CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

(075) Bijlagen bij de toelichting

Besluitvormende raadsvergadering 12 oktober 2023, gemeente BrummenBij agendapunt: Bestemmingsplan Emperweg 4 (hamerstuk)28.218 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

416535

Verkennend bodemonderzoek ter plaatse van: Emperweg 4 te Empe

projectnummer

220605

Pagina 2 van 21

TITELBLAD RAPPORT Type onderzoek Locatie onderzoek Projectnummer Versie rapportage Auteur Controle en vrijgave Paraaf vrijgave

Datum OPDRACHTGEVER Naam Contactpersoon Adres UITGEVOERD DOOR Monsterneming grond Monsterneming grondwater UITGEVOERD DOOR

Verkennend bodemonderzoek Emperweg 4 te Empe 220605 1.0 M.H. van Eerde R.J.W. Huls

24 juni 2022 Bouwbedrijf Regeling Beerzerveld B.V. H. Pullen Kloosterdijk 38, 7685 PX BEERZERVELD SIKB protocol 2001 SIKB protocol 2002

Dhr. T. Bonkes Dhr. T. Bonkes

info@ecoreest.nl www.ecoreest.nl Kantoor Zuidwolde Industrieweg 20 7921 JP Zuidwolde Tel: 0528 373 982

Kantoor Appingedam Opwierderweg 160 9902 RH Appingedam Tel: 0596 633 355

Kantoor Almere Transistorstraat 91-34 1322 CL Almere 036 82 00 397

Eco Reest Holding BV is gecertificeerd volgens “NEN-EN-ISO 9001:2015”, voor het geven van milieukundig advies in relatie tot ruimtelijke ontwikkelingen en gebouwen met inbegrip van de uitvoering van gerelateerde onderzoeksactiviteiten op het gebied van bodemonderzoek en -sanering, ecologie, asbestinventarisaties, sloopbegeleiding, bouwkundige opnames en energieprestatie advies. Eco Reest BV is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). Als aangesloten adviesbureau zorgen we samen met de andere leden voor een betere borging van kwaliteit in de uitvoering van (water)bodemonderzoek en -saneringen. Dit onderzoek en advies is tot stand gekomen onafhankelijk van de belangen van de opdrachtgever en derden. DISCLAIMER Dit rapport is het resultaat van een verkennend bodemonderzoek dat is uitgevoerd ter plaatse van Emperweg 4 te Empe. Ten behoeve van de juiste interpretatie van dit rapport is het noodzakelijk te beschikken over de gehele rapportage, inclusief bijlagen. Het rapport is ongeschikt voor toepassing in een juridische context indien de paginanummering van het rapport onjuist of onvolledig is, de bijlagen genoemd in de inhoudsopgave (deels) ontbreken en het projectnummer in het rapport en op de bijlage niet overeenkomt. © 2022 Eco Reest BV. Gebruik en overname van gegevens alleen toegestaan met volledige bronvermelding.

Wijze van citeren: Eco Reest 2022 Empe_220605_Emperweg 4_VO We stellen dit rapport alleen ter beschikking aan derden in geval van schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Emperweg 4 te Empe (kenmerk: 220605)

Pagina 3 van 21

INHOUD 1.

INLEIDING.................................................................................................................... 4

1.1 1.2 1.3 1.3.1 1.3.2 1.3.3 1.4

Aanleiding en doelstelling ............................................................................................................. 4 Kwaliteitsborging algemeen .......................................................................................................... 4 Kwaliteitsborging onderzoek ......................................................................................................... 4 Normen onderzoeksstrategie ........................................................................................................... 5 Veldwerkzaamheden ........................................................................................................................ 5 Laboratoriumwerkzaamheden ......................................................................................................... 5 Leeswijzer ..................................................................................................................................... 6

2.

VOORONDERZOEK (NEN 5725:2017) ............................................................................. 7

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7

Systematiek milieuhygiënisch vooronderzoek ............................................................................... 7 Stap 1; aanleiding vooronderzoek ................................................................................................. 7 Stap 2; onderzoeksvragen ............................................................................................................. 7 Samenvatting vooronderzoek ....................................................................................................... 8 Volledigheid en betrouwbaarheid vooronderzoek ........................................................................ 9 Afwijkingen vooronderzoek ........................................................................................................ 10 Onderzoekshypothese (NEN5725) en -strategie (NEN5740)......................................................... 10

3.

VELDWERKZAAMHEDEN ............................................................................................ 11

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6

Uitvoering werkzaamheden (bemonstering grond en plaatsen peilbuis) ..................................... 11 Uitvoering werkzaamheden (bemonstering grondwater) ............................................................ 11 Bodemopbouw ............................................................................................................................ 12 Zintuiglijke waarnemingen .......................................................................................................... 12 Afwijkingen protocollen .............................................................................................................. 13 Afwijkingen strategie(ën) ............................................................................................................ 13

4.

ANALYSERESULTATEN EN BESPREKING ....................................................................... 14

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

Analysemonsters ......................................................................................................................... 14 Afwijkingen laboratoriumwerkzaamheden ................................................................................. 15 Toetsing analyseresultaten.......................................................................................................... 15 Milieuhygiënische kwaliteit grond............................................................................................... 16 Milieuhygiënische kwaliteit grondwater ..................................................................................... 17

5.

SAMENVATTING EN CONCLUSIES ............................................................................... 19

5.1 5.2

Samenvatting .............................................................................................................................. 19 Conclusies en aanbevelingen ....................................................................................................... 20

BIJLAGEN 1.1 Regionale ligging 1.2 Situatieschets onderzoekslocatie met boorpunten 2 Resultaten vooronderzoek 3 Boorprofielen en resultaten grondwaterbemonstering 4 Analyseresultaten 5 Toetsingswaarden 6 Analysemethoden

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Emperweg 4 te Empe (kenmerk: 220605)

Pagina 4 van 21

1. INLEIDING Door Eco Reest BV is een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van een locatie aan de Emperweg 4 te Empe. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de aanleiding en de doelstelling van het onderzoek, en de wijze van kwaliteitsborging van de verschillende onderzoekstappen.

1.1

Aanleiding en doelstelling

Aanleiding tot het verkennend bodemonderzoek is de geplande bouw van 2 rijen van 5 woningen ter plaatse van het onderzoeksterrein. In het kader de bestemmingswijziging en het bouwplan moet een verkennend bodemonderzoek worden uitgevoerd. Doel van het onderzoek is een indruk te verkrijgen omtrent de eventuele aanwezigheid van verontreinigingen in de grond en in het grondwater van het onderzoeksterrein. Dit gebeurt teneinde te bepalen of er vanuit milieuhygiënisch oogpunt belemmeringen bestaan voor het toekomstige gebruik van de locatie (wonen met tuin).

1.2

Kwaliteitsborging algemeen

Eco Reest BV streeft naar een zo hoog mogelijk kwaliteit van onderzoek te leveren: Eco Reest Holding BV is gecertificeerd volgens “NEN-EN-ISO 9001:2015”, voor het geven van milieukundig advies in relatie tot ruimtelijke ontwikkelingen en gebouwen met inbegrip van de uitvoering van gerelateerde onderzoeksactiviteiten op het gebied van bodemonderzoek en -sanering, ecologie, asbestinventarisaties, sloopbegeleiding, bouwkundige opnames en energieprestatie advies. Eco Reest BV is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). Als aangesloten adviesbureau zorgen we samen met de andere leden voor een betere borging van kwaliteit in de uitvoering van (water)bodemonderzoek en -saneringen.

Naast kwaliteit is onafhankelijkheid van groot belang om onze opdrachtgever van dienst te zijn met het beste advies voor zijn vraagstuk. Wij merken dan ook op dat er geen functionele relatie bestaat tussen opdrachtgever en Eco Reest BV, hetgeen betekent dat het advies van Eco Reest onafhankelijk is van de belangen van de opdrachtgever en derden. Conform de eisen uit onze ethische code houdt Eco Reest alle gegevens geheim, waarvan wij kennisnemen als gevolg van de uitvoering van de werkzaamheden, behoudens in geval van wettelijke verplichtingen.

1.3

Kwaliteitsborging onderzoek

De bodemonderzoeksstrategie is opgesteld conform de geldende NEN normen en protocollen. De veldwerkzaamheden en laboratorium werkzaamheden zijn uitgevoerd volgens de actuele beoordelingsrichtlijn en accreditatieschema. In de volgende paragrafen worden de normen, beoordelingsrichtlijnen toegelicht.

