CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

(073) Rapport Rapport financiële ombuiging 2026 en verder

Besluitvormende raadsvergadering 18 april 2024, gemeente BrummenBij agendapunt: Keuze scenario financiële ombuiging 2026 en verder3.881 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Rapport Financiële ombuigingen 2026 en verder (D429469) Inhoudsopgave 1. 2.

Inleiding en achtergrond financiële situatie Brummen ......................................................................... 2 Processtappen ..................................................................................................................................... 4 Fase 1 Brede verkenning (december) ...................................................................................................... 4 Fase 2 Verdieping (januari)....................................................................................................................... 5 Fase 3 Scenario’s (februari) ..................................................................................................................... 5

3. Uitwerking scenario 1 “Scherper ramen” ............................................................................................. 7 4. Uitwerking scenario 2 “Keuzes maken op niet-wettelijke taken” ....................................................... 10 5. Vervolgproces .................................................................................................................................... 10 Bijlagen ....................................................................................................................................................... 12 Bijlage 1. Scenario 1 – volledig uitgewerkte versie ................................................................................ 12 Bijlage 2. Illustraties van maatregelen scenario 2 .................................................................................. 12 Bijlage 3. Voorbeelden brede inventarisatie fase 1 ................................................................................ 12

1. Inleiding en achtergrond financiële situatie Brummen De afgelopen 8 jaar waren voor de gemeente Brummen, net als voor veel andere gemeenten, turbulente jaren op het gebied van financiën. Voorbeelden hiervan zijn de decentralisaties in het sociaal domein (Participatiewet, jeugdzorg, WMO) inclusief bezuinigingsopgave en de opschalingskorting. Daarnaast ontvingen gemeenten voor de invoering van nieuwe wetgeving veelal te weinig structurele middelen om het beleid goed te implementeren en uit te voeren. Voor de gemeente Brummen was er geen andere optie dan in 2020 structureel fors te bezuinigen. Met hulp van de provincie zijn de financiën structureel op orde gebracht met onder andere een spaarprogramma. Ook was er aandacht voor het verbeteren van de organisatiestructuur- en cultuur. Het bureau Berenschot heeft hiervoor een ontwikkelplan opgesteld dat in 2021 door de gemeenteraad is vastgesteld. Door het spaarprogramma en incidentele meevallers is de reservepositie van de gemeente inmiddels op orde. Ook de organisatiestructuur is in de loop van 2023 vereenvoudigd en verhelderd. De medewerkers kunnen herkenbaar werken met korte lijnen en duidelijke hiërarchie, verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Vanuit de eigen verantwoordelijkheid kan snel met collega’s geschakeld worden om effectief tot resultaten te komen.

Zo worden de voordelen van een compacte organisatie zichtbaar en voelbaar voor medewerkers. Dit gaat in 2024 en de komende jaren leiden tot een cultuur waar vakmanschap zich optimaal kan ontwikkelen. Ontwikkelingen met financiële consequenties voor 2024 en verder De hierboven genoemde inzet staat jammer genoeg onder druk door een aantal (recente) ontwikkelingen. We zetten ze hieronder op een rij: De afgelopen jaren is het verloop van medewerkers bij gemeenten drastisch omhoog gegaan. In toenemende mate is het moeilijk en soms zelfs niet mogelijk vacatures te vervullen. Uiteraard laat de gemeente Brummen zich via verschillende kanalen zien als aantrekkelijke gemeente om te werken. Maar de keuze voor potentiële werknemers is groot. In de compacte organisatie van de gemeente Brummen werken veel zogenaamde éénpitters. Vakspecialisten met unieke kennis van een specifiek beleidsterrein in combinatie met kennis over de gemeente. Wanneer deze medewerkers de organisatie verlaten is het lastig ze te vervangen. Ze zijn moeilijk te vinden; grotere gemeenten betalen beter. En wanneer dit wel lukt, duurt het enige tijd voordat men ingewerkt is. Om die reden wordt er, wanneer invulling van de vacature direct moet plaatsvinden, gebruik gemaakt van inhuurkrachten. Het uurtarief van ingehuurde specialisten ligt gemiddeld 40% hoger.

