis ......................................................................................................................9 5.2 Historische kaarten....................................................................................................................9 5.3 Informatie Omgevingsrapportage .......................................................................................... 10 5.4 Informatie Omgevingsdienst .................................................................................................. 11 5.5 Bodemkwaliteitskaart ............................................................................................................

11 5.6 PFAS ........................................................................................................................................ 11 5.7 Bouwarchief............................................................................................................................ 12 5.8 Asbestdakenkaart ................................................................................................................... 12 5.9 Bodemopbouw en geohydrologie .......................................................................................... 13 5.10 Uitgevoerde bodemonderzoeken .......................................................................................... 13 5.11 Graafmelding KLIC .................................................................................................................. 13 5.12 NGE (Niet Gesprongen Explosieven) ...................................................................................... 14 6 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ................................................................................................. 15 6.1 Beïnvloeding vanuit de omgeving .......................................................................................... 15 6.2 Bodemonderzoek noodzakelijk? ............................................................................................

15 6.3 Algemeen................................................................................................................................ 15

BIJLAGEN Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4: Bijlage 5:

Ligging onderzoekslocatie Situering onderzoeks-/plangebied Checklist vooronderzoek Historische informatie Foto’s onderzoek

Rapportnummer: K2320291

2

1

INLEIDING

In opdracht van gemeente Brummen is door De Klinker Milieu Adviesbureau een historisch vooronderzoek conform NEN 5725 uitgevoerd voor het plangebied ‘Metelerkampweg’ te Brummen. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van 7.450 m2. In bijlage 1 is de regionale ligging opgenomen en bijlage 2 een overzicht van het plangebied weergegeven. De aanleiding tot het historisch vooronderzoek wordt gevormd door de voorgenomen (her)ontwikkeling van het plangebied. In dit rapport wordt de informatie gepresenteerd die tijdens uitvoering van het vooronderzoek is verzameld. Het vooronderzoek is uitgevoerd conform NEN 5725 (Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, 2017). Hierbij wordt getracht uit diverse bronnen de voorgeschreven onderzoeksvragen te beantwoorden. In de hoofdstukken 3, 4 en 5 worden de te beantwoorden onderzoeksvragen weergegeven en beantwoord. Hierbij is (indien van toepassing) tevens de bron van de informatie weergegeven. Het door De Klinker Milieu Adviesbureau gehanteerde kwaliteitssysteem en de toepassing daarvan voldoet aan NEN-EN-ISO 9001:2015. Tussen De Klinker Milieu Adviesbureau en de opdrachtgever is geen sprake van een relatie die de onafhankelijkheid en integriteit zou kunnen beïnvloeden en/of haar werkzaamheden zou kunnen belemmeren.

In voorliggende rapportage wordt een overzicht gegeven van de resultaten van het uitgevoerde vooronderzoek. In hoofdstuk 3 is een afbakening van het onderzoeksgebied weergegeven. In hoofdstuk 4 zijn de resultaten van het veldonderzoek (terreininspectie) beschreven. In hoofdstuk 5 worden de tijdens het vooronderzoek verzamelde informatie, de globale bodemopbouw, de geohydrologische gegevens vanuit het bureauonderzoek weergegeven. Tot slot worden de conclusies en aanbevelingen gepresenteerd in hoofdstuk 6.

Rapportnummer: K2320291

3

2

SYSTEMATIEK HISTORISCH VOORONDERZOEK

Afhankelijk van de aanleiding voor het verrichten van vooronderzoek moet antwoord worden verkregen op een aantal onderzoeksvragen. Ter beantwoording van deze onderzoeksvragen moet informatie worden verzameld over relevante aspecten. Zolang de verzamelde informatie niet leidt tot voldoende beantwoording van alle onderzoeksvragen, kan het raadplegen van aanvullende beschikbare informatiebronnen noodzakelijk zijn. Zodra de onderzoeksvragen volledig kunnen worden beantwoord aan de hand van de verzamelde informatie, wordt het milieuhygiënisch vooronderzoek afgerond met een rapportage. In bijlage 3 is de tabel uit de NEN 5725 met de diverse aanleidingen voor bodemonderzoek weergegeven, alsmede een checklist van de verplichte vooronderzoeksaspecten. De aanleiding van het onderhavig vooronderzoek is ‘Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek’ (optie A uit de NEN 5725). 2.1 Stappen milieuhygiënisch vooronderzoek Er wordt een vooronderzoek uitgevoerd om de relevante informatie te verzamelen om onderbouwde antwoorden te formulieren op de onderzoeksvragen. In onderstaande schema

Figuur 1: Stappenplan bij het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek

2.2 Uitvoeren vooronderzoek De van het eenduidig afgebakende geografische gebied (zie stap 1) te onderzoeken aspecten zijn afhankelijk van de aanleiding van het milieuhygiënisch vooronderzoek. Hieronder zijn alle mogelijke onderzoeksaspecten toegelicht. 2.2.1 Locatiegegevens In aanvulling op de afbakening van het vooronderzoeksterrein (stap 1) moet de onderzoeker voldoende informatie hebben over de fysieke omstandigheden en terreininrichting van de onderzoekslocatie, bijvoorbeeld verhardingen, aanwezigheid bebouwing, enz. Een terreinverkenning is onderdeel van het milieuhygiënisch vooronderzoek. Rapportnummer: K2320291

