CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

(074) Was-wordt-tabel

Besluitvormende raadsvergadering 21 december 2023, gemeente BrummenBij agendapunt: Verzamelverordening inkomensondersteuning, re-integratie enparticipatie gemeente Brummen 202311.009 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

421071

Verzamelverordening Inkomensondersteuning, re-integratie en participatie gemeente Brummen 2023 - Was-wordt-tabel

Met ingang van 1 juli 2023 is de wet “Uitvoeren Breed offensief” kracht, voor zover het de verordeningsplicht betreft. Daarmee wijzigt de ook Participatiewet. Het doel is dat meer mensen met een arbeidsbeperking aan het werk komen en blijven. Gemeenten moeten hiervoor bij verordening zaken regelen. Deze wetwijziging beoogt met name om mensen een arbeidsbeperking te ondersteunen zodat zij makkelijker werk kunnen vinden en behouden.

De voorzieningen die gericht zijn op arbeidsinschakeling en maatschappelijke participatie zijn opgenomen in hoofdstuk 2 van de Verzamelverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ 2018. De wijzigingen zijn zo omvangrijk dat de Verzamelverordening onder een nieuwe naam (zie boven) wordt vastgesteld. De inhoudelijke wijzigingen hebben betrekking op: -

Hoofdstuk 1

Algemene bepalingen

-

Hoofdstuk 2

Re-integratie, uitstroombevordering en tegenprestatie

-

Hoofdstuk 8

Slotbepalingen waarin (nieuw) een maatwerkartikel is opgenomen dat voor de hele nieuwe verordening geldt.

Taalkundig zijn de artikelen in hoofdstuk 2 aangepast, zonder de inhoud te willen aanpassen. Uit paragraaf 2 zijn enkele artikelen uit de verordening gehaald met de bedoelding deze bepalingen in beleidsregels op te nemen. De betreffende artikelen zijn uitvoeringstechnisch van aard. Paragraaf 3 is onder invloed van de wetswijziging sterk gewijzigd.

Door een andere hoofdstukindeling en artikelnummering zullen ook de andere hoofdstukken wijzigen. Omdat dat heel kleine wijzigingen zijn (verwijzing naar andere artikelnummers, leestekens e.d.) zijn die wijzigingen niet in deze was-wordt tabel opgenomen. Voor een verdere toelichting op de hierna genoemde wijzigingen wordt verwezen naar de toelichting (per artikel) in nieuwe Verzamelverordening.

Was-wordt-tabel Verzamelverordening Inkomensondersteuning, re-integratie en participatie 2023, versie inspraak

1

Hoofdstuk 1

Algemene bepalingen

Bestaande tekst Artikel 1. Begripsbepalingen 1. Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, IOAW, IOAZ, Bbz 2004, Awb en onderliggende ministeriële regelingen en besluiten. 2. In deze verordening en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan onder: algemeen geaccepteerde arbeid: alle arbeid, zonder beperkende voorwaarden qua aard en omvang van het werk en aansluiting op opleiding en ervaring, met uitzondering van illegale arbeid en arbeid tegen een lager loon dan het wettelijke minimum en rekening houdend met gewetensbezwaren zodanig dat deze strikt persoonlijke omstandigheden zwaarwegend zijn en een onvermijdelijk conflict opleveren met het te verrichten werk; Awb: Algemene wet bestuursrecht; Bbz 2004: Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004; benadelingsperiode: de periode waarop ten gevolge van een verwijtbare gedraging eerder of langer een beroep op bijstand wordt of is gedaan door een belanghebbende;

Nieuwe tekst Artikel 1.1 Begrippen 1. Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, de IOAW, de IOAZ, de Algemene wet bestuursrecht en de Gemeentewet. 2. In deze verordening wordt verstaan onder: algemeen geaccepteerde arbeid: alle (tijdelijke) arbeid die maatschappelijk aanvaard is en die niet indruist tegen de integriteit van de persoon; -

-

-

Type / reden wijziging Technische wijziging. Een deel van de begrippen is gewijzigd en de nieuw toegevoegde begrippen volgen uit de wetswijziging ‘Uitvoeren Breed offensief’, grotendeels overgenomen uit de modelverordening. Een aantal begrippen vervalt omdat die overbodig zijn of te belemmerend werken in de uitvoeringspraktijk.

arbeidsbeperking: een functionele beperking van medische, psychische of sociale aard waardoor de belanghebbende ondersteuning nodig heeft bij de arbeidsinschakeling of maatschappelijke participatie; Awb: Algemene wet bestuursrecht; Bbz: Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004; benadelingsperiode: de periode waarop ten gevolge van een verwijtbare gedraging eerder of langer een beroep op bijstand wordt of is gedaan door een belanghebbende; bijstandsnorm: de van toepassing zijnde bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5, onder c, van de PW; Breed offensief: het pakket aan maatregelen en voorzieningen

Was-wordt-tabel Verzamelverordening Inkomensondersteuning, re-integratie en participatie 2023, versie inspraak

2

-

bijstandsnorm: de van toepassing zijnde bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5, onder c, van de PW; -

-

chartale betaling: betaling met contant geld waaronder begrepen betalingen met pin; de raad: de gemeenteraad van de gemeente Brummen; doelgroep: personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de PW; doelgroep loonkostensubsidie: personen als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder e, van de PW;

-

-

-

-

-

financiële benadeling: het netto bedrag in geval van de PW of het bruto bedrag in het geval van IOAW/IOAZ waarop, als gevolg van een verwijtbare gedraging van de belanghebbende, een hoger beroep op bijstand wordt gedaan; grondslag: de uitkeringsnorm als bedoeld in artikel 5 IOAW en IOAZ; grote afstand tot de arbeidsmarkt: deelname aan de arbeidsmarkt is redelijkerwijs niet mogelijk binnen één jaar; het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Brummen;

-

-

van de overheid om de arbeidsmarktkansen voor personen uit deze doelgroep te vergroten; chartale betaling: betaling met contant geld waaronder begrepen betalingen met pin; college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Brummen; doelgroep beschut werk: personen als bedoeld in artikel 10b, eerste lid, van de PW; doelgroep loonkostensubsidie: personen als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder e, van de PW; doelgroep re-integratie: personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de PW; financiële benadeling: het netto bedrag in geval van de PW of het bruto bedrag in het geval van IOAW/IOAZ waarop als gevolg van een verwijtbare gedraging van de belanghebbende, een hoger beroep op bijstand wordt gedaan; grondslag: de uitkeringsnorm als bedoeld in artikel 5 van de IOAW en IOAZ;

inkomen: het inkomen als bedoeld in paragraaf 3.4 van de PW. De uitkering die op grond van de PW voor de kosten van levensonderhoud wordt verstrekt,

Was-wordt-tabel Verzamelverordening Inkomensondersteuning, re-integratie en participatie 2023, versie inspraak

3

-

inkomen: het inkomen als bedoeld in paragraaf 3.4 van de PW. De uitkering die op grond van de PW voor de kosten van levensonderhoud wordt verstrekt, wordt ook tot het inkomen gerekend;

-

-

-

-

-

-

-

inwoner: de inwoner van de gemeente Brummen, die als zodanig staat ingeschreven in de Basisregistratie personen en ook feitelijk op dit adres woonachtig is; IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers; IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; korte afstand tot de arbeidsmarkt: deelname aan de arbeidsmarkt is redelijkerwijs mogelijk binnen één jaar; maatregel: het verlagen van bijstand en bijzondere bijstand dan wel het tijdelijk of blijvend weigeren van de IOAW/IOAZuitkering; mantelzorg: langdurige zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een

