CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

073 - Bestemmingsplan 'Plagweg 20' en 'IJsselstraat 6' Empe ontwerp

Forum Fysieke Leefomgeving 2 september 2021, gemeente BrummenBij agendapunt: Bestemmingsplan Plagweg 20 - Ijsselstraat 6 Empe21.807 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan "Bestemmingsplan 'Plagweg 20' en 'IJsselstraat 6' Empe"

Bezoekadres Postadres

Rombou : Jufferenwal 30, 8011 LE Zwolle : Postbus 432, 8000 AK Zwolle

Datum

: 7 april 2021

Status Projectleider Telefoon E-mail

: ontwerp : S. Kondring : 08 8236 8236 : info@rombou.nl

Inhoudsopgave Toelichting

Hoofdstuk 1

Inleiding

7

1.1

Aanleiding

7

1.2

Ligging plangebied

8

1.3

Vigerend bestemmingsplan

9

1.4

Leeswijzer

10

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

11

2.1

Huidige situatie

11

2.2

Uitruil sloopmeters

15

2.3

Toekomstige situatie

15

Hoofdstuk 3

Beleidskaders

22

3.1

Rijksbeleid

22

3.2

Provinciaal beleid

24

3.3

Regionaal

28

3.4

Gemeentelijk beleid

29

Hoofdstuk 4

Milieu- en omgevingsaspecten

34

4.1

Inleiding

34

4.2

Bedrijven en milieuzonering

34

4.3

Geur

35

4.4

Bodemkwaliteit

36

4.5

Geluid

39

4.6

Luchtkwaliteit

40

4.7

Externe veiligheid

41 3

4.8

Water

45

4.9

Ecologie

46

4.10

Cultuurhistorie en archeologie

52

Hoofdstuk 5

Juridische vormgeving

54

5.1

Algemeen

54

5.2

Juridische vormgeving

54

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid

56

6.1

Economische uitvoerbaarheid

56

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

57

Bijlage

Bijlage 1

Advies Gelders Genootschap Plagweg 20

Bijlage 2

Beplantingsplan Plagweg 20

Bijlage 3

Schetsontwerp Plagweg 20

Bijlage 4

Erfinrichtingsconcept IJsselstraat 6

Bijlage 5

Beplantingsplan IJsselstraat 6

Bijlage 6

Advies Gelders Genootschap IJsselstraat 6

Bijlage 7

Beeldkwaliteitskenmerken IJsselstraat 6

Bijlage 8

Bodemonderzoek IJsselstraat 6

Bijlage 9

Aanvullen bodemonderzoek (PAK)

Bijlage 10

Bodemonderzoek Plagweg 20 Empe

Bijlage 11

Watertoets Plagweg 20 Empe

Bijlage 12

Watertoets IJsselstraat 6

Bijlage 13

Stikstofberekening + toelichting Plagweg 20

Bijlage 14

Flora & Fauna onderzoek Plagweg 20

Bijlage 15

Stikstofberekening + toelichting IJsselstraat 6

4

Bestemmingsplan 'Plagweg 20' en 'IJsselstraat 6' Empe

Bijlage 16

Flora & Fauna onderzoek IJsselstraat 6

Bijlage 17

Archeologisch onderzoek IJsselstraat 6

Bijlage 18

Selectiebesluit IJsselstraat 6

Regels

Hoofdstuk 1

Inleidende regels

523

Artikel 1

Begrippen

523

Artikel 2

Wijze van meten

533

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

535

Artikel 3

Agrarisch met waarden - Landschap

535

Artikel 4

Wonen

537

Artikel 5

Waarde - Archeologie waardevol

541

Artikel 6

Waarde - Archeologie laag

546

Hoofdstuk 3

Algemene regels

550

Artikel 7

Anti-dubbeltelregel

550

Artikel 8

Algemene bouwregels

551

Artikel 9

Algemene gebruiksregels

552

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

553

Artikel 10

Overgangsrecht

553

Artikel 11

Slotregel

555

Bijlage

Bijlage 1

Bedrijven niet Agrarisch

Bijlage 2

Erfinrichtingsplan Plagweg 20

Bijlage 3

Te slopen bebouwing Plagweg 20

Bijlage 4

Erfinrichtingsplan IJsselstraat 6

Bijlage 5

Te slopen bebouwing IJsselstraat 6 Inhoudsopgave

5

Bijlage 6

6

Beeldkwaliteitsplan IJsselstraat 6

Bestemmingsplan 'Plagweg 20' en 'IJsselstraat 6' Empe

Toelichting Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1

Aanleiding

Dit bestemmingsplan ziet toe op een functiewijziging voor de percelen gelegen aan Plagweg 20 en de IJsselstraat 6 in Empe. 1.1.1

Plagweg 20

Initiatiefnemer A heeft aan de Plagweg 20 te Empe een agrarisch erf met een bedrijfswoning en meerdere voormalig agrarische gebouwen. De agrarische activiteiten zijn naar een andere locatie verhuisd, waardoor aan de Plagweg 20 geen agrarische activiteiten meer plaatsvinden. De aanwezige agrarische bebouwing wordt gesloopt. Door middel van het voorliggende bestemmingsplan wordt de agrarische bestemming van het perceel omgezet naar de woonbestemming, waarbij de bestaande bedrijfswoning wordt bestemd als burgerwoning. In het kader van rood voor rood wordt bovendien een nieuwe woning gerealiseerd. 1.1.2

IJsselstraat 6

Initiatiefnemer B aan de IJsselstraat 6 te Empe is voornemens een functieverandering te realiseren op hun erf. De agrarische activiteiten op dit erf zijn ook beëindigd. De aanwezige agrarische bebouwing wordt gesloopt. Door middel van het voorliggende bestemmingsplan wordt de agrarische bestemming van het perceel omgezet naar de woonbestemming, waarbij de bestaande bedrijfswoning wordt bestemd als burgerwoning. Daarnaast worden in het kader van rood voor rood twee nieuwe woningen gerealiseerd. Om voor deze twee extra woningen in aanmerking te komen wordt 500 m2 aan slooprechten van de Plagweg 20 verplaatst naar de IJsselstraat 6.

Toelichting

7

1.2

Ligging plangebied

1.2.1

Plagweg 20

De Plagweg 20 ligt in de plaats Empe, in het buitengebied van de gemeente Brummen. De planlocatie ligt ten westen van de stad Zutphen. Zie hiervoor het linker plaatje van afbeelding 1. Het plangebied betreft het voormalige agrarisch erf. Deze is in het rechter plaatje afgebeeld. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding behorende bij dit bestemmingsplan.

Afbeelding 1: luchtfoto's planlocatie Plagweg 20 te Empe 1.2.2

IJsselstraat 6

De IJsselstraat 6 te Empe ligt tevens in het buitengebied van de gemeente Brummen, ten noordwesten van de stad Zutphen. Zie hiervoor het linker plaatje van afbeelding 2. Het plangebied betreft het voormalige agrarisch erf. Deze is in het rechter plaatje afgebeeld. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding behorende bij dit bestemmingsplan.

8

Bestemmingsplan 'Plagweg 20' en 'IJsselstraat 6' Empe

Afbeelding 2: luchtfoto's IJsselstraat 6 te Empe 1.3

Vigerend bestemmingsplan

Op beide planlocaties is het bestemmingsplan 'Buitengebied 2008' van de gemeente Brummen vigerend. De planlocaties hebben beide de enkelbestemming 'Agrarisch met landschapswaarden'. In afbeelding 3 is een uitsnede van de verbeelding van de Plagweg 20 weergegeven. Hierop is te zien dat de locatie de beschikking heeft over een bouwvlak en twee gebiedsaanduidingen.

