074 - Nota van Antwoord Cortenoever
Tekst van het document
Notitie
Datum
29 april 2021 Zaaknummer
2020-014085 Blad
1 van 12
Nota van Antwoord inzake ingediende zienswijzen Aan
Bevoegde gezagen project Natuurontwikkeling uiterwaarden Cortenoever Kopie aan
n.v.t. Van
Ambtelijke Werkgroep Bevoegde Gezagen Onderwerp
project Natuurontwikkeling Cortenoever
1 Inleiding 1.1. Procedure terinzagelegging Bij de voorbereiding van de besluiten die nodig zijn voor de uitvoering van het project Natuurontwikkeling uiterwaarden Cortenoever wordt toepassing gegeven aan de provinciale coördinatieregeling op grond van de Wet ruimtelijke ordening (artikel 3.33 Wet ruimtelijke ordening). De bedoeling van de voorgenoemde provinciale coördinatie is om de voorbereiding en bekendmaking van de voor de uitvoering van dit project benodigde besluiten, inclusief de gelegenheid tot het naar voren brengen van zienswijzen daarop, respectievelijk het indienen van beroep daartegen, op elkaar af te stemmen en gelijktijdig te doen plaatsvinden. De volgende ontwerpbesluiten met bijlagen hebben van donderdag 18 februari 2021 tot en met 31 maart 2021 ter inzage gelegen: • Projectplan Waterwet (Rijkswaterstaat); • Omgevingsvergunning activiteit Afwijken bestemmingsplan en uitvoeren werk en werkzaamheden (gemeente Brummen); • Waterwetvergunning (Waterschap Vallei en Veluwe); • Ontgrondingenvergunning inclusief bijlage m.e.r beoordeling (Provincie Gelderland). Iedereen kon in deze periode reageren op de ontwerpbesluiten door een zienswijze in te dienen. De provincie heeft binnen de genoemde termijn 2 (ontvankelijke) zienswijzen ontvangen. In deze zienswijzennota wordt op deze zienswijzen inhoudelijk ingegaan.
1.2. Anonimisering & overzicht zienswijzen Op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens is het niet toegestaan de persoonsgegevens (NAW-gegevens) van natuurlijke personen te verwerken zonder bijvoorbeeld een wettelijke grondslag, dringende noodzaak of toestemming van de
Datum
2 april 2021 Zaaknummer
Blad
2 van 12
betreffende personen. Daarom noemen wij de indieners van een zienswijze door natuurlijke personen in deze zienswijzenota niet bij naam. Hieronder is een overzicht opgenomen van de ontvangen zienswijzen. Nr.
Datum ontvangst
Naam
Adres
1
22 maart 2021
Stichting Het Gebroeders Bakkers Weeshuis
Rijkenhage 22, 7201 LP Zutphen
2
31 maart 2021
Privépersonen
Geanonimiseerd
1.3. Leeswijzer In hoofdstuk 2 van deze zienswijzenota gaan we in op de ingediende zienswijzen en het antwoord. Tevens geven we aan of er gevolgen voor de (definitieve) besluiten zijn.
2.
Reactie op de zienswijzen 2.1. Zienswijze nr. 1
Gronden van zienswijze
Indiener maakt ertegen bezwaar dat er natuur naast de percelen van de stichting wordt gerealiseerd. Tevens wordt bezwaar gemaakt tegen de voorgenomen ontgronding. Indiener vreest dat de kruidendruk groter zal worden door inwaai vanuit kruidenrijke vegetaties.
Antwoord
Gevolgen voor besluiten
De ontwikkeling is een gevolg van de uitvoering van Europees beleid t.a.v. Natura 2000 en Kader Richtlijn Water. Tevens gaat het om de uitvoering van GNN beleid. De ontgronding voor het uitdiepen van kronkelwaardgeulen is een van de noodzakelijke middelen om genoemde doelen in dit gebied te bereiken.
N.v.t
De gronden van de Stichting liggen pal tegen de gronden (graslanden) van Staatsbosbeheer (SBB). Ze worden enkel van elkaar gescheiden door een raster. Dat is nu zo en blijft ook zo. Het is daarmee aannemelijk dat ook in de huidige situatie reeds sprake is van het inwaaien van kruiden, zeker waar nu sprake is van bestaande hooilanden.
N.v.t.
