(118) Concept planologische toets
Tekst van het document
463624
Planologische bouwsteen OW2025-760 Planologische situatie Het bouwplan betreft het bouwen van een woning aan de Sophia van Württemberglaan 9 in Eerbeek. Voor de bouwlocatie geldt het tijdelijk deel van het Omgevingsplan, dat bestaat uit de voormalige (paraplu)bestemmingsplannen “Archeologie”, “Sophia van Württemberglaan” en de Bruidsschatregels. Hieronder gaan wij nader in op de verschillende onderdelen van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Voormalig paraplubestemmingsplan "Archeologie" In dit voormalig paraplubestemmingsplan heeft de bouwlocatie de dubbelbestemming ‘waarde – archeologie middelmatig’. Het te bebouwen oppervlakte blijft onder de 1.000m2. De regels van dit voormalig paraplubestemmingsplan bepalen dat in een dergelijk geval geen archeologisch onderzoek nodig is. Voormalig bestemmingsplan “Sophia van Württemberglaan” De bouwlocatie heeft de bestemming ‘wonen’ en ‘tuin’. Aan de straatkant heeft het perceel de bestemming ‘tuin’. Op de tuinbestemming wordt niet gebouwd, dit wordt dan ook verder buiten beschouwing gelaten. Het hoofdgebouw heeft een oppervlakte van 240m2, het bijgebouw wordt 33,6m2, de vrijstaande muren hebben een gezamenlijk oppervlakte van 4,33m2, de uitstekende tweede etage welke een overkapping vormt is 52,5m2. Daarmee is het bebouwingsoppervlakte 330,43m2. Conform dit voormalig bestemmingsplan mag 30% van het perceel bebouwd worden.
Dit komt neer op 375m2. Daarmee past de totale gewenste bebouwing in het bebouwingspercentage. Het hoofdgebouw heeft een goot- en bouwhoogte van 7.1m, gezien het een plat dak heeft. Daarmee is de goothoogte in strijd met het maximum toegelaten van 6 meter (art. 4.2.2, lid c). Verder voldoet het hoofdgebouw aan de gestelde eisen. Het bouwplan bevat één ondergronds bouwwerk, namelijk de kelder. De vijver en de zitkuil zijn niet dieper dan 1,75m en vallen daarmee niet onder de definitie van ‘ondergronds bouwwerk’. De kelder is 108m2 en ligt volledig onder het hoofdgebouw. Daarmee wordt er aan art. 7.3.1, lid b voldaan. De kelder wordt 2,9m diep en past daarmee binnen de maximum diepte van 4 meter. Parkeren De aan te houden parkeernormen zijn opgenomen in art. 11.4 van het voormalig bestemmingsplan “Sophia van Württemberglaan”. De woning valt in de categorie ‘koop, vrijstaand’, daarmee zijn er 2 parkeerplekken vereist. Op de tekeningen zijn twee en een optionele derde parkeerplek ingetekend. Daarmee wordt er voldaan aan de parkeereis. Beleidsregel buitenplanse afwijkingsmogelijkheden gemeente Brummen Het bouwplan is niet in overstemming met dit voormalig bestemmingsplan en voldoet daarmee niet aan de binnenplanse beoordelingsregels van het tijdelijk deel van het Omgevingsplan. Vervolgens is de ‘Beleidsregel buitenplanse afwijkingsmogelijkheden gemeente Brummen’ geraadpleegd.
Conform art. 5.5 kan er worden afgeweken voor de goothoogte van hoofdgebouwen. Dit dient per geval afgewogen te worden. In het tijdelijk deel van het Omgevingsplan is de maximale goothoogte gesteld op 6 meter en de maximale bouwhoogte op 12 meter. De te bouwen woning krijgt een plat dak en heeft daarmee een gooten bouwhoogte van 7,1 meter. Gezien de reeds bestaande planologische mogelijkheden, is het nieuw te bouwen bouwvolume aan te merken als passend binnen de reeds geldende kaders. Daarnaast heeft de commissie van omgevingskwaliteit geoordeeld dat het bouwplan passend is binnen onze kaders voor ruimtelijke kwaliteit en heeft daarmee positief geadviseerd over het bouwplan. Evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) Vervolgens is afgewogen of het bouwplan voldoet aan de ETFAL. Initiatiefnemer heeft een Quickscan flora & fauna en een Aerius berekening aangeleverd. Deze onderzoeken hebben aangetoond dat flora & fauna en stikstof [geen belemmering vormen voor het bouwplan, en het bouwplan geen negatieve effecten heeft op de natuur en natura-2000.]
