CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

(105) Memo 'ruimtelijke aspecten' PAKhuis

Besluitvormende raadsvergadering 18 december 2025, gemeente BrummenBij agendapunt: PAKhuis – Planontwikkeling2.992 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

469659

Het ruimtelijke aspect: grond, gebouw en omgeving Binnen het ruimtelijk aspect waren in deze planontwikkelingsfase de beschikbaarheid van de gronden, een passend gebouw en de context van de omgeving van belang voor de ontwikkeling van een PAKhuis in de spoorzone van Eerbeek. Ze worden hieronder toegelicht.

1. Beschikbaarheid van grond als voorwaarde Eén van de voorwaarden voor de ontwikkeling van een PAKhuis is de beschikbaarheid van grond. Want zonder locatie géén PAKhuis. Voor het PAKhuis zijn twee locaties in beeld waarbij de grond grotendeels beschikbaar is. Zie onderstaande verbeelding en toelichting.

Voor locatie 1 (Bibliotheek / Welkoop) vormt de beschikbaarheid van grond deels een belemmering. Voor het bibliotheekgedeelte is er geen belemmering. De bibliotheek maakt onderdeel uit van de ontwikkelingen in het PAKhuis en zal daarin een plek krijgen. Daarnaast zijn zowel de grond als het pand van de bibliotheek in eigendom van de gemeente en beschikbaar voor deze ontwikkeling. Enige aandachtspunt is tijdelijke huisvesting van de bibliotheek tijdens realisatie van het PAKhuis bij de keuze voor locatie 1. Voor het perceel van de Welkoop is er nog wel een belemmering. Die grond is eigendom van de Welkoop en (nog) niet beschikbaar. Voor de Welkoop geldt wel dat de huidige situatie niet toekomstbestendig is en zij daarom op zoek zijn naar een andere locatie. De gesprekken hierover lopen tussen de gemeente en de Welkoop. Hierdoor komt de grond mogelijk op termijn wel beschikbaar. Afhankelijk van de voorkeurslocatie wordt ingezet op verwerving van de Welkoop locatie ten behoeve van het PAKhuis. Locatie 2 (Stationsstraat 5 / 5a) is in eigendom van de gemeente en beschikbaar voor deze ontwikkeling. Dat geldt ook voor het achterliggende Wasacker-terrein en het naastgelegen Burgersterrein waar mogelijk deels naartoe uitgeweken wordt. Dit betekent dat de beschikbaarheid van grond op deze locatie geen belemmering vormt voor de ontwikkeling van een PAKhuis.

2. Een ‘passend’ gebouw Het gebouw van het PAKhuis moet ‘passend’ zijn, zowel qua indeling van ruimtes (zie programmatisch aspect) alsook ruimtelijk op de locatie. Voor beide locaties is een massastudie uitgevoerd (zie bijlagen bij het voorstel: D469538). Uit deze massastudie is gebleken dat het gewenste ruimtegebruik qua massa passend is op beide locaties. Er zijn wel enkele aandachtspunten: • Op locatie 2 is er meer bewegingsruimte om een ontwerp definitief vorm te geven in een volgende fase door de mogelijke overloop richting het Burgersterrein en de Wasacker. Een met name ook om de gewenste vorm voor ruimtes van het museum vorm te geven, want kruipdoor / sluipdoor tentoonstellingen zijn niet gewenst. Op locatie 1 is de vorm van het perceel bepalend en in zijn volledigheid ook nodig voor de gewenste massa, waardoor er weinig tot geen bewegingsruimte meer is voor het ontwerp en /of toekomstige uitbreiding. • Op locatie 2 is de realisatie van meer buitenruimte mogelijk, waardoor er een meer gastvrije entree gerealiseerd kan worden en er ook ruimte is voor een klein festival, theater of buitenactiviteit. Ook de stalling van fietsen, scootmobiels en andere langzaam verkeer voertuigen kan op deze locatie eenvoudiger worden ingepast.

