CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

(095) Toelichting ontwerpbestemmingsplan Brummen, Hazenberg ong.

Besluitvormende raadsvergadering 30 november 2023, gemeente BrummenBij agendapunt: Bestemmingsplan Brummen, Hazenberg, ong.14.277 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

412408

Bestemmingsplan

Brummen, Hazenberg ong.

Juli 2023

Ontwerp

Bestemmingsplan “Brummen, Hazenberg ong.” Ontwerp

Bestemmingsplan “Brummen, Hazenberg ong.”

Bestemmingsplan: IDN: Status: Datum:

Brummen, Hazenberg ong. NL.IMRO.0213.BPBRKOM100028-on01 Ontwerp Juli 2023

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

1

Bestemmingsplan “Brummen, Hazenberg ong.” Ontwerp

TOELICHTING

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

2

Bestemmingsplan “Brummen, Hazenberg ong.” Ontwerp

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

1 INLEIDING ................................................................................ 5

AANLEIDING ............................................................................................................................................... 5 LIGGING VAN HET PLANGEBIED ....................................................................................................................... 5 DE BIJ HET PLAN BEHORENDE STUKKEN ............................................................................................................. 5 HUIDIG PLANOLOGISCH REGIME ...................................................................................................................... 6 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 7

HOOFDSTUK 2 DE HUIDIGE SITUATIE ..................................................................... 8 2.1

HET PLANGEBIED EN DE OMGEVING ................................................................................................................. 8

HOOFDSTUK 3 PLANBESCHRIJVING ..................................................................... 10 3.1 3.2

GEWENSTE ONTWIKKELING .......................................................................................................................... 10 VERKEER EN PARKEREN ............................................................................................................................... 11

HOOFDSTUK 4 BELEIDSKADER ........................................................................... 13 4.1 4.2 4.3 4.4

RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 13 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 15 REGIONAAL BELEID ..................................................................................................................................... 17 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 18

HOOFDSTUK 5 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN .................................................. 21 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8

GELUID .................................................................................................................................................... 21 BODEMKWALITEIT ...................................................................................................................................... 21 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 22 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 23 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 26 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 28 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 30 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE .............................................................................................................. 31

HOOFDSTUK 6 WATERASPECTEN........................................................................ 34 6.1 6.2

VIGEREND BELEID....................................................................................................................................... 34 WATERPARAGRAAF ................................................................................................................................... 35

HOOFDSTUK 7 JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING .............................. 36 7.1 7.2 7.3

INLEIDING................................................................................................................................................. 36 OPZET VAN DE REGELS ................................................................................................................................ 36 VERANTWOORDING VAN DE REGELS............................................................................................................... 37

HOOFDSTUK 8 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .................................................. 39 HOOFDSTUK 9 VOOROVERLEG EN INSPRAAK ......................................................... 40 9.1 9.2 9.3

VOOROVERLEG .......................................................................................................................................... 40 INSPRAAK ................................................................................................................................................. 40 ZIENSWIJZEN............................................................................................................................................. 40

BIJLAGEN BIJ HET BESTEMMINGSPLAN ..................................................................... 41 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3

PARKEERONDERZOEK .......................................................................................................................... 41 VERKENNEND BODEMONDERZOEK ......................................................................................................... 41 ONDERZOEK NAAR EXTERNE VEILIGHEID.................................................................................................. 41 BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

3

Bestemmingsplan “Brummen, Hazenberg ong.” Ontwerp BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6 BIJLAGE 7

STIKSTOFONDERZOEK.......................................................................................................................... 41 QUICKSCAN ECOLOGIE ........................................................................................................................ 41 ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK............................................................................................................... 41 WATERTOETSRESULTAAT .................................................................................................................... 41

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

4

Bestemmingsplan “Brummen, Hazenberg ong.” Ontwerp

HOOFDSTUK 1 1.1

INLEIDING

Aanleiding

Op een ongenummerd perceel op een bedrijventerrein, op de hoek van de Hazenberg en de Rhienderstein, ligt een braakliggend perceel. Het perceel heeft een sportbestemming. De gemeente Brummen is voornemens om ter plaatse van dit perceel een pand met een dubbele functie te bouwen. Op de begane grond is het wenselijk om zes kegelbanen voor de plaatselijke kegelvereniging te realiseren, op de verdieping is het wenselijk om verhuurbare opslagboxen te realiseren. Voorgenomen initiatief is in strijd met het geldende bestemmingsplan, aangezien het beoogde pand niet past binnen het bouwvlak en de opgenomen bouwhoogten. Daarnaast passen de beoogde opslagboxen niet binnen de bestemmingsomschrijving. Daarom is een bestemmingsplanherziening benodigd. Een herziening van het bestemmingsplan is dan ook noodzakelijk om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de gewenste juridisch planologische kaders, waarbij wordt aangetoond dat de ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

1.2

Ligging van het plangebied

Het plangebied bevindt zich ten westen van het centrum van Brummen. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied ten opzichte van de directe omgeving weergegeven.

Afbeelding 1.1

1.3

Ligging van het plangebied ten opzichte van de directe omgeving (Bron: PDOK)

De bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan “Brummen, Hazenberg ong.” bestaat uit de volgende stukken: • • •

verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.0213.BPBRKOM100028-on01) en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlagen); toelichting (met bijbehorende bijlagen).

Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

5

Bestemmingsplan “Brummen, Hazenberg ong.” Ontwerp

1.4

Huidig planologisch regime

1.4.1

Algemeen

Het plangebied ligt binnen de begrenzing van de bestemmingsplannen “De Hazenberg en RhienderenNoord”(vastgesteld op 2 juli 2010), “Correctie De Hazenberg en Rhienderen-Noord” (vastgesteld op 18 oktober 2018), “Mantelzorgwoning” (15 oktober 2015), “Paraplubestemmingsplan Parkeren” (vastgesteld op 18 oktober 2018), en “Paraplubestemmingsplan Archeologie” (15 oktober 2020). Het bestemmingsplan “Correctie De Hazenberg en Rhienderen-Noord” is vastgesteld om expliciet grote lawaaimakers op het bedrijventerrein uit te sluiten. De overige bestemmingsplannen zijn bedoeld voor specifieke zaken zoals mantelzorgwoningen, parkeren en archeologie. Ten aanzien van de planologische situatie is daarom voornamelijk het bestemmingsplan “De Hazenberg en Rhienderen-Noord” van belang. Op basis van dit bestemmingsplan zijn de gronden binnen het plangebied voorzien van de enkelbestemming ‘Sport’. Binnen het bestemmingsvlak zijn twee bouwvlakken gelegen, waarbinnen een goot- en bouwhoogte van respectievelijk 3 en 5 meter zijn opgenomen. Op basis van het “Paraplubestemmingsplan Archeologie” geldt ter plaatse van het plangebied deels een lage en deels een hoge archeologische verwachting.

Afbeelding 1.2

Uitsnede geldend bestemmingsplan “De Hazenberg en Rhienderen-Noord” (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

In afbeelding 1.2 wordt via een uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan de planologische situatie weergegeven. Hierin is het plangebied met een rode omlijning aangegeven. Aansluitend wordt kort op de geldende bestemmingen ingegaan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

6

Bestemmingsplan “Brummen, Hazenberg ong.” Ontwerp 1.4.2

Beschrijving bestemmingen

‘Sport’ Gronden met deze bestemming zijn met name bestemd voor het uitoefenen van sportactiviteiten en met daaraan ondergeschikt een kantine, met uitzondering van sporten die veel omgevingslawaai tot gevolg hebben, met daarbij behorende sportvelden, voorzieningen voor algemeen nut, wegen en paden, gebouwen en bouwwerken, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, evenementen en waterlopen/waterpartijen. Gebouwen zijn uitsluitend in de bouwvlakken toegestaan, met inachtneming van de opgenomen maatvoeringen en overige bouwregels inzake onder andere het bebouwingspercentage en de afstand tot de perceelgrens. ‘Waarde – Archeologie laag’ De voor 'Waarde - Archeologie laag' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de instandhouding en bescherming van archeologische waarden. Een archeologisch onderzoek is noodzakelijk bij ingrepen groter dan 2.500 m2. ‘Waarde – Archeologie hoog’ De voor 'Waarde - Archeologie laag' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de instandhouding en bescherming van archeologische waarden. Een archeologisch onderzoek is noodzakelijk bij ingrepen groter dan 250 m2. 1.4.3

Strijdigheid

Het realiseren van het gebouw met een kegelbaan en opslagboxen is strijdig, aangezien het gebouw niet voldoet aan de bouwhoogtes en niet past in het bouwvlak. Daarnaast zijn binnen de bestemming ‘Sport’ opslagboxen niet toegestaan. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de gewenste juridisch planologische kaders om het voornemen mogelijk te maken.

1.5

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied en omliggend gebied gegeven. Hoofdstuk 3 bevat een planbeschrijving. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie Gelderland, de regio Stedendriehoek en de gemeente Brummen beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieu- en omgevingsaspecten de revue. Hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 7 en 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 9 gaat in op het vooroverleg en de inspraak.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

7

Bestemmingsplan “Brummen, Hazenberg ong.” Ontwerp

HOOFDSTUK 2 2.1

DE HUIDIGE SITUATIE

Het plangebied en de omgeving

Het plangebied bevindt zich op bedrijventerrein de Hazenberg. Het ligt op het noordelijk deel van het bedrijventerrein, vlakbij het sportpark. Het bedrijventerrein De Hazenberg bevindt zich aan de westrand van de kern Brummen en biedt ruimte aan voornamelijk kleinschalige bedrijven, gericht op auto- en motoronderhoud, enkele woningen en een bedrijfsverzamelgebouw. De bedrijfspanden zijn naast traditionele materialen, zoals baksteen, eveneens opgetrokken uit divers gekleurd damwandprofiel en hebben een wisselende rooilijn. Het terrein heeft een vrij groen karakter, hetgeen bijdraagt aan een soepele overgang naar het aangelegen sportpark. Een transparant hekwerk met een hoogte van circa twee meter vormt de scheiding tussen de bedrijfserven. Het sportpark De Hazenberg bevindt zich eveneens aan de rand van de kern van Brummen en kenmerkt zich door de grote hoeveelheid groen en de beperkte hoeveelheid bebouwing. Het terrein scheidt zich, in tegenstelling tot andere sportparken, niet van de omgeving door hoge hekken en opgaande beplanting, maar is functioneel en visueel verbonden met het bedrijventerrein De Hazenberg en het landgoed ten noorden van het sportpark. Hierdoor ontstaat een speciale sfeer in het park.

Het plangebied zelf wordt aan de noordzijde begrensd door het sportpark, aan de oostkant door het bedrijventerrein en aan de zuid- en westkant door de Rhienderstein en de Hazenberg, waarachter ook het bedrijventerrein ligt. Het plangebied vormt een braakliggend perceel met een enigszins verwilderd karakter. In de volgende afbeeldingen zijn een luchtfoto en een straatbeeld van de huidige situatie weergegeven.

Afbeelding 2.1

Luchtfoto huidige situatie (Bron: Provincie Gelderland)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

8

Bestemmingsplan “Brummen, Hazenberg ong.” Ontwerp

Afbeelding 2.2

Straatbeeld huidige situatie (Bron: Provincie Gelderland)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

