CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

(096) Bijlagen bij de toelichting ontwerpbestemmingsplan Brummen, Hazenberg ong.

Besluitvormende raadsvergadering 30 november 2023, gemeente BrummenBij agendapunt: Bestemmingsplan Brummen, Hazenberg, ong.17.407 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Figuur 2.

Ligging plangebied ten opzichte van spoorlijn

Spoorlijn RBM II Het risico van de transportroute wordt berekend met RBM II versie 2.3, ontwikkeld in opdracht van Rijkswaterstaat voor evaluatie van transportroutes [7]. Voor de berekening zijn de volgende gegevens nodig: • De transportintensiteit van gevaarlijke stoffen.

9

Externe veiligheid / Ontwikkeling kegelbaan met verhuurbare opslag te Brummen

• Trajecteigenschappen zoals de uitstromingsfrequentie, de kans per voertuigkilometer dat een spoorketelwagen met gevaarlijke stoffen betrokken raakt bij een ongeval zodanig dat er uitstroming van de stof optreedt. • Het aantal personen dat langs de route blootgesteld wordt aan de gevolgen van een ongeval. • De meteorologische condities: hiervoor is weerstation Deelen gebruikt. Transportintensiteit Gerekend is met de voorgeschreven vervoersintensiteiten conform bijlage 2 van de regeling Basisnet [4]. Deze worden getoond in tabel 2. Ook de zogenoemde warme/koude Bleveverhouding die is afgeleid uit de samenstelling van de vervoersstroom is een invoerparameter. Bij de risicoberekening wordt standaard aangenomen dat 29% van het transport overdag plaatsvindt tussen 8:00 en 18:30 uur evenredig verdeeld over de dagen van de week [5]. Hoofdcategorie

Stofcat.

Voorbeeldstof

Brandbaar gas

A

Propaan

Aantal 1700

Toxisch gas

B2

Ammoniak

200

B3

Chloor

Brandbare vloeistof

C3

Pentaan

1050

Toxische vloeistof

D3

Acrylnitril

50

D4

Acroleïne

50

Warme/koude

A

Propaan

0.00

Bleve-verhouding

B2

Ammoniak

0.95

Tabel 2.

0

Vervoershoeveelheden cf. regeling Basisnet

Trajecteigenschappen Het te beschouwen deel van de spoorlijn valt in de breedtecategorie 0-24 m. In de risicoberekening wordt uitgegaan van de standaard uitstromingsfrequentie van 2.77 10-8 /skw-km (spoorketelwagenkilometer) voor een hoge snelheidstraject zonder? wisseltoeslag.

Bebouwing De bebouwing en de hiermee gepaard gaande aanwezigheid van personen binnen het invloedsgebied van de risicobronnen is opgevraagd via de BAG-populatieservice [6]. Informatie over de toekomstige invulling van de deelgebieden is afkomstig van de opdrachtgever. In bijlage 1 is een gedetailleerd overzicht van de gebieden en aantallen personen opgenomen.

10

Externe veiligheid / Ontwikkeling kegelbaan met verhuurbare opslag te Brummen

4 Resultaten Plaatsgebonden risico Bij het Basisnet Spoor gelden voor het plaatsgebonden risico de afstanden die in bijlage 2 van de regeling Basisnet zijn opgenomen [4]. Voor het traject ter hoogte van de beoogde ontwikkeling is de PR 10-6 waarde maximaal 0. Dit betekent dat het plaatsgebonden risico vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen op 0 m vanaf het midden van de spoorbundel niet meer mag bedragen dan 10-6 per jaar. Het plaatsgebonden risico vormt daarmee geen belemmering voor het plangebied.

Groepsrisico Tabel 3 toont de hoogte van het groepsrisico als factor ten opzichte van de oriëntatiewaarde. Er is aangegeven hoeveel de berekende frequentie op een bepaald aantal slachtoffers maximaal afwijkt van de oriëntatiewaarde. Een factor van 0.005 betekent dat het groepsrisico 200 keer kleiner is dan de oriëntatiewaarde. Figuur 3 toont de groepsrisicocurven van de huidige en toekomstige situatie. Situatie

Factor t.o.v. OW

Huidig

0.005

Toekomstig

0.005

Tabel 3.

Groepsrisico als factor ten opzichte van de oriëntatiewaarde (OW)

Figuur 3.

Groepsrisicocurven Oriëntatiewaarde Huidige situatie Toekomstige situatie

11

Externe veiligheid / Ontwikkeling kegelbaan met verhuurbare opslag te Brummen

Uit tabel 3 en figuur 3 blijkt dat het groepsrisico in zowel de huidige als de toekomstige situatie kleiner is dan de oriëntatiewaarde. Conform art. 8 van het Bevt kan de verdere verantwoording van het groepsrisico daarom achterwege blijven. Wel dient, conform art. 7 van het Bevt, de veiligheidsregio in de gelegenheid te worden gesteld om advies uit te brengen over de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval en over de zelfredzaamheid van personen in het invloedsgebied [2]. Figuur 4 vat het berekeningsresultaat op een andere wijze samen. Het gedeelte van het traject dat het kilometervak met het maximale groepsrisico omvat, is weergegeven met een lichtblauwe kleur. Geel gemarkeerd is het ongevalspunt dat de grootste bijdrage levert aan het groepsrisico. Dat punt ligt op ongeveer 270 m ten noordoosten van het plangebied.

Figuur 4.

Geografische weergave groepsrisico, toekomstige situatie Deel van het traject dat het kilometervak met het hoogste groepsrisico (GR) omvat Ongevalspunt met de grootste bijdrage aan het groepsrisico van dit kilometervak Overige deel van het traject met een GR kleiner dan 0.1 keer de oriëntatiewaarde Plangebied

12

Externe veiligheid / Ontwikkeling kegelbaan met verhuurbare opslag te Brummen

Plasbrandaandachtsgebied Het plasbrandaandachtsgebied (PAG) is het gebied tot 30 m van het spoor waarin, bij de realisering van (kwetsbare) objecten, rekening dient te worden gehouden met de effecten van een plasbrand. De 30 m voor het PAG wordt gemeten vanaf de buitenste spoorstaaf van het buitenste doorgaande spoor. Volgens de regeling Basisnet geldt voor de spoorlijn ter hoogte van het plangebied geen PAG.

