(075) Bijlagen bij de toelichting
Tekst van het document
0.0350 0.1300 0.0740 0.4100 0.2300 0.25 0.1300 0.25 0.1600 0.1900 1.859 *
<0.050 0.078 <0.050 0.12 0.061 0.063 <0.050 0.050 <0.050 <0.050 0.55
0.0350 0.0780 0.0350 0.1200 0.0610 0.0630 0.0350 0.0500 0.0350 0.0350 0.5470 -
<0.050 <0.050 <0.050 0.057 <0.050 <0.050 <0.050 <0.050 <0.050 <0.050 0.37
0.0350 0.0350 0.0350 0.0570 0.0350 0.0350 0.0350 0.0350 0.0350 0.0350 0.3720 -
4.800
Legenda Monster Analytico-nr Eindoordeel E: Mp. 22 (0,00-0,50), 22: 0-50 12794530 Overschrijding Achtergrondwaarde E: Mp. 22 (0,70-1,20), 22: 70-120 12794531 Voldoet aan Achtergrondwaarde E: Mp. 18,19,20,23,24 (0,00-0,50), 18: 150-200, 19: 0-50, 20: 0-50, 23: 0-50, 24: 0-50 12794532 Voldoet aan Achtergrondwaarde GSSDgestandaardiseerde waarde niet getoetst kleiner dan of gelijk aan de achtergrondwaarde * groter dan achtergrondwaarde *** groter dan interventiewaarde Deze toetsing is met behulp van BoToVa uitgevoerd. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/
Analyse EenheidA: Pb. 02 GSSD B/C: Pb. 01 0 GSSD C: Pb. 03 0 GSSD E: Pb. 05 GSSD Diepte (m-mv) 2,50-3,50 2,20-3,20 2,20-3,20 2,50-3,50 Metalen Barium (Ba) µg/L <20 14 46 46 Cadmium (Cd) µg/L <0.20 0.1400<0.20 0.1400Kobalt (Co) µg/L 4.9 4.900 <2.0 1.400 Koper (Cu) µg/L 3.1 3.100 3.9 3.900 Kwik (Hg) µg/L <0.050 0.0350<0.050 0.0350Molybdeen (Mo) µg/L <2.0 1.400 <2.0 1.400 Nikkel (Ni) µg/L 22 22 * 3.2 3.200 Lood (Pb) µg/L <2.0 1.400 <2.0 1.400 Zink (Zn) µg/L 20 20 <10 7 Vluchtige Aromatische Koolwaterstoffen Benzeen µg/L <0.20 0.1400<0.20 0.14003.9 3.900 * <0.20 0.1400Tolueen µg/L <0.20 0.1400<0.20 0.14005.0 5 <0.20 0.1400Ethylbenzeen µg/L <0.20 0.1400<0.20 0.1400100 100 * <0.20 0.1400o-Xyleen µg/L <0.10 0.0700 <0.10 0.0700 72 72 <0.10 0.0700 m,p-Xyleen µg/L <0.20 0.1400 <0.20 0.1400 1100 1100 <0.20 0.1400 Xylenen (som) factor 0,7 µg/L 0.21 0.21000.21 0.2100- 1100 1172 *** 0.21 0.2100BTEX (som) µg/L <0.90 <0.90 1200 <0.90 Naftaleen µg/L <0.020 0.0140<0.020 0.014040 40 * <0.020 0.0140Styreen µg/L <0.20 0.1400<0.20 0.1400Vluchtige organische halogeenkoolwaterstoffen Dichloormethaan µg/L <0.20 0.1400<0.20 0.1400Trichloormethaan µg/L <0.20 0.1400<0.20 0.1400Tetrachloormethaan µg/L <0.10 0.0700<0.10 0.0700Trichlooretheen µg/L <0.20 0.1400<0.20 0.1400Tetrachlooretheen µg/L <0.10 0.0700<0.10 0.07001,1-Dichloorethaan µg/L <0.20 0.1400<0.20 0.14001,2-Dichloorethaan µg/L <0.20 0.1400<0.20
0.14001,1,1-Trichloorethaan µg/L <0.10 0.0700<0.10 0.07001,1,2-Trichloorethaan µg/L <0.10 0.0700<0.10 0.0700cis 1,2-Dichlooretheen µg/L <0.10 0.0700 <0.10 0.0700 trans 1,2-Dichlooretheen µg/L <0.10 0.0700 <0.10 0.0700 CKW (som) µg/L <1.6 <1.6 Tribroommethaan µg/L <0.20 0.1400 <0.20 0.1400 Vinylchloride µg/L <0.10 0.0700<0.10 0.07001,1-Dichlooretheen µg/L <0.10 0.0700<0.10 0.07001,2-Dichloorethenen (Som) factor 0,7 µg/L 0.14 0.14000.14 0.14001,1-Dichloorpropaan µg/L <0.20 0.1400 <0.20 0.1400 1,2-Dichloorpropaan µg/L <0.20 0.1400 <0.20 0.1400 1,3-Dichloorpropaan µg/L <0.20 0.1400 <0.20 0.1400 Dichloorpropanen som factor 0.7 µg/L 0.42 0.42000.42 0.4200Minerale olie Minerale olie (C10-C12) µg/L <10 7 <10 7 150 150 <10 7 Minerale olie (C12-C16) µg/L <10 7 <10 7 17 17 <10 7 Minerale olie (C16-C21) µg/L <10 7 <10 7 <10 7 <10 7 Minerale olie (C21-C30) µg/L <15 10.5 <15 10.5 <15 10.5 <15 10.5 Minerale olie (C30-C35) µg/L <10 7 <10 7 <10 7 <10 7 Minerale olie (C35-C40) µg/L <10 7 <10 7 <10 7 <10 7 Minerale olie totaal (C10-C40) µg/L <50 35 <50 35 180 180 * <50 35 Chromatogram Zie bijl.