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Emperweg 4 te Empe (kenmerk: 220605)

Pagina 5 van 21

1.3.1 Normen onderzoeksstrategie In tabel 1.1 zijn de kwaliteitsnormen opgenomen, die zijn toegepast voor de bepaling van de bodemonderzoeksstrategieën. Tabel 1.1 Toegepaste onderzoeksnormen

Aspect onderzoek Strategie voor uitvoeren van milieu hygiënisch vooronderzoek Strategie voor uitvoeren van verkennend (chemisch) onderzoek

Toegepaste norm NEN 5725:2017 NEN 5740:2009 + A1:2016

Eventuele afwijkingen op de normen, die tijdens de uitvoering naar voren zijn gekomen, zijn beschreven in respectievelijk § 2.6 “Afwijkingen vooronderzoek” en § 3.6 “Afwijkingen strategie(ën)”.

1.3.2 Veldwerkzaamheden Het onderzoek heeft plaatsgevonden onder procescertificaat op grond van de BRL SIKB 2000 “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor Eco Reest BV Zuidwolde is gecertificeerd en erkend door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Het certificaatnummer is K96988/01, en de certificerende instelling is KIWA te Rijswijk. Het veldwerk heeft plaats gevonden conform SIKB protocol 2001 “Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen” en SIKB protocol 2002 “Het nemen van grondwatermonsters”. De werkzaamheden zijn uitgevoerd door gecertificeerde en erkende veldmedewerkers, zoals weergegeven in het titelblad. Eventuele afwijkingen op de normen en protocollen, die tijdens de uitvoering naar voren zijn gekomen zijn weergegeven in § 3.5 “Afwijkingen protocollen”. De bedrijf- en persoonserkenningen en het certificaatnummer zijn te verifiëren op de volgende website: https://www.bodemplus.nl/aanvragen/erkenningen/zoekmenu/

1.3.3 Laboratoriumwerkzaamheden De chemische analyses zijn uitgevoerd conform de AS 3000 “Laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor Eurofins Analytico B.V. is geaccrediteerd en erkend door het ministerie van I en W. Eurofins Analytico B.V. is een NEN-EN-ISO/IEC 17025 geaccrediteerd laboratorium, met certificaatnummer L010. Het certificaat is bijgevoegd in bijlage 6. De monsterconservering is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “Conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”. Eventuele afwijkingen op de normen, die tijdens de uitvoering van de analyses naar voren zijn gekomen, zijn beschreven in § 4.2 “Afwijkingen laboratoriumwerkzaamheden”.

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Emperweg 4 te Empe (kenmerk: 220605)

Pagina 6 van 21

1.4

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 is de basisinformatie weergegeven van het onderzoeksgebied en wordt een samenvatting van de relevante informatie uit het vooronderzoek beschreven. In hoofdstuk 3 zijn de veldwerkzaamheden en waarnemingen tijdens het onderzoek beschreven, gevolgd door de toetsing van de analyseresultaten in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 tenslotte is een samenvatting opgenomen en zijn de conclusies en aanbevelingen weergegeven.

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Emperweg 4 te Empe (kenmerk: 220605)

Pagina 7 van 21

2. VOORONDERZOEK (NEN 5725:2017) Het vooronderzoek is de basis voor werkzaamheden die een uitspraak vereisen over de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. Het doel van het vooronderzoek is inzicht te verkrijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie zelf, alsmede eventuele beïnvloeding(en) vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd, zoals hierna weergegeven.

2.1

Systematiek milieuhygiënisch vooronderzoek

Het vooronderzoek is onderverdeeld in twee stappen. In stap 1 wordt de aanleiding voor het vooronderzoek bepaald. De mogelijke aanleidingen (A t/m G) zijn weergegeven in bijlage 2. Voor de in bijlage 2 weergegeven mogelijke aanleidingen zijn in de NEN 5725:2017 diverse onderzoeksvragen geformuleerd. In stap 2 van het vooronderzoek moet antwoord verkregen worden op een deze onderzoeksvragen. Indien naar deskundigheid van de onderzoeker alle (verplichte) onderzoeksaspecten zijn behandeld en de onderzoeksvragen (zie bijlage 2) in voldoende mate zijn beantwoord, is het vooronderzoek afgerond en worden conclusies getrokken en een hypothese opgesteld.

2.2

Stap 1; aanleiding vooronderzoek

De eerste stap in het vooronderzoek is het vaststellen van de aanleiding voor vooronderzoek (zie ook bijlage 2). In het onderhavige geval is aanleiding A geselecteerd, die onderstaand is weergegeven. - A. opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek volgens 6.2.1

2.3

Stap 2; onderzoeksvragen

Uit de geselecteerde aanleiding (A) voor het vooronderzoek volgt een aantal onderzoeksvragen die zijn weergegeven in bijlage 2. Op basis van het totaal aan informatie uit het vooronderzoek moeten de onderzoeksvragen worden beantwoord, waarna een hypothese voor bodemonderzoek wordt opgesteld. In tabel 2.1 zijn de onderzoeksaspecten weergegeven, waarover bij het vooronderzoek informatie moet worden verzameld. Tabel 2.1 Onderzoeksaspecten en te verzamelen informatie

Onderzoeksaspecten

Locatiegegevens Bodemopbouw en geohydrologie

2001-2002

Eigendomssituatie Hoogteligging Bodemopbouw

Aanleidingen tot vooronderzoek A B C D E 0 0 ✓ ✓ ✓ ✓ ✓

F

G

✓

Verkennend bodemonderzoek Emperweg 4 te Empe (kenmerk: 220605)

Pagina 8 van 21

Onderzoeksaspecten

Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit

Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval

Antropogene lagen in de bodem Geohydrologie Geval van ernstige bodemverontreiniging? Kwaliteit o.b.v. BKK O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken Voormalig Huidig Toekomst Asbestverdacht?

Aanleidingen tot vooronderzoek ✓ ✓ ✓ ✓ ✓

✓

✓

✓ ✓

✓

✓ ✓ ✓ ✓ ✓

✓

✓

✓

✓

✓

0 ✓

✓ ✓

✓ ✓

✓ ✓

✓

✓ ✓

0 ✓ ✓

✓

✓ ✓

✓ ✓ 0 ✓

✓

✓

✓ ✓ ✓

✓

Terreinverkenning ✓ Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd 0 Optioneel

De verzamelde informatie benoemd in tabel 2.1 met antwoorden is weergegeven in bijlage 2. In § 2.4 (samenvatting vooronderzoek) is een beschrijving van de te onderzoeken (delen van de) locatie weergegeven met antwoorden, op basis van de antwoorden op de onderzoeksvragen weergegeven in bijlage 2.

2.4

Samenvatting vooronderzoek

Na het raadplegen van de verschillende bronnen zijn er voldoende gegevens bekend om antwoord te geven op de geformuleerde onderzoeksvragen (bijlage 2). De onderzoekslocatie ligt aan de Emperweg 4 in Empe en is kadastraal bekend als gemeente Brummen, sectie A, nummers 2387, 2444 en 2445. De totale oppervlakte bedraagt 2.124 m2. De regionale ligging van de locatie is weergegeven in bijlage 1.1. De te onderzoeken (delen van de) locatie zijn weergegeven in bijlage 1.2. De te onderzoeken locatie is in het verleden in gebruik geweest als garagebedrijf met benzineservice-station. Uit informatie van de opdrachtgever en de Omgevingsdienst Veluwe IJssel (ODIJ) blijkt dat eerder op het terrein diverse bodemonderzoeken zijn uitgevoerd: •

Evaluatie grondsanering Texaco-tankstation Emperweg 4 te Empe (concept). Geofox, kenmerk 26992\VH\hn, d.d. januari 1993. Dit betrof de sanering van een verontreiniging met diesel nabij het pompeiland. Er is 15 m3 grond ontgraven en na sanering bleken lokaal nog slechts zeer lichte verontreinigingen met minerale olie aanwezig te zijn in de putbodem- en wanden. Voorafgaand aan deze sanering waren in 1992 een oriënterend en een nader bodemonderzoek uitgevoerd; deze rapporten zijn niet ingezien.

•

Verkennend/nulsituatie bodemonderzoek Emperweg 4 te Empe. Hunneman, kenmerk 99.05.227, d.d. mei 1999. Dit onderzoek werd uitgevoerd vanwege de voorgenomen aanleg van een vloeistofdichte vloer in de werkplaats. In de grond van de werkplaats werden geen verontreinigingen aangetoond. Het grondwater is niet onderzocht.

