0715 - Ontwerpbestemmingsplan bijlagen toelichting ontwerpbestemmingsplan
Tekst van het document
LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSPLAN d347339
TAKT ACADEMY
Struweel Salix caprea
Vrijstaande bomen Crataegus laevigata
Houtwal Corylus avellana, Malus sylvestris, Carpinus betulus, Ulmus laevis, Tilia plathyphyllos, Crateagus monogyna, Rosa rubiginosa
Vrijstaande boom Crataegus laevigata
Gemengde haag Corylus avellana, Carpinus betulus, Ulmus laevis, Tilia plathyphyllos, Crateagus monogyna, Rosa canina
Knotwilgen Salix alba Knotwilgen Salix alba
P Vrijstaande boom Crataegus monogyna
P* Gemengde haag Corylus avellana, Malus sylvestris, Carpinus betulus, Ulmus laevis, Tilia plathyphyllos, Crateagus monogyna, Rosa canina
Gemengde haag Carpinus betulus, Ulmus laevis, Tilia cordata, Morus alba Alnus glutinosa 0
LEGENDA
P
20
30
40
50
60 m
TOELICHTING BEBOUWING BESTAAND
BOMEN BESTAAND
GEMENGDE HAAG NIEUW
RIJBAK BESTAAND
KNOTBOMEN NIEUW
GEMENGDE HAAG PARKEREN NIEUW
PADDOCK ZAND
VRIJSTAANDE BOMEN NIEUW
COMPOSTHOOP GFT
KRUIDENRIJKE WEIDE
HOUTSINGEL NIEUW
PARKEERPLAATS
STRUWEEL NIEUW
P* UITWIJKLOCATIE PARKEREN
Opdrachtgever Project Projectadres Postcode Plaats
: : : :
Takt Academy
Omschrijving
P/20-29/O
Datum
Plagweg 16
Versie
:
Empe
7399 RN
Formaat Schaal
: : : : :
Landschappelijk inpassingsplan 6 januari 2021 2
Het perceel heeft de bestemming Agrarisch met landschapswaarden. Deze bepaling komt uit het vigerende bestemmingsplan Buitengebied. Typerend is de blokvormige verkaveling. Belangrijke landschappelijke waarde is de beslotenheid van het landschap dat wordt bepaald door de aanwezige bosjes en de bomenrijen langs wegen.
Bladzijde Tekenaar Ontwerpbureau
Om het bedrijf in te passen in de omgeving en de landschappelijke waarde te verhogen is een beplantingsplan gemaakt. Hiermee wordt de blokvorm van het perceel benadrukt door het te omlijsten met struweel, hagen en bomen(rijen). Deze worden op strategische plekken geplaats om bebouwing vanuit de omgeving aan het zicht te ontnemen. Het perceel is niet volledig omsloten, om uitzicht op de omgeving en binding met de omgeving te behouden. Bij de soortkeuze is gelet op het vergroten van de biodiversiteit. Hagen en houtwallen bestaan uit diverse inheemse soorten om over een zo lang mogelijke periode een variatie aan voedselaanbod te bieden voor insecten, vogels en kleine zoogdieren. Daarnaast zijn al deze soorten eetbaar voor paarden en aanvulling op hun ruwvoer. De aanwezige keuzevrijheid in voedselaanbod stimuleert het fourageer gedrag. De wilg is voor paarden een absolute favoriet. Zowel blad als takken worden graag gegeten. De boom groeit snel en daardoor ontstaat er nieuw aanbod. Wilgen zijn bovendien waardevolle bomen voor bijen en andere nectarbehoevende insecten door hun vroege bloei in de wintermaanden. De meidoorns zijn voor vogels en insecten een verrijking: de uitbundige bloesem in het voorjaar, de rijke besdracht in het najaar en bescherming tussen de doorns.
: : :
1/2 Ing L. Knoops Paardentuinen
A2 1 : 500
Alle maten en peilen in het veld nameten. Er is geen hoogtemeting verricht. Tekening is gebaseerd op aangeleverde inmeting. Aan deze tekening kunnen geen rechten worden ontleend.
Paardentuinen - Haneman 3 - 6645 CA Winssen - 06-23 45 28 28 - www.paardentuinen.nl - laura@paardentuinen.nl
datum 10-2-2020 dossiercode 20200210-10-22453
Wateradvies voor ruimtelijke plannen met geen waterbelang
Algemeen Sinds 1 november 2003 is voor alle ruimtelijke plannen de watertoets verplicht. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van Rijk, Provincies en gemeenten. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. Via de digitale watertoets is beoordeeld of en welke waterbelangen voor het plan relevant zijn.
Beoordeling Het plan is, vanuit de waterhuishouding bezien, voor het waterschap beperkt van belang. De motivatie daarvoor is dat plannen zonder (nieuwe) ontwikkelingsmogelijkheden, zoals functiewijzigingen en actualisaties, nauwelijks tot geen effect hebben op de waterhuishouding. Dit betekent dat geen essentieel waterbelangen wordt geraakt en het waterschap op basis daarvan een positief wateradvies geeft.
{image_mapplangebied} Tot slot Eventueel benodigde vergunningen worden niet binnen de watertoets procedure of met deze Digitale Watertoets geregeld en zullen via daarvoor bedoelde procedures verkregen moeten worden. Een watervergunning van het waterschap is bijvoorbeeld nodig voor het dempen en/of vergraven van watergangen, het lozen van water op oppervlaktewater en het onttrekken van grondwater. Informatie over een watervergunning kunt u vinden op de website van het waterschap (www.vallei-veluwe.nl/loket). Op www.omgevingsloket.nlkunt u een watervergunning aanvragen. Daarnaast kunt u telefonisch contact opnemen met het waterschap onder telefoonnummer 055-5272911. Wij wensen u succes met de verdere ruimtelijke planvorming en verzoeken u het voorontwerp bestemmingsplan naar ons te mailen [watertoets@vallei-veluwe.nl].
Heeft u vragen of opmerkingen over deze watertoetsapplicatie? Laat het ons per mail weten [watertoets@vallei-veluwe.nl]. Voor dringende watertoetszaken kunt u ons telefonisch bereiken op 055-5272911.
Team Watertoets, Waterschap Vallei en Veluwe.
Disclaimer Waterschap Vallei en Veluwe streeft ernaar om correcte en actuele informatie in deze watertoetsapplicatie aan te bieden. Aan het
beschikbaar gestelde kaartinformatie kunnen geen rechten worden ontleend. Waterschap Vallei en Veluwe aanvaard geen aansprakelijkheid voor enige vorm van schade naar aanleiding van het gebruik of de informatie die via deze applicatie beschikbaar wordt gesteld.
