073 - Ruimtelijke onderbouwing Cortenoever
Tekst van het document
D345536
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING RUIMTELIJKE ONDERBOUWING CORTENOEVER CORTENOEVER Rijkswaterstaat Rijkswaterstaat 25 AUGUSTUS 2020
25 AUGUSTUS 2020
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING CORTENOEVER
Contactpersoon FRANK GIERMAN Teamleider Strategic Environmental Consultancy
T +31 627060354 M +31 627060354 E frank.gierman@arcadis.com
Onze referentie: D10013198:11 - Datum: 25 augustus 2020
Arcadis Nederland B.V. Postbus 264 6800 AG Arnhem Nederland
2 van 42
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING CORTENOEVER
INHOUDSOPGAVE 1
2
3
4
5
INLEIDING
5
1.1
Aanleiding
5
1.2
Planbeschrijving
6
1.3
Benodigde vergunningen
11
1.4
Leeswijzer
12
BELEID
13
2.1
Europees en Rijksbeleid
13
2.2
Provinciaal en regionaal beleid
14
2.3
Gemeentelijk beleid
15
MILIEU EN OMGEVING
19
3.1
Natuur
19
3.2
Landschap, Archeologie en Cultuurhistorie
21
3.3
Bodem
22
3.4
Water
23
3.5
Geluid
24
3.6
Luchtkwaliteit
24
3.7
Verkeer
25
3.8
Externe veiligheid
25
3.9
Conventionele explosieven
26
3.10
m.e.r.- beoordeling
26
UITVOERBAARHEID
28
4.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
28
4.2
Financiële uitvoerbaarheid
28
CONCLUSIE
29
BIJLAGE 1: DEFINITIEF ONTWERP
30
BIJLAGE 2: ONDERBOUWING VRIJSTELLING VRGUNNINGSPLICHT WNB
31
Onze referentie: D10013198:11 - Datum: 25 augustus 2020
3 van 42
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING CORTENOEVER
BIJLAGE 3: NATUURTOETS
32
BIJLAGE 4: LACH RAPPORTAGE
33
BIJLAGE 5: LACH PLAN VAN AANPAK
34
BIJLAGE 6: RAPPORTAGE MILIEUHYGIËNISCH BODEMONDERZOEK
35
BIJLAGE 7: RAPPORTAGE WATERBODEM ONDERZOEK
36
BIJLAGE 8: MEMO GEOHYDROLOGISCH ONDERZOEK
37
BIJLAGE 9: RIVIERKUNDIGE BEREKENINGEN
38
BIJLAGE 10: RAPPORTAGE NGE
39
BIJLAGE 11: M.E.R.-BEOORDELING
40
BIJLAGE 12: AKKOORD BEVOEGD GEZAG M.E.R.-BEOORDELING
41
Onze referentie: D10013198:11 - Datum: 25 augustus 2020
4 van 42
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING CORTENOEVER
1 INLEIDING 1.1 Aanleiding Provincie Gelderland is in samenwerking met Rijkswaterstaat voornemens om Natura 2000-, Gelders Natuurnetwerk (GNN)-, en Kaderrichtlijn Water (KRW)-maatregelen uit te voeren in het natuurgebied Cortenoever in de gemeente Brummen. Dit gebied is onderdeel van het Natura 2000-gebied Rijntakken, dat in Cortenoever gekenmerkt wordt door kronkelwaardlandschap. Tevens worden er voor een relatief beperkt gebied binnen Cortenoever maatregelen genomen ter compensatie van de Rijksweg A15.
Figuur 1 Definitief ontwerp project Cortenoever (juli 2020)
Onze referentie: D10013198:11 - Datum: 25 augustus 2020
5 van 42
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING CORTENOEVER
In oktober 2018 is het voorlopig ontwerp van het project gepresenteerd. Dit wordt variant 1 genoemd. In juli 2020 is het definitief ontwerp (DO) aangeleverd door initiatiefnemer, zie Figuur 1 en Bijlage 1.
1.2 Planbeschrijving Cortenoever is een van de weinige kronkelwaarden langs de Rijntakken met een geomorfologisch onaangetast reliëf. De uiterwaard is daarom aardkundig zeer waardevol. Uitgangspunt bij alle maatregelen is dan ook om de aardkundige waarden in stand te houden en zo mogelijk beter zichtbaar te maken. In het DO, weergeven in figuur 1 en in bijlage 1, staan de maatregelen weergegeven.
Locatie Het plangebied, weergegeven in figuur 2, bevindt zich in de gemeente Brummen, aan de westzijde van de rivier de IJssel, ten zuiden van Zutphen. Zoals blijkt uit figuur 3, bevindt het plangebied zich binnen het N2000-gebied Rijntakken. Een topografische weergave van het plangebied is te zien in figuur 4.
Figuur 2 Regionale ligging plangebied
Onze referentie: D10013198:11 - Datum: 25 augustus 2020
Figuur 3 Uitsnede N2000-gebied Rijntakken, het plangebied is globaal omcirkeld
6 van 42
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING CORTENOEVER
Figuur 4 Topografische weergave plangebied
Huidige situatie De uiterwaard van Cortenoever ligt ter hoogte van Brummen aan de IJssel. De uiterwaard is ongeveer 250 hectare groot en heeft een rustig en groen karakter. Cortenoever is bijzonder door de grote soortenrijkdom en de reeds aanwezige Habitats als hardhoutooibos in het bosje Heijendal, stroomdalgrasland glanshaverhooiland en wateren met krabbenscheer en fonteinkruiden, maar ook door het nog gave reliëf van kronkelwaardgeulen en stroomruggen. Dit patroon van geulen en stroomruggen is ontstaan door het meanderen van de IJssel naar het oosten. De zo ontstane kronkelwaardgeulen liggen door de hoge stroomruggen geïsoleerd van de IJssel. In 2016 heeft in het kader van Ruimte voor de Rivier een dijkverlegging plaatsgevonden. In het plangebied liggen verder twee historisch militaire relicten: de Schans bij Reuversweerd en resten van een batterij bij Heijendal. Cortenoever is waarschijnlijk ontgonnen vanuit Brummen, wat zichtbaar is aan de uitwaaiering van perceelsgrenzen. De perceelsgrenzen met hagen liggen grotendeels loodrecht op de strangen en ruggen en geven met name het zuidelijk deel van Cortenoever het alom gewaardeerde kleinschalige karakter. Het noordelijke deel van het plangebied is grootschaliger en wordt momenteel begraasd.
Toekomstige situatie Graafwerkzaamheden Er zijn drie verschillende typen geul: brede, smalle en kwelgeulen (BG, SG en KG), gelegen in het noorden van het plangebied, te zien in figuur 1. Deze worden op diepte gebracht (uitgegraven) om de dichtgeslibte kronkelwaardgeulen weer watervoerend te maken en daarmee een geschikt milieu te ontwikkelen voor limnofiele vissoorten (gebonden aan zwakstromend en stilstaand water), macrofauna en het habitattype Meren met Krabbenscheer en Fonteinkruiden. Voor de kronkelwaardgeulen is een wensdiepte en -breedte vastgelegd in het DO. De aannemer zal rekening moeten houden met het oorspronkelijke reliëf en bodemopbouw van de kronkelwaardgeulen. Op een aantal plaatsen dient namelijk 30 cm sliblaag bovenop de zandlaag behouden te worden ten behoeve van de waterhuishouding. Verder wordt er op een aantal plaatsen in het plangebied het maaiveld verlaagd, dit betreft de KRWmaatregelen. Deze leiden tot de realisatie van de volgende doelen (zie figuur 5): • • • • •
•
5 ha uiterwaardverlaging (kronkelwaardgeulen) 1,3 ha uiterwaardenverlaging (Reuvensweerd) 6,1 ha uiterwaardverlaging (de Batterij) Het doel van de maaiveldverlaging bij Reuversweerd (MV1) is het ontwikkelen van een paaimilieu voor vis en broedbiotoop voor porseleinhoen (N2000). Hierbij wordt de bovenste 30 cm van de toplaag afgegraven. De maaiveldverlaging de Batterij (MV2) dient, na hoogwater, het water in de lage delen in het gebied vast te houden. Het wordt geheel ontgraven waarbij bestaande taluds en 30 cm slib wordt gehandhaafd, in verband met archeologische waarden. Het doel van deze maaiveldverlaging is het creëren van een paaigebied voor riviervis (KRW) en vogelsoorten als porseleinhoen (N2000). De maaiveldverlaging de Hank (MV3) is een rivierkundige compensatie. Hierbij wordt de bovenste 50 cm van de toplaag afgegraven.