4

2.2.2 Bodemopbouw en geohydrologie Ten behoeve van het vooronderzoek kan het verplicht zijn informatie te verzamelen over de bodemopbouw en/of geohydrologie van de locatie waar het onderzoek betrekking op heeft. Op welke wijze is het bodemsysteem door menselijk handelen beïnvloed (antropogene lagen in de bodem als: ophogingen, dempingen, bodemvreemde lagen). Ten aanzien van de geohydrologie moet de onderzoeker ook vaststellen op welke wijze het grondwatersysteem is beïnvloed door menselijk handelen (drainage, bemalingen, onttrekkingen, infiltratie)? 2.2.3 Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit. Uit het vooronderzoek moet blijken: - welke informatie al beschikbaar is over de kwaliteit van de bodem (eerder uitgevoerde bodemonderzoeken en bodemkwaliteitskaart) op de locatie; - of er sprake is van een gebiedsgerichte kwaliteit en/of gebiedsgericht beleid (voor zowel grond als grondwater); - of bronnen bekend zijn die hebben geleid tot een diffuse dan wel plaatselijke bodembelasting; - of er sprake is van restverontreinigingen van eerder uitgevoerde saneringen; - of er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. 2.2.4 Gebruik en beïnvloeding van de locatie - verdachte situatie In het kader van de uitvoeringsaspecten is vooronderzoek naar objecten en obstakels (ondergrondse infrastructuur, infrastructurele werken, puinlagen, ophooglagen en verhardingen) optioneel.

Deze inventarisatie kan extra informatie geven over eventuele randvoorwaarden om de uitvoering van het onderzoek vast te kunnen stellen, zowel qua bereikbaarheid als qua veiligheid. Tot slot omvat dit onderzoeksaspect ook de beoordeling in hoeverre bodemvreemd materiaal aanwezig is of kan zijn. Op basis van het huidige en voormalige gebruik van de bodem, de activiteiten op de locatie en de toepassing van materialen op de locatie moet de onderzoeker: - inventariseren waar potentieel verontreinigende activiteiten hebben plaatsgevonden en tot welke verontreinigingen die mogelijk hebben geleid. Deze kritische stoffen moeten worden benoemd; - ongewone voorvallen uit het verleden identificeren en het effect op de locatie beschrijven. Indien relevant voor het onderzoek worden ook de periodes waarin de potentieel verontreinigde activiteiten hebben plaatsgevonden, vastgesteld (optioneel); - inventariseren wat de toekomstige situatie op de locatie is om vast te kunnen stellen of en waar bodemverontreiniging op de locatie kan ontstaan. Dit is vooral relevant bij nulsituatie‐onderzoek. - Inventariseren op welke wijze de locatie door de omgeving wordt beïnvloed, bijvoorbeeld door verspreiding van grondwaterverontreinigingen binnen de locatie.

2.2.5 Verwachting aanwezigheid asbest in de bodem - Uit vooronderzoek moet blijken of ten gevolge van het (voormalige) gebruik van de bodem, (voormalige) activiteiten op de locatie, (voormalige) aanwezigheid van asbestverdacht materiaal op de locatie, de bodem of grond als asbestverdacht moet worden beschouwd; - Als er sporadisch asbestverdacht materiaal op de locatie wordt aangetroffen, zonder een duidelijke kern of bron van bodemverontreiniging, is er geen sprake van een asbestverdachte situatie; De onderzoeker motiveert de afstand tot de onderzoekslocatie met het oog op asbestverontreiniging als gevolg van verwaaiing van verweerd asbest.

Rapportnummer: K2320291

5

2.2.6 Terreinverkenning Een terreinverkenning is onderdeel van het milieuhygiënisch vooronderzoek en heeft tot doel om te controleren of de gedocumenteerde informatie overeenkomt met de daadwerkelijke situatie ter plaatse en deze aan te vullen met relevante waarnemingen. Als de terreinverkenning voorafgaand aan het veldwerk wordt uitgevoerd, moeten de resultaten van de terreinverkenning als onderdeel van het vooronderzoek worden gerapporteerd. Een terreinverkenning moet bij asbestverdachte locaties altijd plaatsvinden, maar kan eventueel meteen voorafgaand aan het vervolgonderzoek (visuele inspectie) bij het veldwerk worden uitgevoerd. Indien bij een terreinverkenning een andere situatie wordt aangetroffen dan op basis van het vooronderzoek werd verwacht, dan moet de hypothese worden bijgesteld.

