CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

(073) Plantoelichting

Besluitvormende raadsvergadering 21 maart 2024, gemeente BrummenBij agendapunt: Bestemmingsplan (a) en beeldkwaliteitsplan (b) Spankerenseweg 57, Leuvenheim15.709 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

427420

Spankerenseweg 57, Leuvenheim

Inhoudsopgave

Toelichting

3

2

Toelichting

3

Bestemmingsplan

Spankerenseweg 57, Leuvenheim

Januari 2024

Status: Vastgesteld

Bestemmingsplan “Leuvenheim, Spankerenseweg 57” Vastgesteld

Bestemmingsplan “Spankerenseweg 57, Leuvenheim”

Bestemmingsplan:

“Spankerenseweg 57, Leuvenheim”

IDN:

NL.IMRO.0213.BPBG700096- va01

Status:

Vastgesteld

Datum:

Januari 2024

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

1

Bestemmingsplan “Leuvenheim, Spankerenseweg 57” Vastgesteld

TOELICHTING

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

2

Bestemmingsplan “Leuvenheim, Spankerenseweg 57” Vastgesteld

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 5 1. AANLEIDING ................................................................................................................................................... 5 1.2 LIGGING VAN HET PLANGEBIED ....................................................................................................................... 5 1.3 DE BIJ HET PLAN BEHORENDE STUKKEN ............................................................................................................. 5 1.4 HUIDIG PLANOLOGISCH REGIME ...................................................................................................................... 6 1.5 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 9

HOOFDSTUK 2 DE HUIDIGE SITUATIE ................................................................... 10 2.1

HET PLANGEBIED EN DE OMGEVING ............................................................................................................... 10

HOOFDSTUK 3 PLANBESCHRIJVING ..................................................................... 11 3.1 3.2 3.3

GEWENSTE ONTWIKKELING .......................................................................................................................... 11 LANDSCHAPPELIJKE INPASSING EN BEELDKWALITEITSPLAN .................................................................................. 11 VERKEER EN PARKEREN ............................................................................................................................... 13

HOOFDSTUK 4 BELEIDSKADER ........................................................................... 14 4.1 4.2 4.3 4.4

RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 14 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 16 REGIONAAL BELEID ..................................................................................................................................... 18 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 19

HOOFDSTUK 5 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN .................................................. 24 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9

GELUID .................................................................................................................................................... 24 BODEMKWALITEIT ...................................................................................................................................... 25 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 26 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 27 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 28 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 32 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 34 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE .............................................................................................................. 35 GEUR ...................................................................................................................................................... 31

HOOFDSTUK 6 WATERASPECTEN........................................................................ 38 6.1 6.2

VIGEREND BELEID....................................................................................................................................... 38 WATERPARAGRAAF ................................................................................................................................... 39

HOOFDSTUK 7 JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING .............................. 40 7.1 7.2 7.3

INLEIDING................................................................................................................................................. 40 OPBOUW VAN DE REGELS ............................................................................................................................ 40 VERANTWOORDING VAN DE REGELS............................................................................................................... 41

HOOFDSTUK 8 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .................................................. 43 HOOFDSTUK 9 VOOROVERLEG EN INSPRAAK ......................................................... 44 9.1 9.2 9.3

VOOROVERLEG .......................................................................................................................................... 44 INSPRAAK ................................................................................................................................................. 44 ZIENSWIJZEN............................................................................................................................................. 44

BIJLAGEN BIJ HET BESTEMMINGSPLAN ..................................................................... 45 BIJLAGE 1

SLOOPOPGAVE .................................................................................................................................. 46 BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

3

Bestemmingsplan “Leuvenheim, Spankerenseweg 57” Vastgesteld BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6 BIJLAGE 7

LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSPLAN ....................................................................................................... 47 BEELDKWALITEITSPLAN ....................................................................................................................... 48 VERKENNEND EN VERVOLG BODEMONDERZOEK ....................................................................................... 49 AERIUS-BEREKENING ........................................................................................................................ 50 QUICKSCAN FLORA EN FAUNA ............................................................................................................... 51 WATERTOETS .................................................................................................................................... 52

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

4

Bestemmingsplan “Leuvenheim, Spankerenseweg 57” Vastgesteld

HOOFDSTUK 1 1.

INLEIDING

Aanleiding

Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op het perceel aan de Spankerenseweg 57 te Leuvenheim (hierna: plangebied). Aan de Spankerenseweg bevindt zich een voormalig agrarisch bedrijfsperceel met omliggende agrarische percelen. De bedrijfsactiviteiten zijn reeds beëindigd. Het voornemen is om de ter plaatse aanwezige (bedrijfs)bebouwing van circa 1526 m2 te slopen en ter plaatse een nieuwe woning met bijgebouw te bouwen. Initiatiefnemer is voornemens om de bestaande bedrijfswoning te herbouwen, zodat deze weer voldoet aan de huidige bouwkundige en duurzaamheidsstandaarden. Het voornemen is niet in overeenstemming met het huidige bestemmingsplan “bestemmingsplan Buitengebied 2008”. Ter plaatse van het plangebied ontbreken de juiste gebruiks- en bouwregels om de herontwikkeling te kunnen realiseren. Een herziening van het bestemmingsplan is dan ook noodzakelijk om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de gewenste juridisch planologische kaders, waarbij wordt aangetoond dat de ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

1.2

Ligging van het plangebied

Het plangebied bevindt zich in het buitengebied van de gemeente Brummen. Kadastraal is het plangebied bekend als gemeente Brummen, sectie Q, nummers 336 en 94. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied ten opzichte van de kern `Leuvenheim’ en van de directe omgeving weergegeven.

Afbeelding 1.1

1.3

Ligging van het plangebied ten opzichte van Brummen en de directe omgeving (Bron: PDOK)

De bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan “Spankerenseweg 57, Leuvenheim” bestaat uit de volgende stukken: • •

verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.0213.BPBG700096- va01) en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlagen);

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

5

Bestemmingsplan “Leuvenheim, Spankerenseweg 57” Vastgesteld •

toelichting (met bijbehorende bijlagen).

Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

1.4

Huidig planologisch regime

1.4.1

Algemeen

Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het “bestemmingsplan Buitengebied 2008”. Dit bestemmingsplan is op 17 december 2009 door de gemeenteraad van de gemeente Brummen vastgesteld. Daarnaast ligt het plangebied binnen de begrenzing van de volgende bestemmingsplannen: • • •

“Paraplubestemmingsplan Archeologie” (vastgesteld op 15 oktober 2020); “Paraplubestemmingsplan Parkeren” (vastgesteld op 18 oktober 2018); “Beschermingszone bestrijdingsmiddelen” (vastgesteld op 25 oktober 2012).