Onze referentie: D10013198:11 - Datum: 25 augustus 2020
7 van 42
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING CORTENOEVER
Figuur 5 realisatie habitattypen GNN en KRW
Natuuropgave, beheer & onderhoud Voor het Gelders Natuurnetwerk (GNN) wordt door het aanpassen van het beheer de volgende 64,6 ha natuurtypen verwacht, zie figuur 5: • • • • • •
Zoete plas (1,6 ha) Stroomdalgrasland (1 ha) Kruiden- en faunarijk grasland (21,8 ha) Glanshaverhooiland (30,6 ha) Overstromingsgrasland (2,5 ha) Rivier- en beekgeleidende bossen (7,1 ha)
Voor de provinciale Natura 2000 leiden de maatregelen tot de realisatie van de volgende doelen, zie figuur 6: • • • • • • • • •
Realisatie zachthout ooibos (1,5 ha) en essen-iepen bos (5 ha) Ontwikkeling glanshaverhooilanden (37,5 ha) Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden (6,1 ha) Kwartelkoning (70 ha leefgebied) Porseleinhoen (5,5 ha leefgebied) Bittervoorn (5 ha leefgebied) Grote en kleine modderkruiper (5 ha leefgebied) Kamsalamander (1,1 ha leefgebied) Bever (5 ha leefgebied)
De maatregelen die genomen worden in het kader de GNN-doelen richten zich dus op habitats en de maatregelen die genomen worden in het kader van Natura 2000 zowel op habitats en soorten.
Onze referentie: D10013198:11 - Datum: 25 augustus 2020
8 van 42
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING CORTENOEVER
Figuur 6 N2000 realisatie habitats en soorten
Arcadis heeft een B&O-plan opgesteld dat in overleg met de huidige eigenaren, te weten provincie Gelderland en Staatsbosbeheer, tot stand is gekomen. Staatsbosbeheer gaat alle beheermaatregelen uitvoeren en is daarom een belangrijke speler in het beheerplan. In het zuiden van het gebied wordt gekozen voor patroonbeheer waarbij de keuze tussen hooilandbeheer (gericht op glanshaverhooiland) zonder begrazing (eventueel wel op lange termijn nabeweiding) en de ontwikkeling van kruiden en faunarijk grasland met begrazingsbeheer wordt bepaald door voedselrijkdom/textuur van de bovengrond en de inundatiefrequentie. De hooilanden kunnen zich ontwikkelen tot glanshaverhooiland met overgangen naar vossenstaarthooiland. Voor de gronden die worden omgevormd van regulier grasland naar glanshaverhooiland is bemesting een aandachtspunt. Begrazing levert een mestgift op en dient in ieder geval de eerste jaren voorkomen te worden op de naar glanshaverhooilanden om te vormen percelen. Daar waar geen sprake is van begrazing is maaibeheer van toepassing dat past bij een hooilandbeheer. Na enkele jaren zonder begrazing kan wellicht nabeweiding worden toegepast op de hooilanden. Met deze variatie in beheer worden met name aan de zuidkant van het projectgebied goede omstandigheden gerealiseerd voor de kwartelkoning en in de lagere delen voor soorten als porseleinhoen.
De bestaande hagen worden indien nodig ingeboet met jonge aanplant en zo nodig uitgerasterd om vraat door vee te voorkomen. Naast de toekomstige natuurbeheerder zijn Rijkswaterstaat en de provincie Gelderland ook belangrijke spelers. Middels haar akkoord op de rivierkundige berekeningen (zie ook paragraaf 3.4) stemt Rijkswaterstaat als rivierbeheerder in met de impact die de maatregelen hebben op de waterveiligheid en het behouden van de KRW-doelen. Provincie Gelderland (voortouwnemer Natura 2000 Rijntakken) heeft onderbouwd hoe dit plan voldoet aan de doelen vanuit Natura 2000 en het GNN, zie bijlage 2. Kunstwerken Onze referentie: D10013198:11 - Datum: 25 augustus 2020
9 van 42
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING CORTENOEVER
In het plangebied wordt een bestaande sluis met terugslagklep en overlaat vervangen (KW1). Hiermee wordt het sluisje weer bruikbaar gemaakt. Daarnaast wordt een duiker met terugslagklep aangebracht (KW2). Op de Kerkedijkje kade wordt een duiker verwijderd (KW3). Verder wordt er een overlaat in de kade aangebracht. Deze verlaging zorgt ervoor dat het gebied snel vol- of leegloopt, bij stijgende en dalende rivierwaterstanden. Als laatste wordt de duiker en de dam in de sloot binnen het ontgravingsgebied verwijderd (KW4). Zie Bijlage 1 (DO) voor het programma van eisen. Beplanten en kappen Onder het midden van het plangebied, weergegeven in Figuur 1, wordt 7,1 hectare ooibos (OB) aangelegd ten behoeve van Natura 2000. Dit bestaat uit een mengeling van zachthout, hardhout en essen-iepenbos. De overstromingsvlakte krijgt 2 hectare glanshaverhooiland en stroomdalgrasland als compensatie vanuit het doortrekken van de A15. Als laatste worden, ten behoeve van het uitgraven van de kronkelwaardgeulen, bomen verwijderd. Hierbij gaat het om circa 0,5 ha zachthout ooibos. Recreatie De bestaande route (het ‘Laarzenpad’), te vinden in het zuiden van het gebied, wordt deels aangepast. Daarnaast wordt het informatiepaneel vervangen ter hoogte van het Laarzenpad.
Aanlegfase In het kader van de uitvoerbaarheid van het project is in overleg met de gemeente Brummen besloten dat het afvoeren van grond via het water (de IJssel) moet plaatsvinden. Rijkswaterstaat als vaarwegbeheerder heeft aangegeven dat hierbij schepen met CEMT klasse III (RWS klasse M5) van 80-85 m lengte gehanteerd mogen worden conform de Richtlijn Vaarwegen (Rijkswaterstaat, 2011). Grotere schepen zijn niet gewenst in verband met beperkte zwaaimogelijkheden in dit gedeelte van de IJssel. Om het inladen van de grond in schepen te faciliteren is het noodzakelijk een tijdelijke loswal aan te leggen in de nabijheid van de werkzaamheden. De aannemer dient de vrijheid te hebben een optimale werkwijze te bedenken, maar wel binnen een te schetsen kader van mogelijkheden (de “functionele eisen”). De twee voornaamste aspecten hierbij betreffen de tijdelijke loswal en eventuele tijdelijke gronddepots. Het is de verantwoordelijkheid van de aannemer om tijdig te beschikken over alle eventuele benodigde vergunningen hiervoor. Drie mogelijke locaties voor de loswal zijn weergegeven in onderstaande Figuur 7.