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Emperweg 4 te Empe (kenmerk: 220605)

Pagina 9 van 21

•

Basisdocument inventariserend bodemonderzoek Autobedrijf Nieuwland te Empe (Brummen). BMD Advies Oost, kenmerk 0249.6, d.d. juni 1999. Dit onderzoek betreft een inventarisatie van mogelijk verontreinigde deellocaties. Het tankstation met ondergrondse brandstoftanks en aflever- en vulpunten werd als verdacht aangemerkt.

•

Inventariserend bodemonderzoek BSB-operatie Emperweg 4 te Empe. De Klinker, kenmerk 991011EE.110, d.d. 4 januari 2000. Ter plaatse van de ondergrondse brandstoftanks werd in het grondwater een lichte verontreiniging met minerale olie aangetoond. Verder werden bij de tanks en ter plaatse van het tankstation geen verontreinigingen aangetroffen.

•

Nulsituatie bodemonderzoek Emperweg 4 te Empe. Hunneman, kenmerk 2008036/la/sh, d.d. januari 2008. Het onderzoek is uitgevoerd ter plaatse van drie verwijderde ondergrondse brandstoftanks. In de put- en wandmonsters en in het grondwater werden analytisch geen verontreinigingen aangetroffen. Ter plaatse van de overige onderdelen van het tankstation (vulpunt, OBAS en rondom vloeistofdichte verharding) werden zintuiglijk geen verontreinigingen aangetroffen, maar zijn geen analyses verricht.

Op de bodemkwaliteitskaart (regio Veluwe – IJssel) is aan de bodem van de locatie de kwaliteitsklasse wonen (bovengrond) en landbouw/natuur (ondergrond) toegekend. De bodem van de locatie bestaat naar verwachting in ieder geval tot circa 4,0 m-mv uit zand. De stroming van het grondwater is ter plaatse globaal oostelijk gericht. Ter plaatse is op basis van het vooronderzoek geen sprake van bodemvreemde lagen. Op basis van het totaal aan resultaten van het vooronderzoek (met inbegrip van de terreininspectie) wordt de locatie aangemerkt als asbestonverdacht. Ter plaatse is sprake geweest van diverse potentiële bronnen van verontreiniging met chemische parameters, namelijk: • Voormalige werkplaats (circa 250 m2). Potentieel verontreinigd met zware metalen, PAK, minerale olie en BTEXN. • Voormalig vulpunt + voormalige tanks (circa 50 m2). Potentieel verontreinigd met minerale olie en BTEXN. • OBAS + voormalig pompeiland (circa 150 m2). Potentieel verontreinigd met minerale olie en BTEXN. • Buitenterrein garagebedrijf (circa 600 m2). Potentieel verontreinigd met zware metalen, PAK, minerale olie en BTEXN. Het overige terrein (circa 1.100 m2) wordt op basis van het vooronderzoek beschouwd als onverdacht. Nabij de locatie is voor zover bekend geen sprake (geweest) van potentieel bodembedreigende activiteiten.

2.5

Volledigheid en betrouwbaarheid vooronderzoek

Het vooronderzoek beschouwen wij als volledig in relatie tot het doel van het onderzoek, aangezien er voldoende relevante gegevens aanwezig zijn en er in afdoende mate antwoord kan worden gegeven op de onderzoeksvragen. Gezien het feit dat de gegevens, verstrekt door de verscheidene bronnen, in voldoende mate overeenkomen met elkaar en met de aangetroffen situatie ten tijde van de terreininspectie, achten wij het vooronderzoek tevens betrouwbaar.

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Emperweg 4 te Empe (kenmerk: 220605)

Pagina 10 van 21

2.6

Afwijkingen vooronderzoek

Er zijn bij de uitvoering van het vooronderzoek geen relevante afwijkingen ten opzichte van de NEN 5725:2017 naar voren gekomen.

2.7

Onderzoekshypothese (NEN5725) en -strategie (NEN5740)

Op basis van de informatie uit het vooronderzoek is ter plaatse van (delen van) de in het vooronderzoek beschouwde locatie bodemonderzoek noodzakelijk. In de tabel 2.2 is per te onderzoeken terrein(deel) de onderzoeksstrategie weergegeven. Op basis van het vooronderzoek is de onderzoekslocatie gedeeltelijk aan te merken als verdacht voor bodemverontreiniging(en). Tabel 2.2 Onderzoekshypothese(n) per terrein(deel)

(Deel)locatie Oppervlakte (m2)

Verontreinigde stof Grond Grondwater

Oorzaak/Motivatie

Onderzoeksstrategie

A. Voormalige werkplaats garagebedrijf (250 m2) B. Voormalige brandstoftanks + vulpunt (50 m2)

Zware metalen, PAK, minerale olie en BTEXN Minerale olie en BTEXN

Minerale olie en BTEXN

Eventuele morsingen / lekkages (bovengrond)

NEN 5740, § 5.3

Minerale olie en BTEXN

NEN 5740, § 5.3

C. Voormalig pompeiland + OBAS (150 m2)

Minerale olie en BTEXN

Minerale olie en BTEXN

D. Buitenterrein garagebedrijf (600 m2) E. Overig terrein (1.100 m2)

Zware metalen, PAK, minerale olie en BTEXN -

Minerale olie en BTEXN

Eventuele morsingen (bovengrond) / lekkages (ondergrond en grondwater) Eventuele morsingen (bovengrond) / lekkages (ondergrond en grondwater) Eventuele morsingen / lekkages (bovengrond)

-

-

NEN 5740, § 5.1

NEN 5740, § 5.3 (OBAS tevens § 5.4)

NEN 5740, § 5.6

Op basis van de informatie uit het vooronderzoek is het onderzoek met betrekking tot de verdachte deellocaties “Voormalige werkplaats garagebedrijf” (deellocatie A), “Voormalige brandstoftanks + vulpunt” (deellocatie B) en “Voormalig pompeiland + OBAS” (deellocatie C) vooralsnog opgezet conform de richtlijnen zoals deze zijn vastgesteld in de NEN 5740:2009, § 5.3, zoals weergegeven in tabel 2.2. De betreffende delen van het onderzoeksterrein zijn beschouwd als verdachte locaties met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern. Het onderzoek ter plaatse van de OBAS is tevens georiënteerd op de richtlijnen van de NEN 5740:2009, § 5.4 (verdachte locatie met één of meer ondergrondse opslagtanks). Op basis van de informatie uit het vooronderzoek is het onderzoek van het “Overige terrein” (deellocatie E) vooralsnog opgezet conform de richtlijnen zoals deze zijn vastgesteld in de NEN 5740:2009, § 5.1, zoals weergegeven in tabel 2.2. Dit deel van het onderzoeksterrein is beschouwd als een onverdachte locatie.

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Emperweg 4 te Empe (kenmerk: 220605)

Pagina 11 van 21

3. VELDWERKZAAMHEDEN In dit hoofdstuk is de uitvoering van de veldwerkzaamheden beschreven, met eventuele afwijkingen op de veldwerkzaamheden en/of onderzoeksstrategie.

3.1

Uitvoering werkzaamheden (bemonstering grond en plaatsen peilbuis)

De uitvoering van het veldwerk heeft plaatsgevonden op 16 en 31 mei (uitvoeren boringen en plaatsen peilbuizen) en het grondwater is bemonsterd op 31 mei. A. Voormalige werkplaats garagebedrijf Het veldwerk heeft bestaan uit het verrichten van 4 boringen tot circa 1,1 m-mv (nrs. 02 en 15 t/m 17). Boring 02 is vervolgens doorgezet tot 3,5 m-mv en afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het grondwateronderzoek (filterstelling 2,5 tot 3,5 m-mv, grondwaterstand circa 2,0 m-mv). B. Voormalige brandstoftanks + vulpunt Het veldwerk heeft bestaan uit het verrichten van 3 boringen tot dieptes van 2,0 tot 3,0 m-mv (nrs. 01, 13 en 14). Boring 01, ter plaatse van het voormalige vulpunt, is vervolgens doorgezet tot 3,2 m-mv en afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het grondwateronderzoek (filterstelling 2,2 tot 3,2 m-mv, grondwaterstand circa 1,7 m-mv). C. Voormalig pompeiland + OBAS Het veldwerk heeft bestaan uit het verrichten van 1 boring tot circa 0,4 m-mv (nr. 04) en 2 boringen tot circa 3,0 m-mv (nrs. 03 en 12). Boring 04 kon niet dieper worden doorgezet door de aanwezigheid van een harde laag. Boring 03, ter plaatse van de voormalige brandstofpompen, is vervolgens doorgezet tot 3,2 m-mv en afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het grondwateronderzoek (filterstelling 2,2 tot 3,2 m-mv, grondwaterstand circa 1,7 m-mv). D.

