CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

(082) Koersdocument Omgevingsvisie Brummen, concept 3, 2 december 2025 V01A

Besluitvormende raadsvergadering 22 januari 2026, gemeente BrummenBij agendapunt: Vaststellen koersdocument op hoofdlijnen Omgevingsvisie5.982 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

473013

Koersdocument omgevingsvisie Brummen - Concept In opdracht van de gemeente Brummen

4 december 2025

Colofon Laatst gewijzigd: 04-12-2025 08:58:00 LOS · ruimte maak je samen Nieuwe Linie 1-3, 5264 PJ Vught Tel: 073 - 7113770 info@losruimte.nl www.losruimte.nl

Inhoudsopgave 1

Inleiding ...................................................................................................................................... 4 1.1

Wat is een omgevingsvisie? ........................................................................................................... 4

1.3

Dit Koersdocument.................................................................................................................................5

1.2 1.4

2

2.2

Trends en ontwikkelingen ................................................................................................................6 De belangrijkste opgaven ................................................................................................................. 7

Visie op hoofdlijnen ........................................................................................................ 9 3.1

3.2

4

Leeswijzer........................................................................................................................................................5

De opgaven voor Brummen ..................................................................................... 6 2.1

3

In vier fasen naar een omgevingsvisie Brummen ..................................................... 4

Brede welvaart als overkoepelend doel............................................................................. 9 Thematische hoofdkeuzes ............................................................................................................13

Vervolg ..................................................................................................................................... 20

Inleiding

3

1 Inleiding De gemeente Brummen werkt aan een integrale en toekomstgerichte omgevingsvisie. In 2021 is met de omgevingsvisie 1.0 een eerste stap gezet, waarbij ‘Brummen op dit moment’ in beeld werd gebracht. Daarna is een beleidsanalyse uitgevoerd en heeft participatie plaatsgevonden met de samenleving en politiek. Na een tijdelijke onderbreking van het vervolgproces, is een doorstart ingezet. Het doel is om eind 2026 te komen tot een volwaardige, samenhangende, navolgbare en vastgestelde omgevingsvisie.

1.1

Wat is een omgevingsvisie?

1.2

In vier fasen naar een omgevingsvisie Brummen

We stellen de omgevingsvisie Brummen op in vier fasen. • Fase 1 resulteerde eind 2025 in een voortgangsnotitie (reeds opgeleverd). Hierin structureerden we de reeds aanwezige informatie, waarbij we onderscheid maakten in de verzamelde trends en ontwikkelingen, opgaven, ambities, doelen en keuzes die reeds opgesteld waren. We gaven zo de eerste gemaakte beleidskeuzelijnen weer. •

Fase 2 omvat de ontwikkeling van voorliggend koersdocument. In dit document staat de hoofdkoers van de gemeente. Het bevat een overkoepelend doel met een set leidende principes. Deze zijn verder uitgewerkt in een drietal thematische hoofdkeuzes met doelen, ambities en de belangrijkste (ruimtelijke) keuzes die de gemeente daarvoor maakt. Het koersdocument bevat een eerste visiekaart. In het proces richting de ontwikkeling van het koersdocument hebben we door middel van drie scenario’s doorgepraat over de hoofdkoers.

•

Fase 3 betreft het opstellen van een ontwerp omgevingsvisie. Het college werkt het koersdocument verder uit tot de ontwerp omgevingsvisie. In de ontwerp omgevingsvisie staat de hoofdkoers met doelen en ambities uit fase 2 plus een thematische en gebiedsgerichte uitwerking daarvan.

•

Fase 4 is het sluitstuk van het proces en voorziet in een vastgestelde omgevingsvisie. Hiervoor wordt de formele terinzagelegging gevolgd en het besluitvormingsproces doorlopen waarbij uiteindelijk de gemeenteraad een besluit neemt.

Een omgevingsvisie is een integrale strategische visie, waarin de gemeente voor de lange termijn doelen en ambities vastlegt voor de fysieke leefomgeving. In deze visie beantwoordt de gemeente vragen als: “Waar willen we woningen bouwen? En hoe willen we dat het landschap er in de toekomst uitziet?” Een omgevingsvisie is geen concreet plan, het bevat vooral de doelen en ambities die de gemeente heeft en de hoofdpunten van het beleid voor het fysieke domein. De visie helpt wel om alle plannen en het beleid waarin we die doelen uitwerken samenhangend te maken. De omgevingsvisie is één van de instrumenten uit de Omgevingswet. De omgevingsvisie komt niet uit het niets. De visie is gebaseerd op de identiteit en de kenmerken van ons landelijk gebied en alle dorpen. We benoemen wat voor ons van waarde is en wat we willen beschermen. Tegelijkertijd laten we daarbij zien waar en op welke manier ruimte is voor (door)ontwikkeling. In de omgevingsvisie geven we invulling aan lokale, regionale en landelijke ambities, trends en ontwikkelingen. Maar vooral hoe wij dit, als gemeente met onze eigen kwaliteiten, wensen en doelen, willen bereiken. We vertalen abstracte opgaven en beleidsontwikkelingen naar ruimtelijke keuzes die passen bij de eigen identiteit, gebiedskenmerken en maatschappelijke wensen en opgaven. Met andere woorden: het is de stip op de horizon voor onze fysieke leefomgeving.