Ten aanzien van de planologische situatie zijn voornamelijk de bestemmingsplannen “Paraplubestemmingsplan Archeologie” en “bestemmingsplan Buitengebied 2008” van belang. Op basis van dit bestemmingsplan zijn de gronden binnen het plangebied voorzien van de enkelbestemming ‘Agrarisch met landschapswaarden’ met een bijbehorend bouwvlak. Tevens zijn de gebiedsaanduidingen ‘Beslotenheid/Houtopstanden’, ‘Extensiveringsgebied’, Landgoederenzone (EHS-verwervingsgebied) en gebied met middelhoge archeologische verwachtingswaarde opgenomen. In afbeelding 1.2 wordt via een uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan “bestemmingsplan Buitengebied 2008” de planologische situatie weergegeven. Op afbeelding 1.3 wordt via een uitsnede van de verbeelding het ter plaatse geldende bestemmingsplan “Paraplubestemmingsplan Archeologie” weergegeven. Op beide verbeeldingen is het plangebied indicatief met een rode omlijning aangegeven. Aansluitend wordt kort op de geldende bestemmingen ingegaan.

Afbeelding 1.2

Uitsnede “bestemmingsplan Buitengebied 2008” (Bron: ruimtelijkeplannen.nl)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

6

Bestemmingsplan “Leuvenheim, Spankerenseweg 57” Vastgesteld

Afbeelding 1.2

1.4.2

Uitsnede “Paraplubestemmingsplan Archeologie” (Bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Beschrijving bestemmingen “bestemmingsplan Buitengebied 2008”

‘Agrarisch met landschapswaarden’ De voor ‘Agrarisch met landschapswaarden’ aangewezen grond is bestemd voor agrarische doeleinden, agrarische bouwpercelen met bijbehorende erven alsmede het behoud, beheer en/of herstel van de landschappelijke, aardwetenschappelijke en ecologische waarden. Binnen een agrarisch bouwperceel mag uitsluitend één agrarisch bedrijf worden gevestigd en het bestaand aantal dienstwoningen geldt als maximum. De goot- en bouwhoogte voor bedrijfsgebouwen bedraagt respectievelijk 6 en 9 meter. ‘Gebiedsaanduiding Beslotenheid/Houtopstanden’ Op deze gronden is het voor diverse werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op de gronden uit te voeren. Voorbeelden hiervan zijn: ophoging, egalisering van gronden en afgraven van de bodem en aanleggen en verharden van wegen, het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen en het aanleggen en dempen van watergangen, sloten en andere waterpartijen. ‘Gebiedsaanduiding Gebied met middelhoge archeologische verwachtingswaarde’ Deze gebiedsaanduiding is inmiddels overschreven door de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie hoog’ uit het “Paraplubestemmingsplan Archeologie”.

Op basis van de dubbelbestemming van het bestemmingsplan “Paraplubestemmingsplan Archeologie” geldt dat de gronden met deze dubbelbestemming er geen noodzaak is tot het streven naar behoud in de huidige staat. Een inventariserend archeologisch onderzoek is verplicht als de oppervlakte van de ingreep groter zijn dan 250 m2 én de diepte van de ingreep dieper reikt dan 40 cm. ‘Gebiedsaanduiding Extensiveringsgebied’ Deze aanduiding geeft nadere regels over uitbreiden van intensieve veehouderijen. ‘Gebiedsaanduiding Landgoederenzone (EHS-verwerving)’

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

7

Bestemmingsplan “Leuvenheim, Spankerenseweg 57” Vastgesteld Deze aanduiding geeft nadere regels over uitbreiden van intensieve veehouderijen. In relatie tot EHSgebieden. ‘Gebiedsaanduiding Landgoederenzone (EHS-natuur)’ Deze aanduiding geeft nadere regels over uitbreiden of verbouwen van agrarische percelen, in relatie tot EHSgebieden.

“Paraplubestemmingsplan Archeologie” 'Waarde - Archeologie laag' De voor 'Waarde - Archeologie laag' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de instandhouding en bescherming van archeologische waarden. Het is verboden om op of in de gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van bevoegd gezag bouwactiviteiten en/of heiwerkzaamheden uit te voeren met bodemingrepen op een grotere diepte dan 40 cm en groter dan 2.500m2.

‘Waarde - Archeologie middelmatig' De voor 'Waarde - Archeologie middelmatig'' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de instandhouding en bescherming van archeologische waarden. Het is verboden om op of in de gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van bevoegd gezag bouwactiviteiten en/of heiwerkzaamheden uit te voeren met bodemingrepen op een grotere diepte dan 40 cm en groter dan 1.000m2.

‘Waarde - Archeologie hoog’ De voor 'Waarde - Archeologie middelmatig' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de instandhouding en bescherming van archeologische waarden. Het is verboden om op of in de gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van bevoegd gezag bouwactiviteiten en/of heiwerkzaamheden uit te voeren met bodemingrepen op een grotere diepte dan 40 cm en groter dan 250m2.

1.4.3

Strijdigheid

Het realiseren van een nieuwe reguliere en het gebruiken van de bedrijfswoning als reguliere woning is in strijd met het geldende bestemmingsplan. Ter plaatse van de enkelbestemming ‘Agrarisch met landschapswaarden’ is het bestaande aantal bedrijfswoningen toegestaan. In de huidige situatie is één bedrijfswoning aanwezig. Daarnaast is er geen sprake meer van een agrarisch bedrijf en dus ook niet van een bedrijfswoning. Het gewenste gebruik als reguliere woning dient in voorliggend bestemming meegenomen te worden. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de gewenste juridisch planologische kaders om het voornemen mogelijk te maken.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

8

Bestemmingsplan “Leuvenheim, Spankerenseweg 57” Vastgesteld

1.5

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied en omliggend gebied gegeven. Hoofdstuk 3 bevat een planbeschrijving. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie Gelderland, de regio en de gemeente Brummen beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieu- en omgevingsaspecten de revue. Hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 7 en 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 9 gaat in op het vooroverleg en de inspraak.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

9

Bestemmingsplan “Leuvenheim, Spankerenseweg 57” Vastgesteld

HOOFDSTUK 2 2.1

DE HUIDIGE SITUATIE

Het plangebied en de omgeving

Het plangebied ligt aan de Spankerenseweg 57 ten zuiden van de kern Leuvenheim. De ruimtelijk-functionele structuur van de omgeving wordt voornamelijk gekenmerkt door agrarische gronden, bos en burgerwoningen. Het plangebied betreft een voormalig agrarisch erf en omliggende agrarische gronden. Het agrarische erf is niet meer als zodanig in gebruik. In de huidige situatie zijn een bedrijfswoning (180 m2), een mestsilo (175 m2), en meerdere voormalige agrarische bedrijfsgebouwen op het perceel aanwezig. Het gaat in totaal om 1.171 m2 aan voormalige agrarische bedrijfsgebouwen exclusief de mestsilo. De bedrijfsbebouwing en mestsilo betreffen panden met asbesthoudende daken. In afbeelding 2.1 is de huidige situatie van het plangebied weergegeven. Het plangebied is hierin indicatief met een rode contour aangegeven.