9

Bestemmingsplan “Brummen, Hazenberg ong.” Ontwerp

HOOFDSTUK 3

PLANBESCHRIJVING

3.1

Gewenste ontwikkeling

3.1.1

Algemeen

Het voornemen bestaat om ter plaatse van het plangebied een tweelaags pand te realiseren. Op de begane grond zullen zes kegelbanen worden gerealiseerd, inclusief sanitaire voorziening en een kantine. Dit zal in gebruik worden genomen door de plaatselijke kegelvereniging SKB. Deze vereniging moet de oude locatie verlaten vanwege een woningbouwproject. Daarom is de gemeente voornemens de vereniging een nieuwe huisvesting te geven. De kegelbaan is specifiek bedoeld voor de plaatselijke kegelvereniging. De kegelbaan zal in de praktijk drie avonden per week worden gebruikt, waarbij er maximaal 20 kegelaars aanwezig zijn, met name afkomstig uit Brummen of directe omgeving. Daarnaast zijn er twee competitiewedstrijden per jaar, ook op een doordeweekse avond. Incidenteel zijn er twee tot drie landelijke wedstrijden per jaar op zaterdag of zondag. Dan zijn er max. 30 kegelaars aanwezig. Op de verdieping van het pand komen verhuurbare opslagboxen. Het gaat om een onbemand gebouw waar particulieren tegen betaling een box voor opslag kunnen huren. Zij krijgen na betaling toegang met een tag, waarmee ze het pand kunnen betreden en de door hen gehuurde ruimte kunnen gebruiken voor opslag van goederen. Het pand heeft een oppervlakte van circa 510 m2 en krijgt een bouwhoogte van 6,6 meter. Het gebouw wordt plat afgedekt. De entree bevindt zich aan de westzijde, gericht op de Hazenberg.

Het voornemen is om het pand volledig off-grid (geen aansluitingen op gas) te bouwen. Het parkeren wil men op eigen terrein oplossen. In de volgende afbeelding zijn impressies en een plattegrond van de gewenste situatie weergegeven.

Afbeelding 3.1

Plattegrond gewenste situatie (Bron: Gemeente Brummen)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

10

Bestemmingsplan “Brummen, Hazenberg ong.” Ontwerp

Afbeelding 3.1

Gevelschetsen gewenste situatie (Bron: Gemeente Brummen)

3.2

Verkeer en parkeren

3.2.1

Algemeen

Bij nieuwe ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die hierdoor ontstaat. De gemeente Brummen heeft haar parkeerbeleid vastgelegd in het “Paraplubestemmingsplan Parkeren”. Conform dit parkeerbeleid wordt voor het bepalen van de parkeerbehoefte gebruikt gemaakt van de kencijfers zoals opgenomen in de publicatie 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie, publicatie 317 (oktober 2012)' van het CROW. Deze publicatie biedt een handreiking voor het bepalen van het aantal verkeersbewegingen die een bepaalde functie genereert, maar ook voor de parkeernorm (parkeerkencijfer) die bij de functie hoort. Voor elk soort gebied wordt door voornoemde CROWpublicatie per functie een bandbreedte gegeven voor de hanteren parkeernorm. In voorliggend geval wordt uitgegaan van het gemiddelde. Aangezien voor parkeren de gemiddelde norm wordt gehanteerd, zal ook voor de verkeersgeneratie het gemiddelde worden gehanteerd. Op basis van CBS Statline wordt voor de gemeente Brummen uitgegaan van een stedelijkheidsgraad ‘weinig stedelijk’. Gezien de ligging van het plangebied op het bedrijventerrein van de kern Brummen wordt het plangebied aangemerkt als ‘rest bebouwde kom’. Opgemerkt wordt dat voor het bepalen van de verkeersgeneratie uit is gegaan van de normen uit de CROW-publicatie 381, de opvolger van publicatie 317. 3.2.2

Parkeren

Voorgenomen ontwikkeling gaat uit van de realisatie van een kegelbaan en opslagboxen. Een kegelbaan sluit qua functie het beste aan bij de functie ‘biljart/snookercentrum’. Gekozen is voor deze functie omdat het om een kleinschalige functie gaat, met name voor leden van de vereniging. Het is daarom niet logisch om aan te sluiten bij een regulier bowlingcentrum, aangezien de verkeersgeneratie en parkeerbehoefte daarvan veel groter is, wat een vertekend beeld zou geven. Uitgaande van bovenstaande uitgangspunten geldt een parkeerbehoefte van 1,35 pp per tafel. In dit geval gaat het om zes kegelbanen, waarmee een parkeerbehoefte van 8,1 parkeerplaatsen benodigd is. De opslagfunctie kan het beste vergeleken worden met de functie ‘Bedrijf arbeidsextensief (opslag)’. Hiervoor geldt een parkeerbehoefte 1,05 per 100 m2 BVO. Uitgaande van 516 m2 maakt dit een behoefte van 5,16*1,05 = 5,4 parkeerplaatsen De totale parkeerbehoefte bedraagt hiermee 8,1 + 5,6 = 14 parkeerplaatsen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

11

Bestemmingsplan “Brummen, Hazenberg ong.” Ontwerp Op het eigen terrein is niet voldoende parkeerruimte. Ter plaatse worden immers maar zeven parkeerplaatsen aangelegd, daarom is een parkeeronderzoek uitgevoerd om in beeld te brengen in hoeverre het parkeren in het openbaar gebied opgevangen kan worden. Het volledige rapport is als bijlage 1 opgenomen. Hierna wordt op de belangrijkste conclusies ingegaan. Ten westen van het plangebied ligt een strook met 15 haaks-parkeerplaatsen in de openbare ruimte . Zoals uit tabel 1 van het onderzoek blijkt is de parkeercapaciteit in de openbare ruimte voldoende. De bezettingsgraad tijdens de maatgevende tijdsperiode is 67% in de nieuwe situatie. Dit komt voor als er in de nieuwe situatie, een volledige benutting van de parkeerdruk door de nieuwe ontwikkeling. Desondanks de volledige benutting van de 7 benodigde parkeerplaatsen blijft de bezettingsgraad lager dan 85%. Op grond hiervan concluderen wij dat in de omgeving voldoende parkeerplaatsen aanwezig zijn. Het parkeren op de openbare weg is niet meegenomen. De inrichting van de weg nabij het plangebied leent zich hier niet optimaal voor, waardoor ervoor gekozen is dit niet mee te wegen in beschikbare ruimte in openbaar gebied. 3.2.3