Beleidsregel inzake adviesrecht voor de gemeenteraad van Brummen Conform de ‘Beleidsregel inzake adviesrecht voor de gemeenteraad van Brummen’ is advies van gemeenteraad over het bouwplan noodzakelijk. Enkel met een positief advies kan de voorliggende vergunning worden verleend. Op [xxx] heeft de gemeenteraad van Brummen een [xxx] advies verstrekt. Voorliggende vergunning kan daarmee [xxx] worden verleend.
Zienswijze omtrent de aanvraag De aanvraag voor voorliggende vergunning is gepubliceerd. Een omwonende heeft op basis hiervan het bouwplan ingezien en een zienswijze ingediend. Kort samengevat draagt de indiener van de zienswijze de volgende punten aan: 1. De indiener beargumenteert dat het bouwplan ten koste gaat van de privacy, lichtinval en uitzicht, doordat de nieuwe woning 4 meter uit de erfgrens komt te staan. Ook beargumenteert hij dat de woning vrij groot en lang is, ook wordt de woning hoger dan toegestaan. Graag ziet de indiener dat de woning verder dan 4 meter uit de erfgrens gebouwd wordt, en niet hoger dan 6 meter wordt. 2. Er is een kapvergunning verleend aan de vorige eigenaar. In deze vergunning is ook een herplantplicht van 25 bomen opgenomen. De indiener ziet graag dat er daarom opnieuw bomen en groen worden geplant op het perceel aan de Sophia van Württemberglaan 9. 3. De indiener vraagt zich af of betreffende vergunningverlener langs kan komen op locatie om de situatie en toekomstige impact van het bouwplan te bekijken. Op deze punten wordt hieronder puntsgewijs gereageerd: 1. De bestemmingsplanwijzing in 2020 maakt al de bouw van een woning mogelijk met een goothoogte van 6 meter, en een nokhoogte van 12 meter. Verder mag een te bouwen woning op het perceel 30% van het oppervlakte van het terrein beslaan.
Voorliggende vergunning maakt een afwijking van de goot mogelijk, dit is nodig gezien de woning een plat dak krijgt. Echter, is het gehele volume van de nieuwe woning gelijk te stellen aan de planologische mogelijkheden welke reeds aanwezig zijn op het perceel. Ook overschrijdt de nieuwe te bouwen woning de maximaal toegestane oppervlakte niet. Verder is in het tijdelijk deel van het Omgevingsplan opgenomen dat de woning minimaal 4 meter uit de erfgrens moet worden gebouwd, hieraan wordt voldaan. Er zijn dan ook planologisch-juridisch gezien geen aanknopingspunten om te eisen dat de woning verder uit de erfgrens wordt gebouwd. 2. Er is in 2022 inderdaad een kapvergunning verleend aan de vorige eigenaar. Echter is deze vergunning verbonden aan de vergunninghouder (i.e. de vorige eigenaar) en niet aan het perceel. De initiatiefnemer is daarom niet gebonden aan de herplantplicht als opgenomen in de kapvergunning. Echter houdt de initiatiefnemer wel rekening met het groene karakter van de wijk in de aanleg van de tuin. 3. Om te bepalen of er van de goothoogte afgeweken kan worden, raadplegen wij de planologischjuridische regels als opgenomen in het tijdelijk deel van het Omgevingsplan. Onze afweging is dan ook gebaseerd op wat momenteel al de mogelijkheden zijn voor de bouw van een woning op het perceel. Wij gaan hierbij niet uit van de feitelijke situatie.
Het waarnemen van de feitelijke situatie zal daarom in dit geval geen invloed hebben op onze afweging. Met de inachtneming van bovenstaande punten, is de ingediende zienswijze daarom geen aanleiding voor ons om de vergunning niet te verlenen.