• Op locatie 1 is het gebouw vanuit stedenbouwkundig oogpunt toegankelijker, mede doordat er momenteel 2 gevels grenzen aan de openbare ruimte en door de ligging aan de doorgaande weg alsook de aanloopstraat naar het centrum. Dat is goed passend bij een gebouw met publiekstoegankelijke functies. Met de realisatie van een PAKhuis ontstaat de mogelijkheid om deze strategisch gelegen hoek een markante invulling te geven. Locatie 2 ligt meer in de luwte. Daarentegen wordt deze locatie straks wel onderdeel van een groter geheel wanneer het Burgersterrein is ontwikkeld. Deze locatie ligt dan niet meer in de luwte, maar vormt de kern van het winkelgebied, bedrijfsleven én een woonwijk. • Op locatie 1 staan momenteel al panden die vervangen zouden worden door een PAKhuis. De impact van deze ontwikkeling op de omgeving lijkt hierdoor in deze fase kleiner op deze locatie dan op locatie 2. De massa van de huidige bebouwing op locatie 2 is veel kleiner dan op locatie 1. In de volgende fase zal moeten blijken of de omgeving dit ook zo ziet / ervaart. Dit zal worden meegewogen in een definitieve keuze voor een locatie.

3. Context van de omgeving Het PAKhuis staat niet op zichzelf. Het maakt onderdeel uit van een groter geheel: de ontwikkelingen in de spoorzone, in het centrum van Eerbeek en in de gemeente en regio / Veluwe. Binnen de context van de omgeving van de aangewezen twee locaties zijn meerdere aspecten van belang: omgevingsaspecten, toegankelijkheid en de mogelijkheden voor een alternatieve invulling van de locatie. 3.1. Omgevingsaspecten

Een eerste scan van omgevingsaspecten in de initiatieffase heeft nog geen belemmeringen opgeleverd voor één van beide locaties, maar wel de noodzaak voor verdiepende onderzoeken op sommige onderdelen. In deze definitiefase is er nog een Aerius-berekening uitgevoerd om te onderzoeken of stikstof een belemmering vormt. De resultaten en conclusies hiervan, alsook die van de andere omgevingsaspecten, zijn te vinden in de bijlagen van deze memo. Na een positief tussentijds go / no go besluit kunnen ook de benodigde verdiepende onderzoeken worden uitgevoerd, zoals flora / fauna, archeologie, bodem etc. en kan er gestart worden met een schetsontwerp van het gebouw. 3.2. Toegankelijkheid

Voor de toegankelijkheid in de context van de omgeving zijn er enkele belangrijke onderdelen: Ten eerste de toegang van het gebouw. De entree kan op beide locaties vanaf twee zijden gerealiseerd worden: zowel vanaf de spoorzonezijde (Stationstraat) als vanaf de Wasackerzijde. Daarnaast moeten inwoners en bezoekers het PAKhuis kunnen bereiken, zowel lopend, fietsend, met de auto en met de bus. De locaties liggen hemelsbreed niet ver van elkaar verwijderd, dus lopend, met de auto (parkeren in de spoorzone of op de Wasacker) of met de bus (openbaar vervoer aan de

Stuijvenburchstraat en touringcars laden en lossen aan de Coldenhovenseweg) maakt dit geen verschil. Voor het realiseren van parkeergelegenheid voor langzaam verkeer voertuigen (fiets, scootmobiel etc.) is op locatie 2 meer ruimte dan op locatie 1. Daarentegen hoeven er minder extra parkeerplaatsen gerealiseerd te worden wanneer het PAKhuis op locatie 1 wordt gerealiseerd, omdat er reeds twee functies zijn gevestigd die een verkeersaantrekkende werking hebben. Voor beide locaties geldt dat er waarschijnlijk voldoende ruimte is op de Wasacker om de benodigde extra parkeerplaatsen te realiseren. Tenslotte moet bevoorrading mogelijk zijn. In de meeste gevallen zal dit voor alle organisaties gebeuren via bestelwagens / kleine vrachtwagens die via de spoorzone of de wasacker het pand op beide locaties kunnen bereiken. Incidenteel zal er voor het museum een vrachtwagen met grote oplegger nodig zijn. Die kan via de spoorzone het pand bereiken, maar zal wel achteruit erin moeten rijden. De ruimte op de Stationstraat is onvoldoende voor de benodigde draaicirkel. Als de oplegger alleen tijdelijk wordt geplaatst voor laden en lossen en er geen hinder ontstaat voor het verkeer of omwonenden, is daarvoor geen ontheffing nodig.

