CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

(086) Nota Zienswijze definitief ontwerp Gemeenschappelijke Regeling Regio Stedendriehoek

Forum Fysieke Leefomgeving 16 mei 2024, gemeente BrummenBij agendapunt: Definitief ontwerp Gemeenschappelijke Regeling Stedendriehoek (besluitvormend)1.850 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

430683

De Colleges van B&W van Apeldoorn, Brummen, Deventer, Epe, Heerde, Lochem, Voorst en Zutphen

Kenmerk: Plaats, datum: Behandeld door: Telefoon: Onderwerp:

000419497 Deventer, 21 december 2023

Aanbieden Zienswijzenota ontwerpregeling GR Regio Stedendriehoek

Geachte colleges,

Wij hebben u op 7 juli 2023 de ontwerpregeling- en toelichting op de Wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Regio Stedendriehoek aangeboden en u in de gelegenheid gesteld om uw raad een zienswijze in te laten dienen. We zijn blij dat we van alle gemeenteraden een reactie hebben ontvangen. Dat geeft de betrokkenheid van de raden bij de regio aan. Zes raden hebben een zienswijze ingediend en alle acht gemeenten stellen voor een raadsadviescommissie in te stellen. In de bijlage bij deze brief geeft het Algemeen Bestuur (Regioraad, AB) duiding aan de zienswijzen en hoe het AB met de zienswijzen wil omgaan. In het algemeen herkent het AB zich in de ingediende zienswijzen. Veel van de zienswijzen neemt het AB over, hetzij via aanpassing van de regeling zelf, hetzij via andere besluiten of activiteiten. Het AB hecht aan een flexibele regeling waarbij er ruimte is om in de loop van de tijd zaken aan te passen, zonder dat de regeling zelf aangepast moet worden. De rol van de in te stellen raadsadviescommissie is daarbij voor het AB en het Dagelijks Bestuur essentieel. We zijn blij dat alle gemeenteraden hebben gevraagd om deze commissie in te stellen. De niet-politieke commissie helpt om de belangen van de raad goed voor het voetlicht te brengen. Veel van de zienswijzen verwijzen naar de positie van de raad binnen de regionale samenwerking.

Door het instellen van de commissie wordt die positie versterkt. Na de inwerkingtreding van de gewijzigde regeling gaat het AB aan de slag met het (formeel) instellen van de raadsadviescommissie, in overleg met de raden. We zien er naar uit om samen met u en de gemeenteraden verder uitvoering te geven aan de opdracht in deze gemeenschappelijke regeling om de gemeenschappelijke en regionale belangen van de gemeenten te behartigen en het samen met belangengroepen, maatschappelijke organisaties en private partijen bevorderen van een regio ‘in balans’ en het versterken van de brede welvaart. Wij verzoeken u om de reactie op de zienswijzen over te nemen en te delen met uw raad. Hoogachtend, Dagelijks Bestuur van Regio Stedendriehoek

Ineke Lijnema Secretaris

Ron König Voorzitter

Zienswijzenota Ontwerpregeling GR Regio Stedendriehoek Zes gemeenteraden hebben een inhoudelijk zienswijze gegeven op de Ontwerpregeling Gemeenschappelijke Regeling Regio Stedendriehoek. Aan de hand van de diverse instrumenten in de regeling is hieronder een reactie gegeven op de diverse zienswijzen. Het Algemeen Bestuur heeft daarbij geprobeerd om zoveel mogelijk tegemoet te komen aan de wensen van de raden. Soms in de vorm van wijziging van de regeling en andere keren door alternatieven voor de regeling te benoemen. Het Algemeen bestuur hecht aan een flexibel e regeling waarbij de rol en positie van raden en colleges voldoende zijn gewaarborgd. Zienswijze bestuursbesluiten (Apeldoorn, Deventer, Epe, Voorst) Een aantal raden vraagt om het toevoegen van documenten waarover de raden een zienswijze kunnen indienen. We snappen die wens. Vooral wanneer het gaat om documenten die de bevoegdheid van een raad raken, zoals participatienota en het evalueren van de regio. Deze documenten zullen we in de definitieve versie van de regeling opnemen (art. 11). De vraag vanuit één van de raden om het inhoudelijke meerjarenbeleidsplan voor te te leggen aan de raad voor zienswijze is al opgenomen in de regeling. Het toesturen van de jaarlijkse kadernota is een wettelijke verplichting vanuit de Wgr, waar geen verplichting tot zienswijze bij is opgenomen.

