(074) Bijlagen bij de plantoelichting
Tekst van het document
427418
Spankerenseweg 57, Leuvenheim
Inhoudsopgave
Bijlagen toelichting
3
Bijlage 1
Sloopopgave
4
Bijlage 2
Landschappelijk inpassingsplan
6
Bijlage 3
Beeldkwaliteitsplan
8
Bijlage 4
Verkennend en vervolg bodemonderzoek
21
Bijlage 5
Aerius-berekening
167
Bijlage 6
Quickscan flora en fauna
195
Bijlage 7
Vleermuis- en huismusonderzoek
216
Bijlage 8
Activiteitenplan
221
Bijlage 9
Archeologische kaart - Bouwoverzicht
237
Bijlage 10
Watertoets
239
2
Bijlagen toelichting
3
Bijlage 1 Sloopopgave
4
Topotijdreis 1860
BMN01Q 00335G0000
BMN01Q 00095G0000
On
ts lu
itin
g
BMN01Q 00097G0000
BMN01Q 00398G0000
6 Ontwikkeling erf van 1960 tot 2020
5 7 Erf tot 1960
4
57
Boerderij Voorzijde
1 2
3 BMN01Q 00096G0000
BMN01Q 00336G0000
Overzicht gebouwen en oppervlakten 1. Boerderij 180 2. Schuur 70 3. Veestal 244 4. Veestal 198 5. Kapschuur 185 6. Ligboxenstal 474 7. Mestsilo, bovengronds 175
m2, geen asbest m2 m2 m2 m2 m2 m2, geen asbest
Totale oppervlakte bebouwing 1.526
m2
Alle gebouwen op het erf worden gesloopt. Totale sloop oppervlakte is 1.526 m2.
2021
Erf en percelen agrarische grond Oppervlakte: 1,97 ha.
Alle schuren hebben asbesthoudende daken, oppervlakte 1.346 m2 Oppervlakte asbest: 1.346 m2 x factor 1.21 = 1.628 m2
Ontwikkeling van het erf Overzicht te slopen gebouwen Lokatie: Spankerseweg Spankerenseweg 5757 Leuvenheim Leuvenheim Datum: 24 augustus augsutus juli 2022 2022 Schaal: 1:500, A1 A2 formaat Gewijzigd: Digitale onderleggers: - BGT kaart - Kadastrale kaart
Harry ten Have
Tuin- en Landschapsadviseur
Spanjaardsdijk 53 7433 PW SCHALKHAAR Tel. 0570 532 000 Fax 0570 532 465 Mobiel 0651 346 628
E-Mail info@harrytenhave.nl Internet www.harrytenhave.nl
Bijlage 2 Landschappelijk inpassingsplan
6
9.79
Ontsluitingsweggetjemet bestaande bomen
BMN01Q 00335G0000
Kaschuur Oppervlakte: 140 m2 - stalling van machines voor beheer en onderhoud - eventueel stalruimte voor kleinvee - opslag van voer voor kleinvee - eenvoudige bouw, gevels hout, potdekselwerk - goothoogte aan landschapszijde maximaal 2.20 cm
8.99
BMN01Q 00095G0000
Kavelgrensbomen erf - inheemse soorten Te realiseren erf, informeel - bomengroep, lindebomen -halfverharding
10.27
Ruimte voor informele landschappelijk tuin - informeel - natuurlijk - voorkeur voor inheemse beplanting - extensief beheer - ontwikkeling van biodiversiteit
Aan te leggen kikkerpoel met knotwilgen Inhoud ca. 500 m3 Diameter ca. 25 m1 (van insteek-insteek) Erfbosjes - begrenzing van het erf - nest en schuilgelegeheid van erffauna - infomele natuurlijke aanplant - aanplant van inheemse struiken
BMN01Q 00097G0000
BMN01Q 00398G0000 30
0
9.51 Poel
0
u r)
83
on
(k a uw
ie w
Trafo
bo
sat
Pompput drukriool
en
ge
mp
B ij
15
Co
00
Ac V o h te r or
Weiland Oppervlakte: ca. 0,5 ha.
00
in g
psc
17
14
hu
10
10.39
9.78 35
bo
uw
35
0
9.63
0
B ij
25 16
Erfbosjes - begrenzing van de woonkavel - infomele natuurlijke aanplant - aanplant van inheemse struiken
0
bo
Compensatie woning met bijgebouw Oppervlakte woning: 150 m2 Oppervlakte bijgebouw: 75 m2
Bij
00
ge
12
uw
72
m2
Wo
n in
g1
60
50
57
12
ge
10.43
10
96
10.23
60
0
BMN01Q 00336G0000 Ac V o h te r or
10.92
Oude beek/waterloop
BMN01Q 00096G0000
Woning - schuurwoning - aan erfzijde zoveel mogelijk gesloten gevels
Trafohuisje, eigendom van Liander
Boomgaard met hoogstam fruitbomen en ruimte voor groentetuin en kleinfruit Bijgebouw bij de boerderij - met tussenlid - voordeur in het tussenlid - zadeldak - gevels van hout, kleur antraciet -informeel
Weiland (oude kamp) oppervlakte ca. 0,75 ha. Openheid
Vernieuwen van bestaande boerderij - oppervlakte - behoud van de historische footprint en de plek - kap met wolfeinden - rietgedekt - duidelijkheid tusssen voor- en achterzijde
Formele voortuin met strakke beukenhaag Verder invullingvan de voortuin is vrije keus
Erf- en landschapsplan Begrenzing plangebied Oppervlakte plangebied 1.97 ha.
Lokatie: Spankerenseweg 57 Leuvenheim Datum: 30 september 2022 Schaal: 1:500, A1 formaat Gewijzigd: nov 2022 Digitale onderleggers: - BGT kaart - Kadastrale kaart
Harry ten Have
Tuin- en Landschapsadviseur
Spanjaardsdijk 53 7433 PW SCHALKHAAR Tel. 0570 532 000 Fax 0570 532 465 Mobiel 0651 346 628
E-Mail info@harrytenhave.nl Internet www.harrytenhave.nl
Bijlage 3 Beeldkwaliteitsplan
8
BEELDKWALITEIT Dit beeldkwaliteitsplan is opgesteld voor de nieuwe ontwikkeling aan Spankerenseweg 57 te Leuvenheim. In de huidige situatie staan hier oude vervallen agrarische gebouwen en een oude vervallen boerderij. Door deelname aan de Ruimte voor Ruimte regeling wordt het mogelijk om op de locatie een nieuwe woning te ontwikkelen. De staat van de bestaande boerderij is dermate slecht dat voor bewoning nieuwbouw de enige optie is. Dit maakt een nieuwe, zeer energie zuinige, woning mogelijk die aan de eisen van deze tijd voldoet. Ondanks de bouw van twee nieuwe woningen moet het erf authentiek blijven voelen. Dit wordt bereikt door de erfstructuur die opgenomen is in het landschapsplan van Harry Ten Have. Binnen deze structuur komt een nieuwe boerderij woning en een nieuwe schuurwoning Op de navolgende pagina’s worden de twee type woningen beschreven en verbeeld. Om een goed beeld te geven van wat het eindbeeld word, zijn enkele impressies gemaakt van het nieuwe erf, waarop alle gebouwen weergegeven zijn. In de uiteindelijke uitwerking van de ontwerpen is ruimte om binnen de richtlijnen van dit Beeldkwaliteitsplan afwijkende ontwerpen te maken.
Impressie eindbeeld.
Als bijlage bij het beeldkwaliteitsplan zijn meerdere impressies gevoegd.
30-09-2022
Onderstaande foto’s illustreren de huidige situatie. Bestaand aanzicht op perceel
Nabij gelegen agrarisch erf
30-09-2022
Bestaande situatie
30-09-2022
In het plan zijn de volgende twee “types” woningen;
1 De basis van het nieuwe erf is de “boerderij” woning Deze woning is nadrukkelijk op het erf aanwezig en richt zich met de achterzijde naar het erf. Het moet voelen alsof de voormalige deel nog aanwezig is. Via deze deel wordt de woning betreden. Het “traditionele” voorhuis richt zich op het landschap Kenmerken voor deze woning: Oriëntatie conform erfinrichtingsplan Zadeldak met kenmerkende wolfseinden toepassen. Goothoogte maximaal 2,6 mtr. Nokhoogte maximaal 9 mtr. Materialen: Gevel: Metselwerk is overheersend aangevuld met houten delen (donker of naturel) en evt. enkele lichte vlakken. Dak: Riet met dakpannen (gebakken) in donkere kleur. Aan de voor- en aan de achterzijde de gevel authentiek uitvoeren. Overige twee gevels kunnen moderne ingrepen krijgen. (zie impressie) Naast de boerderij mogelijk een “bakhuis” plaatsen. Oriëntatie conform erfinrichtingsplan Zadeldak zonder wolfseinden toepassen. Goothoogte maximaal 2,4 mtr. Nokhoogte maximaal 6 mtr. Materialen: Gevel: Metselwerk Dak: Riet met dakpannen (gebakken) in rood/oranje kleur. Bij de boerderij woning komt ook een schuur te staan. De uitstraling van de bestaande kapschuur moet daarbij aangehouden worden. (zie impressies) Oriëntatie conform erfinrichtingsplan Type kapschuur. Goothoogte maximaal 3,5 mtr. erfzijde & 2.4 mtr landschapszijde Nokhoogte maximaal 7 mtr.