Afbeelding 3: uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan Plagweg 20 In afbeelding 4 is een uitsnede van de verbeelding van de IJsselstraat 6 weergegeven. Hierop is te zien dat de locatie de beschikking heeft over een bouwvlak en verschillende gebiedsaanduidingen. Ten zuiden van de, over het perceel lopende rode lijn, is tevens de gebiedsaanduiding 'Landgoederenzone (EHS-natuur)' opgenomen. Een klein deel van het perceel aan de oostzijde heeft tevens de gebiedsaanduiding ''Landgoederenzone (EHS-verweving)'.

Toelichting

9

Afbeelding 4: uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan IJsselstraat 6 Voor beide plangebieden zijn ook de paraplubestemmingsplannen Archeologie en parkeren van toepassing. 1.4

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een weergave van de huidige en de toekomstige situatie voor beide locaties weergegeven. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het relevante beleid van het Rijk, de provincie en de gemeente beschreven. In hoofdstuk 4 passeren alle relevante milieu- en omgevingsaspecten de revue. In hoofdstuk 5 komt de juridische vormgeving aan bod. Het laatste hoofdstuk gaat in op maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het plan.

10

Bestemmingsplan 'Plagweg 20' en 'IJsselstraat 6' Empe

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1

Huidige situatie

2.1.1

Plagweg 20

Aan de Plagweg 20 in Empe staat het voormalig agrarisch bedrijf van initiatiefnemer A. De bedrijfsactiviteiten op deze locatie zijn gestaakt omdat de zoon van initiatiefnemer A elders binnen de gemeente in maatschap verder is gegaan met de boerderij. De landbouwgronden aan de Plagweg worden nog wel door hem gebruikt. Het erf ligt op enige afstand van de Plagweg en heeft zich niet op een traditionele wijze ontwikkeld door de historische eigendomssituatie. Achter de boerderij was de grond niet van initiatiefnemer A. De boerderij staat centraal op het erf met de ontsluiting dicht op de achtergevel van de boerderij. De boerderij heeft twee wooneenheden, het achterhuis wordt ook bewoond. Zie onderstaande afbeelding voor de huidige opzet van het erf.

Toelichting

11

Afbeelding 5: huidige erfinrichting Plagweg 20 te Empe De met rode kaders aangegeven gebouwen zijn de gebouwen die gesloopt gaan worden. De totale oppervlakte van de te slopen gebouwen komt neer op 1.287 m2. In de navolgende tabel is het overzicht gegeven van de oppervlakte aan te slopen gebouwen. Tabel 2.1 Overzicht te slopen bebouwing Plagweg 20 Gebouw

oppervlakte in m2

Varkensstal

220

12

Bestemmingsplan 'Plagweg 20' en 'IJsselstraat 6' Empe

Varkensstal / bijgebouw woning

117

Schuur

30

Schuur

100

Koeienstal

320

Stierenstal / berging

260

Werktuigenberging met werkplaats

240

Totaal te slopen

1.287

2.1.2

IJsselstraat 6

Aan de IJsselstraat 6 ligt het agrarische erf van initiatiefnemer B. Voor generaties lang is aan de IJsselstraat 6 een melkveebedrijf geëxploiteerd. De huidige generatie nadert de pensioengerechtigde leeftijd en is het bedrijf aan het afbouwen. Er is geen bedrijfsopvolging. Het laatste vee is weg en er zijn enkel nog wat akkerbouwactiviteiten. Ook deze worden beëindigd. De benodigde investeringen om het bedrijf een nieuwe impuls te geven zijn te hoog, daarnaast ontbreekt de bedrijfsopvolging en zijn de perspectieven voor de verkoop van het agrarisch bedrijf laag. Een functieverandering naar 'wonen' is hiermee de beste oplossing. Zie onderstaande afbeelding voor de huidige erfinrichting.

Toelichting

13

Afbeelding 6: huidige erfrichting IJsselstraat 6 te Empe De met rode kaders aangegeven gebouwen zijn de gebouwen die gesloopt gaan worden. In totaal betreft het 1.480 m2 aan sloopmeters op de locatie. Zie hiervoor de onderstaande opsomming. Tabel 2.2 Overzicht te slopen bebouwing IJsselstraat 6 Gebouw

Afmeting

oppervlakte in m2 (afgerond)

Mixerputten, 2 stuks

2,7 x 1,5

8

Nieuwste ligboxenstal

27,1 x 31,2

577

Oudste ligboxenstal

27,1 x 15,85

429

Berging

20,1 x 14,1

283

14

Bestemmingsplan 'Plagweg 20' en 'IJsselstraat 6' Empe

Varkensstal

17,9 x 10,2

183

Totaal te slopen

2.2

1.480

Uitruil sloopmeters

Om de plannen op beide erven mogelijk te maken is er tussen beide initiatiefnemers een overeenkomst gesloten over het verevenen van sloopmeters. De overeenkomst tot verevenen van sloopmeters is tevens vastgelegd in de door partijen gesloten anterieure overeenkomst. Hiermee is sloop op de beide locaties en samenhang in de planvorming gewaarborgd. Er wordt in totaal 500 m2 aan sloopmeters verevend tussen beide partijen waarbij de sloopmeters fictief verplaatst worden van de Plagweg naar de IJsselstraat. Hierdoor wordt er in totaal voldoende gesloopt om beide initiatieven mogelijk te maken aangezien met het opruimen van de landschapsontsierende bebouwing op de beide erven voldoende ruimtelijke kwaliteitswinst wordt behaald. 2.3

Toekomstige situatie

2.3.1

Plagweg 20

In de toekomstige situatie worden de meeste agrarische gebouwen gesloopt. Deze zijn aangegeven met rode kaders in paragraaf 2.1. De gebouwen met een blauw kader blijven staan. Het gaat om de bedrijfswoning en een bijgebouw bij de voormalige bedrijfswoning. De omliggende gronden blijven in gebruik als agrarische gronden. Ter hoogte van de gebouwen aan de zuidzijde wordt in het kader van rood voor rood een nieuwe woning gerealiseerd. Deze woning heeft een enkelvoudig hoofdvolume met een fors gesloten zadeldak. Er wordt gebruik gemaakt van natuurlijke materialen en gedempte kleuren. Een eigentijdse invulling van de traditionele hoofdvorm is mogelijk. Het bijgebouw staat ook aan het erf en maakt onderdeel uit van het concept. Ten behoeve van de ontsluiting en opzet van het erf met de nieuwe bouwkavel heeft het Gelders genootschap een advies uitgebracht. Het Gelders genootschap heeft in haar advies de stedenbouwkundige en landschappelijke analyse uitgevoerd en de uitgangspunten en randvoorwaarden uitgewerkt voor de inpassen en uitwerking van het plan. De kern van het advies is dat de huidige boerderij de Toelichting

15

hoofdwoning op het erf is en moet blijven. De nieuwe woning dient een schuurachtige uitstraling te krijgen en een locatie aan het oorspronkelijke erf. Hierdoor wordt aangesloten bij de kenmerken van het bestaande erf. Het onderscheid tussen ‘voor’ en ‘achter’ wordt verbeterd door de sloop van de schuren en kuilplaten en uitbreiding van de hoogstamboomgaard en de informele beplanting rondom de nieuwe woning. Het ontginningslandschap wordt versterkt door het de knotwilgen op de noordelijke kavelgrens. Het volledige advies is terug te vinden in de Bijlage 1. Door Stichting Landschapsbeheer Gelderland is een inrichtingsplan opgesteld. Het beplantingsplan borduurt voort op het advies van het Gelders Genootschap. Met het beplantingsplan wordt bewerkstelligd dat er een bijdrage wordt geleverd aan de versterking van het landschap. Het beplantingsplan is als Bijlage 2 aan deze toelichting toegevoegd. De kaart behorende bij het beplantingsplan is in de navolgende afbeelding weergegeven.

