(093) Risicoanalyse asielopvanglocatie Brummen rapportage
Tekst van het document
Opvang op landgoed Michaelshoeve Risicoanalyse en kader voor maatregelen rondom de nieuwe asielopvanglocatie in Brummen
Notitie Juli 2025
In opdracht van: Gemeente Brummen
Kuppens, J., Schraven, D. en Sixma, L. Opvang op landgoed Michaelshoeve Risicoanalyse en kader voor maatregelen rondom de nieuwe asielopvanglocatie in Brummen © 2025, Bureau Beke
Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteurs.
No part of this publication may be reproduced in any form by print, photo print or other means without written permission from the authors.
Inhoudsopgave 1
Inleiding
Opdracht aan Bureau Beke Inkadering van de risicoanalyse Onderzoeksvragen Verdere inhoud van dit rapport Kern van de risicoanalyse
5 6 6 7 7
2
Activiteiten en wegingsmethodiek
Onderdelen van de risicoanalyse De wegingsmethodiek Inventarisatie van oplossingsrichtingen (On)evenredige overlast en inzet van maatregelen
8
8 12 13 13
3
De benoemde risico’s en hun weging
16
4
Van risico’s 1 naar oplossingsrichtingen
44
Kader voor het dynamisch beheerplan
58
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
2.1 2.2 2.3 2.4
4.1
5
5.1 5.2
De koppeling van oplossingsrichtingen aan de hoogste risico’s
Algemene randvoorwaarden Specifieke randvoorwaarden
Bijlage 1: nadere duiding specifieke locaties Bijlage 2: suggesties bordje ‘privéterrein’
4
45
58 60
63 64
1 Inleiding In februari 2024 werd bekend dat het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) het voornemen heeft om op het terrein van landgoed Michaelshoeve in Brummen een azc voor maximaal 350 asielzoekers te ontwikkelen. Dit staat los van de tijdelijke doorstroomlocatie die in het voorjaar van 2024 op het perceel in paviljoen Heliant is gestart. Het COA heeft het gesprek gevoerd met de eigenaar van het perceel om het perceel te kopen. Wanneer COA het terrein aankoopt en een asielopvang gaat ontwikkelen, is de verwachting dat deze in de eerste helft van 2028 operationeel zal zijn. In onderstaande afbeelding is landgoed Michaelshoeve weergegeven, met daarin binnen de blauwe cirkels nieuw te bouwen/te renoveren voorzieningen. Afbeelding 1.1: Illustratie van de geplande asiellocatie
Bron: COA
4
De illustratie verdient nog enige toelichting. De ‘kantoren en voorzieningen’ bestaan uit de villa en het aangrenzende koetshuis, die COA voornemens is te renoveren. In het gebied ‘wonen’ zitten zowel de bestaande paviljoens als drie nieuw te bouwen wooneenheden. Over de locaties en afmetingen van de nieuw te bouwen wooneenheden vindt op dit moment onder leiding van het COA overleg plaats met de gemeente en direct op- en omwonenden.
1.1 Opdracht aan Bureau Beke Aan Bureau Beke is gevraagd om een risicoanalyse uit te voeren. Dit om inzicht te verschaffen in de risico’s voor leefbaarheid en veiligheid in de omgeving van de opvang en om oplossingsrichtingen tegen deze risico’s aan te dragen. Deze risicoanalyse van Bureau Beke kan aan een eventueel veiligheids- of beheerplan gekoppeld worden. Voor Bureau Beke gelden de volgende randvoorwaarden voor het onderzoek: • Het onderzoeksbureau gaat in de risicoanalyse uit van 350 asielzoekers: 300 reguliere asielzoekers plus 50 alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv’ers). Dit uitgangspunt is ook gecommuniceerd richting de betrokken partijen in het onderzoek, om op basis hiervan risico’s en oplossingsrichtingen aan te dragen. • Bureau Beke gaat bij de opvang in Brummen uit van een afspiegeling van de instroom van asielzoekers in Nederland. Dit betekent dat op voorhand minder risicovolle scenario’s (bijvoorbeeld alleen maar gezinnen) of op voorhand meer risicovolle scenario’s (bijvoorbeeld alleen maar veiligelanders) kunnen leiden tot een andere risico-inschatting.
Algemene visie van Bureau Beke op een risicoanalyse Een risicoanalyse heeft betrekking op het inventariseren van risico’s over leefbaarheid en veiligheid in de omgeving van een opvanglocatie. Daar waar het ook in relatie staat tot de openbare ruimte, worden ook risicoaspecten meegenomen die zich op het terrein van de opvanglocatie voordoen. Om kwalitatief goed en tegelijkertijd ook onafhankelijk onderzoek te doen, is het volgens Bureau Beke van belang dat alle betrokkenen zoveel mogelijk worden meegenomen in het onderzoek. Onder ‘betrokkenen’ verstaan we niet alleen omwonenden, maar ook partners als de politie, het COA en beleidsmedewerkers van de gemeente. En onder ‘omwonenden’ verstaan wij dan burgers die voldoende zicht hebben op de situatie rondom de toekomstige opvang. Het cruciale onafhankelijke element van het onderzoek komt dan van Bureau Beke zelf. Op basis van de input van alle partijen bepaalt het onderzoeksbureau welke weging aan door alle betrokkenen genoemde risico’s van een opvang van in totaal 350 asielzoekers gegeven wordt. En welke risico’s nog voor de vestiging zouden moeten worden afgedekt door middel van voorgestelde oplossingsrichtingen.
5
1.2 Inkadering van de risicoanalyse Door omwonenden zijn de volgende thema’s regelmatig aangehaald om mee te nemen in deze risicoanalyse: (bouw)vergunningsprocedures, het beroepen op nadeelcompensatie (bijvoorbeeld vanwege huiswaardedaling) en ecologische natuur die wordt verstoord, bijvoorbeeld broedende vogels en de aanwezigheid van bepaalde bomen en wild. Deze thema’s maken geen onderdeel uit van de risicoanalyse, vanwege verschillende redenen. De eerste twee thema’s gaan gepaard met al langer lopende wensen en (juridische) procedures vanuit omwonenden. Daarom vormen deze twee thema’s geen onderdeel van de risicoanalyse. Feitelijk gezien staan deze thema’s ook los van de risicoanalyse, waarin het gaat om leefbaarheid (‘schoon en heel’) en veiligheid (‘overlast en criminaliteit’). Daarnaast nemen we aan dat een afzonderlijk ecologisch onderzoek zal volgen voordat de bouw van de wooneenheden start. Wel kijken we naar algemene randvoorwaarden voor de 350 te plaatsen asielzoekers. Denk hierbij aan de omstandigheden als beplanting, kunstverlichting en hoogte van de bebouwing in relatie tot de zichtlijnen van omwonenden richting de asielopvang. Door zeer veel Brummenaren is het aantal van 350 asielzoekers aangehaald als een groot aandachtspunt.
In de gesprekken die we met alle respondenten hebben gevoerd, is rondom dit punt aangegeven dat Bureau Beke hierop geen invloed heeft omdat de opdracht niet als zodanig geformuleerd is; onderzoek naar het meest optimale aantal asielzoekers op landgoed Michaelshoeve vereist a) een andere opdracht aan Bureau Beke en b) een andere invulling van de risicoanalyse.
1.3 Onderzoeksvragen Voor de risicoanalyse rondom de plaatsing van maximaal 350 asielzoekers worden door Bureau Beke de volgende onderzoeksvragen beantwoord: 1. Tot welke aannemelijke en urgente leefbaarheids- en veiligheidsrisico’s in de directe omgeving zal de vestiging van de opvanglocatie op landgoed Michaelshoeve leiden? 2. Welke risico's zijn te kwalificeren als aannemelijke en urgente risico's ('risiconiveau I') die nog vóór de opening van de opvang door middel van welke suggesties voor maatregelen beheerst moeten worden? 3. Welke risico's zijn te kwalificeren als risiconiveau II en III? 4. Welke oplossingsrichtingen zijn aan de risico's met niveau I te koppelen die in een beheerplan als maatregelen kunnen worden ingezet om te overlast te beheersen?
