CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

(095) Gebiedsbiografie Stedendriehoek

Forum Fysieke Leefomgeving 12 februari 2026, gemeente BrummenBij agendapunt: Variantenstudie ihkv Ontwikkelperspectief Regio Stedendriehoek (adviserend)27.845 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

-haar is nog niet duidelijk. Heeft het met de lengte

de uitgang -broek.

van de zandige kop te maken of is het iets anders? -mars, -waard -enk, -es, -eng Op

de

hogere

Langs de IJssel komen langs de rivier lage en natte delen

komt

vanaf

de

vroege

gebieden voor die ontstaan binnen de rivierdynamiek

middeleeuwen een nieuwe vorm van landbouw

met het ontstaan van nieuwe meanders. De lage

opzetten. Met het opbrengen van heideplaggen,

en natte plekken die achterblijven krijgen vaak

maaisel uit de hooilanden en schapenmest ontstaan

de uitgang -mars of -waard mee. Doordat de

grote aaneengesloten akkercomplexen. Deze noemen

riviermeandering nog tot in de late middeleeuwen

we in de Regio Stedendriehoek over het algemeen

actief kan zijn en in de moderne tijd ook nog

-enk, maar afwisselend ook -es of -eng. Elk

meanders worden afgesneden zijn niet alle -marsen

buurtschap en dorp heeft één of twee van deze grote

en -waarden even oud.

akkercomplexen gehad. -veen, -goor -veld, -heide

In gebieden met stagnerend water kan het

Op de stuwwallen van de Veluwe en de grotere

voorkomen dat planten niet meer kunnen verteren.

dekzandruggen

Achterhoek

Dat komt doordat onder water er minder zuurstof is

ontstaan op de hoogste en droogste delen door

en het rottingsproces van planten niet of nauwelijks

schapenbegrazing uitgestrekte heidevelden. Deze

op gang komt. De opeenstapeling van planten zorgt

krijgen de uitgang -veld of -heide met zich mee.

voor een dik organisch pakket met plantenresten en

Wanneer ook de heide niet meer kan groeien

soms ook veenmosveen. De veldnaam -veen, en soms

en het zand bloot komt te liggen dan wordt de

ook -goor, wordt voor deze gebieden gebruikt.

in

Salland

en

de

veldnaam -zand meegegeven. In sommige gevallen kan een heideveld overigens ook lager en natter in het natuurlijke systeem liggen. Het heeft dan dezelfde veldnaam, maar een andere heidesoort en aanverwante planten. Op de hoge en droge gronden groeit dan struikheide, op nattere plekken komt bijvoorbeeld dopheide voor.

33

34

Veldnamen als basis

Legenda -enk, -es, -eng -horst, -haar -veld, -heide -broek -mars, -waard -veen, -goor -zand -bosch, -woud

35

7. Natuurlijke afwatering in zeven stroomgebieden

—

Ten zuiden van Zutphen heeft de Vierakkerse Laak de moerassige laagtes van de Achterhoek ontwatert. Stelselmatig moeten deze vanaf

De landschapsvormende processen met landijs,

de middeleeuwen met elkaar zijn verbonden,

wind, water en veen zorgen ervoor dat in de

waardoor een eigen stroomgebied is ontstaan.

Regio Stedendriehoek door de millennia heen op

Het grootste gedeelte van dit stroomgebied

hoofdlijnen zeven natuurlijke stroomgebieden zijn

ligt buiten de Regio Stedendriehoek.

ontstaan. De zeven stroomgebieden zorgen voor een

—

Ten oosten van Deventer ligt het

duidelijke hoofdafwatering op de flanken van het

Dortherbeekdal. Vanuit de moerassige

Plateau van Winterswijk, de Sallandse Heuvelrug en

laagtes bij Markelo watert deze beek af

de Veluwe. Het is een watersysteem dat logischerwijs

richting de grote IJsselmeander waarlangs de

van hoog naar laag stroomt en dat zich verzameld op

stad Deventer is gesticht. De later gegraven

de laagste delen van het landschap in de IJsselvallei.

Schipbeek doorkruist dit stroomgebied en

Op hoofdlijnen werkt het natuurlijke watersysteem

zorgt ervoor dat dit beekdal wordt aangesloten

nog steeds door in het huidige landschap. Door

op het stroomgebied van de Regge.

het verdwijnen van het veen is echter wel de sponswerking verdwenen en door het aanleggen van

—

stroomgebied van de Sallandse Moerassen.

weteringen en kanalen is de natuurlijke afwatering

Nadat de IJssel met haar oeverwallen ervoor

sterk versneld en worden stroomgebieden met elkaar

zorgt dat rechtstreekse afwatering op de rivier

verbonden. De zeven stroomgebieden zijn: —

wordt bemoeilijkt, watert dit stroomgebied via

In de eerste plaats is daar het stroomgebied

gegraven weteringen af richting Zwolle.

van de Noordoost-Veluwe. Hier watert niet alleen de oostelijke helft van de Woldberg op

Aan de noordkant van Deventer begint het

—

Bovenop de Veluwe, ten westen van Apeldoorn,

af, maar dit stroomgebied omvat het gehele

ligt de waterscheiding van de stuwwal. Het

laaggelegen gebied tussen Apeldoorn-Twello

zorgt ervoor dat de West-Veluwse kant van de

en Hattem, inclusief de broekgronden langs

Regio Stedendriehoek met plaatsen als Uddel,

de IJssel. Het is niet voor niets dat al in de

Kootwijk (net buiten de gemeentegrens) en

middeleeuwen in dit stroomgebied tussen

Hoenderloo niet richting de IJssel afwateren,

Apeldoorn en Hattem reeds de Grift op de flank

maar richting de Gelderse Vallei. Dat gebeurt

van de stuwwal werd gegraven. Ook de lager

met name via ondergrondse kwelstromen.

gelegen weteringen wateren aan de noordkant via Wapenveld-Hattem op de IJssel af. —

De gronden ten zuiden van Apeldoorn vallen in het stroomgebied van de Zuidoost-Veluwe. De beken van Beekbergen, Klarenbeek, Eerbeek en Brummen kunnen daar rechtstreeks op de IJssel afwateren. Het later gegraven ApeldoornDierenkanaal doorsnijdt dit stroomgebied.

—

Aan de andere kant van de IJssel ligt het Berkeldal. De Berkel ontspringt in het Baumgebergte van Münsterland en mondt hemelsbreed tachtig kilometer westwaarts bij Zutphen uit in de IJssel. De Eefse Beek hoort van oudsher ook bij dit stroomgebied met destijds een directe verbinding op de IJssel. Tegenwoordig doorsnijdt het Twentekanaal dit stroomgebied.

36

De zeven stroomgebieden

37

38

Overzichtskaart tijdsvenster 1: ‘Natuurlijk systeem als basis’ Legenda Stuwwal Dalen en laagtes Dekzand Dekzandlaagtes Oeverwallen Komklei Vindplaatsen Waterlopen Bruine zanden Dekzandlinten Veen

39

02 TIJDSVENSTER 2: MIDDELEEUWSE DORPSLANDSCHAPPEN EN DE OPKOMST VAN DE STEDEN (500-1800 NA CHR.)

De middeleeuwse verkaveling van Nijbroek.

40

TIJDSVENSTER 2

MIDDELEEUWSE DORPSLANDSCHAPPEN EN DE OPKOMST VAN DE STEDEN (5001800 NA CHR.) De blauwdruk van ons cultuurlandschap wordt

liggen van Brummen tot Wapenveld, blijven

in eerste aanleg gelegd in de negende eeuw na

de esdorpen bovenop de Veluwe kleinschalig,

Christus. Het is de periode dat er ijzerproductie

heeft Lochem een logische verbinding met

is, het domeinstelsel wordt ingevoerd, de basis

de Lochemse Berg en de Berkel en stralen de

van ons huidige agrarische landschap ontstaat en

landgoederen op de Oost-Veluwe pracht en praal

Deventer en Zutphen als zeer vroeg ontwikkelde

uit. Maar identiteit zit natuurlijk in meer dan

vroegstedelijke nederzettingen worden gesticht.

alleen de bewoningsgeschiedenis. Het zit ook

In tweede instantie wordt daar in de twaalfde en

in ervaren van de verandering in het landschap

dertiende eeuw een nieuwe cultuurlaag overheen

met de akkers op de Sallandse dekzandgronden,

gelegd met territorialisering, het ontstaan

de bossen en heidevelden op de Veluwe, de

van de vorstendommen Gelre, Zutphen en het

hoogstamboomgaarden langs de IJssel en de

Oversticht, watermanagement in de IJsselvallei

natte hooilanden langs de Berkel en de Veluwse

met weteringen en de eerste grote ontginningen

weteringen. Of in de Veluwse watermolens,

en sprengenbeken en watermolens. In de Regio

de Achterhoekse kastelen en IJssellinie uit de

Stedendriehoeken ontstaat in deze periode meer

Koude Oorlog. Maar wat moeten we doen om

dan tachtig verschillende buurtschappen en

de identiteit van de Regio Stedendriehoek

dorpen, die allemaal aanspraak doen op een klein

te behouden? Of zelfs te versterken en uit te

stukje landschap. De één met meer lage gronden

vergroten, zodat ontwikkelingen niet te veel op

en veen, de andere met meer hoge gronden,

elkaar gaan lijken?

akkers en heidevelden. Deze buurtschappen en dorpen bestaan nog steeds en in onze veldnamen kunnen

we

de

oorspronkelijke,

geologische

achtergronden nog steeds begrijpen en de verschillen tussen de dorpen zien. Vanaf deze twee grote blauwdrukfasen begint de verdere ontwikkeling van wat de Regio Stedendriehoek specifiek maakt. De steden hebben van oudsher een grote rol in het gebied op het vlak van wonen, scholing, marktplaats of bedrijfslocatie.35 In de toekomst kunnen we op dit grote verhaal van

de

Regio

Stedendriehoek

doorbouwen.