-

-

-

-

-

wordt ook tot het inkomen gerekend; interne werkbegeleiding: door een collega geboden dagelijkse werkbegeleiding op de werkvloer omdat de werknemer anders niet in staat is zijn werkzaamheden uit te voeren, en waarbij sprake is van meer dan de gebruikelijke begeleiding van een werknemer op een werkplek; inwoner: de inwoner van de gemeente Brummen, die als zodanig staat ingeschreven in de Basisregistratie personen en ook feitelijk op dit adres woonachtig is; IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers; IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; jobcoaching: door een erkende deskundige geboden methodische ondersteuning aan personen met een arbeidsbeperking en aan werkgevers, gericht op het vinden en behouden van werk; maatregel: het verlagen van bijstand en bijzondere bijstand dan wel het tijdelijk of blijvend weigeren van de IOAW/IOAZuitkering; mantelzorg: langdurige zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een

Was-wordt-tabel Verzamelverordening Inkomensondersteuning, re-integratie en participatie 2023, versie inspraak

4

hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving, waarbij zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt; -

niet-uitkeringsgerechtigde: de niet-uitkeringsgerechtigde bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel a van de PW;

-

onverwijld: binnen zeven dagen nadat het feit of de omstandigheid zich heeft voorgedaan, dan wel het kenbaar werd of redelijkerwijs kenbaar had kunnen zijn voor de belanghebbende;

-

-

-

-

referteperiode: een periode van 36 aaneengesloten kalendermaanden direct voorafgaand aan de aanvraagdatum van de individuele inkomenstoeslag;

-

hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving, waarbij zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt; niet-uitkeringsgerechtigde: een persoon als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel a, van de PW die geen uitkering voor levensonderhoud ontvangt op grond van de PW, IOAW of IOAZ maar wel tot de doelgroep reintegratie behoort; onverwijld: binnen zeven dagen nadat het feit of de omstandigheid zich heeft voorgedaan, dan wel het kenbaar werd of redelijkerwijs kenbaar had kunnen zijn voor de belanghebbende; overige voorzieningen: voorzieningen als bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder f, van de PW; persoonlijke ondersteuning bij werk: ondersteuning als bedoeld in artikel 10, eerste en derde lid, van de PW en begeleiding op de werkplek als bedoeld in artikel 10da van de PW; Praktijkroute: het proces om de persoon, behorend tot de doelgroep, toegang tot het doelgroepregister te laten verkrijgen op basis van loonwaardevaststelling op de werkplek; PW: Participatiewet;

Was-wordt-tabel Verzamelverordening Inkomensondersteuning, re-integratie en participatie 2023, versie inspraak

5

-

-

Wgs: Wet gemeentelijke schuldhulpverlening; WMO: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.

Artikel 1.2 Indienen verzoek Aanvragen en verzoeken zoals in deze verordening vermeld worden schriftelijk ingediend en met gebruikmaking van het daarvoor bestemde formulier, tenzij dit anders is aangegeven.

UWV: Uitvoeringsinstituut werknemersvoorzieningen; voorziening: door het college noodzakelijk geachte voorziening, gericht op arbeidsinschakeling of maatschappelijke participatie waaronder mede wordt begrepen persoonlijke ondersteuning bij het verrichten van opgedragen taken; werkgever: degene die op basis van een arbeidsovereenkomst de bevoegdheid heeft om de arbeid van een werknemer gedurende een overeengekomen periode aan te wenden in zijn organisatie; werknemer: persoon die op basis van een arbeidsovereenkomst arbeid verricht bij de werkgever, daaronder begrepen een persoon als bedoeld in artikel 10d eerste of tweede lid van de PW met wie de werkgever een dienstbetrekking is aangegaan, dan wel dit van plan is; Wgs: Wet gemeentelijke schuldhulpverlening; Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Artikel 1.2 Aanvraagformulier Aanvragen en verzoeken zoals in deze verordening vermeld worden schriftelijk ingediend en met gebruikmaking van het daarvoor bestemde formulier, tenzij anders aangegeven.

Tekstuele wijziging in de titel

Tekstuele aanpassing

Hoofdstuk 2 Re-integratie, uitstroombevordering en tegenprestatie

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Was-wordt-tabel Verzamelverordening Inkomensondersteuning, re-integratie en participatie 2023, versie inspraak

Type / reden wijziging

6

--Artikel 2.1 Beleid en evenwichtige verdeling 1. Het college biedt aan de doelgroep ondersteuning bij de re-integratie naar de arbeidsmarkt voor zover deze ondersteuning door het college noodzakelijk wordt geacht. 2. Het college houdt bij het aanbieden van voorzieningen rekening met de afstand tot de arbeidsmarkt en de omstandigheden en functionele beperkingen van een belanghebbende. De omstandigheden hebben in ieder geval betrekking op zorgtaken van die belanghebbende en de mogelijkheid dat hij/zij behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie of gebruik maakt van de voorziening beschut werk. Onder zorgtaken wordt in ieder geval verstaan: a. de opvang van ten laste komende kinderen tot vijf jaar; en b. de noodzakelijkheid van het verrichten van mantelzorg. 3. Het college kan bij uitvoeringsbesluit één of meerdere subsidie- of budgetplafonds vaststellen voor de verschillende voorzieningen. Een door het college ingesteld budgetplafond vormt een weigeringsgrond bij de aanspraak op een specifieke voorziening. 4. Het college kan een plafond instellen voor het aantal personen dat in aanmerking komt voor een specifieke voorziening. 5. Het college informeert de raad periodiek over de doeltreffendheid van de inzet van re-integratievoorzieningen. Artikel 2.2 Algemene uitgangspunten inzet reIntegratievoorzieningen

Paragraaf 1 Beleid, evaluatie en algemene bepalingen over voorzieningen Artikel 2.1.1 Evenwichtige verdeling en evaluatie 1. Het college biedt aan de belanghebbende behorend tot de doelgroep ondersteuning bij de arbeidsinschakeling voor zover deze ondersteuning door het college noodzakelijk wordt geacht. 2. Het college houdt bij het aanbieden van voorzieningen rekening met de omstandigheden en functionele beperkingen van de belanghebbende. De omstandigheden hebben in ieder geval betrekking op zorgtaken van die belanghebbende en de mogelijkheid dat hij behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie of gebruik maakt van de voorziening beschut werk. Onder zorgtaken wordt in ieder geval verstaan: a. de opvang van ten laste komende kinderen tot vijf jaar; en b. de noodzakelijkheid van het verrichten van mantelzorg. 3. Het college kan voor verschillende soorten voorzieningen een subsidie- of budgetplafond vaststellen. Het college weigert de inzet van de voorziening als dit plafond bereikt is, tenzij in de wet anders is bepaald. Indien een ingesteld plafond bereikt is, biedt het college een andere voorziening als alternatief aan indien dit voor de arbeidsinschakeling noodzakelijk wordt geacht. 4. Het college informeert de raad periodiek over de doeltreffendheid van de inzet van re-integratievoorzieningen.

Technische wijziging. Paragraafindeling toegevoegd in lijn met de modelverordening. Technische wijziging.