6
1.4 Verdere inhoud van dit rapport In het volgende hoofdstuk komen de uitgevoerde onderzoeksactiviteiten en de wegingsmethodiek aan bod. De risicoanalyse resulteert in hoofdstuk 3 in een overzicht van beschreven en benoemde risico’s, hun weging (kwalificatie 1, 2 of 3) en de door Bureau Beke vermelde argumentatie rondom de weging. In hoofdstuk 4 worden de risico’s die volgens de visie van Bureau Beke voorafgaand aan de start van de opvang moeten zijn afgedekt (risico’s 1) gekoppeld aan oplossingsrichtingen. We noemen dit bewust nog oplossingsrichtingen, omdat het naar onze mening pas beheermaatregelen zijn als door de verantwoordelijken wordt besloten om deze oplossingsrichtingen daadwerkelijk in te zetten. In het afsluitende hoofdstuk 5 volgt een inkadering van het toekomstig beheer, zoals wij dat ideaaltypisch voor ons zien. In dat hoofdstuk gaan we ook dieper in op nadere afspraken die tussen partijen gemaakt kunnen worden.
Een beheerplan is dynamisch De risicoanalyse resulteert in oplossingsrichtingen die volgens de visie van Bureau Beke voorafgaand aan de start van de opvanglocatie doorgevoerd moeten zijn. Het onderzoeksbureau regeert daarmee niet voorbij zijn eigen invloedssfeer; het is aan de betrokken partijen om te bepalen welke maatregelen (extra) worden ingezet als zich bepaalde risico’s voordoen die concrete actie vereisen. Daarvoor kunnen de betrokken partijen minimaal gebruik maken van de benoemde basisoplossingsrichtingen. Ook worden extra opschaaloplossingsrichtingen gegeven, voor het geval de risico’s na het nemen van de aanbevolen maatregelen nog onvoldoende beheerst kunnen worden; deze oplossingsrichtingen kunnen dan naast de al bestaande maatregelen ingezet worden. Een beheerplan heeft daardoor een dynamisch karakter: indien nodig, kan opgeschaald (bij meer overlast), maar ook afgeschaald (bij minder overlast) worden in maatregelen.
1.5 Kern van de risicoanalyse Een rapportage van een risicoanalyse rondom een asielopvanglocatie kent een op meerdere, vaak kwalitatieve bronnen gefundeerde argumentatie. Naar de mening van Bureau Beke is het essentieel om deze argumentatie op transparante wijze aan de lezer voor te leggen. Dit vindt in hoofdstuk 3 plaats. De conceptrapportage van de risicoanalyse is voorgelegd aan een leescommissie, een vertegenwoordiging van COA, gemeente Brummen, omwonenden en ondernemers. 1 Wij kunnen ons voorstellen dat er lezers zijn die minder geïnteresseerd zijn in de argumentatie achter de weging van risico’s en graag direct de essentie tot zich nemen. In dat geval geven wij het advies om alleen de hoofdstukken 4 en 5 te lezen. Deze raken namelijk de kern van de risico’s die aandacht vereisen, de oplossingsrichtingen die naar onze mening doorgevoerd zouden moeten worden en de randvoorwaarden die eveneens noodzakelijk zijn om het beheer nader in te richten. 1. Zie voor een verdere toelichting over deze leescommissie hoofdstuk 2.
7
2 Activiteiten en wegingsmethodiek Tijdens een startbijeenkomst op 8 juli 2024 in het gemeentehuis van Brummen zijn de onderdelen van een risicoanalyse op hoofdlijnen door Bureau Beke gepresenteerd aan op- en omwonenden, in aanwezigheid van enkele gemeentevertegenwoordigers. Omwonenden hebben na deze bijeenkomst aangegeven dat voor hen Bureau Beke een geschikte kandidaat is om de risicoanalyse uit te voeren. Dit vormde voor de gemeente de grond om Bureau Beke opdracht te verlenen.
2.1 Onderdelen van de risicoanalyse De kern van de risicoanalyse is om vooraf de te verwachten risico’s van de komst van de locatie en zijn bewoners zo nauwkeurig mogelijk in te schatten. Dit gebeurt door het inventariseren van feiten en meningen en het schouwen van de situatie ter plekke. De kern van de risicoanalyse is het zo nauwkeurig mogelijk in kaart brengen en wegen van zowel de bestaande als de verwachte risico’s van de opvanglocatie en haar bewoners. Dit gebeurt door het inventariseren van feiten en meningen vanuit diverse partijen. Voor deze risicoanalyse zijn verschillende onderzoeksactiviteiten uitgevoerd, die hierna worden toegelicht. Het uitvoeren van een schouw (N=15 personen) Met de direct omwonenden van de opvanglocatie en in aanwezigheid van twee wijkagenten is via een zogenaamde schouw de situatie ter plekke bekeken. Er is gezamenlijk rondgelopen, zowel op als rond de beoogde opvanglocatie. Omwonenden hebben namelijk vaak een interessante en verfrissende wijze van kijken naar hun eigen omgeving. Daarnaast hebben veel omwonenden ook de nodige goede inbreng gehad als het gaat om het vinden van oplossingen voor een mogelijk risico. Bewust is ervoor gekozen om alleen met omwonenden en de politie te schouwen, niet met een vertegenwoordiger van het COA of van de gemeente.
De gedachte hierachter is om omwonenden uitvoerig in de gelegenheid te stellen hun aandachtspunten te benoemen, zonder dat er ter plekke een discussie ontstaat tussen verschillende partijen. Bureau Beke heeft geen eisen gesteld ten aanzien van de omwonenden die meelopen. Het voeren van individuele en groepsgesprekken met omwonenden (N=23 personen) De direct omwonenden van de toekomstige opvang (‘eerste schil’) zijn benaderd met de vraag of er nog behoefte bestond aan een individueel gesprek. Hiervan hebben enkele omwonenden gebruik gemaakt. Daarnaast zijn twee gesprekken op school De Lans gevoerd. Het eerste gesprek was met de directrice en een kwaliteitsmedewerker van De Lans en het tweede gesprek was met veertien ouders (wederom in het bijzijn van de directrice en de kwaliteitsmedewerker).
8
Enquête onder burgers in Brummen (N=2.429 respondenten) Uniek aan de situatie in Brummen is dat het potentiële onderzoeksgebied (het bij de risicoanalyse te betrekken gebied van omwonenden en ondernemers) relatief groot en verschillend van aard is. Het gebied bestaat uit verschillende wijken een industriegebied en losstaande bedrijven. Voor het inschatten van opvang gerelateerde risico’s was het van belang om ook omwonenden en ondernemers die wat verder weg wonen een vragenlijst in te laten vullen. Een inventarisatie onder twee omwonenden heeft oorspronkelijk de volgende wensen voor het verspreidingsgebied opgeleverd: Tabel 2.1: Eerste suggestie voor verspreidingsgebied verder afgelegen omwonenden Industrieterrein en woonhuizen Rhienderen Lanen ten zuiden van de begraafplaats (o.a. Prins Bernardlaan) Straten in het kwadrant Zutphensestraat - Meengatstraat Biologische boerderijwinkel De Meander Stichting Riwis Zorg en Welzijn Huizen langs Houtwal
Vanuit de gemeente Brummen is op 21 januari 2025 aangegeven dat een groter verspreidingsgebied gewenst is, waarbij 938 adressen in Brummen aangeschreven worden. Specifiek betreft het ook de woningen aan de route Zutphensestraat tot het centrum/marktplein. Dit gebied ziet er als volgt uit: Figuur 2.1: Tweede suggestie voor verspreidingsgebied verder afgelegen omwonenden
9
Tijdens een forumvergadering van de gemeenteraad op 6 februari 2025 is besloten om ook deze tweede suggestie voor het tweeverspreidingsgebied verder uit te breiden naar de gehele kern van Brummen en aangrenzende gebieden (Leuvenheim, Oeken en Cortenoever). Dit betekende dat in totaal ruim 4.382 adressen zijn aangeschreven, met het verzoek mee te werken aan de risicoanalyse. Dit is door 2.429 personen gedaan. In een digitale enquête zijn enkele door Bureau Beke geformuleerde vragen voorgelegd, naar bijvoorbeeld de risico’s die omwonenden zien, maar ook naar de oplossingsrichtingen die zij hebben om de risico’s zoveel mogelijk tegen te gaan. De ervaring van Bureau Beke is dat inwoners, als ‘expert van hun eigen omgeving’, een waardevolle inbreng kunnen hebben. Het gaat om het inventariseren van mogelijke risico’s; of een risico een of meerdere keren wordt genoemd of door een direct omwonende of een persoon die verder weg woont, doet daarbij niet ter zake. Alle genoemde risico’s zijn namelijk door Bureau Beke meegenomen in de notitie en worden gewogen. Nabellen van burgers die behoefte hadden aan aanvullend gesprek (N=307 personen) In de vragenlijst is ook de vraag opgenomen of omwonenden hun antwoorden in een (telefoon)gesprek met Bureau Beke nader wilden toelichten? In dat geval konden ze hun telefoonnummer achterlaten.