Materialen: Gevel: houten delen (donker) Dak: Dakpannen (gebakken) in donkere kleur. Authentieke houten draagconstructie zichtbaar toepassen.
30-09-2022
Referentiebeelden boerderij woning
30-09-2022
30-09-2022
2 Het tweede type woning is een zogenaamde schuurwoning. Omdat de boerderij de basis is van het erf, moet de nieuwe woning van het type schuurwoning zijn. De woning moet ingetogen zijn qua detaillering/materialen en kleurgebruik. Oriëntatie conform erfinrichtingsplan Zadeldak zonder wolfseinden toepassen. Goothoogte maximaal 4,0 mtr. Nokhoogte maximaal 9 mtr. Materialen: Gevel: Metselwerk en/of houten gevel delen (kleur donker) Dak: Dakpannen (gebakken) of metaalachtige materialen in donkere kleur Op de schuurwoning geen schoorsteen toepassen. Referentie beelden schuurwoning. .
30-09-2022
30-09-2022
Bijlage: Impressies eindbeeld
30-09-2022
30-09-2022
30-09-2022
30-09-2022
Bijlage 4 Verkennend en vervolg bodemonderzoek
21
Groenadviesbureau H.A. ten Have Verkennend- en aanvullend bodem- en asbestonderzoek op de locatie aan de Spankerenseweg 57 te Leuvenheim Projectnummer: 220231_02/dh/sh Datum: 7 juni 2022
Opdrachtgever Groenadviesbureau H.A. ten Have Spanjaardsdijk 53 7433 PW SCHALKHAAR Hunneman Milieu-Advies Raalte BV Postbus 253 8100 AG RAALTE Tel: 0572-360998 E-mail: info@hunneman-milieu.nl
BRL-SIKB 2000
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING............................................................................................................................. 1
2
VOORONDERZOEK ............................................................................................................ 2
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 3
VELD- EN LABORATORIUM ONDERZOEK .................................................................. 8
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 4
ONDERZOEKSAANLEIDING ................................................................................... 2 ACHTERGRONDINFORMATIE................................................................................. 2 HISTORISCHE INFORMATIE ................................................................................... 4 BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE ................................................................. 5 HYPOTHESE EN ONDERZOEKSSTRATEGIE ............................................................. 5 BETROUWBAARHEID ONDERZOEK ........................................................................ 7 VELDONDERZOEK ................................................................................................. 8 LABORATORIUM ONDERZOEK .............................................................................. 9 TOETSINGSCRITERIA EN ANALYSERESULTAAT; ASFALT ...................................... 9 TOETSINGSCRITERIA EN ANALYSERESULTATEN; PUIN ......................................... 9 TOETSINGSCRITERIA EN ANALYSERESULTATEN NEN-PARAMETERS................. 11 TOETSINGSCRITERIA EN ANALYSERESULTATEN ASBEST ................................... 14
INTERPRETATIE ONDERZOEKSRESULTATEN ....................................................... 15
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5
ASFALTVERHARDING ......................................................................................... 15 FUNDATIE [SAMENSTELLING EN UITLOGING] ..................................................... 15 ASBESTONDERZOEK ........................................................................................... 15 VASTE BODEM EN GRONDWATER ....................................................................... 15 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ...................................................................... 16
BIJLAGEN: 1 2 3
4 5
Kadastraal overzicht Boorbeschrijvingen Toetsingstabellen en analyserapporten 3.1. asfalt 3.2. samenstelling en uitloging fundatie 3.3. vaste bodem en grondwater 3.4. asbest Monsternemingsplan en -formulier asbest Historische informatie
TEKENING 1-1 Situatie met monsterpunten, peilbuizen en contourlijnen vaste bodem
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
1
INLEIDING
In opdracht van Groenadviesbureau H.A. ten Have is gefaseerd in maart, april en mei 2022, door Hunneman Milieu-Advies Raalte BV, een verkennend- en aanvullend bodemonderzoek, in combinatie met een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd op de locatie aan de Spankerenseweg 57 te Leuvenheim. Voor een kadastraal overzicht van de onderzoekslocatie en omgeving verwijzen wij naar bijlage 1. Het onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de voorgenomen transactie, bestemmingswijzing en nieuwbouw op de locatie. Het onderzoek heeft tot doel een actueel en betrouwbaar inzicht te geven in de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Het veldwerk, de grond- en/of grondwaterbemonstering en het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd conform de geldende beoordelingsrichtlijn “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek” BRL-SIKB 2000. Voor deze richtlijn is Hunneman Milieu-Advies Raalte BV in het bezit van een procescertificaat, welke is afgegeven door KIWA.
De van toepassing zijnde protocollen in dit onderzoek zijn: ☒ 2001: Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen ☒ 2002: Het nemen van grondwatermonsters ☐ 2003: Veldwerk bij milieuhygiënisch waterbodemonderzoek ☒ 2018: Maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem Het procescertificaat van Hunneman Milieu-Advies Raalte BV (certificaatnummer K26828) en het hierbij behorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek”. Hunneman MilieuAdvies Raalte BV is geen eigenaar van de te onderzoeken percelen en is onafhankelijk van de opdrachtgever en/of terreineigenaar. Het rapport is als volgt ingedeeld: • Vooronderzoek • Veld- en laboratorium onderzoek • Interpretatie onderzoeksresultaten
(hoofdstuk 2); (hoofdstuk 3); (hoofdstuk 4).
Verkennend- en aanvullend bodem- en asbestonderzoek, Spankerenseweg 57 te Leuvenheim
1
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
2
VOORONDERZOEK
In de NEN-5725 zijn 7 aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Voor elke afzonderlijke aanleiding tot vooronderzoek dienen verschillende onderzoeksvragen te worden beantwoord. De verplicht te onderzoeken aspecten zijn per aanleiding omschreven in tabel 1. Tabel 1:
verschillende onderzoeksaspecten ONDERZOEKSASPECTEN
1. locatiegegevens
eigendomssituatie hoogteligging 2.bodemopbouw en bodemopbouw geohydrologie antropogene lagen in de bodem geohydrologie 3. verwachting t.a.v. de geval van ernstige bodemverontreiniging bodemkwaliteit kwaliteit o.b.v. BKK o.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken 4. gebruik/beïnvloeding van voormalig de locatie, verdachte huidig situatie, activiteiten, toekomst ongewoon voorval asbestverdacht 5. terreinverkenning voorafgaand aan de uitvoering
Aanleidingen tot vooronderzoek A
B
O
O
O O
C
D
E
F
O
G
A. bodemonderzoek, par. 6.2.1; E. opstellen/ actualiseren bodemkwaliteitskaart (Bbk), par. 6.2.5; F. gebruik bodemkwaliteitskaart (Bbk), par. 6.2.6; B. nul‐ en eindsituatieonderzoek, par. 6.2.2; G. inschatten van arbeidshygiënische risico’s, par. 6.2.7. C. bodemkwaliteitsklasse (Bbk), par. 6.2.3; D. partijkeuring, par. 6.2.4; Verplicht onderzoeksaspect. Indien niet van toepassing, wordt dit vermeld en gemotiveerd O Optioneel
2.1
Onderzoeksaanleiding
Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de paragraaf 6.2.1 “opstellen hypothese bodemkwaliteit ten behoeve van een bodemonderzoek” uit de NEN-5725. Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: informatie verstrekt door de opdrachtgever; terreininspectie voorafgaand aan de veldwerkzaamheden; informatie Omgevingsdienst Veluwe IJssel; informatie gemeente Brummen; asbestdakenkaart Provincie Gelderland; omgevingsrapportage Provincie Gelderland; www.bodemloket.nl; www.topotijdreis; Bagviewer; Kadaster; grondwaterkaart van Nederland. De onderzoeksvragen voor het opstellen van de onderzoekshypothese en de gekozen onderzoeksstrategie zijn, voor zover relevant, in de onderstaande paragrafen nader toegelicht. De relevante gegevens zijn opgenomen in bijlage 5. 2.2
Achtergrondinformatie
De onderzoekslocatie is gesitueerd aan de Spankerenseweg 57 te Leuvenheim en staat kadastraal bekend als: gemeente Brummen, sectie Q, nummer 336 ged. Op de locatie is een agrarisch erf met diverse opstallen gesitueerd. De totale oppervlakte van de onderzoekslocatie bedraagt circa 7.200 m2. De bestemming wordt gewijzigd van agrarisch naar wonen. Het maaiveld is deels voorzien van een betonverharding. Het overige terrein is momenteel braakliggend. De toegangsweg is voorzien van een asfaltverharding. Het voornemen bestaat om diverse opstallen te slopen en nieuwbouw te realiseren. Voor de inrichting van het terrein verwijzen wij naar tekening 1-1.