Artikel 2.1.2 Inzet voorzieningen

De wijziging is zowel technisch als beleidsmatig. De inzet van andere voorzieningen binnen het

Was-wordt-tabel Verzamelverordening Inkomensondersteuning, re-integratie en participatie 2023, versie inspraak

7

1. Het college kan aan de persoon die behoort tot de doelgroep in ieder geval de voorzieningen aanbieden die in deze verordening staan. 2. Voor niet-uitkeringsgerechtigden wordt de basisdienstverlening ingezet, zoals vacatureaanbod en bemiddeling, tenzij naar het oordeel van het college de inzet van een uitgebreidere voorziening in het individuele geval noodzakelijk is. 3. Het college houdt bij de inzet van een voorziening, waaronder ook begrepen het verrichten van onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden en onbeloonde additionele werkzaamheden, rekening met concurrentieverhoudingen en verdringing op de arbeidsmarkt als bedoeld in de Wet verdringingstoets. 4. Bij de keuze voor de in te zetten voorziening worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: a. De kortste weg naar werk staat voorop; b. Daar waar nog mogelijkheden zijn voor het volgen van onderwijs en/of werk geen optie is, kan scholing onderdeel van het aanbod zijn; c. Er wordt uitgegaan van de mogelijkheden en niet van de beperkingen; d. Waar mogelijk worden groepsgewijs ondersteunende reintegratievoorzieningen ingezet; e. Bij de inzet van ondersteuning wordt rekening gehouden met de op dat moment geldende en

1. Het college kan aan de belanghebbende die behoort tot de doelgroep in ieder geval de voorzieningen aanbieden die in deze verordening staan. 2. In aanvulling op het eerste lid houdt het college bij het voorzieningenaanbod ook rekening met: a. andere voorzieningen die het binnen het gemeentelijk sociaal domein beschikbaar zijn; en b. overige wettelijke regelingen. 3. Indien het aanbieden van een voorziening zoals genoemd in het tweede lid, onder a, naar het oordeel van het college kan bijdragen aan de arbeidsinschakeling of de maatschappelijke participatie van de belanghebbende, stemt het college dit waar nodig intern af zodat het optimaal bijdraagt aan een integrale ondersteuning van de belanghebbende. 4. Het college beoordeelt individueel of de inzet van een voorziening noodzakelijk is voor de arbeidsinschakeling of maatschappelijke participatie. Bij de keuze voor de in te zetten voorziening worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: a. de belanghebbende wordt zo goed mogelijk naar passend werk of maatschappelijke participatie geleid; b. betaald werk gaat voor onbetaald werk of inkomensondersteuning door de gemeente; c. de voorziening is adequaat, waarmee bedoeld wordt: zo licht als mogelijk en zo zwaar als noodzakelijk; d. een scholingstraject is in beginsel alleen mogelijk voor de belanghebbende van 27 jaar en

Was-wordt-tabel Verzamelverordening Inkomensondersteuning, re-integratie en participatie 2023, versie inspraak

sociaal domein of overige wettelijke regelingen (tweede en derde lid) volgt uit de wetswijziging. De uitgangspunten zoals genoemd in het vierde lid zijn geactualiseerd.

8

toekomstige vraag naar arbeidskrachten; f. Reguliere werkgevers worden zoveel als mogelijk bij het reintegratie- en plaatsingsproces betrokken en middels in te zetten voorzieningen ondersteund bij indienstneming van de doelgroep. 5. Het college stelt in het plan van aanpak, na overleg met de belanghebbende, vast welke voorziening wordt aangeboden aan een belanghebbende uit de doelgroep. 6. Het college kan ten aanzien van de voorzieningen nadere regels en beleidsregels vaststellen. a. De nadere regels kunnen in ieder geval betrekking hebben op: de voorwaarden waaronder een voorziening wordt aangeboden; de weigeringsgronden bij het aanvragen van voorzieningen; het verstrekken van subsidies. b. De beleidsregels kunnen een verdere invulling geven over de uitvoering van de voorzieningen. Artikel 2.3 Beëindiging re-integratievoorziening 1. Het college kan een voorziening beëindigen als: a. de belanghebbende die aan de voorziening deelneemt zijn verplichting als bedoeld in de artikelen 9 en 17 van de PW of de artikelen 13 en 37 van de IOAW/IOAZ niet nakomt;

ouder en als de scholing aan de daarvoor gestelde voorwaarden voldoet; e. waar mogelijk worden groepsgewijs ondersteunende voorzieningen aangeboden; f. er wordt rekening gehouden met de vraag op de arbeidsmarkt; g. werkgevers worden zoveel mogelijk betrokken bij het reintegratie- en plaatsingsproces en door in te zetten voorzieningen ondersteund bij de indienstneming van de belanghebbende uit de doelgroep. 5. In samenspraak met de belanghebbende stelt het college in het plan van aanpak vast welke voorziening wordt aangeboden. 6. Het college kan ten aanzien van de voorzieningen nadere regels vaststellen. Deze regels kunnen in ieder geval betrekking hebben op de voorwaarden waaronder een voorziening wordt aangeboden en het verstrekken van subsidies. Daarnaast kan het college in beleidsregels een verdere invulling geven over de uitvoering van de voorziening. Artikel 2.1.3 Weigering en beëindiging voorziening 1. Het college kan een voorziening weigeren als: a. de persoon ten behoeve van wie de voorziening zou worden verstrekt niet behoort tot de doelgroep; b. de belanghebbende onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek dat nodig is voor het

Was-wordt-tabel Verzamelverordening Inkomensondersteuning, re-integratie en participatie 2023, versie inspraak

Technische wijziging. Juridisch gezien is het weigeren van een voorziening van een andere orde dan beëindiging en zijn in het eerste lid de weigeringsgronden opgenomen. Daarnaast een kleine wijziging t.a.v. de beëindigingsgronden.

9

b. de belanghebbende die aan de voorziening deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep; c. de belanghebbende die aan de voorziening deelneemt algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een in deze verordening genoemde voorziening, tenzij het betreft een belanghebbende als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a onder 2, van de PW; d. naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling; e. de voorziening naar het oordeel van het college niet meer geschikt is voor de belanghebbende die gebruik maakt van de voorziening; f. de belanghebbende die aan de voorziening deelneemt niet naar behoren gebruik maakt van de aangeboden voorziening; g. de belanghebbende die aan de voorziening deelneemt niet meer voldoet aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening.

beoordelen van het recht op de voorziening; c. de belanghebbende een beroep kan doen op een voorziening op basis van een andere wettelijke regeling, waardoor er sprake is van een voorliggende voorziening; d. de voorziening naar het oordeel van het college onvoldoende bijdraagt aan de arbeidsinschakeling of de maatschappelijke participatie; e. er niet wordt voldaan aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening; of f. het inzetten van een lichtere voorziening naar het oordeel van het college ook passend en adequaat is voor de arbeidsinschakeling of maatschappelijke participatie. 2. Het college kan een voorziening beëindigen als: a. de belanghebbende die aan de voorziening deelneemt zijn verplichtingen als bedoeld in de artikelen 9 en 17 van de PW of de artikelen 13 en 37 van de IOAW of IOAZ niet nakomt; b. de belanghebbende die aan de voorziening deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep; c. de belanghebbende die aan de voorziening deelneemt algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een in deze verordening genoemde

Was-wordt-tabel Verzamelverordening Inkomensondersteuning, re-integratie en participatie 2023, versie inspraak

10

d.

e.

f.

g.

h.

Bestaande tekst --Artikel 2.4 Re-integratievoorzieningen 1. Het college bepaalt individueel welke voorziening wordt ingezet, wat de maximale duur en het doel van de in te zetten voorziening is en zo nodig wat de maximale vergoeding van de voorziening bedraagt;

voorzieningen, tenzij het gaat om een belanghebbende als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, van de PW; de voorziening naar het oordeel van het college niet langer voldoende bijdraagt aan een adequate arbeidsinschakeling of maatschappelijke participatie; de voorziening naar het oordeel van het college niet meer geschikt is voor de belanghebbende die gebruik maakt van de voorziening; de belanghebbende die aan de voorziening deelneemt niet naar behoren gebruik maakt van de aangeboden voorziening; de belanghebbende die aan de voorziening deelneemt niet meer voldoet aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening; het inzetten van een lichtere voorziening naar het oordeel van het college ook passend en adequaat is voor de arbeidsinschakeling of maatschappelijke participatie.

