(087) Geanonimiseerde zienswijze
Tekst van het document
416555
Gemeente Brummen College van Burgemeester en Wethouders en Gemeenteraad Postbus 5 6970 AA Brummen Hall, 16 december 2022 Onderwerp: zienswijze Ontwerpbestemmingsplan “Buitengebied Brummen, landschaps- en natuurversterking Pongeweg 4a Hall” gemeente Brummen NL.IMRO.0213.BPBG700094-on01 Geacht College en geachte Gemeenteraadsleden, Bij dezen dienen wij een zienswijze in op bovengenoemd ontwerpbestemmingsplan, waarbij opgemerkt dat in de stukken zelf staat dat de zienswijze aan B&W gericht dient te zijn en in de publicatie in het gemeenteblad staat dat deze naar de Gemeenteraad moet. Nogal verwarrend, dus we doen dit maar naar beiden. Allereerst willen we uitspreken dat we uitermate verheugd zijn over dit positieve initiatief voor bij ons langs de Pongeweg. Ook omdat jarenlang in natuurbescherming en landschapsbeheer heb gewerkt en de potentiële waarde van het initiatief goed kan beoordelen. We zijn echter ook nogal verrast, niet in de laatste plaats omdat we het nieuws hierover uit het Gemeenteblad moesten vernemen. Ook andere buren van initiatiefnemers, die notabene uitkijken op de voorgenomen locatie, hebben het via deze weg moeten vernemen, zo bleek toen zij ons vroegen of wij er meer van wisten. Helaas betreft de aanleg van het voorgenomen bosperceel gedeeltelijk een perceel waarover een handhavingsprocedure loopt.
Deze handhavingsprocedure komt voort uit fouten tijdens bouw en aanleg van perceel Pongeweg 4A waarover wij al sinds 2017 in gesprek zijn met de gemeente. Na jarenlange ontkenning door de gemeente hebben we, op advies van de Rijksrecherche, eerst aan de Commissaris van de Koning van Gelderland gevraagd of hij wilde bemiddelen wat heeft geleid tot gesprekken met de burgemeester, soms in gezelschap van ambtenaren, onder leiding van een gespreksleider die door de Commissaris van de Koning ter beschikking is gesteld. Dit heeft tot op heden al geleid tot enkele nieuwe inzichten bij de gemeente omtrent welke regels ze hadden moeten toepassen bij de vergunningverlening en het toezicht daarna tijdens bouw en grondwerk. Het gaat in dit kader te ver om hier verder op in te gaan, maar omdat met dit initiatief ontwerpbestemmingsplan een deel van de illegale situatie sluipenderwijs zou worden gelegaliseerd, is de gekozen begrenzing van het geplande perceel niet mogelijk totdat de illegale situaties zijn opgeheven. Daar wij natuur zeer belangrijk vinden, hebben we nagedacht over eventuele oplossingen zodat dat de aanleg van deze natuur niet vertraagd hoeft te worden door de handhavingskwestie.
Als we kijken naar de Potentiecheck Flora en Fauna dan valt ons op dat de auteur gemist heeft dat de beoogde locatie als steppingstone kan dienen tussen het bos aan de Zwarteweg en het bosje aan de Voorstondensestraat. Daartussen liep voorheen, voor de bouw van Pongeweg 4A, een druk gebruikte route van reeën die sinds de bouw van 4A grotendeels buiten gebruik is geraakt. En omdat de alternatieve route die ze hadden ontdekt over ons erf aan de andere kant van ons erf buiten gebruik geraakt is doordat de bewoners aan die kant (Pongeweg 8) hun honden in het weiland los laten lopen, is herstel van de oorspronkelijke route voor de reeën erg belangrijk. Daartoe zal de dekking van een bosje zeker bijdragen. Dat gemeente toeziet op instandhouding van het bos aan de Zwarteweg dat vergaand in verval raakt, is natuurlijk een voorwaarde en zou vanzelfsprekend moeten zijn.
