CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

(083) Q&A Webinars RES 2.0

Forum Fysieke Leefomgeving 13 maart 2025, gemeente BrummenBij agendapunt: RES 2.0 Stedendriehoek (adviserend)1.613 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Q&A webinars RES 2.0 - 21 en 29 januari Voor: Datum: Opstellers:

Raadsleden RES regio Stedendriehoek 6 februari 2025 Joris Benninga en Matthijs van der Jagt

Beste deelnemers, Hartelijk dank voor uw deelname aan de webinars op 21 en 29 januari 2025. Tijdens deze sessies hebben we belangrijke informatie besproken en waardevolle inzichten gedeeld over de RES 2.0. In deze Q&A vindt u het overzicht van de vragen die u tijdens de webinars stelde. Deze zijn voorzien van een antwoord. Politieke vragen zijn in deze Q&A niet beantwoord. Deze zijn wel genoteerd en kunt u bespreken tijdens de lokale raadsconsultatieronde in februari en maart 2025. De opname van het webinar is te vinden via de volgende link: https://f.io/zmXZMirE

Vraag 1: Kernenergie wordt losjes genoemd, maar is nogal een issue…..? Antwoord: Het noemen van verschillende energiebronnen, inclusief kernenergie, betekent niet automatisch dat al deze opties ook daadwerkelijk worden ingezet. Voor elke gemeente wordt lokaal gekeken naar de meest passende oplossingen. Hierbij wordt rekening gehouden met ruimtelijke, maatschappelijke en politiekbestuurlijke aspecten, evenals de doelstellingen voor betaalbare, betrouwbare en duurzame energie. De energiemix wordt dus zorgvuldig afgestemd op de lokale situatie. Vraag 2: Vraag aan het team: Welke argumenten kan ik als fractie inzetten bij een raadsdiscussie over de zoekgebieden voor zonnevelden? Een deel van de mensen wil daar van af. Antwoord: Wij zien dit als een politieke vraag. Dit is afhankelijk van uw standpunt en uw bestuurlijke afwegingen. Op deze vraag kunnen wij u hier daarom geen antwoord geven. Vraag 3: Is dit inclusief belasting? Dat komt weer terug...? Antwoord: De prijs is inclusief belasting. Maar die opbrengsten vallen wel grotendeels in de algemene middelen en die worden niet alleen ingezet voor lokale ontwikkeling. Door lokaal te investeren en te (ver)kopen blijft in ieder geval een deel van het geld in de eigen gemeenschap en draagt het op meerdere manieren bij aan de lokale economie. Vraag 4: Wat is het moment om werkelijk over te gaan van RES 1.0 naar RES 2.0.

(en we niet meer praten over RES 1.0, maar alleen over RES 2.0?) Ik heb de indruk dat dit nu naast elkaar loopt. Klopt dat? Antwoord: Zolang de RES 2.0 nog niet is vastgesteld door de volksvertegenwoordigers, werken we binnen het kader van RES 1.0 aan de uitvoering van de plannen. Tegelijkertijd zien we dat de strategie op sommige punten moet veranderen, en daarom werken we al met de RES 2.0 in gedachten. Een voorbeeld hiervan is de realisatie van windmolens op bedrijventerrein De Mars, waarbij de opgewekte energie direct wordt geleverd aan lokale bedrijven. Vraag 5: Batterij systemen hebben nu meer de voorkeur boven zon en windopwekking? Antwoord: Ja dat klopt. Maar dat geldt voor opslag in bredere zin (dus ook warmte en koude buffers en conversie naar bijvoorbeeld waterstof). Streven is om de groei in opwek, opslag en verbruik zoveel mogelijk gelijke tred te laten houden. De laatste jaren is opwek hard gegroeid en konden we de elektriciteit nog kwijt door op momenten van veel aanbod van duurzame energie, onze gascentrales minder hard te laten draaien. Nu komen we op een punt waarop de gascentrales af en toe helemaal uit kunnen en dat er zelfs dan nog stroom over is. Het klopt dus wel dat het nodig is om op het gebied van “opslag” en “vraagsturing” een inhaalslag te maken. Dat gaat waarschijnlijk ook gebeuren.