Bij een herkenbare identiteit heeft de Regio Stedendriehoek twee Hanzesteden (Deventer en Zutphen) die naar voren komen, houden de Achterhoekse dorpen hun schaalgrootte vast, bepaalt het uitgestrekte Koninklijke landgoed Het Loo de westkant van Apeldoorn, zien we de welvarende IJsselhoeven langs de IJssel verspreid

41

1. Enkdorpen ontstaan en dorpslandschappen worden begrensd

op de wal staan. Door dit proces komen de oude

In de loop van de vroege middeleeuwen verandert

de wijze waarop de samenleving en het landschap

het nederzettingspatroon op de Oost-Nederlandse zandgronden. Waar aan het begin van de vroege middeleeuwen bovenop de grotere dekzandeilanden nog geconcentreerde nederzettingen voorkomen, maken deze in de eeuwen daarna steeds meer plaats voor een verspreid patroon dat op de flank van de eilanden komt te liggen. Eenmaal daar beland verplaatsen deze erven zich niet heel sterk meer. Het is het begin van onze huidige buurtschappen en de naamgeving die daarbij hoort. De dekzandeilanden zelf worden in gebruik genomen als akkers en markeren het begin van de grote akkercomplexen, die vaak -es, -eng of -enk worden genoemd. Deze essen worden voor de vruchtbaarheid opgehoogd met dierlijk mest vermengd met heidemaaisel of bosstrooisel en later ook met zandige heideplaggen. De ophoging, van soms wel een meter dikte, zorgt door de eeuwen heen voor grote, bolliggende escomplexen. Rondom de es wordt meestal een veekerende houtwal aangelegd. Tegenwoordig nog vaak te herkennen aan de doorgeschoten eikenbomen die

boerderijplaatsen uit de prehistorie onder de akkers te liggen. Als in de loop van de achtste eeuw de Frankische koning de macht naar zich toetrekt treden belangrijke veranderingen op in worden georganiseerd. Het Frankische rijk wordt verdeeld in gouwen, waarmee de koning zijn macht delegeerde aan gouwgraven. Tegelijkertijd ontstaat in de achtste tot elfde eeuw een hofstelsel waarmee adellijke families en kerkelijke instellingen vanuit een hof een aantal hoeven met horigen aansturen. De horigen staan daarvoor een deel van hun oogst af en verrichten diensten voor het hof. Deze transformatie van onze samenleving en het cultuurlandschap is een onderdeel van wat ook wel de ‘Karolingische transitie’ wordt genoemd.36 Tussen ongeveer 800 en 1100 neemt het aantal boerderijen

hierdoor

sterk

toe.

De

grote

heidevelden en venen zijn niet in het bezit van adellijke of geestelijke hoven. De boerderijen zijn particulier eigendom en de heidevelden en venen worden gemeenschappelijk gebruikt. Door de sterke bevolkingsgroei in deze periode wordt het van belang om grenzen strakker te reguleren. De buurschap stelt daarom aan het einde van de vroege middeleeuwen precies vast welke oude boerderijen gerechtigd zijn

De Enk tussen Lochem en de Lochemse Berg geeft op deze ansichtkaart een goed beeld van het eeuwenlange gebruik van de akkers op de enk. In dit geval met korenschoven.

42

om van de gemeenschappelijke gronden gebruik te

de marken ontstaan daardoor lange en rechte

maken. Elke volwaardige boerderij in de buurschap

eigendomsgrenzen. In sommige gevallen heeft de

krijgt daarbij één vol waardeel dat recht geeft op een

Frankische koning of één van zijn opvolgers vanuit

aandeel in het gebruik van de gemeenschappelijke

het foreestrecht toch aanspraak weten te maken op

grond. De bewoners van de oude boerderijen

deze woeste gronden en vallen de heidegronden

verenigen zich daarmee in een ‘marke’. Nieuwkomers

buiten de marke. In Wapenveld is dat bijvoorbeeld

kunnen zich hierdoor minder gemakkelijk vestigen,

het geval. We zien deze gronden in latere eeuwen

omdat zij geen waardeel in de marke hebben en

dan terug als bezit van de Gelderse Rekenkamer.

daardoor niet van de gemeenschappelijke gronden gebruik kunnen maken.37 Een aantal onontgonnen

Bovenop de Veluwe op de bruine zanden

gebieden, zoals venen, moerassen en heidegebieden

Hoger op de Veluwe liggen een aantal esdorpen,

zijn niet in eigendom van hoven, maar worden geclaimd door de Frankische koningen onder het zogenaamde ‘wildernisregaal’ of ‘foreestrecht’.38

waarvan het goed mogelijk is dat deze buurtschappen en dorpen reeds tot de vroege middeleeuwen of zelfs al verder teruggaan in hun bestaan. Het gaat dan om de buurtschappen Tongeren, Gortel,

Op de flank van de Noordoost-Veluwe

Niersen, Uddel, Meerveld, Hoog Soeren, Ugchelen

Buurtschappen en dorpen als Wapenveld, Hoorn,

en Hoog Buurlo. Deze liggen vooral ten zuiden van

Heerde, Vemde, Dijkhuizen, Epe, Zuuk, Wissel, Emst,

de lijn Epe-Nunspeet op de rijkere bruine zanden.

Vaassen, Wenum, Wiessel en Apeldoorn ontstaan

Op de Woldberg, waar overwegend de armere

op de flank van de Veluwe. Deze buurtschappen en

witte zanden voorkomen, zijn geen esdorpen

dorpen hebben steevast een grote enk of eng op de

ontstaan. Onderdeel van hun dorpslandschap is

overgangszone naar de IJsselvallei. In de IJsselvallei

meestal een oud loofbos dat in hout voorziet. Deze

worden de broeken ontgonnen tot hooiland en

buurtschappen en dorpen liggen echter te ver

bovenop de Veluwe ontstaan heidevelden die

van de IJsselvallei om hooilanden in gebruik te

dienen als begrazing- en plaggengebied. Vaak zijn

kunnen nemen. Hierdoor zijn ze afhankelijk van de

deze laatste in eigendom van de marke en tussen

schralere, omliggende heidevelden en dat geeft een

Overzichtskaart met enken

43

beperking op de groeimogelijkheden van het dorp.

Sommige buurtschappen kunnen uitgroeien tot

De hallehuisboerderijen in deze buurtschappen en

een dorp met een eigen kerk en begraafplaats.

dorpen blijven daarom vaak klein en er is sprake van

Dat gebeurt soms pas in de negentiende eeuw.

een groot aantal keuterboerderijen.

Rondom Deventer maakt de rol van de stad en de bisschoppelijke hof van Colmschate dat deze zone

Op de flank van de Zuidoost-Veluwe

zich anders ontwikkelt met boerderijen die door de

De overgang van de Zuidoost-Veluwe naar de

stad en stedelijke instellingen worden gesticht.39

IJsselvallei biedt tevens goede mogelijkheden om akkercomplexen aan te leggen. De buurtschappen

Op de bredere dekzandruggen in de IJsselvallei

en dorpen Beekbergen, Loenen, Zilven, Eerbeek en

kunnen buurtschappen en dorpen als Oene, Twello,

Hall ontstaan op de flank van de stuwwal, waarbij de

Voorst en Oeken zich ontwikkelen. Ook hier komen op

enken en engen door de geschiktheid van de grond

de zandige dekzandkoppen de enken en de engen te

grotere vormen aan kunnen nemen. Beekbergen

liggen. Samen met de buurtschappen en dorpen op

is daar een goed voorbeeld van. De natte flank

de flank van de Veluwe én op de oeverwallen langs

zorgt er hier voor dat hooilanden hoog in het

de IJssel verdelen ze de lage broekgronden in de

systeem liggen en dat buurtschappen zich kunnen

IJsselvallei. Ook hier zijn het vaak rechte lijnen die

ontwikkelen tot voorname dorpen met een eigen kerk

het ene dorpslandschap van het andere onderscheidt.

en begraafplaats.