Verkeersgeneratie

Uitgaande van een biljart/snookercentrum geldt een verkeersgeneratie van 9,85 verkeersbewegingen per tafel. Uitgaande van in dit geval zes banen, maakt dit 6*9,85 = 59,1 verkeersbewegingen. Voor de bedrijfsfunctie (functie ‘Bedrijf arbeidsextensief (opslag)), geldt een verkeersgeneratie van 4,8 verkeersbewegingen per 100 m2. Totaal maakt dit 5,16*4,8 = afgerond 25 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Totaal komt de verkeersgeneratie hiermee op circa 84 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Per saldo zal de toename aan verkeersgeneratie lager liggen, aangezien de huidige sportbestemming reeds planologische verkeersbewegingen mogelijk maakt. Deze verkeersgeneratie kan eenvoudig afgewikkeld worden via de Hazenberg richting de Stationsweg en Spoorstraat. De genoemde wegen zijn van voldoende capaciteit om de verkeersgeneratie te kunnen afwikkelen. Vanuit verkeerskundig oogpunt zijn dan ook geen bezwaren tegen de voorgenomen ontwikkeling. 3.2.3

Conclusie

Op basis van het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de aspecten verkeer en parkeren geen belemmering vormen voor de voorgenomen ontwikkeling.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

12

Bestemmingsplan “Brummen, Hazenberg ong.” Ontwerp

HOOFDSTUK 4

BELEIDSKADER

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal-, regionaal en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Ruimte Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1.

2.

3.

4.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. Sterke en gezonde steden en regio’s Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven.

Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen wordt ingezet op de ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

13

Bestemmingsplan “Brummen, Hazenberg ong.” Ontwerp 4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.

2.

3.

Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties.

4.1.1.4 Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’.

stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´

4.1.2

Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het rijksbeleid

Het betreft een project waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Met het voornemen wordt een kegelbaan en opslagruimte gerealiseerd. Hierdoor wordt er zorgvuldig met de ruimte omgegaan. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan opgenomen herontwikkeling. Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij stedelijke ontwikkelingen. Het al dan niet toenemen van het ruimtebeslag is een belangrijk criterium voor het aanmerken van een ontwikkeling als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Op voorliggende ontwikkeling is onder andere de overzichtsuitspraak ABRvS 28 juni 2017; ECLI:NL:RVS:2017:1724 van toepassing. Uit deze uitspraak blijkt dat wanneer een bestemmingsplan voorziet in een terrein met een ruimtebeslag van meer dan 500 m2 of in een gebouw met een brutovloeroppervlakte (bvo) groter dan 500 m2 er in beginsel sprake is van een stedelijke ontwikkeling en er getoetst moet worden aan de Ladder voor Duurzame verstedelijking. In dit geval is momenteel een bouwvlak van circa 200 m 2 aanwezig, waarin gezien de bouwhoogte maximaal één bouwlaag kan worden gerealiseerd. In de nieuwe situatie is er sprake van een gebouw met een bvo van

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

14

Bestemmingsplan “Brummen, Hazenberg ong.” Ontwerp circa 1.000 m2, verdeeld over twee bouwlagen. Hiermee is er dan ook sprake van een stedelijke ontwikkeling. Hierna wordt op de ladder voor duurzame verstedelijking ingegaan. Behoefte De kegelbanen zijn bedoeld voor de lokale kegelvereniging. Deze vereniging moet haar huidige huisvesting verlaten en is daarom zoekende naar een nieuw pand. Deze is gevonden in dit plan. Het gaat om een lokaal gewortelde vereniging waarvan de leden voornamelijk uit Brummen afkomstig zijn. Hiermee is sprake van een concrete behoefte. De opslagboxen zijn bedoeld voor opslag van particulieren. Er is binnen de gemeente Brummen specifiek behoefte aan opslagruimte, aangezien dit momenteel nauwelijks aanwezig is. Er is in zijn geheel geen sprake van commerciële functies die zorgen voor leegstand elders. Samenvattend wordt gesteld dat er voor beide functies sprake is van een concrete behoefte. Binnen of buiten stedelijk gebied De locatie is gelegen binnen het bestaand stedelijk gebied en is tevens als zodanig bestemd (sportbestemming). De locatie is daarmee als passend aan te merken. Uit de uitgevoerde laddertoets volgt dat er wordt voldaan aan de Ladder voor duurzame verstedelijking’.

4.2

Provinciaal beleid

Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Gelderland, welke is verankerd in de Omgevingsverordening Gelderland. 4.2.1

Omgevingsvisie Gelderland

4.2.1.1 Algemeen Omgevingsvisie Gelderland Op 19 december 2018 is de Omgevingsvisie ‘Gaaf Gelderland’ vastgesteld. Op 1 maart 2019 is deze in werking getreden. De provincie wil Gelderland in de toekomst ‘Gaaf’ houden, en vindt dat we daar nu wat voor moeten doen. De provincie staat voor stevige uitdagingen. Er zijn grote, verscheidene ontwikkelingen die ook Gelderland raken. Hierbij staan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. De focus ligt op duurzaamheid, verbondenheid en een krachtige economie als werkende bestanddelen voor een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Om de focus op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland uit te werken, streeft de provincie zeven samenhangende ambities na. Met behulp van deze zeven ambities geeft de provincie hier uitvoering aan: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Energietransitie, van fossiel naar duurzaam; Klimaatadaptie: omgaan met veranderend weer; Circulaire economie: het sluiten van kringlopen; Biodiversiteit: werken met de natuur; Bereikbaarheid: duurzaam verbonden; Vestigingsklimaat: een krachtige, duurzame topregio; Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam.