Afbeelding 2.1

Luchtfoto huidige situatie plangebied (Bron: ruimtelijkeplannen.nl, bewerkt)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

10

Bestemmingsplan “Leuvenheim, Spankerenseweg 57” Vastgesteld

HOOFDSTUK 3 3.1

PLANBESCHRIJVING

Gewenste ontwikkeling

Initiatiefnemer is voornemens om de aanwezige voormalige agrarische bedrijfsgebouwen, boerderij en de mestsilo op het perceel te slopen. De boerderij wordt herbouwd en omgezet tot regulier woning. In totaal wordt 1.516 m2 gesloopt, waarvan 1.346 m2 asbesthoudend. Daarnaast wordt overtollige erfverharding verwijderd. In afbeelding 3.1 is de sloopopgave opgenomen. De sloopopgave is ook opgenomen in bijlage 1 bij deze toelichting. Als compensatie voor de sloop wordt een nieuwe woning op het perceel gerealiseerd. De nieuwe woning heeft een oppervlakte van maximaal 150 m2 met daarbij 75 m2 aan bijgebouwen. Ook wordt er een kapschuur gerealiseerd van 140 m2. Bij de te behouden woning wordt daarnaast een nieuw bijgebouw van 75 m 2 gerealiseerd. De gebouwen worden landschappelijk ingepast zodat er een passend nieuw erf ontstaat.

Afbeelding 3.1

3.2

Sloopopgave voormalig agrarische erf (Bron: GroenAdviesbureau Ten Have)

Landschappelijke inpassing

Van belang is dat wordt voorzien in een goede landschappelijke inpassing en erfinrichting. In het kader van de voorliggende ontwikkeling is hierin voorzien. In afbeelding 3.2 is het erfinrichtingsplan met daarin het landschappelijk inpassingsplan opgenomen. Het hele plan is tevens opgenomen als bijlage 2 bij deze toelichting. Tevens is er een beeldkwaliteitsplan opgesteld, welke is toegevoegd in bijlage 3.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

11

Bestemmingsplan “Leuvenheim, Spankerenseweg 57” Vastgesteld

Afbeelding 3.2

Landschappelijk inpassingsplan (Bron: GroenAdviesbureau Ten Have)

Afbeelding 3.3

Landschappelijk inpassingsplan ingezoomd op het voormalige agrarische erf (Bron: GroenAdviesbureau Ten Have)

Voor de landschappelijke inpassing en ontwikkeling van het nieuwe erf is een analyse gemaakt van de geschiedenis en de ontwikkeling van het oude erf. Het erf heeft in de topografische kaart de naam ‘de Assenbeek’. Het is een oud erf dat vrij ligt in het landschap. In het landschap wisselen weiden en kleine bospercelen elkaar af.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

12

Bestemmingsplan “Leuvenheim, Spankerenseweg 57” Vastgesteld De woningen worden landschappelijk ingepast door het plaatsen van erfbosjes, beukenhagen, struweelhagen, enkele losse bomen en een boomgaard, in combinatie met het handhaven van waardevolle bestaand groen. De beplanting van dit groen bevordert het welzijn van insecten en kleine zoogdieren. Verder van de bebouwing is op het westelijke agrarische erf een kikkerpoel met knotwilgen beoogd, langs de oude beek. Langs de erfontsluiting in het noorden worden bestaande bomen gehandhaafd in het erfinirichtingsplan. Daarnaast leidt het verschralen van het grasland tot de groei van diverse kruiden. De woningen met bijgebouwen dienen een authentiek karakter uit te stralen. In de architectuur en de structuur van het erf komt dit naar voren. In afbeelding 3.4 is een sfeer impressie opgenomen.

Afbeelding 3.4

3.3

Sfeer impressie beeldkwaliteitsplan Bron: GroenAdviesbureau Ten Have)

Verkeer en parkeren

Met dit initiatief wordt één compensatiewoning toegevoegd. Parkeren ten behoeve van de woonfunctie vindt plaats op eigen terrein. Gezien de ruime omvang van het perceel en gezien de nieuwe inrichting zoals weergegeven in afbeelding 3.2, wordt gesteld dat beide woningen kunnen voldoen aan het voorzien van de parkeerbehoefte op eigen terrein. De bestaande woning en de compensatiewoning worden via de bestaande in- en uitrit ontsloten. Deze in- en uitrit is op een veilige en overzichtelijke wijze ontsloten op de Spankerenseweg 57. De bestaande inrit van de buren van het naastgelegen perceel blijft behouden. De zeer beperkte verkeersgeneratie die de extra woning op zal leveren kan eenvoudig worden opgevangen door het bestaande wegennet. 3.2.3

Conclusie

Op basis van het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de aspecten verkeer en parkeren geen belemmering vormen voor de voorgenomen ontwikkeling.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

13

Bestemmingsplan “Leuvenheim, Spankerenseweg 57” Vastgesteld

HOOFDSTUK 4

BELEIDSKADER

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal-, regionaal en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1.

2.

3.

4.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. Sterke en gezonde steden en regio’s Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven.

Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen wordt ingezet op de ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

14

Bestemmingsplan “Leuvenheim, Spankerenseweg 57” Vastgesteld 4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.

2.

3.

Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten komst gaat van die van toekomstige generaties.

4.1.1.4 Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’.

stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ 4.1.1.5 Toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen (3.1.6 Bro). Er is geen ondergrens bepaald voor wat een 'stedelijke ontwikkeling' is. Op basis van jurisprudentie blijkt dat de vraag of sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang (toename van bebouwing of ruimtegebruik) van die ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Uit afdelingsjurisprudentie blijkt dat voor het realiseren van woningen geldt, dat woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen worden beoordeeld als een stedelijke ontwikkeling die ladderplichtig is. Hieronder worden deze uitspraken weergegeven: • •

11 woningen geen nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921) 12 woningen wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953).