Figuur 7 mogelijke locaties loswal
Onze referentie: D10013198:11 - Datum: 25 augustus 2020
10 van 42
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING CORTENOEVER
1.3 Benodigde vergunningen In onderstaande tabel 2 zijn de benodigde vergunningen voor uitvoering van het werk opgenomen. Het betreft hier de zogenaamde “permanente” vergunningen. Tijdelijke (uitvoeringsgerelateerde) vergunningen zullen ook benodigd zijn (zoals tijdelijke verkeersmaatregelen), maar zijn afhankelijk van de uiteindelijke uitvoeringsmethode die nu nog niet bekend is. Het aanvragen en verkrijgen van deze vergunningen komt voor de verantwoordelijkheid van de toekomstige aannemer. Tabel 2 Benodigde vergunningen
Procedure / bevoegd gezag
Projectplan Waterwet Rijkswaterstaat
Toelichting
Bijbehorende activiteit
•
Wijzigingen in de normatieve toestand van de winterdijk en uiterwaarden. Specifiek: het aanpassen van maaiveldhoogte, zoals vastgelegd in kaarten 95 en 95 van de Legger Rijkswaterstaatswerken Waterwet. En het aanplanten van 9 hectare bos.
•
Alle verlagingen van het maaiveld
Noodzakelijk omdat een deel van de werkzaamheden plaatsvindt door of namens de beheerder in een waterstaatswerk (de uiterwaarden), waarbij sprake is van wijziging van de normatieve toestand.
Aard en omvang van het grondverzet maakt dat deze als vergunningsplichtig wordt beschouwd conform de Gelderse omgevingsverordening. Ontgrondingenvergunning Provincie Gelderland
Als onderdeel van de aanvraag dient ook een m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden. Voorafgaand aan het indienen dient verzoek om een m.e.r.-beoordelingsbesluit ingediend te worden. Het gebruik van de projectgronden in de toekomstige situatie is strijdig met de bestemming ‘Agrarisch – Uiterwaard’ van het vigerende bestemmingsplan Buitengebied 2008.
Omgevingsvergunning Gemeente Brummen
Waterwetvergunning Waterschap Vallei en Veluwe
Met de gemeente is afgestemd dat kap vrijgesteld • is van vergunningsplicht, aangezien het een houtopstand buiten de bebouwde kom betreft, die • een zelfstandige eenheid vormt en die een grotere oppervlakte beslaat dan 10 are (= 1.000 m2). Eventuele vergunningsplicht voor overige bouwwerken, zoals renovatie van sluisjes, is afhankelijk van invulling DO door aannemer en valt niet binnen de scope van onderhavige ruimtelijke onderbouwing. Delen van de voorgenomen werkzaamheden • vinden plaats binnen waterstaatswerken die niet in beheer zijn bij RWS, maar het WVV. De werkzaamheden zijn watervergunningsplichtig.
Handelen in strijd met regels RO Werken of werkzaamheden uitvoeren
Uitvoeren werkzaamheden in de beschermingszone van de zomerdijk en de C watergangen in de uiterwaarde.
Vanuit haar rol als bevoegd gezag, heeft de provincie Gelderland onderbouwd dat elk van de uit te voeren inrichtingsmaatregelen bijdragen aan het realiseren van de doelen van het Beheerplan N2000 Rijntakken. Deze onderbouwing is opgenomen als Bijlage 2. Om die reden is het project niet Wnb vergunningplichtig op Onze referentie: D10013198:11 - Datum: 25 augustus 2020
11 van 42
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING CORTENOEVER
basis van artikel 2.7 lid 2 juncto artikel 2.9, lid 1 van de Wnb. Dit geldt voor het onderdeel gebiedsbescherming (art. 2.2 en 2.3 Wnb, uitvoering van instandhoudingsmaatregelen), als ook voor soortbescherming en houtopstanden (resp. art 3.8 lid 7 en art. 4.4. lid 1 Wnb).
1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het wettelijk kader toegelicht op de verschillende van toepassing zijnde niveaus, waarbinnen de activiteit plaatsvindt. In hoofdstuk 3 worden de milieu- en omgevingsaspecten van het initiatief getoetst. Hoofdstuk 4 behandelt de maatschappelijke en financiële haalbaarheid van het plan. Hoofdstuk 5 omvat de conclusies.
Onze referentie: D10013198:11 - Datum: 25 augustus 2020
12 van 42
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING CORTENOEVER
2 BELEID In dit hoofdstuk wordt het initiatief getoetst aan de verschillende vigerende planologische beleidskaders. De toetsing aan de milieuhygiënische- en omgevingsaspecten, waaronder natuur, vindt plaats in hoofdstuk 3.
2.1 Europees en Rijksbeleid Natura 2000 Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Natura 2000-gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. De Wet Natuurbescherming beschermt Natura 2000-gebieden. Nederland meldt onder de Habitatrichtlijn een gebied aan bij de Europese Unie. De EU zet het gebied op een lijst van beschermde gebieden (de zogenaamde Communautaire lijst). Vanaf het moment van plaatsing op deze lijst geldt de bescherming van de Habitatrichtlijn. Cortenoever maakt deel uit van het Natura 2000-gebied Rijntakken en is aangewezen onder zowel de Vogelrichtlijn als de Habitatrichtlijn (Ministerie van EZ, 2014). In het Natura 2000-gebied worden verschillende habitattypen, habitatsoorten, broedvogelsoorten en niet-broedvogelsoorten beschermd. Hierbij zijn instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd. De maatregelen uit het project Cortenoever sluiten aan bij deze instandhoudingsdoelstellingen (zie figuur 5 en figuur 6). MIRT en KRW MIRT staat voor Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport. Het programma is bedoeld om een regionaal of landelijk integrale afweging van infrastructuurprojecten te kunnen maken. Het programma bevordert bovendien de samenwerking tussen het Rijk en de regio.
Met de voorkeursbeslissing wordt een eenduidige scope (voorkeursalternatief) afgesproken. Daarnaast wordt door het ministerie van Infrastructuur en Milieu het daarvoor benodigde budget gereserveerd. Het KRW-programma bevat in totaal ongeveer zeshonderd maatregelen.. In 2008 heeft het directoraat-generaal Ruimte en Water (DGRW) van IenM aan Rijkswaterstaat de opdracht gegeven om met het KRW-programma (Europese Kaderrichtlijn Water) aan de slag te gaan, een van de tien voorlopers van MIRT-projecten op het gebied van duurzaamheid. De opgave vanuit de KRW is het verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van grond- en oppervlaktewater. In 2027 moeten maatregelen zijn uitgevoerd die bijdragen aan de doelen van de KRW. Zoals te zien is in Figuur 5 zijn er drie maatregelen die in het kader van KRW worden uitgevoerd. Het gaat hier om maaiveldverlagingen. SVIR SVIR staat voor Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012) en beschrijft de ambities en doelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te maken. De aanpak van het Rijk geeft ruimte voor regionaal maatwerk, waarbij ruimtelijke en economische ontwikkelingen met infrastructuur worden verbonden. Hieronder is een beknopte citering opgenomen van de relevante delen uit het SVIR.
Bij de beschrijving van belangen (paragraaf 3.3 van het SVIR) wordt genoemd dat er ruimte is voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora- en faunasoorten. Hierbij zijn twee zaken essentieel: het behoud van leefgebied en de mogelijkheden om zich te kunnen verplaatsen tussen leefgebieden. Zoals hierboven is beschreven heeft Nederland in internationaal verband zich met het Biodiversiteitsverdrag en de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn (Natura 2000) gecommitteerd aan afspraken over soorten (flora en fauna) en leefgebieden van soorten (habitats). Het Rijk is verantwoordelijk voor en door de EU aanspreekbaar op het nakomen van die aangegane verplichtingen. Binnen de door het Rijk gestelde kaders onderhouden de provincies een natuurnetwerk: het Natuurnetwerk Nederland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur). De natuur in het Natuurnetwerk Nederland (NN) blijft Onze referentie: D10013198:11 - Datum: 25 augustus 2020
13 van 42
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING CORTENOEVER
goed beschermd met een ‘nee, tenzij’-regime. Binnen het NN zijn nieuwe projecten, plannen en handelingen met een significant negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NN niet toegestaan, tenzij er sprake is van een groot openbaar belang en reële alternatieven ontbreken. De Natura 2000gebieden (met natuurwaarden van Europees belang) en de twintig Nationale Parken maken deel uit van het NN en hebben een belangrijke recreatieve, educatieve en natuurwaarde.