Minerale olie vluchtig Olie Vluchtig Fractie >C5 - C6 µg/L <20 14 <20 14 Olie Vluchtig Fractie >C6 - C8 µg/L <30 21 <30 21 Olie Vluchtig Fractie >C5 - C8 µg/L <50 35 <50 35 Olie Vluchtig Fractie >C8 - C10 µg/L <30 21 2300 2300 Olie Vluchtig >C5-C10 µg/L <80 56 2300 2300 Vluchtige organische koolwaterstoffen Methyl-tert-butylether (MTBE) µg/L <0.30 0.2100 0.64 0.6400 Ethyl-tert-butylether (ETBE) µg/L <0.50 0.3500 <0.50 0.3500
Legenda Monster A: Pb. 02 (2,50-3,50), 02-1: 250-350 B/C: Pb. 01 (2,20-3,20), 01-1: 220-320 C: Pb. 03 (2,20-3,20), 03-1: 220-320 E: Pb. 05 (2,50-3,50), 05-1: 250-350
Analytico-nr 12794547 12794548 12794549 12794550
Eindoordeel Overschrijding Streefwaarde Voldoet aan Streefwaarde Overschrijding Interventiewaarde Voldoet aan Streefwaarde
GSSDgestandaardiseerde waarde niet getoetst kleiner dan of gelijk aan de achtergrondwaarde * groter dan achtergrondwaarde ***
groter dan interventiewaarde
Deze toetsing is met behulp van BoToVa uitgevoerd. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/
Toetsing standaard bodem BoToVa Analyse Metalen Barium (Ba) Cadmium (Cd) Kobalt (Co) Koper (Cu) Kwik (Hg) Molybdeen (Mo) Nikkel (Ni) Lood (Pb) Zink (Zn) Minerale olie Minerale olie totaal (C10‐C40) PCB PCB (som 7) (factor 0,7) PAK PAK VROM (10) (factor 0,7) Toetsingswaarden grondwater Analyse Metalen Barium (Ba) Cadmium (Cd) Kobalt (Co) Koper (Cu) Kwik (Hg) Molybdeen (Mo) Nikkel (Ni) Lood (Pb) Zink (Zn) Vluchtige Aromatische Koolwaterstoffen Benzeen Tolueen Ethylbenzeen o-Xyleen m,p-Xyleen Xylenen (som) factor 0,7 BTEX (som) Naftaleen Styreen Vluchtige organische halogeenkoolwaterstoffen Dichloormethaan Trichloormethaan Tetrachloormethaan Trichlooretheen Tetrachlooretheen 1,1-Dichloorethaan 1,2-Dichloorethaan 1,1,1-Trichloorethaan 1,1,2-Trichloorethaan cis 1,2-Dichlooretheen trans 1,2-Dichlooretheen CKW (som) Tribroommethaan Vinylchloride 1,1-Dichlooretheen 1,2-Dichloorethenen (Som) factor 0,7 1,1-Dichloorpropaan 1,2-Dichloorpropaan 1,3-Dichloorpropaan Dichloorpropanen som factor 0.7 Minerale olie Minerale olie totaal (C10-C40)
Eenheid
RG
AW
T
I
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
20 0,2 3 5 0,05 1,5 4 10 20
190 0,6 15 40 0,15 1,5 35 50 140
555 6,8 103 115 18,1 95,8 67,5 290 430
920 13 190 190 36 190 100 530 720
mg/kg ds
35
190
2600
5000
mg/kg ds
0,007
0,02
0,51
1
mg/kg ds
0,35
1,5
20,8
40
Eenheid
RG
S
T
I
μg/L μg/L μg/L μg/L μg/L μg/L μg/L μg/L μg/L
50 0,8 20 15 0,05 5 15 15 65
50 0,4 20 15 0,05 5 15 15 65
340 3,2 60 45 0,17 150 45 45 430
630 6 100 75 0,3 300 75 75 800
μg/L μg/L μg/L μg/L μg/L μg/L μg/L μg/L μg/L
0,2 7 4
0,2 7 4
15 500 77
30 1000 150
0,3
0,2
35
70
0,05 6
0,01 6
35 150
70 300
0,2 6 0,1 24 0,1 7 7 0,1 0,1
0,01 6 0,01 24 0,01 7 7 0,01 0,01
500 200 5 260 20 450 200 150 65
1000 400 10 500 40 900 400 300 130
μg/L μg/L μg/L μg/L μg/L μg/L μg/L μg/L μg/L μg/L μg/L μg/L μg/L μg/L μg/L μg/L μg/L μg/L μg/L μg/L
0,2 0,1 0,1
0,01 0,01 0,01
2,5 5 10
630 5 10 20
0,75
0,8
40
80
μg/L
100
50
330
600
BIJLAGE 6
Behoort bij rapport: 220605 Emperweg 4 te Empe
Nader bodemonderzoek ter plaatse van: Emperweg 4 te Empe
projectnummer
230068
Pagina 2 van 20
TITELBLAD RAPPORT Type onderzoek Locatie onderzoek Projectnummer Versie rapportage Auteur Controle en vrijgave Paraaf vrijgave
Nader bodemonderzoek Emperweg 4 te Empe 230068 1.0 M.H. van Eerde R.J.W. Huls
Datum OPDRACHTGEVER Naam Contactpersoon Adres UITGEVOERD DOOR Monsterneming grond
24 april 2023
Monsterneming grondwater
SIKB protocol 2002
Bouwbedrijf Regeling Beerzerveld B.V. De heer H. Pullen Kloosterdijk 38, 7685 PX BEERZERVELD SIKB protocol 2001
De heer I. Venhuizen (ingehuurd MKD) De heer N. Bonkes (in opleiding) De heer I. Venhuizen (ingehuurd MKD)
UITGEVOERD DOOR info@ecoreest.nl www.ecoreest.nl Kantoor Zuidwolde Industrieweg 20 7921 JP Zuidwolde
Kantoor Groningen Friesestraatweg 213 A-D 9743 AD Groningen
Kantoor Almere Landdrostdreef 124 1314 SK Almere
0528 373 982
0596 633 355
036 82 00 397
Eco Reest Holding BV is gecertificeerd volgens “NEN-EN-ISO 9001:2015”, voor het geven van milieukundig advies in relatie tot ruimtelijke ontwikkelingen en gebouwen met inbegrip van de uitvoering van gerelateerde onderzoeksactiviteiten op het gebied van bodemonderzoek en -sanering, ecologie, asbestinventarisaties en sloopbegeleiding. Eco Reest Bodem BV is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). Als aangesloten adviesbureau zorgen we samen met de andere leden voor een betere borging van kwaliteit in de uitvoering van (water)bodemonderzoek en -saneringen. Dit onderzoek en advies is tot stand gekomen onafhankelijk van de belangen van de opdrachtgever en derden. DISCLAIMER Dit rapport is het resultaat van een nader bodemonderzoek dat is uitgevoerd ter plaatse van Emperweg 4 te Empe. Ten behoeve van de juiste interpretatie van dit rapport is het noodzakelijk te beschikken over de gehele rapportage, inclusief bijlagen. Het rapport is ongeschikt voor toepassing in een juridische context indien de paginanummering van het rapport onjuist of onvolledig is, de bijlagen genoemd in de inhoudsopgave (deels) ontbreken en het projectnummer in het rapport en op de bijlage niet overeenkomt. © 2023 Eco Reest Bodem BV Gebruik en overname van gegevens alleen toegestaan met volledige bronvermelding.