Verkennend- en aanvullend bodem- en asbestonderzoek, Spankerenseweg 57 te Leuvenheim
2
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
Figuur 1 en 2: huidige en toekomstige situatie
De huidige bebouwing dateert uit 1928. De eerste bebouwing op de locatie dateert van voor 1900 (zie topotijdreis: figuur 3 t/m 6). Figuur 3: situatie 1867
Figuur 4: situatie 1950
Figuur 5: situatie 1995
Figuur 6: situatie 2021
Verkennend- en aanvullend bodem- en asbestonderzoek, Spankerenseweg 57 te Leuvenheim
3
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
2.3
Historische informatie
Voor zover bekend hebben op de locatie geen calamiteiten plaatsgevonden die de milieuhygiënische bodemkwaliteit negatief kunnen hebben beïnvloed. De locatie is voor zover bekend niet eerder onderzocht. Uit informatie van de Gemeente Brummen blijkt dat ten noordwesten van het woonhuis een bovengrondse dieseltank heeft gestaan. Figuur 7: locatie met voormalige dieseltank 1994
Op basis van de asbestdakenkaart waren/zijn binnen de onderzoekslocatie diverse asbestdaken aanwezig. Figuur 8: asbestdakenkaart Provincie Gelderland
Verkennend- en aanvullend bodem- en asbestonderzoek, Spankerenseweg 57 te Leuvenheim
4
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
2.4
Bodemopbouw en geohydrologie
Regionale bodemopbouw Voor de bodemgegevens en geohydrologische informatie is gebruik gemaakt van de grondwaterkaart van Nederland. De regionale bodemopbouw is weergegeven in tabel 2. Tabel 2:
schematische voorstelling van de regionale bodemopbouw
pakket
diepte (m-mv) samenstelling
parameters
deklaag
0-3
klei
c-waarde 0 - 100 d
eerste watervoerend pakket (form. van twente en kreftenheye)
3 - 50
fijn en grof zand
kD-waarde 3000 4000 m2/d
scheidende laag (form. van drente)
50 - 75
klei en slibhoudend c-waarde + 10.000 d zand
tweede watervoerend pakket (form. van Tegelen, Oosterhout)
75 - 140
zand
hydrologische basis (formatie van Breda)
> 140
klei (tertiair)
kD-waarde 1000 - 2000 m2/d
toelichting: c-waarde = weerstand tegen verticale stroming in dagen kD-waarde=doorlaatvermogen in m2/d
Grondwaterstroming In het eerste watervoerend pakket stroomt het grondwater in oostelijke richting. 2.5
Hypothese en onderzoeksstrategie
Op basis van de geïnventariseerde gegevens is de locatie grotendeels onverdacht voor bodemverontreiniging, met uitzondering van de mogelijke aanwezigheid van asbest in de actuele contactzone en drupzones, en oliecomponenten ter plaatse van de voormalige bovengrondse dieseltank. Voor de vaststelling van de kwaliteit van de asfaltverharding is het asfaltonderzoek uitgevoerd zoals omschreven in de CROW-publicatie 210 “richtlijn omgaan met vrijgekomen asfalt” (2015 met wijzigingsbladen april 2017 en september 2018). Als uitgangspunt voor de dikte van het vrijkomende asfalt gaan wij uit van een gemiddelde van 4 cm. De oppervlakte aan asfalt bedraagt circa 690 m2. Bij een gemiddelde dikte van 4 cm komt naar verwachting 30 m3 asfalt vrij (circa 75 ton). Voor het soortelijk gewicht van het asfalt, t.b.v. de omrekening in tonnages, gaan wij uit van factor 2,5. Op basis van de hierbij verkregen informatie is 1 kernboring geplaatst. Van de kern is in het laboratorium een PAK-analyse ingezet. Het bodemonderzoek is grotendeels uitgevoerd conform de onderzoeksstrategie bij een verkennend bodemonderzoek op niet verdachte locaties (strategie “ONV” uit de NEN 5740). De grondmonsters zijn aanvullend geanalyseerd op de parameters arseen en chroom. Vanwege variatie in de bodemopbouw zijn extra NEN-pakketten ingezet.
Naar aanleiding van de analyseresultaten is aanvullend chemisch onderzoek uitgevoerd. Op basis van de historische informatie is in aanvulling op het verkennend bodemonderzoek een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd, conform de onderzoeksstrategie op een verdachte locatie strategie 6.4.5 uit de NEN-5707. Het onderzoek is gecombineerd met het onderzoek ter plaatse van de “drupzones” van de voormalige asbestdaken. Ter plaatse van de met asfaltverharde toegangsweg is een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd conform de onderzoeksstrategie 6.5.3 “afgedekte funderingslagen” uit de NEN-5897. Ter plaatse van de voormalige bovengrondse dieseltank is het onderzoek uitgevoerd in aansluiting op de onderzoeksstrategie bij een verkennend bodemonderzoek op verdachte locaties, met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (strategie “VEP” uit de NEN 5740).
Verkennend- en aanvullend bodem- en asbestonderzoek, Spankerenseweg 57 te Leuvenheim
5
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
Ter plaatse van de met asfaltverharde toegangsweg is het onderzoek uitgevoerd volgens de onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek op verdachte locaties, met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (strategie “VEP” uit de NEN 5740). Het aanwezige puin is indicatief geanalyseerd op samenstelling (PAK, PCB’s en min. olie) en uitloging. Het uitgevoerde veld- en laboratoriumonderzoek is samengevat in tabel 3. Tabel 3:
veld- en laboratoriumonderzoek
sublocatie/onderdeel
veldonderzoek boringen tot waarvan tot met 0,5 m-mv > 2 m-mv peilbuis
verkennend opp. 6.800 m2
18
4
1
uitsplitsing MM-01 asbestonderzoek erf asbest drupzone(s)
18# 24# 2 @
4# 2 @
1
vml. dieseltank asfaltverharding
laboratoriumonderzoek vaste bodem
grondwater
6 x NEN-grond 1 x zw. metalen 6 x lood/zink 3 x asbest grond 8 x asbest grond 1 x olie/aromaten 1 x DCL-analyse
1 x NEN-water 1 x olie/aromaten -
2 x NEN-grond(bg) 2 x asbest in puin 1 x samenstelling puin toegangsweg = ca. 400 m2 14 x 1,0 m-mv [PAK,PCB en Min. olie] # 1 x uitloging (cascade) ## #: putjes 30 x 30 cm i.c.m. verkennend onderzoek @: gecombineerd met onverdacht *: inclusief arseen en chroom #: op de puinmonsters wordt een cascaderoef uitgevoerd, waarna het eluaat wordt geanalyseerd ##: eluaatpakket bestaat uit 15 metalen (As, Ba, Cd, Co, Cr, Cu, Hg, Ni, Mo, Pb, Sb, Se, Sn, V, Zn) en 4 anionen (bromide, chloride, fluoride en sulfaat)
De samenstelling van de in tabel 3 genoemde “NEN-pakketten” is samengevat in tabel 4. Tabel 4:
samenstelling NEN Pakketten
Parameters zware metalen barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink PCB’s PAK polycyclische aromatische koolwaterstoffen minerale olie vluchtige aromaten (incl. naftaleen en styreen) VCK (vluchtige chloorkoolwaterstoffen) bromoform
NEN-grond
NEN-grondwater
X
X
X X X -
X X X X
Verkennend- en aanvullend bodem- en asbestonderzoek, Spankerenseweg 57 te Leuvenheim
6
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
2.6
Betrouwbaarheid onderzoek
Onderhavig onderzoek beschrijft de actuele bodemkwaliteit en heeft alleen betrekking op de bodem van de terreindelen, welke zijn beschreven in het vooronderzoek van deze rapportage. De in het vooronderzoek geraadpleegde bronnen kunnen mogelijk onvolledig zijn. Het kan voorkomen dat niet alle bronnen zijn geraadpleegd, doordat ze niet voorhanden waren. Hierdoor kan informatie ontbreken. Dit onderzoek is op een zorgvuldige wijze uitgevoerd, conform de huidige richtlijnen en methoden op het gebied van bodemonderzoek. Het onderzoek is gebaseerd op het nemen van een, conform de geldende richtlijnen, representatief geacht aantal monsters. Bij het interpreteren van de onderzoeksresultaten moet rekening worden gehouden met het feit dat analyses mogelijk zijn uitgevoerd op basis van mengmonsters, waardoor lokaal hogere concentraties van de onderzochte stoffen niet zijn uit te sluiten. Tevens kan geen uitspraak worden gedaan omtrent de bodemkwaliteit van niet onderzochte (verdachte) deellocaties en blijft het mogelijk dat lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt. Een bodemonderzoek betreft een momentopname. De resultaten van het onderzoek kunnen minder representatief worden naarmate de tijd verstrijkt. Eventuele toekomstige activiteiten, calamiteiten, sloopwerkzaamheden, bouwrijp maken en/of aanvoer van grond van elders, kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden.