Nieuwe tekst Paragraaf 2 Voorzieningen voor de doelgroep reintegratie ---

Was-wordt-tabel Verzamelverordening Inkomensondersteuning, re-integratie en participatie 2023, versie inspraak

Type / reden wijziging Technisch, nieuwe indeling hoofdstuk 2. Huidig (oud) artikel vervalt. Voor zover relevant is de inhoud van dit artikel opgenomen in andere artikelen of opgenomen in de op te stellen beleidsregels

11

2. De voorziening kan ook schuldhulpverlening als instrument bevatten indien schulden de re-integratie in de weg (kunnen) staan. 3. Voorzieningen kunnen zowel worden verzorgd door het college als door externe partijen. 4. Het college kan voorzieningen gelijktijdig met elkaar inzetten indien dit naar het oordeel van het college de arbeidsinschakeling bevordert. Artikel 2.5. Activeringsprogramma gericht op arbeidsinschakeling of scholing 1. Het doel van een activeringsprogramma is het behouden of bevorderen van arbeidsritme, verbetering van de werknemers- en sollicitatievaardigheden en/of ondersteuning bij de toeleiding naar een baan of opleiding. 2. Voor personen jonger dan 27 jaar waarvoor de scholingsplicht geldt, kan het college een activeringsprogramma aanbieden gericht op deelname aan uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs. 3. Een activeringsprogramma wordt voor een beperkte duur aangeboden. Artikel 2.6 WerkFit Brummen 1. Het college kan: a. een belanghebbende een werkfittraject aanbieden met als doel het behouden en/of ontwikkelen van arbeidsritme en werknemersvaardigheden; en b. ondersteuning bieden bij het vinden van een baan of opleiding. 2. Onder werkfit-traject wordt verstaan: a. Belanghebbende wordt werk fit gemaakt om aan de slag te kunnen bij een reguliere werkgever;

---

Huidig (oud) artikel vervalt. Voor zover relevant wordt de inhoud van dit artikel opgenomen in andere artikelen of opgenomen in de op te stellen beleidsregels

---

Huidig (oud) artikel vervalt. Voor zover relevant wordt de inhoud van dit artikel opgenomen in andere artikelen of opgenomen in de op te stellen beleidsregels

Was-wordt-tabel Verzamelverordening Inkomensondersteuning, re-integratie en participatie 2023, versie inspraak

12

b. doormiddel van een combinatie van leren, werken en coaching kan de belanghebbende zich persoonlijk ontwikkelen. 3. De duur van een regulier werkfit-traject is maximaal zes maanden en kan in uitzonderlijke gevallen éénmalig worden verlengd. 4. 4. Een werkfit-traject in het kader van arbeidsmatige dagbesteding duurt maximaal 18 maanden. Artikel 2.7. Bemiddeling gericht op arbeidsinschakeling 1. Bemiddeling heeft als doel een belanghebbende op een zo kort mogelijke termijn laten uitstromen naar algemeen geaccepteerde arbeid. 2. Artikel 2.8. Diagnose-instrument 1. Het diagnose-instrument heeft als doel om de afstand tot de arbeidsmarkt te bepalen en/of vast te stellen of er sprake is van belemmeringen voor de arbeidsinschakeling. 2. Voor personen jonger dan 27 jaar kan een diagnoseprogramma ingezet worden om de mogelijkheden van scholing te bepalen en de scholingsplicht vast te stellen. Artikel 2.9. Groepsgerichte aanpak en trainingen 1. Een groepsgerichte aanpak of training heeft als doel het verbeteren van vaardigheden die de arbeidsinschakeling bevorderen en de afstand tot de arbeidsmarkt te verkleinen. 2. De groepsgerichte aanpak of training kan gericht zijn op een specifieke doelgroep, functie of het wegnemen van een gemeenschappelijke belemmering;

---

Huidig (oud) artikel vervalt. Voor zover relevant wordt de inhoud van dit artikel opgenomen in andere artikelen of opgenomen in de op te stellen beleidsregels

---

Huidig (oud) artikel vervalt. Voor zover relevant wordt de inhoud van dit artikel opgenomen in andere artikelen of opgenomen in de op te stellen beleidsregels

---

Huidig (oud) artikel vervalt. Voor zover relevant wordt de inhoud van dit artikel opgenomen in andere artikelen of opgenomen in de op te stellen beleidsregels

Was-wordt-tabel Verzamelverordening Inkomensondersteuning, re-integratie en participatie 2023, versie inspraak

13

3. Een groepsgerichte aanpak of training wordt in beginsel voor maximaal de duur van een jaar ingezet. Artikel 2.10. Individuele Re-integratie Overeenkomst 1. Een belanghebbende kan het college een voorstel doen voor een individueel reintegratietraject. 2. Dit traject wordt slechts goedgekeurd indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat door middel van het traject binnen een korte periode tegen aanvaardbare kosten arbeidsinschakeling kan worden bereikt. 3. Het individuele re-integratietraject kan bestaan uit inschakeling van een reintegratiebedrijf en/of uit scholing. Indien gebruik wordt gemaakt van een reintegratiebedrijf dan worden de rechten en plichten in een overeenkomst vastgelegd tussen het college, de belanghebbende en het reintegratiebedrijf, voordat het individuele reintegratietraject kan worden gevolgd.

Artikel 2.11. Loonkostensubsidie 1. Het college stelt ambtshalve of op schriftelijk verzoek van een belanghebbende vast of een belanghebbende behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie. 2. Hierbij neemt het college de volgende criteria in acht: a. een belanghebbende moet behoren tot de doelgroep loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 7, eerste lid onderdeel a

Artikel 2.2.4 Individuele re-integratie overeenkomst 1. De belanghebbende uit de doelgroep reintegratie kan het college een gemotiveerd voorstel doen voor een individueel reintegratietraject. 2. Dit traject wordt slechts goedgekeurd indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat door middel van het traject binnen een korte periode tegen aanvaardbare kosten arbeidsinschakeling kan worden bereikt. 3. Het individuele re-integratietraject kan bestaan uit inschakeling van een reintegratiebedrijf, scholing of een combinatie hiervan. 4. Bij inschakeling van een reintegratiebedrijf worden de rechten en plichten vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst tussen het college, de belanghebbende en het reintegratiebedrijf. Het traject start niet eerder dan dat deze overeenkomst is vastgelegd. …

Was-wordt-tabel Verzamelverordening Inkomensondersteuning, re-integratie en participatie 2023, versie inspraak

Technische aanpassing en hernummering

Artikel vervalt. Is wettelijk geregeld en voor het overige opgenomen in paragraaf 3.

14

van de PW of artikel 10d, tweede lid van de PW; b. de belanghebbende is niet in staat met voltijdse arbeid het wettelijk minimumloon te verdienen; en c. die belanghebbende heeft mogelijkheden tot arbeidsparticipatie. 3. Het college kan advies inwinnen over het oordeel of een belanghebbende tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort. De adviseur neemt daarbij de in het tweede lid neergelegde criteria in acht. 4. Om de loonwaarde vast te stellen, maakt het college gebruik van een gecertificeerde en daarmee geobjectiveerde methode en applicatie die tenminste voldoet aan de Regeling loonkostensubsidie van de PW en waarvoor binnen de arbeidsmarktregio uniform is gekozen. Het college kan een onverschuldigd betaalde loonkostensubsidie terugvorderen op de grondslag van artikel 4:57 van de Awb. ---

Artikel 2.2.3 Detacheringsbaan 1. Het college kan door detachering zorgen voor toeleiding van een belanghebbende die behoort tot de doelgroep re-integratie naar een dienstverband met een werkgever, gericht op arbeidsinschakeling. 2. De werknemer wordt voor het verrichten van arbeid gedetacheerd bij een onderneming. De detachering wordt vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst tussen zowel de werkgever en inlenende organisatie als tussen de werknemer en inlenende organisatie. 3. Een werknemer wordt uitsluitend geplaatst als hierdoor de concurrentieverhoudingen

Was-wordt-tabel Verzamelverordening Inkomensondersteuning, re-integratie en participatie 2023, versie inspraak

Technisch en beleidsmatige wijziging. Dit artikel wordt nieuw toegevoegd, inhoudelijk in lijn met de modelverordening.