16

Bestemmingsplan 'Plagweg 20' en 'IJsselstraat 6' Empe

Afbeelding 7: schets landschappelijke versterking In de regels van het bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen waarmee de aanleg en instandhouding van de landschappelijk inpassing conform het inrichtingsplan is gewaarborgd. Beeldkwaliteit De rood voor rood woning wordt gebouwd in de vorm van een schuurwoning. Door Architektenburo Ehrenhard is, in overleg met de rayonarchitect van het Gelders Genootschap, een schetsontwerp gemaakt. De woning krijgt een landelijke uitstraling dat passend is op een voormalige agrarische erf. Het schetsontwerp is als Bijlage 3 aan deze toelichting toegevoegd. De nieuwe invulling van het perceel, in combinatie met het schetsontwerp van de schuurwoning, geven een duidelijk eindbeeld van de gewenste ontwikkeling. Toelichting

17

De sloop van de agrarische bebouwing, in combinatie met de zorgvuldige landschappelijke inpassing en het ontwerp van de schuurwoning, zorgt ervoor dat voor het perceel aan de Plagweg 20 een belangrijke ruimtelijke kwaliteitswinst wordt behaald. 2.3.2

IJsselstraat 6

De gewenste situatie aan de IJsselstraat 6 betreft het slopen van landschapsontsierende bebouwing en het realiseren van twee nieuwe vrijstaande schuurwoningen met inpandige berging. De totale bebouwde oppervlakte neemt op het nieuw ingerichte erf fors af. Door architectenbureau The Citadel Company is een erfinrichtingsplan opgesteld. Dit ontwerp ziet toe op de inrichting van het erf en de landschappelijke inpassing. De navolgende afbeelding geeft het resultaat weer van de toekomstige inrichting van het perceel.

Afbeelding 8: gewenste situatie IJsselstraat 6 18

Bestemmingsplan 'Plagweg 20' en 'IJsselstraat 6' Empe

Het complete erfinrichtingsplan met de toelichting op het plan en de bijpassende landschappelijke inrichting is als Bijlage 4 opgenomen. Aanvullend op de erfinrichting is een beplantingsplan opgesteld door Ontwerpbureau Luijendijk. Het beplantingsplan borduurt voort op het erfinrichtingsplan van Architectenbureau The Citadel Company. Het beplantingsplan is opgenomen als Bijlage 5 bij de toelichting. Door middel van de plannen is de situering van een tweetal nieuwe schuurwoningen en een nadere inrichting van het erf vastgelegd. Deze beeldkwaliteitskenmerken leggen de randvoorwaarden vast, waarbinnen de woningen moeten worden ontworpen om te voldoen aan redelijke eisen van welstand. Een nadere beschrijving van de beeldkwaiteitseisen is weergegeven onder het kopje 'Beeldkwaliteit'. In de regels van het bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen waarmee de aanleg en instandhouding van de landschappelijk inpassing conform het plan van Architectenbureau The Citadel Company is gewaarborgd alsmede een voorwaardelijke verplichting om te voldoen aan de beeldkwaliteit. Door het Gelders genootschap is in het traject van de functieverandering mee gedacht over de inpassing en de uitstraling van de twee woningen. Uitgangspunt was om te komen tot een concept dat beter leest als ‘een erfgedachte’. Dit advies is bijgevoegd als Bijlage 6.

Beeldkwaliteit Door Craeft Advies zijn de verschillende uitgangspunten en randvoorwaarden samengevoegd is het rapport 'Beeldkwaliteitskenmerken' voor de ontwikkeling van Erve Groothuis. Dit rapport is als Bijlage 7 aan deze toelichting toegevoegd. Een samenvatting van de beeldkwaliteitskenmerken is onderstaand weergegeven. Situering De woningen moet worden gesitueerd zoals uitgewerkt is in het inpassingsplan van The Citadel Company. Met name de ‘schuin’ geplaatste, meest zuidelijk gelegen woning, is zorgvuldig in deze draaiing geplaatst. Ook de overige erfstructuur is zorgvuldig omschreven, waarbij het Gelders Genootschap reeds enkele randvoorwaarden heeft meegegeven. Voor de realisatiefase zijn hier de volgende dringende voorschriften uit te herleiden: 1. De tuinen van de woningen moeten beperkte haagelementen hebben om het Toelichting

19

open landschap te benadrukken. Dit betekent dat schuttingen en losse bouwwerken tussen de woningen niet zijn toegestaan en zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. De hagen mogen een maximale hoogte van 1,50m boven maaiveld hebben; 2. Losse of gekoppelde bijgebouwen aan de voorzijde (inritzijde) van de nieuwe woningen zijn niet toegestaan. Het bijgebouw dient in één volume met de woning te worden ondergebracht. In de planregeling wordt 50 m2 van de oppervlakte van de footprint van totaal 200 m2 vastgelegd als bijgebouw, zodat deze ruimte niet vergunningsvrij te benutten is; 3. De woningen worden ten aanzien van glasoppervlakte en leefgebied zoveel mogelijk tuingericht gesitueerd. Aan de voorzijde (inritzijde) is de woning sober van aard en kent minder glasoppervlak; 4. De woningen moeten een rechthoekige hoofdvorm hebben en worden voorzien van een zadelkap. De totale situering wordt vastgelegd in relatief strak-omlijnde bouwvlakken. Op de volgende afbeeldingen is dit weergegeven.

Afbeelding 9 : bouwvlakken rood voor rood woningen 20

Bestemmingsplan 'Plagweg 20' en 'IJsselstraat 6' Empe

Maatvoeringseisen Aan de nieuw te realiseren woningen worden de volgende maatvoeringseisen gesteld naast de standaard-bouwregels: 1. De nieuwe woningen kennen een eenvoudige rechthoekige grondvorm van maximaal 200 m2, waarvan 50 m2 inpandige berging; 2. De maximale goot- en bouwhoogte van een woning mag niet meer bedragen dan respectievelijk 3 meter en 9 meter (= standaardregel); 3. Het puntdak heeft een hellingshoek van minimaal 30° en maximaal 60°; 4. Ondergeschikt aan een eenvoudige hoofdvorm en de gootlijn van 3 meter is een dakkapel en/of doorstekende entreepartij in de zijgevel (door de gootlijn) voorstelbaar, waarbij symmetrie wordt vermeden en bij voorkeur een referentie plaatsvindt naar agrarisch gebruik; 5. Aan één zijde van een woning kan worden afgeweken van de goothoogte van 3 meter ten behoeve van entreepartijen, zoals onder 4 vermeld, over een lengte van maximaal 20% van het hoofdgebouw. Materialen en uitstraling Aan de nieuw te realiseren woningen worden de volgende materialisering- en uitstralingseisen gesteld. Een definitief ontwerp zal hieraan getoetst worden: 1. Schuurwoning met een sober karakter; 2. Kleur en materiaalgebruik zijn terughoudend; 3. Gebruik van natuurlijke materialen ten behoeve van gevelbekleding, zoals bijvoorbeeld gepotdekseld hout en grote glaspartijen om verbinding met omliggende natuur aan te gaan; 4.

Eventueel hergebruik van oude elementen uit de te slopen stallen, zoals stalen spanten, welke zichtbaar tot uiting mogen komen in de architectuur; 5. Vanuit de landgoederenzone Brummen, de ontstaansgeschiedenis van het erf en het ‘rijke’ landschap zijn schuurwoningen met royale overstekken passend; 6. De materialisering van de dakvorm kan bestaan uit zowel dakpannen, riet, of een combinatie riet/dakpannen. In het plan van Craeft Advies zijn in overleg met de rayonarchitect van het Gelders Genootschap enkele referentiebeelden opgenomen. Bij de uitwerking van het bouwplan voor de twee schuurwoningen dient rekening gehouden te worden met de beschreven beeldkwaliteitskenmerken.