In voorliggend geval zijn met name ambitie 6 van toepassing. Hier wordt nader op ingegaan. 4.2.1.2 Vestigingsklimaat: Een krachtige, duurzame topregio Wat we zien in Gelderland… Gelderland heeft een unieke ligging op de oostwest-as en de noordzuid-as van ons land; een strategische en aantrekkelijke positie te midden van andere sterke regio’s – Amsterdam (Randstad), Brussel (Vlaamse Ruit),

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

15

Bestemmingsplan “Brummen, Hazenberg ong.” Ontwerp Keulen (Rheinland). We zijn daarmee uitstekend verbonden en werken daarmee samen, net zoals met onze buurprovincies. Juist door de bijzondere kwaliteiten en veelzijdigheid van Gelderland – haar natuur, groene steden op menselijke schaal, kennisinfrastructuur, cultuur, recreatie en toerisme en sport – kan zij zich verder ontwikkelen als ideale vestigingsplek en uitvalslocatie om te werken en te wonen. Met onze brede blik op de leefomgeving geven wij dan ook een krachtige impuls aan de regionale economie en arbeidsmarkt. Zo kunnen mensen in Gelderland zich ontplooien, ontspannen en ontwikkelen. Waar we naar streven…. Een duurzaam, dynamisch en toegankelijk economisch vestigingsklimaat, waar voor ondernemers en inwoners een sterke aantrekkingskracht vanuit gaat; dat is wat wij willen. Zo wordt Gelderland versterkt: nu en in de toekomst. De aanpak van de provincie Gelderland: •

•

• • •

De provincie zorgt voor een gevarieerd aanbod aan goed ontsloten, kwalitatief hoogwaardige, duurzame werklocaties. We gaan hierover in gesprek met de Gelderse regio’s en maken regionale afspraken over een goede balans tussen de vraag en het aanbod van werklocaties. Het concentreren van economische activiteiten heeft daarbij onze voorkeur, boven versnippering. En: het omvormen van bestaande en leegstaande bedrijvenlocaties gaat boven de aanleg van nieuwe terreinen. Samen met de regio’s spelen we in op veranderende behoeften van het bedrijfsleven. Toekomstige behoeften veranderen immers continue, dit vraagt om regelmatig herzien van de regionale afspraken. Ook stimuleert de provincie het omvormen van bestaande gebouwen en locaties zodat deze weer aansluiten bij de wensen van bedrijven en werknemers. De provincie zorgt dat bedrijven die zich hier willen vestigen of die willen uitbreiden snel en effectief geholpen worden bij het vinden van een zo optimaal mogelijke locatie. De provincie stimuleert de aansluiting tussen het Gelderse onderwijs en de arbeidsmarkt. We stimuleren dit ook in fysieke zin met campusontwikkeling. De provincie stimuleert (kleinschalig) ondernemerschap en innovatie, ook met oog voor ontwikkeling van lokale arbeidsmarkten. Zeker wanneer ondernemers een duurzaam Gelderland dichterbij brengen.

4.2.1.3 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsvisie Gelderland In voorliggend geval is er sprake van een kleinschalige ontwikkeling, die bijdraagt aan een kwalitatief hoogwaardige werklocatie. Aan een braakliggende kavel wordt immers een toekomstbestendige functie gegeven. Dit past ook binnen de ambitie om leegstaande bedrijvenlocaties om te vormen zodat deze weer aansluiten bij de actuele wensen. Ook zorgt het initiatief voor een stimulans van de leefbaarheid van de kern Brummen, aangezien aan de lokale kegelvereniging een nieuw pand gegeven wordt. Bovendien wordt het gebouw duurzaam vormgegeven (offgrid), passend binnen de provinciale ambitie ten aanzien van duurzaamheid. Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de Omgevingsvisie Gelderland. 4.2.2

Omgevingsverordening Gelderland (februari 2022)

4.2.2.1 Algemeen De Omgevingsverordening is een van de instrumenten om de ambities uit de Omgevingsvisie te realiseren. Om samen een Gaaf Gelderland te bereiken, legt de provincie Gelderland bij het uitvoeren van de taken de focus op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. De provincie geeft hier richting aan door gezamenlijk zeven samenhangende ambities na te streven op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid; economisch vestigingsklimaat en woonen leefklimaat. In de verordening heeft de provincie Gelderland alleen regels opgenomen als dit nodig is om de provinciale ambities waar te maken of wettelijke plichten na te komen. Net als de Omgevingsvisie richt de Omgevingsverordening zich op de inrichting en kwaliteit van de Gelderse leefomgeving. De provincie heeft daarom bijna alle regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, natuur, water, verkeer en bodem in

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

16

Bestemmingsplan “Brummen, Hazenberg ong.” Ontwerp deze verordening opgenomen. Alleen de Waterverordeningen (per waterschap) en de Gelderse Vaarwegverordening 2009 zijn (nog) niet in de Omgevingsverordening opgenomen. Door de provinciale verordeningen die gebaseerd zijn op deze wetten alvast op te nemen in één provinciale Omgevingsverordening, anticiperen we op de situatie onder de Omgevingswet. 4.2.2.2 Van toepassing zijnde artikelen: De Omgevingsverordening Gelderland bevat geen bepalingen die de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in de weg staan. Geconcludeerd wordt dat de Omgevingsverordening Gelderland de beoogde ontwikkeling niet in de weg staat. 4.2.3

Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid

Voorliggende ruimtelijke ontwikkeling is in overeenstemming met de uitgangspunten uit het provinciaal beleid zoals genoemd in de Omgevingsvisie Gelderland, die is verankerd in de Omgevingsverordening Gelderland.

4.3

Regionaal beleid

4.3.1

Regionale structuurvisie Stedendriehoek 2030

4.3.1.1 Algemeen De Regionale Structuurvisie Stedendriehoek 2030 (RSV) (vastgesteld 2007) geeft de kaders voor de ruimtelijke ontwikkeling op langere termijn, tot 2030. De RSV gaat over het zogenaamde bundelingsgebied van de drie steden Apeldoorn, Deventer en Zutphen en het daarbinnen gelegen middengebied (grote delen van het grondgebied van de gemeenten Apeldoorn, Brummen, Deventer, Lochem, Voorst en Zutphen). De Regionale Structuurvisie De Voorlanden van de regio Stedendriehoek (vastgesteld 2009) maakt samen met Regionale Structuurvisie Stedendriehoek 2030 (voor het bundelingsgebied) het ruimtelijk beleid voor de regio ‘compleet’. Beide documenten vormen samen de visie op de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling van dit gebied. De doelstelling voor de RSV is door de regio uitgewerkt in vijf strategische keuzen: • • • • •

Duurzaam waterbeheer als basis voor ruimtelijke ontwikkeling; Natuur, landschap en landbouw ontwikkelen in functiecombinaties; Regionale bereikbaarheid verbeteren door hoogwaardig openbaar vervoer; Stedelijke herstructurering gaat boven nieuwe stadsuitbreidingen; Toevoegen van centrumstedelijke en landelijke woonmilieus.