Alle mensen zijn een of meerdere keren (in geval van geen gehoor) gebeld, sommigen tot drie keer. In totaal is met 234 omwonenden (76 procent) gesproken. De mensen die niet opnamen, is zoveel mogelijk via de voicemail verteld om het nummer van Bureau Beke te bellen of alsnog te mailen naar een onderzoeker van Bureau Beke, mochten ze nog aanvullingen op hun input hebben. Ook is op basis van de telefoongesprekken nog een klein aantal face-to-face gesprekken met omwonenden gevoerd. Individuele en groepsgesprekken met professionals (N=16 personen) Verder zijn diverse (groep)gesprekken met professioneel betrokkenen gevoerd om de genoemde risico’s in een breder perspectief te plaatsen. Het gaat dan om gesprekken met/het raadplegen van bijvoorbeeld de politie, het COA, medewerkers Openbare Orde en Veiligheid (OOV), jongerenwerk, een verkeerskundige, een vakspecialist Wegbeheer en Openbare Verlichting van de gemeente Brummen, medewerkers van het Team Voor Elkaar en de afdeling Fysieke Leefomgeving, de burgemeester van Brummen en een medewerker van Stichting Welzijn Brummen. Ook zijn NS-medewerkers gesproken. Ondernemersraadpleging (N=9 ondernemers) Om ook een beeld te krijgen van de risico’s die ondernemers verwachten, zijn verschillende gesprekken met hen gevoerd.
Het gaat dan om bijvoorbeeld supermarkten (die niet allemaal commentaar wilden geven op onze vragen), een tankstation, een cafetaria en een kinderdagverblijf. Ook zijn enkele ondernemers van het industrieterrein, die door de gemeente Brummen werden uitgenodigd om met Bureau Beke in gesprek te gaan,
10
gesproken. Daarnaast is geprobeerd contact te leggen met een imker op het terrein, een zorginstelling en de buurtbus, maar vanuit hen is niet gereageerd. Bespreking conceptrapportage met leescommissie Bureau Beke heeft voorgesteld om de conceptrapportage te bespreken met een leescommissie. Hiermee is door de gemeente Brummen ingestemd. Een leescommissie bestaat naar onze mening bij voorkeur uit vertegenwoordigers van omwonenden, de gemeente Brummen en het COA. Onze ervaring is dat een dergelijke transparante werkwijze, waarbij alle leescommissieleden het concept tegelijkertijd ontvangen en kunnen inzien, het proces rondom de vestiging van de opvang verder helpt. In de bijeenkomst van de leescommissie op 9 juli 2025 heeft de focus gelegen op de inhoudelijke juistheid van de rapportage (bijvoorbeeld ten aanzien van het goed schrijven van straatnamen en dergelijke) en de weging van Bureau Beke. De in de bijeenkomst van de leescommissie gemaakte opmerkingen rondom de weging zijn door Bureau Beke genoteerd en meegenomen in de uiteindelijke weging in de definitieve rapportage. Hoor en wederhoor Op verschillende momenten zijn bevindingen uit de gesprekken teruggekoppeld, zowel aan omwonenden als aan andere respondenten. Dit om meningen te verifiëren en mogelijke oplossingsrichtingen voor te leggen.
Soms is meerdere malen met dezelfde respondenten gesproken, om nieuwe risico’s/oplossingsrichtingen voor te leggen. Het meenemen van ervaringen uit eerder onderzoek van Bureau Beke Jaarlijks voert Bureau Beke een zogenaamde Monitoring Veiligheid en Leefbaarheid rondom diverse opvanglocaties uit. De bronnen voor deze monitoring bestaan in hoofdzaak uit een enquête onder omwonenden. Daardoor kunnen zij, ook als ‘experts van hun eigen omgeving’, aangeven welke overlast- en criminaliteitservaringen zij hebben. Inmiddels heeft rondom een opvanglocatie in een andere gemeente de negende jaarlijkse vragenlijst onder omwonenden, met het thema veiligheid en leefbaarheid, plaatsgevonden. Iets dergelijks vindt ook rondom andere asiellocaties plaats. Dergelijke zogenaamde ‘omwonendenmonitoring’ geeft daarmee vanuit het perspectief van de omgeving inzicht in veiligheids- en leefbaarheidsaspecten waarmee in het beheer rekening gehouden kan worden. Ook zijn er eerdere risicoanalyses rondom diverse opvanglocaties uitgevoerd. Ervaringen die in deze omwonendenmonitoring en risicoanalyses zijn opgedaan, gekoppeld aan hetgeen momenteel daadwerkelijk op het gebied van veiligheid en leefbaarheid speelt, zijn eveneens door de onderzoekers meegenomen.
Specifiek is voor de combinatie van een amv- en azc-locatie ook teruggegrepen op eerdere gesprekken met COA-medewerkers, ervaringen op andere locaties en gesprekken met medewerkers van NIDOS, de voogdij- en opvangorganisatie voor amv’ers. Deze benchmarkervaringen zijn weer teruggekoppeld met COA-medewerkers die rondom Brummen betrokken zijn. Daarbij is ook gekeken hoe andere gemeenten aan de voorkant risico’s hebben ingeschat en hoe deze in de praktijk hebben uitgepakt.
11
Hoewel we ons realiseren dat iedere locatie uniek is en zijn eigen context kent, vonden we het belangrijk om dergelijke ervaringen mee te nemen. Ter ondersteuning hiervan is ook gekeken naar hetgeen in de literatuur hierover bekend is.
2.2 De wegingsmethodiek Het geven van een overzicht van risico’s na de weging Uiteindelijk hebben alle activiteiten geleid tot een overzicht aan risico’s (zie hoofdstuk 3). Het maakte daarbij niet uit of een risico een of meerdere keren genoemd is; ieder risico is meegenomen. Vervolgens zijn de risico’s door drie direct bij de activiteiten betrokken onderzoekers van Bureau Beke gewogen. De wegingsmethodiek is als volgt visueel weer te geven: Figuur 2.2: de wegingsmethodiek
De drie kernvragen leiden tot drie risiconiveaus met de volgende verduidelijking: Niveau 1: het risico is aanwezig en dermate aannemelijk, concreet en urgent dat direct (of in ieder geval voordat de opvang wordt geopend) een beheermaatregel nodig is; Niveau 2: het risico is aanwezig, maar niet dermate aannemelijk, concreet en urgent dat direct een beheermaatregel nodig is. Monitoring van het risico is wel vereist om te bepalen of het op termijn een risiconiveau 1 wordt; Niveau 3: het risico is (vooralsnog) niet aanwezig en aannemelijk. Er is geen beheermaatregel en geen monitoring op dit risico nodig.
12
Voor de duidelijkheid: de aannemelijkheid van een risico resulteert dus niet in een berekening van aantallen incidenten in de toekomst en/of kansen waarop bepaalde incidenten kunnen optreden. Alle input die uit de onderzoekshandelingen naar voren komt wordt in de weging meegenomen en leidt tot de risico-inschatting. Omdat het zowel cijfers uit het verleden als meningen van betrokkenen betreft, worden deze niet in een model gekwantificeerd omdat dit niet mogelijk is; het gaat om het vertalen van zowel data als meningen van partijen richting de aannemelijkheid waarop bepaalde zaken zich voor kunnen gaan doen. En, als dit zich voordoet, om de urgentie om dit direct aan te pakken. Er is dus zijdelings wel gekeken naar feitelijke inzichten rondom criminaliteit van asielzoekers, maar bewust kiezen we ervoor om die niet te kwantificeren in de rapportage. Dit met de gedachte dat algemene cijfers over de criminaliteit in het verleden op andere locaties geen absolute zekerheden opleveren over criminaliteit rondom de opvanglocatie aan de Zutphensestraat in Brummen in de toekomst.