Conclusie Het voornemen past binnen de Europese en nationale ambities om te komen tot een leefgebied waar floraen faunasoorten zich kunnen ontwikkelen. Cortenoever ligt in een Natura 2000-gebied en de voorgenomen maatregelen kunnen beschouwd worden als uitvoering van het bestaande beleid. Het project zorgt er dan ook voor dat de recreatieve en natuurwaarden in het gebied worden verhoogd. Er is geen sprake van strijdigheid met Europees of Rijksbeleid.
2.2 Provinciaal en regionaal beleid Provinciale Omgevingsverordening en -visie Gelderland In de Omgevingsvisie en bijhorende -verordening van de Provincie Gelderland (2018) wordt gesteld dat de provincie een ‘gaaf Gelderland voor bewoners, ondernemers en bezoekers’ wil bereiken. Aan de hand van 7 thema’s geven ze invulling aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Het thema dat relevant is voor het project Cortenoever is biodiversiteit. De provincie heeft binnen dit thema twee ambities vastgelegd: • in 2030 is 75% van de Europese doelen van de vogel- en habitatrichtlijn behaald, • in 2050 gaat het goed met de biodiversiteit in Gelderland en wordt het overal waar mogelijk versterkt en ingepast, óók buiten de specifiek als natuur aangewezen gebieden (omgevingsvisie, paragraaf 4.4 ). De aanpak van de provincie betreft o.a. een compact en hoogwaardig stelsel van onderling verbonden natuurgebieden bereiken en het vergroten van biodiversiteit in o.a. de landbouw, aanleg van wegen en het winnen van zand en klei (omgevingsverordening, afdeling 2.6). Het Gelders natuurnetwerk (GNN) speelt een belangrijke rol in het behalen van de ambities op het gebied van biodiversiteit. Het GNN is onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland dat bestaat uit afzonderlijke natuurgebieden als uit verbindingszones die deze natuurgebieden met elkaar verbinden.
De provincie beschermt de bestaande natuur in het GNN en versterkt de samenhang door natuurgebieden in het GNN uit te breiden en verbindingszones aan te leggen in de Groene ontwikkelingszone (GO). Het beleid richt zich op het versterken van de ecologische samenhang door de aanleg van verbindingszones, waaronder landgrensoverschrijdende klimaatcorridors. De locatie kent, conform hoofdstuk 3 van de omgevingsverordening geen beschermde status voor wat betreft stiltegebieden, waterwingebieden, grondwaterbeschermingsbieden, koude-warmteopslagvrije en/of boringsvrije zones, of intrekgebieden. Zoals reeds beschreven beoogt het project ligt Cortenoever, door middel van het aanpassen van beheer, 64,6 ha natuurtypen te realiseren met betrekking tot de vogel- en habitatrichtlijnen van GNN. Bovendien ligt het plangebied in het Gelders natuurnetwerk (zie figuur 8).
Onze referentie: D10013198:11 - Datum: 25 augustus 2020
14 van 42
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING CORTENOEVER
Figuur 8 Topografische weergaven van Gelders natuurnetwerk
Conclusie De natuurinrichting in Cortenoever kan worden opgevat als een invulling van de Provinciale ambitie om de biodiversiteit en kwaliteit van de Gelderse natuur te versterken. Het project levert een bijdrage aan het behalen van de doelstellingen met betrekking tot de vogel- en habitatrichtlijnen van GNN. Er is geen sprake van strijdigheid met provinciaal beleid.
2.3 Gemeentelijk beleid Bestemmingsplan Buitengebied 2008 Het plangebied is gelegen binnen de gemeente Brummen” met IMRO-nummer .0213.BPBG700000-VA01, vastgesteld door de gemeenteraad op 2008. Onderstaand is, in figuur 9, een uitsnede van de verbeelding weergegeven.
Figuur 9 Uitsnede verbeelding bestemmingsplan Buitengebied 2008
Onze referentie: D10013198:11 - Datum: 25 augustus 2020
15 van 42
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING CORTENOEVER
In onderstaande tabel 3 zijn de van toepassing zijnde bestemmingen toegelicht. Tabel 3 Overzicht relevante bestemmingen
Bestemming
Bestemd voor o.a.:
Sprake van strijdigheid?
Natuur
Instandhouding, herstel en ontwikkeling van (natte) natuur- en landschapswaarden alsmede de bescherming van de grondwaterstand, stroming en de kwaliteit van grond- en oppervlaktewater
Nee
Agrarisch – Uiterwaard
Agrarische doeleinden, met bijbehorend behoud, beheer en/of herstel van de landschappelijke, aardwetenschappelijke en ecologische waarden.
Ja. Bepaalde delen worden herbestemd tot ‘natuur’, op deze percelen is het uitoefenen van agrarisch gebruik niet meer mogelijk.
Geen kleur (het betreft het gehele plangebied)
Waterstaat – Waterstaatkundige functie
Onderhoud, beheer en instandhouding van de aangrenzende waterkering, waterberging en afvoer van sediment, hoogwater en ijs, de zorg voor de waterhuishouding en de daarvoor noodzakelijke werken.
Ja. Geen strijdigheid vanwege de natuur- en watergerelateerde ingrepen, daar geldt wel vergunningsplicht (vanwege grondverzet > 0,3 m-mv en aanbrengen hoogopgaande beplanting).
Geen kleur (het betreft het gehele plangebied)
Archeologie
Instandhouding en bescherming van archeologische waarden
Nee. Geen strijdigheid, wel vergunningsplicht.vanwege grondverzet > 0,3 m-mv
Kleur op plankaart
Donkergroen
Licht groen
De omvorming van agrarische percelen naar natuur is in figuur 10 geprojecteerd, op topografische en kadastrale ondergrond.
Figuur 10 weergave zuidelijk deel plangebied op kadastrale ondergrond
Onze referentie: D10013198:11 - Datum: 25 augustus 2020
16 van 42
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING CORTENOEVER
De specifieke kadastrale percelen en werkzaamheden in elk vak zijn weergegeven in de onderstaande tabel 4. Tabel 4 Overzicht werkzaamheden in kadastrale percelen
Vak
Kadastrale percelen
Werkzaamheden
A
Sectie I, nummers 1031, 1875
Maaiveldverlaging 3 (MV 3), ontgraven kwelgeul (KG), ontgraven brede geul (BG)
Sectie I, nummers 278, 279, 280
Natuurcompensatie (NC1 en NC2), maaiveldverlaging 2 (MV2), verwijderen van duiker (KW4), omleggen Laarzenpad (LP)
Sectie I, nummer 913
Aanpassen van beheer door middel van enkele jaren stoppen van begrazing en vervolgens nabeweiding toepassen.