13

Externe veiligheid / Ontwikkeling kegelbaan met verhuurbare opslag te Brummen

5 Conclusies In verband met de voorgenomen realisatie van een kegelbaan en verhuurbare opslag aan de Hazenberg te Brummen zijn de externe veiligheidsrisico’s van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de spoorlijn Dieren - Zutphen in beeld gebracht. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico vormt geen belemmering voor de ontwikkeling van het plangebied. Groepsrisico Het groepsrisico is in zowel de huidige als toekomstige kleiner dan 10% van de oriëntatiewaarde. De verdere verantwoording van het groepsrisico kan achterwege blijven. Wel dient het bestuur van de veiligheidsregio in de gelegenheid te worden gesteld om advies uit te brengen. In de toelichting bij het besluit dient in elk geval in te worden gegaan op de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp en de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien een ramp zich voordoet. Plasbrandaandachtsgebied Voor de spoorlijn Dieren - Zutphen is geen plasbrandaandachtsgebied voorgeschreven.

14

Externe veiligheid / Ontwikkeling kegelbaan met verhuurbare opslag te Brummen

Referenties 1.

Ministerie VROM

2004

Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen (Bevi) Stb. 2004, 250 Laatst gewijzigd Stb. 2015, nr. 450

2.

Ministerie I&M

2013

Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) Staatsblad 2013, nr. 465

3.

Ministerie I&M

2015

Beleidsregels EV-beoordeling Tracébesluiten Stct. 2014, 25839

4.

Ministerie I&M

2014

Regeling Basisnet Staatscourant 19 maart 2014, nr. 8242

5.

Ministerie I&M

2017

Handleiding risicoanalyse transport, versie 1.2

6.

Impuls Omgevings Veiligheid

2022

BAG-Populatieservice, versie 2022-01. https://populatieservice.ev-signaleringskaart.nl/#/

7.

Ministerie I&M

2014

RBM II versie 2.3

8.

IOV

2022

Handleiding Populatieservice, versie 2.0, april 2022

9.

Geonovum

2022

www.ruimtelijkeplannen.nl

15

Externe veiligheid / Ontwikkeling kegelbaan met verhuurbare opslag te Brummen

Bijlage 1. Gegevens bebouwing Plangebied In de huidige situatie ligt het plangebied, in figuur 5 aangeduid met het rode vlak, braak. De huidige situatie is berekend zonder aanwezigheid van personen. In de toekomstige situatie worden een kegelbaan met kantine gerealiseerd met daarboven verhuurbare opslag. Voor de kegelbaan is uitgegaan van 20 personen. Deze personen zijn doordeweeks drie dagen ‘s avonds voor 4 uur aanwezig. Hier worden 2 keer per jaar landelijke competities gehouden. Voor competities wordt uitgegaan van 30 personen die 8 uur overdag aanwezig zijn. Voor de opslag is uitgegaan van 2 personen per dag. Deze personen zijn alleen overdag aanwezig.

Figuur 5.

Plangebied kegelbaan met verhuurbare opslag te Brummen

16

Externe veiligheid / Ontwikkeling kegelbaan met verhuurbare opslag te Brummen

Omgeving De bebouwing en de hiermee gepaard gaande aanwezigheid van personen binnen het invloedsgebied van de spoorlijn is verkregen via de BAG-populatieservice [6]. Op basis van ruimtelijkeplannen.nl is voor de toekomstige situatie extra bevolking toegevoegd [9]. Het betreft een sportveld en een atletiekbaan. Voor zowel het sportveld als de atletiekbaan wordt uitgegaan van 30 personen/ha met een aanwezigheid van 183 dagen per jaar, 8 uur overdag en 4 uur ’s nachts waarbij sprake is van 95% buitenshuis [8]. Voor de omzetting naar het bevolkingsbestand voor RBM II zijn de drempelwaarden voor alle functies verlaagd naar 5 personen per object. Panden met een personenaantal boven deze waarde worden geleverd als bouwvlak, panden met een personenaantal lager dan deze waarde worden verdeeld over het bevolkingsgrid van 50x50 m. Voor overige instellingen zijn de standaardwaarden gehanteerd. De gemodelleerde omgeving wordt getoond in figuur 6. De ligging van het plangebied wordt verduidelijkt door de rode cirkel.

Figuur 6.

Gemodelleerde omgeving Brummen

17

AERIUS Berekening

Brummen, Hazenberg ong.

16 februari 2023

Status: Definitief

AERIUS-BEREKENING BRUMMEN, HAZENBERG ONG.

Opdrachtgever: Status: Datum:

Gemeente Brummen Definitief Februari 2023

INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE ................................................................................................ 3 HOOFDSTUK 1

INLEIDING .................................................................................. 4

HOOFDSTUK 2

VOORGENOMEN ONTWIKKELING ..................................................... 5

HOOFSTUK 3 UITGANGSPUNTEN ............................................................................. 7 3.1 3.2 3.3

Algemeen ............................................................................................................................................... 7 Aanlegfase ............................................................................................................................................. 7 Gebruiksfase .......................................................................................................................................... 9

HOOFDSTUK 4 4.1 4.2 4.3

RESULTATEN & CONCLUSIE ...........................................................10

Aanlegfase ........................................................................................................................................... 10 Gebruiksfase ........................................................................................................................................ 10 Conclusie.............................................................................................................................................. 10

BIJLAGEN

....................................................................................................11

Bijlage 1 Bijlage 2

Rekenresultaten aanlegfase........................................................................................................ 11 Rekenresultaten gebruiksfase..................................................................................................... 11

AERIUS Berekening Brummen, Hazenberg ong. Definitief

HOOFDSTUK 1

INLEIDING

Op een ongenummerd perceel op een bedrijventerrein, op de hoek van de Hazenberg en de Rhienderstein te Brummen, ligt een braakliggend perceel. Het perceel heeft een sportbestemming. De gemeente Brummen is voornemens om ter plaatse van dit perceel een pand met een dubbele functie te bouwen. Op de begane grond is het wenselijk om twee kegelbanen voor de plaatselijke kegelvereniging te realiseren, op de verdieping is het wenselijk om verhuurbare opslagboxen te realiseren. Het plangebied bevindt zich ten westen van het centrum van Brummen. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied ten opzichte van de directe omgeving weergegeven.