Boerderijen in de IJsselvallei kunnen uitgroeien tot grote, voorname boerderijen. Met meerdere grote

In de Achterhoek en rondom de Lochemse Berg

schuren, dwars op de deel een apart woongedeelte

De variëteit aan dekzandvormen in de Achterhoek

boerderijen worden ook wel ‘IJsselhoeven’ genoemd.

zorgt ervoor dat er tevens een variëteit aan

en aan de voorkant een ontworpen tuinaanleg. Deze

meer een oostwest georiënteerde dekzandrug en

In Salland op de lengterichting van de dekzandruggen

akkercomplexen die deze vorm volgen. Terwijl Oolde,

Aan de Sallandse kant van de Regio Stedendriehoek

Verwolde, Eksel, Ampsen, Nettelhorst, Zwiep, Almen,

bepaalt het patroon van dekzandruggen de vorm van

Warkenn en Eefde meer een ronde vorm kennen.

de buurtschappen en dorpen. Boxbergen, Averlo,

Ook hier liggen op de flank weer de boerderijen

Okkenbroek, Linde, Lettele, Bathmen, Colmschate,

en worden de dekzandlaagtes als hooiland, en soms

Oxe en Dorth zijn op zo’n dekzandrug ontstaan. De

als natte heide, in gebruik genomen. Deze laagtes

akkercomplexen die daarbij horen liggen overwegend

worden door gegraven laken met elkaar verbonden

oostwest met op de randen van de dekzandrug de

en ontwatert, waardoor de productiviteit van de

boerderijen.

hooilanden omhoog kan gaan.

worden in gebruik genomen als hooiland. Het zijn

dorpsvormen ontstaat. Laren en Harfsen hebben

De

lager

gelegen

dekzandvlakten

de breedte en de lengte van de dekzandrug die de

In de IJsselvallei op de oeverwallen en rivierduinen

begrenzing en groeimogelijkheden van een dorp bepalen.

Op de oeverwallen en rivierduinen van de IJsselvallei ontstaan de buurtschappen en dorpen Werven, Vorchten,

Veessen,

Oenerdijk,

Terwolde,

Wilp,

Empe, Tonden, Voorstonden, Brummen, Bronsbergen, Gorssel, Epse, Borgele, Rande en Diepenveen. Marle en Welsum horen daar ook bij, maar liggen net buiten de grens van de Regio Stedendriehoek. Deze buurtschappen en dorpen leggen bovenop de zandige oeverwal of rivierduin hun akkers aan, ook hier vaak enk of eng genoemd, en maken gebruik van de rijke broekgronden achter de oeverwallen en langs de IJssel, die ze omzetten in vruchtbare hooilanden.

44

Themakaart IJsselhoeven

45

Dorpslandschappen Tot ver in de middeleeuwen is er nog zoveel onontgonnen bos, heide en moeras dat grenzen tussen nederzettingsgebieden vaak niet erg scherp zijn bepaald. Met de toename van de bevolkingsdichtheid in de latere middeleeuwen en de vroege nieuwe tijd komt er ook meer noodzaak om dorpsgrenzen duidelijker te begrenzen, bijvoorbeeld door deze af te bakenen met grote zwerfstenen, palen, wallen of greppels. De meeste grenzen zijn overigens pas vanaf de 17e eeuw meer definitief vastgesteld. Met de van oorsprong Germaanse term marke wordt in die tijd zowel ‘grens’ bedoeld als ook het gebied dat door deze grens wordt ingesloten. Dat kunnen

bijvoorbeeld bossen, heidevelden, onverkavelde beekdalen, broekgebieden en venen zijn. Elke volwaardige boerderij in de buurschap krijgt één vol waardeel dat recht geeft op het gebruik van deze gemeenschappelijke markegrond. Nieuwkomers kunnen zich hierdoor minder gemakkelijk vestigen, omdat zij geen waardeel hebben en daardoor niet of nauwelijks kunnen deelnemen aan het lokale landgebruik. Als zodanig is deze zogenaamde ‘sluiting van de marke’ omstreeks de twaalfde of dertiende eeuw ook een beschermingsmechanisme tegen

ongewenste

immigratie

vanuit

andere

streken.

42

Tussen de dorpslandschappen van Bathmen en Dorth is de Dortherbeek de voornaamste scheidende lijn. Hier is de grens te zien op de grensbepalingskaart voor de opname in het kadaster van 1832. Opvallend is dat bij ‘Kasteel te Dorth’ de grens de verlegde Dortherbeek volgt bij deze nieuwe grensbepaling.

46

Strokenverkaveling op de enk bij Colmschate.

Veessen langs de IJssel.

De westkant van de Emsterenk.

47

Hamaland Een groot deel van wat nu de provincie Gelderland

Hamaland ligt in de IJsselstreek, dat liep van Elten tot

is, heette ooit Hamaland. Er is nog veel debat

boven Deventer. Hamaland in ruimere zin strekte zich

over wat 'Hamaland' nu eigenlijk was en wat ertoe

ver naar het westen uit en omvatte de Veluwe en de

gerekend moest worden. Het was in ieder geval een

Utrechtse heuvelrug tot in het Gooi. De uitgestrekte

groot gebied, dat in de bronnen voorkomt van de

bossen en veengebieden in de Achterhoek zouden

negende tot in de elfde eeuw. In geschreven bronnen

een voor de hand liggende oostgrens zijn, maar het

is er tussen grofweg 850 en 1018 sprake van een

gebied rond Winterswijk en Vreden wordt ook wel

hoog adellijk geslacht die opduiken als 'graven van

als 'Saksisch' Hamaland aangeduid.43

Hamaland'. De naam 'Hamaland' is afgeleid van de Frankische stam der Chamaven. Het kerngebied van

Gouwen en domeinhoven Hoewel er ook in de zesde en zevende eeuw in Oost-

Andersom

Nederland al elites bestaan, zoals onder andere uit

goederen aan abdijen of kerken. Bij elke hof hoort

opgravingen bij Zutphen aan het licht komt, wordt

een reeks van goederen, meestal bestaande uit

hun rol pas vanaf de achtste eeuw duidelijker.

meerdere boerderijen, die worden bewoond door

Het is het moment dat de Franken de macht in

horigen. De horigen staan enerzijds een deel van hun

onze regio naar zich toe trekken. De macht van de

oogst af aan de eigenaar van hun goed en verrichten

Frankische koning is in juridische zin op drie zaken

daarnaast allerlei diensten voor het (domein)hof. Op

gebaseerd: de rechtspraak, het foreestrecht op de

elk hof zit een meier die de goederen en horigen

woeste gronden en het uitgeven van domeinhoven.

aanstuurt. Dit domaniale stelsel of hofstelsel is

Deze laatsten bestaan uit grond, gebouwen en

volgens deskundigen tussen de achtste en elfde

horigen. Omdat de koning het dagelijks bestuur

eeuw opgebouwd en heeft vervolgens in steeds

niet zelf kan uitoefenen, wordt het rijk verdeelt in

gewijzigde vorm tot aan de zestiende eeuw stand

gouwen. In Oost-Nederland kennen we uit vroeg-

kunnen houden. De overgrote meerderheid van deze

en volmiddeleeuwse oorkonden de namen van de

boerderijen en landerijen zijn dan in handen van

gouwen Salalant (Salland), Islegowe (IJsselgouw),

de bisschop van Utrecht. Daarnaast bezitten de

Hamaland (gedeeltelijk Achterhoek en Veluwe) en

bisschop van Münster, de abdij Werden, de abdij

Theuenti (Twente). Het zijn gebieden waarvan

Prüm, het stift Essen, het stift Vreden, de kapittels

de precieze begrenzing nog altijd een bron van

van Deventer en Zutphen, de graaf van Bentheim, de

wetenschappelijke discussie is en die door de tijd

graaf van Zutphen en talrijke andere domeinheren

ook veranderde. Gouwgraven worden de bestuurders

op het huidige Nederlandse en Duitse grondgebied

van deze gouwen. Zij zijn meestal afkomstig uit hoge

tevens (domein)hoven in Salland, Veluwe of de

adellijke kringen. In de bestuurslaag daaronder

Achterhoek.40 Ook Deventer ligt aanvankelijk voor een

geeft de koning domeinhoven uit. Deze laat hij

deel binnen Hamaland en kent dezelfde bestuurders.

besturen door adel en geestelijke instellingen.