B
C
Regionale Structuurvisie In de Regionale Structuurvisie De Voorlanden Stedendriehoek (2007) is de doelstelling vastgesteld “behoud en versterking van de samenhang en variatie in woon- werk- en recreatiegebieden, met het gelijktijdig ontwikkelen van nieuwe kwaliteiten in water, natuur, landschap en landbouw” (paragraaf 1.1). In de toekomstvisie (geschetst tot 2030) wordt het belang van de grote variatie aan hoogwaardige landschappen benadrukt als pijler om te zorgen voor toeristische aantrekkelijkheid van de regio. Versterking van die landschappelijke kwaliteiten is in dezowel van belang voor het welbevinden van de inwoners van de regio als voor het uitbouwen van de toeristische kracht van de Stedendriehoek. Een versterkte inzet van bestaande beleidsmiddelen op de gebieden van natuur en landschap en continuering van de inzet van wateropgaven voor versterking van natuur en landschap zullen dat in belangrijke mate moeten bewerkstelligen. De Stedendriehoek bestaat uit zeven gemeenten, waaronder gemeente Brummen. Het project Cortenoever ligt in deze gemeente en draagt bij aan de doelstelling van de Stedendriehoek door middel van het versterken van natuur en landschap. Ruimtelijke ontwikkelingsvisie Gemeente Brummen heeft in 2006 haar ruimtelijke ontwikkelingsvisie vastgesteld in het rapport “Ligt op Groen!”.
Hierin is de ruimtelijke visie van 2005 – 2015 en de strategische visie 2030 vastgesteld. De visie van het ruimtelijke streefbeeld van de IJsselvallei, waar Cortenoever onderdeel van is, is het inzetten op het beeld van een uiterwaardenlandschap (paragraaf 4.3.1). Dit landschap wordt omschreven als grasland, rustige weggetjes met heggen erlangs, geulen, plas-drassituaties, extensieve recreatie en een interessant leefgebied voor met name vogels. In de toekomstvisie schetst de gemeente de wens om waterretentiegebieden te onwikkelen en de aanleg en het onderhoud van landschapselementen die biodiversiteit bevorderen (zoals hagen en houtwallen) te stimuleren. Een rijke biodiversiteit die klimaatbestendig is dan ook een van de speerpunten. De natuuringrepen in het project Cortenoever sluiten aan bij een uitwaardenlandschap zoals in geschetst in de ruimtelijke ontwikkelingsvisie. Zo wordt er exensieve recreatie gecreeërd, leefgebieden voor flora en faunarijke soorten bewerkstelligd en geulen uitgediept. Landschapsbeleid Brummen
Onze referentie: D10013198:11 - Datum: 25 augustus 2020
17 van 42
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING CORTENOEVER
Aansluitend op de Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie ‘Ligt op Groen!’ benadrukt het landschapsbeleid van Brummen het belang van het uiterwaardenlandschap. Cortenoever is een belangrijk fourageergebied voor een aantal vogelsoorten. De ingrepen van het project sluiten aan bij de karakteristieken die in het landschapsbeleid worden genoemd zoals de aanwezigheid van heggen, zeer hoge natuurwaarden en geoforlogisch waardevolle patronen van geulen en richels. Conclusie Er sprake van strijdigheid met het vigerende bestemmingsplan. Een aantal percelen binnen het plangebied kent momenteel immers een agrarische bestemming. Door een combinatie van zowel graafwerkzaamheden als gewijzigd beheer en onderhoud, worden deze percelen omgezet naar natuurwaarden, en is agrarisch gebruik niet langer mogelijk (of wenselijk). Behoudens het bestemmingsplan, past de ontwikkeling binnen het regionaal beleid alsmede binnen de geschetste structuurvisie van de gemeente, en geeft het invulling aan het uiterwaardenlandschap.
Onze referentie: D10013198:11 - Datum: 25 augustus 2020
18 van 42
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING CORTENOEVER
3 MILIEU EN OMGEVING In dit hoofdstuk wordt het plan getoetst aan diverse milieuhygiënische- en omgevingsaspecten. Per aspect is beschreven wat de eventuele effecten zijn van de voorgenomen ontwikkeling.
3.1 Natuur Cortenoever maakt deel uit van het Natura 2000-gebied Rijntakken en is aangewezen onder zowel de Vogelrichtlijn als de Habitatrichtlijn (Ministerie van EZ, 2014). In het Natura 2000-gebied worden verschillende habitattypen, habitatsoorten, broedvogelsoorten en niet-broedvogelsoorten beschermd. Hierbij zijn instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd. De beschermde gebieden in de omgeving van de werkzaamheden worden weergegeven in figuur 11.
Figuur 11 Ligging van Cortenoever ten opzichte van beschermde gebieden (uit: Natuurtoets Natura 2000-, GNN- en KRW-maatregelen in Cortenoever,Tauw , 21 november 2018). VR staat voor Vogelrichtlijn, HR voor habitatrichtlijn.
Het wettelijk toetsingskader voor natuur is in Nederland de Wet natuurbescherming. De Wnb regelt de bescherming van gebieden en soorten: • Beschermde gebieden: Natura 2000-gebieden; • Beschermde soorten: met specifieke beschermingsregimes voor Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en overige beschermde soorten. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is beschermd in het kader van artikel 2.10 van het Barro (Besluit algemene regels ruimtelijke ordening) en nadere regels ten aanzien van bescherming zijn door de provincies in de ruimtelijke verordeningen uitgewerkt. In december 2018 is de geconsolideerde versie van de Omgevingsverordening (moederplan vastgesteld door PS op 24 september 2014) gepubliceerd. Zoals te zien is in figuur 5 wordt er in het kader van GNN natuur aangeplant en bestaande natuur herontwikkeld ter bevordering van soorten.
Onze referentie: D10013198:11 - Datum: 25 augustus 2020
19 van 42
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING CORTENOEVER
Eerder heeft Tauw (2018) voor een tweetal varianten van Cortenoever een natuurtoets uitgevoerd. Omdat het Definitief Ontwerp (DO) van september 2019 afwijkt van beide getoetste varianten van Tauw is Arcadis gevraagd een aanvullende toetsing uit te voeren voor het onderdeel natuur. De rapportage is te vinden in Bijlage 3 en betreft deze aanvullende toetsing in het kader van de Wnb (onderdeel soort- en gebiedsbescherming) en een toetsing aan het natuurbeleid van de provincie Gelderland, het Gelders Natuurnetwerk. Het rapport concludeert dat op basis van het DO negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen Natura 2000-gebied Rijntakken worden uitgesloten. Zoals Tauw (2018) ook reeds aangeeft, is in de aanlegfase wel sprake van een tijdelijk negatief effect waarvoor in principe een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming noodzakelijk is. Het project geeft uitvoering aan instandhoudingsmaatregelen uit het Beheerplan N2000 Rijntakken (zie blz. 75 van de Bijlage beheerplan Natura2000 Rijntakken (038) van de provincie Gelderland). Het project is gelet hierop niet vergunningplichtig op basis van artikel 2.7 lid 2, juncto artikel 2.9, lid 1, van de Wet Natuurbescherming. Dit geldt voor de vergunning gebiedsbescherming (art. 2.2 en 2.3 Wnb, uitvoering van instandhoudingsmaatregelen), als ook voor de ontheffing soortbescherming en meldingsplicht kap van houtopstanden (resp.
art 3.8 lid 7 en art. 4.4. lid 1 Wnb). Op basis van de zorgplicht worden de volgende maatregelen getroffen: • • • •
Er is/wordt een inventarisatie uitgevoerd van de beschermde natuurwaarden in het gebied; Op basis van de uitkomsten van deze inventarisatie wordt een ecologisch werkprotocol opgesteld; Het werkprotocol wordt besproken met het bevoegd gezag; De voorschriften in het werkprotocol worden opgenomen in het contract met de aannemer, en tijdens de uitvoering gecontroleerd door een ecoloog.