1
Er is nog een complicerende factor voor de precieze locatie die nu beoogd wordt, te weten de sterk toegenomen verkeersdruk op de Pongeweg met name tussen de Slatweg en perceel 4A (de korte periode van kerstbomenverkoop buiten beschouwing latend). Daarvan zijn initiatiefnemers zich ongetwijfeld niet bewust omdat dit sinds zij hier zijn komen wonen het geval is, dus ze weten niet hoe het voorheen was. Het gaat met name om grote aantallen pakketdiensten waarvan zeker meer dan de helft alleen naar 4A rijdt en terug naar de Slatweg, precies langs de gekozen locatie. En iedereen weet hoe de meeste pakketbezorgers rijden. Daarnaast hebben initiatiefnemers sinds dit jaar 2 sportwagens met sportuitlaten waarmee ze bij voorkeur vol gas wegrijden van hun perceel richting de Slatweg langs het beoogde perceel, waarschijnlijk omdat het een recht stuk is. Voor de veiligheid van het wild en voor de verkeersveiligheid lijkt het ons dan ook zinvol om de eerste strook langs de weg geen bos te planten maar daar in een strook van een meter of 20 de huidige bestemming te handhaven zodat overstekend wild het verkeer ziet en het verkeer overstekend wild tijdig ziet. Om dan toch de gewenste oppervlakte te halen zou het bosje langs de Oekense Beek verder doorgetrokken kunnen worden in de richting van het geplande bos aan de Voorstondensestraat.
Die 20 meter strook langs de weg leent zich uitermate goed voor bloemrijk grasland, ingezaaid met een streekeigen mengsel zoals van De Cruydthoeck (wij hebben daar op ons perceel bijzonder goede resultaten mee). Landschapsbeheer Gelderland kan verder advies geven over beheer en onderhoud van deze strook. Bijkomend effect van de door ons in deze zienswijze voorgestelde wat aangepaste begrenzing van het plangebied is dat het Pinusbosje dat aan de zuidwestzijde langs de weg ligt op tegen de regels opgehoogde grond niet langer binnen het beoogde natuurbos valt, daar deze Pinus een exoot is. We voegen een schets boven luchtfoto bij om te laten zien wat we bedoelen op basis van de bovengenoemde punten, zodat het ook niet langer conflicteert met de lopende handhavingskwestie.
Afbeelding 1: beoogd plangebied zoals in ontwerp bestemmingsplan Pongeweg 4a in groen. Links bos aan Voorstondensestraat (A) en rechtsonder bos aan Zwarteweg (B). Beide gedeeltelijk zichtbaar. Onder P staat het bosje met Pinus nigra.
2
Afbeelding 2: in blauw indicatief aangegeven waar wij denken dat het bosje wel kan, mits alle ophogingen in strijd met de bestaande regels buiten de begrenzing van het bestemmingsplangebied worden gehouden. In geel de strook die zich bijzonder goed zou lenen voor invulling als bloemrijk grasland. Onder P staat het bosje met Pinus nigra. Waardevol Brummen Zeker als het bosperceel helemaal langs de beek gesitueerd zou worden, kunnen we ons voorstellen dat Waterschap Vallei en Veluwe vanuit het project Waardevol Brummen belangstelling heeft om aan te sluiten bij dit initiatief. Het gehele perceel valt binnen het projectgebied “Waardevol Brummen”. Bijvoorbeeld door het slootachtige karakter van de Oekens Beek (de auteur van de Potentiecheck noemt het zelfs een sloot) met steile oevers te vergraven tot een natuurlijker loop met glooiende oevers waardoor een gradiënt in de vochtgraad van de grond ontstaat. Dat geeft ecologische meerwaarde. Potentiecheck Even tussendoor willen we opmerken dat in de Potentiecheck abusievelijk staat dat er sprake is van een poel op het erf van Pongeweg 4A. Dat is een retentievijver met dus totaal andere waarde dan een poel o.a. door de sterk schommelende waterstand door de seizoenen heen.