Tijdens werkzaamheden in de bodem dient men alert te blijven op waarneembare bijzonderheden, die kunnen duiden op eventuele verontreinigingen. Het onderzoek moet worden beoordeeld als één geheel, en betreft een inschatting van de bodemkwaliteit, op een bepaald moment. Het onderzoek is gebaseerd op informatie van derden en het verrichten van een beperkt aantal boringen en analyses, conform de geldende richtlijnen. Hierdoor is het mogelijk dat niet alle informatie is verkregen, dan wel dat niet alle afwijkingen in de bodem zijn geconstateerd. Voor eventueel hieruit voortvloeiende schade en/of gevolgen aanvaardt Hunneman Milieu-Advies Raalte BV op geen enkele wijze aansprakelijkheid.
Verkennend- en aanvullend bodem- en asbestonderzoek, Spankerenseweg 57 te Leuvenheim
7
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
3
VELD- EN LABORATORIUM ONDERZOEK
3.1
Veldonderzoek
Het veldonderzoek is uitgevoerd op 28 maart, 5 april en 10 mei 2022 door de gecertificeerde medewerker dhr. J. Molenkamp met assistentie van dhr. M. Bennen van Hunneman Milieu-Advies Raalte BV. Voor het verkennend- en aanvullend bodemonderzoek zijn 65 handboringen uitgevoerd (1 t/m 51 en 60 t/m 73), waarvan 2 boringen zijn afgewerkt als peilbuis. De maximale boordiepte bedraagt 3,0 m-mv. Voorafgaand aan het verkennend asbestonderzoek is een maaiveldinspectie uitgevoerd. Tijdens de maaiveldinspectie is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Voor het verkennend asbestonderzoek zijn de monsterpunten 1 t/m 49 en 60 t/m 73 uit het verkennend bodemonderzoek handmatig gegraven tot maximaal 0,5 m-mv, met een minimale oppervlakte van 0,09 m2 (30 x 30 cm). De monsterpunten zijn met behulp van een grondboor (diameter 12 cm) doorgezet tot de onderliggende/ongeroerde bodemlaag. De opgegraven grond is uitgespreid over een zeef, met een maaswijdte van 20 mm. Het achterblijvende residu op de zeef is geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal en afval- en puinrestanten. Van de uitgezeefde grond zijn mengmonsters samengesteld van de voormalige drupzone (0,0-0,2 m-mv) en/of actuele contactzone (0,00,5 m-mv), voor de analytische bepaling van asbest in grond/puin. In bijlage 4 zijn de monsternameformulieren asbest opgenomen.
Voor de situatie van de monsterpunten en peilbuizen verwijzen wij naar tekening 1-1. Bodemopbouw In het veld zijn de fysische bodemeigenschappen per monsterpunt en bodemlaag beschreven. De beschrijvingen van de bodemprofielen zijn opgenomen in bijlage 2, en samengevat in tabel 5. Tabel 5: traject (m-mv) 0,0 ~ 0,06
samenvatting van het lokaal aangetroffen bodemprofiel hoofdnaam
toevoeging
klinker/tegel/asfalt
0,06 ~ 1,5
zand, matig fijn, lokaal leem
zwak siltig, lokaal humeus
1,5 ~ 3,0
zand, zeer fijn, lokaal leem
matig siltig
grondwaterstand: circa 1,5 m-mv
Zintuiglijke waarnemingen asfaltverharding In de asfaltverharding is 1 asfaltkern geboord. De dikte van de asfaltverharding bedraagt 4 cm. De asfaltkern is in het veld visueel beoordeeld op teerhoudendheid, met behulp van de PAK-marker. Hierbij is geen indicatie waargenomen die duidt op teerhoudendheid. Onder de asfaltverharding zijn matige bijmengingen aan baksteen waargenomen. Onder de asfaltverharding ter plaatse van de toegangsweg, zijn brokken beton, baksteen en zwak tot matige bijmengingen aan menggranulaat waargenomen. De waarnemingen zijn weergegeven in tabel 6. Zintuiglijke waarnemingen Tijdens het veldonderzoek is de opgeboorde grond beoordeeld op zintuiglijk waarneembare verontreinigingsindicaties. Hierbij is gebruik gemaakt van de olie/watertest (O/W-test) en is gelet op afwijkende kleur of geur van de bodem. Zintuiglijk zijn in de bovengrond sporen tot lokaal matige bijmengingen aan puin (brokken) waargenomen. Zintuiglijk zijn in de vaste bodem, ter plaatse van de voormalige dieseltank, geen oliecomponenten waargenomen. In de bodem is zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Eventuele bijzonderheden zijn weergegeven in de boorbeschrijvingen (bijlage 2).
Verkennend- en aanvullend bodem- en asbestonderzoek, Spankerenseweg 57 te Leuvenheim
8
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
Monstername Voor het chemisch onderzoek zijn uit de boringen, van iedere 0,5 m (0,2 m bij monstername met steekbus) of onderscheiden bodemlaag, monsters genomen. Op de deellocaties, waar de vluchtige verbindingen de kritische parameters zijn, is de monstername, voor zover technisch mogelijk, verricht met een steekbus. Het grondwater uit de geplaatste peilbuizen is na een standtijd van minimaal een week bemonsterd. De zuurgraad (pH), de elektrische geleidbaarheid (EC) en de troebelheid (NTU) van het grondwater zijn in het veld gemeten. De meetresultaten zijn weergegeven in tabel 8. 3.2
Laboratorium onderzoek
Op basis van de gehanteerde onderzoeksstrategie en waarnemingen uit het veld zijn (meng)monsters samengesteld voor analyse. De samenstelling van de (meng)monsters is weergegeven in tabel 7 t/m 9 en 11. De analyses zijn uitgevoerd door een door de RvA geaccrediteerd laboratorium, welke door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu is erkend om, in het kader van de Wet Bodembescherming (Wbb) en het Besluit bodemkwaliteit (Bbk), analyses uit te voeren conform AS-3000 en AP-04. De analyserapporten van het laboratorium zijn opgenomen in bijlage 3. De resultaten van de analyses zijn weergegeven in tabel 7 t/m 11. 3.3
Toetsingscriteria en analyseresultaat; asfalt
In de asfaltverharding is 1 asfaltkern geboord en geanalyseerd op PAK. Het analyserapport is opgenomen in bijlage 3. Voor hergebruik van asfalt geldt de norm van 75 mg/kg d.s. aan PAK-10. Indien het PAK (10) gehalte groter is dan 75 mg/kg d.s. dient het vrijkomende asfalt te worden afgevoerd naar een hiervoor erkende verwerker c.q. acceptant. Indien het PAK (10) gehalte kleiner is dan 75 mg/kg d.s. is het asfalt geschikt voor warm hergebruik. Tabel 6:
resultaat PAK-analyses
nummer kern
dikte kern [mm]
36
40
uitslag PAK-marker Hunneman [mm] geen
uitslag PAK-marker Omegam (mm) geen
* <75 75-250 > 250
: geschikt voor warm hergebruik : teerhoudend : teerhoudend en niet geschikt voor warm hergebruik
-
3.4
Toetsingscriteria en analyseresultaten; puin
PAK (10) [mg/kg d.s.] 18 [0-103]
: niet bepaald
Het puin onder de asfaltverharding, ter plaatse van de toegangsweg, is indicatief geanalyseerd op samenstelling (PCB’s, PAK en minerale olie). Tevens is de uitloging bepaald middels een cascadetest L/S=10. De analyseresultaten zijn indicatief getoetst aan de maximaal toegestane samenstellingswaarden (tabel 7) en emissiewaarden (tabel 8). De analyserapporten zijn opgenomen in bijlage 3.