Het aanplanten van houtige gewassen (bos) leidt normaliter tot een afname van de kruidenrijkdom. Het open grasland verandert deels naar bos-achtige structuren. Daarmee vindt minder ‘inwaai van kruiden’ plaats in vergelijking met het huidige gebruik. De houtige gewassen beperken de daglichttoetreding en daarmee de hoeveelheid kruid-achtigen.
Datum
2 april 2021 Zaaknummer
Blad
3 van 12
Het aspect “inwaai van kruiden” heeft vooral te maken met de beheersmaatregelen (verschralingsbeheer/stoppen met bemestingen) en niet zozeer met de voorgenomen inrichtingsmaatregelen in het gebied. Vrees dat in toenemende mate sprake zal zijn van bezoek van grasetende dieren, in hoofdzaak ganzen. Schade van grasetende dieren wordt niet voor 100% vergoed.
De gronden ter plaatse zullen steeds moeilijker in te zetten zijn voor verpachting vanwege de inwaai van zaden van kruiden en groei van kruiden. Dat is niet anders dan met stevige middelen te keren, te weten chemische middelen dan wel om de paar jaar het grasland opnieuw in te zaaien. Ook daar hangt een prijskaartje aan wat ten koste zal gaan van het prijsniveau van de pacht. En er moet niet uitgesloten worden dat dergelijk beheer invloed heeft op de naastgelegen percelen waardoor de investeringen van overheden deels teniet kunnen worden gedaan.
Een eventuele toename van ganzen valt niet geheel uit te sluiten wanneer ganzen uitwijkgedrag zullen vertonen omdat regulier grasland in de omgeving van de percelen van indiener wijzigt naar habitattypen waaronder bos. Als er evenwel schade ontstaat dan kan een beroep worden gedaan op een tegemoetkoming via BIJ12 (uitvoeringsorganisatie voor de 12 provincies op het gebied van o.a. fauna, natuur). Daarop zijn de “Beleidsregels tegemoetkoming faunaschade Gelderland” van toepassing. Daarmee kan naar redelijkheid en billijkheid invulling worden gegeven aan artikel 6.1 Wet natuurbescherming. Uit jurisprudentie (o.a. ECLI:NL:RVS:2007:BB8408, Overweging 2.4) blijkt dat schade over te verwachten lagere pachtinkomsten voldoende geconcretiseerd moet zijn. Daarvan is nu niet concreet gebleken zodat het niet mogelijk is deze bij onze belangenafweging te betrekken. Indien alsnog mocht blijken dat daadwerkelijk sprake is van schade vanwege een inkomensderving of een vermindering van de waarde van een onroerende zaak (zoals gronden) kan verder een beroep gedaan worden op artikel 6.3. van de Wet Natuurbescherming. Voor schade als gevolg van de rechtmatige uitvoering van het projectplan Waterwet kan een benadeelde een verzoek om schadevergoeding indienen als bedoeld in artikel 7.14 van de Waterwet.
Voor zover indiener wijst op de inzet van chemische bestrijdingsmiddelen wijzen wij erop dat dergelijk gebruik wordt ingeperkt door de relevante wet en regelgeving (o.a.het Activiteitenbesluit Milieubeheer). Overigens is aan indiener subsidie toegekend op grond van de Subsidieverordening Natuur- en landschapsbeheer Gelderland 2016. De subsidie wordt verleend voor het beheer van natuurbeheertypen / landschapsbeheertypen. Op grond van artikel 2.9, lid 1, onder a, van de genoemde subsidieverordening is indiener verplicht na te laten om handelingen te verrichten of te gedogen die afbreuk doen aan de instandhouding van het natuurterrein.
N.v.t.
Datum
2 april 2021 Zaaknummer
Blad
4 van 12
2.2. Zienswijze nr. 2 Gronden van zienswijze
Beantwoording
Gevolgen voor besluiten
Indieners willen geen ooibos naast hun boerderij omdat zij deze woonplek juist hebben gekozen omdat er aan alle kanten vrij uitzicht was. Daar waren indieners hard aan toe nadat men eerst lange tijd in het bos in Doorn heeft gewoond.
Deze opmerking nemen wij voor kennisgeving aan, met de aanvulling dat ten oosten van de boerderij aan het Ganzen ei 7-9 reeds sprake was van de bestaande boskern Heyendal.
N.v.t.