Hierdoor kan de gemeente binnen het budget specialisten voor maximaal 60% van de benodigde tijd inhuren. De consequentie van het bovenstaande is dat op een aantal beleidsterreinen steeds meer de doorloop van het werk vertraagd en soms stil valt. In 2024 komen we op een aantal beleidsterreinen op een kantelpunt waarbij het steeds lastiger wordt om beleidsvoornemens (wettelijk en niet-wettelijk) te realiseren binnen de geplande tijd. Uiteraard blijven we desondanks alles op alles zetten om dit te voorkomen en is het onze hoogste prioriteit om de dienstverlening voor onze meer kwetsbare inwoners te continueren en op punten te versterken. De loon- en prijsbijstellingen in de zorg zijn de laatste jaren fors gestegen. Gemeenten krijgen die maar voor een klein deel gecompenseerd. Hierdoor lopen de kosten in de gemeente Brummen naar verwachting in 2024 op met vele tonnen en blijven de inkomsten achter. Zoals bij de behandeling van de programmabegroting 2024-2027 is aangekondigd, is het Rijk van plan om vanaf 2026 het gemeentefonds structureel met € 3 miljard te korten (zogenoemde ravijnjaar). Het gemeentefonds beslaat 70% van de inkomsten van de gemeente Brummen. Dit betekent dat afgerond € 3 miljoen minder wordt ontvangen.

Daarnaast is het Rijk van plan de koppeling met Rijksuitgaven los te laten waardoor loon- en prijsbijstellingen (vooral zichtbaar in de zorg) niet genoeg worden gecompenseerd om bij te blijven met gemeentelijke uitgaven. Conclusie De verschraling van de gemeentelijke overheid is al geruime tijd aan de gang en is versneld na de drie decentralisaties in 2015. Bezuinigingen tot 40% op de overgehevelde budgetten, gekoppeld met de toenemende vraag van inwoners betekende dat er vanaf 2020 fors moest worden bezuinigd. Dat heeft effect

gehad op onze kwaliteit en kwantiteit van dienstverlening en daarmee op het vertrouwen in de overheid. Het is lastig en soms te lastig het dienstverleningsniveau met minder structurele middelen op hetzelfde niveau te houden. In de afgelopen jaren heeft het College er alles aan gedaan om in ieder geval de dienstverlening voor meer kwetsbare inwoners niet te verlagen en op punten zelfs te versterken. Wanneer we vooruit kijken is het duidelijk dat we maatregelen moeten treffen om vanaf 2026 het in 2021 ingezette herstel verder vorm te geven.

2. Processtappen In oktober 2023 presenteerde het college de Programmabegroting 2024-2027. In lijn met de oproep van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) was de begroting voor de jaren 2026 en 2027 niet sluitend. Bij de begrotingsbehandeling op 9 november 2023 heeft de raad het college gevraagd zich voor te bereiden op het zogenoemde ravijnjaar. Daarbij heeft de raad aangegeven dat het college voor de Perspectiefnota 2025-2028 met een planning moet komen waarin de gemeenteraad goed wordt meegenomen in de bezuinigingsplannen. In december 2023 heeft de raad een raadsinformatiebrief ontvangen met daarop een planning van de wijze waarop het college verschillende stappen wil doorlopen. Op 14 maart heeft de raad kennis kunnen nemen van twee scenario’s. In dit hoofdstuk zijn de stappen beschreven die van november tot en met februari zijn doorlopen. Dit is in 3 fases gebeurd:

• Brainstorm Fase 1 Brede verkenning • Vergelijking andere gemeenten

December

Fase 2 Verdieping

• Meer inzicht in uitgaven • Wettelijke en niet-wettelijke taken

Fase 3 Scenario's

• 1. Scherper ramen Februari • 2. Keuzes maken op niet-wettelijke taken

Januari

Fase 1 Brede verkenning (december) In deze fase zijn tegelijkertijd 2 paden bewandeld om mogelijke ombuigingen te verkennen. Pad 1. Brainstorm in de ambtelijke organisatie Een brainstorm waarbij 3 vragen op tafel lagen: • Welke niet-wettelijke taken kunnen minder intensief uitgevoerd worden of geschrapt worden. • Welke mogelijkheden zijn er om extra inkomsten te genereren. • Welke financiële kansen liggen er die we kunnen benutten. Dit leverde een brede inventarisatielijst op met een grote diversiteit aan zaken. Om een indruk te geven van de reikwijdte van de ideeën, is in bijlage 3 een lijst met voorbeelden gegeven. Pad 2. Vergelijking met 4 andere gemeenten De begroting 2023 en jaarstukken 2022 (dit is de meest actuele beschikbare informatie op dat moment) zijn vergeleken met 4 andere gemeenten. Enkele zaken die hierin opvielen: • Bij de begroting heeft Brummen een gemiddeld niveau, behalve in het sociaal domein, die is in Brummen hoger dan gemiddeld. • Bij de jaarrekening waren de uitgaven in het sociaal domein lager dan gemiddeld. • De belastingdruk is hoger dan in de andere gemeenten. Conclusie na fase 1: Er zijn mogelijkheden om te bezuinigen op niet-wettelijke taken. En er moet een betere analyse komen bij het opstellen van de jaarlijkse begroting. Hierdoor wordt de begroting aangescherpt.

Fase 2 Verdieping (januari) De inzichten uit fase 1 leiden tot het besluit om verdere verdieping te zoeken op 2 sporen: Spoor 1. Meer inzicht in de Brummense begroting ten opzichte van de uitgaven Het is opvallend dat de begroting van het sociaal domein hoger is dan gemiddeld, terwijl de uitgaven lager zijn dan gemiddeld. Dit is verder onderzocht, niet alleen voor het sociaal domein maar voor de hele begroting. Er is per programma in de begroting gekeken naar de uitgaven in 2020 t/m 2022. Daaruit blijkt dat meerdere beleidsterreinen standaard hoger begroot zijn dan de daadwerkelijke uitgaven. De in hoofdstuk 2 beschreven ontwikkelingen op de arbeidsmarkt zijn duidelijk zichtbaar geworden in dit spoor. Er is de laatste jaren een groot verloop geweest, waarmee ook unieke kennis verloren gaat. Dit betekent ook iets voor de uitvoeringskracht en kunnen we niet al onze ambities realiseren. We moeten bij tijd en wijle zelfs alles op alles zetten om te voldoen aan wettelijke taken. Juist omdat niet alles gerealiseerd kan worden, betekent dat ook dat er budget voor personeel en goederen en diensten overblijft. Spoor 2. Meer inzicht in de financiering van wettelijke en niet-wettelijke taken Daarnaast is een analyse gemaakt van wettelijke en niet-wettelijke taken. De vraag is onderzocht op welke taken de gemeente beleidsvrijheid heeft.

Hierbij is gebruik gemaakt van het rapport “beleidsvrijheid geduid 1” uit 2019 van de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB). In het rapport staat in welke mate een beleidsterrein wettelijk of niet- wettelijk (beleidsvrij) is. De ROB maakt wel een kanttekening bij haar rapport. Zij kijken naar formele beleidsvrijheid, maar er is ook een maatschappelijke norm. Voorbeeld hiervan: Op het beleidsveld sport en activering is een gemeente bijna volledig beleidsvrij. Tegelijkertijd is een nationaal sportakkoord ondertekend omdat sporten goed is voor onder andere gezondheid en welzijn. Hierbij is ook een belangrijke rol toebedacht aan gemeenten. Conclusie na fase 2: Spoor 1 heeft ertoe geleid dat scenario 1 “Scherper ramen” verder is uitgewerkt. Spoor 2 heeft ertoe geleid dat scenario 2 “Keuzes maken op niet-wettelijke taken” verder is uitgewerkt. Voor beide scenario’s geldt dat het financieel afsprakenkader dat op 17 november 2020 door de raad is vastgesteld van kracht blijft (Z052431/D342444).

Fase 3 Scenario’s (februari) Het eerste scenario “Scherper ramen” speelt in op de kennis uit de vorige fase en op de ontwikkelingen zoals beschreven in hoofdstuk 1. Door de begroting te baseren op de afgelopen drie jaar zorgen we voor een realistische begroting. Deze sluit in 2026 aan bij de lagere ontvangsten uit het gemeentefonds. En sluit ook aan bij de lagere personele uitgaven als gevolg van het moeilijk kunnen vinden van nieuwe medewerkers. Het tweede scenario is een aan de raad beloofde methode om wettelijke en niet-wettelijke taken te onderscheiden in de begroting. Hierbij is gebruik gemaakt van het al genoemde rapport “beleidsvrijheid geduid” van de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB). Hieronder wordt de systematiek van de scenario’s verder besproken.