Verkennend- en aanvullend bodem- en asbestonderzoek, Spankerenseweg 57 te Leuvenheim
9
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
Tabel 7:
analyseresultaten samenstellingswaarden organische parameters Analyseresultaten (mg/kg d.s.)
Monstercode Monsterpunten traject (m-mv) PAK’s naftaleen fenantreen anthraceen fluoranteen benzo(a)antraceen chryseen benzo(k)fluorantheen benzo(a)pyreen benzo(ghi)peryleen indeno (1,2,3cd)pyreen PAK’s (som)-tot. Overige parameters PCB’s (som) min.olie
Maximale waarde (mg/kg d.s.)
RE-12 60 t/m 64 0,09-0,5 < 0,28 < 0,64 0,33 0,38 0,26 0,39 0,41 0,31 3,2
5 (3) 20 (3) 10 (3) 35 (3) 40 (3) 10 (3) 40 (3) 10 (3) 40 (3) 40 (3) 50 (4,7)
0,005 240 #
0,5 (7) 500 (5)
Toelichting bij tabel: •: overschrijding van de maximaal toegestane samenstellingswaarden - : geen overschrijding #: vrijstelling max. samenstellingswaarde (3) deze maximale samenstellingswaarden gelden niet voor bitumenproducten*2, asfaltproducten*3 en granulaten*4. (4) voor bitumenproducten*2 en asfaltproducten*3 geldt een maximale samenstellingswaarde van 75 mg/kg d.s. voor PAK’s (som). (5) deze maximale samenstellingswaarde geldt niet voor rubberproducten*1, toegepast op of onder kunstgrasvelden, bitumenproducten*2 en asfaltproducten*3. Voor granulaten*4 en vormzand geldt een maximale waarde van 1.000 mg/kg droge stof. (6) Gewogen norm (concentratie serpentijn asbest + 10 x concentratie amfibool asbest). Deze eis bedraagt 0 mg/kg d.s. indien niet is voldaan aan artikel 2, onder b, van het Productenbesluit Asbest.
(7) de definitie van de somparameters wordt gegeven in bijlage N *1 onder rubberproducten wordt verstaan: rubbergranulaat van personen- en bedrijfsautobanden (SBR-rubber), rubbergranulaat op basis van thermoplastisch-elastomeren (TPE) en rubbergranulaat op basis van elastomeren (EPDM) en functionele mengsels met rubbergranulaat; *2 onder bitumenproducten wordt verstaan: bitumen dakbedekkings- en afdichtingsmaterialen, vormgegeven bouwstoffen met een bitumen coating, en secundair bitumengranulaat dat zodanig is toegepast dat in de eindtoepassing een functionele constructie van samenhangend bitumengranulaat ontstaat; *3 onder asfaltproducten wordt verstaan: asfalt, asfaltbeton, asfaltgranulaat en civieltechnisch functionele mengsels met asfaltgranulaat; *4 onder granulaten wordt verstaan: menggranulaat, hydraulisch menggranulaat, betongranulaat, metselwerkgranulaat brekerzeefzand en recyclingbrekerzand.
Tabel 8:
analyseresultaten maximale emissiewaarden anorganische parameters analyseresultaten (mg/kg d.s.)
Monstercode Monsterpunten traject (m-mv) Metalen Antimoon Arseen Barium Cadmium Chroom Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Seleen Tin Vanadium Zink Anionen Bromide Chloride Fluoride Sulfaat
RE-12 60 t/m 64 0,09-0,5
maximale emissie-waarden (mg/kg d.s.) NietIBCvormgegeven bouwstoffen (NV) (IBC)
0,021 < < < < 0,13 0,52 < < < < < < 0,61 <
0,32 0,9 22 0,04 0,63 0,54 0,9 0,02 2,3 1,0 0,44 0,15 0,4 1,8 (1) 4,5
0,7 2 100 0,06 7 2,4 10 0,08 8,3 15 2,1 3 2,3 20 14
< < 6,5 570
20 (2) 616 (2) 55 (2) 2430(2)
34 8.800 1.500 20.000
Toelichting bij tabel: < : geen overschrijding •: overschrijding van de maximaal toegestane emissiewaarden niet vormgegeven bouwstof (ongeïsoleerde toepassing) ••: overschrijding van de maximaal toegestane emissiewaarden geïsoleerde toepassing (1): bij toepassing in opp. water maximaal 460 mg/kg d.s. (V) en 4,6 mg/kg d.s. (NV) (2): bij toepassing in zeewater/brak natuurlijk chloride gehalte > 5000 mg/l geen max. emissiewaarden voor chloride en bromide. Maximale emissiewaarden voor fluoride en bromide vermenigvuldigen met factor 4.
Verkennend- en aanvullend bodem- en asbestonderzoek, Spankerenseweg 57 te Leuvenheim
10
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
3.5
Toetsingscriteria en analyseresultaten NEN-parameters
Het toetsingskader voor de vaste bodem en het grondwater is afkomstig uit de “Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013” (Staatscourant 27 juni 2013, nr. 16675). De toetsing van de analyseresultaten vindt plaats conform de door het Rijk beschikbaar gestelde Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa). De vaste bodem wordt getoetst aan de achtergrond- en interventiewaarden. Het grondwater wordt getoetst aan de streef- en interventiewaarden. De meetwaarden voor de vaste bodem zijn afhankelijk gesteld van de gemeten organische stof- en/of lutumgehalten van de bodem, die meestal afwijken van de gehalten van de Standaardbodem. De volgende toetsingswaarden worden onderscheiden: AW/S(•)1:De achtergrond- en/of streefwaarden geven het niveau aan waar beneden sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. De waarden hebben betrekking op de in de natuur voorkomende achtergrondgehalten of detectiegrenzen bij stoffen die niet in natuurlijke milieus voorkomen. T (••)1:
De tussenwaarde betreft het gemiddelde van de interventiewaarde + achtergrondwaarde of streefwaarde waarboven, in beginsel, een nader onderzoek noodzakelijk is.
I (•••)1 :
De interventiewaarden geven het concentratieniveau voor verontreinigende stoffen aan, waarboven sprake is van ernstige bodemverontreiniging. In bijzondere situaties kan ook bij gehaltes beneden de interventiewaarden sprake zijn van een geval van ernstige verontreiniging. De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico’s voor de volksgezondheid en het ecosysteem.
1
De symbolen tussen haakjes corresponderen met de “overschrijdingssymbolen” van tabel 9 en 10.
Van een geval van ernstige bodemverontreiniging is sprake indien de verontreiniging is ontstaan voor 1987, waarbij de gemiddelde concentratie van een verontreinigende stof in minimaal 25 m3 grond of 100 m3 grondwater hoger is dan de interventiewaarde. Bodemverontreiniging die is ontstaan na 1 januari 1987 (nieuwe verontreiniging) valt onder de zgn. zorgplicht en dient zo spoedig mogelijk te worden gesaneerd. Tabel 9.1: % H* = 10 % L*= 25 monster boring traject (m-mv) arseen barium cadmium chroom kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink PAK (10)-tot. PCB’s min.olie
analyseresultaten vaste bodem en toetsing gestandaardiseerde resultaten en overschrijdingen toetsingswaarden [BoToVa-toetsing is opgenomen in de bijlage] MM-01 MM-02 MM-03 MM-04 31+33t/m 37+39+41+ 38+40+44+ 1+3+5+8 36+42 43+48 45+47+49 +10+ 12 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0~0,5 0,0-0,5 < < < < @ @ @ @ 1,3• < < < 69• < < < 23• 17• < < 71• < < < < < < < 1000••• < 62• < < < < < < < < < 1200••• 180• < < < 5,9• < < < < < < 680• < < <
Toelichting bij tabel: < : geen overschrijding van de achtergrondwaarde • : overschrijding van de achtergrondwaarde •• : overschrijding van de tussenwaarde ••• : overschrijding van de interventiewaarde
standaard bodem (mg/kg d.s.) AWwaarde
½ (AW+I)
I-waarde
20 @ 0,6 55 15 40 0,15 50 2 35 140 1,5 0,02 190
48 @ 6,8 117,5 102,5 115 18,08 290 96 67,5 430 20,8 0,51 2595
76 @ 13 180 190 190 36 530 190 100 720 40 1 5000
-: niet geanalyseerd @: geen toetsoordeel mogelijk * : lutum- en humusgehalten standaard bodem H : organisch stof L : lutum
Verkennend- en aanvullend bodem- en asbestonderzoek, Spankerenseweg 57 te Leuvenheim
11
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
Tabel 9.2: % H* = 10 % L*= 25 monster boring traject (m-mv) arseen barium cadmium chroom kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink PAK (10)-tot. PCB’s min.olie BTEXN tot.