Toelichting

21

Hoofdstuk 3 Beleidskaders Dit hoofdstuk behandelt het beleid dat betrekking heeft op het voorliggende bestemmingsplan. Achtereenvolgens wordt ingegaan op het Rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid, voor zover dat is gerelateerd aan het plangebied en het voorliggende initiatief. 3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR); Besluit algemene regels

ruimtelijke ordening De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op Rijksniveau en vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de MobiliteitsAanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving. Tevens vervangt het een aantal ruimtelijke doelen en uitspraken in onder andere de Agenda Landschap en de Agenda Vitaal Platteland. Daarmee wordt de SVIR het kader voor thematische of gebiedsgerichte uitwerkingen van Rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. In de SVIR heeft het Rijk drie Rijksdoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk economische structuur van Nederland. Het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat. Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Voor de drie Rijksdoelen worden er 13 onderwerpen van nationaal belang benoemd. Hiermee geeft het Rijk aan waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken.

Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Toets 22

Bestemmingsplan 'Plagweg 20' en 'IJsselstraat 6' Empe

Met het toevoegen van de woningen op beide percelen, worden geen nationale belangen geraakt. de SVIR heeft daarom geen invloed op dit plan. 3.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

In de SVIR is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. De Ladder voor duurzame verstedelijking moet worden gevolgd om planologisch nieuwe “stedelijke ontwikkelingen” mogelijk te maken binnen bestaand stedelijk gebied. Nieuwe planologische bouwmogelijkheden van enige omvang kwalificeren als zodanig en zijn 'Ladderplichtig'. Ontwikkelingen mogen alleen plaatsvinden als er sprake is van duurzame verstedelijking. Om dit te kunnen beoordelen wordt er getoetst of er behoefte is aan de ontwikkeling. De initiatiefnemer moet dit kunnen aantonen. Deze behoefte dient getoetst te worden aan de hand van een onderzoeksgebied, een tijdshorizon van 10 jaar en een marktonderzoek. Toets Uit jurisprudentie is inmiddels gebleken dat de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing is voor zeer kleinschalige ontwikkelingen. Uit de uitspraken (ECLI:NL:RVS:2014:4720 & ECLI:NL:RVS:2015:2921) blijkt namelijk dat de ontwikkeling van respectievelijk acht en elf woningen niet wordt gezien als een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van artikel 3.1.6, tweede lid Bro. Onderhavig plan betreft de realisatie van slechts drie woning en is daarmee veel kleinschaliger. De rood voor rood woningen worden gerealiseerd op bestaande erven met bestaande bebouwing.

In ruil daarvoor wordt de landschapsontsierende bebouwing gesloopt, waardoor op dit perceel sprake is van transformatie en herinvulling. Gelet op het geringe aantal van twee woningen én de vermindering van de bebouwde oppervlakte is er geen sprake van een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in het Besluit ruimtelijke ordening. De ladder van duurzame ontwikkeling is daarom niet van toepassing op het voorliggende plan.

Toelichting

23

3.1.3

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

De structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is gedeeltelijk vertaald in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de Ecologische Hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Toets Beide initiatieven raken geen belangen zoals omschreven in het Barro. Beide initiatieven zijn vanuit dit aspect uitvoerbaar 3.1.4

Conclusie Rijksbeleid

De toets aan de structuurvisie, de ladder en het Barro laat zien dat het initiatief in overeenstemming is met het relevante Rijksbeleid. 3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie Gelderland (december 2018)

De provincie kiest er in de Omgevingsvisie voor om vanuit twee hoofddoelen bij te dragen aan een toekomstbestendig Gelderland. Deze zijn: een duurzame economische structuur; het borgen van de kwaliteit en veiligheid van onze leefomgeving. Deze twee hoofddoelen benadrukken de rol en kerntaken van de provincie als middenbestuur. Zij beïnvloeden elkaar. Economische structuurversterking vraagt om een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Dit betekent onder andere goede bereikbaarheid en voldoende vestigingsmogelijkheden. Het betekent ook een aantrekkelijke woon- en leefomgeving met de unieke kwaliteiten van natuur, water en landschap in Gelderland. Wonen en werken in het 'buitengebied' De provincie en haar partners streven samen naar een vitaal buitengebied: 24

Bestemmingsplan 'Plagweg 20' en 'IJsselstraat 6' Empe

met behoud van levendigheid; met een verbetering van de kwaliteit van wonen, werken en vrijetijdsbesteding; rekening houdend met grote verschuivingen door schaalvergroting in de landbouw, energietransitie en urbanisatie de komende jaren. De provincie stelt bij initiatieven voor functieverandering dat deze de aanwezige en te ontwikkelen economie en gebiedskwaliteiten versterken. Dit kunnen initiatieven zijn voor wonen en werken. Bijvoorbeeld functieverandering en landgoederen. Een kwaliteitsverbetering wil zeggen dat er sprake is van sloop en / of hergebruik van vrijkomende bebouwing (functieverandering) of ontwikkeling van nieuwe natuur. De mate waarin landschapsontsierende bebouwing wordt gesloopt en de wijze waarop percelen worden ingericht en landschappelijk ingepast bepalen of een ontwikkeling aanvaardbaar is ten opzichte van de bestaande situatie Toets Beide initiatieven betreffen de realisatie van één of twee compensatiewoningen na sloop van beeldverstorende bebouwing. De locaties worden landschappelijk ingepast waardoor er op beide punten een kwaliteitsverbetering ontstaat. Door de landschapsontsierende bebouwing te slopen wordt recht gedaan aan het waardevolle landschap en door de ruime hoeveelheid inpassingsmaatregelen wordt het landschap verder versterkt.

Gesteld kan worden dat de voorgenomen ontwikkeling op beide erven de woonkwaliteit ter plaatse verbeterd en dat door de zorgvuldige landschappelijke inpassen van de erven en de bouwkavels de gebiedskwaliteiten worden versterkt. 3.2.2

Omgevingsverordening Gelderland

Met de verordening stellen Provinciale Staten regels over de inhoud, toelichting of onderbouwing van bestemmingsplannen. Deze regels kunnen betrekking hebben op het hele provinciale grondgebied, delen of gebiedsgerichte thema's. Gemeenten moeten binnen een bepaalde termijn hun bestemmingsplan afstemmen op de in de verordening opgenomen regels.

Toelichting

25

Afbeelding 10: uitsnede kaart Plagweg 20 Omgevingsverordening Provincie Gelderland. Het plangebied aan de Plagweg 20 is aangeven als Nationaal landschap buiten het Gelders natuurnetwerk, de groene ontwikkelingszone en de Nieuw Hollandse Waterlinie. De relatief kleinschalige planologische wijziging tast de kernkwaliteiten van het Nationale Landschap niet aan. Juist door het slopen van landschapsontsierende bebouwing en de zorgvuldige landschappelijke inpassing van de erven en de nieuwe woningen worden de kernkwaliteiten van het Nationale landschap eerder versterkt. Het plangebied ligt tevens deels in ammoniakbuffergebied. De restrictie van het ammoniakbuffergebied is dat een niet-grondgebonden agrarisch bedrijf niet mag uitbreiden en nieuwgevestigd mag worden. Het voornemen van het plan voorziet een functieverandering naar 'wonen' en is daarmee passend op de locatie. De voorgenomen plannen zijn in lijn met de visies zoals beschreven in de Omgevingsverordening.

26

Bestemmingsplan 'Plagweg 20' en 'IJsselstraat 6' Empe

Afbeelding 11: uitsnede kaart IJsselstaart 6 Omgevingsverordening Provincie Gelderland Het plangebied aan de IJsselstraat 6 ligt deels in ammoniakbuffergebied en voor een deel in de Groene ontwikkelzone. De restrictie van het ammoniakbuffergebied is dat een niet-grondgebonden agrarisch bedrijf niet mag uitbreiden en nieuwgevestigd mag worden. Het voornemen van het plan voorziet een functieverandering naar 'wonen' en is daarmee passend op de locatie. Uit een door initiatiefnemer B in 2018 ingediende zienswijze op de omgevingsverordening is gebleken dat de aanduiding van de GO-zone niet op een versteend erf / agrarische bouwkavel had mogen plaats vinden en het een kaartfout betreft. Desalniettemin is gekozen om de te bouwen woningen buiten de GO-zonering te laten vallen. Hierdoor is binnen de GO-zone slechts sprake van groene erfstructuren. De ontwikkeling is hiermee juist gunstig te noemen in het kader de GO-zonering, omdat een bestaand agrarisch bedrijf geamoveerd wordt, hetgeen aansluit op de doelstelling. De Provinciale Staten van Gelderland heeft een actualisatie op de Omgevingsverordening Gelderland op 19 december 2018 vastgesteld. In de nieuwe Omgevingsverordening worden geen specifieke regels opgenomen over functieverandering. De initiatieven worden gestuurd vanuit ruimtelijke kwaliteitswinst en woningbouwprogrammering.