Wijze van citeren: Eco Reest Bodem 2023 Empe_230068_Emperweg 4_NO We stellen dit rapport alleen ter beschikking aan derden in geval van schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.
2001-2002
Nader bodemonderzoek Emperweg 4 te Empe (kenmerk: 230068)
Pagina 3 van 20
INHOUD 1.
INLEIDING.................................................................................................................... 5
1.1 1.2 1.3 1.3.1 1.3.2 1.3.3 1.4
Aanleiding en doelstelling ............................................................................................................. 5 Kwaliteitsborging algemeen .......................................................................................................... 5 Kwaliteitsborging onderzoek ......................................................................................................... 5 Normen onderzoeksstrategie ........................................................................................................... 6 Veldwerkzaamheden ........................................................................................................................ 6 Laboratoriumwerkzaamheden ......................................................................................................... 6 Leeswijzer ..................................................................................................................................... 7
2.
VOORONDERZOEK (NEN 5725:2017)............................................................................. 8
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9
Systematiek vooronderzoek voor nader onderzoek ...................................................................... 8 Samenvatting vooronderzoek ....................................................................................................... 8 Beoordeling resultaten voorgaand onderzoek ............................................................................... 9 Resultaten aanvullend vooronderzoek .......................................................................................... 9 Volledigheid en betrouwbaarheid vooronderzoek ........................................................................ 9 Afwijkingen vooronderzoek .......................................................................................................... 9 Onderzoekshypothese (NEN5725) en -strategie (NTA5755) ........................................................... 9 Nader onderzoek conceptueel model .......................................................................................... 10 Uitwerking conceptueel model.................................................................................................... 11
3.
VELDWERKZAAMHEDEN ............................................................................................ 12
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6
Uitvoering werkzaamheden (bemonstering grond en plaatsen peilbuizen) ................................. 12 Uitvoering werkzaamheden (bemonstering grondwater) ............................................................ 12 Bodemopbouw ............................................................................................................................ 12 Zintuiglijke waarnemingen .......................................................................................................... 13 Afwijkingen protocollen .............................................................................................................. 13 Afwijkingen strategie(ën) ............................................................................................................ 13
4.
ANALYSERESULTATEN EN BESPREKING ....................................................................... 14
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5
Analysemonsters ......................................................................................................................... 14 Afwijkingen laboratoriumwerkzaamheden ................................................................................. 14 Toetsing analyseresultaten.......................................................................................................... 14 Milieuhygiënische kwaliteit grond............................................................................................... 15 Milieuhygiënische kwaliteit grondwater ..................................................................................... 16
5.
BEOORDELING VERONTREINIGING ............................................................................. 17
5.1 5.2 5.3 5.4
Ontstaan van de verontreiniging ................................................................................................. 17 Beoordeling geval van verontreiniging ........................................................................................ 17 Omvangsbepaling en gevalsdefinitie ........................................................................................... 17 Risicobeoordeling verontreiniging (ernst en spoed) .................................................................... 18
6.
SAMENVATTING EN CONCLUSIES ............................................................................... 19
6.1 6.2
Samenvatting .............................................................................................................................. 19 Conclusies en aanbevelingen ....................................................................................................... 20
2001-2002
Nader bodemonderzoek Emperweg 4 te Empe (kenmerk: 230068)
Pagina 4 van 20
BIJLAGEN 1.1 1.2.1 1.2.2 1.2.3 2 3.1 3.2 4 5 6
Regionale ligging Situatieschets onderzoekslocatie met terreininrichting en boorpunten Situatieschets onderzoekslocatie met contouren grondverontreiniging Situatieschets onderzoekslocatie met contouren grondwaterverontreiniging Resultaten aanvullend vooronderzoek Boorprofielen Veldmetingen grondwater Analysecertificaten Overzicht getoetste analyseresultaten en toetsingswaarden Analysemethoden
2001-2002
Nader bodemonderzoek Emperweg 4 te Empe (kenmerk: 230068)
Pagina 5 van 20
1. INLEIDING Door Eco Reest Bodem BV is een nader milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van een locatie aan de Emperweg 4 te Empe. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de aanleiding en de doelstelling van het onderzoek, en de wijze van kwaliteitsborging van de verschillende onderzoekstappen.
1.1
Aanleiding en doelstelling
Aanleiding tot het onderhavige nader bodemonderzoek zijn de resultaten van het verkennend bodemonderzoek dat in 2022 door ons bureau is uitgevoerd ter plaatse van het terrein (rapportnr. 220605, d.d. 24 juni 2022). Uit deze rapportage komt naar voren dat ter plaatse van het voormalige pompeiland in zowel de grond als het grondwater sterke verontreinigingen met vluchtige aromaten en minerale olie zijn aangetoond. Doel van het nader onderzoek is het bepalen van de omvang, ernst en mate van spoed van sanering van de sterk verhoogde gehalten aan vluchtige aromaten en minerale olie in de grond en het grondwater ter plaatse van het betreffende terreindeel. Daarnaast dient de oorzaak, de veroorzaker en periode van ontstaan van de bodemverontreiniging te worden vastgesteld.