Scenario 1 “Scherper ramen” De systematiek: 1. Jaarlijks wordt een analyse gemaakt van de uitgaven per beleidsterrein van de voorgaande 3 jaren. Het laatste jaar telt dubbel zo zwaar mee. Voor de Perspectiefnota 2025 – 2028 zijn dit de jaren 2020 tot en met 2022. De jaarcijfers van 2023 worden betrokken als deze definitief zijn. 2. Het gemiddelde van de uitgaven van de 3 voorgaande jaren wordt geïndexeerd om te corrigeren voor de stijging van prijzen en salarissen in die jaren. Daarmee is het een realistisch gemiddelde. 3. Voor het berekenen van het nieuwe bedrag in de begroting wordt ook rekening gehouden met een jaarlijkse indexatie in de komende jaren als gevolg van verwachte prijs- en salarisstijgingen. 4. Een aantal typen inkomsten / uitgaven worden buiten de analyse gehouden wanneer die: • Kostendekkend zijn (denk aan riolering, uitgifte van reisdocumenten, specifieke uitkeringen) • Vaststaan (denk aan kosten voor verbonden partijen en de algemene uitkering)

1 Beleidsvrijheid_geduid_Adviesrapport_201903 (1).pdf

•

Uitgaande subsidies, belastingen en reserves/voorzieningen zijn (de hoogte hiervan is een jaarlijks te maken beleidskeuze). 5. Vervolgens wordt per beleidsterrein bekeken waarom er een verschil is tussen de huidige begroting en de verwachte uitgaven op basis van de gemiddelden van 2020 t/m 2022. Deze analyse is bepalend voor welke bijstellingen worden opgenomen en welke niet. 6. Personeel en kapitaallasten zijn op totaalniveau geanalyseerd. De budgetten voor goederen en diensten zijn per beleidsterrein onder de loep genomen. In hoofdstuk 3 wordt met cijfers en toelichting dieper inzicht gegeven in het resultaat van dit scenario.

Scenario 2. “Keuzes maken op niet-wettelijke taken” De systematiek 1. Aan de hand van het rapport van de ROB wordt het onderscheid vastgesteld tussen wettelijke en niet-wettelijke taken. Dit gebeurt per programma in de begroting. 2. De lasten die te maken hebben met kostendekkende taken en bijdragen aan verbonden partijen wordt uitgezonderd; omdat deze niet tot een effectieve ombuiging kunnen leiden. 3. Vervolgens wordt een taakstelling van € 3 miljoen naar rato van de resterende lasten verdeeld over de vier programma’s. 4. Deze taakstelling moet het komende jaar verder worden uitgewerkt en ter besluitvorming worden voorgelegd. In het hoofdstuk 4 wordt met cijfers en toelichting dieper inzicht gegeven in het resultaat van dit scenario en de ombuigingsmogelijkheden.

3. Uitwerking scenario 1 “Scherper ramen” Wat is het voordeel van dit scenario? 1. Het brengt rust in de begroting. Door deze systematiek te hanteren wordt het effect van grote budgetveranderingen gedempt. Deze afvlakking van grote schommelingen zorgt voor een beter evenwicht tussen ambities en resultaten. Bij grote budgetverlagingen bestaat vaak de neiging om een flink bezuinigingspakket op te stellen. Dit leidt over het algemeen tot onrust in de samenleving. Uit de praktijk blijkt vervolgens vaak dat bezuinigingen niet worden gerealiseerd. Hierdoor blijft de onrust lang hangen. 2. Het vergroot het realisme van de begroting en het kostenbewustzijn. Het sluit in 2026 aan bij de lagere inkomsten uit het gemeentefonds. En het blijft naar verwachting lastig om nieuwe medewerkers te vinden. We moeten accepteren dat er onvoldoende capaciteit is voor het opstellen van nieuw beleid. Nieuw beleid kan alleen plaatsvinden wanneer afscheid wordt genomen van oud beleid en er voldoende menskracht is. 3. De koppeling tussen personele lasten en budgetten voor goederen en diensten wordt beter inzichtelijk. Wordt er minder uitgegeven aan personeel, dan betekent dat ook dat de uitgaven op een beleidsterrein minder zullen zijn. Andersom geldt hetzelfde.