Conclusie De voorgenomen initiatieven voldoen aan het provinciaal beleid.

Toelichting

27

3.3

Regionaal

Woonagenda Cleantech Regio 2018 Deze gemeente Brummen maakt deel uit van de Cleantech Regio. De gemeente in deze regio willen investeren in een goed verblijfs- en vestigingsklimaat in de binnensteden, dorpskernen en het buitengebied. Plekken met leegstand of waar verloedering dreigt, krijgen prioriteit. Wonen, werken en voorzieningen worden op elkaar afgestemd. De clean Tech maatregelen worden ingezet voor schone en groene steden en kernen. De Regio zet in op goede toevoegingen aan de woningvoorraad, waarbij de volgende speerpunten van toepassing zijn: woningbouw draagt bij aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit van de bestaande stad, wijk, dorp, kern en buitengebied; woningbouw is behoeftegericht, past bij de lokale vraag van een specifieke doelgroep en levert een strategische (toekomstgerichte) aanvulling op het bestaande woningaanbod; de programmering is flexibel en kan aangepast worden om goed te blijven aansluiten op de speerpunten van ons beleid en actuele marktontwikkelingen. Op basis van actuele woningbehoefteprognoses voor de regio is er in de gemeente Brummen in de periode 2018-2027 behoefte aan 650 - 700 nieuwe woningen. Er wordt een bandbreedte gehanteerd tussen een behoefte op basis van huishoudensgroei (650 woningen) en een waarbij ook het theoretische woningtekort wordt ingelopen (700 woningen).

Voor de realisatie van die laatste, hogere behoefte, is het noodzakelijk om te sturen op de gewenste kwaliteit, omdat dit aantal alleen realistisch is als het aanbod goed aansluit op de vraag (bron: Woonagenda Cleantech Regio 2018, vastgesteld door GS op 11-12-2018). Bij planontwikkeling in het buitengebied staan de kwaliteit van het landschap, de cultuurhistorie, de dorpse schaal en duurzaamheid centraal. Met het voorliggende bestemmingsplan wordt voorzien in de bouw van drie nieuwe woningen ter compensatie van de sloop van landschapsontsierende bebouwing. De sloop van de bebouwing, in combinatie met de zorgvuldige landschappelijke inpassing van de erven en de bouwkavels, treedt ruimtelijke kwaliteitswinst op. De aansluiting van het plan bij de cultuurhistorie is gezocht in onder andere de 28

Bestemmingsplan 'Plagweg 20' en 'IJsselstraat 6' Empe

plaatsing van de bouwkavels op de erven en de gekozen bouwstijl van de woningen. Vrijstaande woningen in het buitengebied voorzien in een woonbehoefte voor de doelgroep die op zoek is naar landelijk wonen. Conclusie De woningbehoefteprognoses bieden voldoende ruimte voor het toevoegen van drie woningen in het buitengebied van Brummen. Het plan sluit in meer of mindere mate aan op speerpunten van de Cleantech Regio, waarbij de genoemde kwaliteit voor ontwikkelingen in het buitengebied bij de planontwikkeling zijn betrokken.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie 'Ligt op groen'

Het doel van de Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie is sturing geven aan de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente Brummen. In de Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie is de groene kwaliteit van de gemeente het vertrekpunt. Het Veluwemassief, het aantrekkelijke kleinschalige (agrarische) landschap, de IJssel, de beken, de rust en de ruimte zijn structuurdragers die in belangrijke mate de identiteit van de gemeente bepalen. Hiermee onderscheidt de gemeente zich binnen de stedelijke regio Stedendriehoek. Brummen wil in de toekomst een eigen gemeenschap blijven vormen, fysiek en mentaal op afstand van de steden. Nieuwe ontwikkelingen worden ingezet ter versterking van deze groene kwaliteiten. In de nota Grondbeleid 2006 van de gemeente Brummen is het fonds Ligt op Groen vastgesteld. Het fonds moet projecten op het gebied van natuur en landschap, water en recreatie en toerisme financieel mogelijk maken. Toets De initiatieven zijn passend binnen de Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie. Door het slopen van de beeldverstorende agrarische bebouwing en het goed landschappelijk inpassen van de erven wordt er ruimtelijke kwaliteit behaald.

Toelichting

29

3.4.2

Nota Ruimtelijke Kwaliteit Brummen 2013

De Nota Ruimtelijke Kwaliteit, voorheen de welstandsnota, bevat handvatten voor verbouwingen en beschrijft hoe om te gaan met verbouwingen aan huizen, bedrijven, landgoederen en monumenten. Ook worden suggesties gegeven over duurzaamheid en worden oplossingsrichtingen gegeven voor de herindeling van boerenerven. De locaties vallen onder de criteria voor het landelijk gebied. Het streven van de gemeente is gericht op het behoud van het karakter van het agrarisch buitengebied. Belangrijkste karakteristieken zijn het afwisselende landschap met daarin verspreid staande, vaak authentieke bebouwing. Belangrijk is het in stand houden van het onderscheid tussen agrarische bebouwing in het buitengebied en de burgerwoningen in de bebouwde kommen van Eerbeek en Brummen. Belangrijk is de samenhang tussen de bebouwing en het omliggende landschap. Toets Op beide locaties wordt er rekening gehouden met wat passend is binnen het landelijk gebied. De nieuwe woningen krijgen een landelijke uitstraling door als bouwstijl te kiezen voor schuurwoningen. Qua positionering is de nieuwbouw ondergeschikt aan de bestaande boerderij, waarbij wordt gererefereerd aan een agrarische bedrijfsopzet. 3.4.3

Toekomstvisie 2030 'innoveren met oude waarden'

Op 19 september 2013 heeft de gemeenteraad van Brummen besloten de Toekomstvisie 2030 te gebruiken als kader voor de ontwikkeling en uitvoering van nieuwe en bestaande projecten/werkzaamheden en voor de ontwikkeling van gemeentelijk beleid. De visie geeft richting aan de strategie, het beleid en de plannen die de komende vijftien jaar worden gemaakt. Op basis van de toekomstvisie wordt het geldende gemeentelijk beleid herrijkt. Veel van het beleid dat voortkomt uit de ruimtelijke ontwikkelingsvisie 'Ligt op groen' is in lijn met de toekomstvisie en daarom nog steeds van toepassing. De keuzes en speerpunten voor 2030 zijn in drie thema's onderverdeeld: Ruimte voor papier en landgoederen: de papierindustrie en landgoederen zijn de kernwaarden die Brummen uniek maken. Deze kernwaarden krijgen alle ruimte. Niet alleen fysiek en bedrijfsmatig, maar op zoveel mogelijk terreinen worden deze 30

Bestemmingsplan 'Plagweg 20' en 'IJsselstraat 6' Empe

kernwaarden binnen de gemeente versterkt. Bijvoorbeeld in de recreatiesector, maar ook in de architectuur en de inrichting van de openbare ruimte. Daarnaast worden cultuurhistorie, creativiteit en kunst in de gemeente gestimuleerd en gekoesterd. Om de recreatieve potentie van Brummen verder uit te bouwen wordt het netwerk voor de wandelaar, fietser en ruiter verbeterd. Samen gezond wonen, werken en leven: De gemeente Brummen wil een aantrekkelijke gemeente zijn voor zowel jong en oud als voor bestaande en nieuwe inwoners. Daarbij hoort een gemeente waar men prettig kan wonen en werken. Het kleinschalige dorpsleven, waar rust en vriendelijkheid heersen en sprake is van een sterke sociale samenhang, is daarbij van belang. De identiteit, die wordt gekoesterd, moet worden behouden en versterkt. Op groene voet met groene vingers: Er wordt ingezet op een groene en klimaatneutrale gemeente Brummen, waarbij zelf wordt voorzien in de energie, energiesystemen slim worden gekoppeld, hemelwater wordt geborgen en gebruikt en de biodiversiteit wordt versterkt. De natuur en het landschap zijn kernwaarden van de identiteit van Brummen. Ze vormen de historische basis en maken deel uit van het woongenot, vormen de trekker voor recreanten en toeristen en staan aan de basis van de ontwikkeling van de papierindustrie en de landgoederen. Het landschap en de natuur moeten daarom behouden blijven.