www.dewatertoets.nl
datum 10-2-2020 dossiercode 20200210-10-22453
Samenvatting bij procedure: geen belang
Uw gegevens
Aanvrager: E.M. Baeten Organisatie: Buro SRO Oost B.V. Naam van het project: Plagweg 16, Empe e-mail: eva.baeten@buro-sro.nl telefoon: 0263523125 straatnaam/postbus en huisnummer: Sweerts de Landasstraat 50 postcode: 6814 DG plaats: Arnhem
Gegevens gemeente Gemeente Brummen Contactpersoon: Gemeente Brummen Telefoon: 0575-568 233 E-mail: gemeente@brummen.nl
---------------------------------------------------------------------------------------
Samenvatting van de vragen
Gaat het om een ruimtelijk plan dat uitsluitend een functiewijziging van de bestaande bebouwing inhoudt? ja
www.dewatertoets.nl
Voortoets stikstofdepositie Plagweg 16, Empe Gemeente Brummen
Voortoets stikstofdepositie Plagweg 16, Empe
1
Gegevens over het plan: Plannaam: Datum: Projectnummer Buro SRO:
Voortoets stikstofdepositie Plagweg 16, Empe 27-10-2020 11.90.09
Gegevens projectbetrokkenen: Opdrachtgever: Contactpersoon opdrachtgever:
Stal Mireille/TAKT Academy Mevr. J. Koole
Gegevens Buro SRO: Projectleider Buro SRO: Bezoekadres vestiging Arnhem: Telefoon: E-mail: Internet:
Dhr. L. Arends Sweerts de Landasstraat 50 6814 DG te Arnhem 026 – 35 23 125 arnhem@buro-sro.nl www.Buro-SRO.nl
Voortoets stikstofdepositie Plagweg 16, Empe
2
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1
Inleiding ................................................................................................................................. 5
1.1
Doelstelling onderzoek .......................................................................................................................... 5
1.2
Projectbeschrijving ................................................................................................................................ 5
1.3
Maatgevende Natura 2000-gebieden.................................................................................................... 6
Hoofdstuk 2
Wettelijk kader ...................................................................................................................... 8
2.1
Landelijke wet- en regelgeving .............................................................................................................. 8
2.2
Voortoets ............................................................................................................................................... 8
2.3
Passende beoordeling ........................................................................................................................... 9
Hoofdstuk 3
Berekeningssystematiek ....................................................................................................... 10
3.1
Gebruikt rekenmodel........................................................................................................................... 10
3.2
Input rekenmodel ................................................................................................................................ 10
3.2.1 Bestaand gebruik.................................................................................................................................. 10 3.2.2 Toekomstig gebruik .............................................................................................................................. 11 3.2.3 Aanlegfase ............................................................................................................................................ 11 Hoofdstuk 4
Resultaten berekening .......................................................................................................... 12
4.1 Bestaand gebruik......................................................................................................................................... 12 4.2 Toekomstig gebruik ..................................................................................................................................... 14 Hoofdstuk 5
Conclusies ............................................................................................................................. 17
Bijlagen
.............................................................................................................................................. 19
Bijlage 1: AERIUSberekening toekomstig gebruik ............................................................................................. 21
Voortoets stikstofdepositie Plagweg 16, Empe
3
Voortoets stikstofdepositie Plagweg 16, Empe
4
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Doelstelling onderzoek
De eigenaren van Stal Mireille/TAKT Academy zijn voornemens aan de Plagweg 16 in het buitengebied van Empe een paardenhouderij met kleinschalige manege-activiteiten te realiseren, op een locatie waar planologisch een agrarisch bedrijf is toegestaan. Doel van dit onderzoek is toetsing van mogelijke (negatieve) effecten op Natura 2000-gebieden, als gevolg van de activiteiten die het bestemmingsplan mogelijk maakt, aan de Wet natuurbescherming. Ten behoeve van een voortoets in het kader van de Wet natuurbescherming is de toekomstige gewenste situatie gemodelleerd op basis van de aangeleverde gegevens door de opdrachtgever, ervaringscijfers en kengetallen. De depositie is op de omliggende Natura 2000-gebieden berekend en getoetst of het plan (mogelijke) significant negatieve effecten veroorzaakt op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000gebieden. Voorliggende rapportage geeft een overzicht van de gehanteerde uitgangspunten en rekenmethodiek, de berekende resultaten en de conclusie.
1.2
Projectbeschrijving
Het plangebied is gelegen aan de Plagweg 16 te Empe. Onderstaande afbeelding toont de ligging van het plangebied in de omgeving.
Ligging van het plangebied
Voortoets stikstofdepositie Plagweg 16, Empe
5
Luchtfoto van het plangebied Op het terrein staan een tweetal schuren en een bedrijfswoning. Rond het bouwvlak bevinden zich twee paddocks en een paardenbak. Deze zijn in 2010-2011 door de vorige eigenaar aangelegd, evenals de drie lichtmasten bij de paardenbak. De initiatiefnemer TAKT Academy heeft een paardenhouderij voor sport- en recreatiepaarden. De huidige inrichting sluit goed aan bij de wenselijke situatie voor de toekomst. De activiteiten vinden plaats in de bestaande bebouwing en op de naastgelegen reeds aanwezige paardenbak en paddocks. Voor de paardenhouderij hoeft geen nieuwbouw plaats te vinden en er vinden geen sloop- of kapwerkzaamheden plaats. Wel is er een bestemmingswijziging noodzakelijk. In de huidige situatie is er een vergunning voor het houden van 20 volwassen paarden. In de toekomstige situatie zullen er 10 paarden aanwezig zijn.
1.3
Maatgevende Natura 2000-gebieden
Voor het uitvoeren van de stikstofdepositieberekening moet rekening gehouden worden met Natura 2000gebieden. AERIUS toetst automatisch aan alle Natura 2000-gebieden in Nederland en aan nabijgelegen buitenlandse Natura 2000-gebieden. Het meest nabijgelegen en maatgevende Natura 2000-gebied voor dit project is Landgoederen Brummen. Deze ligt op een afstand van circa 200 meter van het project. Op de afbeelding hieronder zijn het plangebied en de betreffende Natura 2000-gebieden weergegeven.
Voortoets stikstofdepositie Plagweg 16, Empe
6
Ligging plangebied in relatie tot de maatgevende Natura 2000-gebieden
Voortoets stikstofdepositie Plagweg 16, Empe
7
Hoofdstuk 2 2.1
Wettelijk kader
Landelijke wet- en regelgeving
In het kader van de toets aan de Wet Natuurbescherming wordt bepaald of een project of plan (mogelijke) significant negatieve effecten veroorzaakt op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Voor plannen en projecten dient middels een voortoets, eventueel gevolgd door een passende beoordeling, getoetst te worden of het plan mogelijk significant negatieve effecten kan hebben op gevoelige habitattypen die gelegen zijn binnen omliggende Natura 2000-gebieden. De beoordeling van plannen, projecten en andere handelingen is uitgewerkt in paragraaf 2.3 van de Wet natuurbescherming. Met het verdwijnen van het Programma Aanpak Stikstof is de ontwikkelingsruimte en standaard grenswaarde voor projecten niet meer beschikbaar. Op 10 december 2019 hebben alle provincies, waarvan de provincie Fryslân onder voorbehoud, de beleidsregels voor intern en extern salderen vastgesteld. Dit vormt het nieuwe beleid op basis waarvan de vergunningverlening binnen de Wet natuurbescherming met betrekking tot stikstofdepositie plaatsvindt.
2.2
Voortoets
Een voortoets heeft tot doel te onderzoeken of er sprake kan zijn van significante gevolgen voor beschermde Natura 2000 gebieden. De significantie van de gevolgen voor een gebied als gevolg van een plan worden afgezet tegen de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied. De instandhoudingsdoelstellingen zijn neergelegd in het aanwijzingsbesluit en zijn uitgewerkt in het beheerplan voor dat gebied. Wanneer een plan of project gevolgen heeft voor het gebied, maar de instandhoudingsdoelstellingen daarvan niet in gevaar brengt, zijn significante gevolgen uitgesloten. Bij de voortoets wordt bekeken of het bestemmingsplan afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben. In hoeverre stikstofdepositie voor significante gevolgen op Natura 2000-gebieden kan zorgen, wordt in eerste instantie bepaald door te bezien of de ontwikkelingen die het plan mogelijk maakt tot een toename van stikstofdepositie leiden. Hierbij mag een vergelijking worden gemaakt met het bestaande gebruik binnen het project zelf (intern salderen) of mag met het stoppen van een stikstofuitstotende activiteit elders worden gecompenseerd (extern salderen).