Blijft de oplegger echter langer staan of wordt deze gebruikt als bijvoorbeeld opslag, dan kan er wel een ontheffing nodig zijn op grond van artikel 5:8 / 2:10 van de APV Brummen. In een volgende fase wordt dit nader uitgewerkt. Voor een goede bevoorrading moet bij een schetsontwerp van het gebouw rekening gehouden worden met de situering van de expeditie. 3.3. Alternatieve invulling locaties

Wanneer gekozen wordt voor de ene locatie zal op de andere locatie een andere invulling gerealiseerd moeten worden. Hoewel buiten de reikwijdte van het project van het PAKhuis, kunnen de mogelijkheden hiervoor wel meewegen in het bepalen van een voorkeur voor één van de twee locaties. Verwacht wordt dat er na alle impulsen in de spoorzone in de komende periode een dusdanig vestigingsklimaat ontstaat dat er voldoende animo zal zijn vanuit organisaties en bedrijven om een passende invulling te realiseren op de locatie die niet gekozen wordt voor het PAKhuis. Voor de invulling van locatie 1 worden op dit moment twee mogelijkheden gezien: 1. Recreatie en toerisme De spoorzone wordt ingericht als TOP-locatie en met de mogelijke komst van het PAKhuis vormt een invulling op het gebied van recreatie en toerisme (niet zijnde verblijfsrecreatie) een mooie invulling / aanvulling op het geheel. 2. Detailhandel Het betreft een locatie in de aanloopstraat richting het centrum. Bij voorkeur wordt alle detailhandel in het centrum van Eerbeek (rondom Stuijvenburchstraat) geconcentreerd (en maatschappelijke voorzieningen rondom het Oranje Nassauplein), dus invulling met detailhandel op deze locatie heeft niet de voorkeur. Maar het is wel denkbaar, ook gezien (een deel van) de huidige bestemming en de aangrenzende locaties.

Hierbij moet er wel rekening gehouden worden met en passen binnen het Distributie Planologisch Onderzoek (DPO). Voor de invulling van locatie 2 worden op dit moment drie mogelijkheden gezien: 1. Recreatie en toerisme De spoorzone wordt ingericht als TOP-locatie en met de mogelijke komst van het PAKhuis vormt een invulling op het gebied van recreatie en toerisme (niet zijnde verblijfsrecreatie) een mooie invulling / aanvulling op het geheel. 2. Groen, blauw en grijs Een andere mogelijkheid is om – aansluitend op de plannen voor de spoorzone en het Burgersterrein – een passende groene, blauwe (water) en grijze (paden, wegen en parkeren) invulling te vinden. Hierbij wordt locatie 2 als meer passende optie gezien voor de realisatie van openbare ruimte dan locatie 1 aangezien locatie 1 meer een zichtlocatie betreft. Deze invulling van locatie 2 brengt echter alleen kosten met zich mee en levert geen inkomsten op (de kosten hiervoor voor het Burgersterreingedeelte zijn opgenomen in de grondexploitatie voor die ontwikkeling).

3. Vervanging huidige woningen De woningen aan de Stationstraat 5 en 5a zijn nu vervallen. Het omgevingsplan biedt na sloop de mogelijkheid voor de nieuwbouw van 2 andere woningen. Ze zouden dan goed moeten aansluiten bij de nieuwbouwplannen voor het Burgersterrein en de bestaande woningen / bebouwing. Deze invulling zien we niet op locatie 1, gezien de zichtlocatie. Hier zouden – vanuit stedenbouwkundig oogpunt dan meerdere woningen in één gebouw gerealiseerd moeten worden. Dat is niet mogelijk in verband met de geur- en geluidscontouren van de industrie die belemmerend werken op de realisatie van woningbouw.

Bijlage I

Omgevingsaspecten

Er is tot nu toe verkennend onderzoek gedaan naar verschillende omgevingsaspecten. Hierbij is er uit gegaan van een PAKhuis met hierin een museum, bibliotheek, horeca, een gemeentelijk steun en informatiepunt en Stichting Welzijn Brummen en waar ruimtes worden verhuurd aan stichtingen en verenigingen, zoals de bridgeclub en zangkoor en voor eten voor ouderen. Op basis van onderstaande omgevingsaspecten die verkennend zijn onderzocht zijn op voorhand nog geen definitieve belemmeringen naar voren gekomen voor de realisatie van een PAKhuis. Wel is er op sommige aspecten verdiepend onderzoek nodig. Hieruit zouden nog belemmeringen naar voren kunnen komen. Ze worden hieronder toegelicht. Geluid

