CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

0907 - Regionaal Kaderdocument Beschermd Thuis 2022-2030

Gemeenteraad 27 mei 2021, gemeente BrummenBij agendapunt: Besluiten m.b.t. Beschermd Thuis12.355 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

“Als mensen een terugvalmoment hebben moeten zij meteen geholpen kunnen worden.” Wethouder gemeente Brummen

Welkom in de woonomgeving Verwelkomend klimaat Het is belangrijk voor cliënten en wijkbewoners dat er in de wijken een verwelkomend klimaat is. Zo kunnen cliënten goed integreren in de wijk. Deze integratie gaat niet vanzelf. Er is actieve inzet nodig: van gemeenten, wijkraden, wijkorganisaties, instellingen en cliënten(organisaties). Samen kunnen we veranderingen in de wijk realiseren, zodat cliënten én de andere wijkbewoners zich thuis voelen.

Doelen Opbouw van een sociaal netwerk Alle cliënten die zelfstandig gaan wonen, krijgen ondersteuning bij het opbouwen van een eigen sociaal netwerk. Dit wordt gedaan op een manier die past bij de behoefte van de cliënt. In de lokale uitvoeringsplannen komt aan de orde welke ondersteuning hiervoor wordt ingezet. Ook beschrijven we in de lokale uitvoeringsplannen hoe zorgaanbieders samenwerken met uitstromende cliënten en de lokale ondersteuning en wanneer deze aanpak ingaat. 30

Ondersteuning in de woonomgeving Gemeenten zorgen voor ondersteuning in de woonomgeving voor de cliënt en diens omgeving. Deze ondersteuning wordt proactief ingezet. In de lokale uitvoeringsplannen worden de ondersteuningsvormen, betrokkenen en het tijdspad uitgewerkt.

Bewustwording bij stigma’s Vanaf 2022 investeert elke gemeente structureel in bewustwording en vermindering van stigma’s. Dit wordt gedaan op een manier die passend is voor die gemeente. In de lokale uitvoeringsplannen beschrijven we waar cliënten en andere inwoners in de gemeente behoefte aan hebben, welke mogelijkheden er zijn en hoe aan bewustwording gewerkt wordt.

Leefbare wijken Gemeenten investeren in leefbare wijken voor alle wijkbewoners.

Welk resultaat moet behaald zijn in 2030? Een jaar na de verhuizing van een intramurale setting naar een zelfstandige woning voelt 80 procent van de cliënten zich thuis in en verbonden met de woonomgeving.

Wonen Wat is er nodig om de stap naar zelfstandig wonen te maken? Het antwoord lijkt eenvoudig: begeleide woonvormen en kleinschalige betaalbare huisvesting. Maar in de praktijk zijn er drempels. Zo is de woningmarkt overvol voor de doelgroep van Beschermd Thuis en ook voor andere doelgroepen. Daar komt bij dat veel Beschermd Wonen-instellingen zich in de stad Apeldoorn bevinden. Voor een evenredige uitstroom van cliënten moeten er meer plekken beschikbaar komen in de regiogemeenten. Meer tussenvormen van wonen zouden ook een oplossing kunnen zijn. De tussenvormen zijn alternatieve vormen van zelfstandig wonen: alles tussen Beschermd Wonen en de opstapwoning. Deze tussenvormen kunnen nieuw gerealiseerd worden. Ze zijn ook goed vorm te geven in huidige (vrijgekomen) woonzorglocaties met kleine zelfstandige wooneenheden.

Doelen Passende woning in herkomstgemeente In 2030 is het aantal beschikbare woningen in balans met de vraag naar woonvoorzieningen passend bij de woonsituatie van de cliënt, in lijn met het rapport van Companen uit 2020 naar de regionale woonopgave voor de doelgroep. Daarnaast zijn er in de regiogemeenten voldoende beschikbare en betaalbare woningen voor cliënten die uitstromen uit Beschermd Wonen. Zo kunnen cliënten zelfstandig gaan wonen in de gemeente van herkomst. In de lokale uitvoeringsplannen nemen gemeenten de raming op hoeveel cliënten de komende jaren die stap naar hun herkomstgemeente zetten. Ook komt hierin aan de orde hoeveel passende woningen beschikbaar zijn en hoe het verschil tussen vraag en aanbod aangepakt gaat worden.