Van plannen die ten opzichte van de feitelijke situatie geen toename van de stikstofdepositie veroorzaken op Natura 2000-gebieden met stikstofgevoelige habitats waarvan de Kritische Depositie Waarde (KDW) wordt overschreden, zijn significante gevolgen met zekerheid uit te sluiten. In dat geval hoeft geen passende beoordeling te worden opgesteld. In het geval uit de voortoets blijkt dat: de ontwikkeling wel kan leiden tot een toename van stikstofdepositie op één of meer in het kader van Natura 2000 beschermde stikstofgevoelige habitat; van deze habitats de KDW al wordt overschreden of door de toename van de stikstofdepositie kan worden overschreden; dient een volgende stap gezet te worden. Op dat moment wordt door middel van een ecologische voortoets onderzocht of ecologische significante effecten uitgesloten kunnen worden. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om kleine deposities en/of deposities voor een korte tijd. Mocht dat laatste ook niet het geval zijn dan is een passende beoordeling noodzakelijk.
Voortoets stikstofdepositie Plagweg 16, Empe
8
2.3
Passende beoordeling
Wanneer een plan significante negatieve gevolgen kan hebben, moet het bestuursorgaan ingevolge de Wet natuurbescherming een passende beoordeling opstellen vóórdat het plan kan worden vastgesteld. Deze passende beoordeling moet de zekerheid geven dat de natuurlijke kenmerken van het betreffende gebied niet worden aangetast. Het bestemmingsplan zal rekening moeten houden met de in het aanwijzingsbesluit voor het betrokken gebied vastgestelde instandhoudingsdoelstellingen en de wijze waarop deze zijn uitgewerkt in het voor het gebied vastgestelde beheerplan. Als het bevoegd gezag (in veel gevallen Provinciale Staten) op grond van de passende beoordeling niet de vereiste zekerheid heeft verkregen dat een plan de natuurlijke kenmerken niet zal aantasten, kan het plan in beginsel niet worden vastgesteld. Dat is alleen anders als er geen alternatieve oplossingen beschikbaar zijn, sprake is van dwingende redenen van openbaar belang en compenserende maatregelen worden getroffen, dan kan een plan toch worden vastgesteld.
Voortoets stikstofdepositie Plagweg 16, Empe
9
Hoofdstuk 3 3.1
Berekeningssystematiek
Gebruikt rekenmodel
In deze voortoets is gerekend met de AERIUS Calculator. De rekenkern van AERIUS wordt gevormd door het Operationeel Prioritaire Stoffen model (OPS) van het RIVM. Dit model berekent de verspreiding van stikstof door de lucht en de depositie. OPS houdt daarbij rekening met verschillende factoren die de verspreiding en depositie van stikstof beïnvloeden, bijvoorbeeld de windrichting en -kracht, de ruwheid van het terrein en de hoogte van de vegetatie. Voor wegverkeer wordt gebruikt gemaakt van Standaard Rekenmethode 2 (SRM2). Daarmee sluit AERIUS aan op de modellering in het Nationaal Samenwerkingsverband Luchtkwaliteit.
3.2
Input rekenmodel
Belangrijk voor elk rekenmodel is de kwaliteit van de input. In deze paragraaf wordt voor elk onderdeel de bijbehorende uitgangspunten beschreven en onderbouwd.
3.2.1 Bestaand gebruik Voor het berekenen van de gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling op de beschermde natuurgebieden is het noodzakelijk het bestaande en toegestane gebruik te modeleren. Hiervoor geldt als peildatum de datum van het definitieve aanwijzingsbesluit van het desbetreffende Natura 2000-gebied of diens voorganger Vogelrichtlijngebied of Habitatrichtlijngebied. In navolgende tabel is voor elk natuurgebied dat relevant is voor deze voortoets stikstofdepositie het vaststellingsbesluit gegeven. Naam gebied Afstand tot plangebied Landgoederen Brummen 200 m Veluwe 5,7 km Sallandse Heuvelrug 26,2 km Rijntakken 4,3 km Maatgevende Natura 2000 gebieden
Datum aanwijzing December 2004 Maart 2000 Maart 2000 Maart 2000
Van bovenstaande gebieden wordt in dit rapport in beeld gebracht wat de bijdrage van de voorgenomen ontwikkeling is op de stikstofdepositie. Ten tijde van de peildatum stond het huidige bedrijfsgebouw al op deze locatie. Sindsdien is er een agrarisch bedrijf gevestigd geweest in het pand. In 2008 is een melding milieubeheer door de gemeente geaccepteerd, waarin een paardenhouderij voor 20 volwassen paarden is opgericht per 1-1-2009. De activiteiten werden het fokken en trainen van en handel in paarden. Vervolgens is in 2016 is een melding milieubeheer door de gemeente geaccepteerd voor het wijzigen van het bedrijf (herstellen mestplaat). Conform de Beleidsregels intern en extern salderen van de provincie Gelderland wordt de referentiesituatie namelijk bepaald door een geldende natuurvergunning, of bij gebrek daaraan door een vigerende vergunning of geldende melding op grond van de Wabo, Wet milieubeheer of de Hinderwet, waarbij de laagst toegestane depositie vanaf de referentiedatum geldt. In dit geval is de geldende melding Wet milieubeheer bepalend voor de referentiesituatie. De situatie is als paardenhouderij met 20 volwassen paarden is daarom als uitgangspunt gehanteerd voor de berekening van het bestaand gebruik. Het toegestane en aanwezige gebruik is door deze meldingen namelijk ingeperkt ten opzichte van de peildatum.
Bovendien kan de activiteit hervat worden zonder daarvoor een nieuwe melding milieubeheer, een natuurvergunning of omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen aan te vragen.
Voortoets stikstofdepositie Plagweg 16, Empe
10
Paarden In de bestaande situatie is het houden van 20 volwassen paarden toegestaan. Dit aantal is op basis van de RAVcode K1.100 ingevoerd in de AERIUS Calculator, zonder extra technieken of maatregelen toe te voegen. De uitstoot van de paarden wordt in AERIUS als een vlakbron ingetekend, op de locatie van de paardenhouderij. Verkeersbewegingen Om het bestaand aantal verkeersbewegingen van de paardenhouderij te bepalen is ervan uitgegaan dat er per paard 2 verkeersbewegingen van licht verkeer per dag plaatsvinden. Dit zorgt voor een totaal aantal verkeersbewegingen van licht verkeer van (20 x 2) 40 per dag. Verkeersbewegingen worden in AERIUS als lijnbronnen weergegeven. Deze lijnbronnen worden ingetekend van de activiteit tot het punt waar de verkeersbewegingen opgaan in het algemene verkeer. In dit geval gaan de verkeersbewegingen op in het algemene verkeer op de Plagweg op het punt waar het verkeer op snelheid is gekomen. De functie van het plangebied is gebaseerd op de opgave van de initiatiefnemer en gecontroleerd met behulp van luchtfoto’s en indien van toepassing de aanwezige vergunningen.