Rapportnummer: K2320291

6

3

AFBAKENING

Voor het onderzoek heeft een veld- en bureauonderzoek plaatsgevonden. Voor het veldonderzoek is een locatiebezoek uitgevoerd waarbij een indruk is verkregen van het plangebied en de ‘verdachte’ deellocaties. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van het veldonderzoek weergegeven. 3.1 Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie Het plangebied is gelegen in het buitengebied ten westen van de bebouwde kom van Brummen. Het plangebied heeft een oppervlakte van 7.450 m2. In tabel 3.1 zijn de kadastrale percelen weergegeven. Tabel 3.1: Overzicht kadastrale percelen Gemeente

Sectie

Perceelnummer

Omschrijving

Brummen (BMN01)

H

3201

Landbouwgrond

(bron: Kadaster)

Het plangebied betreft een agrarisch perceel gelegen in een van oorsprong agrarisch gebied aan de zuidwestzijde van de bebouwde kom van Leuvenheim. Het perceel wordt aan de noordzijde begrenst door de Metelerkampweg met aan de overzijde van de openbare weg, woonbebouwingen. Aan de westzijde is de Hoofdstraat gelegen welke toegang biedt tot de woonpercelen 56 t/m 60. Aan de oostzijde van de onderzoekslocatie is de spoorlijn Arnhem-Zutphen gesitueerd, met naastgelegen spoorsloot. In zuidelijke richting zijn landerijen (gras- en bouwland) gelegen. Onderstaand een weergaven van de begrenzing van het plangebied.

Figuur 1: Weergave begrenzing van het plangebied (blauwe stippellijn)

Rapportnummer: K2320291

7

4

TERREINVERKENNING

Een onderdeel van het historisch vooronderzoek is de uitvoer van een terreinverkenning. De terreinverkenning of terreininspectie levert vooral gegevens op met betrekking tot het huidige gebruik. Daarnaast kan dit ook kennis over vroeger gebruik of over bodemopbouw en geohydrologie opleveren. 4.1 Terreininspectie Voor het historisch onderzoek heeft op 20 november 2023 een terreininspectie plaatsgevonden. De onderzoekslocatie is bekend als plangebied ‘Metelerkampweg’. De omgeving van de locatie wordt gekarakteriseerd door landbouw en natuur. De locatie is voor zover bekend niet opgehoogd. In het plangebied zijn geen bebouwingen of openbare wegen aanwezig. Aan de noordzijde wordt de locatie begrenst door een geasfalteerd wegvak, Metelerkampweg. Het hemelwater vanaf het wegvak wordt via straatkolken afgevoerd. Aan de westzijde is een wegvak met halfverharding gelegen. De weg geeft toegang tot de woonpercelen Hoofdstraat 56 tot en met 60. Ten hoogte van de toegangsweg is ten tijde van de locatie-inspectie een elektra-verdeelkast geplaatst. Elders in de Hoofdstraat vinden graafwerkzaamheden voor Nutsvoorzieningen plaats. Aan de oostzijde wordt de locatie begrenst door de spoorlijn Arnhem-Zutphen met ten hoogte van de Metelerkampweg een bewaakte spoorwegovergang. Langs de spoorlijn is een zogeheten spoorsloot gelegen begroeid met diverse vegetaties en inheemse bomen en struiken.

Onderstaande foto’s geven een indruk van de onderzoekslocatie. In bijlage 5 worden meer foto’s van het plangebied weergegeven.

foto 1

foto 2

foto 3

foto 4

foto 5

foto 6

foto 7

foto 8

foto 9

Binnen het plangebied zijn geen watergangen aangetroffen. Plaatselijk langs de spoorlijn is een spoorsloot herkenbaar. De watergang heeft tot doel het afvoeren van overtollig (regen)water. Rapportnummer: K2320291

8

5

BUREAUONDERZOEK

Bij het archief- of bureauonderzoek worden verschillen bronnen (archieven) geraadpleegd om de van de opdrachtgever, gemeente, omgevingsdienst of derden verkregen informatie te verifiëren en aan te vullen. 5.1 Voorgeschiedenis Leuvenheim ligt tussen het uiterwaardengebied van de IJssel en de natuurgebieden Lichtenbelt en Het Zaaibroek. Het dorp kent dan ook een prachtige, veelzijdige natuur. De oudste vermelding van Leuvenheim dateert uit het jaar 1046; de grensplaats werd toen Louené genoemd. Van oudsher vestigden de mensen zich rond de enk. Bewoning, eenvoudige bedoeningen, stonden vooral langs de huidige Spankerenseweg en de Oudeweg. Het dorp Leuvenheim was een kleine buurtschap waarin de bewoners op elkaar aangewezen waren. Eenvoudige boeren waren het grootst in aantal. Bijgestaan door dagloners bebouwden ze hun meestal gepachte grond. Voor eigen gebruik hielden ze vaak enkele stuks vee. De burgers hadden, al dan niet naast hun boerenbedrijfje, openbare functies. De buitenlui bekleedden veelal hoge ambten in de omringende steden. Zij waren de bewoners van de nabijgelegen landgoederen: “De Wildbaan”, “Den Bosch”, “De Rees” en de “Kleine Rees”. In de loop der tijd traden er veranderingen op. Door de aanleg van de Arnhemsestraat in het jaar 1822 werd de enk in zijn gehele lengte doorsneden.