2.3 Inventarisatie van oplossingsrichtingen Ook zijn alle door de omwonenden aangedragen oplossingsrichtingen geïnventariseerd. In de visie van Bureau Beke moeten de risico’s met niveau 1 gekoppeld worden aan minimaal één oplossingsrichting. Een of meerdere oplossingsrichtingen krijgen dan het karakter van concrete maatregelen als deze worden ingezet door de beheerpartners. Deze kunnen vervolgens worden gebruikt voor een beheerplan. Daarbij is een onderverdeling gemaakt in ‘basisoplossingsrichtingen’ (door te voeren oplossingsrichtingen die direct, en volgens de visie van Bureau Beke al bij de start van de opvang ingezet worden) en ‘opschaaloplossingsrichtingen’ (te reserveren oplossingsrichtingen die eventueel in de toekomst nog ingezet kunnen worden). Het onderscheid tussen deze twee soorten oplossingsrichtingen bepalen we op basis van monitorervaringen na risicoanalyses elders. De beheersbaarheid van leefbaarheid en veiligheid staat daarbij centraal.
2.4 (On)evenredige overlast en inzet van maatregelen Voor Bureau Beke is de beheersbaarheid van de veiligheid en leefbaarheid in de omgeving van de asielopvang essentieel. De basisoplossingsrichtingen die in de risicoanalyse worden voorgesteld beschouwt Bureau Beke als minimaal uit te voeren suggesties bij de start van de opvanglocatie. Tijdens de exploitatie van de asielopvang kan geconcludeerd worden dat de naar maatregelen omgezette oplossingsrichtingen volstaan om de leefbaarheid en veiligheid in de omgeving van de opvanglocatie te waarborgen. Maar evengoed kan het ook zo zijn dat deze maatregelen niet afdoende zijn. In dat laatste geval is het van belang om te kijken of er nog extra maatregelen noodzakelijk zijn. Voor Bureau Beke is het in de evaluatie essentieel om te kijken naar ‘onevenredig overlast’. Deze is in eerdere risicoanalyses gedefinieerd als:
13
Onevenredige overlast is aan de opvanglocatie of haar bewoners te relateren overlast die door de verantwoordelijke handhavende partijen met de beschikbare maatregelen niet beheerst kan worden. Essentieel in deze definitie is dat overlast toewijsbaar moet zijn aan de asielopvang of haar bewoners; andere vormen van overlast worden niet meegenomen. Verder gaat de definitie uit van een bepaalde mate van hanteerbaarheid van overlast. Dit wil dus zeggen dat overlast aan beheermaatregelen gekoppeld wordt en daarmee goed in de hand gehouden wordt, niet dat alle overlast in een straat of buurt tot een nulpunt gereduceerd moet of kan worden. Dit laatste is namelijk niet mogelijk, omdat aan overlast ook deels een subjectieve component hangt, namelijk de beleving van de burger; de ene burger ervaart bepaalde gebeurtenissen eerder als overlastgevend dan andere burgers. Het plaatsen van asielzoekers op landgoed Michaelshoeve zal immers de nodige activiteit en beweging in de omgeving met zich meebrengen. Voor goed beheer rondom de asielopvang in Brummen is, na oplevering van de risicoanalyse, het volgende stroomschema voor de monitoring door een beheergroep 2 mogelijk nuttig: Figuur 2.3: stroomschema monitoring door beheergroep
2. Onder een beheergroep verstaan we een overlegstructuur met daarin vertegenwoordigers van gemeente Brummen, COA en politie, die regelmatig operationeel overleg voeren over de gang van zaken rondom de opvang en besluiten kunnen nemen rondom op- dan wel afschalen in maatregelen.
14
Belangrijk is dus dat in geval van onevenredige overlast gekeken wordt naar extra of alternatieve maatregelen die de overlast beter kunnen beheren. Deze alternatieve maatregelen kunnen in ieder geval gevonden worden in de opschaaloplossingsrichtingen, maar mogelijk zijn gaandeweg de exploitatie ook nieuwe maatregelen ter beschikking gekomen die ingezet kunnen worden. Dit geldt echter ook andersom: als blijkt dat er met minder maatregelen hetzelfde overlastniveau kan worden gerealiseerd, kunnen maatregelen eventueel ook worden afgebouwd. Dit is naar onze mening de essentie van dynamisch beheer.
15
3 De benoemde risico’s en hun weging In dit hoofdstuk volgt de weging van de in documenten beschreven en door betrokkenen genoemde risico’s. Deze risico’s zijn, omwille van de leesbaarheid, gerubriceerd in thema’s. Het gaat dan om de volgende thema’s: Door amv’ers/asielzoekers gepleegde overlast; Door amv’ers/asielzoekers en derden gepleegde criminaliteit; Aantasting van de leefbaarheid; Incidenten op de locatie; Infrastructurele problemen/verkeersveiligheid; Ongewenste interactie tussen doelgroepen; Aandachtspunten rondom de samenwerking tussen beheerpartners; Aandachtspunten rondom de personele inzet van beheerpartners; Risico’s voor amv’ers/asielzoekers. De risico’s zijn afzonderlijk gewogen voor amv’ers (amv) en asielzoekers (az). Als de wegingen wat betreft aard en oorsprong overeenkomen worden ze samengenomen via de noteerwijze amv/az. Hierbij is het belangrijk om te vermelden dat wij eerder naar gedrag van asielzoekers kijken dan naar de aantallen asielzoekers. Immers: door Bureau Beke uitgevoerde monitoring rondom asiellocaties wijst uit dat één asielzoeker soms meer overlast kan geven dan een totale groep.
16
Risico
Weging risico
Argumentatie
Door amv’ers/asielzoekers gepleegde overlast Overlast door specifieke doelgroep
Betreden privéterreinen
Amv/az: Meerdere betrokkenen uiten zorgen om overlast vanuit specifieke doelgroepen die mogelijk opgevangen zullen worden. Vanuit 1 verhalen uit andere opvanglocaties (o.a. Ter Apel) verwachten omwonenden met name problemen door alleenstaande mannen en asielzoekers uit zogenaamde ‘veilige landen’. Daarnaast zijn er bij omwonenden zorgen om de 50 alleenstaande minderjarige vreemdelingen, waarvan bekend is dat zij op de locatie zullen worden opgevangen. Vanuit het COA is vernomen dat in de opvanglocatie in Brummen een afspiegeling van de op dat moment bestaande asielinstroom in Nederland gevestigd zal worden. Dit betekent dat ook in Brummen inderdaad alleenstaande mannen en amv’ers, deels uit veilige landen, gehuisvest zullen worden. Wij achten het aannemelijk dat alleenstaande mannen, ‘veiligelanders’ en amv’ers geplaatst zullen worden. Overlast valt dan ook niet uit te sluiten. Het COA heeft de belangrijke taak om voorlichting te geven, afspraken te maken met alle asielzoekers en passende maatregelen te treffen bij overlast op het terrein. Daar waar overlast zich buiten zal gaan afspelen, achten wij het van belang dat er een goed en duidelijk meldsysteem voor klachten (in geval van ‘geringere’ feiten) wordt opgezet.
Amv/az: Omwonenden, bedrijven op het naastgelegen terrein ‘Rhienderen Noord’ en landbouwbedrijven uit de buurt geven aan zorgen 1 te hebben over asielzoekers/amv’ers die ongewenst hun privéterreinen betreden. Elk met eigen redenen. Omwonenden geven aan zich onveilig te voelen als er ‘vreemden’ op hun terrein lopen, bijvoorbeeld om melk te kopen. Hetzelfde geldt voor werknemers die op het bedrijventerrein werkzaam zijn. Landbouwbedrijven uit de buurt vrezen voor de beschadiging van akkers. Het is niet geheel uit te sluiten dat vreemdelingen die niet op de hoogte zijn van Nederlandse gebruiken of die nieuwsgierig zijn naar hun nieuwe omgeving privéterrein rondom woningen en bedrijven betreden, maar op grond van door ons uitgevoerde monitoring elders achten we dit niet heel aannemelijk. Voor weilanden/landbouwgrond geldt dat de grenzen hiervan voor asielzoekers en amv’ers onduidelijk kunnen zijn, waardoor niet uit te sluiten valt dat zij over weilanden zullen gaan lopen. Als dit gebeurt, of wanneer privéterrein van woningen en bedrijven worden betreden, ligt hier in ieder geval een taak voor het COA om asielzoekers/amv’ers goed te (blijven) informeren zodat het voor hen duidelijk is waar erfgrenzen liggen; daarom geven we hier de hoogste risicoweging aan.