Inleiding

4

1.3

Dit Koersdocument

Dit Koersdocument is het eindresultaat van fase 2 en vormt het fundament voor het verdere visietraject. Het is een belangrijk tussendocument voor het vervolgproces en heeft tot doel: • De eerste koers uiteenzetten in de vorm van een visie op hoofdlijnen; • Inzicht geven in het overkoepelende doel met de leidende principes die het beleid voor de fysieke leefomgeving voor de gemeente Brummen sturen en vormgeven; • De belangrijkste thematische en gebiedsgerichte keuzes en stippen op de horizon bepalen. Deze visie op hoofdlijnen is niet zomaar tot stand gekomen. Aan de hand van een drietal scenario's is op zeer uiteenlopende manieren gekeken hoe de verschillende ruimteclaims in de gemeente Brummen gerealiseerd kunnen worden. Deze scenario's zijn besproken op ambtelijk en bestuurlijk niveau (college en raad). Ook hebben we de scenario's besproken met ketenpartners, buurgemeenten, maatschappelijke organisaties, wijk- en dorpsraden en de klankbordgroep. Alle verzamelde argumenten voor en tegen de verschillende bouwstenen van de scenario's heeft geleid tot voorliggend resultaat. Met dit Koersdocument wordt de inhoudelijke basis gelegd voor het vervolg: het opstellen van de ontwerp- en vastgestelde omgevingsvisie. In dit Koersdocument wordt over het algemeen ‘Brummen’ benoemd waar het gaat over de ‘gemeente Brummen’.

Wanneer het gaat over de dorpskern Brummen wordt dit expliciet vermeld.

1.4

Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 een overzicht geboden van de belangrijkse trends, ontwikkelingen en opgaven die in de omgevingsvisie Brummen beantwoord moeten worden. In hoofdstuk 3 wordt de visie op hoofdlijnen gepresenteerd, bestaande uit een overkoepelend doel met leidende principes en drie thematische hoofdkeuzes met bijbehorende ambities. Tot slot laten we in het vierde en laatste hoofdstuk zien hoe we het vervolgproces in willen gaan richten.

Inleiding

5

•

2 De opgaven voor Brummen

•

In dit hoofdstuk benoemen we de trends en ontwikkelingen die op ons afkomen. Ook geven we een doorkijk naar wat deze trends en ontwikkelingen voor de gemeente Brummen kunnen betekenen.

2.1

Trends en ontwikkelingen

2.1.1

Demografie en samenleving

• • • • • • •

2.1.2

• • • • • •

De bevolking van de gemeente Brummen groeit beperkt, maar vergrijst sterk; het aandeel 75+’ers neemt fors toe. Huishoudens worden kleiner; het aandeel alleenstaanden en kleine huishoudens neemt toe. De sociale samenhang is nog sterk, maar neemt af door vergrijzing, minder vrijwilligers en individualisering. Eenzaamheid en behoefte aan zorg en ondersteuning nemen toe. Er is groeiende maatschappelijke aandacht voor gezondheid, welzijn en brede welvaart. Behoefte aan gemeenschapszin, ontmoetingsplekken en lokale betrokkenheid blijft groot, vooral in dorpen en kleine kernen. Sport- en beweeggedrag verandert: meer individueel, minder in verenigingsverband.

• 2.1.3

Mobiliteit en bereikbaarheid

•

• 2.1.4

De opgaven voor Brummen

Mobiliteit verandert door onder andere elektrificatie, deelconcepten en een toename in het maken van ketenreizen (bijvoorbeeld eerst fietsen, dan openbaar vervoer en tot slot lopen naar de eindbestemming). Fietsen en wandelen worden belangrijker door de toenemende aandacht voor een gezonde leefstijl en duurzame mobiliteit. Economie en werkgelegenheid

• • • •

Wonen en leefbaarheid

De woningmarkt is krap, vooral voor starters, ouderen en alleenstaanden. Woonwensen veranderen: behoefte aan levensloopbestendige en betaalbare woningen groeit. 2020-2030: 1.250 woningen toevoegen. Met onder andere Elzenbos fase 3 en Burgersterrein wordt de opgave grotendeels ingevuld. 2031-2040: 1.193 woningen toevoegen. Hiervoor zijn Wvg-locaties aangewezen, maar alleen het benutten van Wvg-locaties is onvoldoende om in deze opgave te kunnen voorzien. Het voorzieningenniveau in kleine kernen staat onder druk. Vergrijzing leidt tot meer vraag naar zorg dichtbij huis.

Groen wordt belangrijker als onderdeel van een gezonde leefomgeving en als middel voor klimaatadaptatie en ontmoeting. Groen wordt steeds multifunctioneler ingezet: ontmoeten, klimaatadaptatie, recreatie, sport, spelen, bewegen etc. Het woongenot staat onder druk, o.a. door hittestress en energiearmoede.

•

Digitalisering en online winkelen zetten lokale winkels en centra onder druk. Bedrijven hebben te maken met oplopende huisvestings- en exploitatiekosten en personeelstekorten (vergrijzing speelt daarbij ook een rol doordat arbeidspotentieel van dichtbij afneemt). De transitie naar een circulaire en duurzame economie wordt urgenter. De papierindustrie en aanverwante sectoren blijven belangrijk, maar staan onder druk door verduurzamings- en stikstofeisen. Holdingstructuren en globale economie maken dat de industrie beperkte binding heeft met de gemeente Brummen. Dit vormt een mogelijk risico voor de toekomst van de industrie in onze gemeente. Vraag naar ruimte voor bedrijvigheid blijft, terwijl uitbreidingsmogelijkheden beperkt zijn.

6

2.1.5

dit al in de bedrijfsvoering van Brummense boeren. Dit is bijvoorbeeld terug te zien in de relatief lage intensiviteit van de melkveehouderij.

Toerisme en recreatie

• • • • 2.1.6

Er is landelijk sprake van een toename in binnenlands toerisme, mede na COVID en als gevolg van vergrijzing. Er wordt ook een landelijke toename verwacht van toeristen uit het buitenland. Sinds COVID wandelen, fietsen en verblijven we meer in de eigen omgeving. Recreatiedruk op kwetsbare natuurgebieden. Er is sprake van een beleveniscultuur waarin zaken als vermaak, ervaringen, keuzevrijheid en authenticiteit centraal staan.