3.2.2 Toekomstig gebruik Paarden In de toekomstige situatie is het houden van 10 volwassen paarden toegestaan. Dit aantal is op basis van de RAV-code K1.100 ingevoerd in de AERIUS Calculator, zonder extra technieken of maatregelen toe te voegen. De uitstoot van de paarden wordt in AERIUS als een vlakbron ingetekend, op de locatie van de paardenhouderij. Verkeersbewegingen Met betrekking tot het beoogde plan is het van belang te kijken naar de verwachte toekomstig aantal verkeersbewegingen. Om het toekomstig aantal verkeersbewegingen van de paardenhouderij te bepalen is, evenals bij het bestaand gebruik, ervan uitgegaan dat er per paard 2 verkeersbewegingen van licht verkeer per dag plaatsvinden. Dit zorgt voor een totaal aantal verkeersbewegingen van licht verkeer van (10 x 2) 20 per dag. Hierbij is rekening gehouden met het aantal mensen dat revaliderende paarden komt bezoeken, met individuele training en met groepsactiviteiten die gemiddeld 1x per week plaatsvinden. Daarnaast komt er 3 maal per jaar een vrachtwagen voor bevoorrading met ruwvoer. Dit komt neer op 6 verkeersbewegingen van zwaar verkeer per jaar. Een keer per twee maanden komt er een tractor voor mestafvoer. Dit komt neer op 12 verkeersbewegingen van middelzwaar verkeer per jaar. Verkeersbewegingen worden in AERIUS als lijnbronnen weergegeven.
Deze lijnbronnen worden ingetekend van de woning tot het punt waar de verkeersbewegingen opgaan in het algemene verkeer. In dit geval gaan de verkeersbewegingen op in het algemene verkeer op de Plagweg op het punt waar het verkeer op snelheid is gekomen.
3.2.3 Aanlegfase Aangezien er geen bouw- of sloopwerkzaamheden plaatsvinden en er slecht sprake is van een bestemmingswijziging, is er bij dit project geen sprake van een aanlegfase.
Voortoets stikstofdepositie Plagweg 16, Empe
11
Hoofdstuk 4
Resultaten berekening
4.1 Bestaand gebruik In het model is de bestaande situatie ingevoerd. Op navolgende uitsnede zijn de bronnen weergegeven die in de bestaande situatie van invloed zijn op de stikstofdepositie. Bron 1 betreft de paardenhouderij en bron 2 en 3 betreft de verkeersbewegingen.
Afbeelding ingevoerde bronnen AERIUS bestaand gebruik Emissies door paarden Uit de berekening volgt dat door de paarden die in de huidige situatie worden gehouden (conform paragraaf 3.2.1) de uitstoot van NH3 100 kg/j bedraagt.
Voortoets stikstofdepositie Plagweg 16, Empe
12
Emissies door verkeersbewegingen Uit de berekening volgt dat door het bestaand aantal verkeersbewegingen (conform paragraaf 3.2.1) de uitstoot van NOx minder dan 1 kg/j bedraagt.
Stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden In de bestaande situatie is er sprake van een bijdrage aan stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden Landgoederen Brummen, Rijntakken, Veluwe en Sallandse Heuvelrug. Op Landgoederen Brummen is de stikstofdepositie het hoogst: maximaal 4,20 mol/ha/j.
Voortoets stikstofdepositie Plagweg 16, Empe
13
4.2 Toekomstig gebruik In het model is de beoogde situatie ingevoerd. Op navolgende uitsnede zijn de bronnen weergegeven die van invloed zijn op de stikstofdepositie van het initiatief. Bron 1 betreft de paardenhouderij. Bron 2 tot en met 5 betreft de toekomstige verkeersbewegingen.
Afbeelding ingevoerde bronnen AERIUS toekomstig gebruik Toekomstige emissies door paarden Uit de berekening volgt dat de te houden paarden zorgen voor (conform paragraaf 3.2.1) een uitstoot van NH3 50 kg/j.
Voortoets stikstofdepositie Plagweg 16, Empe
14
Toekomstige emissies door verkeersbewegingen Uit de berekening volgt dat door het toekomstig aantal verkeersbewegingen (conform paragraaf 3.2.1) de uitstoot van NOx minder dan 1 kg/j bedraagt.
Voortoets stikstofdepositie Plagweg 16, Empe
15
Stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden De uitstoot van NOx als gevolg van het toekomstig gebruik zorgt ten opzichte van het bestaand gebruik niet voor een bijdrage hoger dan 0,00 mol/ha/j op Natura 2000-gebieden.
Voortoets stikstofdepositie Plagweg 16, Empe
16
Hoofdstuk 5
Conclusies
De berekening ten behoeve van de Wet natuurbescherming is uitgevoerd in het kader van een aanpassing van de bestemming van de locatie aan de Plagweg 16 in Empe. Het plan voorziet in het realiseren van een paardenhouderij voor sport- en recreatiepaarden in bestaande bebouwing. Bestaand gebruik Het bestaand gebruik van de paardenhouderij veroorzaakt op de Natura 2000-gebieden Landgoederen Brummen, Veluwe, Rijntakken en Sallandse Heuvelrug een bijdrage aan stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/j. Toekomstig gebruik Het toekomstig gebruik van de paardenhouderij veroorzaakt op de Natura 2000-gebieden ten opzichte van het bestaand gebruik geen bijdrage aan stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/j. Aanlegfase Er is in dit project geen sprake van een aanlegfase. Er vinden geen bouw- of sloopwerkzaamheden plaats. Eindconclusie Als gevolg van de ontwikkelingen in het plangebied waarvoor de berekeningen zijn uitgevoerd neemt de stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden in de gebruiksfase niet toe. Van een aanlegfase is bij dit project geen sprake. Er is dus geen sprake van mogelijke negatieve effecten op beschermde Natura 2000 gebieden. Omdat in dit project de stikstofdepositie wordt vergeleken met de stikstofdepositie van het bestaande gebruik, wordt er intern gesaldeerd. Daarom is het aanvragen van een Wnb-vergunning nodig voor dit project.