17
Overlast van rondhangende asielzoekers in de openbare ruimte
Overlast bij station Brummen
Amv/az: Omwonenden verwachten dat asielzoekers en amv’ers rondom huizen, op het bedrijventerrein, in parken, op openbare wegen 1 en in het centrum zullen gaan lopen en hier mogelijk voor overlast zullen zorgen. Samengenomen worden door de ruim 2.400 respondenten in de vragenlijst en de na-belronde zeer veel locaties genoemd die door velen worden samengevat met ‘heel Brummen als overlastlocatie’. Met name in periodes waarin de weersomstandigheden goed zijn, valt niet uit te sluiten dat vreemdelingen buiten gaan recreëren. Dit zal echter niet automatisch tot overlast leiden. Zolang men niet in grote aantallen bijeen komt en er bovendien geen overlastgevende/criminele activiteiten plaatsvinden, beschouwen wij ‘rondhangen’ dan ook als acceptabel. Het is asielzoekers en amv’ers namelijk toegestaan om, net zoals Nederlandse burgers, zich in de publieke ruimte te begeven. Naar onze mening is het wel van belang om daadwerkelijke overlast (hier vallen bijvoorbeeld wandelende/zittende asielzoekers niet onder) in de omgeving zoveel mogelijk tegen te gaan. Omwonenden en professioneel betrokkenen noemen dus zeer veel aan locaties waar verwacht wordt dat asielzoekers/amv’ers gaan rondhangen/rondzwerven. Het gaat met name om de volledige route van de opvanglocatie naar het centrum van Brummen, inclusief het centrum zelf.
Ook worden specifieke plekken genoemd zoals supermarkten (met name de Aldi), het Marktplein, het bedrijventerrein Rhienderen Noord, park ‘t Goor, sportvelden (o.a. De Hazenberg), speeltuinen, het station, woonwijk de Elzenbos, voedselbos Nieuwe Erven, het Gat van Cortenoever, de bankjes bij het pontje naar Bronckhorst, zwembad Rhienderoord, de algemene begraafplaats en de bibliotheek. Daarnaast worden veel straten genoemd, waarvan wij vinden dat de volgende straten extra toezichthoudende aandacht verdienen: Zutphensestraat (zowel richting het centrum als richting Zutphen), Spoorstraat, Vulcanusweg, Arnhemsestraat, Meengatstraat, Tolzichtpad en Kampweg. Om deze mogelijke overlast periodiek te kunnen monitoren in een beheergroep (en een eventueel omwonendenoverleg) en omdat afspraken met ondernemers noodzakelijk zijn, geven we hier de hoogste kwalificatie aan. Overlast bij de bibliotheek, de algemene begraafplaats, het Gat van Cortenoever en het pontje richting Bronckhorst laten wij buiten beschouwing, omdat we dit op voorhand niet urgent achten. Hieronder gaan we meer specifiek in op locaties waarvan wij van mening zijn dat daarvoor in de toekomst extra aandacht nodig is. Amv/az: Het NS-station in Brummen wordt door betrokkenen als een mogelijk veelvoorkomende overlastlocatie gezien.
Omwonenden 1 geven aan zich onveilig te gaan voelen wanneer asielzoekers en amv’ers in grote aantallen op het station aanwezig zijn en eventueel overlastgevend gedrag vertonen. Er heersen met name zorgen om lokale ouderen en jongeren die veelal gebruik maken van het station. Zij zouden zich niet meer veilig voelen om met de trein te reizen. Naast sociale overlast zijn er ook zorgen om fietsendiefstal en zwartrijden op het station in Brummen. Deze delicten zijn verderop opgenomen als aparte criminaliteitsrisico’s. Het station zal naar verwachting een essentiële voorziening voor asielzoekers/amv’ers worden om te kunnen reizen naar andere steden. Wij verwachten dan ook dat zij het station zullen gebruiken. Het zal daarom aanzienlijk drukker worden op het
18
Overlast in de trein
Overlast in en overbelasting van de buurtbus
Overlast in park ‘t Goor en voedselbos Nieuwe Erven
station. Omdat het station een afgelegen ligging heeft en er weinig toezicht is, valt overlast op deze locatie niet uit te sluiten, ook omdat het perron door het ontbreken van toegangspoortjes vrij te betreden is. Momenteel zouden er al meermaals vernielingen hebben plaatsgevonden, vermoedelijk door de lokale jeugd. Deze incidenten worden ook door de politie geregistreerd en, waar mogelijk, aangepakt. Omdat wij op dit vlak extra maatregelen en afspraken nodig achten krijgt dit risico de hoogste weging. Amv/az: Vanuit verhalen over trajecten nabij andere opvanglocaties (o.a. Maarheeze) vrezen omwonenden voor overlast in treinen die 1 van en naar het station in Brummen gaan. Het gaat dan om asociaal/gewelddadig gedrag richting medereizigers en NSpersoneel en vernielingen. Dit zou met name door veiligelanders en alleenstaande mannen gedaan worden. Omdat deze groepen ook in Brummen geplaatst zullen worden sluiten wij niet uit dat overlast in treinen kan voorkomen. Daarom geven we dit risico geven de hoogste weging mee. Amv/az: In de gemeente Brummen rijden drie buurtbuslijnen, waarvan één direct langs de opvanglocatie bij de Michaelshoeve komt en 1 daar tevens een halte heeft. De buurtbussen zijn kleinschalig van opzet, met een maximale capaciteit van acht zitplaatsen, en worden volledig gerund door vrijwilligers.
Bij vestiging van 350 asielzoekers op de Michaelshoeve wordt door zowel omwonenden als professionals een aanzienlijke toename van het gebruik van de buurtbus verwacht die langs de opvanglocatie rijdt (Buslijn 515). Het is aannemelijk dat deze capaciteitsdruk zal leiden tot overbelasting van de buurtbusbezetting en tot ervaren of daadwerkelijke overlast onder omwonenden. Betrokkenen verwachten daarnaast dat lokale ouderen de buurtbus zullen gaan mijden omdat zij zich niet veilig meer voelen en omdat er voor hen geen plek meer zal zijn in de bus. Daarnaast wordt gevreesd dat vrijwillige chauffeurs zich zullen terugtrekken als zij, mede door de overbelasting, negatieve ervaringen opdoen met asielzoekers/amv’ers. Dit achten wij zeer onwenselijk. Wij geven dit risico daarom de hoogste weging mee omdat aanvullende maatregelen over reisvoorzieningen voor vreemdelingen naar onze mening noodzakelijk zijn. Amv/az: Omwonenden hebben zorgen geuit over park ‘t Goor en het voedselbos als potentiële overlastlocatie. Het park wordt als on1 overzichtelijk ervaren, wat het risico op onwenselijk of overlastgevend gedrag vergroot. Binnen het park is tevens een dierenpark gevestigd, waardoor ook zorgen zijn geuit over mogelijke dierenmishandeling.
Professionals, met name politie en jongerenwerk signaleren dat park ‘t Goor op dit moment al in beeld is als locatie waar sprake is van overlast, met name gerelateerd aan drugscriminaliteit. Dit risico is als apart criminaliteitsrisico opgenomen in de analyse. Bij het voedselbos zijn bankjes geplaatst waar mensen kunnen recreëren. Vooralsnog gaan we niet automatisch uit van overlast op deze locaties door asielzoekers/amv’ers, maar is het wel zaak om dit nauwlettend in de gaten te houden. Overigens staat het asielzoekers, net als burgers, vrij om deze locaties te betreden, zolang ze geen overlast veroorzaken. Desondanks zijn we van mening dat vooral in de zomer, wanneer verblijf in de openbare ruimte toeneemt, moet worden gemonitord hoe deze situatie zich ontwikkelt. Bij voorkeur worden de bevindingen ook gedeeld in een overleg met omwonenden.