2.1.7

Klimaat, water en duurzaamheid

• • •

Landbouw, natuur en landschap

• • • • •

• •

• •

Het aantal agrarische bedrijven neemt af, mede door vergrijzing en bedrijfsbeëindiging zonder opvolger. Er zijn meer functies die een ruimtevraag hebben in het buitengebied, zoals recreatie, zorg, educatie en energie. De druk op het landschap neemt ook toe door opgaven voor wonen en infrastructuur. Natuurinclusieve landbouw en stoppende agrariërs vragen steeds vaker om een functiecombinatie voor een haalbare business case. Stikstofproblematiek en veranderende regelgeving zetten reguliere landbouw onder druk. Er is landelijk sprake van ondermijnende activiteiten, onder andere door inzet (leegstaand) vastgoed voor criminele doeleinden. Dit risico speelt ook in de gemeente Brummen, bijvoorbeeld bij vrijkomende agrarische bebouwing. Natuur staat onder druk, onder andere door verdroging, stikstofbelasting, gebruik gewasbeschermingsmiddelen, waterkwaliteit en recreatiebezoek. Landbouw verandert waarschijnlijk in de toekomst als effect van klimaatverandering. Hierbij spelen ruimteverdelingsvraagstukken waarbij de waterbeschikbaarheid in de toekomst onder druk kan komen te staan. Ook zijn bepaalde gewassen gevoeliger voor weersextremen dan anderen. Op landelijk niveau neemt de biodiversiteit af. Ook in de gemeente Brummen is dit een aandachtspunt. Natuur en landbouw raken steeds sterker met elkaar verweven (natuurinclusieve landbouw, landschapsbeheer). Van oudsher speelt

De opgaven voor Brummen

• • • •

2.2 2.2.1

Klimaatverandering leidt tot extremere neerslag, droogte en hitte met risico's als wateroverlast, (drink)watertekort, overstromingen en natuurbranden. De energietransitie versnelt als belangrijk onderdeel van de transitie naar een circulaire en duurzame economie. Ook in de gemeente Brummen vormt netcongestie (tekort aan netcapaciteit) een belangrijke belemmering voor elektrificatie en grootschalige duurzame opwekking tot zeker in 2032. Er is meer aandacht voor lokale energie-opwek, -opslag en -gebruik. Er groeit bewustzijn rond circulair gebruik van grondstoffen en energie. De warmtetransitie en energiearmoede vragen om lokale oplossingen en een integrale aanpak. Water- en bodemsystemen staan onder druk; de roep om klimaatadaptieve inrichting groeit.

De belangrijkste opgaven • • • •

2.2.2 • •

Demografie en samenleving Inspelen op vergrijzing: passende woonvormen, zorg dichtbij en sterke sociale netwerken. Werken aan de landelijke opgave van een gezonde generatie in 2040. Versterken van sociale cohesie en gemeenschapszin in dorpen. Verminderen van eenzaamheid en vergroten van inclusiviteit, zelfredzaamheid en toegankelijkheid. Wonen en leefbaarheid

Huidige woningvoorraad en leefomgeving inrichten op toenemende vergrijzing en groei van kleinere huishoudens. Realiseren van voldoende, betaalbare en toekomstbestendige woningen. Daarbij moet rekening worden gehouden met een meegroeiende ruimtevraag rondom werken en recreatie.

7

• • • • • 2.2.3

• • • • • 2.2.4

• • • • •

2.2.5

• • •

Huidige woningvoorraad verduurzamen. Inzetten op levensloopbestendig en klimaatadaptief bouwen. Versterken van de leefbaarheid en het voorzieningenniveau in de kernen. Vergroenen van woonomgevingen en versterken van de kwaliteit van de openbare ruimte. Stimuleren van multifunctioneel gebruik van gebouwen en voorzieningen. Mobiliteit en bereikbaarheid

Verbeteren van fiets- en wandelverbindingen tussen dorpen en voorzieningen. Stimuleren van duurzame en gedeelde mobiliteit. Verbeteren van verkeersveiligheid en leefbaarheid in dorpen. Aanpakken van knelpunten op hoofdwegen (N348, Eerbeek–Loenen). Weren van doorgaand verkeer in het buitengebied. Economie en werkgelegenheid

Voorzien in voldoende ruimte voor bedrijven in onze gemeente. Herstructureren, efficiënt benutten en toekomstbestendig maken van bestaande bedrijventerreinen. Verduurzamen van de papierindustrie en andere sectoren. Ondersteunen van lokaal ondernemerschap, ook in de dorpen zonder bedrijventerrein. Behouden en realiseren van levendige centra voor dorpskernen Brummen en Eerbeek; fysieke winkels staan onder druk, werken aan de belevingswaarde en een prettig verblijfsklimaat. Met name voor dorpskern Brummen ligt hier een opgave. Toerisme en recreatie

Spreiden van bezoekers in tijd (ook buiten hoogseizoen) en ruimte om druk op de natuur te verminderen. Versterken van recreatiemogelijkheden in de IJsselvallei en rondom dorpskern Brummen. Verbeteren van routestructuren en verbinding tussen dorpen en landschappen.

De opgaven voor Brummen

• 2.2.6

• • • • • • 2.2.7

• • • •

• • •

Ontwikkelen van kleinschalig, duurzaam en kwalitatief toeristisch aanbod. Landbouw, natuur en landschap

Stimuleren van een natuurinclusieve en toekomstbestendige landbouw. Versterken van biodiversiteit en natuurverbindingen. Voorkomen van leegstand en ondermijning in het buitengebied. Behouden en versterken van de landschappelijke identiteit van de gemeente Brummen. Balans vinden tussen het behouden en versterken van landschappelijke kwaliteiten en diversiteit en het bieden van ontwikkelruimte. Integreren van landschappelijke-, landbouw en natuuropgaven bij ruimtelijke keuzes. Klimaat, water en duurzaamheid

Werken aan een klimaatadaptieve leefomgeving met ruimte voor waterberging en vergroening. Aanpassen aan extremere weersomstandigheden (droogte, hitte, wateroverlast). Werken aan aardgasvrije wijken en bedrijventerreinen. Vergroten van de lokale energieproductie en versnellen van de energietransitie. Hierbij werken we aan het gehele energiesysteem bestaande uit energieaanbod, energievraag, energietransport en energieopslag. In 2050 gebruiken we 25% eigen opwek en 75% opwek van buiten onze gemeente (dit is inclusief energieverbruik door de industrie). Verder werken aan de realisatie van 100 hectare zon op land in 2030, waarvan inmiddels reeds circa 75 hectare is vergund. Verminderen van energiearmoede en verbeteren van energieefficiëntie. Integreren van water- en klimaatopgaven bij ruimtelijke keuzes. Zo zijn er als gevolg van de KRW grote opgaven om de waterkwaliteit van oppervlaktewater in Nederland te vergroten.