In dit geval is met name de visie ten aanzien van de kernen van belang. Hierna wordt daar op ingegaan. 4.3.1.2 Een netwerk van vitale kernen Ten eerste behelzen deze kernkwaliteiten het wonen en de leefbaarheid. Tegen de achtergrond van toenemende ontgroening en vergrijzing en van een verminderde groei en lokaal zelfs krimp van de bevolking, moet de binding van bewoners aan de verschillende kernen in De Voorlanden worden versterkt. De woningvoorraad is hier kwalitatief op toegespitst en is als geheel “levensloopbestendig”: voor alle leeftijdsgroepen wordt gestreefd naar passende behuizing. De sterke binding draagt voorts bij aan de leefbaarheid in dorpen en het draagvlak voor voorzieningen. Waar het gaat om bedrijvigheid in en om de steden en dorpen zet het regionale beleid voor De Voorlanden in op kwaliteitsimpulsen op het niveau van kernen als Lochem, Epe, Vaassen, Eerbeek en Brummen. Waar mogelijk dient niet-hinderlijke lokale bedrijvigheid in de dorpen zelf aanwezig te zijn, die daarmee een bijdrage levert aan de levendigheid en leefbaarheid. De hoogwaardige bedrijventerreinen bij de grotere kernen vormen daarnaast een belangrijk element van de regionale economie. Goede programmatische afstemming tussen de bedrijventerreinen in de hele regio moet zorgen voor een evenwichtige opbouw van het bedrijvenbestand.

Zowel de (grote) regionale bedrijventerreinen in het Bundelingsgebied en de grotere BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

17

Bestemmingsplan “Brummen, Hazenberg ong.” Ontwerp terreinen in De Voorlanden, als de kleinere terreinen zijn in deze afstemming meegenomen. De bereikbaarheid van de steden, dorpen en het voorzieningennetwerk (zorg, scholing, winkels, cultuur) in De Voorlanden dient zo goed mogelijk op peil te worden gehouden, zowel per auto als per openbaar vervoer en fiets. Uitvoering van het maatregelenpakket zoals vastgesteld in de visie voor het Bundelingsgebied levert hieraan de belangrijkste bijdrage, maar dient gecompleteerd te worden met de oplossing voor een aantal leefbaarheidsknelpunten op het provinciale wegennet en de aanpak van lokale bereikbaarheidsproblemen, evenals lokale impulsen voor het openbaar vervoer en fietsnetwerk. 4.3.2

Toetsing aan regionaal beleid

De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan de leefbaarheid van de kern Brummen, door het behoud en uitbreiding van voorzieningen. De visie stelt dat waar mogelijk niet hinderlijke lokale bedrijvigheid en functies in het dorp zelf aanwezig moeten zijn. Dit plan is hier een voorbeeld van. Het plan is daarmee in overeenstemming met de Regionale structuurvisie Stedendriehoek 2030.

4.4

Gemeentelijk beleid

Het gemeentelijk beleid is verwoord in tal van plannen. Met betrekking tot het voorliggende bestemmingsplan zijn de hieronder genoemde beleidsstukken het belangrijkst. 4.4.1

Toekomstvisie Brummen 2030

4.4.1.1 Algemeen De toekomstvisie maakt heldere keuzes voor de toekomst van Brummen en geeft daarmee een duidelijke koers aan richting 2030. De visie geeft richting aan de strategie, het beleid en de plannen die de komende vijftien jaar worden gemaakt. Het is een inspiratiekader, dat laat zien wat en wie Brummen wil zijn in 2030. Het is geen opsomming van beleidskeuzes voor de komende vijftien jaar. De richting is duidelijk. Hoe daar wordt komen wordt de komende jaren ingekleurd door de gemeentelijke politiek, de gemeentelijke organisatie en de inwoners en ondernemers van Brummen. De keuzes en speerpunten voor 2030 zijn ingedeeld in drie thema's: • • •

Ruimte voor papier en landgoederen; Samen gezond wonen, werken en leven; Op groene voet met groene vingers.

In dit geval is met name het thema ‘samen gezond wonen, werken en leven’ relevant. Hierna wordt daar op ingegaan. 4.4.1.2 Samen gezond wonen, werken en leven De gemeente wil een aantrekkelijke gemeente zijn voor jong en oud, bestaande en nieuwe inwoners. Een gemeente waar het goed wonen en werken is. Met een kleinschalig dorpsleven waar rust en vriendelijkheid heersen en een sterke sociale samenhang. De identiteit die wordt gekoesterd, wil de gemeente behouden en versterken. In dit geval is met name het thema ‘inzetten op voorzieningen in Eerbeek en Brummen’ relevant. Hierna wordt daar op ingegaan. Inzetten op voorzieningen in Eerbeek en Brummen De voorzieningen zijn zo goed als verdwenen uit de kleine kernen Hall, Oeken, Empe en Voorstonden. Al doet het pijn, dat accepteert de gemeente. Brummen zet in op goede voorzieningen in Eerbeek en Brummen. De gemeente zet haar energie en middelen vooral in op deze twee dorpskernen, zodat daar meer gedaan kan worden en de kernen vitaal kunnen blijven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