Indieners zijn verontrust dat er meer bos wordt aangelegd dan de steeds genoemde 5 hectare. Bovendien zitten er tegenstrijdigheden tussen de genoemde oppervlaktes, die variëren van 7,1 ha, tot 8,5 ha en 8, 7 ha in de stukken.
In de door de raad van Brummen op 26 november 2009 vastgestelde regionale structuurvisie De Voorlanden Stedendriehoek 2030 wordt ingezet op de ontwikkeling van nieuwe kleine landschapselementen, zoals bosjes en houtwallen.
In de definitieve besluiten worden (in de paragraaf “procedure”) overwegingen opgenomen over de bosaanplant. En aanvulling (“Addendum”) wordt toegevoegd op de eerder ingediende aanvragen.
Verder staat in het N2000 beheerplan Rijntakken voor Cortenoever de opgave om circa 21 ha bosaanplant te realiseren. Deze is echter om uiteenlopende redenen gereduceerd naar uiteindelijk 8,7 ha bosaanplant. Gestreefd wordt naar de realisatie van een forse boskern die aansluit op het bestaande hardhoutooibos (beschermde habitat van 1,8 ha, zie afbeelding in bijlage). Reeds bij de presentatie van het VO eind 2019 was te zien dat de boskern is opgenomen in de grootte als deze nu is (8,7 ha). Later is, ter tegemoetkoming, 10 m bos voor 10 m struweel geruild. Het totale oppervlak aan bos is echter gelijk gebleven. Evenmin is tijdens de keukentafelgesprekken, waarvan schriftelijke verslagen bestaan, een
Datum
2 april 2021 Zaaknummer
Blad
5 van 12
maximum van 5 ha bos beloofd. In het Definitief Ontwerp (DO) (bijlage bij de ruimtelijke onderbouwing, tabel 1.1.) staat de totale opgave bosaanplant van 8,7 ha duidelijk vermeld. Het getal van 7,1 ha staat in deze tabel onder GNN doelstelling, maar maakt deel uit van de 8,7 ha die genoemd is onder Natura 2000 doelrealisatie. Er zitten tussen het DO, Projectplan Waterwet en de aan de raad van gemeente Brummen verstrekte memo (dd. 19 januari 2021) en de andere documenten die horen bij de aanvragen enkele kleine verschillen wat betreft de aantal ha bosopgave (zie bijlage 1 bij deze Nota van Antwoord). De bevoegde gezagen erkennen dat de aantallen ha bosopgave niet 100% consistent zijn in de verschillende documenten (hoewel de verschillen relatief beperkt zijn). In de verschillende definitieve besluiten zullen hier overwegingen over worden opgenomen, waarbij de 8,7 ha het juiste aantal betreft. Dit is exclusief het reeds bestaande bosareaal van 1,8 ha ter plaatse van Heyendal (zie ook afbeelding bij bijlage 1). Tevens zullen de aanvragen hierop worden aangepast middels een Addendum.
Datum
2 april 2021 Zaaknummer
Blad
6 van 12
Indieners pleiten ervoor dat, als Er is rekening gehouden met er al bos moet komen , bestaande zichtlijnen van zichtlijnen behouden blijven indieners door deze aan de zodat het zicht op zuidzijde geheel te voorbijvarende boten (en respecteren en door aan de daarmee het visuele contact met noordzijde een haag te de rivier) intact blijft. schrappen uit de plannen. Bovendien is aan de oostzijde een strook van 10m bosaanplant ingewisseld voor struweel om indieners tegemoet te komen. De verbinding van de op Zie de reactie hiervoor. voormalige zandrug aanwezige IJsselhoeve met de IJssel blijft daarmee veel duidelijker. En ook andersom: het zicht op de imposante boerderij (een van de laatste en in ieder geval de oudste in het gebied) blijft daarmee voor de passanten vanuit oostelijke richting behouden. Aan de noordzijde is er zicht op het coulissenlandschap. Hoewel in mindere mate zouden we ook daar graag een zichtlijn houden richting de akker Hoge Mullersweerd (noordoostelijk). Immers is ook op die plek het makkelijk de bosstrook iets te verbreden om aan hetzelfde oppervlak bos te komen. (Blokkering van de door ons gewenste zichtlijn pal naar het noorden is niet in het geding geweest. De terp ligt immers veel hoger dan het landschap) De bosrand lijkt een stuk breder ingetekend dan aan indieners is voorgehouden. De door de provincie in zijn memo dd 2021-1-19
De afstand van 148 m zoals ingetekend op het kaartje in de aan de raad van Brummen verstrekte memo (dd. 19
N.v.t.