Op de percelen waar sprake is van strijdigheid (zie figuur 9) worden de als agrarisch bestemde gronden omgevormd naar natuur. In de onderstaande tabel 5 is weergegeven welke maatregelen plaatsvinden in deze percelen en welke N2000 en GNN doelstellingen daar aan zijn gekoppeld. Tabel 5 Overzicht maatregelen t.b.v. Natura 2000 en GNN-realisatie
Maatregel
Natura 2000 habitats
GNN-realisatie
N2000-realisatie soorten
Aanpassen beheer
Glanshaverhooiland
Glanshaverhooiland en kruiden en faunarijk grasland
Kwartelkoning
Ontgraven kwelgeul (KG)
Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden
Zoeteplas
Kamsalamander
Ontgraven brede geul (BG)
Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden
Zoeteplas
Kamsalamander
Maaiveldverlaging 2 (MV2) nvt
Overstromingsgrasland Porseleinhoen
Maaiveldverlaging 3 (MV3) Glanshaverhooiland
Glanshaverhooiland
Kwartelkoning
Natuurcompensatie (NC1 en NC2)
Stroomdalgrasland en glanshaverhooiland
Kwartelkoning
nvt
De werkzaamheden voor Cortenoever leiden tot ruimtebeslag op het Natuurnetwerk Nederland en daarmee tijdelijke aantasting van planologisch beschermd gebied. Er is sprake van effecten in de aanlegfase waarna het gebied zich weer zal herstellen. Zoals uitgewerkt in Bijlage 2 geeft het project uitvoering aan het Beheerplan N2000 Rijntakken.
Onze referentie: D10013198:11 - Datum: 25 augustus 2020
20 van 42
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING CORTENOEVER
De effecten die kunnen optreden tijdens de aanlegfase worden gemitigeerd door maatregelen vast te leggen in een ecologisch werkprotocol, welke besproken wordt met bevoegd gezag. Het protocol wordt opgenomen in het contract met de aannemer. Hiermee is geborgd dat de werkzaamheden plaatsvinden binnen de regels van de vigerende wetgeving. Conclusie De effecten die kunnen optreden tijdens de aanlegfase worden gemitigeerd door maatregelen vast te leggen in een ecologisch werkprotocol. Verder vallen de werkzaamheden voor wat betreft de permanente fase onder het Beheerplan N2000 Rijntakken waardoor het project niet vergunningsplichtig is op basis van artikel 2.7 lid 2 juncto artikel 2.9, lid 1,van de Wnb. Met inachtneming hiervan vormt natuur geen beperking voor de voorgenomen ontwikkeling van Agrarisch naar Natuur.
3.2 Landschap, Archeologie en Cultuurhistorie Voor een gedetailleerde beschrijving van de LACH rapportage wordt verwezen naar Bijlage 4 en het Plan van Aanpak LACH naar Bijlage 5. Landschap Het gebied Cortenoever, gelegen binnen het Natura 2000-gebied Rijntakken, is één van de best bewaarde kronkelwaardenlandschappen van Nederland. Daarnaast is het gebied beroemd vanwege de bijzondere (akker)flora omdat enkele percelen nooit intensief agrarisch beheerd zijn geweest. De strijdige percelen liggen gedeeltelijk in een gebied met een bekende landschappelijke waarde. Het gaat om een laaggelegen gebied waar het niet duidelijk is of het om de oorspronkelijke gracht gaat of een natuurlijke verdieping in de vorm van een kronkelwaardgeul. Op die plek wordt een maaiveldverlaging toegepast (MV2). De afgraving van de maaivelverlaging sluit aan op de insteek van de kwel geul. Op deze manier probeert het project het oorspronkelijke kronkelwaardenlandschap te bevorderen.
Archeologie De percelen waar sprake is van strijdig gebruik, liggen in verschillende archeologische verwachtingszones. Bij de uitvoering van de archeologische begeleiding, is gedurende de ontgravingen permanent een archeoloog aanwezig. Het betreft hier de maatregelen maaiveldverlaging ten behoeve van de rivierkundige compensatie (MV3), en de maaiveldverlaging ‘De Batterij’ (MV2). Bij MV 2 wordt de bestaande talud en 30 cm slib gehandhaafd, in verband met archeologische waarden.
Onze referentie: D10013198:11 - Datum: 25 augustus 2020
21 van 42
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING CORTENOEVER
Figuur 12 Kaart plangebied met in blauw gearceerd waar archeologische begeleiding noodzakelijk is
Cultuurhistorie De omvorming van agrarisch naar natuur in de strijdige percelen sluit aan bij het uitwaardlandschap, dat kenmerkend is voor het gebied vanuit cultuurhistorie. In het gebied Cortenoever zijn de kronkelwaarden, strangen, stroomgeulen en -ruggen bewaard gebleven, terwijl deze op andere plaatsen in rivierengebieden vaak zijn geërodeerd of vergraven voor zand- en kleiwinning. Er zijn verder geen cultuurhistorische waarden die in strijd zijn met de maatregelen. Conclusie Er wordt geconcludeerd dat de waardevolle landschappelijke of cultuurhistorische waarden geen belemmeringen vormen voor de voorgenomen werkzaamheden. Wat betreft archeologie geldt dat er contractueel wordt vastgesteld dat er rekening wordt gehouden met archeologische werkzaamheden tijdens de werkzaamheden. Ook wordt contractueel vastgelegd dat het oorspronkelijke reliëf en bodemopbouw van de kronkelwaardengeulen gevolgd dient te worden en dat er op een tweetal plekken de werkzaamheden onder archeologische begeleiding worden uitgevoerd. Met inachtneming hiervan vormt het aspect LACH geen beperking voor de voorgenomen ontwikkeling van bestemming Agrarisch naar Natuur.
3.3 Bodem Er dient aangetoond te worden of de huidige milieuhygiënische bodem- en grondwaterkwaliteit geschikt is voor de beoogde toekomstige bestemming en de daarin toegestane gebruiksvormen. Een optimale afstemming tussen bodemkwaliteit en functie is belangrijk om het opleggen van gebruiksbeperkingen te voorkomen.
Onze referentie: D10013198:11 - Datum: 25 augustus 2020
22 van 42
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING CORTENOEVER
Om te toetsen in hoeverre de huidige bodemkwaliteit geschikt is voor het beoogd gebruik, is een waterbodemonderzoek uitgevoerd, aangezien de uiterwaarden technisch gezien als waterbodem worden beschouwd. Deze is te vinden in Bijlage 6. Hierbij is NEN 5720 (2017: Bodem – Waterbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch onderzoek) als richtlijn gehanteerd waarbij is aangesloten op de onderzoeksstrategie van oevergebieden mét bodemverwachtingswaardekaart en diffuse bodembelasting . Op basis van de bevindingen van het waterbodemonderzoek zijn er binnen de te onderzoeken deellocaties geen verdachte puntbronnen aanwijsbaar. Op basis van eerdere onderzoeken binnen de uiterwaard en de bodemverwachtingswaardekaart van 2011, wordt verwacht dat de waterbodem binnen het projectgebied in de kwaliteitsklassen achtergrondwaarde, klasse A en klasse B valt. Er is een minimale kans op het aantreffen van niet-toepasbare waterbodem. Uit de onderzoeksresultaten van Enviroplan juli 2020 (Bijlage 7) volgt dat met name in het zuidelijke en noordelijke gebiedsdeel gehalten PFAS, voornamelijk PFOA en PFOS, voorkomen die de normwaarden voor toepassing in diepe plassen overschrijden. In het centrale gebiedsdeel is sprake van incidentele overschrijding van de normwaarde voor PFOA. Doorgaans zijn de gehalten PFAS in de laag van 0-30 cm hoger dan in de laag van 30-60 cm.
Aannemer dient hier rekening mee te houden in de afzet dan wel verwerking van vrijkomende volumes.
Verder zijn er in het onderzoek van Enviroplan grondmonsters onderzocht die qua diepte onder de grondwaterspiegel liggen. Hierin is geen significante verontreiniging aangetoond. Op basis hiervan is er geen aanleiding om verontreiniging in het grondwater te verwachten. Conclusie Ten tijde van de uitvoering geldt de zorgplicht zoals opgenomen in de Wet bodembescherming. De toekomstige aannemer dient te voorkomen dat verontreiniging optreedt als gevolg van de uitvoering. De bodem- en grondwaterkwaliteit vormt zodoende geen belemmering ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling. Met inachtneming van de zorgplicht vormt bodem geen beperking voor de voorgenomen ontwikkeling van bestemming Agrarisch naar Natuur.