analyseresultaten vaste bodem en toetsing gestandaardiseerde resultaten en overschrijdingen toetsingswaarden standaard bodem [BoToVa-toetsing is opgenomen in de bijlage] (mg/kg d.s.) MM-05 MM-06 MM-07 MM-08 MM-09 MM-10 32-01 32+34+ 34+40+ 50+51 65t/m68 69t/m73 60t/m64 32 AW½ I38+42 47 waarde (AW+I) waarde 0,5-2,0 0,7-2,0 0,1-0,3 0,0-0,5 0,0~0,5 0,5-1,0 0,04-0,5 < < < < < 20 48 76 @ @ @ @ @ @ @ @ @ < < < < < < 0,6 6,8 13 < < < < < < 55 117,5 180 < < < < < 27• 15 102,5 190 < < < < < 59• 40 115 190 < < < < < < 0,15 18,08 36 < < < < < 52• 50 290 530 < < < < < 1,6• 2 96 190 < < < < < 70•• 35 67,5 100 < < 150• 170• < 170• 140 430 720 < < 2,8• < < 1,5 20,8 40 < < < < < 0,02 0,51 1 < < < < < < 190 2595 5000 < @ @ @
Toelichting bij tabel: < : geen overschrijding van de achtergrondwaarde • : overschrijding van de achtergrondwaarde •• : overschrijding van de tussenwaarde ••• : overschrijding van de interventiewaarde
Tabel 9.3: % H* = 10 % L*= 25 monster boring traject (m-mv) lood zink
-: niet geanalyseerd @: geen toetsoordeel mogelijk * : lutum- en humusgehalten standaard bodem H : organisch stof L : lutum
analyseresultaten vaste bodem en toetsing gestandaardiseerde resultaten en overschrijdingen toetsingswaarden [BoToVa-toetsing is opgenomen in de bijlage] 31-01 33-01 34-01 35-01 36-01 42-01 31 33 34 35 36 42 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,04-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 1800••• 53• < < < 52• 4700••• 540•• < < < 410•
Toelichting bij tabel: < : geen overschrijding van de achtergrondwaarde • : overschrijding van de achtergrondwaarde •• : overschrijding van de tussenwaarde ••• : overschrijding van de interventiewaarde
standaard bodem (mg/kg d.s.) AWwaarde 50 140
½ (AW+I) 290 430
I-waarde 530 720
-: niet geanalyseerd @: geen toetsoordeel mogelijk * : lutum- en humusgehalten standaard bodem H : organisch stof L : lutum
Verkennend- en aanvullend bodem- en asbestonderzoek, Spankerenseweg 57 te Leuvenheim
12
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
Tabel 10:
analyseresultaten grondwater
analyseresultaten (µg/l) peilbuis 42 filter (m-mv) 2,0-3,0 pH 7,2 EC (µs/cm) 440 troebelheid (NTU) 3,1 grondwater [m-mv] 1,5 zware metalen arseen < barium 330• cadmium < chroom < kobalt < koper < kwik < lood < molybdeen < nikkel < zink < vluchtige aromaten benzeen < tolueen < ethylbenzeen < xylenen (som) < styreen < naftaleen < gechloreerde koolwaterstoffen 1,1-dichloorethaan < 1,2-dichloorethaan < 1,1-dichlooretheen < cis 1,2-dichlooretheen < trans 1,2-dichlooretheen < dichloormethaan < dichloorpropanen < tetrachlooretheen (per) < tetrachloormethaan (tetra) < 1,1,1-trichloorethaan < 1,1,2-trichloorethaan < trichlooretheen (tri) < trichloormethaan (chloroform) < vinylchloride < < minerale olie < bromoform Toelichting bij tabel: • : overschrijding van de streefwaarde •• : overschrijding van de tussenwaarde ••• : overschrijding interventiewaarde
toetsingswaarden (µg/l) 50 2,0-3,0 7,1 521 2,9 1,5
Swaarde
½ (S+I)
Iwaarde
-
10 50 0,4 1 20 15 0,05 15 5 15 65
35 337,5 3,2 15,5 60 45 0,17 45 152,5 45 432,5
60 625 6 30 100 75 0,30 75 300 75 800
< < < < <
0,2 7 4 0,2 6 0,01
15,1 503,5 77 35,1 153 35
30 1000 150 70 300 70
< -
7 7 0,01 0,01 0,01 0,01 0,8 0,01 0,01 0,01 0,01 24 6 0,01 50 #
453,5 203,5 5 10 10 500 40,4 20 5 150 65 262 203 2,5 325 315
900 400 10 20 20 1000 80 40 10 300 130 500 400 5 600 630
< : geen overschrijdingen detectiegrens en/of streefwaarde # : geen toetsingswaarden voor gegeven -: niet geanalyseerd
Verkennend- en aanvullend bodem- en asbestonderzoek, Spankerenseweg 57 te Leuvenheim
13
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
3.6
Toetsingscriteria en analyseresultaten asbest
Voor asbestonderzoek is de interventiewaarde uit de “Circulaire bodemsanering van 1 juli 2013” voor asbest in grond of puin (100 mg/kg d.s. gewogen) van toepassing. Conform de NEN 5707 wordt in een verkennend onderzoek asbest beoordeeld of sprake is van een verdachte of een onverdachte locatie op het voorkomen van asbest. Het resultaat van het verkennend onderzoek is een uitspraak over de mogelijke verontreiniging van de bodem op basis van verzamelde stukken asbesthoudend materiaal en (meng)monsters grond. Aan de hand van het verkregen indicatieve gehalte aan asbest wordt nagegaan of nader onderzoek al dan niet noodzakelijk is. Door de lagere onderzoeksintensiteit van het verkennend onderzoek kan in deze fase niet direct worden getoetst aan de interventiewaarde. In het verkennend onderzoek wordt het gehalte getoetst aan de interventiewaarde, gecorrigeerd met een factor 2. Deze correctiefactor is een maat voor de betrouwbaarheid van het verkennend onderzoek in relatie tot het nader onderzoek. Alleen indien in het verkennend onderzoek de onderzoeksintensiteit (hoeveelheid geïnspecteerde grond in de gaten en het aantal analyses) op hetzelfde niveau zit als in het nader onderzoek, dan is een directe toetsing aan de interventiewaarde mogelijk.
Indien het asbestgehalte kleiner is dan de helft van de interventiewaarde is het statistisch aannemelijk dat ook in een nader onderzoekstraject de interventiewaarde niet zal worden overschreden. In deze gevallen geldt geen noodzaak tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Toetsing van de concentratie aan respirabele vezels (<0,5 mm) vindt plaats door toetsing van de gemeten concentratie aan de maximale waarde van 10 mg/kg d.s. (gewogen). Bij overschrijding van deze waarde is sprake van ‘onaanvaardbare risico’s buiten’. Uit onderzoek dat TNO (RIVM rapport 711701034/2003) heeft uitgevoerd blijkt dat zelfs voor het meest ‘losse’ niet-hechtgebonden asbest het aandeel aan respirabele vezels nooit meer zal zijn dan 5~10%. Dit betekent dat bij een asbestconcentratie in de grond van 100 mg/kg d.s. de concentratie aan respirabele vezels nooit meer zal zijn dan 5~10 mg/kg d.s. en derhalve geen sprake is van ‘onaanvaardbare risico’s’. Grond of puin waarin een (gewogen) concentratie asbest boven de interventiewaarde wordt aangetroffen wordt, ongeacht het volume, beschouwd als verontreinigd met asbest.