De grens tussen Gelre en het Oversticht, dwars door

schenken

adellijke

families

tevens

de Regio Stedendriehoek, wordt vooral van belang nadat bisschop van Utrecht landsheer wordt.41

48

IJzerertsindustrie, houtskoolmeilers en de Hunneschans Op de Veluwe is ijzer voorhanden in de vorm van klapperstenen: grote knollen met een schil van leem en een kern van ijzererts. Vooral direct ten westen van Apeldoorn zijn op de stuwwalranden grote hoeveelheden klapperstenen aanwezig. In de westelijke zone van de Achterhoek en in Salland, van 's-Heerenberg tot Raalte, zijn grote hoeveelheden moerasijzererts in de natte, drassige bodems te vinden. Hier had het ijzer zich in dikke lagen afgezet door het stagnerende water uit het achterland. Het erts (de wetenschappelijke benaming is limoniet) wordt door de boeren 'ijzeroer' genoemd. Rondom Deventer is al in de late Romeinse tijd sprake van een ijzerindustrie. IJzerovens uit de vroege middeleeuwen zijn opgegraven in het Orderbos in Apeldoorn en in Loenen. Ze stammen uit de zevende tot twaalfde eeuw. Waarschijnlijk lag het hoogtepunt in de achtste en negende eeuw en de verwachting

van meilerkuilen, waarin houtskool wordt gebrand dat weer als brandstof diende voor de smeltovens en smederijen, zijn een indicator voor de omvang en datering van de ijzerproductie. Ze zijn onder andere aangetroffen bij opgravingen in Zutphen, bij Radio Kootwijk en in de buurschap Leesten. In Uddel zijn bij opgravingen tevens smeedactiviteiten aangetoond in en nabij ingegraven hutten. Daarnaast bevonden zich op de Veluwe twee versterkingen die traditioneel in verband gebracht worden met de ijzerproductie: de Duno bij Heveadorp (buiten de Regio Stedendriehoek) en de Hunneschans bij Uddel. De Hunneschans heeft een diameter van circa 100 meter, een oorspronkelijk ongeveer 4 meter hoge wal met een forse palissade erop en een 3,5 meter diepe, droge gracht. De aanleg van de ringvormige versterking wordt rond 900 gedateerd.44

is dat dit samenvalt met de toegenomen militaire activiteit van de Franken. Met name de vindplaatsen

De Hunneschans ligt aan het Uddelermeer. De verwachting is dat de schans uit het jaar 900 dateerd en dat het is aangelegd als onderdeel van de ijzerertsindustrie.

49

Kampenlandschap Vermoedelijk rond de twaalfde eeuw, zijn vrijwel

landschap zijn het hoevenlandschap (verspreid

alle

liggende boerderijen) of het coulissenlandschap

grotere

stuwwalflanken

dekzandeilanden bezet

met

en

geschikte

boerderijen.

In

de

(talrijke

houtranden

achter

elkaar).

Via

een

twaalfde en dertiende eeuw vindt dan ook een

spinnenweb van kronkelende wegen rijd je vaak van

nieuwe expansie van bewoning plaats die zich richt

boerderij naar boerderij, die elk verscholen liggen

op de kleinere dekzandkoppen. De boerderij wordt

in hun met bomen omringde kampen.45 In de Regio

doorgaans op de flank van zo’n dekzandkop gebouwd.

Stedendriehoek vinden we het kampenlandschap

Het bouwland ligt op de hogere delen van de rug

met name terug in de Achterhoek en in Salland,

en de graslanden legt men aan in de aangrenzende

waaronder tussen Zutphen en Lochem, bij Barchem,

dekzandlaagten. Omdat iedere kolonistenfamilie dit

rondom Zwiep, bij Blankenberg en achter Diepenveen.

meestal individueel doet, dient men elk perceel ook

Maar ook ten westen van de lange dekzandrug

zelfstandig te omgrenzen door een houtwal. Daarbij

waarop Voorst, Bussloo, Posterenk en Twello liggen.

worden meestal de hoogtelijnen en natuurlijke

Tegenwoordig is het landschap op deze plekken reeds

begrenzingen van het bestaande landschap gevolgd,

behoorlijke open geworden en zijn de kamertjes

waardoor veel percelen een onregelmatige vorm

meestal aan het verdwijnen. Op enkele plekken is dat

kregen. Zo’n omheind perceel heet een kamp, het

reeds het geval, zoals bij Nettelhorst en Lettele.

bijbehorende ‘kamertjeslandschap’ noemen we het kampenlandschap. Andere termen voor ditzelfde

Bij Laar is een restant van een kampenlandschap te herkennen. De Nijmolense beek loopt hier door een aantal percelen waarvan de resten van de oude beplanting nog te zien zijn.

50

Veluwse maalschappen beheren loofbossen In de uitgestrekte heidevelden van de Veluwe

er op de Woldberg bij Heerde en Wapenveld geen

liggen verspreid enkele grote boscomplex. Het zijn

malebossen

de malebossen van de maalschappen. Het bestuur

eeuw lijkt het erop dat de boeren hun aandeel in

van de maalschap beheert de bosgebieden voor

de bossen gaan verkopen. Er komen steeds meer

de aandeelhouders. Dat zijn in vroegere tijden de

‘buitenmalen’ in plaats van ‘binnenmalen’ in de

boeren van de buurtschap die er vaak naast ligt. Het

maalschap. De malenbossen komen daardoor steeds

bos wordt ook vaak naar de buurtschap vernoemd. Zo

meer los van de buurtschap te staan. In totaal zijn

zijn er bijvoorbeeld het Gortelsche Bos, het Vrijbosch

er 47 maalschappen op de gehele Veluwe geweest.

(bij Niersen), het Uddelsche Bosch, het Wiesselse

De middeleeuwse rechtsvorm van de maalschappen

Bosch en de Hoog-Soerensche Bossen. Daarnaast

verdwijnt aan het einde van de negentiende eeuw.

zijn er nog het Orderbosch, het Ugcheler Bosch, het

De maalschappen worden, als bosmarken, door de

Spelderholt (bij Beekbergen) en het Loenensche Bosch

Markewet uit 1886 onder één noemer geschaard met

bij Loenen. De bossen hebben met elkaar gemeen dat

de markegenootschappen. Door de omzetting naar

ze allemaal op de gestuwde, bruine zanden van de

naamloze vennootschappen kan de continuïteit van

Veluwe zijn aangelegd. Deze zijn iets voedselrijker

sommige maalschappen toch worden gewaarborgd.46

voorkomen.

Vanaf

de

zeventiende

en daardoor is het regeneratieve vermogen van deze gronden iets hoger. Het is de reden waarom

Op deze kaart van De Man uit 1810 zijn de malebossen van het Uddeler Bosch en de Hoog-Soerensche Bossen te zien. Rondom de bossen is een weg aangelegd die tegelijkertijd dienst doet als brandgang. Mochten de boeren de heide afbranden dan sloeg het vuur niet in één keer over naar de malenbossen.

51

2. Stadsontwikkeling met de Hanzesteden Deventer en Zutphen Deventer als handelsstad en kerkelijk centrum De ontwikkeling van de middeleeuwse stad Deventer begint in de achtste eeuw. De drie hoger gelegen delen in Deventer, de Noordenberg, de Assenstraat en het Bergkwartier, zijn dan bewoond. Op het moment dat Lebuinus in de achtste eeuw zijn kerk sticht, is Deventer vermoedelijk niet meer dan een cluster boerderijen. Maar door de ligging op een locatie waar de IJssel kan worden overgestoken en de aanwezigheid van een kerk met geestelijken wordt de nederzetting in de periode die volgt steeds belangrijker. In de tweede helft van de negende eeuw wordt de nederzetting in percelen verdeeld, die tot op de dag van vandaag de basis vormen van de inrichting van de binnenstad. De ontwikkeling vindt vermoedelijk plaats op een koninklijk domein, die een deel van zijn rechten afstond aan de bisschop. In deze periode groeit de religieuze functie doordat Deventer

enige

tijd

de

bisschoppelijke

zetel

herbergt. De belangrijkste straten van de binnenstad komen tot stand en de stad kan gaan groeien. Aan het einde van de negende eeuw wordt Deventer echter slachtoffer van plunderende Vikingen. Een deel van de stad gaat in vlammen op. Om meer plunderingen te voorkomen wordt kort na deze aanval de eerste verdedigingswal aangelegd. Meestal wordt deze wal de ‘Vikingswal’ genoemd.47 Deventer wordt vanaf 1046 tevens bestuurscentrum van de bisschop van Utrecht en neemt daarmee een centrale rol in het Oversticht in. Rond 1050 wordt de bestaande wal rond de stad naar buiten verhoogd en verbreed. Voor de nieuwe wal komt een bredere en diepere gracht te liggen. Rond 1200 wordt het Noorderbergkwartier met Bergkerk onderdeel van stad. De Bergkerk is de parochiekerk voor groot deel van omliggend platteland. Het is één van de redenen waarom lang geen echte dorpen rondom Deventer ontstaan. De bisschop heeft met het toewijzen van boerderijen, zoals de hof te Colmschate, in de omgeving een belangrijke invloed op het platteland.48 Een halve eeuw later, rond 1250, wordt begonnen met de bouw van een dubbele

Jacob van Deventer maakte in de tweede helft van de zestiende eeuw een kaartenboek met de plattegronden van de steden in Nederland. De steden hebben daar nog hun middeleeuwse vorm. Niet veel later krijgen de meeste steden een moderne vestingwerk met grotere en bredere grachten en aarden wallen in plaats van een muur.