19
Overlast in speeltuinen/op schoolpleinen
Overlast bij supermarkten/winkels
Geluidsoverlast
Amv/az: In Brummen bevinden zich meerdere speeltuinen, waarvan speeltuin Rhienderen het dichtst bij de geplande opvanglocatie ligt. 1 Omwonenden beschouwen deze speeltuinen momenteel als veilige en toegankelijke speelplekken voor kinderen, ook zonder voortdurend ouderlijk toezicht. Omwonenden zijn bang dat dit zal veranderen omdat speeltuinen aanlokkelijke hangplekken kunnen zijn. Hetzelfde geldt voor schoolpleinen met speeltoestellen. Omwonenden geven aan dat hun kinderen speeltuinen zullen/moeten gaan mijden omdat ze zich onveilig voelen in de mogelijke aanwezigheid van de asielzoekers/amv’ers. Ze geven aan bang te zijn dat hun kinderen zullen worden lastiggevallen. Met name in de zomermaanden is te verwachten dat speeltuinen drukker zullen worden bezocht wanneer 350 asielzoeker/amv’ers in Brummen zijn gevestigd. Overlastervaringen bij omwonenden vallen daarmee niet uit te sluiten. Het is daarom wenselijk om deze situatie te blijven monitoren in (veiligheids)overleggen. Wanneer zich vervelende situaties voordoen zal hier namelijk direct op moeten worden geacteerd. We achten het COA dan in eerste instantie verantwoordelijk om overlastgevers op te halen/toe te spreken. Mocht dat niets uithalen, dan kan opgeschaald worden naar handhaving.
Amv/az: Wanneer 350 asielzoekers/amv’ers zich in Brummen gaan vestigen verwachten omwonenden dat het aanzienlijk drukker zal 1 worden bij supermarkten. Met name de Aldi, de supermarkt die het dichtst bij de opvang gelegen is, maar ook de Dekamarkt en de Jumbo worden in dit kader genoemd. Ook winkels met pinautomaten (Primera en Jumbo) zouden volgens omwonenden te maken kunnen krijgen met extra drukte, hoewel asielzoekers sinds 2023 kunnen betalen via een zogenaamde ‘Yoursafecard’. Omwonenden geven ook aan dat voor de ingang van supermarkten en op het Marktplein hangplekken zullen ontstaan. Uit eerdere analyses is ons bekend dat asielzoekers/amv’ers soms andere gewoonten hebben bij het doen van boodschappen. Deze gewoonten, zoals knijpen in fruit en groenten, kunnen door Brummenaren als overlastgevend worden ervaren. Ook kunnen de wachttijden bij het afrekenen door de toegenomen drukte verhoogd zijn. Wij achten het risico op overlast bij supermarkten en winkels daarom als aannemelijk. We geven dit risico de hoogste weging mee omdat we het van belang achten dat het COA blijvende afspraken maakt met asielzoekers en winkeliers om de overlast te beheersen. Amv/az: Omwonenden vrezen dat de asielzoekers voor geluidsoverlast zullen zorgen, bijvoorbeeld als zij buiten muziek draaien of in 1 groepen praten.
Omdat de opvanglocatie gevestigd is in een rustige en landelijke omgeving kan geluidsoverlast niet worden uitgesloten, zo is ook onze ervaring met monitoring elders. Op basis van diezelfde monitoring concluderen wij echter dat structurele geluidsoverlast niet aannemelijk is omdat het COA in het algemeen heeft aangetoond hier maatregelen tegen te kunnen treffen. Het treffen van maatregelen kan mogelijk in de toekomst wel nodig zijn met het oog op het voorjaar en de zomer omdat de asielzoekers dan meer buiten zullen verblijven. Een goedlopend klachtenmeldsysteem is hiervoor volgens ons een essentieel element. Omdat wij afspraken over geluid nodig achten geven we dit risico dan ook de hoogste weging mee.
20
Lichtoverlast
Wildplassen
Overlast sigarettenverkooppunten
Amv/az: Omwonenden vrezen voor overlast van licht dat vanaf het COA-terrein schijnt. 1 Het landelijke karakter van het gebied maakt dat lichtoverlast inderdaad een punt kan zijn. Met name wanneer het donker is kan een overmaat aan kunstmatig licht vanaf het COA-terrein storend zijn voor omwonenden. Omdat afspraken dienen te worden gemaakt over licht op het COA-terrein geven we dit risico de hoogste weging mee. Amv/az: In de vragenlijst is naar voren gekomen dat omwonenden een risico zien in wildplassende asielzoekers, met name omdat ze 2 hierover verhalen horen vanuit andere opvanglocaties. Hoewel wildplassen niet geheel uit te sluiten valt, worden asielzoekers door het COA gewezen op het schoon, heel en veilig houden van de omgeving. Bovendien kunnen vanuit handhaving sancties opgelegd worden tegen wildplassende burgers. Amv/az: In gesprekken met betrokkenen is op het risico van drukte en overlast bij verkooppunten van sigaretten gewezen. Ondernemers 2/1 geven aan dat een stijging in het aantal klanten, door de komst van asielzoekers, zowel als positief (in termen van omzet) als negatief (in termen van toezicht en veiligheid) wordt ervaren. Met name het betreden van verkooppunten door grotere groepen asielzoekers wordt als ongewenst beschouwd.
Ondernemers geven aan dat dit het toezicht op winkelgedrag bemoeilijkt en dat dit bij vrouwelijk personeel gevoelens van onveiligheid kan oproepen. Vanuit eerdere risicoanalyses achten wij het inderdaad van belang om deze zorgen over mogelijke overlast serieus te nemen, hoewel vooralsnog geen structureel probleem wordt verwacht. Toch geven wij hier voor de volwassen asielzoekers de hoogste risicoscore aan, omdat wij het van belang vinden dat door het COA afspraken met de verkooppunten worden gemaakt.
Door amv’ers/asielzoekers en derden gepleegde criminaliteit (Winkel)diefstal
Amv/az: Zowel ondernemers als professionals verwachten een toename van winkeldiefstal, met name in de drie Brummense super1 markten, in het Kruidvat en bij de Primera, wanneer 350 asielzoekers/amv’ers zich in Brummen zullen vestigen. Onder omwonenden bestaat bovendien de angst dat winkeliers hierdoor uit Brummen zullen vertrekken, waardoor de bevolking verder moet reizen om boodschappen te kunnen doen. Dit is niet wenselijk omdat er ook veel ouderen en bewoners van zorginstellingen gebruik maken van de winkels in Brummen. Diefstal onder asielzoekers is een risico dat vanuit meerdere bronnen toe te lichten is. Uit eigen ervaring rondom monitoring van opvanglocaties blijkt dat over de periode 2017-2024 specifieke groepen asielzoekers met name winkeldiefstal plegen en drugs dealen. 3 Ook enkele professionals geven vanuit hun eigen ervaring met opvang elders aan dat dit kan voorkomen.
3. Kuppens, J. & H. Ferwerda (2017; 2018; 2019; 2020; 2021; 2022; 2023; 2024). Monitoring veiligheid en leefbaarheid rondom azc Zutphen. Nul-, een-, twee-, drie-, vier-, vijf- zes-, zeven- en achtmeting. Arnhem: Bureau Beke.
21
Diefstal van landbouwproducten (bijvoorbeeld groenten) Oplichting
Fietsdiefstal
Onderzoek op landelijk niveau wijst daarnaast uit dat de MALT-nationaliteiten (Marokko, Algerije, Libië en Tunesië) oververtegenwoordigd zijn in incidenten op COA-locaties en in politiedossiers, wat het laatste betreft vooral bij vermogenscriminaliteit. 4 Aangezien waarschijnlijk is dat ook in Brummen amv’ers en asielzoekers uit MALT-nationaliteiten zullen voorkomen, maar ook niet uitgesloten kan worden dat andere asielzoekers diefstal plegen, achten wij het wenselijk dit te monitoren en indien nodig in maatregelen op te schakelen. Daarom geven wij dit punt de hoogste risicoweging mee. Amv/az: Betrokkenen wijzen op het risico dat asielzoekers/amv’ers zonder toestemming landbouwproducten zullen oogsten in de buurt 3 van de opvang. Uit verschillende onderzoeken en door ons uitgevoerde monitoring blijkt alleen niet dat dit (veel) plaatsvindt. Daarnaast zien wij mogelijkheden om het poten en oogsten van landbouwproducten op het terrein zelf te laten plaatsvinden, ook in het kader van dagbesteding. Amv/az: In gesprekken met omwonenden zijn zorgen tot uiting gekomen over oplichting van ouderen, bijvoorbeeld in Tolzicht, door 2 asielzoekers/amv’ers. Deze zorg komt volgens omwonenden vanuit eerdere ervaringen met asielopvang in Brummen (naast sportpark De Hazenberg).