Vervangende woonplek Sommige inwoners kunnen hun draai niet vinden in de huidige omgeving en kunnen niet zelfstandig wonen. Vanaf 2023 kunnen wij hun een vervangende woonplek aanbieden. Dit doen we in overleg met de cliënt, zorgaanbieders en woningcorporaties.

31

Individuele begeleiding Per 2022 maken we individuele begeleiding in de Maatschappelijke Opvang meer mogelijk. Daarmee stimuleren we een snellere doorstroom naar zelfstandig wonen. Deze doorstroom gaan we monitoren vanuit het plan voor vernieuwing van de Maatschappelijke Opvang.

Woonvoorzieningen voor jongeren Regionaal en lokaal creëren we passende woonvoorzieningen voor jongeren (18 - 27 jaar). Hierdoor kunnen vanaf 2030 jongeren die uit de jeugdzorg komen of vanwege psychische of psychosociale problematiek niet langer thuis kunnen wonen, binnen één jaar een woning krijgen die past bij hun situatie en inkomen.

Tijdelijke huisvesting voor economisch dak- en thuislozen We creëren in de regiogemeenten tijdelijke huisvesting voor economisch dak- en thuislozen. Daardoor hoeven zij vanaf 2023 niet in de Maatschappelijke Opvang opgevangen te worden. We monitoren de acties hiervoor via het regionale plan voor vernieuwing van de Maatschappelijke Opvang.

Passend woonaanbod In 2030 zijn er verschillende woonvarianten beschikbaar. Zo kunnen inwoners wonen in hun herkomstgemeente in een variant die past bij hun zelfstandigheid. Daarnaast blijft er regionaal intramuraal Beschermd Wonen beschikbaar voor inwoners die dat tijdelijk nodig hebben. In het regionale uitvoeringsplan en bij de nieuwe inkoop Beschermd Wonen worden kwantitatieve en kwalitatieve ramingen gemaakt om dit gevarieerde zorglandschap te borgen.

Welk resultaat moet behaald zijn in 2030? Kwetsbare inwoners kunnen zo lang mogelijk, zo zelfstandig mogelijk thuis blijven wonen. Daar krijgen zij de steun krijgen die zij nodig hebben. Als het nodig is, kunnen ze tijdelijk opgevangen worden in intramurale voorzieningen. Hier krijgen ze dan ondersteuning. Er is continuïteit in het woningaanbod in ondersteuning aan huis, tussenvormen en intramurale voorzieningen.

Werk en dagbesteding Arbeid is het beste medicijn Dat beaamt ook Lex Burdorf, hoogleraar bij het Erasmus Medisch Centrum Rotterdam.22 Werk hebben geeft dagritme, zelfvertrouwen, zin en structuur: “Mensen voelen dat ze erbij horen, dat ze positief bezig zijn. Dat gevoel is bij een professor niet anders dan bij een stratenmaker.” Dit leidt ertoe dat de domeinen zorg en arbeid veel meer met elkaar moeten samenwerken. Het belang van arbeid voor de gezondheid is vanuit drie invalshoeken te verklaren: - Medisch perspectief: werk houdt lichaam en geest fit - Psychologisch perspectief: werk zorgt voor een doel en dagritme - Sociologisch perspectief: werk geeft zin en maatschappelijke status

32

Doelen Best passende plek De lokale toegang bepaalt voor iedere inwoner met een psychische kwetsbaarheid die behoefte heeft aan begeleiding het perspectief op de best passende plek binnen de Participatieladder. Dat wordt gedaan in het individuele ondersteuningsplan.

Resultaat van het begeleidingstraject Na afloop van een begeleidingstraject zit 80 procent van de cliënten op de best passende plek binnen de Participatieladder zoals die is bepaald in het individuele ondersteuningsplan.

Startkwalificaties en hersteltrajecten Zorgaanbieders werken samen met het domein Onderwijs zodat cliënten die een psychische kwetsbaarheid en behoefte aan begeleiding hebben, de best mogelijke startkwalificatie kunnen behalen. Dat doen ze door als zorgaanbieders op cliëntniveau gezamenlijk met onderwijs op te trekken als onderdeel van de hersteltrajecten. In de regionale en lokale uitvoeringsplannen beschrijven we hoe dit wordt opgepakt.