1.2
Kwaliteitsborging algemeen
Eco Reest Bodem BV streeft naar een zo hoog mogelijk kwaliteit van onderzoek te leveren: Eco Reest Holding BV is gecertificeerd volgens “NEN-EN-ISO 9001:2015”, voor het geven van milieukundig advies in relatie tot ruimtelijke ontwikkelingen en gebouwen met inbegrip van de uitvoering van gerelateerde onderzoeksactiviteiten op het gebied van bodemonderzoek en -sanering, ecologie, asbestinventarisaties en sloopbegeleiding. Eco Reest Bodem BV is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). Als aangesloten adviesbureau zorgen we samen met de andere leden voor een betere borging van kwaliteit in de uitvoering van (water)bodemonderzoek en -saneringen.
Naast kwaliteit is onafhankelijkheid van groot belang om onze opdrachtgever van dienst te zijn met het beste advies voor zijn vraagstuk. Wij merken dan ook op dat er geen functionele relatie bestaat tussen opdrachtgever en Eco Reest Bodem BV, hetgeen betekent dat het advies van Eco Reest Bodem onafhankelijk is van de belangen van de opdrachtgever en derden. Conform de eisen uit onze ethische code houdt Eco Reest Bodem alle gegevens geheim, waarvan wij kennisnemen als gevolg van de uitvoering van de werkzaamheden, behoudens in geval van wettelijke verplichtingen.
1.3
Kwaliteitsborging onderzoek
De bodemonderzoeksstrategie is opgesteld conform de geldende NEN normen en protocollen. De veldwerkzaamheden en laboratorium werkzaamheden zijn uitgevoerd volgens de actuele beoordelingsrichtlijn en het actuele accreditatieschema.
2001-2002
Nader bodemonderzoek Emperweg 4 te Empe (kenmerk: 230068)
Pagina 6 van 20
In de volgende paragrafen worden de normen en beoordelingsrichtlijnen toegelicht.
1.3.1 Normen onderzoeksstrategie In tabel 1.1 zijn de kwaliteitsnormen opgenomen, die zijn toegepast voor de bepaling van de bodemonderzoeksstrategieën. Tabel 1.1 Toegepaste onderzoeksnormen
Aspect onderzoek Strategie voor uitvoeren van milieu hygiënisch vooronderzoek Strategie nader (chemisch) onderzoek
Toegepaste norm NEN 5725:2017 NTA 5755:2010
Eventuele afwijkingen op de normen, die tijdens de uitvoering naar voren zijn gekomen, zijn beschreven in respectievelijk § 2.6 “Afwijkingen vooronderzoek” en § 3.6 “Afwijkingen strategie(ën)”.
1.3.2 Veldwerkzaamheden Het onderzoek heeft plaatsgevonden onder procescertificaat op grond van de BRL SIKB 2000 “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor Eco Reest Bodem BV Zuidwolde is gecertificeerd en erkend door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Het certificaatnummer is K96988 en de certificerende instelling is KIWA te Rijswijk. Het veldwerk heeft plaats gevonden conform SIKB protocol 2001 “Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen” en SIKB protocol 2002 “Het nemen van grondwatermonsters”. De werkzaamheden zijn uitgevoerd door gecertificeerde en erkende veldmedewerkers, zoals weergegeven op het titelblad. Eventuele afwijkingen op de normen en protocollen, die tijdens de uitvoering naar voren zijn gekomen zijn weergegeven in § 3.5 “Afwijkingen protocollen”. De bedrijf- en persoonserkenningen en het certificaatnummer zijn te verifiëren op de volgende website: https://www.bodemplus.nl/aanvragen/erkenningen/zoekmenu/
1.3.3 Laboratoriumwerkzaamheden De analyses zijn uitgevoerd conform de AS 3000 “Laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor Eurofins Analytico B.V. is geaccrediteerd en erkend door het ministerie van I en W. Eurofins Analytico B.V. is een NEN-EN-ISO/IEC 17025 geaccrediteerd laboratorium, met certificaatnummer L010. Het certificaat is bijgevoegd in bijlage 6. De monsterconservering is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “Conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”. Eventuele afwijkingen op de normen, die tijdens de uitvoering van de analyses naar voren zijn gekomen, zijn beschreven in § 4.2 “Afwijkingen laboratoriumwerkzaamheden”.
2001-2002
Nader bodemonderzoek Emperweg 4 te Empe (kenmerk: 230068)
Pagina 7 van 20
1.4
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt de bij het voorgaande (verkennend) bodemonderzoek verkregen voorinformatie getoetst en (indien nodig) aangevuld met de resultaten van aanvullend vooronderzoek. In hoofdstuk 3 zijn de veldwerkzaamheden en waarnemingen tijdens het onderzoek beschreven. De analyses en -resultaten zijn in hoofdstuk 4 beschreven, gevolgd door de beoordeling van de verontreiniging in hoofdstuk 5. In hoofdstuk 6 is een samenvatting opgenomen en zijn de conclusies en aanbevelingen weergegeven.
2001-2002
Nader bodemonderzoek Emperweg 4 te Empe (kenmerk: 230068)
Pagina 8 van 20
2. VOORONDERZOEK (NEN 5725:2017) Vooronderzoek is de basis voor werkzaamheden die een uitspraak vereisen over de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. Ter plaatse is in 2022 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door Eco Reest (rapportnr. 220605, d.d. 24 juni 2022), waarbij is vastgesteld dat ter plaatse mogelijk sprake is van (potentieel) ernstige bodemverontreiniging. Ten behoeve van het opstellen van de opzet van het nader onderzoek wordt in eerste instantie uitgegaan van het totaal resultaten van het hierboven genoemde voorgaande bodemonderzoek.
2.1
Systematiek vooronderzoek voor nader onderzoek
In het kader van het vooronderzoek voor het nader onderzoek wordt de bij het genoemde verkennend bodemonderzoek verkregen voorinformatie beoordeeld. Het doel van deze beoordeling is, na te gaan of op basis van de beschikbare voorinformatie antwoord kan worden gegeven op de, in de NEN5725:2017 geformuleerde onderzoeksvragen. Daarnaast heeft deze beoordeling tot doel na te gaan, welke aanvullende informatie nodig is voor het opstellen van het conceptueel model.