Voorbeelden die genoemd zijn hebben betrekking op de huisbezoeken met gestolen kerstgroeten van de krantenbezorger, om zo aan geld te komen. Uit eerdere risicoanalyses en monitoring blijkt deze vorm van oplichting niet voor te komen en daarmee geen aannemelijk risico te zijn. Gezien de ligging van woonzorgcentrum Tolzicht blijft het wel relevant om alert te blijven op het welbevinden van oudere Brummenaren. Mochten er signalen zijn dat ouderen op ongewenste manieren worden benaderd door asielzoekers/amv’ers, dan is het zaak dat de directie van Tolzicht contact opneemt met het COA. Amv/az: Het COA biedt niet standaard fietsen aan de asielzoekers aan. Met het bedrag aan leefgeld dat asielzoekers te besteden hebben 1 achten wij het niet waarschijnlijk dat iedereen een fiets kan kopen. Gesprekken met professionals maken daarnaast duidelijk dat fietsdiefstal niet uitgesloten kan worden, ook omdat overlastgevende asielzoekers geplaatst kunnen gaan worden, net als het laten rondslingeren van weesfietsen. In de monitoring die we elders rondom opvanglocaties uitvoeren blijkt fietsdiefstal een regelmatig terugkerend aandachtspunt. In Brummen is met name het station een risicovolle locatie omdat hier veel fietsen staan zonder toezicht. We achten dit risico daarom aannemelijk en urgent.
4. Bron: Noyon, S. N., Barsegyan, V., & Vink, M. E. (2024a). Inzicht in incidenten en misdrijven onder COA-bewoners. Den Haag: WODC. Op 1-5-2025 staan Tunesië en Marokko de lijst van zogenaamde ‘veilige landen’, maar Algerije en Libië niet.
22
Overvallen
Inbraak door asielzoekers in auto's/ huizen/schuren
Drugsgebruik en alcoholgebruik door amv’ers en asielzoekers in de openbare ruimte Drugs dealen door amv’ers/asielzoekers
Amv/az: Omwonenden wijzen op het risico van overvallen die worden gepleegd door asielzoekers/amv’ers. Door ons uitgevoerde moni2 toringsonderzoeken rondom opvanglocaties, maar ook door ons en het ministerie van Justitie en Veiligheid uitgevoerd ander onderzoek, wijst uit dat asielzoekers dit soort criminaliteit (nagenoeg) niet bezigen. We geven dit risico daarom niet de hoogste weging mee. Amv/az: De omgeving van het azc-terrein kent een landelijk karakter met onder andere een bedrijventerrein, school De Lans en vrij1 staande woningen in de buurt. Bij met name onder omwonenden op en rondom deze locaties bestaan zorgen over mogelijke inbraken. Ook uiten betrokkenen zorgen over auto-inbraken; een aantal omwonenden geeft aan dat er momenteel al personen door wijk Elzenbos lopen en voelen of autoportieren open staan, maar ook station Brummen, de Zutphensestraat en omliggende straten worden in dat kader genoemd. Auto’s en privéterreinen zijn betrekkelijk eenvoudig te benaderen omdat verlichting vaak slecht is en omheiningen laag, zo geven omwonenden aan. Over inbraak op het bedrijventerrein bestaan zorgen omdat er buiten werktijden geen toezicht is. Uit de ervaringen van andere gemeenten in de benchmark en de monitoring blijkt alleen geen aan asielzoekers toewijsbaar verband met inbraken.
Ook als gekeken wordt naar veiligelanders onder de asielzoekers gaat het voornamelijk om vermogensincidenten, zoals als zakkenrollen en winkeldiefstal, waarbij we ook het bevoelen van autoportieren niet uitsluiten. Het moet voor vreemdelingen in ieder geval wel duidelijk zijn waar de erfgrenzen zich bevinden. Dat punt is eerder al teruggekomen bij ‘betreden privéterreinen’. Amv/az: Drugsgebruik kan in het algemeen leiden tot ontremd en onvoorspelbaar gedrag; omwonenden geven aan zich hierdoor onvei1 lig te voelen. Bovendien is volgens enkele geïnterviewden momenteel al sprake van drugsproblematiek onder jongeren in de nabije omgeving, met name in park ‘t Goor. Verder is bekend dat er onder asielzoekers sprake kan zijn van drugsgebruik, bijvoorbeeld als sprake is van kwetsbaarheid (trauma’s, ziekte). Daarnaast zijn jongeren in het algemeen gevoeliger voor gebruik van (soft)drugs en alcohol, waardoor dit risico ook voor amv’ers in het bijzonder aan de orde is. Uit eerdere monitoringsonderzoeken blijkt dat druggerelateerde criminaliteit (gebruik en handel) inderdaad een aandachtspunt kan zijn. Daarom sluiten we niet uit dat dit (op termijn) ook rondom de locatie in Brummen kan gaan gelden en geven we dit risico de hoogste weging.
Amv/az: Hiervoor gaven we al aan dat drugsgerelateerde criminaliteit een rol kan gaan spelen, naar onze mening zowel bij (kwetsbare) 1 jongeren als bij asielzoekers. Het ronselen van jongeren in de opvang voor (drugsgerelateerde) criminaliteit zien wij daarnaast als aandachtspunt, omdat dit een fenomeen is dat momenteel breder speelt onder jongeren in Nederland. Wij geven dit daarom de hoogste risicoclassificatie mee, omdat we het van belang achten om hierop te monitoren.
23
Illegale handel in sigaretten
Amv/az: Omdat Brummen dichtbij Duitsland ligt en sigaretten in Nederland relatief duur zijn, is de kans op het ontstaan van een illegale 1 sigarettenhandel onder Brummense asielzoekers volgens professionals groot. Dit risico kan volgens hen in het bijzonder worden verwacht onder amv’ers omdat zij te jong zijn om sigaretten te mogen kopen. Professionals wijzen er ook op dat kwetsbare amv’ers/asielzoekers onder druk kunnen worden gezet om sigaretten te halen in Duitsland. Uit onderzoek dat wij momenteel voor het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum uitvoeren, blijkt inderdaad dat illegale sigarettenhandel kan ontstaan. Zelf zien we alleen niet direct de sterke link met het grensgebied, omdat dergelijke handel ook in het westen van Nederland kan ontstaan. Niettemin geven we hier de hoogste risicokwalificatie aan, om dit fenomeen periodiek te kunnen monitoren. Aanzuigende Amv/az: Momenteel kan volgens enkele respondenten in de vragenlijst niet uitgesloten worden dat er in de nabije omgeving al in drugs werking van 1 wordt gedeald. Zoals eerder genoemd zou dit met name in park ‘t Goor gebeuren, maar ook andere locaties worden genoemd. Hoewel de 350 asielzoekers en amv’ers mogelijk een extra doelgroep voor dealers vormen, blijkt uit monitoring rondom (drugs)criminaliandere opvanglocaties vooralsnog niet van (veel) door derden gepleegde drugscriminaliteit.
Toch vinden we het belangrijk om teit ook hierop te monitoren, om snel gepaste (preventieve of repressieve) actie te kunnen ondernemen. Daarom geven we hieraan de zwaarste weging mee. Onheuse bejeAmv /az: Omwonenden vrezen voor agressieve escalatie bij het aanspreken van asielzoekers of amv’ers op ongewenst gedrag. Zij wijzen gening, agressie 2 op trauma’s en psychische problemen die bij de amv’ers/asielzoekers zouden kunnen leiden tot agressie. Uit door ons uitgevoerde monitoring rondom andere opvanglocaties blijkt vooral dat agressie (als dit zich uit) zich voornaen/of geweld melijk richt tegen medebewoners op de asiellocatie en tegen het personeel. Bovendien speelt agressie zich dan hoofdzakelijk door asielzoeop het COA-terrein af. Daarnaast blijkt uit twee door ons uitgevoerde onderzoeken naar overlast in het openbare gebied van kers richting Eindhoven en Amsterdam dat als asielzoekers criminele feiten plegen, dit vooral vermogensfeiten zijn en geen geweldsfeiten. omwonenden buiten het terrein Onheuse bejeAmv /az: Vanuit school De Lans en direct omwonenden wordt aangegeven dat agressie/geweld op het terrein zelf veel impact kan hebgening, agressie 1 ben op leerlingen of henzelf.
In het algemeen achten wij de sanctiemaatregelen die het COA hiertegen inzet en de COA-beveiliging voldoende om hierteen/of geweld gen op het terrein op te treden, waarbij wij voor het welzijn van zowel medebewoners als personeel met nadruk ook de optie door asielzoevan overplaatsing willen benoemen. Toch geven wij hier de hoogste risicoweging aan, omdat we van mening zijn dat het COA kers op het terdirect in contact met De Lans en de direct omwonenden moet treden na een incident, zeker in het eerste half jaar. Dit om te rein monitoren welke impact dergelijke incidenten bij hen hebben.