Voortoets stikstofdepositie Plagweg 16, Empe
17
Voortoets stikstofdepositie Plagweg 16, Empe
18
Bijlagen
Voortoets stikstofdepositie Plagweg 16, Empe
19
Voortoets stikstofdepositie Plagweg 16, Empe
20
Bijlage 1: AERIUSberekening toekomstig gebruik
Voortoets stikstofdepositie Plagweg 16, Empe
21
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Bestaand gebruik en Toekomstig gebruik Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RkTsgSffm9yC (27 oktober 2020) pagina 1/14
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Buro SRO Oost
Plagweg 16, 7399 RN Empe
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Plagweg 16, Empe
RkTsgSffm9yC
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
27 oktober 2020, 15:23
2020
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Situatie 1
Situatie 2
Verschil
NOx
< 1 kg/j
< 1 kg/j
-0,18 kg/j
NH3
100,04 kg/j
50,02 kg/j
-50,02 kg/j
Resultaten
Natuurgebied
Hectare met hoogste verschil (mol/ha/j)
Uw berekening heeft geen verschillen opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
Toelichting
Bestemmingswijziging paardenhouderij
Resultaten
Bestaand gebruik Toekomstig gebruik
RkTsgSffm9yC (27 oktober 2020) pagina 2/14
Resultaten
Locatie Bestaand gebruik
Emissie Bestaand gebruik
Bron Sector
Emissie NH3
Emissie NOx
100,00 kg/j
-
Wegverkeer paardenhouderij Wegverkeer | Buitenwegen
< 1 kg/j
< 1 kg/j
Wegverkeer paardenhouderij Wegverkeer | Buitenwegen
< 1 kg/j
< 1 kg/j
Paardenhouderij Landbouw | Stalemissies
Resultaten
Bestaand gebruik Toekomstig gebruik
RkTsgSffm9yC (27 oktober 2020) pagina 3/14
Resultaten
Locatie Toekomstig gebruik
Emissie Toekomstig gebruik
Resultaten
Bron Sector
Emissie NH3
Emissie NOx
50,00 kg/j
-
Wegverkeer (licht) paardenhouderij Wegverkeer | Buitenwegen
< 1 kg/j
< 1 kg/j
Wegverkeer (licht) paardenhouderij Wegverkeer | Buitenwegen
< 1 kg/j
< 1 kg/j
Wegverkeer ((middel) zwaar)paardenhouderij Wegverkeer | Buitenwegen
< 1 kg/j
< 1 kg/j
Wegverkeer ((middel) zwaar)paardenhouderij Wegverkeer | Buitenwegen
< 1 kg/j
< 1 kg/j
Paardenhouderij Landbouw | Stalemissies
Bestaand gebruik Toekomstig gebruik
RkTsgSffm9yC (27 oktober 2020) pagina 4/14
Resultaten
Resultaten stikstof gevoelige Natura 2000 gebieden
Natuurgebied
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil
Veluwe
0,01
0,00
0,00
Rijntakken
0,01
0,00
0,00
Sallandse Heuvelrug
0,01
0,00
0,00
Landgoederen Brummen
0,01
0,01
- 0,01
Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*
(mol/ha/j)
*
Resultaten
Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting in deze kolom weergegeven.
Bestaand gebruik Toekomstig gebruik
RkTsgSffm9yC (27 oktober 2020) pagina 5/14
Resultaten
Resultaten per habitattype
Veluwe Habitattype
(mol/ha/j) voor de 10 stikstofgevoelige Natura 2000gebieden met het hoogste resultaat
Resultaten
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil
Lg13 Bos van arme zandgronden
0,01
0,00
0,00
Lg14 Eiken- en beukenbos van lemige zandgronden
0,01
0,00
0,00
H9120 Beuken-eikenbossen met hulst
0,01
0,00
0,00
L4030 Droge heiden
0,01
0,00
0,00
ZGLg14 Eiken- en beukenbos van lemige zandgronden
0,01
0,00
0,00
H4030 Droge heiden
0,01
0,00
0,00
H2310 Stuifzandheiden met struikhei
0,01
0,00
0,00
ZGLg01 Permanente bron & Langzaam stromende bovenloop
0,01
0,00
0,00
ZGLg13 Bos van arme zandgronden
0,01
0,00
0,00
ZGL4030 Droge heiden
0,01
0,00
0,00
H9190 Oude eikenbossen
0,01
0,00
0,00
Lg09 Droog struisgrasland
0,01
0,00
0,00
ZGH9120 Beuken-eikenbossen met hulst
0,01
0,00
0,00
H2330 Zandverstuivingen
0,01
0,00
0,00
H6230 Heischrale graslanden
0,01
0,00
0,00
ZGH9190 Oude eikenbossen
0,01
0,00
0,00
ZGH2310 Stuifzandheiden met struikhei
0,01
0,00
0,00
Lg01 Permanente bron & Langzaam stromende bovenloop
0,01
0,00
0,00
Bestaand gebruik Toekomstig gebruik
Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*
RkTsgSffm9yC (27 oktober 2020) pagina 6/14
Resultaten
Veluwe Habitattype
Resultaten
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil
H5130 Jeneverbesstruwelen
0,01
0,00
0,00
ZGLg09 Droog struisgrasland
0,01
0,00
0,00
ZGH4030 Droge heiden
0,01
0,00
0,00
ZGH6230 Heischrale graslanden
0,01
0,00
0,00
H3160 Zure vennen
0,01
0,00
0,00
H4010A Vochtige heiden (hogere zandgronden)
0,01
0,00
0,00
ZGH5130 Jeneverbesstruwelen
0,01
0,01
- 0,01
H7150 Pioniervegetaties met snavelbiezen
0,01
0,01
- 0,01
Bestaand gebruik Toekomstig gebruik
Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*
RkTsgSffm9yC (27 oktober 2020) pagina 7/14
Resultaten
Rijntakken Habitattype
Resultaten
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil
Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*
Lg11 Kamgrasweide & Bloemrijk weidevogelgrasland van het rivieren- en zeekleigebied
0,01
0,00
0,00
ZGLg02 Geïsoleerde meander en petgat
0,01
0,00
0,00
Lg08 Nat, matig voedselrijk grasland
0,01
0,00
0,00
ZGLg08 Nat, matig voedselrijk grasland
0,01
0,00
0,00
ZGLg11 Kamgrasweide & Bloemrijk weidevogelgrasland van het rivieren- en zeekleigebied
0,01
0,00
0,00
H91E0B Vochtige alluviale bossen (esseniepenbossen)
0,01
0,00
0,00
H91F0 Droge hardhoutooibossen
0,01
0,00
0,00
H6510A Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (glanshaver)
0,01
0,00
0,00
H6120 Stroomdalgraslanden
0,01
0,00
0,00
H6430C Ruigten en zomen (droge bosranden)
0,01
0,00
0,00
-
Lg02 Geïsoleerde meander en petgat
0,01
0,00
0,00
-0,01
H6510B Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (grote vossenstaart)
0,01
0,00
0,00
H3150 Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden, 0,01 buiten afgesloten zeearmen
0,00
0,00
-
ZGH91F0 Droge hardhoutooibossen
0,01
0,01
- 0,01
-
ZGH3150 Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden, buiten afgesloten zeearmen
0,02
0,01
- 0,01
-0,02
Bestaand gebruik Toekomstig gebruik
-0,01
RkTsgSffm9yC (27 oktober 2020) pagina 8/14
Resultaten
Rijntakken Habitattype
ZGLg07 Dotterbloemgrasland van veen en klei
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil
0,02
0,01
- 0,01
Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*
-0,02
Sallandse Heuvelrug Habitattype
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil
H4030 Droge heiden
0,01
0,00
0,00
H4010A Vochtige heiden (hogere zandgronden)
0,01
0,00
0,00
H6230 Heischrale graslanden
0,01
0,00
0,00
Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*
Landgoederen Brummen Habitattype
Resultaten
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil
H91E0C Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)
0,01
0,01
- 0,01
H6230vka Heischrale graslanden, vochtig kalkarm
0,02
0,01
- 0,01
H9120 Beuken-eikenbossen met hulst
0,02
0,01
- 0,01
H6410 Blauwgraslanden
0,02
0,01
- 0,01
H7150 Pioniervegetaties met snavelbiezen
0,03
0,02
- 0,02
ZGH3130 Zwakgebufferde vennen
0,05
0,02
- 0,02
H3130 Zwakgebufferde vennen
0,06
0,03
- 0,03
H4010A Vochtige heiden (hogere zandgronden)
0,07
0,04
- 0,04
Bestaand gebruik Toekomstig gebruik
Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*
-0,05
RkTsgSffm9yC (27 oktober 2020) pagina 9/14
Resultaten
*
Resultaten
Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting in deze kolom weergegeven.