Buitenterrein garagebedrijf Het veldwerk heeft bestaan uit het verrichten van 3 boringen tot circa 1,0 m-mv (nrs. 09, 10 en 11) en 3 boringen tot 2,0 m-mv (nrs. 06 t/m 08). E. Overig terrein Het veldwerk heeft bestaan uit het verrichten van 6 boringen tot circa 1,0 m-mv (nrs. 19 t/m 24) en 2 boringen tot circa 2,0 m-mv (nrs. 05 en 18). Boring 05 is vervolgens doorgezet tot 3,5 m-mv en afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het grondwateronderzoek (filterstelling 2,5 tot 3,5 mmv, grondwaterstand circa 2,0 m-mv). Algemeen Van het opgeboorde materiaal zijn per 50 cm, of per afwijkende bodemlaag representatieve monsters genomen, die zijn beschreven qua textuur, geur en kleur. In bijlage 1.2 is een situatieschets van het terrein opgenomen met daarop aangegeven de ligging van de monsterpunten. In bijlage 3.1 zijn de boorprofielen weergegeven.

3.2

Uitvoering werkzaamheden (bemonstering grondwater)

Op basis van de NEN 5744 zijn bij de monstername van grondwater de volgende metingen uitgevoerd: • Geleidingsvermogen (EGV of Ec); bij monstername mag dit maximaal 10 % afwijken van de voorlaatste meting;

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Emperweg 4 te Empe (kenmerk: 220605)

Pagina 12 van 21

• •

Indien het geleidingsvermogen (zie bovenstaand) constant is, is een NTU-waarde (troebelheid) van 0 tot 10 gewenst. Indien hier niet aan wordt voldaan moet bij de beoordeling van de analyseresultaten worden bekeken of dit van invloed is; De zuurgraad (pH) wordt eveneens beoordeeld, de NEN5744 heeft hier echter geen normen of eisen aan verbonden.

Voor de resultaten van de bij de monstername in het veld uitgevoerde grondwatermetingen wordt verwezen naar bijlage 3.2. Op basis van de tabellen in bijlage 3.2 blijkt het geleidingsvermogen voldoende constant te zijn om over te gaan tot bemonstering. Het grondwater ter plaatse van de peilbuizen 03 en 05 is echter beschouwd als troebel, bij de beoordeling van de analyses dient te worden vastgesteld of dit van invloed is geweest op het resultaat.

3.3

Bodemopbouw

De bodemopbouw van de locatie is samengevat in tabel 3.1. Tabel 3.1 Bodemopbouw onderzoekslocatie

Diepte (m-mv) 0,0 - 1,0 1,0 - 1,5 1,5 - 3,5 3,5

Omschrijving Zand Leem Afwisselend zand en leem Diepst verkende bodemlaag

Het grondwaterniveau is tijdens de monstername van het grondwater vastgesteld op dieptes variërend van 1,60 tot 2,20 m-mv.

3.4

Zintuiglijke waarnemingen

Het terrein en het opgeboorde materiaal zijn in het veld zintuiglijk beoordeeld op bijzonderheden, zoals weergegeven in tabel 3.2. Tabel 3.2 Zintuiglijke waarnemingen onderzoekslocatie

Deellocatie

Meetpunt

C. Vml. pompeiland + OBAS

03

D. Buitenterrein garagebedrijf E. Overig terrein

Sporen/resten: < 1% Zwak: 1-5 %

2001-2002

Einddiepte boring (m-mv) 3,20

0,60 – 1,40

3,20

Matige olie-waterreactie

Zintuiglijke waarneming* Sterk baksteenhoudend

1,40 – 2,50

3,20

Matige olie-waterreactie

04

0,40

0,40

Gestaakt op harde laag

07

0,08 – 0,58

2,08

Resten baksteen

08

0,08 – 0,58

2,08

Matig baksteenhoudend

11

0,05 – 0,55

1,05

Sporen baksteen

21

0,00 – 0,30

0,30

Resten baksteen

0,30

0,30

Gestaakt op harde laag

0,00 – 0,50

1,20

0,50 – 0,70

1,20

Uiterst baksteen- en zwak kolengruishoudend Volledig grind / asfalt

22

*

Diepte (m-mv) 0,10 – 0,60

Matig: Sterk:

5-15 % 15-50%

Verkennend bodemonderzoek Emperweg 4 te Empe (kenmerk: 220605)

Pagina 13 van 21

Op basis van tabel 3.3 blijkt, dat ter plaatse van het voormalige pompeiland (meetpunt 03) zintuiglijk een verontreiniging met olieproduct is waargenomen. Verder zijn plaatselijk in meer of mindere mate bijmengingen met baksteenresten aangetroffen. Noordoostelijk op het terrein is direct onder het gras sprake van een bodemlaag met grote stukken baksteen en kolengruisresten en vervolgens is een laag met een mengsel van grind en asfalt aanwezig (zie foto’s bij boorprofiel 22 in bijlage 3). Het betreft vermoedelijk een oude erfverhardingslaag of een voormalige (toegangs)pad. Op twee plaatsen (meetpunten 04 en 21) is de boring gestaakt op een harde laag, mogelijk is hier eveneens baksteenpuin of ander puin in de bodem aanwezig. Verder zijn er geen voor het onderzoek van belang zijnde waarnemingen naar voren gekomen. Bij de beoordeling van het terrein en het opgeboorde materiaal is ook speciaal gelet op asbest(houdende) materialen. Deze zijn zintuiglijk niet op de bodem en in het opgeboorde materiaal ter plaatse van het onderzoeksterrein waargenomen. Daar er sprake is van een homogene bijmenging ter plaatse van monsterpunten, er geen gemengd puin is waargenomen en tevens geen asbest verdacht materiaal is waargenomen, is de bijmenging met baksteenresten aangemerkt als onverdacht voor het voorkomen van asbest (e.e.a. conform bijlage A4 van de NEN5725:2017).

3.5

Afwijkingen protocollen

Er zijn bij de uitvoering van het onderzoek geen relevante afwijkingen ten opzichte van de geldende SIKB protocollen 2001 en 2002 naar voren gekomen.

3.6

Afwijkingen strategie(ën)

Er zijn bij de uitvoering van het onderzoek geen relevante afwijkingen ten opzichte van de NEN 5740:2009/A1: 2016 naar voren gekomen.

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Emperweg 4 te Empe (kenmerk: 220605)

Pagina 14 van 21

4. ANALYSERESULTATEN EN BESPREKING Na bemonstering van grond en grondwater zijn de monsters gekoeld opgeslagen, en ter analyse aangeboden aan het laboratorium. Alle geanalyseerde monsters zijn in het laboratorium voorbehandeld conform de eisen, opgesteld in het AS 3000 (Laboratoriumanalyses voor grond-, waterbodem- en grondwateronderzoek).

4.1

Analysemonsters

In tabel 4.1 zijn de geanalyseerde grondmonsters weergegeven. Tabel 4.1 Analysemonsters grond

Deellocatie A. Vml. werkplaats garagebedrijf

Grondmonster Mp. 02

Diepte (m-mv) 2,00 – 2,20

Mp. 15 t/m 17

0,10 – 0,60

B. Vml. brandstoftanks Mp. 01 + vulpunt Mp. 14

1,60 – 1,80

C. Vml. pompeiland + OBAS

Mp. 03

0,60 – 0,80 *

Mp. 06, 07 en 08

0,58 – 1,58

Mp. 08

0,08 – 0,58

Mp. 06, 09 en 10

0,08 – 0,62

Mp. 22

0,00 – 0,50

Mp. 22

0,70 – 1,20

Mp. 18, 19, 20, 23 en 24

0,00 – 0,50

D. Buitenterrein garagebedrijf

E. Overig terrein

1,70 – 1,90

Motivatie Ondergrond; bij grondwaterspiegel Bovengrond

Analyse Minerale olie (incl. vluchtig) en BTEXN

Ondergrond; boven leemlaag Ondergrond; bij grondwaterspiegel Ondergrond; laag met oliewaterreactie (evt. lekkage) Zand boven leemlaag (evt. morsingen) Bovengrond met baksteen Bovengrond zonder bijmenging Bovengrond met baksteen en kolengruis Ondergrond onder lagen baksteen / kolengruis en grind / asfalt Bovengrond zonder bijmenging

Minerale olie (incl. vluchtig) en BTEXN Minerale olie (incl. vluchtig) en BTEXN

Standaardpakket bodem

Minerale olie (incl. vluchtig) en BTEXN

Minerale olie

Standaardpakket bodem Standaardpakket bodem

Standaardpakket bodem

Standaardpakket bodem

Standaardpakket bodem

* Op het analysecertificaat wordt abusievelijk als diepte het traject 0,60 – 1,10 m-mv weergegeven; naast een regulier grondmonster van dat dieptetraject, is echter een steekbusmonster genomen van het traject 0,60 – 0,80 m-mv en dit steekbusmonster is gebruikt voor de analyse op minerale olie (incl. vluchtig) en BTEXN zoals aangegeven in de tabel.