18

Bestemmingsplan “Brummen, Hazenberg ong.” Ontwerp Een centrum is het hart van een dorp. En dat hart moet kloppen. Levendige centra in Eerbeek en Brummen zijn essentieel voor de levensvatbaarheid van voorzieningen als winkels, restaurants, dienstverlenende bedrijven en instellingen. Er liggen goede plannen voor beide dorpskernen. Die moeten uitgevoerd worden. Brummen wil dat beide centra goed bereikbaar blijven. Gratis parkeren blijft belangrijk voor de aantrekkelijkheid van de dorpskernen. De gemeente zet ook in op een goede busverbinding in Eerbeek met goede aansluitingen op andere regionale vervoerders. Maar ook bewoning is belangrijk voor levendige centra. Bij voorkeur wonen er mensen van allerlei leeftijden in de dorpskernen van Eerbeek en Brummen. Oud ontmoet jong. 4.4.1.3 Toetsing van het initiatief aan de ‘Toekomstvisie Brummen 2030’ Door onderhavige ontwikkeling wordt aan een voorziening een toekomstbestendige locatie gegeven. Dit draagt bij aan het streven om de voorzieningen in de kernen op peil te houden. Het voornemen zorgt daarmee voor het versterken van de leefbaarheid, Geconcludeerd wordt dat de ‘Toekomstvisie Brummen 2030’ zich niet verzet tegen de in dit bestemmingsplan opgenomen ontwikkeling. 4.4.2

Ruimtelijke ontwikkelingsvisie Ligt op Groen!

4.4.2.1 Algemeen De ruimtelijke ontwikkelingsvisie ‘Ligt op groen’ (ROV) is op 28 september 2006 door de raad van de gemeente Brummen vastgesteld. Dit beleidsdocument vormt een inspirerend wensbeeld in de vorm van ambities en doelen en is koers uitgezet in de richting van dit wensbeeld. Strategische beleidsuitspraken zijn vertaald naar een ontwikkelingsprogramma voor de periode tot 2015. Het inzetten van nieuwe ontwikkelingen ter versterking van groene kwaliteiten staat centraal in de visie. De identiteit van de gemeente Brummen wordt vooral bepaald door de groene kwaliteit. Deze groene kwaliteiten, en niet de programmatische wensen, zijn het vertrekpunt voor toekomstige ontwikkelingen. Er wordt uitgegaan van het principe ‘geen rood voor groen’, tenzij de groene belangen worden versterkt. Daarbij wordt ieder initiatief zorgvuldig afgewogen en ter besluitvorming aan de gemeenteraad voorgelegd. Ook in de kernen zijn groene kwaliteiten van groot belang. Nieuwe woningbouw dient de groene kwaliteiten c.q. het groene karakter van te versterken. De bijdrage kan bestaan uit een directe fysieke bijdrage, bijvoorbeeld door een landschappelijke inpassing van een project met bos/natuur, dan wel een financiële bijdrage in een gemeentelijk natuur- en landschapsfonds (financieel afromen van stedelijke bouwprojecten ter uitvoering van landschapsbeleidsplan en groenstructuurplan).

Met betrekking tot de toekomstige ontwikkeling van de kern Brummen zijn de volgende hoofduitgangspunten vastgelegd: • • • • •

inzetten op versterken van de ruimtelijke structuur en identiteit van de kern; ruimte voor opwaardering en herstructurering, met aandacht voor (passende) menging van functies; benutten van de potenties op inbreidings- en herstructureringslocaties; zorgvuldig vormgeven van en passende functies plaatsen in de overgangen tussen de kernen en het buitengebied met bijzondere aandacht voor de ‘entrees’.

4.4.2.2 Toetsing van het initiatief aan de ‘Ruimtelijke ontwikkelingsvisie Ligt op Groen!’ In voorliggend geval is sprake van een kleinschalige ontwikkeling waarbij een pand voor een kegelvereniging en opslagboxen worden gebouwd. Dit draagt bij aan het streven om in Brummen ruimte te bieden voor opwaardering en herstructurering, met aandacht voor passende functies. Aangezien een braakliggend terrein met verwilderde uitstraling, een passende functie krijg als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling, wordt verondersteld dat de groene kwaliteit van de gemeente Brummen geen hinder ondervindt als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling. Geconcludeerd wordt dat de ‘Ruimtelijke ontwikkelingsvisie Ligt op Groen!’ zich niet verzet tegen de in dit bestemmingsplan opgenomen ontwikkeling.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

19

Bestemmingsplan “Brummen, Hazenberg ong.” Ontwerp 4.4.3

Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid Brummen

Geconcludeerd wordt dat de gewenste ontwikkeling in overeenstemming is met de gemeentelijke beleidsuitgangspunten zoals verwoord in de in deze paragraaf behandelde beleidsdocumenten.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

20

Bestemmingsplan “Brummen, Hazenberg ong.” Ontwerp

HOOFDSTUK 5

MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, ecologie, archeologie & cultuurhistorie en het Besluit milieueffectenrapportage.

5.1

Geluid

5.1.1

Wettelijk kader

De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen. 5.1.2

Situatie plangebied

Het plan voorziet in het realiseren van zes kegelbanen en opslagboxen. Dit zijn geen geluidgevoelige functies. Daarnaast is er geen sprake van het realiseren van een grote lawaaimaker als bedoeld in de Wgh. Een akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai, railverkeerslawaai of industrielawaai is niet nodig. 5.1.3

Conclusie

De Wet geluidhinder vormt geen belemmering voor de uitvoering van het voorgenomen plan.

5.2

Bodemkwaliteit

5.2.1

Algemeen

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht. In voorliggend geval is een bodemonderzoek uitgevoerd door Dumea, welke is opgenomen in bijlage 2 bij deze toelichting. 5.2.2

Situatie plangebied

In het bovengrondmengmonster BM1 zijn geen verhogingen aangetroffen. In het ondergrondmengmonster OM1 zijn eveneens geen verhogingen aangetroffen. In het grondwatermonster Pb1wm1 is een lichte verhoging barium aangetroffen. Op basis van onderhavig onderzoek wordt een nader bodemonderzoek voor deze locatie niet noodzakelijk geacht. De onderzoekslocatie wordt vanuit milieuhygiënisch oogpunt geschikt geacht voor het beoogde gebruik.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

21

Bestemmingsplan “Brummen, Hazenberg ong.” Ontwerp 5.2.3

Conclusie

Het aspect ‘bodem’ vormt geen belemmering voor de uitvoering van het voorgenomen plan.