15

niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt. 4. Detachering wordt in beginsel voor maximaal de duur van een jaar ingezet. Artikel 2.12. Jobcoaching 1. Op basis van nut en noodzaak, zowel bij werkgever als belanghebbende, wordt jobcoaching ingezet met als doel om arbeidsvaardigheden en werkervaring door middel van begeleiding zodanig te bevorderen dat de belanghebbende uiteindelijk zonder ondersteuning of coaching bij een reguliere werkgever werkzaam kan zijn danwel blijven; Dit alles na redelijkheid en billijkheid. 2. Voor jobcoaching wordt gebruik gemaakt van een jobcoach in dienst van de gemeente Brummen tenzij er een dringende reden is hiervan af te wijken; 3. Een jobcoaching traject wordt in beginsel voor de duur van maximaal één jaar ingezet met een mogelijke verlenging van in totaal maximaal één jaar indien dit naar het oordeel van het college noodzakelijk wordt geacht. ---

---

Artikel in deze vorm vervalt. Jobcoaching is onderdeel van de wetswijziging en vraagt (verplicht) verdere invulling dan waarin het huidige artikel voorziet. Zie verder artikel 2.2.11 persoonlijke ondersteuning bij werk doelgroep reintegratie en de artikelen in paragraaf 3.

Artikel 2.2.5 Ondersteuning leer-werktraject 1. Het college kan ondersteuning aanbieden bij een leer-werktraject met als doel schooluitval te voorkomen. 2. Voor deze vorm van ondersteuning komt in aanmerking: a. de persoon van 16 en 17 jaar van wie de leerplicht of kwalificatieplicht nog niet is geëindigd; of b. de persoon van 18 tot 27 jaar die nog geen startkwalificatie heeft behaald. Met een startkwalificatie wordt bedoeld: een havo-, vwo- of mbo2-diploma.

Technisch en beleidsmatige wijziging. Dit artikel wordt nieuw toegevoegd, inhoudelijk in lijn met de modelverordening.

Was-wordt-tabel Verzamelverordening Inkomensondersteuning, re-integratie en participatie 2023, versie inspraak

16

Artikel 2.13. Proefplaatsing 1. Het doel van de proefplaatsing is de belanghebbende werkervaring op te laten doen in de toekomstige functie om daarmee uitval na aanvang van het dienstverband te voorkomen. 2. De proefplaatsing kan ingezet worden voor de duur van; a. regulier: proeftijd, maximaal twee maanden met het uitgangspunt van één maand. Enkel bij bijzondere omstandigheden wordt de maximale termijn gehanteerd; of b. banenafspraak forfaitaire: Loonkostensubsidie van 50% van het WML voor de duur van zes maanden. Na deze periode wordt de Loonkostensubsidie voortgezet, maar berekend op basis van een objectieve vastgestelde loonwaarde; of c. banenafspraak twee maanden proefplaatsing met behoud van uitkering (binnen twee maanden de loonwaarde bepalen, derde maand in dienst bij reguliere werkgever).

3. De ondersteuning is gericht op extra begeleiding op of naar een leerwerktraject. Artikel 2.2.9 Proefplaats 1. Het college kan de belanghebbende uit de doelgroep re-integratie met een uitkering op grond van de PW toestemming verlenen om met behoud van uitkering op een proefplaats bij een werkgever onbeloonde werkzaamheden te verrichten. 2. Het doel van de proefplaats is de arbeidsinschakeling van de belanghebbende te bevorderen. 3. Toestemming voor een proefplaats wordt verleend indien: a. de belanghebbende, gelet op zijn vaardigheden en capaciteiten, tot de werkzaamheden in staat is; b. het college verwacht dat de plaatsing bijdraagt aan het vergroten van de kans op arbeidsinschakeling; c. hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt; d. de werkzaamheden van de belanghebbende niet al eerder onbeloond door hem bij die werkgever, of diens rechtsvoorganger, zijn verricht; en e. de werkgever bij aanvang van de proefplaats schriftelijk de intentie heeft uitgesproken dat hij de belanghebbende, bij gebleken geschiktheid, direct aansluitend aan zijn proefplaatsing voor

Was-wordt-tabel Verzamelverordening Inkomensondersteuning, re-integratie en participatie 2023, versie inspraak

Technische en beleidsmatige aanpassing. Met de wetswijziging is de inzet van de proefplaats expliciet in de wet opgenomen en dienen de voorwaarden voor een proefplaats (explicieter) in de verordening te worden opgenomen.

17

Artikel 2.14. Scholing en opleiding 1. Scholing heeft tot doel de afstand tot het verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid te verkleinen of te overbruggen. 2. Het college kan alleen scholing aanbieden als het verwerven en behouden van algemeen geaccepteerde arbeid zonder inzet van dit instrument voor belanghebbende naar het oordeel van het college op korte termijn niet haalbaar is. 3. Voor scholing die wordt aangeboden geldt dat de goedkoopste en meest adequate scholingsmogelijkheid wordt ingezet. Artikel 2.15. Sociale activering

minimaal zes maanden zonder proeftijd in dienst zal nemen. 4. Het college weigert de toestemming als bedoeld in het eerste lid indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de belanghebbende ook zonder proefplaatsing kan worden aangenomen voor die dienstbetrekking. 5. De duur van de proefplaats is bedraagt maximaal twee maanden. Deze termijn kan met maximaal vier maanden worden verlengd indien dit naar het oordeel van het college noodzakelijk is. 6. Als de werkzaamheden op de proefplaats wegens ziekte worden onderbroken, dan wordt deze periode voor de toepassing van de maximale periode zoals genoemd in het vijfde lid buiten beschouwing gelaten. Het college kan de belanghebbende op een proefplaats persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen toekennen overeenkomstig de bepalingen zoals genoemd in paragraaf 3. Artikel 2.2.10 Scholing 1. Het college kan de belanghebbende uit de doelgroep re-integratie een scholingstraject aanbieden voor zover de scholing naar het oordeel van het college noodzakelijk is om de stap te zetten naar passend werk. 2. Het scholingstraject: a. is gericht op arbeidsinschakeling of op het behalen van een startkwalificatie op de arbeidsmarkt; b. is beroepsgericht; en c. duurt niet langer dan nodig is. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op de belanghebbende jonger dan 27 jaar die uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs kan volgen. ---

Was-wordt-tabel Verzamelverordening Inkomensondersteuning, re-integratie en participatie 2023, versie inspraak

Technische aanpassing en vernummering. Betreft geen beleidsmatige wijziging. Deze tekstuele aanpassing is in feite een concretisering van het huidige artikel en beoogt meer duidelijkheid te geven.

Huidig (oud) artikel vervalt. Voor zover relevant wordt de inhoud van dit artikel opgenomen in

18

Artikel 2.16 No-riskpolis 1. De werkgever die een werknemer in dienst neemt die onder de no-riskpolis valt, krijgt het doorbetaalde loon bij ziekte van het UWV geheel of gedeeltelijk vergoed, als de werknemer arbeidsongeschikt wordt binnen vijf jaar na aanvang van de dienstbetrekking. 2. Een werkgever komt in aanmerking voor een no-riskpolis indien; a. de werkgever een arbeidsovereenkomst voor ten minste 6 maanden aangaat met een persoon uit de doelgroep; en b. deze persoon een structurele functionele of andere beperking heeft of de werkgever ten behoeve aan deze persoon een loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d PW ontvangt; en c. artikel 29b van de Ziektewet niet van toepassing is; en d. de werknemer zijn woonplaats heeft binnen de gemeente Brummen. 3. Via de no-riskpolis wordt in het eerste ziektejaar tussen de 70% en 100% van het dagloon vergoed en in het tweede ziektejaar 70% van het dagloon. Er geldt een maximum dagloon. 4. Om de werkgever een no-riskpolis te kunnen verstrekken, sluit het college een overeenkomst met het UWV voor de uitbetaling van het dagloon ingeval van ziekte van de werknemer. 5. De no-riskpolis geldt voor de duur van 5 jaar vanaf de eerste werkdag van de werknemer (ingangsdatum van de arbeidsovereenkomst). Artikel 2.17. Participatieplaats voor personen ouder dan 27 jaar 1.