3.4 Water Voor een gedetailleerde beschrijving van de Watertoets wordt verwezen naar Bijlage 8, 9 en 10, Waterkwantiteit Een van de uitgangspunten voor het ontwerp betreft het feit dat geen sprake mag zijn van onaanvaardbare situaties ten aanzien van piping en/of kwel. Voor dit project heeft Arcadis onderzoek (Bijlage 8) gedaan naar de geohydrologische effecten van het uitdiepen van de kronkelwaarden. De beperkte toename in de stijghoogte in het watervoerende pakket leveren geen risico op voor de macrostabiliteit van de waterkering. Er wordt voldaan aan het pipingcriterium. De aanwezige kwellengtes bedragen conform het grondmechanisch onderzoek van Grontmij1 (gebruikt in onderzoek van Arcadis, zie Bijlage 8) tussen de 41 en 54 meter. Van deze totale lengte komt 20 tot 28 meter uit het voorland. De ontgravingen vinden op grotere afstand plaats van de aanwezige kwellengtes en hebben daarom geen negatief effect. Kwellengtes zijn de afstand die het water door de grond moet afleggen om aan de binnenkant van een waterkering uit de grond te kunnen stromen. Rijkswaterstaat heeft als een van de eisen aan het ontwerp van Cortenoever bepaald dat geen sprake mag zijn van significante waterstandsverhoging (dat wil zeggen: meer dan één millimeter stroomopwaarts. Het Definitief Ontwerp is zodanig geoptimaliseerd dat aan deze eis wordt voldaan (Bijlage 9).
Daarnaast is een gering positief effect op de dwarsstromen in de vaargeul. Conclusie Uit de watertoets blijkt dat het aspect water geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling. Onze referentie: D10013198:11 - Datum: 25 augustus 2020
23 van 42
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING CORTENOEVER
3.5 Geluid Als onderdeel van de ruimtelijke onderbouwing is gekeken of er sprake is van geluidshinder naar aanleiding van dit project. Van geluidshinder is alleen sprake tijdens de uitvoering, zowel door de uitvoering van de werkzaamheden alsook door een tijdelijke toename van het tijdelijk aantal verkeersbewegingen. Zoals eerder beschreven valt het plangebied volgens de Provinciale Omgevingsverordening Gelderland niet binnen een stiltegebied (zie figuur 13). In het contract zal worden opgenomen dat de aannemer zich dient te houden aan het wettelijk kader geluidshinder zoals vastgelegd in Artikel 8.3 in het bouwbesluit 2012. Verder geschiedt de afvoer van grond via het water en is er zodoende geen aanleiding om onaanvaardbare geluidshinder te verwachten van vrachtverkeer.
Figuur 13 Stiltegebied kaart, het plangebied is rood omcirkeld
Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling.
3.6 Luchtkwaliteit Voor het aspect luchtkwaliteit zijn de maatgevende luchtverontreinigende stoffen stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). Voor deze stoffen geldt dat ze in Nederland vaak dicht tegen de grenswaarden kunnen liggen. Wanneer voldaan wordt aan de grenswaarden voor deze stoffen, zal ook voldaan worden aan de grenswaarden voor andere luchtverontreinigende stoffen uit bijlage 2 van de wet milieubeheer. Voor de herinrichting van plangebied Cortenoever zijn verkeersbewegingen nodig. Dit zorgt voor een tijdelijke toename van luchtverontreinigende stoffen in de lucht. De aantallen transportbewegingen zijn echter dusdanig laag dat dit niet de luchtkwaliteit in ‘betekenende mate’ verslechterd. Zodoende zijn er geen significant negatieve effecten te verwachten met betrekking tot het thema luchtkwaliteit in het plangebied. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling van Agrarisch naar Natuur.
Onze referentie: D10013198:11 - Datum: 25 augustus 2020
24 van 42
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING CORTENOEVER
3.7 Verkeer In de toekomstige situatie is geen sprake van een verkeersaantrekkende werking als gevolg van de beoogde herinrichting. Als onderdeel van de Natuurtoets van Tauw, heeft reeds afstemming met de gemeente plaatsgevonden over de te verwachten verkeersbewegingen in de realisatiefase. Geconcludeerd is dat afvoer per as uit het gebied niet toelaatbaar is. Uitgangspunt is afvoer van alle vrijkomende grond per schip via de IJssel. Door de aannemer zal zowel voor de tijdelijke loswal als voor de aan- en afvoer van grond afstemming met Bevoegd Gezag plaats dienen te vinden opdat onaanvaardbare, negatieve effecten voorkomen kunnen worden. Conclusie Het aspect verkeer vormt geen belemmering ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling van Agrarisch naar Natuur.
3.8 Externe veiligheid Op basis van de risicokaart van de provincie Gelderland, zie figuur 14, zijn geen risicovolle objecten in het plangebied of de directe omgeving aanwezig die in het kader van externe veiligheid nader geanalyseerd moeten worden.
Figuur 14 Uitsnede risicokaart Gelderland
Binnen het plangebied worden geen objecten gerealiseerd waar personen kunnen verblijven. Zodoende is toetsing aan externe veiligheid niet noodzakelijk. Natuurontwikkeling is geen kwetsbaar of beperkt kwetsbaar object in die zin dat het geen object is van hoge infrastructurele waarde. Uitgangspunt is dat er wordt gewerkt volgens de VELIN Richtlijn 2015/6 voor grondroer- en overige activiteiten. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling van Agrarisch naar Natuur.
Onze referentie: D10013198:11 - Datum: 25 augustus 2020
25 van 42
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING CORTENOEVER
3.9 Conventionele explosieven Voor een gedetailleerde beschrijving van het NGE onderzoek wordt verwezen naar Bijlage 10.
Figuur 16 bodembelastingkaart NGE Een gedeelte van de maatregel MV2 is verdacht op voorkomen van CE. Voorafgaand aan de graafwerkzaamheden wordt detectieonderzoek uitgevoerd. Dit is opgenomen in het uitvoeringscontract. Het verdachte gedeelte valt buiten de percelen waar sprake is van strijdigheid. Het aspect NGE vormt dan ook geen belemmering ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling.
Conclusie Het aspect NGE vormt geen belemmering ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling van Agrarisch naar Natuur.
3.10 m.e.r.- beoordeling Voor een gedetailleerde beschrijving van de m.e.r.- beoordelingsnotitie wordt verwezen naar Bijlage 11. Ten behoeve van de effectbeschrijving van onderhavige ruimtelijke onderbouwing is voor bepaalde aspecten reeds verwezen naar en geciteerd uit, de m.e.r.-beoordeling die als onderdeel van het gehele project Cortenoever is opgesteld. Hieronder is de conclusie van die beoordeling overgenomen. De natuurontwikkeling in Cortenoever is in lijn met het behalen van doelen van Natura 2000, GNN en KRW. Er vinden enkel negatieve effecten plaats tijdens de aanlegfase. In de gebruiksfase kan het gebied zich weer herstellen en de natuurwaarden zich ontwikkelen. De maatregelen zorgen voor een positief permanent effect vanwege de gerealiseerde natuurontwikkeling. Op basis van de uitgevoerde m.e.r.-beoordeling is gebleken dat, mits voor beschermde gebieden en beschermde soorten mitigerende maatregelen worden genomen, er geen belangrijke nadelige milieueffecten te verwachten zijn als gevolg van de ontgrondingen. Wanneer er geen ‘belangrijke nadelige effecten’ zijn voor het milieu is het conform de wetgeving en de vigerende praktijk niet nodig om een volledige m.e.r.procedure te doorlopen.