Datum
2 april 2021 Zaaknummer
Blad
7 van 12
voorgestelde 148 meter afstand van de gevel/bosrand (die 10 meter hoog kan worden) lijkt niet te kloppen.
januari 2021) is op basis van een lijnschaal en is correct.
Op sommige plekken is een afrastering volgens indieners niet nodig (bijvoorbeeld langs het bos). Bovendien is het onvoorstelbaar dat eventuele nieuwe rasters opnieuw worden uitgevoerd met prikkeldraad terwijl glad draad een uitstekend en minder schadelijk alternatief.
Om het bos is een wildraster voorzien, echter van tijdelijke aard. Verder is de aanname dat er per definitie puntdraad komt, onjuist. Bovendien is voor de aanliggende percelen van Staatsbosbeheer (SBB) maaibeheer voorzien en mocht er in de toekomst sprake zijn van nabegrazing, dan is de eigenaar SBB bereid om afspraken te maken over de wijze van afrastering. Betrokkenen zijn hiervan op de hoogte.
In het kader van de afgifte van de (ontwerp) verklaring van geen bedenkingen heeft de raad vanuit de provincie informatie gekregen zonder de juiste voorstelling van zaken op de volgende punten: • De oppervlakte bos in de memo verschilt met andere documenten; • oppervlak bos kan makkelijk aan de noordzijde aangevuld worden (ter compensatie van een driehoek voor zichtlijn aan de oostzijde). Daar stoort een uitbreiding van de bosrand indieners veel minder. • Men is onheus en oneerlijk voorgelicht.
Wij delen de mening niet dat sprake is van een onjuiste voorstelling van zaken op genoemde punten, m.u.v. de eerder genoemde kleine verschillen t.a.v. de aantallen ha bosaanplant. Het inruilen met oppervlak bos aan de noordzijde is geen optie. Wij merken nogmaals op dat de locaties waar indieners op doelen habitats (glanshaverhooilanden, droge schraalgraslanden) betreffen die we niet zomaar mogen inruilen in het kader van een bosopgave. Tevens is er de opgave voor een grote eenheid bos en dient in dit opzicht versnippering te worden voorkomen. Ten aanzien van de optie om bos aan de zuidzijde te realiseren merken wij op dat
Datum
2 april 2021 Zaaknummer
Blad
8 van 12
•
Zelfs het punt van neus-neus contact is niet door de provincie met SBB geregeld maar door indieners zelf. het bos ten zuiden van de boerderij is niet komen te vervallen om tegemoet te komen aan wensen van indieners maar vanwege opstuwing.
elke bosaanplant in de uiterwaarden in beginsel tot opstuwing leidt. Vanuit de N2000 opgave om grote boskernen te ontwikkelen is er voor gekozen om het nieuwe bos aan te sluiten op het bestaande bosje van Heijendaal. Dit sluit aan op de wens van de bewoners om zichtlijnen richting de IJssel te behouden vanuit de boerderij naar de zuidzijde. Het maken van afspraken over “neus-neus” contact tussen vee dient tussen grondeigenaren te worden gemaakt. Niettemin heeft de provincie dit aan de orde gesteld bij de eigenaar. Door SBB is vervolgens mondeling aangegeven dat het maken van afspraken over “neusneus” contact tussen vee, voor haar geen probleem is.
Indieners willen niet dat het Zie onze reactie hiervoor. ooibos ten oosten van hun perceel wordt uitgebreid. Als het bos wel komt, dan bepleiten zij een maximum van de eerder steeds besproken oppervlakte van 5 ha. Mocht een groter oppervlak van het bos echt noodzakelijk zijn dan stellen indieners voor dat dat vooral aan de noordzijde van de boerderij zal worden in geplant. Indieners bepleiten realisatie van de zichtlijnen als aangegeven op het kaartje in de zienswijze. Het grootste belang hechten indieners daarbij aan de zichtlijn aan de oostkant, richting de IJssel, vanuit de woonkeuken in het voorhuis. In tweede instantie vinden indieners de zichtlijnen vanuit de werkplaatsen van belang (naar het oosten, richting de
Datum
2 april 2021 Zaaknummer
Blad
9 van 12
IJssel en naar het noordoosten richting akker Hoge Mullersweerd). Indieners behouden zich het recht voor om planschade gecompenseerd te krijgen.