Bestaand gebruik Toekomstig gebruik
RkTsgSffm9yC (27 oktober 2020) pagina 10/14
Resultaten
Emissie (per bron)
Paardenhouderij 204943, 461852 5,0 m 0,1 ha 2,5 m 0,000 MW 100,00 kg/j
Naam Locatie (X,Y)
Bestaand gebruik
Uitstoothoogte Oppervlakte Spreiding Warmteinhoud NH3
Dier
RAV code
Omschrijving
K 1.100
overige huisvestingssystemen (Paarden; volwassen paarden (3 jaar en ouder)) (Overig)
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Emissiefactor (kg/dier/j)
Emissie
20 NH3
5,000
100,00 kg/j
Wegverkeer paardenhouderij 205016, 461808 < 1 kg/j < 1 kg/j
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
20,0 / etmaal NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Aantal Stof dieren
Wegverkeer paardenhouderij 204962, 461789 < 1 kg/j < 1 kg/j
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
20,0 / etmaal NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Bestaand gebruik Toekomstig gebruik
RkTsgSffm9yC (27 oktober 2020) pagina 11/14
Resultaten
Emissie (per bron)
Paardenhouderij 204943, 461852 5,0 m 0,1 ha 2,5 m 0,000 MW 50,00 kg/j
Naam Locatie (X,Y)
Toekomstig gebruik
Uitstoothoogte Oppervlakte Spreiding Warmteinhoud NH3
Dier
RAV code
Omschrijving
K 1.100
overige huisvestingssystemen (Paarden; volwassen paarden (3 jaar en ouder)) (Overig)
Naam
Locatie (X,Y) NOx NH3
Emissiefactor (kg/dier/j)
Emissie
10 NH3
5,000
50,00 kg/j
Wegverkeer (licht) paardenhouderij 205016, 461808 < 1 kg/j < 1 kg/j
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
10,0 / etmaal NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Naam
Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Aantal Stof dieren
Wegverkeer (licht) paardenhouderij 204962, 461789 < 1 kg/j < 1 kg/j
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
10,0 / etmaal NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Bestaand gebruik Toekomstig gebruik
RkTsgSffm9yC (27 oktober 2020) pagina 12/14
Resultaten
Naam
Locatie (X,Y) NOx NH3
Soort
Voertuig
Standaard
Standaard
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Middelzwaar vrachtverkeer
6,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Zwaar vrachtverkeer
3,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Naam
Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Soort
Voertuig
Standaard
Standaard
Bestaand gebruik Toekomstig gebruik
Wegverkeer ((middel) zwaar)paardenhouderij 205097, 461835 < 1 kg/j < 1 kg/j
Wegverkeer ((middel) zwaar)paardenhouderij 204891, 461766 < 1 kg/j < 1 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Middelzwaar vrachtverkeer
6,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Zwaar vrachtverkeer
3,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
RkTsgSffm9yC (27 oktober 2020) pagina 13/14
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20201013_1649cba239 Database versie 2020_20201013_1649cba239 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020
Resultaten
Bestaand gebruik Toekomstig gebruik
RkTsgSffm9yC (27 oktober 2020) pagina 14/14
Voortoets stikstofdepositie Plagweg 16, Empe
22
Voortoets stikstofdepositie Plagweg 16, Empe
23
Voortoets stikstofdepositie Plagweg 16, Empe
24
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Bestemmingsplan Plagweg 16 Brummen Gemeente Brummen
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling bestemmingsplan Plagweg 16 Empe 1
Gegevens over het plan: Plannaam: Datum: Projectnummer Buro SRO:
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling bestemmingsplan Plagweg 16 8 juli 2020 11.90.09
Gegevens projectbetrokkenen: Opdrachtgever: Contactpersoon opdrachtgever:
Stal Mireille/TAKT Academy Mevr. J. Koole
Gegevens Buro SRO: Projectleider Buro SRO: Bezoekadres vestiging Arnhem Telefoon E-mail: Internet:
Mevr. J. Jentink Sweerts de Landasstraat 50 6814 DG te Arnhem 026 – 35 23 125 arnhem@buro-sro.nl www.Buro-SRO.nl
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling bestemmingsplan Plagweg 16 Empe 2
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1
Inleiding ................................................................................................................................. 5
1.1
Aanleiding .............................................................................................................................................. 5
1.2
Ligging plangebied ................................................................................................................................. 5
1.3
Leeswijzer .............................................................................................................................................. 5
Hoofdstuk 2
Wettelijk kader ...................................................................................................................... 6
2.1
Algemeen ............................................................................................................................................... 6
2.2
Toetsing Besluit milieueffectrapportage ............................................................................................... 6
Hoofdstuk 3
Vormvrije m.e.r.-beoordeling .................................................................................................. 8
3.1
Algemeen ............................................................................................................................................... 8
3.2
Beoordeling ........................................................................................................................................... 8
3.3
Conclusie.............................................................................................................................................. 10
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling bestemmingsplan Plagweg 16 Empe 3
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling bestemmingsplan Plagweg 16 Empe 4
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
De eigenaren van Stal Mireille/TAKT Academy zijn voornemens aan de Plagweg 16 in het buitengebied van Empe een paardenhouderij te realiseren ter plaatse van een voormalig agrarisch bedrijf. Voor ruimtelijke ontwikkelingen is het op basis van het Besluit milieueffectrapportage nodig om aan te geven of er een milieueffectrapportage (m.e.r.) moet worden opgesteld. Dit wordt bepaald door de milieugevolgen die er zijn naar aanleiding van het project. In deze aanmeldnotitie is voor dit project aangegeven waarom er met een vormvrije m.e.r.-beoordeling volstaan kan worden.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied is gelegen aan de Plagweg 16 te Empe in de gemeente Brummen. Bijgevoegde afbeelding toont globaal de ligging van het plangebied in de omgeving.
De ligging van het plangebied in de omgeving (bron: OpenStreetMaps.nl)
1.3
Leeswijzer
Na dit inleidende hoofdstuk is in hoofdstuk 2 het plan getoetst aan het Besluit milieueffectrapportage. In hoofdstuk 3 is vervolgens de vormvrije m.e.r.-beoordeling opgenomen.
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling bestemmingsplan Plagweg 16 Empe 5
Hoofdstuk 2 2.1
Wettelijk kader
Algemeen
Voor activiteiten die belangrijke milieugevolgen kunnen hebben, is het verplicht een milieueffectrapportage (m.e.r.) uit te voeren en een Milieu Effect Rapport (MER) te maken. Hiermee krijgt het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming. De m.e.r. onderzoekt de milieugevolgen van een plan of een besluit en (milieuvriendelijker) alternatieven. De m.e.r. is wettelijk verankerd in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer. Naast de Wet milieubeheer is het Besluit m.e.r. belangrijk om te kunnen bepalen of bij de voorbereiding van een plan of een besluit de m.e.r.-procedure moet worden doorlopen. Een plan of besluit is direct m.e.r.-plichtig in een van de volgende situaties: in het Besluit milieueffectrapportage, artikel 7.4 bijlagen C en D zijn activiteiten aangewezen waarvoor direct een m.e.r.-plicht geldt; een m.e.r.-plicht kan volgen uit een passende beoordeling in het kader van de Wet Natuurbescherming; op grond van de provinciale milieuverordening kunnen aanvullend op het Besluit m.e.r. activiteiten worden aangewezen waarvoor een m.e.r.-plicht geldt.