8

3 Visie op hoofdlijnen 3.1

Brede welvaart als overkoepelend doel

De gemeente Brummen kiest voor een ontwikkelrichting waarin brede welvaart het overkoepelende doel is. Brede welvaart betekent dat onze keuzes bijdragen aan de kwaliteit van leven van inwoners — nu, in de toekomst en ook buiten onze gemeentegrenzen. Bij brede welvaart kijk je niet alleen naar economische aspecten, maar naar de samenhang tussen economie, gezondheid, leefbaarheid, duurzaamheid en verbondenheid. De regio Stedendriehoek, waar de gemeente Brummen onderdeel van is, werkt met drie samenhangende dimensies van brede welvaart: 1. Sociaal: bevorderen sociaal-maatschappelijk welzijn. 2. Duurzame leefomgeving: versterken van het natuurlijk systeem en de omgevingskwaliteit. 3. Economisch: stimuleren van een veerkrachtige inclusieve economie.

• • • •

Een gezonde leefomgeving, waarin gezondheid, rust en ruimte centraal staan; Het natuurlijk systeem als basis voor ruimtelijke keuzes; Een sterke identiteit, geworteld in landschap, erfgoed en gemeenschapszin; En zorgvuldig ruimtegebruik, waarbij elke ontwikkeling bijdraagt aan meerdere doelen.

Samen geven deze principes handen en voeten aan brede welvaart in de Brummense context. Ze vormen het kompas voor de keuzes die volgen in de drie thematische hoofdkeuzes. Brede welvaart is daarmee niet alleen een doel, maar ook een manier van kijken: bij elke ruimtelijke keuze wegen we af wat het betekent voor de gezondheid van mensen, de kwaliteit van onze leefomgeving en de veerkracht van onze economie.

Als gemeente Brummen onderschrijven we deze drie dimensies. In dit Koersdocument geven we er een eigen invulling aan, passend bij onze schaal, identiteit en (landschappelijke) kwaliteiten. We vertalen de regionale dimensies naar vier leidende principes die richting geven aan de manier waarop we de fysieke leefomgeving ontwikkelen:

Visie op hoofdlijnen

9

3.1.1 Leidend principe 1: gezonde leefomgeving We streven naar een omgeving met schone lucht, rust, natuur en ruimte om te bewegen – een omgeving waar mensen zich fysiek, mentaal en sociaal goed kunnen voelen. Gezondheid is niet alleen een medisch begrip, maar een sociaal en ruimtelijk vraagstuk: de inrichting van onze dorpen, wegen en landschappen heeft directe invloed op het (sociale) welzijn van onze inwoners. Bij elke ontwikkeling vragen we ons af: draagt dit bij aan een gezonde leefomgeving? Dat betekent dat we inzetten op schone lucht, verkeersveiligheid, aantrekkelijke groene plekken met ruimte voor ontmoeten en spelen, duurzame mobiliteit en toegankelijke voorzieningen. We zien gezondheid als een gezamenlijke verantwoordelijkheid van inwoners, bedrijven, instellingen en overheid. Op basis van de landelijke kernwaarden van de GGD geven wij de gezonde leefomgeving vorm via vijf pijlers: • Gezonde leefstijl Een omgeving die uitnodigt tot bewegen, gezond eten en rookvrij leven. •

Gezond en prettig wonen Woonomgevingen met frisse lucht, rust, veiligheid, verkoeling, comfort en passende woningen voor elke levensfase.

•

Actieve en duurzame mobiliteit Fietsen, wandelen en openbaar vervoer als eerste, vanzelfsprekende en veilige keuze.

•

Nabije voorzieningen Basisvoorzieningen en ontmoetingsplekken op loop- en fietsafstand, als fundament van leefbaarheid.

•

Aantrekkelijke en groene plekken Groen, water en openbare ruimte die uitnodigen tot ontmoeting en ontspanning.

Zo werken we aan een leefomgeving waar een gezonde leefstijl vanzelfsprekend is en de omgeving het welzijn van onze inwoners versterkt.

Visie op hoofdlijnen

10

3.1.2 Leidend principe 2: Natuurlijk systeem Het natuurlijk systeem – de samenhang van bodem, water, natuur en klimaat – is een richtinggevend uitgangspunt voor hoe we bouwen, ondernemen en recreëren. We stemmen onze keuzes af op wat het landschap kan dragen: hoge en droge gronden, natte laagtes, kwelgebieden en zones met natuurkwaliteit vragen elk om een passende aanpak. Onder klimaatbewust bouwen verstaan wij dat elke ontwikkeling aantoonbaar bijdraagt aan het verminderen van hittestress, het vergroten van waterberging, het versterken van biodiversiteit en het beperken van CO₂-uitstoot. Bij de keuze van locaties en inrichting toetsen wij expliciet of de bodem en waterhuishouding niet worden aangetast en of de ontwikkeling bijdraagt aan klimaatadaptatie. Alleen wanneer deze voorwaarden zijn geborgd, kan een ontwikkeling doorgang vinden. We streven naar een veerkrachtig Brummen dat bestand is tegen extreme weersomstandigheden, waarin robuuste groenblauwe structuren het landschap versterken en we ondernemen en bouwen in balans met het natuurlijk systeem. We laten ‘rode’ en ‘grijze’ ontwikkelingen bijdragen aan de verbetering van ecologische kwaliteiten en de versterking van landschapskenmerken. 3.1.3 Leidend principe 3: Identiteit Onze dorpen, landschappen en gemeenschappen vormen samen de ziel van de gemeente Brummen.