Koppeling domeinen Zorg en Arbeid Vanaf 2025 leggen zorgaanbieders, zorgverzekeraars, gemeenten en werkgevers een koppeling tussen de domeinen Zorg en Arbeid. Doel is dat cliënten adequaat toegeleid worden naar duurzame werk- of dagbestedingsplekken. In de regionale en lokale uitvoeringsplannen komt aan de orde hoe dit wordt opgepakt.

Continuïteit in ondersteuning Per 2030 is continuïteit gerealiseerd in de ondersteuning voor herstel en participatie van cliënten. Dit wordt gedaan door alle partijen die betrokken zijn bij Beschermd Thuis in de regio Oost-Veluwe. In het regionale uitvoeringsplan wordt dit verder beschreven en gemonitord.

Welk resultaat moet behaald zijn in 2030? Er is een goede samenwerking tussen en overkoepelend aan de domeinen zorg, onderwijs en arbeid. Zo kunnen we cliënten toeleiden naar onderwijs en werk. Er zijn voldoende dagbestedingsplekken en/of passende werkplekken beschikbaar. Daardoor kunnen we zorgdragen voor de continuïteit van werk en dagbesteding.

Financiële mogelijkheden Financiële weerbaarheid De doelgroep waarover we het hebben in dit Kaderdocument is financieel kwetsbaar. Daarom zetten we in op financiële weerbaarheid. Het doel is om cliënten zelfredzaam te laten zijn. Inkomen is hierbij een van de basisvoorwaarden. We willen ervoor zorgen dat de cliënt zelf de mogelijkheden en kennis heeft om financieel zelfredzaam te worden.

33

Doelen Tijdige ondersteuning We bieden op tijd ondersteuning aan inwoners om schulden kwijt te schelden, verminderen of stabiliseren. Dit wordt gedaan door lokale partijen die de gemeenten daarvoor aanwijzen in hun schuldhulpverleningsbeleid.

Samenwerking om schuldenproblematiek te signaleren De gemeente, toegang en zorgaanbieders zoeken samenwerking met algemene voorzieningen om in een vroeger stadium schuldenproblematiek te signaleren en bespreekbaar te maken bij cliënten Beschermd Thuis en Beschermd Wonen. In de lokale uitvoeringsplannen legt elke gemeente vast hoe deze samenwerking tot stand komt, met welke partijen en wanneer de uitvoering start.

Financiële ondersteuningsactiviteiten Gemeenten nemen in de lokale uitvoeringsplannen financiële ondersteuningsactiviteiten op. Een van de onderdelen is ondersteuning in het vergroten van de digitale vaardigheden van cliënten. Hulp wordt bijvoorbeeld vaker online gegeven: cliënten ontvangen een e-mail in plaats van een brief. Door de digitale vaardigheden te vergroten, ondersteunen we hen ook om financieel zelfredzaam te worden.

Huisuitzettingen voorkomen Vanaf 2030 wordt in de regio Oost-Veluwe 100 procent van de huisuitzettingen als gevolg van huurschulden voorkomen. Dit doen we door hier preventief op in te zetten en lokale en regionale afspraken te maken. Bijvoorbeeld met de woningcorporaties en signaleerders, zoals nutsvoorzieningen, het lokale schuldhulploket, enzovoorts. Elke gemeente geeft hier nadere uitwerking aan in de lokale uitvoeringsplannen.

Welk resultaat moet behaald zijn in 2030? In elke gemeente is er minstens één ondersteuningsmogelijkheid voor inwoners om zelf – waar mogelijk – regie te kunnen voeren over hun financiën. Inwoners kunnen en durven hulp te vragen. Ze maken gebruik van alle mogelijkheden die er zijn voor financiële ondersteuning.