24
Straatintimidatie Amv/az: Hiervoor bespraken we al de intimidatie van schoolgaande jongeren die langs de opvanglocatie komen. Uit zowel de schouw, (nafluiten, roe1 gesprekken met omwonenden en de vragenlijst komt daarnaast straatintimidatie door amv’ers en asielzoekers als optredend pen en sissen) risico in geheel Brummen naar voren. Straatintimidatie zorgt in het algemeen voor onveiligheidsgevoelens, met name onder vrouwen en kinderen. Er zijn bij veel mensen in het bijzonder zorgen om vrouwen die wandelen of fietsen nabij de opvang. Vanuit school De Lans wordt speciale aandacht gevraagd voor kwetsbare kinderen die zelf boodschappen doen en onder andere richting de Aldi lopen. Omwonenden wijzen deels ook naar voorbeelden uit Ter Apel, zoals scheldpartijen, intimidatie en nafluiten. Ervaringen elders wijzen uit dat vooral vormen van grensoverschrijdend gedrag zonder fysieke aanraking voorkomen, en vooral kunnen worden veroorzaakt door een specifieke groep volwassen asielzoekers (overlastgevers, maar ook onder amv’ers komt meer vrijpostig gedrag voor). Hierboven bespraken we al dat door ons uitgevoerde monitoring elders blijkt dat straatintimidatie niet uitgesloten kan worden, zodat we hier de zwaarste weging aan geven. Zwartrijden in Amv/az: Zwartrijden in het openbaar vervoer wordt in de gesprekken met omwonenden en enkele professionals benoemd als risico.
de trein 1 Zwartrijden komt inderdaad voor, zo wijzen ervaringen rondom asielopvang elders uit, bijvoorbeeld vanwege te weinig financiele middelen onder asielzoekers. Gezien het ontbreken van toegangspoortjes op station Brummen is zwartrijden inderdaad een risico, zoals ook is aangegeven door NS-personeel. NS heeft weliswaar medewerkers Veiligheid&Service in dienst, maar die zitten te ver weg, namelijk in Deventer en Arnhem; handhavende ondersteuning is dan in geval van calamiteiten niet snel voorhanden. Dit risico verdient aandacht, maar omdat dergelijke feiten in de regel via de vervoerbedrijven en de officier van justitie afgedaan worden, zien wij dit in eerste instantie niet als een verantwoordelijkheid voor het lokale beheer in Brummen. Pas als de zwartrijder ook buiten het stationsgebied overlast geeft/criminaliteit pleegt, zijn de bij het beheer betrokken partijen aan zet. Toch geven we hieraan de hoogste risicoclassificatie, omdat het van belang is dat hierop gemonitord wordt en er (periodiek) overleg wordt gepleegd tussen COA en NS. Zwartrijden in Amv/az: Ook zwartrijden in de bus wordt in de gesprekken met omwonenden en enkele professionals benoemd als risico. de bus 2 Zwartrijden in de bus komt inderdaad voor, zo wijzen ervaringen rondom asielopvang elders uit.
Wij geven hier alleen niet de hoogste risicoweging aan, omdat we van mening zijn dat de buurtbus sowieso te klein is om het vervoer van asielzoekers te faciliteren en we hier een oplossing voor aandragen.
25
Plegen van seksuele delicten (bijvoorbeeld aanranding/ verkrachting) Aantasting eigendom op- en omwonenden
Vernieling/vandalisme in de openbare ruimte Extremistische uitspattingen Zwartwerken door asielzoekers
Amv/az: Onder de omwonenden heersen zorgen over het plegen van seksuele delicten door amv’ers/asielzoekers. Net zoals bij de hier2 boven genoemde straatintimidatie heersen er daarom onveiligheidsgevoelens. Vrouwen, kinderen en ouderen zijn groepen die specifiek worden genoemd als extra kwetsbaar. Hoewel elk delict er een teveel is, leert onze ervaring met meerdere monitoringsonderzoeken rondom opvanglocaties elders dat zware seksuele delicten tot op heden vooralsnog niet zijn voorgekomen. Ook onder asielzoekers die regelmatig in verband worden gebracht met overlast, zoals veiligelanders, komt dit weinig voor; als zij al criminaliteit plegen, dan is dit voornamelijk vermogenscriminaliteit. Dit risico geven we daarom niet de hoogste weging mee. Amv/az: Uit de vragenlijst en gesprekken met omwonenden blijken zorgen te bestaan over de aantasting/vernieling van privé-eigen1 dom. Hierbij worden met name eigendom in (moes)tuinen van omwonenden genoemd, eigendom van school De Lans en eigendom van bedrijven op het naastgelegen terrein ‘Rhienderen Noord’ genoemd. Omdat niet alle terreinen met omheiningen zijn afgezet is van belang om in de gaten te houden of voor iedereen duidelijk is waar privéterreinen beginnen/eindigen, om dergelijke schade te voorkomen. Daarom geven wij dit risico de hoogste kwalificatie mee, om hiertegen een oplossingsrichting mee te geven.
Amv/az: Vandalisme en vernieling door amv’ers/asielzoekers wordt door omwonenden regelmatig in één adem genoemd met verveling. 2 Denk hierbij aan vernielingen van speeltuinen, prullenbakken en bushaltes, evenals graffiti en bekladding. Enkele omwonenden geven aan dat er nu al het nodige vernield is op landgoed Michaelshoeve, zoals ruiten van het gebouw zelf, waarbij gewezen wordt naar lokale jongeren. Vooralsnog blijkt uit door ons uitgevoerde monitoringsonderzoeken rondom opvanglocaties dat dit weinig voorkomt. We geven dit risico daarom niet de hoogste weging mee. Amv/az: In de vragenlijst wordt het risico op extremistische uitspattingen in de vorm van aanslagen genoemd. Landelijk uitgevoerd on2 derzoek en eerder uitgevoerde monitoringsactiviteiten wijst tot op heden niet op dergelijke activiteiten onder asielzoekers, waardoor wij concluderen wij dat dit risico niet aannemelijk is. Amv/az: Tijdens de telefoongesprekken komt de zorg naar voren dat asielzoekers door derden zullen worden geworven om aan het 3 werk te gaan tegen ondermaatse voorwaarden. Asielzoekers zouden graag bezig zijn en geld verdienen waarom ze geneigd zijn deze werkzaamheden op te pakken, zonder belasting af te dragen over hun inkomsten. Onze ervaring met monitoring elders leert dat dit delict tot op heden geen rol heeft gespeeld.
Bovendien beschouwen we deze activiteiten niet als risico voor veiligheid en leefbaarheid op en rond de opvanglocatie in Brummen. Dit risico geven we daarom de laagste weging mee.
26
Aantasting van de leefbaarheid Aantasting woongenot algemeen
Inbreuk op privacy school De Lans
Amv/az: Uit de vragenlijst, de schouw en de gesprekken komt naar voren dat onder Brummenaren op termijn sprake kan zijn van een 2 gevoel van aantasting van het woongenot als zich 350 asielzoekers en amv’ers op landgoed Michaelshoeve gaan vestigen. Kern van de zorg is met name de schaalgrootte (het aantal asielzoekers). Men stelt dat het voelt alsof er een ‘nieuw dorp’ in Brummen geplaatst zal worden, waarbij ze aangeven dat de verhouding tussen het aantal huidige bewoners en het aantal amv’ers/asielzoekers zoek is. Aangegeven wordt dat dit niet past bij de aard van het terrein, waar de rust en ruimte door een groot deel van de omwonenden gewaardeerd wordt. Het gevoel van vrijheid en rust zal afnemen. Daarnaast zal het gevoel van onveiligheid toenemen. Specifiek voor de ouderen in Brummen zou deze verandering ontwrichtend zijn, met name omdat de rust verloren zou gaan. En ten slotte zou de opvanglocatie de sociale cohesie in de buurt verslechteren omdat voor- en tegenstanders van de opvang tegenover elkaar komen te staan. Uit eerdere monitoring door Bureau Beke blijkt dat aantasting van het woongenot in andere gemeenten niet als zodanig plaatsvindt, behalve in plaatsen waar sprake is van meer ongereguleerde instroom (zoals Ter Apel). Gezien de gereguleerde instroom in Brummen sluiten we verregaande aantasting van het woongenot ook uit.