We koesteren rust, ruimte, groen, erfgoed en sociale verbondenheid – waarden die richting geven aan ontwikkeling en bijdragen aan het sterke Brummense gemeenschapsgevoel. De gemeente Brummen kent een rijk verenigingsleven. Er is voor ieder wat wils en er zijn veel initiatieven die vaak vanuit de inwoners zelf komen. Het principe naoberschap – naar elkaar omzien - is nog altijd voelbaar. In onze dorpen en wijken kent men elkaar en staan we voor elkaar klaar. Hierbij vormen familie, buren en vrienden een sterk netwerk waarin inwoners elkaar op natuurlijke manier ondersteunen.

Visie op hoofdlijnen

11

We bouwen en vernieuwen op een manier die past bij de schaal en het karakter van onze dorpen en landschappen. Herkenbaarheid is daarbij essentieel: de unieke kenmerken van een plek – van landschapsstructuren tot bouwstijl en dorpsopbouw – worden behouden en zichtbaar geïntegreerd in nieuwe ontwikkelingen. Zo versterken we het gevoel van thuis en dragen we bij aan continuïteit tussen verleden, heden en toekomst. De gemeente Brummen blijft daarmee herkenbaar én eigentijds: een gemeente waar rust, ruimte en verbondenheid samenkomen, waar historie en vernieuwing hand in hand gaan, en waar menselijke maat en schoonheid de basis vormen voor omgevingskwaliteit. 3.1.4 Leidend principe 4: Zorgvuldig ruimtegebruik De ruimte in de gemeente Brummen is schaars. Daarom benutten we bestaande ruimte eerst, combineren we functies waar dat kan en streven we naar ontwikkelingen die bijdragen aan meerdere maatschappelijke doelen. Zorgvuldig ruimtegebruik vraagt om bewuste keuzes en een integrale blik. We kijken niet alleen óf iets past, maar vooral hóe het bijdraagt aan kwaliteit, samenhang en de waarden van onze gemeente. Waar uitbreiding nodig is, doen we dat met respect voor de lokale context, dorpsschaal en de karakteristieken van het landschap. We kiezen voor kwaliteit boven kwantiteit.

Elke ontwikkeling – groot of klein – moet zichtbaar bijdragen aan een mooi, functioneel en toekomstbestendig Brummen waarin de beschikbare ruimte slim, eerlijk en betekenisvol wordt benut.

Visie op hoofdlijnen

12

3.2

Thematische hoofdkeuzes

De vier leidende principes vormen het kompas voor hoe we brede welvaart willen realiseren in de fysieke leefomgeving. Ze geven richting aan de manier waarop we keuzes maken, ontwikkelingen beoordelen en belangen afwegen. Op basis van deze principes hebben we drie thematische hoofdkeuzes geformuleerd. Deze hoofdkeuzes geven invulling aan de vraag waar en hoe we willen ontwikkelen in de gemeente Brummen. Ze maken concreet hoe we de waarden van gezondheid, identiteit, natuurlijk systeem en zorgvuldig ruimtegebruik vertalen naar de praktijk van onder meer wonen, werken, landbouw, natuur en recreatie. Samen vormen ze de eerste contouren van de omgevingsvisie Brummen. 3.2.1 Hoofdkeuze 1: Gezonde en verbonden dorpen Ieder dorp biedt ruimte aan jong en oud, is goed verbonden, vitaal en sociaal sterk. •

In ieder dorp en buurtschap ruimte voor woningbouw o We hanteren voor de woningbouwopgave een voorkeursvolgorde: i. Optimaal benutten bestaande bebouwde omgeving: We zetten in op het optimaal benutten van bestaande bebouwing in de bebouwde kom, bijvoorbeeld via woningsplitsing, optoppen, mantelzorgwoningen etc. Ook richten we ons op herstructurering van bestaande verharde en bebouwde plekken. Bestaand groen in de kernen willen we behouden vanwege de belangrijke rol in het realiseren van een klimaatadaptieve en gezonde leefomgeving. ii. Uitbreiden naar lokale behoefte: We breiden ieder dorp en buurtschap (naar rato) uit met nieuwe woningen om de sociale cohesie en leefbaarheid te behouden. We bouwen klimaatadaptief en met voldoende ruimte voor groen en landschappelijke inpassing.

Visie op hoofdlijnen

•

•

iii. Uitbreiden voor de regionale behoefte: We benutten de goed ontsloten plekken (in eerste instantie de stations en vervolgens de N-wegen) als multimodale locaties op de hogere, drogere gronden met ruimte voor wonen voor de regionale behoefte. o We geven in de periode 2020-2030 invulling aan de woningbouwopgave van 1.250 woningen. Met onder andere Elzenbos fase 3 en Burgersterrein wordt deze opgave grotendeels ingevuld. o We geven in de periode 2031-2040 invulling aan de woningbouwopgave van 1.193 woningen. o We realiseren nieuwbouw via de volgende verdeling 30% sociale huur, 35% goedkope koop/betaalbare koop/middenhuur en 35% overig koop. o We realiseren nieuwe woningen zo veel mogelijk levensloopbestendig. o We hebben een focus op het bouwen van meer kleinere woningen en/of flexibel aan te passen woningen. o We zetten in op meer gestapelde bouw, passend bij de plek en het karakter van de dorpen. De (maximale) hoogte hangt af van de plek en de vormgeving van de bebouwing. In hoofdlijnen zal de maximale hoogte per dorp variëren van 3-5 bouwlagen. Multifunctionele accommodaties o We zetten in op een breed netwerk van fysieke ontmoetingsplekken verspreid over de kernen. o We zetten in op multifunctionele accommodaties in de dorpen, bijvoorbeeld door onderwijs, dorpshuis, verenigingsleven, welzijn en sport onder één dak te plaatsen.