2.2
Toetsing Besluit milieueffectrapportage
Een aantal activiteiten op kleinere schaal zijn m.e.r.-beoordelingsplichtig als een indicatieve drempelwaarde uit bijlage D wordt overschreden. Ook als de drempelwaarden niet worden overschreden kan in overleg worden bekeken of er aanleiding is voor het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling, omdat er mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Bij toetsing aan het Besluit m.e.r. zijn er vier mogelijkheden: 1. het plan of besluit is direct m.e.r.- plichtig; 2. het plan of besluit bevat activiteiten uit kolom 1 van onderdeel D, en ligt boven de (indicatieve) drempelwaarden, zoals beschreven in kolom 2 ‘gevallen’, van onderdeel D. Het besluit moet eerst worden beoordeeld om na te gaan of er sprake is van m.e.r.-plicht: het besluit is dan m.e.r.beoordelingsplichtig. Voor een plan in kolom 3 ‘plannen’ geldt geen m.e.r-beoordelingsplicht, maar direct een (plan-)m.e.r.-plicht; 3. het plan of besluit bevat wel de activiteiten uit kolom 1, maar ligt beneden de drempelwaarden, zoals beschreven in kolom 2 ‘gevallen’, van onderdeel D: er dient in overleg met de aanvrager van het bijbehorende plan of besluit beoordeeld te worden of er aanleiding is voor het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling (als sprake is van een besluit) of het direct uitvoeren van een m.e.r. (als sprake is van een plan). Deze keuze wordt uiteindelijk in het bijbehorende plan of besluit gemotiveerd; 4.
de activiteit(en) of het betreffende plan en/of besluit worden niet genoemd in het Besluit m.e.r.: er geldt geen m.e.r.- (beoordelings)plicht. Sinds 16 mei 2017 geldt er een directe werking van het Europees recht. Daarom is per 7 juli 2017 het gewijzigde Besluit m.e.r. in werking getreden. In de gewijzigde Besluit m.e.r. staat de nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor elke aanvraag, waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is, moet: Door de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie worden opgesteld; Het bevoegd gezag binnen 6 weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit nemen. Dit besluit hoeft niet in de Staatscourant gepubliceerd te worden; De initiatiefnemer het (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsbesluit bij de vergunningaanvraag voegen (Artikel 7.28 Wet milieubeheer).
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling bestemmingsplan Plagweg 16 Empe 6
Het onderhavige plan betreft een herziening van het bestemmingsplan ‘’Buitengebied 2008’’, vastgesteld op 17 december 2009. De herziening voorziet enkel in het wijzigen van de bestemming van ‘Agrarisch met landschapswaarden’ naar ‘Bedrijf – paardenhouderij’ om het agrarische bedrijf (voorheen een paardenfokkerij) om te zetten naar een paardenhouderij waar bedrijfsmatig paarden worden gestald, getraind en afgericht. Voorliggend plan betreft een activiteit zoals opgenomen in kolom D onder D.14 “De oprichting, wijziging of uitbreiding van een installatie voor het fokken, mesten of houden van dieren.’’ De drempelwaarde waarboven direct een m.e.r.(-beoordelings)plicht geldt, ligt op 100 paarden en pony’s. Op de locatie aan de Plagweg 16 worden maximaal 10 paarden gehouden. Het ligt daarmee (ver) onder de drempelwaarde en daarom kan volstaan worden met een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Hiervoor dient initiatiefnemer voorliggende aanmeldingsnotitie in bij het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag neemt binnen 6 weken na ontvangst van de aanmeldingsnotitie (mededeling) een beslissing of een MER gemaakt moet worden.
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling bestemmingsplan Plagweg 16 Empe 7
Hoofdstuk 3 3.1
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
Algemeen
In lijn met 'Bijlage III EU richtlijn milieubeoordeling projecten' wordt ingegaan op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten. Kenmerken van het project Voorliggend plan betreft de oprichting van een paardenhouderij voor sport- en recreatiepaarden. De bedrijfsvoering omvat de volgende onderdelen: revalidatie en training (dressuur in kleine groepen met enkele paarden tegelijk in training), instructie (individuele lessen klassieke dressuur) en lessen theorie en praktijk met paarden. Het opleidingsaanbod op locatie bestaat uit praktijkdagen met kleine groepen van 6 tot maximaal 10 deelnemers, waarvan ongeveer de helft zonder paard komt. Gemiddeld is er één groepsactiviteit per week. De instructie is individueel. Ruiter en instructeur werken met een oortje, waardoor er geen stemverheffing nodig is. In de stallen is geen muziek aan en op het terrein is geen geluidversterking aanwezig. Op de paardenhouderij zijn maximaal 10 paarden aanwezig, waarvan 5 eigen paarden. De overige paarden zijn paarden die in revalidatie zijn. De eigenaren worden vaak ver(der) weg en komen maximaal 3 keer per week naar hun paard. De paarden staan niet in boxen, maar kunnen zich vrij bewegen in de paddocks. Plaats van het project Het plangebied ligt aan de Plagweg 16 in Empe, in het landelijk gebied van de gemeente Brummen.
De omgeving is te typeren als een open agrarisch landschap. Voorheen was er een agrarisch bedrijf op de locatie gevestigd en sinds 2006 zijn de bestaande agrarische opstallen verbouwd voor het houden en fokken van sportpaarden. Kenmerken van de potentiële effecten De potentiële effecten van het project worden bepaald door de kenmerken en plaats van het project. In de volgende paragraaf wordt voor alle aspecten ingegaan op de milieueffecten van het plan.
3.2
Beoordeling
Voor de beoordeling van het project wordt in deze paragraaf ingegaan op de verschillende milieuaspecten en overige haalbaarheidsaspecten die van belang zijn voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. 3.2.1
Bodem
De locatie betreft een voormalig agrarisch erf wat zal worden aangewend voor gebruik als paardenstalling en trainingen van paarden. Er is geen sprake van dagelijks langdurig verblijf van mensen. Van de locatie en de directe omgeving zijn geen bodemonderzoeken bekend. Op basis van de beschikbare informatiebronnen is de locatie onverdacht voor bodemverontreiniging. Er vinden geen (bouw)werkzaamheden plaats. 3.2.2 Lucht Ten aanzien van de luchtkwaliteit is het plan met behulp van de NSL Monitoringstool (www.nsl-monitoring.nl) getoetst aan de jaargemiddelde grenswaarden NO2 en PM10 en PM2,5 (toetsjaar 2018). Daaruit blijkt dat er geen overschrijding van de grenswaarden plaatsvindt. Ook de grenswaarde van 35 dagen, het maximaal aantal dagen dat de etmaalnorm van 50 μg/m3 mag worden overschreden, wordt niet overschreden. Uit berekeningen van het rekenpunt 15568526 (aan de N345 (Weg naar Voorts) ter hoogte van plangebied) zijn de volgende concentraties naar voren gekomen:
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling bestemmingsplan Plagweg 16 Empe 8
Gemeten totale concentratie jaargemiddelde 2018 (µg/m3) Grenswaarde concentratie (µg/m3)
NO2 (stikstofdioxide) 17,1 µg/m3
PM10 (fijnstof) 17,8 µg/m3
PM2,5 (fijnere fractie van fijnstof) 11,0 µg/m3
40 µg/m3
40 µg/m3
25 µg/m3
Bijdrage initiatief Ten aanzien van de bijdrage aan luchtkwaliteit is de realisatie van een paardenhouderij van geringe omvang ten opzichte van de benoemde grenswaarde (3%). Op basis van de te verwachten toename aan verkeersbewegingen ten gevolge van het project is te concluderen dat dit project 'niet in betekende mate' bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. 3.2.3 Geluid De paardenhouderij betreft geen geluidgevoelig object. Ook de activiteiten veroorzaken geen geluid. Het lesgeven gebeurt op individueel niveau en de instructeurs werken met een oortje, waardoor er geen stemverheffing nodig is. In de stallen is geen muziek aan, op het terrein is geen geluidsversterking. 3.2.4 Geur Paarden zijn zogeheten vaste afstandsdieren. Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) moet de afstand tussen de paardenstallen en een geurgevoelig object minimaal 50 meter zijn. De woning van het naastgelegen bedrijf (nr. 14) en de woonbestemmingen van nr. 13 en 15 bevinden zich op een afstand van 80 meter of meer tot het bouwvlak rond de bestaande paardenstallen. Aan de afstandsnormen wordt ruimschoots voldaan. Een eventueel op te richten mestplaat moet op grond van het Activiteitenbesluit op minimaal 50 meter van een geurgevoelig object zijn gelegen, hiervoor is voldoende ruimte binnen het bouwvlak om hier aan te voldoen.