De bewoners van de landgoederen lieten ‘uitwegen’ naar de Arnhemsestraat aanleggen: de latere Metelerkampweg vanaf “De Wildbaan” en een weg vanaf “Den Bosch” die gedeeltelijk langs een deel van de huidige Spankerenseweg liep. Op de enk, met name langs de Arnhemsestraat, de Hoofdstraat en de Oudeweg herrezen woningen. Het zijn hoofdzakelijk dubbele boerenwoningen, veelal met dezelfde uiterlijke kenmerken. Door de aanleg van de spoorlijn in 1865 wordt de enk voor de tweede keer rigoureus doorsneden. Deze doorsnijdingen, naast de versnippering van de landbouwpercelen, betekenen de doodsteek voor de agrarische betekenis van de enk. In de negentiende eeuw wordt de samenstelling van de bevolking gevarieerder. Er komen middenstanders en arbeiders. Sommige bewoners worden kleine zelfstandigen. Ze verdienen hun geld met timmermanswerk of als stoffeerder, bakker, melkrijder of ze runnen een café. Anderen gaan als arbeider werken in de papierindustrie of bij de steenfabriek “De Schans”. Na 1950 werden er nog uitsluitend burgerwoningen gebouwd (bron: Dorpsplan Leuvenheim). In westelijke richting van de onderzoekslocatie is het landgoed “De Wildbaan” gesitueerd. De geschiedenis van de Wildbaan gaat terug tot de 16e eeuw, toen het behoorde tot het landgoed de Gelderse Toren en een domeingoed was van hertog Karel van Gelre (1467-1538).

Van het oude huis de Wildbaan resteert, sinds de bouw van het huidige pand dat is gebouwd in 1910, vrijwel niets meer. Slechts het voormalig koetshuis en een schuur stammen nog uit een eerdere periode (bron: Visie Landgoederen & projectinventarisatie landgoed en buitenplaats, gemeente Brummen, 2013). 5.2 Historische kaarten Op de volgende pagina zijn enkele historische kaarten uit de periode van jaren dertig tot heden, afkomstig van www.topotijdreis.nl, weergegeven. De kaarten tonen met betrekking tot de onderzoekslocatie geen bijzonderheden aan. Voor zover op de kaarten is te zien hebben er geen slootdempingen plaatsgevonden.

Rapportnummer: K2320291

9

Jaartal 2019

Jaartal 2000

Jaartal 1970

Jaartal 1937

5.3 Informatie Omgevingsrapportage In het Omgevingsrapportage Gelderland en/of de webapplicatie https://gisviewer.odachterhoek.nl/ zijn van de onderzoekslocatie geen relevante (bodem)gegevens bekend. Binnen of nabij het plangebied zijn in het verleden geen bodemonderzoeken uitgevoerd. Het dichtbijgelegen onderzoeksgebied betreft een bodemonderzoek uitgevoerd aan de Leuvenheimsestraat.

Figuur 2: Uitsnede webapplicatie kaart (verontreinigingscontouren) (plangebied blauwe stippellijn)

Rapportnummer: K2320291

10

5.4 Informatie Omgevingsdienst Uit informatie van de Omgevingsdienst Veluwe IJssel (mail van 27 november 2023) zijn de volgende relevante gegevens verkregen: - in het bodeminformatiesysteem is geen informatie opgenomen over het zoekgebied. Ook van direct aangrenzende percelen is geen informatie bekend; - uit het bedrijvenbestand blijkt dat op de locatie geen bedrijven gevestigd zijn of gevestigd zijn geweest; - voor zover bekend zijn op de locatie geen ondergrondse tanks aanwezig of aanwezig geweest. 5.5 Bodemkwaliteitskaart De locatie is volgens de bodemkwaliteitskaart gelegen in deelgebied ‘buitengebied Brummen’ met de volgende bodemkwaliteitsklassen: - Ontgravingskwaliteit: o bovengrond: landbouw/natuur, o tussenlaag: landbouw/natuur, o ondergrond: landbouw/natuur. - Bodemfunctieklasse: landbouw/natuur - Toepassingsklasse: o bovengrond: landbouw/natuur, o tussenlaag: landbouw/natuur, o ondergrond: landbouw/natuur. (bron: (Lievense, 6 oktober 2020, Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart gemeenten Apeldoorn, Brummen, Epe en Voorst). 5.6 PFAS PFAS is een verzamelnaam en staat voor poly- en perfluoroalkylstoffen. Deze groep chemische stoffen is door mensen gemaakt en komt van nature niet in het milieu voor. PFAS hebben handige eigenschappen. Ze zijn onder andere water-, vet- en vuilafstotend. PFAS zitten in verschillende producten.