En het is uitermate jammer dat de auteur van de Potentiecheck niet even contact heeft opgenomen met ons, omdat wij op ons perceel de afgelopen jaren al zoveel voor de natuur hebben gedaan dat de data in de NDFF een sterke onderschatting geven van wat er al is en van de potentie. Ook valt ons op dat de mol ontbreekt, terwijl de mol zeer belangrijk is op arme zandgronden als deze, omdat de gangen van de mol uitspoeling van organisch materiaal naar diepere lagen mogelijk maakt waardoor bomen en struiken dieper kunnen wortelen en dus minder gevoelig zijn voor verdroging als gevolg van de klimaatverandering. We stellen dan ook voor dat vastgelegd wordt in de regels dat het bejagen van de mol, zoals dat nu op het betreffende perceel gewoon is, niet langer is toegestaan, zodat de mollenstand zich weer kan herstellen. Het zou voor de natuur overigens beter zijn als initiatiefnemers ook op de rest van hun perceel zouden stoppen met het (laten) bejagen van de mol, zodat uitwisseling mogelijk is met de inmiddels geïsoleerd geraakte mollenpopulatie op ons perceel; dat helpt op beide percelen verzwakking door inteelt te voorkomen. Inrichtingsplan In het inrichtingsplan valt ons een aantal zaken op.
Zo ontbreekt bij de aan te planten soorten de inheemse Vogelkers die streekeigen is en het uitermate goed doet in tegenstelling tot de wel geplande aanplant van Krent, die het hier heel erg moeilijk heeft. Verder zijn er geen groenblijvers voorzien (Taxus baccata en Ilex aquifolium (Hulst) zijn inheems), terwijl die in het winterseizoen zeer belangrijk zijn voor de dekking van het wild en beschutting.
3
Ook ontbreekt de Wintereik waarvan begin jaren ’90 tijdens mijn studie Bosbouw in Frankrijk al leerde dat deze veel beter bestand is tegen verdroging dan de zomereik. Daar de wintereik hier ook inheems is, zou een gedeeltelijke vervanging van de Zomereik door Wintereik een versterking van het bos opleveren, zeker in het licht van de klimaatverandering. De Winterlinde, eveneens inheems, is ook bovengemiddeld goed bestand tegen verdroging in het groeiseizoen en biedt in de zomer een enorme fourageermogelijkheid voor grote hoeveelheden wilde bijen en andere insecten. Hierbij dient wel opgemerkt te worden: als er geen imkers vlakbij hun kasten hebben staan; dat negatieve effect hebben wij bij ons al gemerkt. Dus het zou goed zijn als in de regels iets wordt opgenomen over niet houden van bijen en het is misschien een goede aanleiding om de voor de natuur schadelijke neveneffecten van de imkerij onder de aandacht van B&W en de Gemeenteraad te brengen. Verder geeft Landschapsbeheer Gelderland tips over aanplant en onderhoud waarbij opvalt dat de groeiverwachting veel hoger is dan hier in de praktijk gewoon is. Toen wij hier kwamen wonen werd ons door verschillende boeren uit de omgeving verteld dat bomen en struiken in deze omgeving zeker 4 jaar nodig hebben om aan te slaan en pas na 4 jaar echt beginnen te groeien.
En wij hebben ervaren dat dat ook zo is en dat dankzij heel veel watergeven in droge jaren. In het rapport staat dat na 2 jaar de aanplant begint te sluiten, maar dat is veel te optimistisch voor deze locatie. In dit licht is de instandhoudingsverplichting van tenminste 10 jaar ook bizar kort. Dit brengt ons meteen op het volgende punt: water. Er staat een advies in om 2x per week alle aanplant water te geven. Dat is sowieso wel een opgave met een perceel van 1 ha. Bemoeilijkende factor is dat dit normaal gesproken met grondwater gebeurt maar dat het beoogde bos maar ook de puls bij Pongeweg 4A binnen de zone ligt waar het waterschap het afgelopen jaar het strengste regime heeft opgelegd voor het beperken van grondwatergebruik ivm de aanhoudende droogte vnwege de afstand tot de Oekense Beek. Wat betreft het moment van aanplanten kunnen we niet anders dan dringend adviseren om dat in de herfst te doen, omdat dat de uitval flink beperkt en daarmee de kosten van inboeten voor de initiatiefnemers. We nemen aan dat het de bedoeling is dat ze daartoe verplicht zijn, dat is gebruikelijk in dit soort regelingen. Maar die verplichting moet natuurlijk wel ergens zijn vastgelegd.