Zowel onder de Wet geluidhinder als onder de Omgevingswet is een PAKhuis met de genoemde activiteiten geen geluidsgevoelig object. Een geluidgevoelig gebouw (Bijlage 1 Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl)) is een: • gebouw met een woonfunctie; • gebouw met een onderwijsfunctie; • gebouw voor kinderopvang met bedden; • gebouw voor gezondheidszorg met bedden. Qua geluid is het daarom mogelijk om een PAKhuis in de spoorzone (Elis Ligtplein e.o.) te realiseren. Uiteraard wel na het doorlopen van een ruimtelijke procedure om dit mogelijk te maken. Geur

Op basis van de Omgevingswet als op basis van het geldende Omgevingsplan is het PAKhuis geen geurgevoelig object. In het omgevingsplan van rechtswege is in de begripsbepalingen een 1.63 geurgevoelig object van categorie A opgenomen, maar hier vallen de beoogde functies van het PAKhuis niet onder. De gemeente kan geurgevoelige objecten echter wel aanwijzen als geurgevoelig, vanuit haar taak ten aanzien van de evenwichtige toedeling van functies aan locaties in het omgevingsplan mits hoofdzakelijk sprake is van het verblijf van mensen. Bestaande bebouwing / gevoelige objecten

De genoemde functies zijn goed te combineren met de bestemming wonen. Mocht de locatie een functie krijgen als schouwburg (wellicht in verband met het beoogde auditorium) of buurthuis dan valt dit onder de milieucategorie 2 waarvoor in een gemengd gebied een afstand geldt tot 10 meter tot gevoelige objecten zoals woningen. Dan kan dit nog inpasbaar zijn als er sprake is van een centrumgebied. Hiervoor is het van belang dat deze functies wel bouwkundig zijn afgescheiden van woningen, wat ook beoogd is voor het PAKhuis. Als dit niet het geval is, is een akoestische onderbouwing dan wel een onderzoek nodig. Kabels en Leidingen

Op basis van een KLIC-melding lijken er op de percelen van de twee locatie geen kabels en leidingen te liggen die de ontwikkeling van een PAKhuis belemmeren. Er wordt wel aandacht gevraagd voor de kabels en leidingen die onder de wegen doorlopen gelegen voor de verschillende percelen. Daar moet met de bouw rekening mee gehouden worden. Mede gezien het volle stroomnet biedt de aanwezige ondergrondse infrastructuur wellicht ook kansen in de vervolgfasen, omdat deze al aanwezig zijn. Gezien de huidige functies lijkt locatie 1 hiervoor kansrijker. Nader onderzoek moet uitwijzen of dit inderdaad het geval is. Op de onderstaande afbeelding zijn de verschillende kabels en leidingen opgenomen en de twee potentiële locaties ingetekend.

Flora en Fauna

Eind 2021 is er ecologisch onderzoek uitgevoerd voor een grotere ontwikkeling op het Burgersterrein, waarbinnen ook locatie 2 (Stationsstraat 5 / 5a / deel Burgersterrein) voor het PAKhuis was opgenomen. De belangrijkste conclusies die hier uit voortkwamen zijn hieronder opgenomen. De uitgebreide beschreven conclusies zijn te vinden in de bijlage van de eerder gedeelde haalbaarheidsrapportage (afsluitend document van de initiatieffase van het PAKhuis). Wel wordt opgemerkt dat het ecologisch onderzoek gedateerd is, aangezien het laatste veldbezoek langer dan drie jaar geleden is uitgevoerd. Uit nieuw ecologisch onderzoek kan de aanwezigheid van andere beschermde soorten blijken, die zich de afgelopen jaren er gevestigd hebben. Wel kan in vrijwel alle gevallen, indien beschermde soorten aanwezig zijn, een vergunning flora- en fauna-activiteit van de provincie verkregen worden, zodat de ruimtelijke ontwikkeling alsnog door kan gaan. Ook kan mogelijk gebruik gemaakt worden van het soortmanagementplan (zie ook hierna). Onderstaande is in deze fase dan ook bedoeld als richtinggevend. Qua beschermde natuurgebieden en houtopstanden zijn er geen vervolgstappen ten aanzien van GNN en GO nodig en is het niet noodzakelijk om een ‘kapvergunning’ bij de gemeente of provincie aan te vragen. Voor Natura-2000 gebieden geldt dat er geen directe negatieve effecten te verwachten zijn.

Echter, een negatief effect vanwege stikstof kan niet op voorhand uitgesloten worden. Zie hiervoor het kopje ‘Stikstof’. Qua soortenbescherming: • zijn op locatie 2 geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Volgens het ecologisch onderzoeken zijn deze elders op het Burgersterrein wel aanwezig. • Voor wat betreft vleermuizen, steenmarters en dassen is geconcludeerd dat er geen sprake is van verlies van onmisbaar foerageergebied.