5.3

Luchtkwaliteit

5.3.1

Beoordelingskader

Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. In bijlage 2 van de Wet milieubeheer staan ondermeer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Op grond van de Wet milieubeheer, gelet op artikel 5.16 lid 4 Wet Milieubeheer geldende de volgende regelingen:  

Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen);

5.3.1.1 Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtverontreiniging van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip “niet in betekenende mate” is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet milieubeheer vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn:   

woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.

Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. 5.3.1.2 Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet milieubeheer nodig. 5.3.2

Situatie plangebied

Gelet op de aard en omvang van dit project, in verhouding tot categorieën van gevallen zoals beschreven in paragraaf 5.3.1.1 kan worden gesteld dat voorliggend project 'niet in betekenende mate bijdraagt' aan de luchtverontreiniging. Tot slot wordt geconcludeerd dat deze ontwikkeling niet wordt aangemerkt als een gevoelige bestemming in het kader het Besluit gevoelige bestemmingen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

22

Bestemmingsplan “Brummen, Hazenberg ong.” Ontwerp 5.3.3

Conclusie

Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

5.4

Externe veiligheid

5.4.1

Algemeen

Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: • • • • •

het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit.

Voor vervoer van gevaarlijke stoffen geldt de ‘Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen’ (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in: • • •

het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); de Regeling basisnet; de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied).

Voor het transport van gevaarlijke stoffen per buisleiding geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. 5.4.2

Situatie in het plangebied

Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. In afbeelding 5.1 is een uitsnede van de Risicokaart met betrekking tot het plangebied (zwarte omlijning) en omgeving weergegeven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

23

Bestemmingsplan “Brummen, Hazenberg ong.” Ontwerp

Afbeelding 5.1

Uitsnede Risicokaart (Bron: Atlas Leefomgeving)

Zoals weergegeven in de risicokaart bevindt zich in de omgeving van het plangebied een risicobron, namelijk de spoorlijn Dieren – Zutphen op circa 175 meter. Over de spoorlijn worden gevaarlijke stoffen getransporteerd. Het plangebied ligt binnen de zone waar een verantwoording van het groepsrisico nodig is. Daarom is een onderzoek naar externe veiligheid noodzakelijk. Het onderzoek is als bijlage 3 opgenomen. Hierna wordt op de belangrijkste resultaten ingegaan. Resultaten Het plaatsgebonden risico vormt geen belemmering voor de ontwikkeling van het plangebied. Het groepsrisico is in zowel de huidige als toekomstige kleiner dan 10% van de oriëntatiewaarde. De verdere verantwoording van het groepsrisico kan achterwege blijven. Wel dient het bestuur van de veiligheidsregio in de gelegenheid te worden gesteld om advies uit te brengen. In de toelichting bij het besluit dient in elk geval in te worden gegaan op de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp en de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien een ramp zich voordoet. Voor de spoorlijn Dieren - Zutphen is geen plasbrandaandachtsgebied voorgeschreven. Advies veiligheidsregio De veiligheidsregio heeft op 30 januari 2023 een advies uitgebracht. Hierna is dit advies opgenomen. Geadviseerd wordt om: 1. 2.

3.

4.

De zelfredzaamheid van de aanwezige personen zo groot mogelijk te laten zijn, door gebruik te maken van NL-alert. Het gebouw dusdanig te situeren dat aanwezigen bij een (dreigende) brand bij een risicobron gelegenheid hebben te vluchten. Hierbij dient minimaal één (nood)uitgang van de risicobron af gericht te zijn. Alle (nood)uitgangen dienen aan te sluiten op de infrastructuur binnen en buiten het plangebied. Zorg te dragen dat het ventilatiesysteem goed functioneert. Om te kunnen schuilen voor een toxisch scenario, is het noodzakelijk dat bewoners in zo’n situatie naar binnen gaan, ramen en deuren sluiten en dat de eventueel aanwezige mechanische ventilatie handmatig door de gebruikers kan worden uitgezet. Deze maatregel kunt u borgen in de vergunningverleningsprocedures van diverse objecten. Het risico op brand of brandoverslag te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Dit kan bijvoorbeeld door het aanbrengen van brandwerende scheidingen, een blusinstallatie en/of andere stationaire brandveiligheidsvoorzieningen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

24

Bestemmingsplan “Brummen, Hazenberg ong.” Ontwerp 5.

6.

Zorg te dragen voor een goede informatievoorziening aan de aanwezige personen, opdat men weet hoe te handelen tijdens een calamiteit. U kunt hierbij denken aan publieke voorlichtingscampagnes als ‘Denk vooruit’/ ‘Wees Voorbereid’. Burgers te attenderen op deelname aan ‘Stan the CPR-network’. Dit is een hulpsysteem waarbij vrijwilligers opgeroepen kunnen worden om iemand te reanimeren (met AED), in afwachting van een ambulance. Deelname aan Stan the CPR-network kan levens redden.

Met de adviezen van de veiligheidsregio zal in de nadere uitwerking van de plannen rekening worden gehouden. Van het NL-alert wordt gebruik gemaakt. Het gebouw wordt daarnaast zodanig gepositioneerd dat de aanwezigen bij een dreigende brand van de risicobron af kunnen vluchten. Dit kan doordat de ingang aan de andere zijde dan de risicobron is gelegen. Het ventilatiesysteem zal goed functioneren en risico op brandoverslag zal zoveel mogelijk worden voorkomen. Tot slot zal zorg worden gedragen voor een goede informatievoorziening aan de aanwezige personen. Groepsrisico In het kader van een goede ruimtelijke onderbouwing wordt hierna wel nader ingegaan op het groepsrisico. Het groepsrisico is een maat om de kans weer te geven waarbij een incident met dodelijke slachtoffers voorkomt. Het wordt in het ‘Besluit externe veiligheid buisleidingen’ gedefinieerd als de “cumulatieve kansen per jaar per kilometer buisleiding dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een buisleiding en een ongewoon voorval met die buisleiding”. Gezien de aard van de ontwikkeling kan worden gesteld dat er sprake is van een verhoging van het groepsrisico ten opzichte van de huidige situatie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13425569/2