52

bakstenen muur, torens en poorten. De zone tussen

van een regionale machthebber. De omwalde plaats is

de muren is militair gebied. Tussen de dertiende en

de kiemcel van de latere stad. Ondanks de omwalling

vijftiende eeuw maakt Deventer een groeiperiode

wordt Zutphen, waarschijnlijk in 882, geplunderd en

door, is Deventer lid van het Hanzeverbond en vindt

verwoest. Na de Vikingaanval wordt ook in Zutphen

er een geleidelijke verstening van de huizen plaats.

een grote ringwalburg aangelegd. De gracht is 18

De Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) maakt echter

meter breed, enkele meters diep en de omwalling

een einde aan de economische groei van de stad

heeft in de basis een breedte van 25 meter. De

Deventer. Tijdens de belegeringen van 1578 en 1591

verwoeste oude houten zaal wordt herbouwd in een

loopt de stad enorme schade op, ligt de handel stil

nog imposantere houten vorm van bijna 29 meter

en ontvolkt het platteland. De belegeringen maakten

lang en tien meter breed. De ringwalburg wordt

duidelijk dat de stadsmuren niet meer bestand zijn

de blauwdruk voor de latere stad. Ook nu nog is de

tegen de toegenomen vuurkracht en daarom wordt

ligging goed herkenbaar in de huidige topografie

aan het begin van de zeventiende eeuw besloten

van de stad. De wallen en grachten aan de noord- en

tot de bouw van een vesting met aarden wallen en

oost- zijde tekenen zich namelijk af in het verloop

grachten. Deze komt op het middeleeuwse landschap

van de huidige markten Groenmarkt, Houtmarkt en

voor de muren te liggen.

Zaadmarkt. Het gebied rondom Zutphen, met zowel

49

koningsgoederen als bezittingen van de Utrechtse

Zutphen als machtscentrum De nederzetting Zutphen ontstaat aan het einde van de Romeinse tijd op een rivierduinencomplex nabij de monding van de Berkel in de voorloper van de IJssel. Vermoedelijk is deze nederzetting vanaf het begin af aan versterkt geweest. Aan de Houtmarkt is namelijk een dubbele omgrachting vastgesteld en gedateerd in omstreeks de vierde eeuw. Te denken valt aan een centrale rechtsplaats, een marktplaats of een zetel

kerk, verschillende kloosters en adellijke families, wordt in die periode vanuit Zutphen beheerd en bestuurd door de graven uit het Hamalandse huis. In 1584 wordt Zutphen belegerd door het Staatse leger om de Spanjaarden uit de stad te verjagen. Eén van de belegeringsschansen is recentelijk teruggevonden aan de westkant van de IJssel. Zutphen wordt na de overgave van de Spanjaarden een vestingstad met uitgebreide vestingwerken.50

De stadsontwikkeling van Lochem Lochem gaat, net als Deventer en Zutphen, terug tot de vroege middeleeuwen. Omstreeks 900 moet er al een houten kerk hebben gestaan. De ligging aan de Berkel is waarschijnlijk de reden dat Lochem in die tijd al een belangrijke plaats is geweest. In 1233 krijgt Lochem stadsrechten. Daarmee kan de stad gaan groeien en wil het op een gegeven moment overgaan tot de bouw van een verdedigingsstelsel. De bouw van een muur en een dubbele gracht worden in 1330 aan Lochem toegekend. Zowel in de zestiende als in de zeventiende eeuw wordt Lochem meerdere malen belegerd: door Staatsen, door Spanjaarden en door de bisschop van Münster. De stad Lochem wordt in de Vestingwet uit 1591 niet aangewezen als vestingstad. Lochem heeft daardoor nooit een breder en complexer vestingswerk gekregen.

Op deze luchtfoto uit de jaren dertig van de vorige eeuw is de middeleeuwse structuur van de Lochemse binnenstad nog goed te zien. Een gedeelte van de gracht is ook nu nog aanwezig.

53

Op deze topografische kaart van Gelderland uit 1841 - 1843 is Zutphen en omgeving te zien

54

Ontwikkeling tussen stad en platteland (1300-1800)

de inwoners van voedsel te voorzien. Instellingen

De steden Deventer, Zutphen en Lochem hebben

in de Polder Nijbroek. Datzelfde geldt voor het

vanaf de late middeleeuwen een belangrijke rol

aandelensysteem van de Veluwse malebossen, zoals

in de Regio Stedendriehoek gespeeld. De steden

het Spelderholt, Uchelerbos en de Hoog-Soerensche

structureren de ruimtelijke ordening zowel in de

Bossen. Vanaf de zeventiende eeuw zijn ook daar een

stad als ver daarbuiten op het platteland. Aan de ene

groot aantal stedelijke instellingen aandeelhouder

kant doordat de stad allerlei faciliteiten biedt die

om het jaarlijks te kappen hout te bemachtigen.

op het platteland niet te vinden zijn, zoals scholing,

Van meer religieuze aard zijn de kloosters met het

kerken, een marktplaats of bedrijfslocaties. De

gedachtegoed van de Moderne Devotie die worden

steden trekken daarmee de bewoners van het

gesticht. In de veertiende eeuw verspreid het

platteland naar de stad. Van dichtbij, maar ook van

gedachtegoed van Geert Grote zich vanuit Deventer

verder weg. Wegen van bovenlokale betekenis, zoals

over de wijdverspreide omgeving. In eerste instantie

de Hanze- en Hessenwegen, gebruiken Deventer

wordt, net buiten de Regio Stedendriehoek, in

en Zutphen vanuit het oosten als knooppunt. Voor

Windesheim een klooster gesticht. Daarna volgen

veiligheid en voor het bedrijven van handel. Vanuit

al snel andere kloosters. In Diepenveen wordt een

het westen heeft bijvoorbeeld Zutphen een directe

vrouwenklooster gesticht. Wapenveld volgt met het

lijn met Holland. Deze drukke handelsroute zorgt

klooster Hulsbergen. Deze kloosters hebben met

voor oponthoud voor de brug en de poort en zijn

het aanleggen van wegen, dijken en afwatering

de reden dat aan de westzijde van de IJssel logies

het middeleeuwse landschap van de veertiende en

ontstaan. De buurtschappen rondom de stad gaan

vijftiende eeuw behoorlijk beïnvloed. Daarnaast

vaak in de stad naar de kerk, waardoor een eigen

kunnen havezathes en boerderijen in de directe

kerk en begraafplaats vaak lange tijd achterwege

omgeving van de stad uitgroeien tot buitenplaatsen

blijven.

van de stedelijke elite. Zowel rondom Deventer,

51

uit Deventer hebben vanaf de veertiende eeuw bijvoorbeeld een grote hand in de boerderijen

Zutphen en Lochem is dit het geval. Aan de andere kant is er ook een omgekeerde werking. De steden oefenen invloed uit op de directe landelijke omgeving. Boerderijen worden door de stad en stedelijke instellingen aangekocht om

55

Het Hanzeverbond versterkt de internationale handel De Noord-Duitse steden gaan in de loop van de

Het Hanzeverbond geeft de steden een bevoorrechte

veertiende

samenwerken

handelspositie, al zijn er in die periode ook veel

onder de naam van de ‘Dudensche Hense’. Lübeck is

eeuw

steeds

nauwer

andere, meer lokale, samenwerkingen. Met de

daarbij de belangrijkste stad en ligt aan de Duitse

winsten uit de veertiende en vijftiende eeuw worden

kant van de Oostzee. In 1418 wordt dan ook vanuit

in de binnensteden van Deventer en Zutphen grote

Lübeck het internationale Hanzeverbond opgericht.

woon- en pakhuizen gebouwd. Tegen het einde van

Als eerste Nederlandse stad wordt Kampen in 1441

de vijftiende eeuw wordt duidelijk dat de monopolie

toegelaten tot ‘de Hanze’ en later geldt dat ook

op de Oostzeehandel niet meer te handhaven is. Daar

voor Elburg, Zwolle, Deventer en Zutphen. Hasselt,

komt nog bij dat de IJssel en verzandt en daardoor

Ommen en Hattem spelen een kleine rol op het

minder goed bevaarbaar is. In de eeuw daarna

internationale handelstoneel en zijn niet zelfstandig

wordt de ooit zo belangrijke handelspositie van de

lid. Hasselt valt als ‘bijstad’ onder Zwolle, Ommen

Hanzesteden overgenomen door de steden in Holland.

is een bijstad van Deventer en Hattem van Arnhem.