Er wordt echter geen stolp op het buitengebied gezet. Er wordt vernieuwd met respect voor dat wat er is. Het buitengebied vormt een belangrijke pijler van de gemeentelijke identiteit. De boer, de natuurbeheerder en de landgoedeigenaar zijn de belangrijkste beheerders van het buitengebied. De agrarische sector krijgt in Brummen de ruimte om zich te ontwikkelen. Daarbij gaan ontwikkelruimte en vernieuwing hand in hand. De gemeente zet daarnaast in op het versterken van de bestaande natuur- en landschappelijke waarden en wil ruimte bieden aan maatschappelijke initiatieven die de plattelandsstructuur, de natuur- of landschappelijke waarden verbeteren en versterken. De gemeente streeft naar een integrale ontwikkeling van het buitengebied, in nauwe samenwerking met de beheerders van het buitengebied in een netwerk. De gemeente acht kleinschalige bedrijven in bijvoorbeeld de zorg, dienstverlening of creatieve sector inpasbaar in bestaande gebouwen in het buitengebied, bijvoorbeeld op een landgoed of boerderij. Toets Op beide locaties wordt er rekening gehouden met wat passend is binnen het Toelichting

31

landelijk gebied. Zo worden de nieuw te bouwen woningen in schuurstijl gerealiseerd en blijven hiermee passend in het buitengebied en onderscheidend aan de bebouwing in de kernen. 3.4.4

Woonagenda 2019 - 2023

In de Woonagenda Cleantech regio 2018 wordt ingezet op tien richtinggevende principes voor het beoordelen van woningbouwplannen. Dit in lijn met het huidig gemeentelijk beleid. Het gaat daarbij om: Woningbouw draagt bij aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit van de bestaande wijk, dorp, kern en buitengebied, waar onze ‘rood voor rood’-regeling overeind blijft; Woningbouw is behoeftegericht, past bij de lokale vraag van een specifieke doelgroep en levert een strategische (toekomstgerichte) aanvulling op het bestaande woningaanbod. Het voorliggende plan sluit aan op de kaders van de Woonagenda aangezien de 'rood voor rood’-regeling is gehandhaafd. Ten aanzien van het buitengebied is specifiek aangegeven dat voor de instandhouding van het culturele erfgoed vooral de eigenaar aan zet is aangezien de gronden en opstallen niet in eigendom van de gemeente zijn. Wat betreft wonen is de gemeente gebonden aan de regionale woningbouwprogrammering. Initiatieven moeten dan ook passen binnen het woningbouwprogramma. Alle nieuwe initiatieven moeten voldoen aan de ‘ladder van duurzame verstedelijking’. Zie voor de toetsing aan deze twee laatste aspecten de paragrafen 3.3 en 3.1.2. Conclusie Het plan is in overeenstemming met de woonagenda 2019 - 2023.

32

Bestemmingsplan 'Plagweg 20' en 'IJsselstraat 6' Empe

3.4.5

Waar de stallen verdwijnen: Oude erven, nieuwe functies

Het rapport 'Waar de stallen verdwijnen: Oude erven, nieuwe functies' is een samenwerking tussen de gemeenten Apeldoorn, Brummen, Lochem, Voorst en Zutphen. Net als in andere delen van Nederland zet de ontwikkeling naar minder, maar grotere landbouwbedrijven door. Agrarische gebouwen en erven komen hierdoor vrij. In het rapport worden de regels die deze gemeenten hanteren bij functieverandering omschreven. Belangrijkste uitgangspunt is hierbij het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit. Voor de gemeente Brummen is het beleid verder uitgewerkt in de Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie 'Ligt op groen'. Deze is voor de beide locaties uitgewerkt in paragraaf 3.4.1. De voornemens zijn passend binnen deze visie en daarmee ook passend binnen het rapport 'Waar de stallen verdwijnen'.

Toelichting

33

Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1

Inleiding

De voornemens betreffen functieveranderingen van de agrarische bestemmingen naar de woonbestemmingen. Door middel van het rood voor rood beleid worden er compensatiekavels gerealiseerd. In dit hoofdstuk worden de van toepassing zijnde milieu- en omgevingsaspecten beoordeeld voor beide plannen. Uit deze beoordeling blijkt dat de plannen geen significant negatieve gevolgen hebben voor het milieu en de omgeving van de locatie. 4.2

Bedrijven en milieuzonering

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen: ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd; rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Om in de bestemmingsregeling de belangenafweging tussen bedrijvigheid en nieuwe woningen in voldoende mate mee te nemen, wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In deze publicatie is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. Voor elke bedrijfsactiviteit is de maximale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige functies aangegeven op grond waarvan de categorie-indeling heeft plaatsgevonden. De richtafstanden gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk'. Milieuzonering beperkt zich tot de milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie: geluid, geur, gevaar en stof. Toets

34

Bestemmingsplan 'Plagweg 20' en 'IJsselstraat 6' Empe

4.2.1

Plagweg 20

De planlocatie ligt in een gebied waar zowel wonen, bedrijvigheid als agrarisch bestemmingen voorkomen. De dichtstbijzijnde woonbestemmingen liggen op een afstand van circa 370 meter en 270 meter afstand. Ten noorden van de planlocatie, op een afstand van circa 165 meter van plangrens tot plangrens, ligt een bedrijfsbestemming. Het gaat om de Sintelweg 4. Het betreft volgens het bestemmingsplan een timmerbedrijf met milieucategorie 3. Er geldt een richtafstand van 100 meter. Hier wordt ruimschoots aan voldaan. Ten zuiden van de planlocatie, op een afstand van circa 75 meter van plangrens, ligt een agrarische bestemming. Hier is een melkrundveehouderijbedrijf gevestigd. Voor melkrundveehouderijen geldt in het buitengebied voor het aspect geur een vaste afstand van 50 meter, gerekend uit de grens van de inrichting tot aan de gevel van de woning. Aan deze minimale afstand wordt ruimschoots aan voldaan. 4.2.2

IJsselstraat 6

De planlocatie ligt zeer vrij in het landschap. Er ligt ten noordoosten van de locatie op een afstand van circa 220 meter van plangebied tot plangebied een melkveebedrijf. Er geldt een richtafstand van 50 meter die ruimschoots wordt gehaald. Ten noordwesten ligt een woonbestemming op een afstand van circa 440 meter. Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering staat de uitvoering van beide plannen niet in de weg. 4.3

Geur

Geurhinder kan optreden bij het houden van dieren in dierenverblijven (stallen, inclusief een vaste uitloop) en het opslaan en bewerken van agrarisch bedrijfsstoffen (mest, kuilvoer, krachtvoer). Hierna wordt het risico van geurhinder voor deze activiteiten getoetst aan de wettelijke criteria. Toets Op beide erven geldt dat de agrarische activiteiten gestopt zijn er geen dierverblijven meer in gebruik zijn op het erf. In de toekomstige situatie zijn er in Toelichting