2.2
Samenvatting vooronderzoek
De onderzoekslocatie ligt aan de Emperweg 4 in Empe, is kadastraal bekend als gemeente Brummen, sectie A, nr. 2445 (gedeeltelijk) en heeft een oppervlakte van circa 150 m2. De regionale ligging van de locatie is weergegeven in bijlage 1.1. Het te onderzoeken deel van de locatie is weergegeven in bijlage 1.2. Uit het voorgaande verkennend bodemonderzoek (Eco Reest, rapportnr. 220605, d.d. 24 juni 2022) komt samenvattend het volgende naar voren. In het verleden is ter plaatse een garagebedrijf met benzine-service-station gevestigd geweest. In de huidige situatie is de vloeistofdichte verharding met zeskanttegels ter plaatse van het voormalige pompeiland nog aanwezig. Deze verharding is aangelegd in 1992 en - voor zover bekend - voor het laatst gekeurd in 2005. De brandstofpompen zijn inmiddels niet meer aanwezig en ook de ondergrondse tanks zijn verwijderd. Deze voorzieningen zijn aanwezig geweest tot omstreeks 2008. Midden onder de vloeistofdichte verharding, globaal ter plaatse van de voormalige afleverzuilen, zijn in de grond sterk verhoogd gehalten aan ethylbenzeen, xylenen en olie (vluchtig) aangetoond. In het grondwater op dezelfde plaats zijn sterk verhoogde gehalten aan xylenen en olie (vluchtig) aangetoond. Daarnaast zijn in zowel de grond als het grondwater nog licht verhoogde gehalten aan diverse vluchtige aromatische koolwaterstoffen en minerale olie aangetoond.
Uit de isohypsen van het Eerste Watervoerende Pakket is af te leiden dat de lokale grondwaterstroming vermoedelijk oostelijk gericht is (zie bijlage 2). Door plaatselijk voorkomen van oppervlaktewater, variaties in het maaiveldniveau en grondwaterbronneringen kan de stromingsrichting van het freatische grondwater (tevens het grondwater in het Eerste Watervoerende Pakket) hiervan afwijken.
2001-2002
Nader bodemonderzoek Emperweg 4 te Empe (kenmerk: 230068)
Pagina 9 van 20
Er zijn geen aanwijzingen dat er in de omgeving sprake is van verontreinigingen die van invloed kunnen zijn op de verontreinigingssituatie ter plaatse van de huidige onderzoekslocatie. Op basis van het totaal aan resultaten van het voorgaande onderzoek wordt het terreindeel aangemerkt als asbestonverdacht.
2.3
Beoordeling resultaten voorgaand onderzoek
Op basis van het beschikbare totaal aan gegevens uit het voorgaande onderzoek kunnen de in de NEN5725:2017 geformuleerde onderzoeksvragen in afdoende mate worden beantwoord. Het huidige totaal aan informatie is voldoende voor het opstellen van het conceptueel model.
2.4
Resultaten aanvullend vooronderzoek
Omdat in het kader van het verkennend bodemonderzoek reeds ruimschoots informatie was verkregen bij o.a. de gemeente Brummen (via Omgevingsdienst Veluwe IJssel), is in het kader van het aanvullend vooronderzoek alleen nog aanvullende informatie ingewonnen bij de de beeldbank van Erfgoed Centrum Zutphen. Uit fotomateriaal blijkt dat het benzine-service-station in ieder geval in 1974 en 1997 in bedrijf was. Verder wordt opgemerkt dat vanaf 1988 in Nederland methyl-tert-butylether (MTBE) op grote schaal als loodvervanger in benzine werd toegepast met het oog op verbetering van de luchtkwaliteit. Het hieraan verwante ethyl-tert-butylether (ETBE) werd eveneens gebruikt als additief in fossiele motorbrandstoffen. In het voorgaande onderzoek is nog geen aandacht besteed aan de aanwezigheid van deze componenten. De volledige gegevens van het vooronderzoek zijn weergegeven in bijlage 2.
2.5
Volledigheid en betrouwbaarheid vooronderzoek
Het vooronderzoek beschouwen wij als volledig in relatie tot het doel van het onderzoek, aangezien er voldoende relevante gegevens aanwezig zijn en er in afdoende mate antwoord kan worden gegeven op de onderzoeksvragen. Gezien het feit dat de gegevens, verstrekt door de verscheidene bronnen, in voldoende mate overeenkomen met elkaar en met de aangetroffen situatie ten tijde van de terreininspectie, achten wij het vooronderzoek tevens betrouwbaar.
2.6
Afwijkingen vooronderzoek
Er zijn bij de uitvoering van het vooronderzoek geen relevante afwijkingen ten opzichte van de NEN 5725:2017 naar voren gekomen.
2.7
Onderzoekshypothese (NEN5725) en -strategie (NTA5755)
Het huidige nader onderzoek is gebaseerd op de resultaten van het voorgaande bodemonderzoek, eventueel aangevuld met de resultaten van het aanvullende vooronderzoek. Op basis hiervan richt het huidige nader bodemonderzoek zich op de volgende aspecten:
2001-2002
Nader bodemonderzoek Emperweg 4 te Empe (kenmerk: 230068)
Pagina 10 van 20
Tabel 2.1 Onderzoeksopzet
Onderdeel Voormalig pompeiland
Verontreinigde stof + diepte van voorkomen Grond (mg/kg d.s.) Grondwater (µgl>I) Mp. 3: circa 0,6 tot 2,5 m-mv Pb. 3: circa 2,2 tot 3,2 m-mv Ethylbenzeen Xylenen (som) Olie vluchtig (C5-C10) Tolueen Minerale olie (C10-C40)
122,2 569,4 4167 3,6 2778
Xylenen (som) 1172 Olie vluchtig(C5-C10) 2300 Benzeen 3,9 Ethylbenzeen 100 Naftaleen 40 Minerale olie (C10-C40) 180
Oorzaak/motivatie Mogelijke lekkage leidingwerk ter plaatse van pompeiland
Het nader onderzoek met betrekking tot de bij voorgaand onderzoek aangetoonde sterke verontreiniging met minerale olie en aromaten in de grond en in het grondwater is opgezet volgens de NTA 5755 ‘Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek – Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging’. Hierbij is paragraaf 6.4; Onderzoeksstrategie voor het bepalen van de omvang van bodemverontreiniging gehanteerd. Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek beschouwen wij de locatie als onverdacht voor bodemverontreiniging met asbest.