Uit bovenstaande uitspraak (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921) blijkt dat het realiseren van 11 woningen niet wordt gezien als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i Bro. Voor de voorliggende ontwikkeling, wordt dan ook geconcludeerd dat de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' niet van toepassing is, aangezien er sprake is van de toevoeging van slechts één nieuwe woning.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

15

Bestemmingsplan “Leuvenheim, Spankerenseweg 57” Vastgesteld 4.1.2

Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het rijksbeleid

Geconcludeerd wordt dat het voorliggend plan in overeenstemming is met het rijksbeleid.

4.2

Provinciaal beleid

Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Gelderland, welke is verankerd in de Omgevingsverordening Gelderland. 4.2.1

Omgevingsvisie Gelderland

4.2.1.1 Algemeen De provincie Gelderland heeft een integraal provinciaal beleidsplan, de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. De Provinciale Staten van Gelderland heeft de Omgevingsvisie op 19 december 2018 vastgesteld. In de Omgevingsvisie heeft de provincie twee doelen gedefinieerd die de rol en kerntaken van de provincie als middenbestuur benadrukken. De doelen zijn: 1. 2.

een duurzame economische structuurversterking; het borgen van de kwaliteit en de veiligheid van onze leefomgeving.

Deze doelen versterken elkaar en kunnen niet los van elkaar gezien worden. Economische structuurversterking vraagt om een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Dat is meer dan een goede bereikbaarheid en voldoende vestigingsmogelijkheden. Het betekent ook een aantrekkelijke woon- en leefomgeving met de unieke kwaliteiten van natuur, water en landschap in Gelderland. In deze Omgevingsvisie staat het 'fysieke' in de leefomgeving centraal. Tegelijk zit er een sterke 'sociale' component aan de opgaven voor sterke steden en een vitaal landelijk gebied. 4.2.1.2 Woon- en leefomgeving : Dynamisch, divers, duurzaam Om Gelderland voor mensen en bedrijven aantrekkelijk te houden, is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang. Bovendien draagt een goede kwaliteit van de leefomgeving bij aan gezondheid. Goed bereikbare voorzieningen, aansprekende evenementen, unieke cultuurhistorie, inspirerende culturele voorzieningen, een mooie natuur; het is allemaal van belang. Ook goed wonen hoort daarbij. Gelderland heeft op woongebied een bijzondere positie met uiteenlopende woonkwaliteiten, zowel stedelijke als landelijke. De Gelderse streken hebben ieder hun eigen aard, waar mensen zich thuis en verbonden met elkaar voelen. In onze groeiende Gelderse steden komen veel activiteiten samen. Tegelijkertijd investeren we in een vitaal platteland, juist als daar krimp plaatsvindt.

Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand verstedelijkt gebied ons vertrekpunt. Gelderland geeft de voorkeur aan het benutten van bestaande gebouwen. Gelderland gaat voor concentraties van bebouwing. Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, breiden we uit aan de randen van onze steden of dorpen. De provincie streeft naar een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen. De ambities zijn als volgt geformuleerd: •

• •

Gelderland heeft een aanbod aan woningtypen en woonmilieus passend bij de diversiteit aan woningvraag; voor ieder een passende, duurzame woning. We benutten de bestaande bebouwde omgeving optimaal met voldoende ruimte voor klimaatadaptieve maatregelen; Alle nieuwbouw wordt aardgasloos aangelegd en zoveel mogelijk circulair gebouwd. In 2035 zijn alle (bestaande) wijken van het aardgas; Woningen in Gelderland zijn in 2050 klimaatneutraal.

Om vorenstaande ambities te realiseren gaat de provincie in overleg met de Gelderse regio's, om zodoende regionale afspraken te maken.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

16

Bestemmingsplan “Leuvenheim, Spankerenseweg 57” Vastgesteld 4.2.1.3 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsvisie Gelderland De voorgenomen ontwikkeling draag bij aan de provinciale ambities ten aanzien van energietransitie, klimaatadaptatie en de woon- en leefomgeving. Daarnaast is het de ambitie om leegstand te beperken tot regulier wisselniveau en de uitstraling van de provincie plaatselijk te verbeteren. Daarmee wil de provincie transformatie naar andere functies zoveel mogelijk stimuleren. Tot slot wordt in paragraaf 4.4.3 onderbouwd dat de voorgenomen ontwikkeling invulling geeft aan een actuele woonbehoefte in de gemeente Brummen. Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de Omgevingsvisie Gelderland. 4.2.2

Omgevingsverordening Gelderland

4.2.2.1 Algemeen Met een ruimtelijke verordening stelt de provincie regels aan ruimtelijke plannen van gemeenten. De provincie richt zich hierbij op onderwerpen die van provinciaal belang zijn, zoals verstedelijking, natuur, nationale landschappen, water en glastuinbouw. Gemeenten krijgen op sommige terreinen meer beleidsvrijheid, terwijl ze op andere gebieden te maken krijgen met strikte provinciale richtlijnen. De regels in de verordening kunnen betrekking hebben op het hele provinciale grondgebied, delen of gebiedsgerichte thema's. Gemeenten moeten binnen een bepaalde termijn het bestemmingsplan op deze regels afstemmen. 4.2.2.2 Van toepassing zijnde artikelen: In voorliggend geval is artikel 2.2 en artikel 2.52 van de Omgevingsverordening van belang. Deze artikelen luiden als volgt: Artikel 2.2 (instructieregel bestemmingsplan doorwerking regionale woonagenda) 1. 2.

Een bestemmingsplan maakt nieuwe woningen alleen mogelijk als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. Als een ontwikkeling niet past binnen de vigerende regionale woonagenda, kan een bestemmingsplan vooruitlopend op de eerstvolgende actualisatie van de regionale woonagenda nieuwe woningen toch mogelijk maken onder de volgende voorwaarden: a. er wordt voldaan aan de eisen van de Ladder voor duurzame verstedelijking; b. de ontwikkeling past binnen het meest recente provinciale beleid; c. er heeft aantoonbaar regionale afstemming plaatsgevonden over deze ontwikkeling, en d. Gedeputeerde Staten stemmen in met deze ontwikkeling.

Artikel 2.52 (beschermen Groene ontwikkelingszone) 1.

2.