Cultuur, erfgoed en ruimtelijke kwaliteit o We zetten in op het behouden, beleven en benutten van ons erfgoed en cultuurhistorische waarden. Zo wordt het verleden in verbinding gebracht met het heden en de toekomst. o We verbinden cultuur, erfgoed, toerisme en recreatie, groen en water beter met elkaar als een krachtige en kansrijke combinatie voor een sterke en aantrekkelijke gemeente voor inwoners en toeristen.

13

We zetten bij nieuwe ontwikkelingen in op het versterken van de ruimtelijke kwaliteit. Zo ontstaat een prettige en herkenbare omgeving. Dorpse zorgaanpak o We hanteren een dorpse, relationele zorgaanpak waarbij ouderen in hun eigen dorp oud kunnen worden. Een deel van de zorgvraag gaat via de sociale netwerken, vrijwilligers en aanwezige voorzieningen. o We geven bij dorpsuitbreidingen ruimte voor nieuwe gezamenlijke woonvormen, zoals generatiewonen, hofwonen en vormen van zorgzame buurten. Multifunctionele openbare ruimte o We kiezen voor een multifunctionele groene openbare ruimte met ruimte voor ontmoeting, bewegen, spelen, evenementen en waterberging. o We willen toe naar voldoende beweegmogelijkheden, mede door slim gebruik te maken van het landelijk gebied. o We zetten in op één grotere speelvoorziening per wijk. Vergroening van de dorpen o We behouden bestaande groene plekken en elementen. o We versterken de biodiversiteit en klimaatbestendigheid van bestaand groen. Dit voor zowel openbaar groen als particulier groen, aangezien het in belangrijke mate bijdraagt aan de flora en fauna, waterberging en tegengaan van hittestress. Dit wordt verder uitgewerkt in het Biodiversiteitsplan. o We geven uitvoering aan het Programma Groen, onder andere door middel van het streven van: § Een groennorm van 75 m2 per woning. § Voor iedereen uitzicht op 3 bomen.

§ Een openbare ruimte dat voor 30% bedekt is met schaduw door boomkronen. § Op 300 meter loopafstand voldoende grote groene plekken. o

•

•

•

Visie op hoofdlijnen

•

Versterken lokale en regionale verbindingen t.b.v. bereikbaarheid en samenhang dorpen o We geven langzaam verkeer meer prioriteit en willen binnen de bebouwde kom waar mogelijk naar 30 km/uur. o We zetten in op lokale en regionale verbindingen tussen de dorpen, zodat voorzieningen beter bereikbaar zijn en de onderlinge samenhang wordt versterkt. o We realiseren lokale en regionale verbindingen met een passend mobiliteitsnetwerk zodat de rest van het landelijk gebied wordt ontzien van doorgaand verkeer. o We benutten de stationsgebieden van kern Brummen en Empe-Voorst beter. o We zetten in op het realiseren van een (mobiliteits)hub (overstaplocatie met verschillende vervoerswijzen waaronder OV-mogelijkheden - en eventueel aangevuld met pakketkluizen, oplaadpunten, etc.) in de kernen. Voor de kleine kernen zullen dit enkel hubs zijn. Bij de mobiliteitshubs, in de grotere dorpskernen, is toeristische informatie aanwezig en word je verleid de dorpskern te bezoeken. o We streven naar een betere leefomgeving en bereikbaarheid in Brummen door de aanleg van een westelijke rondweg en een maximale snelheid van 80 km/uur op de N348. o We onderzoeken hoe we de doorstroming en leefbaarheid in en rondom Brummen-Zuid en Leuvenheim kunnen verbeteren. o We geven uitvoering aan het Programma Mobiliteit.

14

3.2.2 Hoofdkeuze 2: Verweven en veelzijdig landelijk gebied Landbouw, natuur, landschap en recreatie vormen samen één vitaal en herkenbaar Brummens buitengebied. •

•

Onderscheidende landschappen met behoud van karakter o We sturen op onderscheidende landschappen waarin het bestaande karakter wordt versterkt. We sturen hierbij ook op vernieuwing – o.a. extensivering, technologische innovatie, verbreding en een natuurinclusieve aanpak - die past in het landschap. De diverse landschappen zijn van west naar oost: § Veluwe § Veluweflank § Ontginningenlandschap § Landgoederenzone § Oeverwal § Uiterwaarden o We zetten in op sterke west-oost verbindingen waardoor dorpen met elkaar verbonden zijn én de verschillende landschappen worden ervaren. Zo ontstaan er functionele ‘landschappelijke routes’ (grijs) en recreatieve ‘beleefpaden’ (blauw). Robuust (regionaal) groenblauw raamwerk o We verbeteren het groenblauwe raamwerk om de biodiversiteit te herstellen in het buitengebied. o We gaan voor groenblauwe dooradering met de beken als belangrijke aders van het robuuste watersysteem. We gaan water - waar mogelijk en gewenst - langer vasthouden en vertragen langs de beken. o We zetten in op het realiseren van nieuwe blauwe verbindingszones1 en het beter vasthouden van water in het buitengebied als onderdeel van het beoogde groenblauwe regionale netwerk. o We werken aan een toekomstbestendig watersysteem dat zowel landbouw als natuur ten goede komt. Daarbij zien we de

•

bodem als een spons - met hersteld bodem(leven) - die water kan vasthouden en geleidelijk kan afgeven. Door waterstromen te vertragen en natuurlijker te laten lopen, versterken we de veerkracht van het landschap en zorgen we voor een robuust systeem dat beter bestand is tegen droogte en wateroverlast. In delen van onze gemeente zal het vertragen van waterstromen in de winter voor wateroverlast zorgen – door verzadiging van de bodem. Nadere onderzoek moet uitwijzen waar het vertragen van waterstromen verstandig is en waar de inzet van andere middelen slimmer is. o We realiseren een groene, robuuste verbindingszone waarmee we de Veluwe(zoom), Landgoederen Brummen en het Appense Bos met elkaar verbinden als onderdeel van het beoogde groenblauwe regionale netwerk. o We dragen bij aan het behalen van de doelstellingen op het gebied van waterkwaliteit uit de Kaderrichtlijn Water en nemen dit mee in de uitwerking van het groenblauwe raamwerk. o We hebben kennis van het feit dat het Rijk werkt aan Ruimte voor de Rivier 2.0 en dat er gekeken wordt naar projecten/ingrepen binnen onze gemeente. Indien dit aan de orde is zetten wij in op het optimaal benutten van koppelkansen in de richting van woningbouw, natuurontwikkeling en recreatiemogelijkheden.

