(083) Plantoelichting
Tekst van het document
Het uitvoeren van een onderzoek in het kader van soortenbescherming is niet aan de orde. De uitvoerbaarheid van het initiatief voor ecologie is hiermee aangetoond.
4.4
Verkeer
Onderdeel van een goede ruimtelijke ordening is het effect van een beoogd nieuw project op de verkeersstructuur. Het initiatief omvat het toestaan van de reeds jaren aanwezig tweede woning binnen de woonboerderij aan de Emperweg 80 in Empe. Aangezien het hier gaat om een reeds bestaande situatie zal door het herzien van het bestemmingsplan geen wijziging optreden in de hoeveelheid verkeersbewegingen. De aanliggende wegen hebben voldoende capaciteit om deze bestaande verkeersbewegingen te verwerken. Parkeren Voor het bepalen van de parkeerbehoefte is gebruik gemaakt van de parkeernomen uit het 'Paraplubestemmingsplan Parkeren' (2018). Voor twee-onder-een-kapwoningen geldt een parkeernorm van 2,2 pp/woning. Daarmee komt de totale parkeerbehoefte in de toekomstige situatie uit op 4,4 (afgerond 4) parkeerplaatsen. Aan de voorzijde (zuidkant) van het perceel is er reeds op eigen terrein de ruimte voor deze parkeerplaatsen. Op de luchtfoto in paragraaf 2.1 is de ligging van het parkeerterrein op het perceel duidelijk zichtbaar. Het initiatief is uitvoerbaar vanuit het aspect verkeer.
4.5
Cultuurhistorie en archeologie
In elk bestemmingsplan moet een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden wordt omgegaan. Denk aan aanwezige monumenten, historische gebieden, kenmerkende (straat)beelden en landschapselementen. Bij het maken van plannen kan ook (weer) rekening gehouden worden met al deze elementen die er vroeger wel waren maar nu niet meer. Een bijzonder onderdeel van cultuurhistorie is archeologie.
Emperweg 80, Empe
31
Cultuurhistorie Het belang van cultuurhistorie is wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening. Het Besluit geeft aan dat “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” in het bestemmingsplan opgenomen moet worden. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. Archeologie De bescherming van archeologische waarden bij ruimtelijke ontwikkelingen is geregeld in de Erfgoedwet. De essentie van de wettelijke bescherming is dat archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem bewaard blijven. Bij ruimtelijke plannen geldt de verplichting om rekening te houden met bekende en te verwachten archeologische waarden. Indien ingrepen gepaard gaan met een verstoring van de bodem, kan het nodig zijn om nader onderzoek te doen, zodat - waar nodig - de archeologische waarden veiliggesteld kunnen worden en/of het plan aangepast kan worden. De verantwoordelijkheid voor archeologische waarden ligt bij de gemeente. Op basis van artikel 5.10 van de Erfgoedwet zijn mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken.
Planspecifiek Cultuurhistorie In het plangebied is er geen sprake van aangewezen cultuurhistorische waarden. Wel heeft het bestaande pand een karakteristieke gevel, die met voorliggend plan behouden blijft. Ook in de directe omgeving van het plangebied bevinden zich geen monumenten of anderszins cultuurhistorisch waardevolle objecten waar het initiatief een effect op kan hebben. Archeologie Ter plaatse van het plangebied geldt het 'Paraplubestemmingsplan Archeologie' van de gemeente Brummen. Het plangebied kent op grond van het parapluplan de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie Middelmatig' en 'Waarde - Archeologie laag'.. Bij een middelmatige en lage archeologische verwachting is een onderzoek verplicht bij bodemingrepen en bouwwerkzaamheden. Deze verplichting is niet van toepassing bij verbouwingen waarbij de oppervlakte van bestaande bebouwing niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt gebruikt. Het plan voorziet enkel in inpandige verbouwingen. Daarmee is het uitvoeren van een archeologisch onderzoek niet aan de orde. Er treden geen belemmeringen op in het kader van archeologie. Het initiatief is uitvoerbaar vanuit de aspecten cultuurhistorie en archeologie.
4.6
Economische uitvoerbaarheid
Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van 'afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien: het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is;
32
Emperweg 80, Empe
het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is; het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is.
Planspecifiek De ontwikkelingskosten komen geheel voor rekening van de initiatiefnemer. De gemeente zal voorafgaand aan de planologische procedure met de initiatiefnemer een exploitatieovereenkomst afsluiten. Voor de realisatie van het plan hoeft de gemeente geen investering te doen. De kosten die door de gemeente gemaakt worden voor het voeren van de planologische procedure zijn verrekend in de leges. Eventuele extra gemeentelijke kosten worden gedekt door de exploitatieovereenkomst. Tevens zal een overeenkomst betreffende planschade worden afgesloten. Deze kosten komen eveneens geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Ten aanzien de erfdienstbaarheid van weg/recht van overpad heeft er onderzoek plaats gevonden met betrekking tot eventuele privaatrechtelijke belemmeringen. Uit het onderzoek is niet gebleken dat er evident privaatrechtelijke belemmeringen zijn ten aanzien van de uitvoerbaarheid van onderhavig bestemmingsplan. Op basis van het bovenstaande kan geconcludeerd kan worden dat het plan economisch uitvoerbaar is.
