(097) Procesafspraken handhaving integriteit Politieke Ambtsdragers (bijlage bij de gedragscode politieke ambtsdragers gemeente Brummen)
Tekst van het document
Vervolgens stelt de burgemeester het onderzoeksrapport ter beschikking aan de griffier, die besluit over een eventuele sanctie. Communicatie • Bij sanctionering van een raadslid: Nadat de burgemeester het eigen zwaarte-oordeel aan de gemeenteraad heeft gepresenteerd – en nog vóór de raadsvergadering – stelt hij/zij de pers op de hoogte van de kwestie. Tot die tijd spreekt geen van de betrokkenen 21
•
•
•
(zoals de melder, het raadslid wiens handelen is onderzocht, fractievoorzitters, raadsleden, politieke partijen) met de pers. Allen wachten daarmee tot na de raadsvergadering, aangezien dit de kans op onpartijdigheid sterk vergroot. Bij sanctionering van een wethouder: Kort voor de raadsvergadering stelt de burgemeester de pers op de hoogte van de kwestie. Tot die tijd spreekt geen van de betrokkenen met de pers. Bij sanctionering van de burgemeester: Kort voor de raadsvergadering stelt de CvdK de pers op de hoogte van de kwestie. Tot die tijd spreekt geen van de betrokkenen met de pers. Bij sanctionering van de griffier: Over een eventuele schending van de griffier wordt niet gecommuniceerd naar de pers, behalve als het een zwaardere schending met dientengevolge een zwaardere sanctie. De burgemeester brengt dan, kort nadat de werkgeverscommissie een besluit over sanctionering heeft genomen, de pers op de hoogte kwestie. Tot die tijd spreekt geen van de betrokkenen met de pers.
WOO verzoeken Interne onderzoeksrapporten zijn niet bestemd voor openbaarmaking. Voor overheidsorganisaties geldt dat onderzoeksrapporten vallen onder het bereik van de Wet open overheid (WOO). Op grond van artikel 5.1 en 5.2 van de WOO kan worden besloten deze dossiers niet of slechts gedeeltelijk openbaar te maken. Is openbaarmaking noodzakelijk dan worden persoonsgegevens geanonimiseerd en is de identiteit van de betrokkenen niet te herleiden uit de context. Dit is belangrijk voor zowel melders als eventuele betrokkenen. Fase 4 Evalueren en leren 4.1 Leren van elk vraagstuk Raadsleden of wethouders maken gedurende hun politieke loopbaan hoogstens een beperkt aantal handhavingstrajecten mee, meestal zijdelings. De burgemeester zal meer ervaring opdoen, maar ook voor hem of haar geldt: handhaven wordt nooit routine. Daarom is in de regel na afronding van een integriteitsvraagstuk een korte reflectie geboden – of de zaak nu al wordt afgerond na de beoordeling van een melding, nadat er vooronderzoek is verricht of pas na een integriteitsonderzoek dat al dan niet tot sanctionering heeft geleid. Bij complexere en/of ernstige zaken krijgt deze terugblik het karakter van een meer formele (schriftelijke) evaluatie. Dan is doorgaans ook een vorm van nazorg geboden.
Na een raadsvergadering waarin de uitkomsten van een integriteitsonderzoek naar het handelen van een raadslid of wethouder zijn besproken, kan de burgemeester een evaluatiegesprek met betrokkene inplannen. 4.2 Leren van de grote lijn Eens per vier jaar maken de griffier en de gemeentesecretaris, eventueel met hulp van interne of externe deskundigen, ter bespreking in de gemeenteraad en het college B&W een geanonimiseerd overzicht van de lessen die getrokken kunnen worden uit adviezen die zijn gegeven en uit de resultaten van vooronderzoek en integriteitsonderzoek. Dat gebeurt op een manier die geen link naar specifieke personen mogelijk maakt. De afspraken in de Procesafspraken Integriteit alsmede de geldende gedragscodes worden eens per vier jaar door de fractievoorzitters, de griffier, de gemeentesecretaris, de burgemeester en de
22
wethouders geëvalueerd, eventueel met hulp van deskundigen. Desgewenst worden de afspraken bijgesteld. 4.3 Jaarverslagen vertrouwenspersonen De vertrouwenspersonen (intern en extern) maken jaarlijks (gezamenlijk) een verslag van het soort meldingen (ongewenst gedrag en integriteit), de aantallen en de thema’s die er bij gemeente Brummen spelen. Dit verslag wordt aan de OR, het MT, het college en de raad gestuurd en openbaar gemaakt. Uit het jaarverslag van de vertrouwenspersonen zijn signalen, trends en adviezen te halen. Deze kunnen ook meegenomen worden om van te leren. Samenvatting van rollen en taken Griffier • Is vraagbaak en vertrouwenspersoon voor alle politieke ambtsdragers in de gemeente en geeft advies over de vraag of een (voorgenomen) handeling een schending is. • Ondersteunt de burgemeester, de gemeenteraad en individuele raadsleden bij de invulling van hun rol. • Kan op verzoek van de burgemeester concrete taken – zoals het verschaffen feitelijke informatie – uitvoeren in het kader van een vooronderzoek naar het handelen van een raadslid of wethouder. • Kan op verzoek van de CvdK concrete taken uitvoeren – zoals het verschaffen feitelijke informatie – in het kader van een vooronderzoek naar het handelen van de burgemeester.