Zoals in smeermiddelen, voedselverpakkingen, blusschuim, antiaanbaklagen van pannen, kleding, textiel en cosmetica. Ook worden ze gebruikt in verschillende industriële toepassingen en processen. Door het gebruik van deze producten, door fabrieksemissies en incidenten zijn PFAS in het milieu terechtgekomen. PFAS breken niet af en zitten nu onder andere in de bodem, in bagger en in het grondwater. PFAS kunnen een negatief effect hebben op het milieu en de gezondheid van mensen. Op 8 juli 2019 is een tijdelijk handelingskader in werking getreden voor hergebruik van PFAS - houdende grond en baggerspecie. De initiatiefnemers van grondverzet moeten de kwaliteit van de grond voor PFAS inzichtelijk maken in te verzetten grond en baggerspecie, die op of in de landbodem of in het oppervlaktewater wordt toegepast. Het tijdelijk handelingskader is op 29 november 2019 en op 2 juli 2020 geactualiseerd. Op 29 november 2019 zijn voorlopige landelijke achtergrondwaarden voor PFASgehalten gedefinieerd, evenals voorlopige toepassingswaarden in verschillende toepassingssituaties. Op 2 juli 2020 zijn de voorlopige landelijke achtergrondwaarden aangepast en voor een aantal toepassingssituaties in een oppervlaktewaterlichaam de toepassingswaarden gewijzigd. De gezamenlijke gemeenten (Apeldoorn, Brummen, Epe en Voorst) hebben een bodemkwaliteitskaart PFAS-verbindingen opgesteld.

De resultaten zijn in de in paragraaf 5.5 genoemde rapportage van bodemkwaliteitskaart verwerkt. Binnen onderhavig plangebied zijn voor zover bekend geen bronnen aanwezig of aanwezig geweest en hebben zich geen calamiteiten voorgedaan welke de locatie verdacht maken op de aanwezigheid van PFAS. Opgemerkt dient te worden dat brandincidenten waarbij mogelijk PFAS-houdend bluswater is gebruikt voor zover bekend niet zijn geregistreerd. Rapportnummer: K2320291 11

5.7 Bouwarchief Binnen het plangebied zijn geen bebouwingen aanwezig. Van aangrenzende percelen zijn de volgende bouwgegevens in het Erfgoedcentrum te Zutphen bekend. Gelet op de afstand tot het plangebied zijn de bouwdossiers niet geraadpleegd. Tabel 5.2: Relevante informatie bouwarchief Locatie

Datum

Metelerkampweg 32-50

1954

Vergunning voor het bouwen van 5 dubbele woningen

Omschrijving -

Bijzonderheden

Metelerkampweg 32

1983

Vergunning voor het bouwen van een klompenhok

-

Metelerkampweg 32

1986

Vergunning voor het bouwen van een garage

-

Metelerkampweg 36 Metelerkampweg 36

1983

Vergunning voor het bouwen van een klompenhok

-

1986

-

Metelerkampweg 36

1996

Vergunning voor het bouwen van een carport Vergunning voor het bouwen van een berging

Metelerkampweg 36

1997

Vergunning voor het bouwen van een schuur

-

Metelerkampweg 40

1997

Vergunning voor het bouwen van een garage

-

Metelerkampweg 44

1970

Vergunning voor het bouwen van een garage

-

Metelerkampweg 46

1990

Vergunning voor het bouwen van een carport

-

Hoofdstraat 56

1945

Vergunning voor het bouwen van een boerderij met woonhuis

-

Hoofdstraat 56

1947

Vergunning voor het bouwen van een boerderij met woning

-

Hoofdstraat 56

1958

Vergunning voor het bouwen van een kippenhok

-

Hoofdstraat 56

1994

Vergunning voor het bouwen van een kapschuur

-

Hoofdstraat 58

1921

Vergunning voor het bouwen van een woning

-

Hoofdstraat 58

1948

Vergunning voor het herstellen van een woning

-

Hoofdstraat 58

1951

Vergunning voor het bouwen van een kippenhok

-

Hoofdstraat 60

1985

Vergunning voor het bouwen van een douche met toilet

-

Hoofdstraat 60

1992

Vergunning voor het plaatsen van een tuinhuisje

-

-

5.8 Asbestdakenkaart Binnen het plangebied of in de directe omgeving van de onderzoekslocatie is volgens de provinciale asbestdakenkaart geen bebouwing aanwezig welke verdacht is op de aanwezigheid van asbestverdachte dakbedekking. Tijdens de locatie-inspectie zijn eveneens geen bebouwingen met verdachte dakbedekkingen aangetroffen. In onderstaand figuur 3 is een weergave van het plangebied op de asbestdakenkaart weergegeven.

Figuur 3: Uitsnede Asbestdakenkaart Gelderland (plangebied blauwe stippellijn)

Rapportnummer: K2320291

12

5.9 Bodemopbouw en geohydrologie Als uitgangspunt voor de bodemsamenstelling en de geohydrologische situatie is boring B33G0757 van het Dinoloket gekozen. Deze boring is in de nabijheid van de locatie uitgevoerd. De bodemopbouw laat zich globaal als volgt beschrijven:

Figuur 4: Regionale bodemopbouw (bron: Dinoloket)

De regionale grondwaterstroming is noordoostelijk gericht (bron: Isohypsenkaart Gelderland). Het plangebied is niet gelegen binnen een waterwin- of grondwaterbeschermingsgebied. 5.10 Uitgevoerde bodemonderzoeken Zowel in de Omgevingsrapportage Gelderland als bij Omgevingsdienst Veluwe IJssel zijn van het plangebied alsmede van aangrenzende percelen geen relevante bodemonderzoeken bekend. 5.11 Graafmelding KLIC Voor het historisch vooronderzoek is een oriëntatie graafmelding KLIC (meldnummer 23O0156714) uitgevoerd. Op basis van de graafmelding is geen eis-voorzorgmaatregel van kracht. Binnen het plangebied is nabij de spoorlijn ondergronds leidingwerk aanwezig. Voor zover bekend bestaat het leidingwerk niet uit asbestcement leidingen. De oriëntatie graafmelding is expliciet gekoppeld aan bovengenoemde graafmelding en overeengekomen werkzaamheden (terreinverkenning).