Afbeelding 1.1

Ligging van het plangebied ten opzichte van de directe omgeving (Bron: PDOK)

In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is inzicht in de te verwachten effecten op nabijgelegen Natura 2000-gebieden nodig. BJZ.nu is gevraagd om de te verwachten stikstofemissie als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling en de eventuele gevolgen daarvan inzichtelijk te maken. De stikstofberekening is uitgevoerd met behulp van de voorgeschreven rekentool AERIUS Calculator 2022. In voorliggend rapport wordt een toelichting op de AERIUS berekening gegeven.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

4

AERIUS Berekening Brummen, Hazenberg ong. Definitief

HOOFDSTUK 2

VOORGENOMEN ONTWIKKELING

Het voornemen bestaat om ter plaatse van het plangebied een tweelaags pand te realiseren. Op de begane grond zullen twee kegelbanen worden gerealiseerd, inclusief sanitaire voorziening en een kantine. Dit zal in gebruik worden genomen door de plaatselijke kegelvereniging SKB. De kegelbaan is specifiek bedoeld voor de plaatselijke kegelvereniging. De kegelbaan zal in de praktijk drie avonden per week worden gebruikt, waarbij er maximaal 20 kegelaars aanwezig zijn, met name afkomstig uit Brummen of directe omgeving. Daarnaast zijn er twee competitiewedstrijden per jaar, ook op een doordeweekse avond. Incidenteel zijn er twee tot drie landelijke wedstrijden per jaar op zaterdag of zondag. Dan zijn er max. 30 kegelaars aanwezig. Op de verdieping van het pand komen verhuurbare opslagboxen. Het gaat om een onbemand gebouw waar particulieren tegen betaling een box voor opslag kunnen huren. Zij krijgen na betaling toegang met een tag, waarmee ze het pand kunnen betreden en de door hen gehuurde ruimte kunnen gebruiken voor opslag van goederen. Het pand heeft een oppervlakte van circa 510 m2 en krijgt een bouwhoogte van 6,6 meter. Het gebouw wordt plat afgedekt. De entree bevindt zich aan de westzijde, gericht op de Hazenberg. Het voornemen is om het pand volledig off-grid (geen aansluitingen op gas) te bouwen. Het parkeren wil men op eigen terrein oplossen.

In de volgende afbeeldingen zijn impressies en een plattegrond van de gewenste situatie weergegeven.

Afbeelding 2.1

Plattegrond gewenste situatie (Bron: Gemeente Brummen)

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

5

AERIUS Berekening Brummen, Hazenberg ong. Definitief

Afbeelding 2.2

Gevelschetsen gewenste situatie (Bron: Gemeente Brummen)

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

6

AERIUS Berekening Brummen, Hazenberg ong. Definitief

HOOFSTUK 3 UITGANGSPUNTEN 3.1

Algemeen

Het projectgebied bevindt zich circa 1,3 kilometer van het stikstofgevoelige Natura 2000-gebied ‘Landgoederen Brummen’. Ten behoeve van het voornemen zijn, in het kader van de stikstofdepositie als gevolg van het plan, twee AERIUS-berekeningen uitgevoerd. Deze bestaan uit een berekening voor de aanlegfase (realisatie voornemen) en een berekening voor de gebruiksfase (gebruik voornemen). Hierna worden de uitgangspunten voor deze berekeningen en de resultaten toegelicht.

3.2

Aanlegfase

3.2.1

Algemeen

Binnen de aanlegfase (realisatie voornemen) is in voorliggend geval sprake van de volgende activiteiten (bronnen) die bijdragen aan de emissie van stikstof: 1. 2.

Verkeersgeneratie bouwverkeer van en naar het projectgebied; Te benutten werktuigen binnen het projectgebied.

In de berekening is ervan uit gegaan dat de bouwactiviteiten binnen één jaar zullen plaatsvinden. Doordat de AERIUS-calculator rekent met een stikstofemissie/ -depositie per jaar, zullen alle stikstofbronnen van de aanlegfase in één (reken)jaar opgenomen. Dit is een worst-case scenario. 3.2.2

Verkeersgeneratie

Het realiseren van het gebouw heeft een tijdelijke toename van vervoersbewegingen tot gevolg, namelijk door de komst van het personeel (bouwvakkers en aannemers) en de aan- en afvoer van bouwmateriaal en bouwafval. Dit heeft tijdelijke stikstofuitstoot tot gevolg. In de AERIUS-berekening is ervan uitgegaan dat onderstaande verkeersbewegingen tijdens de bouwperiode zullen plaatsvinden: Type verkeer

Aantal voertuigen

Licht verkeer Zwaar verkeer

62 32

Aantal verkeersbewegingen (aantal voertuigen x2) 124 64

Deze gegevens zijn gebaseerd op ervaringscijfers. In voorliggend geval wordt er, gezien de ligging van het projectgebied aan de Hazenberg, vanuit gegaan dat het verkeer via één rijroute het projectgebied bereikt en verlaat. Deze route gaat via de Hazenberg in zuidelijke richting, naar de L.R. Beijnenlaan tot de kruising met de Eerbeekseweg (N787). Vanaf dit punt zal het werkverkeer opgaan in het heersende verkeersbeeld. 3.2.3

Te benutten werktuigen

Tijdens de realisatie van het voornemen worden er werktuigen ingezet. Deze werktuigen stoten stikstof uit en dienen om deze reden in ogenschouw genomen te worden. Voor het berekenen van de emissie is gebruik gemaakt van de instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2022. Voor het berekenen van de emissie is de volgende formule aangehouden: LBPJ = (0.095* Pmax +0.54)* D