• Treedt op als gemandateerd bevoegd gezag bij vermoedens en meldingen die een raadsadviseur of griffiemedewerker betreffen; beoordeelt de uitkomsten van een eventueel integriteitsonderzoek en legt zo nodig een sanctie op. Burgemeester • Geeft, bij twijfel over een voorgenomen handeling van een raadslid, wethouder of de griffier, gevraagd en ongevraagd advies over de vraag of die handeling een schending zou opleveren. • Doet (c.q. laat doen), in geval van een vermoeden van een schending, vooronderzoek om vast te stellen of die verdenking grond heeft. • Geeft indien nodig opdracht voor een integriteitsonderzoek. • Bij een integriteitsonderzoek dat het handelen van een raadslid betreft: - Neemt als eerste kennis van de resultaten van het onderzoek. - Vormt een zwaarte-oordeel over een schending die is vastgesteld. - Informeert de fractievoorzitters over de onderzoeksresultaten en zijn zwaarteoordeel. - Legt de onderzoeksresultaten en zijn zwaarte-oordeel voor aan de gemeenteraad. • Bij een integriteitsonderzoek dat het handelen van een wethouder betreft: - Neemt als eerste kennis van de resultaten van het onderzoek. - Legt de onderzoeksresultaten voor aan de gemeenteraad. Gemeenteraad • Velt het eindoordeel over de uitkomsten van onderzoek naar een vermoedelijke schending door een raadslid, een wethouder of de burgemeester. • Legt een passende sanctie op.
23
Commissaris van de Koning (CvdK) • Laat, in geval van een vermoeden van een schending door de burgemeester, vooronderzoek doen om vast te stellen of die verdenking grond heeft. • Geeft indien nodig opdracht voor een integriteitsonderzoek. Bij een integriteitsonderzoek dat het handelen van de burgemeester betreft: - Neemt als eerste kennis van de resultaten van het onderzoek. - Legt de onderzoeksresultaten voor aan de gemeenteraad. • Doet zo nodig aangifte bij de politie. Bij alle bovenstaande stappen kan de CvdK, desgewenst, een beroep doen op interne of externe deskundigen. Geloofsbrievencommissie • Waarschuwt raads- en commissieleden bij mogelijke integriteitsrisico’s. Fractievoorzitters • Informeren fractiegenoten over de regels uit de gedragscode en waarschuwt hen voor integriteitsrisico’s. • Vormen een klankbord voor de burgemeester, vanaf het moment dat een integriteitskwestie betreffende een raadslid in de openbaarheid is gekomen dan wel vanaf het moment dat het integriteitsonderzoek is afgerond en de resultaten bekend zijn. Als het raadzaam lijkt, kan de burgemeester er ook voor kiezen om de fractievoorzitters reeds bij aanvang van het integriteitsonderzoek te informeren. Gemeentesecretaris • Is vraagbaak en vertrouwenspersoon voor alle politieke ambtsdragers in de gemeente en geeft advies over de vraag of een (voorgenomen) handeling een schending is.
• Ondersteunt de burgemeester, het college en de individuele wethouders bij de invulling van hun rol. • Kan op verzoek van de burgemeester concrete taken – zoals het verschaffen feitelijke informatie – uitvoeren in het kader van een vooronderzoek naar het handelen van een raadslid of wethouder. • Kan op verzoek van de CvdK concrete taken uitvoeren – zoals het verschaffen feitelijke informatie – in het kader van een vooronderzoek naar het handelen van de burgemeester. • Treedt op als gemandateerd bevoegd gezag bij vermoedens en meldingen die ambtenaren (voor zover zij niet werkzaam zijn bij de griffie) betreffen. Handelt daarbij in lijn met het ambtelijke integriteitsbeleid van de gemeente. Locoburgemeester • Aanspreekpunt van de CvdK indien burgmeester nalaat het niet opvolgen van advies te melden in geval een nog uit te voeren handeling (scenario a).
24