Toekomstbestendige landbouw o We gaan voor toekomstbestendige landbouw met aandacht voor zowel agrarische bedrijvigheid als landschap, klimaat, waterkwaliteit, biodiversiteit, natuur en gezondheid. Doelen hierbij zijn o.a. minder emissie, meer groenblauwe dooradering en herstel van de natuur. Tegelijkertijd bieden we agrariërs perspectief door hen, waar mogelijk, de bedrijfskeuze te geven hoe ze deze doelen bereiken, via het opzetten van korte ketens, verbreding of via technologische innovatie.

1

Dit zijn gewenste natte natuurlijke verbindingen, die bijdragen aan een robuust toekomstbestendig watersysteem.

Visie op hoofdlijnen

15

o

o

Visie op hoofdlijnen

We geven stoppende agrariërs de mogelijkheid om te transformeren t.b.v. wonen en andere functies. Hierbij hebben we aandacht voor het realiseren van maatschappelijke meerwaarde en onderzoeken de mogelijkheden en (on)wenselijkheid van verplaatsbare sloopmeters. Wonen is een middel om andere problemen op vrijkomende erven op te lossen en in te spelen op maatschappelijke behoeften op het gebied van wonen. Hierbij is aandacht voor gewasbeschermingsmiddelen bij nieuwbouw belangrijk. We zetten in op multifunctionele landbouw. Hierbij kijken we of er - passend in het landschap - op een agrarisch erf extra (neven)functie(s) mogelijk is/zijn. Hierbij hebben we aandacht voor het realiseren van maatschappelijke meerwaarde en voor de bestaande kwaliteiten van het buitengebied.

•

Recreatieve spreiding in tijd en plaats o We zetten recreatie in als middel om een bijdrage te leveren aan het oplossen van maatschappelijke opgaven. o We behouden de recreatiefuncties rondom de Veluwe, maar zetten daarnaast in op een betere spreiding van de recreatieve druk over onze gemeente met meer recreatieve mogelijkheden rondom dorpskern Brummen en in de IJsselvallei. Hierbij houden we rekening met de draagkracht van het landschap. o We geven ruimte aan agrotoerisme en benutten daarbij koppelkansen met landbouw, natuur en landschap. o We geven extra ruimte aan recreatiemogelijkheden op 15 minuten fietsafstand rondom dorpskern Brummen om zo extra bezoek aan het centrum te stimuleren door bijvoorbeeld ruimte te geven aan: § Nieuwe recreatiemogelijkheden bij landgoederen, zowel bij bestaande als eventuele nieuwe. § Faciliteren van recreatieve mogelijkheden bij het Gat van Cortenoever. o We zetten in op het behouden van het pontje over de IJssel. o We benutten ons ontwikkelkader rondom toerisme en recreatie om meer recreatiefuncties in onze gemeente op een passende manier een plek te geven.

16

3.2.3 Hoofdkeuze 3: Duurzame en circulaire economie Brummen kiest voor een toekomst waarin bedrijvigheid bijdraagt aan leefbaarheid, circulariteit en duurzaamheid. •

•

•

Levendige centra o We gaan voor compacte levendige centrumgebieden in dorpskernen Brummen en Eerbeek met een juiste functiemix, hoge belevingswaarde, bezoekersmotief voor toeristen en hoge verblijfskwaliteit. o We pakken het centrum van de dorpskern Brummen aan. Toekomstbestendige bedrijventerreinen o We hanteren voor de bedrijventerreinopgave een voorkeursvolgorde: i. We streven in eerste instantie naar efficiënter gebruik en inrichting van de bestaande bedrijventerreinen. ii. We benutten de daken van bedrijven optimaal, bijvoorbeeld met ruimte voor energieopwekking, water, groen of andere functies. iii. We inventariseren en benutten de kansen om bestaande bedrijventerreinen te vergroenen, klimaatadaptief te maken, meer verblijfskwaliteit te geven en beter in het landschap in te passen. Hierbij benutten we ook kansen om lichte bedrijfsactiviteiten van bedrijventerreinen naar de randen van de dorpskernen te verplaatsen. Ook onderzoeken we de mogelijkheid naar wonen op bedrijventerreinen. iv. We gaan op zoek naar geschikte nieuwe locaties om de (resterende) ruimtevraag vanuit het Programma Economie in te vullen. Daarbij zetten we in op het realiseren van maatschappelijke meerwaarde. Lokaal ondernemerschap in dorpen o We geven in de dorpen zonder bedrijventerreinen ruimte voor lokaal ondernemerschap onder de voorwaarde dat dit maatschappelijke meerwaarde oplevert.