Het college kan een persoon van 27 jaar en ouder die een uitkering ingevolge de PW, IOAW of IOAZ ontvangt, geen recht heeft op een andere

---

Artikel 2.2.6 Participatieplaats 1. Het college kan een participatieplaats aanbieden aan de belanghebbende van 27 jaar of ouder die een uitkering ingevolge de PW, IOAW of

Was-wordt-tabel Verzamelverordening Inkomensondersteuning, re-integratie en participatie 2023, versie inspraak

andere artikelen of opgenomen in de op te stellen beleidsregels Huidig (oud) artikel vervalt.

Technische aanpassing en vernummering. Hoogte van de vergoeding wordt aangepast om daarmee waardering voor de inzet uit te spreken.

19

voorziening gericht op dagbesteding en voor wie de kans op inschakeling in het arbeidsproces gering is, een participatieplek aanbieden voor de maximale duur van twee jaar. De gemeente heeft vervolgens de mogelijkheid om de participatieplaats twee keer met 1 jaar te verlengen. 2. Het traject bestaat uit het verrichten van onbeloonde additionele arbeid met behoud van uitkering waarbij de begeleiding plaatsvindt door één of meer professionele inlenende partijen onder gemeentelijke verantwoordelijkheid. 3. Personen als bedoeld in het eerste lid die door middel van een participatieplek, naar het oordeel van het college, voldoende heeft meegewerkt aan het vergroten van zijn arbeidsinschakeling heeft, telkens nadat hij zes maanden additionele werkzaamheden heeft verricht, recht op een premie als bedoelt in artikel 10a, zesde lid van de PW van € 50, -. 4. Het college kan op basis van artikel 10a van de PW of artikel 38a IOAW/IOAZ aan personen als bedoeld in het eerste lid, die niet beschikken over een startkwalificatie, scholing aanbieden met als doel de afstand tot de arbeidsmarkt te verkleinen. Artikel 2.18. Participatievoorziening beschut werk 1.

Het college biedt aan personen die behoren tot de doelgroep van artikel 7, eerste lid onder a PW of aan personen die een uitkering ontvangen van het UWV de voorziening beschut werk aan, indien door het UWV beoordeeld is, dat de belanghebbende uitsluitend in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft. 2. De datum van het (positief) advies van het UWV is bepalend voor de volgorde van het aanbod van de voorziening beschut werk. 3. Het aantal jaarlijks te realiseren dienstbetrekkingen wordt vastgesteld op het

IOAZ ontvangt en voor wie de kans op inschakeling in het arbeidsproces gering is. 2. De participatieplaats bestaat uit het verrichten van onbeloonde additionele werkzaamheden met behoud van uitkering. De voorwaarden en verplichtingen die hiervoor gelden staan omschreven in artikel 10a van de PW. 3. De duur van de participatieplaats bedraagt maximaal twee jaar. Deze periode kan maximaal twee jaar worden verlengd als daarbij wordt voldaan aan de wettelijke voorwaarden. 4. De premie zoals bedoeld in artikel 10a, zesde lid, van de PW, bedraagt € 50,- per periode van zes maanden, mits de belanghebbende in die periode voldoende heeft meegewerkt aan het vergroten van de kans op inschakeling in het arbeidsproces.

Artikel 2.2.7 Participatievoorziening beschut werk 1. Het college biedt aan de belanghebbende uit de doelgroep de voorziening beschut werk aan, indien door het UWV beoordeeld is dat de belanghebbende uitsluitend in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft. 2. Het aantal jaarlijks te realiseren dienstbetrekkingen wordt vastgesteld op het aantal dienstbetrekkingen waarvoor de gemeente middelen ontvangt van het rijk. 3. De datum van het (positief) advies van het UWV is in beginsel bepalend voor de

Was-wordt-tabel Verzamelverordening Inkomensondersteuning, re-integratie en participatie 2023, versie inspraak

Zowel een technische als beleidsmatige wijziging (verruiming). De volgorde is iets gewijzigd. Daarnaast komt het huidige vierde lid te vervallen. Dat wordt ondervangen met het nieuwe zesde lid. Met deze verruiming wordt bereikt dat het college tijdelijk andere voorzieningen kan inzetten als dat in een individuele situatie noodzakelijk is.

20

aantal waarvoor de gemeente middelen ontvangt van het rijk. 4. Wanneer het aantal (positieve) adviezen van het UWV het in enig jaar te realiseren aantal dienstbetrekkingen overtreft, kan het college in overleg met betrokkene(n) een andere voorziening uit deze verordening inzetten tot het moment dat de dienstbetrekking aanvangt. 5. Het college wijst een organisatie aan die optreedt als werkgever van de belanghebbende met een indicatie beschut werk als deze niet in dienst is van een reguliere werkgever. 6. Om beschut werk mogelijk te maken en te laten voortduren, zet het college waar nodig de volgende voorzieningen in: a. fysieke aanpassingen van de werkplek of de werkomgeving; b. uitsplitsing van taken; of c. aanpassingen in de werkbegeleiding, werktempo of arbeidsduur. 7. Er wordt voor de belanghebbende een passende werkplek gezocht bij een reguliere werkgever. 8. Indien na één jaar geen passende werkplek is gevonden bij een reguliere werkgever dan wordt er een beschutte werkplek aangeboden binnen WerkFit Brummen op basis van een kale payrollconstructie. 9. Voor afloop van de payroll-termijn wordt een herindicatie uitgevoerd om te beoordelen of de voorziening het meest passend is. Enkel indien beschut het meest passend is, volgt een dienstverband. 10. Een belanghebbende een passende werkplek bieden bij een reguliere werkgever is altijd voorliggend t.o.v. WerkFit Brummen.

Artikel 2.19 Werkvoorzieningen 1. Het college kan een vergoeding voor een werkvoorziening toekennen aan de persoon die behoort tot de doelgroep en

volgorde van het aanbod van de voorziening beschut werk. 4. Het college wijst een organisatie aan die optreedt als werkgever van de persoon in beschut werk. 5. Om beschut werk mogelijk te maken en te laten voortduren, zet het college waar nodig de volgende voorzieningen in: a. fysieke aanpassingen van de werkplek of de werkomgeving; b. uitsplitsing van taken; of c. aanpassingen in de werkbegeleiding, werktempo of arbeidsduur. 6. Het college kan tijdelijk een andere voorziening of een voorziening binnen het gemeentelijk sociaal domein aanbieden aan de belanghebbende: a. van wie de dienstbetrekking nog niet is gestart omdat het aantal te realiseren dienstbetrekkingen in dat kalenderjaar al is bereikt; bij wie tijdens het dienstbetrekking is gebleken dat de voorziening beschut werk tijdelijk niet passend is.