Figuur 5: Uitsnede oriëntatie graafmelding (Bron: Kadaster KLIC-melding 23O0156714)

Rapportnummer: K2320291

13

5.12 NGE (Niet Gesprongen Explosieven) In de Tweede Wereldoorlog hebben gevechtshandelingen in de gemeente Brummen plaatsgevonden. Een deel van de hierbij gebruikte munitie is niet gedetoneerd en mogelijk in de bodem achtergebleven. In de afgelopen decennia zijn bij grondroerende werkzaamheden met enige regelmaat Niet Gesprongen Explosieven (NGE) aangetroffen. Voorafgaand aan de uitvoering van grondroerende werkzaamheden is het noodzakelijk dat er inzicht is in de aanwezigheid van NGE in de bodem. Vanaf 1944 tot en met april 1945 lanceerde de Duitse bezetter in Nederland 8.000 Vergeltungswaffen af op doelen ver achter de geallieerde linies zoals Londen en Antwerpen. Veel van de gelanceerde V1’s en V2’s bereikten hun doel niet maar kwamen voortijdig neer in Nederland. De website www.vergeltungswaffen.nl toont zo’n 2200 locaties in Nederland waar een V1 of V2 (voortijdig) is neergekomen en in veel gevallen ontploft en biedt verder achtergrondinformatie over deze wapens in de laatste oorlogsjaren (bron: VEO Bommenkaart). Zowel op de Indicatieve Kaart Militair Erfgoed als op de kaart met V1 & V2 inslagen staan geen vermeldingen binnen het plangebied aangegeven (www.ikme.nl en www.vergeltungswaffen.nl). Onderstaand figuur 6 is een uitsnede van de inslagenkaart V1 en V2.

Figuur 6: Uitsnede inslagenkaart (bron: Vergeltungswaffen.nl) (plangebied blauwe stippellijn)

Rapportnummer: K2320291

14

6

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

In opdracht van gemeente Brummen is door De Klinker Milieu Adviesbureau een historisch vooronderzoek conform NEN 5725 uitgevoerd. Het plangebied is bekend als ‘Metelerkampweg’ en heeft een oppervlakte van 7.450 m2. De aanleiding tot het historisch vooronderzoek wordt gevormd door de voorgenomen (her)ontwikkeling van het plangebied. 6.1 Beïnvloeding vanuit de omgeving Vanuit de omgeving zijn geen zaken bekend die van invloed kunnen zijn op de bodemkwaliteit van de huidige onderzoekslocatie. 6.2 Bodemonderzoek noodzakelijk? De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem van het plangebied is niet bekend. Op basis van het historisch vooronderzoek kan geconcludeerd worden dat: -

het plangebied betreft een onverhard en onbebouwd agrarisch perceel gelegen aan de rand van de bebouwde kom van Leuvenheim. Het perceel is niet opgehoogd en er hebben geen dempingen plaatsgevonden;

-

de directe omgeving van het plangebied wordt gekarakteriseerd door enerzijds de aanwezigheid van woonpercelen en anderzijds een agrarisch gebied. De bebouwingen op aangrenzende percelen zijn niet verdacht op de aanwezigheid van asbestverdachte dakbedekking;

-

het plangebied is in het verleden niet in gebruik geweest als kwekerij of boomgaard;

-

binnen het plangebied is geen verharding gelegen. De Metelerkampweg, grenzend aan de noordzijde van het plangebied, is geasfalteerd. Het is niet bekend of het asfalt teerhoudend is en of het wegvak is gefundeerd met puinachtig materiaal;

-

de inrit van de Hoofdstraat, grenzend aan de westzijde van het plangebied, is verhard met een halfverharding van puinachtig materiaal. Mogelijk is de halfverharding verdacht op de aanwezigheid van asbest;

Voor het plangebied zijn vooraf echter geen aanwijzingen aangetroffen dat de bodem op de locatie verdacht is op het voorkomen van bodemverontreiniging. 6.3 Algemeen Het vooronderzoek is uitgevoerd conform NEN 5725 waarbij verstrekte informatie is ontleend aan bronnen die betrouwbaar mogen worden geacht op volledigheid en juistheid. De verkregen informatie is met zorg samengesteld.