Onze referentie: D10013198:11 - Datum: 25 augustus 2020
26 van 42
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING CORTENOEVER
Bevoegd Gezag heeft ingestemd met de conclusie, opgenomen in Bijlage 12. Conclusie Voor het aspect m.e.r.-beoordeling kan worden geconcludeerd dat er geen belemmeringen zijn ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling.
Onze referentie: D10013198:11 - Datum: 25 augustus 2020
27 van 42
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING CORTENOEVER
4 UITVOERBAARHEID 4.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid De maatschappelijke uitvoerbaarheid ten aanzien van het project Cortenoever is terug te zien in de organisatie achter het project. De organisatie betreft een nauwe samenwerking tussen meerdere (semi)publieke organen, te weten Rijkswaterstaat, Provincie Gelderlang, gemeente Brummen, Waterschap Vallei & Veluwe en Staatsbosbeheer. Draagvlak vanuit de overheid is daarmee geborgd. Daarnaast heeft opdrachtgever, als onderdeel van de planvorming, actief de overige stakeholders betrokken. Er zijn onder andere informatiebijeenkomsten en locatiebezoeken georganiseerd, er is een website opgericht voor het publiek1 en er worden periodiek nieuwsbrieven uitgebracht waar men zich gratis op kan abonneren. Zodoende kan het ontwerp, en project als geheel, ook rekenen op maatschappelijk draagvlak. Conclusie Het aspect maatschappelijke uitvoerbaarheid vormt geen belemmering ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling.
4.2 Financiële uitvoerbaarheid Het project Cortenoever is een samenwerkingsproject van de provincie Gelderland en Rijkswaterstaat Oost Nederland. Het project valt voor wat betreft de RWS opgave onder het programma KRW 2e tranche en is vastgelegd in het Beheer- en Ontwikkelplan voor de Rijkswateren (BPRW). Het project valt voor wat betreft de natuuropgave van de provincie onder Natura2000 en Gelders Natuur Netwerk (GNN). Met betrekking tot de financiële haalbaarheid er sprake van een gezamenlijke opgave (RWS en Provincie) en financiering. Conclusie Het aspect financiële uitvoerbaarheid vormt geen belemmering ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling.
1 https://www.samenwerkenaanriviernatuur.nl/projecten+home/cortenoever+project/default.aspx)
Onze referentie: D10013198:11 - Datum: 25 augustus 2020
28 van 42
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING CORTENOEVER
5 CONCLUSIE Provincie Gelderland is in samenwerking met Rijkswaterstaat voornemens om Natura 2000-, Gelders Natuurnetwerk (GNN)-, en Kaderrichtlijn Water (KRW)-maatregelen uit te voeren in het natuurgebied Cortenoever in de gemeente Brummen. Dit gebied is onderdeel van het Natura 2000-gebied Rijntakken, dat in Cortenoever gekenmerkt wordt door kronkelwaardlandschap. Tevens worden er voor een relatief beperkt gebied binnen Cortenoever maatregelen genomen ter compensatie van de Rijksweg A15. Het project is voornemens de volgende activiteiten uit te voeren: • • •
•
Graafwerkzaamheden: het verdiepen van verschillende typen geulen en het verlagen van het maaiveld op een aantal plaatsen Kunstwerken: het vervangen van een bestaande sluis met terugslagklep en overlaat, aanbrengen van een duiker met terugslagklep, verwijderen van een duiker en aanbrengen van een overlaat in de kade. Beplanten en kappen: het aanleggen van 7,1 hectare ooibos. De overstromingsvlakte krijgt 2 hectare glanshaverhooiland en stroomdalgrasland als compensatie vanuit het doortrekken van de A15. Als laatste worden, ten behoeve van het uitgraven van de kronkelwaardgeulen, bomen verwijderd. Hierbij gaat het om circa 0,5 ha zachthout ooibos. Recreatie: aanpassen bestaande route (het ‘Laarzenpad’) en vervangen van informatiepaneel ter hoogte van het Laarzenpad.
Er sprake van strijdigheid met het vigerende bestemmingsplan. Een aantal percelen binnen het plangebied kent momenteel een agrarische bestemming. Door een combinatie van zowel graafwerkzaamheden als gewijzigd beheer en onderhoud, worden deze percelen omgezet naar natuurwaarden, en is agrarisch gebruik niet langer mogelijk (of wenselijk). Behoudens het bestemmingsplan, past de ontwikkeling binnen de geschetste structuurvisie van de gemeente, en geeft het invulling aan het uiterwaardenlandschap. Daarnaast zijn er verschillende milieuhygiënische onderzoeken uitgevoerd waaruit blijkt dat er geen sprake is van een belemmering ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling.
Onze referentie: D10013198:11 - Datum: 25 augustus 2020
29 van 42
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING CORTENOEVER
BIJLAGE 1: DEFINITIEF ONTWERP
Onze referentie: D10013198:11 - Datum: 25 augustus 2020
30 van 42
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING CORTENOEVER
BIJLAGE 2: ONDERBOUWING VRIJSTELLING VERGUNNINGSPLICHT WNB
Onze referentie: D10013198:11 - Datum: 25 augustus 2020
31 van 42
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING CORTENOEVER
BIJLAGE 3: NATUURTOETS
Onze referentie: D10013198:11 - Datum: 25 augustus 2020
32 van 42
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING CORTENOEVER
BIJLAGE 4: LACH RAPPORTAGE
Onze referentie: D10013198:11 - Datum: 25 augustus 2020
33 van 42
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING CORTENOEVER
BIJLAGE 5: LACH PLAN VAN AANPAK
Onze referentie: D10013198:11 - Datum: 25 augustus 2020
34 van 42
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING CORTENOEVER
BIJLAGE 6: RAPPORTAGE MILIEUHYGIËNISCH BODEMONDERZOEK
Onze referentie: D10013198:11 - Datum: 25 augustus 2020
35 van 42
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING CORTENOEVER
BIJLAGE 7: RAPPORTAGE WATERBODEM ONDERZOEK
Onze referentie: D10013198:11 - Datum: 25 augustus 2020
36 van 42
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING CORTENOEVER
BIJLAGE 8: MEMO GEOHYDROLOGISCH ONDERZOEK
Onze referentie: D10013198:11 - Datum: 25 augustus 2020
37 van 42
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING CORTENOEVER
BIJLAGE 9: RIVIERKUNDIGE BEREKENINGEN
Onze referentie: D10013198:11 - Datum: 25 augustus 2020
38 van 42
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING CORTENOEVER
BIJLAGE 10: RAPPORTAGE NGE
Onze referentie: D10013198:11 - Datum: 25 augustus 2020
39 van 42
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING CORTENOEVER
BIJLAGE 11: M.E.R.-BEOORDELING
Onze referentie: D10013198:11 - Datum: 25 augustus 2020
40 van 42
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING CORTENOEVER
BIJLAGE 12: AKKOORD BEVOEGD GEZAG M.E.R.BEOORDELING
Onze referentie: D10013198:11 - Datum: 25 augustus 2020
41 van 42
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING CORTENOEVER
COLOFON RUIMTELIJKE ONDERBOUWING CORTENOEVER
KLANT Rijkswaterstaat AUTEUR Micky Westerbeek PROJECTNUMMER C05056.000056 ONZE REFERENTIE D10013198:11 DATUM 25 augustus 2020 STATUS Concept
Arcadis Nederland B.V. Postbus 264 6800 AG Arnhem Nederland +31 (0)88 4261 261 www.arcadis.com
Onze referentie: D10013198:11 - Datum: 25 augustus 2020
42 van 42