---

Was-wordt-tabel Verzamelverordening Inkomensondersteuning, re-integratie en participatie 2023, versie inspraak

Dit artikel komt geheel te vervallen. De vervoersvoorziening, meeneembare voorziening en de werkplekaanpassing zijn opgenomen in paragraaf 3 (artikel 3.2.13, 3.2.15 en 3.2.16)

21

die in verband met een structurele functionele beperking als gevolg van ziekte of gebrek aantoonbare belemmeringen ondervindt bij het aanvaarden of behouden van betaald werk. 2. Onder een werkvoorziening wordt verstaan: a. meeneembare voorziening: een aanpassing of hulpmiddel dat niet standaard beschikbaar is bij een werkgever en bedoeld is om belemmeringen weg te nemen waardoor de persoon als bedoeld in het eerste lid betaald werk kan aanvaarden of behouden; b. werkplekaanpassing: een niet meeneembare voorziening op of rond de werkplek, gericht op het wegnemen van belemmeringen waardoor de persoon als bedoeld in het eerste lid zijn werk kan uitvoeren; 3. Uitgangspunt is dat de vergoeding slechts eenmalig wordt verleend. Daarbij wordt uitgegaan van de goedkoopst adequate (meeneembare) voorziening die kwalitatief verantwoord is en waarvan de kosten in verhouding staan tot de opbrengsten van uitstroom. 4. Het college stelt in nadere regels in ieder geval vast onder welke voorwaarden een werkvoorziening kan worden verleend, hoe de aanvraag wordt ingediend en de wijze waarop de werkvoorziening wordt toegekend. Artikel 2.20. Overige vergoedingen 1. Het college kan aan de persoon behorend tot de doelgroep een vergoeding verstrekken voor noodzakelijke kosten die

---

Was-wordt-tabel Verzamelverordening Inkomensondersteuning, re-integratie en participatie 2023, versie inspraak

Huidig (oud) artikel vervalt. Voor zover relevant wordt de inhoud van dit artikel opgenomen in andere artikelen of opgenomen in de op te stellen beleidsregels.

22

gemaakt zijn in het kader van de arbeidsinschakeling en die het gevolg zijn van bijzondere omstandigheden. 2. Geen aanspraak op een in het eerste lid genoemde vergoeding bestaat indien een beroep kan worden gedaan op een voorliggende voorziening die als passend en toereikend kan worden aangemerkt. Artikel 2.21. Tegenprestatie 1. Het is van belang dat een belanghebbende vanuit zijn intrinsieke motivatie deelneemt aan de maatschappij. Activiteiten die in dit kader worden verricht zijn redenen om geen tegenprestatie op te leggen.

Artikel 2.2.11 Tegenprestatie 1.

2. Het college kan een belanghebbende met een grote afstand tot de arbeidsmarkt een tegenprestatie opdragen.

Het is van belang dat een belanghebbende vanuit zijn intrinsieke motivatie deelneemt aan de maatschappij. Activiteiten die in dit kader worden verricht zijn redenen om geen tegenprestatie op te leggen.

2.

3. Indien reeds activiteiten worden verricht in het kader van het plan van aanpak als bedoeld in artikel 2.2 vijfde lid van deze verordening, wordt geen tegenprestatie opgedragen.

Het college kan een belanghebbende uit de doelgroep re-integratie met een afstand tot de arbeidsmarkt een tegenprestatie opdragen.

3.

4. Het college draagt geen tegenprestatie op indien geen werkzaamheden voorhanden zijn die kunnen worden ingezet als tegenprestatie.

Indien reeds activiteiten worden verricht in het kader van het plan van aanpak als bedoeld in artikel 2.1.2, vijfde lid, wordt geen tegenprestatie opgedragen.

4.

Het college draagt geen tegenprestatie op indien geen werkzaamheden voorhanden zijn die kunnen worden ingezet als tegenprestatie.

5.

Bij het opdragen van een tegenprestatie houdt het college rekening met de volgende factoren:

5. Bij het opdragen van een tegenprestatie houdt het college rekening met de volgende factoren: a. de tegenprestatie moet naar vermogen kunnen worden verricht door een belanghebbende; b. de persoonlijke situatie en individuele omstandigheden van een belanghebbende moeten in overweging worden genomen bij de bepaling of en welke tegenprestatie kan worden opgedragen.

a.

de tegenprestatie moet naar vermogen kunnen worden verricht door een belanghebbende;

b.

de persoonlijke situatie, individuele omstandigheden, talenten, wensen en kwaliteiten van een belanghebbende

Was-wordt-tabel Verzamelverordening Inkomensondersteuning, re-integratie en participatie 2023, versie inspraak

Toegevoegd dat bij vrijwilligerswerk geen tegenprestatie wordt toegepast.

23

6. Het college kan onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden die additioneel van aard zijn, inzetten als tegenprestatie voor zover die werkzaamheden:

moeten in overweging worden genomen bij de bepaling of een tegenprestatie kan worden opgedragen. 6.

a. worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid in de organisatie waarin ze worden verricht; b. niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt; c. niet strijdig zijn met de doelstelling(en) van het plan van aanpak en de toeleiding naar de arbeidsmarkt ondersteunen dan wel in ieder geval niet in de weg staan. 7. Het college kan ter nadere uitvoering van de tegenprestatie nadere regels vaststellen waarin wordt vastgelegd welke aanvullende werkzaamheden het college in ieder geval kan aanbieden en de voorwaarden die daarbij gelden voor zover daarover in deze verordening geen nadere bepalingen zijn opgenomen. 8. De duur en omvang van de tegenprestatie worden bepaald in het plan van aanpak.

11. Het college draagt geen tegenprestatie op indien een belanghebbende aantoonbaar mantelzorg verricht voor minimaal 20 uur per week voor een minimale periode van 3 maanden

a.

worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid in de organisatie waarin ze worden verricht;

b.

niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt;

c.

niet strijdig zijn met de doelstelling(en) van het plan van aanpak en de toeleiding naar de arbeidsmarkt ondersteunen dan wel in ieder geval niet in de weg staan.

7.

Vrijwilligerswerk dat voldoet aan de voorwaarden van een tegenprestatie, zoals bedoeld in de wet en in deze verordening, wordt aangemerkt als een tegenprestatie.

8.

Het college kan ter nadere uitvoering van deze verordening beleidsregels vaststellen waarin wordt vastgelegd welke aanvullende werkzaamheden het college in ieder geval kan aanbieden en de voorwaarden die daarbij gelden voor zover daarover in deze verordening geen nadere bepalingen zijn opgenomen.

9.

De duur en omvang van de tegenprestatie worden bepaald in het plan van aanpak.

10.

De tegenprestatie wordt opgedragen voor maximaal vier uur per week gedurende maximaal drie maanden.

9. De tegenprestatie wordt opgedragen voor maximaal vier uur per week gedurende maximaal drie maanden. 10. De tegenprestatie kan binnen een periode van twaalf maanden maximaal viermaal worden opgedragen voor een periode zoals bepaald in het achtste lid.

Het college kan onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden die additioneel van aard zijn, inzetten als tegenprestatie voor zover die werkzaamheden:

Was-wordt-tabel Verzamelverordening Inkomensondersteuning, re-integratie en participatie 2023, versie inspraak

24

en voor zover het verrichten van mantelzorg naar het oordeel van het college redelijkerwijs noodzakelijk is.

---

11.

De tegenprestatie kan binnen een periode van twaalf maanden maximaal viermaal worden opgedragen voor een periode zoals bepaald in het negende lid.

12.

Het college draagt geen tegenprestatie op indien een belanghebbende mantelzorg verricht en voor zover het verrichten van mantelzorg naar het oordeel van het college redelijkerwijs noodzakelijk is.

Artikel 2.2.12 Werkervaringsplek 1. Het college kan aan de belanghebbende die behoort tot de doelgroep re-integratie een werkervaringsplek gericht op arbeidsinschakeling aanbieden, indien de belanghebbende: a. nog niet actief is geweest op de arbeidsmarkt of een afstand tot de arbeidsmarkt heeft door langdurige werkloosheid en waarbij het voor de belanghebbende belangrijk is om arbeidsvaardigheden te verwerven; b. actief is geweest op de arbeidsmarkt, maar door persoonlijke of economische omstandigheden het werk is kwijtgeraakt en waarbij het voor de belanghebbende belangrijk is om arbeidsvaardigheden in stand te houden. 2. Het doel van een werkervaringsplek is het aanleren en ontwikkelen van werknemersvaardigheden, het opdoen van werkervaring, het opdoen of behouden van werkritme en het leren functioneren in een arbeidsrelatie.