Indien na uitvoering van een nader onderzoek asbest in de grond of puin, een (gewogen) concentratie asbest lager dan de interventiewaarde wordt aangetoond, wordt de bodem als niet verontreinigd aangemerkt. Tabel 11:
analyseresultaten asbest in grond (fase verkennend derhalve indicatieve gehalten)
monstergegevens Monster RE-01 RE-02 RE-03 RE-04 RE-05 RE-06 RE-07 RE-08 RE-09 RE-10 RE-11 RE-12P
Sleuf/MP 1 t/m 3 4 t/m 6 7 t/m 9 10 t/m 12 13 t/m 15 16 t/m 18 19+20 21 t/m 26 31 t/m 37 38 t/m 43 44 t/m 49 60 t/m 64
analyseresultaten (mg of mg/kg d.s.) materiaalgewogen* bodem/puin bodem/puin traject monster(s) > 0,5< 20 mm < 0,5 mm asbestgehalte (m-mv) >20 mm (mg) in mg/kg ds. in mg/kg ds. in de bodem 0,0-0,2 < n.a. < < n.a. < 0,0-0,2 < n.a. < 0,0-0,2 < n.a. < 0,0-0,2 0,0-0,2 < n.a. < 0,0-0,2 < n.a. < 0,0-0,2 < n.a. < < n.a. < 0,0-0,2 0,0-0,5 < n.a. < 0,0-0,5 < n.a. < 0,0-0,5 < n.a. < 0,09-0,5 < n.a. <
asbesttype soort asbest
H/NH
-
-
Toelichting bij tabel: P: puin < : kleiner bepalingsgrens n.g.: niet geanalyseerd -: niet van toepassing n.a.: niet aangetoond S: serpentijn-asbest H: hechtgebonden asbest SL: sleuf A: amfibool NH: niet hechtgebonden asbest MP: monsterpunt *: gewogen concentratie asbest in de bodem of puin in mg/kg ds. wordt gevormd door de aangetoonde concentratie in het materiaal (verzamel)-monster aan asbestplaatjes in de gegraven monsterpunten en/of sleuven, vermeerderd met de aangetoonde concentratie aan asbest in het bodem/puin (meng)monster.
Verkennend- en aanvullend bodem- en asbestonderzoek, Spankerenseweg 57 te Leuvenheim
14
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
4
INTERPRETATIE ONDERZOEKSRESULTATEN
In opdracht van Groenadviesbureau H.A. ten Have is gefaseerd in maart, april en mei 2022, door Hunneman Milieu-Advies Raalte BV, een verkennend- en aanvullend bodemonderzoek, in combinatie met een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd op de locatie aan de Spankerenseweg 57 te Leuvenheim. Het onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de voorgenomen transactie, bestemmingswijzing en nieuwbouw op de locatie, en heeft tot doel een actueel en betrouwbaar inzicht te geven in de milieuhygiënische bodemkwaliteit. 4.1
Asfaltverharding
In de asfaltverharding is 1 asfaltkern geboord. De dikte van de asfaltverharding bedraagt 4 cm. In de asfaltkern is geen PAK-indicatie waargenomen die duidt op teerhoudend asfalt. Analytisch is in de geselecteerde kern geen gehalte aan PAK aangetoond boven de norm voor warm hergebruik (75 mg/kg d.s.). 4.2
Fundatie [samenstelling en uitloging]
Onder het asfalt, ter plaatse van de toegangsweg, is een puinfundatie aangetroffen. De dikte van de aangetroffen laag bedraagt circa 0,5 m. In de puinfundatie zijn, van de geanalyseerde parameters, geen gehalten aangetoond boven de maximaal toegestane samenstellingswaarden voor organische parameters. De maximaal toegestane emissiewaarden worden niet overschreden. In de puinhoudende laag binnen RE-12 [0,09-0,5 m-mv] is, in de fractie > 0,5 mm en < 20 mm, analytisch geen gewogen asbest aangetoond. In de fractie < 0,5 mm zijn geen vrije vezels aangetroffen. Op basis van de analyseresultaten en indicatieve toetsing blijkt dat de onderzochte puinfundatie toepasbaar is als niet vormgegeven bouwstof. 4.3
Asbestonderzoek
Zintuiglijk zijn in de bovengrond sporen tot lokaal matige bijmengingen aan puin (brokken) waargenomen. Onder de asfaltverharding ter plaatse van de toegangsweg, zijn brokken beton, baksteen en zwak tot matige bijmengingen aan menggranulaat waargenomen. In de bodem/puinfundatie is zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. In de actuele contactzone [0,0~0,2 m-mv] onder de “drupzones” binnen RE-01 t/m RE-08 (monsterpunten 1 t/m 26) is, in de fractie > 0,5 mm en < 20 mm, analytisch geen gewogen asbest aangetoond. In de fractie < 0,5 mm zijn geen vrije vezels aangetroffen. In de actuele contactzone binnen RE-09 t/m RE-11 [0,0-0,5 m-mv] is, in de fractie > 0,5 mm en < 20 mm, analytisch geen gewogen asbest aangetoond. In de fractie < 0,5 mm zijn geen vrije vezels aangetroffen. 4.4
Vaste bodem en grondwater
Zintuiglijk zijn in de vaste bodem, ter plaatse van de voormalige bovengrondse dieseltank, geen oliecomponenten waargenomen. Analytisch zijn in het bovengrondmengmonster MM-07, ter plaatse van de voormalige dieseltank, geen verhoogde gehalten aan minerale olie en vluchtige aromaten aangetoond. In het grondwater uit peilbuis 50, ter plaatse van de voormalige bovengrondse dieseltank, zijn geen verhoogde gehalten aan minerale olie en vluchtige aromaten aangetoond.
Verkennend- en aanvullend bodem- en asbestonderzoek, Spankerenseweg 57 te Leuvenheim
15
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
Analytisch zijn in de bovengrondmengmonsters MM-01 t/m MM-04 licht tot sterk verhoogde gehalten aan zware metalen, en licht verhoogde gehalten aan PAK en minerale olie aangetoond. De maximaal aangetoonde gehalten aan lood en zink in MM-01 overschrijden de interventiewaarden. De overige verhoogd aangetoonde gehalten overschrijden de achtergrondwaarden. Naar aanleiding van de sterk verhoogd aangetoonde gehalten aan lood en zink in MM-01 zijn de individuele monsters waaruit MM-01 is samengesteld ingezet op lood en zink. Hierbij zijn geen tot maximaal sterk verhoogde gehalten aan lood en zink aangetoond. De maximaal aangetoonde gehalten in boring 31 overschrijden de interventiewaarden. In het separaat geanalyseerde bovengrondmonster 32-01 zijn geen tot maximaal matig verhoogde gehalten aan zware metalen aangetoond. Het maximaal aangetoonde gehalte aan nikkel overschrijdt de tussenwaarde, maar blijft beneden de interventiewaarde. Analytisch zijn in de bovengrondmengmonsters MM-08 en MM-09, gesitueerd naast de toegangsweg, maximaal licht verhoogde gehalten aan zink en PAK aangetoond. De aangetoonde gehalten overschrijden de achtergrondwaarden, maar blijven beneden de tussenwaarden.
In zijn in ondergrondmengmonster MM-10, direct onder de puinfundatie van de toegangsweg, van de geanalyseerde parameters, geen gehalten aangetoond boven de achtergrondwaarden Analytisch zijn in de ondergrondmengmonsters MM-05 en MM-06, van de geanalyseerde parameters, geen gehalten aangetoond boven de achtergrondwaarden. In het grondwater uit peilbuis 42 is een licht verhoogd gehalte aan barium aangetoond. Het verhoogd aangetoonde gehalte overschrijdt de streefwaarde, maar blijft beneden de tussenwaarden. 4.5
Conclusies en aanbevelingen
De onderzochte asfaltverharding is niet teerhoudend. Zintuiglijk zijn in de bovengrond sporen tot lokaal matige bijmengingen aan puin (brokken) waargenomen. Onder de asfaltverharding ter plaatse van de toegangsweg, zijn brokken beton, baksteen en zwak tot matige bijmengingen aan menggranulaat waargenomen. In de bodem/puinfundatie is zintuiglijk en analytisch geen asbest aangetroffen. Zintuiglijk en analytisch zijn in de vaste bodem en in het grondwater, ter plaatse van de voormalige dieseltank, geen oliecomponenten aangetroffen. In de bovengrond, onder en naast de asfaltverharding, zijn licht tot sterk verhoogde gehalten aan zware metalen aangetoond. De maximaal aangetoonde gehalten aan lood en zink overschrijden de interventiewaarden. De overige verhoogd aangetoonde gehalten overschrijden maximaal de tussenwaarden. In het grondwater is een verhoogd gehalte aan barium aangetoond. Het aangetoonde gehalte vormt geen aanleiding tot nader onderzoek. In de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. Op basis van de onderzoeksresultaten is op de locatie sprake van een ernstig geval van bodemverontreiniging. In totaal is circa 250 m3 grond matig tot sterk verontreinigd met zware metalen, waarvan circa 130 m3 boven de interventiewaarden. De aangetoonde verontreinigingen met zware metalen in de bovengrond vormen bij het huidig terreingebruik geen beperkingen.