• • •

In de woning Stationsstraat 4 zijn twee jaarrond beschermd nesten van gierzwaluw aangetroffen. Overige nestlocaties van vogels waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn, worden binnen het plangebied niet verwacht. Binnen het plangebied zijn enkele algemeen voorkomende broedvogels van bebouwing en plantsoen aangetroffen of te verwachten zoals de ekster, houtduif, roodborst, merel, kauw en Turkse tortel. In het plangebied zijn geen verblijfsplaatsen van overige zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen en ongewervelden aangetroffen of te verwachten, met uitzondering van beschermde soorten waarvoor een vrijstelling van vergunningsplicht geldt in de provincie Gelderland. Voor deze soorten geldt in deze situatie een provinciale vrijstelling van de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming, waardoor het nemen van vervolgstappen voor deze soorten niet aan de orde is.

Vooralsnog zijn er voor locatie 1 (Bibliotheek / Welkoop) geen andere beschermde soorten te verwachten dan opgenomen worden in het gemeentelijk soortmanagementplan (SMP). Dit plan betreft een beheerplan voor gebouwbewonende soorten, zoals vleermuizen, huismussen, gierzwaluwen, huiszwaluwen en steenmarters. In 2024 heeft de inventarisatie hiervoor plaatsgevonden. De gegevens hiervan worden nu verwerkt. De gemeente heeft in de zomer van 2025 bij de provincie (bevoegd gezag) een vergunningsaanvraag ingediend voor het SMP. De provincie gaat deze aanvraag beoordelen en zal naar verwachting nog aanvullende vragen hebben. Bij voldoende beantwoording hiervan, zal de provincie de vergunning verlenen. De verwachting is dat dit eind of begin volgend jaar is. Voorwaarde is dat het SMP, inclusief vergunning en het financieel plan voor het gebruik van het SMP wordt vastgesteld. Naar verwachting zijn er dan ook op deze locatie mogelijkheden om te verbouwen / slopen binnen deze vergunning. Qua bomenkap staat er op het terrein van de bibliotheek één boom, een Catalpa, die bouwactiviteiten waarschijnlijk in de weg staat. Naar verwachting zal het mogelijk en toegestaan zijn om deze te verwijderen. Op het terrein van Stationstraat 5 / 5a staan veel coniferen. Voor de kap hiervan is geen kapvergunning nodig (vrijgesteld in onze APV). Stikstof

Op basis van de huidige uitgangspunten blijkt uit de berekeningen van medio 2025 dat voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jr (0,03 /0,04 mol/ha/jr). Daarom is stikstofdepositie met mogelijk significant negatief effect op Natura 2000-gebieden voor dit project niet uit te sluiten. Naar alle waarschijnlijkheid zal bij de provincie een Natura 2000-vergunning aangevraagd moeten worden. Het is daarbij toegestaan om in de passende beoordeling mitigerende maatregelen te betrekken, zoals intern salderen of (deels) werken met elektrische mobiele werktuigen. Opgemerkt wordt dat er per oktober 2025 een nieuwe versie van de Aerius-berekening beschikbaar is. Het is nog onbekend wat voor effect dit heeft op de eerder gemaakte berekening voor het PAKhuis. Dit wordt in het verdere proces meegenomen. Archeologie

Beide locaties vallen binnen de bestemming met een hoge archeologische waarde. Dit betekent dat er nader onderzoek nodig is voor de realisatie van het PAKhuis. Dit is het geval wanneer er dieper dan 40 cm wordt gegraven of meer dan 250 m2 wordt bebouwd. Er is nog geen ontwerp van het PAKhuis, maar de verwachting is wel dat het aan beide criteria zal voldoen. Op basis hiervan zal nog een verkennend archeologisch onderzoek moeten worden uitgevoerd. Eventueel verdiepende archeologische onderzoeken zijn kostbaar. Daarom is er nu ook eerst voor gekozen om voor te stellen de financiële haalbaarheid van het PAKhuis verder uit werken. Opgemerkt wordt dat er in 2025 vondsten zijn gedaan bij de Wasacker, maar aan de noordzijde. Dit betekent dat daar misschien verdiepend onderzoek nodig is voor de Oostzijde van het Burgersterrein ter hoogte van het noorden van de Wasacker. Dat geldt niet voor het stuk aangrenzend aan de Stationsstraat 5 / 5a.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16280692/3