Het staat indieners altijd vrij om een aanvraag voor planschade vanwege de omgevingsvergunning in te dienen op grond van artikel 6.1. Wet ruimtelijke ordening.
Datum
2 april 2021 Zaaknummer
Blad
10 van 12
Bijlage 1 : Overzicht kleine verschillen qua aantal ha bosaanplant
Brondocument
Blz.
Ruimtelijke onderbouwing
8, 10, 11, 29
Tekst Blz. 8: GNN opgave : Rivier- en beekgeleidende bossen (7,1 ha) Natura 2000: Realisatie zachthout ooibos (1,5 ha) en essen-iepen bos (5 ha), hardhoutooibos 2,2 ha Blz. 10: “Onder het midden van het plangebied, weergegeven in Figuur 1, wordt 7,1 hectare ooibos (OB) aangelegd ten behoeve van Natura 2000. Dit bestaat uit een mengeling van zachthout, hardhout en esseniepenbos”. Blz. 11: 3e kolom “En het aanplanten van 9 hectare bos “.
Definitief ontwerp natuurontwikkeling Cortenoever
10
Onderbouwing vrijstelling Wnb
Blz. 2
Blz. 29 “ het aanleggen van 7,1 hectare ooibos “. Blz. 10 Tabel 1.1. Rivier- en beekbegeleidende bossen Inrichting 7,1 ha Zachthout ooibos Inrichting 1,5 ha Essen-iepen bos Inrichting 5,0 ha Hardhout ooibos Inrichting 2,2 ha
Blz. 2 Aansluitend op het bestaande Essen-Iepenbos wordt 8,5 ha extra bos ontwikkeld bestaande uit Hardhoutooibos (H91F0), EssenIepenbos (H91E0B) en 1,5 Zachthoutooibos (H91EoA). De totale toekomstige boskern wordt hiermee 10,4 ha groot. De ontwikkeling van de boskern leidt in beginsel tot ontoelaatbare waterstandseffecten op de rivier. Het verwijderen van kleine boselementen zachthoutooibos (bij elkaar 1,5 ha) zorgt er in combinatie met een maaiveldverlaging bij de Hank evenwel voor dat het project niet leidt tot ontoelaatbare waterstandseffecten op de rivier en
Datum
2 april 2021 Zaaknummer
Blad
11 van 12
het project vergunbaar is in het kader van de Waterwet. Blz. 4 , 1e kolom : Ontwikkelen 9 ha ooibos aansluitend op bestaand esseniepenbos en verwijderen 1,5 ha zachthoutooibos Blz. 4, 3e kolom: Hardhout:2,2 ha Essen-Iepenbos: 5,0 ha Zachthoutooibos 1,5 ha.
Aanvullende natuurtoets Wnb
14
LACH rapportage
7
Projectplan Waterwet (ontwerp)
3
Beheerplan
45 (tabel)
Blz. 4 De opgave voor de ontwikkeling van ooibos (21 ha) zoals genoemd in de maatregelentabel blijkt niet realiseerbaar. Blz. 14 Door de voorgenomen maatregelen wordt 8,5 ha extra bos ontwikkeld bestaande uit Hardhoutooibos (H91F0), EssenIepenbos (H91E0B) en 1,5 Zachthoutooibos (H91EoA). De totale toekomstige boskern wordt hiermee 10,4 ha groot. Blz. In het gebied waar het bosplantsoen wordt aangeplant, is het uitgangspunt dat hier sporadisch bodem-ingrepen plaatsvinden tot een diepte van 30 cm beneden maaiveld. Het gaat bij deze ingrepen om circa 8,7 ha (Tabel 3). Blz. 3 Aanplant van circa 3,7 hectare zacht- en hardhout ooibos en 5 hectare essen-iepenbos Blz. 8 Het aan te planten bos beslaat een oppervlakte van 8,7 hectare. zachthoutooibos (mn wilg en populier) 1,5 ha essen-iepenbos (vorm van hardhoutooibos met mn eik, es en iep) 5 ha Rivier- en beekbegeleidende bossen 7,1 ha
Datum
2 april 2021 Zaaknummer
Blad
12 van 12
Afbeelding: lichtgroen nieuwe bosopgave, donkergroen bestaand bos.