In tabel 4.2 zijn de geanalyseerde grondwatermonsters weergegeven.

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Emperweg 4 te Empe (kenmerk: 220605)

Pagina 15 van 21

Tabel 4.2 Analysemonsters grondwater

Deellocatie

Grondwatermonster Pb. 02

A. Vml. werkplaats garagebedrijf B. Vml. brandstoftanks + Pb. 01 vulpunt C. Vml. pompeiland + Pb. 03 OBAS E. Overig terrein Pb. 05

Filterstelling (m-mv) 2,50 – 3,50

Motivatie

Analyse

Grondwater

Standaardpakket grondwater

2,20 – 3,20

Grondwater

2,20 – 3,20

Grondwater

2,50 – 3,50

Grondwater

Minerale olie (incl. vluchtig), BTEXN, MTBE en ETBE Minerale olie (incl. vluchtig), BTEXN, MTBE en ETBE Standaardpakket grondwater

Het analysepakket “standaardpakket bodem” genoemd in tabel 4.1 bestaat uit de paramaters droge stof, lutum en organische stof, zware metalen (barium, cadmium, kwik, kobalt, koper, molybdeen, nikkel, lood en zink), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK), polychloorbifenylen (PCB) en minerale olie GC (C10-C40). Het analysepakket “standaardpakket water” bestaat uit de paramaters zware metalen (barium, cadmium, kwik, kobalt, koper, molybdeen, nikkel, lood en zink), vluchtige aromatische koolwaterstoffen (BTEXN), vluchtige organische chloorhoudende oplosmiddelen (VoCl) en minerale olie GC (C10-C40). De zuurgraad (pH) en geleidbaarheid (EGV) zijn in het veld bepaald bij monsterneming.

4.2

Afwijkingen laboratoriumwerkzaamheden

Er zijn geen afwijkingen naar voren gekomen bij de uitvoering van de laboratoriumwerkzaamheden ten opzichte van de AS 3000 en/of analysemethoden van de individuele parameters.

4.3

Toetsing analyseresultaten

De toetsing van de analyseresultaten vindt plaats conform de Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa), waarbij de toetsmodules T12 en T13 zijn gehanteerd. Bij de interpretatie van de analyseresultaten is gebruik gemaakt van de toetsingstabel uit de Circulaire bodemsanering 2013. Hierin zijn voor de meeste gangbare parameters verwaarloosbare risiconiveaus (achtergrondwaarden, en voor grondwater streefwaarden) en maximaal toelaatbare risiconiveaus (interventiewaarden) weergegeven. Deze verwaarloosbare en maximaal toelaatbare risiconiveaus (Achtergrond- of Streefwaarden, respectievelijk Interventiewaarden) zijn berekend met behulp van onder meer (eco)toxicologische gegevens, en hebben betrekking op de vastgestelde Nederlandse Standaardbodem, met een organische stofgehalte van 10% en een lutumgehalte van 25 %. De toetsing van gehalten aan onder andere PAK, minerale olie en zware metalen in grond is afhankelijk gesteld van de gemeten organische stof- en/of lutumgehalten, die meestal afwijken van de gehalten in de vastgestelde Standaardbodem. Bij de BoToVa-toetsing wordt daarom, per stof, het gemeten gehalte omgerekend naar een gestandaardiseerd gehalte. Deze gestandaardiseerde gehalten worden vervolgens getoetst aan de standaard toetsingswaarden, die in bijlage 5 zijn weergegeven.

De getoetste analyseresultaten van de grond en het grondwater zijn weergegeven in de tabellen in de navolgende paragrafen. Onder de tabellen wordt de interpretatie van de toetsuitslag besproken.

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Emperweg 4 te Empe (kenmerk: 220605)

Pagina 16 van 21

De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4. De betekenis van de toetsingswaarden en de wijze van weergave staan vermeld in tabel 4.3. Tabel 4.3 Betekenis van de toetsingswaarden

Weergave tabellen

Concentratieniveau

Betekenis

≤ AW-waarde of S-waarde (of < detectiegrens) > AW-waarde of S-waarde

Geen verhoging t.o.v. achtergrondwaarde of streefwaarde gemeten Lichte verhoging gemeten

> I-waarde

Sterke verhoging gemeten

Weergave bijlage 5 * ***

Verhoogde rapportagegrens (meetwaarde is vermenigvuldigd met factor 0,7)

(v)

Tabel 4.3 is de legenda voor de interpretatie van de geanalyseerde grond- en grondwatermonsters, zoals weergegeven in tabellen 4.4 en 4.5.

4.4

Milieuhygiënische kwaliteit grond

In tabel 4.4 zijn de geanalyseerde grondmonsters met toetsing conform tabel 4.3 weergegeven. Tabel 4.4 Geanalyseerde grondmonsters met toetsing

Deellocatie A. Vml. werkplaats garagebedrijf B. Vml. brandstoftanks + vulpunt C. Vml. pompeiland + OBAS

D. Buitenterrein garagebedrijf

E. Overig terrein

2001-2002

Grondmonster Mp. 02

Diepte (m-mv) 2,00 – 2,20

Mp. 15 t/m 17 Mp. 01

0,10 – 0,60

Mp. 14

1,70 – 1,90

Mp. 03

0,60 – 0,80

1,60 – 1,80

Mp. 06, 07 en 0,58 – 1,58 08 Mp. 08 0,08 – 0,58 Mp. 06, 09 en 0,08 – 0,62 10 Mp. 22 0,00 – 0,50

Mp. 22

0,70 – 1,20

Mp. 18, 19, 20, 23 en 24

0,00 – 0,50

Gehalte in mg/kg d.s. (gestandaardiseerd gehalte) en toetsing -

Motivatie Ondergrond; bij grondwaterspiegel Bovengrond

-

Ondergrond; boven leemlaag Ondergrond; bij grondwaterspiegel Ondergrond; laag met olie-waterreactie (evt. lekkage)

-

Zand boven leemlaag (evt. morsingen) Bovengrond met baksteen Bovengrond zonder bijmenging Bovengrond met baksteen en kolengruis

Ondergrond onder lagen baksteen / kolengruis en grind / asfalt Bovengrond zonder bijmenging

Ethylbenzeen Xylenen (som) Olie vluchtig (C5-C10) Tolueen Minerale olie (C10-C40) -

122,2 569,4 4167 3,6 2778

Koper Lood Zink Minerale olie (C10-C40) PCB PAK -

40,91 99,01 283,3 400 0,036 1,9

-

Verkennend bodemonderzoek Emperweg 4 te Empe (kenmerk: 220605)

Pagina 17 van 21

Uit tabel 4.4 blijkt dat in de ondergrond van Mp. 4, gesitueerd nabij het voormalige pompeiland, sterk verhoogde gehalten aan ethylbenzeen en xylenen en licht verhoogde gehalte aan tolueen en minerale olie (C10-C40) zijn aangetoond. Voor vluchtige olie (C5-C10) is geen interventiewaarde vastgesteld; dit gehalte is getoetst aan de gezondheidskundige risicowaarde bodem voor minerale olie in grond (RIVM Rapport 711701023, d.d. februari 2001), waaruit blijkt dat deze waarde overschreden wordt. Op basis van de aangetroffen stoffen en het chromatogram betreft het vermoedelijk een benzineverontreiniging. In de baksteen- en kolengruishoudende bovengrond van Mp. 22, gesitueerd op het achterterrein, zijn licht verhoogde gehalten aan koper, lood, zink, minerale olie, PCB en PAK aangetroffen. Deze verontreinigingen hangen vermoedelijk samen met de aangetroffen bijmengingen. Verder zijn er in de grondmonsters geen gehalten aan de onderzochte parameters gemeten boven de achtergrondwaarden en/of detectiegrenzen. Gelet op de aard en concentratie van de aangetoonde verhogingen in relatie tot de onderzoeksdoelstelling, achten wij een nader grondonderzoek ter plaatse van het voormalige pompeiland noodzakelijk.