35

beide gevallen geen bedrijfsmatige dierverblijven meer op het erf aanwezig. De agrarische bedrijven in de omgeving zijn veehouderijbedrijven waarvoor een vaste afstand gelden voor het aspect geur. Er zijn geen bedrijven in de omgeving aanwezig met diersoosten waarvoor een geruberekening geldt. Omdat wordt voldaan aan de afstandnorm van 50 meter voor de omliggende veehouderijbedrijven kan worden geconcludeerd dat deze bedrijven niet beperkt worden in hun uitbreidingsmogelijkheden. Er is daarom geen sprake van een negatieve omgekeerde werking in de zin van de Wet Geurhinder en Veehouderij. Conclusie Voor het aspect geur kunnen beide initiatieven uitvoerbaar worden geacht. 4.4

Bodemkwaliteit

Onderzocht moet worden of de bodem verontreinigd is en wat voor gevolgen een eventuele bodemverontreiniging heeft voor de uitvoerbaarheid van het plan. Een nieuwe bestemming mag pas worden opgenomen als is aangetoond dat de bodem geschikt (of geschikt te maken) is voor de nieuwe of aangepaste bestemming. Dit kan worden aangetoond met een actueel bodemonderzoek. Ook als de bodem niet verdacht is op bodemverontreiniging en er geen risico's voor het toekomstige gebruik te verwachten zijn is de geschiktheid voldoende aangetoond. Wanneer (een deel van) de bodem in het plangebied verontreinigd is, moet worden aangetoond dat het bestemmingsplan, rekening houden met de kosten van sanering, financieel uitvoerbaar is. Indien er sprake is van bouwactiviteiten, is ook in het kader van de omgevingsvergunning mogelijk een actueel onderzoek naar de kwaliteit kwaliteit van de bodem nodig. Hiernaast geldt dat de gemeente bevoegd gezag is in het kader van het Besluit bodemkwaliteit. In het Besluit bodemkwaliteit wordt hergebruik van licht verontreinigde grond mogelijk gemaakt. De gemeente Brummen heeft hiervoor beleid opgesteld dat is vastgelegd in bodemkwaliteitskaarten en een bodembeheerplan. Beoordeling Omdat dit bestemmingsplan nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt moet de kwaliteit van de bodem inzichtelijk zijn. IJsselstraat 6 36

Bestemmingsplan 'Plagweg 20' en 'IJsselstraat 6' Empe

Ter plaatse van deze nieuwe ontwikkelingen is voor de locatie IJsselstraat 6 voldoende bodemonderzoek uitgevoerd. De locatie is geschikt voor de toekomstige functie. Plagweg 20 Ter plaatse van de nieuwe ontwikkelingen is onvoldoende onderzoek uitgevoerd. Er dient aanvullend asbest bodemonderzoek uitgevoerd te worden conform NEN 5707. Voor de locatie Plagweg 20 kan nog niet worden aangegeven of de locatie geschikt is voor de toekomstige functie. Uit het uitgevoerde onderzoek blijkt dat ter plaatse van boring 15 een zwakke bijmenging met puin in de bodem is aangetroffen. Dit is een indicatie voor het voorkomen van asbest in de bodem. Onderzocht moet worden of asbest in de bodem voorkomt ter plaatse van deze boring 15. Daarnaast blijkt dat in bodem een matige en een sterke asbestverontreiniging aanwezig is. Voordat de toekomstige functie kan worden gerealiseerd dienen deze asbest verontreinigingen in de bodem te worden gesaneerd. In de exploitatie wordt rekening gehouden met saneringskosten. Er is een kostenraming opgesteld voor de sanering. Er zal een plan van aanpak worden opgesteld en voorgelegd worden bij provincie om de saneringsopgave in gang te zetten. Onderzoeksresultaten bodem IJsselstraat 6 In de rapportages d.d.

16 januari 2020 en 16 november 2020 met respectievelijk de kenmerken K194791 en K20A811, opgesteld door De Klinker Milieu en opgenomen in Bijlage 8 en Bijlage 9 van de bijlagen bij de toelichting, zijn de resultaten van het bodemonderzoek weergegeven. Hieruit blijkt dat: Ter plaatse van de voormalige bovengrondse tank in de bovengrond geen verhoogde gehalten voor minerale olie en vluchtige aromaten inclusief naftaleen zijn gemeten. In het grondwater zijn op deze locatie licht verhoogde gehalten met xylenen gemeten. In de bovengrond van het erf zijn plaatselijk licht verhoogde gehalten voor kobalt, nikkel en PCB's gemeten. In de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten gemeten voor de onderzochte stoffen. In het grondwater zijn licht verhoogde gehalten voor barium gemeten en Toelichting

37

plaatselijk ook licht verhoogde gehalten voor nikkel en xylenen. Ter plaatse van de druppelzone van het asbestdak zonder dakgoot in de bovengrond van het erf, in de puinverharding op het erf en in de puinfundatie van de toegangsweg zijn geen verhoogde gehalte voor asbest gemeten. De asfalt verharding van de toegangsweg is teerhoudend. De laag met puingranulaat onder het asfalt voldoet aan de samenstellingswaarde voor puingranulaat. In de bodem onder het puingranulaat is geen verhoogd gehalte voor PAK gemeten. Plagweg 20 In de rapportage d.d. 19 september 2019 met het kenmerk K192341 van het verkennend bodemonderzoek en asbestonderzoek, opgesteld door De Klinker en opgenomen in Bijlage 10 van de bijlagen bij de toelichting, zijn de resultaten van het bodemonderzoek weergegeven. Hieruit blijkt dat: Ter plaatse van de bovengrondse tank in de bovengrond een licht verhoogd gehalte voor minerale olie is gemeten. In de bovengrond, ter plaatse van de werkplaats, licht verhoogde gehalten zijn gemeten voor cadmium, zink en minerale olie. De overige bovengrond licht verontreinigd is met PCB en plaatselijk licht met zink en minerale olie. In de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten gemeten van de onderzochte stoffen. In het grondwater zijn licht tot matig verhoogde gehalten voor barium en plaatselijk een licht verhoogde gehalte voor xylenen gemeten.

Ter plaatse van de bovengrondse tank zijn geen verhoogde gehalten voor oliecomponenten gemeten. Ter plaatse van twee van de vijf druppelzones onder asbestdaken zonder dakgoot, mengmonsters MM01 en MM03, zijn respectievelijk een matig en een sterke verontreiniging voor asbest gemeten. In de overige (meng)monsters is asbest niet aantoonbaar gemeten. Omdat de asbestverontreiniging is ontstaan als gevolg van nog steeds plaatsvindende verwering van de asbestdaken is sprake van een nieuw geval van bodemverontreiniging met asbest. Hierop is de zorgplicht uit de Wet bodembescherming van toepassing. Dit houdt in, dat de verontreinigingen gesaneerd dienen te worden, tot het niveau dat geen sprake meer is van de aanwezigheid van asbest in de bodem. 38

Bestemmingsplan 'Plagweg 20' en 'IJsselstraat 6' Empe

Conclusie De locatie aan de IJsselstraat 6 is qua bodemkwaliteit geschikt voor de toekomstige functie. Ter plaatse van de Plagweg 20 wordt de asbestverontreinging ter plaatse van de druppelzones gesaneerd. Bij de saneringswerkzaamheden wordt ook het pad meegenomen. Aangetroffen asbestverontreiningen van het pad worden direct bij de sanering van het asbest meegenomen. Na de saneringsopgave is de locatie aan de Plagweg 20 qua bodemkwaliteit ook geschikt voor de toekomstige functie. De saneringskosten van zowel het asbestdak en de bodem zijn voor rekening van de initiatiefnemer. De kosten van de sanering zijn bij de gemeente en initiatiefnemer A bekend en vormen geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan. 4.5

Geluid

De mate waarin het geluid van het wegverkeer onder andere het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). In het bestemmingsplan moet volgens de Wgh worden aangetoond dat gevoelige functies, zoals woningen, een aanvaardbare geluidsbelasting hebben als gevolg van omliggende (spoor)wegen en industrieterreinen. Indien nieuwe geluidgevoelige functies binnen de geluidszone van (spoor)wegen en/of industrieterreinen worden toegestaan, stelt de Wgh de verplichting akoestisch onderzoek te verrichten naar de geluidsbelasting. Toets 4.5.1