Rapportnummer: K2320291

15

BIJLAGE 1: LIGGING ONDERZOEKSLOCATIE

Globale ligging plangebied

Rapportnummer: K2320291

BIJLAGE 2: SITUATIETEKENING PLANGEBIED

Rapportnummer: K2320291

17

SITUATIETEKENING

Metelerkampweg (openbare weg) Asfaltverharding op (puin)fundatie Verdacht op diverse stoffen

Hoofdstrtaat (openbare weg) Halfverharding (puingranulaat) Verdacht op diverse stoffen

Plangebied (agrarisch perceel)

Onderzoekslocatie:

Datum:

Plangebied “Metelerkampweg” Leuvenheim November 2023 Projectcode:

Schaal:

K2320291

Zie tekening (A3)

Legenda: Onderzoekslocatie/plangebied

BIJLAGE 3: CHECKLIST VOORONDERZOEK Onderzoeksaspecten bij milieuhygiënisch vooronderzoek Onderzoeksaspecten

1. Locatiegegevens

Eigendomssituatie

Aanleiding tot vooronderzoek A

B

O

O

C

D

Hoogteligging 2. Bodemopbouw en geohydrologie

3. Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit

4. Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situaties, activiteiten, ongewoon voorval

F

V

V

V

V

V

Antropogene lagen in de bodem

V

V

V

V

V

V

V

Geohydrologie

V

V

Geval van Ernstige bodemverontreiniging?

V

Kwaliteit o.b.v. BKK

V

O

V

V

V

V

V

V

V

V

V

V

O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken

V

V

V

V

V

V

Voormalig

V

O

V

V

V

V

Huidig

V

V

V

V

Toekomst

V V

V

O V

V

V

V

5. Terreinverkenning V: Verplicht onderzoeksaspect O: Optioneel

A) opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek volgens 6.2.1; B) opstellen hypothese over de aanwezigheid van potentieel bodembedreigende (bedrijfs)activiteiten bij nul- en eindsituatieonderzoek (Omgevingsvergunning milieu of Activiteitenbesluit, volgens 6.2.2); C) opstellen hypothese over de bodemkwaliteitsklasse van de ontvangende bodem voorafgaande aan het toepassen van grond of baggerspecie (het Besluit bodemkwaliteit, volgens 6.2.3); D) opstellen hypothese over de milieuhygiënische kwaliteit ten behoeve van partijkeuring, volgens 6.2.4; E) opstellen of actualiseren van een bodemkwaliteitskaart (het Besluit bodemkwaliteit, volgens 6.2.5); F) toetsing gebruik bodemkwaliteitskaarten bij te ontgraven grond en het toepassen van grond (het Besluit bodemkwaliteit, volgens 6.2.6); G) opstellen hypothese over de bodemkwaliteit bij tijdelijke uitplaatsing en bij overig projectmatig grondverzet ten behoeve van het inschatten van arbeidshygiënische risico’s, volgens 6.2.7.

Rapportnummer: K2320291

G

V

Bodemopbouw

Asbestverdacht

E

V

BIJLAGE 4: HISTORISCHE INFORMATIE

Rapportnummer: K2320291

Metelenkampweg Leuvenheim Omgevingsrapportage

Pagina 1 van 7

-

02-11-2023

Inhoudsopgave Voorblad Inhoudsopgave Inleiding Kaarten Disclaimer Toelichting

Pagina 2 van 7

-

02-11-2023

De provincie Gelderland en de twee grote Gelderse gemeenten Arnhem en Nijmegen zijn in het kader van de Wet bodembescherming (Wbb) aangewezen als de instanties die toezien op het saneren van verontreinigde bodem en het voorkomen van nieuwe bodemverontreiniging (. Zij sturen de bodemsaneringsoperatie en voeren zelf bodemsaneringen uit en beoordelen plannen en saneringen die door anderen (bedrijven, particulieren en gemeenten) worden uitgevoerd. Hierbij kan de provincie juridische en financiële instrumenten inzetten. In dit kader worden bodemgegevens verzameld in het bodeminformatiesysteem (BIS) van de provincie.

In deze rapportage treft u gegevens aan die afkomstig zijn uit het BIS van de provincie Gelderland. Hiermee krijgt u een indruk van de aan- of afwezigheid van gegevens over mogelijke bodemverontreiniging in het geselecteerde gebied. De twee grote gemeenten hebben hun eigen BIS. Gegevens van die gemeenten worden niet in deze rapportage weergegeven. Het ontbreken van gegevens in het BIS of deze rapportage wil niet zeggen dat er geen bodemverontreiniging op een perceel of in een gebied aanwezig is.

De provincie zal aansturen op sanering van alle historische verontreinigingen (ontstaan voor 1987) die risico’s veroorzaken (dit zijn de spoedlocaties die tot de werkvoorraad van de provincie behoren). In het rapport wordt per locatie aangegeven (Vervolg Wbb-traject) of een locatie nog tot de werkvoorraad behoort en welke vervolg in dat kader wordt verwacht.

Dit rapport bestaat uit vier delen: 1. Deze pagina bevat een tekening van het geselecteerde gebied. 2. Informatie over het geselecteerde gebied, per locatie gegroepeerd De in het bodeminformatiesysteem van de provincie Gelderland aangetroffen informatie over locaties die zich binnen het geselecteerde gebied bevinden. 3. Disclaimer 4. Toelichting op de rapportage. Hier vindt u de uitleg van de gegevens die in dit rapport zijn vermeld.

Als u vragen heeft over de in dit rapport vermelde gegevens dan kunt u contact opnemen met de provincie Gelderland via https://www.gelderland.nl/Contact door het invullen van een vragenformulier. Dit wordt automatisch toegezonden aan het PROVINCIELOKET of te bellen naar 026 – 359 99 99.