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

7

AERIUS Berekening Brummen, Hazenberg ong. Definitief LBPJ staat in de bovengenoemde formule voor literverbruik per jaar. Pmax is het maximale vermogen van het werktuig en D staat voor het aantal draaiuren. Daarnaast is er rekening gehouden met het gebruik van Ad Blue. Ligterink et al 2021 1 constateert dat voor Stage IV en V werktuigen dit 6% van het totale dieselverbruik bedraagt. Hieronder is een overzicht opgenomen, waarin aan de hand van de uitgangspunten de emissie van de werktuigen is achterhaald. Het AdBlue verbruik geldt alleen voor machines, die uitgerust zijn met een scr-filter. Machines die een vermogen hebben, die kleiner is dan 56 kW, worden niet uitgerust met een scr-filter. Ook benzine aangedreven werktuigen hebben geen scr-filter. Voor deze werktuigen is het AdBlue verbruik niet van belang. In AERIUS kunnen bij het dieselverbruik en AdBlue verbruik geen decimale getallen ingevoerd worden, daarom zijn alle getalen naar boven afgerond. Hieronder is in een tabel de uitgangspunten weergegeven. In onderstaand tabel zijn de uitgangspunten voor de inzet van de werktuigen voor het plangebied weergegeven. Onderstaande gegevens zijn gebaseerd op ervaringscijfers van BJZ.nu 2 Type werktuig

Aantal uren

Vermogen (kW)

Stageklasse

Diesel/benzine verbruik (liter/uur)

Diesel/benzine verbruik totaal (liter/j)

Graafmachine Betonstorter Hijskraan Hoogwerker Boorstelling/ heistelling Trilplaat/ Stamper (realisatie parkeerplaats en verharding) Mini-shovel

16 48 36 77 12

200 200 200 80 200

IV, 2014-2018 IV, 2014-2018 IV, 2014-2018 IV, 2014-2018 IV, 2014-2018

19,54 19,54 19,54 8,14 19,54

313 938 703 627 234

AdBlue verbruik 6% (liter/j) 19 56 42 38 14

18

10

Benzine, 2takt

1,49

27

n.v.t.

18

10

IV, 2014-2018

1,49

36

n.v.t.

1

Ligterink et al., 2021. ‘AUB (AdBlue verbruik, Uren, en Brandstofverbruik): een robuuste schatting van NOx en NH3 uitstoot van mobiele werktuigen’. TNO_2021_R12305 2 Deze ervaringscijfers zijn gebaseerd op honderden stikstofberekeningen waarbij input is vergaard van vooraanstaande bouw- en sloopbedrijven, planontwikkelaars en aannemers.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

8

AERIUS Berekening Brummen, Hazenberg ong. Definitief

3.3

Gebruiksfase

3.3.1

Gebouw

Doordat het gebouw gasloos wordt gebouwd, is ten aanzien van het gebruik van het gebouw zelf geen sprake van stikstofemissies en deposities op Natura 2000-gebieden. Het gebouw is daarom in de AERIUS-berekening neutraal (zonder emissie) gemodelleerd. 3.3.2

Verkeersgeneratie

Algemeen Bij nieuwe ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met verkeersgeneratie die hierdoor ontstaat. Opgemerkt wordt dat voor het bepalen van de verkeersgeneratie uit is gegaan van de normen uit de CROWpublicatie 381. • •

Op basis van CBS Statline wordt voor de gemeente Brummen uitgegaan van een stedelijkheidsgraad ‘weinig stedelijk’. Gezien de ligging van het plangebied op het bedrijventerrein van de kern Brummen wordt het plangebied aangemerkt als ‘rest bebouwde kom’.

Verkeersgeneratie Een kegelbaan kan het beste worden vergeleken met de functie ‘bowlingcentrum’. Deze functie zorgt, op basis van bovenstaande uitgangspunten, voor een verkeersgeneratie van gemiddeld 16,4 verkeersbewegingen per kegelbaan. Uitgaande van twee banen maakt dit 32,8 verkeersbewegingen per baan. De verhuurbare opslagboxen kunnen het beste worden vergeleken met de functie ‘bedrijf, arbeidsextensief, bezoekersextensief (loods, opslag, transportbedrijf). Hiervoor geldt op basis van genoemde uitgangspunten een verkeersgeneratie van 4,8 verkeersbewegingen per 100 m2. Op basis van één verdieping, met een oppervlakte van 510 m2, wordt uitgegaan van een verkeersgeneratie van 4,8*5,10 = 24,48 verkeersbewegingen. Op basis van de vorenstaande uitgangspunten ontstaat qua verkeersgeneratie het volgende beeld: Functie Verkeersbewegingen per Oppervlakte in m2 Totaal aantal 2 100 m bedrijfsgebouw verkeersbewegingen per weekdag/per baan per weekdag (gemiddeld) (gemiddeld) Kegelcentrum 16,4 +/- 510 m2 32,4 Opslagboxen 4,8 +/- 510 m2 24,48 Totaal 58 (afgerond) De totale verkeersgeneratie voor het te realiseren gebouw komt neer op afgerond 58 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. In voorliggend geval wordt er, gezien de ligging van het projectgebied aan de Hazenberg, vanuit gegaan dat het verkeer via twee rijroutes het projectgebied bereikt en verlaat.

De eerste route gaat via de Hazenberg in zuidelijke richting, naar de L.R. Beijnenstraat. Vanaf dit punt zal het werkverkeer opgaan in het heersende verkeersbeeld, vanwege de verkeersintensiteit. De tweede route gaat via de Hazenberg in zuidelijke en oostelijke richting naar de Spoorstraat, tot de kruising met de Zutphenseweg. Vanaf dit punt zal het werkverkeer opgaan in het heersende verkeersbeeld. Dit aangezien daar meerdere wegen bij elkaar komen. In het kader van een worst-case scenario is voor beide routes met een verkeersgeneratie van 100% gerekend.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

9

AERIUS Berekening Brummen, Hazenberg ong. Definitief

HOOFDSTUK 4 4.1

RESULTATEN & CONCLUSIE

Aanlegfase

Uit de AERIUS-berekening met betrekking tot de aanlegfase blijkt dat in de aanlegfase van de voorgenomen ontwikkeling geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j ten aanzien van het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura-2000 gebied ‘Landgoederen Brummen’ en op grotere afstand gelegen Natura-2000 gebieden. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000gebieden. De onderdelen en resultaten van de AERIUS-berekening zijn als bijlage 1 bijgevoegd.