Plagweg 20

Aan de Plagweg wordt een nieuwe woning gerealiseerd. Hierbij ontstaat er dus één nieuw geluidsgevoelig object. De nieuwe woning wordt op circa 70 meter uit de weg gebouwd. De Plagweg is een rustige weg in het buitengebied met een lage verkeersintensiteit. Gezien deze omstandigheden kan worden gesteld dat de maximale grenswaarden op de gevels van de nieuwe woning door het wegverkeer niet overschreden zullen worden. Ook liggen in de directe omgeving geen bedrijven die een geluidbelasting op de woning kunnen veroorzaken die hoger dan de vastgestelde normen is. Conclusie Het voornemen voldoet aan de Wet geluidhinder. Geconcludeerd kan worden dat Toelichting

39

vanuit het aspect geluid geen belemmeringen bestaan ten aanzien van dit bestemmingsplan. 4.5.2

IJsselstraat 6

Op de planlocatie van de IJsselstraat worden in totaal twee nieuwe geluidsgevoelige objecten gerealiseerd. Er liggen in de omgeving van de IJsselstraat geen objecten en/of wegen die kunnen zorgen voor een overschrijding ten aanzien van de grenswaarde voor geluid. Conclusie Het voornemen voldoet aan de Wet geluidhinder. Geconcludeerd kan worden dat vanuit het aspect geluid geen belemmeringen bestaan ten aanzien van dit bestemmingsplan. 4.6

Luchtkwaliteit

De milieukwaliteitseisen omtrent luchtkwaliteit zijn verankerd in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer. Nieuwe ontwikkelingen mogen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarde die voor een aantal verontreinigende stoffen in de wet is gesteld. Als aannemelijk is dat aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormt luchtkwaliteit geen belemmering om een projectplan vast te stellen. Deze voorwaarden zijn: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; het project leidt - al dan niet per saldo - niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; het project draagt 'niet in betekenende mate' bij aan de luchtverontreiniging; het project past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit of binnen een regionaal programma van maatregelen. Projecten die 'niet in betekenende mate bijdragen' (NIBM) aan de luchtverontreiniging, hoeven niet meer afzonderlijk getoetst te worden aan de grenswaarden voor de buitenlucht. Het Besluit NIBM omschrijft het begrip nader: een project dat minder dan 3% van de grenswaarden bijdraagt is NIBM. Dit komt overeen met 1,2 microgram per m3 (µg/m3 ) voor fijn stof en stikstofoxiden (NO2). Conclusie 40

Bestemmingsplan 'Plagweg 20' en 'IJsselstraat 6' Empe

Beide projecten dragen niet in betekende mate bij aan de luchtkwaliteit in de omgeving en kan op dit punt uitvoerbaar worden geacht. 4.7

Externe veiligheid

Externe veiligheid beschrijft risico’s met een externe werking, die ontstaan door het transport van, de opslag van of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben op inrichtingen (bedrijven) of transport (weg, spoor, water en buisleiding) in relatie tot de (bebouwde) omgeving. Binnen het beoordelingskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans om te overlijden op een bepaalde plaats ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die de hele tijd op die plaats aanwezig is. Het PR is op de kaart van het gebied weer te geven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6/jaar PR-contour (die als wettelijk grenswaarde fungeert) mogen geen nieuwe kwetsbare objecten komen. Groepsrisico Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting. Het GR is weer te gegeven in de fN-curve: een grafiek waar de kans (f) is afgezet tegen het aantal slachtoffers (N). Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit.

De 1% letaliteitgrens vormt doorgaans de grens van het invloedsgebied (tenzij anders bepaald). Dit is de afstand waarop nog 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Hoe moet worden omgegaan met risico’s voor mensen in de omgeving van risicobronnen is in verschillende wet- en regelgeving opgenomen. Besluit en Regeling externe veiligheid inrichtingen Besluit en Regeling externe veiligheid buisleidingen Besluit en Regeling externe veiligheid Transportroutes Besluit risico’s zware ongevallen Vuurwerkbesluit Circulaire ontplofbare stoffen voor civiel gebruik Toelichting

41

Besluit ruimte Activiteitenbesluit Toets 4.7.1

Plagweg 20

Afbeelding 12: doorsnede risicokaart externe risico's Plagweg 20 Inrichtingen In de directe omgeving van de projectlocatie bevinden zich geen Bevi-bedrijven. Ook vanuit het Activiteitenbesluit, het Vuurwerkbesluit, het Besluit ruimte en de Circulaire ontplofbare stoffen voor civiel gebruik krijgt deze locatie niet te maken met veiligheidsafstanden. Buisleidingen In de directe omgeving van de projectlocatie bevinden zich geen relevante buisleidingen. Besluit en Regeling externe veiligheid transportrisico’s In de directe omgeving van de locatie aan de Plagweg 20 liggen geen provinciale wegen. 42

Bestemmingsplan 'Plagweg 20' en 'IJsselstraat 6' Empe

De voorgenomen ontwikkeling vindt plaats op voldoende afstand van: bedrijven die werken met gevaarlijke stoffen; wegen waarop vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt; ondergrondse buisleidingen waarin vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. De risicocontouren van opslag, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen vormen geen belemmering voor de aangevraagde ontwikkeling. Ook het woon- en leefklimaat is hierbij niet in het geding. Onderhavig bestemmingsplan voorziet niet in het vestigen of oprichten van een risicovolle inrichting. Dit vormt voor het aspect externe veiligheid geen risico voor de omgeving. Conclusie Het aspect 'externe veiligheid' levert geen belemmeringen op voor de uitvoering van het plan.

Toelichting

43

4.7.2

IJsselstraat 6

Afbeelding 13: doorsnede risicokaart externe risico's IJsselstraat 6 Inrichtingen In de directe omgeving van de projectlocatie bevinden zich geen Bevi-bedrijven. Ook vanuit het Activiteitenbesluit, het Vuurwerkbesluit, het Besluit ruimte en de Circulaire ontplofbare stoffen voor civiel gebruik krijgt deze locatie niet te maken met veiligheidsafstanden. Buisleidingen Op een afstand van circa 420 meter is een buisleiding van de Gasunie gelegen. Het voorgenomen plan ligt buiten de invloedssfeer van deze buisleiding. Besluit en Regeling externe veiligheid transportrisico’s In de directe omgeving van de locatie aan de IJsselstraat 6 liggen geen provinciale wegen. 44

Bestemmingsplan 'Plagweg 20' en 'IJsselstraat 6' Empe

De voorgenomen ontwikkeling vindt plaats op voldoende afstand van: bedrijven die werken met gevaarlijke stoffen; wegen waarop vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt; ondergrondse buisleidingen waarin vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. De risicocontouren van opslag, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen vormen geen belemmering voor de aangevraagde ontwikkeling. Ook het woon- en leefklimaat is hierbij niet in het geding. Onderhavig bestemmingsplan voorziet niet in het vestigen of oprichten van een risicovolle inrichting. Dit vormt voor het aspect externe veiligheid geen risico voor de omgeving. Conclusie Het aspect 'externe veiligheid' levert geen belemmeringen op voor de uitvoering van het plan. 4.8

Water

In het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) wordt gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets. Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). 4.8.1

Plagweg 20

Watertoets De rood voor rood ontwikkeling zorgt per saldo voor een sterke afname van de bebouwing en verharding. De ontwikkeling is voorgelegd aan het waterschap Vallei en Veluwe via de digitale watertoets. Hier komt uit naar voren dat de korte procedure van toepassing is. Het waterschap heeft hiervoor een wateradvies opgesteld. Dit advies is opgenomen in Bijlage 11. Conclusie Toelichting

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10457148/1