Ook wordt er door Landschapsbeheer Gelderland een snoeiadvies gegeven waarbij ze er blijkbaar niet aan hebben gedacht dat mensen die wat minder bekend zijn met natuur zich vaak niet bewust zijn van zoiets als een broedseizoen. Het lijkt ons essentieel in de regels op te nemen dat er geen onderhoud en ook geen verstorende activiteiten zijn toegestaan in het broedseizoen (15 maart – 15 juli) en daarbuiten in de nabijheid van een broedgeval. Het is misschien onprettig voor initiatiefnemers om te vernemen, maar wij letten erg op de natuur en wij hebben gezien dat in het eerste broedseizoen nadat zij eigenaar geworden zijn het bosje in de uiterste noordoostpunt van hun perceel volledig is uitgemaaid met een bosmaaier en is opgesnoeid tot op een zodanige hoogte dat daarmee alle dekking van het bosje weg was en sindsdien konijn, haas en ook ree daar niet meer overdag een rustplek vinden, zoals voorheen wel het geval was. En dat lijkt ons met de geplande aanplant voor natuurdoeleinden niet het gewenste beheer. Bij de aanplantadviezen ontbreekt dat er rekening moet worden gehouden met het kunnen schonen van de Oekense Beek. Dit om stroomopwaarts wateroverlast te voorkomen. Dat betekent dat er voldoende afstand tot de beek gehouden moet worden.
En bij aanplant, weten we uit ervaring, zal veel beschermend materiaal nodig zijn tegen wildvraat, wil de begroeiing überhaupt een kans maken zich te ontwikkelen. Dit dient na een aantal jaren ook te worden opgeruimd door initiatiefnemers zodat er niet overal zwerfplastic terechtkomt.
4
In de adviezen staat over onderhoud dat alles onkruidvrij moet zijn. Dat past natuurlijk niet in een natuurdoelstelling en is ook volstrekt onnodig. Het enige dat nodig is, is het vrijhouden van een beperkte plantspiegel rondom elke plant. Waarbij aandacht nodig is om de stammen en de antiwildvraatvoorzieningen niet te beschadigen, wat vaak het geval is tijdens dat soort werkzaamheden, zelfs door vakmensen. In de plantadviezen wordt niet ingegaan op het reliëf in het terrein en de daaruit voortkomende gradiënt qua vochthuishouding. Dat is een gemiste kans op ecologische meerwaarde en mogelijk zelfs een factor die tot plaatselijke mislukking kan leiden. We missen in dit licht een gedetailleerde werktekening voor de aanplant, wat waar moet komen en een juridische verankering daarvan in het bestemmingsplan. Benodigde kennis Dat brengt ons in een breder perspectief op het feit dat we het initiatief weliswaar geweldig toejuichen maar dat we, gezien het gedrag dat wij zien van initatiefnemers en de schade die ze daarmee aan de natuur aanbrengen, een gebrek aan kennis en inzicht zien. We gaan er zonder meer vanuit dat het een gebrek aan kennis is en dat het zeker geen onwil is, gezien het initiatief dat ze nu nemen.
We denken dat het essentieel is dat initiatiefnemers een stuk begeleiding (scholing?) krijgen zodat dit project geen grote deceptie voor initiatiefnemers wordt en geen weggegooid geld van de belastingbetaler. We benoemen slechts een voorbeeld, omdat we hier geen “naming en shaming” willen bedrijven, maar omdat je van niemand kunt verwachten dat iemand z’n blinde vlek zelf kan benoemen. In het groeiseizoen wordt de berm langs de Pongeweg over de gehele lengte van het perceel van initiatiefnemers bijna wekelijks gemillimeterd en de gemeentegreppel vol schermbloemigen geregeld uitgemaaid, ook langs het beoogde natuurbos, terwijl de gemeente uitdrukkelijk verzoekt vanwege ecologie en de eikenprocessierups dat niet te doen. Zeker omdat er veel eiken langs dit stuk van de Pongeweg staan is dit dus extra ongelukkig. We hopen dat de gemeente een manier kan vinden om initiatiefnemers vooraf een stuk kennis bij te brengen. De benodigde gedragsverandering volgt dan normaliter vanzelf. We vinden dit een lastig onderwerp, maar we zijn er niet in geslaagd in gesprek te komen met initiatiefnemers, zelfs niet via buurtbemiddeling en het benoemen van de bovengenoemde zaken is naar ons idee essentieel om dit initiatief tot een succes te kunnen laten worden.