4.2

Gebruiksfase

Uit de AERIUS-berekening met betrekking tot de gebruiksfase blijkt dat in de gebruiksfase van de voorgenomen ontwikkeling geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j ten aanzien van het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura-2000 gebied ‘Landgoederen Brummen’ en op grotere afstand gelegen Natura-2000 gebieden. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000gebieden. De onderdelen en resultaten van de AERIUS-berekening zijn als bijlage 2 bijgevoegd.

4.3

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j ten aanzien van het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura-2000 gebied ‘Landgoederen Brummen’ en op grotere afstand gelegen Natura-2000 gebieden. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Het project is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningsplichtig.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

10

AERIUS Berekening Brummen, Hazenberg ong. Definitief

BIJLAGEN Bijlage 1

Rekenresultaten aanlegfase

Bijlage 2

Rekenresultaten gebruiksfase

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

11

AERIUS Berekening Brummen, Hazenberg ong. Definitief

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

12

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

Totale emissie

Situatie 1 - Beoogd

Resultaten

Situatie 1 - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename van depositie Grootste afname van depositie

Rq3dNzX282Gz (16 februari 2023)

BJZ.NU Hazenberg ong., 6971LC Brummen Brummen, Hazenberg ong. realisatie opslagboxen en kegelcentrum Rq3dNzX282Gz 16 februari 2023, 20:02 Wnb-rekengrid Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

2023 -

0,5 kg/j

30,6 kg/j

2/7

Projectberekening

Situatie 1 (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 1 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Bron 1 4 Anders... | Anders... | Bron 4  Verkeersnetwerk

Rq3dNzX282Gz (16 februari 2023)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

0,5 kg/j 5,7 g/j

30,4 kg/j 0,2 kg/j

3/7

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie

De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie.

Rq3dNzX282Gz (16 februari 2023)

4/7

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Situatie 1" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal

Rq3dNzX282Gz (16 februari 2023)

-

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

-

-

-

Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)

-

-

5/7

Projectberekening

Situatie 1, Rekenjaar 2023 1

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning

Naam Locatie Oppervlakte Naam

Graafmachine Betonstorter

Bron 1 X:206986,78 Y:456561,07 0,09 ha

NOₓ NH₃

Stageklasse

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja

Brandstofverbruik Draaiuren AdBlue Stof Emissie verbruik

313 l/j 938 l/j

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja

703 l/j

Boorstelling/heistelling Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja

234 l/j

Trilplaat/stamper

16 u/j

19 l/j

NOₓ NH₃

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja

Hijskraan

30,4 kg/j 0,5 kg/j

48 u/j

19 l/j

NOₓ NH₃

36 u/j

42 l/j

NOₓ NH₃

12 u/j

14 l/j

NOₓ NH₃

alle werktuigen op benzine, 2takt 27 l/j

NOₓ NH₃

Mini shovel

2

Stage-IV, 2014-2018, <= 56 kW, diesel, SCR: nee

36 l/j

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer

Bron 2 X:206972,13 Y:456373,95 385,84 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

Rq3dNzX282Gz (16 februari 2023)

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

10 u/j

NOₓ NH₃

1,7 kg/j 75,1 g/j 22,5 kg/j 0,2 kg/j 4,1 kg/j 0,2 kg/j 1,3 kg/j 56,2 g/j 0,1 kg/j 0,0 kg/j 0,8 kg/j 0,0 kg/j

Links Rechts NOₓ 0,1 kg/j Type scherm - NO₂ 29,3 g/j Hoogte - NH₃ 2,6 g/j Afstand tot de weg - -

Aantal voertuigen

124 p/jaar 0 p/jaar 64 p/jaar 0 p/jaar

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

6/7

Projectberekening

3

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer

Bron 3 X:206793,04 Y:456122,78 364,33 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 4

Anders... | Anders...

Type scherm Hoogte Afstand tot de weg

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Naam Bron 4 Uittreedhoogte Locatie X:206988,6 Warmteinhoud Y:456560,59 Spreiding Oppervlakte 0,03 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie

Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃

-

-

Aantal voertuigen

124 p/jaar 0 p/jaar 64 p/jaar 0 p/jaar

85,2 g/j 24,8 g/j 3,1 g/j

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

0,0 m 0,000 MW 0m

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2022_20230126_290cbff6e8 Database versie 2022_290cbff6e8 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

Rq3dNzX282Gz (16 februari 2023)

7/7

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

Totale emissie

Situatie 1 - Beoogd

Resultaten

Situatie 1 - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename van depositie Grootste afname van depositie

RfkcHwFXALJJ (16 februari 2023)

BJZ.NU Hazenberg ong., 6971LC Brummen Brummen, Hazenberg ong. Realisatie opslagboxen en kegelcentrum RfkcHwFXALJJ 16 februari 2023, 20:20 Wnb-rekengrid Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

2023 -

0,4 kg/j

6,0 kg/j

2/6

Projectberekening

Situatie 1 (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 1 Anders... | Anders... | Bron 1  Verkeersnetwerk

RfkcHwFXALJJ (16 februari 2023)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

0,4 kg/j

6,0 kg/j

3/6

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie

De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie.

RfkcHwFXALJJ (16 februari 2023)

4/6

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Situatie 1" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal

RfkcHwFXALJJ (16 februari 2023)

-

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

-

-

-

Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)

-

-

5/6

Projectberekening

Situatie 1, Rekenjaar 2023 1

Anders... | Anders...