2.8
Nader onderzoek conceptueel model
Ten behoeve van het opstellen van een passende onderzoeksopzet wordt gebruik gemaakt van een zogenaamd conceptueel model. Het conceptueel model is een weergave van de te onderzoeken verontreinigingssituatie op basis van zowel beschikbare als niet beschikbare gegevens. Het conceptueel model heeft tot doel om de onderzoeksopzet zo goed mogelijk te laten aansluiten op de situatie ter plaatse. Daarnaast kunnen met behulp van het conceptueel model hypotheses met betrekking tot de te onderzoeken verontreinigingssituatie worden getoetst. Het conceptueel model wordt meestal opgebouwd met behulp van de volgende informatie: Historische informatie (welke stoffen zijn in het verleden toegepast). Bodemopbouw en geohydrologische informatie (bodemsamenstelling, aanwezigheid afsluitende lagen, grondwaterstromingsrichting). Infrastructuur en bebouwing op de locatie. Gedrag en verdeling van de verontreiniging in de bodem (mobiele of immobiele verontreiniging, dichtheid, oplosbaarheid, afbraak, verontreiniging aanwezig in boven- of ondergrond en/of grondwater). Blootstellingsmogelijkheden (verontreiniging in onbedekte bodemlagen, uitdamping vluchtige stoffen) en bedreigde objecten (grondwateronttrekkingen, oppervlaktewater).
Afhankelijk van de aard van de verontreiniging wordt in het model tevens rekening gehouden met informatie over bodemchemie (zuurgraad, redoxomstandigheden, afbraakprocessen van verontreiniging in de bodem). Daarnaast kan, afhankelijk van de schaalgrootte en de bestemming van het terrein tevens informatie over de geologie, topografie, en ruimtelijke ontwikkelingen in het model worden verwerkt. Naast de bovengenoemde aspecten waarover informatie bekend is, zijn vraagtekens en onzekerheden een belangrijk onderdeel van het conceptueel model. Dit zijn onderdelen van het model waarover geen informatie bekend is, zoals bijvoorbeeld; nog niet onderzochte terreindelen,
2001-2002
Nader bodemonderzoek Emperweg 4 te Empe (kenmerk: 230068)
Pagina 11 van 20
de diepteligging en continuïteit van een afsluitende laag, de ligging van een riool, of onbekende verspreidings- en blootstellingsroutes. In het conceptueel model worden dus zowel de bekende, als de onbekende (door het onderzoek nog in te vullen) aspecten van de verontreinigingssituatie weergegeven. Het conceptueel model vormt zo de basis voor de hypothesestelling en de strategiebepaling in het nader onderzoek, waarbij voorgaande wordt toegepast op onderhavig onderzoek.
2.9
Uitwerking conceptueel model
Het conceptueel model is in eerste instantie gebaseerd op de volgende gegevens, afkomstig uit het voorgaande onderzoek: Ter plaatse van boring 3 uit het verkennend bodemonderzoek, gesitueerd centraal in de vloeistofdichte verharding, is sprake van: o sterke grondverontreiniging met ethylbenzeen, xylenen en olie (vluchtig) en o sterke grondwaterverontreiniging met xylenen en olie (vluchtig). Op basis van het beschikbare totaal aan gegevens van het voorgaande onderzoek is ten behoeve van het conceptueel model de volgende informatie relevant: De bron en oorzaak van de verontreiniging is vermoedelijk het voormalige pompeiland c.q. het leidingwerk onder de vloeistofdichte verharding. De verontreiniging is vermoedelijk ontstaan door morsverliezen bij het tanken van voertuigen en/of lekkage vanuit het leidingwerk. Het betreffende terreindeel is verhard met vloeistofdichte zeskanttegels (circa 150 m2) met daaromheen normale klinkerbestrating. Op basis van de resultaten van het voorgaande onderzoek is de verontreiniging met vluchtige aromaten en minerale olie zowel in de grond (vanaf circa 0,6 m-mv) als in het grondwater aanwezig. Daarnaast zijn op grond van de doelstelling nog de volgende onderzoeksvragen aan de orde: Houdt de verontreiniging inderdaad verband met het voormalige pompeiland c.q.
het bijbehorend leidingwerk? Wat is de vermoedelijke ontstaansgeschiedenis van de verontreiniging? Is mogelijk ook sprake van verontreiniging met MTBE en/of ETBE? Is de verontreiniging ook in de ondergrond aanwezig? Wat is de omvang van de verontreiniging? Is de verontreiniging ernstig? Bestaat er een noodzaak tot (al dan niet met spoed) saneren van de verontreiniging? Teneinde te voldoen aan het gestelde onderzoeksdoel wordt de onderzoekshypothese getoetst met behulp van de volgende onderzoeksstrategie: Vaststelling van de periode ontstaansgeschiedenis van de verontreiniging (uitbreiding historisch onderzoek). Onderzoek van bij voorgaand onderzoek niet onderzochte delen van de bodem van het verontreinigde terreindeel (horizontale en verticale afperking). Onderzoek van het freatische en diepe(re) grondwater (horizontale en verticale afperking).
2001-2002
Nader bodemonderzoek Emperweg 4 te Empe (kenmerk: 230068)
Pagina 12 van 20
3. VELDWERKZAAMHEDEN De uitgevoerde veldwerkzaamheden zijn hierna beschreven, met eventuele afwijkingen op de veldwerkzaamheden en/of onderzoeksstrategie.