Deze beleven dan hun gouden eeuw.52

Deze luchtfoto van Zutphen is genomen voor de Tweede Wereldoorlog. De stad ademt daar, nog meer dan nu het geval is, de sfeer van het middeleeuwse Zutphen uit. Al blijft dat subjectief, want ook tussen de middeleeuwen en de twintigste eeuw heeft de staan aanpassingen ondergaan.

56

De Sallandse Landweer De huidige provinciegrens was vroeger de grens

is rond 1367 de Swormertoren gebouwd. Het ligt

tussen Gelre en het Oversticht. Gelre is het gebied

op het kruispunt van de Schipbeek en de Oxersteeg.

van de graven, en later de hertogen, van Gelre. Het

Ten oosten van Bathmen lag kasteel Arkelstein en

Oversticht behoort tot de bisschop van Utrecht. In de

bij Holten begon men in 1381 met de bouw van

veertiende eeuw liet de bisschop samen met de stad

kasteel Waardenburg. De Sallandse Landweer is niet

Deventer een sterke verdedigingslinie aanleggen

de enige verdedigingswal. Rondom Deventer ligt

om zijn gebied te verdedigen tegen aanvallen uit

een heel stelsel van landweren uit de veertiende

Gelre. Deze verdedigingslinie wordt de Sallandse

eeuw. Op de westelijke IJsseloever wordt de bandijk

Landweer genoemd. Deventer heeft belang bij

bijvoorbeeld tot landweer ingericht. Maar ook ten

deze verdedigingslinie, omdat de linie langs de

noorden en oosten van de stad worden verschillende

Schipbeek komt te liggen. De Sallandse landweer

landweren aangelegd, die aansloten op de Sallandse

is omstreeks 1385 aangelegd en loopt langs de

landweer. In het begin van de zestiende eeuw raakt

Schipbeek van Deventer tot voorbij Bathmen, volgt

de verdedigingslinie in verval. Karel V heeft het

daar de Oude Schipbeek en vanaf landgoed Snatergat

hele grondgebied onder centraal bestuur gebracht,

de Dorperdijk tot in Holten. Op strategische plaatsen

waardoor de vijandelijkheden tussen Gelre en het

worden versterkingen gebouwd. Bij het klooster Ter

Oversticht tot het verleden behoren.53

Hunnepe is een wachtpost, verder naar het oosten

Deze rustig ogende Oude Schipbeek is een paar eeuwen lang onderdeel geweest van de verdedigingslinie van de Sallandse landweer die tussen Deventer en Holten liep. Aan de linkerkant heeft kasteel Arkelstein gelegen. Daar is tegenwoordig niets meer van terug te zien in het landschap.

57

58

Dorpslandschappenkaart

Legenda Maalschap Dorpslandschap

59

3. Doorgaande bedijking temt de IJssel De Sallandse Dijk Vanaf de twaalfde en dertiende eeuw worden langs

deze punten gekanaliseerd. De dijken zijn in de

de IJssel kades en dijken aangelegd. Eerst nog als

vijftiende en zestiende eeuw nog relatief laag.

bescherming voor één of meerdere dorpsgebieden.

Dat komt onder andere, omdat de boeren nog een

Aan het begin van de veertiende eeuw is het

belang hebben om periodieke overstromingen op

echter zover dat aan beide kanten van de IJssel

hun weilanden te hebben om de vruchtbaarheid te

de dijken als lange doorgaande linten het gehele

vergroten.54

achterland beschermen tegen overstromingen van het IJsselwater. Tegelijkertijd met het

De Veluwse Bandijk

aanleggen van de dijken worden de Sallandse

In de veertiende eeuw komt ook aan de Veluwse kant

doorstroommoerassen en de Veluwse broekbossen

van de IJssel een sluitende dijk tot stand. Het is de

ontgonnen. Als het bos er is afgehaald, zijn de

Veluwse Bandijk die van Wapenveld in het noorden

natte gebieden namelijk uitstekend als weide- of

tot aan Twello in het zuiden loopt. Bij Wapenveld

hooiland. De graslanden zorgen voor een grote

worden sluizen aangelegd om het water van de

uitbreiding van het landbouwareaal. Daarom zorgt

weteringen richting de IJssel door te laten. In de

de bisschop van Utrecht er in 1308 voor dat met

vijftiende eeuw wordt de Veluwse Bandijk vanaf

‘dijkbrieven’ de bedijking en afwatering in Salland

Twello nog verder naar het zuiden toe doorgetrokken.

op een gestructureerde manier wordt opgepakt. De

De IJssel ligt daar dieper in het landschap en is

Sallandse Dijk loopt daarbij van Deventer tot aan

daarom nog niet bedijkt. Maar ook bij zeer hoge

IJsselmuiden. Het gehele landschap verandert in

waterstanden overstroomt zelfs dit gebied. Nadat

korte tijd van aangezicht. In de nieuwe doorgaande

in 1433 er opnieuw een overstroming is geweest,

dijken worden plaatselijk uitwateringssluizen

wordt besloten om de Veluwse Bandijk vanaf Twello

aangelegd, zoals bij Rande, Windesheim en

te verlengen richting Appen bij Voorst. Het gebied

Scherpenzeel. De laatste twee liggen buiten de

ten zuiden van Voorst kreeg pas in de negentiende

Regio Stedendriehoek. Vanaf het midden van

eeuw een sluitende bedijking.55

de veertiende eeuw worden bij Deventer en Zutphen de meanders doorgraven en de IJssel op

Vanaf het midden van de veertiende eeuw worden bij Deventer en Zutphen de IJsselmeanders doorgraven. De oude meanders liggen bij beide steden nog als relicten in het landschap.

60

Dijkterugleggingen bij Werven Na het sluiten van de Veluwse Bandijk breekt met

dijk na nog een teruglegging op zijn huidige plek

name ten noorden van Werven de dijk veelvuldig

te liggen. Een groot aantal kolken, met namen als de

door. De dijk wordt daarom meerdere keren

Zwarte Kolk en de Kilikweide Kolk, herinneren aan

teruggelegd. De eerste keer moet dat vrij snel na

de oude verdwenen dijk. Door de dijkteruglegging

de eerste bedijking zijn geweest. De dijk wordt

is een dynamisch buitendijks landschap van veertien

teruggelegd vanaf de rivier om landinwaarts bijna

vierkante kilometer ontstaan, waar met het hoge

haaks op de hogere zandgronden van het Kloosterbos

water van de IJssel wordt geleefd. Op de natuurlijke

aan te sluiten. Het betekent dat de Hoenwaard bij

hogere zandkoppen liggen de oude boerderijen

Hattem, de Grote Wetering en de afvoer van de

het Oever, Kromholt, de Belt, Hezenberg en het

Nieuwe Wetering vanaf de dijk buitendijks komen

verdwenen klooster Hulsbergen.56

te liggen. Toch lukt het ook na deze teruglegging niet om de dijk in het watergeweld op zijn plek te houden. De dijk breekt nogmaals meerdere keren door en pas vanaf de zeventiende eeuw komt de

Op deze kaart van Nicolaas van Geelkercken uit 1628 staat de dijkteruglegging bij Werven uitgetekend. De restanten van de oude dijken zijn inmiddels verdwenen. De doorbraakkolken liggen er nog wel.

61

4. Veluwse en Sallandse weteringen ontwateren broekmoerassen

Om het gebied echt goed te kunnen ontwateren worden tussen de Veluwe en de IJssel vier hoofdweteringen aangelegd. De voornaamste en waarschijnlijk de oudste van deze weteringen is

Veluwse weteringen en de Grift Na het ontstaan van de IJssel wordt het veengebied, dat in de laagte tussen de Veluwe en de Sallandse Heuvelrug ligt, overspoeld met klei en zand. Met name aan de Veluwse kant ontstaan op deze manier op afstand van de rivier grote ‘komkleigebieden’. Het zijn gebieden waar door stagnerend IJsselwater de fijnste kleideeltjes kunnen bezinken. Het dikke kleipakket en de zandige oeverwallen zorgen er vervolgens voor dat de afwatering stagneert en broekbossen kunnen ontstaan. Met de verdeling van de dorpslandschappen en de ontginning tot hooilanden ontstaan daarbij ook de namen die we nu kennen, zoals het Lutterbroek, Wapenveldse Broek, Vorchter Broek, Hoornsche Broek, Zijbroek, Assendorpsche Broek, Veesser Broek, Gulbroek, Oenensche Broek, Voorbroek, Achterbroek, Emsterbroek, Neerbroek, Nijbroek,

Overbroek,

Vaassense

Broek

en

het

Zuidbroek. Om de broeken te ontwateren worden er sloten gegraven die in eerste instantie via oude meanders afwateren op de IJssel. Tussen Werven en Marle heeft bijvoorbeeld nog tot in de negentiende eeuw een oude IJsselmeander dienst gedaan als ‘leigraaf’.

de Groote Wetering, die met een lengte van meer dan dertig kilometer tussen Klarenbeek en Hattem stroomt. Waarschijnlijk is deze wetering omstreeks 1328 aangelegd. De Nieuwe wetering, waarvan het kronkelige benedenstroomse gedeelte ook wel de Euvergunne wordt genoemd wordt aangelegd voor het ontwateren van de gronden vanaf Apeldoorn. Vanaf Terwolde wordt de Terwoldse Wetering gegraven. Op de grens van de hogere Veluwe en de IJsselvallei wordt daarnaast nog de Grift gegraven. Deze vangt met name het water van de Veluwe af, zodat dit niet meer de broekgebieden in kan stromen. De weteringen wateren op elkaar af om vervolgens als één waterloop richting Hattem af te stromen. Bij Hattem komen de weteringen en de Grift samen om daarna in de IJssel uit te monden. Met dwarskades, haaks op de weteringen, wordt door de bewoners geprobeerd om een teveel aan water buiten de hooilanden te houden. Vaak worden ze aangeduid als ‘kadijken’ en ‘vloeidijken’. In totaal zorgt het stelsel van weteringen en dwarskades ervoor dat een gebied van 200 km2 tussen Voorst en Hattem wordt ontwaterd en beschikbaar komt voor landbouw.57

Het Eperbroek op de grens met Emst laat zien hoe vlak de komkleigronden achter de oeverwallen van de IJssel waren. Op de achtergrond is een gedeelte van de beboste Veluwe te zien.