Verankering in regels bestemmingsplan Misschien is het daarnaast bij dit soort initiatieven wenselijk in de regels op te nemen dat afval dat vrijkomt bij onderhoud en beheer, niet in de openbare ruimte gestort mag worden, zoals we de laatste jaren uitgerekend langs dit perceel zien, maar binnen het perceel verwerkt dient te worden voor ecologische doelen, met name schuilmogelijkheden voor ringslang, muizen, kamsalamander etc en ook marterachtigen die meer dan welkom zijn omdat die de rattenstand laag houden. Het lijkt ons ook logisch dat de gemeente in de regels opneemt dat de eigenaar van het beoogde natuurbos geen roofdieren, waaronder huiskatten, los laat lopen, tenminste in het broedseizoen. Bijkomende winst zal zijn dat bij ons op het perceel de aantallen broedgevallen van vogels in heggen en struiken zich kan herstellen. Dat waren er tientallen per jaar ondanks incidentele bezoekjes van zwerfkatten en is gereduceerd tot nul sinds de komst van initiatiefnemers. We verzoeken gemeente en initiatiefnemers om zaken die essentieel zijn voor de ontwikkeling en instandhouding van het natuurbosje goed in de regels van het (ontwerp)bestemmingsplan te verankeren. Zaken die nu in bijv alleen in het inrichtingsplan of in de toelichting staan en dus geen juridische waarde hebben.
5
Ook zaken die wij hierboven hebben genoemd. We weten uit ervaring hoe desastreus het kan zijn als er onvoldoende in de regels is verankerd. Dat heeft ons al een keer een dure bestemmingsplanwijziging gekost en een zeer kostbare civiele zaak over hydrologische gevolgen, dus het is ook in het belang van initiatiefnemers dat zaken goed worden vastgelegd in het juridisch bindende gedeelte. Ook verzoeken we gemeente en initiatiefnemers nog eens goed te kijken naar wat er wel in de regels staat, want wij zien bijvoorbeeld heel veel regels over bouwen terwijl in het perceel helemaal niet mag worden gebouwd. Ook wordt gesproken over een communicatiemast wat ook strijdig is met dat überhaupt niet mag worden gebouwd. Ook zien wij dat in 1.21 wordt gesproken over (agrarisch) medegebruik terwijl in dit plan juist wordt voorgesteld de bestemming van agrarisch te wijzigen naar bosbestemming, waarna dus geen sprake meer kan zijn van (agrarisch) medegebruik. Verder lijkt er een discrepantie tussen wat civielrechtelijk en bestuursrechtelijk is geregeld en dat lijkt ons niet in het belang van initatiefnemers, gemeente en het algemeen belang.
Civielrechtelijk is geregeld dat het bos minstens 10 jaar staat, daarna mag het weg, is geen herplantplicht geregeld maar zonder bestemmingsplanwijziging om het perceel terug te brengen naar agrarische bestemming heeft het een bosbestemming maar er hoeft geen bos op te staan, waar er normaal gesproken een herplantplicht op een bosperceel rust. Die herplantplicht ontbreekt volledig. Ook zien we in artikel 7 staan dat vellen en rooien van bomen zonder vergunning is toegestaan. In de civielrechtelijke overeenkomst is een instandhoudingsverplichting van 10 jaar. Na 10 jaar mag dus op grond van dit artikel het hele bos worden gerooid. Maar… in artikel 4 is het verbod opgenomen om diepwortelende beplanting (aan te brengen of) te verwijderen. Weliswaar geldt een grens van 2500 m2 maar als na 10 jaar of langer het bos weggehaald wordt, is dat inclusief inmiddels over grote oppervlakte uitgegroeide en diepgewortelde bomen. Dat beslaat dan dus het grootste deel van het perceel van 1ha en dus zeker meer dan 2500 m2. Artikel 4 en 7 zijn dus onderling strijdig. Ook zien we met de Wet natuurbescherming strijdige bepalingen mb.t. het kappen en herplanten. We missen überhaupt de samenhang met de Wnb (voormalige Boswet).