4.5

Milieuhygiënische kwaliteit grondwater

In tabel 4.5 zijn de geanalyseerde grondwatermonsters met toetsing conform tabel 4.3 weergegeven. Tabel 4.5 Geanalyseerde grondwatermonsters met toetsing

Deellocatie A. Vml. werkplaats garagebedrijf B. Vml. brandstoftanks + vulpunt C. Vml. pompeiland + OBAS

E. Overig terrein

Grondwatermonster Pb. 02

Filterstelling (m-mv) 2,50 – 3,50

Pb. 01

Motivatie

Gehalte in µg/l en toetsing

Grondwater

Nikkel

2,20 – 3,20

Grondwater

-

Pb. 03

2,20 – 3,20

Grondwater

Pb. 05

2,50 – 3,50

Grondwater

Xylenen (som Olie vluchtig(C5-C10) Benzeen Ethylbenzeen Naftaleen Minerale olie (C10-C40) -

22

1172 2300 3,9 100 40 180

Uit tabel 4.5 blijkt dat in het grondwater van Pb. 02, gesitueerd in de werkplaats, een licht verhoogd gehalte aan nikkel is gemeten. Dit gehalte is waarschijnlijk een gevolg van fluctuerende van nature verhoogde achtergrondconcentraties, die vaker voorkomen in de regio. In het grondwater van Pb. 03, gesitueerd nabij het voormalige pompeiland, is een sterk verhoogd gehalte aan xylenen aangetoond en daarnaast licht verhoogde gehalten aan benzeen, ethylbenzeen, naftaleen en minerale olie. Voor vluchtige olie (C5-C10) is geen interventiewaarde vastgesteld; dit gehalte is getoetst aan de gezondheidskundige risicowaarde bodem minerale olie in grondwater (RIVM Rapport 711701023, d.d. februari 2001), waaruit blijkt dat deze waarde overschreden wordt. Op basis van de aangetroffen stoffen en het chromatogram betreft het vermoedelijk een benzineverontreiniging.

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Emperweg 4 te Empe (kenmerk: 220605)

Pagina 18 van 21

Verder zijn er in de grondwatermonsters geen gehalten aan de onderzochte parameters gemeten boven de streefwaarden en/of detectiegrenzen. Gelet op de aard en concentratie van de aangetoonde verhogingen in relatie tot de onderzoeksdoelstelling, achten wij een nader grondwateronderzoek ter plaatse van het voormalige pompeiland noodzakelijk.

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Emperweg 4 te Empe (kenmerk: 220605)

Pagina 19 van 21

5. SAMENVATTING EN CONCLUSIES De doelstelling van het bodemonderzoek is bereikt. In dit hoofdstuk worden de onderzoeksresultaten samengevat en voorts de conclusies en aanbevelingen die daaruit voortvloeien weergegeven.

5.1

Samenvatting

Door Eco Reest BV is een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van een locatie aan de Emperweg 4 te Empe. Aanleiding tot het verkennend bodemonderzoek is de geplande bouw van 2 rijen van 5 woningen ter plaatse van het onderzoeksterrein. In het kader de bestemmingswijziging en het bouwplan moet een verkennend bodemonderzoek worden uitgevoerd. Doel van het onderzoek is een indruk te verkrijgen omtrent de eventuele aanwezigheid van verontreinigingen in de grond en in het grondwater van het onderzoeksterrein. Dit gebeurt teneinde te bepalen of er vanuit milieuhygiënisch oogpunt belemmeringen bestaan voor het toekomstige gebruik van de locatie (wonen met tuin). Vooronderzoek De te onderzoeken locatie is in het verleden in gebruik geweest als garagebedrijf met benzineservice-station. Op het terrein zijn in het verleden diverse bodemonderzoeken zijn uitgevoerd, waarbij plaatselijk hooguit lichte verontreinigingen zijn aangetroffen. Veldwerkzaamheden Uit de veldwerkzaamheden blijkt dat de bodem van de onderzochte locatie opgebouwd is uit een afwisseling van zand en leem. Het grondwaterniveau is tijdens het onderzoek vastgesteld op diepte variërend van 1,6 tot 2,2 m-mv. Tijdens het veldwerk zijn enkele voor het onderzoek van belang zijnde waarnemingen naar voren gekomen.

In de bodem ter plaatse van het voormalige pompeiland is zintuiglijk een verontreiniging met olieproduct waargenomen. Verder zijn plaatselijk in meer of mindere mate bijmengingen met baksteenresten aangetroffen. Op twee plaatsen (meetpunten 04 en 21) is de boring gestaakt op een harde laag, mogelijk is hier eveneens baksteenpuin of ander puin in de bodem aanwezig. Bij de beoordeling van het terrein en het opgeboorde materiaal is ook speciaal gelet op asbest(houdende) materialen. Deze zijn zintuiglijk niet op de bodem en in het opgeboorde materiaal ter plaatse van het onderzoeksterrein waargenomen. Uit de chemische analyses is het volgende naar voren gekomen: Grond In de ondergrond van Mp. 4, gesitueerd nabij het voormalige pompeiland, zijn sterk verhoogde gehalten aan ethylbenzeen en xylenen en licht verhoogde gehalten aan tolueen en minerale olie aangetoond. Het gehalte aan vluchtige olie overschrijdt de gezondheidskundige risicowaarde bodem voor minerale olie in grond. Op basis van de aangetroffen stoffen en het chromatogram betreft het vermoedelijk een benzineverontreiniging.

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Emperweg 4 te Empe (kenmerk: 220605)

Pagina 20 van 21

In de baksteen- en kolengruishoudende bovengrond van Mp. 22, gesitueerd op het achterterrein, zijn licht verhoogde gehalten aan koper, lood, zink, minerale olie, PCB en PAK aangetroffen. Deze verontreinigingen hangen vermoedelijk samen met de aangetroffen bijmengingen. Verder zijn er in de grondmonsters geen gehalten aan de onderzochte parameters gemeten boven de achtergrondwaarden en/of detectiegrenzen. Grondwater In het grondwater van Pb. 02, gesitueerd in de werkplaats, is een licht verhoogd gehalte aan nikkel gemeten. Dit gehalte is waarschijnlijk een gevolg van fluctuerende van nature verhoogde achtergrondconcentraties, die vaker voorkomen in de regio. In het grondwater van Pb. 03, gesitueerd nabij het voormalige pompeiland, is een sterk verhoogd gehalte aan xylenen aangetoond en daarnaast licht verhoogde gehalten aan benzeen, ethylbenzeen, naftaleen en minerale olie. Het gehalte aan vluchtige olie overschrijdt de gezondheidskundige risicowaarde bodem voor minerale olie in grondwater. Op basis van de aangetroffen stoffen en het chromatogram betreft het vermoedelijk een benzineverontreiniging. Verder zijn er in de grondwatermonsters geen gehalten aan de onderzochte parameters gemeten boven de streefwaarden en/of detectiegrenzen.

5.2

Conclusies en aanbevelingen

Voormalig pompeiland Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat in de ondergrond en het grondwater ter plaatse van het voormalige pompeiland overschrijdingen van de interventiewaarden zijn aangetoond. De hypothese, zijnde een verdachte deellocatie, is hiermee derhalve bevestigd. De omvang van de verontreiniging is op basis van het uitgevoerde onderzoek niet betrouwbaar vast te stellen. Daarom wordt geadviseerd om een nader bodemonderzoek uit te voeren. Op die manier wordt meer inzicht verkregen in de aard en omvang van de verontreiniging, zodat duidelijk wordt of bij de geplande bestemming (wonen) verhoogde risico's voor de volksgezondheid en/of het milieu te verwachten zijn. Ook kan op basis van de resultaten van een nader onderzoek een betrouwbare raming van de saneringskosten worden gemaakt. Overige deellocaties In het grondwater (Pb. 02) van de voormalige werkplaats is voor nikkel een overschrijding van de streefwaarde aangetoond. De onderzoekshypothese, zijnde een verdachte locatie, is hiermee voor dit deel van de locatie derhalve formeel aangenomen. Dit gehalte is echter waarschijnlijk een gevolg van fluctuerende van nature verhoogde achtergrondconcentraties en niet van de bedrijfsactiviteiten die hebben plaatsgevonden. Daarom wordt de onderzoekshypothese, zijnde een verdachte locatie, voor dit deel van de locatie derhalve alsnog verworpen. In de bovengrond (Mp.