Welk risico’s zijn verbonden aan deze systematiek? • De begroting voor personeelslasten wordt lager, omdat de uitgaven in de afgelopen jaren lager waren dan begroot. Dit is het gevolg van de huidige arbeidsmarkt. Afhankelijk waar een vacature ontstaat of moeilijk te vervullen is, valt loonsom vrij. Dit is niet beïnvloedbaar. Continu prioriteren is noodzakelijk, maar dit is momenteel al de realiteit van de dag. • De arbeidsmarkt kan gunstiger worden. Dan worden meer vacatures vervuld. Dit zou een tekort betekenen binnen de personeelsbegroting. • Er zijn open einde regelingen in het sociaal domein. Invloed hoeveel aanspraak gemaakt wordt op de regeling is beperkt. Hierdoor kunnen budgetten meer dan in het verleden overschreden worden. • Scherp ramen betekent dat er meer risico wordt genomen dat de uitvoering duurder is dan verwacht. Hierdoor kunnen budgetten meer dan in het verleden overschreden worden. Bij scenario 1 stellen we een behoedzaamheidsreserve voor van € 3 miljoen om incidentele niet voorziene kosten op te vangen. Wat betekent het scenario “scherper ramen” voor de begroting 2025, 2026 en 2027? Onderstaande tabellen geven voor de personele kosten, kapitaallasten en budgetten voor goederen en diensten inzicht wat de voorlopige uitkomst is voor de begroting. Onderstaande uitkomsten zijn vergeleken met de voorlopige jaarstukken 2023 die in maart beschikbaar zijn gekomen.

Het beeld van de voorgestelde systematiek komt overeen met de voorlopige cijfers van 2023.

Personeel De afgelopen jaren is er op basis van rapporten rondom bestuurskracht en personele knelpunten formatieruimte toegevoegd aan de loonsom. Echter, het blijkt in de huidige arbeidsmarkt lastig om goed personeel aan te trekken om deze formatieplaatsen op te vullen. De afgelopen jaren zien we dan ook een onderuitputting op de loonsom. Dit wordt deels opgevangen door inhuur in te zetten, maar ook dat is niet in alle gevallen toereikend. Voorgesteld wordt om de loonsom af te ramen zonder de onderliggende formatie aan te passen. Dit betekent dat we in de begroting rekening gaan houden met het niet kunnen vervullen van vacatures. Een consequentie van de krappe arbeidsmarkt is dat de ambities niet gehaald kunnen worden binnen de gestelde tijd. Er moet dus scherp getemporiseerd en geprioriteerd worden. Een risico van deze manier van ramen is dat de arbeidsmarkt voor de gemeente als werkgever gunstiger wordt en er dus meer vacatures vervuld kunnen worden. Dit zou leiden tot een overschrijding binnen de personeelsbegroting. Voorlopige uitkomst 2025 2026 -638.000 -664.000

-3,2%

-3,2%

2027 -706.000

-3,3%

Onderbouwing Deze uitkomst is tot stand gekomen door te kijken naar de gemiddelde uitgave per formatieplaats in de jaren 2020, 2021 en 2022. Deze gemiddelden zijn gecorrigeerd voor loonprijsontwikkeling en doorgetrokken naar de komende jaren. Dit bedrag is vervolgens vermenigvuldigd met de totale formatie in die jaren. De voorlopige uitkomst is het verschil tussen de bovenstaande berekening en de huidige meerjarenbegroting. (ten opzichte van de totale loonsom in dat jaar)

Kapitaallasten In de eerste bestuursrapportage van elk jaar melden we in hoeverre de gerealiseerde kapitaallasten afwijken van de begroting. Een afwijking kan ontstaan wanneer investeringen eerder of later dan verwacht worden afgesloten. Een andere reden kan zijn dat investeringen hoger of lager dan het geraamde bedrag afgesloten worden. Voorlopige uitkomst 2025 2026 -356.000 -356.000 -11,1%