Ook is volstrekt onduidelijk als initiatiefnemers besluiten om na 10 jaar of langer terug te veranderen in agrarisch of ze dan de ontvangen compensatie voor de waardevermindering moeten terugbetalen aan gemeente. De waarde van het perceel zal dan immers met een relatief eenvoudige en ‘goedkope’ bestemmingsplanwijziging teruggebracht kunnen worden in agrarische, veel duurdere staat. Het lijkt ons logisch dat de waardevermeerdering in dat geval dan aan de gemeente moet worden afgedragen. Wat volledig ontbreekt, is een verankering van de civielrechtelijke afspraken bij verkoop van het perceel. Bijv mbt de instandhoudingsverplichting. Dit kan, weten we uit ervaring, vergaande en onaangename consequenties hebben voor alle partijen. Wat er nu civielrechtelijk geregeld is, is een set afspraken tussen gemeente en huidige eigenaar/initiatiefnemer. Na verkoop is er niemand die kan toezien of nog iets kan afdwingen mbt de gemaakte afspraken. Dit is althans de uitleg die wij kregen van de gemeente in verband met civielrechtelijke afspraken met de vorige eigenaar van ons perceel. Dat brengt ons op het punt van het maximale rendement halen uit besteding van publieke gelden.
En, waar we dit een geweldige regeling vinden voor dit soort initiatieven, willen we toch even opmerken dat de gemeente, al dan niet in samenwerking met provincie, hetzelfde resultaat van 1ha bos kan bereiken met één briefje (i.p.v. € 65.000) naar de eigenaar van een teloorgegaan bosperceel in de directe omgeving, waar sinds 2018 geen herplant plaatsvindt, terwijl dat op grond van de Wnb binnen 3 jaar dient te gebeuren. En zo zijn er wel meer percelen waar de gemeente met veel minder financiële middelen winst voor de natuur kan boeken. 6
Toelichting Wat betreft de Toelichting zien we onder 1.3 een kaartje met het vigerend bestemmingsplan voor het beoogde perceel. Echter het gedeelte waar dit bestemmingsplan Pongeweg 4-6 niet meer vigerend is, staat wel met de oude bestemmingen op dit kaartje wat tot verwarring leidt. Dit is het gedeelte dat nu valt onder bestemmingsplan Pongeweg 4 en 6. Eveneens in de toelichting onder 2.1 staat: “Het naastgelegen erf is enkele jaren geleden herontwikkeld van agrarisch naar wonen ten behoeve van een nieuwe woning en een minicamping.” Gedoeld wordt op de bestemmingsplanwijziging waarin de bouw van Pongeweg 4A mogelijk is gemaakt. De inhoud is echter onjuist. Voor de minicamping ligt de bestemming ‘RecreatieVerblijfsrecreatie’ sinds die bestemmingsplanwijziging op een deel van het perceel Pongeweg 4A en niet een woonbestemming. En het grootste deel van het perceel Pongeweg 4A heeft ongewijzigd de bestemming ‘Agrarisch met waarden – landschapswaarden A’ gehouden. Onder 6.1 van de toelichting wordt gesproken over het beoordelen van aanvragen voor omgevingsvergunning als zijnde met voorliggend plan voor gemeente gemoeide kosten. Wij vragen ons af op welke omgevingsvergunning wordt gedoeld, nu er in dit kader geen vergunningsaanvragen zijn gepubliceerd. We realiseren ons dat we zeer uitgebreid hebben gereageerd.
We hopen dat we op deze wijze onze bijdrage hebben geleverd op het vergroten van de kans op succes voor initiatiefnemers en een verbetering van besteding van belastinggeld door de gemeente. Vanzelfsprekend zijn we graag bereid om zaken nader toe te lichten als er vragen zijn.
7