Naam Bron 1 Uittreedhoogte Locatie X:206988,36 Warmteinhoud Y:456559,35 Spreiding Oppervlakte 0,08 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie 2

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer

Bron 2 X:206973,97 Y:456383,7 401,63 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 3

0,0 m 0,000 MW 0m

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer

Bron 3 X:207031,97 Y:456261,99 789,82 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Links Rechts NOₓ 2,0 kg/j Type scherm - NO₂ 0,4 kg/j Hoogte - NH₃ 0,1 kg/j Afstand tot de weg - -

Aantal voertuigen

58 p/etmaal 0 p/etmaal 0 p/etmaal 0 p/etmaal

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

Links Rechts NOₓ 4,0 kg/j Type scherm - NO₂ 0,9 kg/j Hoogte - NH₃ 0,3 kg/j Afstand tot de weg - -

Aantal voertuigen

58 p/etmaal 0 p/etmaal 0 p/etmaal 0 p/etmaal

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2022_20230126_290cbff6e8 Database versie 2022_290cbff6e8 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/ RfkcHwFXALJJ (16 februari 2023)

6/6

Natuurtoets

Hazenberg Ongenummerd, Brummen Toetsing in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) en het Natuurnetwerk Nederland (NNN)

18-01-2023

Definitief

TOETSING WNB EN NNN – Hazenberg Ongenummerd, Brummen Status: Definitief

NATUURTOETS HAZENBERG ONGENUMMERD, BRUMMEN

Auteur: Veldwerk uitgevoerd door: Opdrachtgever: Status: Datum: Projectnummer:

S. van Staa S. van Staa Gemeente Brummen Definitief 18-01-2023 2022-709

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

1

TOETSING WNB EN NNN – Hazenberg Ongenummerd, Brummen Status: Definitief

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING .................................................................................... 3 1.1 AANLEIDING ................................................................................................................................. 3 1.2 DOELSTELLING .............................................................................................................................. 3 HOOFDSTUK 2 PLANGEBIED................................................................................. 4 2.1 LIGGING ...................................................................................................................................... 4 2.2 IMPRESSIE EN BEGRENZING ............................................................................................................. 4 2.3 VOORGENOMEN INGREPEN ............................................................................................................. 5 2.4 VASTSTELLEN VAN HET ONDERZOEKSGEBIED ...................................................................................... 6 HOOFDSTUK 3 WETTELIJK KADER ......................................................................... 7 3.1 WET NATUURBESCHERMING ...........................................................................................................

7 3.2 WET RUIMTELIJKE ORDENING: GELDERS NATUURNETWERK EN GROENE ONTWIKKELINGSZONE .................. 9 HOOFDSTUK 4 WERKWIJZE ............................................................................... 11 4.1 NATURA 2000 ........................................................................................................................... 11 4.2 SOORTENBESCHERMING ............................................................................................................... 11 4.3 HOUTOPSTANDEN ....................................................................................................................... 12 4.4 WET RUIMTELIJKE ORDENING: GELDERS NATUURNETWERK EN GROENE ONTWIKKELINGSZONE ................ 12 HOOFDSTUK 5 RESULTATEN GEBIEDSBESCHERMING ................................................ 13 5.1 NATURA 2000 ........................................................................................................................... 13 5.2 NATUURNETWERK NEDERLAND ..................................................................................................... 14 HOOFDSTUK 6 RESULTATEN SOORTBESCHERMING................................................... 15 6.1 VOGELS .....................................................................................................................................

15 6.2 GRONDGEBONDEN ZOOGDIEREN ................................................................................................... 15 6.3 VLEERMUIZEN ............................................................................................................................ 15 6.4 OVERIGE SOORTEN ...................................................................................................................... 16 6.5 SAMENVATTENDE TABEL............................................................................................................... 17 HOOFDSTUK 7 CONCLUSIE EN ADVIES................................................................... 18

BIJLAGEN

............................................................................................... 20

BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4

GERAADPLEEGDE BRONNEN ................................................................................................... 21 TOELICHTING OP WETTELIJKE KADERS ...................................................................................... 22 VRIJGESTELDE SOORTEN PER PROVINCIE ................................................................................... 25 NATUURKALENDER ............................................................................................................... 26

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

2

TOETSING WNB EN NNN – Hazenberg Ongenummerd, Brummen Status: Definitief

Hoofdstuk 1

INLEIDING

1.1 Aanleiding Er zijn plannen voor de herontwikkeling van een perceel gelegen aan de Hazenberg in Brummen. De initiatiefnemer is voornemens om een bedrijfsgebouw te realiseren. Omdat overtreding van de wet- en regelgeving voor beschermde soorten en gebieden op voorhand niet uitgesloten kan worden, is BJZ.nu door initiatiefnemer gevraagd om een quickscan Wet natuurbescherming uit te voeren. In voorliggend rapport worden de bevindingen van het uitgevoerde onderzoek gepresenteerd. Naast een beschrijving van het onderzoeksgebied, de onderzoeksopzet en de resultaten van het onderzoek, worden de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten weergegeven.

1.2 Doelstelling In het voorliggende rapport worden mogelijke effecten van het project op de natuur in kaart gebracht en getoetst aan de kaders van de Wnb (Soortbescherming, Gebiedsbescherming en bescherming van Houtopstanden) en de provinciale verordening voor het onderdeel betreffende het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Op basis van de onderzoeksresultaten worden de wettelijke consequenties in beeld gebracht. De resultaten hebben in principe een geldigheid van drie jaar. Wijzigingen in het project of wezenlijke veranderingen binnen het onderzoeksgebied kunnen invloed hebben op de beoordeelde effecten. In dat geval dient een nieuwe beoordeling plaats te vinden. De onderzoeksvragen voor deze natuurtoets zijn: • Welke beschermde planten en dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust-, verblijf- en voortplantingsplaatsen en andere beschermde functies kunnen voorkomen binnen (de invloedsfeer van) het plangebied? • Welke negatieve effecten kunnen vanuit het voornemen op deze gebieden, soorten en houtopstanden worden verwacht of niet worden uitgesloten? • Zijn er voorzorgsmaatregelen te treffen om deze effecten te voorkomen? • Is er nader onderzoek nodig om effecten op beschermde gebieden te bepalen en/of om de aanwezigheid van beschermde soorten vast te stellen of uit te sluiten?

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

3

TOETSING WNB EN NNN – Hazenberg Ongenummerd, Brummen Status: Definitief

Hoofdstuk 2

PLANGEBIED

2.1 Ligging Het plangebied (Figuur 2.1) bevindt zich aan de Hazenberg in Brummen. Het plangebied wordt omgeven door bedrijventerrein, een sportpark aan de noordzijde en woonwijk ten oosten van het plangebied.