Voor zover een bestemmingsplan van toepassing is op locaties binnen de Groene ontwikkelingszone, laat het een nieuwe activiteit of ontwikkeling alleen toe als uit onderzoek blijkt dat: a. de kernkwaliteiten of ontwikkelingsdoelen, genoemd in bijlage Kernkwaliteiten Gelders natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone, per saldo en naar rato van de ingreep worden versterkt en; b. de samenhang niet verloren gaat. Gedeputeerde Staten stellen regels vast om de versterking uit te werken.

4.2.2.3 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsverordening Gelderland In de navolgende paragrafen wordt de voorgenomen ontwikkeling getoetst aan het regionaal woonbeleid (paragraaf 4.3.1) en het gemeentelijk woonbeleid (paragraaf 4.4.3). Uit de toetsing in de genoemde paragrafen blijkt dat de beoogde woningbouwontwikkeling zowel kwantitatief als kwalitatief passend is binnen de beleidskaders. Gelet hierop geeft de voorgenomen ontwikkeling invulling aan de concrete woonbehoefte in de gemeente Brummen. BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

17

Bestemmingsplan “Leuvenheim, Spankerenseweg 57” Vastgesteld Het plangebied is onderdeel van de Groene ontwikkelingszone. Voorwaarde van ontwikkeling in GO is versterking kernkwaliteiten. In de GO-regels maken we onderscheid in verliesfactor en impactfactor. Als er geen verlies is aan natuurelementen is de verliesfactor nul. De impactfactor van het verwijderen van het agrarisch bouwvlak (en alle te slopen opstallen) is groter dan de woningbouw die terugkomt. Er is met de gewenste ontwikkeling sprake van een versterking van de natuurwaarden. Daarnaast is in het landschappelijk inpassingsplan rekening gehouden met de ontwikkelingsdoelen natuur en landschap Groene Ontwikkelingszone. Het landschap inpassingsplan is gebaseerd op de ontwikkeldoelen van het landschap. Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 3.2 van deze toelichting. Resumerend wordt gesteld dat het voornemen in overeenstemming is met de Omgevingsverordening Gelderland. 4.2.3

Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid

Voorliggende ruimtelijke ontwikkeling is in overeenstemming met de uitgangspunten uit het provinciaal beleid zoals genoemd in de Omgevingsvisie Gelderland, die is verankerd in de Omgevingsverordening Gelderland.

4.3

Regionaal beleid

4.3.1

Woonagenda Cleantech Regio 2018

4.3.1.1 Algemeen De Cleantech Regio (gemeenten Apeldoorn, Brummen, Deventer, Epe, Lochem, Voorst en Zutphen) wil investeren in een goed verblijfs- en vestigingsklimaat in de binnensteden, dorpskernen en buitengebied. Plekken met leegstand of waar verloedering dreigt, krijgen prioriteit. De regio stemt wonen, werken en voorzieningen op elkaar af. Met de woonagenda zet de regio in op een toekomstbestendige woningvoorraad en woonomgeving. Ook met de nieuwbouw draagt de regio daaraan bij met de juiste woning, voor de juiste doelgroep, op de juiste plek. De regionale koers wordt lokaal vormgegeven, met per gebied verschillende speerpunten. Het uitgangspunt in regionale woonagenda is: recht doen aan de variëteit aan kwaliteiten in de regio. De regio werkt nauw samen op gezamenlijke thema’s. Dat geeft overheden meer armslag en een platform voor samenwerking met het onderwijs en de ondernemers. Met het regionaal afgestemd beleid wordt de effectiviteit vergroot. De woonagenda bestaat uit vier bouwstenen: 1. De drie centrale thema’s voor goed wonen in de regio; 2. De gezamenlijke richtinggevende principes voor kwalitatief programmeren; 3. Flexibel programmeren met ruimte voor de specifiek lokale opgaven; 4. Een uitvoeringsagenda voor gezamenlijke activiteiten.

4.3.1.2 Kwalitatieve en kwantitatieve woonbehoefte Het behouden en versterken van de woonkwaliteit vraagt om de juiste woning, voor de juiste doelgroep, op de juiste plek in de regio. Daarom wordt met de woningbouwprogrammering gestuurd op kwaliteit. Woningbouw kan niet los worden gezien van de lokale woningbehoefte, het bestaande woningaanbod, de specifieke plek en de veranderende woningbehoefte. Daarvoor is bovenal maatwerk op lokaal niveau. Vanuit de gezamenlijke ambitie om op kwalitatieve groei te sturen zijn richtinggevende principes ontwikkeld voor het lokaal beoordelen van woningbouwplannen, het gaat daarbij om drie speerpunten: -

Woningbouw draagt bij aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit van de bestaande stad, wijk, dorp, kern en buitengebied; Woningbouw is behoeftegericht, past bij de lokale vraag van een specifieke doelgroep en levert een strategische (toekomstgerichte) aanvulling op het bestaande woningaanbod;

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

18

Bestemmingsplan “Leuvenheim, Spankerenseweg 57” Vastgesteld -

De programmering is flexibel en kan aangepast worden om goed te blijven aansluiten op de speerpunten van ons beleid en actuele marktontwikkelingen.

Het vestigingsklimaat wordt gestimuleerd met een focus op de binnensteden en dorpskernen. Er wordt gegaan voor een evenwichtige opbouw van de woningvoorraad. Er is aandacht voor het sociaal-demografisch perspectief, zoals langer zorgeloos thuis wonen. In Brummen zal de komende jaren ingespeeld worden op de vergrijzing en de daarmee samenhangende groei van het aantal kleine huishoudens. Dat kan met flexibele woonvormen. De dynamiek op de woningmarkt is in rap tempo toegenomen. Veel mensen hebben weer vertrouwen om te investeren in een nieuwe woning. De korte termijn uitdaging is dan ook om ervoor te zorgen dat de woningmarkt de komende jaren kan blijven bewegen door voldoende nieuwbouwprojecten in de aanbieding te hebben. Wel moeten we voorkomen dat we daarmee al een wissel trekken op de toekomst. De huidige situatie met de lage rentestand en het inlopen van de woningtekorten zal niet eindeloos voortduren. Op basis van de actuele Primos woningbehoefteprognose wordt per gemeente gekoerst op een kwantitatief realistisch woningbouwprogramma. In de gemeente Brummen is op basis van de Primos woningbehoefteprognose uit 2016 een woningbehoefte van 700 woningen in de periode van 2018 tot 2027.