34

5. Regionale samenwerking en randvoorwaarden

35

Regionale samenwerking Regionale inkoop en lokale toegang De regio Oost-Veluwe kent een regionale inkoop en lokale toegang. De inkoop wordt gezamenlijk gedaan en is verbonden met de lokale toegang. De lokale toegang kan cliënten plaatsen in regionale voorzieningen. Er is één raamovereenkomst en deze geldt van 2019 tot en met 2021. Bij heroverweging van het inkoopmodel blijven wij ons committeren aan de uitgangspunten van onze visie op de regionale samenwerking en blijven we aansluiten op de Norm voor Opdrachtgeverschap.

Governancemodel Bij het opstellen van de Transformatie-agenda is gediscussieerd over diverse governancemodellen voor regionale samenwerking. Er is toen gekozen voor het model van gelijkwaardig partnerschap en financiële solidariteit op basis van een convenant. Het voorstel is om op dezelfde weg door te gaan. Daarnaast wordt voorgesteld jaarlijks één wethouder te laten optreden als aanspreekpunt. Deze wethouder wordt namens de gehele regio gemandateerd om gesprekken te voeren met regionale contractpartners en het Rijk. Het huidige regionaal bestuurlijk overleg wordt voortgezet. Dit is ook het gremium waar wordt bepaald welke wethouder het aanspreekpunt is.

Gedeelde visie Inhoudelijk omarmt de regio Oost-Veluwe de adviezen van de Commissie Dannenberg, Over de brug en de Juiste zorg op de juiste plek.22 Deze adviezen vormen de basis van dit Regionaal Kaderdocument. De regio Oost-Veluwe onderschrijft het belang van lokale ondersteuning van kwetsbare inwoners. We borgen de beschikbaarheid en continuïteit van zorgfuncties in regioverband. Dit betekent dat de ondersteuning van cliënten in de Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen door alle gemeenten uitgevoerd wordt.

Gevolgen van de visie De gezamenlijke uitvoering van deze ondersteuning kent een moeilijkheid. De verschillende regiogemeenten om Apeldoorn heen zijn namelijk kleiner. Zij hebben in de meeste gevallen geen hoog aantal Beschermd Wonen-cliënten. Het aantal cliënten voor de Maatschappelijke Opvang is nog geringer. De kleinere gemeenten hebben minder capaciteit en leunen voor de uitvoering van veel taken op gemeente Apeldoorn. Zo worden de regionale projecten en de algemene voorzieningen, zoals het herstelplein en de nachtopvang, volledig door Apeldoorn getrokken. Veel regiogemeenten hebben hier dan ook minder zicht op. Met het oog op de financiële herverdeling is er een grote kans dat Apeldoorn niet meer de financiële middelen krijgt om hier net zo veel energie in te steken als nu. Het is daarom niet alleen belangrijk dat prioritering plaatsvindt in het grote aantal regionale projecten, maar ook dat de lokale gemeenten hier meer verantwoordelijkheid in nemen. De lokale gemeenten vragen op hun beurt om een verduidelijking van de rollen, verantwoordelijkheden en verwachtingen. Daarnaast geven zij aan dat niet alle thema’s even belangrijk voor hen zijn, gezien de omvang van de cliëntenpopulatie in hun eigen gemeente. Het is belangrijk om dit in het oog te houden bij het uitwerken van de regionale en lokale uitvoeringsplannen.

Op dit moment is het gesprek tussen de regiogemeenten gaande over de

22 In hoofdstuk 2 lichten we deze adviezen nader toe.

36

organisatie van de algemene voorzieningen. Een van de gesprekspunten is de vraag in hoeverre deze voorzieningen regionaal of lokaal worden georganiseerd.