22) van het overige terrein van de achtergrond- en streefwaarden aangetoond. De onderzoekshypothese, zijnde een onverdachte locatie, is hiermee voor dit deel van de locatie derhalve verworpen. In de bodem zijn plaatselijk verhardingslagen aangetroffen (Mp. 04, 21 en 22). Geadviseerd wordt om dit materiaal bij het bouwrijp maken van het terrein af te voeren.

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Emperweg 4 te Empe (kenmerk: 220605)

Pagina 21 van 21

Gezien de aard en de concentraties van de aangetoonde parameters in relatie tot de geplande bestemming (wonen) van het terrein, concluderen wij dat verhoogde risico's voor de volksgezondheid en/of het milieu op basis van de aangetoonde milieuhygiënische bodemkwaliteit, op de overige delen van het terrein niet te verwachten zijn. De resultaten van het onderzoek van de overige delen van het terrein vormen dan ook geen aanleiding tot nader onderzoek en zijn geen milieuhygiënische belemmering in relatie tot de geplande woonbestemming van het terrein. Als er vragen zijn naar aanleiding van het onderzoek, kunt u contact opnemen met ons bureau. Eco Reest BV M.H. van Eerde

2001-2002

Verkennend bodemonderzoek Emperweg 4 te Empe (kenmerk: 220605)

BIJLAGE 1

Behoort bij rapport: 220605 Emperweg 4 te Empe

REGIONALE LIGGING

Bijlage 1.1

E

A

E E

D

D B

C

OPDRACHTGEVER

Bouwbedrijf Regeling Beerzerveld B.V. ONDERZOEKSLOCATIE

Emperweg 4 Empe TEKENAAR

pkd/RE AUTHORISATOR

MvE WERKNUMMER

220605

SCHAAL

1: 500

vestigingen in: Zuidwolde Appingedam Almere

FORMAAT

A3 BIJLAGE

1.2

DATUM

27-06-2022

WIJZ.NR

C0

BIJLAGE 2

Behoort bij rapport: 220605 Emperweg 4 te Empe

VOORONDERZOEK NEN 5725:2017

Bijlage 2

Stap 1

Aanleiding voor het vooronderzoek

Bepaal de aanleiding voor het vooronderzoek

A. opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek volgens paragraaf 6.2.1

Stap 2; te behandelen onderzoeks-aspecten per aanleiding Locatiegegevens Bodemopbouw en geohydrologie

Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit

Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval

Eigendomssituatie Hoogteligging Bodemopbouw Antropogene lagen in de bodem Geohydrologie Geval van ernstige bodemverontreiniging? Kwaliteit o.b.v. BKK O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken Voormalig Huidig Toekomst Asbestverdacht?

A 0 ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓

Aanleidingen tot vooronderzoek B C D E F 0 ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ 0 ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ 0 ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ 0 ✓ ✓ ✓ ✓

✓ Terreinverkenning ✓ Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd 0 Optioneel

G

✓ ✓ ✓ ✓ ✓

✓

Voor de bovenstaand vermelde mogelijke aanleidingen voor het vooronderzoek zijn onderzoeksvragen opgesteld, die gemotiveerd moeten worden beantwoord op basis van de resultaten van het vooronderzoek. Op basis van de antwoorden op de onderzoeksvragen kan vervolgens de onderzoekshypothese en -strategie worden bepaald. In de navolgende tabel zijn de onderzoeksvragen weergegeven voor Aanleiding A (opstellen onderzoekshypothese voor bodemonderzoek). De verplichte onderzoeksvragen zijn vetgedrukt weergegeven.

Pagina 2 van 7

Onderzoeksvraag (aanleiding A)

Antwoord en motivatie

Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende?

Adres (x/y-coördinaten): Emperweg 4 te Empe (x/y 206.499 – 463.304) Kadastrale aanduiding: Brummen, sectie A, nrs. 2444, 2445 en 2387 Te onderzoeken terreindeel: Voorgenomen nieuwbouw woningen Begrenzing onderzoekslocatie aangegeven op: Bijlage 1.2 Afbakening onderzoekslocatie voldoende? Ja G.J. Nieuwland Er zijn geen beperkingen bekend in de gemeentelijke en kadastrale registratie. De huidige bebouwing dateert van 1962 (woon- en industriefunctie). Het kaartmateriaal van Topotijdreis.nl geeft de eerste bebouwing op locatie weer vanaf 1976. Voordien bestond de locatie uit agrarisch terrein. Op 26 april zijn van de Omgevingsdienst Veluwe IJssel (ODIJ) diverse gegevens ontvangen. Het betreft een overzicht van uitgevoerde bodemonderzoeken en verontreinigende activiteiten:

Eigendomssituatie Rechthebbenden Publiekrechtelijke beperkingen Bouwjaar bebouwing op locatie Historie o.b.v. oude kaarten Gemeente Brummen

Uitgevoerde bodemonderzoeken Door ODIJ is een overzicht aangeleverd van eerder op de locatie uitgevoerde bodemonderzoeken. Een deel hiervan was ook reeds via de opdrachtgever ontvangen. De volgende onderzoeksrapporten zijn geraadpleegd: • Evaluatie grondsanering Texaco-tankstation Emperweg 4 te Empe (concept). Geofox, kenmerk 26992\VH\hn, d.d. januari 1993. Dit betrof de sanering van een verontreiniging met diesel nabij het pompeiland. Er is 15 m3 grond ontgraven en na sanering bleken lokaal nog slechts zeer lichte verontreinigingen met minerale olie aanwezig te zijn in de putbodem- en wanden. Voorafgaand aan deze sanering waren in 1992 een oriënterend en een nader bodemonderzoek uitgevoerd; deze rapporten zijn niet ingezien. • Verkennend/nulsituatie bodemonderzoek Emperweg 4 te Empe. Hunneman, kenmerk 99.05.227, d.d. mei 1999. Dit onderzoek werd uitgevoerd vanwege de voorgenomen aanleg van een vloeistofdichte vloer in de werkplaats. In de grond van de werkplaats werden geen verontreinigingen aangetoond. Het grondwater is niet onderzocht. • Basisdocument inventariserend bodemonderzoek Autobedrijf Nieuwland te Empe (Brummen). BMD Advies Oost, kenmerk 0249.6, d.d. juni 1999. Dit onderzoek betreft een inventarisatie van mogelijk verontreinigde deellocaties. Het tankstation met ondergrondse brandstoftanks en aflever- en vulpunten werd als verdacht aangemerkt.

Emperweg 4 te Empe, projectnr. 220605

Pagina 3 van 7

•

•

Bodemloket Terreininspectie

Is er sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden?

Inventariserend bodemonderzoek BSB-operatie Emperweg 4 te Empe. De Klinker, kenmerk 991011EE.110, d.d. 4 januari 2000. Ter plaatse van de ondergrondse brandstoftanks werd in het grondwater een lichte verontreiniging met minerale olie aangetoond. Verder werden bij de tanks en ter plaatse van het tankstation geen verontreinigingen aangetroffen. Nulsituatie bodemonderzoek Emperweg 4 te Empe. Hunneman, kenmerk 2008036/la/sh, d.d. januari 2008. Het onderzoek is uitgevoerd ter plaatse van drie verwijderde ondergrondse brandstoftanks. In de put- en wandmonsters en in het grondwater werden analytisch geen verontreinigingen aangetroffen. Ter plaatse van de overige onderdelen van het tankstation (vulpunt, OBAS en rondom vloeistofdichte verharding) werden zintuiglijk geen verontreinigingen aangetroffen, maar zijn geen analyses verricht.

Verontreinigende activiteiten Volgens het overzicht dat door de ODIJ is verstrekt, is op de locatie sprake van de volgende potentieel bodembedreigende activiteiten: • Benzinetank (ondergronds) • Dieseltank (ondergronds) • Autoreparatiebedrijf • Afgewerkte olietank (ondergronds) • Brandstoftank (ondergronds) • Benzine-service-station Bodemloket geeft een autoreparatiebedrijf weer met diverse ondergrondse tanks. Tijdens de terreininspectie voorafgaand aan het veldwerk bleek dat de bedrijfsactiviteiten op de locatie geheel zijn beëindigd. Er is uitpandig nog verharding van vloeistofdichte zeskanttegels aanwezig, waar middenop het voormalige pompeiland heeft gestaan. Ten westen hiervan bevinden zich deksels van de vermoedelijke OBAS. De van een betonvloer voorziene voormalige werkplaats wordt nog gebruikt voor wat opslag en kleinschalig (reparatie)werk. Ja Informatiebron Locatie en verdacht aspect Verdachte parameter A) Voormalige werkplaats garagebedrijf Zware metalen, PAK, Omgevingsdienst minerale olie en BTEXN Veluwe IJssel B) Voormalige brandstoftanks + vulpunt Minerale olie en BTEXN (incl. rapporten C) Voormalige pompeiland + OBAS Minerale olie en BTEXN voorgaande D) Buitenterrein garagebedrijf Zware metalen, PAK, bodemonderzoeken) minerale olie en BTEXN

Emperweg 4 te Empe, projectnr. 220605

Pagina 4 van 7

Onderzoeksvraag (aanleiding A)

Antwoord en motivatie

Is de bodem asbestverdacht?