Toch snappen we dat de raden invloed willen hebben op de kaders voor de begroting. Daarom hebben we in de regeling opgenomen dat we een meerjarige kadernota opstellen, die voor zienswijze wordt voorgelegd aan de raden (art. 11). We menen dat we hiermee de raden voldoende in positie brengen. Documenten die een uitvoerend karakter hebben, zoals jaarplannen, behoren niet tot de bevoegdheid van raden. Om raden wel hun controlerende taak te kunnen laten uitvoeren, komen de jaarplannen samengevat terug in de begroting (zienswijze mogelijk) en het jaarverslag van de regio. Hiermee kunnen de raden via een zienswijze of via het lid in het algemeen bestuur sturing geven aan de regio. Eén van de zienswijzen verzoekt om de zienswijzetermijn te verlengen naar tien weken. Deze termijn is praktisch haalbaar en vertraagt de besluitvorming binnen de regio niet onredelijk. Daarom passen we deze termijn aan. De wettelijke termijn voor de ontwerpbegroting blijft uiteraard twaalf weken. In de praktijk is de termijn al langer en wordt in de nieuwe situatie nog ruimer. Dit sluit aan op het verzoek van één van de raden. Participatie (Apeldoorn, Epe) De zienswijzen vragen om de participatiewijze (art. 12) aan te laten sluiten bij de participatiewijzen van andere GR-en in de regio of in elk geval passende mogelijkheden voor participatie op te nemen in de regeling.

De wet geeft aan dat in de regeling participatie moet zijn opgenomen. In de toelichting bij de wet staat dat het van belang is dat in de regeling afspraken zijn gemaakt over participatie. Dit hebben we opgenomen in de voorliggende regeling. We hebben bewust in de regeling niet de precieze wijze van participatie opgenomen om zodoende flexibel te kunnen zijn, dit in afstemming met de informele raadsadviescommissie. Doordat deze participatienota voorgelegd wordt aan de raden voor een zienswijze (zie vorige paragraaf) hebben de raden de mogelijkheid om een reactie te geven op de nota en dus ook op de punten die in de zienswijze worden ingebracht. Voor verdere informatie verwijzen we naar de toelichting bij de gewijzigde regeling. We zullen de inhoud van de zienswijze uiteraard betrekken bij het opstellen van de participatienota. Evaluatie (Apeldoorn, Epe, Voorst) Gevraagd wordt om de evaluatieopdracht van de regeling te bespreken in de raadsadviescommissie en dat deze evaluatie plaatsvindt in het derde jaar van de raadsperiode. Wij delen deze visie. Het evalueren van de regeling is een belangrijk onderdeel van de regionale samenwerking, waarbij de betrokkenheid van de raden essentieel is. Door de (criteria) van de evaluatie ter zienswijze voor te leggen aan de raden (zie eerste paragraaf) regelen we in de regeling de formele positie van de raden.

De rol van de raadsadviescommissie wordt geregeld in een aparte regeling voor de commissie. De ingediende zienswijze zullen we daarin meenemen. We zijn van mening dat het vastleggen van het moment van evaluatie in de regeling de flexibiliteit van evalueren niet ten goede komt. Er kunnen redenen zijn om in een ander jaar te evalueren. Uiteraard wel binnen de vierjaarlijkse termijn, waarom in één van de zienswijzen wordt gevraagd. De redenen om in het derde jaar te evalueren delen wij echter wel. Wij zullen er daarom naar streven om in het derde jaar de evaluatie te laten plaatsvinden. Uittreden (Apeldoorn) De regeling zou op het punt van wijziging, opheffing en uittreding onvoldoende duidelijk zijn geformuleerd. Wij delen de visie dat de regeling duidelijk moet zijn over de voorwaarden en gevolgen van eventuele uittreding. Op het moment dat er sprake is van een wens tot uittreding moet de procedure niet ter discussie staan. Wij hebben daarom in de regeling gekozen voor een formulering die past bij deze gemeenschappelijke regeling, eenvoudig is en voldoet aan de wet. De wet schrijft voor om in de regeling de voorwaarden van uittreding en de (financiële) gevolgen voor het samenwerkingsverband en de betrokken gemeenten op te nemen. Dit is opgenomen in de regeling: • Een gemeente kan altijd uittreden. In de regeling worden daar geen extra voorwaarden aan verbonden.