Bij toekomstige herinrichting van het terrein of graafwerkzaamheden dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van de sterke bodemverontreiniging. Voorafgaand aan toekomstige herinrichting of graafwerkzaamheden dient een BUS melding (immobiel) te worden opgesteld, welke ter goedkeuring moet worden ingediend bij het bevoegd gezag (Provincie Gelderland).
Verkennend- en aanvullend bodem- en asbestonderzoek, Spankerenseweg 57 te Leuvenheim
16
BIJLAGE 1 Kadastraal overzicht
Kadastrale kaart
Uw referentie: 220231
Deze kaart is noordgericht
12345 25
Schaal 1: 2000
Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens
Kadastrale gemeente Sectie Perceel
Brummen Q 336
Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 5 maart 2022 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
BIJLAGE 2 Boorbeschrijvingen
01
braak / cm t ov m aaiveld
0 1 50 t ype dat um boorm eest er
braak / cm t ov m aaiveld 1
50
03
braak / cm t ov m aaiveld 1
50
04
braak / cm t ov m aaiveld 1
08
50 t ype dat um boorm eest er
braak / cm t ov m aaiveld 1
50
50
-50
braak / cm t ov m aaiveld
0 1 50
-50
t ype dat um boorm eest er
N EN /V OA Sp a n k e r e n se w e g 5 7 Le u ve n h e im 220231 N EN 5 1 0 4
in sp e ct ie g a t 2 8 -0 3 -2 0 2 2 J M ole n k a m p
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, brokken puin, m at ig puin, schep
in sp e ct ie g a t 2 8 -0 3 -2 0 2 2 J M ole n k a m p
10 0
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
braak / cm t ov m aaiveld 1
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, brokken puin, m at ig puin, schep
in sp e ct ie g a t 2 8 -0 3 -2 0 2 2 J M ole n k a m p
-50
09
t ype dat um boorm eest er
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, brokken puin, m at ig puin, schep
in sp e ct ie g a t 2 8 -0 3 -2 0 2 2 J M ole n k a m p
0
0
-50
05
braak / cm t ov m aaiveld 1
in sp e ct ie g a t 2 8 -0 3 -2 0 2 2 J M ole n k a m p
0
-50
0
0
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, brokken puin, m at ig puin, schep
in sp e ct ie g a t 2 8 -0 3 -2 0 2 2 J M ole n k a m p
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, m at ig puin, schep
50
t ype dat um boorm eest er
1
-50
0
braak / cm t ov m aaiveld
50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, brokken puin, m at ig puin, schep
in sp e ct ie g a t 2 8 -0 3 -2 0 2 2 J M ole n k a m p
-50
0
t ype dat um boorm eest er
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, brokken puin, m at ig puin, schep
in sp e ct ie g a t 2 8 -0 3 -2 0 2 2 J M ole n k a m p
07 0
-50
0
t ype dat um boorm eest er
50 t ype dat um boorm eest er
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, brokken puin, m at ig puin, schep
in sp e ct ie g a t 2 8 -0 3 -2 0 2 2 J M ole n k a m p
braak / cm t ov m aaiveld 1
-50
02
t ype dat um boorm eest er
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, brokken puin, m at ig puin, schep
in sp e ct ie g a t 2 8 -0 3 -2 0 2 2 J M ole n k a m p
0
t ype dat um boorm eest er
06 0
0
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, brokken puin, m at ig puin, m at ig hout , schep -50
11
braak / cm t ov m aaiveld
0 1 50 t ype dat um boorm eest er
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, brokken puin, m at ig puin, schep
12
braak / cm t ov m aaiveld 1
50
13
braak / cm t ov m aaiveld 1
braak / cm t ov m aaiveld 1
19
braak / cm t ov m aaiveld
in sp e ct ie g a t 2 8 -0 3 -2 0 2 2 J M ole n k a m p
braak / cm t ov m aaiveld
0 1
-50
t ype dat um boorm eest er
N EN /V OA Sp a n k e r e n se w e g 5 7 Le u ve n h e im 220231 N EN 5 1 0 4
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, sporen puin, schep -50
50
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
-50
in sp e ct ie g a t 2 8 -0 3 -2 0 2 2 J M ole n k a m p
20 0
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, sporen puin, schep
50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, sporen puin, schep
50
braak / cm t ov m aaiveld 1
t ype dat um boorm eest er
1
-50
in sp e ct ie g a t 2 8 -0 3 -2 0 2 2 J M ole n k a m p
0
-50
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, sporen puin, schep
50
0
in sp e ct ie g a t 2 8 -0 3 -2 0 2 2 J M ole n k a m p
15
braak / cm t ov m aaiveld 1
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, sporen puin, schep
50
0
-50
18
t ype dat um boorm eest er
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, sporen puin, schep
in sp e ct ie g a t 2 8 -0 3 -2 0 2 2 J M ole n k a m p
0
-50
14
t ype dat um boorm eest er
t ype dat um boorm eest er
0
in sp e ct ie g a t 2 8 -0 3 -2 0 2 2 J M ole n k a m p
0
t ype dat um boorm eest er
1
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, sporen puin, schep
50 t ype dat um boorm eest er
braak / cm t ov m aaiveld
0
50 -50
0
-50
in sp e ct ie g a t 2 8 -0 3 -2 0 2 2 J M ole n k a m p
17 0
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, sporen puin, schep
50 t ype dat um boorm eest er
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, brokken puin, m at ig puin, schep
in sp e ct ie g a t 2 8 -0 3 -2 0 2 2 J M ole n k a m p
braak / cm t ov m aaiveld 1
-50
in sp e ct ie g a t 2 8 -0 3 -2 0 2 2 J M ole n k a m p
0
t ype dat um boorm eest er
16 0
0
in sp e ct ie g a t 2 8 -0 3 -2 0 2 2 J M ole n k a m p
21
braak / cm t ov m aaiveld
0 1 50 t ype dat um boorm eest er
32 0
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, brokken puin, m at ig puin, schep
asfalt / cm t ov m aaiveld 5 1
-50
in sp e ct ie g a t 2 8 -0 3 -2 0 2 2 J M ole n k a m p
-4
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, ow: geen, m at ig bakst een, schep
50 2 100
0
ow: geen, edelm an
-50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an
3 150
22
braak / cm t ov m aaiveld
0 1 50 t ype dat um boorm eest er
4 0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, brokken puin, m at ig puin, schep
-200
200
-50
in sp e ct ie g a t 2 8 -0 3 -2 0 2 2 J M ole n k a m p
-150
t ype dat um boorm eest er
in sp e ct ie g a t 2 8 -0 3 -2 0 2 2 J M ole n k a m p
33
braak / cm t ov m aaiveld
0
23
braak / cm t ov m aaiveld
0 1 50 t ype dat um boorm eest er
0
braak / cm t ov m aaiveld 1
50
100
-100
in sp e ct ie g a t 2 8 -0 3 -2 0 2 2 J M ole n k a m p
34
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, brokken puin, m at ig puin, schep
braak / cm t ov m aaiveld
0 1
-50 2
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an
3
leem , zwak zandig, neut raal beige, ow: geen, edelm an
4
zand, zeer fijn, m at ig silt ig, neut raal grijs, ow: geen, edelm an
100
31 0 1
200 -50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an 100
t ype dat um boorm eest er
-100
in sp e ct ie g a t 2 8 -0 3 -2 0 2 2 J M ole n k a m p
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
-150
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, neut raal bruin, ow: geen, zwak puin, schep
50
t ype dat um boorm eest er
-100
150
braak / cm t ov m aaiveld
N EN /V OA Sp a n k e r e n se w e g 5 7 Le u ve n h e im 220231 N EN 5 1 0 4
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, zwak puin, schep
50
-50
in sp e ct ie g a t 2 8 -0 3 -2 0 2 2 J M ole n k a m p
-50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an
t ype dat um boorm eest er
24
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, neut raal bruin, ow: geen, m at ig puin, schep
50
-50
0
t ype dat um boorm eest er
1
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, brokken puin, m at ig puin, schep
in sp e ct ie g a t 2 8 -0 3 -2 0 2 2 J M ole n k a m p