Visie op hoofdlijnen

•

•

•

Toekomstbestendige papierindustrie o We streven naar behoud van de papierindustrie in de gemeente Brummen. o We zetten in op een vergaande verduurzaming van de papierindustrie richting een circulaire, energie- en waterneutrale toekomst, passend bij de ambities voor een gezonde en duurzame leefomgeving. Circulariteit o We reduceren richting 2030 50% van het gebruik van onze grondstoffen. o We geven uitvoering aan het Convenant biobased bouwen en het Convenant schoon en emissieloos bouwen. En we streven naar het volledig circulair zijn in 2050. Watergebruik en -kwaliteit o We hanteren voor de omgang met water de volgende voorkeursvolgorde: i. Besparen: hemelwater hergebruiken. ii. Vasthouden: IT-riolen, wadi's en tijdelijke berging. iii. Bergen: retentievijver, regenton. iv. Aanpassen: water is sturend. Met plannen en ontwikkelingen houden we rekening met het huidige watersysteem en de veranderingen die we daarin voorzien voor de toekomst. v. Afvoeren: water moet stromen, dus uiteindelijk moet het weg kunnen. o We streven bij renovatie en nieuwbouw naar drinkwaterbesparing door onderscheid te gaan maken tussen afvalwater, huishoudwater en hemelwater. o We dragen bij aan een drinkbare IJssel door te zorgen voor een goed werkend (afval)watersysteem en goede waterkwaliteit, zodat water dat vanuit de gemeente op de IJssel uitmondt bijdraagt aan de ambitie van een Drinkbare IJssel.

o We streven naar een circulair watersysteem dat bijdraagt aan voldoende waterbeschikbaarheid.

17

•

2

Energietransitie o We willen in 2050 klimaatneutraal zijn, waarbij we in 2030 een CO2-reductie van 55% op het oog hebben en in 2040 90%. o We zetten in op het beperken van het aardgasverbruik door isolatie, collectieve warmtesystemen, (hybride) warmtepompen, buurtwarmtepompen en de verduurzaming van maatschappelijk vastgoed. o We geven invulling aan onze eerder vastgestelde energiestrategie: § Tot 2030 (korte termijn) - Energiebesparing gebouwde omgeving (o.a. isolatie tot label B). - De warmte van onder andere de papierindustrie op een toekomstbestendige wijze benutten voor een slim energiesysteem en een collectief alternatief voor de particuliere aardgasvraag. - Realiseren van RES-bod (zonne-energie). - Slimme laadinfrastructuur (focus op vrachtvervoer). - Uitrol elektrische mobiliteit en laadpalen. - Ruimte en voorwaarden voor transformatorhuisjes in wijken en buurten om particuliere elektrificatie aan te kunnen. § 2030 – 2040 (middellange termijn) - (Hybride) warmtepompen en kleinschalige miniwarmtenetten (voor woningen buiten een collectief warmtealternatief). - Extra zonneparken (30 ha). - Uitrol elektrische mobiliteit en laadpalen.

2040 – 2050 (lange termijn) - Windturbines (135 TJ potentieel, mits ruimtelijk en ecologisch haalbaar)2. - Biogas in landbouw (beperkt potentieel, gevoelig binnen politiek-maatschappelijke context). - Uitrol elektrische mobiliteit en laadpalen. We werken aan een warmteprogramma 2026-2036 waar de doelstellingen uit de eerder vastgestelde energiestrategie worden vertaald naar concrete keuzes en voorstellen. Met dit eerste warmteprogramma stellen we voor om via een klein aantal wijk uitvoeringsplannen (WUPS) ervaring op te doen met collectieve warmteoplossingen. En gaan we de samenwerking aan met (publiek) private partijen zoals IWE, de papierindustrie, woningcoöperatie en ontwikkelaars. §

o

Op basis van de RES 2.0 gaan we uit van 4 windturbines in 2050.

Visie op hoofdlijnen

18

Visie op hoofdlijnen

19

4 Vervolg Met dit Koersdocument is de inhoudelijke basis gelegd voor de ontwerp omgevingsvisie Brummen. In twee duidelijke vervolgfasen werken we toe naar een uitgewerkte visie en uiteindelijk een vastgesteld beleidsdocument. In dit hoofdstuk nemen we u mee in wat u de komende periode kunt verwachten, zowel inhoudelijk als qua proces. Daarbij geven we ook aan wie wanneer en op welke manier wordt betrokken. •

Fase 3 – Ontwerp omgevingsvisie: thematische en gebiedsgerichte uitwerking In fase 3 wordt de gekozen koers verder uitgewerkt tot een ontwerp omgevingsvisie. De visie beschrijft in meer detail wat de gemeente wil bereiken, en hoe dat vertaald wordt naar thema’s en gebieden. Daarbij maken we onderscheid tussen: • Uitgangspunten voor de visie: identiteit, omgevingskwaliteiten en opgaven voor de toekomst; • Visie op hoofdlijnen (de hoofdkoers); • Visie per thema (bijv. wonen, klimaat, mobiliteit); • Visie per deelgebied (bijv. dorpen, buitengebied); • En visie op de uitvoering (programma’s, omgevingsplan, monitoring).

•

Fase 4 – Vastgestelde omgevingsvisie: formele afronding en besluitvorming In de vierde en laatste fase doorloopt de ontwerpvisie de formele inspraak- en besluitvormingsprocedure. De ontwerpvisie wordt zes weken ter inzage gelegd. Iedereen krijgt de gelegenheid om zienswijzen in te dienen. Daarna volgt een zienswijzennota en wordt – indien nodig – de visie aangepast. Tot slot wordt de omgevingsvisie vastgesteld door de gemeenteraad. Na vaststelling wordt de visie opgenomen in de plansoftware en gepubliceerd op het DSO. Hiermee rondt de gemeente het traject af met een gedragen en strategisch beleidsdocument dat richting geeft aan de ontwikkeling van de leefomgeving van de gemeente Brummen in de komende jaren. Koers is om dit vóór 1 januari 2027 (deadline vanuit het Rijk) te laten plaatsvinden. De omgevingsvisie Brummen die er dan ligt is geen eindstation. Naar verwachting zal het elke vijf jaar een kleine herziening en elke tien jaar een grote herziening krijgen.

De ontwerpvisie wordt opgesteld in digitale vorm, zodat deze geschikt is voor publicatie via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Ook in deze fase vindt afstemming plaats met de ambtelijke projectgroep en het college. We zorgen voor begrijpelijke en aantrekkelijke teksten, zoveel mogelijk op B1-niveau, met ondersteuning van beeldmateriaal en kaarten.

Vervolg

20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16419172/2