Figuur 2.1: Ligging van het plangebied (rode omlijning) (Bron: PDOK).

2.2 Impressie en begrenzing Het plangebied (Figuur 2.2) bestaat uit braakliggend terrein.

Figuur 2.2: Impressie van het plangebied (Bron: PDOK).

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

4

TOETSING WNB EN NNN – Hazenberg Ongenummerd, Brummen Status: Definitief

Figuur 2.3: Impressie van het plangebied

Figuur 2.4: Impressie van het plangebied..

2.3 Voorgenomen ingrepen Het voornemen ziet toe nieuwe bedrijfsbebouwing te realiseren. Figuur 2.5 en 2.6 weergeven een impressie van de gewenste situatie.

Figuur 2.3: Plattegrond van het wenselijk eindbeeld in het grijs (Bron: Initiatiefnemer).

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

5

TOETSING WNB EN NNN – Hazenberg Ongenummerd, Brummen Status: Definitief

Figuur 2.3: Verbeelding van het wenselijk eindbeeld (Bron: Initiatiefnemer).

De volgende activiteiten worden getoetst op relevantie t.a.v. de Wet natuurbescherming: • Uitvoeren grondverzet; • Bouwwerkzaamheden. Voorgenoemde ingrepen zijn onder te verdelen in tijdelijke en permanente effecten. Tijdelijke effecten treden voornamelijk, maar niet uitsluitend, op tijdens de uitvoering van de werkzaamheden. Deze tijdelijke effecten kunnen leiden tot de verstoring van rust- en voortplantingsplaatsen als gevolg van geluid, stof en trillingen tijdens de werkzaamheden. Permanente effecten daarentegen kunnen een gevolg zijn van de activiteiten zelf alsmede de resultaten hiervan. Ze kunnen leiden tot: • Mogelijk afname/verdwijnen van beschermde vaste rust- of voortplantingsplaatsen en/of jaar rond beschermde nesten; • Vernielen/verdwijnen van beschermde soorten; • Aantasting van de kwaliteit van het leefgebied van beschermde soorten.

2.4 Vaststellen van het onderzoeksgebied Naast een tijdelijk effect in het plangebied, kan het voorkomen dat een voorgenomen activiteit een negatief effect heeft op beschermde soorten of beschermd natuurgebied buiten het plangebied. Dit noemen we de invloedsfeer. De omvang van de invloedsfeer wordt bepaald door de duur, aard en omvang van de tijdelijke en/of permanente nieuwe situatie. Bij het bepalen van de invloedsfeer wordt alleen gekeken naar de uitvoering van de fysieke werkzaamheden, zoals sloop- en bouwwerkzaamheden. Het plangebied bestaat uit een grasveld en grenst aan bedrijventerrein en openbare weg. Het is niet aannemelijk dat beschermde waarden nabij het plangebied negatief beïnvloed worden door uitvoering van de voorgenomen activiteiten. Er is geen aanleiding te veronderstellen dat beschermde soorten en/of -waarden buiten het plangebied op een dusdanige wijze aangetast worden, dat dit leidt tot wettelijke consequenties. De fysieke werkzaamheden hebben een minimale invloedssfeer, daarom wordt het onderzoeksgebied gelijkgesteld aan het plangebied.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

6

TOETSING WNB EN NNN – Hazenberg Ongenummerd, Brummen Status: Definitief

Hoofdstuk 3

WETTELIJK KADER Het wettelijk kader weergeeft de diverse kaders waaraan het initiatief getoetst wordt. 3.1 Wet natuurbescherming De biodiversiteit (soortenrijkdom) in Europa gaat al geruime tijd achteruit. In verband met het grensoverschrijdende karakter van de natuur is het van belang om de bescherming van deze soortenrijkdom op Europees niveau aan te pakken. Zo wordt voorkomen dat de natuur in nationaal en internationaal verband eenvormiger wordt. Daartoe is in 1979 de Vogelrichtlijn opgesteld en in 1992 de Habitatrichtlijn, welke in 2017 zijn samengevoegd onder één wet, de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze richtlijnen hebben twee componenten: soortenbescherming en gebiedsbescherming. Alle EU-lidstaten wijzen beschermde gebieden aan voor specifieke (leefgebieden van) (vogel-)soorten. De onder beide richtlijnen aangewezen beschermde gebieden vormen het Natura 2000-netwerk. De Nederlandse bijdrage aan dit Europese netwerk van beschermde natuurgebieden bestaat uit ruim 160 gebieden. 3.1.1 Natura 2000 Het gebiedsbeschermingsdeel van de Wet natuurbescherming (Wnb) heeft als doel het beschermen van Natura 2000-gebieden (Vogelrichtlijn- en/of Habitatrichtlijngebieden) in Nederland. Projecten die significante gevolgen voor deze gebieden kunnen hebben, zijn in beginsel – zonder vergunning – niet toegestaan.

Ook het vaststellen van plannen zoals een bestemmingsplan of een inpassingsplan is niet toegestaan, indien het betreffende plan significante gevolgen kan hebben voor Natura 2000gebieden. Naast directe effecten (bijv. ruimtebeslag), dient ook gekeken te worden naar indirecte effecten als gevolg van externe werking (bijv. door geluid, licht en stikstofdepositie). De eerste stap in de toetsing is vaak een voortoets of effectenbeoordeling. Als significante gevolgen in de voortoets niet op voorhand met zekerheid kunnen worden uitgesloten, dan is een passende beoordeling noodzakelijk. In dat geval is voor een project een vergunning noodzakelijk op grond van artikel 2.7 Wet natuurbescherming. 3.1.2 Soortenbescherming In de Wnb is de soortenbescherming in Nederland geregeld. In de wet zijn lijsten opgenomen met beschermde soorten.