Vervolgens zal dit ervoor zorgen dat er opnieuw weer ruimte komt voor meer opwek. In dat proces worden deelnemers aan het energiesysteem steeds beter in het beoordelen van de samenhang tussen opwek, (flexibele)vraag en opslag. Er speelt dus een inhaal- en aanpassingsproces. Dat zal naar verwachting een aantal jaren gaan duren. Maar deze beweging is al wel te zien. Bijvoorbeeld: Een ondernemer die zon-PV op z’n dak wil leggen zal dat tegenwoordig heel vaak doen in combinatie met een batterij. Een ander voorbeeld is: Een ondernemer die al PV heeft koopt er een batterij bij. Wanneer er onvoldoende stroom kan worden geleverd die aansluit op de energievraag, dan is opwek zeker nog nodig. Maar puur energie opwekken voor het opwekken alleen past niet zomaar meer in het energiesysteem. Daarom kijken we in de RES 2.0 naar de hele energievoorziening als een samenhangend geheel: vraag, opwekking en opslag van energie. Dit betekent niet dat opslag de voorkeur heeft, maar wel dat de uitdaging rondom opslag groter is dan bij opwekking. Als er onvoldoende stroom beschikbaar is voor de energiebehoefte, blijft opwekking noodzakelijk. Batterijsystemen worden steeds belangrijker om vraag en aanbod beter op elkaar af te stemmen, maar ze vervangen zon- en windenergie niet.

Het simpelweg opwekken van extra energie zonder een goed plan voor gebruik en opslag past niet meer vanzelfsprekend in het energiesysteem.

2

Vraag 6: Batterijsystemen komen niet van de grond door tegenwerking Tennet/Liander. Gaat dit veranderen? Antwoord: Opslag van energie wordt steeds belangrijker, maar moet wel op de juiste plek en onder de juiste voorwaarden in het energiesysteem passen. Netbeheerders zoals TenneT en Liander krijgen veel aanvragen voor batterijsystemen, maar niet alle systemen helpen bij het oplossen van problemen op het elektriciteitsnet. Daarom worden sommige aanvragen niet goedgekeurd. Op dit moment onderzoekt TenneT waar en onder welke voorwaarden grote batterijsystemen kunnen bijdragen aan een beter gebruik van het elektriciteitsnet. Dit kan in de toekomst helpen om meer opslagmogelijkheden te realiseren. Vraag 7: Wordt er in de RES 2.0 ook nog gekeken naar waterstof als brandstof of opslag mogelijkheid? Antwoord: In de RES 2.0 wordt gekeken naar de hele energievoorziening: de vraag naar energie, het opwekken van energie en de opslag en het flexibel gebruik ervan. Daarbij worden alle mogelijke energiebronnen meegenomen, zoals zonne- en windenergie, maar ook omgevingswarmte, restwarmte, biogas, waterstof en kernenergie. In de RES 2.0 wordt zowel naar grootschalige als kleinschalige oplossingen gekeken, zodat we een compleet en evenwichtig energiesysteem kunnen ontwikkelen.