Pagina 3 van 7

-

02-11-2023

Binnen het aangegeven zoekgebied is geen informatie aangetroffen.

Pagina 4 van 7

-

02-11-2023

Pagina 5 van 7

-

02-11-2023

De bodeminformatie die u in deze rapportage aantreft is met zorg door gemeenten of provincie in het bodeminformatiesysteem ingevoerd. Toch kan het voorkomen dat informatie is verouderd, onvolledig is of onjuistheden bevat. De provincie Gelderland is niet aansprakelijk voor enigerlei schade die het directe of indirecte gevolg is van of in verband staat met het gebruik van deze informatie. Het ontbreken van gegevens in het BIS of deze rapportage wil niet zeggen dat er geen bodemverontreiniging op een perceel of in een gebied aanwezig is. Deze rapportage bevat geen gegevens van de twee grote gemeenten in de provincie Gelderland die zelf bevoegd gezag Wet bodembescherming zijn (Arnhem en Nijmegen). Als u fouten of onvolkomenheden in de rapportage aantreft kunt u ons helpen door dit te melden via https://www.gelderland.nl/Contact door het invullen van een vragenformulier. Dit wordt automatisch toegezonden aan het PROVINCIELOKET of te bellen naar 026 – 359 99 99.

Pagina 6 van 7

-

02-11-2023

Toelichting Locatie Algemene gegevens waaronder de locatie in het BIS bekend is. Daarnaast wordt aangegeven of de locatie betrekking heeft op een verontreiniging die na 1 januari 1987 is ontstaan (een zorgplicht geval dat onmiddellijk ongedaan gemaakt moet worden/zijn).

Status In de wet bodembescherming wordt onderscheid gemaakt tussen ernstige en niet ernstige verontreinigingen. Bij ernstige verontreinigingen wordt vervolgens beoordeeld of bij het huidige gebruik er mogelijke risico’s aanwezig zijn. Op basis van de beschikbare gegevens wordt de verontreinigingssituatie zo goed mogelijk ingeschat en vermeld onder het veld ‘beoordeling’. Pas als de verontreiniging voldoende is onderzocht wordt de conclusie vastgelegd in een formeel besluit. Dit is onder het veld ‘Beschikking’ aangegeven.

Sanering In een saneringsplan wordt aangegeven hoe de sanering wordt uitgevoerd. Dit kan voor een beperkt deel van het terrein gelden (deelsanering) of in verschillende fasen worden uitgevoerd. Als het bevoegd gezag een termijn heeft afgegeven voor het starten van de sanering dan wordt dat hier vermeld. Indien wordt ingestemd met het eindresultaat van de sanering (vastgelegd in een evaluatierapport) wordt ook de einddatum van de sanering ingevuld.

Uitgevoerde onderzoeken Een lijst van rapporten die betrekking hebben op de locatie. Deze rapporten worden in het geval van ernstige verontreiniging beoordeeld door het bevoegd gezag Wbb.

(Mogelijk) Verontreinigende activiteiten Dit is een overzicht van bekende historische (bedrijfs)activiteiten die op de locatie aanwezig zijn geweest en mogelijk bodemverontreiniging veroorzaakt hebben. Deze potentiële verontreinigingsbronnen vormen het zogenaamde. Historisch Bodem Bestand (HBB).

Besluiten Op basis van de aangeleverde rapporten doet het bevoegd gezag uitspraak over de mate van verontreiniging (ernst), de spoedeisendheid van saneren (spoed), te nemen maatregelen voor, na en tijdens sanering, saneringsplannen en de uitvoering van de sanering (evaluatie). In dit overzicht worden de door de provincie Gelderland genomen besluiten vermeld.

Saneringscontouren Indien sprake is van een deelsanering of verschillende fasen dan worden meerdere contouren vermeld. Per fase of deel wordt aangegeven welke saneringsvariant voor de boven- of ondergrond uiteindelijk is uitgevoerd.

Zorgmaatregelen/gebruiksbeperkingen Als na sanering nog verontreiniging is achtergebleven zijn maatregelen genomen om blootstelling aan of verspreiding van deze (rest)verontreiniging te voorkomen. Deze maatregelen worden in het BIS geregistreerd. Het bevoegd gezag houdt toezicht op het in standhouden van deze maatregelen.

Pagina 7 van 7

-

02-11-2023

BIJLAGE 5: FOTO’S ONDERZOEK

Foto 1 voor spoorlijn-spoorsloot

Foto 2 voor Metelerkampweg

Foto 3 voor noordelijke begrenzing plangebied

Foto 4 voor noordelijke begrenzing plangebied

Foto 5 voor elektra verdeelkast

Foto 6 voor westelijke begrenzing plangebied

Rapportnummer: K2320291

Foto 7 voor halfverharding (Hoofdstraat)

Foto 8 voor halfverharding (Hoofdstraat)

Foto 9 voor zuidelijke begrenzing plangebied

Foto 10 voor woonhuizen Metelerkampweg

Foto 11 voor plangebied

Foto 12 voor plangebied

Rapportnummer: K2320291

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14752152/1