CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

(104) Toelichting bij Wijzigingsverordening van de Algemeen Plaatselijke Verordening gemeente Brum-men 2019 (2024)

Forum Fysieke Leefomgeving 25 januari 2024, gemeente BrummenBij agendapunt: Wijziging Algemene Plaatselijke verordening (APV) 2019 (besluitvormend)1.735 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Toelichting bij Wijzigingsverordening van de Algemeen Plaatselijke Verordening (APV) gemeente Brummen 2019 (D 422857) Ow = Omgevingswet Aanpassing artikel 1:1 Definitie (betreft artikel in Hoofdstuk Algemene bepalingen) In dit artikel wordt de definitie van beperkingengebiedactiviteit opgenomen, waarbij wordt verwezen naar de bijlage, onder A, bij de Ow. Dit begrip komt voor in diverse artikelen van de APV. Volgens genoemde bijlage is een beperkingengebied een bij of krachtens de wet aangewezen gebied waar vanwege de aanwezigheid van een werk of object regels gelden over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor dat werk of object. Een beperkingengebiedactiviteit is een activiteit binnen een beperkingengebied. In diverse artikelen van de APV staat dat een verbod niet van toepassing is op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijswaterstaatswerken, de waterschapskeur of de wegenverordening Gelderland. Dat wordt vervangen door de tekst dat het verbod niet van toepassing is op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterschapswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Ow, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening.

Aanpassingen artikelen 1:2 (Beslistermijn); 1:4 (Voorschriften en beperkingen); 1:5 (Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing) en 1:6 (Intrekken, wijziging of schorsing van vergunning of ontheffing) In de artikelen 1:2; 1:4; 1:5 en 1:6 wordt aangegeven dat het artikel of het eerste lid van het artikel niet van toepassing is op een omgevingsvergunning. Voor vergunningen of ontheffingen die een omgevingsvergunning zijn, geeft de Ow een uitputtende regeling voor de in deze artikelen geregelde onderwerpen: - over de beslistermijnen in de paragrafen 16.5.2 en 16.5.3 van de Ow, - over het nakomen van voorschriften in artikel 5.5 van de Ow (eventueel in samenhang met artikel 22.8 van de Ow en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit), - voor wie de omgevingsvergunning geldt in artikel 5.37 van de Ow, en - over intrekking of wijziging van de omgevingsvergunning in paragraaf 5.1.5 van de Ow. Aanpassing artikel 2:57 Loslopende honden De Boa komt met enige regelmaat mensen tegen die de hond los hebben lopen en aangeven dat het een hulphond is. Voor steeds meer categorieënhandicaps zijn er hulphonden hierdoor is niet altijd meer aan de eigenaar of houder van de hond te zien of hij/zij voor zijn/haar handicap een hulphond heeft. De opleidingsinstituten voor hulphonden verstrekken de eigenaren en houders van de door hun opgeleide hond een herkenbaar tuigje.

Daarnaast verstrekken zij de houder een pasje waar mee zij kunnen aantonen dat het een hulphond betreft. Door in de APV op te nemen “… zodanig zichtbare en aantoonbare geleidehond…” kan de Boa aan het tuigje en het pasje zien dat het inderdaad om een hulphond gaat. De hulphondeninstituten verstrekken degene die een hulphond de eerste jaren opleidt ook een bewijs dat zij gekwalificeerd zijn tot opleider van dergelijke honden. Tijdens de opleiding moeten deze honden ook leren loslopen. Door “aantoonbaar gekwalificeerd” in de APV op te nemen kan de Boa de opleiders vragen om het bewijs dat zij gekwalificeerd zijn. Aanpassing artikel 2:71 Definitie (betreft artikel in afdeling 10 Consumentenvuurwerk) Dit artikel is op aanraden van de VNG zodanig aangepast. In het Vuurwerkbesluit is de definitie van consumentenvuurwerk vervangen door ‘vuurwerk van categorie F1, F2 of F3. De definitie in artikel 2:71 is aangepast op de definitie uit het Vuurwerkbesluit. Opnemen artikel 2:28 Gebiedsontzeggingen Voorheen was bood de VNG dit artikel als facultatief aan. In de wijziging Model-APV najaar 2023 adviseert de VNG om het artikel structureel op te nemen. De gemeente kan dit artikel toepassen om onveiligheidsgevoelens ne overlast te verminderen.