Bovenregionale samenwerking De regio Oost-Veluwe heeft een bovenregionale functie. Daardoor heeft de regio tot op heden veel instroom gehad van cliënten uit andere regio’s. Als het woonplaatsbeginsel Beschermd Wonen wordt ingevoerd, worden herkomstgemeenten verplicht om de verantwoordelijkheid en financiering te dragen voor cliënten uit de eigen gemeente. Ook als cliënten buiten de herkomstgemeente beschermd gaan wonen. In dat geval betalen herkomstgemeenten de zorgaanbieders die in andere regio’s zijn gevestigd. Het Rijk hoopt hiermee gemeenten te stimuleren om meer lokale woonlocaties te realiseren. Het woonplaatsbeginsel biedt echter ook een uitweg voor herkomstgemeenten om niet te investeren in een lokale infrastructuur.23 Dit ziet de regio Oost-Veluwe als een risico. De gemeenten van de regio Oost-Veluwe hebben de ambitie om cliënten zo veel mogelijk ‘thuis nabij’ zorg aan te bieden. Dat betekent ook dat er een (hogere) drempel opgeworpen moet worden wanneer cliënten om oneigenlijke redenen uit hun eigen regio weggaan. De regio Oost-Veluwe wil cliënten zo veel mogelijk in de eigen regio bedienen, zodat er zo min mogelijk bovenregionale uitstroom plaatsvindt. Hierbij zijn twee uitzonderingen: 1. Als er intrinsieke redenen zijn waarom een cliënt zelf graag buiten de regio geplaatst wil worden en dit een redelijk verzoek is dat bijdraagt aan het herstel.

Een voorbeeld is willen wonen in de buurt van familie of opleiding. 2. Als specialistisch Beschermd Wonen noodzakelijk is en we dat in onze eigen regio niet kunnen bieden. Dit is het geval bij een complexe ggz-behandeling in combinatie met Beschermd Wonen waarbij de cliënt niet klinisch opgenomen wordt, maar de situatie daar wel heel dicht tegenaan ligt. Dit komt zelden voor, momenteel 1 tot 2 keer per jaar. Als een cliënt uit de regio Oost-Veluwe bovenregionaal wordt geplaatst, doen we dit altijd in overleg en alleen met instemming van de desbetreffende gemeente. Bij plaatsing worden ook altijd direct afspraken gemaakt over een vervolg in onze eigen regio of in de regio waar de cliënt geplaatst wordt. We sluiten ons in principe aan bij de inkoopvoorwaarden en tarieven die de gemeente hanteert waar de cliënt wordt geplaatst.

Monitoring Er zijn veel regionale en lokale projecten. Vanwege het grote aantal projecten is het belangrijk dat gemonitord wordt welke projecten lopen en welke resultaten ze opleveren. Daarnaast is het van belang dat kennis uit de projecten geborgd wordt en met elkaar in verbinding wordt gebracht. Terugkijkend op de voorgaande periode zijn er veel projecten opgezet en acties uitgevoerd die onvoldoende zijn gemonitord. Daardoor hebben we nu onvoldoende concrete en meetbare inzichten hoe de projecten zich tot elkaar verhouden. Ook is onvoldoende duidelijk in welke fase acties zich bevinden of dat ze al succesvol zijn afgerond. We houden data bij voor de Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein (GMSD) en andere landelijke monitoring. Dit gaat bijvoorbeeld over de cliëntaantallen, zorgaanbieders en uitgaven. Deze gegevens worden echter niet systematisch naast elkaar gelegd en geanalyseerd

23 Companen, ‘Regionale woonopgave Beschermd Wonen’ (november 2020).

37

als input voor de beleidsmatige doorontwikkeling. Wanneer we dat wel zouden doen, kunnen we ook de ontwikkelingen bijhouden. Hierbij kunnen we dan gebruikmaken van de monitor die in 2021 landelijk ontwikkeld wordt rondom ggz in de wijk en ambulantisering. Om de ontwikkelingen te duiden, kunnen we eveneens gebruikmaken van een kwantitatief regiobeeld ggz. Dit is in 2020 opgesteld in samenwerking met de verzekeraar. Het is de bedoeling om daar nog een kwalitatieve duiding aan te geven. Verder zal de regionale monitor dak- en thuislozen vanaf 2021 meer informatie opleveren over de doorstroom van cliënten. We stellen tweejaarlijks regionale en lokale uitvoeringsplannen op en voeren deze daarna uit. De projecten uit deze plannen worden tijdens de uitvoering gevolgd, geëvalueerd en geactualiseerd. Het is daarnaast van meerwaarde voor de beleidsontwikkeling dat de regio Oost-Veluwe een volgsysteem opzet om de verschillende lokale en regionale projecten, resultaten en ontwikkelingen, systematisch te monitoren en analyseren. In de regionale samenwerking zal hiervoor jaarlijks minstens één ambtelijk en bestuurlijk overleg worden gereserveerd als ‘meetmoment’. We kunnen dan de gegevens uit de monitoring analyseren en waar nodig het beleid bijstellen.