3.1
Uitvoering werkzaamheden (bemonstering grond en plaatsen peilbuizen)
De uitvoering van het veldwerk heeft plaatsgevonden op 15 maart 2023 en het grondwater is bemonsterd op 22 maart 2023. Tabel 3.1 Uitgevoerde werkzaamheden
Meetpunt 100 101 102 103 104
Boordiepte (m-mv) 6,08 3,28 3,08 3,08 3,08
Filterdiepte (m-mv) 5,08 – 6,08 2,28 – 3,28 2,08 – 3,08 2,08 – 3,08 2,08 – 3,08
Motivatie Verticale afperking (grond + grondwater) Horizontale afperking (grond + grondwater) Horizontale afperking (grond + grondwater) Horizontale afperking (grond + grondwater) Horizontale afperking (grond + grondwater)
Uit iedere boring is op de relevante diepte een ongeroerd monster genomen (steekbus), ten behoeve van analyse op vluchtige parameters. Van het opgeboorde materiaal zijn per 50 cm, of per afwijkende bodemlaag representatieve monsters genomen, die zijn beschreven qua textuur, geur en kleur. In bijlage 1.2 is een situatieschets van het terrein opgenomen met daarop aangegeven de ligging van de monsterpunten.
3.2
Uitvoering werkzaamheden (bemonstering grondwater)
Op basis van de NEN 5744 zijn bij de monstername van grondwater de volgende metingen uitgevoerd: Geleidingsvermogen (EGV of Ec); bij monstername mag dit maximaal 10 % afwijken van de voorlaatste meting; Indien het geleidingsvermogen (zie bovenstaand) constant is, is een NTU-waarde (troebelheid) van 0 tot 10 gewenst. Indien hier niet aan wordt voldaan moet bij de beoordeling van de analyseresultaten worden bekeken of dit van invloed is; De zuurgraad (pH) wordt eveneens beoordeeld, de NEN5744 heeft hier echter geen normen of eisen aan verbonden. Voor de resultaten van de bij de grondwaterbemonstering uitgevoerde veldmetingen verwijzen wij naar bijlage 3.2. Het geleidingsvermogen bleek voldoende constant om over te gaan tot bemonstering. Het grondwater is echter beschouwd als troebel, bij de beoordeling van de analyses dient te worden vastgesteld of dit van invloed is geweest op het resultaat.
3.3
Bodemopbouw
De bodemopbouw van de locatie is samengevat in tabel 3.2.
2001-2002
Nader bodemonderzoek Emperweg 4 te Empe (kenmerk: 230068)
Pagina 13 van 20
Tabel 3.2 Bodemopbouw onderzoekslocatie
Diepte (m-mv) 0,0 - circa 2,0 Circa 2,0 - circa 3,5 Circa 3,5 - 6,1 6,1
Omschrijving Zand, matig fijn, zwak siltig Leem, sterk zandig Zand, matig fijn, zwak siltig Diepst verkende bodemlaag
Het grondwaterniveau is tijdens de monstername van het grondwater vastgesteld op dieptes variërend van 1,13 tot 1,45 m-mv.
3.4
Zintuiglijke waarnemingen
Het terrein en het opgeboorde materiaal zijn in het veld zintuiglijk beoordeeld op bijzonderheden, zoals weergegeven in tabel 3.3. Tabel 3.3 Zintuiglijke waarnemingen onderzoekslocatie
100
Einddiepte boring (m-mv) 6,08
0,58 – 2,08
Olie-waterreactie: zwak
101
3,28
0,00 – 0,58
Sterk betongranulaat
102
3,08
0,00 – 0,58
Sterk betongranulaat
103
3,28
0,00 – 0,58
Sterk betongranulaat
104
3,30
-
-
Meetpunt
Diepte (m-mv) 0,00 – 0,58
Zintuiglijke waarneming Olie-waterreactie: zwak; brokken baksteen
Op basis van tabel 3.3 blijkt, dat ter plaatse van boring 100, centraal in de vloeistofdichte verharding gesitueerd, tot een diepte van 2,08 m-mv een zwakke olie-waterreactie is waargenomen. In de overige boringen is geen olie-waterreactie waargenomen. Daarnaast is in de bovengrond van de boringen 101, 102 en 103 een sterke bijmenging met betongranulaat waargenomen. Deze bijmengingen zijn conform bijlage E van de NEN5707:2017 beoordeeld op asbestverdachtheid. Op basis van deze beoordeling zijn de waargenomen bijmengingen met betongranulaat aan te merken als niet asbestverdacht. Verder zijn er geen voor het onderzoek van belang zijnde waarnemingen naar voren gekomen
3.5
Afwijkingen protocollen
Er zijn bij de uitvoering van het onderzoek geen relevante afwijkingen ten opzichte van de geldende SIKB protocollen 2001 en 2002 naar voren gekomen.
3.6
Afwijkingen strategie(ën)
Er zijn bij de uitvoering van het onderzoek geen relevante afwijkingen ten opzichte van de NTA 5755:2010 naar voren gekomen.
2001-2002
Nader bodemonderzoek Emperweg 4 te Empe (kenmerk: 230068)
Pagina 14 van 20
4. ANALYSERESULTATEN EN BESPREKING Na bemonstering van grond en grondwater zijn de monsters gekoeld opgeslagen, en ter analyse aangeboden aan het laboratorium. Alle geanalyseerde monsters zijn in het laboratorium voorbehandeld conform de eisen, opgesteld in het AS 3000 (Laboratoriumanalyses voor grond-, waterbodem- en grondwateronderzoek).
4.1
Analysemonsters
In tabel 4.1 zijn de geanalyseerde grond- en grondwatermonsters weergegeven. Tabel 4.1 Analysemonsters
Diepte (m-mv)
Zintuiglijke waarneming
Motivatie
Mp. 100
2,80 – 3,00
-
Verticale afperking
Mp. 101
1,30 – 1,50
-
Mp. 102
1,30 – 1,50
-
Mp. 103
1,30 – 1,50
-
Mp. 104
1,30 – 1,50
-
Pb. 100
5,08 – 6,08
-
Pb. 101
2,28 – 3,28
-
Pb. 102
2,08 – 3,08
-
Pb. 103 Pb. 104
2,08 – 3,08
-
2,08 – 3,08
-
Monster
Analyse
Grond
Horizontale afperking
Minerale olie (incl. vluchtig) en BTEXN
Grondwater
4.2
Verticale afperking
Horizontale afperking
Minerale olie (incl. vluchtig), BTEXN, MTBE en ETBE
Afwijkingen laboratoriumwerkzaamheden
Er zijn geen afwijkingen naar voren gekomen bij de uitvoering van de laboratoriumwerkzaamheden ten opzichte van de AS 3000 en/of analysemethoden van de individuele parameters.