62

In de omgeving van Lochem zijn geen weteringen aangelegd. Om het Lochemse Veen, Langensche Veen en het Barchemse Veen te kunnen ontwateren wordt daar de Barchemse Veengoot aangelegd. Deze ontspringt ten zuiden van Barchem en stroomt ten westen van Lochem de Berkel in. Na de ontwatering worden de veengebieden als landbouwgebied in gebruik genomen. De stedelijke uitbreiding van Lochem heeft inmiddels met de wijken Molengronden en Lochem-West de oevers van de Barchemse Veengoot bereikt. Bij hoogwater geeft dat problemen, omdat de natuurlijke reactie is dat de Berkel het water van de Barchemse Veengoot en de Nieuwe Beek opstuwt.

Sallandse weteringen en het Zwarte Water Aan de Sallandse kant ontstaat door de overstromingen

op enkele plekken onder natuurlijk verval nog op

van de IJssel een mengeling van verspoeld dekzand

de IJssel afwateren, waaronder bij het Randerzijl.

en rivierafzettingen. In de Regio Stedendriehoek is

Door de doorgaande afzettingen van de IJssel is dat

daar ook minder sprake van het ontstaan van grote

later niet meer mogelijk. Bij Diepenveen maken de

komkleigebieden. De afzettingen van de IJssel zorgen

leigraven en weteringen ondertussen een bocht en

ervoor dat het water steeds lastiger zijn weg naar het

het gehele Sallandse moerassengebied gaat dan,

laagste punt kan vinden. Waar de IJssel geen invloed

parallel aan de IJssel, afwateren richting Zwolle

heeft op het Sallandse dekzandlandschap zorgen

met grote weteringen. Na Zwolle worden deze via

dekzandlaagtes tevens voor stagnerend water. Ook

het Zwarte Water naar de Vecht afgevoerd. Van west

daar ontstaan doorstroommoerassen en broekbossen.

naar oost zijn dit de Zandwetering, Soestwetering,

Deze worden ontwaterd door de lage, natte gronden

Oude Wetering en Nieuwe Wetering. Dit stelsel

met elkaar te verbinden met ´leigraven´. Dat gebeurt

van

in eerste instantie tussen de oostwest georiënteerde

grotendeels buiten de Regio Stedendriehoek, maar

dekzandruggen, waardoor de leigraven ook oostwest

doordat het ´brongebied´ van de leigraven in de

lopen, zoals de Averlosche Groote Leide, de

Regio Stedendriehoek begint, zijn ze sterk met de

Soestwetering, de Borgerleide, de Vloedgraven en de

regio verbonden.58

noordzuid

georiënteerde

weteringen

ligt

Zandwetering. Aan het begin kunnen deze leigraven

63

Themakaart Weteringen en IJsselbedijking

64

i

INTERMEZZO: DE RELATIE TUSSEN DE MIDDELEEUWSE BEWONERS EN HUN LANDSCHAP IN TIJDSVENSTER 2

Voedselproductie en landschap De afhankelijkheid van de bodemvruchtbaarheid en de waterhuishouding is nog steeds groot in de middeleeuwen. Toch worden met de ontginning van de broekbossen en het graven van weteringen grote arealen landbouwgrond toegevoegd in de IJsselvallei. Het zijn met name hooilanden. Op de enken wordt tijdens de middeleeuwen nog steeds veel graan geteeld, zoals gerst en haver, maar rogge neemt gaandeweg de overhand. Met de komst van kloosterlingen en een rijke elite worden ook nieuwe producten aangevoerd. Er worden fruitsoorten, noten en peulvruchten geïntroduceerd en langs de IJssel bij Werven, Vorchten, Veessen, Welsum en Terwolde verschijnen steeds meer boomgaarden op de oeverwallen. In de vroege middeleeuwen drinkt men eerst nog gruitbier, maar in de loop naar de late middeleeuwen wordt steeds meer hop verbouwd rond de steden, waaronder bij Deventer. Andere gewassen die in opkomst zijn, zijn knollen, wikke en spurrie. Ze worden geteeld als voedsel voor het vee. Boekweit is er voor de productie van meel. Tegelijkertijd neemt de hoeveelheid vee toe. De hooilanden zorgen ervoor dat vee ook in de winter kan worden gevoed. Er lopen grote kuddes met schapen op de heide, varkens in de bossen en runderen op de weides. Ook de paardenfokkerij is lange tijd van aanzienlijke omvang, maar dit neemt af aan het einde van de middeleeuwen.60

Mobiliteit en economische relaties

Regio Stedendriehoek in Arnhem, Hattem, Zwolle en Goor. Producten die langer houdbaar zijn, zoals granen,

gedroogd

vlees

en

gebruiksproducten

worden over een langere afstand verhandeld. De geldeconomie heeft daarnaast haar intrede gemaakt. Zutphen en Deventer profiteren als Hanzesteden in de late middeleeuwen van een bevaarbare IJssel en Zuiderzee. Ze handelen vooral langs de Oostzee en de Noordzee. Het is ook in deze periode dat regio’s zich gaan specialiseren. Er komen bosbessen van de Veluwe, vis uit de Zuiderzee en de IJssel, fruit vanaf de oeverwallen en de rivierduinen en graan van de enken uit Salland en de Achterhoek. Tegelijkertijd worden er langs de IJssel bakstenen gebakken, komen papier en koperen platen van de Veluwse watermolens en komt er hout uit de maalschappen op de Veluwe. Om aan de grote vraag naar timmerhout te voldoen drijven houtvlotten uit Münsterland de Berkel en de Schipbeek af. Datzelfde geldt voor Baumberger zandsteen. Over land worden via Hessenwegen veel goederen aangevoerd. Alles bij elkaar bepaalt het landschap nog steeds wat er landbouwkundig mogelijk is, maar zorgen de steden, de IJssel, de Zuiderzee, de Oostzee en het Duitse achterland ervoor dat er in de Regio Stedendriehoek een levende internationale handel is in allerhande producten.

Sociale netwerken De wijdverspreidheid van de prehistorische, sociale netwerken lijkt voor de gemiddelde inwoner in de middeleeuwen af te nemen. Handelaren en de

Een aantal van de nederzettingen die de Franken

elite lijken er een breder, sociaal netwerk op

hebben gesticht, groeien in de middeleeuwen uit

na te houden dan de boeren en keuters die in de

tot onze huidige dorpen en het typische landschap

markegenootschappen wonen. Het noaberschap komt

van Salland, de Achterhoek en de Veluwe. De

daarin opzetten. Dat is overigens op de Veluwe net

voedselproductie is vooral voor de regionale

zo groot als in Salland en de Achterhoek. Kerken en

dorpen en steden bestemd. Het is de snelheid van

burgerinitiatieven vanuit een geloofsovertuiging

reizen en de houdbaarheid van de producten dat

trekken een groot gedeelte van het sociale netwerk

bepaalt tot welke afstand een product kan worden

naar zich toe. Op platteland is het belang van

verhandeld. Daarom worden veel producten lokaal en

informeel netwerk juist belangrijk.61

regionaal aangeboden op de markten in de steden Deventer, Zutphen en Lochem, maar ook buiten de

65

Nijbroek wordt ontgonnen de

Een groot deel van de kavels komt echter in handen

projectontwikkelaars van hun tijd, krijgen op 25

van kloosters en vermogende particulieren uit de

april 1328 van de graaf van Gelre opdracht om

stad. Het klooster Ter Hunnepe bij Deventer heeft

het broekgebied tussen Terwolde en Vaassen te

bijvoorbeeld kavels in Nijbroek en dat geldt ook

ontginnen. De omliggende gebieden zijn reeds

voor de Sint Augustinusgilde en het Sint Lebuinus-

ontgonnen en Nijbroek is nu aan de beurt. Deze

kapittel in Deventer.59

Twee

zogenaamde

‘locatores’,

feitelijk

locatores zorgen voor de ontwatering van het gebied, voor het uitzetten van de Middendijk als fysieke basis van waaruit de ontginning wordt uitgevoerd en voor de verkaveling in 'hoeven'. Deze laatsten zijn kavels van zestien morgen, ongeveer veertien hectare, groot. Een morgen is de hoeveelheid land die in één ochtend bewerkt kan worden. Vanaf de Middendijk worden in beide richtingen evenwijdige sloten gegraven om de kavels van elkaar te scheiden. Hoe dieper de percelen, hoe smaller ze zijn om bedrijven van gelijke grootte te krijgen. Het slagenlandschap krijgt daardoor verschilende maten van zestig en negentig meter breed. Op deze manier is er plek voor bijna honderd nieuwe boeren in Nijbroek.