Financieel kader Op 2 februari 2021 is het objectief verdeelmodel Beschermd Wonen gepubliceerd. Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (BZK) heeft bij de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) advies aangevraagd over het verdeelmodel. Na de advisering door het ROB volgt nog een consultatieronde bij gemeenten voordat het verdeelmodel formeel kan worden vastgesteld. De vaststelling gebeurt waarschijnlijk in de decembercirculaire 2021.

Uitgangspunt voor uitname In het landelijke objectieve verdeelmodel is als uitgangspunt een uitname van 24,64 procent van het budget Beschermd Wonen voor de overgang van cliënten naar de Wet langdurige zorg (Wlz) genomen. Dit doet echter geen recht aan de actuele stand van zaken ten aanzien van de overgang van de Wet maatschappelijke opvang (Wmo) naar de Wlz. Uit de laatste overzichten blijkt dat circa 50 procent van de huidige cliënten van Beschermd Wonen in de regio Oost-Veluwe overgaan naar de Wlz.24 Wij houden daarom rekening met een uitname van 50 procent van het regionale budget voor Beschermd Wonen.

Ontwikkeling van het regionaal budget In de volgende tabel is de ontwikkeling van het regionaal budget Beschermd Wonen tot en met 2032 weergegeven. Hierbij is een uitname van de Wlz van 50 procent het uitgangspunt. Deze uitname is budgetneutraal. Het regionaal budget van bijna 52 miljoen in 2020 neemt af naar ruim 31 miljoen in 2021 als gevolg van die budgetneutrale uitname van de Wlz. Van deze 52 miljoen gaat 21 miljoen af voor de uitname van de WLZ. Dit is 50% van de uitgaven voor maatwerk beschermd wonen.Vervolgens loopt het budget terug naar iets meer dan 18 miljoen in 2032. Dit is het gevolg van het objectieve verdeelmodel. In de tabel is ook te zien hoe het Apeldoorn-historisch budget25 afloopt en de lokale, objectieve budgetten oplopen. Vanaf 2032 is de rijksbijdrage structureel en vindt er geen verder afname meer plaats. Het regionale beleid is er op gericht om ook vanaf 2032 binnen budget te blijven. We doen dat onder andere door de implementatie van het Ontwerp Beschermd Thuis

24 In onze oorspronkelijke schatting gingen we uit van 40 procent. 25 Het regionaal budget vóór de doordecentralisatie naar alle gemeenten.

38

Bedragen x 1000

Gemeentenaam Apeldoorn Brummen Epe Hattem Heerde Voorst

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

0 0 0 0 0 0

0 0 0 0 0 0

0 0 0 0 0 0

1.018 113 178 59 91 116

4.544 504 795 218 402 518

7.318 812 1.281 346 648 835

9.474 11.112 12.321 13.163 13.725 13.073 12.165 1.051 1.234 1.367 1.462 1.523 1.450 1.350 1.658 1.944 2.155 2.305 2.402 2.287 2.130 450 535 601 654 695 689 672 840 985 1.090 1.166 1.215 1.158 1.077 1.081 1.269 1.405 1.503 1.566 1.491 1.388 8.314

2028

5.165

2029

2.549

2030

375

2031

2032

Apeldoorn historisch

52.738 31.408 31.599 28.735 22.140 16.658 12.101

0

0

Totaal budget regionaal

52.738 31.408 31.599 30.310 29.121 27.898 26.655 25.393 24.104 22.802 21.501 20.148 18.782

Tabel 4: De ontwikkeling van het regionaal budget tot en met 2032 met als uitgangspunt een uitname van de Wlz van 50 procent