4.3
Toetsing analyseresultaten
De toetsing van de analyseresultaten vindt plaats conform de Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa), waarbij de toetsmodules T12 en T13 zijn gehanteerd. Bij de interpretatie van de analyseresultaten is gebruik gemaakt van de toetsingstabel uit de Circulaire bodemsanering 2013. Hierin zijn voor de meeste gangbare parameters verwaarloosbare risiconiveaus (achtergrondwaarden, en voor grondwater streefwaarden) en maximaal toelaatbare risiconiveaus (interventiewaarden) weergegeven. Deze verwaarloosbare en maximaal toelaatbare risiconiveaus (Achtergrond- of Streefwaarden, respectievelijk Interventiewaarden) zijn berekend met behulp van onder meer (eco)toxicologische gegevens, en hebben betrekking op de vastgestelde Nederlandse Standaardbodem, met een organische stofgehalte van 10% en een lutumgehalte van 25 %. De toetsing van gehalten aan onder andere PAK, minerale olie en zware metalen in grond is afhankelijk gesteld van de gemeten organische stof- en/of lutumgehalten, die meestal afwijken van
2001-2002
Nader bodemonderzoek Emperweg 4 te Empe (kenmerk: 230068)
Pagina 15 van 20
de gehalten in de vastgestelde Standaardbodem. Bij de BoToVa-toetsing wordt daarom, per stof, het gemeten gehalte omgerekend naar een gestandaardiseerd gehalte. Deze gestandaardiseerde gehalten worden vervolgens getoetst aan de standaard toetsingswaarden, die in bijlage 5 zijn weergegeven. De getoetste analyseresultaten van de grond en het grondwater zijn weergegeven in de tabellen in de navolgende paragrafen. Onder de tabellen wordt de interpretatie van de toets-uitslag besproken. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4. De betekenis van de toetsingswaarden en de wijze van weergave staan vermeld in tabel 4.2. Tabel 4.2 Betekenis van de toetsingswaarden
Weergave tabellen
Concentratieniveau
Betekenis
≤ AW-waarde of S-waarde (of < detectiegrens) > AW-waarde of S-waarde
Geen verhoging t.o.v. achtergrondwaarde of streefwaarde gemeten Lichte verhoging gemeten
> I-waarde
Sterke verhoging gemeten
Weergave bijlage 5 * ***
Verhoogde rapportagegrens (meetwaarde is vermenigvuldigd met factor 0,7)
(v)
Tabel 4.2 is de legenda voor de interpretatie van de geanalyseerde grond- en grondwatermonsters, zoals weergegeven in tabellen 4.3 en 4.4.
4.4
Milieuhygiënische kwaliteit grond
In tabel 4.3 zijn de geanalyseerde grondmonsters met toetsing conform tabel 4.2 weergegeven. Tabel 4.3 Geanalyseerde grondmonsters met toetsing
Diepte (m-mv)
Zintuiglijke waarneming
Motivatie
Mp. 100
2,80 – 3,00
-
Verticale afperking
Mp. 101
1,30 – 1,50
-
Mp. 102
1,30 – 1,50
-
Mp. 103
1,30 – 1,50
-
Mp. 104
1,30 – 1,50
-
Monster
Gehalte in mg/kg d.s.* en toetsing
Grond
Horizontale afperking
Xylenen -
4,08
-
* gestandaardiseerde meetwaarde Uit tabel 4.3 blijkt dat in de ondergrond van boring 100, genomen onder de zintuiglijk met olieproduct verontreinigde bodemlaag, het gehalte aan xylenen nog licht verhoogd is ten opzichte van de achtergrondwaarde. Het betreft een zeer lichte overschrijding van de achtergrondwaarde, waarbij de interventiewaarde niet wordt benaderd. In de grond van de boringen 101 t/m 104, die rondom de bekende verontreiniging zijn gesitueerd en genomen zijn van de bodemlaag waarvan de diepte correspondeert met de verontreinigde bodemlaag, zijn geen verhoogde gehalten aan minerale olie en/of vluchtige aromatische koolwaterstoffen (BTEXN) aangetoond.
2001-2002
Nader bodemonderzoek Emperweg 4 te Empe (kenmerk: 230068)
Pagina 16 van 20
4.5
Milieuhygiënische kwaliteit grondwater
In tabel 4.4 zijn de geanalyseerde grondwatermonsters met toetsing conform tabel 4.2 weergegeven. Tabel 4.4 Geanalyseerde grondwatermonsters met toetsing
Pb. 100
Diepte (m-mv) 5,08 – 6,08
Zintuiglijke waarneming -
Pb. 101
2,28 – 3,28
-
Pb. 102
2,08 – 3,08
-
Pb. 103 Pb. 104
2,08 – 3,08
-
2,08 – 3,08
-
Monster
Motivatie
Analyse
Verticale afperking
Xylenen -
1,12
Xylenen
1,17
Xylenen
0,27
Horizontale afperking
-
Uit tabel 4.4 blijkt dat in het grondwater van peilbuis 100, waarvan het filter onder de zintuiglijk met olieproduct verontreinigde bodemlaag is geplaatst, het gehalte aan xylenen nog licht verhoogd is ten opzichte van de streefwaarde. Het betreft een zeer lichte overschrijding van de streefwaarde, waarbij de interventiewaarde niet wordt benaderd. In het grondwater van de peilbuizen 102 en 103, die oostelijk respectievelijk zuidelijk van de bekende verontreiniging zijn geplaatst, zijn de gehalten aan xylenen eveneens nog licht verhoogd aangetoond ten opzichte van de streefwaarde. Het betreft zeer lichte overschrijdingen van de streefwaarde, waarbij de interventiewaarde niet wordt benaderd. In het grondwater van de peilbuizen 101 en 104, die noordelijk respectievelijk westelijk van de bekende verontreiniging zijn geplaatst, zijn geen verhoogde gehalten aan minerale olie en/of vluchtige aromatische koolwaterstoffen (BTEXN) aangetoond. In geen van de grondwatermonsters zijn verhoogde gehalten aan MTBE en/of ETBE aangetoond.
2001-2002
Nader bodemonderzoek Emperweg 4 te Empe (kenmerk: 230068)