Was-wordt-tabel Verzamelverordening Inkomensondersteuning, re-integratie en participatie 2023, versie inspraak

Technisch en beleidsmatige wijziging. Dit artikel wordt nieuw toegevoegd, inhoudelijk in lijn met de modelverordening.

25

3. Een werkervaringsplek wordt in beginsel gedurende maximaal 36 uur per week en voor de duur van zes maanden aangeboden. 4. Het college plaatst de belanghebbende uitsluitend als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt. 5. In de schriftelijke overeenkomst met de werkgever wordt het leerdoel, de omvang en inhoud van de werkzaamheden en de begin- en einddatum van de werkervaringsplek vastgelegd.

Bestaande tekst ----

Nieuwe tekst Paragraaf 3 Specifieke bepalingen doelgroep Breed Offensief

A.

Administratief proces loonkostensubsidie

Type / reden wijziging Paragraaf 3 bevat specifieke bepalingen als gevolg van de wetswijziging. Alle artikelen in deze paragraaf zijn nieuw toegevoegd, waardoor voor de leesbaarheid wordt volstaan met het weergeven in vetgedrukte letters (zonder onderstreping). Een deel van de artikelen is relatief technisch van aard, waarbij er niet of nauwelijks sprake is van beleidsruimte. Dat geldt zeker niet voor alle onderwerpen. Bijvoorbeeld op het gebied van jobcoaching is er sprake van een aanzienlijke beleidsruimte. Voor een toelichting en meer achtergrond wordt verwezen naar de toelichting op de artikelen zoals opgenomen in de concept Verzamelverordening Inkomensondersteuning, re-integratie en participatie gemeente Brummen 2023. Sub paragraaf, nieuw toegevoegd, in lijn met modelverordening.

Artikel 2.3.1 Specifiek aanvraagproces loonkostensubsidie

Was-wordt-tabel Verzamelverordening Inkomensondersteuning, re-integratie en participatie 2023, versie inspraak

26

1. Het college verstrekt overeenkomstig artikel 10d, van de PW, ambtshalve of op aanvraag, loonkostensubsidie aan de werkgever die voornemens is een dienstbetrekking aan te gaan met een belanghebbende die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie. In geval van een aanvraag zijn het tweede tot en met het vijfde lid van dit artikel van toepassing. 2. Het college bevestigt de ontvangst van de aanvraag schriftelijk aan de werkgever, of als de aanvraag wordt gedaan door de belanghebbende, aan de werkgever en de belanghebbende. 3. Een aanvraag voor loonkostensubsidie wordt, als het een persoon betreft die nog niet behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, ook beschouwd als een aanvraag om vast te stellen of de persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, bedoeld in artikel 10c, eerste lid, onder a, van de PW. Dit gebeurt door middel van de Praktijkroute. Indien de aanvraag is gedaan na het begin van de dienstbetrekking voor een persoon als bedoeld in artikel 10d, tweede lid, onder b, van de PW, wordt de vaststelling of de persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie eveneens bepaald door middel van de Praktijkroute. 4. Het college stelt binnen twaalf weken na ontvangst van de aanvraag de loonwaarde vast, tenzij in overleg met de werkgever toepassing wordt gegeven aan artikel 10d, vijfde lid, van de PW. 5.

Het college neemt bij het verstrekken van de loonkostensubsidie het preferente proces loonkostensubsidie in acht.

Was-wordt-tabel Verzamelverordening Inkomensondersteuning, re-integratie en participatie 2023, versie inspraak

27

B.

Procedure persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen Artikel 2.3.2 Voorwaarden toekenning persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen 1. Het college kan persoonlijke ondersteuning bij het vinden of behouden van werk en overige voorzieningen verstrekken ten behoeve van een persoon met een arbeidsbeperking of met een in de persoon gelegen belemmering als bedoeld in artikel 2.2.11, eerste lid, onder b. 2. Bij de toekenning van persoonlijke ondersteuning en overige voorzieningen zoals bedoeld in het eerste lid gelden de volgende voorwaarden: a. de belanghebbende behoort tot de doelgroep en is minimaal achttien jaar oud, tenzij hij voortgezet speciaal onderwijs of praktijkonderwijs heeft genoten; b. de belanghebbende kan zonder deze vorm van ondersteuning niet aan het arbeidsproces deelnemen; c. de werkgever biedt een dienstbetrekking aan die naar het oordeel van college voldoende bijdraagt aan de arbeidsinschakeling van de belanghebbende, gelet op zijn afstand tot de arbeidsmarkt en zijn mogelijkheden en belemmeringen; d. het betreft geen voorziening of taak waarvoor de werkgever op grond van Arbo-wetgeving verantwoordelijk is;

Was-wordt-tabel Verzamelverordening Inkomensondersteuning, re-integratie en participatie 2023, versie inspraak

28

e. het betreft geen meeneembare voorziening die tot de standaarduitrusting van de werkgever behoort of algemeen gebruikelijk is in een organisatie; f. er is naar het oordeel van het college geen sprake van een werkplekaanpassing die in zijn algemeenheid van de werkgever kan worden verlangd; en g. de kosten van de voorziening(en) zijn naar het oordeel van het college proportioneel, dat wil zeggen dat de investering in de voorziening moet opwegen tegen de maatschappelijke opbrengsten van uitstroom naar werk. 3. De bepalingen zoals genoemd in artikel 2.1.2, eerste tot en met vijfde lid, zijn hierbij onverkort van toepassing. Artikel 2.3.3 Aanvraagprocedure bij persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen 1. Een aanvraag om persoonlijke ondersteuning bij het vinden en behouden van werk en overige voorzieningen kan bij het college worden ingediend door de belanghebbende of zijn werkgever. 2. Het college bevestigt de ontvangst van de aanvraag. 3. Het college kan een deskundig oordeel en advies inwinnen als de beoordeling van de aanvraag dit vereist. 4. Het college bepaalt na overleg met de belanghebbende, en indien van toepassing met de werkgever, welke ondersteuning of voorziening het meest adequaat kan bijdragen aan de arbeidsinschakeling.

Was-wordt-tabel Verzamelverordening Inkomensondersteuning, re-integratie en participatie 2023, versie inspraak

29

5. Het college onderzoekt, voor zover nodig en gelet op de omstandigheden van de belanghebbende, in daartoe voorkomende gevallen de mogelijkheden om door samenwerking met andere partijen, onder meer op het gebied van (publieke) gezondheid, jeugdhulp, maatschappelijke ondersteuning, onderwijs, schuldhulpverlening, welzijn en wonen, te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde integrale dienstverlening met het oog op de arbeidsinschakeling of de wijze van voortgezette persoonlijke ondersteuning, zoals bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder g, van de PW. Artikel 2.3.4 Inhoud beschikking bij persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen Het college geeft in een beschikking tot toekenning van persoonlijke ondersteuning of een overige voorziening in ieder geval aan: a. welke persoonlijke ondersteuning of overige voorziening wordt verstrekt; b. als subsidie wordt verstrekt, wat de omvang is van het subsidiebedrag; c. de duur en intensiteit van de ondersteuning; d. de ingangsdatum van de ondersteuning of overige voorziening; e. als de verstrekking afwijkt van wat is aangevraagd, wat de reden is van afwijking; en f. voor zover van toepassing, welke andere ondersteuning of voorziening relevant is of kan zijn, waaronder de wijze waarop de belanghebbende integraal kan worden ondersteund. C. Specifieke bepalingen persoonlijke ondersteuning bij werk

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13549311/2