De asbestdakenkaart van de Provincie Gelderland geeft de locatie weer als niet verdacht. Er is op voorhand geen informatie bekend die asbest in bodem doet vermoeden. Tijdens de terreininspectie zijn geen asbestverdachte waarnemingen gedaan. Op de bodemkwaliteitskaart regio Veluwe – IJssel (Lievense, project SOB005100.1 d.d. oktober 2020) is aan de locatie de bodemfunctieklasse wonen toegekend. Op de ontgravingskaart bovengrond is de locatie ingedeeld in de ontgravingsklasse wonen. Op de ontgravingskaart ondergrond in de locatie ingedeeld in de ontgravingsklasse landbouw / natuur. Bodemopbouw

Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden? Wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich?

Boormonsterprofiel B33E0530, waarvan het maaiveld zich op 8,1 m t.o.v. NAP bevindt, omschrijft de bodemopbouw als volgt: 0,00 - 4,0 Klei en matig fijn zand. Richting grondwaterstroming, te verwachten grondwaterstand Uit de isohypsen (zie figuur 1 aan het einde van deze bijlage) van het Eerste Watervoerende Pakket is af te leiden dat de lokale grondwaterstroming oostelijk gericht is. Door plaatselijk voorkomen van oppervlaktewater, variaties in het maaiveldniveau en grondwaterbronneringen kan de stromingsrichting van het freatische grondwater (tevens het grondwater in het Eerste Watervoerende Pakket) hiervan afwijken (bron: grondwatertools.nl). Fysisch afwijkende/bodemvreemde lagen: Nee

Emperweg 4 te Empe, projectnr. 220605

Pagina 5 van 7

Onderzoeksvraag (aanleiding A)

Antwoord en motivatie

Is ter plaatse sprake van een Grondwaterbeschermings- of -onttrekkingsgebied, Waterberging?

Nee (bron, bodemkwaliteitskaart regio Veluwe - IJssel)

Is er sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Wordt op de locatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging vermoed? Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Welke hypothese en strategie zijn van toepassing bij de uitvoering van bodemonderzoek?

Bron -

Locatie -

Verdachte parameter -

Vermoeden bodemverontreiniging op de locatie; Ja, de locatie is naar aanleiding van de (voormalige) bedrijfsactiviteiten (garagebedrijf) verdacht op het aantreffen van de parameter minerale olie Naar aanleiding van de voorgenomen nieuwbouw van woningen wordt de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem bepaald. Zie paragraaf 2.8

Emperweg 4 te Empe, projectnr. 220605

Pagina 6 van 7

De voor het vooronderzoek relevante bronnen zijn in de onderstaande tabel weergegeven: BRON VOORONDERZOEK

SPECIFICATIE VAN DE BRON

BRON GERAADPLEEGD

DATUM RAADPLEGEN BRON

INFORMATIE BESCHIKBAAR

Opdrachtgever

Bouwbedrijf Regeling Beerzerveld B.V.

JA

11 april 2022

JA

Omgevingsdienst Terreininspectie

Veluwe IJssel Veldwerker

JA JA

13 april 2022 16 mei 2022

JA JA

Kadaster Kadaster BAG viewer Google Maps Bodemkwaliteitskaart Bodeminformatie Bodeminformatie provincie

http://www.kadaster.nl/ http://www.kadaster.nl/bag/bagviewer/ http://maps.google.nl/ https://www.apeldoorn.nl/besluit-bodemkwaliteit-voorwaarden http://www.bodemloket.nl https://geodata.prvgld.nl/bestanden/Geoteksten/Webmaps/Asbestdakenkaart/index.html TNO Database http://www.dinoloket.nl http://www.grondwatertools.nl/isohypsen

JA JA JA JA JA JA

13 april 2022 13 april 2022 13 april 2022 13 april 2022 13 april 2022 13 april 2022

JA JA JA JA JA JA

JA JA

13 april 2022 13 april 2022

JA JA

http://www.topotijdreis.nl http://www.klic.nl

JA JA

13 april 2022 13 april 2022

JA JA

Bodemopbouw Grondwater (stromingsrichting) Historie van de locatie KLIC

Emperweg 4 te Empe, projectnr. 220605

Pagina 7 van 7

Figuur 1: Isohypsen (bron: www.grondwatertools.nl)

Emperweg 4 te Empe, projectnr. 220605

BIJLAGE 3

Behoort bij rapport: 220605 Emperweg 4 te Empe

01

1

klinker / cm t ov m aaiveld

0

0

edelm an, klinker -8

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, geel, ow: geen, edelm an

1 50

2 100 3 150

-150

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal blauw, grijs, ow: geen, m at ig leem , edelm an

4 200

5

220

-220

leem , st erk zandig, neut raal blauw, grijs, ow: geen, edelm an

6

250

300 320

-320 t ype dat um boorm eest er x y

p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 1 7 -0 5 -2 0 2 2 V e ld w e r k e r 2 0 6 4 7 5 .9 1 4 6 3 2 5 7 .0 6

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

Em p e 220605 N EN 5 1 0 4

02

1

bet on / cm t ov m aaiveld

0

0

edelm an, bet on -20

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, bruin, ow: geen, edelm an

1

50

2

100

3

150

4 200

-200

leem , st erk zandig, neut raal grijs, beige, ow: geen, edelm an

5

250

6

250

300

350

350 t ype dat um boorm eest er x y

-350

p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 1 7 -0 5 -2 0 2 2 V e ld w e r k e r 2 0 6 4 7 0 .5 8 4 6 3 2 8 1 .1 4

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

Em p e 220605 N EN 5 1 0 4

m eet punt 02 246282945

03

1

t egel / cm t ov m aaiveld

0

0

edelm an, t egel -10

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, bruin, ow: geen, st erk bakst een, edelm an

1 50

-60

klei, zwak zandig, neut raal grijs, bruin, ow: m at ig, edelm an

2 100 3

-140

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig grindig, neut raal grijs, crem e, ow: m at ig, edelm an

150 4

200 5

220

6

250

-250

leem , st erk zandig, neut raal grijs, beige, ow: geen, edelm an

7 300 320

-320 t ype dat um boorm eest er x y

p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 1 7 -0 5 -2 0 2 2 V e ld w e r k e r 2 0 6 4 8 6 .8 3 4 6 3 2 6 7 .5 6

04

t egel / cm t ov m aaiveld

0

0

edelm an, t egel 1

t ype dat um boorm eest er x y

g r on d b or in g 1 7 -0 5 -2 0 2 2 V e ld w e r k e r 2 0 6 4 9 0 .4 5 4 6 3 2 6 9 .3 0

-10

zand, zeer grof, zwak silt ig, m at ig grindig, neut raal geel, bruin, ow: geen, edelm an, gest aakt op puinlaag -40

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

Em p e 220605 N EN 5 1 0 4

05

1

gazon / cm t ov m aaiveld

0

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal grijs, bruin, edelm an

1 50 2 100

-100

zand, m at ig grof, zwak silt ig, m at ig grindig, neut raal geel, bruin, edelm an

3 150 4 200 5 250

250

-250

leem , st erk zandig, neut raal grijs, bruin, edelm an

6 300

350

350 t ype dat um boorm eest er x y

-350

p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 1 7 -0 5 -2 0 2 2 V e ld w e r k e r 2 0 6 4 9 3 .1 8 4 6 3 2 9 5 .2 3

06

klinker / cm t ov m aaiveld

0

0

edelm an, klinker -8 1 50

zand, zeer grof, zwak silt ig, zwak grindig, neut raal grijs, geel, ow: geen, edelm an -58

2

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, grijs, ow: geen, edelm an

3

leem , st erk zandig, zwak grindig, neut raal grijs, beige, ow: geen, edelm an

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13211594/2