Dit artikel geeft de burgemeester de bevoegdheid tot het opleggen van een gebiedsontzegging bij (ernstige vrees voor) een openbare ordeverstoring of overlast gevend gedrag. De burgemeester kan een gebiedsontzegging opleggen aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht en veelal al eenmaal een bestuurlijke waarschuwing hebben ontvangen. Kan zowel de APV als artikel 172, derde lid van de Gemeentewet (‘lichte bevelsbevoegdheid’) toepassing vinden voor een gebiedsontzegging, dan gaat de APV voor (Hoge Raad 11-03-2008, ECLI:NL:HR:2008:BB4096). Als echter van artikel 172, derde lid, van de Gemeentewet gebruik wordt gemaakt, omdat er geen APV-

bepaling voorhanden is, dan kan de rechter aangeven dat er voldoende gelegenheid is geweest om een dergelijke regeling op te stellen (Voorzieningenrechter RB Alkmaar 15-07-2008, ECLI:NL:RBALK:2008:BD9134). Voorwaarden: Voor het toepassen van een openbare ordemaatregel, zoals een gebiedsontzegging, moet aan de volgende voorwaarden zijn voldaan. − Het situatievereiste: er moet sprake zijn van omstandigheden die tot ingrijppen ter handhaving van de openbare orde kunnen noodzaken. − Het doelcriterium: de maatregel moet zijn gericht op het beëindigen of voorkomen van (verdere) ordeverstoringen of overlast of het beperken van de gevolgen daarvan. − Het toepassen van de bevoegdheid kan alleen ten tijde van een (dreigende) ordeverstoring. − De duur van deze concrete maatregel moet direct gekoppeld zijn aan de situatie dat er gevaar dreigt voor de openbare orde. Hierdoor kan de duur van de maatregel niet onevenredig lang zijn. − Bij de toepassing van de maatregel mag niet worden afgeweken van wettelijke voorschriften. − Subsidiariteit en proportionaliteit: er is geen minder zwaar middel voorhanden en het opleggen van een tijdelijk verbod moet in verhouding staan tot de te bestrijden problematiek of het te bereiken doel. 1e lid Het eerste lid geeft aan in welke gevallen en voor welke maximale duur de burgemeester een gebiedsontzegging kan opleggen.

Op het besluit van de burgemeester zijn de waarborgen van de Awb van toepassing. 2e lid In het licht van proportionaliteit en subsidiariteit is het geboden om slechts tot oplegging van een lang(er)durende gebiedsontzegging als bedoeld in het tweede lid over te gaan, wanneer de gedraging waarop de oplegging betrekking heeft binnen en bepaalde periode na oplegging van de eerdere gebiedsontzegging plaatsvindt. In het tweede lid is die periode gesteld op zes maanden. Ook bepaalt het tweede lid hoelang de lang(er)durende gebiedsontzegging maximaal kan duren. Gekozen is voor een looptijd van acht weken. 3e lid Dit lid geeft de burgemeester de bevoegdheid om, wanneer hij dat noodzakelijk acht in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene, een tijdelijk verbod te beperken. Bijvoorbeeld omdat het voor betrokkene noodzakelijk of onoverkomelijk is zich in het aangewezen gebeid te bevinden in een middel van openbaar vervoer, hij aldaar werkzaam of woonachtig is, hij een (ander) aantoonbaar redelijk belang heeft om aldaar aanwezig te zijn, in verband met de staatkundige en religieuze vrijheid en het familieleven. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een tijdelijk verbod.