De lange smalle kavels van Nijbroek zijn op enkele plekken nog steeds in het landschap te herkennen. In 2028 is het zevenhonderd jaar geleden dat ze zijn ontworpen en aangelegd.

takken op de Buurserbeek. Via de Buurserbeek en

5. De Schipbeek onthoofdt de Regge en de Berkel wordt bevaarbaar

de Duitse Aa komt een directe verbinding met het Duitse achterland tot stand. De Buurserbeek watert tot dat moment via de Molenbeek in Diepenheim af op de Regge. Door het aantakken van de Schipbeek wordt de Regge daarmee gedeeltelijk onthoofd

Graven van de Schipbeek

van het water uit haar brongebied. Als rond 1930

Tot in de middeleeuwen ontspringen in het

de Schipbeek en de Buurserbeek verder worden

laagveenmoeras

gekanaliseerd bereikt alleen een kleine stroom

tussen

Markelo,

Bathmen

en

Diepenheim de Merckelsche Beek en de Hunnepe.

water nog de Diepenheimse Molenbeek.62

De Hunnepe is de voorganger van onze huidige Dortherbeek. De bovenloop van deze Hunnepe ontspringt in het Ampensche Broek ten noordoosten van Lochem en mondt bij Deventer uit in de IJssel. De beek is niet bevaarbaar en heeft geen directe verbinding met het Duitse achterland. Een vaarverbinding richting het oosten is echter wel een grote wens van de stad Deventer. Daarom start Deventer in het midden van de veertiende eeuw met de graafwerkzaamheden van de Schipbeek. In eerste instantie tot aan het klooster Ter Hunnepe, waardoor er water komt om een watermolen te laten draaien en de stadsgracht van water te voorzien. In tweede instantie wil Deventer zo ver mogelijk oostwaarts komen met de Schipbeek. Dat gaat voortvarend, want in 1402 heeft de Schipbeek de regio van Westervlier al bereikt. Het zal echter nog tot 1663

Deze kaart van het Deventer achterland uit 1612 laat zowel de Schipbeek als de Dortherbeek zien. Tussen beiden ligt het klooster Ter Hunnepe.

duren, voordat Deventer de Schipbeek aan kan laten

66

De verbinding wordt voor Deventer onder andere

en vanaf de bron in het Baumgebergte tot aan de

belangrijk voor de aanvoer van hout. In het

monding in de IJssel wordt de rivier de Berkel

vaarseizoen maken tientallen zompen de reis over

genoemd. De bevaarbaarheid laat echter te wensen

het water, terwijl ook vele houtvlotten de beek

over. Alleen in de natte maanden kan er met zompen

afzakken. Veel van het hout komt uit Munsterland

worden gevaren. In de droge maanden heeft de

en wordt in Alstätte tot vlotten aaneengebonden om

Berkel daarvoor te weinig water.

via de Buurserbeek en de Schipbeek naar Deventer te drijven. Het omvormen van het natuurlijke

Om de bevaarbaarheid te verbeteren wordt in 1644

afwateringssysteem

nieuwe

de eerste Berkelcompagnie (1644-1670) opgericht.

problemen met zich mee. De hoeveelheid af te voeren

Het doel is om de Berkel tot aan het Duitse Vreden

water neemt sterk toe en door het sterke verhang

bevaarbaar te maken. Indien mogelijk is zelfs Coesfeld

in Duitsland en het betrekkelijk vlakke verloop

het einddoel. De eerste Berkelcompagnie is echter

ten westen daarvan is flinke regenval doorgaans

geen onverdeeld succes en in 1670 gaat het bedrijf

genoeg om een overstroming te veroorzaken.

failliet. Een tweede Berkelcompagnie ziet in 1766 het

Door toenemende erosie verzandt de Schipbeek

licht. Maar ook deze keer lukt het niet om de Berkel

herhaaldelijk. Om het gevaar van overstromingen

bevaarbaar te houden. Kleine successen zijn er wel,

te keren worden de hogere dekzandruggen langs de

want in deze periode is de Berkel kort bevaarbaar

Schipbeek met elkaar verbonden. Na verschillende

tot aan Coesfeld. Het onderhoud van alle sluizen

verbeteringen aan de Schipbeek en het aanleggen

en andere kunstwerken blijkt echter te kostbaar te

van de Overijsselse kanalen is het omstreeks 1890

zijn. In 1788 stopt ook de tweede Berkelcompagnie.

afgelopen met de scheepvaart op de Schipbeek.63

Wanneer het kan wordt er daarna nog steeds gevaren

brengt

echter

ook

De Berkel en de eerste en tweede Berkelcompagnie

op de Berkel. In de negentiende eeuw komen er in sommigen jaren nog meer dan tweehonderd zompen over de Berkel. Stroomafwaarts zijn het vooral de

Tot aan de dertiende eeuw is het niet de Berkel die

houtvlotten die de aandacht trekken en vanaf Vreden

via Lochem naar Zutphen stroomt, maar is het de

richting Borculo en Zutphen afzakken. Na 1895

Slinge die dat traject aflegt. De bovenloop van de

wordt de Berkel ingericht voor de afwatering van de

Berkel mondt dan nog uit in het moeras bij Borculo en

aangrenzende landbouwgebieden.64

vindt haar weg richting de Regge. In 1250 verandert dat, want dat is het moment dat door het graven van een tussenkanaal het water van de Berkel vanaf Eibergen via Borculo en Lochem bij Zutphen uitkomt. Daarmee verschaft Zutphen zich een handelsroute naar het Duitse achterland waar hout en zandsteen kan worden gekocht. De Slinge wordt een zijriviertje

De Berkel stroomt voor De Cloesse bij Lochem langs. Tegenwoordig wordt het water in de Berkel door het waterschap op peil gehouden. In voorgaande eeuw valt de Berkel in de zomer met regelmaat droog.

67

6. Oude landgoederenzones langs de Grift, rondom TwelloDeventer, bij Brummen en in de Graafschap Zutphen Met het wegvallen van de militaire functie zijn de

kant zorgt de Grift voor een aan- en afvoerroute

middeleeuwse kastelen in de Regio Stedendriehoek

van producten en goederen. Tussen Hattem en

overbodig geworden. Veel van deze kastelen worden

Apeldoorn ontstaan langs de Grift de landgoederen

afgebroken, waaronder Arkelstein en De Mars bij

Hezenberg (net buiten de Regio Stedendriehoek),

Zutphen. Andere kastelen krijgen juist vanaf de

Eykelenburg (verdwenen), Vosbergen, Bonenburg en

zestiende eeuw een nieuwe functie als landgoed of

net iets verder van de Grift gelegen de tot landgoed

buitenplaats van de stedelijke elite. Dat kan zowel

verbouwde Cannenburch.66

de adel zijn als gegoede burgerij die met handel hun vermogen hebben vergaard. In een brede zone

Bij Deventer

rondom Zutphen, langs de Grift tussen Hattem en

Rondom Deventer wordt een groot gedeelte van

Apeldoorn en rondom Twello-Deventer ontstaan verschillende landgoederen. Maar ook tussen Wilp en Brummen en rondom Beekbergen-Loenen worden in deze periode landgoederen gesticht. Meestal in de zomer bewoont door families, die in de winter juist in de stad verblijven. Landgoederen met de status van een havezate effende voor de niet-adel tevens een weg naar lidmaatschap van een ridderschap en daarmee een mogelijke politieke loopbaan. In de zestiende en zeventiende eeuw worden de landgoederen

voornamelijk

ingericht

met

een

formele, rechtlijnige ontwerpstijl. Vanaf het eind van de achttiende eeuw worden steeds meer tuinen aangelegd in Engelse landschapsstijl. Een aanzienlijk deel van de havezaten is rond 1800 afgebroken. De Franse overheersing in 1795 brengt een nieuw staatsbestel waarin de adel een groot deel van haar

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16543413/1