Emperweg 80, Empe
33
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische planbeschrijving
Algemeen
Het bestemmingsplan is opgezet volgens de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen standaardvorm van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingplannen 2012 (SVBP 2012). Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar is wel een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan dit plan ten grondslag liggen. De toelichting is van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing. Daarnaast maken ook eventuele bijlagen onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan. Verbeelding De verbeelding is een digitale kaart, waarop bestemmingen en aanduidingen zijn weergegeven. Aanduidingen worden gebruikt om bepaalde zaken specifieker te regelen, bijvoorbeeld in de vorm van gebiedsaanduidingen, bouwaanduidingen, bouwvlakken, functieaanduidingen etc. Voor de analoge verbeelding is gebruik gemaakt van een digitale ondergrond (Grootschalige Basiskaart en/of kadastrale kaart).
Daar waar een verschil is tussen de digitale en de analoge verbeelding, is de digitale versie leidend. Regels De planregels zijn standaard onderverdeeld in vier hoofdstukken. Hoofdstuk I : Inleidende regels, deze bevatten de begrippen en wijze van meten; Hoofdstuk II: Bestemmingsregels, dit zijn de verschillende bestemmingen op alfabetische volgorde. De regels bevatten een bestemmingsomschrijving en regels voor het bouwen en het gebruik. Hoofdstuk III: Algemene regels, dit zijn regels die gelden voor alle bestemmingen. Dit zijn onder meer (mogelijke) flexibiliteitsbepalingen in de vorm van wijzigings- en afwijkingsbevoegdheden. Hoofdstuk IV: Overgangs- en slotbepalingen.
5.2
Wijze van bestemmen
Voor voorliggend bestemmingsplan is aangesloten bij de systematiek van het vigerende bestemmingsplan buitengebied 'NL.IMRO.02130000BPBG700000VA01- gemeentelijk plan; bestemmingsplan artikel 10 '. Het bevat de volgende bestemmingen: Enkelbestemming 'Wonen', ten behoeve van de woonfunctie van het plangebied. Binnen de bestemming is een maatvoering opgenomen met betrekking tot het maximum aantal wooneenheden (2); Dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie middelmatig', mede ten behoeve van de bescherming en/of het behoud van eventueel aanwezige archeologische waarden; Dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie laag', mede ten behoeve van de bescherming en/of het behoud van eventueel aanwezige archeologische waarden. Tevens kent het plan de volgende gebiedsaanduidingen: 'Overige zone - Agrarisch gebied'; 'Overige zone - Beslotenheid/Houtopstanden'. Met dit hoofdstuk is voldaan aan artikel 3.1.3 van het Bro.
34
Emperweg 80, Empe
Hoofdstuk 6 6.1
Procedure
Algemeen
Bij de voorbereiding van een (voor)ontwerp bestemmingsplan dient overleg te worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Dit is het vooroverleg, waarin het conceptplan wordt voorgelegd aan het waterschap en aan die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Voor wat kleinere plannen kan, in overleg, afgezien worden van dit overleg. Op basis van artikel 3.1.6 Bro dient verslag te worden gedaan van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken. Dit is de inspraak. Van (formele) inspraak kan, zeker bij wat kleinere plannen, worden afgezien. De gemeentelijke inspraakverordening is daarbij ook van belang. Een ontwerpbestemmingsplan dient conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter inzage gelegd te worden. Hierbij is er de mogelijkheid voor een ieder om zienswijzen in te dienen op het plan. Na vaststelling door de Raad wordt het vaststellingsbesluit bekend gemaakt. Het bestemmingsplan ligt na bekendmaking 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid voor belanghebbenden beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State.
Het bestemmingsplan treedt vervolgens daags na afloop van de tervisielegging in werking als er geen beroep is ingesteld.
6.2
Verslag vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro
Dit plan is dusdanig beperkt dat vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro niet nodig is.
6.3
Verslag inspraak ex artikel 3.1.6 Bro
Dit plan is dusdanig beperkt dat inspraak ex artikel 3.1.6 Bro niet nodig is. De buren zijn op de hoogte van het gebruik van het perceel door twee huishoudens daar het al lange tijd de feitelijke situatie is.
6.4
Verslag zienswijzen
Het plan heeft tussen 19 december 2023 en 29 januari 2024 ter inzage gelegen. Tegen het plan zijn geen zienswijzen ingediend. In het plan zijn voor vaststelling enkele herformuleringen opgenomen. De inhoud van het plan is hiermee niet veranderd.
Emperweg 80, Empe
35
36
Emperweg 80, Empe
Bijlagen
Emperweg 80, Empe
37
38
Emperweg 80, Empe
Bijlage 1
Emperweg 80, Empe
Stikstofonderzoek
39
40
Emperweg 80, Empe