Vraag 8: Ik mis nog inzicht in de gevolgen van het niet halen van de doelstelling/bod Antwoord: Het antwoord op deze vraag is tweeledig. In de eerste plaats is het belangrijkste uitgangspunt voor de RES 2.0 is dat we werken aan een betaalbare, betrouwbare en duurzame energievoorziening. Die energievoorziening hebben we nodig voor het uitvoeren van onze woningbouwplannen, uitbreidingen van bedrijventerreinen en de ontwikkeling van werklocaties. Maar ook om onze woningen en gebouwen te verwarmen zonder fossiele brandstoffen. En om het verkeer, de industrie en de landbouw minder belastend te maken voor het milieu. We kijken naar de energie die wij nodig hebben. Het niet halen van de doelstellingen heeft daarom effect op de mogelijke ruimtelijke ontwikkelingen en invulling van de verduurzamingsdoelstellingen. In de tweede plaats hebben we in de RES 1.0 aan het Nationaal Programma RES (NPRES) aangegeven dat we als Regio Stedendriehoek ons uiterste best doen om vanaf 2030 jaarlijks 1,07 TWh (terawattuur) aan duurzame energie op te wekken met behulp van windmolens en grote zonneparken. Dit is een inspanningsverplichting. NPRES is goed aangesloten en op de hoogte van onze aanpak voor RES 2.0. NPRES moedigt deze ook aan. Het is de komende periode vooral aan onszelf als betrokken gemeenten, waterschappen en provincie hoe wij om gaan met het RES 2.0 bod.

De netcongestie gaf ons het inzicht dat de energievoorziening in zijn huidige vorm niet toekomstbestendig is. En dat het ook niet leidt tot het halen van onze doelen. Dit was de belangrijkste aanleiding om in de RES Stedendriehoek, de focus te verleggen van grootschalige opwek op land in de RES 1.0, naar focus op de gehele energievoorziening in de RES 2.0. Er is een vertraging in het invullen van de RES 1.0 inspanningsverplichting. Maar we liggen goed op koers om ons doel voor 2050 te halen: een betaalbare, betrouwbare én duurzame energievoorziening voor onze regio. Vraag 9: Hoe krijg je 50% lokaal eigenaarschap voor elkaar? Antwoord: Er is in Nederland veel bereikt, mislukt en geleerd in de afgelopen 5 jaar. Ten eerste is het belangrijk om aan te geven dat bijna alle commerciële ontwikkelaars inmiddels prima kunnen leven met dit uitgangspunt. Om dit te doen slagen is helpt het als een gemeente in haar beleid duidelijk aangeeft wat lokaal eigenaarschap betekent en dit tot speerpunt benoemt binnen de transitie naar een lokale, rechtvaardige en duurzame energievoorziening. Daarnaast is er een lokale energiecoöperatie nodig, die in de eerste gesprekken met de betrokken ontwikkelaars meteen gelijkwaardig instapt. Een ervaren energiecoöperatie weet dat.

Als een coöperatie nog niet zo ervaren is, dan kunnen collega coöperaties in de Stedendriehoek bijspringen met hun kennis en ervaring. Verder helpt het om als gemeente een energiecoöperatie structureel in een positie te brengen als lokale energie-transitiepartner. Dat is voor gemeenten én coöperaties vaak wel een spannend traject. Maar het is de moeite waard. Een commerciële ontwikkelaar vertrekt meestal als het project eenmaal staat (transactie gedreven). Een energie coöperatie blijft en voegt decennia waarde toe (impact gedreven).

3

Vraag 10: Ik zie een plaatje van een vliegtuig. Wordt er ook gekeken welke extra kansen er zijn voor opwek duurzame energie als we vliegveld Teuge wegdenken? Antwoord: Wij zien dit als een politieke vraag. Dit is afhankelijk van uw standpunt en uw bestuurlijke afwegingen. Op deze vraag kunnen wij u hier daarom geen antwoord geven. Vraag 11: Is het participatieproces met inwoners meegenomen in de plannen? Antwoord: Elke gemeente maakt hier zelf een plan voor. Het participatieproces met inwoners wordt per gemeente vormgegeven en kan verschillen op basis van lokale behoeften, beleidskeuzes en beschikbare middelen. In veel gevallen wordt dit opgenomen in een breder communicatie- en participatieplan. Tijdens de opiniërende raadsronde zal per gemeente worden uitgelegd hoe inwoners en ondernemers worden betrokken.

4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15226140/1