Intentie tot regionaal budget In de regio Oost-Veluwe is door de zes gemeenteraden de intentie uitgesproken om een regionaal budget te vormen voor de bekostiging van regionale voorzieningen en regionale cliënten. Dit hebben de gemeenteraden afgesproken in een convenant voor financiële solidariteit. Regionale voorzieningen zijn bestemd voor inwoners van alle zes gemeenten. Vaak is het vanwege schaalgrootte en/of vereiste expertise niet zinvol om deze voorzieningen apart in elke gemeente te organiseren. Regionale cliënten zijn intramuraal wonende cliënten in een instelling voor Beschermd Wonen. Cliënten die zelfstandig in de wijk wonen vallen straks onder de lokale Wmo. Maar er zijn ook cliënten die tijdelijk in een tussenvoorziening wonen of die kleine stappen maken van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis. Het is belangrijk dat we regionaal heldere afspraken maken wat straks onder de regionale financiering valt en wat onder de lokale financiering. In tabel 4 is de volledige beschikbare rijksvergoeding voor Beschermd Wonen opgenomen. Het is echter realistisch te verwachten dat de gemeenten een deel van hun rijksvergoeding overhevelen naar het regionale budget en een deel gebruiken voor de lokale bekostiging van zelfstandig wonende cliënten. Voor de vorming van dit regionaal budget worden daarom nog enkele scenario’s doorgerekend.

Wij willen de afbouw de komende jaren zorgvuldig vormgeven met samenwerkingspartners en cliënten.

Verwachting aantal BW-plekken Om binnen budget te kunnen blijven verwachten we een afbouwopgave van het aantal plekken voor Beschermd Wonen van 190 tot 240 in 2032. Deze inschatting is gebaseerd op: - de gemiddelde kosten per client van beschermd wonen - de nu bekende financiële informatie over de doorstroom van Wmo naar Wlz - de publicatie van februari 2021 van het objectieve verdeelmodel Beschermd Wonen - een inschatting van een nog te vormen regionaal budget voor intramuraal wonende cliënten Dit leidt tot de volgende rekensom:

39

Huidige aantal BW-plekken Doorstroom 50% naar Wlz Resteert: Opgave: Resteert:

800 400 400 190 tot 240 afgebouwd in 2032 210 tot 160 plekken blijven regionaal beschikbaar vanaf 2032

Tabel 5: Verwacht beeld van het aantal BW-plekken in 2032 op basis van het beschikbare budget

Samen in gesprek In de komende periode zullen de gemeenten met elkaar in gesprek gaan om tot een nieuw convenant te komen vanaf 1 januari 2023. Onderdeel van dit nieuwe convenant zijn afspraken over de samenstelling van het nieuwe regionale budget.

40

6. Verantwoording

41

Met dit Regionaal Kaderdocument willen de gemeenten in de regio Oost-Veluwe een impuls geven aan de eerder geformuleerde visie en uitgangspunten in de Transformatie-agenda Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen. Tegelijk willen we ook richting geven aan de periode tot 2030.

Inspraak van belanghebbenden Alle gemeenten van de regio Oost-Veluwe vinden het belangrijk om de kennis en ervaring te gebruiken van alle betrokkenen. Daarom hebben we met veel verschillende mensen en organisaties gepraat. We hebben de kennis en ervaring verzameld van: - Cliëntenraden - Zorgaanbieders - Woningcorporaties - Toegangsmedewerkers - Accountmanager - Regio-ambtenaren en -wethouders De uitkomsten van deze gesprekken zijn gebruikt bij het opstellen van dit Regionaal Kaderdocument. Ook betrekken we alle belanghebbenden in de vervolgstappen en de besluitvorming. Het concept Regionaal Kaderdocument was opengesteld voor inspraak van 30 november 2020 tot en met 10 januari 2021. De adviesraden van verschillende regiogemeenten hebben advies uitgebracht. Naar aanleiding daarvan is dit Kaderdocument op enkele punten aangepast.

42

Bijlage

43

Afkortingenlijst

Bopz

Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen

BW

Beschermd Wonen

BZK

Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties

EPA

Ernstige psychiatrische aandoening

Ggz

geestelijke gezondheidszorg

GMSD Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein IPS

Individuele Plaatsing en Steun

MO

Maatschappelijke opvang

NvO

Norm voor Opdrachtgeverschap

NOG

Noord- en Oost-Gelderland

ROB

Raad voor het Openbaar Bestuur

VNG

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

VWS

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Wlz

Wet langdurige zorg

Wmo

Wet maatschappelijke ondersteuning

Wvggz Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

44

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10162024/1