-10,3%

2027 -356.000 -9,9%

Onderbouwing Een gewogen gemiddelde afwijking over de afgelopen drie jaar betekent een gemiddeld voordeel van € 356.000 (ten opzichte van de totale kapitaallasten in dat jaar)

Goederen en diensten De personeelslasten en kapitaallasten bedragen samen bijna 40% van de lasten in de begroting. Ook bij de resterende 60% is gekeken naar het gemiddelde uitgavenniveau in de afgelopen jaren. Zoals uitgelegd bij de systematiek van scenario 1 is een deel van de budgetten op voorhand uitgesloten van de analyse. Er is een analyse gemaakt op de resterende budgetten door te kijken naar de uitgaven in de jaren 2020, 2021 en 2022. Deze uitgaven zijn (gecorrigeerd voor inflatie) vergeleken met de budgetten in de meerjarenbegroting. Per taak is vervolgens vastgesteld naar de reden waarom dit afwijkt. Wanneer er recentelijk nieuw beleid is vastgesteld waardoor de uitgaven de komende jaren toenemen, is het budget intact gelaten. Dit is ook gedaan met incidentele uitgaven en kosten die worden verrekend met een reserve. Voorlopige uitkomst 2025 2026

2027

Opmerking De post risicoverzekering wethouders is te hoog, deze kan worden afgeraamd. Het budget voor verkiezingen blijkt structureel te laag.

-11.000

-11.000

-11.000

15.000

15.000

15.000

-92.000

-95.000

-97.000

-250.000

-250.000

-250.000

-100.000

-100.000

-100.000

-640.000

-640.000

-640.000

-46.125

-46.125

-46.125

-1.124.125 -5,6%

-1.127.125 -5,6%

-1.129.125 -5,5%

Op het programma Klimaat en Duurzaamheid wordt rekening gehouden met een onderuitputting van 20% van het budget. De bouwleges zijn afgelopen jaren hoger uitgevallen dan verwacht. Binnen het minimabeleid is er naar verwachting € 100.000 ruimte. Op een aantal posten binnen de WMO is ruimte: huishoudelijke hulp (€ 350k), begeleiding PGB (€ 150k), begeleiding groep € 100k) en maatwerkvoorzieningen (€ 40k). Proceskosten WOZ staan nog geraamd, maar komen voor rekening van Tribuut. Totaal (ten opzichte van de totale budgetten goederen en diensten in dat jaar)

Totaal scenario 1 Voorlopig totaal

2025

2026

2027

Saldo meerjarenbegroting '24-'27

-553.842

2.481.205

1.901.367

Personeel

-638.000

-664.000

-706.000

Kapitaallasten

-356.000

-356.000

-356.000

4.000

4.000

4.000

2. Fysieke Leefomgeving

-342.000

-345.000

-347.000

3. Sociale Leefomgeving

-740.000

-740.000

-740.000

4. Bedrijfsvoering en Financiën

-46.125

-46.125

-46.125

Budgetten voor goederen en diensten

-1.124.125

-1.127.125

-1.129.125

Nieuw saldo '25-'27

-2.671.967

334.080

-289.758

1. Bestuur en Dienstverlening

4. Uitwerking scenario 2 “Keuzes maken op nietwettelijke taken” Wat is het voordeel van dit scenario? 1. Het geeft een overzicht van keuzemogelijkheden per beleidsterrein. Er is inzicht welk deel van een beleidsterrein niet-wettelijk is (beleidsvrij). Het is hiermee mogelijk om meer integraal over het totaal van de begroting te kiezen welk beleidsterrein wel en welke niet (intensiever) wordt opgepakt. Dit helpt bij het bepalen van een langere termijn perspectief, waardoor een jojo-effect op beleidsterreinen voorkomen kan worden. Het maakt de keuzemogelijkheden meer inzichtelijk, maar niet makkelijker. 2. De koppeling tussen personele lasten en budgetten voor goederen en diensten wordt beter inzichtelijk. Wordt er minder uitgegeven aan budgetten voor goederen en diensten, dan betekent dat ook dat de personeelslasten op een beleidsterrein minder zullen zijn. Welk risico’s zijn verbonden aan deze systematiek? • De ROB noemt het zelf: Er zijn terreinen waarin je formeel beleidsvrij bent, maar waarvan er maatschappelijk wel verwachtingen zijn dat er lokaal beleid is. • In dit scenario moeten fundamentele keuzes met een meerjarig effect gemaakt worden. En dat is moeilijk en pijnlijk. Er is een risico dat de keuzes niet gemaakt worden. Ook is er een risico dat keuzes het volgende jaar herzien worden, waardoor er toch een jojo-effect ontstaat.