3.2.5 Externe veiligheid Binnen het plangebied zijn geen risicobronnen aanwezig. Ook in de omgeving zijn geen inrichtingen, buisleidingen en/of transportroutes die risico’s kunnen vormen voor de toekomstige functie. 3.2.6 Milieuzonering Volgens de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ geldt voor een paardenjfokkerij/-houderij (SBI-code 2008: 0143) richtafstanden van 50 meter voor geur en 30 meter voor stof en geluid. De richtafstand voor veiligheid is 0 meter. Woningen van derden bevinden zich op grotere afstand. Op 80 meter van de planlocatie bevinden zich op het perceel Plagweg 14 te Empe een bedrijfswoning en op perceel Plagweg 13 en 15 een burgerwoning. Deze gevoelige objecten bevinden zich dus buiten de richtafstanden. 3.2.7 Water Uit de digitale watertoets die voor het plan is ingevuld blijkt dat er geen (beschermingszones van) beschermde waterkeringen/watergangen in het plangebied liggen. Er vindt geen toename van verhard oppervlak plaats. Geconcludeerd wordt dat het plan waterhuishoudkundig niet van betekenis is. Er worden geen essentiële waterbelangen geraakt. Het waterschap heeft een positief wateradvies afgegeven. 3.2.8
Ecologie
Gebiedsbescherming Op ruim 200 meter afstand van het plangebied ligt het Natura 2000-gebied "Landgoederen Brummen". Er is een voortoets stikstofdepositie uitgevoerd. Van belang is dat in de bestaande situatie met het agrarisch bedrijf al sprake is van stikstofdepositie. Voorheen was hier een paardenfokkerij met 20 volwassen paarden gevestigd, Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling bestemmingsplan Plagweg 16 Empe 9
gericht op het fokken en trainen van en handel in paarden. Deze situatie met 20 volwassen paarden is als uitgangspunt voor de berekening gebruikt. In de nieuwe situatie zijn er minder paarden aanwezig (max. 10). Uit de Aeriusberekening blijkt dat de stikstofdepositie in de gebruiksfase niet toeneemt. In het project is geen sprake van een aanlegfase. Er vinden geen sloop- of bouwwerkzaamheden plaats. Er is dus geen sprake van mogelijke negatieve effecten op beschermde Natura 2000-gebieden. Omdat in het project de stikstofdepositie wordt vergeleken met de stikstofdepositie van het bestaande gebruik, wordt er intern gesaldeerd. Daarom is het aanvragen van een Wnb-vergunning nodig voor dit project. Soortenbescherming De voorgenomen ontwikkeling maakt gebruik van de reeds bestaande bebouwing. Er vinden geen sloopwerkzaamheden plaats, er worden geen wijzigingen aan gevels of de kap aangebracht en er worden geen bomen gekapt. Mogelijke verblijfplaatsen van beschermde soorten worden dus niet verstoord. 3.2.9 Verkeer Op de paardenhouderij vindt gemiddeld 1 kleinschalige groepsactiviteit plaats per week, wat in het seizoen kan oplopen tot 2-4 dagen per week. Het gaat daarbij om 10 tot maximaal 15 personenauto's, waarvan 0 tot ongeveer 7 met een trailer erachter. In de zomermaanden juli en augustus zijn er meestal geen opleidingen en ook in de kerstperiode is het een maand rustig.
De opleidingen worden georganiseerd voor kleine groepen van 6 tot maximaal 10 deelnemers, waarvan ongeveer de helft zonder paard komt. Op het terrein is voldoende ruimte om een dergelijke hoeveelheid auto's en trailers op eigen terrein te laten parkeren. Het perceel blijft ontsloten via dezelfde inrit aan de Plagweg. Dit is een lokale landbouwweg die voornamelijk door bestemmingsverkeer wordt gebruikt. Vergeleken met het agrarisch bedrijf dat hier voorheen gevestigd was, zal de nieuwe functie niet leiden tot een grotere verkeersbelasting. Waar voorheen het agrarische bedrijf ook zwaar verkeer aantrok, zal in de nieuwe situatie meer sprake zijn van licht verkeer. Verkeersmaatregelen worden dan ook niet nodig geacht. De realisatie van de paardenhouderij op deze locatie zal niet leiden tot onaanvaardbare verkeershinder. 3.2.10 Cultuurhistorie en archeologie Binnen het plangebied en in de omgeving van het plangebied zijn geen cultuurhistorische waarden aanwezig. Er vinden geen bodemingrepen plaats.
3.3
Conclusie
Op basis van de beoordeling van de verschillende haalbaarheidsaspecten in relatie tot dit project zoals opgenomen in de voorgaande paragraaf, kan een conclusie worden getrokken over de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten. Kenmerken van het project Voorliggend initiatief betreft het omzetten van een agrarisch perceel waar voorheen paarden werden gefokt en gehouden naar een paardenhouderij met maximaal 10 paarden, gericht op revalidatie en training van paarden. Gezien aard en omvang van het plan zijn er geen bijzondere effecten wat betreft het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder. Ook is er geen verhoogd risico voor menselijke gezondheid of het risico op zware ongevallen of rampen. Plaats van het project Het voormalige gebruik van het plangebied als agrarisch bedrijf voor het fokken van paarden is vergelijkbaar met het toekomstige gebruik als paardenhouderij. Het plangebied ligt niet binnen gevoelige gebieden op basis van ecologie, landschappelijke, archeologische en cultuurhistorische waarden en wateraspecten. Uit een
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling bestemmingsplan Plagweg 16 Empe 10
Aeriusberekening blijkt dat het plan niet leidt tot een toename van de stikstofdepositie op beschermde natuurgebieden in de omgeving. Kenmerken van de potentiële effecten Gezien de beperkte omvang en de aard van het plan, de oprichting van een paardenhouderij met maximaal 10 paarden op de locatie van een agrarisch bedrijf, is er geen sprake van onevenredige effecten voor het milieu op de omgeving. Conclusie Uit het voorgaande is gebleken dat er geen sprake is van een ontwikkeling die een forse invloed heeft op het milieu in de omgeving. Belangrijke milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Verder onderzoek in het kader van het Besluit milieueffectrapportage is niet nodig: het plan is niet m.e.r.-plichtig.
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling bestemmingsplan Plagweg 16 Empe 11
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling bestemmingsplan Plagweg 16 Empe 12