4.3.1.3 Toetsing van het initiatief aan de Woonagenda Cleantech Regio 2018 In voorliggend geval is sprake van een woningbouwontwikkeling waarbij één woning aan de woonvoorraad van de gemeente Brummen wordt toegevoegd. Gezien de woningbouwopgave van 700 woningen tussen 2018 en 2027, wordt gesteld dat hiermee sprake is van een ontwikkeling die past binnen de aantoonbare kwantitatieve woningbouwbehoefte binnen de gemeente Brummen. 4.3.2

Toetsing aan regionaal beleid

De voorgenomen ontwikkeling levert in het kader van het regionaal beleid geen belemmeringen op.

4.4

Gemeentelijk beleid

Het gemeentelijk beleid is verwoord in tal van plannen. Met betrekking tot het voorliggende bestemmingsplan zijn de hieronder genoemde beleidsstukken het belangrijkst. 4.4.1

Toekomstvisie Brummen 2030

4.4.1.1 Algemeen De toekomstvisie maakt heldere keuzes voor de toekomst van Brummen en geeft daarmee een duidelijke koers aan richting 2030. De visie geeft richting aan de strategie, het beleid en de plannen die de komende vijftien jaar worden gemaakt. Het is een inspiratiekader, dat laat zien wat en wie Brummen wil zijn in 2030. Het is geen opsomming van beleidskeuzes voor de komende vijftien jaar. De richting is duidelijk. Hoe daar wordt komen wordt de komende jaren ingekleurd door de gemeentelijke politiek, de gemeentelijke organisatie en de inwoners en ondernemers van Brummen. De keuzes en speerpunten voor 2030 zijn ingedeeld in drie thema's: • • •

Ruimte voor papier en landgoederen; Samen gezond wonen, werken en leven; Op groene voet met groene vingers.

4.4.1.2 Samen gezond wonen, werken en leven Flexibel, duurzaam en toekomstgericht bouwen

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

19

Bestemmingsplan “Leuvenheim, Spankerenseweg 57” Vastgesteld De gemeente zet in op flexibel bouwen, een gevarieerder woningaanbod en meer levensloopbestendige woningen. De gemeente past de woningvoorraad aan de vergrijzing en de veranderingen in de zorg aan. Bijvoorbeeld door gemengde woonvormen mogelijk te maken en te faciliteren en bouwen voor jong en oud. De gemeente wordt aantrekkelijk gemaakt als vestigingsplaats voor jongeren en gezinnen en bouwen met het oog op de toekomst. En met oog voor de kernwaarden. De kernwaarden van de identiteit, papier, landgoederen, water, hout en natuur, zijn terug te zien in de architectuur in de gemeente. De gemeente kiest voor inbreiding op locaties die al bebouwd zijn in plaats van uitbreiding. Bestaande woonwijken worden geherstructureerd, vernieuwd en levensloopbestendig gemaakt. Daarbij wordt de openbare ruimte toegankelijk gemaakt voor ouderen, door bijvoorbeeld trottoirs te verbreden. En daarnaast is er aandacht voor de mobiliteit van ouderen en de toegankelijkheid van het openbaar vervoer. De huidige uitbreidingslocaties voor woningbouw in Eerbeek en Brummen worden op kleinere schaal afgerond. De woningen die hier nog gebouwd worden zorgen voor doorstroming op de woningmarkt.

4.4.1.3 Toetsing van het initiatief aan de ‘Toekomstvisie Brummen 2030’ De voorgenomen ontwikkeling gaat uit van een herontwikkeling op een locatie die al bebouwd is in het buitengebied van de gemeente Brummen. Het perceel aan de Spankerenseweg 57 wordt herontwikkeld naar een nieuwe toekomstbestendige woonfunctie. De ontwikkeling gaat uit van de realisatie van een compensatiewoning en het omzetten van de bedrijfswoning naar een burgerwoning. Het voornemen zorgt voor het versterken van de economische vitaliteit van het gebied. Geconcludeerd wordt dat de ‘Toekomstvisie Brummen 2030’ zich niet verzet tegen de in dit bestemmingsplan opgenomen ontwikkeling. 4.4.2

Ruimtelijke ontwikkelingsvisie Ligt op Groen!

4.4.2.1 Algemeen De ruimtelijke ontwikkelingsvisie ‘Ligt op groen’ (ROV) is op 28 september 2006 door de raad van de gemeente Brummen vastgesteld. Dit beleidsdocument vormt een inspirerend wensbeeld in de vorm van ambities en doelen en is koers uitgezet in de richting van dit wensbeeld. Strategische beleidsuitspraken zijn vertaald naar een ontwikkelingsprogramma voor de periode tot 2015. Het inzetten van nieuwe ontwikkelingen ter versterking van groene kwaliteiten staat centraal in de visie. De identiteit van de gemeente Brummen wordt vooral bepaald door de groene kwaliteit. Deze groene kwaliteiten, en niet de programmatische wensen, zijn het vertrekpunt voor toekomstige ontwikkelingen. Er wordt uitgegaan van het principe ‘geen rood voor groen’, tenzij de groene belangen worden versterkt. Daarbij wordt ieder initiatief zorgvuldig afgewogen en ter besluitvorming aan de gemeenteraad voorgelegd. Ook in de kernen zijn groene kwaliteiten van groot belang. Nieuwe woningbouw dient de groene kwaliteiten c.q. het groene karakter van te versterken. De bijdrage kan bestaan uit een directe fysieke bijdrage, bijvoorbeeld door een landschappelijke inpassing van een project met bos/natuur, dan wel een financiële bijdrage in een gemeentelijk natuur- en landschapsfonds (financieel afromen van stedelijke bouwprojecten ter uitvoering van landschapsbeleidsplan en groenstructuurplan).