Mogelijk wordt met dit scenario voorkomen dat er drastischere keuzes gemaakt moeten worden. Die hebben een nog groter effect op de samenleving. Wat betekent het scenario “keuzes maken” voor de begroting 2025, 2026 en 2027? De keuzes hebben nog geen effect op de begroting 2025. Bij scenario 2 wordt tot de volgende Perspectiefnota 2026 – 2029 tijd genomen om keuzemogelijkheden scherp in beeld brengen. De keuzemogelijkheden moeten structureel zijn, duurzaam en toekomstbestendig. Het totaalpakket aan keuzes moet leiden tot een positief structureel saldo van € 3 miljoen. Per programma in de begroting wordt een taakstelling opgegeven, naar rato van het % van de lasten van niet-wettelijke taken. Berekening taakstelling Bedragen x € 1.000 Programma 1. Bestuur en dienstverlening 2. Fysieke leefomgeving 3. Sociale leefomgeving 4. Bedrijfsvoering en financiën Totaal

Lasten totaal 5.643 14.415 33.416 10.576 64.051

Lasten nietwett. taken 892 8.046 9.451 2.008 20.397

% 4,4% 39,4% 46,3% 9,8% 100,0%

Taakstelling 131 1.183 1.391 295 3.000

De taakstelling is berekend door te kijken naar welk aandeel elk programma heeft in de beleidsvrije ruimte. Bijvoorbeeld: programma 1 heeft een totale beleidsvrije ruimte van € 892.000. Ten opzichte van de totale beleidsvrije ruimte van € 20.397.000 is dit 4,4%. Als het uitgangspunt wordt genomen dat er een taakstelling van € 3 miljoen moet worden gehaald, dan is de taakstelling voor programma 1 4,4% van € 3 miljoen. Dit betekent een taakstelling van € 131.000. In bijlage 2 zijn ter illustratie voorbeelden opgenomen van keuzemogelijkheden. Daarbij is genoemd welk maatschappelijk effect de keuze heeft en welke risico’s er zijn.

5. Vervolgproces Besluitvorming raad In het forum en de besluitvormende raadsvergadering van april wordt door het college voorgesteld om scenario 1 in de concept-Perspectiefnota 2025 – 2028 te verwerken. Na besluitvorming wordt het gekozen scenario uitgevoerd. Afhankelijk van de keuze voor een scenario vindt de uitwerking plaats.

Scenario 1 Scherper ramen

Scenario 2 Keuzes maken

• Uitwerking Perspectiefnota 2025- 2028 • Uitwerking Begroting 2025 - 2028

• Proces van keuzes maken per programma. Mei '24 t/m maart '25 • Uitwerking Perspectiefnota 2026 - 2029 • Uitwerking Begroting 2026 - 2029

Bijlagen Bijlage 1. Scenario “Scherper ramen” – volledig uitgewerkte versie Zie document D430590

Bijlage 2. Scenario 2 “Keuzes maken” - Maatregelen niet-wettelijke taken Zie document D429646

Bijlage 3. Voorbeelden brede inventarisatie fase 1 • • • • • • • • • • • •

Sport en cultuurbeleid beperken tot specifieke uitkeringen (SPUKs). Kostendekkendheid bouwleges onderzoeken Invoeren andere belastingen (reclame, forenzen, honden, parkeren) Sluiten en verkopen zwembad Rhienderoord Stoppen met landschapscontract Bijdragen minimabeleid naar wettelijk minimum. Afschaffen abonnementen, lidmaatschappen, opleidingen personeel Meer WvG locaties, duurdere woningen. Onderhoudsbudgetten in fysieke domein verlagen. Verhoging bedragen organiseren evenementen (dranghekken). Geen inspanning duurzame bedrijventerreinen. Stoppen deelnamen samenwerking bodem, natuurinclusieve landbouw, Schone Lucht Akkoord.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13953903/2