In de Wnb worden drie verschillende beschermingsregimes gehanteerd waaraan verschillende verbodsbepalingen zijn gekoppeld: Soorten Vogelrichtlijn (artikel 3.1 e.v.): • lid 1) Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen; • lid 2) Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen; • lid 3) Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben; • lid 4) Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen; • lid 5) Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

Soorten Habitatrichtlijn (artikel 3.5 e.v.); • lid 1) Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen; • lid 2) Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren; • lid 3) Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen;

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

7

TOETSING WNB EN NNN – Hazenberg Ongenummerd, Brummen Status: Definitief

• lid 4) Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen; • lid 5) Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Andere Soorten (artikel 3.10 e.v.) lid 1) Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: • onderdeel a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; • onderdeel b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of • onderdeel c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Ten aanzien van de andere beschermde soorten geldt dat het bevoegd gezag (provincies c.q. ministerie van LNV) de vrijheid hebben om soorten binnen deze categorie vrij te stellen van de verbodsbepalingen uit ontheffingsplicht artikel 3.10 uit de Wnb.

Voor beschermde soorten die niet zijn vrijgesteld dient bij overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wnb een ontheffing te worden aangevraagd. Het is ook mogelijk om voor beide categorie soorten te werken volgens een goedgekeurde gedragscode die is afgestemd op de Wet natuurbescherming. Er is dan geen ontheffing nodig. 3.1.3 Zorgplicht Binnen de Wnb, artikel 1.11, is de algemene zorgplicht opgenomen die na streeft om het doden, verontrusten en beschadigen van aanwezige soorten te voorkomen en indien voorkomen in redelijkheid niet mogelijk is, dit zoveel mogelijk te beperken. Deze geldt ten alle tijden voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe omgeving en voor Natura 2000-gebieden. 3.1.4 Houtopstanden In de Wnb is ook de bescherming van houtopstanden geregeld. Dit is een implementatie van de oude Boswet die het doel had om bossen te beschermen. Dit geldt nog steeds. Het uitgangspunt is dat Er netto geen oppervlakte bos mag verdwijnen. De handhaving hiervan ligt in principe bij de provincies en in sommige gevallen bij het Ministerie van LNV, Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Onder houtopstanden wordt verstaan: een zelfstandige eenheid aan bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, die een oppervlakte grond beslaat vanaf 10 are of bestaat uit een bomenrij van meer dan 20 bomen.

Wanneer een houtopstand gekapt wordt, of er andere maatregelen genomen worden die (eventueel indirect) tot het verminderen van het oppervlakte bos leiden geldt er een melden herplantingsplicht, tenzij: • het bomen op erven of in tuinen zijn; • het fruitbomen en windschermen om boomgaarden zijn; • het wilgen of populieren langs wegen of landbouwgrond zijn; • het kerstbomen (niet ouder dan 20 jaar) zijn; • het kweekgoed is; • het dunnen van een houtopstand is; • het uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen bedoeld voor de productie van houtige biomassa en die: BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

8

TOETSING WNB EN NNN – Hazenberg Ongenummerd, Brummen Status: Definitief

•

o minimaal eens per tien jaar worden geoogst; o bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare ; o na 1 januari 2013 zijn aangelegd. het houtopstanden zijn binnen de begrenzing van een bebouwde kom.

Volgens artikel 4.2 is het verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen zonder daar (zoels hiervoor genoemd) melding van te doen bij Gedeputeerde Staten. Aan de hand van een kapmelding kan de provincie ervoor kiezen om een kapverbod op te leggen (maximaal 5 jaar), ter bescherming van bijzondere natuur of landschapswaarden. Daarnaast geldt er voor kap van houtopstanden een herplantplicht: binnen 3 jaar moet het gevelde deel weer zijn herplant. Kan deze niet worden uitgevoerd op het oorspronkelijke perceel, dan kan er compensatie plaatsvinden door de herplant te realiseren op een ander perceel. De voorwaarden hiervan verschillen per provincie. Er geldt daarentegen geen meldingsplicht of verplichting om binnen 3 jaar te herplanten als er wordt gewerkt met een goedgekeurde gedragscode waarin een werkwijze is opgenomen die waarborgt dat: • er geen afbreuk wordt gedaan aan bijzondere natuur- of landschapswaarden; • de te vellen houtopstanden geen deel uitmaken van een boskern; • herplanting op een bosbouwkundig verantwoorde wijze plaatsvindt; • de grond waarop herbeplanting plaatsvindt ten minste dezelfde kwaliteit heeft als de grond waarop de gevelde houtopstand zich bevond; • de grond waarop de herbeplanting plaatsvindt ten minste een gelijke oppervlakte heeft als de grond waarop de gevelde houtopstand zich bevond.

Daarnaast is er een vrijstelling van de herplantplicht mits het bijdraagt aan het halen van de instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000-gebieden en opgelegde mitigatie of compensatie in het kader van vergunningen of ontheffingen, nodig zijn voor aanleg en het onderhoud van brandgangen op natuurterreinen en houtkap voor biomassaplantages.

3.2 Wet ruimtelijke Ontwikkelingszone

ordening:

Gelders

Natuurnetwerk

en

Groene

In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is het ruimtelijk beleid op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau vastgesteld, waarin onder andere de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) (voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) is verankerd. In Gelderland wordt dit ook wel het Gelders Natuurnetwerk (GNN) genoemd. Het GNN is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuur van internationaal, nationaal en provinciaal belang. Een groot deel van de Gelderse natuurgebieden zijn internationaal beschermd aan de hand van de Natura 2000-gebieden. Daarnaast maken Ecologische verbindingszones, de zogenaamde Groene Ontwikkelingszones (GO’s), een ander klein deel uit van het GNN. Deze hebben een andere bestemming dan bos of natuur maar zijn vervlochten met het GNN. Het gaat hierbij voornamelijk om landbouwgrond, verblijfs- en dagrecreatie, wegbermen, erven en landgoederen. De EHS werd officieel geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan en is daarna opgenomen in de Nota Ruimte, welke inmiddels vervangen is door de Nationale omgevingsvisie (NOVI). De provincie wil de natuur van het GNN en GO beschermen tegen aantasting en heeft daarom regels opgenomen in de Omgevingsverordening. Kaderstellende regels ten aanzien van GNN zijn opgenomen in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro).

Hierbij staat de versterking van de kernkwaliteiten door natuur- en landschapselementen, zoals natuurwaarden, centraal. Bij geplande BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13425572/2