4e lid Als iemand de openbare orde verstoort, kan er overlap ontstaan tussen de bevoegdheid van de officier van justitie om met een gedragsaanwijzing op grond van artikel 509hh, tweede lid, onderdeel a van het Wetboek van Strafvordering op te treden en de bevoegdheid van de burgemeester om op grond van deze bepaling met een gebiedsontzegging op te treden. Het vierde lid geeft voorrang aan een gedragswaanwijzing door de officier van justitie boven een gebiedsontzegging door de burgemeester. Jurisprudentie: Hoger Raad 11-10-2022, ECLI:NL:HR:2022:1417. Artikel 2.3.13, eerste lid APV Breda 2004 luidt: ‘Een ieder is verplicht op een daartoe strekkend besluit, schriftelijk genomen door of namens de burgemeester in het belang van de openbare orde, zich te verwijderen en verwijderd te houden uit een door de burgemeester aangewezen gebied gedurende de tijd die in dat besluit genoemd is’. Artikel 2.3.13 APV Brede 2004 houdt niet uitdrukkelijk in dat de burgemeester is gerechtigd tot het geven van een bevel of het doen van een vordering als in de bewezenverklaring bedoeld. Aangepast artikel 3:5 Gedragseisen exploitant De in onze APV gehanteerde term “niet zijn ontzet uit de ouderlijke macht of de voogdij” is achterhaald. In het gewijzigde artikel de huidige terminologie opgenomen.

Aanpassing in de artikelen 4:1(Definities, artikel in afdeling 1 Voorkomen of beperken geluidshinder en hinder door verlichting); 4:5 (Versterkte muziek) en 4:6 (Overige geluidshinder)

Op grond van artikel 8.2.2 van het Invoeringsbesluit Ow kunnen de artikelen 4:1 tot en met 4:6 van onze APV uiterlijk tot het einde van de overgangsperiode blijven gelden. Voor handhaving van de status quo moet de wetgeving zoals die vóór de inwerkingtreding van de Ow geldt, dus van toepassing blijven. Het gaat om de Wet milieubeheer, het activiteitenbesluit milieubeheer, de Wet geluidshinder en het Besluit geluidshinder zoals deze luiden direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Ow. Omdat in verschillende artikelen wordt verwezen naar het Activiteitenbesluit milieubeheer is daarvan een definitie opgenomen in artikel 4:1. Voor de andere genoemde wet- en regelgeving is de toevoeging in het betreffende artikel opgenomen. Aangepast artikel 4:31 Definitie (betreft artikel in Afdeling 6 kamperen buiten kampeerterreinen) Door de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen, die gelijktijdig met de Ow in werking treedt, worden bouwwerken in gevolgklasse 1 vergunningvrij (bouwtechnisch deel). Grondgebonden recreatiewoningen vallen onder gevolgklasse 1 en zouden met alleen een aanpassing van de verwijzing in artikel 4:31 onder het begrip kampeermiddel komen te vallen. Dat is ongewenst. Het moet gaan om een nietgrondgebonden onderkomen of voertuig, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.

Opname artikel 5:4 Defecte voertuigen Er komen steeds vaker meldingen binnen van overlast door defecte voertuigen. Hiervoor hebben we momenteel geen mogelijkheid om op te treden. De defecte voertuigen zijn namelijk nog niet in die staat dat zij kunnen worden aangemerkt als voertuigwrak maar kunnen wel hinderlijk in de weg staan. Opname artikel 5:27 Beperkingen verkeer in natuurgebieden In het verleden is dit artikel geschrapt omdat de gemeentelijke Boa’s naast het reguliere werk onvoldoende tijd hebben om in de natuurgebieden te handhaven op verkeer. Nu we steeds meer mogelijkheden krijgen om samenwerkingsverbanden met groene Boa’s aan te gaan zijn er meer ogen en oren in het buitengebied om toezicht te houden en te handhaven. Het gaat bij dit artikel dan voornamelijk om het handhaven van rijden buiten de aangegeven paden en wegen.

Aan de hand van de model APV aangepaste tekst (artikelen: ➢ In de artikelen 1:1, 1:2, 1:4, 1:5, 1:6, 2:10, 2:11, 2:12, 2:21, 2:25, 2:28, 2:29, 2:39a, 2:60, 3:13, 4:32, 5:5, 5:6, 5:14, 5:16, 5:18, 5:26 en 5:28, is de tekst aangepast aan de Omgevingswet.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13675833/2