• •

De financiële gevolgen van uittreding voor het samenwerkingsverband en de overige deelnemende gemeente zijn in de regeling duidelijk geformuleerd: de uittredende gemeente draagt de kosten die verband houden met de uittreding. De gevolgen voor een uittredende gemeente zijn dat zij het eerste en het tweede jaar na uittreding nog bijdragen aan de regeling, zonder daar deel van uit te maken.

De daadwerkelijke financiële gevolgen kunnen in de regeling niet worden opgenomen, omdat dit afhankelijk is van het moment van uittreding. Daarom is in de regeling opgenomen dat het algemeen bestuur deze gevolgen op dat moment inventariseert en een uittredingsplan opstelt. Wij zijn van mening dat hiermee de regeling voldoende duidelijkheid geeft bij uittreding en voldoet aan de voorwaarden vanuit de wetgeving. We hebben er bewust voor gekozen om geen andere voorwaarden en/of gevolgen op te nemen. Dit zou juist zorgen voor meer onduidelijkheid en discussie bij uittreding. Overig (Apeldoorn, Lochem, Zutphen) Naast zienswijzen over de instrumenten is er nog een aantal andere zienswijzen ingediend: •

Vastleggen termijnen P&C-cyclus - De termijnen voor het aanleveren van de kadernota en begroting aan de raden is wettelijk geregeld. In één van de zienswijze wordt gevraagd om te overwegen of de termijnen, zoals die in de praktijk worden gehanteerd, op te nemen in de regeling. Wij begrijpen deze wens om duidelijkheid van de termijnen. Tegelijkertijd zorgt het vastleggen van bovenwettelijke termijnen voor minder flexibiliteit. Wij hechten er daarom aan om samen met de Raadsadviescommissie af te stemmen welke termijnen gewenst zijn. Overigens staan in de toelichting bij de regeling de termijnen die we binnen de regio hanteren benoemd.

•

Concretisering belang regio – Wij onderschrijven de oproep om bij de uitwerking van plannen, deze zo ‘SMART’ mogelijk te concretiseren. Vanuit de Strategische Agenda is een Uitvoeringsagenda opgesteld, op basis waarvan elk jaar de begroting en de jaarplannen worden opgesteld. In deze volgorde worden de activiteiten, inspanningen en beoogde resultaten steeds concreter. Wij delen de visie dat daardoor een goede evaluatie mogelijk en zinvol is.

•

Geschillencommissie wenselijk? – Er zijn twijfels bij het instellen van een geschillencommissie, omdat dit een onduidelijke extra procedurestap zou opleveren, die wettelijk niet nodig is. Het is inderdaad zo dat bij geschillen, een geschillencommissie een extra procedurestap is. We hebben hier bewust voor gekozen om te voorkomen dat we bij een geschil deze direct moeten voorleggen aan Gedeputeerde Staten (op basis van artikel 28 Wgr). We zijn van mening dat we als gemeenten onze geschillen eerst onderling moeten zien op te lossen. Een geschillencommissie kan daarbij een goede rol spelen, zoals dit ook al is opgenomen in de huidige regeling (art. 32). Uiteraard verwachten we dat deze geschillencommissie niet nodig zal zijn en eventuele geschillen tussen partijen onderling worden opgelost.

•

Strategische Board als adviescommissie - Gevraagd wordt om de Strategisch Board op te nemen in de regeling als één van de adviescommissies van het Algemeen Bestuur. Wij hechten eraan dat het bedrijfsleven en het onderwijs betrokken zijn bij de gemeenschappelijke regeling. Het voorstel om de Board als adviescommissie op te nemen in de regeling omarmen wij daarom van harte en nemen we op in de definitieve regeling (art. 22).

•

Toevoegen van ‘welzijn voor dieren’ – De zienswijze vraagt om naast aandacht voor welvaart ook aandacht te hebben voor dieren, gelet op het begrip brede welvaart. Wij zien het begrip ‘brede welvaart’ als een begrip dat de breedte van welvaart en welzijn voor mens én dier omvat. De genoemde activiteiten in artikel 1 a t/m d zijn niet limitatief, waarmee welzijn voor dieren ook kan vallen onder de doelstelling van de regio. De uitwerking van ‘brede welvaart’ wordt gedaan in de diverse agenda’s die zijn en worden opgesteld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14078339/1