4.4.2.2 Toetsing van het initiatief aan de ‘Ruimtelijke ontwikkelingsvisie Ligt op Groen!’ Onderhavig initiatief ziet toe op de sloop van voormalige agrarische bedrijfsgebouwen inclusief boerderij en een mestsilo. Als compensatie wordt een compensatiewoning toegevoegd en wordt de bestaande bedrijfswoning bestemd als burgerwoning. In de beoogde situatie wordt het perceel landschappelijk ingepast. De landschappelijke inpassing is opgenomen in afbeelding 3.2 en bijgevoegd als bijlage 2 bij de toelichting. Er wordt een fysieke bijdrage geleverd door de aanplant van diverse bomen en struiken op en rondom het perceel. Geconcludeerd wordt dat de ‘Ruimtelijke ontwikkelingsvisie Ligt op Groen!’ zich niet verzet tegen de in dit bestemmingsplan opgenomen ontwikkeling.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

20

Bestemmingsplan “Leuvenheim, Spankerenseweg 57” Vastgesteld 4.4.3

Woonagenda 2019-2023

4.4.3.1 Algemeen Als het gaat om wonen, volgen ontwikkelingen elkaar snel op. Denk aan nieuwe wetgeving om mensen langer zelfstandig thuis te laten wonen. Of aan het duurzamer maken van woningen. Hoewel de vorige woonvisie van de gemeente Brummen dateerde uit 2016, was een aanpassing daarvan nodig. De belangrijkste reden daarvoor: in kunnen spelen op de dynamische woningmarkt. De gemeente Brummen wil dat haar inwoners goed wonen in een prettige en veilige omgeving. Het doel van de woonagenda is om iedereen prettig te laten wonen in Brummen en om woonwensen en -behoeften van inwoners zoveel mogelijk te realiseren binnen de gemeente. Het woningaanbod moet bijdragen aan vitale kernen en een vitale bevolkingsgroep. De gemeente Brummen hanteert in de woonvisie vier pijlers: • • • •

Betaalbaarheid en beschikbaarheid; Wonen, zorg en welzijn, in combinatie met de vergrijzing; Duurzaamheid, met focus op de bestaande woningvoorraad; Leefbaarheid.

Brummen wil dat iedereen binnen twee jaar een passende huur- of koopwoning vindt. De productie van nieuwbouw loopt dan ook in de pas met de verwachte huishoudgroei en versterkt de huidige woonmilieus. De gemeente richt zich op nieuwbouw voor de lokale behoefte en verbouw van de bestaande woningen. Alleen woningen waar daadwerkelijk behoefte aan is worden toegevoegd. Zodat inwoners in iedere inkomenscategorie en levensfase een passende woning kunnen vinden. Door doorstroming te faciliteren wil de gemeente bevorderen dat koop en huurwoningen vrijkomen. Tevens zorgt dit voor huisvestingsmogelijkheden van de lage middeninkomens en de middeninkomens. De gemeente zet daarnaast in op leven op een groene voet en een klimaatneutraal Brummen. De komende jaren wordt gezocht naar de optimale balans tussen het gebruik van duurzame energie, energiebesparing en een efficiënt gebruik van fossiele brandstoffen. De gemeente stimuleert energieneutraal bouwen en zet zich in voor energiebesparing, ook in de openbare ruimte. 4.4.3.3 Toetsing van het initiatief aan de Woonagenda 2019-2023 Met de voorgenomen ontwikkeling wordt een koopwoning toegevoegd aan het woningaanbod. Deze woning wordt gerealiseerd op een bebouwd perceel in het buitengebied van de gemeente Brummen. Daarnaast wordt de bestaande bedrijfswoning omgezet naar burgerwoning.

Onderhavig voornemen sluit aan bij de wens van de gemeente om zich te richten op nieuwbouw voor de lokale behoefte en de verbouw van bestaande woningen. 4.4.4

Afwegingskader woningbouw

4.4.4.1 Algemeen In navolging op de Woonagenda 2019-2023 heeft de gemeente Brummen het ‘Afwegingskader woningbouw’ vastgesteld. In het afwegingskader woningbouw is aangegeven hoe vorm wordt gegeven aan de woningbouwprogrammering. De gemeente Brummen wil inspelen op de kansen en behoeften die zich voordoen op de lokale woningmarkt. Hiervoor heeft de gemeente een afwegingskader opgesteld. Op basis van dit afwegingskader, verleent de gemeente haar medewerking aan de plannen die het beste bijdragen aan de ambities. 4.4.4.2 Afwegingskader De lokale verfijning van het adaptief programmeren geeft de gemeente Brummen vorm in een afwegingskader. Hiermee kan de gemeente kwalitatief sturen op nieuwbouwplannen. De gemeente Brummen wil plannen die zo maximaal mogelijk bijdragen aan de gemeentelijke ambities, prioriteit geven bij de ontwikkeling. Aan de hand van beleidsuitgangspunten uit de woonvisie kan worden beoordeeld in hoeverre een nieuwbouwplan bijdraagt aan de gemeentelijke ambities.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

21

Bestemmingsplan “Leuvenheim, Spankerenseweg 57” Vastgesteld Stapsgewijs doorloopt een initiatief in een stroomdiagram de criteria uit het Afwegingskader Woningbouw. Hierna is het afwegingskader opgenomen. 1. 2.

3. 4.

5. 6.

Is er kwantitatief ruimte? a. Is er behoefte voor het gebied waar het plan onderdeel van uitmaakt? Is er een kwalitatieve woonbehoefte? a. Sluit het plan aan bij het type woonmilieu (complementair) aan de bestaande voorraad en versterking van het huidige woonmilieu? b. Sluit het plan aan bij marktdoelgroep? i. Sluit de prijssegmentering aan op de (middel)lange termijn woonbehoefte? ii. Voorziet het plan in een tekort aan huisvesting voor (kwetsbare) doelgroepen? Is er ruimtelijk gezien prioriteit? a. Ligt het plan in prioritair gebied? Is er een maatschappelijke meerwaarde? a. Naast de ruimtelijke kwaliteit wordt op locatieniveau beoordeeld of het plan voorziet in een maatschappelijke meerwaarde Is er een alternatief? Herprogrammeren bij niet realiseren.

4.4.4.3 Toetsing van het initiatief aan het Afwegingskader Woningbouw De beoogde ontwikkeling voorziet in de realisatie van één compensatiewoning in het buitengebied van de gemeente Brummen. Binnen de gemeente Brummen bestaat er op basis van de verwachte huishoudensgroei tot 2030 een woningbehoefte van 600 woningen. Als ook rekening gehouden wordt met het aantal woningen dat gebouwd moet worden om het tekort van de afgelopen jaren in te halen is de woningbehoefte 900 woningen. De huidige harde plancapaciteit blijft hierbij achter. Dit betekent dat de komende planperiode niet voorzien kan worden in de woningbehoefte en er behoefte is aan nieuwe harde plancapaciteit. Al met al wordt geconcludeerd dat er sprake is van kwantitatieve behoefte aan de voorgenomen woningbouwontwikkeling. Door het toevoegen van een compensatiewoning aan het woningaanbod komt een andere woning vrij die in gebruik kan worden genomen door andere burgers. Met de herontwikkeling van de locatie Spankerenseweg 57 wordt een ruimtelijke kwaliteitsprestatie geleverd door de sloop van voormalige agrarische bedrijfsgebouwen en een mestsilo en het landschappelijk inpassen van het perceel. 4.4.5

Beleidsregel functieverandering in het buitengebied

4.4.5.1 Algemeen De beleidsregel ‘Functieverandering in het buitengebied’ is een aanvulling op het Bestemmingsplan Buitengebied van de gemeente Brummen en biedt een toetsingskader voor functieverandering van vrijkomende (agrarische) gebouwen in het buitengebied naar wonen en woon-werkcombinaties. Functieverandering naar wonen De maatvoering voor functieverandering naar wonen is gebaseerd op de regionale nota ‘Waar de stallen verdwijnen’. De gemeente Brummen hanteert hierbij oppervlaktematen in plaats van inhoudsmaten. Op basis van een inventarisatie van de oppervlakte van bestaande burgerwoningen in het buitengebied is voor de gemeente Brummen een oppervlaktemaat van maximaal 150 m2 voor een woning reëel en hanteerbaar. Deze maatvoering wordt gehanteerd als maximum voor een nieuw te bouwen woning(en) in het kader van functieveranderingen komt overeen met de maatvoering uit het Bestemmingsplan Buitengebied. Het maximum oppervlakte aan bijgebouwen per woning bedraagt maximaal 75 m2. De systematiek en maatvoering voor sloop is vastgesteld in de vorm van een staffel. Om in aanmerking te komen voor een woning moet minimaal 500 m2 aan bedrijfsgebouwen gesloopt worden. Bij toepassing van functieverandering dient voldaan te worden aan de algemene voorwaarden voor functieverandering.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

22

Bestemmingsplan “Leuvenheim, Spankerenseweg 57” Vastgesteld 4.4.5.2 Toetsing van het initiatief aan het Beleidskader functieverandering van vrijkomende agrarische gebouwen Het plan voldoet aan de algemene voorwaarden voor functieverandering zoals opgenomen in het beleidsregel functieverandering in het buitengebied. Op de locatie wordt 1346 m2 aan bedrijfsgebouwen gesloopt met asbesthoudende daken en een mestsilo van 175 m 2. Als compensatie mag een nieuwe vrijstaande woning worden gerealiseerd. Gezien er zeer ruim aan de benodigde sloopnorm wordt voldaan wordt er eveneens een kapschuur van 140m2 gerealiseerd. Het initiatief past in het functieveranderingsbeleid. 4.4.6

Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid Brummen

Geconcludeerd wordt dat de gewenste ontwikkeling in overeenstemming is met de gemeentelijke beleidsuitgangspunten zoals verwoord in de in deze paragraaf behandelde beleidsdocumenten.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

23

Bestemmingsplan “Leuvenheim, Spankerenseweg 57” Vastgesteld

HOOFDSTUK 5

MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, ecologie, archeologie & cultuurhistorie en het Besluit milieueffectenrapportage. In dit hoofdstuk wordt enkel ingegaan op woonbestemming , omdat de agrarische gronden ten westen en noorden niet wijzigen van bestemming en op deze manier geen invloed hebben op de milieu en omgevingsaspecten.

5.1

Geluid

5.1.1

Wettelijk kader

De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen. 5.1.2

Situatie plangebied

Woningen worden op basis van de Wet geluidhinder (Wgh) aangemerkt als geluidsgevoelig objecten. In de beoogde situatie wordt de bestaande bedrijfswoning omgezet naar een burgerwoning. De bestaande woning hoeft in dit geval niet te worden meegenomen. Artikel 76 van de Wgh bepaalt dat de geluidsbelasting van een aan aanwezige weg op bestaande woningen niet hoeft te worden getoetst aan de grenswaarden. Tevens wordt er een compensatiewoning op het perceel gerealiseerd. Omdat in de beoogde situatie één nieuwe woning toegevoegd wordt is het van belang om te bepalen of er ter plaatse van de woning mogelijk sprake is van geluidhinder vanwege wegverkeerslawaai, railverkeerslawaai en/of industrielawaai. Hierna wordt nader op deze aspecten ingegaan. 5.1.2.1 Wegverkeerslawaai In de beoogde situatie wordt een nieuwe woning mogelijk gemaakt binnen de wettelijke geluidszone van de Spankerenseweg. Deze weg is echter een rustige weg welke veelal door bestemmingsverkeer wordt gebruikt. Tevens wordt de beoogde woning op een ruime afstand (circa 110 meter) van de weg gesitueerd. Er kan niet worden verwacht dat de voorkeurswaarde van 48 dB wordt overschreden. Een akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai is dan ook niet noodzakelijk. 5.1.2.2 Railverkeerslawaai Het plangebied ligt op circa 340 meter ten westen van de dichtstbijzijnde spoorlijn.

De richtafstand vanaf het specifieke spoor betreft 300 meter. In voorliggend geval wordt aan de richtafstand voldaan. Ten aanzien van railverkeerlawaai kan worden aangenomen, dat, ter plaatse van het projectgebied, een aanvaardbaar woon en leefklimaat heerst.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen & advies

24

Bestemmingsplan “Leuvenheim, Spankerenseweg 57” Vastgesteld 5.1.2.2 Industrielawaai In de omgeving van het plangebied is geen gezoneerd bedrijventerrein aanwezig en vindt eveneens geen zware bedrijvigheid plaats. Het uitvoeren van een onderzoek industrielawaai is in voorliggend geval niet noodzakelijk. Wat betreft de invloed van de in de omgeving aanwezige individuele bedrijven/voorzieningen op de voorgenomen ontwikkeling, wordt verwezen naar de paragraaf 5.5 van deze toelichting. 5.1.3

Conclusie

De Wet geluidhinder vormt geen belemmering voor de uitvoering van het voorgenomen plan.

5.2

Bodemkwaliteit

5.2.1

Algemeen

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht. In voorliggend geval zijn een verkennend bodemonderzoek en een aanvullend onderzoek uitgevoerd door Hunneman Milieu-advies. De resultaten en conclusie van de onderzoeken zijn hierna opgenomen. Voor nadere toelichting op beide onderzoeken wordt verwezen naar het onderzoeksrapportage welke is opgenomen in bijlage 4 van deze toelichting. 5.2.2

Situatie plangebied

Naar aanleiding van de resultaten van het verkennend bodem- en asbestonderzoek zijn de volgende conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan. Onderzoeksresultaten Uit de resultaten van het uitgevoerde bodemonderzoek blijkt het volgende: • • • • • •

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13855315/2